gereformeerd leven in nederland

30 juni 2021

Met naam en toenaam

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , ,

Gelovige volgelingen van Christus zijn op weg naar een mooie toekomst. Dat geloven wij. Daar zijn wij 100% zeker van.
Intussen hebben we in dit aardse bestaan te maken met aftakeling. En soms met vermindering van verstandelijke vermogens.

Een zuster in het geloof werd wegens dementie opgenomen in een woonzorgcentrum. Zij zei tegen haar man, die zij overigens maar amper meer kende: ‘Ik ga op vakantie; en ik weet niet wanneer ik terugkom’. Haar man bleef verdrietig achter…
Vele ouderen kennen uiteindelijk hun eigen naam niet meer. De mensen in hun omgeving kijken er met medelijden naar. En misschien ook wel met wanhoop. ‘Is er nou niemand, helemaal niemand, die hier iets aan kan doen?’.

In zo’n situatie is het een grote troost te weten dat God ons kent. Hij kent ons als wij Hem, jong als wij zijn, nog niet kennen. En Hij kent ons ook nog als wij geen weet meer van Hem hebben.
Denkt u in dit verband maar aan Samuël. In 1 Samuel 3 kent hij de Here nog niet. Maar de Here kent Samuël wel. Van zijn leermeester Eli leert Samuel wat hij zeggen moet als de Here roept.
“Toen kwam de Heere en bleef daar staan; en Hij riep zoals de andere keren: Samuel, Samuel! En Samuel zei: Spreek, want Uw dienaar luistert”1.

De jonge Samuel wordt door de Here in dienst genomen. Maar de eerste boodschap die hij door moet geven is geen vrolijk bericht. De Here zegt: ‘Let op: er gaat iets gebeuren!’ Het huis van Eli – zijn familie en alles wat daarbij hoort – zal te maken krijgen met Gods eeuwig oordeel. De ongerechtigheden in Eli’s familie zijn groot. De zonden zijn zo grof en groot dat verzoening nooit meer mogelijk zal wezen.
Samuel moet aan zijn opdrachtgever dus een bericht vol onheil doorgeven. Wij kunnen ons afvragen: is dit, pedagogisch gezien, wel handig? Of ook: moet je dit nu per se zo doen? Maar daar wordt in 1 Samuël 3 niet naar gevraagd. De Here neemt zijn jonge dienaar in dienst. En vervolgens moet Samuel aan het werk.

Hoe vreemd het ook klinkt – daar zit ook troost in. Namelijk deze: de Here kent Zijn mensen. En Hij maakt hen geschikt voor de functie die Hij in gedachten heeft. Hij kent hun naam. Hij maakt Zijn uitverkorenen klaar voor het werk dat Hij te doen geeft.

De gebeurtenissen in 1 Samuel 3 bevatten voor ons ook een waarschuwing. Als wij door de God van het verbond geroepen en in dienst genomen zijn, behoren we trouw ons werk te doen. En daar krijgen wij dan ook de kracht voor!

De God van het verbond kent ons, vanaf het begin van ons leven. Dat komt ook naar voren in het Gereformeerde doopsformulier.
Gods kinderen worden op Zijn naam gezet: “Wanneer wij gedoopt worden in de naam van de Vader, verklaart en verzegelt ons God de Vader, dat Hij met ons een eeuwig verbond der genade sluit”. En: “Wanneer wij gedoopt worden in de naam van de Zoon, verzekert de Zoon ons ervan, dat Hij ons in zijn bloed wast en reinigt van al onze zonden”. En: “Wanneer wij gedoopt worden in de naam van de Heilige Geest, verzekert de Heilige Geest ons door dit sacrament ervan, dat Hij in ons wonen wil en ons tot levende leden van Christus wil maken”2.
Misschien komt er een tijd dat demente broeders en zusters hun eigen naam niet meer weten. Ook dan mogen omstanders het weten: hij en zij staan op naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.

En er is meer. De complete kerkstad Sion krijgt een nieuwe naam. Laten wij elkaar in dezen wijzen op Jesaja 62: “Omwille van Sion zal ik niet zwijgen, omwille van Jeruzalem zal ik niet stil zijn, totdat haar gerechtigheid opkomt als een lichtglans, en haar heil als een brandende fakkel. De heidenvolken zullen uw gerechtigheid zien en alle koningen uw luister; u zult met een nieuwe naam genoemd worden, die de mond van de Heere bepalen zal”3. Heel de wereld zal zien hoe de kerk gerechtvaardigd wordt. Alle regeerders op deze aarde zullen ontdekken dat er een Koning boven hen staat. Die Koning geeft al Zijn onderdanen een nieuwe naam. Ja, ook als zij hun eigen naam niet meer weten.

In Openbaring 2 en 3 lezen wij ook over een nieuwe naam.
Eerst Openbaring 2: “Wie oren heeft, laat hij horen wat de Geest tegen de gemeenten zegt. Aan wie overwint, zal Ik van het verborgen manna te eten geven, en Ik zal hem een witte steen geven met op die steen een nieuwe naam geschreven, die niemand kent dan wie hem ontvangt”4. In een Studiebijbel staat bij die woorden geschreven: “Witte stenen werden in die tijd onder andere gebruikt als teken van vrijspraak door een rechtbank en als toegangsbewijs voor feesten. Op dergelijke stenen stond echter geen naam, terwijl dat hier wel het geval is. De winnaar van een sportwedstrijd kreeg een plaatje met zijn naam erop mee naar huis, om daar aanspraak te kunnen maken op hulde. Volgens een joodse traditie vielen er kostbare stenen tussen het manna. Waarschijnlijk maakt Johannes zelf geen keuze tussen deze en nog andere betekenissen van de witte steen. De steen als toegangsbewijs verwijst naar de toegang tot het messiaanse feestmaal, die de gelovigen gegeven wordt. Het beeld van de sportwedstrijd sluit aan bij de kroon des levens”5. Waarvan acte!
Nu dan Openbaring 3: “Wie overwint, hem zal Ik tot een zuil in de tempel van Mijn God maken, en hij zal daaruit niet meer weggaan. En Ik zal de Naam van Mijn God op hem schrijven en de naam van de stad van Mijn God, het nieuwe Jeruzalem, dat neerdaalt uit de hemel, bij Mijn God vandaan, en Mijn nieuwe Naam”6. De prestaties van keizerlijke weldoeners werden toentertijd in inscripties vereeuwigd. Dat zal er wel indrukwekkend uit hebben gezien. Echter – de nieuwe naam die God aan door Hem gekochte mensen geeft gaat boven dat alles uit!

Onze God weet precies wie wij zijn. Hij kent onze naam, ook als wij die niet meer kennen.
Alle uitverkorenen krijgen prachtige merktekens: ‘eigendom van God’ en: ‘inwoner van de nieuwe stad’.
Onze dementerende broeders en zusters weten hier op aarde misschien niet meer hoe zij heten. Zij krijgen echter een nieuwe naam. Net als alle andere mensen die bij Jezus Christus horen.
Er zal een moment komen dat de God van hemel en aarde heel Zijn volk vergadert. Alsdan zullen wij elkaar kennen. Dan weten wij allemaal wie wij zijn. Met naam en toenaam. Onze door God gegeven namen horen dan voor eeuwig bij ons. Die namen vergeten wij nooit meer.

Noten:
1 1 Samuël 3:10.
2 Formulier voor de bediening van de heilige doop aan de kinderen van de gelovigen. – Gereformeerd Kerkboek, 1986. – citaat van p. 513.
3 Jesaja 62:1 en 2.
4 Openbaring 2:17.
5 Geciteerd uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Openbaring 2:17.
6 Openbaring 3:12.

29 juni 2021

Kerk in de grote wereldstad

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

De samenleving kreeg in de coronacrisis een flinke dreun te incasseren. De pijn ervan wordt door velen nog gevoeld. Het valt op dat, ook in christelijke kringen, niet zo vaak is gememoreerd dat de Here God in die crisis Zelf aanwezig was. De God van hemel en aarde is ook vandaag nog volop actief.
En ook de satan is druk doende. Hij zag klaarblijkelijk een goede kans om mensen van God af te trekken. Hij ziet overal en nergens mogelijkheden om de kerk een kopje kleiner te maken.
Nee – we kunnen niet precies duiden wat de boodschap in de coronacrisis is. We kunnen echter wel zeggen dat er een hevige strijd tussen God en satan woedt. En één ding is zeker: de overwinning van de hoge God is zeker gesteld. Jezus Christus heeft getriomfeerd over zonde en dood: Hij is waarlijk opgestaan!

In de kerk van vandaag is dat nog niet te zien. Vervolging is in veel landen aan de orde van de dag. Christenen – Gereformeerden incluis – in Nederland worden, bijvoorbeeld als het om medisch-ethische zaken gaat, enigszins omzichtig aan de kant gedrukt. Ware dat mogelijk, dan zou de samenleving dat christelijke geluid liefst negeren.

In Openbaring 11 is de kerk dood. Zo lijkt het tenminste. Echter – het tegendeel blijkt. Het staat daar zo: “En de mensen uit de volken, stammen, talen en naties zullen hun dode lichamen drieënhalve dag zien, en zullen niet toelaten dat hun dode lichamen in het graf gelegd worden. En zij die op de aarde wonen, zullen zich over hen verblijden, en zullen feest gaan vieren en elkaar geschenken sturen, omdat deze twee profeten hen die op de aarde wonen, zo gekweld hadden. En na die drieënhalve dag kwam er een levensgeest uit God in hen en zij gingen op hun voeten staan. En grote vrees overviel hen die hen zagen”1. De mensen op aarde schrikken zich dood!
En dat is nog maar het begin.
Want opeens klinkt er vanuit de hemel een luide, zeer doordringende stem: ‘Kom naar boven!’. Alle tegenstanders van God zien hoe de twee getuigen op een wolk naar de hemel worden getransporteerd. De kerk wordt in veiligheid gebracht. Thans is de aardse oppositie totaal uitgepraat. Voor altijd volledig uit de running. Verslagen. Verbijsterd staren Gods tegenstanders de twee getuigen na.

Dit tafereel doet denken aan de hemelvaart van Jezus Christus2. Hij is gekruisigd, zwaar vernederd en uiteindelijk de dood in gegaan. De twee getuigen zijn ook gekleineerd, onteerd en ten langen leste gedood. Maar ook zij staan weer op. En ook zij varen ten hemel.
Met andere woorden – de kerk gaat dezelfde weg als de Redder der wereld ging. Nee, daar lijkt het totaal niet op. Sterker nog: de kerk lijkt in de Openbaring een roemloze dood te sterven. Echter – niets is minder waar! Paulus schrijft dan ook aan de Romeinen: “De Geest Zelf getuigt met onze geest dat wij kinderen van God zijn. En als wij kinderen zijn, dan zijn wij ook erfgenamen: erfgenamen van God en mede-erfgenamen van Christus; wanneer wij althans met Hem lijden, opdat wij ook met Hem verheerlijkt worden”3.
De hemelse God neemt het op voor de kerk.
De almachtige God van heel de kosmos maakt hardhandig een einde aan een wereld vol zonde en dood!

Het wordt allemaal nog veel erger. Sterker: de situatie wordt ronduit angstaanjagend!
De aarde davert. Er vindt een grote aardbeving plaats. Een tiende deel van de stad stort in. Complete stadswijken worden van het ene op het andere moment een puinhoop. Het centrum van vijandschap tegen God wordt aan gort geslagen!
En ieder beseft: er valt nu niets meer te vechten. Nu is er niets meer om voor te strijden. Want de luisterrijke God heeft de macht overgenomen. Voorgoed. Totaal.

De Gereformeerd-vrijgemaakte predikant dr. W.G. de Vries (1926-2006) vatte de situatie in Openbaring 11 eens treffend samen: “De kerk van de eindtijd wordt aangeduid als de ‘twee getuigen’. Ze sluit haar getuigenis af voor God en voor zijn Christus op de straten van de grote wereldstad. Ze spreekt publiek en wordt publiek weersproken. Maar ze houdt haar mond niet tot men die dicht slaat. Zolang zij adem heeft looft zij de Here. Of men het horen wil of niet. En als men tenslotte de kerk het zwijgen oplegt, dan heeft de wereld daarmee haar eigen vonnis geveld. Opeens vaart er een levensgeest in de getuigen van God. Zij gaan op hun voeten staan en grote vrees valt op allen die het zien. Dan wordt voor ieders oog zichtbaar dat de zaak van de kerk de zaak van de Zoon van God is. De zaak van Hem voor Wie zij heeft geleefd, gestreden en geleden. Dan zullen de gelovigen Gods aangezicht zien en zijn Naam zal op hun voorhoofd zijn”4.

In de krant staat: “… de economie herstelt zich snel nu het aantal besmettingen afneemt en de vaccinatiegraad toeneemt”. Er is echter ook veel onzekerheid: “over de vaccinatiecampagne, nieuwe coronavarianten, het aflopen van steunmaatregelen en het terugbetalen van schulden. Ook de grondstoffenschaarste en oplopende inkoopprijzen”5.
Nee, de aardse toekomst is niet alleen gemak en louter vreugde. Maar Gereformeerden kijken verder. Mede vanwege Openbaring 11. Het mag en moet ons helder voor de geest blijven staan: het Hoofd van de kerk leidt Zijn volk naar een luisterrijke toekomst toe!

Noten:
1 Openbaring 11:9, 10 en 11.
2 In het onderstaande gebruik ik: C. Vonk, “De voorzeide leer” deel I z. – Amsterdam: Buyten & Schipperheijn, 1991. – p. 74.
3 Romeinen 8:16 en 17.
4 De preek van dr. W.G. de Vries heeft als tekst: Zondag 37 van de Heidelbergse Catechismus. Thema en verdeling van de in 1999 geschreven preek luiden als volgt.
De gelovige erkent God als getuige van zijn handel en wandel.
1. Hij vindt rust in Gods verbondseed
2. Hij leeft in het klimaat van deze eed
5 “Economie krabbelt overeind”. In: Reformatorisch Dagblad, dinsdag 22 juni 2021, p. 1.

28 juni 2021

Eenzaamheid en isolement doorbroken

Van nature zijn wij niet trouw aan God. We dragen geen geloofs-dna met ons mee. Het is de coronacrisis die ons leert hoe belangrijk die trouw aan God toch is.

Wij horen berichten over de impact die de coronacrisis op de lange termijn hebben kan. Met name op de jongeren van nu.
Men spreekt over eenzaamheid. En over isolement.
Godsdienstpsycholoog Jos de Kock schrijft in het Nederlands Dagblad: “Nu deze sociale contacten weer mogelijk worden is niet gezegd dat de gevoelens van eenzaamheid verdwenen zijn. ‘Samen zijn’ staat niet meteen gelijk aan ‘niet eenzaam zijn’. Er moet zorg zijn om jongeren die moeilijk weer aanhaken. En ruimte om met gevoelens van eenzaamheid voor de dag te komen”.
Men zegt: bij veel jongeren is de kijk op de wereld veranderd.
De Kock schrijft: “Jongeren verdienen voldoende ruimte om met hun gedachten voor de dag te komen. Om stevige gedachten te laten bevragen, ontluikende gedachten te laten ontwikkelen en de grote en kleine vragen van het leven te mogen stellen”1.

Het gaat dus om gevoelens van eenzaamheid, isolement en om levensbeschouwing. Daarmee hebben niet alleen jongeren te maken. Ook ouderen kennen -of: kenden- eenzaamheid en isolement. En ook ouderen vragen zich af: wat wil God ons met de coronacrisis zeggen?

In situaties als deze is het belangrijk om te beseffen dat onze God getuige is van onze handel en wandel. Hij heeft kennis van alles wat wij doen en laten. Wij moeten ons realiseren dat wij – om met Zondag 37 van de Heidelbergse Catechismus te spreken – trouw behoren te zijn en de waarheid moeten spreken “tot eer van God en tot heil van de naaste”2.
Wij moeten trouw zijn in het contact houden met mensen die zich eenzaam voelen. Wij mogen met elkaar spreken over de kleine en de grote vragen van het leven.

Hierboven werd geschreven: God is getuige van onze handel en wandel. Waarom? Omdat Hij in de geschiedenis van de wereld de Onveranderlijke is.
Dat wordt heel duidelijk in Hebreeën 6. Citaat: “Want toen God Abraham de belofte deed, zwoer Hij bij Zichzelf, omdat Hij bij niemand die hoger was, kon zweren. Hij zei: Voorzeker, rijk zal Ik u zegenen en overvloedig zal Ik u in aantal doen toenemen. En zo heeft hij de belofte verkregen na daar geduldig op gewacht te hebben. Mensen zweren immers bij Iemand die hoger is dan zijzelf, en de eed, die hun tot bevestiging dient, is het eind van alle tegenspraak. Omdat Hij aan de erfgenamen van de belofte overvloediger de onveranderlijkheid van Zijn raadsbesluit wilde bewijzen, heeft God die bekrachtigd met een eed, opdat wij door twee onveranderlijke dingen, waarin het onmogelijk is dat God zou liegen, een sterke troost zouden ontvangen, wij die bij Hem de toevlucht genomen hebben om de hoop die voor ons ligt, vast te houden. Deze hoop hebben wij als een anker voor de ziel, dat vast en onwrikbaar is en reikt tot in het binnenste heiligdom, achter het voorhangsel. Daar is de Voorloper voor ons binnengegaan, namelijk Jezus”3.
God heeft een eed gezworen. Dat deed Hij bij Zichzelf, omdat Hij de hoogste macht in de wereld is. Daarom is er een 100%-garantie: op Hem kunnen we vertrouwen! Hij redt ons. Wij zijn met God verbonden, tot achter het gordijn in de hemelse tempel. Jezus Christus is als eerste vóór ons naar binnen gegaan.
De hele geschiedenis door is God druk aan het werk om ons te redden. Abraham had al met dat reddingswerk te maken. Wij hebben ook met dat reddingswerk te maken. Dat reddingswerk gaat door tot het einde van de tijd.
Want het is zeker: alle uitverkorenen komen bij elkaar. Dan is het voorgoed met de eenzaamheid gedaan. Dan kunnen wij voor altijd optimaal genieten van Gods trouw.
Die geloofskennis geeft ons extra stimulansen om te volharden in het leven met God en met elkaar.

Op aarde kunnen mensen heel eenzaam zijn. Zij kunnen zelfs geïsoleerd leven. En als dat niet zo is, dan voelt dat soms zo.
Laten wij in zulke omstandigheden dan bedenken dat Jezus Christus, onze Heiland, heel dicht bij ons gekomen is. De Gereformeerd-vrijgemaakte dr. W.G. de Vries (1926-2006) zei dat in een preek eens zo: “In het Oude Testament was er nog afstand tussen God en zijn volk. Een voorhangsel scheidde God van de mensen. God woonde in het donkere van het allerheiligste. Maar door Christus is God onze wereld binnen gekomen. Gods Zoon heeft op onze straten gewandeld en heeft in onze huizen gezeten. Immanuël – God met ons. En bij zijn sterven scheurde God met eigen hand het voorhangsel in de tempel. Er is geen afstand meer. God is in Christus tegenwoordig”. En: “…Gods verbond strekt zich tot alle dingen uit. We zijn aan God verbonden vanaf onze eerste levenszucht tot onze laatste levenssnik”4.
Van de eerste tot de laatste seconde van ons aardse leven is onze Heiland vlakbij. De apostel Paulus denkt in dezelfde sfeer als hij in 1 Corinthiërs 10 schrijft: “Of u dus eet of drinkt of iets anders doet, doe alles tot eer van God”5.

Eenzaamheid is een probleem van deze tijd.
Isolement is een situatie die met name bij de coronacrisis hoort.
Voor beide verschijnselen moeten we in de kerk aandacht hebben – inderdaad. Maar in de kerk is er meer. Er is Iemand bij wie wij terecht kunnen. Onze Heiland gaat dag en nacht met ons mee.

De maatschappij heeft in de coronacrisis, om zo te zeggen, een flinke klap gehad. Die klap doet behoorlijk zeer. De na-pijn ervan wordt door velen gevoeld. En dat is best te begrijpen.
Maar laten we in de kerk beseffen dat Jezus Christus bij ons is. Zijn Heilige Geest woont in ons hart. Hij voert ons in het gebed naar de plaats waar de hoge God zetelt. Laten we daarom maar meezingen met Psalm 119:
“Een smekeling, zo kom ik tot uw troon;
leg met uw woord beslag op mijn gedachten
opdat ik in het licht der waarheid woon”6.

Noten:
1 Jos de Kock, “Corona heeft jongere veranderd”. In: Nederlands Dagblad, maandag 21 juni 2021, p. 13.
2 Heidelbergse Catechismus – Zondag 37, antwoord 101.
3 Hebreeën 6:13-20 a.
4 De preek van dr. W.G. de Vries heeft als tekst: Zondag 37 van de Heidelbergse Catechismus. Thema en verdeling van de in 1999 geschreven preek luiden als volgt.
De gelovige erkent God als getuige van zijn handel en wandel.
1. Hij vindt rust in Gods verbondseed
2. Hij leeft in het klimaat van deze eed.
5 1 Corinthiërs 10:31.
6 Psalm 119:64 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.

25 juni 2021

Aanleg voor geloof?

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

Moeten wij aanleg hebben voor geloof en religie, om in de kerk te zitten? Is er een scheiding tussen mensen met geloofstalent en mensen zonder geloofs-DNA?
Soms wordt die suggestie wel gedaan. Laatst zei de schrijfster Marijke Schermer het nog.
U moet weten: uitgeverij Van Oorschot geeft momenteel de serie Terloops uit. Daarin maken schrijvers een wandeling, waarna zij er een boek over schrijven.
Welnu – Marijke Schermer wandelde stukken van het Brabantse Kloosterpad en verbleef bij de norbertinessen in het klooster Sint Catharinadal te Oosterhout.
Marijke zegt tegen het Nederlands Dagblad: “Tijdens het wandelen heb ik me heel erg afgevraagd of ik nou totaal ongeschikt ben voor religie. Een van de zusters vertelde me dat het haar geaardheid is, zoals je ook homo- of heteroseksueel kunt zijn, dat het in je zit of niet. Dat vond ik wel een aannemelijk verhaal omdat het ook verklaart waarom ik dan zo weinig religieus talent heb. Ik heb geen godsbezoek gekregen, nee. Het wandelen en nadenken en meegaan in het ritme van het klooster geeft wel rust en stilte in je hoofd, even weg uit de dagelijkse beslommeringen. Dus dat geeft wel wat bezinning, maar dat is niet religieus denk ik. Of wel?’”1.

Geloof – het zit in je. Of niet.
Is dat een aannemelijk verhaal? Het moet in ieder geval opvallen dat er zoveel verschillende mensen in de kerk zitten. Er zitten professoren en – om niet meer te noemen – hoogbegaafde technici. Conclusie: om te geloven hoeft men blijkbaar niet te voldoen aan bepaalde kenmerken.

Gods Woord leert dat ook niet. God kiest mensen uit om samen een volk van Hem te vormen. Leest u maar mee in Deuteronomium 7: “Want u bent een heilig volk voor de HEERE, uw God. De Heere, uw God, heeft ú uitgekozen uit alle volken op de aardbodem om voor Hem tot een volk te zijn dat Zijn persoonlijk eigendom is. Niet omdat u groter was dan al de andere volken heeft de Heere liefde voor u opgevat en u uitgekozen, want u was het kleinste van al de volken. Maar vanwege de liefde van de HEERE voor u, en om de eed die Hij uw vaderen gezworen had, in acht te houden, heeft de HEERE u met sterke hand uitgeleid en heeft Hij u verlost uit het slavenhuis, uit de hand van de farao, de koning van Egypte”2.
Het volk van God is Zijn eigendom. Waarom? Omdat Hij liefde voor dat volk voelt. Daarom heeft Hij Zijn volk van onderdrukking in Egypte bevrijd.

Maar hoe kan het dan dat heden ten dage christenen nog onderdrukt worden? Het stond onlangs in de krant: “Het leger van Myanmar, dat op 1 februari de macht greep, verscherpt de repressie jegens gelovigen; christenen, maar ook kritische boeddhisten en vooral moslims. Dat blijkt uit recente rapporten en media”3.
Dat gebeurt omdat de satan op aarde nog steeds veel macht en invloed heeft. De apostel Jacobus schrijft in zijn algemene brief: “Acht het enkel vreugde, mijn broeders, wanneer u in allerlei verzoekingen terechtkomt, want u weet dat de beproeving van uw geloof volharding teweegbrengt”4. De Here geeft volharding. Juist dan blijkt Zijn macht. Tegen de verdrukking in behouden velen het geloof. Dat is een wonder!

Intussen is het genoegzaam bekend: de uitverkiezing blijft niet beperkt tot het volk Israël. Paulus schrijft aan de christenen in Thessalonica: “Wij weten immers, geliefde broeders, van uw verkiezing door God”5. De kracht van God is daar in alles merkbaar. De blijdschap van de Thessalonicenzen is ten diepste een magnifieke activiteit van de Heilige Geest. Er is daar geloof. En het blijft daar ook – ondanks alle vervolging die er komt. De mensen in Thessalonica zijn echt voorbeeldige christenen. Voor de mensen om hen heen, en voor de mensen van vandaag. Niet omdat zij zelf zulke beste mensen zijn, maar omdat de Heilige Geest daar een groots werk doet. Geloof wordt gegeven6!

Terug naar Marijke Schermer.
De schrijfster is, goed beschouwd, op zoek naar God. Zij is op zoek naar ‘het echte verhaal erachter’, zegt zij in het Nederlands Dagblad. Waarom zijn de norbertinessen te Oosterhout in het klooster ingetreden? Marijke vindt dat klaarblijkelijk nog altijd enigermate raadselachtig.
Hoe dat ook zij – Gods Woord is er allang. De Bijbel bestaat al eeuwen. En eigenlijk is het een wonder van formaat dat er nog steeds Gereformeerden zijn die in die Bijbel lezen. Want er is in het geheel niemand die aanleg heeft voor geloof. Om met Psalm 14 te spreken:
“Zij allen zijn afgedwaald, tezamen zijn zij verdorven;
er is niemand die goeddoet,
zelfs niet één”7.
Nee, er is geen mens die van nature religieus talent bezit. Er is geen enkel schepsel die aanleg heeft voor geloof. Maar in de kerk mogen wij voortdurend bidden om het prachtige werk van Gods Heilige Geest. En wij mogen elkaars geloof versterken. Om het tenslotte met de woorden van Psalm 51 te zeggen:
“Ontneem mij niet uw heil’ge Geest, o God,
laat in uw heil mijn hart zich nu verblijden,
en richt geheel mijn wil op uw gebod,
dan zal ik zondaars op uw wegen leiden”8.

Noten:
1 Geciteerd uit: “Ik heb weinig religieus talent”. In: Gulliver, bijlage bij het Nederlands Dagblad, vrijdag 18 juni 2021, p. 4 en 5. Zie voor meer informatie over Marijke Schermer http://www.marijkeschermer.nl/sections/biografie/ ; geraadpleegd op vrijdag 18 juni 2021.
2 Deuteronomium 7:6, 7 en 8.
3 “Gelovigen Myanmar onder druk”. In: Nederlands Dagblad, donderdag 17 juni 2021, p. 6.
4 Jacobus 1:2 en 3.
5 1 Thessalonicenzen 1:4.
6 Zie 1 Thessalonicenzen 1:4-7.
7 Psalm 14:3.
8 Psalm 51:6 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.

24 juni 2021

Oproep tot toewijding

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Eeuwig leven – wie wil dat nou niet? Welnu – bij Jezus Christus is levensbehoud voor ieder die gelooft. In de wereld om ons heen wordt gezegd: ‘Het aantal coronabesmettingen daalt. De mondkapjes hoeven niet meer zo vaak gedragen te worden; we gaan weer terug naar normaal’. Op zichzelf genomen is die daling uiteraard goed nieuws. Voor de korte termijn helpt het ons vooruit. Maar op de lange termijn zitten de zaken anders. Daar geldt: bent u vóór of tegen Christus?

Paulus geeft in Romeinen 12 het recept voor een goed leven met God: “Ik roep u er dan toe op, broeders, door de ontfermingen van God, om uw lichamen aan God te wijden als een levend offer, heilig en voor God welbehaaglijk: dat is uw redelijke godsdienst. En word niet aan deze wereld gelijkvormig, maar word veranderd door de vernieuwing van uw gezindheid om te kunnen onderscheiden wat de goede, welbehaaglijke en volmaakte wil van God is”1.

F. van Deursen schrijft: “Uw hart, uw mond, uw handen, uw voeten, uw hersenen, uw ogen, uw oren, uw stem, al uw organen moet u in dienst stellen van Hem die u zoveel barmhartigheid bewees”2. Het is gedaan met de offers in de tempel. Jezus heeft de weg geëffend. Nu mogen Gods kinderen zelf, met hun eigen lichaam, bij God komen. Zij zijn een levend offer.
Het lijkt erop dat Paulus – die dit noteert omstreeks 58 na Christus – reeds voorziet dat de christenen in Rome zwaar zullen moeten lijden onder de vervolgingen van keizer Nero. Onder diens bewind worden christenen gemarteld en levend verbrand3.

Paulus schrijft over de ontfermingen van God – meervoud. Gods barmhartigheid uit zich op allerlei verschillende manieren. Juist vanwege die ontfermingen kunnen we anderen troost bieden. Paulus schrijft daarover in 2 Corinthiërs 1: “Geprezen zij de God en Vader van onze Heere Jezus Christus, de Vader van de barmhartigheden en de God van alle vertroosting, Die ons troost in al onze verdrukking, zodat wij hen kunnen troosten die in allerlei verdrukking zijn, met de vertroosting waarmee wij zelf door God getroost worden”4.
Mensen die in dienst zijn van de hoge God hebben altijd wel een reden om mensen in hun omgeving troost te bieden.

Hierboven staat het woord ‘recept’. Een recept krijg je in de regel van de dokter.
Dat brengt ons bij de vraag: kunt u wel een levend dankoffer zijn als u ziek bent, of zwak of oud?
Antwoord: jazeker.
Het is geen toeval dat Paulus in Romeinen 12 over genadegaven begint. Er zijn mensen die hun geloof, en de toepassing, daarvan op heel treffende wijze kunnen verwoorden. Andere mensen zijn heel dienstbaar. Er zijn ook mensen die de inhoud van het christelijk geloof in het onderwijs heel goed kunnen overdragen. Er zijn kerkmensen die hun broeders en zusters met de juiste woorden kunnen aanmoedigen; daar krijgen zij Gods hulp bij. Sommige gelovigen kunnen heel veel geven, soms materieel, soms ook immaterieel; God leert zulke mensen om zich bescheiden op te stellen.
Er zijn ook mensen die goed leiding kunnen geven; God geeft stimulansen om daar uw uiterste best voor te doen. Er zijn ook gelovige kinderen van God die er een kei in zijn om anderen voort te helpen; van God krijgen zij de kracht om dat in blijde stemming te doen5.
Paulus schrijft niets over leeftijd.
Paulus noteert geen woord over de gezondheidstoestand van allen die zijn brief gaan lezen. Wij moeten, schrijft hij, “in bescheidenheid, naar de mate van geloof zoals God die aan ieder heeft toebedeeld. Want zoals wij in één lichaam vele leden hebben en de leden niet alle dezelfde functie hebben, zo zijn wij, hoewel velen, één lichaam in Christus, maar ieder afzonderlijk leden van elkaar”6. We maken gebruik van datgene dat God ons geeft. Niet meer, en niet minder. Wij mogen en kunnen instrumentarium van de Here wezen: of we nu ziek, zwak of oud zijn.

In welk stadium van ons leven wij ook zijn, alles draait – schrijft Paulus – altijd om de vernieuwing van onze gezindheid. Wat betekent dat? Woorden uit Efeziërs 5 werpen licht op de zaak: “Let er dan op dat u nauwgezet wandelt, niet als dwazen, maar als wijzen, en buit de geschikte tijd uit, omdat de dagen vol kwaad zijn. Wees daarom niet onverstandig, maar begrijp wat de wil van de Heere is”7. De volgelingen van Christus in Efeze zijn nog maar relatief kort christen. Paulus wil zeggen: nu u christen bent geworden is het zaak om de tijd die op aarde nog rest zo goed mogelijk te benutten. De situatie van Gereformeerden in Nederland is vaak anders.
Voor hen geldt niet zelden:
“Ik was bij U, mijn God en mijn behoeder,
van jongsaf aan reeds veilig en geborgen.
Gij hebt mij met uw vaderlijke zorgen
steeds bijgestaan”8.
Nederlandse Gereformeerden zijn, om zo te zeggen, van kindsbeen af vertrouwd geraakt met God en kerk. Maar ook in deze tijd, vol secularisatie en Woordverlating, is het van belang om de tijd die we hier op aarde tot Gods eer in te vullen.

Nee, wij moeten niet leven als mensen die geen hoop hebben.
Laten we de stijl van Psalm 71 maar in praktijk brengen:
“Uw grote daden zal ik prijzen.
HEER, uw gerechtigheid
verkondig ik altijd.
U wilde mij steeds onderwijzen.
Van jongsaf mocht ik leren
uw wonderen te eren.

Blijf in mijn laatste levensjaren
mij steunen als voorheen.
Heer, laat mij niet alleen.
Ik meld, als U mij nog wilt sparen,
aan komende geslachten
uw werk, uw grote krachten”9.

Noten:
1 Romeinen 12:1 en 2.
2 Geciteerd uit: F. van Deursen, “De voorzeide leer – deel I t, Romeinen”. – Amsterdam: Buyten & Schipperheijn Motief, 2004. – p. 186 en 187.
3 Zie hierover bijvoorbeeld https://wikikids.nl/Christenvervolging ; geraadpleegd op donderdag 17 juni 2021.
4 2 Corinthiërs 1:3 en 4.
5 Zie hierover Romeinen 12:4-8.
6 Romeinen 12:3, 4 en 5.
7 Efeziërs 5:15, 16 en 17.
8 Psalm 22:4 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.
9 Psalm 71:9 en 10 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.

23 juni 2021

Bij de Heiland is behoud

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Belijdenissen en formulieren horen er in de kerk bij.
Wij belijden ons geloof. Als het daarom gaat kunnen wij terugvallen op oude documenten. Op de Nederlandse Geloofsbelijdenis. Op de Heidelbergse Catechismus. En op de Dordtse Leerregels. Zeker – sommige woorden of passages uit die documenten moeten in 2021 worden toegelicht. Ze zijn echter nog altijd de moeite waard. Wij maken gebruik van de manier waarop onze voorouders hun geloof hebben beleden. In onze tijd passen we op eigentijdse wijze toe wat gelovigen uit eerdere eeuwen ons leerden.

Wat is het doel van Gereformeerde mensen?
Wij willen niets liever dan dat iedereen God naar waarheid belijdt. Wij willen niets liever dan dat iedere wereldburger God in het gebed aanroept. Wij willen niets liever dan dat ieder schepsel God in al zijn activiteiten eert.
Met die formulering benutten wij in hedendaagse taal de Heidelbergse Catechismus. Leest u maar mee in Zondag 36: God eist in het derde gebod “dat wij Gods naam niet lasteren of misbruiken door vloeken of door een valse eed en evenmin door onnodig zweren. Verder dat wij ons ook niet door zwijgen of toelaten aan zulke gruwelijke zonden mee schuldig maken. Kortom, dat wij de heilige naam van God alleen met ontzag en eerbied gebruiken, zodat Hij door ons naar waarheid beleden en aangeroepen en in al onze woorden en werken geprezen wordt”12.

Als wij het bovenstaande belijden doen wij dat met enige schaamte.
Vloeken gebeurt niet vaak in de kerk. Maar hoe vaak zwijgen wij als er gevloekt wordt, of mensonwaardige schuttingtaal wordt gebruikt? Laten wij het maar toegeven: dat doen we heel vaak. Er is in onze samenleving namelijk geen beginnen aan. Er is ook lang niet altijd de gelegenheid voor. Ondertussen schieten we hier ernstig tekort – meestal ongewild, maar toch.
Tekorten toont Gods volk alle eeuwen door. Zonde is alle eeuwen door aan de orde van de dag.
Als Mozes in Exodus 3 geroepen wordt om het volk Israël uit Egypte te leiden, heeft hij daar – zachtjes gezegd – in eerste instantie niet zoveel oren naar. Hij spartelt behoorlijk tegen.
Als het volk Israël eenmaal uit Egypte bevrijd is, wil het notabene graag weer terug. Zie Exodus 16: “De Israëlieten zeiden tegen hen: Och, waren wij maar door de hand van de HEERE gestorven in het land Egypte, toen wij bij de vleespotten zaten en brood aten tot verzadiging toe! Want u hebt ons uitgeleid naar deze woestijn om heel deze gemeente van honger te laten sterven”. En Numeri 14: “Al de Israëlieten morden tegen Mozes en tegen Aäron. Heel de gemeenschap zei tegen hen: Waren wij maar in het land Egypte of in deze woestijn gestorven! Waren wij maar gestorven!”3.
En wat hebben de profeten niet tegen Israël gefulmineerd!
Kort door de bocht gezegd – het volk Israël? er is altijd wát mee!
Dat is nou de Oudtestamentische kerk…

Anno Domini 2021 worden ook wij geroepen om de God van het verbond in waarheid te belijden. Dat betekent: we doen niks van de Bijbel af. Dat betekent ook: we verzinnen er niks bij.
En wederom stijgt het schaamrood ons naar de kaken.
Op het kerkplein wordt voortdurend gediscussieerd. Men kan een rijtje maken: “…de vrouw in het ambt, weinig besef van de verdorvenheid van de mens, losse omgang met de kerkgang, oecumenische contacten, een onbijbelse visie op homoseksualiteit en er kan veel mee door als het gaat om liturgie en levensstijl”4. Al die discussies leveren niet zelden afscheidingen op. En ruzies. Woede en frustratie tevens.
Te midden van al dat gekrakeel, dat zich vermengd met allerlei werelds lawaai, roept Jezus Christus Zijn volk nadrukkelijk op Hem te belijden. Tegen de verdrukking in. Met het risico dat vele Twitteraars u aan een schandpaal nagelen. En ja, soms ook met gevaar voor eigen leven. Zie Mattheüs 10: “En wees niet bevreesd voor hen die het lichaam doden en de ziel niet kunnen doden, maar wees veeleer bevreesd voor Hem Die zowel ziel als lichaam te gronde kan richten in de hel. Worden niet twee musjes voor een penninkje verkocht? En niet een van die zal op de aarde vallen buiten uw Vader om. En ook de haren van uw hoofd zijn alle geteld. Wees dus niet bevreesd, u gaat veel musjes te boven. Ieder dan die Mij belijden zal voor de mensen, die zal Ik ook belijden voor Mijn Vader, Die in de hemelen is. Maar wie Mij verloochenen zal voor de mensen, die zal Ik ook verloochenen voor Mijn Vader, Die in de hemelen is”5.
Belijden is moeilijk. Maar voor Gods kinderen betekent het lijfsbehoud. Tot in eeuwigheid!

Dat geldt voor Joden. En ook voor niet-Joden. Zij worden in de Bijbel vaak ‘heidenen’ genoemd. Paulus dringt er in Romeinen 10 op aan: begrijp nu toch op welke manier de hemelse God u van schuld vrijspreekt! Jezus Christus is het einddoel van de Mozaïsche wet. Door Hem wordt u van schuld vrijgesproken. Geloof hoeven we niet ijverig te gaan zoeken. Het wordt in ons hart gelegd. En vervolgens spreken we dat uit. Dat is belijden. Belijden wordt ons gegeven.
Belijden is van alle tijden. Het is ook iets voor vandaag – jazeker. Wij mogen en moeten voortbouwen op de belijdenissen van vroeger tijden.
En ook op woensdag 23 juni 2021 mogen wij het Paulus nazeggen: “De gerechtigheid echter die uit het geloof is, spreekt aldus: Zeg niet in uw hart: Wie zal naar de hemel opklimmen? Dat is Christus naar beneden brengen. Of: Wie zal in de afgrond neerdalen? Dat is Christus uit de doden naar boven brengen. Maar wat zegt zij? Dicht bij u is het Woord, in uw mond en in uw hart. Dit is het Woord van het geloof, dat wij prediken: Als u met uw mond de Heere Jezus belijdt en met uw hart gelooft dat God Hem uit de doden heeft opgewekt, zult u zalig worden. Want met het hart gelooft men tot gerechtigheid en met de mond belijdt men tot zaligheid. Want de Schrift zegt: Ieder die in Hem gelooft, zal niet beschaamd worden”6.
Dan is de schaamte weg.
Dan is het verdriet over.
Want bij Jezus Christus, onze Heiland, is behoud voor ieder die gelooft!

Noten:
1 Heidelbergse Catechismus – Zondag 36, antwoord 99.
2 Dit artikel is een nadere doordenking van een preek over Zondag 36 van de Heidelbergse Catechismus. De preek werd geschreven door dominee C. Koster, predikant van De Gereformeerde Kerk Lansingerland. De preek werd gelezen in de morgendiensten van De Gereformeerde Kerk Groningen op zondag 13 juni 2021.
3 Achtereenvolgens citeer ik Exodus 16:3 en Numeri 14:2.
4 Geciteerd uit het Nederlands Dagblad, maandag 14 juni 2021, p. 6; rubriek: Blogs en bladen. De opsomming staat in een artikel in De Saambinder en is van dr. C.S.L. Janse. Janse doelt met name op de Gereformeerde kerken (vrijgemaakt). Maar zijn rijtje is niet zelden ook toepasbaar op andere genootschappen die zich ‘kerk’ noemen.
5 Mattheüs 10:28-33.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.