gereformeerd leven in nederland

26 februari 2021

Gods trouw versus een massa leugenaars

Gods Woord is het belangrijkste geschrift dat wij kennen. Daarna is er een hele poos niks. Ten langen leste komen onze eigen boeken aan de orde. Nee, er is geen publicatie die aan de Bijbel tippen kan. Er is geen krant die meer gezag heeft dan Zijn Woord. Er is geen enkele menselijke gedachte die het Goddelijk niveau haalt.
Met de Nederlandse Geloofsbelijdenis zeggen wij dat ook: “Men mag ook geen geschriften van mensen, hoe heilig de schrijvers ook geweest zijn, op één lijn stellen met de goddelijke Schriften, ook de gewoonte niet met Gods waarheid — want de waarheid gaat boven alles —; evenmin het grote aantal, de ouderdom, de ononderbroken voortgang in de tijden of de opvolging van personen, of de concilies, decreten of besluiten. Want alle mensen zijn uit zichzelf leugenaars -Psalm 116:11- en ijdeler dan de ijdelheid zelf”[1].

De mensen zijn leugenaars, poneren wij. En dan verwijzen we naar Psalm 116. Niet naar de Schriftverwijzingen onder het artikel, maar naar het artikel zelf. Blijkbaar moet die Psalm voor in ons geheugen zitten.
Wat? Moeten we uitgerekend Psalm 116 kennen als we stellen dat alle mensen van zichzelf leugenaars zijn? Dat is nota bene de psalm waarin we zo graag zingen over de liefde van de hemelse God!
Velen kunnen ‘m meezingen:
“God heb ik lief, want die getrouwe HEER
hoort naar mijn stem, mijn smekingen, mijn klagen.
Hij neigt zijn oor, ‘k roep tot Hem al mijn dagen.
Hij schenkt mij hulp, Hij redt mij keer op keer”.
Het gaat in dit lied blijkbaar van de liefde naar de leugen!

Wat is de situatie in Psalm 116?
In dat kerklied blijkt dat de dichter in grote nood is geweest. Hij was echt ten einde raad. Hoe het nu toch verder moest… hij wist het echt niet meer.
En toen was daar opeens de ommekeer. Van het ene op het andere moment. Wat gebeurde er dan? De dichter ging in gebed. Leest u maar mee:
“Banden van de dood hadden mij omvangen,
angsten van het graf hadden mij getroffen,
ik ondervond benauwdheid en verdriet.
Maar ik riep de Naam van de HEERE aan:
Och HEERE, bevrijd mijn ziel!”[2].
En God verhoorde het gebed van Zijn hulpeloze kind!

In Psalm 116 is het gebed de noodknop.
Maar let wel: het gebed is geen knopje voor een automatische afstandbediening. Zo van: druk op de knop, en er komt onmiddellijk hulp aangesneld. Of ook: druk op de knop, en de noodtoestand kan meteen worden opgeheven.
In zijn tijd is de profeet Habakuk daar ook achter gekomen. In hoofdstuk 1 verzucht hij: “U bent te rein van ogen om het kwade aan te zien, moeite kunt U niet aanschouwen. Waarom aanschouwt U wie trouweloos handelen, zwijgt U, wanneer een goddeloze hem verslindt die rechtvaardiger is dan hijzelf?”[3].
De apostel Paulus schrijft in zijn brief aan de christenen in Philippi, hoofdstuk 4: “Wees in geen ding bezorgd, maar laat uw verlangens in alles, door bidden en smeken, met dankzegging bekend worden bij God en de vrede van God, die alle begrip te boven gaat, zal uw harten en uw gedachten bewaken in Christus Jezus”[4]. Bidden is noodzakelijk, zegt Paulus. Maar daarna noteert hij niet dat direct aan onze verlangens tegemoet gekomen wordt.
Ons gebed van vandaag heeft lang niet altijd tot gevolg dat wij morgen uit de problemen zijn!

Wij gaan terug naar Psalm 116.
Na zijn redding weet de dichter het zeker:
“God heb ik lief, want die getrouwe HEER
hoort naar mijn stem, mijn smekingen, mijn klagen”.
Echter – ook in zijn nood heeft de dichter het eigenlijk altijd wel geweten: op de God van hemel en aarde kun je vast vertrouwen. Het is de dichter genoegzaam bekend: God laat mij nooit in de steek.

Intussen weet de dichter heel goed: mensen stellen je zomaar teleur. Ze beloven dat ze je zullen helpen. Maar juist als je hen dringend nodig hebt zijn ze weg. Uitgerekend dan zijn ze in geen velden of wegen te bekennen.
En de psalmist is heel duidelijk: als je structurele assistentie nodig hebt, ga dan naar de God van het verbond; Hij is altijd beschikbaar om steun en leiding in het aardse leven te geven. Als je in grote nood zit is er uiteindelijk slechts één uitweg: het pad naar de troonzaal van de hoge God. In de stijl van Psalm 5:
“Maar ik zal dankbaar binnentreden
het heiligdom aan U gewijd,
dank zij Uw goedertierenheid.
Ik zal met ootmoed mij bekleden
in mijn gebeden”[5].

