gereformeerd leven in nederland

30 juni 2022

Vlam van de levensvreugde

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

In de kerk laten wij elkaar iets zien van Gods genade. God gaat door met Zijn werk, tot aan de voleinding van de wereld. Gedurende heel ons leven mogen we binnen en buiten de kerk demonstreren dat wij toonbeelden van christelijke hoop zijn.

In ons bestaan flakkert, als het goed is, altijd de vlam van de levensvreugde. Daarom maken we het leven graag aangenaam voor elkaar. Paulus vat in Galaten 5 onze taak kort samen: “Want de hele wet wordt in één woord vervuld, namelijk hierin: U zult uw naaste liefhebben als uzelf”[1].

Wij hebben alle gelegenheid om elkaar die liefde te geven. Wij leven in vrijheid, schrijft Paulus aan zijn lezers. Wij zijn van schuld vrijgesproken. Jezus Christus heeft onze schuld betaald. Wij kunnen herademen. Er is niets meer dat ons tegenhoudt om blijmoedig verder te gaan met leven!
Geloof maar in het levensreddende werk van Jezus Christus.
Dat geloof wordt vooral zichtbaar in de liefde die wij voor elkaar tonen.
In en rondom de kerk is het daarom een en al bedrijvigheid. De mensen zijn volop actief. Want zij zijn vrij!

Maar dat weet de duivel natuurlijk ook. Daarom doet hij z’n best om in kerkelijk Nederland twist en tweedracht te zaaien. Dat lukt hem bij tijd en wijle aardig goed. Paulus geeft een dringend advies aan Timotheüs: “Geef acht op uzelf en op de leer. Volhard daarin. Want wanneer u dat doet, zult u zowel uzelf behouden als hen die u horen”. Dat is een goed advies aan voorgangers. Maar ook gewone gemeenteleden kunnen er zeker hun winst mee doen.
Ach, wij kunnen ons soms zo alleen voelen. Is er niemand meer in de buurt die dezelfde strijd voert als wij? Jawel. Als het hierom gaat snoert Petrus ons in in zijn eerste algemene brief de mond: “Wees nuchter en waakzaam; want uw tegenpartij, de duivel, gaat rond als een brullende leeuw, op zoek naar wie hij zou kunnen verslinden. Bied weerstand aan hem, vast in het geloof, in de wetenschap dat hetzelfde lijden ook aan al uw broeders in de wereld opgelegd wordt”. Het kan heel best zo wezen dat u zich alleen voelt. Maar de werkelijkheid is dat er nog veel meer mensen in de werelds zijn die, mutatis mutandis, dezelfde strijd voeren.  
En er is nog iets. Die twist en tweedracht komen voort uit de tijdnood die de satan heeft. Hij weet het wel: het moet nu gebeuren, want straks kan het niet meer. Denkt u in dit verband maar aan die bekende woorden uit Openbaring 12: “Wee hun die de aarde en de zee bewonen, want de duivel is naar beneden gekomen, naar u toe, in grote woede, omdat hij weet dat hij nog maar weinig tijd heeft”[2].

Bij dit alles komt nog dat Nederland momenteel van crisis naar crisis hobbelt. Er is een stikstofcrisis, een gascrisis, een opvangcrisis – kortom: wij gaan van crisis tot crisis steeds voort.
In die situatie kan men de wenkbrauwen fronsen. Lief zijn voor elkaar? Dat is toch geen doen? Het tegendeel is toch waar? Het komt er, kort samengevat, op neer, dat wij haar op de tanden moeten hebben om ons staande te houden in deze woelige wereld.
Tenminste… zo lijkt het.
Want de apostel Paulus schrijft nog wat meer aan de christenen in Galatië. Leest u maar even mee: “Maar als u elkaar bijt en verslindt, pas dan op dat u niet door elkaar verteerd wordt. Maar ik zeg: Wandel door de Geest en u zult zeker de begeerte van het vlees niet volbrengen. Want het vlees begeert tegen de Geest in, en de Geest tegen het vlees in; en die staan tegenover elkaar, zodat u niet doet wat u zou willen. Als u echter door de Geest geleid wordt, bent u niet onder de wet”.   

Wij hebben door het werk van de Heilige Geest alle vrijheid om elkaar liefde te geven. Die liefde merken wij niet alleen in de kerk. De warmte daarvan straalt ook naar buiten.
In verband daarmee citeer ik graag een stukje uit een al wat oudere brochure van de Staatkundig Gereformeerde Partij: “De norm voor het gebruik van de vrijheid is het nut, dat de naaste dient. De naaste is wezenlijk in het christelijk ethos. Hij hangt er maar niet bij, doordat wij zelf eerst een ruime plaats gekregen hebben. Hij is niet de stof voor de verwerkelijking van mijzelf. Zijn leven is niet het veld dat mij dient als oefenterrein voor de realisering van mijzelf. Mens-zijn is niet denkbaar zonder de gemeenschap met anderen. Het feit dat ik er ben is te danken aan de gemeenschap van mijn ouders. Ik ben op de ander aangewezen. Dat is geen knellend juk, maar een lichte last”.
Paulus schrijft: “De vrucht van de Geest is (…): liefde, blijdschap, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid, zelfbeheersing”.
Wie die vrucht dagelijks gebruikt, ziet de vlam van de levensvreugde oplaaien. Hij slaagt er vast en zeker in zijn omgeving te verwarmen![3]

Noten:
[1] Galaten 5:14.
[2] In deze alinea citeer ik 1 Timotheüs 4:16, 1 Petrus 5:8,9 en Openbaring 12:12.
[3] Het citaat uit de SGP-brochure komt uit: Prof. Dr. A. Troost, Prof. Dr. W.H. Velema, “Hedendaagse ethiek in het licht van het Nieuwe Testament”. – Amsterdam: Buijten & Schipperheijn, 1971. – 31 p. (OK-katern 8).  – citaat van p. 22. Verder citeer ik Galaten 5:22.

