gereformeerd leven in nederland

29 juli 2022

Bemoediging

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

Jezus is de Redder van de wereld. Wij mogen Zijn liefde verspreiden en op die manier Zijn voorbeeld volgen. Christus’ volgelingen worden gemobiliseerd. Wij worden ingelijfd in het leger van Zijn dienaren.
Die dienst is mooi.
Die dienst geeft hoop.
Die dienst bemoedigt ons.
De apostel Paulus schrijft in zijn eerste brief aan de christenen in Thessalonica ook over bemoediging.
Hij doet dat in hoofdstuk 5.
“Maar laten wij, die van de dag zijn, nuchter zijn, bekleed met het borstharnas van geloof en liefde, en met de hoop op de zaligheid als helm. Want God heeft ons niet bestemd tot toorn, maar tot het verkrijgen van de zaligheid, door onze Heere Jezus Christus, Die voor ons gestorven is, opdat wij, hetzij wij waken, hetzij wij slapen, samen met Hem zouden leven. Bemoedig elkaar daarom, en bouw de één de ander op, zoals u trouwens al doet”.
Even verder:
“En wij roepen u ertoe op, broeders, hen die ordeloos leven terecht te wijzen, de moedelozen te bemoedigen, de zwakken te ondersteunen, en met allen geduld te hebben”.
Gereformeerden mogen en moeten elkaar moed inspreken. Het leven is niet hopeloos. Het leven houdt niet op bij onze eigen vierkante meters[1].

Geloof en liefde, dat moet onze inborst zijn. Geloof en liefde, die moeten wij dagelijks in het hart dragen. Als wij dat doen volgen wij het voorbeeld van Jezus Christus, onze Heiland. Want Hij deed dat ook zo.
Jesaja profeteert daar al over in het Oude Testament: “Want Hij trok de gerechtigheid aan als een harnas en zette de helm van het heil op Zijn hoofd. Het gewaad van de wraak trok Hij aan als kleding en Hij hulde zich in de na-ijver als mantel”.
Die woorden spreekt Jesaja in hoofdstuk 59 uit in het kader van een vermaning. Waarom moet Israël – zeg maar: de kerk van het Oude Testament – vermaand worden? Antwoord: Israël houdt zich keurig aan allerlei godsdienstige rituelen, maar de gerechtigheid is onder het volk ver te zoeken.
Wat betekent dat?
De Christelijke Gereformeerde predikant A.G.M. Weststrate schreef daar eens over: “Wat is gerechtigheid? Heel eenvoudig gezegd: gerechtigheid is doen wat van je verwacht mag worden. Om het met een voorbeeld duidelijk te maken: Een pen is gemaakt om te schrijven. Een pen die niet schrijft, zou in dat opzicht dus onrechtvaardig genoemd kunnen worden. Een horloge is gemaakt om de tijd af te lezen. Werkt het naar behoren, dan zou dat gerechtigheid genoemd kunnen worden. Een mens is gemaakt om God te loven en te dienen. Een mens die God niet looft en dient, moet dus onrechtvaardig heten. We zijn geroepen elkaar lief te hebben als onszelf. Doen we dat niet, dan is dat dus geen gerechtigheid. Gerechtigheid betekent ook recht staan tegenover de Heere”.
Laten wij elkaar moed inspreken.
Laten wij elkaar stimuleren om recht te doen. Niet alleen maar van de buitenkant, maar van binnenuit. Laat onze dienst aan God welgemeend zijn, en niet slechts voor de vorm[2].