Van zichzelf zijn alle mensen leugenaars. Gereformeerden belijden dat, ook anno Domini 2021, zonder terughoudendheid. En zij noemen Psalm 116 daar in één adem bij.
Soms zingen zij het, in de kerk of thuis:
“Ik heb geloofd, ook in mijn diepe smart,
zelfs toen ik sprak: In angst vergaat mijn leven,
aan niemand kan ik ooit vertrouwen geven,
de leugen woont in ieder mensenhart”.
De reden daarvan is nu wel duidelijk: Gods trouw komt des te sterker uit als we de ontrouw van de mensen er tegenover zetten.
Die geloofskennis is van eminent belang, zeker ook in deze tijd.

Een recent voorbeeld. Op vele fronten wordt gestreden tegen het COVID 19-virus. Maar de manier waarop dat gebeurt wekt, zacht gezegd, niet altijd even veel vertrouwen.
In dat verband een kenmerkend citaat uit het Nederlands Dagblad: “De avondklok wordt nu opgenomen in de coronawet, de juridische basis onder de rest van de coronamaatregelen. Het kabinet nam de avondklok vorig jaar niet in die wet op, maar deed bij de invoering een beroep op een bijzondere noodwet uit 1996. Die route beoordeelde de rechter deze week als ‘niet legitiem’. Want acute nood – zoals bij een dijkdoorbraak – ontbrak. Het gevolg, foeterde de Kamer, is dat het vertrouwen in het coronabeleid een fikse deuk heeft opgelopen[6].
Wie werkt er naar het Woord van God, zorgvuldig en rechtvaardig? Wie spreekt de waarheid? En wie kunnen wij nog vertrouwen?
De vader van schrijver dezes, H.P. de Roos te Haren, schreef in verband met de strijd tegen het COVID 19-virus op vrijdag 19 februari jongstleden aan zijn kinderen: “We zijn er nog lang niet af. Tenzij de Heere ingrijpt en bepaalt dat het nu genoeg is. Hoeveel mensen zouden door deze crisis tot inkeer zijn gekomen, met de gedachte dat het zo niet moet, met de welvaartsjacht en de daaruit voortkomende stress? En bovenal: tot de erkenning dat er toch een God is?”[7]. Laten we een dikke streep onder die laatste vragen zetten, en vervolgens indringend bidden om bekering van het ganse volk!

Noten:
[1] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 7.
[2] Psalm 116:3 en 4.
[3] Habakuk 1:13.
[4] Philippenzen 4:6 en 7.
[5] Psalm 5:5 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.
[6] Geciteerd uit: “Avondklok blijft, maar Kamer zet ‘sein op oranje’”. In: Nederlands Dagblad, vrijdag 19 februari 2021, p. 1.
[7] Geciteerd uit: Familiemail 2021-07, gedateerd op vrijdag 19 februari 2021.

25 februari 2021

Te wapen!

Donderdag 18 februari 2021 – de dj Giel Beelen wordt geïnterviewd in het Nederlands Dagblad. Wat is zijn houvast? Waar leeft hij voor?
Beelen oreert: “Ik geloof dat wij met z’n allen God zijn. Het is te vergelijken met de zon die alles is en wij zijn de stralen. Wie is dan de zon? Dat zijn wij allemaal bij elkaar. Dat betekent dat je liefde en troost bij alles en iedereen kunt zoeken. Dat maakt het ook lastig. Het is net als de goudvis die niet weet wat water is, want dat is overal. In hoeverre is water houvast voor een goudvis? Stiekem is dat létterlijk zijn houvast. Maar zo ziet ‘ie het zelf waarschijnlijk niet. Zo is het denk ik ook met liefde. Doordat die er overal is, zien we die niet altijd. Houvast is dus voor mij iets wat vaststaat: de liefde en de dood”[1].
Giel Beelen leeft, om zo te zeggen, zo horizontaal mogelijk.

Gereformeerden leven daarentegen zo verticaal mogelijk. Dat zien wij bijvoorbeeld in 1 Thessalonicenzen 2, waar de apostel Paulus schrijft: “Daarom danken ook wij God zonder ophouden dat u, toen u van ons het gepredikte Woord van God hebt ontvangen, het ook aangenomen hebt, niet als een mensenwoord, maar -zoals het werkelijk is- als Gods Woord, dat ook werkzaam is in u die gelooft”[2].
We zullen ons er steeds van bewust moeten zijn dat rechtgeaarde christenen dwars tegen het moderne levensgevoel in gaan!

Dat werkt niet bepaald bemoedigend.
Dat is in Paulus’ tijd ook al zo. Hij schrijft dat hij in Philippi mishandeld is. Men heeft hem beledigd. De apostel heeft zogezegd alle reden om aangifte te doen van smaad.
Men zou denken dat je vervolgens het evangelisatiewerk wel stopzet. Het is immers parels voor de zwijnen werpen? Het tegendeel is echter het geval. De Godsgezant vat nieuwe moed om zijn arbeid voort te zetten. Maar in Thessalonica wordt het hem ook al niet makkelijk gemaakt. Zegt u nu zelf: daar zakt je de moed toch van in de schoenen?
Paulus houdt echter vol. Waarom? Hij preekt en schrijft niet om de mensen te plezieren. Ach nee, rijk hoeft hij er ook niet van te worden. En nee, het is niet Paulus’ bedoeling om furore te maken als begaafd prediker.
Alles draait om de God van hemel en aarde. Hij moet alle eer ontvangen!

Paulus heeft in Thessalonica zo heilig, eerlijk en zuiver mogelijk geleefd. Heeft dat dan de Thessalonicenzen over de drempel van de kerk getrokken? Nee, dat niet. De Here Zelf, Paulus’ Opdrachtgever, heeft mensen geroepen om Zijn kinderen te worden. Dat er in Thessalonica een kerk is, is te danken aan de werkkracht van Jezus Christus, de Heiland!

Met de Nederlandse Geloofsbelijdenis spreken gelovigen uit: “Wij ontvangen al deze boeken, en deze alleen, als heilig en canoniek, om ons geloof daarnaar te richten, daarop te gronden en daarmee te bevestigen. En zonder in enig opzicht te twijfelen geloven wij alles wat zij bevatten”[3].

Twijfelen we dan nooit aan de waarheid van Gods Woord? Wellicht wel. De Gereformeerd-vrijgemaakte predikant C.G. Bos (1909-1988) merkte daarover eens op: “Nooit moeten wij de vastheid van ons geloof ergens anders zoeken, bijvoorbeeld in onszelf, in wat we zelf zijn, doen, ervaren. Altijd moeten wij het anker van ons geloof uitwerpen in de vaste grond van Gods Woord, Gods beloften” (…) Wij moeten “de versterking van ons geloof ook gedurig weer zoeken in Gods Woord. Het geloof staat gedurig weer bloot aan allerlei aanvechting. Om daartegen sterk te staan, moeten wij ons wapenen met Gods Woord”[4].
Twijfelen is gezond, zeggen de mensen. Daaraanvolgend komen zij dan met uitlatingen als: de dag dat je stopt met twijfelen aan jezelf, is de dag dat je stopt met groeien. En: aan jezelf twijfelen is geen vijand, de bereidheid om onzeker te zijn betekent dat je openstaat om te leren. En: echt zelfvertrouwen is niet geloven dat je perfect bent, het is weten dat je goed genoeg bent. En: je bent een ‘work in progress’ en dat is goed. En: in staat zijn om aan jezelf te twijfelen betekent dat je bescheiden en dankbaar bent[5].
Nu is enige zelfrelativering nooit weg.
Maar we mogen nooit vergeten dat twijfel uit onszelf komt. De God van het verbond doet in Zijn Woord alle mogelijke moeite om ons ervan te overtuigen dat wij nimmer aan Hem hoeven te twijfelen. En wie dat wel doet, mag bidden: laat de Heilige Geest mij weer overtuigen van uw Waarheid. Oftewel: geef mij Uw wapenrusting. U weet wel – die van Efeziërs 6: “En neem de helm van de zaligheid en het zwaard van de Geest, dat is Gods Woord”[6].

“Ik geloof dat wij met z’n allen God zijn”, zegt Giel Beelen. Wie zulke dingen leest, beseft dat kerk en wereld steeds scherper tegenover elkaar komen te staan. Het wordt steeds moeilijker om de wereld te bereiken. De wereld begrijpt de kerk niet. En de kerk begrijpt de wereld niet.
In die maatschappij moeten wij het maar goed vasthouden: Gods Woord is op allerlei manieren werkzaam in gelovige mensen!

Noten:
[1] ‘Wij zijn met z’n allen God’. In: Nederlands Dagblad, donderdag 18 februari 2021, p. 24.
[2] 1 Thessalonicenzen 2:13.
[3] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 5.
[4] C.G. Bos, “Geloven en belijden 1 – Toelichting op de Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikelen 1-19”. – Groningen: De Vuurbaak bv, 1977. – p. 31.
[5] Zie hiervoor https://herhealth.nl/13-redenen-waarom-mensen-die-aan-zichzelf-twijfelen-juist-enorm-sterk-zijn/ ; geraadpleegd op donderdag 18 februari 2021.
[6] Efeziërs 6:17.

24 februari 2021

Geschreven voor alle generaties

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Het Woord van God is in zekere zin een heel progressief boek. Er zit progressie in, vooruitgang. Er wordt veel vooruit gekeken. Neem nou Psalm 102:
“Dit wordt beschreven voor de volgende generatie.
Het volk dat geschapen wordt, zal de HEERE loven”[1].
U ziet het: het wachten is op het volgende geslacht.

Het loont de moeite om die woorden in Psalm 102 in hun context te citeren:
“De heidenvolken zullen de Naam van de HEERE vrezen,
alle koningen van de aarde Uw heerlijkheid,
wanneer de HEERE Sion heeft opgebouwd,
in Zijn heerlijkheid verschenen is,
Zich gewend heeft tot het gebed van de allerarmsten,
en hun gebed niet heeft veracht.
Dit wordt beschreven voor de volgende generatie.
Het volk dat geschapen wordt, zal de HEERE loven.
Want Hij heeft uit Zijn heilige hoogte neergezien,
de HEERE heeft uit de hemel op de aarde neergekeken,
om het gekerm van de gevangenen te horen,
om los te maken wie ten dode zijn opgeschreven,
zodat men van de Naam van de HEERE zal vertellen te Sion
en Zijn lof in Jeruzalem,
wanneer de volken tezamen bijeen zullen komen,
en de koninkrijken, om de HEERE te dienen”[2].

Een exegeet schrijft: “De psalm is van een onbekende dichter en lijkt afkomstig uit de Babylonische of Perzische periode toen Jeruzalem verwoest en nog niet herbouwd was”[3]. Het lijkt erop dat de psalmist een koning van Juda is.
De schrijver van deze psalm is doodziek. En hij is tot de conclusie gekomen dat die ziekte van God komt. Het gevolg daarvan is dat vijanden nu van zijn zwakheid gebruikmaken. Bovendien wordt de stad van God, Jeruzalem, niet in oude luister hersteld. Daar heeft heel het volk onder te lijden. De bede van de kerkliedschrijver is indringend en niet voor misverstand vatbaar: ‘Here, God van het verbond, grijp toch in! Nu!’.
De koning wendt zich in grote nood tot de Koning!

De psalmschrijver noteert: ‘Dit wordt beschreven voor de volgende generatie’. De bede moet dus worden doorgegeven. Kinderen, kleinkinderen, achterkleinkinderen en alle geslachten moeten het leren: als je in grote nood bent, is de weg naar de God van het verbond nog open. Alle mensen moeten het beseffen: als je zelf niet meer in oplossingen denkt, is de weg naar de hemel nog altijd begaanbaar. In de troonzaal van de Heer van de kosmos wordt scherp geluisterd naar de gebeden die Gods kinderen uitspreken!

Met de Nederlandse Geloofsbelijdenis spreken Gereformeerden uit: God heeft “in zijn bijzondere zorg voor ons en ons behoud zijn knechten, de profeten en apostelen, geboden zijn geopenbaarde Woord op Schrift te stellen”[4].
In de kerk mogen we, op basis daarvan, vrijuit zeggen: er is verlossing, ook als je zelf niet meer in oplossingen denkt.

In de krant kan men lezen dat de toestand van de jeugd zorgelijk is. De christelijke organisatie Youth for Christ, die aan jongeren praktische hulp en ondersteuning biedt, windt er geen doekjes om: “Jongeren voelen zich lusteloos, worden depressief, ontwikkelen concentratiestoornissen en zijn eenzaam door het wegvallen van waardevolle relaties. Onze jongerenwerkers horen steeds meer verhalen van jongeren die rondlopen met gedachten over zelfdoding. Ook zien we dat uitzichtloosheid ervoor kan zorgen dat jongeren vatbaar worden voor destructief en gewelddadig gedrag”. Het is, zegt Youth for Christ, zo dat “een volwassen wereld die verhardt en verkilt en vanuit populistische standpunten naar de ontwikkelingen onder jongeren kijkt, rampzalig is voor de identiteitsontwikkeling van de opgroeiende generatie”[5].
Het is heel goed voor te stellen dat jongeren het moeilijk hebben.
Dat geldt trouwens net zo goed voor de wat oudere mensen.
Voor ons allen geldt echter: Gods Woord wordt doorgegeven. En ja, ook de inhoud van Psalm 102 wordt overgedragen aan volgende generaties. Laten we maar eerlijk zijn: dat kerklied staat vol problemen. We hebben te maken met een dichter die lichamelijk en geestelijk aan het einde van z’n Latijn is, tranen vloeien in overvloed, men hoort gekerm van gevangenen, er zijn mensen die ten dode opgeschreven zijn… het is nota bene nog erger dan een coronacrisis!
Maar er blijkt meer te zijn dan die problemen.
Kijkt u maar naar het slot van Psalm 102:
“U hebt voorheen de aarde gegrondvest,
de hemel is het werk van Uw handen.
Die zullen vergaan, maar Ú zult standhouden;
zij alle zullen verslijten als een kleed.
U zult ze verwisselen als een gewaad
en zij zullen verdwijnen.
Maar U blijft Dezelfde,
aan Uw jaren zal geen einde komen.
De kinderen van Uw dienaren zullen veilig wonen,
hun nageslacht zal voor Uw aangezicht bevestigd worden”[6].
Bij de God van hemel en aarde zijn we veilig. Of het nu op aarde is of in Zijn eigen woonplaats – de hemel.

Gods Woord is op schrift gesteld. We kunnen het lezen. De blijde Boodschap is: Jezus Christus heeft overwonnen. Dat blijde bericht mag en moet doorgegeven woorden aan de generaties die er nu zijn en die er straks komen. Ook in 2021. Ook in coronatijd.

Noten:
[1] Psalm 102:19.
[2] Psalm 102:16-23.
[3] Geciteerd uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Psalm 102.
[4] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 3.
[5] “Youth for Christ bezorgd over jeugd”. In: Reformatorisch Dagblad, woensdag 17 februari 2021, p. 3.
[6] Psalm 102:26-29.

23 februari 2021

Schriftuurlijke dwaasheid

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Wij zijn gered door Jezus Christus – de Man die voor onze zonden aan het kruis hing. Dat bericht wordt overal en nergens op de wereld geproclameerd. Het wordt gepreekt. Er is redding voor wie dat bericht gelooft.
Dat is, op z’n zachtst gezegd, heel merkwaardig. Het klinkt ongerijmd. Het is een bijna kolderieke boodschap. Gered door Iemand die aan een kruis hangt? Is dat niet heel gek?