29 juni 2022

De Verbondsgod is trouw

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

De Here leert ons wat bekering is. We leren dat we ons steeds weer naar onze Here moeten toekeren. Wij leren om onze zonden te belijden.
De bekering is een werk van Gods Heilige Geest. Uit onszelf keren wij ons niet om. Uit onszelf lopen wij bij de hemelse God vandaan. Maar Gods Geest komt in onze harten wonen. Wij worden vol van Hem. De Heilige Geest wordt uitgestort. ‘Wij krijgen de volle laag’, zei een dominee eens.
Dat is een werk dat even prachtig als krachtig is! In de Dordtse Leerregels lezen wij: “Daardoor worden allen bij wie God op deze bewonderenswaardige wijze in het hart werkt, volstrekt zeker en met kracht wedergeboren en gaan zij metterdaad geloven. En wanneer de wil vernieuwd is, wordt hij niet alleen door God geleid en bewogen; maar door God in beweging gebracht, werkt hij ook zelf. Daarom wordt terecht gezegd dat de mens zelf gelooft en zich bekeert door de genade, die hij ontvangen heeft”. Wat een ommekeer!
In die ommekeer zorgt Gods Geest er ook voor dat we de waarde van Christus’ reddingswerk steeds weer en steeds meer gaan zien. Wij beseffen dat wij ten diepste sterk vervuilde, ja ellendige mensen zijn.
Echter – dwars door alles heen flonkert het Evangelie: Gods Zoon ging voor onze zonden boeten. Hij heeft voor onze zonden betaald!
Dat is een deel van de de achtergrond van Zacharia 12: “Maar over het huis van David en over de inwoners van Jeruzalem zal Ik de Geest van de genade en van de gebeden uitstorten. Zij zullen Mij aanschouwen, Die zij doorstoken hebben. Zij zullen over Hem rouw bedrijven, als met de rouwklacht over een enig kind; en zij zullen over Hem bitter klagen, zoals men bitter klaagt over een eerstgeborene”.
Maar er is meer[1][2].

Wij zien in Zacharia 12 eerst en vooral activiteit van de God van het verbond. Hij maakt de historie.
Letterlijk.
Zacharia 12 begint ook met dat Goddelijke scheppingswerk. De profeet spreekt over de Here “Die de hemel uitspant, de aarde grondvest en de geest van de mens in zijn binnenste vormt”. De profeet wijst op Gods magnifieke scheppingswerk. Daar begint de historie. En Hij is er dus vanaf het begin bij![3]

Zacharia zegt: “Zie, Ik ga Jeruzalem maken tot een bedwelmende beker voor alle volken rondom…”. Het drinken van die beker zal resulteren in een sfeer van schaamte, desoriëntatie en vernietiging.
Al die volken trekken samen op.
Zij hadden samen een verbond gesloten. In gezamenlijkheid zou het, naar men verwachtte, wel lukken om dat volk van God een kopje kleiner te maken. Welnu, de God van het verbond proclameert: het resultaat van die roemruchte samenwerking zal niet minder dan een puinhoop wezen![4]  

Hoe kan dat?
Jeruzalem, de kerkstad, wordt een onneembare vesting. Jeruzalem, en de complete regio daaromheen, wordt veilig gebied.
De paarden worden schichtig.
De ruiters die op die paarden zitten worden stapelgek.
Dat komt omdat de hemelse God een vuur ontsteekt. En dat is geen gezellig kampvuurtje. Welnee. Het is een uitslaande brand. Van al die naties die tegen het door God uitgekozen volk optrokken blijft hoegenaamd niets over. Leest u maar mee: “Op die dag zal Ik de leiders van Juda maken als een vuurbekken in een stapel hout en als een brandende fakkel in een graanschoof. Rechts en links zullen zij al de volken rondom verteren en Jeruzalem zal nog op zijn plaats blijven, in Jeruzalem”.

De Here toont dat Hij de God van het verbond is.
Zacharia zegt namens de Here: “Op die dag zal de Heere de inwoners van Jeruzalem beschermen. Wie onder hen wankelt, zal op die dag als David zijn, en het huis van David zal zijn als goden, als de Engel van de Heere voor hun ogen”.
Die term ‘huis van David’ brengt ons bij 2 Samuël 7. In dat hoofdstuk wordt het erfelijk koningschap aan David toegezegd. De Here spreekt onder meer tegen David uit: “Wanneer uw dagen voorbij zijn en u met uw vaderen ontslapen bent, zal Ik uw nakomeling na u, die uit uw lichaam voortkomt, doen opstaan en Ik zal zijn koningschap bevestigen. Die zal voor Mijn Naam een huis bouwen, en Ik zal de troon van zijn koningschap voor eeuwig bevestigen. Ík zal hem tot een Vader zijn, en híj zal Mij tot een zoon zijn, wat wil zeggen: als hij zich misdraagt, zal Ik hem terechtwijzen met een stok als van mensen en met slagen als van mensenkinderen. Maar Mijn goedertierenheid zal van hem niet wijken, zoals Ik die deed wijken van Saul, die Ik voor uw ogen weggenomen heb. Uw huis en uw koningschap zullen voor uw ogen voor eeuwig vaststaan, uw troon zal voor eeuwig zeker zijn”.
Het verbond dat God van hemel en aarde sluit blijkt in Zacharia 12 nog altijd geldig te zijn.
De leiders van het volk krijgen een glorieuze plaats.
De Verbondsgod kiest alweer partij voor het volk dat Hij eertijds uitgekozen heeft![5] 

De hemelse God pakt de zaak rigoureus aan!
Want: “Op die dag zal het gebeuren dat Ik alle heidenvolken die tegen Jeruzalem oprukken, zal willen wegvagen”.
Voor God is het simpel: tegenstanders? – weg ermee! Maar Zijn kinderen? Daarvoor is Hij een voortdurende bron van genade. Aan hen geeft Hij Zijn Heilige Geest om de gebeden te ondersteunen.
Maar Hij is wel de Verbondsgod.
In dat Verbond mag Hij ook het een en ander van ons eisen. Wat dan?
Wij worden “geroepen en verplicht tot een nieuwe gehoorzaamheid. Dit betekent dat wij deze enige God, Vader, Zoon en Heilige Geest, aanhangen, vertrouwen en liefhebben met heel ons hart, met heel onze ziel, met heel ons verstand en al onze krachten. Het betekent ook dat wij met de wereld breken, onze oude natuur doden en godvrezend leven”.
En wat doen wij dan als dat alles faliekant mislukt?
Wat doen wij als voor de zoveelste keer tegen Gods wet ingaan?
Dan moeten wij “niet wanhopen en al evenmin in de zonden blijven liggen. Want de doop is een zegel en een volkomen betrouwbaar getuigenis dat wij een eeuwig verbond met God hebben”.
Herkent u het Gereformeerde formulier voor de heilige doop?[6]

Onze God is vanaf het begin in ons aller leven. En Hij zal tot in eeuwigheid bij ons blijven.
Dat geldt op alle plaatsen en in alle tijden. Dat geldt ook in 2022[7][8].

Noten:
[1] In deze artikel citeer ik woorden artikel 12 uit de Dordtse Leerregels, hoofdstuk III/IV. Uit Gods Woord citeer ik Zacharia 12:10.
[2] Dit artikel is het resultaat van een verdere doordenking van een preek van dominee C. Koster over Zacharia 12:10. Dominee Koster is predikant van De Gereformeerde Kerk te Lansingerland. De preek werd gelezen op zondagmorgen 26 juni 2022 in de Goede Herderkerk te Bedum.
[3] In deze alinea citeer ik Zacharia 12:1.
[4] In deze alinea citeer ik Zacharia 12:2 a.
[5] In deze alinea citeer ik achtereenvolgens Zacharia 12:6, Zacharia 12:8 en 2 Samuël 7:12-16.
[6] In deze alinea citeer ik Zacharia 12:9. En ook een passage uit het “Formulier voor de bediening van de heilige doop aan de kinderen van de gelovigen”. Het citaat staat op p. 513 van het Gereformeerd Kerkboek-1986.
[7] In dit artikel maakte ik onder meer gebruik van https://jwjtreur.blogspot.com/2014/01/bijbelstudie-zacharia-12.html ; geraadpleegd op dinsdag 28 juni 2022.
[8] Bij het schrijven van dit artikel maakte ik dankbaar gebruik van opmerkingen van mijn vader, H.P. de Roos te Haren. Hij wees op het belang van het verbond in Zacharia 12.

28 juni 2022

Ter verantwoording geroepen

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Het tweede gebod van Gods wet heeft iets opmerkelijks. In Exodus 20 staat het zo: “U zult voor uzelf geen beeld maken, geen enkele afbeelding van wat boven in de hemel, of beneden op de aarde of in het water onder de aarde is. U zult zich daarvoor niet neerbuigen, en die niet dienen, want Ik, de Heere, uw God, ben een na-ijverig God, Die de misdaad van de vaderen vergeldt aan de kinderen, aan het derde en vierde geslacht van hen die Mij haten, maar Die barmhartigheid doet aan duizenden van hen die Mij liefhebben en Mijn geboden in acht nemen”.
Het gecursiveerde deel van bovenstaand citaat roept vragen op.
Welke vragen zijn dat? Dat zal hieronder blijken[1].

Wij lezen: de misdaad van de vaderen wordt vergolden.
Nu is het zo dat er in de jaren ’40/’50 van de vorige eeuw veel mensen waren die zich vrijmaakten in verband met onschriftuurlijke besluiten van een generale synode. Duizenden mensen gingen over tot reformatie. Wij moeten terug naar Gods Woord, zo werd gesteld.
Een heleboel van die vrijgemaakte mensen hebben kinderen. Maar die kinderen gaan heel vaak niet in het spoor van de vaderen. Terwijl die vaderen niet zelden goede voorbeelden waren. Moeten er misdaden van onze vaderen vergolden worden? Welke misdaden zijn dat dan? Onze ouders gaven toch veelal het goede voorbeeld?
Laten wij eerlijk zijn – in de afgelopen decennia bleven er eigenlijk maar weinig Gereformeerden over. In Exodus 20 lezen we dat de hemelse God barmhartig is voor duizenden van hen die Mij liefhebben. Waar zijn die duizenden mensen dan? En wie zijn dat?[2]

Het bovenbeschreven probleem is niet nieuw. Schrijver dezes is niet de eerste die er aandacht voor heeft.
In de wetenschappelijke wereld zijn er nogal eens discussies over.
Leest u maar even mee.

De Herziene Statenvertalers tekenen bij Exodus 20:5 aan: “De HSV heeft getracht om in dit bekende en in de kerkelijke liturgie zo vaak gebruikte Bijbelgedeelte zo dicht mogelijk bij de SV te blijven. Een andere mogelijke vertaling is ‘ijverend’. Het gaat er in dit vers namelijk om dat God ijvert (dat wil zeggen: opkomt) voor Zijn eer. Een andere mogelijke vertaling is: … aan het derde en vierde geslacht, aan hen die Mij haten. Het gaat hier om die nakomelingen die, net als hun voorouders, afgoderij bedrijven”.
In juni 2019 staat in het Reformatorisch Dagblad te lezen dat vanuit het Nederlands Bijbelgenootschap wordt gezegd: “Er zou – in aansluiting bij ‘recente internationale studies’ – ruimte zijn voor een andere vertaling: ‘ter verantwoording roepen’. Dit laat volgens de vertaler de gedachtegang van Exodus intact en komt tegemoet aan de ingebrachte kritiek. Over het vertaalvoorstel wordt in het najaar een besluit genomen”.
En inderdaad – in de Nieuwe Bijbelvertaling-2021 wordt geformuleerd: “Als ouders Mij haten en zondigen, roep Ik hun kinderen daarvoor ter verantwoording, tot in het derde en vierde geslacht”[3].

Het moge duidelijk zijn: God Zelf komt voor Zijn naam op!
Waarom doet Hij dat?
Antwoord: omdat Hij daar het recht toe heeft. Hij heeft ons geschapen. Hij heeft er recht dat Hem eer bewezen wordt.
Denkt u maar Exodus 34. Hij is het “Die goedertierenheid blijft bewijzen aan duizenden, Die ongerechtigheid, overtreding en zonde vergeeft, maar Die de schuldige zeker niet voor onschuldig houdt en de ongerechtigheid van de vaders vergeldt aan de kinderen en kleinkinderen, tot in het derde en vierde geslacht”[4].  

In oktober 2021 schreef mevrouw Dobbe-Bakker in De Wekker, het officiële blad van de Christelijke Gereformeerde Kerken: “In Exodus 20:5-6 zegt God dat Hij ongerechtigheid bezoekt tot in het derde en vierde geslacht, maar Zijn barmhartigheid rijkt vele malen verder, die is aan duizenden van wie Hem liefhebben en Zijn geboden in acht nemen. Een misstap begaan in het voorgeslacht woekert voort, maar waar barmhartigheid is, waar onrecht wordt rechtgezet, wordt het voortwoekeren doorbroken en is herstel mogelijk. Als volwassen kind kun je negatieve dingen uit de familie opheffen, stoppen. Het is God de Vader Die kracht geeft tot dat herstel, Hij moedigt ons ertoe aan”.
Ook zo, op deze troostvolle wijze, komt God Zelf komt voor Zijn naam op[5].

Aan alle heilbegerige kerkmensen van nu stelt Hij indringende vragen.
Namelijk deze: beseft u dat in uw voorgeslacht mensen maar al te vaak van Mijn weg afgeweken zijn? en: blijft u op de weg die Ik u wijs? De gelovigen van 2022 hebben een grote verantwoordelijkheid. Voor zichzelf en voor de zonden van hun voorgeslacht. Inderdaad – wij kunnen dat niet allemaal overzien. Maar Exodus 20 wijst ons wel op een plicht die wij makkelijk uit het oog verliezen: wees altijd bereid tot reformatie. Exodus 20 streept bovendien een veel gehoord gezegde uit onze woordenboeken weg. Namelijk dit: vroeger was alles beter…
Wij worden ter verantwoording geroepen. Dat gebeurt in deze tijd. Maar de zonden in vroegere periodes van de geschiedenis tellen helemaal mee!
Dat gebeurt niet om ons te beangstigen.
Dat doet God zo om ons ervan te doordringen dat onze God alle recht heeft op alle mogelijke eerbewijzen van onze kant.

Professor dr. J. Hoek schreef in november 2017 behartenswaardige woorden naar aanleiding van Exodus 20:5.
Er wordt, zo maakt de schrijver duidelijk, in dat hoofdstuk geen handel gedreven. Zo van: als u dit consequent blijft doen, dan krijgt u van mij…
Professor Hoek schrijft: “Een indringende waarschuwing zoals Exodus 20:5 heeft niets te maken met een economische transactie. God komt hier naar voren als de zorgzame Bruidegom van Israël Die Zijn volk wil bewaren voor het onheil dat de afgoden daarover zullen brengen.
Het kostbare Evangelie getuigt van Gods onvoorwaardelijke liefde in Christus. Als ik in oprecht geloof deze liefde proef, weet ik twee dingen: ik heb niets kunnen doen waardoor ik deze liefde verdiend zou hebben, én ik kan niets doen waardoor ik deze liefde zou kwijtraken!
Toch impliceert het belijden van Gods onvoorwaardelijke liefde geen alverzoening. Dat heeft Jezus, Die een en al liefde is, ook nooit geleerd. Wanneer kinderen zelf ervoor kiezen om hun liefdevolle ouders voorgoed de rug toe te keren, maken ze het zichzelf onmogelijk om voortaan nog van hun vaderlijke en moederlijke liefde te genieten. Ze sluiten zichzelf buiten dat licht en die warmte.
Zo geldt ook voor allen die het Evangelie horen de klemmende vraag: ‘Hoe zullen wij dan ontvluchten, als wij zo’n grote zaligheid veronachtzamen?’ (Hebreeën 2:3)”[6].

Nee, met het bovenstaande zijn niet alle vragen over het tweede gebod beantwoord.
Maar wij weten wel wat ons te doen staat.

Noten:
[1] Dit artikel is het resultaat van een verdere doordenking van een preek van dominee M.A. Sneep over Zondag 35 van de Heidelbergse Catechismus. Dominee Sneep is predikant van De Gereformeerde Kerk Groningen. De preek werd gehouden op zondagmiddag 19 juni 2022 in de Goede Herderkerk te Bedum.
[2] In deze alinea citeer ik Exodus 20:4-6.
[3] In deze alinea citeer ik uit: “NBG: Mogelijk hervertaling Exodus 20:5”. In: Reformatorisch Dagblad, woensdag 5 juni 2019, p. 18.
[4] Exodus 34:7.
[5] Het citaat in deze alinea komt uit: mw. drs. A.G. Dobbe-Bakker, “Familie (5) – In gesprek: de kinderen”. In: De Wekker, vrijdag 1 oktober 2021, p. 14,15. Mevrouw Dobbe is kerkelijk werker in CGK Veenendaal-Bethel.
[6] Prof. dr. J. Hoek, “Is Gods liefde wel onvoorwaardelijk?”. In: Reformatorisch Dagblad, zaterdag 11 november 2017, p. 17.

27 juni 2022

Galaten 3 in onze maatschappij

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Op school leren kinderen goed Nederlands en correct Engels. Zij leren rekenen. Zij oriënteren zich op de wereld. Zij leren te kijken naar kunst. Zij krijgen gymles.  
Dat is althans de bedoeling. Niet alle scholen doen dat goed. De regering moet soms ingrijpen. Hoever kan de regering daarin gaan?
In het Nederlands Dagblad staat te lezen: “De bewindsman wil tóch vergaande bevoegdheden om in te grijpen, ook wanneer geen sprake is van ‘structurele’ of ‘ernstige’ misstanden”.
Al lange tijd is dat in Nederland een punt van discussie. Parlementariërs zijn het op dit punt lang niet altijd met elkaar eens. Met name in de christelijke wereld is men bang voor misplaatst preventief ingrijpen. Dat kan zomaar leiden tot allerlei ruzies met schoolbestuurders. Al die onenigheden en onaangenaamheden vermijdt men liever.
Wat is de kernkwestie? Dat is deze: christelijke scholen willen de vrijheid houden om Schriftuurlijke waarden en normen uit te dragen[1].   

Het gaat dan dus om voluit christelijke normen. Normen dus die teruggaan op Jezus Christus.
Christenen – Gereformeerden incluis – willen hun kinderen leren dat Jezus Christus heel hun leven met hen meegaat. Reeds van jongsaf krijgen kinderen het mee: jullie hebben altijd en overal met Christus te maken. Jongeren, maar ook ouderen, moeten het gedurende heel hun aardse bestaan vasthouden: Jezus Christus heeft het op alle terreinen van het leven te zeggen.
Jezus Christus heeft de leiding in de geschiedenis. Hij is bezig op alle plaatsen in de wereld. Wij kunnen, als we goed kijken, Zijn werk terugzien in de natuur. Wij moeten ons ervan bewust zijn dat Hij ons de technische mogelijkheden geeft om allerlei dingen in de wereld te ontdekken en te ontwikkelen. We mogen aan elkaar laten zien hoe Jezus Christus met de mensen bezig is, en met de soms heel verschillende samenlevingen die er in de wereld zijn.
Jezus Christus is de Gezaghebbende in heel de wereld!

Daar wijst Paulus ook op in Galaten 3.
Paulus schrijft: vroeger, in het Israël van het Oude Testament, hield de wet van God de mensen op het rechte pad. Gods wet voedde de mensen op: zo moet u zich gedragen, zo moet u werken en actief zijn in de wereld. Maar nu staan de zaken anders. Jezus Christus is gekomen. Hij heeft geleden. Hij is gestorven. En Hij is weer opgestaan. Zo heeft Hij voor alle zonden betaald. Daarom draait nu alles om Zijn liefdevolle goedheid.
Die goedertierenheid is voor allerlei mensen in de wereld. Voor mensen van lager allooi. Voor mensen die zich, vanwege hun status in de samenleving, allerlei vrijheden kunnen permitteren. Voor mensen uit alle hoeken van de wereld: Gods volk bestaat niet meer alleen uit Israëlieten. Voor mannen en vrouwen – nee, vrouwen worden in de Bijbel niet achteruit gezet. Wereldburgers van beide geslachten, op alle plaatsen en in alle tijden, krijgen volop gelegenheid om zich aan te sluiten bij de Heiland. En als zij dat doen, is hun doop het ultieme bewijs van Gods blijvende zorg.
Die doop is het garantiebewijs: God sluit een verbond. Een verbond dat bol staat van genade. Een verbond waarin Hij zondige mensen tot Zijn kinderen aanneemt. Een verbond waarin Hij innerlijk vervuilde mensen erfgenamen maakt van de grootste schat die er in deze wereld is: zij gaan samen met de Heiland op weg naar een glorieuze toekomst – eeuwig leven, zonder smet of rimpel!
In Galaten 3 klinkt dat zo: “Want u allen die in Christus gedoopt bent, hebt zich met Christus bekleed. Daarbij is het niet van belang dat men Jood is of Griek; daarbij is het niet van belang dat men slaaf is of vrije; daarbij is het niet van belang dat men man is of vrouw; want allen bent u één in Christus Jezus”[2].

Als het gaat om ons burgerschap geldt ook: Jezus Christus is de Gezaghebbende, in de hemel en op de aarde.
Tegenwoordig zeggen de mensen: burgerschap heeft te maken met betrokkenheid op elkaar. En: burgerschap heeft te maken met de normen van een democratische rechtsstaat. En: burgerschap houdt verband met vrijheid van meningsuiting. En: burgerschap heeft te maken met gelijkwaardigheid.
Dat klinkt prachtig. Maar dat wil niet zeggen dat alle mensen gelijk zijn. In feite worden alle mensen in twee afdelingen verdeeld: vóór of tegen Christus. De vraag is: nemen de mensen Jezus Christus aan als hun Redder, of niet? Daar staat of valt alles mee!
Tegenwoordig lijkt het wel of burgerschap betekent: alle burgers hangen het standpunt van de meerderheid aan. Dat lijkt met name te gelden als het om opvattingen rond seksuele diversiteit, man-vrouwverhoudingen, culturele diversiteit en verdraagzaamheid gaat. Als ‘burgerschap’ die kant op gaat, wordt het tijd om luidkeels te protesteren! Wie spreekt over een pluriforme samenleving moet beseffen dat christenen alle recht van spreken hebben!
Laten wij het gevaar van dat meerderheidsstandpunt niet onderschatten. Terecht schrijft B.J. Spruijt: “Als doelstellingen niet ter discussie mogen staan, als critici de mond moet worden gesnoerd, als kritische vragen uit den boze zijn, en als grote beslissingen zonder een fatsoenlijk maatschappelijk of politiek debat worden doorgevoerd – dan is er inderdaad sprake van een ideologie”[3].

Laten alle christenen beseffen dat christen-zijn niet simpelweg een ideologie is.
Nee, wij geloven in Jezus Christus – in de waarde van het reddingswerk dat Hij voor ons deed, en in de beloften die Hij aangaande de toekomst gegeven heeft!
Gelovigen hebben zich, zegt Galaten 3, met Christus bekleed. Dat betekent daar: “De vuile kleren worden uitgetrokken en God geeft in plaats daarvan feestkleding. Het heil van God is een gave van Gods kant, die je als een kleed persoonlijk krijgt aangedaan. Dat kleed omvat je helemaal en je zult het met dat kleed nu voortaan moeten doen. Zo moeten de Galaten zien dat ze aan Christus verbonden zijn en het nu voortaan van Hem alleen moeten verwachten”.
Vandaag is dat alleszins actueel. Ook anno Domini 2022 moet de kerk, terwijl zij midden in de maatschappij staat, blijven belijden: Jezus Christus is de Gezaghebbende in heel de wereld![4]

Noten:
[1] In deze alinea citeer ik uit: “Kamerleden uiten zorgen over vergaand ingrijpen op scholen”. In: Nederlands Dagblad, vrijdag 17 juni 2022, p. 2.
[2] In deze alinea citeer ik Galaten 3:27,28.
[3] In deze alinea gebruik ik https://www.cedgroep.nl/themas/artikel/burgerschap en https://www.onderwijstalenten.nl/nieuws/christelijke-scholen-bezorgd-om-nieuwe-wet-burgerschapsonderwijs/ . Geraadpleegd op vrijdag 17 juni 2022. Het citaat van B.J. Spruijt komt uit: Reformatorisch Dagblad, vrijdag 17 juni 2022, p. 2 [rubriek: Zogezegd].
[4] In deze alinea citeer ik uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Galaten 3:27.

24 juni 2022

Aan alle rustzoekers

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

In dit artikel gaan we naar Gadara. Of, om met Lucas 8 te spreken: het land van de Gadarenen.
Wie zijn die Gadarenen? Dat zijn de inwoners van Gadara, een stad in het Overjordaanse, een kilometer of 9 ten zuidoosten van de kust van het meer van Galilea.
In de stad en het gebied eromheen loopt iemand die bezeten is. Zijn leven wordt door vele duivels ‘bewoond’. Zodoende gedraagt de man zich buitengewoon agressief. Met een ongelooflijke kracht verzet hij zich tegen alles en iedereen.
In reactie daarop laat Jezus Christus, de Heiland van deze wereld, Zijn macht zien. En die gaat ver boven satanische energieën uit. Wij lezen: “Jezus vroeg hem: Wat is uw naam? Hij zei: Legio; want er waren veel demonen in hem gegaan. En zij smeekten Hem dat Hij hun niet zou bevelen in de afgrond te gaan. En er was daar een grote kudde varkens aan het weiden op de berg. Zij smeekten Hem dat Hij hun zou toestaan daarin te gaan. En Hij stond het hun toe. En de demonen gingen uit de man weg en gingen in de varkens; en de kudde stortte van de steilte af het meer in, en verdronk”[1].

Een legioen soldaten – dat zijn in die tijd zo’n 6000 militairen. Het bestaan van deze man is dus geheel en al bezet gebied.
Het is bij de duivels van stonde aan duidelijk: tegen de hemelse energie van de Heiland kunnen zij echt niet op. Maar zij smeken om niet in de afgrond te hoeven gaan. Waarom is dat eigenlijk zo erg? Antwoord: die duivels weten dat zij daar moeten wachten op het eindoordeel van de Almachtige, die ook de afgrond regeert. Denkt u maar aan 2 Petrus 2. Daar wordt geschreven over de engelen die gezondigd hebben, in de hel geworpen zijn en overgegeven werden aan de ketenen van de duisternis om tot het oordeel bewaard te worden. De trawanten van de satan weten het zeker – zij zullen hun straf niet ontlopen; maar als zij de pijnigingen nog even kunnen uitstellen, dan graag… De varkens vragen nederig of zij in de varkens mogen gaan. Die varkens waren onreine dieren. Zie bijvoorbeeld Leviticus 11: ”… het varken, want dat heeft wel gespleten hoeven; de hoef is in tweeën gespleten, maar het herkauwt het gekauwde niet; dat is voor u onrein. Van hun vlees mag u niet eten en hun kadavers niet aanraken; ze zijn voor u onrein”.
In de varkens? – dat staat Jezus toe.
In een Studiebijbel staat bij deze passage geschreven: “Het aldus overeengekomen vonnis voltrekt zich: de demonen gaan uit van de man, zodat hij bevrijd wordt, en gaan in de varkens. Onmiddellijk is de uitwerking hiervan duidelijk zichtbaar voor allen die erbij zijn; even later blijkt dat de man niet meer agressief is en niet meer schreeuwt, voor de varkens daarentegen geldt het tegendeel. Op het moment dat zij bezeten worden door de onreine geesten, vertonen ze hetzelfde agressieve en ontembare karakter dat de man tot die tijd steeds vertoonde”[2].

Wat is er van al die dienaars van de satan geworden?
Dat staat er niet bij.
Voor Bijbellezers van 2022 is dat niet belangrijk. Zij zijn uit ons beeld verdwenen. Wij hoeven niet meer aan hen te denken.
Voor Gereformeerde mensen geldt: wie Jezus Christus volgt ontvangt rust.
De satan probeert op allerlei manieren om die rust te doorbreken. De zondag als rustdag staat onder druk. Als onze medemensen al rust zoeken, dan zoeken zij die niet in de kerk. Nee, zij zoeken ontspanning en rust op het sportveld. Of in de natuur.
Waar vinden wij nog meer rust? In de thuissituatie, als het goed is. Maar heel veel huwelijken lopen stuk. Op een website wordt geopperd dat we te maken krijgen met ‘uitgestelde scheidingen’. “Fysiek contact om de scheiding te regelen is (…) niet noodzakelijk in deze moderne tijd. Het is nu namelijk makkelijker dan ooit om de scheiding online te regelen.
Nog een mogelijke verklaring voor het uitstelgedrag van scheidingen anno 2021, is de huizenmarkt. Zoals nu al geruime tijd het geval is staat deze onder druk, en zijn de prijzen de afgelopen jaren sterk gestegen, wat het niet makkelijker maakt”. Het huwelijk is steeds vaker een min of meer zakelijke verbintenis, waarbij men er soms zelfs rekening mee houdt dat het huwelijk niet langer dan 10, 15 jaar stand houdt. En dan hebben wij nog met geen woord gerept over de genderideologie. Laten wij het zonder aarzeling benoemen: als het om deze dingen gaat heerst er een satanische geest in Nederland.
Welnu, daartegenover zet Jezus Christus, onze Heiland, Zijn trouw. Hij demonstreert Zijn macht. Zijn oproep luidt: volg Mij; dan wordt het, ondanks alle drukte in uw leven, veel rustiger in uw bestaan![3] 

Noten:
[1] In deze alinea, en ook in het onderstaande, gebruik ik de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Lucas 8:26-39. Uit Gods Woord citeer ik Lucas 8:30-33.
[2] In deze alinea gebruik ik 2 Petrus 2:4. Uit Gods Woord citeer ik Leviticus 11:7,8.
[3] In deze alinea gebruik ik https://www.judex.nl/rechtsgebied/familie-echtscheiding/columns/nationale-echtscheidingsmonitor-2021/ ; geraadpleegd op donderdag 16 juni 2022.

23 juni 2022

Bij het protest der boeren

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Veehouders hebben het in onze tijd zwaar te verduren. Er is, vanuit de leunstoel bezien, weinig perspectief voor de boeren. Na de schaalvergroting en de innovatie is het nu – vanwege het stikstofbeleid – tijd voor schaalverkleining. De agrariërs voelen zich zeer onrechtvaardig behandeld. Een boer zegt: “En dan te bedenken dat er een oorlog woedt en er een hongersnood op de loer ligt”.
Men spreekt over emissie-reductiedoelstellingen.
De regering heeft een kaart gemaakt. Die kaart veroorzaakt commotie en emotie. Iemand schrijft: “Het kaartje met ‘richtinggevende emissiereductiedoelstellingen’ dat de commotie veroorzaakt, bevat precieze getallen van 12, 47, 58, 70 en 95 procent. De waarden tot 58 procent zijn gebaseerd op het halen van bepaalde ammoniakreductiedoelen; die van 70 en 95 procent op heel hoge reductie in de buurt van Natura 2000-gebieden. De effectiviteit van die aanpak is nergens onderbouwd”.
En:
“Maar een benadering met minder grote verschillen in reductiepercentages (bijvoorbeeld in vier klassen van 20 tot 70 procent) in grotere deelgebieden is om meerdere redenen verstandiger dan de huidige aanpak van zeer precieze reducties in veel deelgebieden met grote verschillen op heel korte afstand. De ondergrens van 20 procent is met relatief eenvoudige en betaalbare maatregelen te halen zonder het inkrimpen van de veestapel. De hogere percentages komen dan in gebieden met een toenemende opgave.
Minder klassen en grotere gebieden zijn ook logisch gezien de grote opgaves die er liggen op het gebied van klimaat, wat veel minder een regionale opgave is. Ten slotte zal het ook juridisch tot minder hoofdbrekens leiden. Ook bij deze aanpak is het overigens onvermijdelijk dat de boerensector in gebieden met de hoogste reductiedoelstelling moet inkrimpen. Want innovatie en techniek alleen zijn niet voldoende”[1].

De schrijver van deze weblog is geen boer. Hij is slechts een meelevende en zeer geïnteresseerde buitenstaander.
Duidt het schrijver dezes daarom niet euvel als hij opschrijft dat het huidige regeringsbeleid en staaltje van onnadenkend paniekvoetbal is. De regering beseft dat zij in het verleden te vaak en op teveel gebieden schaalvergroting heeft toegestaan. De bedrijfsvoering moest diervriendelijker worden.
Vanwege de stikstofcrisis moet er nu hard ingegrepen worden.
Hoe en waar doet de regering dat? Zij doet dat, zo lijkt het, in de sectoren die het makkelijkst aan te pakken zijn. Het aanpakken van sectoren als de luchtvaart en het wegtransport is klaarblijkelijk veel moeilijker.
Is het een wonder dat de agrariërs zich onrechtvaardig behandeld voelen?

De protesten van de boeren brengen ons vandaag bij Psalm 104:
“Zij allen wachten op U,
dat U hun voedsel geeft op zijn tijd.
Geeft U het hun, zij verzamelen het,
doet U Uw hand open, zij worden met het goede verzadigd.
Verbergt U Uw aangezicht, zij worden door schrik overmand,
neemt U hun adem weg, zij geven de geest
en keren terug tot hun stof.
Zendt U Uw Geest uit, dan worden zij geschapen
en vernieuwt U het gelaat van de aardbodem.
De heerlijkheid van de Heere zij voor eeuwig,
laat de Heere Zich verblijden in Zijn werken”[2].

Wie geeft ons het voedsel voor elke dag? De boer? Psalm 104 leert ons dat God ons het voedsel geeft. De boeren en alle andere leveranciers die in de agrarische sector werkzaam zijn zijn met z’n allen instrumentarium in Gods hand. Vanuit de hemel worden ook de landbouwers aangestuurd.
God doet Zijn hand open.
God doet soms Zijn hand dicht.
Als de Koning van de kosmos Zich terugtrekt is heel de schepping tot de ondergang gedoemd.
Als de Koning van hemel en aarde Zijn Geest erop uitstuurt gebeuren er wonderen. Scheppingswonderen!

Wat staat de burgers in deze wereld te doen?
Wij moeten de Heer van hemel en aarde laten gloriëren. Wij moeten Hem eren waar en wanneer dat maar mogelijk is. De vraag is: doen we dat, zoals dat gisteren gebeurde, door een grote demonstratie in Stroe, op de Veluwe? Feit is dat zo’n demonstratie opvalt, ook in regeringskringen. Maar zou het beleid daardoor een grote verandering ondergaan? Nee. Het meeste beleidswerk gebeurt in vergaderzalen. Het meeste beleidswerk gebeurt in ordelijk overleg. Over beleidszaken moet goed nagedacht worden. En daarna moet er zo eerlijk mogelijk gehandeld worden. 

Laten wij de Here bidden om wijsheid voor regeerders.
Laten wij de Here bidden om rust voor de agrariërs.
Laten wij de Here bidden om ons te verzorgen met alles wat wij voor ons lichaam nodig hebben.
Laten wij erkennen dat onze God de enige oorsprong van al het goede is. Hij moet ons rust geven. Hij moet ons wijsheid geven. Hij moet ons de kracht geven om door te gaan.
Wij moeten onze keuzes in het leven zo maken dat de hemelse God er blij van wordt, zegt Psalm 104.
Laten wij ons vertrouwen stellen op onze goede God.
Laten wij bidden om Gods zegen[3].

Noten:
[1] Wim de Vries, “Maak kabinetsplannen voor emissiereductie uitvoerbaar”. In: Reformatorisch Dagblad, maandag 20 juni 2022, p. 20,21.
[2] Psalm 104:27-31.
[3] In deze alinea gebruik ik Zondag 50, antwoord 125 uit de Heidelbergse Catechismus.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.