gereformeerd leven in nederland

31 juli 2020

De doop en onze kijk op de wereld

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Hoe kijken we naar het verleden? Heel vaak moet het verleden worden gecorrigeerd, zegt men tegenwoordig. Jan Pieterszoon Coen deugde niet, stelt men vast[1].
De Belgische cultuurhistoricus Raoul Bauer blijft nuchter. Hij constateert: “Je kunt je afvragen of het wel zinvol is om allerlei standbeelden of negatieve elementen uit het verleden te zuiveren. Want je past dan op een bijna absolute manier je eigen waardeschaal toe op een verleden periode. Je kunt je beeld van het verleden niet los zien van het heden, maar je moet de eigenheid van het verleden wel degelijk respecteren. Ik heb het idee dat men zich momenteel met de waarden van nu een eigen verleden aan het creëren is, men is het verleden aan het kneden volgens de normen van nu. Op een gegeven moment is er dan geen einde aan wat je dan moet weghalen”[2].
Tot zover het verleden.

Maar daar is ook de vraag: hoe kijken we naar de toekomst?
Daaronder liggen vragen als:
* Hoe gaan we eten?
* Hoe gaan we wonen?
* Hoe duurzaam leven we nu echt?
* Worden onze smartphones nog slimmer dan ze nu al zijn[3]?

Als het gaat om onze wereldbeschouwing is ons zicht op de doop van het hoogste belang. Want die doop maakt duidelijk dat we onszelf niet kunnen redden. We moeten ons behoud bij Jezus Christus zoeken. Onze zonden worden door de Heiland afgewassen. Wij worden opgeroepen om Hem gehoorzaam te dienen. Dan is er toekomst. Dan eindigt ons leven nimmer meer.
Zo leren we dat in de Gereformeerde kerk.

Het is duidelijk dat de doop bij velen aan waardevermindering onderhevig is. Ik was er zelf niet met mijn volle verstand bij, zeggen vele gedoopte volwassenen. Het was, zo merken ze op, een keuze van mijn ouders. De doop zegt mij niets, stelt men zonder omwegen. En er wordt gevraagd: ik mag toch zelf wel kiezen? Als het nog een beetje tegenzit, mompelt men tenslotte enigszins misprijzend dat het 2020 is; kiezen voor een ander, dat is onderhand wel uit de tijd.

Toch is het, juist in deze tijd, nuttig om aandacht te vragen voor de doop.
Laten wij ons uitgangspunt nemen in Colossenzen 2: “In Hem bent u ook besneden met een besnijdenis die niet met handen plaatsvindt, door het uittrekken van het lichaam van de zonden van het vlees, door de besnijdenis van Christus”[4].

In deze tijd worden vragen gesteld bij het verleden; de toekomst is, mede in verband met COVID-19, één grote optocht van vraagtekens.
De doop biedt in alle commotie wel degelijk vastigheid. Dat zullen wij hieronder in drie punten zien.
1.
U bent in Hem besneden, schrijft Paulus aan de christenen in Colosse. Dat wil zeggen: God heeft een verbond met u gesloten. Dat verbond is er niet alleen voor de Joden, maar ook voor christenen in Colosse. En tevens voor gelovige Bijbellezers van 2020, waar die zich ook ter wereld bevinden. Door het bloed van Christus worden de verlossing van de zonden en de Heilige Geest, die het geloof werkt, beloofd[5].
2.
Wat moet concreet het effect van de doop wezen? Het antwoord van Colossenzen 2 is: Gods kinderen trekken het lichaam van de zonde uit. Dat klinkt theoretisch. Abstract. Wij kunnen het niet vastpakken. Wij kunnen niet zeggen: in de prullenmand met dat lichaam van de zonde!
Wat betekent dat: het uittrekken van het lichaam van de zonde? Welnu – dat betekent dat wij gelovig leven. Kort gezegd: het leven begint opnieuw.
Christus stond op uit de dood. Zijn leven begon opnieuw. Hij nam Zijn plaats in de hemel weer in. Zo zullen ook wij opstaan uit de dood. Ook wij zullen te Zijner tijd onze plaats in de hemel innemen. Paulus zegt het in Romeinen 6 zo: “Wij zijn dan met Hem begraven door de doop in de dood, opdat evenals Christus uit de doden is opgewekt tot de heerlijkheid van de Vader, zo ook wij in een nieuw leven zouden wandelen. Want als wij met Hem één plant zijn geworden, gelijkgemaakt aan Hem in Zijn dood, dan zullen wij ook aan Hem gelijk zijn in Zijn opstanding”[6].
Hier klinkt, zo zegt iemand wellicht, voornamelijk toekomstmuziek. En dat is waar. Maar die toekomstmuziek klinkt steeds mooier. Naarmate de nieuwe toekomst dichterbij komt, klinkt de muziek zuiverder. En een gelovig mens zegt: dit klinkt mij als muziek in de oren!
3.
Als het gaat om onze wereldbeschouwing is de betekenis van de doop van het hoogste belang.
In het verleden hebben allerlei mensen dingen verkeerd gedaan. Of zij nu vooraan stonden of niet. Sommigen gaven leiding. Verder waren er heel veel gewone mensen die deden wat hen opgedragen was.
En ja – in de toekomst gaan er vast en zeker ook allerlei dingen fout. Er worden heel wat verkeerde beslissingen genomen. En dat alles zal vervolgens ongetwijfeld betreurd worden.
In al die situaties is het hoogst belangrijk dat gedoopten in alle tijden en uit alle plaatsen blijven beseffen wat de doop inhoudt:
* een nieuw begin
* vergeving van zonden
* beloften over opstanding uit de dood en een eeuwig leven.
Wat er ook misgaat in de wereld, hoe groot de invloed van de zonde ook is, Gods eeuwige verbond blijft voluit geldig!

Als wij ons dit alles realiseren wordt de blik op het verleden anders.
Als wij ons dit alles realiseren wordt de toekomst mooier.

Noten:
[1] Zie https://nos.nl/artikel/2338336-hoorn-wil-met-inwoners-in-gesprek-over-racisme-en-jp-coen.html ; geraadpleegd op vrijdag 24 juli 2020.
[2] Geciteerd van https://www.nd.nl/cultuur/boeken/983858/-mensen-zijn-momenteel-met-de-waarden-van-nu-een-eigen-verleden-a ; geraadpleegd op vrijdag 24 juli 2020.
[3] Zie hierover bijvoorbeeld https://www.rtlnieuws.nl/lifestyle/liefde-leven/artikel/4968366/toekomst-eten-gezin-liefde-wonen-ai-decennium-trends ; geraadpleegd op vrijdag 24 juli 2020.
[4] Colossenzen 2:11.
[5] Zie Heidelbergse Catechismus – Zondag 27, antwoord 74: “…de kinderen horen evengoed als de volwassenen bij Gods verbond en bij zijn gemeente. Ook worden aan hen evenals aan de volwassenen, door het bloed van Christus, de verlossing van de zonden en de Heilige Geest, die het geloof werkt, beloofd”.
[6] Romeinen 6:4 en 5.

27 juli 2020

Aan God alleen de eer

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

“Ik zie God niet meer als een witte man”. Aldus Shelton Telesford. “Lang dacht ik dat Jezus wit was”. Shelton is muzikant, voorganger in de Chapel Avenue te Almere en relatiebeheerder bij Youth for Christ. In het Nederlands Dagblad zegt hij: “Jezus is voor mij heel lang een wit persoon geweest. Zo zie je Hem afgebeeld op schilderijen en plaatjes bij kinderverhalen. Onbewust groei je op met het idee dat Hij er in ieder geval niet uitziet als jij. Ergens krijg je dan het idee dat je minder bent en een stap harder moet zetten om bij Jezus te mogen komen.
Nu ik volwassen ben, ook in mijn geloof, zie ik God niet meer als een witte man. Met de gedachte dat Jezus zwart zou zijn geweest, heb ik ook niets. Kijk naar de mensen om je heen en je ziet dat ze zwart, wit, dik, dun, kort en lang zijn. Zo is onze God, veelkleurig”[1].

Men is geneigd om geestdriftig te zeggen: laten wij handen schudden. Toegegeven – nu COVID-19 over de wereld gaat is dat geen goed plan. Maar dat gepraat over zwart en wit en eventueel andere kleuren moet, wat schrijver dezes betreft, met onmiddellijke ingang verboden worden.
Onlangs werd aan een Nederlandse vrouw, die oorspronkelijk uit Burundi komt, gevraagd wat zij van het racisme vond. Zij sprak kort en bondig: ‘Mijn bloed is rood, en God heeft ons allemaal gemaakt’. En dat was dat. Zij voegde eraan toe: ‘Heel wat christenen worden vermoord om hun geloofsovertuiging!’ Inderdaad – en daar wordt slechts mondjesmaat over gesproken.

Gods Woord heeft een kleurrijke boodschap vol vermaning, aanmoediging, en troost: “Kom nu, laten wij samen een rechtszaak voeren, zegt de HEERE. Al waren uw zonden als scharlaken, ze zullen wit worden als sneeuw; al waren ze rood als karmozijn, ze zullen worden als witte wol”[2].

Wat is de boodschap van Jesaja 1?
Het volk van God meent religieuze plichtplegingen te kunnen combineren met goddeloosheid. Iemand schrijft: “Het onreine volk camoufleert zijn gebrek aan relatie en oprechtheid door een groot ceremonieel op feestdagen (…). Daarom verbergt God zich zodat Hij het gebed niet hoeft aan te zien, en daarom ook hoort Hij niet”.
Men zou denken: nu volgt er een zwaar oordeel. Een langdurige straf. Het volk zal lange jaren te maken krijgen met Gods woede. Want dit kan niet zo!
Maar nee.
De God van het verbond komt met een andere boodschap. Namelijk deze: wie Mij gehoorzaamt, ontvangt vergeving. Oftewel: wie Mijn wetten en regels eerbiedigt heeft toekomst. Maar wie denkt het zonder God af te kunnen moet er op rekenen dat de dood dichtbij is. Er is geen toekomst meer voor mensen die de Verbondsgod wensen te negeren!
Dus –
het zit ‘m niet in zwart of wit, of bruin of rood. De kwestie is: God eren of God negeren!
Ten diepste zien wij hier de kloof tussen kerk en wereld – de antithese.

