gereformeerd leven in nederland

31 december 2018

Op het goede pad

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , ,

De dingen die ons in deze wereld ten dienste staan, kunnen we tot Gods eer gebruiken.
We kunnen ze ook benutten vanwege ons eigen gerief. In het laatste geval komt onze God zomaar op de tweede plaats te staan. En misschien willen wij God soms wel het liefst even helemaal wegdenken.

Vlak voor de drempel van 2019 lijkt het, alleen daarom al, goed om wat beter te kijken naar een statement dat Paulus in 1 Timotheüs 4 noteert: “Want alles wat God geschapen heeft, is goed en niets is verwerpelijk, wanneer het onder dankzegging aanvaard wordt. Want het wordt ​geheiligd​ door het Woord van God en door het ​gebed”[1].

In welk verband staan die woorden?

De Heilige Geest van God maakt ons duidelijk dat er in de eindtijd heel wat mensen zijn die zich van het geloof gaan afkeren. Zij gaan op zoek naar andere vormen van zingeving.
Wanneer begint die eindtijd?
Die is al begonnen.
Dat blijkt bijvoorbeeld uit 1 Johannes 2: “Kinderen, het is het laatste uur; en zoals u gehoord hebt dat de ​antichrist​ eraan komt, zijn er ook nu al veel antichristen gekomen, waaruit wij weten dat het het laatste uur is”[2].
En ook uit 2 Johannes 1:7: “Want er zijn veel misleiders in de wereld gekomen, die niet belijden dat ​Jezus​ ​Christus​ in het vlees gekomen is. Dat is de misleider en de ​antichrist”[3].
Ja, de eindtijd is al begonnen.

In 1 Timotheüs 4 gaat het, zo laat de apostel Paulus blijken, over mensen waarvan het geweten als het ware met vuur is dichtgeschroeid.
Wij zouden zeggen: het lijkt wel of er een lasapparaat is gebruikt. Alles is dichtgelast; je kunt niet meer bij de kern.
Paulus schrijft over “leugenaars, die hun eigen geweten als met een brandijzer hebben toegeschroeid”[4].

In Paulus’ tijd wordt het huwelijk door sommigen afgewezen.
Bovendien zijn er mensen die zeggen: dit of dat kun je beter niet eten of drinken.
En seksualiteit? – daar kun je je maar beter niet mee bezig houden.
Paulus formuleert: “Zij verbieden te trouwen en gebieden zich te onthouden van voedsel, dat God geschapen heeft voor de gelovigen en voor hen die de waarheid hebben leren kennen, om onder dankzegging aanvaard te worden”[5].

Kortom:
* mensen zoeken naar zingeving die henzelf aanspreekt
* mensen laten hun geweten niet meer spreken
* mensen zeggen dat bepaald eten of drinken niet goed is

Wie om zich heen kijkt, herkent ook vandaag al snel iets van het bovenstaande.
Mensen speuren naar hun eigen religieuze uitingen. Dat is, zeggen zij, een spannende zoektocht.
Mensen hebben hun hart toegesloten. En met hun geweten hebben zij hetzelfde gedaan. Waarom? Ach – er is zoveel aan de hand in de wereld. Je moet, zegt men, je eigen ding doen. Je hebt genoeg aan jezelf en aan je eigen, al of niet samengestelde, gezin.
Je kunt, stellen nogal wat mensen, maar beter geen vlees meer eten. Bovendien: je krijgt kanker van dit, en suikerziekte van dat. Als het een beetje wil wordt een dergelijke bewering zo snel mogelijk door een officiële instelling tegengesproken.
Het vreemde is dat men heden ten dage, als het over seksualiteit gaat, in een oogwenk de andere kant op schiet. Van terughoudendheid en ascese is anno 2018 geen sprake meer. Alle seksuele grenzen lijken voor eens en voor altijd afgeschaft te zijn. De metoo-discussie bewijst hoe ver sommigen daarin gaan.
Het algemene beeld is dat veel mensen vandaag worden geregeerd door angst. Of door individualisme. Of door losbandigheid. Of door combinaties van die drie.

In het bovenstaande ligt de actualiteit voor Paulus’ uitspraak.
En het is duidelijk dat wij moeten waken voor vrees, egoïsme en zedeloosheid!

Wat zullen wij verder van deze dingen zeggen?

Het jaar 2018 is een jaar waarin zonde, verderf en onheil nog altijd diep in de schepping verankerd blijken.
Wie alleen al het werelddeel Azië beschouwt schudt zijn hoofd. Gaat u maar na:
* de aardbeving op Lombok, begin augustus
* de aardbeving in Palu, een stad in het centrum van het eiland Sulawesi – eind september
* eind oktober stort een vliegtuig neer, dertien minuten nadat het uit Jakarta vertrokken is
* de tsunami in de straat van Soenda, op zaterdag 22 december jongstleden[6].

Wie de krant leest en de journaals bekijkt, kan zomaar denken: deze wereld gaat kapot; helemaal kapot!

In die wereld mogen Gods kinderen het echter blijven zeggen: de dingen die we gebruiken worden geheiligd door Gods Woord en door gebed.
Altijd moeten we, met de Bijbel in de hand, blijven uitzoeken hoe we de God van hemel en aarde het beste kunnen eren met de gaven die Hij ons geeft.
We mogen bij de troon van God komen. We mogen bidden om matigheid bij het werken op aarde; een ‘alles moet op’-mentaliteit past niet bij een christelijk leven. We mogen bidden om nuchterheid bij de keuze van ons voedsel. We mogen bidden om moed voor de toekomst; angst is, zoals bekend, een slechte raadgever. We mogen bidden om een hart dat zacht blijft, en toegankelijk is voor de noden van onze medemensen. We mogen bidden om kracht teneinde de God gestelde grenzen in ons aardse leven te blijven eerbiedigen.

Laten wij maar zonder omwegen constateren dat wij, ook in het bijna afgelopen jaar, alle gelegenheid hebben gehad om onze God te dienen. Dat kostte ons vaak moeite – vanwege gezondheidsproblemen of om allerlei andere redenen. Met vallen en opstaan hebben wij onze dienst verricht.
Constateert u op dit punt veel tekortkomingen? Dat hoeft niemand te verbazen. Zeker is wel dat we, Deo Volente, in het jaar 2019 een nieuwe kans krijgen.

