gereformeerd leven in nederland

30 juni 2020

Duurzame relatie

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

De relatieproblemen in Nederland rijzen de pan uit. Kinderen hebben gedragsproblemen, en komen soms in aanraking met de politie. Huwelijken stranden, ook al doen sommigen enorm hun best de boel bij elkaar te houden. Broers en zussen spreken elkaar niet vaak meer, omdat telkens blijkt dat de levensovertuigingen mijlenver uiteen liggen. Oude vaders en moeders, opa’s en oma’s hebben slechts oppervlakkig contact met kinderen en kleinkinderen; als het diepgaander wordt zijn kribbigheid en wrevel zomaar geboren.

Intussen zijn er mensen die gewoon Gereformeerd willen zijn. Zij leven naar Gods Woord. Rechttoe-rechtaan. Niettemin vragen zij zich wel eens af of ze niet ouderwets aan het worden zijn. De wereld gaat, bijna als een film, aan hen voorbij.
Misschien hebben zij wel eens het idee dat ze uitgerangeerd zijn. Functieloos. Onnut.

Laten wij – juist voor hen, maar tevens voor ons allen – in dit artikel enkele woorden uit Romeinen 8 naar voren halen. Namelijk deze: “De Geest Zelf getuigt met onze geest dat wij kinderen van God zijn. En als wij kinderen zijn, dan zijn wij ook erfgenamen: erfgenamen van God en mede-erfgenamen van Christus; wanneer wij althans met Hem lijden, opdat wij ook met Hem verheerlijkt worden”[1].
Mede-erfgenamen van Christus! Misschien is er met heel veel van uw relaties wel wat mis. Maar deze relatie – die is prima. Weet u waarom? Omdat het hier ten diepste een verbondsrelatie betreft.

Het woord erfgenaam betekent in het Nieuwe Testament eigenlijk twee dingen:
* nabestaande op wie de erfenis overgaat
* de bezitter van een erfgoed.
Gods kinderen worden “bezitters van het eigendom (…) dat God hun toevertrouwt”[2].
Onze Here Jezus Christus, de Zoon van God, is de eerste erfgenaam. Zie de inzet van Hebreeën 1: “Nadat God voorheen vele malen en op vele wijzen tot de vaderen gesproken had door de profeten, heeft Hij in deze laatste dagen tot ons gesproken door de Zoon, Die Hij Erfgenaam gemaakt heeft van alles”[3]. De Heiland heeft mensen uitverkoren om voor altijd bij Hem te horen. Hij heeft hen tot Zijn kinderen aangenomen. Daarom is het precies zoals Paulus het in Galaten 4 noteert: “… als u een zoon bent, dan bent u ook erfgenaam van God door Christus”[4].
Dat geldt voor aangenomen zonen en voor aangenomen dochters!

En wat is dan die erfenis?
Dat wordt in een bekend gezang mooi verwoord:
“Het Woord – zij zullen ’t laten staan,
wat zij ook ondernemen.
Hij gaat ons met zijn Geest vooraan,
Hij komt ons kracht verlenen.
Al staat de vijand klaar,
hoe groot ook het gevaar
voor leven, eer, gezin,
hij werft toch geen gewin:
wij erven ’t rijk des Heren”[5].

Daar hebt u het: wij erven de hemel en de aarde. Wij gaan met God meeregeren. Wij hoeven ons niet af te vragen: waar doe ik ’t allemaal voor? Of ook: waarom hou ik zo stevig vast aan Gereformeerd leven, aan kerkgang, aan Bijbellezen, aan wandelen met God? Want het antwoord op al die vragen hebben we al: we verheugen ons op een heerlijke plaats aan ’s Vaders rechterhand!

Wellicht voelt u zich wel eens weggezet als archaïsch en niet meer ter zake doende. Herinner u dan de woorden van 1 Petrus 4: “Maar verblijd u naar de mate waarin u gemeenschap hebt aan het lijden van Christus, opdat u zich ook in de openbaring van Zijn heerlijkheid mag verblijden en verheugen. Als u smaad wordt aangedaan om de Naam van Christus, dan bent u zalig, want de Geest van de heerlijkheid en van God rust op u. Wat hen betreft wordt Hij wel gelasterd, maar wat u betreft wordt Hij verheerlijkt”[6].
De Heilige Geest woont in de harten van Gods kinderen. Laten wij het de Heidelbergse Catechismus maar gewoon nazeggen: ik geloof “dat Hij – dat is: Gods Heilige Geest – ook mij gegeven is, om mij door waar geloof aan Christus en al zijn weldaden deel te geven, mij te troosten en eeuwig bij mij te blijven”[7].
Nee, inderdaad – Gods Geest gaat nimmer meer weg!