Onze dienst aan God is in feite ook krijgsdienst. Paulus maakt dat helder in in Efeziërs 6: “Want wij hebben de strijd niet tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers van de duisternis van dit tijdperk, tegen de geestelijke machten van het kwaad in de hemelse gewesten. Neem daarom de hele wapenrusting van God aan, opdat u weerstand kunt bieden op de dag van het kwaad, en na alles gedaan te hebben, stand kunt houden. Houd dan stand, uw middel omgord met de waarheid, en bekleed met het borstharnas van de gerechtigheid, en de voeten geschoeid met bereidheid van het Evangelie van de vrede”.
Als wij geloof en liefde in de praktijk willen brengen, moeten we ons wapenen met Gods Woord. Wij moeten niet maar wat op het kerkplein blijven drentelen, maar we moeten recht tegenover God staan. Wij kunnen Hem vrijmoedig en blijmoedig benaderen. Wij moeten elkaar aanmoedigen en bemoedigen. Want Jezus is voor ons gestorven. Hij heeft voor onze zonden betaald[3]!

Bemoediging is in onze tijd hard nodig.
Voor de agrariërs bijvoorbeeld.
Een hersteld hervormde dominee zegt op zaterdag 16 juli jongstleden in het Nederlands Dagblad: “De overheid staat er nu heel anders in dan tien jaar geleden. Toen werden boeren juist opgeroepen grotere stallen te bouwen. Hoe betrouwbaar ben je dan nog als je nu zegt dat er bedrijven moeten stoppen?’ Joppe worstelt zelf ook met de plannen van het kabinet. ‘Ik ben boerenzoon, en heb zelf gezien dat het boeren steeds lastiger is gemaakt. Dat zie ik in mijn gemeente ook, terwijl boeren heel hard werken en best bereid zijn allerlei innovaties door te voeren”.
Maar vervolgens krijgt de hardwerkende boer te horen dat hij misschien wel moet stoppen…
Het is één van de voorbeelden waaruit blijkt dat de Nederlandse overheid op een aantal terreinen momenteel ronduit onbetrouwbaar is. Wie in Nederland de trefwoorden ‘aardbevingsschade’ en ‘belastingdienst’ noemt ziet in zijn leven de bewolking al snel aankomen.
Is het een wonder dat heel wat mensen in onze tijd Gods stem graag willen horen?

Intussen zijn boze en verongelijkte boeren, opgewonden en als door het dolle heen, uit hun stallen gekomen.
In de afgelopen dagen leidden hun acties op de snelwegen tot levensgevaarlijke situaties. Heel veel weggebruikers werden moedwillig in gevaar gebracht.
Conclusie: Nederland blijkt in veel opzichten een land dat van God los is. Dit zijn immers ronduit anarchistische toestanden!
Wederom klinkt de vraag: is het een wonder dat heel wat mensen in onze tijd Gods stem graag willen horen? De vraag stellen is haar beantwoorden. Wat zou Hij hiervan zeggen?
Laten wij bij dit alles het buitenland niet vergeten.
Neem nu India. Sinds premier Modi in 2014 aan de macht kwam, neemt het geweld tegen christenen in India gaandeweg toe.
Frustratie is in onze wereld bij tijd en wijle aan de orde van de dag. En ja, de moedeloosheid sluipt soms op kousenvoeten binnen[4].

Daarom is bemoediging in onze tijd hard nodig. De mensen om ons heen zoeken dat ook. Het is niet voor niets dat gospelmuziek momenteel bijna een hype is. Men hoort het zeer regelmatig: in televisieprogramma’s, concertzalen, musea en in sommige kerkdiensten.
Laten we elkaar maar blijven bemoedigen.
Laten wij verder nooit vergeten dat er eens een moment komen zal waarop onze Heiland komen zal.
Paulus wijst daar ook op in 1 Thessalonicenzen 5: “En moge de God van de vrede Zelf u geheel en al heiligen, en mogen uw geheel oprechte geest, de ziel en het lichaam onberispelijk bewaard worden bij de komst van onze Heere Jezus Christus. Hij Die u roept, is getrouw: Hij zal het ook doen”.
Als dat geen bemoediging is…[5]

Noten:
[1] In deze alinea citeer ik 1 Thessalonicenzen 5:8-11 en 1 Thessalonicenzen 5:14.
[2] In deze alinea citeer ik Jesaja 59:17. Verder gebruik ik de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Jesaja 59:15b-21. En ook: ds. A.G.M. Weststrate, “Kogelvrij vest (Efeze 6:14b) (Efeze 2)”. In: De Wekker, vrijdag 12 november 2010, p. 13.
[3] In deze alinea citeer ik Efeziërs 6:12-15.
[4] “Ook dominee worstelt met stikstof”. In: Nederlands Dagblad, zaterdag 16 juli 2022, p. 4.
[5] In deze alinea citeer ik 1 Thessalonicenzen 5:23,24.

