gereformeerd leven in nederland

30 april 2019

Nieuwe start in Romeinen 6

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Hebt u soms ook zo’n zin om uit de sleur van alledag te stappen?
Of – vooruit, een andere vraag –: als u uw leven over mocht doen, welke keuze maakte u dan?
Kortom – waaraan denkt u als u een nieuw begin zou mogen maken?

Persoonlijk denk ik onder meer aan Romeinen 6.
Want daar gaat het, goed beschouwd, ook over een nieuw begin.
Leest u maar mee: “Als wij nu met ​Christus​ gestorven zijn, geloven wij dat wij ook met Hem zullen leven. Wij weten toch dat ​Christus, nu Hij is ​opgewekt​ uit de doden, niet meer sterft. De dood heerst niet meer over Hem”[1].

Het is moeilijk, zo niet onmogelijk, om bij bovenstaande Bijbeltekst een beeld te hebben.
Met Christus het graf in… en er daarna weer uit.
Hoe gaat dat?
Dat kunnen wij, met onze beperkte breinen, niet vatten.

Bij doopbedieningen horen we ’t in de Gereformeerde kerk zeggen: “Wanneer wij gedoopt worden in de naam van de Zoon, verzekert de Zoon ons ervan, dat Hij ons in zijn bloed wast en reinigt van al onze zonden. Hij maakt ons één met Zichzelf in zijn dood en opstanding, zodat wij van onze zonden bevrijd en rechtvaardig voor God gerekend worden”[2].

Gewassen in bloed…
Gereinigd van zonden…
Dat is onvoorstelbaar. Dit is nu echt een kwestie van geloof!

Intussen is één ding is wel zeker: we gaan een nieuw leven beginnen!

Kijk, nu komt het wat dichterbij.

Want op de televisie kun je wel programma’s bekijken over mensen die hun geluk elders gaan beproeven.
Mensen kopen een chalet in Frankrijk. Ze beginnen een bed & breakfast in Portugal. Of een mooi pension in Oostenrijk.
Maar alles gaat zelden van een leien dakje. Er zijn allerlei zakelijke verwikkelingen. Of: het dak lekt. Of: er komen te weinig gasten in de bed & breakfast. Het lijkt soms wel alsof de amusementswaarde van het tv-programma stijgt naarmate er meer mis gaat[3].

Maar, ergens diep in ons hart, kijken we vaak toch bewonderend naar de emigranten: zij durven een nieuw leven te beginnen.
Wat een ondernemingslust!
Wat een lef!

In die tv-programma’s zijn pech en tegenspoed niet zelden aan de orde van de dag.
Welnu, het nieuwe leven in Jezus Christus gaat niet mis.
Een kind van God mag zeker zijn van de vergeving van de zonden.
Een kind van God heeft een permanente bewoner van Zijn hart: Gods Heilige Geest.
Denkt u maar aan de woorden van Petrus in Handelingen 2: “Bekeer u en laat ieder van u ​gedoopt​ worden in de Naam van ​Jezus​ ​Christus, tot ​vergeving​ van de ​zonden; en u zult de gave van de ​Heilige​ Geest​ ontvangen”[4].

Moeten we daarvoor ondernemend wezen?
Moeten we ’t lef hebben om uit onze comfortzone te stappen?
Welnee.
Het enige wat wij hebben te doen is dit: met God door de wereld wandelen, en in Zijn licht blijven.
Laten we elkaar wijzen op 1 Johannes 1. Daar staat: “Maar als wij in het licht wandelen, zoals Hij in het licht is, hebben wij gemeenschap met elkaar, en het bloed van ​Jezus​ ​Christus, Zijn Zoon, reinigt ons van alle ​zonde”[5].

En laten wij blijven geloven in de kracht van God, de Machthebber van hemel en aarde. Hij zal ervoor zorgen dat wij, om zo te zeggen, in Zijn lichtcirkel blijven.
Om met Colossenzen 2 te spreken: “U bent immers met Hem ​begraven​ in de doop, waarin u ook met Hem bent ​opgewekt, door het geloof van de werking van God, Die Hem uit de doden heeft ​opgewekt”[6].

Een nieuw leven beginnen? – dat is hier op aarde niet ideaal. Tegenslagen zullen er altijd wezen. Daar komt bij: je neemt altijd jezelf mee. In vrolijke tijden en in tijden dat je jezelf wellicht in de weg zit.
Hier geldt dat wijze woord dat dominee J.D. van ’t Zand onlangs schreef in het Christelijke Gereformeerde Kerkblad voor het Noorden: “We zijn een zorgvuldig gekozen verzameling van lastige en eigenaardige mensen. Ieder met zijn eigen kracht en valkuil. Wie zou je willen missen? Niemand! Juist de verscheidenheid geeft aan God glorie!”[7].

De God van de genade laat het leven van Zijn kinderen opnieuw beginnen.
Dat merken we niet zo vaak. En misschien ziet ons leven er niet eens zoveel anders uit als dat van de buurman. Maar laten we ons vergissen. Want niet voor niets zijn dit de slotwoorden van Romeinen 6: “Maar nu, van de ​zonde​ vrijgemaakt en aan God dienstbaar gemaakt, hebt u uw vrucht, die tot ​heiliging​ leidt, met als einde eeuwig leven. Want het loon van de ​zonde​ is de dood, maar de genadegave van God is eeuwig leven, door ​Jezus​ ​Christus, onze Heere”[8].

