gereformeerd leven in nederland

31 maart 2022

Volhardend verkondigen

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Waar leef je voor? Dat is een moderne vraag. Het hedendaagse antwoord kan luiden: ‘Mijn leven heeft geen betekenis, maar ik geniet er toch van’.
Dat ontlenen we aan een bericht in het Nederlands Dagblad. In het betreffende bericht staat te lezen: “Nederland is een ongelovig land geworden. De meeste Nederlanders noemen zich agnost of atheïst, de rest gelooft in een goddelijke kracht of energie. Nog 33 procent gelooft in een persoonlijke god. Dat blijkt uit het rapport Buiten kerk en moskee dat het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) donderdag naar buiten brengt. Voor het eerst deed de organisatie onderzoek naar niet-kerkelijke Nederlanders en hoe zij omgaan met zingeving in hun leven”.
Het SCP verwacht, zo blijkt ook uit dat bericht, verdere ontkerkelijking. Een onderzoeker zegt: “Heel lang dachten we dat het traditionele geloof in God vervangen werd door die alternatieve spiritualiteit. Uit meerdere onderzoeken blijkt dat zij een voorbode is van ontkerkelijking. Veel van deze hedendaagse spirituelen zijn zelf nog religieus opgevoed, maar hebben met het geloof van hun ouders gebroken. De jongere generatie is echter niet meer opgevoed met het geloof. Dat betekent dat er steeds minder affiniteit is met religie. Zij zullen, verwachten wij, eerder agnost of atheïst worden”.
Kortom, de secularisatie zet door[1].

Dit alles kan voor Gereformeerde krantenlezers geen verrassing zijn. De verleiding is natuurlijk groot om nu uit de stoel te springen en flink wat evangelisatieprojecten op te zetten. En op zichzelf is daar ook niet zo veel tegen.
Maar laten we nuchter blijven. De kerk moet eenvoudig het Evangelie verkondigen. Niet meer en niet minder. Bijvoorbeeld naar aanleiding van 2 Corinthiërs 5: “En Hij is voor allen gestorven, opdat zij die leven, niet meer voor zichzelf zouden leven, maar voor Hem Die voor hen gestorven en opgewekt is. Zo kennen wij vanaf nu niemand naar het vlees; en al hebben wij Christus naar het vlees gekend, dan kennen wij Hem nu zo niet meer. Daarom, als iemand in Christus is, is hij een nieuwe schepping: het oude is voorbijgegaan, zie, alles is nieuw geworden”[2].

De kerk moet het in de wereld uitbazuinen: we zijn maar tijdelijk hier op aarde. Laten we ’t maar ronduit zeggen: veel langer dan 100 jaar duurt ons aardse leven zeker niet.

De kerk moet het in de wereld uitbazuinen: het leven van gelovige mensen gaat door. Wij krijgen een eeuwig huis, een hemels lichaam. Dat kan niemand kapot maken. Helemaal niemand.
De kerk moet het in de wereld uitbazuinen: in onze samenlevingen is er veel lijden en veel ziekte. We hebben een massa vragen. We verwerken vrijwel continu teleurstellingen en verdriet. Daarom verlangen we er steeds vaker naar dat onze God de totale vernieuwing van ons leven dóórzet.

De kerk moet het in de wereld uitbazuinen: we weten zeker dat wij volmaakt worden. Wij hebben namelijk de Heilige Geest gekregen. Hij is het beste garantiebewijs dat er bestaat. Wij krijgen een perfect leven. Dat is nu nog onvoorstelbaar. Maar het is waar.

De kerk moet het in de wereld uitbazuinen: wij zijn vol goede moed. Er komt een dag dat de Here recht zal spreken. Dan wordt ons werk beoordeeld. Paulus schrijft: ‘Als de mensen ons maar een wereldvreemd clubje vinden – dat is dat maar zo. Het gaat namelijk niet om onze maatschappelijke status. Alles draait om de eer van God’.

De kerk moet het in de wereld uitbazuinen: alles wat wij doen staat in het kader van het feit dat Jezus Christus, Gods Zoon, ons gered heeft. Sterker nog: de Heiland stierf voor iedereen. En ja, Hij is weer opgestaan uit de dood. Zo heeft Hij voor onze zonden betaald. Wij zijn verlost van schuld. Jezus Christus leeft weer. En wij leven ook. Met en voor Hem. Hier op aarde beleven we daar slechts het begin van. Maar het wordt nog veel mooier!

De kerk moet het in de wereld uitbazuinen: wij beoordelen niemand meer naar het uiterlijk. De vraag is veeleer: hoort u bij Christus? Oftewel: bent u een nieuwe mens die de eeuwigheid tegemoet gaat?
De kerk moet het in de wereld uitbazuinen: wij kijken niet naar kleur of ras, maar naar de binnenkant van de mensen. Daar selecteren we op.

De kerk moet het in de wereld uitbazuinen: er is vergeving voor de zonden.

De kerk moet het in de wereld uitbazuinen: de kapotte wereld wordt vernieuwd. Alles wordt weer volmaakt. Paradijselijk![3]

De kerk moet het Evangelie verkondigen. Veerkrachtig en volhardend.
Dat gebeurt in een wereld waarin heel veel mensen niet meer zo geïnteresseerd zijn in de zin van het leven. Om het met een citaat uit het Reformatorisch Dagblad te zeggen: “In plaats van op zoek te gaan naar dé zin van het leven zoeken individuele niet-gelovigen naar betekenis in het eigen leven. Jezelf ontwikkelen, voor anderen zorgen, intense ervaringen beleven en je deel weten van een groter geheel zijn bijvoorbeeld manieren waarop zij betekenis geven aan hun leven”.
Dat is prachtig.
En het is beslist niet nutteloos.
Maar de kerk heeft een boodschap die over de dood heen reikt. Zij bezingt de bevrijdingskracht van haar Heer:
“Gij, die mijn ziel van dood en graf bevrijdt,
behoedt mij als uw gunstgenoot voor ’t sterven:
ik zal, door U op ’t levenspad geleid,
de vreugde van uw aangezicht beërven.
Voor immer zal uw rechterhand bevatten
een overvloed van kostelijke schatten”[4].

Noten:
[1] De citaten in deze alinea komen uit: “Het geloof in God verdwijnt snel”. In: Nederlands Dagblad, donderdag 24 maart 2022, p. 1.
[2] In deze alinea citeer ik 2 Corinthiërs 5:15,16,17.
[3] In het bovenstaande gebruik ik 2 Corinthiërs 5:1-17.
[4] In deze alinea citeer ik uit: “Atheïst en agnost niet zo geïnteresseerd in dé zin van het leven”. In: Reformatorisch Dagblad, donderdag 24 maart 2022, p. 4. En verder: Psalm 16:5 uit het Gereformeerd Kerkboek-1986.

30 maart 2022

Wijsheid maakt het leven mooier

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

De titel van dit artikel spreekt, naar wij mogen aannemen, boekdelen. Wie geniet van de wijsheid die God geeft weet het: ons bestaan wordt evenwichtiger.
Vanwege die wijsheid houden wijze mensen zich bijvoorbeeld aan de regels die de overheid stelt. Waarom? Omdat God hen dat gebiedt.
En daarmee komen wij bij de belangrijkste kwestie die in ons doen en laten aan de orde wezen moet: Hij is de Gezaghebbende in ons leven. Hij voert ons aan Zijn hand naar een toekomst met Hem.
Wie dat belijdt, gaat altijd de goede richting uit.

Het is goed om dat helder te hebben.
Wijze mensen weten wat zij behoren te doen, en wanneer het daarvoor de tijd is.
Wijsheid hebben we in deze wereld hard nodig.
Immers – voor we ’t weten krijgen wij te maken met tegenspoed.
Naast die tegenspoed is er ook de onzekerheid: wat zal de toekomst ons brengen?
Eén ding is zeker: iedereen ziet op een door de Here bepaald moment de dood in de ogen. Er is niemand die aan die dood ontkomt.

Het leven is vol raadsels. De zonde is overal en nergens. Boosheid, korte lontjes, miscommunicatie en onwil zijn overal.
Maar voor Gods kinderen is er, ondanks dat alles, troost.
De Prediker omschrijft die troost in hoofdstuk 8 als volgt.
“Hoewel een zondaar honderdmaal kwaaddoet, verlengt God zijn dagen. Toch weet ik dat het goed zal gaan met hen die God vrezen, die voor Zijn aangezicht vrezen. Maar de goddeloze zal het niet goed gaan en hij zal zijn dagen niet verlengen. Hij zal zijn als een schaduw, want hij vreest niet voor Gods aangezicht. Er is iets vluchtigs wat op de aarde plaatsvindt: er zijn rechtvaardigen die het vergaat naar het werk van de goddelozen, en er zijn goddelozen die het vergaat naar het werk van de rechtvaardigen. Ik zeg dat ook dit vluchtig is. Daarom prees ik de blijdschap, omdat de mens niets beters heeft onder de zon dan te eten, te drinken en zich te verblijden. Dat zal hem immers vergezellen bij zijn zwoegen, de dagen van zijn leven die God hem geeft onder de zon. Toen ik mij met heel mijn hart erop toelegde wijsheid te kennen en de bezigheid te zien die op aarde plaatsvindt, dat men zelfs overdag of ’s nachts de slaap niet met zijn ogen ziet, toen zag ik al het werk van God, dat de mens niet kan ontdekken, het werk dat onder de zon plaatsvindt. Hoezeer de mens zwoegt bij het zoeken, hij zal het niet ontdekken. Zelfs als de wijze zegt het te weten, zal hij het toch niet kunnen ontdekken”[1].

De zondaar zondigt heel zijn leven. Alle dagen borrelen er weer verkeerde gedachten op. Alle dagen doen wij dingen verkeerd. De zonde zit er bij ons ingebakken. En nee, wegpoetsen kan niet meer.
En toch laat God die zondaren verder leven.
Hij zegt niet: ‘Ik maak er een eind aan. Weg ermee’.
Hij zegt niet: ‘Ik wil niet langer tegen deze ellende aan kijken’.
Nee, Hij laat zondaren in leven.
Goddelozen moeten rekenen op eeuwige pijn. Hun bestaan wordt echt een hel!
Godvrezende mensen kunnen echter rekenen op een heerlijke verlenging van hun bestaan. Het wordt perfect. Het wordt hemels!

Gods Woord tekent, als het hierom gaat, grootse perspectieven.
Laten wij elkaar wijzen op Psalm 37: “Wie de Heere verwachten, die zullen de aarde bezitten”.
En op Spreuken 1: “Maar wie naar Mij luistert, zal veilig wonen, hij zal vrij zijn van angst voor het kwaad”.
En op Jesaja 3. Daar krijgt de profeet de navolgende instructie van zijn Opdrachtgever: “Zeg de rechtvaardige dat het hem goed zal gaan, dat hij de vrucht van zijn daden zal eten. Wee de goddeloze, het zal hem slecht vergaan, want wat zijn handen verdienen, zal hem aangedaan worden”.
Rechtvaardigen komen in het bezit van de hele aarde. Dat is warempel geen vierkante centimeter-werk…
Het is bovendien bijna onvoorstelbaar dat wij geen angst meer zullen kennen. Dat moet wel werk van Gods Heilige Geest zijn.
Er gebeuren magnifieke dingen: de oppermachtige God draait er niet omheen![2]

Maar is dit alles niet wat al te groots? Is dit niet wat al te fantastisch en fenomenaal?
Immers – heel vaak lijkt het zo anders te gaan.
Dan vergaat het rechtvaardigen niet best.
Dan lijkt het wel alsof het de mensen zonder God altijd voor de wind gaat.
Zijn onderdrukking en zonde lonend? Soms lijkt dat zo.
En toch is het niet waar. Op de keper beschouwd is dat op deze aarde een uiterst merkwaardig raadsel!
Intussen is echter één ding volkomen zeker: Gods kinderen weten dat zo’n situatie maar tijdelijk is. Zoiets houdt zomaar weer op. Opeens zijn de omstandigheden in een oogwenk totaal anders. De wereldgeschiedenis kent onverwachte wendingen!

Wat is de conclusie van Prediker 8?
Mensen kunnen onderscheiden wat wijsheid en wat dwaasheid is.
Mensen kunnen echter niet precies uitleggen wat God nu precies aan het doen is.
Wijsheid is ongrijpbaar.
Mensen moeten in God hun Meerdere erkennen. Hij is echt de Gezaghebbende. Het lijdt geen twijfel: Hij maakt alles goed!
Laten we elkaar in dat verband attenderen op woorden die de apostel Paulus aan de christenen in Rome schreef. In hoofdstuk 8: “Want ik ben ervan overtuigd dat het lijden van de tegenwoordige tijd niet opweegt tegen de heerlijkheid die aan ons geopenbaard zal worden”. En in hoofdstuk 11: “O, diepte van rijkdom, zowel van wijsheid als van kennis van God, hoe ondoorgrondelijk zijn Zijn oordelen en onnaspeurlijk Zijn wegen! Want wie heeft de gedachten van de Heere gekend? Of wie is Zijn raadsman geweest? Of wie heeft Hem eerst iets gegeven en het zal hem vergolden worden? Want uit Hem en door Hem en tot Hem zijn alle dingen. Hem zij de heerlijkheid, tot in eeuwigheid. Amen”[3].

Wie wijsheid van God ontvangen heeft en zichzelf verder ontwikkelt, kan gaandeweg wat meer ontspannen gaan leven. Om met Prediker 8 te spreken: “De wijsheid van de mens verlicht zijn gezicht, zodat de stuursheid van zijn gezicht wordt veranderd”.
In het leven kunnen allerlei kleine en grote gebeurtenissen spanning opleveren. Maar wie die spanning bij de Here neerlegt, slaagt erin om het leven wat zonniger in te zien.
Laten wij daar ons best daar maar voor doen![4][5]

Noten:
[1] In deze alinea citeer ik Prediker 8:12-17.
[2] In deze alinea citeer en/of gebruik ik Psalm 37:9, Spreuken 1:33 en Jesaja 3:10.
[3] In deze alinea citeer ik Romeinen 8:18 en Romeinen 11:33-36.
[4] In deze alinea citeer ik Prediker 8:1 b.
[5] In dit artikel wordt geschreven over Prediker 8. De keuze daarvoor hangt samen met het feit dat de mannenvereniging ‘Augustinus’ van De Gereformeerde Kerk Groningen vanavond, woensdag 30 maart 2022, bijeen hoopt te komen om een bespreking aan dat Schriftgedeelte te wijden.

29 maart 2022

Redding voor de kerk

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Wie de geschiedenis van de laatste vier koningen van Juda bekijkt, wordt geconfronteerd met secularisatie en met goddeloosheid. Het volk van God kan ver weg zakken! Het lijkt er sterk op dat Gods volk roemloos ten onder gaat.
Maar dan grijpt de Heere in. En als Hij de zaak aanpakt komt het menselijk bestaan werkelijk tot leven!

Hieronder staan een achttal verzen uit 2 Kronieken 36. Dat is het laatste hoofdstuk van het Hebreeuwse Oude Testament.
Daarin gaat het over Zedekia, een koning die God negeert en de profeet Jeremia maar een beetje laat praten. De koning trekt zich liefst zo weinig mogelijk van Gods woordvoerder aan.
Daarin gaat het over koning Nebukadnezar. Hij doet verwoede pogingen Gods werk grondig kapot te maken. Om hem heen is het één groot bloedbad. Dood en verderf zijn aan de orde van de dag. Jeruzalem wordt totaal verwoest. De kostbaarheden uit Gods huis worden afgevoerd naar Babel. De tempel en alle andere paleizen gaan ten onder in grote branden.
Maar daarin gaat het ook over Kores. De koning van Perzië is een instrument in Gods hand. Hij krijgt een opdracht van God: bouw in Jeruzalem een huis voor Mij!
Zo zien wij de eigengereidheid van de mens.
Maar wij zien tegelijkertijd de trouw van God.
Leest u maar mee.  
 “Zedekia was eenentwintig jaar oud toen hij koning werd. Elf jaar regeerde hij in Jeruzalem”.
En even verder:
“De Heere, de God van hun vaderen, zond hun vroeg en laat waarschuwende woorden door de hand van Zijn boden, want Hij wilde Zijn volk en Zijn woning sparen. Maar zij spotten met de boden van God, verachtten Zijn woorden en maakten Zijn profeten belachelijk, tot de grimmigheid van de  HEERE tegen Zijn volk zo hoog opsteeg dat er geen genezing meer mogelijk was.
Toen deed Hij de koning van de Chaldeeën tegen hen optrekken, die hun jongemannen in het huis van hun heiligdom met het zwaard doodde. Hij spaarde de jongemannen, de meisjes, de ouderen en de stokouden niet. God gaf hen allen in zijn hand”.
Nog wat verder:
“En wie overgebleven was van het zwaard, voerde hij – dat is Nebukadnezar – weg naar Babel, en zij werden hem en zijn zonen tot slaven, tot het koninkrijk van Perzië ging regeren, om het woord van de Heere, bij monde van Jeremia gesproken, te vervullen, totdat het land behagen zou scheppen in zijn sabbatsjaren. Het rustte al de dagen van de verwoesting, totdat de zeventig jaar vervuld waren. In het eerste jaar nu van Kores, de koning van Perzië, wekte de Heere de geest van Kores op, de koning van Perzië, opdat het woord van de Heere, dat Hij bij monde van Jeremia gesproken had, vervuld zou worden om door zijn hele koninkrijk een boodschap te laten gaan, ook in geschrifte: Zo zegt Kores, de koning van Perzië: Alle koninkrijken van de aarde heeft de Heere, de God van de hemel, aan mij gegeven, en Hij is het Die mij heeft opgedragen om een huis voor Hem te bouwen in Jeruzalem, dat in Juda ligt. Wie er onder u ook maar tot al Zijn volk behoort – de Heere, zijn God, zij met hem en laat hij optrekken”[1].

Zedekia betekent: de Here is mijn gerechtigheid. Maar ’t is wel duidelijk: de koning doet zijn naam geen eer aan!
Die geseculariseerde samenleving van hierboven heeft wel trekken van de maatschappij waar wij in leven. Natuurlijk – de tijd is verder gegaan, wetenschappers hebben vele ontdekkingen gedaan en de technologie heeft zich ontwikkeld. Maar dat leven zonder God zien wij ook om ons heen. De mensen zijn, om met 2 Timotheüs 3 te spreken, “liefhebbers van zichzelf, geldzuchtig, grootsprekers, hoogmoedig, lasteraars, hun ouders ongehoorzaam, ondankbaar, onheilig, zonder natuurlijke liefde, onverzoenlijk, kwaadsprekers, onmatig, wreed, zonder liefde voor het goede, verraders, roekeloos, verwaand, meer liefhebbers van zingenot dan liefhebbers van God”.
Ach, zegt iemand, er zijn nog veel lieve mensen in de wereld. Dat is waar. Maar het algemene beeld in de wereld, inzonderheid in Nederland, komt echt wel in de buurt van 2 Timotheüs 3[2].  

Het staat er in 2 Kronieken 36 onomwonden bij: de Here wil Zijn volk en Zijn woning sparen.
Wat is het belangrijk om te wandelen met de hemelse God! Hij wil met ons optrekken naar een prachtige toekomst die Hij creëert.
Zonder twijfel is dat wandelen met God voor ons verre van gemakkelijk. Want de wereld predikt voortdurend zelfredzaamheid. Je moet vooral goed voor jezelf zorgen. En je mag best een eigen mening hebben… Inderdaad, zelfredzaamheid is tot op zekere hoogte niet verkeerd. Maar Gods Woord en Zijn kerk moeten altijd voorop blijven staan.

De koning van Perzië, wordt door de Here aangestuurd om een belangrijke bijdrage te leveren aan de redding van de kerk.
De Here is dus met Kores aan het werk. Dat blijkt in dit Bijbelboek, 2 Kronieken. De Kronieken werden ongeveer in 430 voor Christus geschreven. Maar Jesaja heeft het eeuwen eerder, rond 700 voor Christus, ook al over Kores gehad. Leest u maar mee in Jesaja 44: “Zo zegt de Heere, uw Verlosser (…) Die over Kores zegt: Hij is Mijn herder, en hij zal al Mijn welbehagen volbrengen, door tegen Jeruzalem te zeggen: Word gebouwd, en tegen de tempel: Word gegrondvest”.
De Here heeft een plan met de kerk.
Er is redding voor de kerk. Want de verbondstrouw van de Here kent geen einde.
Alleen daarom al mogen wij ook in 2022 zeggen: zolang Jezus Christus nog niet op aarde teruggekomen is blijft de kerk bestaan. Zolang de aarde bestaat zullen er mensen zijn die de God van hemel en aarde trouw dienen. Niet omdat die mensen zelf zo netjes zijn, maar omdat de Geest van God in harten aan het werk is. Daar heeft Hij een voltijds taak aan!
Ja, het statement in de Heidelbergse Catechismus is helemaal waar: “het kan niet anders, of ieder die door waar geloof in Christus ingeplant is, brengt vruchten van dankbaarheid voort”.
En daarom is het niet teveel gezegd: er is nog veel te doen.
Al dat werk komt klaar.
Want als de hemelse God de zaak aanpakt komt er leven in de kerk. Echt Godsdienstig leven![3]

Noten:
[1] In deze alinea citeer ik 2 Kronieken 36:11, 2 Kronieken 36:15-17 en 2 Kronieken 36:20-23.
[2] In deze alinea citeer ik 2 Timotheüs 3:2,3,4.
[3] In deze alinea citeer ik Jesaja 44:24a,28 en uit de Heidelbergse Catechismus: woorden uit Zondag 24, antwoord 64. Voor de datering gebruik ik https://www.christipedia.nl/wiki/Chronologische_volgorde_der_bijbelboeken ; geraadpleegd op dinsdag 22 maart 2022.

28 maart 2022

Werk in Zijn dienst!

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Dit artikel begint met een citaat uit Exodus 19: “U hebt zelf gezien wat Ik met de Egyptenaren gedaan heb en hoe Ik u op arendsvleugels gedragen en u bij Mij gebracht heb. Nu dan, als u nauwgezet Mijn stem gehoorzaamt en Mijn verbond in acht neemt, dan zult u uit alle volken Mijn persoonlijk eigendom zijn, want heel de aarde is van Mij. U dan, u zult voor Mij een koninkrijk van priesters en een heilig volk zijn. Dit zijn de woorden die u tot de Israëlieten moet spreken”.
In de kerk mogen we zeggen: wij zijn Gods eigendom. Wij mogen zeggen: wij zijn allen in Gods dienst. Dat is het uitgangspunt voor dit verhaal[1].

De woorden die Mozes gaat spreken klinken op het moment dat het volk, na een reis van drie maanden, in de woestijn Sinaï aangekomen is. De Here heeft Zijn volk Hoogstpersoonlijk uit Egypte weggeleid. Nu wordt het eerste kampement opgericht.
Daar staat het volk. Midden in de woestijn. Een beetje verloren. Jarenlang is het volk onderdrukt. En nu is de complete natie vrij. Velen moeten wellicht nog wennen aan dat gevoel van vrijheid. Opeens is er eigen beslissingsbevoegdheid. En bij wie hoort Israël nu eigenlijk?
Welnu, die laatste vraag beantwoordt de Here in Exodus 19 nog eens heel expliciet.
De Here zegt: ‘Ik heb een verbond met u. U hoort bij Mij. Luister naar Mij, dan komt u goed terecht. Ik zet u apart. Wees Mij maar gehoorzaam, dan gaat het leven altijd in de goede richting. Heel de aarde is van Mij, maar u kies Ik uit om Mijn volk te zijn. Als u voor Mij leeft, dan is uw geluk gegarandeerd. Werk in Mijn dienst!’.

Eeuwenlang hebben de Israëlieten gehoorzaam geluisterd naar de stem van gezaghebbenden van Egyptische komaf. Er was een enorme prestatiedruk. Er moest geproduceerd worden, heel veel geproduceerd worden.
Maar werken in Gods dienst heeft een totaal ander karakter.
Het kernwoord in die dienst is namelijk: genade.
Gods volk komt de hemel niet in met een bewijs van goed gedrag. Leven met God betekent niet dat wij een brevet van geloofsijver moeten kunnen tonen. Kinderen van God zijn niet perfect. En dat worden zij op aarde ook nooit.

Daarom staat in Zondag 24 van de Heidelbergse Catechismus: “Maar waarom kunnen onze goede werken niet de gerechtigheid voor God of een deel daarvan zijn? Antwoord: Omdat de gerechtigheid die voor Gods gericht bestaan kan, geheel volmaakt en in alle opzichten met Gods wet in overeenstemming moet zijn, terwijl zelfs onze beste werken in dit leven allemaal onvolmaakt en met zonden bevlekt zijn”.
Werken in Gods dienst betekent: wij zijn dankbaar voor de geloofskracht die wij van bovenaf ontvangen. De beloning die we daarvoor ontvangen is geen akkoordverklaring van de hoge God: ‘U scoort vandaag een ruime voldoende!’. In Zondag 24 staat het zo: “Deze beloning wordt niet uit verdienste, maar uit genade gegeven”.
Voor Israël is dat een geweldige omslag in de cultuur. Prestatie is nergens belangrijk meer. Hard werken levert geen goodwill op.
Voor de kerk van 2022 is dat trouwens nog altijd een moeilijk punt. Een toegangskaart voor de hemel kan niemand verdienen. En dat terwijl, voor ons idee, op deze aarde zoveel zelf moeten regelen…[2]

In de grond van de zaak zijn mensen sinds Israël in het Oude Testament niet veel veranderd.
Het liefst gaan we een beetje onze eigen gang…
De verlossing is volledig aan God te danken. Daarom zegt Mozes in Exodus 32 ook tegen God: “Heere, waarom zou Uw toorn ontbranden tegen Uw volk, dat U met grote kracht en sterke hand uit het land Egypte geleid hebt? Waarom zouden de Egyptenaren zeggen: Met kwade bedoelingen heeft Hij hen uitgeleid, om hen in de bergen te doden en hen van de aardbodem te vernietigen? Laat Uw brandende toorn varen, en heb berouw over het kwaad voor Uw volk”.
Mozes zal veel later, in Deuteronomium 29, nota bene zeggen: “U hebt alles gezien wat de Heere in het land Egypte voor uw ogen gedaan heeft, met de farao, met al zijn dienaren en met heel zijn land: de grote beproevingen die uw ogen gezien hebben, die grote tekenen en wonderen. Maar de Heere heeft u geen hart gegeven om dat te erkennen, of ogen om te zien, of oren om te horen, tot op deze dag”. Die gecursiveerde zin zorgt ervoor dat wij er niet meer omheen kunnen: zelfs de ommekeer in ons hart moet door de Verbondsgod bewerkt worden![3]

De hemelse God kiest Zijn kinderen uit. En nee, Hij komt niet op Zijn keuzes terug. En daarom mogen we Psalm 135 in de kerk zingen:
“Looft Gods goedheid in uw zang.
Lieflijk klinkt zijn naam alom.
Jakob immers is reeds lang
zijn bijzonder eigendom.
Hij verkoos zich Israël
naar zijn eigen hoog bestel”.
De woorden die Petrus schreef gelden ook voor Gods kinderen in onze eeuw: “Maar u bent een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een heilig volk, een volk dat God Zich tot Zijn eigendom maakte; opdat u de deugden zou verkondigen van Hem Die u uit de duisternis geroepen heeft tot Zijn wonderbaar licht, u, die voorheen geen volk was, maar nu Gods volk bent; u, die zonder ontferming was, maar nu in ontferming aangenomen bent”[4].

Jazeker, het volk is in Exodus 19 vastbesloten: “Alles wat de Heere gesproken heeft, zullen wij doen!”.
En in 2022 zijn gelovige mensen natuurlijk graag bereid om zulk een belofte te doen. Maar ook in onze tijd zijn Gods kinderen niet altijd even standvastig…
Laten wij maar blijven bedenken: God heeft Zijn kinderen uitgekozen. En die keuze herroept Hij niet. Het is daarom alleszins passend om blijmoedig met Psalm 135 in te stemmen:
“Ja, ik weet: groot is de Heer,
die geen God naast Zich verdraagt.
Hem alleen komt toe de eer.
En Hij doet wat Hem behaagt.
Aard’ en hemel zijn van Hem,
zee en land bedwingt zijn stem”[5].

Noten:
[1] In deze alinea citeer ik Exodus 19:4,5,6.
[2] In deze alinea citeer en gebruik ik Zondag 24 van de Heidelbergse Catechismus.
[3] In deze alinea citeer ik achtereenvolgens Exodus 32:11,12 en Deuteronomium 29:2,3,4,
[4] In deze alinea citeer ik Psalm 135:2 uit het Gereformeerd Kerkboek-1986. Uit Gods Woord citeer ik 1 Petrus 2:9,10.
[5] In deze alinea citeer ik Exodus 19:8. En verder: Psalm 135:3 uit het Gereformeerd Kerkboek-1986.

25 maart 2022

Kracht van God

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

“En mijn spreken en mijn prediking bestonden niet in overtuigende woorden van menselijke wijsheid, maar in het betonen van geest en kracht, opdat uw geloof niet zou bestaan in wijsheid van mensen, maar in kracht van God”.
Dat schrijft Paulus aan christenen in Corinthe. Het bovenstaande citaat staat in 1 Corinthiërs 2.
Het Evangelie heeft geen grote redenaars nodig. Het gaat om de inhoud.
Paulus laat geen gelegenheid onbenut om dat te benadrukken. In hoofdstuk 1 heeft hij het ook al opgeschreven: “Want Christus heeft mij niet gezonden om te dopen, maar om het Evangelie te verkondigen, niet met wijsheid van woorden, opdat het kruis van Christus zijn inhoud niet verliest”. De blijde Boodschap is geen aaneenrijging van kunstig bedachte verzinsels![1]

Het is in onze tijd belangrijk om dat vast te stellen.
Vandaag zijn er namelijk heel wat mensen, zoals dat modern heet, met God bezig. De Amerikaanse filosoof John D. Caputo zegt: God is iets ongrijpbaars dat ons in beweging zet. De Sloveense socioloog en cultuurcriticus Slavoj Zizek meent dat het christendom in feite een atheïstische religie is. Waarom? Omdat God aan het kruis doodgaat en daarmee écht mens wordt. Mochten we nog de illusie hebben dat er uiteindelijk heelheid komt dan verdwijnt die nu wel, oreert men. Hou het maar op liefde in gebrokenheid, zeggen ze.  
En trouwens – als de waarheid niet bestaat, waarom zegt Jezus dan eigenlijk dat Hij de waarheid is? Geloven is, zo wordt in een onlangs verschenen boek gesteld, net zoiets als het maken van kunst. Kunstenaars hebben een niet te stillen honger naar een ongrijpbare werkelijkheid. Geloven is daarmee vergelijkbaar[2].

Men kan natuurlijk zeggen: theologen en sociologen die dergelijke dingen opschrijven houden ons een spiegel voor. Wees er attent op, zeggen ze meer of minder expliciet, denk niet te groot of te groots van God. Blijf maar met de beide benen op de grond staan.
Intussen blijven er wel wat vragen over.
Want als God zo ongrijpbaar is, waarom houden geleerde mensen zich dan nog met het christelijk geloof bezig? Waarom doen die mensen de Bijbel eigenlijk nog open, en bijvoorbeeld niet de Koran?
Alle spreken over boven komt van beneden, zo blijkt uit dat pas verschenen boek. Kan het zijn dat wij hier een reeds bekende dwaling herkennen? Jazeker, dat kan. Eénzelfde geluid valt namelijk te beluisteren bij de theoloog H.M. Kuitert (1924-2017).  

In Gods Woord gaat het niet om wijsheid van mensen, maar om kracht van God. Het is inderdaad Gods Woord.
In de schepping zien we Gods eeuwige kracht en goddelijkheid.
In Lucas 1 zegt een engel tegen Maria: “De Heilige Geest zal over u komen en de kracht van de Allerhoogste zal u overschaduwen”.
De Schepper heeft de aarde gemaakt. Hij regeert die “overeenkomstig zijn eeuwige voorzienigheid en door zijn oneindige kracht, opdat zij de mens dienen, zodat de mens zijn God kan dienen”.
Wij belijden dat Christus “echt God en echt mens is: echt God om door zijn kracht de dood te overwinnen, echt mens om voor ons te kunnen sterven vanwege de zwakheid van zijn vlees”.
De kerk is “met hart en wil samengevoegd en verenigd in eenzelfde Geest, door de kracht van het geloof”.
“De sacramenten zijn zichtbare tekenen en zegels van een inwendige en onzichtbare zaak. Door middel daarvan werkt God in ons door de kracht van de Heilige Geest. Daarom zijn de tekenen niet krachteloos en zonder inhoud, zodat zij ons zouden misleiden, want Jezus Christus is de waarheid ervan en zonder Hem zouden zij niets zijn”[3].
Het gaat niet om energie van mensen, maar om kracht van God.
Hij geeft ons geloofskracht! Die kracht mogen wij uit Zijn hand aannemen.

Dat is moeilijk.
Zeker als wij dat beredeneren willen.
Dat laatste kan namelijk niet.
En dat hoeft ook niet.
Wij hoeven onszelf niet te overtuigen.
Die overtuiging wordt ons gegeven. Van bovenaf.
Laten wij daar maar om bidden, of wij nu wetenschapper zijn of niet. Laten wij ’t maar loslaten. Want Hij houdt ons vast![4]  

Noten:
[1] In deze alinea citeer ik achtereenvolgens 1 Corinthiërs 2:4,5 en 1 Corinthiërs 1:17. Verder gebruik ik 1 Petrus 1:16.
[2] Het boek waaraan ik refereer is: Rikko Voorberg, Gerko Tempelman en Bram Kalkman, “Onzeker weten. Een inleiding in de radicale theologie”. – Utrecht: Uitgeverij KokBoekencentrum, 2022. – 218 p.
[3] In deze alinea citeer en/of gebruik ik de artikelen 2,9,12,19,27 en 33 uit de Nederlandse Geloofsbelijdenis.
[4] In dit artikel gebruik ik: Carin Slotboom, “De bijl aan de wortel van de boom?” – recensie van het in noot 2 genoemde boek. In: Gulliver, bijlage bij het Nederlands Dagblad, vrijdag 18 maart 2022, p. 10.

24 maart 2022

Het gewone is een zegen

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Oorlog, verwoesting, vluchtelingen – die drie woorden komen wij om de haverklap tegen in de krant. De gebeurtenissen buitelen over elkaar heen.
De campagne voor de gemeenteraadsverkiezingen is in de afgelopen weken ondergesneeuwd. Op maandag 14, dinsdag 15 en woensdag 16 maart vonden de verkiezingen plaats. Maar in het nieuws werden ze een beetje weggedrukt.
Columnist Hilbert Rozema schreef in het Nederlands Dagblad terecht: “Het alledaagse, dat is een zegen. Thuiskomen, sleutel omdraaien, deur opendoen, jas ophangen, thee zetten”. En ja hoor – als u geen thee wilt, mag koffie natuurlijk ook[1].

Het gewone is een zegen.
Als die constatering ergens geldt, dan is het wel in Romeinen 5.
Leest u maar mee: “God echter bevestigt Zijn liefde voor ons daarin dat Christus voor ons gestorven is toen wij nog zondaars waren. Veel meer dan zullen wij, nu wij gerechtvaardigd zijn door Zijn bloed, door Hem behouden worden van de toorn. Want als wij, toen wij vijanden waren, met God verzoend zijn door de dood van Zijn Zoon, hoeveel te meer zullen wij, nu wij verzoend zijn, behouden worden door Zijn leven”.
Die tekst is voor gelovigen zo gewoon.
Maar die woorden betekenen een ommekeer in ons leven![2]

God had en heeft ons lief.
In Christus heeft Hij dat eens te meer bevestigd.
De Heiland is gestorven voor mensen die van nature bijzonder giftig zijn. Denkt u maar aan de Nederlandse Geloofsbelijdenis. Over de erfzonde belijden wij: die “is een verdorvenheid van de hele natuur en een erfelijk kwaad, waarmee zelfs de kleine kinderen in de moederschoot besmet zijn. Zij is namelijk de wortel waaruit allerlei zonden in de mens voortkomen. Daarom is ze zó gruwelijk en afzichtelijk voor God, dat zij reden genoeg is om het menselijk geslacht te veroordelen. Zelfs door de doop is zij niet geheel vernietigd of uitgeroeid, omdat de zonde altijd uit deze verdorvenheid ontspringt als opwellend water uit een giftige bron”.
Wij zijn gerechtvaardigd.
Dat betekent: de voldoening, gerechtigheid en heiligheid van Christus is onze gerechtigheid voor God. Wij kunnen zelf niets bijdragen aan de grote schoonmaak in onze levens. De Vader kijkt naar Zijn Zoon, en naar het werk dat Hij deed. Hij weet het: nu is het weer goed tussen Mij en Mijn kinderen.
Dus weten we echt honderd procent zeker dat Gods woede over onze zonden langs ons heen gaat. God de Vader kijkt langs ons heen naar Zijn Zoon. En Hij weet het: deze mensen zijn gekocht door het bloed van Jezus Christus.
Wij zijn verzoend door Jezus’ dood. Nu Jezus leeft is onze levensgarantie nog groter![3]

Wat er ook gebeurt: kinderen van God blijven in leven, ook al verlaten zij – als God het wil – dit aardse leven.

Achter de pijn van de problemen in deze woelige wereld straalt de troost van ons behoud!
Intussen is de nood schrijnend.
Buitenlandcommentator Jan van Benthem schrijft in het Nederlands Dagblad: de oorlog in Oekraïne loopt niet goed af. Er komt grover geweld aan. Aan de burgerslachtoffers, de chaos en vernietiging in Oekraïne liggen heel bewust gemaakte keuzes ten grondslag. President Poetin spreekt over de veiligheid van het moederland. Volgens de Russische president gaat het ‘zonder overdrijving’ om een zaak ‘van leven of dood voor ons land, voor onze historische toekomst als volk’.
Deskundigen zeggen: dit wordt een humanitaire catastrofe die groter is dan Europa in decennia heeft gezien.
Van Benthem formuleert het zo: “Europa moet zich voorbereiden op ingrijpende veranderingen, op het gebied van energie, voedselvoorziening, veiligheid en de opvang van vele miljoenen vluchtelingen. En dan is deze vraag de kern: wat is voor ons van grotere waarde: een welvarend, luxe leven, of opstaan voor het recht van onze naasten, onze Europese Oekraïense buren. En die andere, grote vraag: waarom doen we dat? Welke waarde hechten we, als deze crisis lang en ingrijpend zal blijken te zijn, aan dat oude, Bijbelse woord: ‘Heb uw naaste lief als uzelf’?”[4].

Jezus Christus heeft ons lief. Hij is voor ons gestorven, al ver voor een Russische leider in de eenentwintigste eeuw heel veel mensen deed sterven om zijn eigen ideaal door te drijven.
Jezus Christus is heel bewust het lijden ingegaan.
Jezus Christus ging niet op de vlucht. Hij maakte het lijden door, al ver voor een Russische leider willens en wetens miljoenen mensen op de vlucht joeg om het zogenaamde moederland te redden.
Jezus Christus stond op uit de dood.
Hij redde een ontelbare schade mensen van een wisse ondergang, al ver voor een Russische leider massa’s mensen naar een ontluisterend einde bracht. En voor al die massa’s geldt: zij staan niet op als Vladimir Vladimirovitsj Poetin daartoe het bevel geeft. Zij staan op als Jezus Christus terugkeert op de wolken.

Tot Zijn terugkomst blijven kerkmensen aan het werk.
Zij bekommeren zich om hun naasten.
Al was het alleen maar om hen voor een ondergang te behoeden, en hen mee te nemen naar een toekomst waarin er slechts één grondregel bestaat. Dat basisprincipe is: “Wij dan, gerechtvaardigd uit het geloof, hebben vrede bij God door onze Heere Jezus Christus”.
Dat wonder wordt de gewoonste zaak op de nieuwe aarde![5]

Noten:
[1] In deze alinea citeer ik uit: Hilbrand Rozema, “(R)ussische winkel” – column in: Nederlands Dagblad, dinsdag 15 maart 2022, p. 2.
[2] In deze alinea citeer ik Romeinen 5:6-10.
[3] In deze alinea citeer ik woorden uit artikel 15 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis. Ook gebruik uit de Heidelbergse Catechismus: Zondag 23, antwoord 61.
[4] In deze alinea citeer ik: Jan van Benthem, “De Oekraïneoorlog loopt niet ‘goed’ af en Europa moet zich opmaken voor een harde realiteit”. – buitenlandanalyse in: Week10, bijlage bij het Nederlands Dagblad, zaterdag 12 maart 2022, p. 7.
[5] Romeinen 5:1.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.