gereformeerd leven in nederland

28 februari 2020

Blij zingen en goed luisteren

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: ,

Psalm 81 is in zekere zin een merkwaardig lied. Het is namelijk een feestlied en een klaagzang in één.
Wij lezen:
“Zing vrolijk voor God, onze kracht;
juich voor de God van ​Jakob.
Hef psalmgezang aan en laat de ​tamboerijn​ horen,
de lieflijke ​harp​ met de ​luit.
Blaas op de bazuin bij ​nieuwemaan,
bij vollemaan, op onze feestdag”[1].
Maar ook:
“Mijn volk, zei Ik, luister, en Ik zal onder u getuigen;
Israël, als u naar Mij luisterde!
Er mag onder u geen andere god zijn,
u mag zich voor geen vreemde god neerbuigen.
Ik ben de HEERE, uw God,
Die u uit het land ​Egypte​ leidde.
Doe uw mond wijd open en Ik zal hem vullen.
Maar Mijn volk heeft naar Mijn stem niet geluisterd,
Israël is tegenover Mij onwillig geweest.
Daarom gaf Ik hen over aan hun verharde ​hart,
zodat zij in hun eigen opvattingen voortgingen.
Och, had Mijn volk naar Mij geluisterd,
was Israël in Mijn wegen gegaan!”[2].
Gods volk zingt voor haar God. Maar daarna houdt de lofzang opeens op. De hemelse God wordt sprekend ingevoerd. God klaagt over Zijn volk. Hij klaagt Zijn onderdanen aan!

Een exegeet noteert bij deze psalm: “Het is van groot belang om gehoorzaam te luisteren naar wat God ons heeft te zeggen. Dat resulteert ook in lofprijzing, zoals beschreven in de eerste verzen. Lofprijzing en verkondiging hebben hun eigen plaats in de eredienst, waarbij de verkondiging van Gods werken, beloften en eisen de grondslag vormen. In deze psalm is de verheerlijking van God voorbereidend en opent deze het hart voor de verkondiging van Gods woorden. De christelijke gemeente doet er goed aan zich te oriënteren op deze psalm en zich te hoeden voor een eenzijdige benadrukking van lofprijzing of verkondiging”[3].

Onze God bevordert het vieren van een feest.
Tijdens de vorige weekwisseling werd er, met name onder de grote rivieren, carnaval gevierd. Maar zó’n feest wordt hier niet bedoeld. Waarom niet? Omdat het carnaval ten diepste het feest is van de sociale ommekeer. Iemand schrijft: “Traditioneel gezien begint het echte carnavalsfeest pas de zondag voor het vasten met de machtsoverdracht. Hierbij wordt de symbolische sleutel – en daarmee ook het bestuur – van de stad officieel overgedragen aan prins-carnaval. De ceremonie staat symbool voor een middeleeuwse traditie, waarbij de sociale orde werd omgedraaid en de arme bevolking tijdelijk de macht overnam. De bevolking kon vervolgens flink de draak steken met de stedelijke adel. Een moderne variant hierop is het Brabantse tonproaten en het Limburgse buutereednen, waarbij de sprekers vaak grappen maken over het lokale bestuur”[4].
Welnu, in de Bijbel gaat het niet over zo’n ommekeer. Het gaat veeleer over bekering. De mensen moeten weer met het gezicht naar God toe gaan staan. Het is zogezegd een andersoortige ommekeer!

Psalm 81 is een lied op ‘de Gittith’. Wat betekent dat? Misschien moeten we het opvatten als de wijs van ‘een lied gezongen bij het wijnpersen’ of: op de wijs van ‘een lied van Gath’[5].
Anderen houden het op de aanduiding van een toon of toonsoort of een muziekinstrument[6].

Deze psalm is geschreven door Asaf. Dat is een “Leviet, muzikant, zanger, dichter en ziener. Hij is een van de drie koorleiders aan het hof van koning David. Hij bespeelt de cymbalen. David geeft hem en zijn verwanten de taak dagelijks de diensten bij de ark van het verbond te verzorgen”[7].
Asaf draait er niet omheen: de kerk moet zingen. En zorg daarbij dan maar voor goede begeleiding. Maak er maar een feest van!
In dat zingen bereidt de kerk zich erop voor om naar God te luisteren. In onze tijd zouden we wellicht zeggen: het is een psalm ter voorbereiding op de preek.
Psalm 81 leert ons: feestvieren is prima; maar houdt altijd rekening met het onderwijs dat God geeft!

Deze psalm maakt ook duidelijk dat het leven niet enkel bestaat uit jarenlang feestgedruis en blijmoedig gejuich. Soms vragen we ons ook af: wat is in de gegeven omstandigheden wijs? Of ook: welke kant moet het op? En wellicht: wat staat ons in het aardse leven nog te wachten?
Bij dergelijke vragen zegt God:
“Ik ben de HEERE, uw God,
Die u uit het land ​Egypte​ leidde.
Doe uw mond wijd open en Ik zal hem vullen”[8].
De God van het verbond geeft bevrijding. Hij geeft vrijheid. Hij geeft ons de woorden in de mond waarmee wij om hulp kunnen vragen. Een dominee zei eens in een preek: “Doe uw mond wijd open! Vraag niet iets van de Heere, maar vraag alles van de Heere! Vraag ook om de toepassing van God de Heilige Geest. Verwacht niets van uzelf, maar alles van Hem! Want alle dingen zijn uit God, en er hoeft van ‘s mensen kant niets bij. Maar dat u uw mond wijd open mocht doen, om alles van de Heere te vragen!
Doe uw mond wijd open! Hoe vaak gaat, ook in het leven van Gods kinderen, de mond op een klein kiertje open. Omdat ze zelf ook nog wat willen doen, en zichzelf ook nog met wat anders willen voeden, en dan mag de Heere ook nog wat in de mond stoppen. Maar zo gaat het niet! En de Heere brengt Zijn kinderen daar, waar ze niets meer overhouden en alles van Hem verwachten”[9].
Het is duidelijk – Hij geeft ons de woorden om vurig te bidden om leiding van bovenaf.
Het is zonneklaar – Hij geeft ons alle reden om Hem te loven.