De kerk heeft overigens geen patent op die antithese.
Want die komt bijvoorbeeld ook in de literatuur voor. Hildebrand schrijft in zijn ‘Camera Obscura’: “Medicijnen en vrouwen waren zijn grootste antipathieën, en hij was gewoon te beweren, dat hij zonder de laatste wel leven en zonder de eerste wel sterven kon”[3].
De antithese vinden wij ook in een gedicht van de theoloog en dichter P.A. de Genestet (1829-1861):
“Doe ik mijn oogen toe,
Dan wil ik ’t wel gelooven;
Doch als ik ze open doe
Komt weer de Twijfel boven”[4].
De antithese zien wij in de politiek. Daar duidt de term op het onderscheid tussen christelijke en seculiere partijen.
Met enig recht kan men zelfs zeggen: ook in zwart-wit zit een antithese.
Antithese is dus niet een typisch woord voor de kerk en het kerkplein.
Maar die tegenstelling is daar wel heel belangrijk!

Ruim een jaar geleden schreef de Christelijke Gereformeerde predikant F.W. van der Rhee: “Wat is (…) onze roeping vandaag? De tijd van de verzuiling ligt achter ons. In een zuil kun je je opsluiten en afzonderen, met eigen scholen, eigen verenigingen, eigen kranten en eigen politieke partijen. Daarvoor in de plaats is een grotere openheid en toenadering tot de wereld rondom de kerk gekomen. Dat lijkt me winst. Het doet namelijk recht aan de roeping om de wereld in te gaan en het evangelie uit te dragen. Zout heeft alleen dan zijn functie, als het daadwerkelijk gebruikt wordt.
Tegelijk dringt de Bijbelse boodschap ons ook tot afzondering. De kerk moet een grens hebben, een afbakening. Die afbakening lijkt me de eredienst te zijn: daar waar de plaatselijke gemeente samenkomt rondom het geopende Woord van God, zich door dat gezaghebbende Woord laat leren en onderwijzen, zich ook in ethisch opzicht daardoor laat leiden, en de drie-enige God eert om Zijn deugden. Het zal een heen-en-weer beweging moeten zijn: uitgezonden de wereld in, maar ook telkens weer terugkerend binnen de muren van de gemeente, waar broeder- en zusterschap bij de opening van het Woord het zout op kracht houdt”[5].

Mensen zijn zwart, wit, dik, dun, kort en lang. Mensen zijn veelkleurig; niet alleen wat betreft hun huidskleur. Intussen moet de kerk het in al haar doen en laten blijven proclameren: geef God de eer en besef dat de hemelse heerlijkheid voor Gods kinderen snel nadert.
Tussen kerk en wereld gaapt een diepe kloof. Die antithese staat ook in 2020 nog recht overeind.
Soli Deo gloria – alleen aan God de eer!

Noten:
[1] “Lang dacht ik dat Jezus wit was”. In: Nederlands Dagblad, donderdag 23 juli 2020, p. 24 – rubriek Houvast.
[2] Jesaja 1:18.
[3] Hildebrand is een pseudoniem van Nicolaas Beets. ‘Camera Obscura’ is een bundel humoristische verhalen. Het citaat komt uit het verhaal ‘Vrienden-hartelijkheid’. Geciteerd van https://cf.hum.uva.nl/dsp/ljc/beets/index.html ; geraadpleegd op donderdag 23 juli 2020.
[4] Geciteerd uit P.A. de Genestet, “Complete gedichten”. – uitgegeven in 1912 – tweede druk. – p. 316.
[5] Geciteerd uit: F.W. van der Rhee, “Christelijk leven: het hoofd in de hemel, de voeten op aarde”. In: De Wekker – officieel orgaan van de Christelijke Gereformeerde Kerken in Nederland –, vrijdag 24 mei 2019, p. 6-9.

24 juli 2020

Opmerkelijke oorlogswetten

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Dinsdag 21 juli 2020: schrijver dezes en diens onvolprezen echtgenote brengen met goede vrienden, tevens broeders en zusters van de kerk, een heerlijke vakantiedag door. Het blijft droog en de temperatuur is prima. De wandeling in Appelscha is aangenaam.
Na de gezamenlijke avondmaaltijd wordt er, zoals het een gezelschap van Gereformeerden betaamt, uit de Bijbel gelezen – Deuteronomium 20. Over de oorlogswetten.
Wat? Oorlogswetten? Is dat nou leesstof voor een vakantiedag?

Toch wel.
De inzet van Deuteronomium 20 luidt: “Wanneer u ten strijde trekt tegen uw vijanden, en u ziet paarden en strijdwagens, een volk dat groter is dan u, wees dan niet bevreesd voor hen. Want de HEERE, uw God, Die u uit het land Egypte heeft geleid, is met u”[1].
Wat is de situatie in Deuteronomium 20? Antwoord: Gods volk krijgt het beloofde land in bezit. Maar daarmee is niet alles gezegd. Het land moet veroverd worden. Gods kinderen krijgen een eigen verantwoordelijkheid. Een groot gebied komt er niet zomaar. Het is niet zo dat het volk van God, eenmaal in het nieuwe land aangekomen, kan wegzakken in leunstoelen die gereed gezet zijn. Gods kinderen worden tot actie aangezet!

Men zou kunnen denken: kijk eens aan, hier zien we nu hoe geloofsijver leidt tot geweld; we hebben ’t altijd al gedacht… Maar dan vergeet men gemakshalve dat de Here in Deuteronomium 20 Zijn beloften over een eigen land waarmaakt. Israël is, om zo te zeggen, Goddelijk instrumentarium bij het werk dat God doet. De Here beschermt Zijn volk. De Here schermt Zijn volk af. De Here schenkt Zijn volk een eigen grondgebied om kerk en maatschappij tot Gods eer te ontplooien. De Here creëert ruimte voor de natie die tot Zijn eer leeft. Kinderen van God moeten met Hem leven. Kinderen van God moeten aan het werk. Niet om hun eigen naam voorgoed te vestigen, maar om te laten zien hoeveel vrijheid Hij Zijn onderdanen gunt.

Genieten van het leven? Jazeker, dat kan. Doe dat vooral. Leven met God is geen misplaatste vorm van onderdrukking of slavernij.
Vakantie? Dat is prachtig. Maak er wat moois van! Vakantie? Dat mogen gerust gedenkwaardige dagen worden! Want daardoor geeft de Here nieuwe werkkracht. Daardoor geeft de Here nieuwe mentale spankracht en nieuwe veerkracht. Die herwonnen energie is nodig om in ons aardse leven God te blijven dienen, altijd en overal. Wij behoren Hem trouw te dienen, op een manier die in lijn is met Zijn beloften, en met heel Zijn Woord.

Anno Domini 2020 hebben wij ook te maken met vijanden. Nee, wij trekken niet met speren en zwaarden ten strijde. Maar we hebben wel degelijk rekening te houden met tegenstand. Wij hebben te maken met massa’s medemensen die geen rekening houden met God en Zijn Woord. We hebben – bijvoorbeeld – ook te maken met mensen die Gods Woord best willen lezen, maar dan op een literaire wijze: de Bijbel is wel waar, maar niet echt gebeurd. Of ook: Jezus is een mooi voorbeeld voor ons, en verder moeten we er op deze aarde zelf wat van maken.
Vaak zijn we geneigd om alleen maar te zeggen: nou ja, ieder heeft recht op z’n eigen overtuiging – punt. Maar laten we ’t niet vergeten: wij zijn vóór of tégen Christus. Er zitten geen vijftig tinten grijs tussen. Sterker nog – een grijs gebied is er niet. Wie God niet eert, is Zijn vijand. Uiteindelijk zal blijken dat dat de werkelijkheid is. Niet voor niets zegt Jezus in Johannes 16: “In de wereld zult u verdrukking hebben, maar heb goede moed: Ik heb de wereld overwonnen”[2].

In Deuteronomium 20 demonstreert God hoe liefdevol Hij met Zijn volk omgaat. Hij creëert ontplooiingsruimte. Daar is alles op gericht.
In dat Schriftgedeelte leert de God van het verbond ons alle eigenzinnigheid af. Het Koninkrijk van God kunnen wij niet op eigen kracht realiseren. Gods Koninkrijk komt er niet door ons geweld en onze opstand.
Niet voor niets wordt in Deuteronomium 20 het leger verkleind! Er zijn mensen die niet aan de mobilisatie mee hoeven doen:
* de mensen die een huis hebben gebouwd en op het punt staan dat in gebruik te nemen
* de mensen die een nieuwe wijngaard hebben geplant en de eerste oogst daarvan af moeten wachten
* de mensen die op het punt staan om te trouwen.
Het Israël van toen en de kerk van 2020: zij moeten het niet van mensen hebben!

In dit verband is het ook goed om een ogenblik te kijken naar een ander belangwekkend detail van Deuteronomium 20: “Wanneer u een stad vele dagen belegert en ertegen strijdt om haar in te nemen, dan moet u haar vruchtbomen niet te gronde richten door de bijl erin te slaan. U kunt er immers van eten; daarom mag u ze niet omhakken om ze een belegeringswal voor u te laten worden, want het geboomte van het veld is voedsel voor de mens. Maar de bomen waarvan u weet dat het geen vruchtbomen zijn, mag u te gronde richten en omhakken om een belegeringswal te bouwen tegen de stad die oorlog tegen u voert, totdat ze ten onder gaat”[3]. Terecht schrijft een exegeet over die Schriftwoorden: “Wat als voedsel door God is geschapen en daarom goed is (…), moeten we sparen. Hier moeten we onderscheid maken tussen de dingen van de wereld en de dingen van de aarde of de schepping. Zo mogen we gebruik maken van de dingen van de schepping ten nutte van geestelijke doeleinden, waarbij we kunnen denken aan zaken als gebouwen en techniek”[4].

Gods volk ontvangt ruimte voor de godsdienst.
Nee, die ruimte gebruiken wij, ook in onze tijd, niet optimaal. Altijd moeten wij de neiging onderdrukken om onze eigen wil vooraan te zetten. Als Gods Woord geen rem op ons doen en laten zet, wordt Gods liefde voor Zijn volk volstrekt onzichtbaar. De zonde overheerst ons dan. ’t Liefst drukken wij met donder en geweld onze eigen zin door. Als het van onszelf komen moet, wordt het onze toekomst in Gods rijk helemaal niks.
Toch staat de deur naar de toekomst wijd open. Hoe kan dat? De Hebreeënschrijver zegt het in hoofdstuk 7 zo: “Hij, omdat Hij blijft tot in eeuwigheid, heeft een Priesterschap dat niet op anderen overgaat. Daarom kan Hij ook volkomen zalig maken wie door Hem tot God gaan, omdat Hij altijd leeft om voor hen te pleiten. Want zo’n Hogepriester hadden wij nodig: heilig, onschuldig, onbesmet, afgescheiden van de zondaars en boven de hemelen verheven”[5]. Dus – de Advocaat voert Zijn pleidooi en het is zeker: hij verklaart ons rechtvaardig en hemel-waardig.
Ook voor vandaag geldt: de HEERE, uw God, Die Israël eertijds uit het land Egypte leidde, is met ons. Ook vandaag klinkt de oproep: dien Hem trouw, op een manier die in lijn is met Zijn beloften, en met heel Zijn Woord!
Dan, ja dan hebben wij de strijd bij voorbaat gewonnen. Om het met Psalm 27 te zeggen:
“Want bij de HERE ben ik welgeborgen:
Hij voert mij in de schuilplaats van zijn tent.
Daar ben ik veilig, Hij zal voor mij zorgen,
draagt mij naar hoogten die geen vijand kent.
Ik breng de HERE offers tot zijn eer.
Hij heeft mijn vijand van zijn macht beroofd.
In zegepraal verheft zich nu mijn hoofd.
Daarom zing ik een loflied voor de HEER”[6]

Noten:
[1] Deuteronomium 20:1.
[2] Johannes 16:33 b.
[3] Deuteronomium 20:19 en 20.
[4] Zie https://www.oudesporen.nl/Download/OS1008.pdf ; geraadpleegd op woensdag 22 juli 2020.
[5] Hebreeën 7:24, 25 en 26.
[6] Psalm 27:4; Gereformeerd Kerkboek-1986.

23 juli 2020

Op de vastgestelde tijd

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

“En de zin van het leven, heeft u daar voor uzelf een antwoord op gevonden?
‘Juist het feit dat er hierna niks is, maakt het voor mij zinvol. Want het is zó bijzonder dat je leeft! De kans dat je ter wereld komt, is bizar klein toch? Ik bedoel: als je uitgaat van de hoeveelheid zaad … Nou, ik zal niet verder in detail treden, je snapt wat ik bedoel. En dat ík daar dan uit ben ontstaan! Dat is een loterij die je wint, als mens. Dus maak ik er het allerbeste van’”.
Dat zijn woorden van de televisiepresentatrice Janine Abbring. Zij bewondert de conceptie van een mens. Wat een wonder!
Maar is dat voor haar een reden om in God te geloven? Nee. “Het geloof hervinden (…), is voor de hervormd opgevoede journaliste ondenkbaar. ‘Ik heb mijn moeder zien worstelen’”.
Een vrouw die zwanger wordt? “Dat is een loterij die je wint, als mens”[1].
Ja, dat is ook een manier om tegen het leven aan te kijken: het feit dat ik toevalligerwijs ben ontstaan geeft de motivatie om echt iets van het leven te máken.

Gods Woord leert ons echter iets heel anders. Namelijk dit: elk leven wordt door God geschapen. Dat wordt bijvoorbeeld heel duidelijk gemaakt in Genesis 21: “Sara werd zwanger en baarde Abraham een zoon in zijn ouderdom, op de vastgestelde tijd die God hem genoemd had”[2].
Die tijd heeft God in Genesis 18 genoemd: “En Hij zei: Ik zal over een jaar zeker bij u terugkomen; en zie, dan zal Sara, uw vrouw, een zoon hebben! Sara hoorde dat bij de ingang van de tent, die achter Hem was”[3]. Als Sara niet blijkt te geloven dat zij nog een zoon zal baren verklaart Hij het nog een keer: “Zou er iets voor de HEERE te wonderlijk zijn? Op de vastgestelde tijd, over een jaar, zal Ik bij u terugkomen, en Sara zal een zoon hebben!”[4].

Die zoon gaat Isaäk heten. Dat betekent: hij lacht.
De God van hemel en aarde heeft de zaken goed in de hand. De Prediker omschrijft dat zo: “Voor alles is er een vastgestelde tijd, en er is een tijd voor elk voornemen onder de hemel. Er is een tijd om geboren te worden…”[5].
Nee, kinderen krijgen is geen loterij. Trouwens, wat een pijnlijke constatering is dat voor mensen die wel graag kinderen zouden willen hebben, maar ze niet – of nog niet – van de Here ontvangen!
Janine Abbring zegt: “Wat meespeelt: ik heb bewust geen kinderen – heb nooit een kinderwens gehad, dus mijn werk is een groot deel van mijn leven’”. Dat zij zo. Maar erg empathisch klinkt het allemaal niet.
 
‘Op de vastgestelde tijd zult u een zoon hebben’ – dat is Gods belofte. De Here Zelf schept leven op het moment dat Hem behaagt.
De geboorte van Isaäk wijst op de komst van de grote Zoon; op de Zoon van God. God de Vader laat Zijn Zoon op deze aarde geboren worden op het ogenblik dat Hij heeft bepaald. De Hebreeënschrijver noteert naar aanleiding daarvan: “En wanneer Hij vervolgens de Eerstgeborene in de wereld brengt, zegt Hij: En laten alle engelen van God Hem aanbidden”[6]. Nee, zover kan Abraham niet kijken. Maar één ding kan hij wel weten, namelijk dit: God Zelf zorgt er voor dat de historie van het heil geheel en al voltooid wordt.
En anno 2020 weten wij het: via Abraham en Isaäk gaat het naar Christus toe. Naar Zijn lijden en sterven. Naar onze verlossing. Naar de vernieuwing van ons leven. Naar onze toekomst.
En de heilshistorie gaat verder. De Here Jezus Christus komt terug als alle door Hem uitgekozen mensen bijeengebracht zijn. Alle uitverkorenen krijgen het heil dat hen toegezegd is. Om het met 2 Petrus 3 te zeggen: “Maar laat vooral dit u niet ontgaan, geliefden, dat één dag bij de Heere is als duizend jaar en duizend jaar als één dag. De Heere vertraagt de belofte niet -zoals sommigen dat als traagheid beschouwen-, maar Hij heeft geduld met ons en wil niet dat enigen verloren gaan, maar dat allen tot bekering komen”[7]. Iemand schrijft treffend: “Net als een vader die ’s avonds laat de deur nog niet sluit, zolang er nog een kind van hem buiten in het donker loopt”[8].

Wij gaan nog eens naar Janine Abbring. En naar Genesis 21.
Janine zegt: “Ik ben hervormd grootgebracht. Mijn moeder kwam uit een zwaar gereformeerd nest. Ik zag haar daar ook best mee worstelen. Dus mijn ervaring met religie is niet superpositief”.
En:
“Kijk, daar moet ik wel eerlijk in zijn, mijn moeder heeft veel kracht geput uit het geloof. Ik denk dat zij zelf het alleen maar als iets positiefs heeft ervaren. Dat ze het gevoel had dat ze op God kon vertrouwen. Als ik ‘s zondags bij haar in het verzorgingstehuis was, ging ik natuurlijk mee naar de diensten – met frisse tegenzin. Om de harde grappen die ik tussendoor stiekem maakte, kon ze altijd wel lachen. Ik merkte dat die diensten haar houvast gaven.
Tegelijkertijd zorgt de zware kant van het gereformeerde soms voor een soort schuldgevoel: heb ik het allemaal wel goed gedaan? Ik vind het te persoonlijk er nog veel meer over te zeggen, maar zoiets proefde ik bij haar. Dat ik dacht: ja, natúúrlijk heb je het goed gedaan! Mijn moeder is altijd godvrezend geweest, heeft zich zo ingezet voor anderen … En toch, een mooi einde was voor haar niet weggelegd. Ik vind dat lastig”.
Wat wil Janine ten diepste? Antwoord: zij zou het logisch vinden als de beloning van God reeds in het aardse leven verkregen wordt.
Echter: God is groter dan ons aardse leven. Hij laat daar in Genesis 21 iets van zien. Dat Schriftgedeelte nodigt ons nadrukkelijk uit om op zoek te gaan naar de Schriftuurlijke lijn van de heilshistorie. Dat Schriftgedeelte nodigt ons uit om de lijn door te trekken. Als wij dat doen, komen we uit bij een nieuwe toekomst.
Janine Abbring is zonder twijfel een zeer sympathieke interviewster en presentatrice. Maar haar levensbeschouwing moet en kan nimmer de onze zijn.

Noten:
[1] ‘Dat ik besta, is zó bijzonder’ – interview met Janine Abbring. In: Zomer, bijlage bij het Nederlands Dagblad, zaterdag 18 juli 2020, p. 4-6. 
[2] Genesis 21:2.
[3] Genesis 18:10.
[4] Genesis 18:14.
[5] Prediker 3:1 en 2 a.
[6] Hebreeën 1:6.
[7] 2 Petrus 3:8 en 9.
[8] Geciteerd van http://abcvanhetgeloof.nl/wederkomst ; geraadpleegd op zaterdag 18 juli 2020.

22 juli 2020

Het verlossende Woord

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

“Ik zeg u: Sta op, neem uw ligmat op en ga naar uw huis”. Dat zegt Jezus in Marcus 2 tegen een verlamde man[1]. Tot op dat moment ligt die man op bed. En één ding is zeker: die man heeft opzien gebaard. Hij is namelijk door het dak van een huis binnengekomen.
Massa’s mensen die Jezus willen zien en horen blokkeren de deuren. Er kan niemand meer in of uit. Wat doe je dan? Dan ga je de lucht in! Wat hebben die verlamde man en zijn vrienden er veel voor over om genezing te bewerkstelligen! Wat er ook gebeurt, zij willen Jezus bereiken!
Als dat uiteindelijk lukt, klinkt dat verlossende woord: sta op!

Maar daarvóór heeft Jezus iets gezegd dat nog veel belangrijker is: “Zoon, uw zonden zijn u vergeven”[2].
Dat is niet alleen een boodschap voor dit leven. Nee, dat Evangelie geeft uitzicht op het eeuwige leven.
Ap-heontai staat er: zij zijn vergeven. Zo maakt de Heiland duidelijk dat er in de hemel actie is ondernomen. Vader werkt vanuit de hemel mee met Zijn Zoon. Er is sprake van één magnifieke missie: oproepen tot geloof in en bekering tot Jezus Christus. En de uitvoering van die missie is niet te stuiten!

De Schriftgeleerden geloven niet dat Jezus de bevoegdheid heeft om vergeving van zonden aan te zeggen. Zij vragen zich geërgerd af waar deze prediker de brutaliteit vandaan haalt om zonder meer mee te delen dat de zonden vergeven zijn. De verlamde man en zijn metgezellen geloven wel in de bevrijdende kracht van Jezus’ reddingswerk.
Sta op!, heeft Jezus bevolen. Dominee C. Vonk beschreef eens hoe belangrijk dat bevel om op te staan is: “…dat moest zichtbaar uitkomen voor alle omstanders. Maar dat gebeurde ook. Dat kwam ook uit. En daarmee bewees Jezus, dat Hij het recht van zondenvergeven (…) wel terdege bezat en dus geen godslastering beging”[3].
In Marcus 2 kan iedereen het begrijpen: hier komt kracht van God aan het licht. En de vraag is: gelooft u dat, of niet?
Zo wordt in een paar verzen de antithese getekend! Hier wordt de kloof tussen de ware kerk en de wereld zichtbaar.

Is het niet opvallend dat juist de kerkleiders, de gezagsdragers van de Joodse tempel, zo’n hekel hebben aan de Redder der wereld? Als het aan de kerk-bobo’s ligt, wordt Jezus zo snel mogelijk monddood gemaakt. De gevestigde kerkelijke orde ziet de positie wankelen.
Gaan de geachte theologen hier en nu onderuit? Dat kan de bedoeling toch niet wezen? De Schriftgeleerden geraken, om het zo maar te zeggen, in de hoogste staat van paraatheid.
Wat is hier ten diepste aan de orde? Antwoord: ongeloof in de kerk! Laten we ’t maar eerlijk zeggen: ongeloof komt in de kerk van alle tijden voor. Daarom geldt ook in 2020: wees waakzaam!

De boodschap van Marcus 2 is ook anno Domini 2020 van het grootste belang. Vandaag de dag hebben we wereldwijd te maken met ziekte. Het coronavirus COVID-19 jaagt over de wereld en maakt velen ziek, tot stervens toe. Meer dan een half miljoen doden zijn er al te betreuren! Koortsachtig zoekt deskundigen naar een medicijn, en naar een vaccin. En jazeker, dat is goed. Dat is zelfs zeer noodzakelijk.
Alleen maar – de wereld heeft geen oog voor een grondprobleem. Medicijnen en vaccins zijn in deze wereld actueel. Maar er is meer. En ja, de kerk moet een brede blik hebben. De kerk dient, om zo te zeggen, over de grenzen van de dood heen te kijken. De kerk mag en moet het proclameren: ieder die in Jezus Christus gelooft, gaat niet verloren; hij heeft eeuwig leven!

Men kan zeggen: intussen zitten we er wél mee, met dat virus. Men kan zonder omwegen constateren dat COVID-19 veel ellende en droefheid veroorzaakt. Ziekte en dood zijn aan de orde van de dag. In Nederland is de dreiging van het virus op dit moment niet zo groot; maar het gevaar is nog niet geheel geweken. Nog altijd zijn er in Nederland regels over de afstand tot elkaar – anderhalve meter alstublieft. En dat is erg vervelend, jazeker.
Maar al die lasten mogen ons niet afleiden van het verlossende Woord: uw zonden zijn u vergeven!
De kerk van 2020 mag het met de Heidelbergse Catechismus belijden: “…Jezus Christus heeft met zijn kostbaar bloed voor al mijn zonden volkomen betaald en mij uit alle macht van de duivel verlost[4].
En:
Onze Here Jezus Christus “is ons door God geschonken tot wijsheid, rechtvaardigheid, heiliging en tot een volkomen verlossing[5].
En:
De Zoon van God heet Jezus “omdat Hij ons verlost van al onze zonden, en omdat er bij niemand anders enig behoud te zoeken en te vinden is”[6].

Laten wij het maar nooit vergeten: de verlossing van zonden gaat veel verder dan de verlossing van het virus!

Noten:
[1] Marcus 2:11.
[2] Marcus 2:5.
[3] C. Vonk, “De voorzeide leer”, deel 1 Q-a: Mattheüs, Marcus. – Amsterdam: Buijten & Schipperheijn, 1988. – p. 74.
[4] Heidelbergse Catechismus – Zondag 1, antwoord 1.
[5] Heidelbergse Catechismus – Zondag 6, antwoord 18.
[6] Heidelbergse Catechismus – Zondag 11, antwoord 29.

21 juli 2020

Maggiblokje

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Heeft u misschien een maggiblokje nodig om uw geloof smaakvoller te maken?
De vraag is minder ongerijmd dan die lijkt. Hij is gebaseerd op een zin uit een groot artikel in het Nederlands Dagblad, waarin uiteengezet wordt dat de zomerconferentie van New Wine dit jaar niet doorgaat. “Om het gemis te verzachten, wordt dit weekeinde een website gelanceerd met materiaal waarmee kerken en bijbelstudiegroepen zelf aan de slag kunnen”[1].
Iemand merkt in het artikel op: “Bezoekers zeggen vaak: de zomerconferentie is als een Maggiblokje voor mijn geloof, het is echt een warm bad”. Daar hebben we dat maggiblokje.
Overigens heet een maggiblokje vandaag de dag veelal een bouillonblokje. Maar ach, een kniesoor die daar op let.