De God van hemel en aarde gaat met ons mee. Ons hele leven lang. Ja, ook als wij in de richting van onze laatste dag op aarde gaan. Onze sterfdag is niet het eindstation zegt Psalm 16:
“Gij, die mijn ziel van dood en graf bevrijdt,
behoedt mij als uw gunstgenoot voor ’t sterven:
ik zal, door U op ’t levenspad geleid,
de vreugde van uw aangezicht beërven”[8].
En ja, misschien zijn we – diep in ons hart – wel eens wat jaloers op de mensen die op ’t eerste gezicht wat ‘losser’ leven. Het gaat hen niet zelden goed, ze doen goede zaken in het leven. Maar weet u wat echte voorspoed is? Psalm 25 vertelt het ons:
“Wie heeft lust de HEER te vrezen
als het hoogst en eeuwig goed?
God zal zelf zijn leidsman wezen,
leren hoe hij wand’len moet.
Hij mag uit des HEREN hand
voorspoed op zijn weg verwachten.
Het door God beloofde land
erven ook zijn nageslachten”[9].
Wie dat weet gaat rustig z’n gang. Hij laat zich niet van de wijs brengen door honderdduizend uiteenlopende opinies die elkaar heel vaak tegenspreken. Want hij kent Psalm 37:
“Wie met zachtmoedigheid verdrukking dragen,
 zien uit naar vrede en beërven ’t land”[10].
En:
“Aan vromen is beloofd een duurzaam leven.
Hun huis blijft staan, zij erven heel het land”[11].

Jazeker, de relatieproblemen zijn soms reuze ingewikkeld. Maar de Verbondsrelatie blijft bestaan. Tot in eeuwigheid!  
 
Noten:
[1] Romeinen 8:16 en 17.
[2] Geciteerd uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Romeinen 8:17.
[3] Hebreeën 1:1 en 2 a.
[4] Galaten 4:7 b.
[5] Gezang 34:4 – Gereformeerd Kerkboek-1986.
[6] 1 Petrus 4:13 en 14.
[7] Heidelbergse Catechismus – Zondag 20, antwoord 53.
[8] Psalm 16:5; berijmd – Gereformeerd Kerkboek-1986.
[9] Psalm 25:6; berijmd – Gereformeerd Kerkboek-1986.
[10] Psalm 37:5; berijmd – Gereformeerd Kerkboek-1986.
[11] Psalm 37:12; berijmd – Gereformeerd Kerkboek-1986.

29 juni 2020

Dankbaar – een kenmerkend kerkwoord

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

De door de overheid afgekondigde corona-maatregelen zijn versoepeld. Er is weer meer toegestaan[1]. Nederland haalt opgelucht adem.
Er wordt gediscussieerd. Waarom hanteert Nederland de 1,5 meter-norm, houdt Frankrijk het op één meter, Duitsland soms op 1,5 meter en soms op 2 meter en Portugal op 2 meter?[2] Zit daar wel logica achter? De gewone man in de straat kan lang niet alles meer logisch uitleggen.

In de gegeven omstandigheden is het belangrijk om de focus elders te leggen. Laten we elkaar, nu het om een ander concentratiepunt gaat, wijzen op woorden van de apostel Paulus in Colossenzen 3: “En laat de vrede van God heersen in uw harten, waartoe u ook in één lichaam geroepen bent; en wees dankbaar”[3].

Over Colossenzen 3 schreef ik niet zo lang geleden onder meer: “Waar gaat het in Colossenzen 3 om?
Kerkmensen moeten, schrijft Paulus, op de hemel gericht zijn. Wij hebben een magnifieke leefgemeenschap met Christus. Hij is altijd aanwezig. Juist daardoor kan ons leven zich op een prachtige wijze ontplooien. Aardse verlangens komen daarom altijd op het tweede plan. Seks, hebzucht, driftbuien, roddel… – dat past allemaal niet bij het leven met Christus.
Wat past daar dan wel bij? Antwoord: medelijden, goedheid, bescheidenheid, vriendelijkheid, geduld, verdraagzaamheid, vergeving, dankbaarheid en lof aan God.
Ziet u dat? Dat zijn hele aardse dingen.
Nee, het gaat niet om kwalitatief uitstekende mystiek, of iets van dien aard. Leven in de leefgemeenschap met Christus, dat doen wij hier en nu. Dat doen wij met beide benen in de maatschappij van 2020”[4].

De vrede van God moet scheidsrechter zijn. Zo staat dat in Colossenzen 3. De vrede van God moet bepalend zijn bij het treffen van allerlei regelingen. De vrede van God moet de ondergrond wezen bij het maken van beleid.
Betekent dat Gereformeerden in alle rust onder een groene boom moeten gaan zitten en alles maar goed moeten vinden? Nee, dat betekent het niet. Gereformeerden mogen best ergens een mening over hebben.
Er staat een vorm van het woord eirene. De hier bedoelde vrede is met de Jezus Christus en Zijn Heilige Geest verbonden. Jezus Christus kwam op aarde “om te verschijnen aan hen die gezeten zijn in duisternis en schaduw van de dood, en om onze voeten te richten op de weg van de vrede”[5]. Paulus schrijft aan de Romeinen: “Want u hebt niet de Geest van slavernij ontvangen, die opnieuw tot angst leidt, maar u hebt de Geest van aanneming tot kinderen ontvangen, door Wie wij roepen: Abba, Vader! De Geest Zelf getuigt met onze geest dat wij kinderen van God zijn”[6].
Wat er ook in de wereld gebeurt, kinderen van God schuilen bij hun Zaligmaker. Het pakket van al of niet versoepelde coronamaatregelen is soms onoverzichtelijk en wellicht hier en daar ook onbegrijpelijk. Maar Gods kinderen blijven er rustig onder. Zij concentreren zich op het dagelijkse contact met God. Hij luistert altijd naar hen. Bij Hem is rust. Bij Hem is veiligheid te vinden. Hij is, om zo te zeggen, het ijkpunt van hun leven. Hij geeft de maatstaf. Zijn norm gaat boven alle aardse regels uit!

Wees dankbaar, schrijft Paulus.
Eucharistoi staat daar. Eu wil zeggen: goed, of ook: goed gedaan!  Charis betekent onder meer: dank, en: dankbaar.
Wij mogen de Heer van hemel en aarde dankbaar zijn. Dankbaar – omdat de erediensten in de kerk ook in het ‘nieuwe normaal’ blijken te passen. Dankbaar – omdat we in alle vrijheid mogen belijden dat we in de vergeving der zonden en een eeuwig leven geloven.
De mensen die de hemelse God heeft uitverkoren en bij elkaar heeft gezet, zijn in één lichaam geroepen. Om met Efeziërs 4 te spreken: wij moeten ons “beijveren om de eenheid van de Geest te bewaren door de band van de vrede: één lichaam en één Geest, zoals u ook geroepen bent tot één hoop van uw roeping”[7].
De Heilige Geest legt de vrede en de dankbaarheid in de harten van alle kerkmensen. Dankbaar – dat is daarom het typerende woord voor de sfeer in de kerk. 

De versoepeling van de coronamaatregelen geeft nieuwe mogelijkheden. Toegegeven – het ‘oude’ normaal is nog niet weer terug. Maar er is wel een deur naar de toekomst open gegaan. Laten wij daarom met nieuwe Geestdrift – ja: aangedreven door de Heilige Geest – onze arbeid in kerk en maatschappij weer aanpakken. Daarbij worden wij vanuit Colossenzen 3 aangespoord door  de apostel Paulus: “En alles wat u doet, doe dat van harte, als voor de Heere en niet voor mensen, in de wetenschap dat u van de Heere als vergelding de erfenis zult ontvangen, want u dient de Heere Christus”[8].  
En laten wij dan, met Psalm 43, maar blijmoedig zingen:
“Dan ga ik op tot uw altaren,
tot U, o bron van zaligheid.
Dan mag mijn ziel uw heil ervaren
en dankbaar ruisen alle snaren
voor U die al mijn vreugde zijt
en eindloos mij verblijdt”[9].

Noten:
[1] Zie hiervoor bijvoorbeeld https://nos.nl/artikel/2338409-er-mag-meer-maar-alles-op-anderhalve-meter-de-versoepelingen-op-een-rij.html ; geraadpleegd op donderdag 25 juni 2020.
[2] Zie https://www.anwb.nl/vakantie/reiswijzer/coronamaatregelen-frankrijk en https://www.anwb.nl/vakantie/reiswijzer/coronamaatregelen-duitsland, https://www.anwb.nl/vakantie/reiswijzer/coronamaatregelen-portugal ; geraadpleegd op donderdag 25 juni 2020.
[3] Colossenzen 3:15.
[4] Zie mijn artikel “Alles in Christus’ naam”, hier gepubliceerd op maandag 8 juni 2020. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2020/06/08/alles-in-christus-naam/ .
[5] Lucas 1:79.
[6] Romeinen 8:15 en 16.
[7] Efeziërs 4:3 en 4.
[8] Colossenzen 3:23 en 24.
[9] Psalm 43:4 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.

26 juni 2020

Onze Heiland is oppermachtig

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

De coronacrisis kan tot de vraag leiden: komt de Here Jezus Christus spoedig terug?
In Mattheüs 24 lezen wij in verband met de tekenen van het einde van de wereld: “Want het ene volk zal tegen het andere volk opstaan, en het ene koninkrijk tegen het andere koninkrijk; en er zullen hongersnoden zijn en besmettelijke ziekten en aardbevingen in verscheidene plaatsen”[1].
In die situatie moeten gelovige mensen aan de goede kant staan. En dat moet vooral zo blijven!

De tegenstelling tussen Gods medestanders en Diens tegenstanders is scherp. Vlijmscherp.
En er is meer.
In de Bijbel wordt de uitschakeling van Gods tegenstanders in harde lijnen getekend. Dat zien we bijvoorbeeld in Openbaring 20[2].

De inzet van dat Bijbelkapittel luidt: “En ik zag een engel neerdalen uit de hemel met de sleutel van de afgrond en een grote ketting in zijn hand. En hij greep de draak, de oude slang, dat is de duivel en de satan, en bond hem voor duizend jaar, en wierp hem in de afgrond, en sloot hem daarin op en verzegelde die boven hem, opdat hij de volken niet meer zou misleiden, totdat de duizend jaar tot een einde gekomen zouden zijn. En daarna moet hij een korte tijd worden losgelaten”[3].
Wat gebeurt daar? Antwoord: Christus demonstreert Zijn overmacht door Zijn tegenstander, de duivel, duizend jaar te knevelen. Onze Heiland is oppermachtig!

