gereformeerd leven in nederland

31 juli 2019

Almachtige God is allesbepalend

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

China krijgt steeds meer invloed in de wereld. Vriend en vijand zijn het daar wel over eens.
In een blad voor het midden- en kleinbedrijf staat te lezen: “De Amerikaanse financiële sector wordt (…) met vele miljarden van Chinese staatsbedrijven in leven gehouden. Het land kan daardoor meer eisen stellen. En dat hoeft niet in officiële termen te zijn. Je hebt dwang en dwang. Het bewerken van handelspartners is een fijn spel. Je hoeft ze niet openlijk onder druk te zetten, maar je kunt natuurlijk wel laten doorschemeren dat het ‘verstandig’ zou zijn om dichtbij de markt, in China dus, te produceren.
Wat China officieel uitdraagt, is niet één op één wat het ook echt wil”.

Men schrijft ook: “De ontwikkeling van China is niet tegen te houden. Voor Nederland, in Europa de tweede handelspartner van China (na Duitsland), zit er niets anders op dan die ontwikkeling nauwlettend te volgen en er waar mogelijk op in te spelen. Op zich hebben we niet zoveel te vrezen. Want gaat het economisch goed met China, dan gaat het ook goed met ons”[1].
Laten we de economische macht van China maar niet onderschatten!

Hoe staat het er in China voor als het over godsdienst gaat?
De organisatie Open Doors deed daar in januari jongstleden een boekje over open. Ik citeer: “In China is de situatie in de afgelopen tien jaar niet zo erg geweest voor christenen, sommigen zeggen zelfs dat hij niet zo erg is geweest sinds het einde van de Culturele Revolutie in 1976. Er is een nieuwe wet van kracht geworden die onder meer kinderen en jongeren verbiedt om godsdienstonderwijs te volgen. De communistische partij buigt zich nu over religieuze zaken, terwijl daar voorheen een aparte instantie voor was. Chinese kerken worden geacht de Chinese vlag hoger hangen dan het kruis op de kerk. Voorafgaand aan de dienst moet het volkslied worden gezongen. Een aantal rooms-katholieke kerken werd gedwongen afbeeldingen van Jezus Christus te vervangen door foto’s van president Xi”[2][3].

Hierboven staat het reeds: “Wat China officieel uitdraagt, is niet één op één wat het ook echt wil”.
Wat wil China dan precies bereiken?
In het Reformatorisch Dagblad staat daarover te lezen: “Verwerkelijking van de Chinese droom is wat Xi voor ogen heeft. Wat die droom precies inhoudt? De grote vernieuwing van de Chinese natie. En dat betekent kortweg geen ondergeschikte plek meer in de wereldpolitiek.
Xi wil die positie via twee wegen verwerkelijken. Allereerst door ervoor te zorgen dat een gunstig internationaal klimaat China’s verdere ontwikkeling als grootmacht bevordert in plaats van schaadt. Dat vraagt van China samenwerking met andere landen en betrokkenheid bij het oplossen van grote internationale problemen.
Positief en opbouwend, zou je denken, maar de Chinese president wil er wel iets voor terugkrijgen en dat is het op zijn kop zetten van de internationale orde. Die orde is volgens hem nu ‘onrechtvaardig en gedateerd’ – niet meer van deze tijd.
De ontwikkelde landen (lees: zij die behoren tot het rijke Westen) domineren volgens Peking de wereld ten koste van de ontwikkelingslanden, waartoe China zich nog altijd rekent.
Dat moet dus veranderen en Xi zet daarvoor een ‘diplomatie met Chinese kenmerken’ in. Zijn belangrijkste gereedschap is de Nieuwe Zijderoute, ofwel de aanleg van wegen, spoorlijnen, havens en vliegvelden wereldwijd. Vooral ontwikkelingslanden in Afrika, Azië en Latijns-Amerika dienen op die manier aan China te worden gebonden, zodat ze schouder aan schouder mét de Chinezen die westerse dominantie teniet doen”[4].

De internationale orde moet ondersteboven.
Dat voornemen jaagt velen angst aan.

In die wereld doen Gereformeerden er goed aan om te bedenken dat onze God oppermachtig is.
Iedere zondag belijden wij het in de kerk: wij geloven in God de Vader, de Almachtige, Schepper van de hemel en de aarde[5].
Dat betekent “dat de eeuwige Vader van onze Here Jezus Christus, die hemel en aarde, met al wat erin is, uit niets geschapen heeft en ze nog door zijn eeuwige raad en voorzienigheid in stand houdt en regeert, om zijn Zoon Jezus Christus mijn God en mijn Vader is. Daarom vertrouw ik zo op Hem, dat ik er niet aan twijfel, of Hij zal mij voorzien van alles wat ik voor lichaam en ziel nodig heb, en ook elk kwaad, dat Hij mij in dit moeitevol leven toedeelt, voor mij doen meewerken ten goede. Want Hij kan dit doen als een almachtig God en wil het ook doen als een trouw Vader”. Zo belijden wij dat in de Heidelbergse Catechismus[6].
Daar kan China niet tegenop.
De Chinese vlag hangt op aarde wellicht hoger dan het kruis op de kerk. Maar dat is aards machtsvertoon waar onze God ver boven staat!

In omstandigheden als deze is het nuttig om elkaar te wijzen op woorden uit Spreuken 16:
“De HEERE heeft alles gemaakt omwille van Zichzelf,
ja, zelfs de goddeloze voor de dag van het onheil”[7].

