gereformeerd leven in nederland

28 december 2020

Wie geeft de toon aan?

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

Het gezin staat onder druk. Wij zien dat om ons heen. En wellicht weten we ’t ook uit eigen ervaring.
Nu is dat niet iets van de laatste tijd. Het Groningse hoofd der school W. Meijer (1904-1996) publiceerde in 1972 het boekje “Leven met Christus in het gezin”. Daarin staan onder meer hoofdstukken over ‘Het gebed in het gezin’, ‘De Schriftlezing in het gezin’, ‘Het gesprek in het gezin’ en ‘Bedreigingen van het gezin’.
Ergens achterin dat boekje staat geschreven: “Maar als we – zonder het misschien ten volle te beseffen – toch in onze gezinnen proberen twee heren te dienen, dan is er geen toekomst voor ons en voor onze kinderen. Laat toch de oude profeet uit Bethel ons een baken in zee zijn, de profeet, die zelf thuis bleef van de kalverendienst van Jerobeam maar wiens zonen, wiens nageslacht wél het grote feest van het syncretisme, van de vermenging van godsdienst en afgodendienst, meevierden (1 Koningen 12 en 13). Ik vrees, dat deze figuur in geestelijk opzicht een ontelbaar nageslacht heeft, ook in onze dagen. Volgen we hem – dan is ook het nageslacht, dat wij bezig zijn door Gods machtige hand te laten komen, in dodelijk gevaar. Ik vraag me wel eens af of we ons wel voldoende bewust zijn, dat we niet alleen de leiding hebben gekregen van een gezin, maar dat ook de toekomst van een heel nageslacht door God in onze handen is gelegd. Want de Here werkt door de geslachten doch hij schakelt mensen in – en die mensen zijn wij. En daar vallen dan de ongetrouwden onder ons en de kinderloze echtparen niet buiten – beslist niet. Hoeveel ongehuwden en hoeveel mannen en vrouwen, aan wie God de kinderzegen heeft onthouden, zijn juist tot bijzonder grote zegen geworden voor kinderen uit de buurt, uit de familie, uit de kring van kennissen en uit de hele brede kring van de kerk”[1].

Meijer wijst erop dat gezinnen geen twee heren kunnen dienen. Die term ‘twee heren dienen’ gaat terug op Lucas 16. Die heeft alles te maken met trouw; trouw aan onze God, wel te verstaan. Leest u maar mee: “Wie trouw is in het minste, is ook in het grote trouw. En wie onrechtvaardig is in het minste, is ook in het grote onrechtvaardig. Als u dan wat betreft de onrechtvaardige mammon niet trouw bent geweest, wie zal u het ware toevertrouwen?
En als u wat betreft het goed van een ander niet trouw bent geweest, wie zal u het uwe geven? Geen huisslaaf kan twee heren dienen, want hij zal of de ene haten en de ander liefhebben, of hij zal zich aan de ene hechten en de ander minachten. U kunt niet God dienen en de mammon”[2].
Meijer stelt in feite: we moeten ervoor oppassen dat wij ons leven in vakjes verdelen: een laatje voor dít, een hokje voor dát. Wie God trouw dient is een voorbeeld voor zijn omgeving. Voor zijn vrouw en zijn kinderen, bijvoorbeeld. En we mogen het elkaar voorhouden: goed voorbeeld doet goed volgen. In onze gezinnen moeten we onszelf oefenen in aanhankelijkheid aan God. In ons gezinsleven is toewijding aan onze God van groot belang.

