gereformeerd leven in nederland

11 april 2022

Dopen, Pasen en Pinksteren

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , ,

Wij gaan naar Pasen toe.
Het is opvallend hoe in de Heidelbergse Catechismus de doop en het Paasfeest met elkaar verbonden worden. In Zondag 26 lezen we het volgende.
“Hoe wordt u in de heilige doop onderwezen en ervan verzekerd, dat het enige offer van Christus aan het kruis u ten goede komt?
Antwoord: Christus heeft het waterbad van de doop ingesteld en daarbij beloofd, dat ik met zijn bloed en Geest van de onreinheid van mijn ziel, dat is van al mijn zonden, gewassen ben. Dit is even zeker als ik gewassen ben met het water, dat de onreinheid van het lichaam wegneemt”.
In het water van de doop rimpelt het Paasfeest al. En het wordt nog duidelijker. En mooier.
“Wat betekent dat: met het bloed en de Geest van Christus gewassen te zijn? Antwoord: Dat wij van God vergeving van de zonden hebben uit genade, om het bloed van Christus, dat Hij in zijn offer aan het kruis voor ons vergoten heeft. Verder ook, dat wij door de Heilige Geest vernieuwd en tot leden van Christus geheiligd zijn, zodat wij hoe langer hoe meer van de zonde afsterven en godvrezend en onberispelijk leven”.
De doop, Pasen en Pinksteren worden dus in één adem genoemd. Want het gaat over het waterbad van de doop, over het bloed van Christus dat Hij vergoten heeft en over de Heilige Geest die ons vernieuwt[1].

Er loopt een lijn in de geschiedenis. Die loopt van Genesis 1 naar Openbaring 22. De hoge God weet precies hoe die lijn loopt. En ook hoe lang die lijn gaat worden.
Wij denken heel vaak in momenten en fragmenten. Of misschien in periodes en tijdperken. Wij spreken over de COVID-19-crisis. En over de oorlog in Oekraïne. Het verleden verdwijnt al snel uit onze geheugens. Wij kunnen niet in de toekomst kijken.
Zondag 26 van de Heidelbergse Catechismus bewijst ons eens te meer dat onze God de lijnen in ons leven trekt. Laten wij ons, met heel ons hebben en houden, in Zijn handen geven!

Wij lezen in de Heidelbergse Catechismus over het bloed van Christus, dat Hij in zijn offer aan het kruis voor ons vergoten heeft.
Als wij over dat bloedvergieten lezen denken we momenteel ook aan heel veel ander bloed. Het bloed van Oekraïeners, met name.
We denken aan het drama in Boetsja zijn op de straten tientallen lijken gevonden. Ook elders lagen lijken op straat; in Irpin bijvoorbeeld. De NOS meldde: “De vondst van tientallen lijken op de straten van de Oekraïense plaats Boetsja leidt wereldwijd tot geschokte reacties. Het lijkt erop dat terugtrekkende Russische soldaten uit frustratie en wraak willekeurige burgers dood hebben geschoten. De Oekraïense buitenlandminister spreekt van een ‘opzettelijke massaslachting’ door de Russen. Maar om in de rechtszaal te kunnen bewijzen dat het om oorlogsmisdaden gaat, moeten een paar belangrijke vragen worden beantwoord. Onderzoekers zijn daar nu al mee bezig”.
We denken bijvoorbeeld ook aan de vreselijke raketaanval in Kramatorsk, op donderdag 8 april jongstleden.
De gruwelijkheden der Russen zijn ronduit mensonwaardig.
Onmenselijk, in de meest letterlijke zin van het woord.
Wat er in Oekraïne gebeurt is een humanitaire ramp.
Het is verschrikkelijk.
Schokkend.
En net als we denken dat het niet erger kan, blijkt het nog monsterlijker, nog weerzinwekkender te kunnen worden.
Eigenlijk schieten woorden tekort.
Maar er is één ding dat we nimmer mogen vergeten: de God van hemel en aarde is de Schepper van alle leven. Zijn werk wordt vernield! Zijn werk wordt zwaar beschadigd!
De vraag klemt: zouden er onder al die doden ook kinderen van God zijn? Het antwoord is: zeer waarschijnlijk wel.
Of dat nu wel of niet zo is: drama’s als in Boetsja strepen Christus’ reddingswerk niet weg. Christus’ offer aan het kruis is namelijk borgtochtelijk: Hij heeft betaald voor de zondeschuld van allen die in Hem geloven! Dat staat recht overeind.
De feiten met betrekking tot dood en verderf in Oekraïne demonstreren menselijke frustratie, onmacht, wraaklust. En het moet maar weer eens tot ons doordringen: als de rem van Gods wet er niet op zit, doen wij dat zomaar net zo. Wellicht denken wij: zo erg is het met ons toch niet gesteld? Ach, laten wij het vooral nooit vergeten: in de kerk zitten mensen die van zichzelf één grote bron van smerigheid en vuil vormen. Als mensen niet beteugeld worden komen zij tot afgrijselijke en afzichtelijke dingen…
Zo bekeken is het een wonder dat er redding uit die ijzingwekkende ellende is!
Kinderen van God zijn met het bloed en de Geest van Christus gewassen. Dat verandert nooit. Gods kinderen zijn voor eeuwig schoon![2]

In de Heidelbergse Catechismus belijden wij dat we door de Heilige Geest vernieuwd en tot leden van Christus geheiligd zijn.
Wat betekent dat? Paulus schrijft daarover aan de christenen in Rome: “Laat de zonde dan niet in uw sterfelijk lichaam regeren om aan de begeerten daarvan te gehoorzamen. En stel uw leden niet ter beschikking aan de zonde als wapens van ongerechtigheid, maar stel uzelf ter beschikking aan God, als mensen die uit de doden levend geworden zijn. En laat uw leden wapens van gerechtigheid zijn voor God. Want de zonde zal over u niet heersen. U bent namelijk niet onder de wet, maar onder de genade”.
De zonde is er wel. Maar die zonde is niet meer het overheersende element in ons bestaan. In ons leven zien we vooral Gods goedheid. Zelfs in de meest deplorabele omstandigheden is er wel reden om optimistisch te blijven over het vervolg van ons leven.
Want zelfs als wij het aardse leven plotsklaps los moeten laten is er dat vervolg in de heerlijkheid. In de hemel is voor alle kinderen van God een prachtige plaats gereserveerd![3]

Noten:
[1] In deze alinea citeer ik uit Heidelbergse Catechismus: Zondag 26, antwoorden 69 en 70.
[2] In deze alinea citeer ik van https://nos.nl/nieuwsuur/artikel/2423804-boetsja-drama-lijkt-oorlogsmisdaad-maar-hoe-bewijs-je-dat ; geraadpleegd op maandag 4 april 2022.
[3] In deze alinea citeer ik Romeinen 6:12-14.

Blog op WordPress.com.