Inderdaad – niettemin is het de waarheid. De apostel Paulus beschrijft het in 1 Corinthiërs 1 zo: “Want het woord van het kruis is voor hen die verloren gaan wel dwaasheid, maar voor ons die behouden worden, is het een kracht van God. Want er staat geschreven: Ik zal de wijsheid van de wijzen verloren doen gaan en het verstand van de verstandigen zal Ik tenietdoen. Waar is de wijze? Waar de schriftgeleerde? Waar de redetwister van deze wereld? Heeft God niet de wijsheid van deze wereld dwaas gemaakt? Want omdat, in de wijsheid van God, de wereld door haar wijsheid God niet heeft leren kennen, heeft het God behaagd door de dwaasheid van de prediking zalig te maken hen die geloven”[1].

Mensen hebben de onbedwingbare neiging om dat Evangelie te vergeten.
Net zoals zij de drang hebben om ergerniswekkende gebeurtenissen en onbegrijpelijke processen zo snel mogelijk te deleten. Het was de schrijver Harry Mulisch (1927-2010) die in zijn boek ‘De ontdekking van de hemel’ schreef: “Politiek zou zonder het slechte geheugen van de mensheid helemaal niet mogelijk zijn”[2]. En Godfried Bomans (1913-1971) noteerde eens: “Veel mensen danken hun goed geweten aan hun slecht geheugen”[3].
Alleen al vanwege dat slechte geheugen moet het Evangelie steeds weer rondgebazuind worden: geloof de Schriftuurlijke dwaasheid!

In de profetie van Jeremia klaagt de hemelse God erover dat Zijn volk zo vergeetachtig is. In hoofdstuk 2 zegt Hij bij monde van de profeet: “Zou een jonge vrouw haar sieraad vergeten, een bruid haar gordels? Toch heeft Mijn volk Mij vergeten, dagen, niet te tellen”[4]. En even verder, in hoofdstuk 3, wordt gezegd: “Er wordt een geluid gehoord op de kale hoogten, een geween, smeekbeden door de Israëlieten, want zij hebben hun weg krom gemaakt, zij hebben de HEERE, hun God, vergeten”[5].
Het zit diep blijkbaar geworteld in mensenharten: we kunnen God wel vergeten; we redden onszelf wel.
Het een-voudige Evangelie wijst echter één richting uit: naar de redder Jezus Christus. Hoe paradoxaal dat ook klinkt: juist die eenvoudige redding drukken wij zomaar uit ons leven weg!  

Ten diepste ligt daarin de reden dat Gereformeerden zo hun best doen om kerkdiensten te blijven beleggen. Daarin ligt de reden dat zij, waar dat kan, Bijbelstudieverenigingen oprichten om samen met anderen Gods Woord beter te leren kennen. Daarin ligt de reden dat er kerkelijke bladen verschijnen om lezers wijs te maken en de weg te wijzen.

Hebben wij aan het einde van ons aardse leven een soort superkennis van God? Nee, dat niet. Terecht schreef een dominee eens: “Door Gods openbaring is er wel rechte kennis van God mogelijk (…), maar geen volkomen kennis. Hoe zouden wij, kleine, nietige mensen, de grote en heerlijke God volkomen kunnen kennen? Nog minder, dan dat een vingerhoed al het zeewater zou kunnen bevatten, want de zee heeft tenslotte nog een bodem en stranden, maar God is onbegrijpelijk, alomtegenwoordig. Maar zoals een kleine vingerhoed toch wel echt zeewater kan bevatten, kunnen ook wij toch wel rechte kennis hebben van God”[6].

In de Nederlandse Geloofsbelijdenis belijden Gereformeerde mensen: God maakt “Zichzelf nog duidelijker en volkomener aan ons bekend door zijn heilig en goddelijk Woord, namelijk voor zover dat voor ons in dit leven nodig is tot zijn eer en tot behoud van de zijnen[7]. Volledige kennis van God zit er hier op aarde niet in, maar we kunnen God goed genoeg kennen om te weten wie Hij is en hoe Hij ons behoudt.

De dichter van Psalm 119 zegt:
“Uw woord is een lamp voor mijn voet
en een licht op mijn pad”[8].
Als wij in en voor de kerk actief zijn, zijn we – om zo te zeggen – bezig met de juiste belichting van ons leven. Het is onze innige wens dat ons leven optimaal belicht wordt.
Er zijn nog wel donkere plekken op onze wegen. Die worden deels veroorzaakt door broeders en zusters die hun verlichting niet voor elkaar hebben. Dat zijn de kerkleden die hun gaven niet, of slechts heel traag, inzetten tot nut en heil van de andere kerkleden[9]. Wie op zo’n donkere plaats is, moet maar gauw in de dichtstbijzijnde lichtkring gaan staan!

Gereformeerden leren in de kerk vergeetachtigheid af. Zij leren daar om bij de les te blijven.
Dat brengt ons tenslotte bij de vijfentachtigste Psalm. In dat kerklied leren we om trouw te blijven aan de Schriftuurlijke dwaasheid van het Evangelie:
“Toon ons uw heil en goedertierenheid;
ik ben o God tot luisteren bereid.
Gij zijt het die uw volk van vrede spreekt,
tenzij het dwaas is en de trouw verbreekt”[10].