Wij lezen verder.
“En ik zag tronen, en zij gingen daarop zitten, en het oordeel werd hun gegeven. En ik zag de zielen van hen die onthoofd waren om het getuigenis van Jezus en om het Woord van God, en die het beest en zijn beeld niet hadden aanbeden, en die het merkteken niet ontvangen hadden op hun voorhoofd en op hun hand. En zij leefden en gingen als koningen regeren met Christus, duizend jaar lang. Maar de overigen van de doden werden niet weer levend, totdat de duizend jaar tot een einde gekomen waren. Dit is de eerste opstanding. Zalig en heilig is hij die deelheeft aan de eerste opstanding. Over hen heeft de tweede dood geen macht, maar zij zullen priesters van God en van Christus zijn, en zij zullen met Hem als koningen regeren, duizend jaar lang”[4].
Wat gebeurt daar? Antwoord: Christus demonstreert nog eens Zijn overmacht. Hoe dan? De martelaars – zeg maar: de slachtoffers van het duivelswerk – gaan met Christus meeregeren. Die martelaars worden, om zo te zeggen, ministers. Christus’ regeermacht kent zijn weerga niet!

En hoe gaat het verder?
“En wanneer die duizend jaar tot een einde gekomen zijn, zal de satan uit zijn gevangenis worden losgelaten. En hij zal uitgaan om de volken te misleiden die zich in de vier hoeken van de aarde bevinden, Gog en Magog, om hen te verzamelen voor de oorlog. En hun aantal is als het zand van de zee. En zij kwamen op over de breedte van de aarde, en omsingelden de legerplaats van de heiligen en de geliefde stad. Maar er daalde vuur van God neer uit de hemel en dat verslond hen. En de duivel, die hen misleidde, werd in de poel van vuur en zwavel geworpen, waar ook het beest en de valse profeet reeds zijn. En zij zullen dag en nacht gepijnigd worden in alle eeuwigheid”[5].
Men begrijpt: de definitieve ondergang van de satan kan nu niet uitblijven. De satan krijgt, om het zo maar uit te drukken, levenslang!

Wat gebeurt er in Openbaring 20?
Geteisterde en anderszins geplaagde kinderen van God krijgen hun definitieve plaats in de ‘regeringsploeg’ die Hij Hoogstpersoonlijk samenstelt!

Misschien gevoelen sommigen de drang om iets te zeggen als: ‘de ware kerk wordt bijkans verdelgd, maar zij wordt op het nippertje gered!’. Met een stellingname met betrekking tot de ware kerk moeten wij echter een beetje voorzichtig zijn. Op dit punt wordt veel wijsheid van ons gevraagd!
Laten we samen vaststellen dat het in Openbaring 20 om al Gods kinderen gaat.
De Gereformeerd-vrijgemaakte predikant C.G. Bos (1909-1988) schreef eens: “Dat wil niet zeggen, dat er niemand zalig wordt, die in deze levenstijd niet gehoorzaam de roepstem van Christus volgt en zich daar voegt, waar Christus samenroept. Wanneer dat bijvoorbeeld door gebrek aan inzicht is, uit onwetendheid, dan weten wij dat Hij zeer barmhartig en genadig is. Al de zijnen, die bij al hun overblijvende zwakheid en gebreken Hem toch hebben liefgehad in onverderfelijkheid, zal Christus in het uur van hun sterven vrijmaken van alle ongerechtigheid, alle zonde doen afsterven, ook overgebleven kerkzonde, en hen brengen waar zij behoren te zijn”.
Op dit punt zijn nonchalance en gemakzucht geenszins op hun plaats. Dominee Bos schreef daaronder namelijk ook: “Maar wie het lichtvaardig en gemakzuchtig daarop zou willen laten aankomen, zal wel bedrogen uitkomen. Wie zonder harde en volhardende strijd plaats aan de zonde geeft in zijn leven, welke zonde ook maar, toont daarmee niet werkelijk te leven uit het geloof en wordt niettegenstaande zijn ’vroomheid’ ledig weggezonden”[6].

Openbaring 20 kan men beschouwen als een oproep aan de kinderen van God, overal ter wereld. Die aansporing luidt: ‘Kinderen van God, kom naar de kerk! Want als u daar weg blijft, loopt u gevaar. Dat gevaar is dat u, misschien ongewild en onbewust, wegdwaalt van uw Heiland. Dat gevaar is dat op bepaalde punten een godsdienst-op-eigen-houtje ontstaat. Die kant moet het natuurlijk niet op. Kom dus naar de kerk!’.

Openbaring 20 biedt ook troost voor kerk-zondaars. Voor mensen dus die, door allerlei omstandigheden – zoals onwetendheid, gebrek aan inzicht en/of studiezin – op een plaats zitten die wel ‘kerk’ heet, maar het ten diepste niet is. Want ook die mensen vist de Heiland op. Hij is een echte Visser van mensen. Hij weet waar zij zitten. Hij ziet hen. En Hij grijpt hen vast: ‘Kom hier, je zit daar verkeerd; je hoort bij Mij!’.

Het gaat in Openbaring 20 hard tegen hard: “En zij kwamen op over de breedte van de aarde, en omsingelden de legerplaats van de heiligen en de geliefde stad”. Komen Gods kinderen van over de hele wereld in de verdrukking? Worden ze weggedrukt? Nee, toch niet. “Maar er daalde vuur van God neer uit de hemel en dat verslond hen”. De opmars van de satan en zijn trawanten wordt gestuit!

Het is coronatijd. Coronacrisis, zeggen de mensen. Gelukkig worden er nu weer allerlei beperkende maatregelen versoepeld.
Intussen leven kinderen van God, ondanks alles, in een sfeer van overwinning en triomf. Want zij weten: de God van hemel en aarde zal overwinnen. Het regeerwerk van Christus wordt gevrijwaard van elke bedreiging.
Het is coronatijd. Coronacrisis, zeggen de mensen.
En jazeker, gelovige mensen hadden en hebben ook last van vele beperkingen. Maar voor al Gods kinderen geldt: de eeuwige vrijheid nadert!

