gereformeerd leven in nederland

26 februari 2021

Gods trouw versus een massa leugenaars

Gods Woord is het belangrijkste geschrift dat wij kennen. Daarna is er een hele poos niks. Ten langen leste komen onze eigen boeken aan de orde. Nee, er is geen publicatie die aan de Bijbel tippen kan. Er is geen krant die meer gezag heeft dan Zijn Woord. Er is geen enkele menselijke gedachte die het Goddelijk niveau haalt.
Met de Nederlandse Geloofsbelijdenis zeggen wij dat ook: “Men mag ook geen geschriften van mensen, hoe heilig de schrijvers ook geweest zijn, op één lijn stellen met de goddelijke Schriften, ook de gewoonte niet met Gods waarheid — want de waarheid gaat boven alles —; evenmin het grote aantal, de ouderdom, de ononderbroken voortgang in de tijden of de opvolging van personen, of de concilies, decreten of besluiten. Want alle mensen zijn uit zichzelf leugenaars -Psalm 116:11- en ijdeler dan de ijdelheid zelf”[1].

De mensen zijn leugenaars, poneren wij. En dan verwijzen we naar Psalm 116. Niet naar de Schriftverwijzingen onder het artikel, maar naar het artikel zelf. Blijkbaar moet die Psalm voor in ons geheugen zitten.
Wat? Moeten we uitgerekend Psalm 116 kennen als we stellen dat alle mensen van zichzelf leugenaars zijn? Dat is nota bene de psalm waarin we zo graag zingen over de liefde van de hemelse God!
Velen kunnen ‘m meezingen:
“God heb ik lief, want die getrouwe HEER
hoort naar mijn stem, mijn smekingen, mijn klagen.
Hij neigt zijn oor, ‘k roep tot Hem al mijn dagen.
Hij schenkt mij hulp, Hij redt mij keer op keer”.
Het gaat in dit lied blijkbaar van de liefde naar de leugen!

Wat is de situatie in Psalm 116?
In dat kerklied blijkt dat de dichter in grote nood is geweest. Hij was echt ten einde raad. Hoe het nu toch verder moest… hij wist het echt niet meer.
En toen was daar opeens de ommekeer. Van het ene op het andere moment. Wat gebeurde er dan? De dichter ging in gebed. Leest u maar mee:
“Banden van de dood hadden mij omvangen,
angsten van het graf hadden mij getroffen,
ik ondervond benauwdheid en verdriet.
Maar ik riep de Naam van de HEERE aan:
Och HEERE, bevrijd mijn ziel!”[2].
En God verhoorde het gebed van Zijn hulpeloze kind!

In Psalm 116 is het gebed de noodknop.
Maar let wel: het gebed is geen knopje voor een automatische afstandbediening. Zo van: druk op de knop, en er komt onmiddellijk hulp aangesneld. Of ook: druk op de knop, en de noodtoestand kan meteen worden opgeheven.
In zijn tijd is de profeet Habakuk daar ook achter gekomen. In hoofdstuk 1 verzucht hij: “U bent te rein van ogen om het kwade aan te zien, moeite kunt U niet aanschouwen. Waarom aanschouwt U wie trouweloos handelen, zwijgt U, wanneer een goddeloze hem verslindt die rechtvaardiger is dan hijzelf?”[3].
De apostel Paulus schrijft in zijn brief aan de christenen in Philippi, hoofdstuk 4: “Wees in geen ding bezorgd, maar laat uw verlangens in alles, door bidden en smeken, met dankzegging bekend worden bij God en de vrede van God, die alle begrip te boven gaat, zal uw harten en uw gedachten bewaken in Christus Jezus”[4]. Bidden is noodzakelijk, zegt Paulus. Maar daarna noteert hij niet dat direct aan onze verlangens tegemoet gekomen wordt.
Ons gebed van vandaag heeft lang niet altijd tot gevolg dat wij morgen uit de problemen zijn!