De Here is buitengewoon doelgericht bezig. Hij weet welke taken de mensen krijgen die Hij schept. Ja, Hij kent ook de bestemming van Zijn tegenstanders. Hij weet welk oordeel zij krijgen op de Jongste Dag.
Een exegeet noteert hier bij: “Het is (…) niet zo dat de tekst aangeeft dat God welbewust mensen maakt om ten onder te laten gaan. De rest van het boek Spreuken maakt immers duidelijk dat ze zelf voor verkeerde wegen kiezen. De macht van de HERE is echter zodanig dat Hij in staat is alles te laten medewerken ten goede”[8].

In China zijn heel wat mensen zeer doelmatig bezig. Dat geldt zeker voor de leiders van de Chinezen. Zij geloven niet dat hun Schepper hun einddoel reeds vastgesteld heeft. Maar dat is wel zo.

Moeten wij bang zijn voor China?
Laten we de vrees voorlopig maar buiten de deur houden.
Natuurlijk, wij moeten de ontwikkelingen volgen. En wij moeten, als dat nodig blijkt, onze goede God en Zijn Woord verdedigen.
Maar laten we niet vergeten dat de apostel Paulus in Romeinen 8 schrijft: “En wij weten dat voor hen die God ​liefhebben, alle dingen meewerken ten goede, voor hen namelijk die overeenkomstig Zijn voornemen geroepen zijn”[9].

De macht van China kan groot worden.
De kracht van China zal op de duur wellicht beangstigend wezen.
Maar de band tussen God en Zijn kinderen…, nee – die kunnen de Chinezen niet doorsnijden.

Kent u onderstaande woorden?
“Het ​hart​ van een mens overdenkt zijn weg,
maar de HEERE bestuurt zijn voetstappen”.
Ja, dat is ook Spreuken 16![10]

Noten:
[1] Beide citaten komen van https://www.mkb.nl/sites/default/files/downloadables_vno/forum_1003_china_14997_0.pdf ; geraadpleegd op zaterdag 27 juli 2019.
[2] Geciteerd van https://opendoors.nl/nieuws/sterke-stijgers-china-car-libie-en-algerije ; geraadpleegd op zaterdag 27 juli 2019. Het bericht is gedateerd op woensdag 16 januari 2019.
[3] Xi Jing Ping is president van de Volksrepubliek China.
[4] “China en zijn buren: aantrekken en afstoten”. In: Zaterdag Zomer, bijlage bij het Reformatorisch Dagblad, zaterdag 27 juli 2019, p. 4 en 5. Het citaat komt uit een korte uitleg op pagina 5 onder het kopje: “Goed doen én agressie, dat gaat moeilijk samen”.
[5] Zo belijden we dat in de Apostolische Geloofsbelijdenis.
[6] Heidelbergse Catechismus – Zondag 9, antwoord 26.
[7] Spreuken 16:4.
[8] Geciteerd uit de online versie van de Studiebijbel; commentaar bij Spreuken 16:1-9.
[9] Romeinen 8:28.
[10] Spreuken 16:9.

30 juli 2019

Wij zijn van Gods geslacht

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

In Handelingen 17 verkondigt Paulus in Athene het Evangelie.
Hij zegt daar onder meer: “…in Hem leven wij, bewegen wij ons en bestaan wij; zoals ook enkelen van uw dichters gezegd hebben: Want wij zijn ook van Zijn geslacht”[1].
Paulus’ boodschap is duidelijk: God is onze Schepper; Hij leidt ons aan Zijn hand door de wereld.

Er zijn enkele dichters die gezegd hebben: want wij zijn ook van Zijn geslacht.
Een exegeet schrijft: “De woorden ‘in Hem leven we en bewegen we ons en zijn we’ zijn mogelijk ontleend aan de dichter Epimenides, terwijl ‘wij zijn immers ook van Zijn geslacht’ van de dichter Aratus afkomstig is”[2].

Wie is die Epimenides?
Epimenides van Knossos is een Griekse dichter en filosoof uit de zesde eeuw voor Christus. Epimenides is in de logica bekend door de naar hem genoemde paradox.
Over de paradox van Epimenides leert een bekende internetencyclopedie ons: “Een paradox is een ogenschijnlijke tegenspraak. Als we deze uitspraak letterlijk interpreteren, dus als: ‘alle uitspraken van alle Kretenzers zijn altijd gelogen’, dan is het inderdaad zo dat de uitspraak, die immers gedaan is door een Kretenzer, zichzelf tegenspreekt: de uitspraak zegt van zichzelf dat hij niet waar is, en kan dus niet waar zijn. De uitspraak kan alleen waar zijn als we hem niet letterlijk interpreteren, bijvoorbeeld als: Kretenzers liegen vaak (maar niet altijd). De tegenspraak verdwijnt”. Daarop zinspeelt Paulus in Titus 1: “Een van hen, hun eigen ​profeet, heeft gezegd: Kretenzen zijn altijd leugenaars, kwade beesten, luie buiken”[3].

Epimenides schreef het gedicht Cretica – over Kreta.
Enkele regels daaruit luiden als volgt:
“Ze hebben een tombe voor u opgericht, o heilige en hoge,
de Kretenzers, altijd leugenaars, gemene beesten, vadsige buiken dat het zijn!
Maar gij zijt niet dood: gij leeft altijd voort,
want in u leven en bewegen wij en hebben ons bestaan”[4].
Daar is dus die regel: ‘want in u leven en bewegen wij en hebben ons bestaan’. Bij Epimenides slaan de woorden op de Kretenzers. Maar Paulus brengt een correctie aan op de gedachten van de Griekse filosoof: de oorsprong van het leven ligt bij de Schepper van hemel en aarde!