28 juli 2022

Vastgepakt

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

In de brief van Paulus aan de christenen in Colosse zet de apostel het Evangelie uitgebreid uiteen.
Jezus Christus is het Hoofd van de kerk. Hij heeft aan het kruis op Golgotha levensreddend werk gedaan. Nu zijn de zonden verzoend. Hij wordt met recht Heiland genoemd: bij Hem is heil: welzijn – nu en in eeuwigheid!
Blijf dus ook bij Christus, schrijft Paulus. Laat u niet verleiden tot ascese. Laat u niet verleiden tot wetticisme, tot een denkwijze van het type ‘als wij ons houden aan allerlei bepalingen en regels worden wij door God goedgekeurd en aanvaard’. Paulus vraagt aan de mensen in Colosse: “Als u dan met Christus de grondbeginselen van de wereld bent afgestorven, waarom laat u zich dan, alsof u nog in de wereld leeft, bepalingen opleggen als: Pak niet, proef niet en raak niet aan?”[1] 
 
Dat is de context van de aansporing van Paulus: “Zoals u dan Christus Jezus, de Heere, hebt aangenomen, wandel in Hem, geworteld en opgebouwd in Hem, en bevestigd in het geloof, zoals u onderwezen bent; wees daarin overvloedig, met dankzegging. Pas op dat niemand u als buit meesleept door de filosofie en inhoudsloze verleiding, volgens de overlevering van de mensen, volgens de grondbeginselen van de wereld, maar niet volgens Christus”.
In Christus hebben gelovige mensen alles wat zij voor hun geestelijk leven nodig hebben. Zij leven, om zo te zeggen, in de geest van God, met de Heilige Geest[2][3].

Wandel in Hem, schrijft Paulus.
Met God wandelen, dat is niet iets onpersoonlijks.
Dat blijkt al in het Oude Testament. In Hosea 11 lezen wij: “Hoe zou Ik u prijsgeven, Efraïm, u uitleveren, Israël? Hoe zou Ik u prijsgeven als Adama, met u doen als met Zeboïm? Mijn hart keert zich in Mij om, al Mijn medelijden is opgewekt”. De hemelse God is heel Persoonlijk met Zijn volk bezig. Hij blijft niet op een afstandje staan kijken.
In het Nieuwe Testament zien we heel veel emoties bij Jezus. Die komen wij bijvoorbeeld tegen in Johannes 11. Daar gaat het over de opwekking van Lazarus. Wij lezen: “Toen Jezus haar dan zag huilen, en ook de Joden die met haar meekwamen, zag huilen, werd Hij heftig in de geest bewogen en raakte innerlijk in beroering. En Hij zei: Waar hebt u hem gelegd? Zij zeiden tegen Hem: Heere, kom het zien. Jezus weende. De Joden dan zeiden: Zie, hoe lief Hij hem had!”.
De hemelse God zweeft niet emotieloos boven ons![4]

Wandel in Hem.
Dat betekent dat wij in een heel andere positie moeten worden gebracht. Wij hebben immers verkeerde verlangens. Wij maken verkeerde keuzes. Soms klampen wij ons vast aan verkeerde gevoelens. In ons leven moet een volledige ommezwaai worden gemaakt. Hoe kan dat? Hoe moet dat? Dat staat ook in Colossenzen 2: “Want in Hem woont heel de volheid van de Godheid lichamelijk. En u bent volmaakt geworden in Hem, Die het Hoofd is van iedere overheid en macht”. De Heilige Geest woont in onze harten. Wij worden één met Christus!
Wat gebeurt er als die Geest niet in onze harten werken kan?
Dat zien wij bijvoorbeeld in Romeinen 16: “En ik roep u ertoe op, broeders, hen in het oog te houden die onenigheden teweegbrengen en struikelblokken opwerpen tegen het onderricht dat u hebt ontvangen, en keer u van hen af. Want zulke mensen dienen niet onze Heere Jezus Christus, maar hun eigen buik, en door fraaie woorden en mooie praat bedriegen zij de harten van de argeloze mensen”.
Wij zien dat ook in Philippenzen 3: “Want velen – ik heb dikwijls met u over hen gesproken en zeg het nu ook onder tranen – wandelen als vijanden van het kruis van Christus. Hun einde is het verderf, hun god is de buik en hun eer is in hun schande; zij bedenken aardse dingen”.
Wandelen in Hem – dat wil zeggen: het Schriftuurlijke onderwijs toepassen in het dagelijkse leven. En dat doen wij dan niet met de huisdeur dicht. Nee, wij staan midden in de wereld en ventileren gevraagd en ongevraagd onze mening over tal van ontwikkelingen om ons heen[5].

Wandel in Hem, schrijft Paulus in Colossenzen 2.
Dat heeft iets ongrijpbaars. Het is niet tastbaar. Wij kunnen het niet vastpakken. In het familieblad Terdege schreef de hervormde dominee M. Goudriaan eens: u voelt wel aan dat “zo’n wandel bepaald niet vanzelfsprekend is. Ze is van mij uit nooit te verklaren. Anders gezegd, als het wandelen met God werkelijkheid is, heeft de Heere al een geweldige afstand afgelegd. Hij is dan immers tot mij gekomen. Denk erom dat Hij daarbij een onmetelijke afstand aflegt, een diepe kloof overbrugt”.
Wandelen met God – dat kunnen wij niet vastpakken.
Integendeel, de almachtige God pakt ons vast: ‘Kom hier, u hoort bij Mij!’. Mensen die door Hem vastgepakt zijn kunnen geen kant meer op, behalve de goeie.
Het Hoofd van iedere overheid houdt ons vast. Dat is een hele opluchting.
Waarom?
Het is crisis in Nederland, zegt men. En niet zo’n beetje ook. U kent die crises wel: de gascrisis, de wooncrisis, de asielcrisis en de stikstofcrisis. Dat klinkt allemaal groots. Maar in de grond van de zaak betekent het simpelweg dat in al die dossiers grote beslissingen moeten worden genomen.
De belangrijkste vraag in ons leven is echter – om met Colossenzen 2 te spreken –: wandelen wij in Christus, of worden wij meegesleept in allerlei filosofieën? Laten wij het daarbij maar in gedachten houden: de Heiland houdt ons vast![6]

Noten:
[1] Colossenzen 2:20,21.
[2] In deze alinea citeer ik Colossenzen 2:6-8.
[3] In het onderstaande gebruik ik onder meer https://www.amen.nl/artikel/1559/wandelen-met-god-vervolg ; geraadpleegd op zaterdag 23 juli 2022.
[4] In deze alinea citeer ik Hosea 11:8 en Johannes 11:33-36.
[5] In deze alinea citeer ik Romeinen 16:17,18 en Philippenzen 3:18,19.
[6] In deze alinea citeer ik uit: ds. M. Goudriaan, “Wandelen met God”. In: Terdege, woensdag 7 november 2001, p. 29 [rubriek: Pastoraal].

27 juli 2022

Er waait een nieuwe wind

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Wandelen met God – dat is een bekende term in Gereformeerd Nederland. Die uitdrukking duidt op vernieuwing van het leven. Wij komen die manier van zeggen bijvoorbeeld tegen in Romeinen 6: “Wij zijn dan met Hem begraven door de doop in de dood, opdat evenals Christus uit de doden is opgewekt tot de heerlijkheid van de Vader, zo ook wij in een nieuw leven zouden wandelen”.
Wij spreken vaak over kwaliteit van leven. Wij bedoelen dan vaak iets als: het leven moet wel de moeite waard blijven. Het woord dat in Romeinen 6 wordt gebruikt – kainoteti – duidt ook op kwaliteit. Het oude leven wordt vervangen. Het nieuwe leven heeft een betere kwaliteit. Waarom? Omdat gedoopte mensen op naam van de drie-enige God worden gezet.
Romeinen 6 vormt een mooi startpunt om iets te schrijven over onze wandeling met God[1][2].

Wandelen met God geeft het leven een waarde die boven dit aardse leven uit gaat. In het Oude Testament wandelde Henoch met God. Kennelijk is er een tegenstelling tussen ‘gewoon’ leven en wandelen met God. Het ‘gewone’ leven kunnen wij slijten. In het ‘gewone’ leven wachten wij, om het zo maar te zeggen, geduldig op het einde. Als wij wandelen met God zijn wij op weg naar een prachtige toekomst![3]  

Als wij wandelen met God moeten wij het – dat spreekt vanzelf – van harte met Hem eens zijn over de richting die we inslaan. Niet voor niets zegt de profeet Amos in hoofdstuk 3: “Gaan er twee samen zonder elkaar ontmoet te hebben?”.
Als wij wandelen met God moeten wij beseffen dat het einddoel is dat alles en iedereen vrede en geluk vindt onder de majestueuze regering van Jezus Christus, de Heiland. Het doel is, zo formuleert de apostel Paulus in Efeziërs 1, “om in de bedeling van de volheid van de tijden alles weer in Christus bijeen te brengen, zowel wat in de hemel als wat op de aarde is”.
Wat zijn onze doelen in dit aardse leven?
Wij willen, als het enigszins kan, een zinvol leven leiden. Wij willen op deze aarde gaarne een goed en comfortabel bestaan hebben. Wij willen graag oud worden. De realiteit is dat heel veel van die doelstellingen nooit helemaal uit komen. Laten wij maar beseffen dat juist problemen ons dichter bij God kunnen brengen. De Amerikaanse christelijke psycholoog Larry Crabb (1944-2021) schreef in zijn boek ‘Zoektocht naar God’ terecht: “We zien persoonlijk ongemak -zelfhaat, een lage dunk van onszelf, slapeloosheid, geldzorgen, eenzaamheid- als het voornaamste kwaad waarvan we bevrijd moeten worden. Maar wanneer we het jagen naar gemak vermengen met het christendom wordt Jezus een soort goddelijke masseur op wiens aanspraken we pas echt staan wanneer we voldoende ontspannen zijn”. Een gewaarschuwd mens telt voor twee!… Laten Gereformeerde mensen met woorden uit de Nederlandse Geloofsbelijdenis maar blijven belijden: “In alle ootmoed en eerbied aanbidden wij de rechtvaardige beslissingen van God, die voor ons verborgen zijn. Wij stellen ons ermee tevreden, dat wij leerlingen van Christus zijn, om slechts te leren wat Hij ons onderwijst door zijn Woord, zonder deze grenzen te overschrijden. Deze leer schenkt ons een onuitsprekelijke troost, als wij erdoor leren verstaan dat ons niets bij toeval kan gebeuren, maar dat alles ons alleen overkomt door de beschikking van onze goedertieren hemelse Vader. Hij waakt over ons met een vaderlijke zorg, terwijl Hij zó over alle schepselen heerst, dat niet één haar van ons hoofd — want die zijn alle geteld — en niet één musje ter aarde zal vallen zonder de wil van onze Vader. Hierop stellen wij ons vertrouwen, omdat wij weten dat Hij de duivelen en al onze vijanden in toom houdt en zij ons zonder zijn toelating en wil niet kunnen schaden”[4].