Voor een nieuw begin hoeven Gods kinderen niet per se te emigreren. Want zij hebben al een tweede vaderland. De hemel namelijk.

Noten:
[1] Romeinen 6:8 en 9.
[2] “Formulier voor de bediening van de heilige doop aan de kinderen van de gelovigen” – Gereformeerd Kerkboek-1986. Citaat van p. 513.
[3] Zie https://www.avrotros.nl/ik-vertrek/home/ ; geraadpleegd op vrijdag 26 april 2019.
[4] Handelingen 2:38.
[5] 1 Johannes 1:7.
[6] Colossenzen 2:12.
[7] Geciteerd uit Reformatorisch Dagblad, vrijdag 26 april 2019, p. 2; rubriek Zogezegd.
[8] Romeinen 6:22 en 23.

29 april 2019

Keuzevrijheid versus Deuteronomium 10

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

“De HEERE, uw God, moet u vrezen, Hem moet u dienen, aan Hem moet u zich vasthouden en bij Zijn Naam moet u zweren”[1].
Zo staat dat in Deuteronomium 10.
Zo staat dat in onze Bijbels, ook anno Domini 2019.

Dat lijkt niet te passen bij onze maatschappij. Want in onze samenleving moet je keuzevrijheid hebben. Zodra dat niet meer zo is, gaan massa’s mensen scheef kijken.

Een voorbeeld daarvan is Siriz. Die organisatie pleit in voorlichting en campagnes voor één oplossing bij ongewenste zwangerschap: behoud van het kind.
Dat kan niet, zeggen heel wat Tweede Kamerleden. Mensen moeten wat te kiezen hebben.
De directeur van Siriz zegt: bij de concrete hulp aan zwangere vrouwen reiken we altijd meer dan één oplossing aan.
Maar de Tweede Kamer blijft kritisch. Want de keuzevrijheid is heilig.

Het Nederlands Dagblad meldt op donderdag 25 april jongstleden: “De linkse oppositie in de Tweede Kamer doet een uiterste poging om te voorkomen dat de organisatie Siriz subsidie krijgt van de overheid. Maar die poging strandt vandaag, omdat ook regeringspartijen VVD en D66 voorlopig kunnen leven met de subsidietoekenning”.
Staatssecretaris Blokhuis zegt: “Ik ga de gunning van de subsidie dan ook niet opschorten”[2].
Dat gaat dus nog net goed.
Maar het is duidelijk dat aardig wat Neêrlandse politici hun vergrootglas hebben gepakt om Siriz eens uitgebreid te bekijken en waar nodig niet-christelijke mores te leren.

In zo’n wereld staat het nog altijd in onze Bijbels: “De HEERE, uw God, moet u vrezen, Hem moet u dienen, aan Hem moet u zich vasthouden en bij Zijn Naam moet u zweren”.

In het Bijbelboek Deuteronomium vinden we de afscheidsrede van Mozes. Het Bijbelboek bevat in totaal vier redevoeringen.
Deuteronomium 10 maakt deel uit van redevoering twee.
Daarin worden de Tien Geboden uitgebreid toegelicht. Ook zijn er heel wat bepalingen over het sociale leven: bepalingen voor aanbidding, reinheid, belastingen, de drie jaarlijkse feesten, de handhaving van het recht, van koningen, priesters en profeten, oorlog enzovoort[3].

Dat klinkt streng. Het ziet er bovendien ingewikkeld uit.
Er moet van alles. Je kunt maar één richting uit.
Is dat in 2019 nog wel te verkopen?
Zeker wel.
Maar dan moeten u en ik helder aangeven dat het allemaal niet bij die strenge regels begint.

Om het juiste startpunt aan te geven citeer ik nog een stukje uit Deuteronomium 10.
“Nu dan, Israël, wat vraagt de HEERE, uw God, van u dan de HEERE, uw God, te vrezen, in al Zijn wegen te gaan, Hem lief te hebben en de HEERE, uw God, te dienen, met heel uw ​hart​ en met heel uw ziel, en de geboden van de HEERE en Zijn verordeningen, die ik u heden gebied, in acht te nemen, u ten goede? Zie, van de HEERE, uw God, is de hemel, ja, de allerhoogste hemel, de aarde en alles wat erop is. Maar alleen voor uw vaderen heeft de HEERE ​liefde​ opgevat om hen lief te hebben, en Hij heeft hun nageslacht na hen, u, uit al de volken ​verkozen, zoals het heden ten dage nog is”[4].
Alles begint bij de liefde van God voor Zijn volk.

Vanuit die liefde geeft de Here Zijn zorg aan de mensen die het moeilijk hebben: de wees, de weduwe – en nog heel veel andere mensen.
Vanuit die liefde heeft God Zijn volk uit Egypte bevrijd.
Vanuit die liefde zorgt God voor zwervers en vreemdelingen.
Vanuit die liefde heeft God Zijn volk vruchtbaar gemaakt: er kwamen heel veel kinderen.
Jazeker, dat staat ook in Deuteronomium 10[5].

Deuteronomium 10 staat, kortom, bol van Gods liefde voor het menselijk leven.

Terug nu naar Siriz.
Op hun internetpagina staat te lezen: “Siriz – bemoedigend, oog voor elkaar, krachtig. Onze waarden zijn gebaseerd op een christelijke levensbeschouwing”[6].
Siriz werkt dus vanuit Gods liefde voor het menselijk leven.

Maar wat zeggen veel Tweede Kamerleden? Zij zeggen: Siriz biedt geen keuzevrijheid.
Misschien zeggen de parlementariërs ook wel: Gods liefde zegt ons niets; daar kunnen we niks mee.

Kort gezegd lijkt het er op neer te komen dat u en ik er allerlei levensovertuigingen op na mogen houden. En ja, u mag zichzelf gerust ‘christelijk’ noemen. Als u dan maar meteen beseft dat daar, wat veel medemensen betreft, een zekere eenzijdigheid in zit.

Niet-christenen realiseren zich blijkbaar niet dat het kortzichtig is om christelijke levensbeschouwingen zoveel mogelijk te negeren. Zo van: dat is niet ‘onze’ richting, dat past niet bij ons.

Gereformeerde Nederlanders moeten goed zien in welke samenleving zij leven.
En laten we er maar niet omheen draaien: de verleiding is groot om maar een beetje mee te praten. Over keuzevrijheid. En over tolerantie. De één mag dit vinden en de ander dat. Want zo gaat dat in het leven.
Voordat wij ’t weten staat de God van hemel en aarde in een rijtje van levensovertuigingen waar – zoals dat heet – wel wat in zit.

Laten we goed voor ogen houden dat God ons lief heeft.
Niet maar voor een stukje.
Niet maar een beetje.
In 1 Johannes 4 lezen we vervolgens: “Al wie belijdt dat ​Jezus​ de ​Zoon van God​ is, God blijft in hem, en hij in God. En wij hebben de ​liefde​ die God tot ons heeft, gekend en geloofd. God is ​liefde​ en wie in de ​liefde​ blijft, blijft in God, en God in hem”[7].
Laten we er maar voor uit komen dat wij onverbrekelijk verbonden zijn met de God van hemel en aarde!
Daar mogen we voor gaan!

Mozes zegt in Deuteronomium 10 tegen Israël: “Hij is uw lof en Hij is uw God, Die bij u deze grote en ontzagwekkende dingen gedaan heeft, die uw ogen gezien hebben”[8].
Dat is nog eens wat anders dan wat omzichtig en zuinig gepraat over keuzevrijheid!

Noten:
[1] Deuteronomium 10:20.
[2] “Weer poging om subsidie voor Siriz te stoppen”. In: Nederlands Dagblad, donderdag 25 april 2019, p. 2.
[3] Zie hiervoor ook https://nl.wikipedia.org/wiki/Deuteronomium ; geraadpleegd op donderdag 25 april 2019.
[4] Deuteronomium 10:12-15.
[5] Deuteronomium 10:18-22.
[6] Geciteerd van https://www.siriz.nl/over-siriz/visie-en-missie/ ; geraadpleegd op donderdag 25 april 2019.
[7] 1 Johannes 4:15 en 16.
[8] Deuteronomium 10:21.

26 april 2019

Geloof: grondslag van het bestaan

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: ,

Houdt uw geloof vast!
Laat het u niet afpakken!
Daartoe worden we gestimuleerd in 2 Petrus 3: “…wees op uw hoede, zodat u niet door de dwaling van normloze mensen wordt meegesleept en afvalt van uw eigen vastheid. Maar groei in de ​genade​ en kennis van onze Heere en Zaligmaker Jezus ​Christus. Hem zij de heerlijkheid, zowel nu als in de dag van de eeuwigheid. ​Amen”[1].

Waar gaat de tweede brief van Petrus over?
In een christelijke encyclopedie staat vermeld: “De tweede brief houdt sterke waarschuwingen tegen dwaalleraren in. Hun voornaamste kenmerk is ongebondenheid en normloosheid. Ze praten over geestelijke werkelijkheden, zonder er zelf enig benul van te hebben. Ook besteedt Petrus ruime aandacht aan de wederkomst, hoewel mensen om hen heen spotten omdat die wederkomst uitblijft, dringt hij erop aan dat de gelovigen zich voorbereiden en standvastig zullen zijn, want de wederkomst zal totaal onverwachts komen. Om zich erop voor te bereiden wijst hij op het belang van de profetische geschriften”[2].

In 2 Petrus 3 wordt dringend gewaarschuwd voor mensen die godsdienstige klinkende onzin verspreiden.
Mensen die zeggen: ‘U zei toch dat Jezus terug zou komen? Wij zien er nog niets van. Waar blijft Hij nou?’.
Mensen die zeggen: ‘Sinds de schepping is er helemaal niets veranderd. Alles gaat maar door’.
Die mensen kijken voor het gemak maar even aan de zondvloed voorbij. De hele wereld verdween in Genesis 7 onder water. De aarde kreeg zogezegd een grondige schoonmaakbeurt. De Schepper begon helemaal opnieuw. Hoewel… niet helemaal opnieuw: met Noach en de zijnen ging God verder.
Welnu, noteert Petrus, er komt nog zo’n grondige schoonmaakbeurt aan. Die schoonmaak gebeurt alleen niet met water. Deze keer komt er vuur aan te pas. Alle vieze rommel wordt als het ware weggebrand. Alle zonde gaat dan de wereld uit!