En dan is er die dichter Aratus. Wie is dat?
Deze Griekse dichter (315-245 voor Christus) is vooral bekend van zijn leerdicht Phainomena, een wetenschappelijke verhandeling over hemellichamen en weersvoorspellingen.
Zijn verhaal begint als volgt.
“Laat ons beginnen bij Zeus. Zijn naam zij nimmer, o mensen door ons verzwegen. Van Zeus vol zijn alle de wegen en al de pleinen der mensen, vervuld van hem zijn de zee en ook de havens. Geen plaats waar wij Zeus kunnen missen. Want wij zijn ook van zijn geslacht. Vriendelijk is hij voor de mensen en goedgunstig gezind. De mannen wekt hij ten arbeid wijzend hen op hun taak. Hij zegt wanneer het de tijd is de grond te bewerken met ploegos en spade, wanneer de getijden gunstig zijn voor het planten en zaaien van alle gewassen. Want hij plaatste als bakens hoog aan de trans van de hemel ’t gesternte in rijke schakering en hij zocht uit voor de jaarkring sterren die bovenal duid’lijk aan zouden geven de mensen d’ eeuw’ge keer der seizoenen, opdat het al feilloos zou groeien. Daarom plegen zij hem steeds het eerst en het laatst te vereren”[5].
Aratus zegt: wij komen uit het geslacht van Zeus.
Nee, zegt Paulus. Dat is niet waar. Het is onzin. Want wij zijn onverbrekelijk verbonden met onze Heiland. Met Jezus Christus dus!

Paulus sluit aan bij de actualiteit van zijn tijd. Hij weet wat er te koop is in de wereld.
Aldus doet hij een impliciete oproep aan Bijbellezers van alle tijden: kijk rond in de wereld, verkondig en verdedig het Evangelie!

In het Athene van Handelingen 17 zeggen velen: dat Evangelie interesseert ons geen klap. Men vindt de apostel Paulus, op de keper beschouwd, een merkwaardig soort verhalenverteller: “Wat zou deze praatjesmaker toch willen zeggen?”[6].
Intussen vraagt Paulus om een keuze. Meer precies: de Redder van de wereld roept de mensen op om te kiezen: voor of tegen Christus!
Dominee M.J.C. Blok sr. (1914-1976) zei in een preek over Handelingen 17 eens: “De antithese is er, en blijft volkomen. Er zijn geen waarheidselementen in de heidense religie (…). Het is niet zo, dat deze dichters eigenlijk al op weg zijn naar de waarheid, en dat Paulus ze daarom nu maar rustig annexeert voor zijn eigen bedoelingen. Hier wordt geen waarheid beleden, hier wordt alleen maar gelogen”[7].
Kortom – de tegenstellingen liggen scherp.

Iemand vroeg eens: zijn alle godsdiensten niet ten diepste gelijk?
Op die existentiële vraag werd onder meer geantwoord: “Ja, het is één pot nat: alle religies hebben gemeen dat ze geloven in een persoonlijke oppermachtige god, die niet alleen alles geschapen zou hebben, maar zich ook nog eens persoonlijk iets aan elk mens gelegen zou laten liggen. Overigens geloven ze allemaal in één god en wijzen ze de overige 99% van de hand”[8].

Dat laatste kan best waar wezen.
Intussen vraagt de Here, ook anno Domini 2019, eenvoudig geloof.
Waarom?
Paulus legt het in Handelingen 17 uit: “Wij nu, die van Gods geslacht zijn, moeten niet denken dat de Godheid gelijk is aan goud, zilver of steen, een product van de kunstzinnigheid en gedachten van een mens. God dan verkondigt, met voorbijzien van de tijden van de onwetendheid, nu overal aan alle mensen dat zij zich moeten bekeren, en wel omdat Hij een dag vastgesteld heeft, waarop Hij de wereld ​rechtvaardig​ zal oordelen door een Man Die Hij daartoe aangesteld heeft. Daarvan heeft Hij aan allen het bewijs geleverd door Hem uit de doden te doen opstaan”[9].
Laten wij dat Evangelie maar vasthouden!

Noten:
[1] Handelingen 17:28.
[2] Geciteerd uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Handelingen 17:28.
[3] Titus 1:12.
[4] Zie https://nl.wikipedia.org/wiki/Epimenides en https://nl.wikipedia.org/wiki/Paradox_van_Epimenides ; geraadpleegd op woensdag 24 juli 2018.
[5] Deze vertaling is ontleend aan een preek van de Gereformeerd-vrijgemaakte predikant J.B.K. de Vries over Handelingen 17:22-34.
[6] Handelingen 17:18.
[7] De preek van dominee Blok heeft als tekst Handelingen 17:22-34.
[8] Geciteerd van https://www.startpagina.nl/v/religie-spiritualiteit/religie/vraag/94372/religies-ten-diepste-gelijk/ ; geraadpleegd op donderdag 25 juli 2019.
[9] Handelingen 17:29, 30 en 31.

29 juli 2019

Oproep in de hitte

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

In de afgelopen week was het heet. Bloedheet. Er kwam een nieuw hitterecord: 40,7 graden. Zo warm is het in Nederland nog nooit geweest.
Heel Nederland had het er druk mee.
Nynke de Jong, columniste in het Algemeen Dagblad, werd een beetje moe van al die drukdoenerij.
Zij noteerde: “De hijgerige berichtgeving rond de hitte-hysterie stoorde me een beetje”.
En:
“De live-uitzending van de Tour werd onderbroken door een hitterecord. In Deelen, in Gelderland, zou een temperatuur van 41,7 graden Celsius gemeten zijn. De microfoons van Herbert en Maarten werden dichtgeschoven om stante pede naar de journaalstudio in Hilversum te schakelen.
Dionne Stax noemde het getal 41,7. Gerrit Hiemstra zei dat ze het nog aan het onderzoeken waren. Vlak daarvoor was het in Deelen nog maar 35 graden. Hoe kon de temperatuur zó snel oplopen? Ik gokte op een frituurpan vol frikandellen naast de thermometer.
De hitte-hysterie was compleet. De wedstrijd over wáár het hitterecord verbroken zou worden, werd verslagen alsof het de eerste marathon op natuurijs betrof”[1].

Even voor ons beeld: dat getal 41,7 bleek niet te kloppen. In werkelijkheid was het 40,7 graden.

In een situatie als deze komen er allerlei verhalen los over de klimaatverandering.
Het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut (KNMI) stelt: “Door menselijk toedoen is het in de afgelopen 130 jaar 0,9 °C warmer geworden op aarde. De zeespiegel is sinds die tijd met 20 centimeter gestegen”[2].

Echter – vrijwel niemand spreekt over de proclamatie van de God van hemel en aarde.
Gods kinderen mogen niet vergeten wat David hen in Psalm 24 leert:
“De aarde is van de HEERE en al wat zij bevat,
de wereld en wie er wonen”[3].

Dat woord ‘bevat’ klinkt wellicht een beetje technisch.
In de Statenvertaling lezen we: “De aarde is des HEEREN, mitsgaders haar volheid”.
Alle mensen, dieren en andere schepselen hebben een eigendomsstempel op: gecreëerd door de Schepper der wereld.
En uit al die op aarde krioelende schepselen kiest Hij bepaalde mensen uit om in te lijven bij Zijn volk.
Laten wij elkaar wijzen op Exodus 19: “Nu dan, als u nauwgezet Mijn stem gehoorzaamt en Mijn ​verbond​ in acht neemt, dan zult u uit alle volken Mijn persoonlijk eigendom zijn, want heel de aarde is van Mij”[4].
En op Deuteronomium 10: “Nu dan, Israël, wat vraagt de HEERE, uw God, van u dan de HEERE, uw God, te vrezen, in al Zijn wegen te gaan, Hem lief te hebben en de HEERE, uw God, te dienen, met heel uw ​hart​ en met heel uw ziel, en de geboden van de HEERE en Zijn verordeningen, die ik u heden gebied, in acht te nemen, u ten goede? Zie, van de HEERE, uw God, is de hemel, ja, de allerhoogste hemel, de aarde en alles wat erop is”[5].
De Here heeft mensen uitgekozen.
“Deze uitverkiezing”, zo leren in Dordrecht vergaderde geleerden uit voorbije eeuwen ons, “is een onveranderlijk voornemen van God, waardoor Hij voor de grondlegging van de wereld uit het hele menselijke geslacht – dat door eigen schuld de oorspronkelijke gerechtigheid verloren en zich in zonde en ondergang gestort heeft – een vast en groot aantal mensen in Christus tot het heil heeft uitgekozen”[6].
Psalm 24 is een kerklied dat gezongen wordt tegen de achtergrond van de uitverkiezing.

In de kerk zingen wij:
“De aarde is, met al wat leeft,
met al wat zij aan schatten heeft,
het wettig eigendom des HEREN”[7].
En dan mogen kerkmensen er blijmoedig bij denken:
“Van alle goeden en bozen
heeft de Here ons uitgekozen!”.
Dan wordt Psalm 24 een lied van vreugde, dat kerkmensen graag aanheffen. De militia Christi, de keurtroepen van de hemelse Heer, vormen al zingend een erewacht voor de Creator van deze wereld!

Het gaat er om dat de Here Zelf op de aarde wonen wil. En Hij wenst Zijn kinderen om Zich heen te hebben.
“Wie zal de berg van de HEERE beklimmen?
Wie zal staan in Zijn ​heilige​ plaats?
Wie ​rein​ is van handen en zuiver van ​hart,
wie zijn ziel niet opheft tot wat vals is, en niet bedrieglijk zweert”[8].
De Schepper van heel de kosmos roept heel de wereld, de kerk incluis, op heilig te leven. Tot eer van God. Ter meerdere glorie van Hem!

De aarde is door God geschapen. Hij is de Maker van de woonplaats der mensen. Door de jaren heen pleegt Hij onderhoud aan Zijn creatie. Ook in de zomer van 2019. Ook op de heetste dagen van het jaar.
Wie goed luistert, hoort de oproep: mensen, luister naar Mij en leef voor Mij!

Welnu, in de kerk doen we niets liever!
In de kerk kunnen we daarom met recht verder zingen in Psalm 24:
“De HERE heeft hem heil bereid,
Hij schenkt aan hem gerechtigheid,
zijn zegen doet Hij hem ontvangen.
Dit is ’t geslacht dat naar Hem vraagt,
’t is Jakobs volk dat God behaagt.
Uw aanschijn zoekt het met verlangen”[9].

Zo wordt hitte-hysterie glorieus gezang!

Noten:
[1] Geciteerd van https://www.ad.nl/binnenland/de-hijgerige-berichtgeving-rond-de-hitte-hysterie-stoorde-me-een-beetje~a3119054/ ; geraadpleegd op vrijdag 26 juli 2019.
[2] Geciteerd van https://www.knmi.nl/producten-en-diensten/klimaatverandering ; geraadpleegd op vrijdag 26 juli 2019.
[3] Psalm 24:1 b.
[4] Exodus 19:5.
[5] Deuteronomium 10:12, 13 en 14.
[6] Dordtse Leerregels, hoofdstuk I, artikel 7.
[7] Dit zijn de eerste regels van Psalm 24:1 in de berijming van het Gereformeerd Kerkboek-1986.
[8] Psalm 24:3 en 4.
[9] Psalm 24:3 – berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986.

26 juli 2019

De liefde gaat boven alles

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Liefde en genegenheid laten blijken – dat is in deze wereld niet zo gewoon. Meestal gaan we nogal afstandelijk, zakelijk bijna, onze gang.
In die wereld roept de God van hemel en aarde ons op om liefde te tonen. Straal het uit! Laat het zien!
De apostel Paulus schrijft in 1 Corinthiërs 13: “En al zou ik de gave van de ​profetie​ hebben en alle geheimenissen weten en alle kennis bezitten, en al zou ik al het geloof hebben zodat ik bergen zou verzetten, maar ik had de ​liefde​ niet, dan was ik niets”[1].

De gave van de profetie, dat is de inspiratie door de Heilige Geest. Dus: het spreken vanuit gegeven Geestkracht. Paulus heeft het oog op de prediking. Maar hij heeft ook aandacht voor ieder die, hoe en waar dan ook, wijst op het verlossingswerk van Jezus Christus. Geloofsopbouw en gemeenteopbouw zijn van het hoogste belang.
Geestelijk spreken, dat betekent: gemeenteleden worden in hun “persoonlijke situatie bemoedigd, vertroost, gezegend en gewaarschuwd”. Het houdt ook in “dat ongelovige toehoorders door God op hun leven worden aangesproken”[2].
Wie een ‘technisch’ leider is, functioneert uiteindelijk niet goed in de kerk. Het is niet louter een kwestie van netjes redeneren en keurige weetjes.
Ook al is ons geloof ijzersterk en hebben we alle dogma’s volstrekt correct in ons hoofd zitten – dan is het nog zo dat we in de kerk een onvoldoende krijgen.
Zonder liefde is het kerklidmaatschap op geen enkele manier nuttig.

Het is verhelderend om bij dit alles de situatie in de kerk te Corinthe in het oog te houden.

De Gereformeerd-vrijgemaakte predikant Joh. Strating (1928-1994) schreef daarover eens: “Als we maar niet vergeten, dat het woord ‘liefde’ juist in dat Nieuwe Testament een heel apart stempel heeft gekregen. Het behoort tot de eigen woordengroep van de Schrift om klank en kleur te geven aan het wonder van de ware broederschap in deze wereld. Dat is te zeggen: aan het wonder van de liefde Gods in Christus Jezus én aan het wonder van de liefde van de gelovigen tot elkaar”.
En:
“De apostel spreekt over de glossolalie (de tongentaal), de gave van de profetie en zó ook ·over de gaven van de kennis enz. Daar wil Paulus wel eens wat over kwijt. Want het dreigde allemaal uit de hand te lopen in Corinthe. De gemeente ontvangt een waarschuwing. Er is verscheidenheid in genadegaven. Dat hebben de Corinthiërs goed verstaan. Maar die gevarieerdheid mag niet leiden tot verachting van het éne lichaam. Dat laatste hebben ze evenwel uit het oog verloren. Zij waren vergeten, dat die gaven van de éne Geest ten diepste één zijn en hoogstens elkaar aanvullen. Het werd in Corinthe een onheilige concurrentie. Men misbruikte de Geestesgaven om er mee te pronken. Zelfdienst in plaats van Gods-dienst en kérk-dienst! Wanneer Paulus daarvan hoort, vermaant hij zijn lezers door middel van deze brief. Zó mag het niet langer. De verkeersweg van de liefde is opgebroken. Er is in Corinthe een ongeestelijke wedloop aan de gang: Het ontbreekt de gemeente aan liefde. Dat is aan het besef, dat men met die rijke gaven eerst de Here moet zoeken en dienen, én het welzijn van heel de gemeente. Wie tróts wordt op de aan hem geschonken genadegave, schendt de wet van de liefde. Hij schendt de gemeenschap der heiligen, de ware broederschap. Hij mag dan verliefd zijn op zijn eigen gave, maar de liefde voor de gemeente is dan ver weg. De Corinthiërs maken zich zo druk om die Geestesgaven, maar het beslissende zien zij voorbij. De vraag komt niet eens aan bod: wat dóe ik met de gaven van de Geest?”[3].
Met andere woorden – met Geestesgaven pronk je niet, daar moet heel de gemeente van profiteren!

Dominee J.R. Wiskerke (1923-1968) vatte de boodschap van Paulus in dezen eens aldus samen: “stel eens, dat ik profetische vèrgezichten zag van enorme afmeting, stel eens, dat ik alles van de mensen en van de raad Gods wist en ik een wonder van helder en geestelijk inzicht was en tel er ook nog maar bij, dat ik een geloofsvolharding had, waardoor ik bergen verzette, óók dan zou ik niets betekenen als de liefdevolle toewijding voor de broeders en zusters bij mij ontbrak”[4].

Het bovenstaande brengt ons tot een vreugdevolle conclusie. Een gevolgtrekking die gedurende heel ons aardse leven veel waarde heeft. Namelijk deze: iedereen kán het!