Nu gebruikt schrijver dezes ook wel eens een beetje maggi. In druppelvorm. In de soep of zo. Om de smaak van de soep te verfijnen.
Maar een maggiblokje voor het geloof? Om de smaak te versterken? Om het geloof te verfijnen en nog fijngevoeliger te worden? Wat moet men daarmee?

De preken in veel kerken geven blijkbaar niet genoeg. Heel wat dominees zitten klaarblijkelijk in een preekcrisis: de predicaties hebben te weinig inhoud.
Vele kerkgangers zitten in een luistercrisis: men gaat naar de kerk, luistert naar de preek, maar in het verdere van de week lijkt Gods Woord niet altijd evenveel betekenis meer te hebben.

Laten wij elkaar, nu het hierom gaat, wijzen op woorden uit 2 Corinthiërs 2: “Want wij zijn niet als zovelen, die handeldrijven met het Woord van God, maar als in oprechtheid, maar als vanuit God, voor Gods aangezicht, spreken wij het in Christus”[2].
Een uitlegger noteert daar onder meer bij: Paulus geeft aan “op welke manier hij niet en op welke manier hij wél heeft gesproken. Hij heeft gepredikt ‘uit oprechtheid’ (…), dat wil zeggen zonder onzuivere bijbedoelingen, bijvoorbeeld om er zelf op een of andere manier beter van te worden -in geld of eer-. In de tweede plaats heeft hij gesproken ‘uit God’, ‘voor het aangezicht van God’ en ‘in Christus’ (…). ‘Uit God’ houdt in dat zijn woorden door God waren geïnspireerd (…). ‘Voor het aangezicht van God’ geeft aan dat Paulus van al zijn woorden verantwoording kan afleggen voor de troon van God. God is zijn getuige”[3].

Met de Bijbel kan men geen handel drijven. Het spreekt vanzelf: winst maken, dat zit er niet in als je het Evangelie predikt.
Echter – dat maggiblokje wekt de suggestie dat men, in normale omstandigheden althans, in zekere zin toch winst kan maken. Het geloof krijgt namelijk een flinke stimulans als je met velen bent. Het geloof krijgt een boost als je eens een keer andere liederen zingt. Je wordt de goede richting op geduwd als je christenen uit andere kerken ontmoet. Opeens smaakt alles beter. Het voelt een stuk fijner.

Inderdaad – het kan heel verfrissend zijn om, in de vakantie bijvoorbeeld, eens buiten onze thuisgemeente te kijken. En laat het helder zijn: daar is niets tegen.
Maar het verhaal over dat maggiblokje geeft de indruk dat dat hard nodig is. De ‘maaltijden’ in de thuiskerk zijn te gewoontjes. En ’t is altijd ongeveer hetzelfde. In huishoudelijke termen samengevat: zondag: kerkdag; maandag: wasdag; dinsdag: strijkdag; woensdag; gehaktdag; donderdag: kuisdag; vrijdag: visdag; zaterdag: klusjesdag.
Steeds weer komen ze terug: de kerkenraad, de catechisatie, de bijbelstudievereniging, de bijeenkomst van d’een of and’re commissie en de gemeentevergadering – pardon: de vergadering van de kerkenraad met de gemeente –. Het is allemaal zo gewoon. Zo alledaags. Niet sprankelend en een tikje saai.

Wat valt er aan te doen?
Het is een bekend recept: verbindt de Bijbellezing met de actualiteiten, en met de activiteiten in de eigen gemeente. Samengevat in drie woorden: Bijbel, gemeenteleven, krant. Maar dat moeten we dan natuurlijk wel doen. De automatische piloot moet uit.
Juist in deze tijd – het COVID-19-virus waart immers nog altijd rond – kunnen en moeten wij die autopilot niet gebruiken.
Trouwens, Paulus heeft in 2 Corinthiërs 2 de automatische piloot ook uit gedaan. Leest u maar even mee: “Toen ik nu in Troas kwam om het Evangelie van Christus te prediken, en daar een deur voor mij geopend was in de Heere, had ik geen rust voor mijn geest, omdat ik Titus, mijn broeder, niet vond, maar ik nam afscheid van hen en vertrok naar Macedonië”[4].
Paulus moet zijn leven – en dat van Titus – in Gods handen leggen. Het gaat, kort samengevat, niet volgens Paulus’ plan. Dat gegeven stimuleert ons om in 2020 te blijven belijden: onze God stuurt ons aan, ook in de dynamische wereld van vandaag.

Laten wij ons daarom realiseren wat het Woord van God ons vandaag te zeggen heeft. Gewoon, op onze eigen plaats.
Laten wij ons ook realiseren dat die gewone dingen ten diepste heel ongewoon zijn. Er zijn landen in de wereld waar de vrijheid van godsdienst aanzienlijk minder groot is!
 
New Wine gaat gespreksmateriaal online aanbieden.
Dat kan nuttig zijn. Ieder die dat wil kan er desgewenst in zijn eigen gemeente mee aan het werk. In die thuisgemeente is meer dan genoeg te doen. Echt waar.
En die maggi? Die kan eventueel in de soep. Smaakt prima.

Noten:
[1] “‘Maggiblokje’ gaat dit jaar online”. In: Nederlands Dagblad, donderdag 16 juli 2020, p. 7.
[2] 2 Corinthiërs 2:17.
[3] Geciteerd uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij 2 Corinthiërs 2:17.
[4] 2 Corinthiërs 2:12 en 13.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.