Het was de Gereformeerd-vrijgemaakte predikant G. Zomer (1925-1982) die daar in een preek over 2 Petrus 3 eens een treffende typering van gaf. Als volgt: “Nu gaan de spotters nog rond, bruut klinkt nog hun stem, die spot met het Woord van Hem Die het vuur reeds legt onder de grond. Nu is de Kerk nog niet klaar. Nu hoor je vaak nog vloeken, door hen die het beneden zoeken, en zeggen het Woord is toch niet waar.
Stil maar, wacht maar, alles gaat branden, de hemel en de aarde. En zó wordt alles nieuw.
Gerechtigheid woont permanent in de nieuwe hemel en de nieuwe aarde.
Dat verwachten wij met een groot verlangen, naar Zijn belofte. Een belofte die Zijn kracht bewezen heeft in de geschiedenis”[3].
Waarvan akte!

De mensen vragen: ‘Waar blijft Hij nou?’.
Petrus antwoordt: ‘De Here God heeft een heel andere tijdrekening als wij. Hij komt haastig. Maar voor ons idee duurt het heel lang voor Hij terugkomt. Wij moeten het echter blijven geloven: de Heiland komt terug. Hij arriveert op een volkomen onverwacht moment. Daarom: blijf Geestelijk schoon! Daarom: leef in vrede met elkaar!’.
Onze broeder Paulus heeft er ook over geschreven, schrijft Petrus verder. Paulus’ uitleg is zo nu en dan reuze ingewikkeld. Mede om het zichzelf en anderen wat makkelijker te maken legden mensen Paulus’ exegese nèt even wat anders uit…
Petrus proclameert het zonder omhaal: mensen, trap daar niet in!
Houdt uw geloof vast!
Laat het u niet afpakken!

Zorg ervoor dat u niet afvalt van uw eigen vastheid – dat is het adagium dat Petrus zijn lezers inprent.
In eerste instantie lijkt dat in onze tijd een bijna bespottelijke opmerking. Er is heel wat verkeer tussen allerlei kerken en kerkgenootschappen. In één mensenleven kun je drie, vier, soms vijf keer van kerkgenootschap wisselen. Geloofsovertuigingen schuiven op, en schuiven soms weer een beetje terug.
Past Petrus’ motto nog wel op de situatie in 2019?

Jazeker, bij nader inzien is die oproep vandaag van groot belang!
Er komt een bombardement aan informatie op ons af. Niet alleen vanuit de wereld, maar ook vanuit het terrein van de kerkgenootschappen.
Het komt er daarom op aan ook in deze tijd heldere keuzes te maken.
Het komt er daarom op aan te beseffen dat ook de kerk van vandaag op weg is naar een nieuwe toekomst. Een toekomst die begint als Jezus Christus, onze Heiland, teruggekomen zal zijn.

Wie de vastheid van het geloof loslaat, zal merken dat er na verloop verslapping optreedt. Zonder de kerk kan ’t ook wel, denk je dan. Je moet jezelf in het leven zien te redden, niet?
Dan kan het zomaar gebeuren dat de persoonlijke problemen zoetjesaan groter worden. En dan lijkt het net alsof de weg naar God dicht zit…
Daarom –
houd je geloof vast!
laat het je niet afpakken!

Wordt het leven vervolgens een festival vol kramp? Wordt het een bestaan vol bekrompenheid en onbuigzaamheid?
Zeker niet!
Terwijl je werkt, groei je. Je snapt steeds meer van Zijn manier van doen en van de Bijbel.
In uw dagelijkse dingen wordt de kennis van God groter – u ziet hoe en waar Hij in de wereld bezig is.
Uw kennis over Hem wordt groter – want u merkt hoe Zijn Geest u aanstuurt.

En de Here heeft het volgens Psalm 89 zelf aan de kerk van het Oude Testament beloofd:
“Uw kinderen zal Ik de eeuwen door geleiden”[4].
Met andere woorden: de vastheid van ons geloof heeft God Zelf in de hand.
En wat blijft er dan voor ons over?
We kunnen simpelweg blij zijn met God.
Om het met Psalm 89 te zeggen:
“Wij loven, HEER, de macht van uw verheven hand,
uw uitgestrekte arm houdt al uw werk in stand.
Gij hebt uw troon gegrond op recht en waarheid beide
als pijlers van uw heil, onwrikbaar door de tijden”[5].

Noten:
[1] 2 Petrus 3:17 b en 18.
[2] Geciteerd van http://christipedia.nl/Artikelen/P/Petrus%2C_zijn_brieven ; geraadpleegd op dinsdag 23 april 2019.
[3] De preek van dominee Zomer is gedateerd in 1963. Die datering is twijfelachtig, aangezien in de preek de volgende passage voorkomt: “Want Gods Woord houdt stand in eeuwigheid, en het zal geen duimbreed wijken. Het gaat geen duimbreed opzij, dat Woord van God. Ook niet in 1974 als kleine lieden eraan peuteren met hun kleine handjes”. Of is hier sprake van een typefout?
[4] Dit is een regel uit Psalm 89:2 – Gereformeerd Kerkboek-1986.
[5] Dit zijn regels uit Psalm 89:6 – Gereformeerd Kerkboek-1986.

25 april 2019

Geweld ten bate van Gods volk

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Pasen is het feest van het leven. Pasen geeft zicht op de toekomst. Afgelopen zondag en maandag werden op menige preekstoel weer grootse perspectieven geopend!

Maar op de Eerste Paasdag was er opeens een andere werkelijkheid. Een rauwe realiteit.
De NOS meldde op die dag namelijk: “Vanochtend gingen bommen af bij drie hotels in de hoofdstad Colombo en drie katholieke kerken in Colombo, Katuwapitiya en Batticaloa. De kerken waren op dat moment vol vanwege de paasmis.
Enkele uren later volgden nog twee explosies. De eerste was een aanslag bij een hotel bij de dierentuin van Colombo. Daarbij vielen zeker twee doden. De tweede explosie was bij een appartementencomplex. Drie politiemensen kwamen erbij om het leven. Volgens lokale media blies een man zichzelf op toen de politie het appartement waar hij was binnenviel.
Dat zes van de acht explosies rond dezelfde tijd plaatsvonden, geeft volgens correspondent Aletta André aan dat de daders georganiseerd te werk gingen”[1].

Wat een geweld!
Wat een verdriet!
Wat een wanhoop!
En dat op een Paasdag!

Wordt het Paasevangelie door zulke gebeurtenissen niet weggeregeld?
Het lijkt te worden overvleugeld door menselijke agressie. Door moord en doodslag.
In die situatie van radeloosheid en vertwijfeling lijkt de Bijbel niet van toepassing.
Laten we elkaar vandaag wijzen op Openbaring 18.
Daar gaat het over Babylon: een grote politieke, culturele en economische macht die alles – werkelijk alles – helemaal zonder God regelt.
En eigenlijk is dat volstrekt ongerijmd.
Over dit Schriftgedeelte schreef ik al eens: “Wat is dat grote Babylon?
Er is wel op gewezen dat dat het Romeinse rijk zou zijn, dat inmiddels gevallen en verdwenen is. Maar wij moeten, denk ik, het beeld toch nog wat breder maken. Het gaat in feite om de afvallige kerk. Dat zijn alle mensen die zeggen dat zij Jezus Christus volgen, maar intussen op heel wat punten hun eigen zin doorzetten”[2].
En ook hier geldt: het bederf van het beste is het slechtste.

Babylon is intussen namelijk de woonplaats van vele, vele duivels. Daar vinden onreine geesten een thuis. Die groteske metropool is een schuilplaats geworden voor allerlei weerzinwekkende vogels.
Intussen is Babylon een stad die geweldige invloed heeft. Alle volken van de wereld weten het: in Babylon moet je wezen. Een koning die wat voorstelt gaat met spoed in Babylon op staatsbezoek. Als je je bedrijf tot grote hoogte wilt stuwen, moet je zorgen dat je zo snel mogelijk in Babylon komt!
En God? God is totaal uit beeld. Met God word je niet machtiger. Met God kun je geen zaken doen.

Maar dan… –
dan komt er een machtige engel uit de hemel.
Hij bazuint een schokkende proclamatie uit.
Babylon is gevallen!
Het is uit met die allesomvattende macht!
Er blijft niets van over. Een dorre, kale vlakte – dat wordt het.

Die engel heeft een dringende boodschap voor Gods volk. Namelijk deze: mensen, vlucht weg uit Babylon! Verdwijn uit die invloedssfeer! Zo snel mogelijk!
En waarom heeft dat zo’n haast?
Omdat Babylon een zeer, zeer zware straf krijgt. De uiteindelijke toestand van Babylon is omgekeerd evenredig aan die welvaart en politieke kracht van hierboven.
Het briljante Babylon gaat plat.
Heel dat imposante Babylon wordt volledig verwoest!

Alle machthebbers kijken vol ontzetting toe.
Massa’s grote zakenmensen zijn verbijsterd. Want opeens stort de markt in; van handel is geen sprake meer.
Zeevarenden kijken vanuit de verte toe; totaal overstuur zijn ze!

En het volk van God?
Dat volk mag blij zijn!

Pardon?
Mogen kinderen van God blij wezen?
Mogen ze verheugd wezen bij zoveel ellende?
Is dat niet volstrekt asociaal?
Toch niet!
Want God neemt het voor Zijn volk op.
Tijden lang zijn Godvrezende mensen weggedrukt. Vrome mannen en vrouwen werden stelselmatig genegeerd. Verdrukt. Hun activiteit werd de kop ingedrukt. Onrecht en onderdrukking waren aan de orde van de dag.
Maar nu is dat over.
Gods volk mag er wezen! En dat gaat nooit, nooit meer veranderen.

In Openbaring 18 worden er geen doekjes om gewonden. Kijkt u maar mee: “En een sterke ​engel​ hief een steen op als een grote ​molensteen, en wierp die in de zee, en zei: Zó zal Babylon, de grote stad, met geweld neergeworpen worden, en het zal nooit meer gevonden worden”[3].

Met andere woorden – Gods kinderen krijgen alle ruimte!

De hierboven geciteerde woorden uit Openbaring 18 zijn in zekere zin opvallend.
Want God grijpt met geweld in. Wereldse bruutheid wordt met geweld beantwoord.
Heel veel mensen zeggen: God is een God van liefde, dus dit past niet bij Hem. Maar dat is een misvatting. De God van hemel en aarde heeft eerst en vooral liefde voor Zijn uitverkoren volk. Er wordt ruimte gemaakt voor de burgers van Zijn koninkrijk, desnoods met geweld!

We kijken met verdriet naar al het geweld in de wereld. We verbazen over het nietsontziende terrorisme in Sri Lanka.
En ondertussen vieren wij Pasen.
Kan dat?
Ja, dat kan.
Openbaring 18 vertelt ons dat de Here te Zijner tijd ingrijpt. En dat gebeurt heus niet zachtzinnig!
Nee, wij hebben niet voor niets Pasen gevierd. Het was, om zo te zeggen, geen fake-feest. ’t Was geen festijn voor de bühne, waar verder niemand iets aan heeft.
Er komt een moment dat in de hemel een grote menigte hemelingen zal juichen: “Halleluja, de zaligheid, de heerlijkheid, de eer en de kracht zij aan de Heere, onze God”[4].
Die jubel kunnen zelfs terroristen in Sri Lanka niet tegenhouden!

Noten:
[1] Geciteerd van https://nos.nl/artikel/2281378-arrestaties-na-aanslagen-sri-lanka-207-doden.html ; Geraadpleegd op Paaszondag 21 april 2019. En: https://nos.nl/artikel/2281519-aanslagen-sri-lanka-gepleegd-door-zeven-zelfmoordterroristen.html ; geraadpleegd op Paasmaandag 22 april 2019.
[2] Geciteerd uit mijn artikel ‘Start de evacuatie!’, hier gepubliceerd op maandag 30 januari 2017. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2017/01/30/start-de-evacuatie/ . Geraadpleegd op Paaszondag 21 april 2019.
[3] Openbaring 18:21.
[4] Openbaring 19:1.

24 april 2019

Christus en Zijn Woord voorop

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

In de Gereformeerde kerk spreken we vaak over de stad met fundamenten waarvan God de Bouwer en Ontwerper is. Dat gezegde komt uit Hebreeën 11[1].

Dat is iets om goed te onthouden – God is de Bouwer van de kerk.

Mensen bouwen op het fundament van de kerk. De apostel Paulus bijvoorbeeld. Hij noemt zich in 1 Corinthiërs 3 zelfs een wijs bouwmeester. Maar die kwalificatie kan hij alleen maar gebruiken “overeenkomstig de ​genade​ van God die mij gegeven is”[2].
Wie die genade niet heeft bouwt verkeerd. Zo iemand doet niet wat de Here van hem vraagt.
Wie werkt in de kerk moet constant om Gods genade vragen!

Er wordt met verschillend materiaal slechts één bouwwerk opgetrokken.
Als we in de kerk aan het werk zijn, moeten we vooral niet gaan spreken over verschillende bouwwerken.
Als we in de kerk aan het werk zijn, gebeurt dat met verschillende bouwmaterialen en heel wat bouwvakkers. U begrijpt het wellicht reeds: die bouwvakkers zijn de kerkleden. Al die bouwvakkers/kerkleden moeten zich, terwijl zij druk aan het metselen en timmeren zijn, voortdurend vragen stellen als: kan mijn werk de Goddelijke toets doorstaan? En: komen mijn bouwactiviteiten door de hemelse controle heen? En: gaat het mij alleen om Gods eer, of ook een beetje om mijn eigen reputatie?[3]
De beantwoording van die vragen is belangrijk.
Want de kerk zelf is één bouwwerk – het Meesterwerk van de God van hemel en aarde.
Het is één bouwwerk, gebouwd op één fundament: Jezus Christus.
Die kerk bevindt zich overal ter wereld.
Maar het is één kerk.

In 1966 was er in de Gereformeerde kerken (vrijgemaakt) een felle strijd aan de gang. In een open brief stonden toen de zinnen: “We worden met ons vaak klein vaderlands gedoe als Gereformeerde Kerken in Nederland weggeroepen naar het niveau van de wereldkerk. En dat zal steeds meer gebeuren, of we dat wensen of niet. Daarheen dringt ons Christus’ leiding van de wereldgeschiedenis”[4].
Indertijd waren er veel discussies over die term ‘klein vaderlands gedoe’. Want Gereformeerden wisten in de jaren ’60 heel best dat zij deel uitmaakten van één groot bouwwerk waarvan God de Bouwer is. Die term ‘klein vaderlands gedoe’ heeft heel wat mensen veel pijn gedaan.
Wilt u een voorbeeld? De Gereformeerd-vrijgemaakte dominee J. Kok (1921-2005) zei in 1972 in een bidstond die aan een generale synode voorafging: “Gods wereldwijd kerkewerk staat of valt niet met ons werk. Het geeft aan de arbeid der synode ook een nieuwe dimensie. Het heft de spanning op tussen klein vaderlands gedoe en werken op wereldniveau. Met de behartiging van de huishoudelijke zaken van de gereformeerde kerken in dit land zijn de broeders te werk gezet in Gods universele tempelstad”[5].

Gereformeerden weten in 2019 nog steeds heel goed dat hun werk niet iets van de vierkante kilometer is. Want wereldwijd ligt er één fundament: Jezus Christus.

Jezus Christus en Zijn Woord – die gaan in de kerk altijd voorop.

Daarom zijn we in de kerk ook heel voorzichtig met het formuleren van allerlei rechten.
In de kerkstrijd die ik hierboven noemde spraken sommigen wel over ‘het recht van oppositie’.
Daarover schreef de Gereformeerd-vrijgemaakte dominee C.G. Bos: “Dat recht kent de kerk niet. De kerk kent alleen het recht en de plicht van de gehoorzaamheid aan Gods Woord. Opkomen voor de heerschappij van dat Woord is niet ’oppositie voeren’. Wie zich tegen de heerschappij van Gods Woord verzet, die voert oppositie”[6]. En dat recht hebben we dus niet.
In de kerk bewaken we samen de voorrangspositie van Jezus Christus en Zijn Woord. Bij alle stappen die we in de kerk zetten heeft dat prioriteit 1. Kerkenraden hebben daar een hoofdrol in.

Nu het hier om gaat noem ik ook de naam van dominee A. van der Ziel. Van der Ziel werd in 1943 predikant in Groningen. Hij is in de jaren ’60 geschorst en uiteindelijk afgezet. Kortgeleden schreef iemand over deze predikant: “Het hele ‘gedoe’ rondom dominee Van der Ziel is te danken aan zijn eigen optreden: je eigen gang gaan, vrijheid vragen daarvoor, kerkenraadsbesluiten naast je neerleggen”[7].
C.G. Bos noteerde trouwens jaren geleden reeds: dominee Van der Ziel “ging zijn eigen weg, voerde hij zijn eigen beleid, tegen het beleid van de kerkeraad in. Hij ging van het kerkeraadsbesluit, dat hij onschriftuurlijk achtte, niet in appèl. Volgens hem was er wel ’appèlrecht’, maar geen ’appèlplicht’: onschriftuurlijk geachte besluiten mocht men zonder meer naast zich neerleggen. Dit ’eigen beleid’ voeren, tegen het beleid van de kerkeraad in, werkte kerkontbindend, was muiterij, het aanrichten van tweedracht en scheuring. Hier moest de kerkeraad na lang en veel vermaan een einde aan maken…”[8].
Een ieder voelt wel aan dat dat niet zomaar past bij de stelling: Christus en Zijn Woord gaan altijd voorop.

Misschien zegt iemand wel: in de kerk loop je aan de leiband. Of ook: het moet precies zo en niet anders.
Dat is gezichtsbedrog.
De kwestie is wel altijd: Christus en Zijn Woord staan bovenaan.
Eén vraag nog: is het goed om te zeggen dat men in heel veel stijlen op het fundament kan bouwen?
In de jaren ’60 van de vorige eeuw heeft men dat wel gezegd[9].
En in feite ziet men dergelijke opinies nog wel eens voorbij komen. Dan suggereert men bijvoorbeeld: de plaatselijke situatie vereist dat wij de vrouw in het ambt toestaan.
Laten we maar niet al te klakkeloos gaan roepen dat er heel veel christelijke stijlen zijn.
Paulus maant ons – en dat tenslotte – op dit punt tot grote voorzichtigheid.
Laten wij ons maar eenvoudig houden aan 2 Timotheüs 2: “…als wij met Hem gestorven zijn, zullen wij ook met Hem leven. Als wij volharden, zullen wij ook met Hem regeren. Als wij Hem verloochenen, zal Hij ons ook verloochenen. Als wij ontrouw zijn, blijft Hij getrouw. Hij kan Zichzelf niet verloochenen. Breng deze dingen in herinnering en bezweer hun, ten overstaan van de Heere, dat zij geen woordenstrijd voeren, die nergens toe dient dan tot de ondergang van de hoorders. Beijver u om uzelf welbeproefd voor God te stellen, als een arbeider die zich niet hoeft te schamen en die het Woord van de waarheid recht snijdt”[10].

Noten:
[1] Hebreeën 11:10.
[2] 1 Corinthiërs 3:10.
[3] Zie hierover ook de onlineversie van de Studiebijbel, commentaar bij 1 Corinthiërs 3:10. Geraadpleegd op zaterdag 20 april 2019.
[4] Geciteerd van http://beheer.ngk.nl/docs/openbrief.pdf ; geraadpleegd op zaterdag 20 april 2019.
[5] Zie mijn artikel ‘De kerkstad uitgelicht’, hier gepubliceerd op 21 april 2017. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2017/04/21/de-kerkstad-uitgelicht/ .
[6] C.G. Bos, “Nederlandse kerkgeschiedenis na 1945”. – Groningen: Uitgeverij De Vuurbaak bv, 1980. – Citaat van p. 95 en 96.
[7] Jan Visser, “Schorsing predikant om ‘gedoe’? Nee”. In: Nederlands Dagblad, maandag 1 april 2019, p. 12 en 13.
[8] Bos, a.w., p. 98.
[9] Zie hierover: A.A.W. Bolland (samensteller), “Rondom de ‘Open Brief’ – artikelen, reacties en besluiten n.a.v. de ‘Open Brief’”. – Vlaardingen: Theologische boekhandel en antiquariaat Ton Bolland, [september 1967]. – p. 25.
[10] 2 Timotheüs 2:11 b-15.