Jongeren die voortdurend het idee hebben dat zij van God en geloof nog te weinig weten, mogen zich realiseren dat ook zij door de Heilige Geest aangestuurd worden. Denk maar aan de Nederlandse Geloofsbelijdenis: “Wij geloven dat de Heilige Geest, om ons ware kennis van deze grote verborgenheid te doen verwerven, in ons hart waar geloof ontsteekt, dat Jezus Christus met al zijn verdiensten omhelst, Hem zich toeëigent en niets meer buiten Hem zoekt. Want één van beide: òf in Jezus Christus is niet alles wat voor ons heil nodig is, òf dit alles is wel in Hem en dan heeft hij die Jezus Christus door het geloof bezit, al zijn heil”[5].

Ouderen, tot wie het langzaam doordringt dat zij in de wereld niet alles meer kunnen overzien, mogen beseffen dat ook zij – door de Heilige Geest – steeds weer het vaste vertrouwen krijgen dat niet alleen aan anderen, maar ook aan hen vergeving van de zonden, eeuwige gerechtigheid en eeuwig heil door God geschonken zijn, enkel uit genade, alleen op grond van de verdienste van Christus. Herkent u de Heidelbergse Catechismus?[6]
Misschien vragen sommige ouderen zich af: zou ik de Here wel voldoende hebben gediend in mijn leven? Of ook: ik ben nu 79, 83, 91, 95 jaar… zou het allemaal wel echt waar zijn? En: zou ik uiteindelijk werkelijk in de hemel komen?
Laten zij dan maar met diezelfde Catechismus blijven belijden dat de Geest ook aan oude mensen gegeven is, om hen door waar geloof aan Christus en al zijn weldaden deel te geven, hen te troosten en eeuwig bij hen te blijven[7].
Zeker – bij de ouderen komen zomaar de angsten: voor grote menigten mensen, voor de drukte op straat, voor de aftakeling in het algemeen en voor heel veel andere situaties; en dan zijn de zorgen om de kinderen nog niet eens genoemd. Maar door alles heen is daar de activiteit van Gods Geest.

Hij zorgt er Zelf voor dat de liefde blijft.
De liefde tot God.
En van daaruit ook de liefde voor elkaar.

Als wij de liefde niet hadden, dan waren wij niets. Nihil. Noppes. Nul komma nul.
In deze harde wereld roept de God van hemel en aarde ons op om liefde te tonen.
Straal het uit! Laat het zien!
En besef het maar: iedereen kán het!

Noten:
[1] 1 Corinthiërs 13:2.
[2] Het citaat komt uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij 1 Corinthiërs 14:4.
[3] Ds. Joh. Strating, “De ware broederschap – in liefde bloeiende”. In: De Reformatie, jaargang 51 nr 21, zaterdag 28 februari 1976, p. 372 en 374.
[4] Het citaat komt uit een preek over 1 Corinthiërs 13:1-8.
[5] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 22.
[6] De formulering is afkomstig uit de Heidelbergse Catechismus – Zondag 7, antwoord 21. Overigens formuleert de Catechismus in het enkelvoud.
[7] De formulering is afkomstig uit de Heidelbergse Catechismus – Zondag 20, antwoord 53. De Catechismus formuleert ook hier in het enkelvoud.

25 juli 2019

Op naam gezet

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

Door de eeuwen heen hebben velen over het fenomeen ‘schrijven’ gefilosofeerd.
De Duitse filosoof Arthur Schopenhauer (1788-1860) noteerde ooit: “Weinigen schrijven zoals een architect bouwt. Verreweg de meesten schrijven zoals men domino speelt”[1].
De eertijds bekende schrijver Godfried Bomans (1913-1971) hield zijn lezers eens voor: ‘Wantrouw elke drijfveer tot schrijven, behalve de vreugde van het formuleren’[2].
Dat alles voorspelt weinig goeds.
Men kan zich afvragen of het wel zin heeft om bij de voortduur Gereformeerde kerkbladen en kerkbodes te vullen. Heeft al dat geschrijf wel nut?

Teneinde die vraag te overwegen gaat in dit artikel Gods Woord open bij Openbaring 3.
Het vergrootglas ligt op deze woorden: “Wie overwint, hem zal Ik tot een zuil in de ​tempel​ van Mijn God maken, en hij zal daaruit niet meer weggaan. En Ik zal de Naam van Mijn God op hem schrijven en de naam van de stad van Mijn God, het nieuwe ​Jeruzalem, dat neerdaalt uit de hemel, bij Mijn God vandaan, en Mijn nieuwe Naam”[3].

Laten wij eerst bedenken dat deze woorden afkomstig zijn uit een brief aan christenen in Filadelfia. Die stad is zélf een aantal keren van naam veranderd.
Een exegeet noteert: “Tot tweemaal toe had men de naam van de stad veranderd -hoewel beide malen van korte duur-: na de aardbeving van 17 na Christus had men als dank voor de keizerlijke hulp de stad de naam Neocaesarea –Nieuw Caesarea, of Nieuwe Keizerstad, genoemd naar keizer Tiberius–; later gaf men Filadelfia de naam Flavia, naar de familienaam van keizer Vespasianus”[4].
Een naamsverandering is in Filadelfia dus niet ongewoon!

Vervolgens – het is wel bekend dat mensen die het klooster ingaan een nieuwe naam krijgen. Ook pausen nemen een nieuwe naam aan. Soms is dat een middel om van een barbaars klinkende naam af te komen. Vrijwel altijd betekent het dat er een nieuwe start wordt gemaakt. Men begint een gans ander leven. Hetgeen overigens lang niet altijd betekent dat men permanent Gods nabijheid voelt[5].

Natuurlijk – als op aarde moet worden nagedacht over een nieuwe naam van een kerkverband kost ons dat, in het algemeen genomen, veel hoofdbrekens.
Neem nu bijvoorbeeld de Nederlands-Gereformeerden en de Gereformeerd-vrijgemaakten. Wij weten het: zijn op zoek naar een nieuwe naam.
Hoe gaan zij heten als zij verenigd zijn?
Herenigde Gereformeerde Kerken? Doe maar niet. Anders wordt men tot in lengte van dagen aan de scheiding herinnerd.
Evangelisch Gereformeerde Kerken? Ook niet. Want dat is in zekere zin dubbel op.
Gebruikt men de aanduiding ‘Kerk’, of worden het ‘kerken’?
U begrijpt: er zijn heel wat op het oog onbeduidende dingen die er plots veel toe doen[6].

Nog altijd ligt de Bijbel open bij Openbaring 3.

De in dat hoofdstuk bedoelde overwinnaars zijn – om met de Gereformeerd-vrijgemaakte predikant J. Groen (1906-1968) te spreken – geen driftige malcontenten, die strijden voor een eigen meninkje en die omdat ze geen gelijk kunnen krijgen maar een eigen zaakje hebben opgezet, een filiaalkerkje naast zovele bestaande filialen. Zij praktiseren niets minder dan het liefdewerk van Christus Jezus in het doen-staan voor Zijn Woord en Naam[7][8].

De overwinnaars worden, om zo te zeggen, een stabiele factor in het rijk van God. Die zuil stáán. En dat blijft ook zo, tot in lengte van dagen.
De overwinnaars krijgen twee andere namen:
* de naam van God
* de naam van de stad van God.
Die namen worden hen op het lijf geschreven.
De overwinnaars komen op naam van God te staan.
Hun gegevens worden opgenomen in de burgerlijke stand van Gods woonplaats. De overwinnaars vinden een vaste woon- en verblijfplaats bij hun Heer!

Wederom klinkt daar die vraag: is dat geschrijf in Gereformeerde kerkbladen en kerkbodes eigenlijk wel nuttig? En trouwens – heeft het lezen van allerlei Gereformeerde lectuur wel zin?
Zeker wel.
Want aldus worden gelovige kerkmensen gestimuleerd om achter hun Heiland aan te gaan. En die gelovigen weten waar zij dan terechtkomen. In Openbaring 21 wordt daar, wellicht ten overvloede nog eens op gewezen. Wij lezen daar: “En ik, Johannes, zag de ​heilige​ stad, het nieuwe ​Jeruzalem, neerdalen van God uit de hemel, gereedgemaakt als een bruid die voor haar man sierlijk gemaakt is”[9]. En: “En hij voerde mij weg in de geest op een grote en hoge berg en liet mij de grote stad zien, het ​heilige​ ​Jeruzalem, dat neerdaalde uit de hemel, bij God vandaan”[10].
Schrijven en lezen – die activiteiten doen ons telkenmale beseffen welke kant het met de wereld op gaat.

Nog één ding.
Het is al meer dan tien jaar geleden dat iemand schreef: “Geloven in paranormale verschijnselen is in. Geesten worden dagelijks opgeroepen, helderziendheid is niet langer voorbehouden aan heksen, en wonderen bestaan. Op tv, in films en boeken. Talloze adolescenten smullen van die pseudo-wetenschappelijke wonderen en zweven ermee weg. In een schijnbaar richtingloze wereld bieden ze houvast en hoop, vals of niet”[11].
De in Openbaring 3 bedoelde overwinnaars hebben dat alles niet nodig.
Want de God van hemel en aarde heeft hun leven eigenhandig gesigneerd!

Noten:
[1] Geciteerd van https://nl.wikiquote.org/wiki/Arthur_Schopenhauer ; geraadpleegd op maandag 22 juli 2019.
[2] Geciteerd van https://citaten-en-wijsheden.nl/6328 ; geraadpleegd op maandag 22 juli 2019.
[3] Openbaring 3:12.
[4] Geciteerd uit de online versie van de Studiebijbel; woordstudie Philadelpheia.
[5] Zie hierover bijvoorbeeld https://www.nieuwsblad.be/cnt/g4ge5qqg ; geraadpleegd op maandag 22 juli 2019. Het artikel waaruit geciteerd wordt is gedateerd op vrijdag 12 oktober 2007.
[6] Zie hierover: Bert van Veluw, “Noem jezelf geen ‘verenigde’ kerk”. In: Nederlands Dagblad, dinsdag 18 juni 2019, p. 12 en 13.
[7] De formuleringen zijn geleend uit een preek van dominee Groen over Openbaring 3:7-13.
[8] Malcontenten zijn ontevreden mensen.
[9] Openbaring 21:2.
[10] Openbaring 21:10.
[11] Geciteerd van https://www.groene.nl/artikel/sms-ende-geesten ; geraadpleegd op maandag 22 juli 2019.

24 juli 2019

Permanent in verwachting

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Men hoort het oude broeders en zusters vaak zeggen: ‘Ik heb het hier op aarde wel een beetje gehád. Doe maar niet teveel meer aan reanimeren. Als de Here mij komt halen is het goed’.
Het is goed te begrijpen dat die ouderen dat zeggen. Een gekortwiekt leven is niet leuk.
En zegt u nu zelf: als uw kinderen en kleinkinderen het goed hebben, dan lijkt uw rol niet zelden zo’n beetje uitgespeeld.

Jonge mensen daarentegen zeggen en doen heel andere dingen.
Kerkgrenzen zeggen hen niet veel.
Een relatie aanknopen met een ongelovige jongen… tja, dat zullen je ouders niet fijn vinden. Maar ach, misschien komt er wat goeds van; je weet nooit.

