gereformeerd leven in nederland

30 september 2021

Prediker toont de antithese

Het Bijbelboek Prediker dienen wij te lezen met de eeuwigheid in het achterhoofd – onlangs werd dat al op deze internetpagina geschreven.
Dat moeten wij goed in het oog houden als wij de inzet van Prediker 1 gaan bezien: “Een en al vluchtigheid, zegt Prediker, een en al vluchtigheid, alles is vluchtig”1.

Letterlijk staat daar: vluchtigheid van vluchtigheden. Alles is even vluchtig. Kortstondig, onbestendig, tijdelijk, voorbijgaand – de Prediker pompt het er bij ons in.
Dominee F. van Deursen – emerituspredikant van de Nederlands Gereformeerde Kerken – schreef eens over deze woorden: “Prediker brengt deze harde werkelijkheid (…) wel bijzonder krachtig onder woorden. ‘IJdelheid der ijdelheden’ is immers de Hebreeuwse vorm van een overtreffende trap. Zoals de koning der koningen de hoogste koning is en de hemel der hemelen de hoogste hemel, zo is ijdelheid der ijdelheden de hoogste ijdelheid. En dan gebruikt Prediker deze overtreffende trap liefst ook nog tweemaal achter elkaar, om daarna nog eens te herhalen: Alles is ijdelheid. Wij zouden zeggen: Toppunt van vergankelijkheid en vruchteloosheid”.
Predikers motto – ‘Alles is vluchtig’ – vinden we nog eens in Prediker 12: “Een en al vluchtigheid, zegt de Prediker, alles is vluchtig. Overigens, Prediker was een wijze: voortdurend onderwees hij het volk in kennis, hij was opmerkzaam”. De man die hier aan het woord is heeft geen oogkleppen op. Hij kijkt rond in de wereld. En zijn conclusie is: alles gaat voorbij2.

Het is niet de bedoeling dat wij thans blijven steken in somberheid. Dat merken wij bijvoorbeeld als wij Psalm 62 erbij nemen:
“Zeker, mijn ziel, zwijg voor God,
want van Hem is mijn verwachting.
Zeker, Hij is mijn rots en mijn heil,
mijn veilige vesting; ik zal niet wankelen.
In God is mijn heil en mijn eer;
mijn sterke rots, mijn toevlucht is in God.
Vertrouw op Hem te allen tijde, volk;
stort uw hart uit voor Zijn aangezicht.
God is voor ons een toevlucht.
Zeker, eenvoudigen zijn een zucht,
aanzienlijken een leugen;
in de weegschaal gewogen,
zijn zij tezamen lichter dan een zucht”.
David, de schrijver van dit kerklied, wijst dus op die vluchtigheid. Maar hij legt met name de vinger bij de tegenstelling tussen Gods kinderen en de geseculariseerde burgerij, tussen geloof en ongeloof. In feite wordt dus de antithese aangewezen: de scherpe tegenstelling tussen kerk en wereld.
Die antithese wijst ook de Prediker aan. Leest u maar mee in Prediker 5: “Want zoals er in een veelheid aan dromen veel vluchtigs is, zo is het ook met de veelheid van woorden. Daarom: vrees God!”. En in Prediker 12: “De slotsom van al wat door u gehoord is, is dit: Vrees God, en houd u aan Zijn geboden, want dit geldt voor alle mensen. God zal namelijk elke daad in het gericht brengen, met alles wat verborgen is, hetzij goed, hetzij kwaad”.
Hij weet: iedere wereldburger kan bevangen worden door lusteloosheid en onverschilligheid. Maar daar mogen we dus niet in blijven hangen!3

Ook in Psalm 144 wijst David op die tegenstelling. Maar daar voegt hij nog een element toe. Het gaat daar namelijk ook over ootmoed. Kijkt u maar.
De Heere is “mijn schild, tot Wie ik de toevlucht heb genomen,
Die mijn volk aan mij onderwerpt.
Heere, wat is de mens, dat U hem kent,
de sterveling, dat U aan hem denkt?

De mens lijkt op een zucht,
zijn dagen zijn als een voorbijgaande schaduw”.
De Prediker leert ons dus ook bescheidenheid.
In onze wereld hebben we alle recht om het Gereformeerde gedachtegoed voor het voetlicht te brengen. Maar dat wil niet zeggen dat we keihard moeten roepen dat wij gelijk hebben. Immers – wat wij rondbazuinen, hebben we gekregen!4

De antithese is scherp.
Ootmoed maakt ons zacht. De scherpte gaat er af.
Het is daarom moeilijk om die twee te combineren.
Het in de praktijk brengen van die ingewikkelde combinatie lukt alleen maar als wij beseffen dat wij op deze aarde in dienst van God staan. Wij zijn op deze aarde om Hem te loven. Bijvoorbeeld met de woorden van Psalm 8:
“HEER, onze Heer, hoe heerlijk en verheven
hebt Gij uw naam op aarde uitgeschreven –
machtige God, Gij die uw majesteit
ten hemel over ons hebt uitgebreid”56.

Noten:
1 In deze alinea refereer ik aan mijn artikel ‘Prediker roept om de eeuwigheid’, hier gepubliceerd op woensdag 22 september 2021; te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2021/09/22/. Verder citeer ik Prediker 1:2.
2 In deze alinea citeer ik uit F. van Deursen, De Voorzeide Leer, deel 1 N: Prediker, Hooglied. – Amsterdam: Buyten & Schipperheijn, 1988. – p. 30. Uit Gods Woord citeer ik Prediker 12:8 en 9 a.
3 In deze alinea citeer ik achtereenvolgens Psalm 62:6-10, Prediker 5:6 en Prediker 12:13 en 14.
4 In deze alinea citeer ik Psalm 144:2 b, 3 en 4.
5 Psalm 8:1 – Gereformeerd Kerkboek-1986.
6 Op woensdagavond 20 oktober 2021 vergadert de mannenvereniging ‘Augustinus’ van De Gereformeerde Kerk Groningen. Het onderwerp zal zijn: Prediker 1. De vereniging gebruikt daarbij: Ds. M.J.C. Blok, “Het boek Prediker: de kerk onder het kruis”. – Bond van Gereformeerde Meisjesverenigingen in Nederland. – tweede druk, 1980. – p. 17-20. Schrijver dezes zal tijdens die vergadering een korte inleiding houden. Voor die inleiding zal onder meer materiaal uit dit artikel worden gebruikt.

29 september 2021

Lessen uit Daniël 1

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

De geschiedenis van Daniël 1 is wel bekend. Kort samengevat komt die op het volgende neer.
De koning van Babel, Nebukadnezar II, neemt de macht in handen in Juda. Een deel van de inventaris van de tempel – de woonplaats van God – laat hij in zijn eigen bedehuis zetten. Nota bene: voorwerpen uit de tempel worden voor de verering van afgoden gebruikt!
Het is dan ongeveer 605 jaar voor Christus.
Een aantal jongeren met een scherp verstand, waaronder Daniël, krijgt een opleiding van drie jaar. In die jaren raken de jongeren thuis in de taal en de literatuur van Babel.
Zij krijgen ook koninklijk voedsel aangeboden. Maar Daniël en zijn drie vrienden willen dat eten en drinken niet hebben. Groenten en water – dat wordt hun rantsoen. Je zou zeggen: dat is toch echt niet genoeg. Maar Daniël en zijn vrienden worden er alleen maar gezonder van. Bovendien lijkt hun wijsheid geen grenzen te kennen!

Nu eerst vier algemene opmerkingen over het Bijbelboek Daniël.
1.
Wij kunnen wel zeggen dat Daniël een toepasselijke naam heeft. Want zijn naam betekent: God is rechter. God berecht de wereldrijken – dat is ook precies wat er in dit Bijbelboek voorspeld wordt!
2.
Er zijn veel theologen die menen dat dat het boek Daniël zo’n 100 jaar voor Christus geschreven is. Zij beschouwen het boek als geschiedschrijving en niet zozeer als profetie.
Wij mogen geloven dat het boek Daniël geheel of gedeeltelijk door Daniël geschreven is. Dat geldt vrijwel zeker voor het tweede deel van het boek, de hoofdstukken 7 tot en met 12. Ook het eerste deel kan heel goed door Daniël geschreven zijn.
3.
Daniël is een tijdgenoot van Ezechiël en van Jeremia. Dat kunnen wij goed zien in Ezechiël 14: “Mensenkind, wanneer een land tegen Mij zondigt door trouwbreuk te plegen, dan zal Ik Mijn hand ertegen uitstrekken, het er aan brood laten ontbreken en hongersnood erin zenden, zodat Ik daar mens en dier uitroei. Al zouden te midden ervan deze drie mannen zijn, Noach, Daniël en Job, dan zouden zij alleen door hun gerechtigheid hun eigen leven redden, spreekt de Heere Heere”. En: “Of als Ik de pest in dat land zou zenden en Mijn grimmigheid erover bloedig uitstorten om daar mens en dier uit te roeien, en al zouden Noach, Daniël en Job in het midden ervan zijn, zo waar Ik leef, spreekt de Heere Heere, geen zoon, geen dochter zouden zij kunnen redden, zíj zouden door hun gerechtigheid alleen hun eigen leven redden”.
4.
Het is Jezus Zelf die ook op Daniël wijst. Dat doet Hij in Mattheüs 24: “Wanneer u dan de gruwel van de verwoesting, waarover gesproken is door de profeet Daniël, zult zien staan op de heilige plaats – laat hij die het leest, daarop letten! – laten dan zij die in Judea zijn, vluchten naar de bergen…”1.

Laten wij thans terugkeren naar Daniël 1.

Het Bijbelboek heet ‘Daniël’. Maar wij zullen goed moeten beseffen dat de God van hemel en aarde hier aan het werk is. Dat merken wij in de volgende citaten:
“…de Heere gaf Jojakim, de koning van Juda, in zijn hand, en een deel van de voorwerpen van het huis van God”.
En:
“God gaf Daniël genade en barmhartigheid bij het hoofd van de hovelingen”.
En:
“Aan deze vier jongemannen nu gaf God kennis en verstand van allerlei geschriften, en wijsheid, en Daniël gaf Hij inzicht in allerlei visioenen en dromen”.
De Koning van de kosmos heeft de zaak in de hand!
In de christelijke internetencyclopedie Christipedia wordt terecht opgemerkt: “Het boek Daniël is zeer bemoedigend voor onderdrukte Christenen. Ze kunnen lessen leren uit de houding van Daniël en zijn vrienden onder zeer moeilijke omstandigheden in een vijandige omgeving. Tevens wordt sterk benadrukt hoe God hoogmoed haat en de hoogmoedige ten val brengt. Het boek legt nadruk op Gods trouwe zorg voor de zijnen, ook als hen dat alles kost.
De visioenen over de toekomst laten zien dat de hele toekomst van Israël en de wereld in Gods handen rust, en dat Hij uiteindelijk zijn koninkrijk zal oprichten. Dat God het aan Daniël heeft geopenbaard laat zien dat Gods plan onweerlegbaar ten einde zal komen”.
In dat vertrouwen mogen en moeten ook wij leven.
De crisis in verband met het COVID 19-virus heeft ons, als het om dat Godsvertrouwen gaat, weer met de neus op de feiten gedrukt: ons vertrouwen kan zomaar verdwijnen, als was het sneeuw voor de zon!2

De geschiedenis van Daniël 1 leert ons dat we moeten oppassen voor gearriveerdheid. Voor we ’t weten zitten wij vol zelfvertrouwen. Zo van: ‘Wij zitten in De Gereformeerde Kerk. Nu kan ons niets meer gebeuren’. Diep in ons hart weten wij uiteraard wel dat dat niet waar is. Maar ach, de laatste reformatie is nog maar kort geleden… voorlopig zal het vast wel goed gaan.
Laten wij ons realiseren dat Nebukadnezar II zonder veel moeite heel wat tempelschatten mee kon nemen naar Babel. Blijkbaar dacht men in Israël: ‘Van de tempel zullen eventuele belegeraars wel afblijven. De Here is immers in ons midden?’. Dat is nu precies de mentaliteit waar de profeet Jeremia in hoofdstuk 7 voor waarschuwt: “Stel uw vertrouwen niet op bedrieglijke woorden: De tempel van de Heere, de tempel van de Heere, de tempel van de Heere is dit!”. Laten we maar waakzaam blijven3.

De jongeren in Daniël 1 zijn eigenlijk nog pubers. Een jaar of 16 zijn ze. Juist zij, die – om zo te zeggen – de wereld gaan ontdekken, worden volgepompt met Babylonische kennis. Je zou zeggen: deze jongens zijn verloren voor de kerk. Maar niets blijkt minder waar. Het is de Verbondsgod Zelf die Zijn volk beschermt!
Geeft ons dit een vrijbrief om, bijvoorbeeld, het Gereformeerd en het christelijk onderwijs maar wat te verwaarlozen? Geeft ons dit een vrijbrief om het Gereformeerde leven in de gezinnen maar een beetje op z’n beloop te laten? Antwoord: nee, zulke vrijbrieven krijgen wij niet.
Integendeel – de Here geeft Zijn kinderen een eigen verantwoordelijkheid. Daniël moet met het hoofd van het paleispersoneel in gesprek gaan om ander voedsel te ontvangen. De dieetwijziging komt er niet zomaar.
Zo ontvangen ook wij een eigen verantwoordelijkheid. In 2 Timotheüs 3 omschrijft de apostel Paulus die zo: “Blijft u echter bij wat u geleerd hebt en waarvan u verzekerd bent, omdat u weet van wie u het geleerd hebt, en u van jongs af de heilige Schriften kent, die u wijs kunnen maken tot zaligheid, door het geloof dat in Christus Jezus is”. En in zijn brief aan Titus schrijft Paulus in hoofdstuk 2: “Maar u, spreek wat bij de gezonde leer past”.
Wij zullen onze kinderen moeten laten zien dat wij Gods Woord in alles eerbiedigen4.

Daniël heeft een sterk voornemen. Leest u maar mee: “Daniël nu nam zich in zijn hart voor zich niet te besmetten met de gerechten van de koning of met de wijn die hij dronk. Daarom verzocht hij het hoofd van de hovelingen of hij zich niet zou hoeven te verontreinigen”.
Die Schriftwoorden bevatten een wijze les voor onze jongeren van vandaag, en ook voor ons allemaal. Want de vraag is en blijft of wij ons, ook in de praktijk van het dagelijkse leven, blijvend willen laten leiden door onze goede God. In onze studie. In onze beroepsarbeid. Als wij ons ontspannen. En als wij kerkelijk werk doen. Dat hartelijke voornemen van Daniël vinden we, bijvoorbeeld, ook in Handelingen 11: “En het gerucht over hen kwam de gemeente die in Jeruzalem was, ter ore; en zij zonden Barnabas uit om het land door te gaan tot Antiochië toe. En toen hij daar gekomen was en de genade van God zag, werd hij verblijd en spoorde hij hen allen aan om met een hartelijk voornemen bij de Heere te blijven”.
Laten wij ons allen hartelijk voornemen om bij de Here te blijven. Ook anno Domini 2021!567

Noten:
1 In deze alinea maak ik onder meer gebruik van https://www.christipedia.nl/wiki/Daniël_(boek) ; geraadpleegd op dinsdag 21 september 2021. Uit Gods Woord citeer ik Ezechiël 14:13, 14, 19 en 20 en Mattheüs 24:15 en 16.
2 In deze alinea citeer ik Daniël 1:2 a, 9, 17.
3 In deze alinea citeer ik Jeremia 7:4.
4 In deze alinea citeer ik 2 Timotheüs 3:14 en 15 en Titus 2:1.
5 In deze alinea citeer ik achtereenvolgens Daniel 1:8 en Handelingen 11:22 en 23.
6 In dit artikel maak ik onder meer gebruik van https://www.oudesporen.nl/Download/OS1686.pdf ; geraadpleegd op dinsdag 21 september 2021.
7 Het onderwerp van dit artikel is onder meer gekozen omdat de vrouwenvereniging ‘Bouwen en Bewaren’ van De Gereformeerde Kerk Groningen morgen, donderdag 30 september 2021, een bespreking wijdt aan Daniël 1. Van voornoemde vereniging is mijn vrouw lid. Morgenavond zal zij over dit Schriftgedeelte een korte inleiding houden. Met het schrijven van dit artikel hielp ik mijn echtgenote bij het maken van die inleiding.

28 september 2021

Onopvallend

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Waarom duurt het zo lang voor er in Nederland een nieuw kabinet is? Op 17 maart 2021 waren er Tweede Kamerverkiezingen. Een nieuwe regering is er echter nog niet. Dat komt onder meer omdat politici bang zijn. In hun parlementaire arbeid moeten zij compromissen sluiten. Stel je toch eens voor dat die compromissen bij de kiezers niet goed vallen! Dan word je er bij de volgende verkiezingen op afgerekend! De ramp zou niet te overzien zijn…

Ook in ons persoonlijke leven kunnen we vrezen voor de toekomst. ‘Wat zullen de mensen zeggen of denken als ik dit doe?’. Of: ‘Dat had ik beter niet kunnen zeggen. Het viel helemaal verkeerd. Een volgende keer moet ik beter op mijn woorden passen’.

Het bovenstaande brengt ons bijna als vanzelf bij Mattheüs 6: “Maar zoek eerst het Koninkrijk van God en Zijn gerechtigheid, en al deze dingen zullen u erbij gegeven worden. Wees dan niet bezorgd over de dag van morgen, want de dag van morgen zal voor zichzelf zorgen; elke dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad”1.

In Mattheüs 6 wordt gezegd: wees goed voor andere mensen; maar zorg ervoor dat het niet teveel opvalt. Dat goeddoen moet niet ontaarden in reclame voor uzelf.
Iets dergelijks geldt voor onze gebeden. Bidden hoeft niet op te vallen. Niet bij de mensen. En ook niet bij God. Het is niet nodig om, steeds in andere woorden, uw gebeden te herhalen. Hoe moeten we dan wel bidden? Het beste voorbeeld is het Onze Vader. Dat gebed is compact, duidelijk en veelomvattend.
Als God zonden vergeeft, doet Hij dat ook onopvallend. Hij is genadig. Voor die vergeving zijn geen uitvoerige toverspreuken nodig. De vergeving wordt geschonken – punt. Op diezelfde manier moeten ook wij andere mensen vergeven. Zonder omwegen. Zonder gedoe.
In dit hoofdstuk gaat het ook over vasten. Dat vasten hoeft ook niet in het openbaar. Vasten doet men niet op een manier die voor ieder zichtbaar is. Dan gaan de mensen zeggen: ‘Wat doet die man veel goede dingen; hij verdient beslist een plaats in de hemel!’. Of: ‘Kijk eens hoe die vrouw haar best doet om in de hemel te komen!’. Goede werken doen we, als het goed is, om God de Vader te eren, en dus niet om bij de mensen in een goed blaadje te komen.
Gods kinderen behoren bij al hun activiteiten in deze wereld op de Here God gericht te zijn. Hun status op deze aarde is, als het er op aankomt, niet zo belangrijk. Het bezitten van veel geld is mooi en goed, maar dat onder eigen geen voorwaarde het hoogste doel wezen!
De wereld om ons heen kan en mag nooit onze eerste liefde zijn. Natuurlijk – wij leven hier en nu. Maar ons tweede vaderland is in de hemel. Paulus schrijft daar over in Philippenzen 3: “Ons burgerschap is echter in de hemelen, waaruit wij ook de Zaligmaker verwachten, namelijk de Heere Jezus Christus, Die ons vernederd lichaam veranderen zal, zodat het gelijkvormig wordt aan Zijn verheerlijkt lichaam, overeenkomstig de werking waardoor Hij ook alle dingen aan Zichzelf kan onderwerpen”. Ware gelovigen zijn eersterangs burgers van de hemel. Dat valt hier op aarde lang niet altijd op. Maar het is wel zo. Juist daarom wordt een heel duidelijke keuze van ons gevraagd. Het moet in ons leven gaandeweg duidelijk worden waar ons concentratiepunt ligt!2

Eén ding is gegarandeerd: de almachtige God zorgt voor ons. Dat valt niet altijd op. We denken er heel vaak niet bij na. Maar juist omdat dat zo is, hoeven we ons in het leven niet al te druk te maken. Laten wij maar kijken naar de noden van vandaag. Daar hebben we genoeg aan. Wat zich morgen voordoet, zien we dán wel weer.

Iedere dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad – als er één belangrijk adagium in Den Haag zou moeten zijn, dan is het dit wel. Als er één belangrijk adagium in ons persoonlijk leven zou moeten zijn, dan is het dit wel.
In de eerste plaats omdat dit adagium staat in een kader van onopvallendheid. Opzichtig gedoe en parlementair heen-en-weer-gepraat voor de bühne en de camera’s moet onmiddellijk ophouden.
In de tweede plaats omdat dit adagium ons vergevingsgezindheid leert. Haat en wrok mogen ons nooit regeren.
In de derde plaats omdat dit adagium ons leert om van onszelf af te zien. Wij moeten in ootmoed naar God toe gaan. Hij is Degene die in harten kan werken. De hemelse God kan ervoor zorgen dat wij ons naar Hem toe keren.
In de vierde plaats omdat dit adagium ons van onze bezorgdheid af helpt. Angst voor de toekomst hoeft dan niet meer aan de orde zijn. Reacties van mensen blijken relatief onbelangrijk.

Laten wij – ieder op onze eigen plaats – maar blijmoedig, doortastend en wijs optreden. Nee, dat valt niet altijd op. Maar het is hopelijk wel tot eer van God. En tot heil van onze omgeving, tevens.

Noten:
1 Mattheüs 6:33 en 34.
2 Zie voor het bovenstaande Mattheüs 6:1-24. In deze alinea citeer ik uit Gods Woord Philippenzen 3:20 en 21.

27 september 2021

Onder een vergrootglas

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Het reformatorisch onderwijs wordt scherp in de gaten gehouden.
De NOS meldde op vrijdag 17 september 2021: “Het Openbaar Ministerie is een strafrechtelijk onderzoek gestart naar de gereformeerde scholengemeenschap Gomarus. De Inspectie van het Onderwijs heeft aangifte gedaan omdat leerlingen er gediscrimineerd zouden worden vanwege hun seksuele geaardheid. Ouders van leerlingen met een homoseksuele relatie werden hierover ingelicht door de school. Dat was vastgelegd in het reglement van de scholengemeenschap, zegt een woordvoerder van de Inspectie tegen persbureau ANP. Ouders van leerlingen met een heteroseksuele relatie werden niet actief ingelicht door de scholen. In een recent onderzoek concludeerde de Inspectie dat niet alle leerlingen zich veilig voelen op de scholen, en dat daar verandering in moet komen. In 2022 doet de Inspectie opnieuw onderzoek”1.

Wat is het probleem?
“Oud-leerlingen van de middelbare school zeggen in de krant dat ze door de leiding zijn gedwongen hun homoseksuele gevoelens ‘op te biechten’ aan hun ouders, ook als ze daar nog niet aan toe waren. Als ze weigerden, dan vertelde de schoolleiding het zelf aan de ouders”2.

De vraag is natuurlijk of het bovenstaande de werkelijkheid volledig weergeeft.
Die vraag is gewettigd.
Als de media allerlei zaken onder de loep nemen worden situaties namelijk al gauw tot een karikatuur van de realiteit. De kwestie wordt onder een vergrootglas gelegd. De zaak wordt vertekend.

Uiteraard mogen wij het probleem niet bagatelliseren.
Dat doen wij ook niet.
Laten we het maar ronduit zeggen: wij behoren mensen met een homofiele geaardheid te accepteren. De Here kent de mannen en vrouwen die zo’n geaardheid hebben. Psalm 139 geldt ook voor hen:
“Ú kent mijn zitten en mijn opstaan,
U begrijpt van verre mijn gedachten.
U onderzoekt mijn gaan en mijn liggen,
U bent met al mijn wegen vertrouwd.
Al is er nog geen woord op mijn tong,
zie, HEERE, U weet het alles.
U sluit mij in van achter en van voren,
U legt Uw hand op mij.
Dit kennen – het is mij te wonderlijk,
te hoog, ik kan er niet bij”.
Het moet echter volkomen duidelijk zijn en blijven: het praktiseren van een homofiele geaardheid heeft God streng verboden.
Denkt u, als het hierom gaat, bijvoorbeeld maar aan Romeinen 1. De mensen die Gods waarheid ontkennen en negeren “heeft God in de begeerten van hun hart overgegeven aan de onreinheid om hun lichamen onder elkaar te onteren. Zij hebben de waarheid van God vervangen door de leugen, en het schepsel vereerd en gediend boven de Schepper, Die te prijzen is tot in eeuwigheid. Amen. Daarom heeft God hen overgegeven aan schandelijke hartstochten, want ook hun vrouwen hebben de natuurlijke omgang vervangen door de tegennatuurlijke. En evenzo hebben ook de mannen de natuurlijke omgang met de vrouw opgegeven, en zijn in wellust voor elkaar ontbrand: mannen doen schandelijke dingen met mannen en ontvangen het gepaste loon voor hun dwaling in zichzelf. En omdat het hun niet goeddacht God te erkennen, heeft God hen overgegeven aan verwerpelijk denken, om dingen te doen die niet passen”.
Denkt u in dezen ook maar aan 1 Timotheüs 1. De wet is niet bestemd voor rechtvaardigen, “maar voor wettelozen en voor opstandigen, goddelozen en zondaars, onheiligen en onreinen, voor hen die vader of moeder vermoorden, voor doodslagers, voor ontuchtplegers, voor mannen die met mannen slapen, voor mensenhandelaars, leugenaars, meinedigen en als er iets anders tegen de gezonde leer is, overeenkomstig het Evangelie van de heerlijkheid van de zalige God, dat mij toevertrouwd is”.
Kerkmensen van 2021 moeten het vasthouden: Gods Woord gaat boven de volksopinie!3

Als het gaat om discriminatie vanwege de seksuele geaardheid, speelt in onze tijd de term ‘sociale veiligheid’ een niet te onderschatten rol.
Dr. C.S.L. Janse – eertijds hoofdredacteur van het Reformatorisch Dagblad – heeft dat onlangs aangewezen. In het RD schreef hij: “In het gangbare vormingsmodel gaat het erom dat jongeren ruimte moeten hebben om hun eigen weg te vinden en hun eigen keuzes te maken. Daarbij moeten liberale waarden van vrijheid en gelijkheid aan hen worden voorgehouden. Zoals gelijkheid van man en vrouw, van homo’s en hetero’s. Inmiddels ook keuzevrijheid wat betreft gender.
Op een christelijke school die die naam met recht draagt gaat het om heel wat anders. Daar gaat het om een vorming binnen de kaders van Gods geboden. Om een internalisering, een innerlijke verankering daarvan. ‘Dit is de weg, wandel daarin’ -Jesaja 30:21-. Dan is niet het belangrijkste om helemaal jezelf te kunnen zijn, maar om door genade van een Ander te worden.
Je hoeft je echter niet te verbazen wanneer de buitenwereld vindt dat op zo’n school de sociale veiligheid van bepaalde groepen leerlingen in het geding is. Wanneer scholen geen eigen toelatingsbeleid meer mogen hanteren, zullen die groepen alleen maar groter worden.
Met de term sociale veiligheid vindt ook een bepaalde framing plaats. Sociale veiligheid, wie kan daar tegen zijn?! Tegelijkertijd is dit een begrip waar veel onder te brengen is. Zeker als men er de nadruk op legt dat leerlingen zich veilig moeten voelen. Dan vindt er een sterke subjectivering plaats”4.

Daar valt het woord ‘framing’.
Dat is het gebruik van specifieke taal om de juiste emoties op te wekken en wereldbeelden op te roepen, waardoor de gebrachte boodschap een bepaalde ‘kleur’ krijgt.
Dr. Janse heeft gelijk: sociale veiligheid kan van alles gaan betekenen. Voor men ’t weet geeft men er een eigen betekenis aan. Als wij ons niet vergissen gebeurt dat regelmatig in de situatie van de scholengemeenschap Gomarus!

Dr. Janse wijst op Jesaja 30.
Wat staat er in dat Schriftgedeelte?
In Jesaja 30 is het eerste: Egypte kan Israël niet redden. Gods volk zal, als het er op aan komt, helemaal niets aan Egypte hebben. Dus: vertrouw niet op de Egyptische farao!
In Jesaja 30 is het tweede: de Here voorspelt dat Israël niet naar Hem zal luisteren. Het volk heeft, kort gezegd, geen boodschap aan de Verbondsgod. Men heeft alle vertrouwen op de eigen militaire kracht. Daarom gaat Israël eraan! Slechts een paar mensen zullen in leven blijven…
In Jesaja 30 is het derde: de Here gaat er, ofschoon geen enkele Israëliet dat verdiend heeft, toch wat aan doen. Er zullen, dankzij het Goddelijk ingrijpen, mensen komen die zeggen: blijf op de goede weg. Oftewel: blijf op de route die de Verbondsgod wijst! Het is de Here Zelf die mensen vervolgens de juiste kant op stuurt.
En de oproep van Jesaja 30 – waarmee dr. Janse vast en zeker instemt – is duidelijk: Gods kinderen van alle tijden en in alle plaatsen moeten de door de Verbondsgod gewezen richting kiezen!

Laten wij teruggaan naar het begin van dit artikel.
Het reformatorisch onderwijs wordt scherp in de gaten gehouden.
En laten wij maar eerlijk wezen: eigenlijk zijn al Gods kinderen in beeld, waar zij zich in onze maatschappij ook bevinden.
Als het gaat over LHBTI en aanverwante thema’s zullen wij goed moeten onderscheiden waarop het aankomt. Dat bleek hierboven al.
Intussen zijn wij goedsmoeds onderweg. Dag aan dag. God leidt ons naar Zijn toekomst. Daarover gaat het in Jesaja 30 ook. Jesaja ziet een heel verre toekomst. En wij mogen meekijken: “Dan zal het licht van de volle maan zijn als het licht van de gloeiende zon, en het licht van de zon zal zevenmaal sterker zijn, net als het licht van zeven dagen, op de dag dat de HEERE de breuk van Zijn volk zal verbinden en de wond die het is toegebracht, zal genezen”. Die situatieschets doet ontegenzeglijk denken aan het nieuwe Jeruzalem, in Openbaring 21: “En de stad heeft de zon en de maan niet nodig om haar te beschijnen, want de heerlijkheid van God verlicht haar, en het Lam is haar lamp”.
Naar dat licht gaan wij toe.
Er zijn heel wat wereldburgers die telkens weer proberen dat licht uit te doen. Dat zal hen niet lukken. Onze God geeft Zijn kinderen een scherpe blik. Karikaturen schuiven zij aan de kant. Gods kinderen volharden in het geloof.
Wij gaan op het licht af!5

Noten:
1 Geciteerd van https://nos.nl/artikel/2398187-strafrechtelijk-onderzoek-naar-discriminatie-om-geaardheid-op-gomarus-scholen ; geraadpleegd op maandag 20 september 2021.
2 Geciteerd van https://nos.nl/artikel/2374335-kamer-boos-over-school-die-leerlingen-dwong-uit-de-kast-te-komen-zeer-onveilig ; geraadpleegd op maandag 20 september 2021.
3 In deze alinea citeer ik Psalm 139:2-6, Romeinen 1:24-28 en 1 Timotheüs 1:9-11.
4 C.S.L. Janse, “Sociale veiligheid bedreiging voor reformatorisch onderwijs”. In: Accent, bijlage bij het Reformatorisch Dagblad, zaterdag 18 september 2021, p. 5 [rubriek: Toegespitst].
5 In deze alinea citeer ik Jesaja 30:26 en Openbaring 21:23.

24 september 2021

Op weg naar de zondag

Over twee dagen zal het, zo de Here wil, weer zondag wezen. De kerkdeuren gaan open. De kerkgangers nemen hun plaatsen in. Gelovigen doen dat honderden, ja duizenden keren in hun leven.
En zij doen dat met vreugde. Want het Woord van God wordt bediend. Alle heilbegerigen krijgen het, om zo te zeggen, op een presenteerblaadje aangeboden. De Woordbediening staat op zondag centraal. De burgers van Gods Koninkrijk vatten weer moed. Zij weten weer voor Wie zij leven!

Waar ligt de oorsprong van de zondag?
Die vinden wij in Genesis 2: “En God zegende de zevende dag en heiligde die, want daarop rustte Hij van al Zijn werk, dat God schiep door het te maken”1.

God zegende dus de zevende dag. Het Hebreeuwse grondwoord dat er staat wil onder meer zeggen: begroeten, en ook: gelukkig prijzen. De dag wordt begroet. Het meemaken van deze dag brengt vreugde in het leven!
Het is de sfeer van Psalm 100:
“Juich voor de HEERE, heel de aarde;
dien de HEERE met blijdschap,
kom voor Zijn aangezicht met vrolijk gezang”.
In Genesis 2 valt de eerste levensdag samen met een dag van Goddelijke rust. Dat is het begin. Daar ligt het startpunt. Elke zondag mogen wij er weer iets van dat begin ervaren.
Toegegeven – toen de mens in zonde viel, moest de hemelse God weer heel wat werk verzetten. Daarom zegt Jezus in Johannes 5 ook: “Mijn Vader werkt tot nu toe en Ik werk ook”. Maar daar blijft het niet bij. Want in Mattheüs 11 klinkt ook het Evangelie van de rust: “Kom naar Mij toe, allen die vermoeid en belast zijn, en Ik zal u rust geven. Neem Mijn juk op u, en leer van Mij dat Ik zachtmoedig ben en nederig van hart; en u zult rust vinden voor uw ziel; want Mijn juk is zacht en Mijn last is licht”2.

Ware gelovigen mogen er aanstaande zondag dus gerust een blijde dag van maken. Natuurlijk lukt dat niet altijd even goed, in fysieke zin althans. Maar wij mogen rusten in Christus, en in Zijn werk.
Daarom typeert Paulus de sfeer in de kerk in 1 Corinthiërs 15 zo: “God zij dank, Die ons de overwinning geeft door onze Heere Jezus Christus. Daarom, mijn geliefde broeders, wees standvastig, onwankelbaar, altijd overvloedig in het werk van de Heere, in de wetenschap dat uw inspanning niet tevergeefs is in de Heere”3.

De Here schiep ons. Hij gaf ons een plaats in Zijn wereld. In Psalm 100 staat dat zo:
“Weet dat de Heere God is;
Híj heeft ons gemaakt – en niet wij –
Zijn volk en de schapen van Zijn weide”.
Die woorden brengen ons bij Ezechiël 34. Daar zegt de Verbondsgod tegen de Oudtestamentische kerk: “zij zullen weten dat Ik, de HEERE, hun God, met ze ben, en dat ze Mijn volk zijn, het huis van Israël, spreekt de Heere HEERE. En u, Mijn schapen, schapen van Mijn weide, u bent mens, maar Ik ben uw God, spreekt de Heere HEERE”.
Hij zorgt dat er voldoende voedsel is voor heel Zijn volk. Al zijn schatten zijn onder handbereik: eeuwig leven, gerechtigheid en heerlijkheid. De kerk is het lichaam van Jezus Christus.
Wat behoren wij te doen in 2021?
Wij moeten “blijmoedig ons kruis op ons nemen, onszelf verloochenen en onze Heiland belijden”. Wij moeten “in alle droefheid met opgeheven hoofd onze Here Jezus Christus uit de hemel verwachten, die onze vernederde lichamen aan zijn verheerlijkt lichaam gelijk zal maken en ons voor altijd bij Zich nemen zal”4.

De zondag is niet alleen maar een rustdag.
Het is zeker ook een dag die onze blik breder maakt. Wij kijken om ons heen. De 1.5 meter-regel – indertijd ingevoerd vanwege het COVID 19-virus – is onlangs afgeschaft; maar behoedzaamheid blijft belangrijk. Homoseksualiteit en LHBTI maken deel uit van een cluster van onderwerpen die in de maatschappij zeer gevoelig liggen. De Nederlandse economie groeit; maar de meeste mensen merken er weinig van. Komt er, zo kan men zich afvragen, nog wel eens een moment dat wij onbekommerd blij kunnen zijn?
Welnu – de zondag is een dag die onze blik scherp stelt op de toekomst. Op de tijd van de eeuwige sabbat die in Hebreeën 4 beschreven wordt: “Er blijft dus nog een sabbatsrust over voor het volk van God, want wie Zijn rust binnengegaan is, die heeft zelf ook van zijn werken gerust, zoals God van de Zijne. Laten wij ons dan beijveren om die rust binnen te gaan”.
Dan en daar zal het voor altijd feest zijn, samen met God. Voor al Gods zonen. Voor al Zijn dochters. Ja, voor heel Zijn kinderschaar.

Noten:
1 Genesis 2:3.
2 In deze alinea citeer achtereenvolgens Psalm 100:1 en 2, Johannes 5:17 en Mattheüs 11:28-30.
3 In dit artikel maak ik onder meer gebruik van: ds. Joh. Francke, “De unieke troost – Bijbels dagboek”. – Enschede: Drukkerij-Uitgeverij J. Boersma, [1971]. – p. 276 (24 september).
4 Achtereenvolgens citeer ik uit Gods Woord Psalm 100:3, Ezechiël 34:30 en 31. Verder: Formulier voor de viering van het Heilig Avondmaal; het citaat staat op p. 526 van het Gereformeerd Kerkboek-1986.

23 september 2021

Gelovigen gaan nooit verloren

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , ,

In de politiek moet men, zei mevrouw Kaag begin september van dit jaar, spreken en werken “langs de lijnen van de inhoud”. Dat is vrij logisch. Behalve dan misschien in de politiek.
Mevrouw Kaag trad op donderdagavond 16 september af als minister van buitenlandse zaken. Zij was de eerst-verantwoordelijke voor de fouten die gemaakt werden bij evacuaties uit Afghanistan. De Tweede Kamer keurde haar handelwijze af. Mevrouw Kaag aanvaardde het harde oordeel der collega-politici. “Ik toets het aan mijn eigen waarden”, sprak zij. Hetgeen wederom logisch is. Een zaak toetsen aan andermans normen is namelijk ietwat lastiger. Thans is zij weer gewoon partijleider van D66. En tevens deelnemer aan de gesprekken inzake de kabinetsformatie.
Een dag later, vrijdag 17 september, trad ook mevrouw Bijleveld af. Zij was tot dat moment de minister van defensie en mede verantwoordelijk voor het ‘Afghanistan-debacle’1.