Noten:
[1] 1 Corinthiërs 1:18-21.
[2] Geciteerd van https://citaten.net/zoeken/citaten_van-harry_mulisch.html ; geraadpleegd op dinsdag 16 februari 2021.
[3] In: Godfried Bomans, “Aforismen – gekozen en ingeleid door Gerd de Ley”. – Amsterdam: Elsevier Uitgeversmaatschappij, 1977. – 80 p.
[4] Jeremia 2:32.
[5] Jeremia 3:21.
[6] Dat schreef de Gereformeerd-vrijgemaakte predikant C.G. Bos (1909-1988). In: C.G. Bos, “Geloven en belijden 1 – Toelichting op de Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikelen 1-19”. – Groningen: De Vuurbaak bv, 1977. – p. 19.
[7] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 2.
[8] Psalm 119:105.
[9] De formulering van deze zin is ontleend aan: Heidelbergse Catechismus – Zondag 21, antwoord 55: ieder is verplicht “zijn gaven tot nut en heil van de andere leden gewillig en met vreugde te gebruiken”.
[10] Dit zijn woorden uit Psalm 85:2 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.

22 februari 2021

Eénvoudig Wezen

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Iemand twitterde op maandag 8 februari jongstleden: “Kop in Trouw: ‘Na corona legt sneeuw het land stil’. God heeft nog meer pijlen op Zijn boog…”[1]. Die twitteraar raakte een belangrijk punt aan. Jan en alleman spreekt over COVID-19, en de gevolgen daarvan. Maar Gods naam wordt daar niet bij genoemd. God wordt daar niet bij betrokken.

De mensen willen de wereldproblemen zelf oplossen. Het COVID 19-virus wordt bestreden vanuit menselijke vindingrijkheid en intelligentie. Dat COVID-19 een boodschap van God brengt is voor velen niet aan de orde. Dat dat virus een oordeel van God kan zijn, dat bedenken velen niet.

Heel wat mensen denken wel dat er iets hogers is. Of een hogere macht, desnoods. Maar verder gaat men vaak niet.

Daartegenover belijden Gereformeerden dat God Iemand is[2]. Hij is een Persoon. In Exodus 3 lezen wij: “En God zei tegen Mozes: Ik ben de Ik ben. Ook zei Hij: Dit moet u tegen de Israëlieten zeggen: Ik ben heeft mij naar u toe gezonden. Toen zei God verder tegen Mozes: Dit moet u tegen de Israëlieten zeggen: De HEERE, de God van uw vaderen, de God van Abraham, de God van Izak en de God van Jakob, heeft mij naar u toe gezonden. Dit is voor eeuwig Mijn Naam, dit is Mijn Naam ter gedachtenis, van generatie op generatie. Ga, verzamel de oudsten van Israël en zeg tegen hen: De HEERE, de God van uw vaderen, is aan mij verschenen, de God van Abraham, Izak en Jakob. Hij zei: Ik heb zeker naar u omgezien en naar wat u in Egypte wordt aangedaan”[3].
De hemelse God is volop actief. Hij stuurt mensen aan. Hij ziet wat er gebeurt. Niet maar voor een poosje. In heel de wereldgeschiedenis is God aan het werk.

God is eenvoudig. Dat betekent niet dat God simpel is. Het houdt in: God is, om zo te zeggen, een Persoon uit één stuk. God heeft niet allerlei eigenschappen die aan elkaar tegengesteld zijn: goedheid tegenover hardheid, liefde tegenover haat enzovoort. De Gereformeerd-vrijgemaakte dominee C.G. Bos (1909-1988) formuleerde het eens zo: “Wij belijden de eenvoudigheid van God, dat er in God niet een veelheid van deugden of eigenschappen, wezenskenmerken is, die naast elkaar of zelfs tegenover elkaar gesteld kunnen worden. Maar wat God is, dat is Hij helemaal”[4].

Nu lezen we in de Bijbel dat God de goddelozen haat. Hoe kan dat? Antwoord: iedereen die Gods liefde bederft, krijgt te maken met Zijn afschuw. En vooral ook met Zijn toorn. Wat dit betreft geldt ook: Zoals de Vader is, zo zijn de kinderen. Kijk bijvoorbeeld maar in Psalm 97:
“U die de HEERE liefhebt, haat het kwade.
Hij bewaart de ziel van Zijn gunstelingen,
Hij redt hen uit de hand van de goddelozen”[5].

Met de Nederlandse Geloofsbelijdenis mogen wij uitspreken: God is een “éénvoudig geestelijk wezen”[6]. Achter die woorden schittert liefde voor Gods kinderen. Dat is een liefde die nimmer bekoelt of breekt. We gaan er gaandeweg steeds meer van merken. En het hoogtepunt ervan zien we als de nieuwe hemel en de nieuwe aarde komen!