Laten wij maar blijven Bijbellezen.
Laten wij maar blijven bidden.
Dan zijn wij al een heel eind op ’t goede pad.

Noten:
[1] 1 Timotheüs 4:4 en 5.
[2] 1 Johannes 2:18.
[3] 2 Johannes 1:7.
[4] 1 Timotheüs 4:2.
[5] 1 Timotheüs 4:3.
[6] Zie hierover ook https://nos.nl/artikel/2264910-ik-zag-golven-van-asfalt-het-hele-land-stroomde-als-een-rivier.html ; geraadpleegd op maandag 24 december 2018.

28 december 2018

Geheiligd onderweg

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Gereformeerd – dat zijn wij in de wereld van vandaag.
Gereformeerd – dat zijn we in een wereld die verlegen is met de miljoenen vluchtelingen die er zijn. Waar breng je hen onder?
Gereformeerd – dat zijn we in een wereld die verlegen is met de kosten van de zorg; die rijzen de plan uit. En trouwens, tot overmaat van ramp is het met de communicatie in de zorg ook al niet best gesteld.
Gereformeerd – dat zijn we in een wereld die verlegen is met klimaatverandering. Er moeten maatregelen genomen worden, zegt men. Maar welke maatregelen zijn dat eigenlijk? En wie betaalt dat dan?

In een wereld die naar het antwoord op dergelijke vragen zoekt komt een woord uit 2 Corinthiërs 7 welbeschouwd knap hard aan. Het is dit: “Omdat wij dan deze beloften hebben, geliefden, laten wij onszelf ​reinigen​ van alle bezoedeling van vlees en geest, en de ​heiliging​ volbrengen in het vrezen van God”[1].

Reinigen nog wel!
Het wordt, zo suggereert Paulus nadrukkelijk, tijd voor een grote schoonmaak. We moeten er met z’n allen weer spik en span uitzien.
Dat wordt nog hard werken!
Maar gaat dat in deze wereld eigenlijk wel lukken?

Wij hebben beloften, schrijft Paulus.
Welke toezeggingen zijn dat dan? Het zijn deze.
De Here zegt:
* Ik beschouw gelovige mensen als Mijn tempel
* Ik beschouw gelovige mensen als Mijn volk, en als Mijn kinderen.

Alle verbindingen met het heidendom moeten worden verbroken. De Corinthiërs moeten ervan loskomen.
Alles wat maar enigszins aan de oude levensstijl doet denken, moet uit het leven weggeschoven worden.
Alles moet schoon gepoetst worden. Want het nieuwe leven is begonnen!

Vanuit eerbied en ontzag moeten de Corinthiërs hun leven aan God wijden. Zij moeten voor Hem beschikbaar zijn. Zij moeten bezig zijn met de heiliging.
En voor ons, Bijbellezers van 2018, geldt hetzelfde.

Wat betekent dat?
Dat houdt in dat je je voorbereidt op een nieuw leven. Op een gelukkig leven dat eeuwig duren zal.
In Romeinen 6 schrijft Paulus er zo over: “Maar nu, van de ​zonde​ vrijgemaakt en aan God dienstbaar gemaakt, hebt u uw vrucht, die tot ​heiliging​ leidt, met als einde eeuwig leven. Want het loon van de ​zonde​ is de dood, maar de genadegave van God is eeuwig leven, door ​Jezus​ ​Christus, onze Heere”[2].

Hoe houden we het vol om ons te blijven prepareren op een nieuw begin in ons nieuwe vaderland – de hemel?
Johannes schrijft in zijn eerste algemene brief: “Zie, hoe groot is de ​liefde​ die de Vader ons gegeven heeft: dat wij ​kinderen​ van God worden genoemd. Daarom kent de wereld ons niet, omdat zij Hem niet kent. Geliefden, nu zijn wij ​kinderen​ van God, en het is nog niet geopenbaard wat wij zullen zijn. Maar wij weten dat, als Hij geopenbaard zal worden, wij Hem gelijk zullen zijn; want wij zullen Hem zien zoals Hij is. En ieder die deze hoop op Hem heeft, reinigt zich, zoals Hij ​rein​ is”[3].
Dus – wij kunnen het volhouden
* omdat wij Gods liefde kennen
* omdat wij God zullen zien zoals Hij is
* omdat wij hoop hebben, er is perspectief in ons leven!

Intussen ligt daar nog steeds die vraag: wat moeten wij met de inzet van 2 Corinthiërs 7 in een wereld die, in allerlei opzichten, vol zorgen en problemen zit?
Moeten wij uit de wereld gaan?
Kunnen wij de kerkdeur maar beter op slot doen om de vieze luchtjes uit de wereld buiten te houden?
Moeten wij als Gereformeerden in velerlei opzichten zelfvoorzienend worden en onze eigen boontjes doppen?

Nee, wij behoren met beide benen in deze wereld te blijven staan.
Sterker nog: wij moeten met God door deze wereld wandelen.

Dat woord ‘wandelen’ blijkt in het Bijbelboek 2 Corinthiërs een centraal woord.
Kijkt u maar even mee.
* 2 Corinthiërs 4: “Integendeel, wij hebben de schandelijke, verborgen praktijken verworpen; wij wandelen niet in bedrog en vervalsen ook niet het Woord van God, maar door het openbaar maken van de waarheid bevelen wij onszelf aan bij elk menselijk geweten, in de tegenwoordigheid van God”[4].
* 2 Corinthiërs 5: “…want wij wandelen door geloof, niet door aanschouwen”[5].
* 2 Corinthiërs 6: “Want u bent de tempel van de levende God, zoals God gezegd heeft: Ik zal in hun midden wonen en onder hen wandelen, en Ik zal hun God zijn en zij zullen Mijn volk zijn”[6].
* 2 Corinthiërs 10: “ja, ik smeek u dat ik, wanneer ik aanwezig ben, niet flink hoef te doen met de vrijmoedigheid waarmee ik meen het te moeten opnemen tegen sommigen die van mening zijn dat wij naar het vlees wandelen. Want al wandelen wij in het vlees, wij voeren geen strijd naar het vlees. De wapens van onze strijd zijn immers niet vleselijk, maar krachtig door God, tot afbraak van bolwerken”[7].

Wij staan midden in de wereld.
Een wereld die een ingewikkelde vluchtelingenproblematiek kent.
Een wereld waarin steeds meer mensen zorg nodig hebben – en hoe gaan we dat bekostigen?
Een wereld waarin klimaatakkoorden een grote rol spelen – welke gevolgen heeft dat voor de gewone burgers?

Paulus zegt: leef heilig.
En hoe moeten we dat doen?
Vrees God, schrijft Paulus. Onderhoud de geboden die Hij gegeven heeft.
En realiseert u zich maar – God maakt Zijn beloften waar.
Hij woont met Zijn Geest in ons leven. Door Christus’ lijden, sterven en opstanding verkreeg de Heilige Geest, om zo te zeggen, een permanente verblijfsvergunning om in ons leven te komen wonen.
Onze God is trouw – Hij wijst Zijn volk niet af
Onze God is trouw – Hij blijft voor Zijn kinderen zorgen.

Met die belofte kunnen Gods kinderen hun tocht door de wereld voortzetten.
Laten wij onze taak op deze aarde volbrengen.
Tot lof van onze God!

Noten:
[1] 2 Corinthiërs 7:1.
[2] Romeinen 6:22 en 23.
[3] 1 Johannes 3:1, 2 en 3.
[4] 2 Corinthiërs 4:2.
[5] 2 Corinthiërs 5:7.
[6] 2 Corinthiërs 6:16.
[7] 2 Corinthiërs 10:2, 3 en 4.

27 december 2018

God blijft aan het werk

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Het gaat, op de keper beschouwd, in Psalm 66 nogal tekeer.
Kijkt u maar even mee.
“Want U hebt ons beproefd, o God,
U hebt ons gelouterd, zoals men zilver loutert.
U had ons in het net gebracht,
U had een knellende band om ons middel gelegd,
U had de sterveling over ons hoofd doen rijden.
Wij waren in het vuur en in het water gekomen,
maar U hebt ons uitgeleid naar de overvloed”[1].

Wat wil de dichter van Psalm 66 zeggen?
Zijn boodschap is: God werkt door; dat ziet u in uw eigen leven en ook in de wereldgeschiedenis.

In het Oude Testament werd de Messias aangekondigd. In het Nieuwe Testament kwam de Redder van het Leven als mens op aarde. Zijn lijden en sterven waren een betaling voor de zonden. Zijn opstanding uit de dood was een magnifiek bericht van overwinning en triomf; de dood heeft niet meer het laatste woord.
De dichter van Psalm 66 roept ons ertoe op om die daden te zien. Daar moeten we op focussen. De rest is bijzaak.

De dichter zegt: “U hebt ons gelouterd, zoals men zilver loutert”.
Wat betekent dat?
Iemand schreef daarover: “Een zilversmid houdt een stuk zilver in het vuur en laat het warm worden. Om het zilver te reinigen, is het nodig dat het zilver in het midden van het vuur wordt gehouden, waar de vlammen het heetst zijn. Zo wordt alle vuilheid en onreinheid weggebrand.
Ziet u het voor u… God, Die ons in het vuur houdt… Niet om ons te pijnigen – hoewel het veel pijn kan doen – maar om ons te reinigen, om ons mooi, geestelijk mooi te maken.
Opmerkelijk is verder dat de zilversmid onophoudelijk voor het vuur blijft zitten en naar het zilver blijft kijken, totdat het totaal gereinigd is. Omdat, als hij maar even wegloopt of niet kijkt, het zilver net te lang in het vuur kan zijn, waardoor het niet bruikbaar meer is.
Hoe weet de zilversmid nu het juiste moment om het zilver uit het vuur te halen? Dat is heel simpel. Zodra hij zijn eigen beeld in het gesmolten zilver ziet weerspiegelen, is het zilver lang genoeg in het vuur geweest.
De Heere God kent ook u, weet dat u in het vuur bent en heeft u, als de grote Zilversmid, in Zijn handen. En Hij verlangt ernaar dat er steeds meer van Zijn beeld, van de Heere Jezus, zichtbaar wordt in ons leven”[2].

Merkt u dat? Het is eigenlijk heel schokkend – de Here laat het toe dat al die rampen van Psalm 66 het leven van Gods kinderen binnendringen. De satanische macht is op aarde nog groot!
De loutering van dat zilver is al niet gering.
Maar dan is er ook nog dat net waarin de mensen vastzitten.
En de mensen die overreden worden.
Je zou zeggen: dan ben je toch morsdood? Oftewel: dan is er toch niets meer van je over?
Psalm 66 prent ons echter in dat de werkelijkheid anders is.
De tegenspoed kan nóg zo groot zijn, de Here biedt altijd redding.
Laat ik het zo mogen zeggen: de Here probeert ons uit. Hij test ons – als ons dat onheil treft, blijven wij dan op ’s Heren macht vertrouwen, of niet?

Het is waar – de satan en het kwaad verkopen zich zo goed mogelijk. Ook heden ten dage.
De theoloog Reinier Sonneveld noemt daar in zijn boek ‘Het vergeten evangelie’ een treffend voorbeeld van[3]. Dat exempel gaat over “een test waarbij proefpersonen elektrische schokken konden toedienen aan anderen die opdrachten moesten uitvoeren. Het was gelukkig in scène gezet, want er waren er die zelfs dodelijke stroomstoten toedienden. Dat deden ze omdat iemand hen onder druk zette: dit moet gebeuren, dit is wetenschappelijk verantwoord, iedereen doet het”[4]. De duivel, Gods keiharde tegenstander, weet wel hoe hij mensen beïnvloeden en sturen moet!
Welnu, Psalm 66 doordringt ons ervan dat God niet buiten al die rampspoed staat. Echter – uiteindelijk overwint Hij. Als het erop aankomt, moet de duivel inpakken en wegwezen!

Daarom kan de dichter ook zeggen:
“Hoe ontzagwekkend bent U in Uw werken!
Om de grootheid van Uw macht veinzen Uw vijanden dat zij zich aan U onderwerpen”[5].
Eigenlijk hebben die vijanden dus helemaal geen zin om Gods oppermacht te erkennen… – maar ja, ze moeten wel.

De componist van de psalm zegt ook:
“Kom en zie Gods daden;
ontzagwekkend is Zijn doen voor de mensenkinderen.
Hij heeft de zee veranderd in het droge;
zij zijn te voet door de rivier gegaan;
daar hebben wij ons in Hem verblijd”[6].
De psalmdichter preludeert in die woorden op Exodus 14: “Hij kwam tussen het ​leger​ van ​Egypte​ en het ​leger​ van Israël. De wolk was duisternis en tegelijk verlichtte hij de nacht. De een kon niet in de nabijheid van de ander komen, heel de nacht. Toen strekte ​Mozes​ zijn hand uit over de zee, en de HEERE liet de zee die hele nacht wegvloeien door een krachtige oostenwind. Hij maakte de zee droog, en het water werd doormidden gespleten. Zo gingen de Israëlieten midden in de zee op het droge. Het water was voor hen aan hun rechter- en linkerhand een muur”[7].
De God van hemel en aarde zorgt voor bevrijding. Bevrijding uit Egypte namelijk.
De God van hemel en aarde zorgt voor een entree in een nieuw vaderland. Kanaän.
Psalm 66 leert het ons: de Heer van hemel en aarde creëert een nieuw begin!

In de afgelopen Kerstdagen dachten we ook aan een nieuw begin: Jezus Christus werd geboren!
Maar wij mogen nog een nieuw begin verwachten. Het moment dat onze Zaligmaker terugkomt op de wolken namelijk.

Wij zitten midden in de feestdagen.
Kerst is net geweest, Oud & Nieuw komt er aan. En we genieten ervan. Lekker eten en veel gezelligheid – dat is heerlijk.
Maar we kunnen niet aan de ellende in onze maatschappij voorbij kijken.
Bijvoorbeeld aan het feit dat een 16-jarig meisje in Rotterdam op klaarlichte dag werd doodgeschoten. Humeyra heette dat meisje. Aan die moord op dinsdag 18 december jongstleden lagen, naar men zegt, relatieproblemen ten grondslag. We leven in een maatschappij waar dat gebeurt[8]. Nee, dat went nooit.

Iemand dichtte:
En in een tijd van jachten en jagen,
kijk je anders tegen de wereld aan,
kunnen mensen elkaar nog wel verdragen,
of moet ieder voor z’n eigen gaan.

Het vieren van kerst, zo zijn mijn gedachten,
moet altijd blijven, in elk gezin,
dit zal het harde in het leven verzachten,
dan krijgt men er weer vertrouwen in[9].

Dat is een mooie gedachte.
Maar de dichter van Psalm 66 ziet het allemaal veel groter. Want de dichter zegt:
“Laat heel de aarde zich voor U neerbuigen en voor U psalmen zingen,
laat zij voor Uw Naam psalmen zingen”[10].
Kijk, dan pas komt er echte vrede.
Laten wij daar maar om bidden. En als wij dat doen, mogen wij weten dat God niet doof is voor onze gebeden. Die ervaring heeft de maker van Psalm 66 ook:
“Voorwaar, God heeft naar mij geluisterd,
Hij heeft acht geslagen op mijn luide ​gebed.
Geloofd zij God, Die mijn ​gebed​ niet heeft afgewezen,
en Zijn goedertierenheid mij niet heeft onthouden”[11].

Jazeker, soms is de nood hoog. De schrijver van Psalm 66 wist daar alles van. En wij weten het ook.
Maar laten wij het blijven beseffen: God werkt door.
En: wie tot God gaat praat nooit tegen dovemansoren!

Noten:
[1] Psalm 66:10, 11 en 12.
[2] Geciteerd van https://www.dirkvangenderen.nl/2016/01/29/als-zilver-in-het-vuur/ ; geraadpleegd op vrijdag 21 december 2018.
[3] De gegevens van dat boek zijn: Reinier Sonneveld, “Het vergeten evangelie: het geheim van Jezus verandert alles”. – Amsterdam: Buyten & Schipperheyn Drukkerij en Uitgeversmaatschappij, 2018. – 287 p.
[4] Andries Zoutendijk, “Een rebellengroep rond een baby in een trog” – recensie van het in noot 3 genoemde boek. In: Gulliver, bijlage bij het Nederlands Dagblad, vrijdag 21 december 2018, p. 11.
[5] Psalm 66:3.
[6] Psalm 66:5 en 7.
[7] Exodus 14:20, 21 en 22.
[8] Zie hierover bijvoorbeeld https://nos.nl/artikel/2264148-rouw-op-rotterdamse-school-na-moord-dit-is-ergste-wat-kan-gebeuren.html ; geraadpleegd op vrijdag 21 december 2018.
[9] Dit zijn de strofen 5 en 6 van het gedicht ‘Kerst Gedachte’. Te vinden op https://www.gedichtenstad.nl/kerstgedichten/kerst-gedachte.html ; geraadpleegd op vrijdag 21 december 2018.
[10] Psalm 66:4.
[11] Psalm 66:19 en 20.

24 december 2018

Kerst 2018: in Christus één

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

We gaan de Kerstdagen tegemoet.
Ongetwijfeld zal er weer veel gepreekt worden over Mattheüs 1 en 2, Lucas 2 en Johannes 1.
Maar er wordt op veel meer plaatsen in de Bijbel over het Kerstfeit geschreven.

Graag wijs ik vandaag op Romeinen 1.
Daar staat: “Paulus, een dienstknecht van ​Jezus​ ​Christus, een geroepen ​apostel, afgezonderd tot het ​Evangelie​ van God, dat Hij tevoren beloofd had door Zijn profeten, in de ​heilige​ Schriften, ten aanzien van Zijn Zoon, Die wat het vlees betreft geboren is uit het geslacht van ​David”[1].

Paulus laat het blijken – de proclamatie van het reddingswerk van Jezus Christus is mijn levensroeping.
Paulus laat blijken: ik sluit mij aan bij een lange rij van mensen die, in opdracht van God, de komst van de Messias hebben voorspeld.
Paulus draait er niet omheen: Christus is echt mens geworden!
Dat grote nieuws bazuint Paulus rond, zo vaak en zo veel Hij kan.

