gereformeerd leven in nederland

29 maart 2019

Op zoek naar de wijsheid

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

“De uil van Minerva spreidt zijn vleugels bij het vallen van de avond”.
Aldus sprak de heer Baudet van het Forum voor Democratie.
Het was de openingszin van zijn speech op de avond van de verkiezingsdag voor Provinciale Staten en de Eerste Kamer; op 20 maart jongstleden.

Minerva is de Romeinse godin van het verstand, van de vindingrijkheid, van de wijsheid. Dat laatste leidde er indertijd toe dat de uil het symbool van Minerva werd.
Welnu, suggereert Baudet, die uil is nu weer opgestegen.
Het gaat, zo wordt impliciet verkondigd, om het voortbestaan van de westerse beschaving. Met veel theater manifesteert de partijleider van het Forum voor Democratie zich als de redder van die beschaving.
Baudet pakt de boel aan!
Baudet gaat er wat aan doen![1]

Dat spreekt aan. De hoop in de samenleving flakkert op. Is deze man, die zowat in elke zin laat blijken hoe erudiet hij is, de redder van de Westerse samenleving? Brengt de heer Baudet de maatschappij weer terug op het niveau waar zij thuishoort?

Als we die vraag beantwoorden is het nuttig kennis te nemen van een metafoor van de Duitse filosoof Georg Wilhelm Friedrich Hegel (1770-1831). Hij noteerde eens: “Die Eule der Minerva beginnt erst mit der einbrechenden Dämmerung ihren Flug”; de uil van Minerva begint pas bij het aanbreken van de avondschemering haar vlucht. Hegel bedoelde: men kan pas inzichtelijke kennis van een gebeurtenis krijgen als die geschiedenis is geworden[2].
Alleen al de beeldspraak van Hegel geeft ons alle reden om de heer Baudet en de zijnen niet al te snel op het schild te heffen.

Trouwens, al sinds mensenheugenis zoeken mensen naar wijsheid.
Menselijke wijsheid kan van groot belang zijn. De ontwikkelingen worden dan op een goede manier gestuurd. Maar in feite hebben mensen slechts een zeer beperkt denkraam. Het overzicht dat mensen hebben is, als het erop aan komt, begrensd en bekrompen. En er is geen mens die alles weet.
En ja – Job kwam tot een conclusie die ligt in het verlengde van het bovenstaande. Uit hoofdstuk 28 citeer ik:
“De wijsheid dus, waar komt zij vandaan,
en waar is de plaats van het inzicht?
Zij is bedekt voor de ogen van alle levenden,
en voor de vogels in de lucht is zij verborgen”[3].

Paulus schrijft in 1 Corinthiërs 1 in dezelfde lijn: “Immers, de ​Joden​ vragen om een teken en de Grieken zoeken wijsheid; wij echter prediken ​Christus, de Gekruisigde, voor de ​Joden​ een struikelblok en voor de Grieken een dwaasheid. Maar voor hen die geroepen zijn, zowel ​Joden​ als Grieken, prediken wij ​Christus, de kracht van God en de wijsheid van God. Want het dwaze van God is wijzer dan de mensen en het zwakke van God is sterker dan de mensen”[4].

De Gereformeerd-vrijgemaakte predikant en hoogleraar K. Deddens (1924-2005) zei over 1 Corinthiërs 1 in een preek eens: de apostel Paulus wil het “van alle kanten laten zien aan de Corinthiërs dat de prediking van het kruis van de Here Jezus Christus de grootste kracht en de hoogste wijsheid van God is.
En hij voegt er dan meteen antithetisch aan toe, dat in heel de wereld van zijn dagen deze prediking van Christus’ kruis niet anders gezien wordt dan als zwakheid en dwaasheid.
De prediking van dat kruis, zegt de apostel, is voor de Joden een aanstoot en voor de Grieken een dwaasheid.
En hij wil dat met nadruk vooropstellen in zijn brief aan de hoogmoedige gemeente van Corinthe: de prediking van het kruis van de Christus ligt niet in de lijn van het menselijk zoeken.
Integendeel: het menselijk zoeken beweegt zich hoe langer hoe verder van het kruis van Christus af, omdat de Joden een teken begeren en de Grieken wijsheid zoeken.
Maar in die weg van het menselijk zoeken, door Joden en Grieken, wordt dan ook nooit het uitgangspunt en de oplossing gevonden, maar blijft het leven altijd weifelend zoeken.
Waar de hoogmoedige levenshouding niet gebroken is, daar zal ook nooit de hoogste wijsheid van het leven ontdekt worden, want alleen daar, waar de erkenning is dat Jezus Christus geworden is wijsheid van God, en dat God door de dwaasheid der prediking beschaamd heeft de wijsheid der wereld, alleen daar is het leven, en kan het leven opbloeien”[5].

Terug nu naar de heer Baudet.
Op 20 maart sprak hij: “Net als al die andere landen van onze boreale wereld, worden we kapotgemaakt door de mensen die ons juist zouden moeten beschermen. We worden ondermijnd door onze universiteiten, onze journalisten. Door de mensen die onze kunstsubsidies ontvangen en die onze gebouwen ontwerpen. En vooral worden we ondermijnd door onze bestuurders”[6].
De boreale wereld – dat betekent: de noordelijke wereld. Boreas is de Griekse god van de noordenwind – vandaar.
Maar dat woord ‘boreaal’ heeft, om zo te zeggen, een geschiedenis met een vuiltje.
Heinrich Himmler, een vooraanstaand oorlogsmisdadiger in de Tweede Wereldoorlog, was van mening dat het arische ras uit een mythische noordelijke provincie afkomstig was: Hyperborea[7].
Die term komt ook terug in het werk van de Franse extreemrechtse historicus Dominique Venner[8].
Het gebruik van het woord ‘boreaal’ getuigt niet bepaald van grote wijsheid!

