gereformeerd leven in nederland

25 februari 2019

Licht schijnt in een schijnwereld

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

“Misdaadorganisaties dreigen onze samenleving te ondermijnen met hun nietsontziende criminele activiteiten. Deze zware vorm van georganiseerde criminaliteit is weliswaar niet altijd direct even zichtbaar, maar is bezig zich sluipenderwijs in te vreten in de fundamenten van onze samenleving”.
Zo staat dat in de krant[1].
Dat is de situatie van 2019.

De gewone burger voelt zich wellicht machteloos. Wat moet je tegen zo’n onzichtbare macht doen?
De Gereformeerde kerkmens heeft misschien het gevoel dat hij in een andere wereld leeft. En dat is ook zo. Hij is immers toegetreden tot het koninkrijk van God?
En ja, misschien heeft die kerkmens ook wel het idee: laat maar, je kunt er toch niets meer tegen uitrichten.

Verandert er fundamenteel eigenlijk wel iets in de wereld?
Je zou denken van niet.

Sterker – in Jeremia 7 is het nog een graadje erger.
Want daar blijkt het gros van het kerkvolk bedorven te wezen: “Stelt uw vertrouwen niet op bedrieglijke woorden: Des Heren tempel, des Heren tempel, des Heren tempel is dit! een, als gij werkelijk uw handel en wandel betert, als gij werkelijk onder elkander recht doet, vreemdeling, ​wees​ en ​weduwe​ niet verdrukt, geen onschuldig ​bloed​ vergiet op deze plaats en ​andere ​goden​ niet achternaloopt, u tot onheil, dan wil Ik u op deze plaats, in het land dat Ik aan uw vaderen gegeven heb, laten wonen van eeuw tot eeuw. Zie, gij stelt uw vertrouwen op bedrieglijke woorden, zonder bate. Wat? Stelen, doodslaan, echtbreken, vals zweren, voor de ​Baäl​ ​offers​ ontsteken en ​andere ​goden​ achternalopen, die gij niet gekend hebt – en komt gij dan staan voor mijn aangezicht in dit ​huis, waarover mijn naam is uitgeroepen, en zegt: Wij zijn geborgen! ten einde al deze gruwelen te bedrijven? Is dit ​huis, waarover mijn naam is uitgeroepen, in uw ogen een rovershol? En Ik – zie, Ik heb het wel degelijk opgemerkt, luidt het woord des Heren”[2].

Die proclamatie richt Jeremia aan het adres van mensen die naar de tempel gaan.
De vraag hangt in de lucht: kunt u zo wel naar de kerk gaan?
De kwestie die de profeet aan de orde stelt is deze: je komt er niet met keurige ritueeltjes, met nette kerkgang, met kerkelijke gewoontes die er mooi uit zien.
God prikt moeiteloos door een schijnwereld heen.

Het gaat niet om een schijnwereld, maar om een wereld waarin een licht schijnt.
Het licht van Mattheüs 5 bedoel ik: “U bent het licht van de wereld. Een stad die boven op een berg ligt, kan niet verborgen zijn. En ook steekt men geen ​lamp​ aan en zet die onder de korenmaat, maar op de standaard, en hij schijnt voor allen die in het huis zijn. Laat uw licht zo schijnen voor de mensen, dat zij uw goede werken zien en uw Vader, Die in de hemelen is, verheerlijken”[3].
De mensen moeten het licht zien. In huis. En als het een beetje wil, schijnt het licht ook nog een beetje naar buiten.

Misschien… heel misschien schijnt het licht dan ook in de schijnwereld.

Dat samengestroomde volk uit Jeremia 7 ziet Jeremia wel aankomen.

De Gereformeerd-vrijgemaakte predikant H. Bouma (1917-2000) omschreef de situatie in een preek eens zo.
Juda weet zich “zich veilig binnen de tempel, die als het ware een asiel vormt in de internationale ellende en spanningen. En men heeft daarvan zelfs z’n feestlied gemaakt. Een kort maar krachtig lied dat zo luid: Des HEREN  tempel, des HEREN tempel, des HEREN tempel is dit!
In de oorspronkelijke taal staat: des HEREN  tempel zijn deze. Daarbij denkt men aan al die gebouwen, er staat namelijk een heel tempelcomplex.
In dat simpele lied, waarin tot drie keer toe wordt genoemd des HEREN tempel, wil men blijkbaar, krachtens die herhaling, de grootst mogelijke nadruk er op leggen, dat deze gebouwen van niemand minder dan van God ZELF zijn. Het is, alsof ze het Hem, die hier tussen de cherubs woont, krachtig en overluid willen toeroepen: HERE, dit alles is toch van U? Daarom moet U maar over uw eigen huis en over uw volk, dat tot eer van U z’n psalmen zingt, de wacht houden. Dit is toch UW huis. U zult het sparen, o God.
Het is alsof men de HERE wil bezweren. Alsof men het Hem wil duidelijk maken: HERE, zie toch eens hoe druk wij bezig zijn met Uw dienst. Laat dit eens te meer reden voor U zijn, ons te sparen. Want als de Egyptische farao komt, of als Nebukadnezar de stad veroverd en het volk zal wegvoeren in ballingschap, wie zal er dan nog zijn om uw eredienst te vervullen? Wij zijn er toch? Houdt dat dan in stand. En als òf de één òf de ander, farao Necho òf Nebukadnezar, uw tempel zal verwoesten, HERE, waar zult U dan nog een plaats op aarde overhouden om er te wonen? Daarom zingen de Judeeërs uit volle borst hun psalm: des HEREN tempel, des HEREN tempel, des HEREN tempel is dit!
En dan in één keer, terwijl het feest zijn hoogtepunt bereikt, verschijnt daar in de tempelpoort,  die toegang geeft tot het voorplein, de gestalte van de profeet Jeremia.
En hoor, hij heeft een boodschap van de HERE, voor hen allemaal.
O ja, ze verwachtten inderdaad een godswoord van de profeet.  Een antwoord op hun eredienst, op hun psalm. Ze rekenen erop dat de HERE  nu toch zou zeggen: stil maar mensen, Ik heb het wel gehoord hoor, Ik heb het wel gezien, Ik zal uw lot wenden en Ik zal u doen gaan op wegen van zegen.
Ik zal aan priesters bevelen, dat ze u die heerlijke zegen meegeven naar uw huizen toe. Dat u vrede krijgt.
Ja, ze rekenden stellig op zo’n goddelijke boodschap. En daar menen ze temeer reden voor te hebben als ze bedenken, dat lang niet alle Judeeërs aan dit feest zijn gaan meedoen.
Ondanks de hervorming die koning Josia heeft doorgevoerd zijn veel Israëlieten opnieuw vervallen in de diensten van andere goden, in de goden van deze eeuw.
Als de HERE dat ziet, dat zij het zijn dan zal Hij toch wel erg blij zijn, dat er toch nog mensen zijn overgebleven die Hem dienen. Dat er nog een ware kerk is, die in zijn heilige tempel samenkomt. Ja, de HERE zal stellig heel blij zijn met dit feest, in zijn tempel. Daarom verwacht men nu een blijde boodschap van de profeet. Men rekent op niet minder dan de vervulling van Gods zegen over het leven. Men rekent op niet minder dan: nu zal het vrede worden.
Maar dan opent de profeet zijn mond: Hoort het Woord des HEREN, o, gans Juda. Gij die door deze poorten binnenkomt om u neder  te buigen voor de HERE; zo zegt de HERE der heerscharen, de God van Israël: Stelt uw vertrouwen niet op bedrieglijke woorden. Bedrieglijke woorden.
Zo noemt de profeet in Gods naam het mooie psalmliedje, dat men zong over de tempel van de HERE.
Bedrieglijke woorden”[4].

Wat een tegenvaller zal dat in Jeremia 7 geweest zijn!

Maar hoe zou het gaan als iets dergelijks in 2019 gebeurde?
Wat zouden wij zeggen als een woordvoerder namens God zei: u doet als paar Gereformeerden wel uw best, maar het is voornamelijk buitenkant…?

Wat het antwoord ook zijn moge – in Jeremia 7 klinken waarschuwingen:
* laat u niet meeslepen in een wereld vol misdaad en criminaliteit
* blijf niet hangen in de gedachte dat deze wereld niet meer te redden is
* blijf zo dicht mogelijk in de buurt van uw Redder!

Dit artikel begint met de strijd tegen synthetische drugs: middelen als efedrine, amfetamine, XTC.
Verdovende middelen dus. Middelen die je in een roes brengen. Bewustzijnsverruimende middelen.

Dergelijke middelen hebben we in de kerk niet nodig.

Door Gods Woord hebben we al zicht op een andere wereld.
Een wereld waar alle schijn heeft afgedaan. Een wereld die voor eeuwig blijft bestaan.
Het is die wereld waarover Jezus het in Mattheüs 5 heeft: “Zalig bent u als men u smaadt en vervolgt, en door te liegen allerlei kwaad tegen u spreekt, omwille van Mij. Verblijd en verheug u, want uw loon is groot in de hemelen, want zo hebben ze de profeten vervolgd die er vóór u geweest zijn”[5].

Noten:
[1] “Extra agenten voor strijd tegen synthetische drugs”. In: Nederlands Dagblad, maandag 18 februari 2019, p. 1.
[2] Jeremia 7:4-11.
[3] Mattheüs 5:14, 15 en 16.
[4] De preek van ds. H. Bouma gaat over Jeremia 7:1-15 en is gedateerd op zondag 14 augustus 1983. Thema en verdeling van de preek luiden als volgt:
Jeremia’s profetie tegen Juda’s vals vertrouwen op zijn tempel.
Jeremia predikt hierin:
1. de voorwaarde die de HERE verbindt aan zijn tempelzegen (de verzen 1 tot en met 7).
2. de schending van Gods tempelwet door Juda (vers 8 tot en met 11 a).
3. de onafwendbare komst van het tempelgericht (vers 11 b tot en met 15).
[5] Mattheüs 5:11 en 12.

Geef een reactie »

Nog geen reacties.

RSS feed for comments on this post. TrackBack URI

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Blog op WordPress.com.