gereformeerd leven in nederland

30 november 2021

God staat boven geweldige golven

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

“De HEERE in de hoogte is machtiger
dan het bruisen van machtige wateren,
de machtige golven van de zee.
Uw getuigenissen zijn zeer betrouwbaar;
de heiligheid is een sieraad voor Uw huis, HEERE,
tot in lengte van dagen”.
Hierboven staan woorden uit Psalm 93.
En laten we er maar niet omheen draaien: wij kunnen ons vandaag best iets voorstellen bij het bruisen van machtige wateren! In Nederland hadden we er immers in juli 2021 mee te maken.
Wat een kracht kan water hebben!
In een oogwenk staat een half dorp onder water.
De stroming sleept van alles mee.
Water is in een bepaald opzicht onbetrouwbaar. In een column schrijft iemand: “De zee blijft onbetrouwbaar, ook al denk je er alles over te weten”. En daaronder staat: “Het was een collega die verontwaardigd reageerde op een schattig vakantiekiekje: Linda! Met die opblaasbare bandjes drijven ze zó de zee op als de wind verkeerd staat, joh. Dat wéét je toch zeker wel? Levensgevaarlijk!”[1][2]

Welnu, daarboven staat de glorieuze betrouwbaarheid van God. Het Hebreeuwse woord dat wij met ‘betrouwbaarheid’ weergeven heeft ook een link met: ‘verzorging’ en met ‘bescherming’. Bij de God van hemel en aarde staat het sein voor altijd op veilig. In de kerk is een schuilplaats nooit gevaarlijk.
In Gods hemelse heiligheid worden daverende daadkracht en lankmoedige lieflijkheid op majestueuze wijze gecombineerd. Daarom is het in de kerk prachtig. Daar willen wij naar toe! Die leefomgeving houdt ons hoopvol. De atmosfeer in Zijn woning trekt kerkmensen aan.
In dat opzicht lijken de zee en de kerk op elkaar. Wij ontspannen graag op het strand. In de kerk wordt definitieve rust gevonden, bij de almachtige God namelijk![3]

De God van alle genade beheerst alle wateren van de schepping. Bij de schepping wordt het water naar Gods hand gezet. God leidt Zijn volk door de Rode Zee en de Jordaan heen.
In Mattheüs 14 loopt Petrus, op uitnodiging van Jezus, over het water: “Maar meteen sprak Jezus hen aan en zei: Heb goede moed, Ik ben het; wees niet bevreesd. Petrus antwoordde Hem en zei: Heere, als U het bent, geef mij dan bevel over het water naar U toe te komen. Hij zei: Kom! En Petrus klom uit het schip en liep op het water om bij Jezus te komen”. De Messias zorgt ervoor dat Petrus op het water lopen kan!
In Marcus 4 bestraft de Here Jezus de zee: “En Hij, wakker geworden, bestrafte de wind en zei tegen de zee: Zwijg, wees stil! En de wind ging liggen en er kwam een grote stilte. En Hij zei tegen hen: Waarom bent u zo angstig? Hebt u dan geen geloof? En zij vreesden met grote vrees en zeiden tegen elkaar: Wie is Deze toch, dat zelfs de wind en de zee Hem gehoorzaam zijn?”
De hemelse God stuurt het water – ook vandaag![4]

In onze tijd houden natuurbeheer en natuurbehoud heel wat mensen bezig. Dat is mooi. Dat is goed.
Intussen werden wij in de afgelopen jaren uiteraard ook met toenemend natuurgeweld geconfronteerd.
Een rapport van de Autoriteit Financiële Markten “bevat een stortvloed aan veelzeggende cijfers. Vorig jaar werd in Nederland voor bijna 300 miljoen euro aan het klimaat gerelateerde schade geregistreerd, door storm, hagel en andere neerslag. In de hele Europese Unie richtten alleen al overstromingen tot 2012 voor 4 miljard euro schade aan, en dat loopt op tot 23 miljard in 2050. In Nederland zijn die risico’s nog groter dan elders, en die nemen door het veranderende klimaat alleen maar toe. Niet alleen extreme neerslag, ook extreme droogte zal vaker voorkomen. Die kan schade aan dijken veroorzaken en, vanwege inklinkende veen- en kleilagen, ook scheuren in muren. Droogte leidt daarnaast ook tot paalrot in houten funderingen; dat kan bij 800.000 woningen leiden tot verzakking en zelfs instorten, wat 51 miljard euro schade kan opleveren. Nu al wordt veel van deze schade niet gedekt door verzekeraars. Geen enkele verzekeraar vergoedt nog bij verzakking of instorten. Daarnaast maken veel verzekeraars ook onderscheid tussen schade door ‘lokale’ en ‘niet-lokale’ neerslag. Als extreme regen die stroomopwaarts valt in lager gelegen gebieden voor overstromingen zorgt, wordt de schade die daardoor ontstaat vaak niet vergoed. Zulke risico’s zijn redelijkerwijs niet te verzekeren, legt de AFM uit. Het valt nauwelijks te berekenen hoe groot de kans erop is en hoe groot de schade dan zal zijn – en wat dus een eerlijke premie is”.
De ‘extreem weer’-schade is enorm.
De risico’s zijn groot, maar niemand weet hoe groot.
Natuurfenomenen zijn eerst en vooral een demonstratie van Gods macht. Zijn kracht is groot. En soms ontembaar.

Hoe staat het met gelovige broeders en zusters?
Zij schuilen bij hun Heer.
De heilige Here is Iemand van een totaal andere dimensie. Iemand dus die in het geheel niet met de aarde vereenzelvigd kan worden. Maar o wonder: onze God is in de kerk volop actief aanwezig. Hij is het Sieraad van de kerk. De Statenvertaling schrijft erbij: “Te weten, waarmede Gij uwe kinderen heiligt en versiert”. Dus: Gods heiligheid is, om zo te zeggen, de meest magnifieke decoratie in de kerk. Gods heiligheid is de diamant van Gods kinderen. Zijn Heilige Geest woont in de harten van gelovigen!

A.T. Peet-Vreman, lid van de redactie van het Christelijke Gereformeerde blad De Wekker, schreef in maart 2021: “De kerk is niet allereerst een plek voor mij alleen. In de protestantse traditie is de kerk vooral het gebouw waar de gelovigen, als lichaam van Christus, samen bijeen zijn om de gemeenschap met God te zoeken. Daar luisteren ze naar Zijn stem, daar roepen ze Hem aan, daar wordt de lofzang gaande gehouden, daar komen vermoeide zielen tot rust. Daarom is de kerk niet allereerst een huis voor de ziel, maar het huis van de Heere. Daar staat Christus aan het Hoofd van Zijn lichaam, de gemeente. Daar is God de Vader de Gastheer, daar heeft Hij het hoogste Woord, stelt Hij steeds weer Zijn geliefde Zoon aan ons voor en daar vult Hij Zijn bruidsgemeente telkens weer met Zijn Geest. Daarom zingen we met Psalm 93: ‘De heiligheid is voor Uw huis, o Heer, tot sieraad en tot eer!’”.
Waarvan akte![5]

De Koning van de kosmos staat boven het water. In Psalm 93 wordt dat wel duidelijk. Zeeën en meren geeft Hij een plaats. Zolang het Hem goeddunkt, althans. Want in Openbaring 21 blijkt de zee verdwenen: “En ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, want de eerste hemel en de eerste aarde waren voorbijgegaan. En de zee was er niet meer”. En waar loopt het op uit? “Wie overwint, zal alles beërven, en Ik zal voor hem een God zijn en hij zal voor Mij een zoon zijn”.
Kijk, dan is de zee overbodig geworden. Want dan zal God alles in allen wezen![6]

 Noten:
[1] In deze alinea citeer ik Psalm 93:4 en 5. En van https://www.gelderlander.nl/binnenland/de-zee-blijft-onbetrouwbaar-ook-al-denk-je-er-alles-over-te-weten~abb67526/ ; geraadpleegd op donderdag 18 november 2021.
[2] Op vrijdag 16 juli 2021 publiceerde ik op deze plaats een artikel naar aanleiding van de overstromingen in de Nederlandse provincie Limburg, Duitsland en België. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2021/07/16/ .
[3] In deze alinea gebruik ik de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Psalm 93.
[4] In deze alinea citeer ik Mattheüs 14:27-29 en Marcus 4:39, 40 en 41.
[5] In deze alinea citeer ik uit: A.T. Peet-Vreman, “Hier weidt mijn ziel met een verwonderd oog”. In: De Wekker, uitgave van de Christelijke Gereformeerde Kerken in Nederland, vrijdag 19 maart 2021, p. 4 en 5. Citaat van p. 5.
[6] In deze alinea citeer ik achtereenvolgens de verzen 1 en 7 van Openbaring 21.

29 november 2021

Zorgvuldige haast volgens Zefanja

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

De coronapandemie verdiept, zo menen sociologen, de breuklijnen in de samenleving.
“Over een uitwerking van de coronacrisis zijn de dertig sociologen in het Sociologenpanel die zich over de tien voorgelegde stellingen bogen onsociologisch uitgesproken. In grote meerderheid voorzien zij dat de coronacrisis diverse breuklijnen in de samenleving verdiept. ‘Ongelijkheden worden dieper, tussen gelukkige en ongelukkige gezinnen, tussen mensen met tuinen en zonder, mensen die kunnen thuiswerken en mensen die tijdens hun vitale werk geen 1,5 meter afstand kunnen houden’, stelt Monique Kremer (Universiteit van Amsterdam).
Dat heeft ook een mondiale dimensie, stelt Bram Peper (Universiteit van Tilburg). ‘Madonna mag wel roepen dat corona de grote gelijkmaker is, maar de verwachting is dat de wereldwijde armoedebestrijding op tien jaar achterstand wordt gezet’”.
De sociologen maken ook duidelijk dat mensen in tijden van onzekerheid mensen sterker vasthouden aan bestaande normen, waarden en ideeën en identiteiten (…) ‘In een situatie waarin tekorten dreigen (hier bijvoorbeeld voldoende IC-bedden, beschermend materiaal, etc) hebben mensen de neiging de eigen groep voorop te stellen’, aldus Ellen Verbakel. ‘Aan de andere kant, het gevoel van solidariteit neemt toe in tijden van crisis. Mogelijk neemt vooral de solidariteit in de eigen groep toe’. In de woorden van Monique Kremer: ‘Het gevaar van de anderhalvemetersamenleving is anderhalvemetersolidariteit: vooral gericht zijn op een kleine cirkel van bekenden”.
De maatschappij wordt dus verbrokkeld.
Mensen zoeken hun eigen groep op.
Zij blijven, om in corona-termen te blijven, in hun eigen bubbel[1].

Het lijkt er op neer te komen dat de mensen zichzelf zoveel mogelijk moeten zien te redden. De kloof tot andere mensen wordt groter. De kring waarin mensen zich bevinden wordt kleiner.
Wat voor rol speelt God in deze ontwikkeling? Het antwoord kan kort zijn: geen. Vooruit – een kleine rol misschien. Die rol krijgt Hij dan speciaal voor de mensen die aanleg hebben voor het doorgronden van geloofszaken. Maar verder? Verder is God goeddeels afwezig. Hij bemoeit zich nergens mee.

Op dit punt lijkt 2021 sprekend op de tijd van de profeet Zefanja. Ook in de tijd van voornoemde woordvoerder van God hebben veel mensen het idee dat Hij zich nergens meer mee bemoeit. De bevolking merkt weinig of niets meer van Hem.
Wat gaat men doen als God er niet meer is?
Wat doen we als wij niets meer van God merken? Dan gaan wij zelf in actie komen. Er moet toch iets gebeuren, nietwaar? Stilstand is achteruitgang. En het is niet de bedoeling om rustig af te wachten tot de maatschappij knarsend tot stilstand komt[2].

In Zefanja 2 roept de profeet niet op tot actie. Hij zegt: u moet ootmoedig wezen. Blijf bescheiden. Zoek bescherming bij de Here God! De boodschap klinkt als volgt: “Onderzoek uzelf nauwkeurig, ja onderzoek uzelf, volk zonder verlangen, voordat het besluit het licht ziet – een dag gaat als kaf voorbij – voordat over u komt de brandende toorn van de Heere, voordat over u komt de dag van de toorn van de Heere. Zoek de HEERE, alle zachtmoedigen van het land, die Zijn recht uitvoeren. Zoek gerechtigheid, zoek zachtmoedigheid, misschien zult u dan verborgen worden op de dag van de toorn van de Heere”.
De profeet wil maar zeggen: ga toch terug naar de God van het verbond!
De kerkstad is gewaarschuwd.
De straf van God komt eraan!
Hij heeft de maaltijd al klaargemaakt.
De Here straft alle mensen die zich dik gegeten hebben en die, soms luidop, meedelen: ‘De Here? Daar hoef je niet bang voor wezen. Hij doet toch niks…’.
Maar, brengt Zefanja, de grote dag van het oordeel komt er echt aan. Zelfs de heldhaftige burgers worden dan bang, zij zullen vast en zeker het liefst wegduiken. Radeloos en redeloos rennen ze maar wat heen en weer, paniekerig als nooit tevoren.  
Het is een dag waarop Gods toorn alle zonden als het ware wegbrandt. Benauwdheid, angst, verwoesting, vernietiging – dat komt op die dag allemaal langs. De hemelse God veegt, om zo te zeggen, alle rommel aan de kant en steekt de brand erin.
En dus, zegt Zefanja, zorg nu toch dat je zo snel mogelijk aan de goede kant komt te staan! Vooruit! Voordat het te laat is![3]

Terecht maakt een uitlegger bij de profetie van Zefanja de aantekening: “Zoals elk profetisch Bijbelboek heeft ook het boek Zefanja meerdere ‘lagen’. Een deel van wat Zefanja zegt is inmiddels gebeurd. Maar er staan ook dingen in die pas later zullen gebeuren, aan het eind van de tijd. En sommige dingen hebben twee vervullingen: het is al een keer gebeurd, maar het zal later, aan het eind van de tijd, op een andere manier nóg een keer gebeuren”.
Alleen daarom al is het de moeite waard om over Zefanja’s woorden na te denken[4].

Het wordt, zegt Zefanja, tijd voor een zorgvuldig zelfonderzoek.
Daarbij is de vraag of wij ook begrijpen dat de coronapandemie, behalve een wereldwijde virusuitbraak, een teken is van de Here is. Hij laat weten: ‘Dwars door alles heen voer Ik Mijn plan uit. En jazeker, Ik kom eraan, met haastige zorgvuldigheid!’.

De breuklijnen in de maatschappij zijn zichtbaar.
Maar in het verbond is de Here God onlosmakelijk met Zijn kinderen verbonden. Laten wij dat maar blijven geloven – ook vandaag!

Noten:
[1] In deze alinea gebruik ik https://www.socialevraagstukken.nl/sociologenpanel/de-coronacrisis/ ; geraadpleegd op dinsdag 16 november 2021.
[2] In deze alinea gebruik ik https://bderoos.wordpress.com/2014/09/10/ .
[3] In deze alinea citeer ik Zefanja 2:1, 2 en 3. Verder gebruik ik ook Zefanja 1.
[4] In deze alinea gebruik ik onder meer https://www.basisbijbel.nl/boek/zefanja/1 ; geraadpleegd op dinsdag 16 november 2021.

26 november 2021

Overpeinzingen bij een vredegroet

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Dit artikel begint met bekende woorden uit Openbaring 1.
“Genade zij u en vrede, van Hem Die is en Die was en Die komt, en van de zeven Geesten, Die voor Zijn troon zijn, en van Jezus Christus, Die de getrouwe Getuige is, de Eerstgeborene uit de doden en de Vorst van de koningen der aarde. Hem Die ons heeft liefgehad en ons van onze zonden gewassen heeft in Zijn bloed, en Die ons gemaakt heeft tot koningen en priesters voor God en Zijn Vader, Hem zij de heerlijkheid en de kracht in alle eeuwigheid. Amen” [1].

De groet die Johannes hier noteert, gaat onder meer terug op Exodus 3, waar God tegen Mozes zegt: “Ik ben die Ik ben”. Dat betekent: Ik zal actief zijn; niet alleen in woorden, maar ook in daden!
In Jesaja 55 wordt geprofeteerd: “Zie, Ik heb Hem gegeven als Getuige voor de volken, als Vorst en Gebieder voor de volken”. Johannes wijst op Jezus Christus: Hij is Degene die het recht eerlijk zal toepassen. Jezus Christus toont eens en voor altijd hoe rechtvaardig de hemelse God is.
Johannes geeft een groet door van Gods Zoon, die een schitterend verlossingswerk volbracht heeft, en daarmee ook Zijn kerk in actie laat komen. Om met de woorden van Hebreeën 9 te spreken: “Hij is niet door bloed van bokken en kalveren, maar door Zijn eigen bloed eens en voor altijd binnengegaan in het heiligdom en heeft daardoor een eeuwige verlossing teweeggebracht (…), hoeveel te meer zal het bloed van Christus, Die door de eeuwige Geest Zichzelf smetteloos aan God geofferd heeft, uw geweten reinigen van dode werken om de levende God te dienen!”
De mensen die de Heiland gekocht heeft worden, om zo te zeggen, onderkoningen: bekwame regeerders die de wil van de Koning van de kosmos uitvoeren. Zij wijden zich vol overgave aan hun taak; net als de priesters in het Oude Testament, maar dan volmaakt![2]

Met deze groet overziet Johannes in één blik de geschiedenis van de kerk door de eeuwen heen. Natuurlijk – heel veel details van de kerkhistorie blijven uit beeld. Maar de hoofdpunten worden wel gemarkeerd: Gods voortdurende activiteit, Gods rechtvaardige regering, het verlossingswerk van de Heiland en de voorbereiding van een heerlijke toekomst voor Gods kinderen.

Als wij deze groet tot ons door laten dringen gaan wij, als het goed is, op slag anders tegen onze omgeving aankijken. Dan zien wij niet alleen maar meer de puinhopen van vandaag. Ons uitzicht is weids, onze horizon wordt verbreed.
En dat is maar goed ook.
Want in onze wereld loopt het zomaar totaal uit de hand.

Neem nu bijvoorbeeld de rellen te Rotterdam op vrijdagavond 19 november 2021.
“Omstreeks 20.00 uur – een niet-aangemelde demonstratie tegen de coronamaatregelen en het voorgenomen 2G-beleid van het kabinet (alleen gevaccineerden en mensen die corona hebben gehad, krijgen een coronatoegangsbewijs) op en rond de Coolsingel loopt uit de hand.
Mensen steken zwaar vuurwerk af en gooien met voorwerpen naar agenten. Ook worden leuzen als ‘vrijheid’ geroepen. Politieauto’s worden in brand gestoken. Bij het blussen van de brand worden ook brandweerlieden bekogeld. Ook andere voertuigen, panden en spullen worden in brand gestoken. Een journalist wordt door relschoppers aangevallen, zijn camera wordt vernield”.
“Politie-eenheden vanuit het hele land worden opgeroepen richting Rotterdam. Rond 21.00 uur is het eerste ME-peloton op de Coolsingel”.
“Omstreeks 22.00 uur – de andere ME-pelotons zijn ter plaatse. In totaal zijn acht pelotons opgeroepen – zeker 400 agenten uit het hele land zijn op de been in de stad. Op de Coolsingel worden charges uitgevoerd. Een waterkanon wordt ingezet. (…) Een noodbevel wordt van kracht tot 04.30 uur: mensen mogen zich nog ophouden op en rondom de Coolsingel en de twee stations Centraal Station en Rotterdam Blaak. Op dit moment ‘kon het schoonvegen van het centrum’ beginnen, aldus burgemeester Aboutaleb”[3].

Het bovenstaande werd getypeerd als een orgie van geweld.
En waarom gebeurt dit? Natuurlijk kunnen we de relschoppers daarover niet interviewen. Maar enkele vermoedens kunnen wij wel noteren.
Er is onvrede over het coronabeleid.
Men is zeer teleurgesteld over het feit dat er de komende jaarwisseling voor consumenten een verbod komt op het afsteken, bezitten en vervoeren van vuurwerk in het hele land.
Men is boos over de beknotting van de vrijheid.
Men heeft het helemaal gehad met de gevestigde politiek.
Men heeft het idee dat men niet wordt gehoord.
Men ziet het als een uitdaging de politie en de overheid te provoceren – wie wint de strijd?
Men jaagt elkaar op – wie is de sterkste uit de groep?
En zo is er wellicht nog wel meer[4].

De relschoppers in Rotterdam hadden en hebben, om zo te zeggen, dagdoelen. Verder dan vandaag of morgen kijken zij niet.
Gereformeerde mensen hebben langetermijn-doelen. Zij zijn op weg naar hun eigenlijke vaderland. Het vaderland dat de apostel Paulus aanduidt in Philippenzen 3: “Ons burgerschap is echter in de hemelen, waaruit wij ook de Zaligmaker verwachten, namelijk de Heere Jezus Christus”.
Die langetermijn-doelen stellen zij zich omdat de heilige God een doel met Zijn kinderen heeft. Hij heeft hen uitgekozen om voor eeuwig bij Hem te horen. En daarom is voor hen het parool: “Onderzoek uzelf of u in het geloof bent, beproef uzelf. Of weet u niet van uzelf dat Jezus Christus in u is?”. De vraag is dus: hebben we nog zicht op de eeuwigheid?[5]

Die zin: “Genade zij u en vrede, van Hem Die is en Die was en Die komt, en van de zeven Geesten, Die voor Zijn troon zijn, en van Jezus Christus, Die de getrouwe Getuige is, de Eerstgeborene uit de doden en de Vorst van de koningen der aarde”, horen we regelmatig in de kerk. Iedere keer als wij die groet horen, mogen we beseffen: het is vrede tussen God en ons!  

Noten:
[1] In deze alinea citeer ik Openbaring 1:4, 5 en 6.
[2] In deze alinea gebruik ik Exodus 3:14, Jesaja 55:4, Hebreeën 9:12 en 14 en 1 Petrus 2:9. En ook de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Exodus 3.
[3] Geciteerd van https://nos.nl/artikel/2406334-gericht-op-benen-geschoten-wat-we-nu-weten-over-de-rellen-in-rotterdam ; geraadpleegd op zaterdag 20 november 2021.
[4] In deze alinea gebruik ik onder meer https://universonline.nl/nieuws/2021/01/28/socioloog-bram-peper-over-de-avondklokrellen-rutte-gaat-voorbij-aan-de-maatschappelijke-aspecten-die-erachter-liggen/ ; geraadpleegd op zaterdag 20 november 2021.
[5] In deze alinea citeer ik achtereenvolgens Philippenzen 3:20 en 2 Corinthiërs 13:5.

25 november 2021

De actualiteit van de erfzonde

Vandaag over een maand vieren wij het Kerstfeest. Jezus Christus kwam naar de aarde om te lijden en te sterven voor onze zonden. De God van hemel en aarde verbreedde de horizon voor alle mensen die in Hem geloven. Ons perspectief is groots geworden. Wij hebben een brede blik.

Het is belangrijk om het bovenstaande goed voor ogen te houden. In dit artikel worden namelijk enkele opmerkingen gemaakt over de erfzonde. Daarover zegt de Nederlandse Geloofsbelijdenis: “Zij is een verdorvenheid van de hele natuur en een erfelijk kwaad, waarmee zelfs de kleine kinderen in de moederschoot besmet zijn. Zij is namelijk de wortel waaruit allerlei zonden in de mens voortkomen”.
Wie weet heeft van de erfzonde, beseft waar alle ellende in deze wereld vandaan komt[1].

De eerste opmerking gaat over de vrouw en de erfzonde.
In Gulliver, een bijlage van het Nederlands Dagblad, zegt de kunstenares Joyce Verheul: elke vrouw heeft “in bepaalde mate last van het scheppingsverhaal. Als je op straat wordt lastiggevallen, zul je het vast over jezelf hebben afgeroepen. Je bent immers vrouw, bron van de erfzonde. Als jíj die vrucht niet had aangenomen en had doorgespeeld, hadden niet alleen jij, maar ook wij allemaal, nergens last van gehad”.
Moeten wij zeggen dat de vrouw de schuld van de erfzonde draagt? Dat gaat wat te snel.
Als in Romeinen 5 wordt gememoreerd hoe de zonde in de wereld gekomen is, gaat het meteen over Adam. Leest u maar mee: “Daarom, zoals door één mens de zonde in de wereld is gekomen, en door de zonde de dood, en zo de dood over alle mensen is gekomen, in wie allen gezondigd hebben. Want totdat de wet er kwam, was er wel zonde in de wereld. Zonde wordt echter niet toegerekend als er geen wet is. Toch heeft de dood geregeerd van Adam tot Mozes toe, ook over hen die niet gezondigd hadden met eenzelfde overtreding als Adam, die een voorbeeld is van Hem Die komen zou”. En: “Want zoals door de ongehoorzaamheid van de ene mens velen als zondaars aangemerkt worden, zo zullen ook door de gehoorzaamheid van de Ene velen als rechtvaardigen aangemerkt worden”.
In 1 Corinthiërs 15 schrijft de apostel Paulus: “Want omdat de dood er is door een mens, is ook de opstanding van de doden er door een Mens. Want zoals allen in Adam sterven, zo zullen ook in Christus allen levend gemaakt worden”.
Vrouwen hoeven zich niet schuldig te voelen om dat de zonde, om zo te zeggen, via hen in de wereld gekomen is. Adam heeft net zoveel schuld. Alle mensen hebben tegenover God schuld![2]

Ja, er is echt sprake van schuld. Die schuld mogen wij niet verzachten. Daarover gaat de tweede opmerking.
Schrijfster en theatermaakster Marjolijn van Heemstra werd in mei van dit jaar ook door het Nederlands Dagblad geïnterviewd. Ook zij sprak over de erfzonde. Leest u maar mee: “[Vraag]: ”Gelooft u dat we hedendaagse problemen als racisme, ongelijkheid en klimaatverandering kunnen oplossen door uit te zoomen en als een ruimtevaarder naar de wereld te kijken?” [Antwoord:] Nee. Verschillen tussen mensen zullen er altijd blijven. Laten we het, in deze christelijke krant, onze erfzonde noemen. We kunnen geen paradijs maken van de aarde; het is hier een strijd. En als we ons ooit gaan vestigen op Mars, nemen we die erfzonde mee. Maar er zijn periodes en plekken waarin het leven een tijdje goed is. Daar moeten we naar streven, ook als het niet realistisch is. Nadenken over ons taalgebruik kan daarbij helpen, omdat de woorden die we gebruiken denkrichtingen vormen”.
Marjolijn draait er niet omheen.
De wereld is geen paradijs. En dat wordt deze aarde ook nooit.
Maar soms zijn er periodes waarin het leven mooi is.
Die schoonheid moeten wij bevorderen. Natuurlijk weten wij wel dat het creëren van schoonheid niet structureel mogelijk is. Maar het ondernemen van een poging daartoe helpt wel om ons bestaan leefbaar te houden…
Wat is de achtergrond van dit spreken? De erfzonde wordt, als u het schrijver dezes vraagt, een beetje vergoelijkt. Het idee lijkt te zijn: het wordt nooit helemáál goed, maar wij moeten er samen wat van maken; en over schuld kunnen we beter niet meer praten.
Hier tegenover moeten Gereformeerden vasthouden: als we onze schuld kennen, begrijpen we hoe genadig God de Vader was toen Hij Zijn Zoon zond om Hem voor onze overtredingen te laten betalen![3]

De derde opmerking gaat over de erfzonde en de koran.
Er wordt wel eens gezegd dat christenen en moslims in één God geloven. God en Allah zijn dezelfde, zegt men dan.
Echter – niets is minder waar. Laten we daar op attent zijn.
Theoloog Pim Valkenberg, hoogleraar aan de Catholic University of America in de Verenigde Staten, werd eens bevraagd in het Nederlands Dagblad. Citaat: “De ontkenning van de kruisiging is volgens Valkenberg vooral bedoeld als kritiek op de Joden. ‘De Koran klaagt hen aan, omdat ze hun profeten vaak verkeerd behandelen. De kruisiging van Jezus is daar een voorbeeld van. Eigenlijk is de Koran niet primair geïnteresseerd in de kruisiging zelf’. Dan blijft natuurlijk wel staan dat de kruisiging ontkend wordt. Valkenberg merkt op dat Jezus’ dood volgens de Koran geen nut heeft. ‘De Koran kent geen erfzonde. Dus is er ook geen redding nodig, maar moeten de mensen vooral leiding krijgen”.
Wat zien we hier? In de Koran wordt de kern wordt uit het Evangelie gesneden. Het nut van het lijden en sterven van onze Heiland wordt in dat boek gewoonweg ontkend. Jezus is niet veel meer dan een voorbeeld. Nou ja – een Leidsman, vooruit dan. Maar meer is Hij niet.
Daartegenover moeten Gereformeerden goed zien hoe nodig het verlossingswerk van Jezus Christus was en is. Om dat te zien moeten wij ons realiseren dat we, om met Zondag 5 van de Heidelbergse Catechismus te spreken, onze schuld elke dag groter maken![4]

Zo komen we bij de vierde opmerking in verband met de erfzonde. Ook die gaat over de noodzaak van het kennen van erfzonde en schuld.
In december 2019 publiceerde Govert Buijs, hoogleraar politieke filosofie aan de Universiteit van Amsterdam, een column in het Nederlands Dagblad.
Hij schreef: “We lopen vast. We trekken het organisatorisch niet meer, we trekken het psychologisch niet meer, we trekken het ecologisch niet meer, we trekken het spiritueel niet meer”.
En:
“Dat is het beeld van onze huidige samenleving: alles is dichtgeregeld en we kunnen geen kant meer op. Stikstof. Evolutie. Stroop”.
En:
“De huidige crisis heeft in elk geval een cruciale spirituele dimensie. We missen node het begrip ‘erfzonde’ – het besef dat er altijd dingen misgaan, deels door ons eigen toedoen, maar niet per se door actieve persoonlijke kwaadaardigheid. Erfzonde is de ideale bron van humor en relativeringsvermogen. We missen node het begrip ‘matigheid’, de deugd die ons leert dat we niet alles tegelijk moeten willen, en dat het leven daardoor juist beter wordt, persoonlijk én gezamenlijk. We missen node het begrip ‘dankbaarheid’ – het vermogen onze zegeningen te tellen, zonder ze af te meten aan wat we allemaal niet hebben. En we missen het begrip ‘hoop’, dat, anders dan optimisme, accepteert dat tijden soms moeilijk kunnen zijn, maar dat vertrouwt dat er altijd nieuwe wegen zullen zijn, in tijd en eeuwigheid, ademruimte”.
Moeten we de erfzonde relativeren?
Zeker niet. Integendeel!
Met de Nederlandse Geloofsbelijdenis spreken we uit dat “de zonde altijd uit onze verdorvenheid ontspringt als opwellend water uit een giftige bron. Zij wordt evenwel de kinderen van God niet toegerekend om hen te veroordelen, maar door zijn genade en barmhartigheid vergeven, niet om de gelovigen zorgeloos in de zonde te laten voortleven, maar om hen door het besef van deze verdorvenheid dikwijls te doen zuchten van verlangen, uit het lichaam, dat in de macht van de dood is, verlost te worden”.
In dat laatste citaat resoneert Romeinen 7 mee: “Ik ontdek dus deze wet in mij: dat, als ik het goede wil doen, het kwade dicht bij mij ligt. Want naar de innerlijke mens verheug ik mij in de wet van God. Maar in mijn leden zie ik een andere wet, die tegen de wet van mijn verstand strijd voert en mij tot gevangene maakt van de wet van de zonde, die in mijn leden is. Ik ellendig mens, wie zal mij verlossen uit het lichaam van deze dood? Ik dank God, door Jezus Christus, onze Heere”[5].

De vijfde opmerking kan kort zijn.
Het was de Gereformeerd-synodale dominee H. Wiersinga die in de jaren ’70 van de vorige eeuw opzien baarde met zijn zicht op de verzoeningsleer. Hij bracht zijn zienswijze naar buiten in zijn proefschrift ‘De verzoening in de theologische diskussie’. Hij “meende dat Christus door mensen aan het kruis genageld is en dat zijn onschuldig vergoten bloed de mensen schokt, waardoor ze tot inkeer komen. Verzoening is niet het eenmalige werk van Christus, maar voortgaand mensenwerk”.
Men begrijpt: die kant moet het in de kerk niet op![6]

Ja, vandaag over een maand vieren wij het Kerstfeest. Gelukkig maar![7]

Noten:
[1] In deze alinea citeer ik enkele zinnen uit artikel 15 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis.
[2] “Aaibaar en glinsterend ten strijde”. In: Gulliver, bijlage bij het Nederlands Dagblad, vrijdag 12 november 2021, p. 6 en 7. Uit Gods Woord citeer ik Romeinen 5:12, 13, 14, 19 en 1 Corinthiërs 15:21, 22.
[3] Het citaat in deze alinea komt uit: “We zijn allemaal ruimtevaarders” – interview met Marjolijn van Heemstra. In: Gulliver, bijlage bij het Nederlands Dagblad, vrijdag 28 mei 2021, p. 4 en 5.
[4] De citaten in deze alinea komen uit: “Koran confronteert christenen”. In: Nederlands Dagblad, maandag 2 augustus 2021, p. 17; Heidelbergse Catechismus, Zondag 5, antwoord 13.
[5] In deze alinea citeer ik: “Ademruimte” – column van Govert Buijs; in: Nederlands Dagblad, vrijdag 6 december 2019, p. 13. Verder: een passage uit artikel 15 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis. Uit Gods Woord citeer ik Romeinen 7:21-25.
[6] In deze alinea citeer ik uit: “In Memoriam Herman Wiersinga (1927-2020)”. In: Nederlands Dagblad, donderdag 24 september 2020, p. 7.
[7] Het onderwerp van dit artikel is onder meer gekozen omdat de vrouwenvereniging ‘Bouwen en Bewaren’ van De Gereformeerde Kerk Groningen vandaag, donderdag 25 november 2021, een bespreking wijdt aan de erfzonde. Van voornoemde vereniging is mijn vrouw lid. Met het schrijven van dit artikel hielp ik mijn echtgenote bij het maken van enige voorstudie.
Bij de bespreking gebruikt men: ds. P.J. Trimp, “Erfzonde: kwaal of kwaad”. – Hoofdstuk 9 (pagina 49-58) in: ds. H.J. Boiten (redactie), “Het Onze Vader – het voornaamste van de dankbaarheid; bijbelstudie in schetsen I”. – Groningen: Bond van Mannenverenigingen op Gereformeerde Grondslag in samenwerking met Scholma Druk te Bedum [1990].

24 november 2021

Onderweg naar de eeuwigheid

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

De maatschappij polariseert. Dat betekent dat de mensen steeds vaker tegenover elkaar komen te staan.
Hoe komt dat?
Professor dr. H. Jochemsen – onderzoekshoogleraar op de Lindeboomleerstoel voor ethiek van de zorg aan de Theologische Universiteit Kampen – schreef hierover onlangs: “Ik vermoed dat er nog een andere onderliggende achtergrond is die bij bepaalde (culturele) minderheidsgroepen een aanzienlijke rol speelt, zonder dat die expliciet als argument wordt aangevoerd. Dat is argwaan tegen de dominante cultuur en tegen de overheid. Het neoliberale maatschappelijke klimaat van de afgelopen decennia heeft ertoe geleid dat er op publieke voorzieningen zoals gezondheidszorg soms sterk is bezuinigd. De sociale infrastructuur in de vorm van buurthuizen, buurtwinkels, postkantoren, jongerenwerk en dergelijke is verzwakt. Het liberale culturele klimaat waarin het willen vasthouden aan eigen gewoonten en tradities geminacht wordt, en waarin zelfs de grondwettelijke vrijheid van onderwijs steeds meer onder druk staat, wordt steeds sterker gevoeld. Een fors deel van de bevolking voelt zich door de overheid niet gezien, miskend en verwaarloosd. De overheid wordt gewantrouwd. Een deel uit dat door afwijzing van wat de overheid met nadruk aanbiedt. Het protest tegen vaccinatie en QR-code heeft dit mede als achtergrond”.
Er is argwaan.
Er is wantrouwen.
Mensen voelen zich niet gezien. Zij hebben het idee dat zij worden genegeerd.
Dat is, goed beschouwd, een probleem van alle tijden. Maar de COVID 19-pandemie maakt dat probleem wel veel groter.
Wat moeten wij in deze tijd doen?[1]

Paulus doet het ons in Efeziërs 3 voor. Hij schrijft: “In Hem hebben wij de vrijmoedigheid en de toegang met vertrouwen, door het geloof in Hem. Daarom vraag ik u dat u de moed niet verliest vanwege mijn verdrukkingen omwille van u, want dat is uw heerlijkheid. Om deze reden buig ik mijn knieën voor de Vader van onze Heere Jezus Christus, naar Wie elk geslacht in de hemelen en op de aarde genoemd wordt, opdat Hij u geeft, naar de rijkdom van Zijn heerlijkheid, met kracht gesterkt te worden door Zijn Geest in de innerlijke mens, opdat Christus door het geloof in uw harten woont en u in de liefde geworteld en gefundeerd bent, opdat u ten volle zou kunnen begrijpen, met alle heiligen, wat de breedte en lengte en diepte en hoogte is, en u de liefde van Christus zou kennen, die de kennis te boven gaat, opdat u vervuld zou worden tot heel de volheid van God. Hem nu Die bij machte is te doen ver boven alles wat wij bidden of denken, overeenkomstig de kracht die in ons werkzaam is, Hem zij de heerlijkheid in de gemeente, door Christus Jezus, in alle geslachten, tot in alle eeuwigheid. Amen”[2].

Paulus gaat in gebed. Hij gaat naar de Vader van Jezus Christus. In dat bidden is hij ons ten voorbeeld.
Iedereen is naar Hem genoemd, schrijft Paulus. Hij bedoelt: iedereen is een unieke schepping van Hem. Patria staat er: vaderland. Alle mensen horen bij Vader. Hij is zogezegd hun Voorvader. Alleen dáárom al moeten wij ons tot Hem wenden. 

Wij mogen bidden om Zijn Heilige Geest. Van Hem gaat een geweldige kracht uit. Die kracht raakt nooit op. Want Gods glorierijke majesteit heeft een onuitputtelijke energie. Wij zitten nog wel eens vermoeid in een makkelijke fauteuil, of op een comfortabele bank. Maar Gods Heilige Geest is altijd energiek bezig om ons de kracht te geven die nodig is om voor Hem te leven.
Wij worden gaandeweg ouder. Ja, elk kalenderjaar is er één. Maar van binnen zit ons geestelijke centrum. Dankzij de Heilige Geest leven wij tot in eeuwigheid!

De Geest van de Here Jezus woont in onze harten. Het is niet zo dat Hij zo nu en dan op bezoek is. En het is ook niet zo dat wij altijd voelen dat Jezus in ons bestaan aanwezig is. Dat hoeft ook niet. Wij mogen wel voortdurend bidden om Zijn presentie. En dan weten wij: Hij gaat nooit eventjes weg. Het is net als in Psalm 133. Daar “gebiedt de HEER de zegen, daar wordt genaad’ en vrede rijk verkregen, het leven tot in eeuwigheid”[3]

De liefde van Jezus Christus is niet in te kaderen. Paulus laat ’t blijken: mensen, probeer nooit op je eentje Gods liefde te begrijpen. Wie samen met anderen naar die liefde lijkt, ontdekt steeds weer nieuwe facetten. Altijd weer kunnen wij zeggen: o ja, ook daarin zien wij Gods onmetelijke liefde. Zijn genegenheid is niet in woorden te vangen.
Het lijkt wel alsof Paulus in Job 11 heeft zitten lezen:
“Kun jij vinden wat God onderzoekt?
Kun jij de volmaaktheid van de Almachtige doorgronden?
Zij is hoger dan de hemel, wat kun jij daar doen?
Zij is dieper dan de hel, wat kun jij daarvan weten?
Haar reikwijdte is langer dan de aarde,
en breder dan de zee”.
Nee, de volheid van God kunnen wij niet overzien. Ook niet in 2021. Wij kunnen ons er slechts in trainen om onze God steeds beter te leren kennen[4].

God kan wonderen doen, schrijft Paulus. Hij doet dingen die wij helemaal niet begrijpen. Hij voltooit zaken die ons volkomen boven de pet gaan. Met onze gedachten en met ons bidden begint het pas. Maar er komt nog veel meer aan.
Met die wonderen hebben wij in de kerkgeschiedenis al te maken gehad. Denkt u maar aan de dingen die God in Egypte deed. De hemelse Heer kondigt ze aan in Exodus 3: “Daarom zal Ik Mijn hand uitstrekken en Egypte treffen met al Mijn wonderen die Ik te midden daarvan doen zal. Daarna zal hij – dat is de farao – u laten gaan”. En aan Hebreeën 2: “Daarom moeten wij ons te meer houden aan wat door ons gehoord is, opdat wij niet op enig moment afdrijven”. Er komt – noteert de schrijver van de brief aan de Hebreeën – zaligheid aan voor alle kinderen van God. En daar moeten wij niet aan voorbij kijken: “God heeft er bovendien mede getuigenis aan gegeven door tekenen, wonderen en allerlei krachten, en gaven van de Heilige Geest, overeenkomstig Zijn wil”.
Ook in 2021 doet de Here nog wonderen. Die zien wij lang niet altijd. Maar ze zijn er heus wel![5]

De Here moet en zal gloriëren. In de gemeente – daar vooral! De kerk staat in de wereld. Tegen de stroom in proclameert zij aldaar het luisterrijke feit dat de majesteit van God in glorie en heerlijkheid boven alles uitsteekt.
In een Studiebijbel wordt aangetekend: “Met ‘tot alle geslachten -of generaties- van de eeuw der eeuwen’ duidt Paulus de eeuwigheid aan, die enerzijds voor de gelovigen al is begonnen, maar anderzijds pas ten volle aanbreekt bij de komst van Christus. De gestapelde verwoording illustreert hoe oneindig die eeuwigheid duurt. Zo komt God tot in de oneindige eeuwigheid alle lof, eer en verheerlijking toe. Paulus en zijn lezers kunnen niet anders dan dit gebed instemmend met ‘amen’ bekrachtigen”[6].

In de Nederlandse samenleving staan mensen, naar het lijkt, steeds vaker scherp tegenover elkaar. De kerk heeft in die wereld de taak om de liefde van God te proclameren. Hij geeft redding. Zijn werk ontstijgt deze wereld. Hij brengt ons een heerlijke eeuwigheid binnen!

Noten:
[1] Het citaat in deze alinea komt van https://www.rd.nl/artikel/950330-wat-de-epidemie-laat-zien-over-onze-samenleving ; geraadpleegd op donderdag 11 november 2021.
[2] In deze alinea citeer ik Efeziërs 3:12-21.
[3] Psalm 133:3 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.
[4] In deze alinea citeer ik Job 11:7, 8 en 9.
[5] In deze alinea citeer ik Exodus 3:20 en Hebreeën 2:1 en 4.
[6] In deze alinea citeer ik uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Efeziërs 3:21. 

23 november 2021

De katholieke kerk

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

In Nederland verandert het terrein van de kerk. Er verschuift van alles. We kennen inmiddels de CGKV. Dat is een samenwerking van de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) en de Christelijke Gereformeerde Kerken. En ook de NGKV: een samenwerking van de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) en de Nederlands Gereformeerde Kerken. Mettertijd gaan GKV en NGK fuseren tot Nederlandse Gereformeerde Kerken. En dan zijn er de ‘nieuwe’ kerken, zoals Mozaiek0318.
Het zijn maar enkele voorbeelden van de vele veranderingen op het kerkelijk terrein. Het terrein lijkt opnieuw te worden ingedeeld. Herverkaveld, zogezegd.

Misschien zeggen sommige Gereformeerden vertwijfeld: ons kerkbegrip is ouderwets. Daarom is het goed om met elkaar vast te stellen: Jezus Christus is de Bouwer van de kerk. Hij weet hoe de kerk er uiteindelijk uit komt te zien. Hij weet nu al wat het eindresultaat zal zijn van één algemene, christelijke kerk[1].

De Gereformeerd-vrijgemaakte dominee J. van Bruggen (1909-1965) schreef, geïnspireerd door professor dr. K. Schilder, daarover eens: “De kerk is nog een huis in aanbouw. Van zulk een huis zien we fundamenten en reeds opgerezen muurstukken en gestelde kozijnen. Maar wat dit alles nu eigenlijk is en worden zal kan alleen de architect, die bestek en tekening kent, ons vertellen. Zo kan God, de Bouwheer der kerk, ons alleen wat we van de kerk zien, doen kennen”[2].

In het Nederlands Dagblad staat op maandag 22 november 2021 een zinnetje: “Gemeenteleden zijn positief over de pastorale zorg in hun kerk”. Let op de formulering: ‘hun kerk’. Gelet op het bovenstaande kan het duidelijk zijn: de kerk is niet van ons![3]

Er is wel eens gesproken over “het beginsel dat lid zijn van een kerkverband berust op vrijwillige toetreding”. Nu is er natuurlijk geen leger militairen dat ons des zondags dwingt om ter kerke te tijgen. Maar terecht schreef de Christelijke Gereformeerde predikant B. Loonstra eens in het Nederlands Dagblad: “Een kerkverband is geen vereniging van kerken waar een plaatselijke kerk zich naar eigen believen bij kan voegen of waarvan ze haar lidmaatschap kan opzeggen. De Nederlandse Geloofsbelijdenis zegt in artikel 27 van de enige katholieke (algemene) kerk, dat zij er altijd is geweest en er tot het einde der wereld zal zijn, en dat zij verbreid is over de hele wereld. Het kerkverband is uitdrukking van deze katholiciteit”[4].

Als het om de algemene – ‘katholieke’ – kerk gaat is het belangrijk om woorden uit Romeinen 10 tot ons te laten doordringen: “Als u met uw mond de Heere Jezus belijdt en met uw hart gelooft dat God Hem uit de doden heeft opgewekt, zult u zalig worden. Want met het hart gelooft men tot gerechtigheid en met de mond belijdt men tot zaligheid. Want de Schrift zegt: Ieder die in Hem gelooft, zal niet beschaamd worden. Er is immers geen enkel onderscheid tussen Jood en Griek. Want Een en dezelfde is Heere van allen en Hij is rijk voor allen die Hem aanroepen. Want ieder die de Naam van de Heere zal aanroepen, zal zalig worden”.
Die woorden houden in de eerste plaats in dat de kerk in het Oude Testament en de kerk in het Nieuwe Testament één zijn. Wij mogen Oude en Nieuwe Testament niet bijna ongemerkt uit elkaar halen. En dat gebeurt soms wel. Dat bewijst het volgende citaat uit het Reformatorisch Dagblad. Iemand zei: “…dit zal een heel zware tijd worden, zoals de Bijbel ons vertelt. Een tijd waarin het merkteken van het beest zal worden ingevoerd. Aan de andere kant zie ik het wel als iets positiefs, want hierdoor weten we dat de gemeente van Christus spoedig zal worden weggenomen, dat noemen we de opname van de gemeente, en daarna zal pas de antichrist geopenbaard kunnen worden. Zie 2 Thessalonicenzen 2:7. Wij, gelovigen, zijn niet voor de periode van de grote verdrukking bestemd. Dat is wat ik geloof”. De spreker maakt klaarblijkelijk onderscheid tussen het volk Israël uit het Oude Testament, en de heidenen die in het Nieuwe Testament bij de kerk komen. Zo’n verschil mogen wij echter nooit maken[5].