23 april 2019

Het geluk van de ware christen

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: ,

Geluk zit, zoals bekend, niet in geld[1]. Genade en vrede van God: die kunnen ons blij stemmen.
Dergelijk geluk is van buitenaf vaak niet te zien. De Heilige Geest werkt aan zulk welzijn in het hart van gelovige mensen.
Daarom moeten wij niet te snel gaan roepen: hij of zij is een heel ongelukkig mens.

Schrijver dezes hoorde het jaren geleden eens zeggen: de vrouw die wij nu gaan begraven heeft een moeilijk leven achter de rug.
Daar was veel van waar. Overigens werd er zeer terecht niet bij gezegd: zij is reuze ongelukkig geweest.
De overledene was een gelovige vrouw die, toen zij nog leefde, te maken had met allerlei vormen van lijden. Lichamelijk en psychisch had zij het zwaar. Haar leven was verre van gemakkelijk. Maar was zij ongelukkig? Nee, dat was zij niet. Want zij was een kind van God.

In dit verband vraag ik graag uw aandacht voor Psalm 88.

De Ezrahiet Heman zingt over iemand wiens leven verzadigd is van rampen. Alle ongeluk lijkt opgestapeld in dat ene leven. Er komt een moment dat de man in kwestie volkomen krachteloos is. Zijn moment van overlijden lijkt met rasse schreden te naderen.
Zijn vrienden hebben hem verlaten. Zij vinden hem niet interessant meer.
De laatste regel van deze psalm luidt: “mijn bekenden zijn duisternis”[2]. Duisternis: dat is hier het laatste woord. De nacht heeft het laatste woord, zo lijkt het.

Maar het is niet waar.
Want terwijl hij de treurnis waarneemt zingt Heman:
“Zou U wonderen doen aan de doden?
Of zouden gestorvenen opstaan en U loven?
Zou er van Uw goedertierenheid in het ​graf​ verteld worden,
van Uw trouw in het verderf?
Zouden Uw wonderen bekend worden in de duisternis,
Uw ​gerechtigheid​ in het land van vergetelheid?”[3].
Gods eer wordt niet in het dodenrijk vergroot. Op het kerkhof is geen enkele dode die kan zeggen dat God groot is. In het land waar aardse activiteiten vergeten zijn is niemand die beweren kan dat God wonderen doet. Welnu, zo vraagt Heman in Psalm 88, dat kan de bedoeling toch niet wezen? Het gaat om het eerbetoon aan God.

Dus: vanuit de ellende wijst Heman op het alles overheersende belang van Gods eer.
Bij dit alles moeten wij ons realiseren dat Heman nog niet zoveel weet over de overgang van sterven naar opstanding als wij. Heman ziet de zaken nog in Oudtestamentisch perspectief.

Heman zegt dus niet: de ellende in de wereld is enorm groot; nu wil ik niks meer met God te maken hebben.
Integendeel, Heman ziet Gods hand in alle dingen die gebeuren. Heman spreekt zijn Heer zelfs aan met de titel: “God van mijn heil”[4].
Zo leert Heman aan alle Bijbellezers: mensen, schaamt u zich maar niet als u in uw gebeden niet veel verder komt dan de opsomming van uw problemen.
Heman onderwijst ons: u mag roepen tot de God van uw heil.
Gelovigen in de eenentwintigste eeuw moeten daarbij ook denken aan de Here Jezus Christus. Na Pasen staat het hen weer scherp voor de geest: de Zoon van God kreeg uiteindelijk veel meer te verwerken als Heman. Door Zijn lijden en sterven opent Jezus Christus de weg naar Vader in de hemel. Wij mogen het weten: de weg naar de hemel is open.

Vrij contact met God, vierentwintig uur per dag: daarin zit ten diepste het geluk van de ware christen.

In haar wandelen met God zat, naar mijn overtuiging, ook het diepste geluk van die overleden vrouw waarover het in dit begin van dit artikel gaat.

Er zijn in dit leven veel dingen die ons dwars kunnen zitten.
Er kunnen lichamelijke en psychische belemmeringen zijn.
Ook kunnen allerlei materiële zaken een donkere deken over het leven leggen. Denkt u maar aan plotseling ontslag bij het faillissement van een bedrijf. Denkt u ook maar aan alle problematiek rond schuldhulpverlening.
Er zijn situaties waarin we er helemaal geen gat meer in zien.
Laten we het dan maar bedenken: er is méér dan dit leven alleen. Net als Heman mogen we dan zeggen:
“Mijn oog is treurig van ellende;
HEERE, ik roep tot U de hele dag,
ik strek mijn handen naar U uit”[5].
En:
“Ik echter, ik roep tot U, HEERE,
mijn ​gebed​ komt U tegemoet in de morgen”[6].

Het oordeel over het geluk, of ongeluk, van de mensen in onze omgeving moeten wij maar niet te snel vellen. Dat kunnen die mensen zelf het beste aangeven.
Er komt een moment dat wij allen mogen rusten van onze moeiten. Onze werken volgen ons.
Als we in die verwachting wandelen met God, zullen er in ons leven altijd geluksmomenten blijven.

Notulen:
[1] Dit artikel is een bewerking van een stuk dat ik eerder schreef. Dat stuk is gedateerd op dinsdag 28 april 2009.
[2] Psalm 88:19.
[3] Psalm 88:11, 12 en 13.
[4] Psalm 88:2.
[5] Psalm 88:10.
[6] Psalm 88:14.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.