Daar kan zomaar wat slijtage in komen. Zo van: wij leven voor God, maar we moeten het onszelf in deze moeilijke tijd wel een beetje gemakkelijk maken. Met andere woorden: we dienen God en wij dienen onszelf. Dat wilde Jerobeam doen, in 1 Koningen 12: “Daarom pleegde de koning overleg en maakte twee gouden kalveren. Hij zei tegen het volk: Het is te veel voor u om op te trekken naar Jeruzalem. Zie uw goden, Israël, die u uit het land Egypte hebben doen optrekken. En hij plaatste het ene in Bethel, en het andere zette hij in Dan. Dit werd aanleiding tot zonde, want het volk liep vóór het ene uit, tot aan Dan toe. Hij maakte ook een godshuis op de offerhoogten en hij stelde priesters aan uit alle geledingen van het volk, die niet tot de nakomelingen van Levi behoorden. Verder stelde Jerobeam een feest in voor in de achtste maand, op de vijftiende dag van de maand, zoals het feest dat in Juda gevierd werd, en hij besteeg dan het altaar. Zo deed hij ook in Bethel door offers te brengen aan de kalveren die hij gemaakt had. Hij stelde ook in Bethel priesters aan voor de offerhoogten die hij gemaakt had”[3].
Heel veel mensen kennen wel de slogan: ‘Een beetje van jezelf en een beetje van Maggi’. Iemand noteerde daar eens bij: “Als er één reclameslogan is die getuigt van inzicht in het menselijk gedrag, is het deze van Maggi wel. Hoewel hij al jaren meegaat, neemt de actualiteit alleen maar toe. De werkelijkheid is uiteraard dat bijna alles van Maggi komt, maar dat je zelf net kunt doen of het van jou is”[4]. Precies datzelfde kunstje haalt Jerobeam uit in 1 Koningen 12. Als wij niet uitkijken worden wij daar ook heel goed in.

Meijer schrijft verder: “Hebreeën 11 toont ons, welke krachten er los komen door de werking van Gods Geest als we medewerkers willen zijn met die Geest en als we uit het geloof en door het geloof alleen willen leven. Dit hoofdstuk geeft de galerij der geloofsgetuigen. We kunnen ook zeggen: dit hoofdstuk toont ons de rij van de door-het-geloof-getrouwen.
Hebreeën 12 geeft – als vervolg daarop – de opwekking om in die trouw te volharden en niet te gauw te denken, dat we al heel wat ‘gepresteerd’ hebben: ‘Gij hebt nog niet ten bloede toe weerstand geboden in uw worsteling tegen de zonde’. Onder die ‘zonde’ kunnen we ook gerust besluiten traagheid, laksheid, matheid, zelfvoldaanheid en wereldgelijkvormigheid”[5].
Einde citaat.
Wij moeten – met andere woorden – “afleggen alle last en de zonde, die ons zo gemakkelijk verstrikt”[6]. Wie in de renbaan van het leven heel erg zijn best moet doen om bij te blijven – en wie moet dat in de kerk niet? – dient alle bagage die het lopen zwaarder maakt weg te leggen. Da’s logisch. Anders word je sneller moe; zo moe dat je struikelt over je eigen benen… Een jogger gaat bij voorkeur ook niet hardlopen als hij een zware rugzak op heeft. 
De vraag is: wat geeft de toon aan in ons gezinsleven? Meer precies: Wie bepaalt de toonhoogte in ons gezinsleven?

In ons leven vraagt de Here niet van ons dat wij overal een graantje van meepikken. In onze gezinnen moeten we keuzes maken die altijd en overal terug te voeren zijn op Gods Woord!

Noten:
[1] W. Meijer, “Leven met Christus in het gezin”. – Groningen: Uitgeverij De Vuurbaak, derde druk, [1976]. – p. 95 en 96.
[2] Lucas 16:10-13.
[3] 1 Koningen 12:28-32.
[4] Geciteerd van https://www.adformatie.nl/pr/een-beetje-van-jezelf-en-een-beetje-van-maggi ; geraadpleegd op dinsdag 22 december 2020.
[5] W. Meijer, a.w., p. 96.
[6] Hebreeën 12:1.

Geef een reactie »

Nog geen reacties.

RSS feed for comments on this post. TrackBack URI

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Blog op WordPress.com.

%d bloggers liken dit: