gereformeerd leven in nederland

31 augustus 2021

Geloofsbeleving

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

Dominee G. Oosterhuis is predikant in Hilversum. Hij dient een samenwerkingsgemeente die ontstaan is uit drie gereformeerde kerken – CGKV De Verbinding. Hij heeft een antwoord gezocht op de vraag: waarom gaan er zoveel jongeren naar een evangelische kerk?
Daarover wordt hij in de krant geïnterviewd1.

Oosterhuis zegt: “Ik had verwacht dat na de eeuwwisseling het hoofdzakelijk om de liturgie zou gaan. Omdat ik veel mensen naar Mozaiek of de Doorbrekers zie gaan. Dat zijn van die grote gemeenten die liturgisch anders in elkaar zitten. Mensen vertellen dat ze daar een gevoel van thuiskomen ervaren in de dienst, dat de vieringen die ze daar hebben meegemaakt, hen nooit meer loslaten. Dat gaat over een persoonlijke bekering, je geroepen weten, dat het geloof over heel je leven gaat. Dat krijgt een plek in een evangelische kerk. In de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt ga je naar de kerk om iets nieuws te horen. Daar zeg je achteraf: ‘Dat was interessant ik heb weer veel geleerd’. Dat is wat anders dan in je hart geraakt worden en daar zijn evangelicalen op uit”.
Het gaat dus om de geloofsbeleving. In de formulering van de Hilversumse predikant klinkt het bijna logisch: wilt u meer geloofsbeleving? ga dan naar de evangelischen.

Maar zo simpel ligt dat niet.
Is er bij Gereformeerden geen geloofsbeleving? Zeker wel. We doen niet aan bands en drumstellen. Maar geloofsbeleving is er zeker wel. Dat komt omdat wij het Woord van God lezen. En daarin komen wij veel geloofservaring tegen, die ons vervolgens weer geloofsbeleving geeft.
Denkt u bijvoorbeeld maar aan Psalm 27:
“Als ik toch niet had geloofd dat ik de goedheid van de Heere
zou zien in het land van de levenden,
ik was vergaan”.
Of aan Romeinen 5: “En dit niet alleen, maar wij roemen ook in de verdrukkingen, omdat wij weten dat de verdrukking volharding teweegbrengt, en de volharding ondervinding en de ondervinding hoop”.
Of aan 2 Petrus 1: “En daarom moet u zich er met alle inzet op toeleggen om aan uw geloof deugd toe te voegen, aan de deugd kennis, aan de kennis zelfbeheersing, aan de zelfbeheersing volharding, aan de volharding godsvrucht, aan de godsvrucht broederliefde en aan de broederliefde liefde voor iedereen”.
Gods Woord helpt Gereformeerden bij de geloofsbeleving. De Bijbel staat daarbij zelfs centraal. Men kan zeggen: dat is bij de evangelischen niet anders. Men kan er echter niet omheen dat muziek in evangelische diensten niet zelden een zo grote plaats inneemt dat het bijna concerten worden. Misschien ongewild komen dan de zangers, zangeressen en andere musici in het middelpunt te staan. En dat is niet de bedoeling2.

Laten wij nog een ogenblik nadenken over de geloofsbeleving der Gereformeerden.
Omdat de Bijbel bij die beleving centraal staat, kan het gebeuren dat wij bij onszelf zeggen: ‘Mijn beleving staat in Psalm 27, in Romeinen 5, in 2 Petrus 1 – daar wordt omschreven wat ik nu voel. Daar heb ik weinig of niets meer aan toe te voegen’.
Dat is wel te begrijpen. Maar voor onszelf, en niet in het minst ook voor de mensen om ons heen, is het goed om de Bijbel toe te passen in de situatie van alledag. In De Gereformeerde Kerken (DGK) horen en zien wij dat regelmatig gebeuren. Dat is een goede zaak! Maar een ieder weet dat dat lang niet altijd en overal zo gaat. Mensen houden zich vaak stil over de preek. Als het tegenzit verwoorden zij vooral kritische opmerkingen bij de preek, of bij de liturgie. Eigenlijk zouden wij allen ons erin moeten oefenen om na de eredienst tenminste één opmerking over de preek te maken waaruit blijkt dat ons geloof is gesterkt.
Inderdaad – ook de Gereformeerde dominee mag laten blijken dat de preek, en het voorbereiden daarvan, hem tot geloofsbeleving brengt. En laat hij vervolgens niet aarzelen om dat die beleving aan zijn luisteraars over te brengen!
Kennis is noodzakelijk, maar daar moet het niet bij blijven. Het Woord moet gebruikt en toegepast worden: in situaties binnen de kerkelijke gemeente, als we de krant lezen en nieuwsuitzendingen beluisteren of bekijken. In alle omstandigheden van het bestaan leven wij met God. Als het goed is, tenminste…
Laat het maar weer eens gezegd zijn: preken mogen nooit oppervlakkige praatjes worden. Goede exegese is nodig. Een heldere toepassing is van het grootste belang. Anders gaat Gods Woord zomaar buikspreken. En niets is erger dan dat.

Door de Heilige Geest gedreven moeten Gereformeerden – en ook evangelischen natuurlijk! – zich ook open stellen voor Gods Woord, voor het meedoen met de gebeden, en het meezingen met psalmen en gezangen en geestelijke liederen.
Daarbij dienen wij te bedenken dat de preek niet een redevoering is, door het beluisteren waarvan wij altijd iets nieuws leren. Het is wel een middel om ons geloof te versterken. Het is bovendien een middel dat God wil gebruiken om onze geloofsactiviteit in de praktijk te stimuleren.
Nee, geloofsbeleving is niet typisch iets van evangelischen. Gereformeerden beleven hun geloof ook. In gemeenschap met de kerk van alle tijden en plaatsen zeggen zij in alle toonaarden: Jezus Christus heeft ons verlost van onze zondeschuld, en ons uitzicht op een eeuwig leven met Hem; daarom zal iedereen altijd een vonk van geloofsvreugde in ons leven kunnen zien!

Laten wij tenslotte elkaar voorhouden dat er ook periodes in ons leven kunnen wezen waarin de geloofsbeleving ver te zoeken is. De zonde zit in ons leven ingebakken. Dat het geloof, en met name de beleving daarvan, soms niet zo op de voorgrond staat is derhalve geen wonder.
In zulke situaties is het belangrijk om te blijven bidden. Zelfs als de hemel van koper lijkt te zijn luistert God naar ons gebed. En wij mogen bidden: ‘Here, geef mij de geloofsbeleving terug’. In 2 Petrus 1 – één van de hoofdstukken waar hierboven al uit geciteerd werd – staat niet voor niets: “… beijver u des te meer om uw roeping en verkiezing vast te maken; want als u dat doet, zult u nooit struikelen. Want zo zal u in rijke mate de toegang worden verleend tot het eeuwig Koninkrijk van onze Heere en Zaligmaker, Jezus Christus”.
Blijf bidden!
Zoek, hoe dan ook, contact met God!
Dan komt het met de geloofsbeleving wel goed. Ja, ook bij Gereformeerden3.

Noten:
1 “Gereformeerd en evangelisch kan”. In: Nederlands Dagblad, zaterdag 21 augustus 2021, p. 7.
2 In deze alinea citeer ik Psalm 27:13, Romeinen 5:3 en 4 en 2 Petrus 1:5-7.
3 In deze alinea citeer ik 2 Petrus 1:10 b en 11.

30 augustus 2021

Onoverbrugbare verschillen

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

‘Evangelisch en gereformeerd kan’. Aldus een kop in het Nederlands Dagblad van zaterdag 21 augustus. Daaronder staat: ‘Gertjan Oosterhuis onderzocht waarom gereformeerden lid werden van een evangelische kerk. ‘Ze wilden vrijgemaakt blijven, maar de kerkenraad dacht daar anders over’.
Dominee G. Oosterhuis is predikant in Hilversum. Hij dient een samenwerkingsgemeente die ontstaan is uit drie gereformeerde kerken – CGKV De Verbinding. Hij heeft een antwoord gezocht op de vraag: waarom gaan er zoveel jongeren naar een evangelische kerk?
Daarover wordt hij in de krant geïnterviewd1.

Die krantenkop alleen al geeft enige stof tot overdenking.
Evangelisch en gereformeerd kan best samengaan, zo wordt dus gezegd.
Wat is het verschil tussen die twee eigenlijk?
Gereformeerd, dat is: de Bijbel gaat open. Gereformeerd, dat is: alles wat Schriftuurlijk is. Gereformeerd, dat is: de kerk vraagt naar het Woord. Gereformeerd, dat is: reformatie gaat steeds door.
Evangelisch, dat is: persoonlijk ervaren dat u door Jezus Christus verlost bent. Evangelisch, dat is: nadruk op evangelisatie, zodat meer mensen die ervaring krijgen. Evangelisch, dat is: nadruk op het werk van de Heilige Geest. Evangelisch, dat is: kerkverbanden zijn niet zo belangrijk.
Hebben Gereformeerden dan geen persoonlijke ervaring? Zeker wel.
Zijn evangelischen altijd onschriftuurlijk bezig? Zeker niet.
Wij moeten dus oppassen voor het maken van karikaturen. Maar hierboven is de grote lijn wel getrokken2.

Hoe reageren de orthodox-Gereformeerden op de evangelischen?
Dominee J.M.D. de Heer, predikant van de Gereformeerde Gemeente te Middelburg, promoveerde in 2018 aan de Vrije Universiteit te Amsterdam op een proefschrift waarin hij de opinievorming omtrent de evangelische beweging en de charismatische vernieuwing sinds de jaren 1970 binnen de Gereformeerde Bond, de Christelijke Gereformeerde Kerken, de Gereformeerde Gemeenten, de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) en de Nederlands Gereformeerde Kerken beschrijft. Een recensent noteert daarover: “Uit de inventarisatie van de reformatorische opinievorming door De Heer blijkt dat de Gereformeerde Bond en de Christelijke Gereformeerde Kerken worstelden met de evangelische beweging en de charismatische vernieuwing. De Gereformeerde Gemeenten stelden zich afwerend op, terwijl eerst de Nederlands Gereformeerde Kerken en later ook de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) zich openstelden voor evangelische en charismatische invloeden. Daarbij komt in de beschrijving van De Heer steeds naar voren hoezeer de beoordeling van evangelische en charismatische uitingen samenhing met de eigen identiteit van de specifieke reformatorische groep. Zo vielen bonders en christelijk gereformeerden over het individualisme en subjectivisme van evangelischen en plaatsten daar het verbond tegenover. Opinieleiders uit de Gereformeerde Gemeenten hadden grote moeite met de evangelische nadruk op de geloofskeuze van de mens en waarschuwden veelvuldig voor arminianisme. Vertegenwoordigers van de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) wezen tot in de jaren 1990 op de plicht van iedere christen om zich te voegen bij de ware kerk”. Daarbij tekent schrijver dezes aan dat de kwestie van de ware kerk in de GKv inmiddels op de achtergrond is geraakt3.

Kan men met de evangelischen optrekken? Daar is in het verleden nogal verschillend over gedacht. En nog altijd bestaan er scherp onderscheiden meningen.
Evangelisch en Gereformeerd – dat kan samen op gaan. Aldus suggereren dominee Oosterhuis en het Nederlands Dagblad. Men kan tegelijkertijd Gereformeerd en evangelisch zijn, zo stelt men.

Dat gaat, wat schrijver dezes betreft, te snel.
In de eerste plaats is de ene evangelische kerk de andere niet. Het is te simpel om alle kerken over één kam te scheren.
In de tweede plaats is er, naar het schrijver dezes voorkomt, tenminste één gemeenschappelijk grondprobleem als het om de evangelischen gaat. Namelijk dit: de evangelische beweging miskent van de kinderdoop.
Daar begint het. De God van het verbond is er van den beginne bij.
Het Gereformeerde formulier voor de bediening van de heilige doop aan de kinderen van de gelovigen zegt het als volgt.
“Ten eerste: wij en onze kinderen zijn in zonde ontvangen en geboren. Daarom rust Gods toorn op ons, zodat wij in het rijk van God niet kunnen komen, of wij moeten opnieuw geboren worden.
Dit leert ons de onderdompeling in en de besprenkeling met het water. Daardoor wordt ons de onreinheid van onze ziel voor ogen gesteld. Dit moet ons ertoe brengen, dat wij een afkeer krijgen van onszelf, ons voor God verootmoedigen en onze reiniging en ons behoud buiten onszelf zoeken.
Ten tweede: de doop bevestigt en verzegelt ons de afwassing van onze zonden door Jezus Christus. Wij worden immers volgens het bevel van Christus gedoopt in de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.
Wanneer wij gedoopt worden in de naam van de Vader, verklaart en verzegelt ons God de Vader, dat Hij met ons een eeuwig verbond der genade sluit. Hij neemt ons tot zijn kinderen en erfgenamen aan en zal ons daarom van al het goede voorzien en al het kwade van ons weren of voor ons doen meewerken ten goede.
Wanneer wij gedoopt worden in de naam van de Zoon, verzekert de Zoon ons ervan, dat Hij ons in zijn bloed wast en reinigt van al onze zonden. Hij maakt ons één met Zichzelf in zijn dood en opstanding, zodat wij van onze zonden bevrijd en rechtvaardig voor God gerekend worden.
Wanneer wij gedoopt worden in de naam van de Heilige Geest, verzekert de Heilige Geest ons door dit sacrament ervan, dat Hij in ons wonen wil en ons tot levende leden van Christus wil maken. Want Hij eigent ons toe wat wij in Christus hebben, namelijk de afwassing van onze zonden en de dagelijkse vernieuwing van ons leven. Zo zullen wij tenslotte volkomen rein in het eeuwige leven een plaats ontvangen te midden van de gemeente der uitverkorenen”.
Van den beginne hebben wij in ons leven te maken met de trouw van God.
Die beantwoorden we in de Gereformeerde kerk van oudsher met de openbare geloofsbelijdenis.
In veel evangelische kerken gebruikt men de overdoop. Daarmee suggereert men nadrukkelijk dat die eerste doop onvoldoende is. Er is een tweede doop nodig. Om God volop en voluit te kunnen dienen moet er een tweede doop komen. Let wel: de openbare geloofsbelijdenis wordt niet per se waardeloos geacht. Maar die tweede doop is toch noodzakelijk. Hoe men het ook wenden of keren wil: de waarde van de kinderdoop wordt naar beneden gehaald4.

Daarom: Gereformeerd en evangelisch – nee, dat gaat niet samen.
Schrijft schrijver dezes daarmee de evangelischen af? Nee, zeker niet. In zijn familie en in zijn vriendenkring zijn verschillende evangelische christenen. En dat zijn lieve mensen, heus waar.
Maar het is onjuist om de diepgaande verschillen te ontkennen.
Het blijkt nodig om dat weer eens op te schrijven. Bij deze dan.

Noten:
1 “Gereformeerd en evangelisch kan”. In: Nederlands Dagblad, zaterdag 21 augustus 2021, p. 7.
2 Zie voor een uitwerking van de term ‘Gereformeerd’ mijn artikel “Wat is Gereformeerd?”, hier gepubliceerd op 17 oktober 2019. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2019/10/17/ . Zie voor ‘evangelisch’: https://nl.wikipedia.org/wiki/Evangelisch_christendom ; geraadpleegd op maandag 23 augustus 2021.
3 Het citaat komt uit: M. Hofman, “Boekbespreking”. In: Theologia Reformata, 1 december 2020, p. 447-449.
De gegevens van het proefschrift zijn: J.M.D. de Heer, “Spiegel & spanningsbron: opinievorming in reformatorische kerken over de evangelische beweging en de charismatische vernieuwing”. – Houten: Den Hertog, 2018. – 684 p.
4 Het citaat komt uit het formulier voor de bediening van de heilige doop aan de kinderen van de gelovigen. – Gereformeerd Kerkboek-1986, p. 512 en 513.

27 augustus 2021

Iedereen zal de Heiland zien

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

“Zie, Hij komt met de wolken, en elk oog zal Hem zien, ook zij die Hem doorstoken hebben. En alle stammen van de aarde zullen rouw over Hem bedrijven. Ja, amen”.
Die Boodschap – we vinden ‘m in Openbaring 1 – mag de kerk aan de wereld doorgeven.
Op de keper beschouwd is dat een heel bijzonder Bericht. Alleen al omdat alle wereldburgers Hem zullen zien. Hoe kan dat? Hoe zal dat zijn? Niemand die dat precies weet. Maar de hemelse God zegt het, en dus is het waar. De kerk heeft het Woord voor de wereld!1

Die term ‘zij die Hem doorstoken hebben’ gaat terug op Zacharia 12: “Op die dag zal het gebeuren dat Ik alle heidenvolken die tegen Jeruzalem oprukken, zal willen wegvagen. Maar over het huis van David en over de inwoners van Jeruzalem zal Ik de Geest van de genade en van de gebeden uitstorten. Zij zullen Mij aanschouwen, Die zij doorstoken hebben. Zij zullen over Hem rouw bedrijven, als met de rouwklacht over een enig kind; en zij zullen over Hem bitter klagen, zoals men bitter klaagt over een eerstgeborene”.
Daar staat het: “Zij zullen Mij aanschouwen, Die zij doorstoken hebben”.
Waar draait het in Zacharia 12 om?
1.
Jeruzalem zal worden aangevallen. Alle volken zullen optrekken naar Jeruzalem. Ziet u ’t voor u? De wegen zijn vol militairen. Straatbreed trekken de soldaten door het land, op weg naar Sion. Alleen dat beeld al is beangstigend! Gaat Jeruzalem, de kerkstad, ten onder? Nee, toch niet! Al die soldaten zullen wel proberen om Jeruzalems ondergang te bewerkstelligen. Maar dat mislukt jammerlijk. Al die strijdbare militairen worden zelf vernietigd. Uitgeroeid!
Hoe is dat nou toch mogelijk? Dat is mogelijk omdat de Almachtige die menselijke overmacht de baas is!
Het is net alsof Jeruzalem een steen is die niet op te tillen is. Je breekt je rug erop! Alle paarden worden schrikkerig en schichtig gemaakt. De ruiters worden gek van angst. Alle soldaten worden totaal verblind!
2.
Dan begrijpen de leiders van Juda Wie werkelijk de macht heeft! De Here zorgt ervoor dat al die leiders als een laaiend vuur. Alle buurlanden krijgen met dat vuur te maken. De buurlanden worden als het ware weggebrand.
Maar de Jeruzalemmers dan? Die ontvangen speciale bescherming van de hoge God. Zwakke mensen worden ijzersterk.
Elk volk dat nog een poging doet om Gods volk iets aan te doen zal de dood in de ogen zien.
3.
De God van hemel en aarde zal, zegt Hij, Zijn Heilige Geest uitstorten. Ja, het gaat Pinksteren worden. ‘Zij zullen mij zien!’.
Een uitlegger noteert: “We zien hier een opmerkelijke voorstelling van zaken. Wie spreekt hier? De HEERE spreekt (…) “Zij zullen Mij aanschouwen”, dat is de Spreker, de Heere. Maar hoe aanschouwen zij Hem? Als Degene “Die zij doorstoken hebben”, dat is niemand anders dan de Heer Jezus. Ze zullen Hem zien, Die zij doorstoken hebben, een Mens, zoals Thomas Hem heeft gezien . Zij zullen dan zien dat de Messias de Heere Zelf is, dat de verachte Jezus van Nazareth de HEERE Zelf is. Niet een Romeinse soldaat, maar Israël heeft Hem doorstoken”. (…) Als ze Hem zo zien, zullen ze de rouwklacht van Jesaja 53 uitspreken. Het is de rouwklacht als over het verlies van een eniggeboren kind”2.

Bij de terugkomst van Jezus Christus zal de ongelovige wereldbevolking klaarblijkelijk aan vertwijfeling en wanhoop ten prooi wezen. De mensen zien met rasse schreden het oordeel naderen…
Gelovige kinderen van God daarentegen zullen, als Jezus Christus terugkeert op de wolken, met open mond toekijken. Zij zullen beseffen: onze Heiland heeft voor gestorven; Hij heeft voor ons geleden, teneinde ons te redden. Op dat moment zal de triomf over onze redding het besef van zondigheid snel wegdrukken!
Het volk van God mag dus gerust met een triomfantelijke blik in de ogen in de wereld staan. Want zij weten: er komt een hemels feest aan! Zeker – de wereld kan ons vertrouwen in de toekomst zomaar uitleggen als arrogantie. Maar dat is een misvatting van formaat.
De wereld heeft de mond vol over integratie, klimaat en economie.
Welnu, als er Eén inclusief en geïntegreerd denkt, dan is het wel onze Heiland. Denkt u maar aan 1 Johannes 2: “En Hij is een verzoening voor onze zonden; en niet alleen voor de onze, maar ook voor de zonden van de hele wereld”.
En wees er maar van verzekerd: de wereld gaat heus niet aan klimaatverandering ten onder. Laten wij elkaar, als het daar om gaat, wijzen op Genesis 8: “…En de Heere zei in Zijn hart: Ik zal de aardbodem voortaan niet meer vervloeken vanwege de mens; de gedachtespinsels van het hart van de mens zijn immers slecht, van zijn jeugd af; en Ik zal voortaan niet al het levende meer doden, zoals Ik gedaan heb. Voortaan, al de dagen van de aarde, zullen zaaitijd en oogsttijd, koude en hitte, zomer en winter, dag en nacht niet ophouden”.
De wereld zegt: economie is alles. Met bewondering kijkt men naar grootgroeiers; mits die ‘groen’ werken, uiteraard. Maar Mattheüs 6 leert ons: “Verzamel geen schatten voor u op de aarde, waar mot en roest ze verderven, en waar dieven inbreken en stelen; maar verzamel schatten voor u in de hemel, waar geen mot of roest ze verderft, en waar dieven niet inbreken of stelen; want waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn”.
Daarom wachten wij verlangend op de terugkomst van Jezus Christus, op de Jongste Dag. Iedereen zal Hem dan zien. “Ja, amen”, staat er. Er is 100% garantie: de Heiland komt terug. In Openbaring 1 wordt er niet omheen gedraaid: “Ik ben de Alfa en de Omega, het Begin en het Einde, zegt de Heere, Die is en Die was en Die komt, de Almachtige”.
Wat zal de wereld mooi zijn op die dag!3

Noten:
1 In deze alinea citeer ik Openbaring 1:7.
2 In deze alinea citeer ik Zacharia 12:9 en 10. Verder gebruik ik https://www.oudesporen.nl/Download/OS2687.pdf , p. 123 en 124; geraadpleegd op donderdag 19 augustus 2021.
3 In deze alinea citeer ik achtereenvolgens 1 Johannes 2:2, Genesis 8:21 en 22, Mattheüs 6:19-21 en Openbaring 1:8.

26 augustus 2021

Onze Heer geeft ommekeer

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

De God van hemel en aarde zal ons niet loslaten. Dat thema weergalmt in heel Gods Woord. De profeten brengen dat heel duidelijk in beeld. Als het aan de mensen lag, was God al lang aan de kant gezet. Afgedankt. Weggeregeld. Maar de God van het verbond is trouw. Hij heeft Zich aan mensen verbonden. Die band kan niet gebroken worden.
Dat blijkt bijvoorbeeld duidelijk in de profetie van Amos.

Laten wij eerst een ogenblik aandacht hebben voor Amos 8: “Dit heeft de Heere HEERE mij laten zien, en zie: een korf met zomervruchten. Toen zei Hij: Wat ziet u, Amos? Ik zei: Een korf met zomervruchten. Daarop zei de Heere tegen mij: Het einde is gekomen voor Mijn volk Israël: Ik zal het niet langer voorbijgaan. De tempelliederen zullen klagend klinken op die dag, spreekt de Heere Heere. Talrijk zullen de dode lichamen zijn. Op elke plaats werpt men ze zwijgend weg”.
Een uitlegger noteert erbij: “De zomervruchten tonen aan dat het einde zeker is en ook nabij. In het Hebreeuws is er een woordspeling. Het woord voor zomervruchten wordt bijna hetzelfde uitgesproken als het woord voor ‘einde’ in: ‘Het einde is gekomen voor Mijn volk Israël’”.
Oppervlakkig bezien ziet Amos een fraai zomers tafereel.
Een mooi stilleven.
Een mand met zomervruchten – men zou er spontaan wat van opeten, zo aanlokkelijk ziet het eruit.
Die zomervruchten heeft de Here gegeven.
Zodoende zou men haast zeggen: ’t wordt tijd voor een extra dankdag voor gewas en arbeid. Want de Here geeft rijke zegen!
Maar die rijpe vruchten blijken te betekenen dat Israël rijp is voor Gods oordeel. Het volk is rijp voor de ondergang. Van de buitenkant ziet de godsdienst der Israëlieten er aantrekkelijk uit. Maar aan de binnenkant stelt het allemaal niet zoveel meer voor.
Wat moeten we met die zomervruchten aanvangen?
Moeten wij elkaar anno Domini 2021 de put inpraten? Zo van: het is niks, en het wordt ook nooit meer wat…?
Nee, dat niet.
Maar in Amos 8 zit wel een waarschuwing.
Namelijk deze: de kerk moet de God van hemel en aarde blijven dienen, met alles wat zij in huis heeft. Daarbij moeten wij, gelovigen van 2021, uitkijken dat de kerk geen ontoegankelijke burcht wordt. Het gevaar is groot dat wij in onze gedachten, de kerkdeuren zachtkens sluiten, onder het motto: ‘Wij zijn gered, doch de wereld gaat verloren’. Het is niet voor niets dat Amos ook profetieën uitspreekt aan het adres van Syrië, Filistea, Fenicië, Edom en Ammon. Het buitenland is wel degelijk in beeld. De kerk staat middenin de wereld. Daar moet het Woord van de Here worden gebracht. De aloude Boodschap mag worden geformuleerd in nieuwe woorden. Maar één ding is zeker: er is werk aan de winkel!1

De zomer is bijna ten einde. De herfst komt eraan.
Is dat de verkondiging van de kerk?
Er is meer.
Dat zien wij als we nu ook in Amos 9 gaan lezen.
“Zie, er komen dagen, spreekt de HEERE, dat de ploeger de maaier zal ontmoeten en de druiventreder de zaaier, en dat de bergen zullen druipen van jonge wijn en al de heuvels doordrenkt zullen worden. Ik zal een omkeer brengen in de gevangenschap van Mijn volk Israël. Zij zullen de verwoeste steden herbouwen en bewonen, zij zullen wijngaarden planten en de wijn ervan drinken, zij zullen tuinen aanleggen en de vrucht ervan eten. Ik zal hen in hun land planten, en zij zullen nooit meer weggerukt worden uit hun land, dat Ik aan hen gegeven heb, zegt de HEERE, uw God”.
Dat is het hoopvolle sluitstuk van een profetie die begint met duisternis en rampspoed.
In het visioen dat hij ziet moet de profeet er voor zorgen dat zuilen van de tempel zullen instorten. Daarbij zullen talloze mensen omkomen. En de rest van de mensen? Die krijgt te maken met moord en doodslag. Er zwaaien zwaarden boven hun hoofden.
Daar blijkt de almacht van de hemelse God. Als Hij één vinger uitsteekt, blijft er van de aarde niks over.
Het lijkt wel alsof wij de herfst overslaan en het simpelweg winter wordt. Kil. Koud. Einde. Afgelopen. Voor de wereldburgers van alle tijden en plaatsen zou dat, om zo te zeggen, loon naar werken wezen.
Maar dan…
Dan is daar de ommekeer. De Here is genadig. Ondanks de bende die mensen ervan maken gaat de goedertieren God verder met de schepping. Leest u maar mee.
“Evenwel zal Ik het huis van Jakob niet geheel wegvagen, spreekt de HEERE. Want, zie, Ik geef opdracht, en Ik zal het huis van Israël onder alle volken schudden, zoals met een zeef geschud wordt; geen steentje zal op de grond vallen. Door het zwaard zullen sterven alle zondaars van Mijn volk, die zeggen: Het kwaad zal niet naderen en ons niet tegemoet treden. Op die dag zal Ik oprichten de vervallen hut van David. Zijn scheuren zal Ik dichtmaken, en wat aan hem is afgebroken, zal Ik oprichten, Ik zal hem opbouwen als in de dagen van oude tijden af; zodat zij de rest van Edom in bezit zullen nemen, en alle heidenvolken waarover Mijn Naam is uitgeroepen, spreekt de HEERE, Die dit doet”.
“Evenwel zal Ik het huis van Jakob niet geheel wegvagen”. Daar klinkt het Evangelie van Gods genade! Schepsels die de hele boel kapot maken worden weer overeind geholpen!
Om kort te gaan – “God houdt zijn kerk in leven,
hoe ook bespot, verdrukt,
door dwalingen omgeven,
verscheurd, uiteengerukt”!
Ja, het is de God van het verbond die dit alles doet. Hij bewerkt Zelf de gehoorzaamheid die gevraagd wordt. In Leviticus 26 gaat het er al over: “Dan zal de dorstijd bij u tot de wijnoogst duren, en de wijnoogst zal tot de zaaitijd duren. U zult uw brood tot verzadiging toe eten en onbezorgd in uw land wonen. Ik zal vrede in het land geven, zodat u kunt slapen zonder dat iemand u schrik aanjaagt. Ik zal de wilde dieren uit het land wegdoen en geen zwaard zal meer door uw land gaan”. Hoe kan dat? Dat kan alleen omdat Jezus Christus gaat lijden, sterven en opstaan. Hij maakt de weg open naar de troonzaal van Vader2.

En nu?
Nu gaan wij op weg naar de nieuwe hemel en de nieuwe aarde. Het wordt allemaal zo prachtig dat wij verder alles vergeten. Leest u ’t maar in Jesaja 65: “Want zie, Ik schep een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Aan de vorige dingen zal niet meer gedacht worden, ze zullen niet meer opkomen in het hart”.
Daar gaat het naar toe met de wereld. De komst van dat schitterende koninkrijk kan niemand tegenhouden. De Taliban in Afghanistan niet, China en Rusland niet, super-intelligente mensen niet… niemand.
Wij wachten verlangend op de terugkomst van de Heiland. Als Hij terugkomt wordt het feest voor heel Zijn volk!3

Noten:
1 In deze alinea citeer ik Amos 8:1-3. Verder gebruik ik de hoofdstukken 1 en 2 van Amos’ profetie. Tevens wordt hier, en ook verderop in dit artikel, gebruik gemaakt van https://www.oudesporen.nl/Download/OS1128.pdf ; geraadpleegd op zaterdag 21 augustus 2021.
2 In deze alinea citeer ik achtereenvolgens Amos 9:13-15, Amos 9:8 b-12, regels uit Gezang 32:3 uit het Gereformeerd Kerkboek-1986 en Leviticus 26:5 en 6.
3 In deze alinea citeer ik Jesaja 65:17.

25 augustus 2021

Leven in de zomer

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

De God van hemel en aarde zal ons niet loslaten. Dat thema weergalmt in heel Gods Woord. De profeten brengen dat heel duidelijk in beeld.
Neem nu Hosea in hoofdstuk 14: “Ik zal hun afkerigheid genezen, Ik zal hen vrijwillig liefhebben, want Mijn toorn heeft zich van hem afgewend. Ik zal voor Israël zijn als de dauw. Hij zal in bloei staan als de lelie, wortel schieten als de Libanon. Zijn jonge loten zullen uitlopen, zodat zijn pracht zal zijn als die van de olijfboom, en hij zal een geur hebben als de Libanon. Zij zullen opnieuw in zijn schaduw zitten, koren verbouwen en in bloei staan als de wijnstok; zijn gedachtenis zal zijn als de wijn van Libanon. Efraïm, wat heb Ik nog met de afgoden te maken? Ík heb hem verhoord en zal naar hem omzien. Ik zal zijn als een altijd groene cipres. Door Mij is bij u vrucht te vinden. Wie is zo wijs, dat hij deze dingen begrijpt, en zo verstandig dat hij ze kent? De wegen van de HEERE zijn immers recht. De rechtvaardigen zullen daarop wandelen, maar de overtreders zullen erop struikelen”1.

Dat klinkt als een prachtige zomerdag: jonge loten lopen uit, een prachtige olijfboom, geur als de Libanon – in zo’n sfeer komen wij allen tot rust.
De inzet van dit artikel ziet er geweldig uit. Maar de profetie van Hosea is niet één al triomf en trompetgeschetter. Integendeel. De profeet beschrijft uitgebreid en in allerlei tamelijk alledaagse symboliek de ontrouw van Gods volk. Hosea moet bijvoorbeeld met een prostituee trouwen. De kinderen die Hosea bij haar krijgen een naam met een symbolische betekenis: Jizreël – een verwijzing naar de plaats waar koning Jehu in het verleden de koningen van Israël en Juda heeft omgebracht. Lo-Ruchama – dat betekent: ‘zonder medelijden’. Lo-Ammi – ‘niet mijn volk’. In hoofdstuk 3 wordt Hosea nog een keer naar een prostituee gestuurd. Dat wil zeggen: Israël moet het een lange tijd zonder koningen stellen. Echte leiders zijn er niet.
Een internetencyclopedie omschrijft de situatie in Hosea’s tijd onder meer zo: “Als profeet heeft Hosea ernstige kritiek op de groeiende ongodsdienstigheid van zijn tijd. De mensen erkennen de HEER niet meer; zij vereren afgoden en zijn ontrouw aan de God van Israël. Israël is een rebelse koe, verknocht aan afgodsbeelden, van wie het brood en water, wol en vlas, olie en drank verwacht. Het wil maar niet weten dat de HEER, en niemand anders, Israël koren, most en olie bezorgt. Hij, en niemand anders, verrijkt Israël met zilver en goud, maar Israël maakt er baäls van en brandt er wierook voor”.
Kort samengevat komt het erop neer dat Israël bij de Verbondsgod wegloopt en naar de hoeren gaat2.

Het gaat er in de profetie van Hosea om dat de Oudtestamentische kerk bij de Here wegloopt. Om dat duidelijk te maken worden allerlei alledaagse beelden gebruikt.
Als Hosea iets verheldert, dan is het wel dat secularisatie niet in de eerste plaats betekent dat de kerken leeg blijven. Zeker – daar loopt het wel op uit. Maar het begint in de week.
Doordeweeks doe je gewoon je ding.
Doordeweeks ga je gewoon je gang.
Doordeweeks heb je je eigen programma. Je eigen patroon. Je eigen sleur. En dat bevalt wel goed, eigenlijk.
En ergens is dat maar goed ook. Je kunt je per slot van rekening niet met de hele wereld bemoeien, nietwaar?
Betekent dat dat God vergeten is? Nou nee. Er wordt wel in de Bijbel gelezen. En ja, God is wel aanwezig. Maar in feite is Hij slechts nodig bij de hoogte- en dieptepunten van het leven. In het alledaagse leven zijn er zoveel problemen en vragen dat het moeilijk – zo niet vrijwel onmogelijk – is om tijd voor Hem vrij te maken.
Wat dat betreft is er in 2021 niet eens zoveel veranderd…

Hoe moet dit toch verder? Antwoord: de Verbondsgod zet Zijn ongekende kracht en macht in om Zijn volk in de woelige wereld overeind te houden. Hoe doet Hij dat? Dat zal hieronder blijken.
1.
De Here zal zijn als de dauw.
Die dauw is in Israël van het grootste belang. Zo’n zes of zeven maanden is het zo heet dat alles binnen de kortste keren verdort. Zo is het feitelijk ook met Israël en met de kerk van alle tijden gesteld: aan de dood overgeleverd, tenzij de Here nieuwe levenskracht geeft.
2.
Israël zal bloeien als de lelie
De lelie bloeit uitbundig. Maar overigens is het een tere en vrij kwetsbare bloem. Er staat bij dat hij wortel zal schieten als de Libanon. Dat geeft stabiliteit. Israël valt nooit om, zoveel is wel zeker. De Koning van de kosmos grijpt in. Hij voert een structurele wijziging door. Daniël heeft in hoofdstuk 2 een wijde blik: “In de dagen van die koningen zal de God van de hemel echter een Koninkrijk doen opkomen dat voor eeuwig niet te gronde zal gaan en waarvan de heerschappij niet op een ander volk zal overgaan. Het zal al die andere koninkrijken verbrijzelen en tenietdoen, maar zelf zal het voor eeuwig standhouden”. Israël gaat, dankzij de ingreep van God, leven op het onwankelbare fundament van de heerschappij van Jezus Christus.
3.
Israël zal een prachtige olijfboom wezen.
Dit doet denken aan een beeldspraak van de profeet Jeremia in hoofdstuk 11: “Een bladerrijke olijfboom, met welgevormde vruchten, had de Heere u als naam gegeven”. De God van het verbond laat blijken hoeveel het volk Israël waard is. Hij toont hoe kostbaar de kerk is – ja, ook die van de eenentwintigste eeuw. Hier ontstaat, in Geestelijke zin, de sfeer van Hooglied 1:
“Uw zalfoliën zijn heerlijk van geur,
Uw Naam is een uitgegoten zalfolie”.
4.
De Here is als een altijd groene cipres.
Omdat de Here in actie komt gaat Zijn volk massa’s vruchten dragen!3

De kerk bestaat bij de gratie Gods. Letterlijk. Met andere woorden: als de Here het niet verhoeden zou was de kerk binnen de kortste keren verdwenen. De Here maakt het Hoogstpersoonlijk zomer in ons leven. Om met Psalm 1 te spreken:
“Hij is gelijk een altijd groene boom,
die men geplant heeft aan een waterstroom,
die op zijn tijd zijn rijke vrucht zal dragen,
geen blad verwelkt in hete zomerdagen.
De HERE zegent hem met overvloed,
zijn voorspoed blijkt in alles wat hij doet”.
Nee, het ingrijpen van de heilige God kunnen wij nooit begrijpen. Dat hoeft ook niet. Geloven is genoeg4.

Noten:
1 In deze alinea citeer ik Hosea 14:5-10.
2 In deze alinea gebruik ik https://nl.wikipedia.org/wiki/Hosea_(boek) en https://www.christipedia.nl/wiki/Hosea_(boek) ; geraadpleegd op vrijdag 20 augustus 2021.
3 In deze alinea gebruik ik onder meer https://www.oudesporen.nl/Download/OS2065.pdf en https://nl.wikipedia.org/wiki/Lelie_(geslacht) ; geraadpleegd op vrijdag 20 augustus 2021. Verder citeer ik achtereenvolgens Daniël 2:44, Jeremia 11:16 a en Hooglied 1.
4 In deze alinea citeer ik Psalm 1:2 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.

24 augustus 2021

Hij zal u niet loslaten

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , ,

Het leven met God is goed. Kinderen van God mogen en moeten dat aan de wereld laten zien. Zij tonen wat Gods Woord in de praktijk betekent. Bijvoorbeeld vanuit die passage in Deuteronomium 31: “Wees sterk en moedig, wees niet bevreesd en schrik niet voor hen terug, want het is de Heere, uw God, Die met u meegaat. Hij zal u niet loslaten en u niet verlaten”.
Die woorden geven moed voor de dagelijkse dingen die ons voortdurend bezighouden. Die woorden geven uiteindelijk ook zicht op een toekomst na onze dood op de aarde.

Dat citaat uit Deuteronomium 31 omvat twee zinnen uit de afscheidstoespraak van Mozes. Jozua zal Mozes opvolgen als aardse leider van het volk Israël. Het is aan Mozes duidelijk gemaakt: u zult de Jordaan niet oversteken. Maar één ding is volstrekt helder: de God van het verbond gaat wel mee de rivier over. De volken die tot op dit moment in Kanaän wonen zullen vernietigd worden.
Dat lijkt keihard. Autoritair. Despotisch. Maar wie daarbij stil blijft staan, begrijpt niet goed wat God door de mond van Mozes zeggen wil. De Boodschap is: Ik geef Mijn volk de ruimte. De Boodschap is: Ik neem het altijd voor Mijn volk op. De Boodschap is: voor Mijn bondelingen is er toekomst – altijd, ja tot in lengte van jaren! Vanwege die trouw zal het volk Israël in staat wezen om het land Kanaän, om zo te zeggen, over te nemen. Het volk van God heeft in Deuteronomium 31 al een voorproefje gehad van de majestueuze wijze van werken die de Heer van hemel en aarde heeft: de Amorieten zijn al verslagen.
Nou dan!
De Here geeft Zijn volk altijd ruimte.
De kerk krijgt altijd mogelijkheden om God te dienen.
Soms zijn die mogelijkheden slechts beperkt.
Maar er ontstaat nimmer een situatie waarin de kerk echt geen kant op kan. Toegegeven – soms lijkt dat wel zo. Maar als we dan goed kijken blijkt er altijd ergens een opening te zijn.

Het is belangrijk om het bovenstaande goed voor ogen te houden.
Waarom?
Dat zal hieronder spoedig duidelijk worden.

Op zaterdag 14 augustus stond in het Nederlands Dagblad een interview met Lale Gül. Wie is dat?
Een internetencyclopedie vermeldt: “Lale Gül groeide op in een streng-islamitisch gezin in Amsterdam-West. Haar schooltijd doorliep ze aan de Paulusschool (2001-2009) en het Hervormd Lyceum West (2010-2016). Gül studeert sinds 2018 Nederlands aan de Vrije Universiteit. (…) In februari 2021 publiceerde ze haar autobiografische debuutroman ‘Ik ga leven’ waarin ze afstand neemt van haar streng gelovige opvoeding. Na de publicatie werd Gül vanuit islamitische hoek ernstig bedreigd. Ook binnen haar familie werd het boek kritisch ontvangen. Hoewel ze in eerste instantie zei in haar ouderlijk huis te blijven wonen, besloot ze later diezelfde maand dat dit geen optie meer was”.
In het Nederlands Dagblad wordt geschreven: “Na twintig jaar te hebben moeten doen wat haar ouders en de islam van haar verwachten (‘Muziek mag niet, daten is verboden, het hebben van vrienden van het andere geslacht is onwettig, je leuk kleden en opmaken is ongepast’. En: ‘Moet ik dan veranderen in een broedkip zoals alle vrouwen om me heen?’) denderde ze in februari de literaire wereld binnen”.
En:
“Eigenlijk deelde ik al jarenlang niks met mijn ouders, want ik had een totaal dubbelleven. En alles wat mij gelukkig maakte, waar ik voor stond en wat ik wilde doen, was het tegenovergestelde van wat zij van mij verwachtten. De druk werd alleen maar opgevoerd. Zover dat ik dacht: misschien moet ik wel met iemand trouwen die zij goedvinden. Omdat ik goed ben opgevoed en niks tekort ben gekomen in principe, geen vreselijke dingen heb meegemaakt’. (…) Tot mijn achttiende was het echt koek en ei. Ik heb best een gelukkige jeugd gehad. Ik dacht dat zij de enigen in mijn leven waren die mij onvoorwaardelijke liefde konden schenken. Maar het was heel voorwaardelijk. Ik mis ze helemaal niet. Ik denk ook niet van: o, ik ben nu heel eenzaam. Ik was toen vooral eenzaam. Nu heb ik geestverwanten met wie ik – ondanks dat we geen bloedverwanten zijn – een betere connectie heb dan met mijn ouders’”1.

Er is sprake van een breuk. De benadering van Lale Gül is, wat schrijver dezes betreft, tamelijk kil. Een breuk met familie doet namelijk altijd pijn. Zeker, in dergelijke situaties is er vaak wel compensatie. Er komen andere contacten. En warme vriendschappen bovendien. Maar hoe men het ook wenden of keren wil: het verlies van familiair contact blijft een pijnpunt.
Trouwens – wie wil er nou familie of goede vriendschappen verliezen? Niemand toch?
Er is echter een belangrijkere vraag. Namelijk de volgende: wat zeggen wij in een dergelijke situatie? Oftewel: wat doen Gereformeerden als hun kinderen God en het geloof de rug toekeren?
Natuurlijk hebben we de neiging om onze (bijna) volwassen kinderen, om zo te zeggen, met donder en geweld te bekeren. Maar daar moeten wij voorzichtig mee zijn. Wat ouders in achttien tot twintig jaar bijbrengen, kan men er niet in twee of drie gesprekken nog eens flink ‘inpeperen’.
In het algemeen genomen is het zinvoller om op de trouw van God te blijven wijzen.
Men kan er bijna op rekenen dat er vragen komen als: waar zie ik die trouw van God nu dan? Daar kan men van alles op antwoorden. Men kan verwijzen naar Deuteronomium 31. Men kan allerlei verhalen uit het eigen leven vertellen.
En natuurlijk is daar Mozes. Hij kan ruim honderd jaar terugkijken. Hij zegt: “Ik ben heden honderdtwintig jaar oud. Ik kan niet meer uitgaan of ingaan”. Maar al die tijd is de God van Israël trouw geweest!
Mozes doet meer dan terugkijken. Hij kijkt ook vooruit. Leest u maar mee: “De Heere nu is het Die voor u uit gaat. Hij zal met u zijn. Hij zal u niet loslaten en u niet verlaten. Wees niet bevreesd en wees niet ontsteld”. Mozes meldt het zonder omwegen: De Here gaat voor u uit. De almachtige God legt in ons leven de loper uit. Niet dat die loper helemaal vlak is. Kinderen van God moeten dus goed uitkijken waar zij lopen. Maar het is heel helder welke route gevolgd dient te worden!2

De interviewster van het Nederlands Dagblad zegt: “Je moeder dreigde zelfmoord te plegen als je zou vertrekken. Het hield jou niet tegen, maar ik vond het ontzettend manipulatief”.
De reactie van Lale Gül luidt: “Als je overtuigd bent van een fysieke hel en hemel, na die twee minuten op deze wereld, ga je er alles aan doen om jezelf of je kind in de hemel te krijgen. Als ik er ongelukkig van word, denkt zij: nee, dat denk je alleen maar. Later word je er gelukkig van. Ik vind het leven soms zo absurd, met zo veel ellende, dat ik niet kan bevatten hoe je kunt geloven dat er een goede God is”.
Daar hebt u het: Lale kan niet bevatten dat er een goede God is. Toch is Hij er. Deuteronomium 31 bewijst het.
Hij maakt waar wat Hij heeft gezegd. Jezus Christus – de Heiland – heeft geleden, is gestorven en is weer opgestaan; zo bewerkte Hij het heil. Dat moeten wij niet proberen te bevatten. Dat mogen wij geloven.

Wij gaan een heerlijke toekomst tegemoet. Dat mogen wij onszelf en onze kinderen voorhouden. Nee, daar wordt ons aardse leven niet makkelijker van. Maar ons leven wordt wel langer. Het hemelleven duurt tot in eeuwigheid.
Dat mogen wij geloven.
Dat mogen wij doorgeven. Aan de kinderen. Aan de kleinkinderen. En aan ieder die het horen wil.

Noten:
1 In deze alinea citeer ik van https://nl.wikipedia.org/wiki/Lale_Gül ; geraadpleegd op zaterdag 14 augustus 2021. En: “Moeilijk om onverbiddelijk te zijn” – interview met Lale Gül. In: Zomer, bijlage bij het Nederlands Dagblad, zaterdag 14 augustus 2021, p. 4 en 5.
2 In deze alinea citeer ik Deuteronomium 31, verzen 2 a en 8.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.