gereformeerd leven in nederland

31 januari 2022

Het kwaad van de abortus

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Wanneer begint het leven van een mens? Antwoord: bij de bevruchting.
Iemand schrijft: “Het begint allemaal bij de bevruchting -conceptie-. Een minuscule zaadcel, die kleiner is dan 0,05 millimeter, fuseert met een naar verhouding reuzegrote eicel, van 0,135 millimeter. Samen wordt dit een zygote. Deze zygote begint zich al snel te delen in meerdere cellen. Al direct na de bevruchting – het embryo is dan nog geen 16 cellen groot! – begint de communicatie tussen embryo en moeder. Binnen twee etmalen verschijnt er in het bloed van de moeder al een speciaal voor de zwangerschap gemaakt eiwit -‘early pregnancy factor’-. Voordat het embryo zich in het baarmoederslijmvlies nestelt -nidatie-, heeft het er op deze manier al voor gezorgd dat het door het moederlichaam wordt herkend. Het embryo wordt dus niet -zoals al het andere dat lichaamsvreemd is- door het immuunsysteem van de moeder afgestoten”.
Dat is het begin van menselijk leven[1].

Het is van belang dat wij dat begin duidelijk in beeld hebben.
Waarom?
Abortus is de laatste weken weer in het nieuws.
Het Nederlands Dagblad meldt op vrijdag 28 januari 2022: “De flexibele bedenktijd bij een abortus moet geen ‘lege huls’ worden. Het moet duidelijk zijn dat sprake is van een zorgvuldig en autonoom besluit van de vrouw, dat zonder dwang is genomen. Een deel van de Tweede Kamer wil hierover meer duidelijkheid van de vier partijen -D66, PvdA, GroenLinks en VVD- die de wettelijke bedenktijd bij abortus – nu vijf dagen – willen vervangen door een flexibele ‘beraadtermijn’, die arts en vrouw in overleg vaststellen. Behalve partijen die tégen het schrappen van de vaste bedenktijd zijn, dringt ook regeringspartij en mede-initiatiefnemer VVD hierop aan, bleek donderdagavond bij het debat in de Tweede Kamer. ‘Hoe gaat de keuze tot een beslistermijn eruitzien?’, vroeg VVD-fractievoorzitter Sophie Hermans, die ook wil weten wat straks de waarborgen voor een zorgvuldig besluit zijn”[2].

Abortus is een heel teer onderwerp. Vrouwen die een abortus overwegen zijn in grote nood.
Laten wij ook niet onderschatten hoeveel zwangerschappen er ontstaan door verkrachtingen.
Je haat jouw verkrachter; maar haat je ook het nieuwe leven? Wat kan die vraag beklemmend wezen!
In zulke situaties wordt een geweldige innerlijke strijd geleverd. Een strijd waarin heel wat vragen om een antwoord schreeuwen. Een strijd waarbij, behalve de zwangere vrouw zelf, niet zelden ook familieleden en vrienden betrokken zijn.  
Maar in die strijd mogen wij nooit vergeten dat de hemelse God Zelf nieuw leven geschapen heeft. Dat ziet er, op het eerste gezicht, merkwaardig uit. Waarom doet de Here dat? Het antwoord is niet in een paar woorden samen te vatten.
Maar laten wij beseffen dat onze wijze God ook dat in Zijn handen heeft!

Thans keren wij terug naar de Nederlandse politiek.
De term ‘flexibele beraadtermijn’ klinkt prachtig. Maar waar beraadt men zich dan op? Zwangere vrouwen en hun adviseurs overleggen over de vraag: moeten dit menselijk leven beëindigen, of niet?
Het gaat dus om menselijk leven. Het draait dus om moord.
Dat is toch niet te geloven?
Dat is toch onverteerbaar?
En dat terwijl de Schepper in Genesis 1 al een heel duidelijke conclusie trekt: “En God zag al wat Hij gemaakt had, en zie, het was zeer goed”.
Zeer goed – dat wil in ieder geval zeggen: alles wat Hij geschapen heeft beantwoordt aan Zijn doel. Dus ook het leven met lichamelijke en psychische beperkingen[3].

In Genesis 2 lezen we: “Daarom zal een man zijn vader en zijn moeder verlaten en zich aan zijn vrouw hechten; en zij zullen tot één vlees zijn”. Zo heeft de Schepper dat bedacht. Als alles volgens Gods regels gaat komt er zó nieuw menselijk in de wereld.
Die flexibele bedenktermijn komt er zeer waarschijnlijk wel.
Maar terecht waarschuwt mevrouw Caroline van der Plas, kamerlid namens de BoerBurgerBeweging, voor een jubelstemming. Zij zegt: “We hebben het wel over een levend wezen dat wordt weggehaald”[4].

De God van hemel en aarde is vanaf het begin bij ons. Daarom heeft het leven vóór de geboorte net zoveel waarde als het leven dat reeds geboren is.
Denkt u maar aan Psalm 139:
“Want Ú hebt mijn nieren geschapen,
mij in de schoot van mijn moeder geweven.
Ik loof U omdat ik ontzagwekkend wonderlijk gemaakt ben;
wonderlijk zijn Uw werken,
mijn ziel weet dat zeer goed.
Mijn beenderen waren voor U niet verborgen,
toen ik in het verborgene gemaakt ben
en geborduurd werd in de laagste plaatsen van de aarde.
Uw ogen hebben mijn ongevormd begin gezien,
en zij alle werden in Uw boek beschreven,
de dagen dat zij gevormd werden,
toen er nog niet één van hen bestond”.
Wij zien dat ook als Jezus op aarde geboren wordt. In Lucas 1 staat te lezen: “En toen Elizabeth de groet van Maria hoorde, gebeurde het dat het kindje opsprong in haar buik; en Elizabeth werd vervuld met de Heilige Geest, en zij riep met luide stem en zei: Gezegend ben je onder de vrouwen en gezegend is de vrucht van je buik. En waaraan heb ik dit te danken dat de moeder van mijn Heere naar mij toe komt? Want zie, toen het geluid van je groet in mijn oren klonk, sprong het kindje van vreugde op in mijn buik”[5].

Wat is onze opdracht in deze tijd?
Spreuken 24 vertelt het ons.
En de Spreukenleraar geeft meteen ook een oordeel over allen die moorden begaan.
Leest u maar mee.
“Red hen die opgepakt zijn om te sterven,
wee als u zich afzijdig houdt van wie wankelend ter slachting gaat.
Wanneer u zegt: Zie, wij hebben dat niet geweten,
zal Hij Die de harten toetst, dat niet merken?
Hij Die uw ziel gadeslaat, zal Híj het niet weten?
Immers, Hij zal een mens vergelden naar zijn werk”.
Dat is een waarschuwing aan de kerk. En niet in de laatste plaats aan de parlementariërs die nu in de Tweede Kamer zitten![6]

Dit artikel eindigt met een citaat uit een artikel van Arthur Alderliesten. Alderliesten is ethicus, directeur van de stichting Schreeuw om Leven en projectleider ethiek bij het Prof. G.A. Lindeboom Instituut. Het citaat kan nu wel voor zichzelf spreken.
Artikel 1 van het ‘Handvest van de grondrechten van de Europese Unie’ “ gaat over de menselijke waardigheid: ‘De menselijke waardigheid is onschendbaar. Zij moet worden geëerbiedigd en beschermd’. En artikel 2 vervolgt: ‘Eenieder heeft recht op leven’. Er is juridisch van alles over te zeggen in hoeverre dit van toepassing is op het ongeboren leven. Maar bezien vanuit een ethiek die uitgaat van de beschermwaardigheid van het ongeboren leven kunnen menselijke waardigheid en het recht op abortus niet samengaan.
Ik wil geen EU die het recht op het vernietigen van leven bepleit en verankert, maar de menselijke waardigheid van onze kleinste mensjes eerbiedigt en beschermt. En daarom juist het recht om geboren te worden bepleit en verankert”[7].

Noten:
[1] In deze alinea citeer ik van https://logos.nl/wanneer-word-je-mens/ ; geraadpleegd op vrijdag 28 januari 2022.
[2] Geciteerd uit: “Kamer vraagt waarborgen bij abortuskeuze”. In: Nederlands Dagblad, vrijdag 28 januari 2022, p. 1.
[3] In deze alinea citeer ik Genesis 1:31 a.
[4] In deze alinea citeer ik Genesis 2:24.
[5] In deze alinea citeer ik Psalm 139:13-16 en Lucas 1:41-44.
[6] In deze alinea citeer ik Spreuken 24:11, 12.
[7] In deze alinea citeer ik uit: Arthur Alderliesten, “Niet abortus maar leven moet Europees grondrecht zijn”. In: Reformatorisch Dagblad, dinsdag 25 januari 2022, p. 28.

28 januari 2022

Heilige ruimte?

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Vorig jaar verscheen het boek ‘Heilige ruimte. Inwijding in betekenisvol leven’. Dat boek werd geschreven door Catharinus van den Berg. De schrijver was eertijds journalist bij het Nederlands Dagblad -Rien van den Berg- en is nu als predikant met een bijzondere aanstelling verbonden aan de samenwerkingsgemeente van de Christelijke Gereformeerde Kerk, de Gereformeerde Kerk (vrijgemaakt) en de Nederlands Gereformeerde Kerk te Deventer.
Het Nederlands Dagblad wijdde een recensie aan ‘Heilige ruimte’.

Een eerste citaat ter oriëntatie.
“Sinds zijn catechisantentijd reed Rien keer op keer ’tegen de boom aan’. De boom van de kennis van goed en kwaad. Hoe kon God verbieden om daarvan te eten, terwijl juist de verboden vrucht zo aantrekkelijk is? Wat beoogde Hij ermee, was het een test van hun vertrouwen, een proefgebod? Rien verloor zijn geloof eraan, keerde terug en niet lang geleden kreeg hij in een moment van verlichting een nieuwe kijk op de boom die hem in de weg stond.
Die boom, zo ontdekte hij, staat in het paradijs als teken van de heilige ruimte van God. In die ruimte wordt de liefde bewaard en liefde is de maatstaf van goed en kwaad. Daar kun en mag je niet zomaar binnendringen. Hij leerde deze ‘les van de boom’ via een oude broeder die nooit de binnentuin van het klooster binnenging (met boom), want dat was de heilige ruimte van God. Nu oefent Catharinus met jongeren op diezelfde plek om niet zomaar de heilige ruimte in te gaan. Ze hebben de vrijheid om het wel te doen maar de oefening is om het te laten. Dat is geen ontwijken. Het is de manier om de ruimte van de Ander te heiligen en te koesteren. Zo ontdek je je eigen heilige ruimte en kun je die spiegelen aan de Ander en de ander.
In het paradijsverhaal gaat het over onze identiteit. Van den Berg vertelt over God maar hij wil iets doorgeven wat universeel menselijk is. Dit is geen religieus boek, zegt de inleiding. Geloof in een persoonlijke God is niet vereist, je kunt er ook ‘het absoluut goede’ en ‘de liefde’ voor invullen”.

In die recensie staat verder te lezen: “Als rasverteller biedt de auteur een hervertelling van het paradijsverhaal in soms sappige bewoordingen. De scopus is dat niet alleen God maar ook ik en de ander een heilige ruimte hebben. Daar laat je als het goed is niemand binnen zonder vrije toestemming. En je dringt je ook niet bij de ander naar binnen. In die sappige appel zet je niet meteen je tanden. Er is een heilige plek in ieder mens”.
Bij de ander vinden we steeds iets nieuws van God, zo stelt de schrijver van het boek. Hij wijdt uit over het kwaad dat mensen elkaar aan doen. Wij moeten elkaar leren vergeven. “Maar vergeving kan onze schuld niet oplossen, want die verdwijnt nooit”.
Even verderop in de recensie lezen we: “God blijft zichzelf en daarom is er ook zicht op herstel. Daarin ben je zelf actief. Ik kan mijzelf in de spiegel bekijken, misschien met angst en schaamte. Maar tegelijk kan ik ook analyseren: waar zit mijn heilige ruimte, mijn talent en mijn begrenzing? Bouw je talent op goede grond, de vrije en volwassen liefde, het beeld van God in jou. Dan zul je zelfkritisch zijn en ontdekken dat er altijd een tekort is waarvan je verlost moet worden. Om die verlossing draait het in de rest van de Bijbel”.
De recensent, dominee Andries Zoutendijk – emerituspredikant van de Protestantse Kerk –, heeft wel wat vragen bij het boek: “In het mens-zijn zit toch ook de mogelijkheid van een messiaanse houding, van offer en plaatsbekleding? In vrije liefde je leven geven en zegenen wie jou vervolgen. Dan ben je bij Jezus Christus. Hij staat niet in een ander hoofdstuk maar Hij is climax en sluitsteen van het verhaal over waarachtig mens-zijn”[1][2][3].

Het bovenstaande werkt, wat schrijver dezes betreft, op z’n zachtst gezegd enigermate vervreemdend.
Hebben wij, Gereformeerde mensen van 2022, een heilige ruimte?
Nee. Die is in ons leven nergens te vinden.
Hoe komt het dan dat wij toch God dienen?
Een mogelijk antwoord staat in 1 Corinthiërs 12: “Daarom maak ik u bekend dat niemand die door de Geest van God spreekt, zegt: Jezus is een vervloekte. Ook kan niemand zeggen: Jezus is Heere, dan door de Heilige Geest”. En even verder: “Er is verscheidenheid van werkingen, maar het is dezelfde God, Die alles in allen werkt. Aan ieder echter wordt de openbaring van de Geest gegeven tot wat nuttig is voor de ander”[4].

De Heilige Geest werkt in ons hart. Ons hart is Zijn werkplaats. Wordt ons hart daardoor een sacrale ruimte?
Ook niet.
Met woorden uit de Nederlandse Geloofsbelijdenis zeggen we: “De zonde ontspringt altijd uit de verdorvenheid als opwellend water uit een giftige bron. Zij wordt evenwel de kinderen van God niet toegerekend om hen te veroordelen, maar door zijn genade en barmhartigheid vergeven”[5].

Wij hebben allen heel verschillende gaven.
Die gaven zijn van eminent belang. Wat zijn die gaven dan? Antwoord: inzicht in de achtergronden van de gebeurtenissen in deze wereld, wijsheid, kennis en zo nog wat meer. We vinden er van alles over in 1 Corinthiërs 12.

Maar laten wij niet zeggen dat wij in ons leven een heilige ruimte hebben. Elifaz, een vriend van Job, zegt in Job 15 zelfs:
“Wat is de sterveling dat hij zuiver zou zijn,
en dat hij, geboren uit een vrouw, rechtvaardig zou zijn?
Zie, zelfs op Zijn heiligen vertrouwt Hij niet,
en zelfs de hemel is niet zuiver in Zijn ogen.
Hoeveel te meer is dan een man afschuwelijk en verdorven
die het onrecht indrinkt als water!”.
Met andere woorden: van zichzelf is een mens zo onheilig als hij maar wezen kan!

Hoe worden wij dan heilig?
Petrus schrijft: “Maar u bent een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een heilig volk, een volk dat God Zich tot Zijn eigendom maakte; opdat u de deugden zou verkondigen van Hem Die u uit de duisternis geroepen heeft tot Zijn wonderbaar licht, u, die voorheen geen volk was, maar nu Gods volk bent; u, die zonder ontferming was, maar nu in ontferming aangenomen bent”[6].
Wij worden heilig omdat Gods Heilige Geest ons heilig maakt.

De gedachte dringt zich op dat de schrijver van bovengenoemd boek met de heilige ruimte in de mens iets anders bedoelt dan hij wil aanduiden met de heilige ruimte van God. Maar op deze manier wordt het wel verwarrend.
We spreken tegenwoordig wel eens over ‘onze persoonlijke ruimte’. Wat is dat? “Wij willen graag bepalen wie er in onze ruimte mag komen en hoever deze persoon mag komen. Soms willen we een bepaalde afstand tot een persoon bewaren en soms willen we een persoon juist dichtbij hebben. Als iemand te dichtbij of ver weg is, ervaren we dit als onprettig. Vanuit een persoon gezien, is het bij persoonlijke ruimte dus belangrijk dat een ander zich op de juiste afstand bevindt. De afstand die we behouden tot een ander gebruiken we ook om al of niet bewust non-verbaal aan te geven wat wij van een persoon vinden”.
Dat is echter iets ánders als een heilige ruimte die wij zouden hebben.
Laten wij zonder omwegen vaststellen dat een mens niet uit eigen vrije wil tot iets hogers komt. Uit onszelf komen wij nooit bij God[7].

Nee, een heilige ruimte hebben we niet.
Volmaakt heilig worden wij in deze wereld nimmer.
Echter – onze goede God ging tot actie over. En toen gebeurde er wat! Leest u maar mee in 1 Petrus 1: “Door Hem gelooft u in God, Die Hem opgewekt heeft uit de doden en Hem heerlijkheid gegeven heeft, zodat uw geloof en hoop op God gericht zijn. Nu u dan uw zielen gereinigd hebt in de gehoorzaamheid aan de waarheid, door de Geest, tot ongeveinsde broederliefde, heb elkaar vurig lief uit een rein hart, u, die opnieuw geboren bent, niet uit vergankelijk, maar uit onvergankelijk zaad, door het levende en eeuwig blijvende Woord van God”.
Kijk, dat is echt betekenisvol leven![8]

Noten:
[1] De gegevens van het betreffende boek zijn: Catharinus van den Berg, “Heilige ruimte. Inwijding in betekenisvol leven”. – Amersfoort: Uitgeverij Brandaan, 2021. – 157 p.
[2] De recensie van het boek is getiteld: ‘Verlangen naar een heilige ruimte’. In: Gulliver, bijlage bij het Nederlands Dagblad, vrijdag 14 januari 2021, p. 15.
[3] Catharinus van den Berg is, zoals vermeld, predikant met een bijzondere aanstelling. Hij is als pastor verbonden aan het jongerenklooster te Deventer. Voor meer informatie over het jongerenklooster, zie https://jongerenklooster.nl/ ; geraadpleegd op vrijdag 21 januari 2022.
[4] In deze alinea citeer ik 1 Corinthiërs 12:3, 6 en 7.
[5] In deze alinea citeer ik woorden uit artikel 15 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis.
[6] In deze alinea citeer ik Job 15:14-16 en 1 Petrus 2:9 en 10.
[7] In deze alinea citeer ik van https://www.omgevingspsycholoog.nl/persoonlijke-ruimte/ ; geraadpleegd op vrijdag 21 januari 2022.
[8] In deze alinea citeer ik uit 1 Petrus 1:21-23.

27 januari 2022

Uitgestoken hand

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Kent u het verhaal over de uitgestoken hand van minister-president Rutte?
Die steekt hij, naar eigen zeggen, op woensdag 19 januari 2022 uit tijdens het uitspreken van de regeringsverklaring, zeg maar: de presentatie van het beleid van het nieuwe kabinet Rutte-IV.
In het Nederlands Dagblad lezen we: “De AOW-uitkering voor ouderen komend jaar laten meestijgen met het minimumloon? Dat kan Rutte ‘niet toezeggen’. Compensatie voor duurdere boodschappen, de hogere energierekening en gestegen benzineprijzen? Dat vindt hij ‘lastig’ om nog dit jaar voor elkaar te krijgen. De rijkeren zwaarder belasten zodat de armen meer overhouden? Daarop wil Rutte zich ‘niet vastpinnen’. ‘Geef ons de kans om het uit te werken’, was Ruttes meest vergaande belofte woensdag tijdens het Tweede Kamerdebat over de regeringsverklaring. Daarbij zal hij letten op ‘wat realistisch kan’. Dat klonk heel wat zuiniger dan VVD-fractievoorzitter Sophie Hermans, die een dag eerder nog in de Kamer eiste dat ‘iedereen’ er dit jaar in koopkracht op vooruitgaat. Rutte wil zover niet gaan. Het maakte dat de ‘uitgestoken hand’ die de premier tijdens het debat aanbood aan de oppositie nog niet met enthousiasme werd aangenomen”.
Daar hebben we die uitgestoken hand.
De oppositie mokt en murmureert.
Mevrouw Marijnissen van de Socialistiese Partij spreekt over de “zoveelste gebroken belofte van Rutte”. “Een uitgestoken hand? We hebben het niet gezien”.
Zo gaat dat als mensen met elkaar omgaan. Men heeft grote verwachtingen. En die worden nogal eens niet waar gemaakt. Je zou er haast moedeloos van worden![1]

In de Bijbel lezen we ook over uitgestoken handen. Dat zijn de handen die God naar Zijn volk uitsteekt. Over die uitgestoken handen schrijft Paulus in Romeinen 10.
Hoe schrijft hij daarover?
Dat zullen wij hieronder in een paar alinea’s zien.

‘Wat zou het toch mooi zijn als Israël zou worden gered! Eigenlijk wil ik niets liever’, verzucht de apostel Paulus in Romeinen 10.
Waarom wil Paulus dat zo graag? Welnu, Israël – de Oudtestamentische kerk – doet op z’n eigen manier zijn uiterste best om God te dienen. Gods volk wil de zaligheid verdienen door de dingen die men doet. Maar zo werkt dat echt niet, bezweert de apostel in Romeinen 10. Waarom niet? Omdat Jezus het einddoel is van de wet van Mozes. Om Hem is het allemaal te doen in de dienst aan God! Ieder die in Jezus gelooft, wordt vrijgesproken van zondeschuld.

In het Oude Testament – in Leviticus 18 – was de regel nog: “Mijn verordeningen en Mijn bepalingen moet u in acht nemen. De mens die ze houdt, zal erdoor leven. Ik ben de Heere”.
Nu Jezus Christus voor onze zonden heeft betaald, is het zaak om ons oog op Hem te richten.
Welke kant moet je dan op kijken?
Omhoog?
Naar beneden?
Welnee, zegt Paulus. Hij is vlakbij. Zijn Heilige Geest woont in uw hart! En waar het hart vol van is, daar loopt de mond van over. Dus spreekt u ervan. U hebt de mond er over vol. Iedereen die gelooft dat Jezus Christus mensen een nieuw leven geeft wordt gered. Wie dat gelovig uitspreekt, krijgt perspectief op een gelukkig leven in de woonplaats van God. Iedereen die dat gelooft, weet het zeker: ik leef voor eeuwig en het wordt prachtig!
En dat geldt niet alleen voor Israël, welnee. Die boodschap is aan heel de wereld gericht[2].

Hoe horen alle wereldburgers die boodschap? Via een boodschapper uiteraard.
Zulke boodschappers heeft God in het Oude Testament heel vaak gestuurd. Maar al die Woordverkondigers praatten meestal tegen dovemansoren. Er waren heel wat mensen die die boodschap niet geloofden.
Je zou zeggen dat de Here Zijn handen van Zijn volk af zou trekken. Zo van: ‘Met dit volk kan zelfs Ik niks beginnen. Die natie zet Ik aan de kant. Het volk doet het maar zonder Mij’. Maar dat zegt Hij niet. Integendeel. Hij steekt Zijn hand naar Zijn volk uit!
In Romeinen 10 staat het zo: “Jesaja durft het aan te zeggen: Ik ben gevonden door hen die Mij niet zochten, Ik heb Mij geopenbaard aan hen die naar Mij niet vroegen. Met het oog op Israël zegt Hij echter: Heel de dag heb Ik Mijn handen uitgebreid naar een ongehoorzaam en tegensprekend volk”[3].

In Romeinen 10 horen wij de echo van Jesaja 65: Ik heb mijn handen naar u uitgestoken!
En dat terwijl Gods volk op haar eigen manier religieus is. Maar dat heeft met echte Godsdienst niets te maken. Integendeel. God wordt er woedend van. Ja, Zijn toorn zal te merken wezen!
Maar Jesaja 65 toont ook iets anders: Israël zal niet totaal van de aardbodem verdwijnen. Er zijn nog mensen die God echt, welgemeend, met heel hun hart willen dienen. Zij zullen Gods zegen ontvangen.
En er is meer.
De Here gaat grote dingen doen.
Er komt een nieuwe hemel en een nieuwe aarde!
Met andere woorden: de handen die door God uitgestoken worden zijn vol. Vol met gaven. Vol met schatten.
Jazeker, onze God is vlakbij. Zijn Heilige Geest woont in uw hart! En waar het hart vol van is, daar loopt de mond van over. Dus spreekt u ervan. U hebt de mond er over vol. Iedereen die gelooft dat Jezus Christus mensen een nieuw leven geeft wordt gered.

De uitgestoken hand van premier Rutte is tot op heden onzichtbaar, zo wordt gezegd.
Dat moge zo zijn.
Maar in de kerk zien wij Gods uitgestoken handen.
En wie die handen ziet, die weet het: nu gebeurt er wat!

Noten:
[1] Geciteerd uit: “‘Uitgestoken hand? Niet gezien”. In: Nederlands Dagblad, donderdag 20 januari 2022, p. 4.
[2] In deze alinea citeer ik Leviticus 18:5.
[3] In deze alinea citeer ik Romeinen 10:20 en 21.

26 januari 2022

Vriendelijk en beslist

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Nederland is een maatschappij waarin de polarisatie toeneemt. De mensen zijn het niet met elkaar eens. Zeker niet als het coronavirussen gaat. De meningsverschillen vergroot men uit. Wie gehoord wil worden moet grossieren in grof woordgebruik of een megafoon meenemen.
In die polariserende samenleving neemt de kerk een bijzondere plaats in. Want de kerk belijdt God als de Schepper. Kerkmensen schudden ‘nee’ als het over de oerknal gaat die – naar velen om hen heen zeggen – een kleine 14 miljard jaar geleden plaatsvond. Zij ontkennen dat de aarde de eerste 3 miljard jaar van haar bestaan slechts een gloeiende bol was.
Wat kunnen gelovigen in zo’n geseculariseerde maatschappij beginnen?[1]

Laten wij ons oefenen in vriendelijkheid. De Spreukenleraar zegt:
“Wie reinheid van hart liefheeft,
en vriendelijkheid van zijn lippen: een koning is zijn vriend”.
Wie vriendelijk is kan vrienden krijgen in welhaast alle lagen van de bevolking. Is dat al niet een begin van evangelisatiewerk?[2]

De apostel Paulus leert de eerste christelijke gemeenten ook vriendelijkheid uit te stralen. Aan de christenen in Corinthe schrijft hij: “Maar in alles bewijzen wij onszelf als dienaars van God, in veel volharding: in verdrukkingen, in noden, in benauwdheden (…) in reinheid, in kennis, in geduld, in vriendelijkheid, in de Heilige Geest, in ongeveinsde liefde”. De sfeer in de kerk moet dus worden gekenmerkt door vriendelijkheid en liefde. Het is bekend: de kerk is niet wervend als de leden bot en afwijzend zijn. Maar let wel – Paulus heeft het over ongeveinsde liefde. Het mag dus niet zo zijn dat de kerk vriendelijk lijkt, maar het ten diepste niet is[3].

In de brief aan de christenen in Galatië noteert Paulus wat de vrucht van de Geest is: liefde, blijdschap, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid, zelfbeheersing”. Het mag gezegd: er worden daar negen delen van één vrucht bij elkaar gezet. Die negen delen horen onverbrekelijk bij elkaar! De apostel schrijft erbij: “Als wij door de Geest leven, laten wij dan ook door de Geest wandelen”. Met andere woorden: maak in het dagelijks leven gebruik van de sturing die de Heilige Geest geven wil. Wij moeten de route lopen die de Geest van de Here wijst[4].

Zijn kerkmensen altijd vriendelijk? Och, wij kennen allen de praktijk. Wij weten best dat het niet lukt om altijd aardig te zijn. De wereld bejegent de kerk ook niet altijd even respectvol. Gods Woord ontmoet tegenspraak en tegenstand.
Van de kerk wordt daarom ook vastberadenheid gevraagd. Wat dat betreft is er trouwens niets nieuws onder de zon. Koning Josafat is in 2 Kronieken 17 al vastbesloten: “Vastberaden ging hij in de wegen van de Heere, en ook nam hij de offerhoogten en de gewijde palen uit Juda weg”.
En de dichter van Psalm 112 zingt:
“Hij zal voor geen kwaad gerucht vrezen
zijn hart is standvastig, hij vertrouwt op de Heere”.
De kerk moet de waarheid verkondigen. En die waarheid is, op z’n zachtst gezegd, ook wel eens heel ongemakkelijk. Maar daar moeten wij niet voor terugdeinzen. Paulus doet dat in Colossenzen 3 ook niet: “Dood dan uw leden die op de aarde zijn: ontucht, onreinheid, hartstocht, kwade begeerte, en de hebzucht, die afgoderij is”. En even verder: “In deze dingen hebt ook u voorheen gewandeld, toen u in die dingen leefde”.
Wie er een zondige levensstijl op na houdt, gaat verloren. Ja, dat moeten we ook proclameren.
Jan-Dirk Liefting is voorzitter van de stichting Sjofar. Die stichting houdt zich bezig met evangelisatiewerk, en ondersteunt dat waar het kan. Liefting schrijft: “Breng je de boodschap van vergeving van zonden zonder dat er besef van zonde is, dan kom je bij de meeste mensen net zo dom over als iemand die in de woestijn reddingsvesten uit gaat delen, of als iemand die een ark op het droge gaat bouwen. Je zult dus uit moeten leggen waarom een reddingsvest of een ark nodig is”.
De kerk moet in haar doen en laten daarom ook een zekere beslistheid tonen[5].

Onze manier van doen is daarbij enorm belangrijk. Nee, volmaakt zijn wij natuurlijk niet. En dat worden wij op deze aarde ook niet. Maar terecht constateert Liefting: “Als je een stripboek leest en je ziet alleen maar de plaatjes, dan denk je dat je weet waar het over gaat. Maar als je de tekst in de wolkjes erbij leest, krijg je toch vaak een heel ander beeld. Dan weet je pas echt waar het over gaat. Zo is het ook met onze goede werken. Ze zijn een levend bewijs dat ons getuigenis waar is en dat Jezus echt is. Ze zijn de plaatjes bij het Woord van God”[6].

Vriendelijk doch gedecideerd tonen dat het een weelde is om Gereformeerd te zijn – nee, dat valt niet mee. Jezus zegt dat Zijn volgelingen te maken krijgen met haat. Maar, zegt Hij, hou vol! Want wie dat doet mag er zeker van zijn dat de Heiland in Zijn woon- en werkplaats een prachtig getuigschrift over ons afgeeft. Leest u maar mee in Mattheüs 10: “En u zult door allen gehaat worden omwille van Mijn Naam; maar wie volharden zal tot het einde, die zal zalig worden. (…) Ieder dan die Mij belijden zal voor de mensen, die zal Ik ook belijden voor Mijn Vader, Die in de hemelen is”.
We leven in een samenleving vol met scherpe tegenstellingen.
In die maatschappij is het de taak van Gereformeerden om er, meer of minder expliciet, op te wijzen dat er een levensreddende realiteit achter onze werkelijkheid zit![7]

Noten:
[1] In deze alinea gebruik ik https://wetenschap.infonu.nl/sterrenkunde/80551-hoe-is-de-aarde-ontstaan-het-verhaal-van-onze-planeet.html ; geraadpleegd op dinsdag 18 januari 2022.
[2] In deze alinea citeer ik Spreuken 22:11.
[3] In deze alinea citeer ik 2 Corinthiërs 6:4 en 6.
[4] In deze alinea citeer ik Galaten 5:22 en 25.
[5] In deze alinea citeer ik 2 Kronieken 17:6, Psalm 112:7, Colossenzen 3:5 en Colossenzen 3:7. En verder citeer ik uit: Jan-Dirk Liefting, “Als je niet meer kunt zwijgen!; liefde tot God, is liefde tot je naaste”. – Evangelisatie Hersteld Hervormde Kerk [uitgave in eigen beheer], 2013. – p. 23. Zie voor meer informatie over de stichting Sjofar https://www.evangelisatiesjofar.nl/  ; geraadpleegd op woensdag 19 januari 2022.
[6] Jan-Dirk Liefting, a.w., p. 63.
[7] In deze alinea citeer ik Mattheüs 10:22 en Mattheüs 10:32.

Een bewerking van dit artikel zal, als alles volgens plan verloopt, het Voorwoord (‘Allereerst’) zijn in het Gereformeerd familieblad De Bazuin 16-02 (februari 2022).   

25 januari 2022

De zondeschuld is betaald

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Wat doen mensen elkaar toch een hoop leed aan!
Wij weten daar allemaal wel van.
Een tweetal voorbeelden uit een recente krant:
1.
“De populaire talentenshow The Voice of Holland wordt voorlopig niet op tv uitgezonden na beschuldigingen van seksueel grensoverschrijdend gedrag en machtsmisbruik tegen meerdere personen rond het programma. Dat liet televisiezender RTL zaterdag weten”.
2.
Voormalig minister Koolmees wordt “een beetje sip over de politieke cultuur, het gebrek aan nuance, de compromisloosheid, de beperkte vrijheid om openlijk te kunnen delibereren zonder dat je kop er meteen wordt afgehakt. Ik voel niet meer de energie om dit nog een keer vier jaar te doen. (…) Ik heb debatten gehad waarvan ik dacht: dit gaat hard op hard, op de persoon, niet gericht op samenwerking of oplossingen, maar op de leukste quote voor sociale media en het stukje in de krant. Ik wil juist wel samenwerking. Het afbrokkelen van de constructieve krachten binnen de politiek is eerlijk gezegd mijn grootste zorg”.
Wat een ergernis!
Wat een leed!
Wat een pijn!
Maar vooral: wat een zonden tegen Gods geboden! Het ganse leven zit er mee vol. En we weten het allemaal wel: ook ons eigen leven is met zonde en lijden bevuild.
En in de kerk weten we nog meer: Jezus Christus heeft voor al onze zonden betaald.
En laten we wel wezen: die geloofswetenschap zouden we aan zoveel méér mensen gunnen![1].

In Zondag 15 van de Heidelbergse Catechismus staat het vermeld: “Christus heeft heel de tijd van zijn leven op aarde, maar vooral aan het einde daarvan, de toorn van God tegen de zonde van het hele menselijke geslacht aan lichaam en ziel gedragen”.
Een Gereformeerde dominee gebruikte eens in een preek over Zondag 15 drie keer het woord ‘onvoorstelbaar’. En op de keper beschouwd is dat het natuurlijk ook. Daar kunnen wij ons inderdaad geen voorstelling van maken[2].

De apostel Paulus schrijft in zijn eerste brief aan Timotheüs: “Hij heeft Zich gegeven als een losprijs voor allen”. Er is, om zo te zeggen, genoeg genade voor alle wereldburgers!
Maar daarmee is beslist niet alles gezegd.
De Heiland heeft Zijn leven gegeven “opdat wij, voor de zonden dood, voor de gerechtigheid zouden leven. Door Zijn striemen bent u genezen. Want u was als dwalende schapen; maar u bent nu bekeerd tot de Herder en Opziener van uw zielen”. Dat schrijft de apostel Petrus in zijn eerste algemene brief.
Paulus zit in zijn brief aan de christenen in Rome op dezelfde lijn. Zijn instructie is duidelijk: “En stel uw leden niet ter beschikking aan de zonde als wapens van ongerechtigheid, maar stel uzelf ter beschikking aan God, als mensen die uit de doden levend geworden zijn. En laat uw leden wapens van gerechtigheid zijn voor God”. Kort samengevat: nu moet u leven voor de Here![3]

Petrus schrijft ook: Christus “heeft eenmaal voor de zonden geleden, Hij, Die rechtvaardig was, voor onrechtvaardigen, opdat Hij ons tot God zou brengen”.
Wij moeten dus naar God toe worden gebracht. Dat is het werk van Jezus Christus.
Als wij onze eigen gang mogen gaan blijven wij levenslang op zoek naar onze bestemming. Wij zoeken naar het doel van ons leven. Wij gaan ons afvragen waartoe wij op aarde zijn.
Welnu, de God van hemel en aarde kiest mensen uit om Zijn kinderen te zijn. Niet maar een paar. Nee, Hij kiest massa’s mensen uit. In de Dordtse Leerregels staat het zo: “Deze uitverkiezing is een onveranderlijk voornemen van God, waardoor Hij voor de grondlegging van de wereld uit het hele menselijke geslacht – dat door eigen schuld de oorspronkelijke gerechtigheid verloren en zich in zonde en ondergang gestort heeft – een vast en groot aantal mensen in Christus tot het heil heeft uitgekozen. Deze uitverkorenen zijn niet beter dan anderen en zij hebben evenmin enig recht op Gods liefde, omdat zij met alle mensen aan de ellende prijsgegeven zijn. Alleen uit genade zijn zij in Christus uitverkoren overeenkomstig het vrije welbehagen van Gods wil”[4].

Door God uitgekozen mensen mogen blij zijn met die uitverkiezing. In de kerk komen we veel van die uitgekozen mensen tegen. Daarom hangt daar een sfeer die in ieder geval feestelijk is. De atmosfeer is er ook eerbiedig – jazeker. Maar in de kerk weten we: er is troost.
Natuurlijk – dat seksuele gedoe achter de schermen bij RTL is daarmee niet uit de wereld.
Natuurlijk – dat kinderachtige en soms agressieve gedebatteer in het parlement is niet gestopt.
En inderdaad – wij zijn wel klaar met coronavirussen, maar die coronavirussen zijn nog lang niet klaar met ons. En ja, het is knap vervelend als wij in quarantaine moeten omdat wijzelf of onze kinderen besmet zijn met een variant van het coronavirus: zie de kinderen maar eens een dag of tien binnen te houden! Daar wordt een mens in de regel prikkelbaar van, en narrig.
Wellicht maken dergelijke omstandigheden ons zelfs wel een beetje verdrietig. En misschien is het lezen van de dagelijkse krant, of het bijhouden van het nieuws op internet wel een ronduit deprimerende bezigheid.
Laten wij in zulke situaties maar bedenken dat de status van door God uitgekozen mensen niet hopeloos is. Om het met Efeziërs 1 te zeggen: “Gezegend zij de God en Vader van onze Heere Jezus Christus, Die ons gezegend heeft met alle geestelijke zegen in de hemelse gewesten in Christus, omdat Hij ons vóór de grondlegging van de wereld in Hem uitverkoren heeft, opdat wij heilig en smetteloos voor Hem zouden zijn in de liefde”[5].

De wereld is vol leed.
De wereld is vol rampen.
De wereld is vol ziekten en handicaps.
Al die dingen zijn door de zonde in de wereld gekomen.
En ja, onze zondeschuld wordt nog iedere dag groter.
Maar onze Heiland volbracht Zijn borgtochtelijk lijden. De schuld is betaald!

Noten:
[1] In deze alinea citeer ik uit: “Beschuldiging misbruik rond tv-programma The Voice” en: “SGP’er ziek van corona, D66’er van Den Haag”. In: Reformatorisch Dagblad, maandag 17 januari 2022. Beide berichten staan op p. 10.
[2] In deze alinea citeer ik woorden uit antwoord 37 van de Heidelbergse Catechismus. De preek waarop in deze alinea wordt gedoeld is van dominee C. Koster, predikant van De Gereformeerde Kerk Lansingerland. De betreffende preek werd op zondag 16 januari 2022 gelezen in de middagdienst van De Gereformeerde Kerk Groningen. Dit artikel is het resultaat van een verdere doordenking van die preek.
[3] In deze alinea citeer ik achtereenvolgens 1 Timotheüs 2:6, 1 Petrus 2:24,25 en Romeinen 6:13.
[4] In deze alinea citeer ik uit Gods Woord 1 Petrus 3:18 a. En uit de Dordtse Leerregels: hoofdstuk I, artikel 7.
[5] In deze alinea citeer ik Efeziërs 1:3 en 4.

24 januari 2022

Met een half oor?

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

In 1 Samuël 3 gebeurt iets opmerkelijks. Samuel – een kind nog! – wordt door de Here geroepen. Het staat er zo: “En Samuel zei: Zie, hier ben ik. Hij snelde naar Eli en zei: Zie, hier ben ik, want u hebt mij geroepen. Maar die zei: Ik heb niet geroepen, ga terug en ga weer liggen. En hij ging weg en ging weer liggen. Toen riep de Heere Samuel opnieuw; Samuel stond op, ging naar Eli en zei: Zie, hier ben ik, want u hebt mij geroepen. Hij zei echter: Ik heb niet geroepen, mijn zoon; ga terug en ga weer liggen. Nu kende Samuel de Heere nog niet; het woord van de Heere was nog niet aan hem geopenbaard. Toen riep de Heere Samuel opnieuw, voor de derde keer, en hij stond op, ging naar Eli en zei: Zie, hier ben ik, want u hebt mij geroepen. Toen begreep Eli dat de Heere de jongen riep”[1].
Waarom is dat opmerkelijk? Omdat 1 Samuel 3 begint met de mededeling: “En de jonge Samuel diende de HEERE onder toezicht van Eli. Het woord van de HEERE was schaars in die dagen; er kwam geen visioen openbaar”.
Het komt er op neer dat God nimmer wordt gehoord. Maar de tempeldeuren gaan de volgende ochtend open. De kerkdienst gaat gewoon door. Hoe dan ook.