Het komt aan op geloof. Maar niet op de manier zoals de bekende voetbaltrainer Louis van Gaal dat bedoelt: ‘Je moet geloof hebben in jezelf. Want dat is belangrijk!’[7].
Van Gaal verloor zijn vrouw toen zij 39 was. “Op dat moment verloor ik mijn geloof. Ik voelde sterk aan dat ik met God niets meer wilde hebben, omdat hij dit liet gebeuren. Als er een God is, moet hij mensen respecteren”. De trainer gelooft in de totale mens: “De kern van deze filosofie is dat wie zich gelukkig voelt, wie in een fijne omgeving werkt, wie psychisch in orde is, meer kans heeft een goede wedstrijd te spelen en een betere voetballer te worden”[8].
Laten wij – dit alles overdenkend – het nog maar eens accentueren: Gods kinderen mogen en moeten geloven in Gods liefde, dwars door alles heen; ja, ook als de situatie heel moeilijk, buitengewoon verdrietig en zeer zwaar is. Nee, wij hoeven Hem niet te begrijpen. Wij mogen en moeten geloven dat Hij het beste voor al Zijn kinderen zoekt. Niet omdat Hij ons respecteert, maar omdat Hij ons oneindig lief heeft. Hij is immers een éénvoudig Wezen?

Laten wij, met de woorden van Psalm 71, maar biddend zingen:
“Bij U, o HEER, berg ik mijn leven.
Beschaam in mijn verdriet
mijn vast vertrouwen niet,
want U alleen kunt uitkomst geven.
Kom mij door recht bevrijden,
verhoor mij in mijn lijden”[9].

Noten:
[1] Geciteerd van https://twitter.com/dubbeld_c/status/1358698917421076482 ; geraadpleegd op maandag 15 februari 2021.
[2] In het onderstaande gebruik ik: C.G. Bos, “Geloven en belijden 1 – Toelichting op de Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikelen 1-19”. – Groningen: De Vuurbaak bv, 1977. – p. 14, 15 en 16.
[3] Exodus 3:14, 15 en 16.
[4] Bos, a.w., p. 14 en 15.
[5] Psalm 97:10.
[6] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 1.
[7] Zie https://nos.nl/video/2360315-typische-gastles-van-van-gaal-op-paarse-vrijdag-sorry-ik-heb-meestal-gelijk.html ; geraadpleegd op maandag 15 februari 2021.
[8] Citaten van https://visie.eo.nl/artikel/2014/07/god-louis-van-gaal ; geraadpleegd op maandag 15 februari 2021.
[9] Psalm 71:1 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.

19 februari 2021

Eenzaamheid verdragen

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

In deze tijd is, naar men zegt, eenzaamheid een allengs groter wordend probleem; met name onder jongeren.
Het Nederlands Jeugdinstituut meldde in november 2020 al: “Met name jongeren zijn zich de afgelopen maanden door de coronacrisis vaker eenzaam gaan voelen. Dat blijkt uit onderzoek van I&O Research onder in totaal 2.290 Nederlanders van 18 jaar en ouder”.
En:
“Jongeren zeggen in een toelichting veel last te hebben van verveling, eenzaamheid en een depressief gevoel. Ze missen gezelligheid, feestjes en sociale contacten. Daarnaast hebben ze soms moeite met onderwijs op afstand en voelen ze zich niet altijd gesteund. Dit leidt bij sommige jongeren tot stress, machteloosheid en depressie”[1].

Het bovenstaande is wel te begrijpen. Massa’s mensen zijn momenteel contactarm. En juist in de jonge jaren word je gevormd. Dat gebeurt onder meer in vriendschappen, op school en via de collega’s van de bijbaan op zaterdag. Veel daarvan valt nu weg. Het blijft vaak bij contact op afstand, al of niet online.

Niet zo lang geleden werd er voor gepleit om jongeren meer vrijheden te geven. Vooraanstaande mensen “komen met een oproep: de coronamaatregelen moeten meer gericht zijn op de maatschappelijke gevolgen van de pandemie. De komende weken en maanden moet het kabinet ‘verantwoorde risico’s’ durven nemen.
‘Ik erken de noodzaak van de avondklok en andere maatregelen, maar áls we overwegen meer vrijheden toe te kennen, denk dan het eerst aan jongeren’, zegt Halsema in Nieuwsuur. ‘We weten dat de jonge generatie op dit moment het meeste lijdt’[2].

Nu staat het buiten kijf dat we best begrip voor jongeren mogen hebben. Echter – dat zij in de maatschappij het meeste te lijden hebben is, wat schrijver dezes betreft, veel te makkelijk gezegd. Er zijn nog veel meer mensen die op de een of andere manier heel hard worden getroffen. Evenwichtigheid wordt in de uitspraken van de Amsterdamse burgemeester node gemist.

In deze tijd van pandemie en daaraan verwante problemen worden wij geconfronteerd met het feit dat in de samenleving niet alles maakbaar is. Wij worden geconfronteerd met het feit dat ontwikkelingen soms vrijwel stil komen te staan. Wij moeten leren om het te doen met wat we hebben. En ja, dat geldt ook voor jongeren. Leven – dat wil in heel veel gevallen zeggen: in stand houden. Leven – dat heeft heel vaak weinig met uitbreiding of groei te maken.
Als er één ding is dat we in deze periode van de eenentwintigste eeuw moeten leren, dan is het dat wel.

