gereformeerd leven in nederland

31 januari 2020

Het Woord voor eenvoudigen

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

“Het opengaan van Uw woorden geeft licht,
het schenkt eenvoudigen inzicht”.
Dat verklaart de dichter van Psalm 119[1].

Vandaag de dag zou men dat niet zeggen. Neem nu de situatie in de Christelijke Gereformeerde Kerken.

Daar verscheen een Open Brief.
Citaat uit het Nederlands Dagblad: “De brief is een reactie op het vergaande voorstel van een meerderheid van een synodecommissie over kerkelijke eenheid. Die wil, zo werd eerder deze week bekend, plaatselijke kerken die afwijken van landelijke afspraken hard aanpakken en zo nodig buiten het kerkverband plaatsen. De christelijk-gereformeerde synode spreekt daar komende week over. De open brief is overigens ook naar het synodebestuur gestuurd.
In de brief spreken de ondertekenaars hun zorg uit over de onderlinge verdeeldheid en het op de spits drijven van discussies zodat iedereen kleur moet bekennen. Daarvoor betaal je een hoge prijs, waarschuwen ze, die het christelijke getuigenis in de weg gaat staan.
‘Het lijkt ons dringend nodig recht te doen aan de verantwoordelijkheid van plaatselijke kerkenraden en hun ruimte te geven de lokale gemeente zo passend mogelijk geestelijk leiding te geven’, aldus de opstellers. Ze signaleren dat dominees die de landelijke besluiten nemen te weinig open staan voor hoe gewone gemeenteleden ‘geloven en samen kerk-zijn beleven’”[2].
Impliciet zegt men dus onder meer: ‘Mensen, maak de zaak niet zo scherp. Als het tegenzit spreken ongelovigen er schande van. Waar blijven we dan met onze evangelisatie en zending?’.

Daartegenover staat de dichter van Psalm 119. Hij zegt: wat is Gods wet toch mooi en duidelijk; daar kun je wat mee in het leven.
In de verzen 129-136 gaat het met name over Gods Woord als gids. De dichter spreekt over “het recht voor wie Uw Naam ​liefhebben”[3]. En over zijn eigen “voetstappen die vaststaan in Uw woord”[4]. De dichter wil Gods bevelen in acht nemen[5]. Hij wil de Goddelijke verordeningen leren[6][7].
Kijk, zegt de dichter, die kant wil ik op; zo wil ik de Here dienen. Voor de dichter is dat heel helder.

De schrijvers van de open brief willen recht doen aan verantwoordelijkheden van kerkenraden. Men moet, schrijven zij, ruimte geven om zo passend mogelijk geestelijk leiding te geven. Blijkbaar kan het zo zijn dat de woorden van Gods wet voor de één wel werken en voor de ander niet.
Alleen maar – de dichter van Psalm 119 rept daar met geen woord over. Terwijl hij te maken heeft met onrecht. Met onderdrukking zelfs.
Hoe kan dat? Antwoord: omdat hij eerst kijkt wat God wil en daarna beziet wat de wereld wenst. Zodra mensen de neiging hebben om dat om te keren ontstaan de problemen.

De dichter van Psalm 119 schrijft over “het opengaan van Uw woorden”. De kanttekenaars van de Statenvertaling noteren daarbij: “Of: ingang, dat is, wanneer men maar de eerste beginselen van Uw wet gesmaakt heeft, zo haast als men ze komt te lezen of te onderzoeken, zo krijgt men terstond grote kennis door de kracht en werking des Heiligen Geestes”[8].
De vraag is: zou het mogelijk zijn dat de Heilige Geest zich terugtrekt als de discussies steeds meer op de cultuur, en steeds minder op Gods Woord gericht zijn? Of ook: zou het mogelijk zijn dat de Heilige Geest zich terugtrekt als men in de discussies steeds meer op menselijke verhoudingen let, en steeds minder op datgene wat de Bijbel precies zegt?

Een Gereformeerd-vrijgemaakte predikant sprak in verband met Psalm 119 eens over ‘de langzame liefde van de langste psalm’. Hij noteerde: “Stel je voor: het voortdurend veranderende heuvellandschap waar je doorheen rijdt, het knapperende kampvuur waar je bijzit en de aanrollende golven op het strand… Is dat saai? Nee toch! Dan is Psalm 119 ook niet saai. Die naam heeft de psalm wel: een gebed zonder eind, steeds weer hetzelfde, inhoudsloos -een uitlegger uit 1899: ‘deze “psalm” is het meest inhoudloze product dat ooit het papier heeft zwartgemaakt’-. Maar de psalm vraagt wel tijd en concentratie. ‘Slow reading’ is nodig, langzaam en liefdevol lezen vanuit het verlangen om te groeien in gehoorzaamheid”[9].
Is dat liefdevol lezen van Gods Woord altijd aan de orde als het over allerlei problemen in de kerk gaat? Er zijn situaties waarin men de indruk wekt dat dat niet altijd zo is. Laten wij onszelf op dit punt beproeven!

In vers 105 van Psalm 119 zingt de dichter die bekende woorden:
“Uw woord is een ​lamp​ voor mijn voet
en een licht op mijn pad”.
Iemand noteerde daarbij: “In de tijd dat deze woorden werden opgeschreven kende men nog geen straatverlichting. Wie ’s avonds de deur uit moest, lichtte zichzelf bij met een olielampje dat net voldoende licht gaf om de weg een paar stappen vooruit te verlichten.
Zo is het ook met de Bijbel. Gods Woord is niet een schijnwerper die ons de hele omgeving laat zien, maar een lamp die ons pad verlicht in de nacht, ver genoeg om steeds een volgende stap te kunnen zetten. Jezus zegt van zichzelf dat Hij het licht voor de wereld is – zie Johannes 8 vers 12b.
Loop dus niet vóór Jezus uit, want dan loop je het Licht in de weg en kijk je in het donker.
Blijf ook niet te ver achterop, want dan is het Licht te ver weg en zie je nog niet waar je loopt. Maar ga je levensweg vlak bij het Licht, in Jezus’ voetstappen”[10].

De dichter zegt:
“Het opengaan van Uw woorden geeft licht,
het schenkt eenvoudigen inzicht”.
Laten wij dus vooral eenvoudig blijven!

Noten:
[1] Psalm 119:130.
[2] Geciteerd uit: “Schrijvers open brief keren zich tegen harde lijn in CGK”. In: Nederlands Dagblad, zaterdag 25 januari 2020, p. 2.
[3] Psalm 119:132.
[4] Psalm 119:133.
[5] Psalm 119:134.
[6] Psalm 119:135.
[7] Zie voor een mooie indeling https://www.amen.nl/artikel/1089/psalm-119 onder het kopje ‘Psalm 119 inhoudelijk’; geraadpleegd op maandag 27 januari 2020.
[8] Geciteerd van https://statenvertaling.nl/tekst.php?bb=19&hf=119&ind=1 ; geraadpleegd op maandag 27 januari 2020.
[9] Geciteerd van http://www.josdouma.nl/plantagekerk/preekkracht/PreekKracht%2020140810.pdf . De predikant in kwestie is dr. J. Douma, momenteel predikant te Zwolle.
[10] Geciteerd van https://www.vasteburcht.nl/vbstudie00.htm ; geraadpleegd op maandag 27 januari 2020.

30 januari 2020

Vernield of vernieuwd

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

In Colossenzen 3 schrijft Paulus over de nieuwe mens “die vernieuwd wordt tot kennis, overeenkomstig het beeld van Hem Die hem geschapen heeft”[1].

Een verwijzing naar die woorden treffen we ook aan in het in de Gereformeerde kerk gebruikte formulier voor de doop aan kinderen. In dat formulier staat onder meer: “Omdat elk verbond twee delen heeft, namelijk een belofte en een eis, worden wij door God in de doop ook geroepen en verplicht tot een nieuwe gehoorzaamheid. Dit betekent dat wij deze enige God, Vader, Zoon en Heilige Geest, aanhangen, vertrouwen en liefhebben met heel ons hart, met heel onze ziel, met heel ons verstand en al onze krachten. Het betekent ook dat wij met de wereld breken, onze oude natuur doden en godvrezend leven”[2].
Godvrezend leven – daarvoor is algehele vernieuwing nodig.

Voor dat woord ‘kennis’ staat er in het Grieks epignosis. Dat betekent: “herkenning, erkenning, het leren kennen als in overeenstemming met andere gegevens, in samenhang met andere kennis opgedane kennis. Dat is: “een kennis of een leren kennen van gegevens die men in overeenstemming kan brengen met andere gegevens, zodat er een soort herkenning plaatsvindt”[3].
Godvrezende mensen herkennen de zonde door die te vergelijken met de wet van God. Zij kijken rond in de wereld. Zij gaan lijnen zien. Zij gaan tendensen ontdekken. Zij nemen denkpatronen waar. En dat herkennen gaat steeds beter.
Die woorden uit Colossenzen 3 zijn toepasselijk in de wereld van vandaag.
Waarom?
Omdat zij een tegenwicht bieden tegen de Doomsday Clock.

De Doomsday Clock? De doemdagklok? Wat is dat?
Citaat uit een bericht van de NOS: “De ‘Doomsday Clock’, de symbolische klok die aangeeft hoe dicht de wereld bij een wereldwijde catastrofe is, is verzet naar 100 seconden voor middernacht. Nog nooit heeft de klok van het Bulletin of the Atomic Scientists zo dicht bij middernacht gestaan.
Middernacht staat voor een wereldwijde ramp, die door de mens is veroorzaakt. In de overweging worden militaire spanningen en ontwikkelingen meegenomen, maar ook invloeden als klimaatverandering. ‘Wat wij vorig jaar “het nieuwe abnormaal” noemden is blijkbaar een aanhoudende realiteit geworden’, zegt voorzitter Robert Rosner. ‘En het lijkt er niet beter op te worden’.
De klok wordt al sinds 1947 bijgehouden, en wordt bijgesteld als de commissie ontwikkelingen ziet die invloed hebben op de stabiliteit. Dit jaar wordt de klok onder meer verzet omdat Noord-Korea niet verder gaat met vredesonderhandelingen, en de hoogoplopende spanning tussen Iran en de VS. Ook noemt de commissie de informatie-oorlog met het doel om het volk te misleiden, als een reden dat snelle oplossingen niet aannemelijk zijn”[4].

De impliciete boodschap is: er is vernieuwing nodig. Oftewel: de levenskoers moet worden verlegd.

Welnu, Gereformeerde mensen zeggen: dat is geen nieuws. Want die vernieuwing is in ons leven al begonnen. De levenskoers wordt gaandeweg verlegd.
Laten we erop letten dat in Colossenzen 3 staat dat de nieuwe mens vernieuwd wordt.
U hebt de nieuwe mens aangetrokken, noteert Paulus. Die nieuwe mens wordt, om zo te zeggen, hersteld. Nu nog nieuwer dus!

De God van hemel en aarde zet die vernieuwing door. Dwars door alles heen!
Doomsday Clock? Dat is een menselijke redenering die uiteindelijk geen stand zal blijken te houden.
Een Belgische krant schrijft: “Volgens het Bulletin of the Atomic Scientists – waartoe 13 Nobelprijswinnaars behoren – is de apocalyps (…) dichterbij dan ooit”[5]. Men ziet: daar zit heel wat geleerdheid bij elkaar. Alleen maar: ten langen leste zal het niet om dergelijke geleerdheid blijken te gaan. Wij moeten God-geleerd worden.

Laten wij nog eenmaal teruggaan naar Colossenzen 3. Meer precies: naar de inzet van Colossenzen 3: “Als u nu met ​Christus​ ​opgewekt​ bent, zoek dan de dingen die boven zijn, waar ​Christus​ is, Die aan de rechterhand van God zit. Bedenk de dingen die boven zijn en niet die op de aarde zijn, want u bent gestorven en uw leven is met ​Christus​ verborgen in God”.
Wie dat leest, begrijpt al snel: hier kijken wij de Doomsday Clock, de doemdagklok voorbij. Wij kijken verder. En wij zien iets van ons nieuwe vaderland: de hemel.

Laten gedoopte kinderen van God de volgende oproep van de apostel Paulus in Colossenzen 3 maar in praktijk brengen: “Laat het woord van ​Christus​ in rijke mate in u wonen, in alle wijsheid; onderwijs elkaar en wijs elkaar terecht, met psalmen, lofzangen en geestelijke liederen. Zing voor de Heere met dank in uw ​hart. En alles wat u doet met woorden of met daden, doe dat alles in de Naam van de Heere ​Jezus, terwijl u God en de Vader dankt door Hem”[6].

De wereld zegt: wij worden vernield.
De kerk zegt: wij worden vernieuwd.
Ziet u ’t verschil?

Noten:
[1] Colossenzen 3:10.
[2] Gereformeerd Kerkboek-1986, p. 513.
[3] Geciteerd van de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Colossenzen 3:10.
[4] Geciteerd van https://nos.nl/artikel/2319915-doomsday-clock-dichter-bij-middernacht-dan-ooit.html . Zie ook https://nl.wikipedia.org/wiki/Doemdagklok; geraadpleegd op zaterdag 25 januari 2020.
[5] Geciteerd van https://www.hln.be/wetenschap-planeet/-apocalyps-dichterbij-dan-ooit-doomsday-clock-opnieuw-opgeschoven-richting-middernacht~afafec34/ ; geraadpleegd op zaterdag 25 januari 2020.
[6] Colossenzen 3:16 en 17.

29 januari 2020

Doop en kerk

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Waar word je gedoopt? Antwoord: in de kerk. Natuurlijk. Waar anders? Doop en kerk – die zijn onlosmakelijk aan elkaar verbonden.

In het Gereformeerde formulier voor de bediening van de heilige doop aan de kinderen van de gelovigen wordt gezegd: “Wanneer wij gedoopt worden in de naam van de Zoon, verzekert de Zoon ons ervan, dat Hij ons in zijn bloed wast en reinigt van al onze zonden. Hij maakt ons één met Zichzelf in zijn dood en opstanding, zodat wij van onze zonden bevrijd en rechtvaardig voor God gerekend worden”[1].
Vanaf het begin wordt ons voorgehouden: jij wordt gereinigd.
Vanaf het begin wordt ons voorgehouden: jij wordt vrijgesproken van schuld.

Het formulier voor de doop verwijst daarbij naar 1 Johannes 1. En wel naar deze woorden: “…Als wij in het licht wandelen, zoals Hij in het licht is, hebben wij gemeenschap met elkaar, en het bloed van ​Jezus​ ​Christus, Zijn Zoon, reinigt ons van alle ​zonde. Als wij zeggen dat wij geen ​zonde​ hebben, misleiden wij onszelf en is de waarheid niet in ons. Als wij onze ​zonden​ belijden: Hij is getrouw en ​rechtvaardig​ om ons de ​zonden​ te ​vergeven​ en ons te ​reinigen​ van alle ongerechtigheid”[2].

Een exegeet noteert daarbij: “Men kan zich afkeren, maar ook besluiten in het licht te blijven (…). Blijft de gelovige bij het laatste, dan ontdekt hij dat zijn zonde verdwijnt. Het bloed van Jezus reinigt en zuivert hem daarvan (…). Dat reinigen is een voortdurend proces gezien de praesensvorm van het werkwoord katharizo. Christenen mogen leven binnen de werkingssfeer van het reinigende bloed van Jezus, de Zoon van God. Bloed is een symbolische aanduiding van Jezus’ heilbrengende offerdood aan het kruis”[3].

In 1 Johannes 1 worden Gods kinderen er dus toe opgeroepen om een keus te maken.
Nee, dat is geen keus die wij slechts één keer in ons leven maken. Integendeel. Het betreft een keus die steeds ionieuw gemaakt moet worden. Het is een proces dat voortdurend voortgaat. Steeds weer moeten wij ons naar God toe keren. Wij moeten ons bekeren
Gereformeerd-zijn is dus niet iets statisch. Het is voortdurend in beweging. Gereformeerden zijn geen fauteuilkerkmensen.

Nee, u bent niet de enige die zulk een keuze maakt. En schrijver dezes is niet de enige die door Gods genade steeds weer bij de Here komt. Heel veel mensen komen in alle oprechtheid bij God om Hem te dienen. En ja, al die mensen horen in de kerk thuis!

Het is belangrijk om dat ook vandaag vast te stellen.
Want kerklid-zijn lijkt steeds vaker uit de mode te raken.
Een jonge vrouw zegt in het Nederlands Dagblad: “In mijn opvoeding kreeg ik mee dat je een kerk nodig hebt om je geloof op de voorgrond te houden. Daar zal zeker een kern van waarheid in zitten, maar ook zonder kerk ben ik met het geloof bezig en ik zoek daar mijn eigen weg in”[4].
Laten wij aannemen dat dat waar is. Niettemin is het merkwaardig. Want de verbinding met elkaar en met Jezus Christus is blijkens 1 Johannes 1 onverbrekelijk.
Dat is een stimulans om naar de kerk te gaan.
Sterker nog: het is een aansporing voor alle Gereformeerden om elkaar op te zoeken, en samen naar de kerk te gaan!

En wat is het Evangelie dat wij in de kerk horen?
Johannes draait er niet omheen. Als iemand zijn zonden voor God belijdt, zal Hij die zonden altijd vergeven. Hoe groot die zonden ook zijn.

David wijst daar trouwens ook op in Psalm 32:
“Welzalig is hij van wie de ​overtreding​ ​vergeven,
van wie de ​zonde​ bedekt is.
Welzalig de mens wie de HEERE de ongerechtigheid niet toerekent,
en in wiens geest geen bedrog is”[5].
En:
“U bent mijn schuilplaats, U beschermt mij voor benauwdheid,
U omringt mij met vrolijke gezangen van bevrijding”[6].
En waarom weten we dat zo zeker? Omdat Jezus Christus, onze Heiland, voor ons geleden heeft.
Dat Evangelie is volstrekt betrouwbaar!
De heilige God verklaart dat Zijn kinderen volkomen schuldeloos zijn. De rekening is vereffend![7]

Het Evangelie dat in de kerk te horen is, kunnen we daar ook zien. In de doop dus.
Het Evangelie is bestemd voor Bijbellezers. Maar zeker ook voor beelddenkers.
Het Evangelie is er voor ieder die het horen wil. En voor ieder die het zien wil.

Waar horen gedoopte kinderen van God thuis?
Antwoord: in de kerk. Natuurlijk! Waar anders?

Noten:
[1] Gereformeerd Kerkboek-1986, p. 513.
[2] 1 Johannes 1:7, 8 en 9.
[3] Geciteerd uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij 1 Johannes 1:7.
[4] Dat is Tabita Roodselaar. Zij wordt op zaterdag 18 januari 2020 in het Nederlands Dagblad geïnterviewd; Nd7, pagina 24 (rubriek ‘Dertigers’).
[5] Psalm 32:1 en 2.
[6] Psalm 32:7.
[7] In het bovenstaande gebruik ik onder meer https://www.oudesporen.nl/Download/OS1735.pdf ; geraadpleegd op donderdag 23 januari 2020.

28 januari 2020

De actualiteit van de doop

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Als wij een kind ten doop houden, staan op de achtergrond onder meer woorden uit Ezechiël 36. Dat zijn deze: “Ik zal ​rein​ water op u sprenkelen en u zult ​rein​ worden. Van al uw onreinheden en van al uw stinkgoden zal Ik u ​reinigen. Dan zal Ik u een nieuw ​hart​ geven en een nieuwe geest in uw binnenste geven. Ik zal het ​hart​ van steen uit uw lichaam wegnemen en u een ​hart​ van vlees geven. Ik zal Mijn Geest in uw binnenste geven. Ik zal maken dat u in Mijn verordeningen wandelt en dat u Mijn bepalingen in acht neemt en ze houdt”[1].
Met andere woorden: het kleine kindje dat in onze armen ligt, kan zichzelf niet reinigen van zonde; dat moet Iemand anders doen.
En ook: het kleine kindje dat in onze armen ligt, zal uit zichzelf de levenskoers niet verleggen; dat moet Iemand anders doen.
En ook: het kleine kindje dat in onze armen ligt, zal niet uit zichzelf met God gaan leven; daar moet Iemand anders voor zorgen.

Veel mensen zijn vervolgens geneigd om te zeggen: ach, zo erg is het ook weer niet; er zit nog wel wat goeds in de mensen. Maar Ezechiël 36 leert ons wat anders.

Het bovenstaande is volop actueel.
Waarom?
Dat wordt duidelijk als wij het navolgende citaat lezen: “Voor zeventig jaar bevrijding heb ik veel mogen doen. En daar werd ik ook… nou, ik voel het alweer… ik ga bijna huilen. Het is echt zo erg dat dit soort dingen… natuurlijk gebeurd is, maar ook nog steeds elke dag gebeurt. Ik vind het echt verschrik-ke-lijk wat mensen elkaar aan doen”.
Dat zegt een zangeres en theatermaakster tijdens een uitzending van RTV Noord[2]. In het televisieprogramma spreekt men over het monument Levenslicht van de kunstenaar Daan Roosegaarde. Wat is dat voor monument? Een citaat van de website van de Volkskrant: “Levenslicht is een tijdelijk monument van 104 duizend ‘lichtgevende’ stenen om de slachtoffers van de Holocaust te herdenken. Alle gemeenten vanwaar Joden zijn gedeporteerd, kunnen er volgend jaar deel van uitmaken (…) De bedoeling is dat Levenslicht begin volgend jaar te zien zal zijn in alle Nederlandse gemeenten vanwaar tijdens de Tweede Wereldoorlog Joden, Sinti en Roma zijn gedeporteerd naar Duitse concentratie- en vernietigingskampen”[3].
Die theatermaakster zegt: “Ik vind het echt ver-schrik-ke-lijk wat mensen elkaar aan doen”. Met nadruk: ver-schrik-ke-lijk. En dat is het natuurlijk ook. Het is ronduit afschuwelijk.
Welnu, Ezechiël 36 leert ons dat het doden van die duizenden vanuit de zonde verklaarbaar is. Wie daar structureel iets aan wil doen, moet zonder omwegen toegeven dat mensen daar zelf niet toe in staat zijn. We kunnen er alleen maar Iemand iets aan laten doen!

Op deze internetpagina komt Ezechiël 36 wel eens vaker aan de orde.
Uit een artikel dat hier eerder verscheen komt het volgende citaat.
“Wat is de situatie in Ezechiël 36?
Daar moet de profeet Ezechiël aan het werk.
Hij moet profeteren tegen de bergen. Waarom? Vijanden van Israël hebben bezit genomen van die bergen. En dat voorspelt onheil. Want bergen kun je moeilijk innemen en bezetten. Je kunt beter een stad op de vlakte in bezit nemen. Dat is overzichtelijk. Maar een berg? Die is hoog. Een berg is lastig. Het beklimmen van een berg kan gevaarlijk zijn. Als zelfs de bergen al in bezit van de vijand zijn… – dan is alle hoop verloren.
De vijanden zeggen dat ook. We hébben ze!, zeggen ze. En ze verkneukelen zich. Israël is, figuurlijk gezien, een prooi voor de wolven.
Welnu – in die situatie komt er een proclamatie van God.
En iedereen moet luisteren. De natuur, de steden en iedereen die erin woont… – luisteren zullen zij!
Wat zegt God?
Hij heeft gesproken tegen de heidenvolken en tegen Edom. Dat zijn de vijanden van Israël.
Zeg dus niet: die heidenvolken hebben op eigen houtje gehandeld. Nee, de Verbondsgod van Israël heeft Zich laten horen. En toen gebeurde er wat!
Maar nu gaat de Verbondsgod tegen Israël spreken.
Die heidenvolken? Die hebben Gods volk aangepakt. En dat is, ten diepste, schandalig!
De zaken gaan veranderen.
Het land zal weer een goede oogst geven. Er komt bevolkingsgroei. De steden worden herbouwd. De puinhopen gaat men opruimen.
Ja, er komen weer mensen. Het onherbergzaam geworden land wordt opnieuw gecultiveerd.
God zegt: ‘Ik zal mensen over u doen lopen, namelijk Mijn volk Israël’.
De vijanden zeggen: wij hebben de macht. Zij zeggen: wij slokken de landen op, compleet met de bewoners ervan.
Maar de God van hemel en aarde spreekt dat krachtig tegen. De vijandelijke macht is eindig. Het is afgelopen! Er komt een totale ommekeer! Die heidenen zullen nog eens wat zien!
De God van het verbond zegt tegen Zijn woordvoerder Ezechiël: eertijds maakte Israël er, door de zondige levensstijl, een enorm vieze boel van. Afgoderij was aan de orde van de dag. Daarom kreeg het volk met Mijn toorn te maken. Woedend was Ik! Daarom gooide Ik het hele volk door elkaar. Sterker nog: Ik sloeg ze uit elkaar.
Dat was hun straf. En dat was hun eigen stomme schuld!
De Israëlieten kwamen bij de heidenen terecht.
Maar toen werd het nog erger.
Want die heidenen zeiden: ‘Die migranten uit Israël genoten toch speciale bescherming van hun God? Wat doen al die mensen dan hier?’.
Maar dat neemt God niet.
Zijn heilige naam dreigt te grabbel te worden gegooid. Zijn reputatie dreigt flink ingedeukt te worden.
Maar dat gaat niet gebeuren!
Dat is de reden dat de God van het verbond nu ingrijpt.
Er gaat een wonder gebeuren.
Het uit elkaar geslagen volk wordt weer bijeen gebracht.
Het volk wordt gereinigd. Alle viezigheid gaat eraf.
Van buiten en van binnen.
En daarom klinken die woorden: ‘Dan zal Ik u een nieuw hart geven en een nieuwe geest in uw binnenste geven. Ik zal het hart van steen uit uw lichaam wegnemen en u een hart van vlees geven. Ik zal Mijn Geest in uw binnenste geven. Ik zal maken dat u in Mijn verordeningen wandelt en dat u Mijn bepalingen in acht neemt en ze houdt’.
Zo wordt Gods reputatie weer volledig hersteld.
De God van het verbond houdt Zelf Zijn heilige naam hoog!”[4].

Tijdens die uitzending van RTV Noord lijkt de achterliggende boodschap te zijn: het lijkt wel of de mensen een hart van steen hebben! Welnu, in Schriftuurlijke zin is dat dus waar.
En wij, drukdoenerige en soms zeer emotionele mensen van 2020, vragen ons af: hoe kan dat? Of ook: dit is, menselijk gesproken, toch onmogelijk? Antwoord: ja, dat klopt.
Maar de Here God prent het ons in: Ik zal u een nieuw hart geven. Het staat ook al in Ezechiël 11: “Ik zal hun één ​hart​ geven en een nieuwe geest in uw binnenste geven. Ik zal het ​hart​ van steen uit hun vlees wegdoen en hun een ​hart​ van vlees geven, zodat zij in Mijn verordeningen gaan en Mijn bepalingen in acht nemen en die houden. Dan zullen zij Mij een volk zijn, en zal Ík hun een God zijn”[5].
Zijn we dan zelf helemaal uitgeschakeld? Nee, zeker niet. Leest u maar mee in Ezechiël 18: “Werp al uw ​overtredingen, waarmee u overtreden hebt, van u af en maak u een nieuw ​hart​ en een nieuwe geest. Waarom zou u sterven, ​huis​ van Israël? Ik schep immers geen behagen in de dood van een stervende, spreekt de Heere HEERE, dus bekeer u en leef!”.
Maar het begint bij God.
Hij moet de verandering in gang zetten.

Dat is precies wat de doop laat zien: God aan het begin van het leven van Verbondskinderen. Hij bewerkstelligt een schitterende verandering.
Van den beginne grijpt God in.
Dat is de meest structurele verandering die er in heel de kosmos plaatsvindt!

Gedoopte kinderen van God mogen de waarde van hun doop laten zien.
Zij mogen zeggen: ‘Jazeker, er gebeuren verschrikkelijke dingen in de wereld. Maar de hemelse God was vanaf het begin bij ons. Hij beschermt ons, ons hele aardse leven lang. En wij mogen Zijn ambassadeurs op aarde wezen. Sluit u daarom maar bij ons aan. Inderdaad – er gebeuren vreselijke dingen op aarde. Maar wij de wanhoop niet nabij. Want onze God verandert ons leven’.
Daarom is de uitnodiging van Psalm 122 voluit geldig:
“Ik was verheugd, toen men mij zei:
Laat ons naar ’t huis de HEREN gaan,
om voor Gods aangezicht te staan.
Kom ga, met ons en doe als wij.
Jeruzalem, dat ik bemin,
nu treden wij uw poorten in.
Daar staan, o Godsstad, onze voeten.
Jeruzalem is hecht gebouwd,
wel saamgevoegd, wie haar aanschouwt
zal haar als stad van vrede groeten”[6].

Noten:
[1] Ezechiël 36:25, 26 en 27.
[2] Miranda Bolhuis in het programma Noord Vandaag; woensdag 22 januari 2020.
[3] Geciteerd van https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/daan-roosegaarde-maakt-tijdelijk-holocaust-monument-met-104-duizend-fluorescerende-stenen~b841f7d0/ ; geraadpleegd op donderdag 23 januari 2020.
[4] Geciteerd uit mijn artikel ‘Verwarrende tijd’, hier gepubliceerd op 23 augustus 2019. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2019/08/23/verwarrende-tijd/ .
[5] Ezechiël 11:19 en 20.
[6] Psalm 122:1 – berijmd; Gereformeerd-Kerkboek-1986.

27 januari 2020

Impeachment

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

“Wie zal de berg van de HEERE beklimmen?
Wie zal staan in Zijn ​heilige​ plaats?
Wie ​rein​ is van handen en zuiver van ​hart,
wie zijn ziel niet opheft tot wat vals is, en niet bedrieglijk zweert.
Hij zal ​zegen​ ontvangen van de HEERE
en ​gerechtigheid​ van de God van zijn heil.
Dat is het geslacht van hen die naar Hem vragen,
die Uw aangezicht zoeken; dat is ​Jakob”[1].

Het is goed om elkaar in deze tijd op deze woorden te wijzen. Wij vinden ze in Psalm 24.

Men spreekt over impeachment: een procedure om president Trump af te zetten. ‘Een heksenjacht’, zegt Trump er zelf over. Er zijn heuse aanklagers. En verdedigers – advocaten die Trump zelf uitkoos. Het proces wordt voorgezeten door de opperrechter van het Amerikaanse hooggerechtshof. De leden van de Senaat vormen de jury. Na het onderzoek wordt er in de Senaat gestemd. Als er een tweederde meerderheid is wordt de president afgezet.

Hoofdschuddend ziet de wereld dit alles aan. Zijn er goede redenen om de president aan te pakken? Gebeurt het allemaal om Trump dwars te zitten, zodat hij op 3 november 2020 de presidentsverkiezingen verliest? Wat is de waarheid?[2]
Meer in het algemeen: wat heeft gezag ons nog te zeggen? Stel dat de Amerikaanse president misbruik heeft gemaakt van zijn macht, hoe zit dat dan met andere hoogwaardigheidsbekleders?

Laten wij bedenken wat de Bijbel ons leert.

Men moet recht tegenover God en de medemensen staan. Wie zo leeft geniet persoonlijke bescherming van de God van hemel en aarde.
Wilt u daar een voorbeeld van?
Leest u maar even mee in Genesis 20. Daar gaat het over koning Abimelech die Sara – de vrouw van Abraham – tot vrouw wil hebben.
Citaat: “Abraham​ trok vandaar naar het Zuiderland en woonde tussen Kades en Sur, en hij verbleef als ​vreemdeling​ in Gerar. Abraham​ zei van zijn vrouw ​Sara: Zij is mijn zuster. Toen stuurde ​Abimelech, de ​koning​ van Gerar, een bode en haalde ​Sara​ weg. Maar God kwam in een nachtelijke ​droom​ bij ​Abimelech​ en zei tegen hem: Zie, u gaat sterven vanwege de vrouw die u genomen hebt, want zij is met een man getrouwd! Abimelech​ was echter nog niet tot haar genaderd. Daarom zei hij: Heere, wilt U dan echt een onschuldig volk doden? Heeft hij mij zelf niet gezegd: Zij is mijn zuster. En zij, ook zijzelf heeft gezegd: Hij is mijn broer. Met een oprecht ​hart​ en zuivere handen heb ik dit gedaan. God zei tegen hem in de ​droom: Ik weet ook dat u dit met een oprecht ​hart​ gedaan hebt. Ik heb u ook ervan weerhouden tegen Mij te zondigen en daarom heb Ik u niet toegelaten haar aan te raken”[3].
De hemelse God houdt Abimelech tegen als deze onbedoeld overspel wil plegen.
Dat feit mag ook ons vandaag geruststellen.
Wie God en medemensen recht in de ogen kan kijken wordt altijd door de almachtige Heer des hemels en der aarde geholpen.
Denkt u in dit verband maar aan Psalm 11:
“Wat kunnen, als het recht hier wordt vertreden,
de grondslag van het recht niet meer bestaat,
rechtvaardigen beginnen hier beneden?
Wie is voor hen een hulp, een toeverlaat?
De HERE, in zijn hoog paleis zal tonen
dat Hem vanaf zijn troon geen ding ontgaat.
Zijn blik doorgrondt hen die op aarde wonen”[4].

Terug naar Psalm 24.
In dat kerklied wordt zonder veel omwegen duidelijk gemaakt dat mensen die naar Hem vragen Zijn zegen ontvangen.
In die Amerikaanse impeachmentzaak spelen heel veel belangen mee. Eigen belangen, vooral ook. Het verlangen naar macht, een onzalig streven om te winnen druipt er bij tijd en wijle van af.
In het Reformatorisch Dagblad schreef iemand: “Inmiddels zijn er tekenen dat de Democraten enigszins gaan twijfelen of de impeachment winst voor hen zal brengen. In de eerste plaats is veelzeggend dat de aanklacht slechts uit twee punten bestaat, terwijl ze tijdens de verhoren van de achterliggende maanden bij herhaling hebben geroepen dat er tal van dingen mis zijn”. En: “In de tweede plaats beseffen zij dat de aanklacht vooral gebaseerd is op informanten die hun wetenschap hebben ‘van horen zeggen’”[5]. Laten wij het maar ronduit zeggen: het wordt allemaal enorm dik aangezet, maar eigenlijk is het maar een zwak zaakje.
Wie het bovenstaande overziet, bemerkt alras dat de eerste vraag moet wezen: wat vindt de Here ervan? Anders gezegd: wat vraagt Hij van ons?
Laten wij maar beseffen dat de God van hemel en aarde onze diepste intenties doorziet. Zei Jezus in Johannes 1 over Nathanaël al niet: “Zie, werkelijk een Israëliet in wie geen bedrog is”[6]?
Psalm 24 zingt het:
“Dit is ’t geslacht dat naar Hem vraagt,
’t is Jakobs volk dat God behaagt.
Uw aanschijn zoekt het met verlangen”[7].
Overal ter wereld geldt: wie God zoekt, ook in de alledaagse dingen, kan op Zijn zegen wachten.

De dichter van Psalm 24 – dat is David – zegt:
“Dat is het geslacht van hen die naar Hem vragen,
die Uw aangezicht zoeken; dat is ​Jakob”.
In die woorden klinkt door dat God mensen heeft uitgekozen om bij Hem te horen. De profeet Maleachi spreekt erover in hoofdstuk 1: “Ik heb u liefgehad, zegt de HEERE, maar u zegt: Waarin hebt U ons liefgehad? Was ​Ezau​ niet de broer van ​Jakob? spreekt de HEERE. Toch heb Ik ​Jakob​ liefgehad, en ​Ezau​ heb Ik gehaat”[8]. En Paulus schrijft erover aan de christenen in Rome: “Zoals geschreven staat: ​Jakob​ heb Ik liefgehad en ​Ezau​ heb Ik gehaat. Wat zullen wij dan zeggen? Is er onrechtvaardigheid bij God? Volstrekt niet! Want Hij zegt tegen ​Mozes: Ik zal Mij ontfermen over wie Ik Mij ontferm en zal ​barmhartig​ zijn voor wie Ik ​barmhartig​ ben. Zo hangt het dan niet af van hem die wil, ook niet van hem die hardloopt, maar van God Die Zich ontfermt”[9].
God roept Zijn kinderen. Waar zij zich op de wereld ook bevinden, Hij roept hen bij Zich. En Hij geeft hen instructies om in Zijn dienst te staan.

Impeachment – dat betekent onder meer: beschuldiging, aanklacht. In Amerika weten ze er alles van. En president Trump kan nog zo optimistisch wezen, het wordt er voor hem natuurlijk niet makkelijker op.
In een wereld die bol staat van impeachment mogen Gods kinderen getuigen van de verlossing door het bloed van Jezus Christus. Om met het Avondmaalsformulier te spreken: “Ja, Hij heeft zijn lichaam aan het kruis laten spijkeren om de akte van beschuldiging die tegen ons gericht was, weg te doen door haar aan het kruis te nagelen”[10].
Inderdaad – in de kerk is er geen sprake meer van impeachment.
Daarom zullen wij zegen​ ontvangen van de HEERE en ​gerechtigheid​ van de God van ons heil.
Wie God zoekt kan op Zijn zegen wachten!

Noten:
[1] Psalm 24:3-6.
[2] Zie hierover bijvoorbeeld https://nos.nl/artikel/2319579-strak-tijdschema-stil-zijn-en-geen-mobiel-de-impeachment-procedure-in-de-senaat.html en https://nos.nl/artikel/2319684-senaat-stemt-na-13-uur-in-met-regels-afzettingsprocedure-trump.html ; geraadpleegd op woensdag 22 januari 2020.
[3] Genesis 20:1-6.
[4] Psalm 11:2 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.
[5] Wim Kranendonk, “Huis stemt voor kansloze procedure”. In: Reformatorisch Dagblad, donderdag 19 december 2019, p. 6.
[6] Johannes 1:48.
[7] Dit zijn regels uit Psalm 24:3 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.
[8] Maleachi 1:2 en 3 a.
[9] Romeinen 9:13-16.
[10] “Formulier voor de viering van het Heilig Avondmaal”. – Gereformeerd Kerkboek-1986, p. 524.

24 januari 2020

Geen horizontaal verhaal

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

We leven in de week van het gebed voor de eenheid[1].
Het thema van die week wordt onder meer als volgt toegelicht: “De centrale Bijbeltekst voor de gebedsweek komt in 2020 uit het laatste deel van het boek Handelingen, hoofdstuk 27 vanaf vers 18 tot hoofdstuk 28 vers 10. Hierin is te lezen hoe Paulus en zijn reisgenoten schipbreuk lijden op Malta, en daar met buitengewone vriendelijkheid opgevangen worden. Deze gebeurtenis markeert het moment waarop het evangelie het eiland bereikt. Op 10 februari wordt deze gebeurtenis nog altijd door de christenen op Malta herdacht en gevierd. Zij hebben dit jaar het materiaal voor de gebedsweek voorbereid”.

Men attendeert op de rust die Paulus uitstraalt.
“Paulus weet wonderwel de vrede tussen de groepen te waarborgen. Hij houdt ze voor dat de omstandigheden hen samenbinden en onder zijn leiding delen ze met elkaar het brood”.
En ook op de vriendelijkheid van de Maltezers.
“Wanneer Paulus en zijn reisgenoten ten slotte stranden op Malta, wordt hen daar buitengewone vriendelijkheid betoond door de eilandbewoners. Hun anders-zijn vormt daarbij geen belemmering”[2].

Wat moet men met het bovenstaande?
Wij moeten vriendelijk zijn voor elkaar. Zoveel is wel duidelijk.
Wij moeten elkaar nemen zoals wij zijn. Dat is ook wel helder.
En als we anders zijn, is dat geen probleem. Praktiserend homo? Dat doet er niet toe. Een drugsverslaafde? Ach – kom erbij!
Wees vriendelijk en blij; voor uzelf en voor mij. Dat is het sfeertje.

Dat is allemaal mooi.
Maar er is meer aan de hand.
Leest u maar mee: “En hier, op ongeveer dezelfde plaats, had de voornaamste van het eiland, van wie de naam Publius was, een landgoed. Hij ontving ons en bood ons vriendelijk drie dagen onderdak. En het gebeurde dat de vader van Publius, door ​koorts​ en buikloop bevangen, op ​bed​ lag. ​Paulus​ ging naar hem toe, en nadat hij ​gebeden​ had, ​legde​ hij hem de handen op en maakte hem gezond. Toen dit nu gebeurd was, kwamen ook de anderen op het eiland die ziekten hadden, naar hem toe en zij werden genezen”[3].
Vlak vóór die genezingen wordt Paulus gebeten door een adder. Maar de apostel schudt de slang van zich af. Van vergiftiging blijkt geen sprake.
Wat gebeurt daar?
Het Evangelie van de opgestane Here Jezus Christus wordt op Malta gebracht. Daar wordt opstandingskracht getoond!

Ja, het Evangelie gaat de wereld over.
De Here heeft in Handelingen we tegen zijn gezant gezegd: “Heb goede moed, ​Paulus, want zoals u in ​Jeruzalem​ van Mijn zaak getuigd hebt, zo moet u ook in Rome getuigen”[4].
Kijk, daar gaat het om.

Die Maltezers zijn vriendelijk. En voor Publius geldt dat wel in het bijzonder.
En men wil ons, anno 2020, vertellen: wees ook maar vriendelijk voor de mensen in jouw omgeving. Men schrijft: “Iedere dag zoeken we naar het buitengewone. Zo leren we buitengewone vriendelijkheid te ontvangen én door te geven”.
Prachtig.
Maar waar het om gaat is: Gods blijde Boodschap moet worden doorverteld!
En wat daar op Malta gebeurt is, om zo te zeggen, een plaatje bij Marcus 16: “Wie geloofd zal hebben en ​gedoopt​ zal zijn, zal zalig worden, maar wie niet geloofd zal hebben, zal verdoemd worden. En hen die geloofd zullen hebben, zullen deze tekenen volgen: in Mijn Naam zullen zij demonen uitdrijven; in vreemde talen zullen zij spreken; slangen zullen zij oppakken; en als zij iets dodelijks zullen drinken, zal het hen beslist niet schaden; op zieken zullen zij de handen leggen en zij zullen gezond worden”[5].
Paulus krijgt krachten van zijn Zender om te laten zien hoe machtig het Evangelie is!

Trouwens, weet u hoe het in Marcus 16 verder gaat?
“De Heere dan is, nadat Hij tot hen gesproken had, opgenomen in de hemel en heeft Zich gezet aan de rechterhand van God, maar zij gingen overal heen om te prediken, en de Heere werkte mee en bevestigde het Woord door de tekenen die erop volgden. ​Amen”[6].
Met andere woorden: Evangelievertellers worden vanuit de hemel aangestuurd.
De Bijbel is geen verhaal dat je blijmoedig voorleest met zoetgevooisde stem. Gods Woord is niet de zoveelste poging om een brokje intermenselijk fatsoen bij de mensheid neer te leggen.
Welnee.
De kerk anno Domini 2020 wordt gesteund en geleid vanuit de hemel. Denkt u in dit verband maar aan Hebreeën 4: “Nu wij dan een grote ​Hogepriester​ hebben, Die de hemelen is doorgegaan, namelijk ​Jezus, de ​Zoon van God, laten wij aan deze belijdenis vasthouden. Want wij hebben geen ​Hogepriester​ Die geen medelijden kan hebben met onze zwakheden, maar Een Die in alles op dezelfde wijze als wij is verzocht, maar zonder ​zonde. Laten wij dan met vrijmoedigheid naderen tot de troon van de ​genade, opdat wij ​barmhartigheid​ verkrijgen en ​genade​ vinden om geholpen te worden op het juiste tijdstip”[7].

Gods Woord is geen horizontaal verhaal.
Zijn Woord tilt ons omhoog “waar ​Christus​ is, Die aan de rechterhand van God zit”[8].
Dus:
“Bedenk de dingen die boven zijn en niet die op de aarde zijn, want u bent gestorven en uw leven is met ​Christus​ verborgen in God. Wanneer ​Christus​ geopenbaard zal worden, Die ons leven is, dan zult ook u met Hem geopenbaard worden in heerlijkheid”[9].

Noten:
[1] De week van het gebed voor de eenheid vindt plaats van 19 tot 26 januari 2020.
[2] De citaten komen van https://www.weekvangebed.nl/buitengewoon ; geraadpleegd op vrijdag 17 januari 2020.
[3] Handelingen 28:7, 8 en 9.
[4] Handelingen 23:11.
[5] Marcus 16:16, 17 en 18.
[6] Marcus 16:19 en 20.
[7] Hebreeën 4:14, 15 en 16.
[8] Colossenzen 3:1.
[9] Colossenzen 3:2, 3 en 4.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.