gereformeerd leven in nederland

9 november 2020

Alleen de Náám al!

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Vandaag moet het, ook in het christelijk leven, eens te meer waar wezen: bescheidenheid siert de mens. Als er één plaats is waar dat heel duidelijk blijkt, dan is het wel in de kerk. Het eerste dat Gereformeerde mensen doen, is belijden dat zij hulp nodig hebben om in deze wereld te kunnen leven en werken. Een kerkdienst begint immers met Psalm 124:
“Onze hulp is in de Naam van de HEERE,
Die hemel en aarde gemaakt heeft”[1].  

Daar staat iets opvallends. Er staat niet: onze hulp komt van de Here. Dat zou veel eenvoudiger zijn. Maar dat staat er niet. Nee, onze hulp is in de Naam van de Heere.
Daarin resoneren andere Schriftgedeelten mee.

Genesis 4 bijvoorbeeld: “Toen begon men de Naam van de HEERE aan te roepen”[2].
Een exegeet noteerde daar bij: “De nadruk ligt niet op de naam JHWH, maar op de eredienst. Eerder hebben mensen met God gesproken nadat Hij het initiatief nam en hen aansprak (…), maar voortaan gaan mensen door het gebed -‘aanroepen van de naam’- ook spreken met God wanneer die afwezig lijkt. In het geslacht van Seth wordt geen melding gemaakt van uitvindingen en van machtsvertoon, er zijn ‘niet veel wijzen naar het vlees, niet veel invloedrijken, niet veel aanzienlijken’ (…), maar zij vertrouwen op God”[3].
Wat betekent dat: de Naam van God? Dat blijkt in Exodus 3:14: “En God zei tegen Mozes: Ik ben die Ik ben. Ook zei Hij: Dit moet u tegen de Israëlieten zeggen: Ik ben heeft mij naar u toe gezonden”[4]. Dat betekent: alleen de Náám al maakt duidelijk dat de almachtige God bij ons present is. Hij is erbij! De Heerser van de kosmos is volop actief!
Onze hulp is in de Naam van de Heere. Daarin kunnen wij bijvoorbeeld ook Deuteronomium 21 horen: “Daarna moeten de priesters, de zonen van Levi, naar voren komen, want hen heeft de HEERE, uw God, uitgekozen om Hem te dienen en om in de Naam van de HEERE te zegenen, en overeenkomstig hun uitspraak moet elk geschil en elke zaak van geweldpleging afgehandeld worden”[5].
De priesters zijn dus, om zo te zeggen, bemiddelaars tussen God en Zijn volk. Zij vertegenwoordigen de hoge God. Zij zijn de ambassadeurs van de hemelse Heer. Wie in de naam van de Here gezegend wordt, mag weten dat de grote God met hem meegaat, het dagelijkse leven in.
Door de eeuwen heen is die zegen gebleven. Nu wordt die zegen uitgesproken in kerkdiensten. Meteen aan het begin van de zondagse kerkdienst, bij de start van een nieuwe week, wordt het  duidelijk: wij wandelen met God, op weg naar de toekomst die Hij gereed maakt!
Onze hulp is in de Naam van de Heere. Die notie komen wij bijvoorbeeld ook tegen in Zacharia 14. In dat hoofdstuk “wordt (…) de wederkomst van Christus beschreven. Aan dit hoogtepunt gaat wel een dieptepunt vooraf, te weten de belegering van Jeruzalem. Het zal een vreselijke tijd zijn. Maar juist temidden van die ellende is er verlossing en mag rouwbeklag in gejuich overgaan”[6]. Zacharia zegt in dat verband: “De HEERE zal Koning worden over heel de aarde. Op die dag zal de HEERE de Enige zijn en Zijn Naam de enige”[7].
De Naam van de Verbondsgod overkoepelt dus heel de wereldgeschiedenis. Iedereen en alles krijgt met die Naam te maken. Zijn gezag is overweldigend. Zijn almacht is onontkoombaar!

Zijn macht kan niemand negeren.
Dat blijkt ook uit de woorden “Die hemel en aarde gemaakt heeft”. Wij hebben te maken met de Schepper van deze wereld. De Man waarover Jesaja 40 zegt: “Weet u het niet? Hebt u het niet gehoord? De eeuwige God, de HEERE, de Schepper van de einden der aarde, wordt niet moe en niet afgemat. Er is geen doorgronding van Zijn inzicht”[8]. Wilt u echt begrijpen wat God doet? Begin er maar niet aan. Dat wordt een vruchteloze zoektocht.
Welnu, die Schepper kent Zijn kinderen. In Jesaja 43 zegt de Schepper bij monde van Zijn profeet: “Maar nu, zo zegt de HEERE, uw Schepper, Jakob, uw Formeerder, Israël: Wees niet bevreesd, want Ik heb u verlost, Ik heb u bij uw naam geroepen, u bent van Mij”.
De Here laat Zich in Psalm 124 dus kennen als Degene die het meest dichtbij ons staat. De Man met de Naam kent ons bij naam.
Daarom is de zondagse eredienst in feite ook een heel intieme aangelegenheid!

Iemand vat de boodschap van Psalm 124 onder meer als volgt samen: “Het volk belijdt dat de Here de hulp gaf die het nodig had. Hij heeft gehandeld ten behoeve van Israël. Ondanks de uitzichtloze situatie waar het volk zich in bevond, bleek de Schepper van hemel en aarde, die zich aan zijn volk had verbonden, de Aanwezige. Die ervaring zet aan tot dankzegging en lofprijzing”[9].

Het is van enig belang het bovenstaande goed tot ons door te laten dringen.
Het was de Amsterdamse hoogleraar dr. G. van den Brink die jaren geleden – het was in mei 2007 – schreef: “Het lijkt soms wel of elke voorganger met een eigen zelfbedacht votum de dienst ingaat. De een maakt het nog fraaier dan de ander”.
En:
“Iemand moet ooit gedacht hebben: onze hulp is van de Here, dat is toch wel wat makkelijk gezegd. Het zal er om gaan dat ook onze verwachting van Hem is. Met enige nadruk werd dat dus toegevoegd. Totdat een ander bij zichzelf overwoog dat dat eigenlijk onvoldoende is. Want stel je voor dat onze verwachting wel van de Here is, maar daarnaast ook nog van andere instanties of personen. Die mogelijkheid moeten we toch bij de wortel afsnijden! Zo ontstond: ‘Onze hulp en onze enige verwachting’. Of men zegt, wat ook mooi klinkt: ‘Onze hulp en onze verwachting staan in de naam …’. Kijk, dan staat zo’n votum tenminste!”.
En:
“Waarom hier een punt van gemaakt? Allereerst omdat het bij het votum om Bijbelteksten gaat. Om precies te zijn om een zogeheten mengcitaat, bestaande uit fragmenten van respectievelijk Psalm 124 (:8), Psalm 146 (:6) en Psalm 138 (:8). Wie er woorden aan toevoegt, voegt dus toe aan de woorden van de Heilige Schrift. Het zou te kort door de bocht zijn om nu meteen op Openbaring 22:18 te wijzen, maar wel moeten we ons afvragen of de woorden van de Schrift in hun eenvoud soms niet krachtig genoeg zijn. Vervolgens hebben veel kerken orden van dienst met vastgestelde liturgische teksten. Daar kan men zich als individuele voorganger niet zomaar aan onttrekken. Deze berusten immers op afspraken die ooit gemaakt zijn, en waar wij als generatie die net komt kijken ons dankbaar bij mogen aansluiten. Wie er al te vrij mee omgaat, zondigt tegen de katholiciteit der kerk.
Minstens zo belangrijk is tenslotte dat liturgie mede bedoeld is om ons bestaan te dragen. Daarom moeten we er als gemeenteleden op aan kunnen. We hoeven niet als kinderen vermaakt te worden met nóg weer een andere zinswending”[10][11].

In onze tijd zitten de kerkdiensten in sommige kerkverbanden vol liturgische vrijheden. Daarom is het geen luxe om ons weer eens te confronteren met de kern van de zaak!

Noten:
[1] Psalm 124:8.
[2] Genesis 4:26 b.
[3] Geciteerd uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Genesis 4:25 en 26.
[4] Exodus 3:14.
[5] Deuteronomium 21:5.
[6] Geciteerd van https://www.amen.nl/artikel/415/zacharia-deel-17-christus-wederkomst-14-1-7 ; geraadpleegd op donderdag 5 november 2020.
[7] Zacharia 14:9.
[8] Jesaja 40:28.
[9] Geciteerd uit de onlineversie van de Studiebijbel; ‘Boodschap’ van Psalm 124.
[10] Dr. G. van den Brink, “Onze hulp…” – column in: Nederlands Dagblad, maandag 14 mei 2007, p. 7.
[11] Prof. dr. Gijsbert van den Brink is hoogleraar Theologie en wetenschap aan de Vrije Universiteit te Amsterdam.  

Geef een reactie »

Nog geen reacties.

RSS feed for comments on this post. TrackBack URI

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Blog op WordPress.com.