De Here maakt Zijn eenmaal gegeven Woord waar. De Here breekt Zijn beloften niet!
Die bemoediging voor de christenen in Rome is wel op zijn plaats.
Een uitlegger schrijft: we verplaatsen “ons in de Romeinse christen van rond het jaar 55. Er is sprake van een groot conflict tussen de Joden en de christenen. En ook tussen de christenen zelf die òf van heidense of van Joodse oorsprong zijn, zijn grote spanningen. In één of meer synagogen waren door Christus-aanhangers messiaanse onlusten gekomen. Daarom heeft de Romeinse macht in het jaar 49 op bevel van keizer Claudius grote groepen Joden de stad uit gezet. In het jaar 54 wordt Claudius opgevolgd door keizer Nero (ook geen lekkere jongen), maar wellicht konden Joden toen weer in de stad terugkeren. In die context schrijft Paulus zijn brief”[2].
Nee, de kerk in Rome heeft, zo rond het jaar 55, geen stil en rustig leven.

Intussen is het wel duidelijk – ook Gereformeerden in 2018 mogen zich, in hun eigen omstandigheden, nog steeds laten bemoedigen: de Here breekt Zijn beloften niet!

Paulus heeft zich het Kerstevangelie toegeëigend. Het is deel van hemzelf geworden. Wie de naam van Paulus noemt, zegt in één adem ook: Christus is geboren.
Christus is echt en helemaal mens geworden.
Om met de statige taal van de Nederlandse Geloofsbelijdenis te spreken: “Hij is ontvangen in de schoot van de gezegende maagd Maria door de kracht van de Heilige Geest, zonder toedoen van een man. Hij heeft niet alleen de menselijke natuur aangenomen wat het lichaam betreft, maar ook een echt menselijke ziel om werkelijk mens te zijn. Want omdat de ziel evenzeer verloren was als het lichaam, moest Hij ze beide aannemen om beide te redden”[3].

Het Kerstevangelie klinkt ook in 2018.
Dat gebeurt in een tijd waarin “driekwart van de Nederlanders zegt dat kerken weinig of niet aansluiten bij hun visie op de zin van het leven”[4].

Probleem daarbij is dat die visie verre van eenduidig is.
Nummer Eén zegt: je moet jezelf ontplooien.
Nummer Twee zegt: je moet medemensen helpen.
Nummer Drie zegt: je moet God dienen.
Nummer Vier zegt: het leven hangt aan elkaar van toeval en eigenlijk is het zinloos[5].

Dat gebrek aan eenduidigheid wordt met name veroorzaakt door het individualisme van onze tijd. Je moet jezelf zijn, zeggen de mensen. En: jij bent de moeite waard. En: jij moet jouw eigen keuzes maken.
Er wordt nadruk gelegd op de particuliere persoon.

Maar dat is maar één kant van het verhaal. Wie daarbij blijft, houdt een eenzijdig betoog. Eenzijdige redeneringen – daar zijn we goed in, vandaag de dag.
Maar er is meer[6].
In Romeinen 1 schrijft Paulus letterlijk: “geworden zijnde uit het zaad van David naar het vlees”. Voor `het zaad’ staat er in het Grieks spermatos[7]. Men kan ons woord ‘sperma’ zonder moeite herkennen.
Paulus wil maar zeggen: wij staan op de schouders van ons voorgeslacht. Kinderen, kleinkinderen en het verdere nageslacht van gelovigen horen bij het verbond. Adam, Abraham, Noach…, en ook de door de Here uitverkoren mensen van 2018 horen bij dat verbond.
Inderdaad – er is één verbond.
Daarover schrijft Paulus in het derde hoofdstuk van de brief aan de Galaten: “Welnu, zo zijn de beloften aan ​Abraham​ en aan zijn nageslacht gedaan. Hij zegt niet: En aan de nageslachten, alsof er sprake zou zijn van velen; maar van één: En aan uw Nageslacht; dat is ​Christus”[8].
Al die gelovige mensen hebben te maken met het verzoeningswerk van de ene Persoon van Jezus Christus. Een exegeet noteert: “Vandaar dat Paulus de vinger legt bij dit enkelvoud ‘zaad’ en zegt: in strikte, in eigenlijke zin is Christus Degene die God op het oog had toen Hij aan Abraham Zijn belofte gaf. Omdat Hij wist dat Christus zou komen, kon deze belofte er zijn, dat al degenen, die door het geloof van Christus zijn, deel krijgen aan wat God beloofde aan Abraham”[9].
In Christus één – dat is de achtergrond van Romeinen 1.
Christus is geboren – dat schrijft Paulus in de aanhef van zijn brief aan de christenen in Rome.
Christus is geboren – in die woorden zit verwondering: ik hoor bij Hem; dat is ongelooflijk, maar ’t is waar!
Christus is geboren – in die woorden zit een juichkreet: we staan er niet alleen voor in de wereld! Dat is Gods kinderen in Rome tot troost. Maar ook de gelovigen in Nederland, in Canada, in Amerika of waar dan ook mogen het vandaag beseffen: we staan er niet alleen voor in de wereld!
Christus is geboren – daarin zit verbondenheid: het geloof is ons vóórgeleefd, en wij geven het geloof weer door aan de familie, en aan andere mensen in onze omgeving.

Christus is geboren!
Die uitroep van verwondering, blijdschap en verbondenheid klinkt in 2018 nog altijd.
Wij zijn verbonden aan Christus. En vervolgens ook aan elkáár.
In de kerk moeten we ons erin trainen om ons tegen individualisme en egoïsme te blijven verzetten.
Joep de Hart, een onderzoeker van het Sociaal en Cultureel Planbureau, zegt: “In de kerk is een enorme sociale bewogenheid. Kerkleden doen twee keer zoveel vrijwilligerswerk als buitenkerkelijken. Die sociale dimensie zit ook in de opvoeding die zij hun kinderen geven. Je moet dus niet te luchtigjes doen over ontkerkelijking. Er worden kraters geslagen in de samenleving”[10].

In feite roept Paulus ons op om het verbond dat God met Zijn kinderen sloot nooit te vergeten.
En impliciet klinkt de vermaning: vergeet de heilshistorie niet. Om het tenslotte met de Nederlandse Geloofsbelijdenis te zeggen: “…één van beide: òf in Jezus Christus is niet alles wat voor ons heil nodig is, òf dit alles is wel in Hem en dan heeft hij die Jezus Christus door het geloof bezit, al zijn heil”[11].

Dat heil geeft ons alle reden om er, overal ter wereld, feestelijke Kerstdagen van te maken!

Noten:
[1] Romeinen 1:1, 2 en 3.
[2] Geciteerd van http://www.aartveldhuizen.nl/page/bijbelbijspijkeren-romeinen-1 ; geraadpleegd op woensdag 19 december 2018. Veldhuizen is geestelijk verzorger, supervisor en predikant in de Protestantse Kerk te Langweer.
[3] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 18.
[4] Geciteerd van https://nos.nl/artikel/2264211-ontkerkelijking-zet-door-weinig-vertrouwen-in-religieuze-organisaties.html ; geraadpleegd op woensdag 19 december 2018.
[5] Zie hiervoor bijvoorbeeld https://www.happinez.nl/spiritualiteit/alles-dat-je-wilt-weten-over-de-zin-van-het-bestaan/ ; geraadpleegd op woensdag 19 december 2018.
[6] In het onderstaande gebruik ik onder meer: Ds. Joh. Francke, “Gerechtigheid uit het geloof; Schetsenbundel over de brief aan de christenen te Rome”. – Groningen: De Vuurbaak bv. – derde druk, 1984. – p. 22.
[7] Zie de onlineversie van de Studiebijbel; oorspronkelijke tekst van Romeinen 1:3.
[8] Galaten 3:16.
[9] Geciteerd uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Galaten 3:16.
[10] Geciteerd van https://nos.nl/artikel/2264211-ontkerkelijking-zet-door-weinig-vertrouwen-in-religieuze-organisaties.html .
[11] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 22.

21 december 2018

Liefdevol dienstbevel

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

De profeet Jesaja voert namens de Heer van hemel en aarde lang het woord.
In zesenzestig hoofdstukken geeft Hij Gods Boodschap door.
Vandaag attendeer ik graag op een woord uit Jesaja 55: “Neig uw oor en kom tot Mij, luister, en uw ziel zal leven; want Ik zal met u een eeuwig ​verbond​ sluiten: de betrouwbare gunstbewijzen aan ​David”[1].

Jesaja 55 wordt zo’n zevenentwintig eeuwen geleden uitgesproken.
Gods volk leeft in ballingschap. Die verbanning is een straf van God. Hij is woedend over de zonde van Zijn onderdanen. Steeds weer liepen zij bij Hem weg! Steeds weer meende Israël dat het gras bij de buurman toch een stuk groener was!
Daarom is het volk van God in ballingschap gevoerd.
Israël is ver weg van het land dat hen door God is toegewezen. God staat op afstand. Zijn genade en liefde lijken geheel en al te zijn verdwenen.

Maar Jesaja mag zeggen: na zeventig jaar ballingschap zal het volk door de trouwe Verbondsgod weer naar Jeruzalem teruggebracht worden.
En dan doet Jesaja in hoofdstuk 55 een merkwaardige oproep: ‘Kom allemaal maar hierheen! Bij mij kun je eten kopen! Gratis en voor niets!’.

In vers 1 staat twee keer dat woord ‘kom’. En in vers 3 klinkt nog eens die oproep: ‘kom!’.
Een predikant attendeerde in een preek eens op een belangrijke regel bij het Bijbellezen: “Als iets één keer in de Bijbel staat, dan is het belangrijk. Als iets twee keer in de Bijbel staat (of in een klein stukje), dan wordt het nog belangrijker. En als iets drie keer in een klein stukje staat, dan is het héél belangrijk”[2].
De inzet van Jesaja 55 mogen we daarom gerust beschouwen als een dienstbevel. Een liefdevol dienstbevel, weliswaar. Maar toch.

Waar gaat het in dit hoofdstuk om?

Het volk om Jesaja heen moet, in het algemeen genomen, hard werken om salaris te ontvangen. En het ergste is dat zij met het door hen verdiende geld alleen maar brood kunnen kopen dat de maag voor een paar uur vult.
In geestelijke zin: de mensen voeren allerlei rituelen uit. Maar die godsdienstige gewoontes leveren per saldo weinig op. En zeker in een vreemd land verwateren die godsdienstige gewoontes heel snel. Ze zakken weg. Nog even en niemand weet meer hoe men God dienen moet…
Welnu – de God van het verbond laat blijken dat bij Hem voedsel te krijgen waarmee je voor eeuwig verder kunt. Met dat voedsel kun je eeuwig leven. Luister naar Gods Woord en leef ermee – dan kom je op korte en lange termijn veel beter uit. Gods Woord: dat is voedsel waarmee je de eeuwigheid in kunt!

Jesaja spreekt over David.
Waarom?
Bijvoorbeeld vanwege 2 Samuël 7. In dat hoofdstuk ontvangt David een belofte: “Wanneer uw dagen voorbij zijn en u met uw vaderen ontslapen bent, zal Ik uw nakomeling na u, die uit uw lichaam voortkomt, doen opstaan en Ik zal zijn koningschap bevestigen. Die zal voor Mijn Naam een ​huis​ bouwen, en Ik zal de ​troon​ van zijn koningschap voor eeuwig bevestigen. Ík zal hem tot een Vader zijn, en híj zal Mij tot een zoon zijn, wat wil zeggen: als hij zich misdraagt, zal Ik hem terechtwijzen met een stok als van mensen en met slagen als van mensenkinderen. Maar Mijn goedertierenheid zal van hem niet wijken, zoals Ik die deed wijken van ​Saul, die Ik voor uw ogen weggenomen heb”[3].

Deze belofte komt in Jesaja 55 terug. En Jesaja maakt het duidelijk: heel ver in het nageslacht van David zal de Verlosser geboren worden. Jezus Christus, de Messias, zal naar de aarde komen. De Zoon van God wordt mens. Door Zijn lijden, sterven en opstanding komt ons leven in het perspectief van de eeuwigheid te staan.
Jezus Zelf zegt in Johannes 6: “Ik ben het Brood des levens; wie tot Mij komt, zal beslist geen honger hebben, en wie in Mij gelooft, zal nooit meer dorst hebben”[4].
Dat brood vult ons leven in de eeuwigheid!

Laten wij het bovenstaande eens vergelijken met hedendaagse gedachten.
Het Nederlands Dagblad publiceerde afgelopen zaterdag, 15 december, een interview met Lilianne Ploumen – eertijds minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, thans Tweede Kamerlid voor de Partij van de Arbeid.
In het Nederlands Dagblad zegt zij: “Weet je, als je gewoon een beetje fatsoenlijk je leven leidt en je bent aardig voor andere mensen, ga je echt niet naar de hel, hoor. Hou op. Met de hemel komt het allemaal wel goed, voor iedereen. Daar ben ik van overtuigd. Behalve dan voor de mensen die ik net noemde. Ik denk niet dat God ­bestaat, maar dat geeft niet. Het is fijn om soms tegen het geloof aan te kunnen leunen of om te proberen uit de dagelijkse beslommeringen te treden, en jezelf voor te houden dat je op een andere manier naar dingen kunt kijken. Het geloof gaat er voor mij meer om dat we met elkaar het ­goede proberen te doen. Zelfcontemplatie en een sociale functie, maar dat klinkt zo rationeel”[5].

Lilianne Ploumen lijkt mij een alleszins sympathiek mens. Daadkrachtig en bekwaam.
De terreurstrijders van ISIS – nee, die komen, zegt Lilianne, niet in Gods woonplaats. Maar met de nette mensen komt het wel in orde, zegt zei ook.
Dat klinkt prachtig.
Alleen maar – het is onzin. Het is nonsens om te geloven dat een fatsoenlijk leven een entreekaartje voor de hemel is.

Jesaja 55 leert ons dat wij, om zo te zeggen, het brood van het leven mogen en moeten eten.
Met de Dordtse Leerregels zeggen we: “… zij die het aannemen en de Verlosser Jezus met een echt en levend geloof omhelzen, worden door Hem van de toorn van God en van de ondergang verlost, en zij ontvangen door Hem het eeuwige leven”[6].
Dat is warempel iets anders dan tegen het geloof aanleunen. Het geloof is geen steunbeer. Het is een perspectief, voor nu en voor later. Het is een levensovertuiging die alles in het leven doortrekt. Leven met Jezus Christus op deze aarde – dat smaakt naar meer. En daarom bereiden we ons daar zorgvuldig op voor!

Je komt niet in de hemel als je aardig bent, en prettig in de omgang.
Het is te makkelijk om te zeggen: je moet anders naar de wereld kijken.
Het is onvoldoende om op te merken: laten wij proberen het goede te doen.

Alles cirkelt om het verlossingswerk van de Heiland. En Hij zegt: kom bij Mij! En: volg Mij!
Met dat uitgangspunt ga je als vanzelf anders naar de wereld kijken.
Dat is het startpunt voor de goede dingen die je gaat doen.
Wat meer is: je blik op de toekomst wordt anders. Want de God van hemel en aarde geeft daaromtrent fantastische garanties.

Jezus Christus zegt: ‘Kom!’.
Dat heeft weinig te maken met leunen tegen het geloof.
Nee, de kerk is geen aanleunwoning.

Noten:
[1] Jesaja 55:3.
[2] Geciteerd van http://www.prekenweb.nl/nl/Preek/Open/19747 ; geraadpleegd op zaterdag 15 december 2018. De preek, met als tekst Jesaja 55:2, is van dominee W. Visscher. Visscher is predikant van de Gereformeerde Gemeente te Amersfoort.
[3] 2 Samuël 7:12-15.
[4] Johannes 6:35.
[5] “Leunen tegen het geloof” – portret van Lilianne Ploumen. In: ND7, bijlage bij het Nederlands Dagblad, zaterdag 15 december 2018, p. 5 en 6. Citaat van p. 5.
[6] Dordtse Leerregels, hoofdstuk I, artikel 4.

20 december 2018

Copieuze maaltijd

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

De profeet Jesaja voert namens de Heer van hemel en aarde lang het woord.
In zesenzestig hoofdstukken geeft Hij Gods Boodschap door.
Vandaag attendeer ik graag op een woord uit Jesaja 25: “En Hij zal op deze berg verslinden de sluier waarmee het gezicht van alle volken omsluierd is, en de bedekking waarmee alle naties bedekt zijn. Hij zal de dood voor altijd verslinden, de Heere HEERE zal de tranen van alle gezichten afwissen en de smaad van Zijn volk wegnemen van heel de aarde, want de HEERE heeft gesproken”[1].

In Jesaja 25 is het feest. Er wordt een maaltijd klaargemaakt. En geen kleintje ook. Want het is een maaltijd voor alle volken op de wereld.
Op de dag dat alles voor die maaltijd wordt klaargezet, zeggen de volgelingen van Jezus Christus: dit is waar wij altijd op hebben gewacht. Zij zeggen: ja, wij wisten wel dat deze dag komen zou!

De tegenstanders van God worden weggemaaid: “Maar ​Moab​ zal onder Hem worden vertrapt, zoals stro vertrapt wordt in de mest. Hij zal Zijn handen te midden van hem uitspreiden, zoals een zwemmer ze uitspreidt om te zwemmen”[2].
Ziet u de zwemmer voor u? Met machtige armbewegingen maait hij het water weg. Want Hij wil vooruit komen, en het liefst zo snel mogelijk! Een beetje in de stijl van Maarten van der Weijden – olympisch kampioen en wereldkampioen bij het openwaterzwemmen[3].
Zo worden de vijanden van God aan de kant gemaaid. Er komt ruim baan voor Jezus Christus en Zijn volgelingen. Zij schuiven allen aan de feesttafel!

Ja, het is feest in Jesaja 25.
Alle volken hebben een sluier om.
Die sluier is een teken van rouw. Van diep verdriet. Het is immers duidelijk dat er in de wereld van alles mis is. De aarde, die door de grote God geschapen is, gaat kapot aan misdaad en zonde.
Maar die sluier wordt niet zomaar weggegooid. Nee, dat teken van de rouw wordt verzwolgen! Gulzig weggeslikt! Opgeslokt! Met andere woorden: je vindt die sluier niet eens meer terug op de vuilnisbelt. Oftewel: over de dood hoeft niemand zich meer druk te maken.
De dood?
Daar heeft de Here van hemel en aarde maar één boodschap aan: weg ermee!

Christenen werden tot voor kort aan de kant gezet.
Maar zij worden nu naar voren geduwd. Zij komen op de voorgrond te staan.

Kortom – de Here grijpt structureel in. De wereld wordt weer schoon. De schepping wordt gere-creëerd, en wordt weer prachtig. Alle ouderdom en slijtage worden op slag ouderwets.

Het is belangrijk dat wij het bovenstaande goed voor ogen hebben.

Wij leven in een hap-snap wereld. Een wereld die leeft van momentjes en fragmentjes. Een treffend voorbeeld daarvan is de verkiezing van de Politicus van het Jaar.
Het Reformatorisch Dagblad berichtte in de avond van maandag 17 december: “VVD’er Klaas Dijkhoff is gekozen tot politicus van het jaar. De voorzitter van de liberale fractie in de Tweede Kamer was regelmatig in het nieuws met zijn ideeën, die al snel ‘proefballonnen’ werden genoemd”[4].
Het Nederlands Dagblad schreef sarcastisch: “Het is een rare competitie, waarmee een medium vooral díé politici beloont die het hele jaar door al met aandacht door de media zijn beloond. Opschudding veroorzaken, rabiate uitspraken, aandacht trekken: je koopt daar tickets mee voor de nieuwsrubrieken en de praattafels. En vervolgens betaalt zich dat uit in de populariteitspoll”.
En:
“Dat ditmaal Dijkhoff gelauwerd wordt, is de ironie gekroond. Als fractieleider van de grootste coalitiepartner heb je maar één (vaak zeer ondankbare) taak: ‘jouw’ premier en z’n kabinet overeind houden. Dus heeft Dijkhoff bijvoorbeeld door dik en dun het plan van Rutte III gesteund om de dividendbelasting af te schaffen. Volgens hetzelfde opiniepanel was dat dé politieke klucht van het jaar. Maar het raakt Dijkhoffs reputatie kennelijk niet; hij wordt vooral herinnerd om z’n proefballonnetjes. (…) De VVD-voorlichtingsmachine is inmiddels heer en meester in het verzinnen van zulke afleidingsmanoeuvres. Dijkhoff was beurtelings de boer en de joker op de politieke speeltafel; het volkse gezicht van de liberalen, de getapte Brabantse populist die zo fijn contrasteerde met de gladde Haagse premier”[5].

Tegenover die hap-snapwereld zet de Heer van de kosmos structurele maatregelen.
Want dat bericht over die maaltijd is geen incident.
Denkt u maar aan Exodus 12 – de instelling van het Pascha: “U moet het in bewaring houden tot de veertiende dag van deze maand, en heel de verzamelde gemeenschap van Israël zal het slachten tegen het vallen van de avond. En zij zullen van het ​bloed​ nemen en het aan de beide deurposten strijken en aan de bovendorpel, aan de ​huizen​ waarin zij het eten zullen. Zij moeten het vlees dezelfde nacht nog eten; op vuur gebraden, met ongezuurde broden, en met bittere kruiden moeten zij het eten”[6].
En aan Mattheüs 9 – de roeping van Mattheüs: “En ​Jezus​ ging vandaar verder en zag iemand in het tolhuis zitten, die Mattheüs heette; en Hij zei tegen hem: Volg Mij! En hij stond op en volgde Hem. En het gebeurde, toen Hij in het huis van Mattheüs aanlag, zie, veel ​tollenaars​ en zondaars kwamen en lagen met ​Jezus​ en Zijn discipelen aan. En toen de ​Farizeeën​ dat zagen, zeiden zij tegen Zijn discipelen: Waarom eet uw Meester met de ​tollenaars​ en zondaars? Maar ​Jezus, Die dat hoorde, zei tegen hen: Wie gezond zijn, hebben geen dokter nodig, maar wie ​ziek​ zijn”[7].
En aan Mattheüs 22 – de gelijkenis van de koninklijke bruiloft: “Zie, ik heb mijn middagmaal gereedgemaakt; mijn ossen en de gemeste dieren zijn geslacht, en alle dingen zijn gereed. Kom naar de bruiloft”[8].
En aan Lucas 15 – de gelijkenis van de verloren zoon. Als de verloren zoon uiteindelijk weer thuis gekomen is zegt zijn vader: “Haal het beste gewaad tevoorschijn en trek het hem aan en geef hem een ​ring​ aan zijn hand en ​sandalen​ aan zijn voeten. En breng het gemeste kalf en slacht het, en laten we eten en vrolijk zijn”[9].
En aan Openbaring 3 – de brief aan de gemeente van Laodicea: “Zie, Ik sta aan de deur en Ik klop. Als iemand Mijn stem hoort en de deur opent, zal Ik bij hem binnenkomen en de maaltijd met hem gebruiken, en hij met Mij”[10].
De verlossing die God aanbiedt geeft reden voor een feest vol hemelse glorie.
Dat is nog eens wat anders dan politieke probeersels in de lage landen aan de zee!

Laten we elkaar nog even op Jesaja 25 wijzen.
Daar staat: “De HEERE van de legermachten zal op deze berg voor alle volken een feestmaal met uitgelezen gerechten aanrichten”.
De legermachten moeten klaarblijkelijk een ander uniform aan gaan trekken.
De soldaten worden obers. Zij worden kelners. Zij hoeven hun vechttechnieken niet meer te oefenen. Zij worden ingelijfd in het bedienend personeel van de Here God.
Zo wordt het feest compleet.
Ja – het festijn zal tot in eeuwigheid duren!

Noten:
[1] Jesaja 25:7 en 8.
[2] Jesaja 25:10 en 11 a.
[3] Zie voor meer informatie over Maarten van der Weijden  https://nl.wikipedia.org/wiki/Maarten_van_der_Weijden en http://www.beter.nu/ ; geraadpleegd op dinsdag 18 december 2018.
[4] Geciteerd van https://www.rd.nl/vandaag/politiek/vvd-er-klaas-dijkhoff-politicus-van-het-jaar-1.1535225 ; geraadpleegd op dinsdag 18 december 2018.
[5] Sjirk Kuijper, “Dijkhoff de Rutte-drager”. Commentaar in: Nederlands Dagblad, dinsdag 18 december 2018, p. 3.
[6] Exodus 12:6, 7 en 8.
[7] Mattheüs 9:9-12.
[8] Mattheüs 22:4 b.
[9] Lucas 15:22 en 23.
[10] Openbaring 3:20.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.