Wij gaan terug naar Psalm 116.
Na zijn redding weet de dichter het zeker:
“God heb ik lief, want die getrouwe HEER
hoort naar mijn stem, mijn smekingen, mijn klagen”.
Echter – ook in zijn nood heeft de dichter het eigenlijk altijd wel geweten: op de God van hemel en aarde kun je vast vertrouwen. Het is de dichter genoegzaam bekend: God laat mij nooit in de steek.

Intussen weet de dichter heel goed: mensen stellen je zomaar teleur. Ze beloven dat ze je zullen helpen. Maar juist als je hen dringend nodig hebt zijn ze weg. Uitgerekend dan zijn ze in geen velden of wegen te bekennen.
En de psalmist is heel duidelijk: als je structurele assistentie nodig hebt, ga dan naar de God van het verbond; Hij is altijd beschikbaar om steun en leiding in het aardse leven te geven. Als je in grote nood zit is er uiteindelijk slechts één uitweg: het pad naar de troonzaal van de hoge God. In de stijl van Psalm 5:
“Maar ik zal dankbaar binnentreden
het heiligdom aan U gewijd,
dank zij Uw goedertierenheid.
Ik zal met ootmoed mij bekleden
in mijn gebeden”[5].

Van zichzelf zijn alle mensen leugenaars. Gereformeerden belijden dat, ook anno Domini 2021, zonder terughoudendheid. En zij noemen Psalm 116 daar in één adem bij.
Soms zingen zij het, in de kerk of thuis:
“Ik heb geloofd, ook in mijn diepe smart,
zelfs toen ik sprak: In angst vergaat mijn leven,
aan niemand kan ik ooit vertrouwen geven,
de leugen woont in ieder mensenhart”.
De reden daarvan is nu wel duidelijk: Gods trouw komt des te sterker uit als we de ontrouw van de mensen er tegenover zetten.
Die geloofskennis is van eminent belang, zeker ook in deze tijd.

Een recent voorbeeld. Op vele fronten wordt gestreden tegen het COVID 19-virus. Maar de manier waarop dat gebeurt wekt, zacht gezegd, niet altijd even veel vertrouwen.
In dat verband een kenmerkend citaat uit het Nederlands Dagblad: “De avondklok wordt nu opgenomen in de coronawet, de juridische basis onder de rest van de coronamaatregelen. Het kabinet nam de avondklok vorig jaar niet in die wet op, maar deed bij de invoering een beroep op een bijzondere noodwet uit 1996. Die route beoordeelde de rechter deze week als ‘niet legitiem’. Want acute nood – zoals bij een dijkdoorbraak – ontbrak. Het gevolg, foeterde de Kamer, is dat het vertrouwen in het coronabeleid een fikse deuk heeft opgelopen[6].
Wie werkt er naar het Woord van God, zorgvuldig en rechtvaardig? Wie spreekt de waarheid? En wie kunnen wij nog vertrouwen?
De vader van schrijver dezes, H.P. de Roos te Haren, schreef in verband met de strijd tegen het COVID 19-virus op vrijdag 19 februari jongstleden aan zijn kinderen: “We zijn er nog lang niet af. Tenzij de Heere ingrijpt en bepaalt dat het nu genoeg is. Hoeveel mensen zouden door deze crisis tot inkeer zijn gekomen, met de gedachte dat het zo niet moet, met de welvaartsjacht en de daaruit voortkomende stress? En bovenal: tot de erkenning dat er toch een God is?”[7]. Laten we een dikke streep onder die laatste vragen zetten, en vervolgens indringend bidden om bekering van het ganse volk!

Noten:
[1] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 7.
[2] Psalm 116:3 en 4.
[3] Habakuk 1:13.
[4] Philippenzen 4:6 en 7.
[5] Psalm 5:5 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.
[6] Geciteerd uit: “Avondklok blijft, maar Kamer zet ‘sein op oranje’”. In: Nederlands Dagblad, vrijdag 19 februari 2021, p. 1.
[7] Geciteerd uit: Familiemail 2021-07, gedateerd op vrijdag 19 februari 2021.

Geef een reactie »

Nog geen reacties.

RSS feed for comments on this post. TrackBack URI

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Blog op WordPress.com.

%d bloggers liken dit: