gereformeerd leven in nederland

31 oktober 2019

Agur roept om reformatie

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Vandaag is het Hervormingsdag. Maarten Luther publiceerde op 31 oktober 1517 zijn 95 stellingen tegen situaties in de Rooms-Katholieke Kerk; dat is vandaag 502 jaar geleden. Uiteindelijk leidde het protest van Luther tot de Reformatie; hij brak met de kerk in Rome.

Waar gaat het op Hervormingsdag ten diepste om?
Antwoord: “Het Woord – zij zullen ’t laten staan
wat zij ook ondernemen”[1].
Met andere woorden: men moet zeer zorgvuldig met Gods Woord omgaan. Of ook: laat staan wat er staat, en verkondig – op basis van de Bijbel – geen dingen die nergens in Gods Woord te vinden zijn.

Om het met Spreuken 30 te zeggen:
“Voeg niets toe aan Zijn woorden, anders zal Hij u straffen,
omdat u een leugenaar zou blijken te zijn”[2].

Dat zijn woorden van Agur.
Over Agur, en over zijn werk werd op deze internetpagina reeds eerder geschreven. Als volgt.

“Wie is Agur? Dat weten we niet precies. Sommige uitleggers menen dat het Salomo is. Anderen zeggen dat het een broer van Lemuël betreft. U weet wel: Lemuël, de man die in Spreuken 31 wordt vermeld.
De naam Agur betekent: verzameld. Is het de schuilnaam voor de opsteller van deze spreuken?
Wie hij ook is: wij mogen ons door hem laten onderwijzen.
Agur laat een godsspraak horen.
Het Hebreeuwse woord dat voor ‘godsspraak’ wordt gebruikt, duidt op onderwijs van de Here Zelf. Hetzelfde woord zien wij terug in 2 Koningen 9: ‘Toen zei Jehu tegen Bidkar, zijn officier: Pak hem op en werp hem op het stuk land van Naboth uit Jizreël. Want denk eraan dat, toen ik en u naast elkaar achter zijn vader ​Achab​ reden, de HEERE deze ​profetie​ over hem uitsprak: Zo waar als ik gisteravond het ​bloed​ van Naboth en het ​bloed​ van zijn zonen gezien heb, spreekt de HEERE, zal Ik u dat op dit stuk land vergelden, spreekt de HEERE. Nu dan, pak hem op en werp hem op dat stuk land, overeenkomstig het woord van de HEERE . Dat is een dreigement dat in opdracht van de Here wordt uitgesproken”[3].
Het woord ‘profetie’ kan ook worden vertaald als ‘last’.
Kortom – Agur geeft op last van Zijn Opdrachtgever Goddelijk onderwijs.

Agur vraagt om een Godsdienstig en evenwichtig leven. Een leven waarin eerlijkheid hoog in het vaandel staat. Een leven zonder rijkdom; hij mocht eens gaan denken dat hij zich wel zonder God kan redden. Een leven waarin geen armoede is; anders gaat hij wellicht stelen, en dat gaat tegen Gods wet in.

Door het onderwijs van de Here heeft Agur een helder inzicht verkregen in de menselijke psyche.
Er zijn, zo zegt hij, mensen die – als het even kan – niets met hun familie te maken willen hebben.
Er zijn, zo zegt hij, mensen die vinden dat zij het in ’t leven prima doen. Zulke mensen worden mét de dag arroganter.
Er zijn, zo zegt hij, mensen die op allerlei gebieden zo hard zijn dat zij anderen totaal kapot maken. Zulke mensen zijn in staat mensen tot de grond toe af te branden.
Er zijn, zo zegt hij, mensen die altijd maar némen – zij zuigen andere mensen uit. Zij willen meer personeel meer geld, meer macht… als het maar veel is.
Er zijn, zo zegt hij, heel wat dingen in de wereld die wij niet begrijpen.
Er is, zo zegt hij, ontrouw in het huwelijk. Er is corruptie, onrechtvaardigheid en verdorvenheid.
De natuur om hem heen? Agur vindt die, in één woord, prachtig. Maar om nou alle bewegingen en processen in de schepping te volgen… – nee, dat is geen doen.

Te midden van al dat aards gewoel houdt Agur staande: “Voeg niets toe aan Zijn woorden”. In een ingewikkelde wereld heb je aan Gods Woord genoeg. Meer Goddelijks is niet nodig. Met de Bijbel kunnen wij ’t prima doen.

Agur roept om een ommekeer.
In een wereld met miljoenen vluchtelingen zegt Agur ook vandaag: verkijk u niet op al die migranten; zij laten ons zien hoe groot onze zonde is!
In een wereld waarin dagelijks schier oeverloos wordt gediscussieerd in talkshows op radio en televisie zegt Agur ook vandaag: sluit u maar af voor de wereldse woordenvloed, concentreer u simpelweg op het Woord van uw God.
In een wereld waarin men zich druk maakt om salarissen van werkers in de zorg en van onderwijzend personeel zegt Agur ook vandaag: zoek uw rijkdom bij God en Zijn Woord.
In een wispelturige wereld waarin de Amerikaanse president Trump sancties aan Turkije oplegt en vervolgens net zo hard weer intrekt, zegt Agur ook vandaag: Gods Woord is onveranderlijk; schuil maar bij Vader!

Het staat nog altijd in onze Nederlandse Geloofsbelijdenis: “Het is verboden aan het Woord van God iets toe te voegen of daarvan af te doen (…). Daaruit blijkt duidelijk dat wat daarin geleerd wordt, volmaakt en in alle opzichten volledig is”[4].

Te midden van al het aards gedruis wordt anno Domini 2019 nog altijd Agurs oproep tot reformatie gehoord.
Laten wij God danken.

Noten:
[1] Dit zijn de eerste twee regels van Gezang 34:4 – Gereformeerd Kerkboek-1986.
[2] Spreuken 30:6.
[3] Dit citaat komt uit mijn artikel ‘Vertrouwend vragen’, hier gepubliceerd op maandag 25 juli 2016. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2016/07/25/vertrouwend-vragen/ . Het citaat uit 2 Koningen 9 werd in het aangehaalde artikel weergegeven in de vertaling van het Nederlands Bijbelgenootschap uit 1951. In dit stuk werd de Herziene Statenvertaling gebruikt.
[4] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 7.

30 oktober 2019

Kom tot uw Heiland, toef langer niet

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

In de kerk wordt het Evangelie van Christus iedere week weer geproclameerd en geëxpliceerd[1]. De Heidelbergse Catechismus leert het ons: Hij is door God de Vader aangesteld “en met de Heilige Geest gezalfd tot onze hoogste Profeet en Leraar, tot onze enige Hogepriester en tot onze eeuwige Koning. Als Profeet en Leraar heeft Hij ons de verborgen raad en wil van God over onze verlossing volkomen geopenbaard. Als Hogepriester heeft Hij ons met het enige offer van zijn lichaam verlost en blijft Hij met zijn voorbede steeds bij de Vader voor ons pleiten. Als Koning regeert Hij ons met zijn Woord en Geest, en beschermt en bewaart Hij ons bij de verworven verlossing”[2].
Het verlossingswerk van Jezus Christus – dat is het kernpunt van ons leven. Dat staat centraal: op zondag, maandag, dinsdag… ja, op alle dagen van de week.

Die geloofsleer moet onderwezen worden, schrijft Paulus in 1 Timotheüs 1: “Ik herinner u eraan hoe ik u, toen ik naar Macedonië reisde, ertoe opgeroepen heb in Efeze te blijven om sommigen te bevelen geen andere leer te onderwijzen”[3].

Heterodidaskalein
staat er – dat komt van heteros: ander en didaskalos: leraar, leermeester.
Leraren die Christus’ verlossingswerk niet meer centraal stellen moet men de rug toekeren. Tegen dergelijke leraren mag men gerust zeggen: ik kom niet meer bij u terug.
Schrijver dezes weet hoe dat voelt. In 2011 verliet hij de Gereformeerde kerken (vrijgemaakt) vooral om die reden.
In heel veel kerken wordt Jezus Christus nog vaak genoemd. Maar dat wil lang niet altijd zeggen dat Hij ook centraal staat.

Een exegeet schrijft bij 1 Timotheüs 1: “De mensen, waarover hij het heeft in dit hoofdstuk, zijn niet de eigenlijke dwaalleraars. Die komen ter sprake in hoofdstuk 4. En die worden ook geheel anders door hem behandeld. Scherp getekend en aangevallen. Ze behoren niet tot de gemeente, maar zijn buiten haar. De hier bedoelden echter zijn blijkbaar binnen den kring der gemeente, en behoren tot haar leden. Tegenover hen treedt de apostel dan ook geheel ánders op. Want hij wil beproeven hen nog te behouden. Vermoedelijk worden daarom, om hen te sparen, hun namen ook nog niet genoemd. Voor Timotheüs is dat trouwens ook niet nodig. Hij kent hen wel. Het zijn sommigen. Dat woord wijst hier niet aan, dat het slechts enkelen, weinigen, zijn. Maar het betekent: bepaalde, niet nader aangeduide lieden”.
En:
“Die andere inhoud bestaat niet daarin, dat ze van de Christelijke waarheid geheel en al afdwalen, gelijk latere dwaalgeesten. Maar blijkens het volgende vers daarin, dat ze door de inhoudloze onderwijzingen het Evangelie metterdaad van zijn kracht beroofden en de eigenlijke heilsleer achterwege lieten voor beuzelingen zonder inhoud, op pikante, fantastische, dus ándere, wijze voorgedragen. In het volgende vers wordt dit alles breder ontwikkeld”[4].
Dus:
* de andere leer komt uit de eigen gemeente op
* het Evangelie wordt krachteloos gemaakt door er allerlei verhalen omheen te weven.
Van predikanten mag worden gevraagd dat ze op de kansel niet allerlei verhalen opdissen, of het NOS-journaal repeteren; zij moeten Jezus Christus en Zijn verlossingswerk prediken!
Van luisteraars kan worden verlangd dat zij niet luisteren naar verhalen, maar wel naar preken zoals bedoeld in de Nederlandse Geloofsbelijdenis. U weet wel: “De kenmerken waaraan men de ware kerk kan kennen, zijn deze: dat de kerk de zuivere prediking van het evangelie onderhoudt…”[5].

Wat is een goede preek?
De Gereformeerd-vrijgemaakte predikant dr. J. Douma zegt:
“* blijf dicht bij de tekst!
* blijf dicht bij de hoorder!
* blijf dicht bij jezelf!”[6].
Iemand anders geeft zeven kenmerken van een goede preek
* met gezag – ‘zo spreekt de Heer’
* eigentijds
* verstand en gevoel worden zoveel mogelijk samengebracht
* goede Schriftuitleg
* verbanden leggen, lange lijnen trekken
* ellende, verlossing en dankbaarheid moeten alle ter sprake komen
* bevel van geloof en bekering[7].
Hoe dat alles zij: laten wij ons realiseren dat volgelingen van Christus vanwege de zonde steeds de neiging hebben om bij de Heiland weg te lopen. Hij is, om zo te zeggen, de Hoeksteen van de kerk. Denkt u daarbij maar aan Psalm 118:
“De steen, die door de tempelbouwers
veracht’lijk was een plaats ontzegd,
werd tot verbazing der beschouwers
ten hoeksteen door God zelf gelegd”[8].
De preek moet ons steeds weer naar de Heiland terugbrengen!

Een journalist van het Nederlands Dagblad noteerde onlangs in een essay: “…we komen als gelovigen sámen voor Gods aangezicht. We eren Hem. We bidden. De Bijbel gaat open. We zien naar elkaar om, laat een ieder zich gezien weten. Soms volgt zinnig onderwijs in de zin van een goede preek. Hyperkritische mens, wat wil je nog meer?
In werkelijkheid beleef ik de eredienst als een uitdijend universum, dat is precies de omgekeerde beweging. Alle doelgroepen moeten bediend worden, de stiltes worden ‘dichtgejast’ met geroezemoes, een collectelied of talmend orgelspel. Het zijn prikkels, en dat schrijft iemand die daar van nature niet gevoelig voor is”.
En:
“Mag de liturgie een ‘tegenbeeld’ van de tijd zijn? Nu de tijden druk en verwarrend zijn, zet in op rust en eenvoud. In de kerkdienst op adem komen bij het lichte juk van de Heiland, dit schaap is bereid er de dam voor over te steken”[9].
Schrijver dezes onderschrijft niet elke letter van bovenstaande citaten. Maar inderdaad: wij mogen op adem komen bij het lichte juk van de Heiland. De hartenkreet van de heilbegerige journalist brengt ons ook bij de laatste oproep in dit artikel. Het is de dringende uitnodiging van Psalm 97:
“U, die de HEER bemint,
bij Hem bescherming vindt, als goddelozen woeden,
wilt voor het kwaad u hoeden.
’t Is God die vreugde spreidt voor wie zijn naam belijdt.
U, die oprecht gelooft, nooit wordt uw licht gedoofd”[10].

Noten:
[1] De titel van dit artikel is ontleend aan de bundel van Johannes de Heer. Het is de eerste regel van lied 210.
[2] Heidelbergse Catechismus – Zondag 12, antwoord 31.
[3] 1 Timotheüs 1:3.
[4] Dr. C. Bouma, “I, II Timotheüs, Titus, Filémon – opnieuw uit de grondtekst vertaald en verklaard”. – Kampen: Uitgeverij Kok, 1953. – p. 27.
[5] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 29.
[6] Geciteerd van http://www.josdouma.nl/artikelen/Jos%20Douma%20-%20Het%20geheim%20van%20een%20goede%20preek.pdf ; geraadpleegd op woensdag 23 oktober 2019.
[7] Zie https://www.gerritveldman.nl/7-kenmerken-van-een-goede-preek/ ; geraadpleegd op woensdag 23 oktober 2019.
[8] Psalm 118:8; berijmd – Gereformeerd Kerkboek-1986.
[9] Gerard ter Horst, “Hunkeren naar God in prekerige erediensten” – essay in: Gulliver, bijlage bij het Nederlands Dagblad, vrijdag 11 oktober 2019, p. 3.
[10] Psalm 97:5; berijmd – Gereformeerd Kerkboek-1986.

29 oktober 2019

Wij weten het wél

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Het Woord van God hamert het er bij ons in: de God van hemel en aarde wil u redden.
Vertrouw maar op Hem, dan komt het goed. Nee, dat is geen nepnieuws. Het is Evangelie – blijde Boodschap!
Het wordt gratis aangeboden: vergeving van de zonden, eeuwige gerechtigheid en eeuwig heil. Die aanbieding blijft voor altijd geldig!

Mensen die in de beklaagdenbank zitten worden daar weggehaald.
God zegt: ‘U bent niet meer schuldig. Door het werk van Mijn Zoon, uw Heiland, krijgt u gerechtigheid en rechtvaardigheid aangeboden. In Mijn verbond bent u rechtstreeks met Christus’ verlossingswerk verbonden. Leven met Christus – dat is uw kernactiviteit, daar leeft u voor. En dat kan ook: Ik geef u er de bekwaamheden en vaardigheden voor’.

In het Oude Testament wijzen profeten al op des Heilands werk.
Die profeten zijn woordvoerders van de Heer van hemel en aarde. Zij begrijpen zelf niet helemaal wat zij zeggen. Zij overzien niet precies wat de impact van het Evangelie is.
Maar één ding is voor al die profeten volkomen duidelijk: er zijn nog heel veel mensen die het Evangelie moeten horen. Heel veel mensen die in latere eeuwen leven worden ook door Jezus Christus gered.
En daarom is het nodig dat zij de Boodschap blijven verkondigen. Het mag en moet worden uitgebazuind: er is redding en eeuwig leven voor wie in Jezus Christus gelooft!

Die profeten zien het heil dat God aanbiedt van enige afstand. Zij kunnen hun Opdrachtgever niet recht in de ogen kijken.
In 2019 is dat niet anders.
Daarom geldt ook voor gelovigen van vandaag wat in 1 Petrus 1 staat: “Hoewel u Hem niet gezien hebt, hebt u Hem toch lief. Hoewel u Hem nu niet ziet, maar gelooft, verheugt u zich met een onuitsprekelijke en heerlijke vreugde, en verkrijgt u het einddoel van uw geloof, namelijk de zaligheid van uw zielen. Naar deze zaligheid hebben de profeten, die geprofeteerd hebben over de ​genade​ die aan u bewezen is, gezocht en gespeurd. Zij onderzochten op welke en wat voor tijd de Geest van ​Christus, Die in hen was, doelde, toen Hij tevoren getuigde van het lijden dat op ​Christus​ komen zou, en ook van de heerlijkheid daarna. Aan hen werd geopenbaard dat zij niet zichzelf, maar ons dienden in de dingen die u nu verkondigd zijn door hen die u het ​Evangelie​ verkondigd hebben door de ​Heilige​ Geest, Die vanuit de hemel gezonden is; dingen, waarin de ​engelen​ begerig zijn zich te verdiepen”[1].

Dat Evangelie geeft zekerheid in een samenleving waar, om zo te zeggen, een paraplu boven hangt met de woorden: ‘We weten het niet’.

Hoe moet het met de stikstofproblematiek?
Wat te doen?
Men weet het niet precies…

Er is vandaag de dag ook PFAS.
Daarover staat ergens geschreven: “De afkorting PFAS staat voor poly- en perfluoralkylstoffen. Dat zijn door de mens gemaakte chemische stoffen die van nature niet in het milieu voorkomen, maar door het wijdverbreide gebruik in de industrie op heel veel plaatsen in de bodem en het grondwater blijken te zitten.
Deze stoffen – het zijn er meer dan 6000 – zijn onverwoestbaar en daardoor populair in de industrie. Zo werd er onder andere bakpapier, blusschuim, make-up en verf van gemaakt. Nadeel is dat de stoffen nauwelijks afbreken en in het milieu achterblijven.
Al sinds 2012 is duidelijk dat PFAS schadelijk kunnen zijn voor de volksgezondheid. In dat jaar werd ook al een expertisecentrum opgericht. Regels over de maximale hoeveelheid PFAS per kilo grond waren er echter lange tijd niet. Een aanzet daarvoor kwam pas in maart van dit jaar toen het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) een onderzoek naar de risicogrenzen van deze stoffen publiceerde.
Duidelijke regels waren er echter ook toen nog niet. Nog steeds was het niet duidelijk in hoeverre en bij welke hoeveelheid PFAS schadelijk kan zijn. Staatssecretaris Stientje van Veldhoven kwam daarom in juli met een stelregel: iedere kilo grond mag niet meer dan 0,1 microgram PFAS bevatten. Het gaat dan wel om grond die in aanraking kan komen met oppervlakte water. Voor woon- en industriegrond gelden hogere normen.
De aangescherpte regels voor het verplaatsen van grond en bagger met daarin PFAS, stellen bouwers, baggeraars en bedrijven die grond verzetten voor grote problemen. Bij alle grond die ze willen verplaatsen om bijvoorbeeld een bouwterrein op te hogen moeten ze zich aan het PFAS-maximum van Veldhoven houden. De stoffen zijn echter zo alomtegenwoordig in het milieu dat ze in bijna elke schep grond zitten. ‘Ik sprak een ondernemer die vijftig grondanalyses uit heeft laten voeren. Slechts een van de grondmonsters kwam schoon terug’, vertelde beleidsmedewerker Gerben Zijlstra van brancheorganisatie voor de bouw Cumela onlangs in Trouw.
De vervuilde grond die ze opgraven kunnen ze vervolgens niet meer kwijt of alleen tegen hele hoge prijzen”[2].

Men heeft te maken met een woud van regels. Die zijn tegenwoordig zo gecompliceerd dat allerlei bedrijven er niet zelden op vastlopen.
Wat te doen?
Men weet het niet…
Steeds vaker krijgt men de indruk dat Meneer Besluiteloosheid allerlei beslissers en regeerders op de nek zit.

Wij wonen en werken in een samenleving waar een paraplu boven hangt met de woorden: ‘We weten het niet’.

Dat zeggen de profeten in het Oude Testament niet. Zij vertrouwen vast op God. Zij doen hun werk, omdat Hij dat vraagt.
Wij moeten het in 2019 ook niet zeggen. Natuurlijk – wij weten niet precies hoe de hemel eruit ziet. Maar wij weten wel dat Gods beloften altijd werkelijkheid worden. Dat weten wij zeker. Wij vertrouwen er vast op.
En daarom zingen wij in de kerk uit volle borst mee:
“Blijf aan de HEER uw wegen toevertrouwen,
verheug u in uw God, bewoon het land,
wees Hem getrouw, Hij zal uw toekomst bouwen.
Doe steeds wat goed is, want zijn trouw houdt stand!
Al wat uw hart begeert, zult u aanschouwen,
Hij zorgt voor u en leidt u door zijn hand”[3].

Noten:
[1] 1 Petrus 1:10, 11 en 12.
[2] Geciteerd van https://www.lc.nl/economie/Wat-is-PFAS-en-waarom-is-het-net-als-stikstof-een-probleem-voor-de-bouw-24943051.html ; geraadpleegd op dinsdag 22 oktober 2019.
[3] Psalm 37:2; berijmd – Gereformeerd Kerkboek-1986.

28 oktober 2019

Betuttelende Bijbeltekst?

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: ,

Paulus schrijft het in 2 Timotheüs 3 onbekommerd op: “Heel de Schrift is door God ingegeven en is nuttig om daarmee te onderwijzen, te weerleggen, te verbeteren en op te voeden in de ​rechtvaardigheid, opdat de mens die God toebehoort, volmaakt zou zijn, tot elk goed werk volkomen toegerust”[1].

Wie deze tekst leest, fronst wellicht onwillekeurig de wenkbrauwen.
Onderwijzen, weerleggen, verbeteren, opvoeden zelfs – is dat niet erg betuttelend?
Bovendien – als wij dat allemaal gehad hebben gaat het ook nog over de volmaakte mens. En over het feit dat onze persoonlijke standaarduitrusting zo fantastisch is.
Kan niet beter!
Mooier wordt het niet!

Jaja.
Maar ondertussen hebben Gereformeerden niet het ultieme antwoord op de stikstofproblematiek.
Als Gereformeerden bezig zijn is het brexitprobleem niet in een week opgelost.
Is 2 Timotheüs 3 een typisch geval van kerkelijke grootspraak?

Wat is de boodschap van 2 Timotheüs 3?

Paulus wil tegen Timotheüs zeggen dat heel het Oude Testament geschikt is om onderwijs te geven.
Timotheüs kan uitleggen dat Christus’ verlossingswerk in het Oude Testament reeds door vele profeten is voorspeld.
Als mensen zeggen dat Jezus Christus niet uit de hemel komt, kan Timotheüs dat weerleggen: in het Oude Testament wordt al naar Zijn komst gewezen.
De proclamatie van het Evangelie van Jezus Christus kan worden gefundeerd op het Oude Testament.
De werkinstructie voor Gods volk van alle tijden staat in het Óude Testament, in Micha 6: “Hij heeft u, mens, bekendgemaakt wat goed is. En wat vraagt de HEERE van u anders dan recht te doen, goedertierenheid lief te hebben en ootmoedig te wandelen met uw God”[2].
Het moet aan iedereen duidelijk worden dat de Heiland centraal staat in heel dat Oude Testament.

Wat moeten wij met het bovenstaande aanvangen?
Met name in evangelische kerken heeft men wel eens de neiging om het Oude Testament een beetje weg te moffelen.
Iemand uit de kring van de Gereformeerde Bond in de Protestantse Kerk schrijft: “In onze tijd bespeur je soms een afnemende interesse voor het Oude Testament. Deze tendens is mede beïnvloed door evangelisch gedachtegoed. Het Nieuwe Testament wordt dan gezien als de eigenlijke Bijbel en zou ook veel vriendelijker zijn dan het Oude”.
En:
“Ooit zei prof. dr. Eep Talstra, emeritus hoogleraar aan de VU, tegen mij: ‘Als je in het buitenland iemand tegenkomt die een serieuze, wetenschappelijke studie maakt van het Oude Testament, is die persoon waarschijnlijk Joods of gereformeerd. Dat is namelijk de categorie mensen die zich het meest om het Oude Testament bekommert’”[3].
Paulus prent het de Bijbellezers van 2019 in: vergeet het Oude Testament nooit! Johannes Calvijn had het over één verbond en twee bedelingen. Oftewel: één verbond en twee duidelijk afgegrensde tijdvakken.

Nu is er nog dat punt over die volmaaktheid. En die perfecte toerusting.
Het moet helder zijn: op deze aarde bereiken zondige mensen die perfectie niet.
En dat terwijl de hemelse God heel Zijn Woord geeft. De kerk van alle tijden heeft van haar Verbondsgod alles gekregen om blijmoedig en doortastend in Zijn dienst te staan. Echter – de zonde bederft hier op aarde nog zoveel. Het is Goddelijke genade dat onze Here Zijn kinderen gaven blijft geven om voor Hem aan het werk te gaan.
Paulus wijst vaak op die genade. Dat doet hij bijvoorbeeld in 2 Thessalonicenzen 1: “Daarom ​bidden​ wij ook altijd voor u dat onze God u de roeping waard acht en Hij al het welbehagen van Zijn goedheid en het werk van het geloof met kracht volbrengt, opdat de Naam van onze Heere ​Jezus​ ​Christus​ in u verheerlijkt wordt, en u in Hem, overeenkomstig de ​genade​ van onze God en van de Heere ​Jezus​ ​Christus”[4].
Met een dergelijk instrumentarium kan de God van hemel en aarde Zijn plan verder uitvoeren. In 2 Timotheüs 2 heeft Paulus daar al over geschreven: zo “zal hij een voorwerp zijn voor eervol gebruik, ​geheiligd​ en van veel nut voor de Heere, voor elk goed werk gereedgemaakt”[5].

De boodschap van de apostel in 2 Timotheüs 3 is tweeledig:
* lees het Oude Testament
* vraag om Goddelijke genade.

Nee, Gereformeerden hebben niet het ultieme antwoord op de stikstofproblematiek.
Nee, als Gereformeerden bezig zijn is het brexitprobleem niet in een week opgelost.
Hier op aarde mogen wij echter met een gerust hart de kloosterregel van Benedictus van Nursia overnemen: bid en werk!
Met Psalm 106 mogen wij dan zingen:
“Gelukkig zijn die Hij geleidt,
die leven in gerechtigheid.
Gedenk mij naar uw welbehagen.
Dat ik met heel mijn volk U dien,
met hen van voorspoed mag gewagen,
de zegen van uw erfdeel zien”[6].

Noten:
[1] 2 Timotheüs 3:16 en 17.
[2] Micha 6:8.
[3] Dat is A.J. van den Herik. Zie https://dewaarheidsvriend.nl/blog/vinden-we-in-het-oude-testament-hetzelfde-heil-als-in-het-nieuwe ; geraadpleegd op maandag 21 oktober 2019.
[4] 2 Thessalonicenzen 1:11 en 12.
[5] 2 Timotheüs 2:21.
[6] Psalm 106:2 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.

25 oktober 2019

Tegen alles bestand

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Het raadsel van Ruinerwold – dagen lang is dat in de media ruim aan de orde gekomen. Een vader en zes kinderen hebben jarenlang totaal geïsoleerd geleefd in een kelder van een boerderij. Men was indertijd lid van de Moonsekte. Er was contact met niemand. Niet met familie. Niet met overheidsinstanties. Niet met hulpverleners. Er kwam gewoonweg niemand over de vloer.
De kranten stonden er vol van. Deskundigen en ander gespuis verhieven hun stem in diverse actualiteitenprogramma’s.
Hoe, zo vraagt men zich af, kon dit gebeuren?

Wat zullen wij van deze dingen zeggen?

Gereformeerden voelen zich ook wel eens vreemden in deze wereld. Het lijkt soms wel alsof de wereld niet meer te bereiken is. De levensovertuiging van gelovige kerkmensen wordt vaak niet meer begrepen. De kerk en de wereld, zij staan mijlenver bij elkaar vandaan.

Ook in die omstandigheden is Gods Woord relevant.
Paulus schrijft in Philippenzen 4: “Alle dingen kan ik aan door ​Christus, Die mij kracht geeft”[1].
Vernedering, overvloed, honger – de apostel heeft al van alles meegemaakt. Zijn les voor de lezers is: wees tevreden met de omstandigheden waarin God u brengt. Voor gelovigen geldt: er komt altijd weer nieuwe energie. Niet vanwege onze veerkracht en flexibiliteit. Het is dynamiek van boven af, Hoogstpersoonlijk door de Heiland aangereikt.

De Moonsekte is genoemd naar Sun Myung Moon (1920-2012).
En dat is een voorganger met een nogal bedenkelijke geschiedenis. Leest u maar even mee: “In de jaren 70 en 80 is de Verenigingskerk in Nederland sterk bekritiseerd vanwege de gebruikte bekeringsmethoden, met name vanwege vermeende ontmoediging van contacten met familie en vroegere vrienden bij nieuw geïnteresseerden. De openbaringen van Moon als aanvulling op de Bijbel, de suggesties van Moon dat hij de messias was en dat hij het werk van Jezus – die volgens Moon gefaald zou hebben – kwam afmaken, waren en zijn een doorn in het oog van vele christenen.
Moon en zijn vrouw mochten twaalf jaar niet in de EU inreizen vanwege bedenkingen van de overheden. In 2007 zijn deze bedenkingen door rechtbanken in onder andere Nederland en Duitsland ongegrond verklaard, en werden de inreisbeperkingen tegen Moon en zijn vrouw ingetrokken. Al in 2005, maar ook in 2006, 2009 en 2011 zijn Moon en zijn vrouw dan ook in meerdere landen van de EU, waaronder Nederland, Spanje, Duitsland en Engeland, op bezoek geweest.
In Japan was Moon niet welkom vanwege zijn veroordeling wegens het plegen van fraude. De Verenigingskerk is in 1976 beschuldigd van antisemitisme door het Wereld Joods Congres, een beschuldiging die de kerk ontkent.
De zakelijke belangen van Moon en de beïnvloeding van de politiek hierdoor wordt eveneens bekritiseerd.
In de Amerikaanse pers is de verenigingskerk in de jaren 70 ook sterk bekritiseerd wat zelfs aanleiding gaf tot een nieuw begrip in de sociologie, te weten gruwelverhaal”[2].

Terug nu naar Philippenzen 4: Christus zorgt ervoor dat wij alles aan kunnen.
Nee, dat betekent niet dat wij opeens alles aan kunnen. De Nieuwe Bijbelvertaling-2004 geeft het wat duidelijker weer: “Ik ben tegen alles bestand door hem die mij kracht geeft”.

Wat voor kracht is dat eigenlijk?
Het antwoord op die vraag staat in Philippenzen 3.
Daar schrijft Paulus over “de kracht van Zijn opstanding en de gemeenschap met Zijn lijden, doordat ik aan Zijn dood gelijkvormig word, om hoe dan ook te komen tot de opstanding van de doden”[3].
De apostel schrijft erbij: “Niet dat ik het al verkregen heb of al volmaakt ben, maar ik jaag ernaar om het ook te grijpen. Daartoe ben ik ook door ​Christus​ ​Jezus​ gegrepen”[4].
Het is dus opstandingskracht. Oftewel: kracht om geheel opnieuw te beginnen. Die kracht is aanwezig omdat de Geest van Jezus Christus met een vernieuwingsproces doende is.
U weet wel, de vernieuwing waar de Dordtse Leerregels over spreken: “Hij maakt het harde zacht, Hij besnijdt het onbesnedene, Hij vernieuwt de wil: van dood maak Hij hem levend, van slecht goed, van onwillig gewillig, van weerbarstig gehoorzaam. Hij brengt de wil zover en geeft deze zoveel kracht, dat hij als een goede boom vruchten van goede werken kan voortbrengen”[5].
Paulus geeft er in 2 Corinthiërs 1 blijk van dat hij weet hoe die kracht werkt: “Want wij willen niet, broeders, dat u geen weet hebt van onze verdrukking, die ons in Asia overkomen is: dat wij het uitermate zwaar te verduren hebben gekregen, boven ons vermogen, zodat wij zelfs aan ons leven wanhoopten. Ja, wij hadden voor ons eigen besef het doodvonnis zelf al ontvangen, opdat wij niet op onszelf zouden vertrouwen, maar op God, Die de doden opwekt. Hij heeft ons uit zo’n groot doodsgevaar verlost, en Hij verlost ons nog. Op Hem hebben wij de hoop gevestigd dat Hij ons ook verder verlossen zal…”[6].
Opstandingskracht wil zeggen: in alle omstandigheden beseffen wij dat er een nieuw begin komt. Ook al gaan wij de dood tegemoet – het einde is het niet; en dat komt er ook niet.

Opstandingskracht – dat is een kwestie van geloof. Niet in een zelf benoemde messias die het werk van Jezus eventjes over komt doen, zoals dominee Moon.
U en ik hoeven ook niet stoer te doen, om vervolgens met een vloeiende terugtrekkende beweging de deur naar de wereld zachtkens dicht te doen en het lekker zelf uit te gaan zoeken. Paulus schrijft aan de Corinthiërs: “Hij heeft tegen mij gezegd: Mijn ​genade​ is voor u genoeg, want Mijn kracht wordt in zwakheid volbracht”[7]. Wij hoeven niet supersterk te zijn. Wij hoeven niet zelfvoorzienend te wezen. Wij hoeven niet in een kelder te gaan zitten wachten op… ja, waarop eigenlijk?

Als Paulus Philippenzen 4 schrijft, staat hij midden in de wereld. Te midden van ups en downs, voorspoed en tegenslagen kan hij onbekommerd aan de christenen in Philippi schrijven: “Maar mijn God zal u, overeenkomstig Zijn rijkdom, voorzien van alles wat u nodig hebt, in heerlijkheid, door ​Christus​ Jezus. Onze God en Vader nu zij de heerlijkheid in alle eeuwigheid. ​Amen”[8].
Laten wij die levensstijl maar overnemen!

Noten:
[1] Philippenzen 4:13.
[2] Geciteerd van https://nl.wikipedia.org/wiki/Verenigingskerk ; geraadpleegd op vrijdag 18 oktober 2019.
[3] Philippenzen 3:10 en 11.
[4] Philippenzen 3:12.
[5] Dordtse Leerregels, hoofdstuk III/IV, artikel 11.
[6] 2 Corinthiërs 1:8, 9 en 10.
[7] 2 Corinthiërs 12:9.
[8] Philippenzen 4:19 en 20.

24 oktober 2019

De toekomst in eigen hand?

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Boeren zijn tegenwoordig nogal eens in beeld.
Welnu, dat kunnen wij op deze internetpagina ook wel. Sterker nog: de Bijbel zet al boeren op de voorgrond.

In Mattheüs 21 bijvoorbeeld.
Daar gaat het over een wijnboer en diens personeel.
“Er was iemand, een ​heer​ des huizes, die een ​wijngaard​ plantte. Hij zette er een omheining omheen, groef er een wijnpersbak in uit en bouwde een ​toren. En hij verhuurde hem aan landbouwers en ging naar het buitenland. Toen de tijd van de vruchten naderde, stuurde hij zijn dienaren naar de landbouwers om zijn vruchten te ontvangen. En de landbouwers namen zijn dienaren, sloegen de één, doodden een ander, en stenigden een derde. Nogmaals stuurde hij andere dienaren, meer in aantal dan de eerste, en zij deden met hen hetzelfde. Ten slotte stuurde hij zijn zoon naar hen toe en zei: Voor mijn zoon zullen zij ontzag hebben. Maar toen de landbouwers de zoon zagen, zeiden zij onder elkaar: Dit is de erfgenaam. Kom, laten we hem doden en zijn ​erfenis​ voor onszelf houden. Toen ze hem gegrepen hadden, wierpen zij hem buiten de wijngaard en doodden hem”[1].

In deze gelijkenis over de onrechtvaardige pachters gaat het over Israël die de eerstgeboren Zoon van God afwijst. Gods volk wijst Jezus Christus af. En diens woordvoerders – de profeten – worden en passant ook weggewerkt.

Trouwens – blijkbaar gaan de pachters ervan uit dat de eigenaar van de wijngaard niet meer in leven is. De pachters denken dat de dood van de zoon voldoende is om een ‘vijandige overname’ van het bedrijf te kunnen realiseren.
De pachters houden er, om zo te zeggen, een God-is-dood-theologie op na.
Maar dat blijkt een ernstige misvatting. De God van hemel en aarde is springlevend.
Jezus zegt: “Daarom zeg Ik u dat het ​Koninkrijk van God​ van u weggenomen zal worden en aan een volk gegeven dat de vruchten ervan voortbrengt. En wie op deze steen valt, zal verpletterd worden; en op wie hij valt, die zal hij vermorzelen”[2].

De dichter Muus Jacobse geeft de reactie van de pachters treffend weer:
“Het land dat wij bewonen
hoort ons alleen.
Wie om de pachtsom komen
zenden wij heen.
God week te lang geleden
uit ons bestaan.
God is in eeuwigheden
op reis gegaan”[3][4].

Wie de Here Jezus Christus afwijst, leidt voor het óóg wellicht een keurig leven. Gezin en bedrijf zien er van buiten florerend uit, maar wie de Heiland afwijst zegt in feite: van mij is geen fatsoenlijke oogst te verwachten.
Paulus somt in Galaten 5 enkele belangrijke vruchten op: liefde, blijdschap, ​vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid, zelfbeheersing[5]. Zonder dralen wordt er in dat hoofdstuk bij genoteerd: “…wie van ​Christus​ zijn, hebben het vlees met zijn hartstochten en begeerten gekruisigd”[6].

Dit geconcludeerd hebbende gaan de gedachten terug naar de grote boerenprotesten van de afgelopen tijd.
Een agrariër uit Uddel zegt terecht: “Er is een andere plek waar we met onze nood heen moeten. En dat is de weg van het gebed”. En: “Er is zoveel aan de hand in de wereld. Nu is het stikstof. Dan is het de biodiversiteit, dan weer het klimaat of natuur en milieu. Als je dat in je opneemt, zie je dat de aarde zucht onder de gevolgen van de zonde. En moet ik dan met spandoeken gaan staan zwaaien?”[7].
Daar raken we aan een belangrijke zaak. Namelijk deze: de agrariërs die in actie kwamen willen de toekomst uiteindelijk in eigen hand nemen. Wie de kwestie eens nader bekijkt, kan zomaar tot de conclusie komen dat de problemen terug te brengen zijn tot kwesties van geld en commercie. Een commentator van het Nederlands Dagblad schrijft dat het gaat om “de simpele kwestie: hoeveel incasseert de boer die stopt of krimpt, en hoeveel moet een ander betalen om te groeien of te verplaatsen. Een economisch dilemma dat niets met respect of romantiek te maken heeft”[8].
Laten wij maar eerlijk zijn – eigenlijk willen wij allen de toekomst naar onze eigen hand zetten. Wij willen onze keuzes zelf maken. Wij willen onze prioriteiten zelf stellen. Wij willen onze eigen boontjes doppen.
De kernvraag is: willen wij het Evangelie van de verlossing door Jezus Christus aannemen?
In het Oude Testament waren er de profeten.
In het Nieuwe Testament kwam de Heiland naar de aarde om Zijn verlossingswerk te volbrengen.
Vandaag zijn er dominees en talloos vele anderen die het Evangelie proclameren.
Natuurlijk – de verleiding is groot om te zeggen dat de kerk, vergeleken met de wereld, ten principale maar een dooie boel is.
Wij moeten ons maar niet laten misleiden. Terecht zingt Psalm 49:
“Maar God zal mij ontrukken aan de dood,
Hij koopt mij los en redt mij uit die nood.
Hij is het die ten leven mij geleidt
en die mij opneemt in zijn heerlijkheid.
Vrees niet wanneer een man zichzelf verrijkt
en in zijn huis met eer en aanzien prijkt.
Het is vergeefs, geen rijkdom kan hem baten:
al zijn bezit – hij moet het achterlaten”[9].

Noten:
[1] Mattheüs 21:33-39.
[2] Mattheüs 21:43 en 44.
[3] Dit zijn de laatste regels van Gezang 61:1 – Liedboek 1973.
[4] Muus Jacobse is een pseudoniem van K.H. Heeroma (1909-1972). Heeroma was onder meer hoogleraar Nedersaksische taal- en letterkunde aan de Rijksuniversiteit Groningen.
[5] Galaten 5:22.
[6] Galaten 5:24.
[7] “Waarom niet alle boeren protesteren”. In: Reformatorisch Dagblad, woensdag 16 oktober 2019, p. 5.
[8] Sjirk Kuijper, “Met alle respect”. Commentaar in: Nederlands Dagblad, woensdag 16 oktober 2019, p. 3.
[9] Psalm 49:5 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.