We zullen ook moeten beseffen dat er meer is dan de pandemie. Het is niet nodig dat COVID-19 ons ganse leven beheerst. Er is meer dan ziekte en lijden.
David laat in Psalm 25 ook blijken dat er meer is.
Hij spreekt over Gods leiding in zijn leven:
“HEERE, maak mij Uw wegen bekend,
leer mij Uw paden.
Leid mij in Uw waarheid en leer mij,
want U bent de God van mijn heil”[3].
Hij spreekt over vergeving:
“Omwille van Uw Naam, HEERE,
vergeef mijn ongerechtigheid, want die is groot”[4].
Hij spreekt over verlossing: “O God, verlos Israël
uit al zijn benauwdheden”[5].
En te midden van al die onderwerpen is er dan ook de eenzaamheid:
“Wend U tot mij en wees mij genadig,
want ik ben eenzaam en ellendig[6].
Het zou te simpel zijn om te zeggen: God is er bij, dus met Davids eenzaamheid valt het mee. Dat is niet zo.

In Psalm 25 buitelt van alles over elkaar heen. Er komt van alles aan bod.
Maar dwars door alles heen is er Gods verbond met mensen. Kijkt u maar mee:
“Alle paden van de HEERE zijn goedertierenheid en trouw
voor wie Zijn verbond en Zijn getuigenissen in acht nemen”[7].
En even verder nog een keer:
“Vertrouwelijk gaat de HEERE om met wie Hem vrezen,
Zijn verbond maakt Hij hun bekend”[8].
Dwars door alles heen geldt: het door God opgerichte verbond blijft geldig.

Voor dat woord ‘verbond’ staat er een vorm van het Hebreeuwse woord ‘berith’.
Iemand schrijft: “Het initiatief gaat helemaal van Hem uit. (…) De onverbreekbaarheid van Gods ‘berith’ blijkt in Gods onkreukbare trouw. Maar hoewel het verbond ‘monopleurisch’ is -de liefde komt van één kant-, toch betekent dat voor het verbondsvolk geen automatisch vrijwaringsbewijs tegen ongelukken. Het verbond blijft, maar participatie aan het wezen en de weldaden ervan voor een Israëliet persoonlijk en voor de generaties van dat volk hangt aan een gedurig ‘ingaan’ in het verbond, aan geloof, aan het onderhouden van Gods geboden. Als deze dingen er niet zijn, openbaart zich de donkere schaduwzijde van het verbond: Gods verbondswraak.
Dat God echter ook dan nog zijn verbondstrouw niet laat schenden, blijkt uit het feit, dat Hij met een door lijden geheiligde rest verder gaat, zover zelfs, dat Hij tenslotte alles op de éne noemer van de éne Israëliet, de lijdende Knecht des Heeren zet (…). Hij spaart om één Rechtvaardige. Daarmee wordt het genadekarakter van het verbond sterk onderstreept. Het zogenaamde nieuwe verbond komt in het zicht (…). God Zelf schrijft Zijn wet in de harten; de heidenwereld wordt erbij betrokken”[9].

Het verbond met God betekent niet dat eenzaamheid in de kerk iets onbekends is. Wij weten wel beter. Maar dat verbond is er wel. Dat verbond blijft eeuwig bestaan. In dat verbond is Jezus Christus de Redder. Hij is de Man die aan het kruis de ultieme eenzaamheid in gaat. In Mattheüs 27 roept Hij het uit: “Eli, Eli, lama sabachtani? Dat betekent: Mijn God, Mijn God, waarom hebt U Mij verlaten?”[10].
Onze Heiland heeft, dwars door de grootste eenzaamheid heen, de wereld gered. Zondag 1 van de Heidelbergse Catechismus is daarom helemaal waar. Het is zo “dat ik met lichaam en ziel, in leven en sterven, het eigendom ben, niet van mijzelf, maar van mijn trouwe Heiland Jezus Christus. Want Hij heeft met zijn kostbaar bloed voor al mijn zonden volkomen betaald en mij uit alle macht van de duivel verlost. Hij bewaart mij zo, dat zonder de wil van mijn hemelse vader geen haar van mijn hoofd kan vallen, ja zelfs zo, dat alles dienen moet tot mijn heil”[11].
Dwars door eenzaamheid heen gaan Gods kinderen naar het eeuwig heil toe.
Ja, zo is de eenzaamheid van deze tijd wel te verdragen.

Noten:
[1] Geciteerd van https://www.nji.nl/nl/Actueel/Nieuws-uit-het-jeugdveld/2020/Veel-jongeren-voelen-zich-eenzaam-door-coronacrisis ; geraadpleegd op vrijdag 12 februari 2021.
[2] Geciteerd van https://nos.nl/nieuwsuur/artikel/2368298-oproep-femke-halsema-en-prominenten-laat-jongeren-voor-bij-nieuwe-vrijheden.html
[3] Psalm 25:4 en 5 a.
[4] Psalm 25:11.
[5] Psalm 25:22.
[6] Psalm 25:16.
[7] Psalm 25:10.
[8] Psalm 25:14.
[9] Geciteerd van https://www.holyhome.nl/Sleutelwoorden/verbond.doc ; geraadpleegd op vrijdag 12 februari 2021.
[10] Mattheüs 27:46.
[11] Heidelbergse Catechismus – Zondag 1, antwoord 1.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.