In de kerk is dat altijd lof in het kader van Gods verbond met mensen. Psalm 81 leert ons zingen en luisteren!

Noten:
[1] Psalm 81:2, 3 en 4.
[2] Psalm 81:9-14.
[3] Geciteerd van de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Psalm 81 – ‘Boodschap’.
[4] Geciteerd van https://isgeschiedenis.nl/nieuws/oorsprong-van-het-carnaval ; geraadpleegd op zaterdag 22 februari 2020.
[5] Zie https://www.jaapfijnvandraat.nl/index.php?page=artikel&id=1294 en http://www.bijbelaantekeningen.nl/files/subject?1457 ; geraadpleegd op zaterdag 22 februari 2020.
[6] Zie https://www.statenvertaling.net/kanttekeningen/Ps81.htm , kanttekening 2. Geraadpleegd op zaterdag 22 februari 2020.
[7] Geciteerd van https://visie.eo.nl/bijbelse-namen/asaf ; geraadpleegd op zaterdag 22 februari 2020.
[8] Psalm 81:11.
[9] Geciteerd van https://www.prekenweb.nl/nl/Preek/Open/21606 ; geraadpleegd op zaterdag 22 februari 2020. De dominee in kwestie is P. van Ruitenburg, predikant van de Netherlands Reformed Congregation in Chiliwack, British Columbia, Canada.

27 februari 2020

Recht overeind in de chaos

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Wie de Nederlandse politiek beschouwt heeft alle reden om regeerders en parlementariërs te wantrouwen. Denkt u maar aan:
* de manier waarop sinds 2012 wordt omgegaan met het herstel van de aardbevingsschade in de provincie Groningen[1]
* de meedogenloze wijze waarop de Belastingdienst veel aanvragen van kinderopvangtoeslag beoordeelde; een grote groep ouders werd onterecht beticht van fraude[2]
* de nieuwe marinierskazerne die plotsklaps niet naar Vlissingen ging, maar naar Nieuw Milligen; geheel onverwachts werd daarmee een besluit uit 2012 herroepen[3].

Het vertrouwen in machthebbers zakt, mede dankzij het bovenstaande, tot ver onder het nulpunt.
Is Nederland zoetjesaan onderweg naar de chaos?

In de samenleving van 2020 is de verleiding groot om er zelf ook maar een beetje met de pet naar te gooien. Dit alles onder het motto: aanpassingsvermogen kan ons redden. En daarnevens ligt de vraag: bijna iedereen doet het zo, dus waarom ik niet?

Toegegeven – voor Gereformeerde mensen voelt dat zeer ongemakkelijk. Want zij weten: Gods Woord leert ons anders.
Maar in de omstandigheden van 2020 kan het geen kwaad om elkaar op te scherpen.
Laten wij elkaar wijzen op Colossenzen 2.
Paulus leert ons daar het volgende.
U heeft Jezus Christus als uw Heer aangenomen. Dat betekent dus dat u met Hem samenleeft. Dat moet geen bevlieging wezen. Men kan het vergelijken met een boom. Een boom die geplant is, is in de regel niet na een halfjaar verdwenen. Zo’n boom staat er jarenlang. Zeker als hij in goede grond staat en goed geworteld is. Toch gaat die vergelijking maar tot op zekere hoogte op. Want bij een flinke storm kan zo’n boom zomaar omver geblazen worden. Zo is het niet met de ware gelovige. Want hij wordt onderhouden. Hij wordt beschermd. En gestut bovendien. Waardoor dan? Door het geloof dat hem geschonken wordt. Het geloof in de Redder van de wereld, de Heiland, de Here Jezus Christus. Gesteund door Hem staat de ware gelovige stevig. Zo stevig dat hij niet ontregeld en verward raakt door allerlei merkwaardige, vreemde en onchristelijke dingen die er om hem heen gebeuren. De ware gelovige slaagt er in om dankbaar te leven. Hij is dankbaar voor Gods gaven. Hij is dankbaar voor Christus’ reddingswerk.
Intussen zijn er heel veel mensen die allerlei wijsheden debiteren. Talloze sprekers dissen prachtig klinkende verhalen op. Maar al die mensen blijven op aarde hangen. Zij zijn niet op de hemel gericht. Zij oriënteren zich niet op God.
De ware gelovige keert zich steeds weer naar God toe. Is die gelovige dan de perfecte wereldburger? Nee, dat niet.
Paulus schrijft: “En u bent volmaakt geworden in Hem, Die het Hoofd is van iedere overheid en macht”[4].

Het begrip ‘volmaakt’ is, om zo te zeggen, niet los verkrijgbaar. Gelovigen zijn altijd volmaakt-in-Hem!
Wat betekent dat?
Johannes schrijft in hoofdstuk 1 van het door hem geschreven evangelie: “En uit Zijn volheid hebben wij allen ontvangen, en wel ​genade​ op ​genade”[5].
De apostel Paulus noteert in zijn brief aan de christenen in Efeze: “En Hij heeft alle dingen aan Zijn voeten onderworpen en heeft Hem als hoofd over alle dingen gegeven aan de ​gemeente, die Zijn lichaam is en de vervulling van Hem Die alles in allen vervult”[6].
De genade stapelt zich dus op.
En in de kerk is de Here God druk aan het werk. Hij maakt Zijn kinderen klaar voor het eeuwig leven. Uiteindelijk maakt Hij de door Hem gekochte kinderen geschikt om een woning in de hemel te betrekken.
Dat alles staat, zo lijkt het, mijlenver bij aardse sores vandaan. Maar zijn de aardbevingsschade, het gerommel bij de Belastingdienst en het geklungel op het ministerie van Defensie wel zo ver weg? Nee, dat niet. Heel wat Nederlandse burgers staan er met de neus op.
En soms denken wij: de chaos wordt steeds groter. En misschien zelfs: de goddeloosheid neemt hand over hand toe. En wij vragen: verandert er nog wel iets in de wereld?
Jazeker.
De God van hemel en aarde is volop actief. Bij al Zijn kinderen is werk in uitvoering! Maar daarbij geldt dan ook het nu volgende artikel uit de Dordtse Leerregels: “Hoe dit in zijn werk gaat, kunnen de gelovigen in dit leven niet volledig begrijpen. Intussen vinden zij rust in de wetenschap en ervaring, dat zij door deze genade van God van harte geloven en hun Verlosser liefhebben”[7].

Zo gaat het in de kerk van wantrouwen in Nederland naar vertrouwen op God!

Noten:
[1] Zie hierover bijvoorbeeld https://nos.nl/artikel/2321454-ministerie-negeerde-jarenlang-noodsignalen-over-versterkingsoperatie.html ; geraadpleegd op vrijdag 21 februari 2020.
[2] Zie https://nos.nl/artikel/2310434-belastingdienst-zat-fout-bij-kinderopvangtoeslag-ouders-krijgen-schadevergoeding.html ; geraadpleegd op vrijdag 21 februari 2020.
[3] Zie https://nos.nl/artikel/2322963-kazerne-doorn-definitief-niet-naar-vlissingen-gaat-naar-nieuw-milligen.html en https://nos.nl/artikel/2323036-zeeuwen-over-mislopen-kazerne-vertrouwen-in-kabinet-is-ernstig-geschaad.html ; geraadpleegd op vrijdag 21 februari 2020.
[4] Colossenzen 2:10.
[5] Johannes 1:16.
[6] Efeziërs 1:22 en 23.
[7] Dordtse Leerregels, hoofdstuk III/IV, artikel 13.

26 februari 2020

Kloof tussen moslims en Gereformeerden

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Worden moskeeën met giften beïnvloed vanuit Koeweit en Saoedi-Arabië? Dat zou een onderzoekscommissie van de Tweede Kamer wel eens willen weten. In het verlengde daarvan liggen daar de vragen: staan moslims met hun rug naar de Nederlandse samenleving? en: ondermijnen sommige imams de rechtsstaat?

De onderzoekscommissie van het parlement sprak onder meer “met prof. dr. Truus Pels van het Verwey-Jonker Instituut dat op verzoek van de gemeente Utrecht in 2016 en 2019 onderzoek naar Al Fitrah deed. De eerste studie, observerend van aard, resulteerde in plussen en minnen. De pedagogisch-didactische begeleiding van de (vrijwillige) leerkrachten is gedegen, maar inhoudelijk is de lesstof zeer dogmatisch. De ruimte voor kritische reflectie en eigen meningsvorming is beperkt. ‘De leerkracht, en uiteindelijk Allah, hebben het laatste woord’, concludeert het instituut.
Alarmerend was het rapport uit 2019. Het Verwey-Jonker sprak daarvoor met 50 buitenstaanders uit de kring rond de school: oud-leerlingen, ouders van oud-leerlingen, directeuren van Utrechtse scholen die onderwijs bieden aan kinderen uit de Al-Fitrah-gemeenschap en vertegenwoordigers van het Utrechtse welzijnswerk.
Al-Fitrah biedt geborgenheid, is één van de conclusies, maar die is vergelijkbaar met die van een sekte”[1].
Alle reden voor nader onderzoek dus!

Welnu, het verhoor van Suhayb Salam – imam van de alFitrah-moskee te Utrecht – liep woensdag 19 februari jl. op ruzie uit.
De imam noemde het verhoor zelfs een poppenkast.

Zaken als de bovenstaande voelen niet goed.
De minachting van de Utrechtse imam voor Nederlandse parlementariërs druipt er af. De impliciete boodschap van de imam lijkt te zijn: wij kunnen onze eigen boontjes doppen en wij hinderen niemand; bemoei je niet met ons!
Nu zijn niet alle moslims gelijk. En zij denken ook niet allemaal gelijk.
Maar hoe groot is het aantal fundamentalisten onder de moslims? Hoe verdraagzaam zijn die fundamentalisten tegenover christenen en joden? Niemand die dat precies weet. Men begrijpt: het antwoord op dergelijke vragen is belangrijk voor de samenleving. Immers – ons aller veiligheid is van het grootste belang.
Er wordt gezegd dat dat er nu méér islamitisch geweld is dan honderd jaar geleden. Er wordt bovendien gezegd dat de afstand tussen jihadisten en ‘mainstream islam’ nu kleiner is dan honderd jaar geleden. ChristenUnie-voorman Segers praatte eens met een imam uit Delft: “Ik vroeg hem: heeft een moslim in jouw ideale staat het recht om van zijn geloof af te vallen? Ja of nee. Hij draaide eromheen, maar na doorvragen, kwam dan toch het antwoord: ‘Nee, die moet dood’”[2].
Dat alles is niet bepaald rustgevend.
En eerlijk is eerlijk: de minachting van de Utrechtse imam Suhayb Salam maakt het beeld er niet mooier op.

Wat kan hierop het antwoord der Gereformeerden wezen?
Dat zal hieronder blijken.

Wij beginnen bij Fikret Böcek. Hij is ex-moslim en predikant in Turkije. De man werd enkele jaren geleden geïnterviewd door het Reformatorisch Dagblad.
Citaat: “‘In de islam gelooft men niet dat Jezus aan het kruis gestorven is. Men beweert dat het er de schíjn van had dat dit gebeurde. Ik ontdekte dat het historisch gewoon klopte: Jezus was werkelijk door de Romeinen gekruisigd. Ik verloor het respect voor de Koran en de islam. Jezus stierf aan het kruis voor onze zonden, zo vernam ik, iets wat de islam ook niet kent. Toen de Amerikanen mij zeiden dat ik een zondaar was, had ik dit nooit eerder gehoord. De mens wordt volgens de islam puur geboren. Hij begint pas te zondigen als tiener, als hij verantwoordelijk is voor zijn daden’.
De zonde komt bovendien nooit van binnenuit, maar altijd van buitenaf. ‘Vandaar dat je naar Mekka moet gaan en vijf keer per dag moet bidden om weer rein te worden van de zonden’”[3].
In het bovenstaande wordt duidelijk waar de scheidingslijn tussen Gereformeerden en moslims loopt.
Gereformeerden zeggen: de mens is van nature zondig; maar er is genade.
Moslims zeggen: een mens wordt puur geboren en wordt bedorven naarmate hij ouder wordt; ijver voor de islamitische wetten kan hem redden.

De houding van imam Suhayb Salam spreekt, wat schrijver dezes betreft, boekdelen. Zijn idee lijkt te zijn:
* Nederlanders snappen moslims niet, en het is onbegonnen werk om onze levensovertuiging uit te leggen
* laat die Nederlanders maar, ze weten toch niet beter
* wij doen ons best om in de hemel te komen; uiteindelijk zijn wij beter af dan die goddeloze Nederlanders. Fikret Böcek zegt: “De islam is een religie van werken, van regels en voorschriften”.

De Utrechtse imam laat ongewild de antithese tussen kerk en wereld zien. De scheidslijn wordt getrokken!
De moslim stelt: er moet gewerkt worden.
De Gereformeerde mens zegt: er moet geloofd worden. En er moet geprezen worden.

Zie voor dat laatste bijvoorbeeld 1 Petrus 1: “Geprezen zij de God en Vader van onze Heere ​Jezus​ ​Christus, Die ons, overeenkomstig Zijn grote ​barmhartigheid, opnieuw geboren deed worden tot een levende hoop, door de opstanding van ​Jezus​ ​Christus​ uit de doden”[4].
Er is sprake van een “onvergankelijke, onbevlekte en onverwelkbare ​erfenis, die in de hemelen bewaard wordt”[5]. Die erfenis is er al. Die erfenis ligt al in de hemel. Die erfenis is niet aan slijtage onderhevig. Die erfenis wordt bewaard; er is niemand die ‘m ons af kan nemen. Dat geeft zekerheid. Dat betekent tevens dat Gereformeerden zich in onze samenleving niet zo nodig hoeven te bewijzen. Zij hoeven zich niet zo nodig te manifesteren. Zij bezitten hun schat in de hemel reeds. Wat kan hen verder nog gebeuren?
Het antwoord op die vraag is eenvoudig: niets. Want in 1 Petrus 1 staat ook nog: “U wordt immers door de kracht van God bewaakt door het geloof tot de zaligheid, die gereedligt om geopenbaard te worden in de laatste tijd”[6].
Gereformeerden hebben altijd hun persoonlijke Lijfwacht bij zich!
Gereformeerden wandelen rustig met Hem naar de toekomst toe. Dat is een toekomst vol gegarandeerde vrede en volkomen geluk!

Wat zullen wij verder van deze dingen zeggen?
Eén ding nog slechts – gelet op het bovenstaande zou het wel eens kunnen zijn dat Suhayb Salam, de imam uit Utrecht, meer van zichzelf heeft laten zien dan hij wilde!

Noten:
[1] Geciteerd van https://www.rd.nl/gewiekste-imam-ontregelt-commissie-poppenkast-1.1633550 ; geraadpleegd op donderdag 20 februari 2020.
[2] Geciteerd van https://www.volkskrant.nl/columns-opinie/ruud-koopmans-en-gert-jan-segers-in-gesprek-over-islamitisch-fundamentalisme-jij-legt-de-grens-ergens-anders-dan-ik~bc60eec9/ ; geraadpleegd op donderdag 20 februari 2020.
[3] Geciteerd van https://www.rd.nl/kerk-religie/islam-kent-alleen-wet-geen-genade-1.550574 ; geraadpleegd op donderdag 20 februari 2020. De publicatie van het interview is gedateerd op donderdag 9 juni 2016.
[4] 1 Petrus 1:3.
[5] 1 Petrus 1:4.
[6] 1 Petrus 1:5.

25 februari 2020

Syncretisme

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , , ,

De term ‘religieus syncretisme’ is geen uitdrukking voor de koffietafel.
Niettemin is syncretisme nog altijd aan de orde van de dag.

Syncretisme – wat is dat?
Een internetencyclopedie leert ons: “Syncretisme is in de godsdienstwetenschappen het naar elkaar toegroeien van religies, een poging om uiteenliggende of tegengestelde geloven en religies met elkaar te combineren. Een equivalent woord kan fusie of hybridisatie zijn (…) Het woord syncretisme komt via het Latijnse syncretismus uit het Griekse synkretismos hetgeen betekent dat twee partijen een verdrag sluiten tegen een derde partij. De term is voor het eerst gebruikt door Plutarchus, om het eenheidsfront van de Kretenzers aan te duiden, die onderling verdeeld waren, maar zich aaneensloten om zich samen tegen vreemdelingen te kunnen verweren. Het woord raakte in deze betekenis in onbruik, totdat Erasmus het gebruikte in zijn Adagia, gepubliceerd in 1518. Erasmus verwees daarbij expliciet naar Plutarchus”[1].

Syncretisme is nog altijd aan de orde van de dag, werd hierboven geschreven.
Daarmee wil gezegd zijn dat dat feitelijk weinig nieuws is.
Het komt al in de Bijbel voor.
Bijvoorbeeld in de geschiedenis van het gouden kalf, in Exodus 32. De Israëlieten zeggen daar: “Dit zijn uw ​goden, Israël, die u uit het land ​Egypte​ geleid hebben”[2].
En in 1 Koningen 11, in de tijd van Salomo: “Salomo​ ging achter ​Astarte​ aan, de god van de Sidoniërs, en achter ​Milkom, de afschuwelijke afgod van de ​Ammonieten. Zo deed ​Salomo​ wat slecht was in de ogen van de HEERE: hij volhardde er niet in de HEERE na te volgen, zoals zijn vader ​David. Toen bouwde ​Salomo​ een offerhoogte voor Kamos, de afschuwelijke afgod van de ​Moabieten, op de berg die voor ​Jeruzalem​ ligt, en voor Moloch, de afschuwelijke afgod van de ​Ammonieten”[3].
En in 1 Koningen 12. Wij zijn daar bij Jerobeam en het tienstammenrijk Israël. Citaat: “Daarom pleegde de ​koning​ overleg en maakte twee gouden kalveren. Hij zei tegen het volk: Het is te veel voor u om op te trekken naar ​Jeruzalem. Zie uw ​goden, Israël, die u uit het land ​Egypte​ hebben doen optrekken. En hij plaatste het ene in Bethel, en het andere zette hij in Dan. Dit werd aanleiding tot ​zonde, want het volk liep vóór het ene uit, tot aan Dan toe”[4].
Syncretisme is, om zo te zeggen, eigen aan zondige mensen.

Syncretisme – waar zien wij dat in de praktijk?

Bijvoorbeeld in de gnostiek
Daarover schrijft iemand: “De gnostiek is een vroegchristelijke stroming uit de eerste eeuwen van onze jaartelling. Kernthema van de gnostiek is dat de mens vergeten is wie hij in werkelijkheid is. Jezus is in de gnostische teksten een boodschapper die de mens oproept zichzelf te herinneren: “Sta op en herinner jezelf”.
Gnosis is het Griekse woord voor kennis, en betekent hier kennis van je ware zelf. Omdat je als mens met je ware zelf deel bent van de ware werkelijkheid, is kennis van je ware zelf tegelijkertijd ook kennis is van de ware werkelijkheid. Gnosis als zelfkennis is kennis van ‘het Al’. Wie zichzelf kent, kent het Al”[5].

Bijvoorbeeld bij de jezidi’s
Iemand noteert over hen: “De jezidi’s hebben (…) een eigen religie: het jezidisme. De religie wordt gezien als een van de oudste ter wereld, ruim tweeduizend jaar ouder dan het christendom. In de loop der tijd heeft het geloof tevens aspecten overgenomen van het christendom, jodendom en de islam.
Het jezidisme is door de jaren heen altijd mondeling overgeleverd. Dat heeft tot gevolg dat niet alle gelovigen de begrippen en waarden van de religie op dezelfde manier interpreteren.
Naast dat jezidi’s de Koran en de Bijbel lezen, hebben zij ook twee belangrijke boeken: de Kitabe Cilve (Het Boek van Inspiratie) en de Meshef Resh (Het Zwarte Boek).
De belangrijkste god voor de jezidi’s is Yezdan, de schepper van de wereld. Daarnaast is de Pauwenengel – genaamd Taus Melek – voor hen van groot belang. Taus Melek is de belangrijkste van zeven engelen die god vertegenwoordigen. Doordat de Pauwenengel ook Shaytan wordt genoemd – Arabisch voor ‘duivel’ – worden jezidi’s in sommige gevallen door moslims beschouwd als duivelaanbidders. Dat terwijl de duivel helemaal geen rol speelt in het jezidisme, want jezidi’s geloven in reïncarnatie”[6].

Bijvoorbeeld bij de alevieten
Men schrijft:
“Alevitisme is een ondogmatische vorm van het islamitische geloof. Alevieten onderscheiden zich van de dominante islamitische stromingen – soennitische en sjiitische islam – door hun (religieus-)humanistische levensopvatting. Het gaat om een synthese van Oosterse culturele gebruiken, gewoonten, rituelen en de islamitische traditie”.
En:
“De mens is in het alevitisme verantwoordelijk voor zichzelf. De mens moet zelf tot de erkenning van God en de natuur komen. Om die reden, kan niemand vanwege bijvoorbeeld zijn atheïsme veroordeeld en gestraft worden. Iedereen is vrij zijn geloof te beleven zoals hij of zij verkiest. Er zijn geen verplichte gebeden en geen vaste regels. Dit betekent ook dat er veel variatie mogelijk is – en voorkomt – binnen het alevitisme”[7].

Bijvoorbeeld in het soefisme
Citaat: “Als mystieke stroming in de islam ontwikkelde het soefisme zich in de vroege Middeleeuwen, in de zevende en achtste eeuw, uit de sjiitische stroming binnen de islam. Vooral vanaf de tiende eeuw maakte het soefisme een bloei door. Het ontstond door een mix aan invloeden: diverse teksten uit de Koran spelen in deze stroming een rol, maar ook zijn er invloeden van het hellenisme -de Grieks-antieke cultuur, met name het neoplatonisme-, filosofische invloeden en invloeden van uit het christendom -met name het kloosterwezen-”[8].

Bijvoorbeeld in de new age
Dat is een breed scala van nieuwe religies, alternatieve therapieën en alternatieve leefwijzen die vanaf de jaren ’70 van de twintigste eeuw gaandeweg populairder werd[9].

Bijvoorbeeld in de vrijmetselarij
Citaat: “De Franse term ‘broeder-bouwers’ doet het meeste recht aan de doelstellingen van de vrijmetselaars. Doel is het streven naar geestelijke en morele verheffing, onderlinge waardering en wederzijdse hulp. De leden denken vrij na over allerlei onderwerpen -zoals religie of filosofie-, spreken elkaar aan als broeders en/of zusters en komen regionaal bijeen in zogeheten vrijmetselaarsloges. Iedereen heeft recht op een vrije meningsuiting en anderen dogma’s opleggen is dan ook ‘not done’”[10].

Het is in deze tijd belangrijk om te weten wat syncretisme is.
Wat meer is: Gereformeerden moeten beseffen dat de aanleg voor syncretisme ook in hen zit. Syncretisme doet zich overal ter wereld aan hen voor. Syncretisme is onbekend, doch niettemin zeer opdringerig.
Wilt u een voorbeeld?
Welnu – in 2002 schreef een Hongaarse predikant al: “Momenteel verhult het rooms-katholicisme zijn ware bedoelingen onder het motto ‘oecumene’, om zo te proberen de kerken van de Reformatie in haar schoot terug te krijgen”[11]. Anno 2020 flirten mensen die zich Gereformeerd noemen soms maar wát graag met Rooms-katholieken[12]!

Wat staat ons te doen?
Wij moeten ons oefenen in de Paulinische houding. De houding die hij in 1 Corinthiërs 2 beschrijft: “En ik, broeders, toen ik bij u kwam, ben niet gekomen om u met voortreffelijkheid van woorden of van wijsheid het getuigenis van God te verkondigen, want ik had mij voorgenomen niets anders onder u te weten dan ​Jezus​ ​Christus, en Die gekruisigd. En ik was bij u in zwakheid, met vrees en veel beven. En mijn spreken en mijn prediking bestonden niet in overtuigende woorden van menselijke wijsheid, maar in het betonen van geest en kracht, opdat uw geloof niet zou bestaan in wijsheid van mensen, maar in kracht van God”[13].
Die houding lijkt misschien wat naïef. Wat stijfjes wellicht ook. Maar het is de enige houding die werkelijk recht doet aan de kracht van God!

Noten:
[1] Geciteerd van https://nl.wikipedia.org/wiki/Syncretisme_(religie) ; geraadpleegd op woensdag https://nl.wikipedia.org/wiki/Syncretisme_(religie).
[2] Exodus 32:4 b.
[3] 1 Koningen 11:5, 6 en 7.
[4] 1 Koningen 12:28, 29 en 30.
[5] Geciteerd van https://www.gnostiek.nl/gnostiek/ ; geraadpleegd op woensdag 19 februari 2020.
[6] Geciteerd van http://www.queester.nl/wp/productie/explainer/vijf-dingen-die-je-moet-weten-over-jezidis/ ; geraadpleegd op woensdag 19 februari 2020.
[7] Geciteerd van https://humanistischecanon.nl/venster/islam-en-humanisme/alevieten/ ; geraadpleegd op woensdag 19 februari 2020.
[8] Geciteerd van https://historiek.net/soefisme-betekenis-islam-stroming/81840/ ; geraadpleegd op woensdag 19 februari 2020.
[9] Zie hierover bijvoorbeeld https://nl.wikipedia.org/wiki/New_age_(beweging) ; geraadpleegd op woensdag 19 februari 2020.
[10] Geciteerd van https://historiek.net/vrijmetselarij-maconnerie-vrijmetselaars/79720/ ; geraadpleegd op woensdag 19 februari 2020.
[11] De predikant in kwestie is Sipos Ete Almos, “Broederliefde of syncretisme”. In: Reformatorisch Dagblad – katern Kerkplein – donderdag 7 februari 2002, p. 17.
[12] Een dergelijke ontwikkeling kunnen wij bijvoorbeeld bij het Nederlands Dagblad zien.
[13] 1 Corinthiërs 2:1-5.

24 februari 2020

In Christus geheiligd

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Onlangs ontving schrijver dezes het bericht dat in het gezin van een oud-collega een dochter te vroeg geboren is. Bij haar geboorte was het kind achtentwintig weken. Wat een spanning opeens!
Een dergelijke gebeurtenis bepaalt ons eens te meer bij de kwetsbaarheid van het leven. Wij leven niet vanzelf. Het leven is niet vanzelfsprekend. Ons leven ligt in Gods hand.
Die overweging brengt ons bij Jeremia 1: “Voordat Ik u in de moederschoot vormde, heb Ik u gekend; voordat u uit de baarmoeder naar buiten kwam, heb Ik u ​geheiligd. Ik heb u aangesteld tot een ​profeet​ voor de volken”[1].
De Verbondsgod kent ons vanaf het prille begin. Hij reinigt ons al vóór de geboorte. Al voor wij geboren worden, heeft hij al bepaald wat onze taken in het leven zullen zijn.
Van den beginne is de Here erbij. En daarbij betracht Hij de grootste zorgvuldigheid. Dat geldt ook voor Jeremia. God heeft hem
* gekend
* gevormd
* geheiligd
* aangesteld.
Een exegeet noteert: “Jeremia’s wijding is dat hij apart is gezet zijn voor een bepaald geestelijk doel. Dat is heiliging. Hier zien we een Bijbelse koppeling van Gods voorkennis en Zijn heiliging van de dienaar. Het is belangrijk ook de volgorde te zien:
Eerst door God gekend.
Daarna door Hem gevormd in de moederschoot (…). De HEERE is dus zijn rechtmatige Eigenaar Die hem kan gebruiken zoals het Hem goeddunkt.
Vervolgens heiligt Hij Jeremia, dat wil zeggen dat Hij hem apart stelt van alle andere Israëlieten.
Ten slotte het doel van Zijn voornemen en handelen en dat is hem aanstellen als profeet.
De nadruk ligt op het initiatief van God en de soevereiniteit van Zijn keus (…). Waartoe God iemand heeft bestemd, daartoe roept Hij hem ook”[2].
Kortom – in alle stadia van het leven is de almachtige God volop actief!

Jeremia is de zoon van een priester.
De Here geeft hem de opdracht om te gaan profeteren. Hij wordt benoemd tot woordvoerder van de hoogste Machthebber op deze aarde. Voor die taak schrikt Jeremia terug. ‘Dat kan ik helemaal niet! Ik ben toch nog veel te jong?’.
Maar dat is de Here met Jeremia oneens. Want als Hij mensen aan het werk stuurt, geeft Hij ook krachten om de taak te volbrengen die Hij geeft. ‘Ik leg je Zelf de woorden in de mond’, zegt de hemelse God. En de taak van Jeremia is veelomvattend: “Zie, Ik stel u op deze dag aan over de volken en over de koninkrijken, om weg te rukken en af te breken, om te vernielen en omver te halen, maar ook om te bouwen en te planten”[3].

Jeremia wordt heilig verklaard. Hij wordt apart gezet. Hij wordt aan Gods dienst gewijd. Hij krijgt een vaste aanstelling als profeet.
Dat is een zware baan, zouden wij vandaag zeggen.
Jeremia profeteert zo’n vijftig jaar.
De internetencyclopedie Christipedia vermeldt: “Veel, zeer veel heeft hij in Jeruzalem te lijden gehad, doordat zijn zending en opdrachten werden miskend. De martelingen die hij heeft moeten ondergaan, zijn een bewijs tot welke dingen zijn ongelovige landgenoten in staat waren. (…) In het dertiende jaar van de regering van koning Josia -circa 627 voor Christus- werd hij, nog zeer jong zijnde, tot zijn profetisch ambt geroepen. Het was hem, de zachtmoedige, gevoelige man voorbehouden om de strafgerichten over Juda aan te kondigen niet alleen, maar straks ook te zien voltrekken”[4].
Een zware baan? Nee, het is een roeping. Een opdracht waarvoor God krachten en mogelijkheden geeft.

Wat kan een mens een hoop ellende beleven, van jongs af aan al! Dat was in verre eeuwen voor Christus’ geboorte zo; vandaag is het niet anders. Maar ook in 2020 worden mensen geheiligd. In de kerk namelijk.
Kent u ‘m nog, die eerste vraag uit het formulier voor de kinderdoop? “Belijdt u, dat onze kinderen, hoewel zij in zonde ontvangen en geboren zijn, en daarom aan allerlei ellende, ja zelfs aan het eeuwig oordeel onderworpen, toch in Christus geheiligd zijn…?”[5]. Dat is dus de eerste vraag die aan ouders gesteld wordt. Geheiligd zijn in Christus – dat is het belangrijkste wat er bestaat!
Geheiligd: dat zijn Gods kinderen als zij tachtig, negentig of honderd jaar zijn. Maar zij zijn het ook als zij, achtentwintig weken oud, in een couveuse liggen.

Reeds in de eerste eeuwen van de wereldgeschiedenis zet mensen apart om Hem te dienen.
Leest u maar mee in Exodus 29: “Het moet een voortdurend ​brandoffer​ zijn, al uw generaties door, bij de ingang van de ​tent​ van ontmoeting, voor het aangezicht van de HEERE. Daar zal Ik u ontmoeten om daar met u te spreken. Daar zal Ik dan de Israëlieten ontmoeten, en zij zullen door Mijn heerlijkheid ​geheiligd​ worden”[6].
Waarom doet Hij dat? Antwoord: Hij maakt mensen geschikt om met Hem door het leven te wandelen. En Hij legt Zijn kinderen een gebed in de mond: “Hij zei tegen hen: Wanneer u ​bidt, zeg dan: Onze Vader, Die in de hemelen zijt. Uw Naam worde ​geheiligd. Uw Koninkrijk kome. Uw wil geschiede, zoals in de hemel, zo ook op de aarde”[7]. Dus: uiteindelijk gaat het erom dat Gods naam geheiligd wordt.

De God van het verbond geeft Zijn kinderen, klein of groot, ieder een taak.
Soms is dat maar een taakje: klein en kortdurend.
Soms is dat een omvangrijke, moeilijke en zeer langdurige taak; het volbrengen ervan duurt wellicht omtrent honderd jaar.
Hoe dat zij – in de kerk belijden we dat we geheiligd zijn. Levenslang verkeren we in de magnifieke leefomgeving van Gods heerlijkheid.
En daar, in dat beschermde milieu, gelden die troostvolle retorische vragen uit Romeinen 8: “Als God voor ons is, wie zal tegen ons zijn? Hoe zal Hij, Die zelfs Zijn eigen Zoon niet gespaard maar voor ons allen overgegeven heeft, ons ook met Hem niet alle dingen schenken?”[8].

Noten:
[1] Jeremia 1:5.
[2] Geciteerd van https://www.oudesporen.nl/Download/OS2016.pdf , pagina 23; geraadpleegd op dinsdag 18 februari 2020.
[3] Jeremia 1:10.
[4] Geciteerd van https://christipedia.miraheze.org/wiki/Jeremia_(profeet) ; geraadpleegd op dinsdag 18 februari 2020.
[5] Formulier voor de bediening van de doop aan de kinderen van de gelovigen – Gereformeerd Kerkboek-1986, p. 515.
[6] Exodus 29:42 en 43.
[7] Lucas 11:2.
[8] Romeinen 8:31 en 32.

21 februari 2020

De eerste dingen gaan voorbij

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

“En God zal alle tranen van hun ogen afwissen, en de dood zal er niet meer zijn; ook geen ​rouw, jammerklacht of moeite zal er meer zijn. Want de eerste dingen zijn voorbijgegaan”.

Bovenstaande woorden zijn te vinden in Openbaring 21[1].
In het huidige tijdsgewricht is die situatie niet voor te stellen. Verdriet is er te over; in het persoonlijke en in het publieke leven.

In Openbaring 21 komt het dus echt op ons geloof aan.
Er komt een nieuwe hemel. En een nieuwe aarde.
Daar is de zee afgeschaft.
Uit de hemel zakt een complete stad naar beneden: het nieuwe Jeruzalem. Die stad straalt uit: hier geldt het eeuwig verbond dat God met Zijn kinderen gesloten heeft. De stad ziet er magnifiek uit. Het is duidelijk: in en met deze stad kun je de toekomst in!
De ellende, de teleurstellingen, het verdriet – die zijn voorgoed voorbij.
De mensen die naar Gods vrede en vreugde verlangen mogen het weten: die krijgen we in overvloed.
En de goddelozen? De criminelen? De misdadigers? Die komen midden in brandende zwavel terecht! Een eeuwige brand! Van hen wordt niets meer vernomen.

De heerlijkheid van de Here is niet te beschrijven. Wij moeten ons behelpen met het benoemen van datgene dat er niet meer is.
De heerlijkheid van God? Daar zijn geen woorden voor. Op deze aarde niet, althans. Niet voor niets schrijft de apostel Paulus in 2 Corinthiërs 12: “En ik weet van deze mens – of het in het lichaam of buiten het lichaam gebeurde, weet ik niet; God weet het – dat hij werd opgenomen in het ​paradijs​ en onuitsprekelijke woorden heeft gehoord, die het een mens niet is geoorloofd uit te spreken”[2].

Rouw, jammerklacht, moeite: met die drie woorden is de wereldgeschiedenis van onze dagen treffend samengevat. Natuurlijk – we hebben allemaal onze vreugden en onze feestjes. Maar het leven van nu is, zo belijden we in het formulier voor de bediening van de doop aan de kinderen van de gelovigen, niets anders dan een voortdurend sterven[3].
Uiteindelijk komt voor alles en iedereen de dood.
God begint helemaal opnieuw!

Het is van belang ons dat goed te realiseren.
Hieronder zal duidelijk worden waarom dat zo is.

Jacobine Gelderloos, projectleider van de dorpskerkenbeweging in de Protestantse Kerk in Nederland, schreef niet zo lang in verband met Openbaring 21: “Wat goed – wat een godsgeschenk – dat deze woorden zijn opgeschreven en ons doorgegeven. Het geeft hoop dat we wellicht ooit hemel op aarde zullen vinden.
Daarom is het ook zo goed dat er kerken zijn. Zoals een predikant zei bij de sluiting van een dorpskerk: ‘Kerken als huizen van God herinneren ons eraan ruimte te maken voor God: voor de mogelijkheid dat het anders kan, dat er ruimte kan zijn voor verschillen, om de wereld proberen te zien door Gods ogen. Kerk als plek in deze wereld waar ruimte is voor God, voor het mysterie, maar ook ruimte voor God in leven en in relaties, God die nooit mensen uitsluit’.
Die ruimte wordt gezocht, gecreëerd en gevonden op al die plekken in dorpen, in kerken, scholen, tenten, huizen waar mensen samen vieren, woorden lezen van God, van zieners en profeten, vieren met gebeden en gedichten. De poëzie die ons uittilt boven het alledaagse bestaan, en daarin dan juist weer de schoonheid en eenvoud leert zien”[4].
Wij lezen:
hoop dat we wellicht ooit hemel op aarde zullen vinden –
Dé hemelse heerlijkheid komt van bovenaf. Die wordt ons gegeven. Dat is hónderd procent zeker.
Wij lezen:
kerken als huizen van God herinneren ons eraan ruimte te maken voor God –
God eist álle ruimte op. Zijn komst is een en al vrede. Álles wordt nieuw!
Wij lezen
over de mogelijkheid dat het anders kan –
Dat is geen nieuws. Er komt een eind aan ons gebroddel. Want onze God maakt álles anders.
Wij lezen
dat er ruimte kan zijn voor verschillen –
Echter – al die verschillende mensen weten: ik zal alles beërven. God zegt: “Ik zal voor hem een God zijn en hij zal voor Mij een zoon zijn”.
Wij lezen
over de kerk als plek in deze wereld waar ruimte is voor God
In het nieuwe Jeruzalem is God overal. Geen plek uitgezonderd. Dat moeten we gelóven.
Wij lezen
over ruimte voor het mysterie –
Maar daar, op de nieuwe hemel en op de nieuwe aarde is helemaal niets mysterieus meer.
Wij lezen
over God die nooit mensen uitsluit
Maar wij horen in de Openbaring van Johannes over “lafhartigen, ongelovigen, verfoeilijken, moordenaars, ontuchtplegers, tovenaars, afgodendienaars en alle leugenaars: hun deel is in de poel die van vuur en zwavel brandt. Dit is de tweede dood”[5].

De rouw, de jammerklacht en de moeite worden door de God van hemel en aarde teniet gedaan. De drie-enige maakt een nieuwe start.
Daar past geen onzekerheid bij.
Daar past geen verhaal bij waarin we simpelweg wat ruimte voor God maken.
Daar passen geen raadsels bij.
Daar moet eenvoudigweg en zonder reserve indringend aandacht gevraagd worden voor het besliste en uitdrukkelijke antwoord op de vraag wat geloof eigenlijk is: “Waar geloof is een stellig weten waardoor ik alles voor betrouwbaar houd, wat God ons in zijn Woord geopenbaard heeft. Tegelijk is het een vast vertrouwen, dat de Heilige Geest door het evangelie in mijn hart werkt, dat niet alleen aan anderen, maar ook aan mij vergeving van de zonden, eeuwige gerechtigheid en eeuwig heil door God geschonken zijn, enkel uit genade, alleen op grond van de verdienste van Christus”[6].

Laten wij het daarom maar levenslustig repeteren: “En God zal alle tranen van hun ogen afwissen, en de dood zal er niet meer zijn; ook geen ​rouw, jammerklacht of moeite zal er meer zijn. Want de eerste dingen zijn voorbijgegaan”!

Noten:
[1] Openbaring 21:4.
[2] 2 Corinthiërs 12:3 en 4.
[3] Formulier voor de bediening van de doop aan de kinderen van de gelovigen – Gereformeerd Kerkboek-1986, p. 514.
[4] Jacobine Gelderloos, “Kerk-zijn in, van en voor je dorp”. In: Nederlands Dagblad, vrijdag 17 januari 2020, p. 12 en 13.
[5] Openbaring 21:8.
[6] Heidelbergse Catechismus – Zondag 7, antwoord 21.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.