Noten:
[1] Mattheüs 24:7.
[2] In het onderstaande gebruik ik onder meer: Dr. H.R. van de Kamp, “Openbaring – Profetie vanaf Patmos”. – Kampen: Kok, © 2000. – met name p. 434, 445 en 446.
[3] Openbaring 20:1, 2 en 3.
[4] Openbaring 20:4, 5 en 6.
[5] Openbaring 20:7-10.
[6] Ds. C.G. Bos, “Geloven en belijden 2; Toelichting op de Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikelen 20-37”. – tweede druk. – Groningen: Uitgeverij De Vuurbaak bv, © 1978. – citaten van p. 68.

25 juni 2020

Gods werk is wereldomvattend

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

Vrouwen hebben vandaag de wind mee. Representatieve vrouwen althans. Sigrid Kaag wil graag lijsttrekker worden van D66. En premier van Nederland, bovendien. “Ik wil Nederland uit de crisis helpen. Het gaat erom dat je in moeilijke tijden er durft te zijn en niet weg te lopen”, zegt ze[1]. Mona Keijzer stelt zich kandidaat voor het lijsttrekkerschap van het CDA. “Hugo is natuurlijk een ongelooflijke knapperd. Maar, lieve CDA-vrouwen, het is echt tijd dat onze dochters, kleindochters, schoondochters en vriendinnen zien dat ook een vrouw de leiding kan hebben over het CDA”, sprak zij op moederlijke toon[2].
U ziet het: de ambitie spat er af. Leider van het CDA… leider van D66 en premier van Nederland – je moet ’t allemaal groot zien!

Hoe dat zij – in Handelingen 22 is het allemaal nog groter. Veel groter. Wij horen over een ingreep vanuit de hemel.
En we horen het verhaal van een man, Saulus, die klein werd. Heel klein, want hij viel op de grond. Boem – dat was het einde van iemand die op weg was een talentvolle Schriftgeleerde te worden. Saulus’ metgezellen zagen wel licht. Maar een stem hoorden zij niet.
Saulus, die inmiddels Paulus heet, vertelt: “Maar het overkwam mij, toen ik onderweg was en omstreeks de middag Damascus naderde, dat plotseling vanuit de hemel een fel licht mij omstraalde. En ik viel op de grond en hoorde een stem tegen mij zeggen: Saul, Saul, waarom vervolgt u Mij? En ik antwoordde: Wie bent U, Heere? En Hij zei tegen mij: Ik ben Jezus de Nazarener, Die u vervolgt. En zij die bij mij waren, zagen wel het licht en werden zeer bevreesd, maar de stem van Hem Die tot mij sprak, hoorden zij niet. En ik zei: Heere, wat moet ik doen? En de Heere zei tegen mij: Sta op en ga naar Damascus, en daar zal met u gesproken worden over alles wat voor u vastgesteld is om te doen”[3].

Paulus is in Jeruzalem gevangen genomen. De Joden uit Asia zijn het helemaal zat: die Paulus brengt een Boodschap die, zeggen zij, indruist tegen het aloude Evangelie.
Het leger grijpt in!
De officieren van het leger zijn blij dat ze ‘m te pakken hebben – dit is de Egyptische leider van vierduizend revolutionairen…
Alhoewel…
Ach nee, het is niet die oproerkraaier uit Egypte.
Het is een Jood. Een Jood notabene. Dus: iemand die wel degelijk in de tempel mag komen!
Paulus krijgt uiteindelijk toestemming om het verzamelde volk toe te spreken. In zijn betoog legt de apostel uit wat hem zoal overkomen is.
De dienstdoende officieren denken blijkbaar dat Paulus’ toespraak het gepeupel weer zal kalmeren. Maar niets is minder waar: “Zij hoorden hem nu aan tot dit woord toe, maar daarna verhieven zij hun stem en zeiden: Weg van de aarde met zo iemand, want hij behoort niet te blijven leven”[4].

De opinie van het volk kan zomaar omslaan. Zoveel is wel duidelijk. Maar waarom worden de mensen zo kwaad? Omdat Paulus meedeelt wat de Here tegen hem gezegd heeft. God zei: “Ga, want Ik zal u ver weg zenden, naar de heidenen”[5]. Daar, bij die heidenen, daar zit het pijnpunt!
Paulus heeft de opdracht om Gods blijde Boodschap de wereld over te brengen. Het Israël dat God voor Zich ziet, is aanzienlijk groter dan het Jodendom: dat Evangelie bereikt alle wereldburgers.

In Handelingen 22 wordt duidelijk wat er aan de hand is: de Here Jezus Christus demonstreert Zijn grote macht. Grote mannen worden kleine mensjes.
God vraagt van mensen om het werk van de Heiland te eerbiedigen en Zijn wetten en regels te gehoorzamen. De God van hemel en aarde biedt eeuwig heil aan. Niet alleen maar aan Israël – nee, dat doet Hij in alle werelddelen. Ja, ook in Nederland.
In alle hoeken en gaten mag het Evangelie klinken. Het bericht gaat door de wereld: mensen, geloof het maar – de Heiland geeft u geluk, glorie en vrede; voor eeuwig!
In de kerk is een blijde psalm te horen:
“U zal ik loven, trouwe HEER,
ik kreeg van U het leven weer.
U was het, die mij uitkomst bood,
mij optrok uit mijn diepe nood”[6].
 
