gereformeerd leven in nederland

18 februari 2021

Wij zullen stralen als de zon

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Er komt een moment dat door uitgekozen mensen er stralend uit zullen zien. Weg is alle bederf. Teleurgestelde gezichten zijn nergens meer te zien. De vuilnisophalers hebben geen werk meer. Kijkt u maar mee in Mattheüs 13: “Dan zullen de rechtvaardigen stralen als de zon, in het Koninkrijk van hun Vader. Wie oren heeft om te horen, laat hij horen”[1].

Voor alle mensen die God genegeerd en gelasterd hebben staan de zaken echter heel anders: “Zoals dan het onkruid verzameld en met vuur verbrand wordt, zo zal het ook zijn bij de voleinding van deze wereld: de Zoon des mensen zal Zijn engelen uitzenden, en zij zullen uit Zijn Koninkrijk verzamelen alle struikelblokken, en hen die de wetteloosheid doen, en zij zullen hen in de vurige oven werpen; daar zal gejammer zijn en tandengeknars. Dan zullen de rechtvaardigen stralen als de zon”[2].

Tot dat moment is het parool: wie oren heeft om te horen, laat hij horen. Scherpe luisteraars weten wat hen te wachten staat: zij zullen stralen als de zon.

Die uitdrukking ‘stralen als de zon’ komen we ook tegen in Psalm 37:
“Wentel uw weg op de HEERE
en vertrouw op Hem: Hij zal het doen.
Hij zal uw gerechtigheid tevoorschijn doen komen als het morgenlicht,
uw recht doen stralen als de middagzon”[3].
Vrome mensen krijgen een rechtmatig deel van het land, zegt David in Psalm 37. In het Nieuwe Testament komt dat motief weer terug. In het Koninkrijk van God krijgen Zijn kinderen ieder hun eigen plek. Zij mogen en moeten op Hem vertrouwen. Nu al, nu zij nog op aarde wonen. Er zal altijd eten, drinken en kleding zijn. Door God aangenomen kinderen mogen het weten: het komt goed!
In coronatijd is het bijna een modekreet geworden: ‘het komt goed!’. Zo spreken de mensen elkaar moed in. Het moet in de wandelgangen duidelijk worden: het komt goed! Welnu, uiteindelijk staat dat voor veel mensen nog te bezien. Maar Gods kinderen hebben alle recht om te blijven roepen dat alles in orde komt. Want zij kennen de beloften van de Here. Zij weten waar zij naar toe gaan, ook als het op aarde eindigt. Zeker, nabestaanden blijven dan verdrietig achter. Echter – ook die nabestaanden mogen, als zij volhardend op God vertrouwen, beseffen dat het met hen goed komen zal.

Stralen als de zon – hoe is dat toch mogelijk? Wie zichzelf ziet priegelen en pruttelen kan soms zomaar denken: wordt het nog wel wat mij?
Laten wij elkaar, nu het hierom gaat, herinneren aan Jozua 10. Weet u wat daar gebeurt? Dit: “Toen sprak Jozua tot de HEERE op de dag dat de HEERE de Amorieten aan de Israëlieten overgaf, en hij zei voor de ogen van Israël: Zon, sta stil in Gibeon, en maan, in het dal van Ajalon! En de zon stond stil en de maan bleef staan, totdat het volk zich aan zijn vijanden had gewroken. Is dit niet geschreven in het Boek van de Oprechte? De zon stond stil in het midden van de hemel en haastte zich niet om onder te gaan, ongeveer een volle dag. En er is geen dag geweest als deze, daarvoor niet en ook daarna niet, waarop de HEERE de stem van een mens zó verhoorde. De HEERE streed immers voor Israël”[4].
Als de Verbondsgod zo machtig is, kan Hij ons ongetwijfeld ook laten stralen!

Debora en Barak, de richters die in Richteren 5 hun dank- en triomflied zingen, spreken ook nadrukkelijk de wens uit: “…laten zij die Hem liefhebben, zijn als het opgaan van de zon in haar kracht“[5]. Eens zal het moment komen dat dat volledig bewaarheid wordt!

Zonneschijn is een wonder. Dat wonder wordt treffend beschreven in Psalm 19:
“De hemel vertelt Gods eer,
het gewelf verkondigt het werk van Zijn handen.
Dag op dag spreekt overvloedig,
nacht op nacht geeft kennis door.
Geen spreken is er, geen woorden zijn er,
hun stem wordt niet gehoord.
Hun richtlijn gaat uit over heel de aarde,
hun boodschap tot aan het einde van de wereld.
Hij heeft daar een tent opgezet voor de zon.
En die is als een bruidegom, die zijn slaapkamer uit gaat;
hij is vrolijk als een held om snel het pad te lopen.
Aan het ene einde van de hemel is zijn opgang,
zijn omloop is tot het andere einde;
niets is verborgen voor zijn gloed”[6].
Indrukwekkend, nietwaar? Welnu, dit is nog slechts het begin. Want al Gods kinderen krijgen ten langen leste die imponerende straling om zich heen! Als een aureool; alle burgers van Gods koninkrijk worden, om zo te zeggen, gekroond met zonlicht.

Hoe kan dat toch? Dat is toch totaal onmogelijk? Het verschil tussen onze toestand vóór en ná de dood is toch ongelooflijk groot? Jazeker, dat is juist. Maar laten we niet vergeten wat Paulus in 1 Corinthiërs 15 schrijft: “Maar, zal iemand zeggen, hoe worden de doden opgewekt en met wat voor lichaam komen zij terug? Dwaas, wat u zaait, wordt niet levend, als het niet gestorven is. En wat u zaait, daarvan zaait u niet het lichaam dat worden zal, maar een kale graankorrel, al naar het voorvalt, van tarwe of van een van de andere graansoorten. God echter geeft daaraan een lichaam zoals Hij heeft gewild, en aan elk van de zaden zijn eigen lichaam. Alle vlees is niet hetzelfde vlees, want het vlees van mensen is verschillend, en het vlees van dieren is verschillend, en dat van vissen is verschillend, en dat van vogels is verschillend. En er zijn hemelse lichamen en er zijn aardse lichamen, maar de heerlijkheid van de hemelse is verschillend, en die van de aardse is verschillend. De glans van de zon is verschillend, en de glans van de maan is verschillend, en de glans van de sterren is verschillend, want de ene ster verschilt in glans van de andere ster. Zo zal ook de opstanding van de doden zijn. Het lichaam wordt gezaaid in vergankelijkheid, het wordt opgewekt in onvergankelijkheid. Het wordt gezaaid in oneer, het wordt opgewekt in heerlijkheid. Het wordt gezaaid in zwakheid, het wordt opgewekt in kracht”[7]. De God van hemel en aarde overbrugt bij onze herschepping moeiteloos enorme verschillen!

Ons aardse bestaan en ons hemelleven zijn werkelijk totaal onvergelijkbaar. Ons nieuwe leven is zo schitterend dat geen mens op aarde – hoe geniaal ook – dat bedenken kon. On leven komt – letterlijk! – in een nieuw licht te staan: “Ik zag geen tempel in de stad, want de Heere, de almachtige God, is haar tempel, en het Lam. En de stad heeft de zon en de maan niet nodig om haar te beschijnen, want de heerlijkheid van God verlicht haar, en het Lam is haar lamp. En de naties die zalig worden, zullen in haar licht wandelen, en de koningen van de aarde brengen hun heerlijkheid en eer erin. En haar poorten zullen overdag nooit gesloten worden, want daar zal geen nacht zijn. En zij zullen de heerlijkheid en de eer van de naties daarin brengen”[8].

Rechtvaardigen zullen stralen als de zon – wat zullen wij samen een prachtig licht geven!

Noten:
[1] Mattheüs 13:43.
[2] Mattheus 13:40-43 a.
[3] Psalm 37:5 en 6.
[4] Jozua 10:12, 13 en 14.
[5] Richteren 5:31.
[6] Psalm 19:2-7.
[7] 1 Corinthiërs 15:35-43.
[8] Openbaring 21:22-26.

17 februari 2021

Jezus Christus zaait tweedracht

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

God is liefde, zeggen de mensen. Maar in Mattheüs 10 is die liefdessfeer op een bepaald moment maar moeilijk te voelen. Leest u maar mee: “Denk niet dat Ik gekomen ben om vrede te brengen op de aarde; Ik ben niet gekomen om vrede te brengen, maar het zwaard. Want Ik ben gekomen om tweedracht te brengen tussen een man en zijn vader, en tussen een dochter en haar moeder, en tussen een schoondochter en haar schoonmoeder; en iemands huisgenoten zullen zijn vijanden zijn”[1].
Oordeel, scheiding, en wellicht ook verdrukking en vervolging – die zijn hier aan de orde.

Op de keper beschouwd zegt Jezus hier geen nieuwe dingen. De profeet Micha heeft het er in hoofdstuk 7 namelijk ook al over: “Geloof een vriend niet, vertrouw niet op een huisvriend, bewaak de deuren van uw mond voor haar die in uw schoot ligt. Want de zoon maakt de vader te schande, de dochter staat op tegen haar moeder, de schoondochter tegen haar schoonmoeder: iemands vijanden zijn zijn eigen huisgenoten. Zelf zal ik echter uitzien naar de HEERE, ik zal wachten op de God van mijn heil. Mijn God zal mij horen”[2]. Micha beklaagt zich. In zijn omgeving geen enkel godsdienstig mens meer te vinden. De leiders van het volk stellen hun eigen belangen voorop. Het dagelijkse leven is totaal verstoord. Dat zijn de omstandigheden in Micha 7.

En hoe staan de zaken in Mattheüs 10?
Daar is het springende punt dat de komst van Jezus op aarde die definitieve scheiding een stuk dichterbij brengt.

Misschien ziet het voorgaande er voor sommigen uit als een situatie die zich op kilometers afstand voordoet. Wellicht is de gedachte: de woorden van Jezus zijn voor Europa – Nederland inbegrepen – nog niet zo actueel.
Dat is een misvatting.
Zulks is te zien als we enkele passages lezen uit een redactioneel commentaar van het Nederlands Dagblad: “Staat de godsdienstvrijheid onder druk in Europa? Tot voor kort konden christenen nog denken dat die vraag hooguit moslims aangaat. Het leven is voor moslims niet makkelijker geworden door alle antiterrorismemaatregelen van Europese overheden, bleek vorige week. Maar nu wil de Deense regering álle buitenlandstalige preken – islamitische maar ook christelijke – in het Deens toegezonden krijgen. En Frankrijk, het land van vrijheid en een strikte scheiding tussen religie en staat, broedt op een wet die religieuze groepen kan verbieden. Want gelovigen met ideeën die strijden met de Franse wet, ‘daar kunnen we niet langer mee discussiëren’, zei de Franse minister Gérald Darmanin. Dat hij extremistische moslims zo wil inperken, daar kijkt al twintig jaar bijna niemand meer van op. Maar dat Darmanin ook evangelischen ‘een belangrijk probleem’ vindt – dat vinden veel christenen toch schrikken”.
En:
“Je kunt als gelovige je schouders erover ophalen, omdat je vijandschap van ‘de wereld’ erbij vindt horen, of omdat je een beetje regulering wel goed vindt. Maar als wetten worden ingegeven door angst, stress of onwetendheid -en daar heeft het nu alle schijn van-, kunnen christenen beter met nóg meer nadruk uitleggen dat hopen op een hemels koninkrijk prima samengaat met loyaliteit aan het eigen land. En ook dat godsdienstvrijheid er niet slechts is voor gelovigen. De overheid zelf blijft er gezond door. Een staat die geen tegenstribbelende geloofsopvattingen duldt en evenveel ontzag voor zijn wetten eist als zijn onderdanen aan God willen geven, wordt een afgod. En zulke afgoden heeft Europa al genoeg gezien”[3].

De Franse minister meent dat mensen moeten erkennen dat wetten die door de burgerlijke overheid altijd boven de wetten van God gaan. De staat is belangrijker dan de Bijbel. 
Het staat buiten kijf: ook gelovige kerkmensen moeten zich aan burgerlijke wetten houden. Het moet echter mogelijk blijven om, op basis van het Woord van God, uit te spreken dat een wet schadelijk is voor het land.
Men begrijpt: nog een stapje verder, en dan wordt tegen Franse christenen gezegd: ‘Houdt u zich toch stil! Wat goed is voor het land, dat maken wij wel uit’.    
Men kan opmerken dat de Franse regeringsfunctionaris zich wat ongenuanceerd heeft uitgedrukt. Of, een stuk onvriendelijker: dit is een staaltje van tamelijk arrogante lompheid.
Ondertussen is echter wel duidelijk dat dergelijke situaties zich in 2021 overal in de Westerse wereld kunnen voordoen.

Nu is er in Nederland voor de kerken nog veel vrijheid. Daarvoor past dankbaarheid! Maar er wordt, zoals bekend, her en der nagedacht over enige beperking van de vrijheid van onderwijs. Als het gaat over LHBTI-ers wordt er vrijwel meteen scheef naar de kerken gekeken…
Nee, op veel punten loopt het in Nederland nog niet zo’n vaart. Maar we moeten ons realiseren dat dergelijke zaken plots omhoog komen: als een pop up-venster dat een melding doet op een computerscherm. Plotseling ontstaan allerlei discussies. Zij komen en zij gaan. Een tijd lang lijken de onderwerpen uit de mode. Echter – bijna ongemerkt gaan de ontwikkelingen verder. En vóór kerkmensen ‘t weten wandelen ze mee in een groep waar zij eigenlijk niet bij hadden willen horen.
Juist daarom moet de tekst uit Mattheüs 10 waarmee dit artikel begint, met een zekere regelmaat aan de orde wezen.

In allerlei bespiegelingen en debatten blijkt wel dat zelfs familieleden – vaders, moeders, broers, zusters enzovoort – allerlei hedendaagse maatschappelijke trends geheel verschillend taxeren. Waar de één ‘Pas maar op!’ roept, mompelt de ander ‘Ach, het valt allemaal wel mee’.
Ten diepste moeten al die al of niet verhitte gedachtewisselingen leiden tot de vraag: belijden wij Jezus Christus, of niet?
In Mattheüs 10 zegt Jezus het onomwonden: “Ieder dan die Mij belijden zal voor de mensen, die zal Ik ook belijden voor Mijn Vader, Die in de hemelen is. Maar wie Mij verloochenen zal voor de mensen, die zal Ik ook verloochenen voor Mijn Vader, Die in de hemelen is”[4].

Is dit voor Gods kinderen beangstigend? Ja, sommigen zijn er wel eens een beetje bang voor dat zij afgewezen worden. Laten wij het echter nimmer vergeten: de Heiland laat duur gekochte kinderen nimmer vallen. Om met de Nederlandse Geloofsbelijdenis te spreken: “De gelovigen en uitverkorenen daarentegen zullen gekroond worden met heerlijkheid en eer. De Zoon van God zal hun naam belijden voor God, zijn Vader -Mattheüs 10:32-, en zijn uitverkoren engelen, en God zal alle tranen van hun ogen afwissen -Openbaring 21:4-. Dan zal blijken dat hun zaak, die nu door veel rechters en overheden als ketters en goddeloos veroordeeld wordt, de zaak van de Zoon van God is. En als een genadige beloning zal de Heer hun zo’n heerlijkheid doen bezitten als in het hart van een mens nooit zou kunnen opkomen”[5].

In Mattheüs 10 worden twaalf discipelen de wereld in gestuurd om het Evangelie te verkondigen[6]. Ook in 2021 mag Gods Woord nog in de wereld rondgebazuind worden. Laten wij daar dan maar ons best maar voor doen.

Noten:
[1] Mattheüs 10:34, 35 en 36.
[2] Micha 5:5, 6 en 7.
[3] “Religiestress in Europa” – redactioneel commentaar in: Nederlands Dagblad, woensdag 10 februari 2021, p. 3.
[4] Mattheüs 10:32 en 33.
[5] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 37.
[6] Zie Mattheüs 10:1 en volgende.

16 februari 2021

Naar de Dokter

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

“Wie gezond zijn, hebben geen dokter nodig, maar wie ziek zijn. Maar ga heen en leer wat het betekent: Ik wil barmhartigheid en geen offer; want Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen tot bekering te roepen, maar zondaars”[1]. Dat zegt Jezus in Mattheüs 9 tegen de Farizeeën.
De kerkleiders morren.
Waarom? Jezus roept een tollenaar om Hem te volgen. Dat doe je toch niet?
Een tollenaar is iemand die belasting int voor de bezetter[2]. Zeg maar gewoon: een collaborateur. Dat is een man die met de vijand samenwerkt. Een tollenaar doet een deel van de geïnde belastingen in zijn eigen portemonnee. Zo’n man moet Jezus volgen…? Jaja, Hij kiest ze wel uit!

Bijna in het voorbijgaan wordt de macht van het wettische leven kapot gemaakt. De Farizeeën worden gewezen op de betekenis van Hosea’s woord: “Want Ik vind vreugde in goedertierenheid en niet in offer, in kennis van God meer dan in brandoffers!”[3].
Jezus zegt: ga heen en beter uw leven. Hij zegt: laat in de praktijk maar zien wat dienst aan God is. Hij zegt: gaat u maar gewoon met de beide benen op de werkvloer staan. Net zoals Micha dat doet in hoofdstuk 6: “Hij heeft u, mens, bekendgemaakt wat goed is. En wat vraagt de HEERE van u anders dan recht te doen, goedertierenheid lief te hebben en ootmoedig te wandelen met uw God”[4].
De moraal van dit verhaal? Laat de godsdienst voor de vorm maar zitten. Doe maar gewoon wat de Here van u vraagt, in uw eigen omstandigheden. En: laten wij ons er maar van bewust zijn dat wij kleine, ernstig vervuilde mensen zijn. Wij hebben de Dokter nodig!

Wanneer gaat het verkeerd? Als wij teveel naar mensen kijken en Gods wetten en regels in de vergeethoek zetten.
Anno Domini 2021 is dat niet anders.
Dat zien we bijvoorbeeld als het gaat om adopties in de afgelopen decennia. De zogeheten commissie-Joustra heeft onlangs ten behoeve van de Nederlandse overheid een rapport geschreven, waarin buitengewoon harde noten worden gekraakt. Het Nederlands Dagblad vat het op dinsdag 9 februari jongstleden als volgt samen. “De commissie-Joustra oordeelt vernietigend over het systeem van adoptie van kinderen uit andere landen. Het beeld rijst op van een systeem dat steeds meer gericht werd op het vervullen van kinderwensen door allerlei bureaus, waarbij werd weggekeken van de risico’s en er ondanks signalen van misstanden veel maatschappelijke en politieke druk was er toch mee door te gaan. Meteen na publicatie heeft minister Sander Dekker -Rechtsbescherming- maandag het adoptiesysteem opgeschort. Alleen ouderparen die al in beginsel toestemming hebben gekregen voor het naar Nederland halen van een kind, mogen na een extra toets verder met die procedure. De onderzoekscommissie betwijfelt of een adoptiesysteem zonder misstanden mogelijk is, ook omdat de mogelijkheden om toezicht te houden beperkt zijn. De commissie keek naar de jaren tussen 1967 en 1998, maar concludeert dat ook daarvoor en daarna dingen fout gingen”[5].
Men spreekt over wegkijken van risico’s.
Men spreekt over het negeren van misstanden.
Men spreekt over een overmaat van politieke druk.
Menselijk falen? Daar kijkt men aan voorbij.
Ingrijpen bij wantoestanden? Men doet het niet, of slechts met grote tegenzin.
Zelfkritiek? Ach, als bij mensen bijna alles lekker gaat zijn zij bij tijd en wijle schier onoverwinnelijk. In de flow zitten, noemt men dat tegenwoordig[6]
Bij grote politieke druk blijkt Gods Woord in de praktijk minder belangrijk.
Nogmaals: het gaat verkeerd als wij teveel naar mensen kijken en Gods wetten en regels in de vergeethoek zetten. 
In Mattheüs 9 kijken de Farizeeën weg van het risico van hoogmoed. Pedanterie krijgt ruim baan. Aan misstanden wordt voorbij gekeken; barmhartigheid is ver te zoeken. Menselijk falen wordt gecamoufleerd met een overmaat aan vroomheid. Zelfkritiek wordt weggeredeneerd met consequent volgehouden godsdienstige vormen die soms weinig inhoud hebben[7].
Aldus bezien zijn er, om zo te zeggen, een aantal pijnlijke parallellen aan te wijzen tussen Mattheüs 9 en onze actualiteit!

Men kan zeggen: de commissie-Joustra oordeelt over het handelen van de overheid; in de kerk doen we ’t beter. Nou nee. Als wij naar onszelf kijken is de conclusie onontkoombaar: Zondag 4 van de Heidelbergse Catechismus is, ook voor de kerk van 2021, nog altijd waar. U weet wel: “De mens heeft zichzelf en al zijn nakomelingen, op ingeving van de duivel en door moedwillige ongehoorzaamheid, van de door God gegeven gaven beroofd. God vertoornt Zich verschrikkelijk, zowel over de zonde die ons aangeboren is als over de zonden die wij doen. Hij wil die dan ook door een rechtvaardig oordeel in tijd en eeuwigheid straffen”[8].
Jazeker – ook in deze moderne tijd moeten we ons bij de Dokter melden. De apostel Paulus doet dat in 1 Timotheüs 1 ook: “De genade van onze Heere is echter zeer overvloedig geweest, met geloof en liefde, die er is in Christus Jezus. Dit is een betrouwbaar woord en alle aanneming waard dat Christus Jezus in de wereld gekomen is om zondaars zalig te maken, van wie ik de voornaamste ben”[9].

Laten wij maar naar de Dokter gaan. Want Hij is de grote Geneesheer!

Noten:
[1] Mattheüs 9:12 b en 13.
[2] In het onderstaande gebruik ik onder meer: ‘Gods genezende macht; hier gepubliceerd op donderdag 25 januari 2018. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2018/01/25/ .
[3] Hosea 6:6.
[4] Micha 6:8.
[5] Geciteerd uit “Zelfde risico’s bij draagmoeders als bij adoptie”. In: Nederlands Dagblad, dinsdag 9 februari 2021, p. 1.
[6] Zie over de flow https://www.cliendo.nl/wat-is-flow/ ; geraadpleegd op dinsdag 9 februari 2021.
[7] Zie over de Farizeeën ook https://bijbel.eo.nl/bijbelse-achtergrond/farizeeer-definitie ; geraadpleegd op dinsdag 9 februari 2021.
[8] Heidelbergse Catechismus – Zondag 4, antwoorden 9 en 10.
[9] 1 Timotheüs 1:14 en 15.

15 februari 2021

U kunt mij reinigen

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Genezingswonderen maken blij. Het leven kan verder. En wie wil dat niet? Alleen daarom al worden Bijbelse beschrijvingen ervan graag gelezen.
Neem bijvoorbeeld Mattheüs 8: “Toen Hij van de berg afgedaald was, volgde een grote menigte Hem. En zie, er kwam een melaatse. Die knielde voor Hem neer en zei: Heere, als U wilt, kunt U mij reinigen. En Jezus stak Zijn hand uit, raakte hem aan en zei: Ik wil het, word gereinigd. En meteen werd hij gereinigd van zijn melaatsheid. Jezus zei tegen hem: Denk erom dat u dit tegen niemand zegt; maar ga heen, laat uzelf aan de priester zien, en offer de gave die Mozes voorgeschreven heeft, tot een getuigenis voor hen”[1].
Die geschiedenis is alleen al mooi omdat de geoefende Bijbellezer weet: die genezen man kan nu weer volop meedraaien in de kerkelijke samenleving.
In Leviticus 13 en volgende wordt minutieus beschreven wat iemand die door melaatsheid getroffen is, aan den lijve meemaakt. Het lezen van al die regels valt vaak al niet mee. Het naleven van al die regels is nog ingewikkelder. Daarom – genezing is ronduit weldadig!

De zieke man formuleert zijn verzoek op een bijzondere wijze: “Heere, als U wilt, kunt U mij reinigen”. De man beseft klaarblijkelijk: als Jezus dat niet wil, gebeurt het niet… De man geeft zijn leven, om zo te zeggen, helemaal in handen van Jezus.
Het is belangrijk dat wij dat vandaag ook doen.
Wij moeten steeds weer leren om de Nederlandse Geloofsbelijdenis na te spreken: “Wij geloven dat deze goede God, nadat Hij alle dingen geschapen had, ze niet aan zichzelf heeft overgelaten, of aan het toeval of het lot heeft prijsgegeven, maar ze overeenkomstig zijn heilige wil zo leidt en regeert, dat in deze wereld niets gebeurt zonder zijn beschikking”.
En:
“En al wat in zijn doen het menselijk verstand te boven gaat, willen wij niet nieuwsgierig onderzoeken, verder dan ons begrip reikt. Maar in alle ootmoed en eerbied aanbidden wij de rechtvaardige beslissingen van God, die voor ons verborgen zijn. Wij stellen ons ermee tevreden, dat wij leerlingen van Christus zijn, om slechts te leren wat Hij ons onderwijst door zijn Woord, zonder deze grenzen te overschrijden”[2].

Genezing gebeurt niet op commando. Er zijn heel wat mensen die moeten leven met lichamelijke en psychische beperkingen. En soms is daar op deze aarde geen genezing voor. Hoe knap allerlei wetenschappers ook zijn, er zijn en blijven zaken die op deze aarde onoplosbaar zijn.
Ook dan mogen we met de Heidelbergse Catechismus belijden dat God de Vader nog altijd voor heel Zijn schepping zorgt. Het is zo gesteld dat Hij hemel en aarde “nog door zijn eeuwige raad en voorzienigheid in stand houdt en regeert”. De Catechismus leert ons daar meteen achteraan te zeggen dat Hij “om zijn Zoon Jezus Christus mijn God en mijn Vader is”[3].
Dus: of wij – duur gekochte kinderen van de Heiland – op deze aarde genezen worden of niet, wij zijn onlosmakelijk met Jezus Christus verbonden!

De zieke man in Mattheüs 8 lijkt er iets van te begrijpen: of ik nu beter wordt of niet, ik moet bij Jezus wezen. Hoe weet die man dat? Antwoord: God heeft in het hart van die man een groot werk gedaan. Dat is een werk dat we kunnen omschrijven met woorden uit de Dordtse Leerregels: “Wanneer God dit welbehagen in de uitverkorenen uitvoert en in hen de ware bekering tot stand brengt, laat Hij hun niet alleen het evangelie door middel van de prediking horen en hun verstand door de Heilige Geest zo sterk verlichten, dat zij goed begrijpen en onderscheiden wat Gods Geest hun wil leren. Maar Hij dringt ook door tot in het diepst van de mens met de krachtige werking van diezelfde Geest, die wedergeboorte werkt; Hij opent het gesloten hart, Hij maakt het harde zacht, Hij besnijdt het onbesnedene, Hij vernieuwt de wil: van dood maakt Hij hem levend, van slecht goed, van onwillig gewillig, van weerbarstig gehoorzaam. Hij brengt de wil zover en geeft deze zoveel kracht, dat hij als een goede boom vruchten van goede werken kan voortbrengen”[4].
In Mattheüs 8 zien we hoe Psalm 103 concreet werkt:
“Zoals een vader liefdevol zijn armen
slaat om zijn kind, omringt ons met erbarmen
God onze Vader, want wij zijn van Hem.
Hij die ons zelf uit aarde heeft genomen,
Hij weet, dat wij, uit stof aan ’t licht gekomen,
slechts leven op de adem van zijn stem”[5].

De man die in Mattheüs 8 genezen wordt, moet zich bij de priester vervoegen. De priester is een centrale figuur in Israël. Hij moet namens het volk offers brengen aan God. Hij mag namens God, zijn hoge Opdrachtgever, de zegen over Israël uitspreken. Hij behoort onderwijs te geven over godsdienst en sommige juridische zaken. Het is zijn taak mensen en voorwerpen rein of onrein te verklaren[6]. Het is de priester die nu moet beseffen dat Jezus de Heelmeester is. Wie herstel van het leven wil moet zich tot de Heiland wenden!

En hoe staat het er met ons voor?
Nee, het is niet zo dat vanaf Mattheüs 8 alle beperkingen de wereld uit zijn. Welnee, wij weten wel beter. Wij zien voor ons hoe onbeholpen de wereld bij tijd en wijle nog is. Maar wij weten wel dat de Heelmeester op aarde is gekomen om ons te redden; ja ook ons, mensen die, ware dat mogelijk, in 2021 van tegenpruttelen hun beroep zouden maken.
Het is Jezus Christus die ons, Zijn kinderen, naar Zich toe trekt. Hij zorgt er Zelf voor dat wij schoon gewassen worden. Hij zorgt er ten langen leste Zelf voor dat wij schone kleren aan krijgen. Leest u maar mee in Openbaring 7: “En een van de ouderlingen antwoordde en zei tegen mij: “Dezen, die bekleed zijn met witte gewaden, wie zijn zij en waar zijn zij vandaan gekomen? En ik zei tegen hem: U weet het, mijn heer. En hij zei tegen mij: Dezen zijn het die uit de grote verdrukking komen; en zij hebben hun gewaden gewassen en ze hebben hun gewaden wit gemaakt in het bloed van het Lam. Daarom zijn zij vóór de troon van God, en dienen Hem dag en nacht in Zijn tempel. En Hij Die op de troon zit, zal Zijn tent over hen uitspreiden”[7].

Zo kunnen wij frank en vrij de toekomst in kijken. Net zoals David dat in Psalm 51 doet:
“Voltrek de reiniging en raak mij aan
met bloed en hysop, dan ben ik genezen.
Was mij geheel, en uit de nacht herrezen
zal ik dan sneeuwwit voor uw ogen staan”[8].

Noten:
[1] Mattheüs 8:1-4.
[2] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 13.
[3] Heidelbergse Catechismus, Zondag 9, antwoord 26.
[4] Dordtse Leerregels, hoofdstuk III/IV, artikel 11.
[5] Psalm 103:5 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.
[6] Zie hierover bijvoorbeeld https://debijbel.nl/wereld-van-de-bijbel/kennis-achtergronden/godsdienst-van-israel/592/priester-taken ; geraadpleegd op maandag 8 februari 2021.
[7] Openbaring 7:13, 14 en 15.
[8] Psalm 51:4 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.

12 februari 2021

De crisis van Psalm 2

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

“Ik zal het besluit bekendmaken:
De HEERE heeft tegen Mij gezegd:
U bent Mijn Zoon,
Ík heb U heden verwekt.
Eis van Mij en Ik zal U de heidenvolken als Uw eigendom geven,
de einden der aarde als Uw bezit.
U zult hen verpletteren met een ijzeren scepter,
U zult hen in stukken slaan als aardewerk”[1].

Hierboven staan woorden uit Psalm 2.
Wie is de auteur van die psalm? In Handelingen 4 wordt aangegeven dat het David is: “Heere! U bent de God Die de hemel en de aarde en de zee gemaakt hebt, en alle dingen die erin zijn, en Die bij monde van David, Uw knecht, gezegd hebt: Waarom woeden de heidenvolken en bedenken de volken wat inhoudsloos is? De koningen van de aarde stellen zich op en de vorsten spannen samen tegen de Heere en tegen Zijn Gezalfde”[2].

De apostel Paulus kent de psalm heel goed. In een preek zegt hij: “God heeft Hem uit de doden opgewekt; en Hij is gedurende vele dagen verschenen aan hen die met Hem opgegaan waren van Galilea naar Jeruzalem en die nu Zijn getuigen zijn bij het volk. En wij verkondigen u de belofte die aan de vaderen gedaan is, namelijk dat God die vervuld heeft aan ons, hun kinderen, door Jezus te verwekken, zoals ook in de tweede psalm geschreven staat: U bent Mijn Zoon, heden heb Ik U verwekt”[3].  

Jezus Christus is de Zoon van God. In onze tijd moeten wij dat zonder omwegen blijven belijden. Moslims bestrijden dat namelijk. Jezus Christus is van de allerhoogste komaf: Hij is Goddelijk. De Hebreeënschrijver accentueert dat in het eerste hoofdstuk: “Hij is God. Hij is zoveel meer geworden dan de engelen als de Naam die Hij als erfdeel ontvangen heeft, voortreffelijker is dan die van hen. Want tegen wie van de engelen heeft God ooit gezegd: U bent Mijn Zoon, heden heb Ik U verwekt? En verder: Ik zal voor Hem tot een Vader zijn, en Hij zal voor Mij tot een Zoon zijn? En wanneer Hij vervolgens de Eerstgeborene in de wereld brengt, zegt Hij: En laten alle engelen van God Hem aanbidden. En van de engelen zegt Hij weliswaar: Die Zijn engelen maakt tot geesten en Zijn dienaren tot een vuurvlam, maar tegen de Zoon zegt Hij: Uw troon, o God, bestaat in alle eeuwigheid. De scepter van Uw koninkrijk is een scepter van het recht”[4].
Jezus Christus, de almachtige God, ontvangt alle macht in hemel en aarde. Die schitterende macht brengt uiteindelijk overal geluk, rechtvaardigheid en vrede!

Psalm 2 is, om zo te zeggen, een lied voor de Oudtestamentische kerk. Een triomflied voor Gods kinderen dus.
Maar dit lied laat ook zien wat er gebeurt met mensen die God negeren. Jezus Christus, de Heiland, krijgt heel de wereld in eigendom. Maar de heidenvolken worden weggevaagd. Zij worden uitgeroeid. Gods Zoon maakt er korte metten mee. Al die ontkenners van Gods macht worden totaal vermorzeld. Al hun werk valt in duizend scherven uiteen. Men vindt er ten langen leste niets van terug. Met die goddelozen is het afgelopen! Einde! Uit!

Dat is een hard bericht. Een keiharde boodschap. Niet in het minst voor ouders die dwalende kinderen hebben. Massa’s vaders en moeders zien met lede ogen aan hoe hun kinderen, soms bijna ongemerkt, van de kerk wegdwalen. Niet dat die kinderen meteen totaal ongelovig zijn. Men ziet niet zelden hoe zij heen en weer geslingerd worden. Hoe dan? Een voorbeeld.
De vader doet nog wel iets aan de kerk, de moeder heeft een uitgesproken hekel aan de kerk; of andersom. De schoonouders zijn wellicht rustige, Gereformeerde mensen. Wat kiezen kinderen dan? Zij bewandelen een tussenweg. Je moet de familie toch een beetje te vriend houden, nietwaar? En eigenlijk is niemand tevreden. Wellicht ook de kinderen zelf niet. De twijfel en de vraagtekens hangen bijna zichtbaar ‘boven de markt’.

Welnu, Psalm 2 geeft ons een schets van de echte werkelijkheid. Jezus Christus heeft heel de wereld in eigendom. Hij geeft troost, geluk en vrede aan al Zijn volgelingen. Mensen die zonder God leven gaan een roemloos einde tegemoet.
Dat is een boodschap voor alle mensen op de wereld. Het is bericht voor alle landen. De proclamatie is duidelijk: ga naar Jezus Christus toe! Te beginnen met de regeerders. Die verkondiging geldt ook voor allen die actief zijn in de juridische wereld, de rechtspraak. En alle mensen mogen en moeten dat goede voorbeeld volgen! 

Alle wereldburgers die zich tot God bekeren, dragen in het leven altijd vreugde mee.
Hier op aarde is die vreugde echter altijd gemengd. Want altijd is daar ook de wetenschap over het verpulveren van de heidenvolken. Allen die nu Gods macht in de wind slaan worden geliquideerd. Alle arbeid die goddelozen op aarde verrichten verwordt tot gruis dat men achteloos wegveegt. Men vindt er tenslotte niets van terug.
Wat moeten we doen?
Alle mensen moeten een schuilplaats zoeken bij God. Het motto is: weg met halfslachtige keuzes! Oftewel: verjaag de twijfel!
Psalm 2 zegt het ons voor: “Welzalig allen die tot Hem de toevlucht nemen!”[5].
Laten we er maar zeker van zijn: Gods Koninkrijk zal glorieus overeind blijven. Tot in eeuwigheid!

Noten:
[1] Psalm 2:7, 8 en 9.
[2] Handelingen 4:24, 25 en 26.
[3] Handelingen 13:30-33.
[4] Hebreeën 1:4-8.
[5] Psalm 2:12.

11 februari 2021

Christelijk burgerschap gezocht

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

“Wij geloven dat onze goede God om de verdorvenheid van het menselijk geslacht geboden heeft, dat er koningen, vorsten en overheden zullen zijn. Hij wil namelijk dat de wereld geregeerd wordt door wetten en staatsregelingen, zodat de ongebondenheid van de mensen bedwongen wordt en alles in goede orde onder hen toegaat”.

Kenners der Gereformeerde belijdenisgeschriften hebben wellicht reeds bedacht dat het bovenstaande citaat uit de Nederlandse Geloofsbelijdenis komt[1]. Die woorden zijn, zeker in onze tijd, zeer actueel. Immers – massa’s mensen weten dat men in onze maatschappij pas gehoord wordt als je flink lawaai maakt. Het helpt vaak niet om een keurig nette brief te schrijven waarin men protesteert tegen een bepaalde maatregel. Een onwelwillende ambtenaar laat de brief in de onderste lade van zijn bureau verdwijnen. Of misschien zet hij ‘m op z’n glanzende desktopcomputer in het mapje ‘Nog te behandelen’. Daarna hoort men er niets meer van… Velen weten: wie wat wil bereiken, moet flink herrie schoppen.

Reeds in oude tijden zijn er maatregelen getroffen om dergelijke uitwassen te voorkomen. Mozes refereert er aan in Deuteronomium 1: “Dus nam ik uw stamhoofden, wijze en ervaren mannen, en stelde hen tot hoofd over u aan, leiders over duizend, leiders over honderd, leiders over vijftig en leiders over tien, en beambten voor uw stammen. Ook beval ik in die tijd uw rechters: Luister naar de geschillen tussen uw broeders, en oordeel rechtvaardig tussen een man, zijn broeder en de vreemdeling die bij hem is. U mag niet partijdig zijn in de rechtspraak: zowel de kleine als de grote moet u aanhoren. U mag voor niemand bevreesd zijn, want de rechtspraak behoort aan God”[2].
Rust en rechtvaardigheid – dat zijn belangrijke dingen in een christelijk leven! Veel mensen hebben hun oordeel snel klaar. Hun opinie is gebaseerd op datgene dat zij zien. Christenen moeten dat anders aanpakken. Jezus maakt dat in Johannes 7 duidelijk: “Oordeel niet naar wat voor ogen is, maar vel een rechtvaardig oordeel”[3]. Mensen zijn er soms meesters in om elkaar onder druk te zetten. Dat moet afgelopen zijn!

Mozes laat verderop in het Bijbelboek Deuteronomium blijken dat hij wel het een en ander weet van corruptie, zo u wilt: omkoperij. In Deuteronomium 16 staat namelijk te lezen: “U mag het recht niet buigen. U mag niet partijdig zijn en geen geschenk aannemen, want een geschenk verblindt de ogen van wijzen en verdraait de woorden van rechtvaardigen. Gerechtigheid, gerechtigheid moet u najagen, opdat u leeft en het land dat de HEERE, uw God, u geeft, in bezit neemt”[4]. Het klinkt bijna als een refrein. Het is het keervers dat past bij de christenheid, ook die van 2021: “gerechtigheid, gerechtigheid…”.
Dat moeten christenen – Gereformeerden incluis – nastreven in al hun weg en werk. Een eerlijke overheid is van het hoogste belang!

Wat gebeurt er als overheid en rechtsspraak Gods Woord links laten liggen en burgers niet rechtvaardig worden behandeld? Dan ontstaat de situatie die in Richteren 21 treffend beschreven wordt: “Ook de Israëlieten trokken in die tijd daarvandaan, ieder naar zijn stam en naar zijn geslacht. Zo trokken zij vandaar weg, ieder naar zijn erfelijk bezit. In die dagen was er geen koning in Israël: eenieder deed wat juist was in zijn ogen”[5]. Dan viert het individualisme hoogtij. Dan ligt willekeur op de loer. Want waarom zou je je iets van een ander aantrekken? Een dergelijke situatie komen wij bijvoorbeeld tegen in Richteren 18: “In die dagen was er geen koning in Israël. En in die dagen zocht de stam van de Danieten voor zich een erfelijk bezit om er te wonen, want tot op die dag was hun onder de stammen van Israël niet voldoende erfelijk bezit toegevallen”[6]. Het is een refrein in het Bijbelboek Richteren: in die dagen was er geen koning in Israël. Een rechtgeaarde koning en wijze rechters zijn een zegen voor een land.

Een wijze koning en eerlijke rechters kunnen zorgen voor een mentaliteitsverandering. Daarbij staat het buiten kijf: de grootste wijsheid vindt men bij God. Bij het dienen van Hem wordt men gaandeweg wijzer gemaakt.
In 1 Petrus 2 staat het zo: “Onderwerp u dan omwille van de Heere aan alle menselijke orde, hetzij aan de koning, als hoogste machthebber, hetzij aan de stadhouders, als mensen die door hem gezonden worden tot straf van de kwaaddoeners, maar tot lof van hen die goeddoen. Want zo is het de wil van God, dat u door goed te doen het onverstand van de dwaze mensen de mond snoert; als vrije mensen, maar niet alsof u de vrijheid hebt als een dekmantel voor slechtheid, maar als dienstknechten van God. Houd iedereen in ere; heb al uw broeders lief; vrees God; eer de koning”[7].  

Wat is de moraal van dit verhaal? Deze: ook in 2021 is het belangrijk om ons te trainen in christelijk burgerschap. Betekent dat dat we nooit een kritisch woord betreffende de overheid mogen spreken? Nee, dat betekent het zeker niet. Het houdt wel in dat we God vrezen. Het impliceert wel dat we onze roeping en status kennen: dienstknechten van God.
Op onze plaats behoren we ons best te doen om de goede orde in de samenleving te bevorderen!

Noten:
[1] Het citaat komt uit artikel 36.
[2] Deuteronomium 1:15, 16 en 17 a.
[3] Johannes 7:24.
[4] Deuteronomium 16:19 en 20.
[5] Richteren 21:24 en 25.
[6] Richteren 18:1.
[7] 1 Petrus 2:12-17.

« Vorige paginaVolgende pagina »

Blog op WordPress.com.