gereformeerd leven in nederland

23 augustus 2019

Verwarrende tijd

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: ,

‘Het is een verwarrende tijd’, zei een trouwe kerkgangster onlangs. Zij zei het in de wandelgangen, bij de koffie na de dienst op een zondagmorgen.
Een dergelijke verzuchting kan enigszins misleidend wezen. Alle jaren door, en op diverse momenten, zeggen mensen dat de tijden moeilijk zijn.
Maar het statement van de kerkgangster is wel te begrijpen.

Laten wij eens een paar zaken op een rij zetten.
1.
Via het internet worden wij gebombardeerd met allerlei informatie. En steeds vaker komt de vraag op ons af wat nu precies waar is. Het fenomeen ‘nepnieuws’ is in opkomst. Wie kun je nog geloven?
2.
Woord- en kerkverlating trekken hun sporen in de maatschappij. Wij worden geconfronteerd met allerlei stijlen, denkwijzen en levensovertuigingen. In de caleidoscoop van de kleurrijke samenleving worden de kleuren zwart en wit steeds minder gewaardeerd.
Men vraagt om nuanceringen. En om begrip voor elkaar.
3.
Dit verschijnsel wordt nog versterkt door de vele miljoenen vluchtelingen die er op deze aarde zijn. Vele, vele migranten komen ons land binnen. Zij komen uit allerlei delen van de wereld. Die vluchtelingen nemen hun eigen cultuur mee. En hun eigen taal. En hun eigen zeden.
4.
Op het terrein van kerken en kerkgenootschappen worden ook grenzen verlegd. Men stapt makkelijk over grenzen héén. Kerkverbanden verliezen steeds meer van hun betekenis.
Door de ontwikkelingen in de maatschappij worden kerkmensen mondiger. Hun mening steken ze niet onder stoelen of banken. Ook op kerkelijk terrein geldt: men vraagt om nuanceringen en om begrip voor elkaar.
5.
Het is makkelijk om aan informatie te komen. In ons dagelijks leven komen we bovendien heel veel mensen tegen. Vanwege al die drukte wordt ons levenstempo hoger.
Wij worden geacht met allerlei nieuws rekening te houden. De opinies van allerlei passerende mannen, vrouwen en kinderen moeten wij wellicht in onze eigen meningsvorming verwerken.
Maar misschien is dat, bij nader inzien, ook weer niet nodig. Dat is namelijk een kwestie van persoonlijke keuze.
6.
De mensen worden ouder. Door betere gezondheidszorg en goede medicijnen leven zij langer. Maar hoe ouder men wordt, hoe moeilijker de meningsvorming wordt.
Het lijkt wel of de tijden steeds verwarrender zijn.

In verband met het bovenstaande is het goed elkaar te wijzen op Ezechiël 36: “Dan zal Ik u een nieuw hart geven en een nieuwe geest in uw binnenste geven. Ik zal het hart van steen uit uw lichaam wegenemen en u een hart van vlees geven. Ik zal Mijn Geest in uw binnenste geven. Ik zal maken dat u in Mijn verordeningen wandelt en dat u Mijn bepalingen in acht neemt en ze houdt”[1].

Die boodschap wordt ook doorgegeven aan de kerk van 2019. En dat bericht stelt gerust.
Wij hebben stapels informatie voor onze neus – figuurlijk dan. Wij worden geconfronteerd met honderd meningen per week – bij benadering althans.
Maar als wij het overzicht dreigen te verliezen, dan is daar de God van hemel en aarde.
Hij zegt: Ik zal u een nieuw hart geven; het harde hart gaat eruit, er komt een doordringbaar levenscentrum in.
Hij zegt: Ik geef u Mijn Geest; Ik ga met u mee, waar u ook bent.
Zijn wij de weg een beetje kwijt? De Heilige Geest van de Here is bij ons. Hij brengt ons altijd weer terug op de route naar Zijn toekomst!

Wat is de situatie in Ezechiël 36?

Daar moet de profeet Ezechiël aan het werk.
Hij moet profeteren tegen de bergen. Waarom? Vijanden van Israël hebben bezit genomen van die bergen. En dat voorspelt onheil. Want bergen kun je moeilijk innemen en bezetten. Je kunt beter een stad op de vlakte in bezit nemen. Dat is overzichtelijk. Maar een berg? Die is hoog. Een berg is lastig. Het beklimmen van een berg kan gevaarlijk zijn. Als zelfs de bergen al in bezit van de vijand zijn… – dan is alle hoop verloren.
De vijanden zeggen dat ook. We hébben ze!, zeggen ze. En ze verkneukelen zich. Israël is, figuurlijk gezien, een prooi voor de wolven.
Welnu – in die situatie komt er een proclamatie van God.
En iedereen moet luisteren. De natuur, de steden en iedereen die erin woont… – luisteren zullen zij![2]

Wat zegt God?
Hij heeft gesproken tegen de heidenvolken en tegen Edom. Dat zijn de vijanden van Israël.
Zeg dus niet: die heidenvolken hebben op eigen houtje gehandeld. Nee, de Verbondsgod van Israël heeft Zich laten horen. En toen gebeurde er wat!
Maar nu gaat de Verbondsgod tegen Israël spreken.
Die heidenvolken? Die hebben Gods volk aangepakt. En dat is, ten diepste, schandalig![3]

De zaken gaan veranderen.
Het land zal weer een goede oogst geven. Er komt bevolkingsgroei. De steden worden herbouwd. De puinhopen gaat men opruimen.
Ja, er komen weer mensen. Het onherbergzaam geworden land wordt opnieuw gecultiveerd.
God zegt: “Ik zal mensen over u doen lopen, namelijk Mijn volk Israël”[4].
De vijanden zeggen: wij hebben de macht. Zij zeggen: wij slokken de landen op, compleet met de bewoners ervan.
Maar de God van hemel en aarde spreekt dat krachtig tegen. De vijandelijke macht is eindig. Het is afgelopen! Er komt een totale ommekeer! Die heidenen zullen nog eens wat zien![5]

De God van het verbond zegt tegen Zijn woordvoerder Ezechiël: eertijds maakte Israël er, door de zondige levensstijl, een enorm vieze boel van. Afgoderij was aan de orde van de dag. Daarom kreeg het volk met Mijn toorn te maken. Woedend was Ik! Daarom gooide Ik het hele volk door elkaar. Sterker nog: Ik sloeg ze uit elkaar.
Dat was hun straf. En dat was hun eigen stomme schuld![6]

De Israëlieten kwamen bij de heidenen terecht.
Maar toen werd het nog erger.
Want die heidenen zeiden: ‘Die migranten uit Israël genoten toch speciale bescherming van hun God? Wat doen al die mensen dan hier?’[7].

Maar dat neemt God niet.
Zijn heilige naam dreigt te grabbel te worden gegooid. Zijn reputatie dreigt flink ingedeukt te worden.
Maar dat gaat niet gebeuren!
Dat is de reden dat de God van het verbond nu ingrijpt[8].

Er gaat een wonder gebeuren.
Het uit elkaar geslagen volk wordt weer bijeen gebracht.
Het volk wordt gereinigd. Alle viezigheid gaat eraf.
Van buiten en van binnen[9].
En daarom klinken die woorden: “Dan zal Ik u een nieuw hart geven en een nieuwe geest in uw binnenste geven. Ik zal het hart van steen uit uw lichaam wegenemen en u een hart van vlees geven. Ik zal Mijn Geest in uw binnenste geven. Ik zal maken dat u in Mijn verordeningen wandelt en dat u Mijn bepalingen in acht neemt en ze houdt”.

Zo wordt Gods reputatie weer volledig hersteld.
De God van het verbond houdt Zelf Zijn heilige naam hoog!

Laten wij, terwijl Ezechiël 36 op het computerscherm staat, nog eens op aarde rondkijken.

Wie kunnen wij in deze wereld nog geloven? Waar is de waarheid?
Onze God maakt het in de Bijbel duidelijk: Hij maakt zijn Woord waar; bij Hem moet je wezen!

Woord- en kerkverlating – dat zien we in de samenleving op grote schaal.
Maar in Ezechiël 36 roept de God van het verbond ons toe: mensen, doe dat toch niet! U kunt toch lezen waar je dan terecht komt? U ziet toch dat Ik alle macht heb, zowel in de hemel als op de aarde?

Er zijn miljoenen vluchtelingen op aarde. Waar moeten al die mensen heen? Waar moet je al die mensen toch opvangen?
Eén ding is honderd procent zeker: de kerk loopt geen gevaar. Want de Here is in staat om Zijn kinderen bij elkaar te brengen, op het tijdstip dat Hem belieft. Het maakt niet uit waar Zijn kinderen zwerven. De God van het verbond vindt hen echt wel.

Op het terrein van de kerk en allerlei andere genootschappen worden grenzen verlegd. Men delibereert en nuanceert.
In Ezechiël 36 roept de God van het verbond ons toe: mensen, hou daar toch mee op! Hij roept uit: leef met Mij en met Mijn wetten, dan kom je goed terecht. Oftewel: vertrouw niet altijd maar op je eigen theologische intelligentie, maar doe wat Ik zeg; misschien vindt u dat te eenvoudig, maar uiteindelijk is dat waar het om gaat.

Ons levenstempo wordt hoger. Daar komt bij dat wij tegen iedereen zeggen: uw mening télt! Of ook: u bent de moeite wáárd.
In zo’n wereld is het gevaar groot dat meningen van mensen belangrijker gaan worden dan wetten en regels van God.
In Ezechiël 36 roept de God van het verbond ons toe: rustig aan maar! En ook: Mijn heilige naam is van oneindig veel meer belang dan uw denklijnen, uw toekomstvisies en uw al of niet weloverwogen overtuigingen. Mensen, pas toch op!

De mensen worden ouder. Wij leven met z’n allen langer. Maar die ouderdom komt met gebreken. Met een gebrek aan overzicht bijvoorbeeld. Of met de vraag: ben ik, nu ik steeds minder kan, voor Hem nog wel de moeite waard?
In Ezechiël 36 roept de God van het verbond ons toe: Stil maar! Wacht maar! Ik zeg het u toch? Ik doe het Zelf! Wees niet bang: Ik maak mijn werk af; heus waar!

Het is een verwarrende tijd, zei die kerkgangster.
Welnu – de God van het verbond laat het ons in Ezechiël 36 weten: als u het niet meer weet, moet u zich realiseren dat Ikzelf zorg draag voor de heiliging van Mijn naam.
Dus kan de kerk hoopvol de toekomst tegemoet gaan.
Ook in 2019!

Noten:
[1] Ezechiël 36:26 en 27.
[2] Ezechiël 36:1, 2 en 3.
[3] Ezechiël 36:4, 5 en 6.
[4] Ezechiël 36:12 a.
[5] Ezechiël 36:7-15.
[6] Ezechiël 36:16-19.
[7] Ezechiël 36:20 en 21.
[8] Ezechiël 36:22 en 23.
[9] Ezechiël 36:24 en 25.

Geef een reactie »

Nog geen reacties.

RSS feed for comments on this post. TrackBack URI

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Blog op WordPress.com.