Indertijd greep de God van hemel en aarde in in het leven van Paulus, en draaide dat honderdtachtig graden om.
Hoe zit dat in 2020, met name in Nederland?
Antwoord: Als politici met hun gezicht naar God toe gaan staan en Zijn geboden in alles gaan eerbiedigen, dan gaat het de goede kant op in Nederland ; en vervolgens in heel de wereld.
Altijd moet de achtergrond van ons werk wezen:
“Grote God, wij loven U
Heer, o sterkste aller sterken!
Heel de wereld buigt voor U,
en bewondert Uwe werken.
Die Gij waart ten allen tijd,
blijft Gij ook in eeuwigheid”[7].

Gods Woord hangt niet af van lijsttrekkers die een goed klinkend verhaal hebben. En ook niet van een politieke partij. En ook niet van een landsregering. Want Gods magnifieke handelwijze is ronduit wereldomvattend.
Onze God werkt en leeft echt in het groot! Hij verlegt de koers van mensenlevens, alsof het niets is.

“Ik wil Nederland uit de crisis helpen”. Dat zei Sigrid Kaag. En ja, dat is een nobel streven.
Wie dat wil doen, moet de zaak fundamenteel aanpakken. Paulus kreeg het dringende advies: “En nu, waarom aarzelt u? Sta op, laat u dopen en uw zonden afwassen onder aanroeping van de Naam van de Heere”[8].
Die aansporing is ook vandaag nog volop actueel!

Noten:
[1] Geciteerd van https://nos.nl/nieuwsuur/artikel/2338006 ; geraadpleegd op dinsdag 23 juni 2020.
[2] Geciteerd van https://www.rd.nl/vandaag/politiek/mona-keijzer-mengt-zich-in-de-strijd-voor-cda-lijsttrekkerschap-1.1673840 ; geraadpleegd op dinsdag 23 juni 2020. Met Hugo is Hugo de Jonge aangeduid; ook hij is kandidaat-lijsttrekker van het CDA.
[3] Handelingen 22:6-10.
[4] Handelingen 22:22.
[5] Handelingen 22:21.
[6] Dit zijn woorden uit Psalm 30:1 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.
[7] Dit lied staat in de bundel van Johannes de Heer; nummer 724.
[8] Handelingen 22:16.

24 juni 2020

Roeping in het verbond

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

In het Woord van God wordt nogal eens gesproken over een eeuwig verbond. In Genesis 9 bijvoorbeeld: “Als deze boog in de wolken is, zal Ik hem zien, en denken aan het eeuwig verbond tussen God en alle levende wezens van alle vlees dat op de aarde is”[1].
Dat is bijzonder. Immers – God ziet toch alles? Hij heeft zogezegd Zijn ogen overal. En toch is daar die boog. Heeft onze God een geheugensteun nodig? Nee, dat niet. Als Hij die boog ziet, denkt Hij aan Zijn verbond met alles en iedereen op aarde. Het is – met andere woorden – niet zo dat de aarde in een opwelling van Gods toorn opeens ten onder gaat. In onzekere tijden als de onze is dat een grote geruststelling!

God sluit een verbond met een geweldig groot volk. In Genesis 17 zien wij er de basis van: “Ik zal u uitermate vruchtbaar maken: Ik zal u tot volken maken en er zullen koningen uit u voortkomen. Ik zal Mijn verbond maken tussen Mij, u en uw nageslacht na u, al hun generaties door, tot een eeuwig verbond, om voor u tot een God te zijn, en voor uw nageslacht na u”. Dat zegt God tegen Abram.
Paulus schrijft er in Romeinen 8 over: “Want u hebt niet de Geest van slavernij ontvangen, die opnieuw tot angst leidt, maar u hebt de Geest van aanneming tot kinderen ontvangen, door Wie wij roepen: Abba, Vader! De Geest Zelf getuigt met onze geest dat wij kinderen van God zijn. En als wij kinderen zijn, dan zijn wij ook erfgenamen: erfgenamen van God en mede-erfgenamen van Christus; wanneer wij althans met Hem lijden, opdat wij ook met Hem verheerlijkt worden”[2].     

In dat verbond zijn in principe alle dopelingen opgenomen. Echter – dat verbond kent een belofte en een eis. In het Gereformeerde formulier voor de doop wordt dat zo samengevat: wij worden “door God in de doop ook geroepen en verplicht tot een nieuwe gehoorzaamheid. Dit betekent dat wij deze enige God, Vader, Zoon en Heilige Geest, aanhangen, vertrouwen en liefhebben met heel ons hart, met heel onze ziel, met heel ons verstand en al onze krachten. Het betekent ook dat wij met de wereld breken, onze oude natuur doden en godvrezend leven. En wanneer wij soms uit zwakheid in zonden vallen, moeten wij aan Gods genade niet wanhopen en al evenmin in de zonden blijven liggen. Want de doop is een zegel en een volkomen betrouwbaar getuigenis dat wij een eeuwig verbond met God hebben”[3].

Van al Gods kinderen wordt dus activiteit gevraagd!
De hervormde predikant J.C. Sikkel (1855-1920) schreef daar in zijn tijd al  over: “De Christenen zijn niet geroepen, om als het Israël des Ouden Verbonds binnen een muur des afscheidsels te leven. Ze zijn niet geroepen door het Evangelie, om in woestijn en klooster weg te schuilen uit de levensbeweging der menschheid. Hun roeping is niet, zonder kennis der aarde en zonder aanraking met de wereldbeweging hun dagen te slijten op de plek, waar ze geboren werden, en in den vorm van hun overgrootouders, genietend alleen het leven waar het bij het vee of op den akker zoo genoeglijk voortrolt, of zooals vader of moeder het hebben gemaakt.
Eer integendeel. Voor den Christen wordt door het Woord Gods heel de aarde ontdekt, en heel het menschenleven, waarmee alle menschen te maken hebben; het menschenleven, dat heel de aarde vervullen moet, waarin de Raad des Heeren ten volle moet worden uitgevoerd en waarin de belijders des Heeren in elke richting hun roeping hebben. Het Woord Gods onthult ons ook de beteekenis van al onze gaven en krachten, en onze roeping om die alle te ontwikkelen en dienstbaar te maken aan en in heel het veelvoudig leven en in heel de levensbeweging en levensberoering. Daarom geldt ook voor den Christen, naar ieders gaven, omstandigheden en krachten, de roeping, om de poort uit en den weg op te gaan”[4].

De weg op? Naar buiten? Daar zijn we in deze tijd – in letterlijke zin althans – een beetje voorzichtig mee.
Maar de bedoeling is in het bovenstaande citaat wel duidelijk: benut uw mogelijkheden in de wereld! En doe dat als Verbondskind!
In die situatie doen afkomst, ras en woonplaats er niet meer toe. Overal ter wereld domiciliëren deelnemers in het verbond, bondelingen. En zij hebben allemaal hun eigen werk: van journalist tot kledingverkoper, van schrijver tot tuinman, van schilder tot slager.
Dominee Sikkel heeft er al op gewezen: wij hebben allen een roeping. Dat is dus niet zomaar een taak. Wij mogen en moeten dienstbaar zijn aan de komst van Gods Koninkrijk. Het Hoofd van de kerk, de Here Jezus Christus, beschermt ons. En Hij zegt het ons: hoe raar het ook klinkt, alles wat u meemaakt brengt u bij de volmaking van uw leven.  Oftewel: al onze belevenissen in dit aardse leven brengen ons dichter bij het eeuwig heil.

Laten wij het dus maar vasthouden: het verbond dat God met ons sloot is eeuwig; het houdt nooit meer op.
We mogen Hem bidden om ons toe te rusten voor de roeping waaraan wij moeten beantwoorden. Om het tenslotte met Hebreeën 13 te zeggen: “De God nu van de vrede, Die de grote Herder van de schapen, onze Heere Jezus Christus, uit de doden heeft teruggebracht, op grond van het bloed van het eeuwige verbond, moge u toerusten tot elk goed werk om Zijn wil te doen, en in u werken wat in Zijn ogen welbehaaglijk is, door Jezus Christus. Hem zij de heerlijkheid in alle eeuwigheid. Amen”[5].

Noten:
[1] Genesis 9:16.
[2] Romeinen 8:15, 16 en 17.
[3] “Formulier voor de bediening van de heilige doop aan de kinderen van de gelovigen”. Gereformeerd Kerkboek – citaat van p. 513.
[4] J.C. Sikkel, “Daders des Woords – overdenking van den brief van den apostel Jacobus voor onzen tijd”. –   Amsterdam, H.A. van Bottenburg N.V. – tweede druk,  [1937]. – Citaat van p. 187 en 188.
[5] Hebreeën 13:20 en 21.

23 juni 2020

Het begin der bezigheden

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

“Och, Heere, laat Uw oor toch opmerkzaam zijn op het gebed van Uw dienaar, en op het gebed van Uw dienaren, die er vreugde in vinden Uw Naam te vrezen”.
Dat zijn woorden van Nehemia[1].
Nehemia – dat is de man van de opbouw van Juda na de ballingschap in Babel.
Een internetencyclopedie vat zijn activiteiten als volgt samen: “In 446 voor Christus hoort Nehemia dat het slecht gaat met de Joden die in Juda wonen. Als reactie hierop rouwt en vast Nehemia dagenlang. De koning merkt dat Nehemia somber is, en Nehemia vraagt aan de koning om naar Juda te mogen gaan om de stad Jeruzalem weer op te bouwen. De koning geeft toestemming en biedt Nehemia een vrijgeleide aan. Nadat Nehemia de toestand van Jeruzalem geïnspecteerd heeft, stelt hij een plan op voor de herbouw, en voltooit hij dit in zes maanden, ondanks veel tegenstand.
Daarna blijft Nehemia dertien jaar in Jeruzalem als landvoogd en voert een rechtvaardig bewind. Na een afwezigheid van twee jaar merkt hij het morele verval op. Vervolgens leest Ezra het boek van de wet voor, waarna het verbond vernieuwd wordt. Ook laat Nehemia de herbouwde stadsmuur inwijden. Aan het eind van het boek is te lezen dat hij hard optreedt tegen het feit dat Judese mannen trouwen met buitenlandse vrouwen”[2].
In het Bijbelboek Nehemia gaat het om:
* de herbouw van de tempel en van de muren van de stad
* de naleving van de wet van Mozes
* het herstel van de Joodse gemeenschap als het volk van God[3].
 
Nehemia – de man van de opbouw.
Nehemia – de strijder tegen moreel verval.
Waar begint die bouwer? Waar begint die strijder? Antwoord: Nehemia vraagt de God van het verbond om te luisteren naar het gebed dat hij uitspreekt. Hij vraagt God om te luisteren naar de gebeden die door al Gods kinderen worden opgezonden. Nee, Nehemia begint niet met de inkoop van materialen. Hij begint niet met het tekenen van een plattegrond. Nee, hij begint met een gebed.

Nehemia roept God van harte aan.
Maar hij zegt niet: o Here, nu wij hier zijn willen wij de zaak zo graag opnieuw opbouwen. Hij zegt niet: o Here, wij zijn nu toe aan een nieuw begin. Nee, dat Nehemia niet.
Hij zegt: “Wij hebben het grondig bij U verdorven. Wij hebben de geboden, de verordeningen en de bepalingen, die U aan Uw dienaar Mozes geboden hebt, niet in acht genomen. Denk toch aan het woord dat U Uw dienaar Mozes geboden hebt: Als u ontrouw bent, zal Ik u overal onder de volken verspreiden. Maar als u zich tot Mij bekeert en Mijn geboden in acht neemt en die houdt – al bevonden uw verdrevenen zich aan het einde van de hemel, vandaar zal Ik hen bijeenbrengen en hen brengen naar de plaats die Ik gekozen heb om daar Mijn Naam te laten wonen. Zij zijn toch Uw dienaren en Uw volk, dat U verlost hebt door Uw grote kracht en door Uw sterke hand”[4].
Nehemia weet het: wij mensen – we maken er niets van. Wij moeten het hebben van Gods trouw. Wij moeten het hebben van Zijn energie, van Zijn geweldige kracht.

Het is de praktijk van Zondag 45 van de Heidelbergse Catechismus. Wij moeten onze God “van harte aanroepen om alles wat Hij ons geboden heeft te bidden”. Verder is het nodig “dat wij onze nood en ellende grondig kennen, om ons voor het aangezicht van zijn majesteit te verootmoedigen”. Daarbij weten wij dat wij niet tegen dovemansoren praten. Het is namelijk zo “dat wij deze vaste grond hebben, dat Hij ons gebed, al zijn wij dat niet waard, om Christus’ wil zeker verhoren wil, zoals Hij ons in zijn Woord beloofd heeft”[5].

Wij leven in een tijd waarin onze maatschappij zichzelf, om zo te zeggen, opnieuw uit moet vinden. Hoe zijn we verantwoord bezig in de anderhalve-meter-samenleving? Wanneer krijgen we weer grote feesten en festivals? Er zijn eindeloos veel vragen te beantwoorden. En nee, niet op alle vragen is een afdoend antwoord.
Wij leven in een tijd waarin demonstraties aan de orde van de dag. Het Malieveld in Den Haag wordt, om het maar zachtjes te zeggen, druk bezocht. Afgelopen zondag was het daar weer raak. Zelfs een Mobiele Eenheid kwam in actie.
En wat doen Gereformeerden?
Zij gaan op zondag naar de kerk.
Thuis gaan zij een paar keer per dag in gebed tot God. Een argeloze lezer kan vragen: ‘Wat stelt dat nou voor? Stoere demonstranten op het Malieveld, dat is pas wat! Goed, daar komt een Mobiele Eenheid op af, maar er gebeurt tenminste wat!’. Maar die gebeden zijn sterker dan wat dan ook! En heeft Jezus ons Zelf niet geleerd: “Bid, en u zal gegeven worden; zoek, en u zult vinden; klop, en er zal voor u opengedaan worden. Want ieder die bidt, die ontvangt; wie zoekt, die vindt; en voor wie klopt zal opengedaan worden”[6]? Trouwens, de apostel Paulus schrijft aan de christenen in Philippi: “Wees in geen ding bezorgd, maar laat uw verlangens in alles, door bidden en smeken, met dankzegging bekend worden bij God; en de vrede van God, die alle begrip te boven gaat, zal uw harten en uw gedachten bewaken in Christus Jezus”[7].  

Nehemia, dat is de man van de opbouw.
Nehemia, dat is de strijder tegen moreel verval.
Maar Nehemia laat ons zien waar onze activiteiten moet beginnen: namelijk bij het gebed tot God.
Wie wil gaan opbouwen, moet gaan bidden!
Wie wil strijden moet gaan bidden!

Nehemia heeft in en rond Jeruzalem een drukke, veeleisende baan. Maar hij heeft het nooit te druk om te bidden.
Dat voorbeeld moeten wij in 2020 maar volgen. Dat lijkt naïef. Maar het is het beste begin van onze bezigheden!

Noten:
[1] Nehemia 1:11.
[2] Geciteerd van https://nl.wikipedia.org/wiki/Nehemia_(persoon) ; geraadpleegd op zaterdag 20 juni 2020.
[3] Zie ook https://bijbel.eo.nl/inleiding-bijbelboeken/inleiding-op-nehemia
[4] Nehemia 1:7-10.
[5] De citaten komen uit de Heidelbergse Catechismus – Zondag 45, antwoord 117.
[6] Mattheüs 7:7 en 8.
[7] Philippenzen 4:6 en 7.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.