In Nederland zijn er op zondag nog heel wat kerkdiensten. Toegegeven – in de coronatijd zijn het er minder. Maar met name in de Gereformeerde hoek van het kerkplein probeert men de kerkdiensten zoveel mogelijk door te laten gaan.
De vraag is echter of dat voor de vorm gebeurt. Zo van: de kerkdienst moet doorgaan, wat er ook geschieden moge. Een kerkdienst behoort zo vaak mogelijk door te gaan, omdat het Woord van God daar klinkt. Het is niet de bedoeling dat men in de kerk woorden beluistert die Schriftuurlijk klinken, maar het eigenlijk niet zijn. Wat is het kenmerk van zulke woorden? Antwoord: die woorden blijven steken in het menselijk vlak.
Een heel duidelijk voorbeeld daarvan vinden we in een uitleg van een lied van de dichteres Inge Lievaart (1917-2012):
“De toekomst is al gaande,
Lokt ondanks tegenstand
Ons weg uit het bestaande
Naar eens te vinden land”.
Het lied gaat over de weg door het water, ‘de weg uit het bestaande’, ‘de doorgang door de vloed’ en over de weg uit ‘ons doods bestaande / naar nieuw, bewoonbaar land’. Het lied wijst op de nieuwe toekomst met onze Heiland.
Iemand noteert daarbij: “Bijzonder, dacht ik. We denken meestal in termen van toekomst: als we weer kunnen winkelen…, waar zullen heen gaan als we vakantie hebben… Dit lied uit het Liedboek zette mij aan het denken. Dromen mag natuurlijk, het is ook goed om de zinnen te verzetten. Maar het moet niet te veel worden, want dan valt de realiteit soms tegen, en daar word je mismoedig van. Je leeft toch in het heden en dat heden kent helaas beperkingen. Maar de toekomst is al gaande. Met andere woorden: leef in het heden”. En even verder: “Je moet je niet laten ondersneeuwen als het tegenzit”.
Wij zien het: de uitleg van de woorden van Inge Lievaart blijven op deze manier steken op aarde.
Welnu – in 1 Samuel 3 moeten Samuel en wij leren om op ons tweede vaderland gericht te zijn. We moeten gericht blijven op onze nieuwe toekomst en op Gods stem[2].

De Here brengt ons, om zo te zeggen, thuis in de kerk. In Psalm 85 zingen wij daarover:
“Bij wie Hem vrezen is zijn heil geplant.
Zijn heerlijkheid zal wonen in dit land,
het heilig land waar goedheid trouw ontmoet,
het recht de vrede met een kus begroet;
de trouw die uit de aarde opwaarts schiet,
het recht dat uit de hemel nederziet”.
En in Psalm 119 zingen we:
“Geprezen zijt Gij, Heer, aan ieder oord.
Leid mij in ’t licht van uw verordeningen.
Dan zal ik zo dat iedereen het hoort
het hoge recht van uw verbond bezingen”.
Het gaat in de kerk om de eer van God. Het gaat niet om ons gevoel. Het draait niet om ons verlangen. Niet onze gemoedsrust staat centraal. Gods glorie hoort in het middelpunt te staan![3]

In de tijd dat Samuel geroepen werd was het Woord schaars. Letterlijk staat daar: ‘verschijningen braken niet door’. Iemand noteerde daar bij: “De Heere trok zich niet terug. Hij zweeg niet. Maar Zijn woorden braken niet door. Het lijkt wel alsof de Heere tegen een muur oploopt bij de mensen”.
Meer precies: het betreft een muur bij kerkmensen.
Sommige kerkmensen zijn net een vergiet. Er wordt, om zo te zeggen, levend water ingegoten. Maar dat water loopt er ook zomaar weer uit. Die mensen vangen niets op. Als zij geluk hebben blijven er onder aan het vergiet nog een paar druppels hangen. Maar ja, die kan men er ook zomaar weer afschudden…
In het luisteren naar Gods Woord zien wij de tweedeling van de mensen in deze wereld. In Johannes 15 zegt Jezus over die tweedeling: “Ik ben de Wijnstok, u de ranken; wie in Mij blijft, en Ik in hem, die draagt veel vrucht, want zonder Mij kunt u niets doen. Als iemand niet in Mij blijft, wordt hij buitengeworpen zoals de rank, en verdort, en men verzamelt ze en werpt ze in het vuur, en zij worden verbrand. Als u in Mij blijft en Mijn woorden in u blijven, vraag wat u maar wilt en het zal u ten deel vallen. Hierin wordt Mijn Vader verheerlijkt, dat u veel vrucht draagt en Mijn discipelen bent”.
De conclusie is duidelijk: met een half oor luisteren? – dat is in de kerk geenszins de bedoeling![4]

Noten:
[1] In deze alinea citeer ik achtereenvolgens 1 Samuel 3:4b-8 en 1 Samuël 3:1. Verder gebruik ik: https://kerkliedwiki.nl/De_toekomst_is_al_gaande ; geraadpleegd op zaterdag 15 januari 2022.
[2] In deze alinea gebruik ik https://vrijzinnigen.nl/de-toekomst-is-al-gaande/ ; geraadpleegd op zaterdag 15 januari 2022.
[3] In deze alinea citeer ik Psalm 85:3 en Psalm 119:5 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.
[4] In deze alinea citeer ik uit: Ds. J.P. Kromhout van der Meer, “Luisteren is een kunst apart”. In: De Waarheidsvriend – orgaan van de Gereformeerde Bond binnen de Protestantse Kerk in Nederland – , donderdag 26 mei 2011, p. 3. Verder gebruik ik https://creatiefkinderwerk.nl/ideeen/1162-1014-luisteren-naar-gods-woord-objectles ; geraadpleegd op maandag 17 januari 2022. Uit Gods Woord citeer ik Johannes 15:5-8.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.