Welnu, oude mensen én jonge mensen lezen in 2 Petrus 3: “Maar wij verwachten, overeenkomstig Zijn belofte, nieuwe hemelen en een nieuwe aarde, waar ​gerechtigheid​ woont. Daarom, geliefden, terwijl u deze dingen verwacht, beijver u om onbevlekt en smetteloos door Hem bevonden te worden in vrede”[1].

Het gaat erom de juiste keuzes te maken.
Keuzes waardoor wij dicht bij de Heiland blijven, zodat wij achter Hem aan kunnen blijven gaan.
Het gaat erom Gods Woord te eerbiedigen, en te doen wat Hij van ons vraagt.
Als wij dat doen mogen wij erbij denken: er komt een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, waar niets meer scheef of kapot is.

Laten wij elkaar, mede in verband met het bovenstaande, eerst een vraag stellen.
Kunnen wij op basis van 1 Petrus 3 zeggen: ‘nu ja, alles wordt nieuw en dus is het zorgvuldig omgaan met de schepping niet zo belangrijk?’.

Laten we dat maar niet doen.
Wij moeten de door God geschapen aarde als bekwame rentmeesters beheren. Aldus bereiden wij ons voor op een nieuw begin in de hemel. Al doende willen wij God prijzen. Wij loven Hem. Zijn schepping is een prachtig werk. En het is een hele eer dat wij met en voor die schepping mogen werken.
Dat betekent dus niet dat wij de aarde in de eerste plaats voor onze kinderen moeten bewaren. Want in dat geval kijken wij eerst en vooral om ons heen. Gelovige christenen kijken in de eerste plaats omhoog. Want zij weten: daar moet het vandaan komen. Preciezer: daar zal de Heiland vandaan komen.

Nogmaals – het gaat om Gods eer.
Wij zingen de lof van de Heiland.
Wij gaan zorgvuldig om met alles wat Hij geeft. Nu al.
Zo maken wij ons gereed voor een nieuw leven. Na dit aardse leven zetten we geen punt, maar een komma – het leven gaat verder[2].
Ons aardse leven is, om zo te zeggen, een generale repetitie voor het hemelse leven.

Hierboven gaat het over gelovige ouderen.
Zij zeggen: ‘Als de Here mij komt halen is het goed’.
Dat is een geloofsbelijdenis die er wezen mag!
Maar diezelfde ouderen mogen ook weten: zolang wij nog op aarde zijn, mogen wij onszelf en andere kinderen van God voorbereiden op een heerlijk nieuw begin.
Mensen, het zal magnifiek wezen!
Luisterrijk!
Wij komen in een glorieuze, ja zalige dimensie terecht!

Hierboven gaat het over jongeren.
Zij zeggen: ‘Praat niet over kerkgrenzen. Geloof maar gewoon in Jezus. Dat is genoeg’.
Zij zeggen ook: ‘Het maakt niet uit of mijn partner uit dezelfde kerk komt als ik. Dat is totaal niet belangrijk. En als hij of zij niet gelooft… nou ja, het zij zo. Als hij of zij maar lief is’.
Echter – wie een bekwame rentmeester wil zijn die God op deze aarde vertegenwoordigt, redeneert een stuk zorgvuldiger.
Zo’n rentmeester gaat naar de kerk – ja, met lidwoord. Daar is er maar één van.
Zo’n rentmeester zoekt een partner die zich ook op het tweede leven voorbereid; het hemelse leven dus.

Misschien zeggen sommigen wel: ach, dat hele verhaal zegt ons niet zoveel. En: van die nieuwe en die nieuwe aarde merken we nog niets. En: wij moeten ons maar een beetje zien te redden, voorlopig.
Aan zulke mensen mogen wij vragen: zou het toevallig zijn dat in 2 Petrus 3 ook staat: “beschouw het geduld van onze Heere als zaligheid”?[3]

Het antwoord is: nee, dat is zeker niet toevallig.
De God van hemel en aarde geeft ons nog altijd gelegenheid om ons naar Hem toe te keren, en ons te prepareren op een nieuw begin. En daarvoor geldt: elke dag is er weer een nieuwe kans.
Gelovige mensen zijn, om het zo eens te zeggen, permanent in verwachting. Nee, die beeldspraak is niet origineel. De apostel Paulus gebruikte ‘m ook al. In 1 Thessalonicenzen 5 namelijk: “Want u weet zelf heel goed dat de dag van de Heere komt als een ​dief​ in de nacht. Want wanneer zij zullen zeggen: Er is ​vrede​ en ​veiligheid, dan zal een onverwacht verderf hun overkomen, zoals de barensweeën een zwangere vrouw, en zij zullen het beslist niet ontvluchten”[4].

Gelovigen mogen het zonder terughoudendheid belijden: wij zetten aan het einde van ons aardse leven geen punt, maar een komma. Oftewel – het mooiste komt nog.
Daarom is de aansporing van Petrus in het laatste vers van 2 Petrus 3 nog altijd actueel: “Maar groei in de ​genade​ en kennis van onze Heere en Zaligmaker Jezus ​Christus. Hem zij de heerlijkheid, zowel nu als in de dag van de eeuwigheid. ​Amen”[5].

Noten:
[1] 2 Petrus 3:13 en 14.
[2] De uitdrukking ‘We zetten in ons aardse leven geen punt, maar een komma’ is afkomstig van mijn onvolprezen echtgenote, Arianne de Roos-Wieles.
[3] 2 Petrus 3:15.
[4] 1 Thessalonicenzen 5:2 en 3.
[5] 2 Petrus 3:18.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.