Wanneer we het bovenstaande een moment op de voorgrond zetten valt de sterke tegenstelling op tussen allerlei menselijk gedoe en het grootse reddingswerk van Jezus Christus, de Heiland der wereld. Want wat zegt Hij? “En Ik geef hun eeuwig leven; en zij zullen beslist niet verloren gaan in eeuwigheid en niemand zal ze uit Mijn hand rukken”.
Zo staat dat in Johannes 10.
Wanneer wij het handelen van de mensen langs de door God geëiste inhoud leggen, zien wij met een verbijsterende onmiddellijkheid dat die inhoud ernstig tekortschiet. De God van het verbond toetst ons doen en laten aan Zijn eigen normen. En dan weten wij ’t wel: de perfectie is nog ver te zoeken. Ons evenwicht is wankel. Goede adviezen slaan wij zomaar in de wind. Ons werk zit vol barsten en blutsen. Van noodkreten trekken we ons soms niets aan. Het bleek hierboven al: zelfs regeerders maken er bij tijd en wijle een potje van.
En toch zegt de God van hemel en aarde tegen mistastende mensen: “Ik geef hun eeuwig leven”. Dat is verblijdend, maar ook verbazend – ja zelfs wonderbaarlijk!2

Wie zijn die ‘hun’? Dan zijn de schapen die hun Heiland volgen. Die volgers blijven voor altijd leven. Hun leven slijt nooit. Hun leven wordt nooit oud. In hun leven is alles weer mogelijk. Het woord ‘verval’ is onbekend. Woordenboeken zijn afgeschaft. Die zijn namelijk niet meer nodig. Mensen uit alle tijden en plaatsen begrijpen elkaar onmiddellijk. Wat zal dat prachtig wezen!3

Al die mensen komen overal en nergens vandaan. In alle hoeken en gaten van de wereld wordt het Evangelie van de redding geproclameerd: Gods kinderen gaan beslist niet verloren. Er is niets wat hen van de Heiland scheiden kan.
De apostel Paulus wijst de christenen in Rome daar nadrukkelijk op.
Het lijkt wel of hij in hoofdstuk 8 te weinig woorden heeft om die schitterende sfeer te beschrijven: “Wie zal ons scheiden van de liefde van Christus? Verdrukking, of benauwdheid, of vervolging, of honger, of naaktheid, of gevaar, of zwaard? Zoals geschreven staat: Want omwille van U worden wij de hele dag gedood, wij worden beschouwd als slachtschapen. Maar in dit alles zijn wij meer dan overwinnaars door Hem Die ons heeft liefgehad. Want ik ben ervan overtuigd dat noch dood, noch leven, noch engelen, noch overheden, noch krachten, noch tegenwoordige, noch toekomstige dingen, noch hoogte, noch diepte, noch enig ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de liefde van God in Christus Jezus, onze Heere”.
Alle menselijke krakkemikkigheid wordt overkoepeld door Christus’ magnifieke reddingswerk!4

Laten wij een ogenblik terugkeren naar mevrouw Kaag.
Niet zo lang geleden zei zij: “Ik ben niet zo van kopjes koffie drinken en sta voor een zakelijke benadering”. Die benadering is dusdanig doelmatig en zakelijk dat er nog altijd geen nieuw kabinet is. Tja… Het geduld van de samenleving wordt derhalve behoorlijk op de proef gesteld.
Laten wij hier Johannes 10 opnieuw tegenover zetten: “Mijn Vader, Die hen aan Mij gegeven heeft, is meer dan allen, en niemand kan hen uit de hand van Mijn Vader rukken. Ik en de Vader zijn Eén”.
Als wij over God de Vader spreken, komt het genadeverbond in beeld. Wij worden voorzien van al het goede. Het kwade wordt voor een groot deel bij ons weggehouden. En mochten we er toch mee te maken krijgen dan zal onze God er Hoogstpersoonlijk voor zorgen dat al die moeilijke ervaringen allerlei goede en mooie gevolgen zullen hebben.
Dus: de zakelijkheid in de politiek staat tegenover Goddelijke zorgzaamheid. Tegenover de doelmatigheid staat Goddelijke bescherming. Tegenover harde nuchterheid staat Goddelijke liefde voor heel Zijn volk!5

Wij moeten, zegt men in de politiek, spreken en werken langs de lijnen van de inhoud. Dat is mooi gezegd. Intussen is het leven in de politiek niet zelden nogal onzeker. Het aftreden van de ministers Kaag en Bijleveld toont dat weer eens duidelijk aan.
Wie de lijnen van de inhoud van het Evangelie trekt, ontvangt goedertierenheid en genade. En oneindige liefde. En vaste zekerheid!

Noten:
1 In deze alinea gebruik ik onder meer https://nos.nl/collectie/13861/artikel/2397026-informateur-remkes-geduld-van-de-samenleving-op-de-proef-gesteld-in-formatie en https://nos.nl/artikel/2398138-na-kaag-d66-treedt-ook-minister-bijleveld-cda-af-ik-sta-werk-defensie-in-de-weg ; geraadpleegd op vrijdag 17 september 2021. En: “Kaag weg als minister, blijft als partijleider”. In: Nederlands Dagblad, vrijdag 17 september 2021, p. 1.
2 Johannes 10:28.
3 In deze alinea gebruik ik Johannes 10:27: “Mijn schapen horen Mijn stem en Ik ken ze en zij volgen Mij”.
4 In deze alinea citeer ik Romeinen 8:35-39.
5 In deze alinea gebruik ik onder meer https://www.parool.nl/nederland/weinig-warmte-tussen-rutte-en-kaag-remkes-moet-minderheidskabinet-smeden~b9f6e912/ ; geraadpleegd op vrijdag 17 september 2021. Verder citeer ik Johannes 10:29 en 30.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.