Voor Gereformeerde mensen is het ondertussen wel duidelijk: bij de Heiland is oneindige wijsheid te vinden.
Laten we het Paulus in 1 Corinthiërs 1 maar nazeggen: “Maar uit Hem bent u in ​Christus​ ​Jezus, Die voor ons is geworden wijsheid van God en ​gerechtigheid, ​heiliging​ en verlossing, opdat het zal zijn zoals geschreven staat: Wie roemt, laat hij roemen in de Heere”[9].

Noten:
[1] Zie hierover ook https://www.telegraaf.nl/nieuws/3328038/dit-bedoelt-baudet-met-zijn-uil-van-minerva ; geraadpleegd op donderdag 28 maart 2019.
[2] Zie hierover https://nl.wikipedia.org/wiki/Georg_Wilhelm_Friedrich_Hegel ; geraadpleegd op donderdag 28 maart 2019.
[3] Job 28:20 en 21.
[4] 1 Corinthiërs 1:22-25.
[5] De betreffende preek is gedateerd op zondag 19 mei 1974, en heeft als tekst Prediker 10:8-11. Thema en verdeling van de preek luiden als volgt:
“De bescherming van de arbeid door de wijsheid
Wij zien achtereenvolgens:
1. de wijsheid verwerkt het lijden in de arbeid,
2. de wijsheid verlicht de strijd van de arbeid,
3. de wijsheid bezweert het kwaad bij de arbeid”.
[6] Geciteerd van https://www.trouw.nl/democratie/de-uil-van-minerva-en-de-boreale-wereld-wat-zei-baudet-nou-eigenlijk-~ac79ea83/ ; geraadpleegd op donderdag 28 maart 2019.
[7] Zie over Heinrich Himmler https://nl.wikipedia.org/wiki/Heinrich_Himmler ; geraadpleegd op donderdag 28 maart 2019.
[8] Zie over Dominique Venner https://nl.wikipedia.org/wiki/Dominique_Venner ; geraadpleegd op donderdag 28 maart 2019.
[9] 1 Corinthiërs 1:30 en 31.

28 maart 2019

Uit de bocht

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: ,

Reinier Sonneveld schreef een spraakmakend boek. ‘Het vergeten Evangelie’ heet het. Dat boek, dat in september 2018 verscheen, is zonder twijfel heel meeslepend geschreven[1][2].

Wat is de kern van dat boek?
Dick Schinkelshoek schreef in het Nederlands Dagblad nuchter: “Het enige dat hier gebeurt, is dat een absoluut gestelde kijk op de verzoening (namelijk dat Jezus de goddelijke straf droeg) voor een ándere absoluut gestelde visie op verzoening (dat Jezus overwinnaar is) wordt ingeruild”[3].

Christus Victor – Christus is Overwinnaar. Dat is het Evangelie, zegt Sonneveld.

De publicatie werd door velen heel positief gerecenseerd. Iemand schreef bijvoorbeeld: “Reinier Sonneveld laat op een heel verfrissende manier zien hoe Jezus volgens de evangeliën de mensheid redt. Wat theologen vaak voorstellen als een ingewikkeld probleem, ontrafelt hij op toegankelijke en overtuigende manier… Prijzenswaardig is ook Sonnevelds stijl: hij schrijft creatief, met een overdaad aan vaak goed gevonden metaforen”[4].

Dat klinkt allemaal prachtig.
De wereld ziet er, in eerste instantie althans, reuze zonnig uit.
Maar als we wat beter kijken schuiven er toch wat wolken voor de zon.

Laten we eerst even kijken naar de Nederlandse Geloofsbelijdenis. Ik citeer: “De godheid hield niet op in Hem te zijn, evenals zij in Hem was toen Hij een klein kind was, hoewel zij zich voor korte tijd niet openbaarde. Daarom belijden wij dat Hij echt God en echt mens is: echt God om door zijn kracht de dood te overwinnen, echt mens om voor ons te kunnen sterven vanwege de zwakheid van zijn vlees”[5].
En:
“Wij geloven dat Jezus Christus een eeuwig Hogepriester is naar de orde van Melchisedek, wat God met een eed heeft bevestigd. Hij heeft Zichzelf in onze plaats voor zijn Vader gesteld, om door volkomen voldoening diens toorn te stillen. Daartoe heeft Hij Zichzelf aan het kruis geofferd en zijn kostbaar bloed vergoten, om ons te reinigen van onze zonden, zoals de profeten hadden voorzegd[6].

In die citaten hierboven zijn enkele woorden cursief weergegeven.
In de Nederlandse Geloofsbelijdenis komen twee zaken terug:
* Jezus heeft de Goddelijke straf gedragen.
* Christus is Overwinnaar.
De Nederlandse Geloofsbelijdenis zet die zaken onder elkaar. Er wordt helemaal niets ingeruild. De straf staat niet los van de overwinning.

Sonneveld is wel eens vaker wat onzorgvuldig.
Doctor G.A. van den Brink – predikant in de Hersteld Hervormde Kerk Rotterdam-Kralingse Veer – schrijft in een recensie: “Op grond van Irenaeus’ begrip ”recapitulatio” stelt Sonneveld dat in Jezus alle mensen begrepen zijn: „Hij leefde een leven dat volkomen verbonden was met God en op de een of andere manier is dat nu voor alle andere mensen beschikbaar. (…) Jezus is een pars pro toto, een deel dat staat voor het geheel. (…) Jezus is de ‘nieuwe Adam’, die zoals de eerste Adam de hele mensheid in een val meesleurde, nu de hele mensheid omhoog meesleept” (…).
Laat duidelijk zijn dat de boodschap dat Jezus Overwinnaar is over de kwade machten terecht en belangrijk is. Maar het beroep op Irenaeus is misleidend. Ik kan zo zes verschilpunten noemen. Irenaeus legde alle nadruk op de godheid van Christus: het is Gód die in Hem werkzaam is en de strijd wint. Sonneveld daarentegen ziet Jezus slechts als de ideale mens die de strijd voert. Irenaeus beleed dat God mens is geworden, maar Sonneveld stelt slechts dat God zich verbond met die ene mens (…). Irenaeus hield Christus’ dood en opstanding dicht bijeen (geen overwinning zonder opstanding) maar Sonneveld zwijgt over de betekenis van Jezus’ herrijzenis. Voor Irenaeus was de duivel een reële werkelijkheid; voor Sonneveld slechts een metafoor (…). Irenaeus bedoelde met de zogeheten ‘recapitulatio’ dat Christus het ordenende en verklarende principe van de gehele wereldgeschiedenis is. Sonneveld vat het echter op als vertegenwoordiging: Jezus vertegenwoordigt alle mensen. Irenaeus geloofde dat alleen diegenen die geloven en zich bekeren in Christus’ redding begrepen zijn en dat daarom de meeste mensen verloren gaan. Maar Sonneveld flirt met de alverzoening (…).
Elke student die op het tentamen de opvatting van Irenaeus weergeeft zoals Sonneveld doet, zou subiet zakken. Wie eerst Irenaeus leest en daarna Sonneveld, komt in een compleet andere wereld. Het evangelie dat Sonneveld presenteert, is niet vergeten geraakt, maar heeft vroeger nooit bestaan – zeker niet bij Irenaeus”[7].

Het staat buiten kijf: Reinier Sonneveld kan boeiend schrijven.
Het is al jaren geleden dat een bundel door hem geschreven meditaties verscheen; ‘Jutten’ heet die publicatie[8].
In De Waarheidsvriend schreef iemand indertijd: “Hij vergelijkt bijbelgedeelten en -teksten met wat hij aantreft in moderne literatuur. Hij speelt in op de film, de boodschappen van de media en het amusement. Hij kan gewichtige zaken goed relativeren. Daardoor heeft hij een heel nuchtere kijk op bijbelwoorden. Even zijn ze ontdaan van een voorspelbare uitleg. De Schrift spreekt heel helder en heeft een eigentijds geluid, zo blijkt. Het taalgebruik is afgestemd op mensen van deze tijd”[9].

Gelet op het bovenstaande kunnen we er, anno 2019, echter niet omheen: Reinier Sonneveld is een theoloog die, om het maar zachtzinnig te zeggen, behoedzaam tegemoet moet worden getreden.
Het Evangelie wordt niet vergeten. Maar Reinier Sonneveld vliegt, met de Bijbel onder zijn arm, ook wel eens uit de bocht. Daar loop je op z’n minst schaafwonden van op. En voordat je ’t weet wordt er ook iets van de Bijbel afgeschaafd.

Noten:
[1] De gegevens van dit boek zijn: Reinier Sonneveld, “Het vergeten Evangelie; het geheim van Jezus verandert alles” . – Drukkerij en Uitgeversmaatschappij Buijten & Schipperheijn, 2018. – 288 p.
[2] Meer informatie over de persoon van Reinier Sonneveld is onder meer te vinden op https://reiniersonneveld.nl/bio/ en op https://nl.wikipedia.org/wiki/Reinier_Sonneveld ; geraadpleegd op dinsdag 26 maart 2019.
[3] Dick Schinkelshoek, “Wil je aandacht? Schrijf over de verzoening”. In: Gulliver, bijlage bij het Nederlands Dagblad, vrijdag 15 maart 2019, p. 11 (rubriek: Geloof in de wereld).
[4] Geciteerd van https://reiniersonneveld.nl/2018/twee-recensies-over-het-vergeten-evangelie/ ; geraadpleegd op dinsdag 26 maart 2019.
[5] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 19.
[6] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 21.
[7] G.A. van den Brink, “Flirten met de alverzoening”. In: Kruispunt, bijlage bij het Reformatorisch Dagblad, donderdag 28 februari 2019, p. 14.
[8] De gegevens van dat boek zijn: Reinier Sonneveld, “Jutten; over de verrassingen van God” . – Drukkerij en Uitgeversmaatschappij Buijten & Schipperheijn, 2005. – 206 p.
[9] F. van Roest, “Boekbespreking”. In: De Waarheidsvriend – officieel orgaan van de Gereformeerde Bond – , 24 november 2005, p. 704.

27 maart 2019

Erkenningsoffer in Leviticus 2

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Eeuwenlang werden in Israël offers gebracht. Dat ging altijd maar door.
Jaar in, jaar uit.
Eeuw in, eeuw uit.
De God van het verbond acht het nodig dat Zijn volk in 2019 daar enige kennis van heeft.
In Gods Woord wordt althans aan het brengen van offers tamelijk uitgebreid aandacht besteed.

In dit artikel worden enkele opmerkingen gemaakt bij de inzet van Leviticus 2: “Wanneer een persoon de HEERE een ​graanoffer​ als offergave aanbiedt, moet zijn offergave meelbloem zijn. Dan moet hij er olie op gieten en er ​wierook​ op leggen. Dan moet hij het naar de zonen van ​Aäron, de ​priesters, brengen. En één van hen moet een handvol nemen van die meelbloem en die olie, met al de bijbehorende ​wierook, en de ​priester​ moet dit als gedenkoffer ervan in rook laten opgaan op het ​altaar. Het is een vuuroffer, een aangename geur voor de HEERE. Wat nu van het ​graanoffer​ overblijft, is voor ​Aäron​ en zijn zonen. Het is het allerheiligste van de vuuroffers van de HEERE”[1].

Een exegeet noemt dat een erkenningsoffer.
Het lijkt “om een zelfstandig offer te gaan, waarin plantaardige spijs als gave aan God wordt aangeboden. De offeraar schenkt aan de HERE een deel van de vruchten van het land en erkent Hem hiermee. Dit offer noemen wij hier een erkenningsoffer, terwijl ook wel gesproken wordt van een spijsoffer of graanoffer”.

De uitlegger schrijft ook: “Het eerste geval van offers van plantaardige spijzen heeft betrekking op iemand die het erkenningsoffer wil brengen (…). Dit dient te bestaan uit het relatief dure gries, dat wordt overgoten met olie. Op het graan wordt tevens het kostbare wierook gelegd. De drie kostbare producten dienen als een erkenningsoffer voor de HERE, dat het brand- en vredeoffer begeleidt. De offeraar moet deze ingrediënten brengen naar de priesters (…). Vervolgens neemt de priester van het meel, de olie en de wierook een handvol en laat het als gedenkoffer ontbranden voor de HERE. De offeraar en de priester drukken hiermee uit dat het offer functioneert als een welriekende reuk voor God. Wat overblijft van de combinatie van gries, olie en wierook is bestemd voor de priester”[2].
Gries is een tarweproduct. Zeer waarschijnlijk betreft het een wat duurder soort tarwemeel.

We spreken in Leviticus 2 dus over een erkenningsoffer.
De offeraar toont ermee aan dat alles wat hij heeft, uit Gods hand komt. Het product dat hij komt brengen is geenszins het resultaat van eigen inspanningen. God heeft het allemaal gegeven.
Hij geeft de grondstoffen.
Hij geeft de energie. De groeikracht. En de ondernemingslust.
Dat is iets om in 2019 te accentueren.
* De God van hemel en aarde geeft energie om dingen te doen.
* Hij geeft ook het overzicht om keuzes te maken – wat doe ik vandaag wel, en wat niet?
* Daadkracht en levensvreugde zijn gaven van God!

Dat offer ruikt lekker.
In Efeziërs 5 gebruikt de apostel Paulus die geur in een beeldspraak: “Wees dan navolgers van God, als geliefde ​kinderen, en wandel in de ​liefde, zoals ook ​Christus​ ons liefgehad heeft en Zichzelf voor ons heeft overgegeven als een offergave en slachtoffer, tot een aangename geur voor God”[3].
In Efeziërs 2 betekent dat: het offer van Christus is door God aanvaard.
In Leviticus 2 betekent het: het offer en de offeraar worden door God aanvaard.

Dat offer uit Leviticus 2 is ook een gedenkoffer. Op die manier wordt God herinnerd aan de beloften die Hij aan Zijn volk gegeven heeft.
Vandaag de dag doen wij dat in ons gebed nog. In Psalm 141 zeggen we immers:
“Laat mijn ​gebed​ als reukwerk voor Uw aangezicht staan,
laat mijn opgeheven handen als het avondoffer zijn”[4].
Cornelius, een vooraanstaande militair, krijgt in Handelingen 10 van een engel te horen: “Uw ​gebeden​ en uw liefdegaven zijn als gedachtenis opgestegen naar God”[5].
Ook in Openbaring 8 worden wij erop gewezen dat onze gebeden zeker bij de Here in de hemel terecht komen: “En er kwam een andere ​engel, die met een gouden wierookvat bij het ​altaar​ ging staan. Aan hem werd veel reukwerk gegeven, opdat hij dat samen met de ​gebeden​ van alle ​heiligen​ op het gouden ​altaar​ vóór de troon zou leggen. En de rook van het reukwerk steeg, met de ​gebeden​ van de ​heiligen, uit de hand van de ​engel​ op tot vóór God”[6]. Met behulp van heerlijk geurend reukwerk worden de gebeden van mensen geschikt gemaakt om bij God neer te leggen.
Kortom – ook in 2019 mogen we God aan Zijn beloften herinneren. In een tijd waarin op en rond het kerkplein van alles wordt afgebroken is dat zeker een attentiepunt: ook in onze tijd mogen we de Here er opmerkzaam op maken dat Hij beloften aan Zijn volk heeft gedaan. En dus ook aan Zijn kinderen in 2019!

Leviticus 2 laat ons in 2019 zien hoe belangrijk het is dat ons leven een levend dankoffer is. Die term kent u misschien. Hij komt uit Zondag 12 van de Heidelbergse Catechismus:
“Maar waarom wordt u een christen genoemd?
Antwoord:
Omdat ik door het geloof een lid van Christus ben en zo deel heb aan zijn zalving, om: als profeet zijn naam te belijden, als priester mijzelf als een levend dankoffer aan Hem te offeren, en als koning in dit leven met een vrij en goed geweten tegen de zonde en de duivel te strijden en na dit leven in eeuwigheid met Hem over alle schepselen te regeren”[7].

Leviticus 2 laat ons in 2019 bovendien zien hoe belangrijk het is dat ons gebed altijd door gaat.
Dagelijks.
Jaar in, jaar uit.
Sommigen hebben het idee dat hun gebed niet door bij de Here aankomt. Niets is minder waar. Laten we maar gewoon doorgaan in ons leven met God. Laten we maar met Hem door het leven blijven wandelen.
Jaar in, jaar uit.
Eeuw in, eeuw uit.
Wat dat betreft is er in 2019 ten opzichte van Leviticus 2 nog niet zo heel veel veranderd.

Noten:
[1] Leviticus 2:1, 2 en 3.
[2] Geciteerd uit de online versie van de Studiebijbel; commentaar bij Leviticus 2:1, 2 en 3.
[3] Efeziërs 5:1 en 2.
[4] Psalm 141:2.
[5] Handelingen 10:4.
[6] Openbaring 8:3 en 4.
[7] Heidelbergse Catechismus – Zondag 12, vraag en antwoord 32.

26 maart 2019

Blijf jezelf… of toch niet?

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: ,

In welke wereld leven wij?

Wij leven en werken in een samenleving waarin seks en gender een grote plaats innemen.
In deftige taal heet dat: men legt grote nadruk op sociale, culturele, gedrags- en identiteitsaspecten van een sekse. Leidend is daarbij datgene wat je voelt. Als een man zich vrouw voelt… – so what? Als een vrouw zich man voelt… – nu ja, dat kan. Cross-dressing, travestie – in onze maatschappij is het allemaal mogelijk. Je moet jezelf zijn!

Wij leven in een wereld waarin persoonskenmerken ook tegen je kunnen werken.
Iemand die zich laat kennen als een aanhanger van de islam wordt, door sommigen althans, meteen gewantrouwd. Hij of zij past, zo suggereert men somtijds, niet echt in onze samenleving. Hij of zij zou eigenlijk niet zichzelf moeten zijn.

Kortom – Nederland is niet altijd even consequent.
Wanneer doe je ’t eigenlijk goed?

In verband hiermee wijs ik vandaag op woorden uit 2 Petrus 1: “Daarom, broeders, beijver u des te meer om uw roeping en verkiezing vast te maken; want als u dat doet, zult u nooit meer struikelen. Want zo zal u in rijke mate de toegang worden verleend tot het eeuwig Koninkrijk van onze Heere en Zaligmaker, ​Jezus​ ​Christus”[1].

De God van hemel en aarde roept Zijn kinderen bij Zich.
De God van hemel en aarde kiest Zijn kinderen uit.
De God van hemel en aarde verandert en vernieuwt Zijn kinderen.

Mogen zij dan niet zichzelf zijn? Jawel. Zeker wel.
Alleen maar – kinderen van God worden uit de invloedssfeer van Satan en zonde weggehaald. Zij komen in een andere wereld terecht. Zij krijgen een plaats in het Koninkrijk van God.
Daarom zijn zij in zekere zin een beetje wereldvreemd. Natuurlijk – zij weten best wat er in de wereld aan de hand is. Maar zij zijn niet zozeer meer op de aardse maatschappij gericht. Zij concentreren zich op hun nieuwe vaderland.
Daarbij geldt het adagium dat Petrus en de apostelen hen in Handelingen 5 leerden: “Men moet aan God meer gehoorzaam zijn dan aan mensen”[2].
Wie zo leeft, zo noteert Petrus, zal nooit meer struikelen.
Dat klinkt geweldig. Immers – de volmaaktheid is nabij.
Maar is dat niet wat erg idealistisch? Een ieder weet dat de perfectie in dit leven niet bereikt wordt. We kunnen er niet omheen – ook Gereformeerden in Nederland zijn niet consequent. Ook niet anno Domini 2019.
Maar wat betekent de notitie van Petrus dan?
Antwoord: die houdt in dat de genade van God nooit helemaal uit het zicht verdwijnt. Het is de sfeer van Psalm 37:
“Als hij valt, wordt hij niet weggeworpen,
want de HEERE ondersteunt zijn hand”[3].
Trouwens, ook Jacobus 3 meldt het ons zonder omwegen: “Want wij struikelen allen in veel opzichten”[4].
Christenen, Gereformeerden inbegrepen, mogen zichzelf zijn.
Echter – de hemelse God brengt een veranderingsproces bij hen op gang. Hijzelf zorgt ervoor dat Zijn kinderen steeds vaker binnen de door Hem aangegeven grenzen blijven. Stap voor stap, gaandeweg, maakt Hij hen geschikt voor een heerlijk en permanent verblijf in Zijn woonplaats: de hemel.

De apostel Judas – waarschijnlijk de zoon van een ons onbekende Jacobus – schrijft in zijn algemene brief dan ook: “Aan Hem nu Die bij machte is u voor struikelen te bewaren, en u smetteloos te stellen voor Zijn heerlijkheid, in grote vreugde, de alleenwijze God, onze Zaligmaker, zij heerlijkheid en majesteit, kracht en macht, nu en in alle eeuwigheid. ​Amen”[5][6].

In onze wereld word je opgeroepen om jezelf te zijn.
Maar af en toe ook niet.
Het hangt er – bijvoorbeeld – van af wie u bent, en wat uw levensovertuiging is.
U moet zichzelf zijn.
Maar incidenteel ook niet.
Zo gaat dat in het Nederland van 2019.
Geen wonder dat er alom verwarring is. Welke kant moet het met ons op?
Heel wat wereldburgers zeggen: blijf dicht bij jezelf; vertrouw maar op jouw eigen inzicht, en misschien op een paar mensen om jou heen.

Gereformeerden mogen en moeten bidden om Gods genade.
Op een dergelijk gebed zinspeelt ook de dichter van Psalm 8:
“HEERE, onze Heere, hoe machtig is Uw Naam op de hele aarde!
U Die Uw majesteit getoond hebt boven de hemel.
Uit de mond van kleine ​kinderen​ en zuigelingen
hebt U een sterk fundament gelegd, omwille van Uw tegenstanders,
om de vijand en wraakzuchtige te laten ophouden.
Als ik Uw hemel zie, het werk van Uw vingers,
de maan en de sterren, die U hun plaats gegeven hebt,
wat is dan de sterveling, dat U aan hem denkt,
en de ​mensenzoon, dat U naar hem omziet?”[7].

In onze wereld word je opgeroepen om jezelf te zijn.
Maar zo nu en dan ook niet.
Waar gaat het naar toe?
En vooral – waar eindigt het?
Gods kinderen van alle tijden weten het. En zij mogen het, met de woorden van Paulus in 2 Corinthiërs 5, blijven belijden: “Wij weten immers dat, wanneer ons aardse huis, deze tent, afgebroken wordt, wij een gebouw van God hebben, een huis niet met handen gemaakt, maar eeuwig in de hemelen. Want in deze tent zuchten wij ook, en verlangen wij er vurig naar met onze woning die uit de hemel is, overkleed te worden, als wij maar bekleed en niet naakt zullen bevonden worden. Want ook wij, die in deze ​tent​ zijn, zuchten terwijl we het zwaar te verduren hebben; wij willen immers niet ontkleed, maar overkleed worden, zodat het sterfelijke door het leven wordt verslonden”[8].

Noten:
[1] 2 Petrus 1:10 en 11.
[2] Handelingen 5:29.
[3] Psalm 37:24.
[4] Jacobus 3:2 a.
[5] Judas, verzen 24 en 25.
[6] Zie over de identiteit van deze Judas https://christipedia.miraheze.org/wiki/Judas_(apostel) ; geraadpleegd op woensdag 20 maart 2019.
[7] Psalm 8:2-5.
[8] 2 Corinthiërs 5:1-4.

25 maart 2019

Hoeksteen

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , ,

In Nederland staan we naast elkaar; niet tegenover elkaar.
Misschien is het u wel opgevallen dat de Volkspartij voor Vrijheid en Democratie, de VVD, de eerste zin van dit artikel de laatste tijd gebruikt. In de campagne voor de jongstleden gehouden verkiezingen voor Provinciale Staten kwam dat statement met een zekere regelmaat langs.
Trouwens – u weet vast wel dat het Christen Democratisch Appèl, het CDA, reeds jarenlang pleit voor het gezin als hoeksteen van de samenleving, voor burgerschap en voor rechtvaardigheid[1].

Nu oogt die VVD-slogan best sympathiek.
En het aloude motto van het CDA is, op zichzelf genomen, ook zo gek nog niet.
Maar kunnen we ermee vooruit?
In het onderstaande zal dat blijken.

Het Schriftuurlijke uitgangspunt van dit artikel ligt in Handelingen 4. En wel bij de volgende woorden: “Deze Jezus is de steen die door u, de bouwers, veracht werd, maar Die de ​hoeksteen​ geworden is. En de zaligheid is in geen ander, want er is onder de hemel geen andere Naam onder de mensen gegeven waardoor wij zalig moeten worden”[2].

Dat zeggen Petrus en Johannes als zij in Handelingen 4 voor het Sanhedrin staan. Het Sanhedrin – dat is het Joodse gerechtshof. De discipelen moeten zich voor de rechter verantwoorden.

Jezus’ leerlingen durven wel! ‘U hebt Jezus als een verachtelijk stuk vuil weggezet. Maar God maakte Hem de hoeksteen. De hoeksteen van de hemelse samenleving, wel te verstaan. Want alleen door Hem worden mensen zalig!’.
In Handelingen 4 klagen de beklaagden de rechters aan. Ongehoord eigenlijk!

Een hoeksteen – wat is dat precies?

Peter A. Slagter, voorganger in evangelische kringen, schrijft: “Een hoeksteen verbindt twee haaks op elkaar staande muren met elkaar. Bij oude bouwwerken werden dikwijls de afmetingen bepaald door eerst de zware, natuurstenen hoekblokken te plaatsen. Daartussen werd dan vaak van minder kostbaar materiaal, het eigenlijke muurwerk aangebracht. Bovenaan plaatste men soms opnieuw grotere hoekblokken. Later werden ook wel de hoeken van een gebouw over de volle hoogte door hoekblokken geaccentueerd”.
En even verder: “De onderste hoeksteen heeft te maken met het fundament, met de omvang en de vastheid van het bouwwerk. De bovenste hoeksteen echter, heeft te maken met de afronding, de voltooiing van het gebouw”[3][4].
Jezus Christus is, om zo te zeggen:
* de fundamentsteen waarop de kerk rust
* de hoogste gevelsteen die de kap van de kerk tot een echte en hechte eenheid maakt.

De predikant C. den Boer, emerituspredikant van de Protestantse Kerk (Gereformeerde Bond, noteert onder meer: “Bij de Kanaänieten die vóór Israël het land Palestina bezaten, schijnt het leggen van een hoeksteen een hoogst gewijde en indrukwekkende ceremonie geweest te zijn. Onder zo’n belangrijke steen van tempels of andere grote gebouwen werden lichamen van kinderen of oudere personen gelegd, waardoor het bouwwerk door zo’n menselijk offer gewijd werd. Dit was een van de vele afschuwelijke riten en praktijken bij inwijding van een huis/ gebouw die Israël moest uitroeien”[5].

In Job 38 vraagt de Here aan Job: waarop zijn de pijlers van de aarde neergezet? “Of wie heeft haar ​hoeksteen​ gelegd”?[6]. De stabiliteit van de aarde en van heel de schepping is gegarandeerd!

Jesaja profeteert in Jesaja 28 over de Messias: “Zie, Ik leg in ​Sion​ een steen ten grondslag, een beproefde steen, een kostbare ​hoeksteen, die vast gegrondvest is”[7].
Het is duidelijk: de leiders van Israël en de ambtsdragers in de kerk moeten vooral niet teveel op zichzelf vertrouwen. Het fundament van Sion, de kerkstad, is onwrikbaar. Het ligt vast!

In Jeremia 51 wordt zonder omwegen verklaard dat hoekstenen niet bij Gods tegenstanders vandaan kunnen komen: “Zij zullen uit u (dat is Babel) geen steen halen voor een hoek of een steen voor fundamenten, want u zult eeuwige woestenijen worden, spreekt de HEERE”[8].

In Zacharia 4 staat te lezen: “Wie bent u, grote berg? Voor de ogen van ​Zerubbabel​ zult u een vlakte worden. Hij zal de sluitsteen aandragen onder luid geroep: ​Genade, ​genade​ zij hem!”[9].
Zacharia profeteert:
* Zerubbabel is aan de herbouw van de tempel begonnen
* Hij zal ook de sluitsteen leggen
Als dat gebeurd is, zullen de mensen beseffen dat Zacharia’s profetische woorden niet voortkomen uit een persoonlijke drive; hij spreekt woorden van God.

Het bovenstaande zet één ding volop in het licht: de kerkleiders uit Handelingen 4 hadden heel goed kunnen weten hoe de zaken er vóór stonden. Want dat woord ‘hoeksteen’ was heel bekend!

Het is belangrijk om te constateren dat de hoeksteen ook anno Domini 2019 nog veel betekenis heeft.

En dat niet alleen omdat het Christen Democratisch Appèl, het CDA, de ‘hoeksteen’ weer van stal gehaald heeft.
En ook niet omdat de VVD ervoor ijvert dat wij ons in de samenleving naast elkander opstellen, en niet tegenover elkaar.

De hoeksteen van Handelingen 4 moeten wij ook vandaag duidelijk zien zitten.
Als fundament van de kerk.
En als kap van de kerk.
De Heiland is de Samenbinder in de kerk.
En uiteindelijk is alleen Hij Degene die het cement van de samenleving wezen kan.
Vorige week maandag is het te Utrecht weer duidelijk geworden wat er gebeurt als een mens slechts op afgoden of op zichzelf gericht is. Als mensen gaan navelstaren dan wel naar elkaar gaan kijken, moeten we niet verbaasd opkijken als dergelijke dingen zich voordoen.

Wij behoren de blik omhoog te richten.
Om met Paulus in Efeziërs 2 te spreken: “Want door Hem hebben wij beiden door één Geest de toegang tot de Vader. Zo bent u dan niet meer ​vreemdelingen​ en bijwoners, maar medeburgers van de ​heiligen​ en huisgenoten van God, gebouwd op het fundament van de ​apostelen​ en profeten, waarvan ​Jezus​ ​Christus​ Zelf de ​hoeksteen​ is, en op Wie het hele gebouw, goed samengevoegd, verrijst tot een ​heilige​ tempel in de Heere; op Wie ook u mede gebouwd wordt tot een woning van God, in de Geest”[10].

Ziet u de hoeksteen nog wel zitten?

Noten:
[1] Zie hiervoor bijvoorbeeld https://www.elsevierweekblad.nl/nederland/achtergrond/2016/10/hoe-het-cda-wil-breken-met-de-oppervlakkigheid-379997/ ; geraadpleegd op dinsdag 19 maart 2019.
[2] Handelingen 4:11 en 12.
[3] Geciteerd van https://www.amen.nl/artikel/341/de-kostbare-hoeksteen ; geraadpleegd op dinsdag 19 maart 2019.
[4] Zie over Peter A. Slagter onder meer https://www.morgenrood.nl/over-ons ; geraadpleegd op dinsdag 19 maart 2019.
[5] Geciteerd via http://dsdenboer.refoweb.nl/voordrachten/Het%20bijbelse%20kernwoord%20hoeksteen.doc ; geraadpleegd op dinsdag 19 maart 2019.
[6] Job 38:6 b.
[7] Jesaja 28:16.
[8] Jeremia 51:26.
[9] Zacharia 4:7.
[10] Efeziërs 2:18-22.

22 maart 2019

De zege van het FvD

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Het Forum voor Democratie heeft afgelopen woensdag triomfen gevierd.
“Forum grootste, coalitie verliest meerderheid”, kopte de NOS.
De trots van Nederland moet worden hersteld, sprak Baudet ferm. En: “Wij zijn naar het front geroepen omdat het land ons nodig heeft”.
De FvD-leider schuwt harde taal niet.
De minister-president is “een economische onbenul die alle plannen van de verschrikkelijke EU gewoon doorgang laat vinden”. Jawel.
Nederlandse pulsvissers en boeren worden in de steek gelaten. “Die arrogantie en stupiditeit is vandaag afgeschaft. De kiezers hebben hun ware macht getoond”. Nou nou!
Strak door de bocht zei Baudet: “We zullen niet rusten totdat onze democratie is hersteld en het partijkartel is gebroken”[1]. Toe maar!

Wat gebeurt er in Nederland?
Antwoord: mensen die met een Schriftuurlijk uitgangspunt politiek bedrijven worden door massa’s mensen aan de kant gezet.

Begin januari schreef ik over het Forum voor Democratie het volgende.

Het Forum voor Democratie “komt op voor bescherming van Nederlandse verworvenheden.
Men pleit voor de invoering van een Wet Bescherming Nederlandse Waarden (BNW).
Wat zijn die waarden dan?
‘1. Wanneer religieuze leefregels conflicteren met de Nederlandse wet, gaat de Nederlandse wet altijd voor.
2. Iedereen heeft het recht te geloven wat hij of zij wil; dus ook het recht om van zijn of haar geloof af te vallen.
3. Iedereen heeft het recht godsdienstige ideeën te bekritiseren, te ridiculiseren, te analyseren en in twijfel te trekken.
4. Alle mensen zijn fundamenteel gelijkwaardig, ongeacht geslacht, ras of seksuele gerichtheid.
5. De partnerkeuze is vrij; uithuwelijking en kindhuwelijken zijn onaanvaardbaar’.
Dus –
iedereen heeft het recht godsdienstige ideeën te ridiculiseren. Aldus punt 3 van het bovenstaande.
Alles wat met godsdienst te maken heeft, mag met een verbijsterende onmiddellijkheid belachelijk gemaakt worden. Gelovigen mag je rustig uitlachen. Of het nu islam, Jodendom, hindoeïsme of boeddhisme betreft – het mag allemaal als niet ter zake doende worden weggezet.
Het standpunt van het FvD heeft, op dit punt althans, niet al te veel met liefde voor medemensen te maken. Veel respect voor godsdienstige overtuigingen valt niet te bespeuren. Sterker – een en ander ruikt een beetje naar superioriteit.
Wie de parlementaire vertegenwoordigers van het FvD hoort en ziet kan op sommige momenten wellicht best sympathie voor hen opbrengen. De heer Baudet is een keurige en bij vlagen charmante man. De heer Hiddema komt somtijds enigszins nors over, maar hij kan ook heel nuchtere opmerkingen maken.
Denkend aan het recht van ridiculisering is het FvD echter eensklaps aanzienlijk minder aardig”[2].

Er is meer.

Baudet en de zijnen willen veel meer inbreng van het volk.

Op de website van het FvD staat te lezen: “Ons belangrijkste agendapunt is democratische vernieuwing. Zoals Eberhard van der Laan ooit constateerde: ‘De partijpolitiek is aan het einde van zijn levenscyclus gekomen (…) de burger haakt af’. Daarom zijn bindende referenda noodzakelijk – evenals gekozen burgemeesters. Er is in ons land voldoende talent aanwezig – alleen komt dat niet tot wasdom door de achterhaalde partijcultuur. Nieuwe generaties gaan niet naar rokerige zaaltjes; daarom gaan we e-democracy in Nederland introduceren. De mensen zoveel mogelijk online betrekken bij de zaken die hen raken. Binnenkort lanceren we op onze website het ‘democratie dashboard‘ waar kiezers zélf het heft in handen kunnen nemen om dingen te veranderen via petities, burgerinitiatieven en crowdfunding – en waar ze zich bovendien kunnen kandideren voor openbare functies”[3].

Nu leven we in Nederland in een nogal versplinterde maatschappij. De één wil dit. De ander dat. Een derde wil weer een heel andere kant op.
Wat voor situatie gaan we nu krijgen?
Kan een beslissing die genomen is, met verbijsterende snelheid weer worden teruggedraaid?
Wordt e-democracy een Twitter-regering waarop iedereen door elkaar heen praat, en mensen in een paar seconden kunnen worden afgebrand?

Bij de FvD klinkt het allemaal prachtig.
Maar ik kan mij maar moeilijk onttrekken aan het idee dat Nederland op deze manier uiteindelijk een janboel wordt.

De vragen zijn: hoever gaat de FvD in het sluiten van compromissen? En: wat houdt het woord ‘samenwerking’ in?

Bij dit alles is de vraag gewettigd of er bij het Forum voor Democratie ten principale nog wel ruimte is voor geloof en kerk.
Hangt zo ongeveer alles aan elkaar van gelegenheidsbeslissingen en de sfeer van het moment? Worden Schriftuurlijke waarden en normen serieus genomen, of worden die bij allerlei besprekingen in een oogwenk weggewuifd als zijnde niet ter zake doende?

Moeten Gereformeerden en andere christenen nu onzeker worden?
Ach, laten we de bloeddruk maar niet teveel laten oplopen. Immers, triomf is tijdelijk.
Denkt u alleen maar maar de LPF – de partij waar Pim Fortuijn ooit het gezicht van was; in 2002 had de partij 26 zetels, maar in 2006 verdween de groepering weer van het politieke toneel[4]. Triomf kan eensklaps teloorgang worden.

Gelet op het bovenstaande wijs ik vandaag bovendien op woorden uit Romeinen 8. Het zijn deze: “En wij weten dat voor hen die God ​liefhebben, alle dingen meewerken ten goede, voor hen namelijk die overeenkomstig Zijn voornemen geroepen zijn”[5].
Alle dingen die gelovigen overkomen gebruikt de hemelse God om Zijn kinderen op de goede weg te houden. Het vertrouwen op God wordt gaandeweg groter. Om in de stijl van Romeinen 8 te blijven: “Want ik ben ervan overtuigd dat noch dood, noch leven, noch ​engelen, noch overheden, noch krachten, noch tegenwoordige, noch toekomstige dingen, noch hoogte, noch diepte, noch enig ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de ​liefde​ van God in ​Christus​ ​Jezus, onze Heere”[6].

Alle dingen werken mee ten goede.
Zo staat het er.
Wij lezen niet: dat zou misschien zo kunnen wezen.
Wij lezen niet: bij tijd en wijle werken die dingen mee. Zo af en toe. Als alles een beetje meezit.
Nee, de Here God bestuurt de wereld, en dus werkt alles mee[7].
Ja, ook de triomf van het Forum voor Democratie.
De FvD-zege mag, moet en zal eraan meewerken dat ware gelovigen volharden in hun liefde voor God. Niet omdat die gelovigen daarvoor gekozen hebben. Maar omdat zij door de almachtige God geroepen zijn.

“En wij weten…”, schrijft Paulus.
Misschien aanvaarden we die wetenschap niet altijd meteen. Ons gevoel gaat misschien tegen ons verstand in.
Voor Gods kinderen zal Psalm 22 echter altijd blijven gelden:
“Gij hebt U tot uw knecht gewend, o HEER,
toen hij in zijn ellende lag terneer.
U was nabij wanneer hij altijd weer
vertrouwend wachtte.
U wilde nooit uw knecht in nood verachten.
Gij hebt voor hem uw aanschijn niet verborgen,
maar hem geantwoord, toen hij in zijn zorgen
verhief zijn stem”[8].

Noten:
[1] Geciteerd uit: “Baudet: We gaan de trots van dit land herstellen”. In: Nederlands Dagblad, donderdag 21 maart 2019, p. 3.
[2] Geciteerd uit mijn artikel “Liefde in Deuteronomium 10”, hier gepubliceerd op woensdag 9 januari 2019. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2019/01/09/liefde-in-deuteronomium-10/ .
[3] Geciteerd van https://forumvoordemocratie.nl/standpunten ; geraadpleegd op donderdag 21 maart 2019.
[4] Zie https://nl.wikipedia.org/wiki/Lijst_Pim_Fortuyn ; geraadpleegd op donderdag 21 maart 2019.
[5] Romeinen 8:28.
[6] Romeinen 8:38 en 39.
[7] Zie hierover ook: Joh. Francke, “Gerechtigheid uit het geloof; Schetsenbundel over de brief aan de christenen te Rome”. – Groningen: De Vuurbaak bv – derde druk, 1984. – p. 92.
[8] Psalm 22:11.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.