De hierboven geciteerde woorden betekenen ook dat de kerk in heel de wereld present is. Het is belangrijk om dat te beseffen als wij, bijvoorbeeld tijdens een bijeenkomst van een Bijbelstudievereniging, over de kerk spreken.

De Gereformeerd-vrijgemaakte predikant C.G. Bos (1909-1988) noteerde daarover eens: “Is de kerk dan de ‘optelsom’ van alle gelovigen? In dit leven stellig niet, want de kerk is een ‘vergadering’, waar ieder zich bij moet voegen. Alleen daar, waar de gelovigen bijeen komen op de roepstem van Christus is de kerk, zoals een ‘kudde’ schapen niet de optelsom van een aantal schapen is. De kudde is daar, waar de herder is en de schapen zich laten vergaderen”[6].

Er zijn natuurlijk grote verschillen tussen de diverse kerken in de wereld. Dominee E. Heres, emerituspredikant van De Gereformeerde Kerk Dalfsen, wees in een lezing over de katholiciteit van de kerk eens op een synoderapport uit 1978. Daarin staat onder meer het volgende. Die buitenlandse kerken hebben een eigen historie “naar de aard van volk en land en hun strijd tegen dwaling en verdrukking, die zich weerspiegelt in de wijze waarop zij de waarheid Gods in eigen confessies met eigen onvolkomenheid beleden hebben. Zo kunnen er tussen de particuliere kerken van verschillende plaatsen en landen ingrijpende verschillen zijn in inrichting, liturgische gebruiken (vergelijk artikel 47 van de Gereformeerde kerkorde), terwijl men toch wezenlijk samenstemt in het belijden van de waarheid Gods en het handhaven van de ware leer en het bedienen van de sacramenten. Al zijn er andere afspraken inzake het kerkelijk leven, erkent men toch Jezus Christus als het enige Hoofd, terwijl men niet wil afwijken van wat Hij verordend heeft”. Dominee Heres zei er in die lezing bij: “Dit is een citaat dat komt uit een commissierapport dat gediend heeft op de GS van Groningen-Zuid, 1978. Deze wijze van spreken over de katholiciteit van de kerk, heeft ertoe geleid dat de Westminster Confessie door gereformeerde synodes getypeerd kon worden als een belijdenis naar het Woord, een gereformeerde confessie. Dat neemt niet weg dat kritiek te oefenen valt op enkele onderdelen van de Westminster Confessie. Ook is het terecht dat wordt nagegaan hoe buitenlandse kerken in de praktijk ómgaan met hun belijdenis”[7].

Wie de kerk niet tot zijn moeder heeft, kan God niet als Vader hebben. Aldus stelde Cyprianus, in de derde eeuw na Christus bisschop van Carthago. Carthago was indertijd een belangrijke handelsstad in Noord-Afrika.  
De hersteld hervormde predikant A.J. Schalkoort wees eens op die woorden in een preek. En hij zei erbij: ‘Als iemand u vraagt: van welke kerk bent u lid? mag u zeggen dat u lid bent van die ene, algemene christelijke kerk en dat u onderdak hebt bij de hersteld hervormde kerk’.
Dat is mooi gezegd.
Maar wie het daarbij laat, loopt het gevaar dat hij er, kerkelijk gezien, te vaak z’n gemak van neemt. Om dat te voorkomen is het goed nog eens te luisteren naar de boven reeds geciteerde dominee E. Heres. In zijn lezing zei hij namelijk ook: “Vanzelfsprekend kan de katholiciteit van de kerk ook niet ten koste gaan van de apostoliciteit van de kerk, oftewel, van het vasthouden aan de leer van Christus, de Schriftuurlijke leer. Het fundament van de katholiciteit ligt juist bij apostoliciteit. Hedendaagse theologie, die afbreuk doet aan het gezag van Gods Woord, tast de katholiciteit van de kerk aan. Vandaag zien we de enorme invloed van de cultuur, de culturele context waarin wij leven. Dan gebeurt het dat als gevolg daarvan nieuwe leesregels op de Bijbel worden toegepast. Dan zie je hoe de Schriftuurlijke belijdenis vervaagt en gerelativeerd wordt”.
Waarvan akte![8]

Noten:
[1] Zie hiervoor: C.G. Bos, “Geloven en belijden 2. Toelichting op de Nederlandse Geloofsbelijdenis”. – Groningen: De Vuurbaak bv, 1978. – tweede druk. – p. 59.
[2] Geciteerd uit: J. van Bruggen, “Het amen der Kerk – de Nederlandse Geloofsbelijdenis toegelicht”. – vierde druk. – Goes: Oosterbaan & Le Cointre, 1971. – p. 128. Eenzelfde voorbeeld dat professor Schilder gebruikte staat in: ‘Preken deel III’, p. 210. 
[3] In deze alinea gebruik ik: “Kerkganger enthousiast over pastorale zorg”. In: Nederlands Dagblad, maandag 22 november 2021, p. 7.
[4] Bert Loonstra, “De kerk is geen vereniging”. In: Nederlands Dagblad, maandag 8 april 2019, p. 12 en 13.
[5] In deze alinea citeer ik uit Gods Woord Romeinen 10:9-13. En uit het Reformatorisch Dagblad: “Billboards roepen vier weken: eindtijd is begonnen”. In: Reformatorisch Dagblad, zaterdag 2 oktober 2021, p. 7. De spreker is Kenneth Johannes Kerver.
[6] C.G. Bos, “Wij geloven met het hart en belijden met de mond – behandeling van de Ned. Geloofsbelijdenis in vragen en antwoorden”. – p. 46.
[7] In deze alinea citeer ik van http://eeninwaarheid.info/index.php?rub=10&item=2078 ; geraadpleegd op maandag 22 november 2021.
[8] In deze alinea gebruik ik onder meer https://preekaantekeningen.nl/ds-a-j-schalkoort-artikel-27-nederlandse-geloofsbelijdenis/ ; geraadpleegd op maandag 22 november 2021.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.