Wandelen met God – dat betekent: niet meer actief werken met en voor de zonde.
Nog één keer gaan wij terug naar Paulus’ brief aan de Romeinen. In hoofdstuk 7 schrijft de Godsgezant: “Zo, mijn broeders, bent u ook door het lichaam van Christus gedood met betrekking tot de wet, opdat u aan een Ander zou toebehoren, namelijk aan Hem Die uit de doden opgewekt is, opdat wij vrucht zouden dragen voor God. Want toen wij in het vlees waren, waren de hartstochten van de zonden, die geprikkeld worden door de wet, in onze leden werkzaam om vrucht te dragen voor de dood. Maar nu zijn wij ontslagen van de wet, gestorven aan dat waaraan wij vastgebonden zaten, zodat wij in nieuwheid van Geest dienen, en niet in oudheid van letter”[5].
Het stof van de zonde wordt weggeblazen.
Er waait zogezegd een nieuwe wind in ons leven!

Noten:
[1] In deze alinea citeer ik Romeinen 6:4. Ook gebruik ik de onlineversie van de Studiebijbel; woordstudie kainoteti.
[2] In het onderstaande gebruik ik https://www.amen.nl/artikel/1558/wandelen-met-god ; geraadpleegd op donderdag 21 juli 2022.
[3] In deze alinea gebruik ik Genesis 5:22.
[4] In deze alinea citeer ik uit Gods Woord Amos 3:3 en Efeziërs 1:10. Daarnaast citeer ik woorden uit artikel 13 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis. De woorden van Larry Crabb zijn geciteerd via https://www.amen.nl/artikel/1558/wandelen-met-god .
[5] In deze alinea citeer ik Romeinen 7:4-6.

26 juli 2022

Stop niet met bidden!

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Over de verhoring van onze gebeden zijn vaak vragen. Er zijn mensen die zich maar al te vaak niet gehoord voelen. Waarom verandert er niets? Is mijn geloof soms niet goed genoeg?
Als het om gebedsverhoring gaat spreekt Lucas 11 boekdelen. Leest u maar mee.
“Welke vader onder u zal aan zijn zoon, als hij hem om brood vraagt, een steen geven, of ook als hij om een vis vraagt, hem in plaats van een vis een slang geven, of ook als hij om een ei vraagt, hem een schorpioen geven? Als u die slecht bent, uw kinderen dus goede gaven weet te geven, hoeveel te meer zal de hemelse Vader de Heilige Geest geven aan hen die tot Hem bidden?”[1].

Onze gebeden worden soms niet verhoord. Er zijn momenten waarop wij het gevoel hebben dat de hemeldeur dicht zit. Misschien denken wij zelfs: deze keer hoort de Here ons niet…
Dat laatste is echter een misvatting. Het is een vergissing van flink formaat. Want de God van hemel en aarde luistert wel degelijk. Hij is volop actief. Hij geeft Zijn Heilige Geest. Die Heilige Geest is de grote Helper in het gebed.
Als wij in het gebed naar God toe gaan, mogen en moeten wij om ruimte bidden. Ruimte? Ja, want Gods Heilige Geest moet in ons hart iedere dag alle gelegenheid krijgen om Zijn heiligende werk te doen.

In Lucas 11 is Jezus in gesprek met Zijn discipelen: “En het gebeurde, toen Hij ergens aan het bidden was, dat een van Zijn discipelen tegen Hem zei, toen Hij ophield: Heere, leer ons bidden, zoals ook Johannes zijn discipelen geleerd heeft. Hij zei tegen hen: Wanneer u bidt, zeg dan…”. Jezus’ leerlingen hebben de Heilige Geest hard nodig als zij in de voetsporen van hun Leermeester willen treden!
En dat geldt niet minder voor ons[2].

Laten wij, alleen daarom al, nooit stoppen met bidden. De Christelijke Gereformeerde predikant J. Breman schreef daar eens over: als wij stoppen met bidden “heeft de tegenstander ons waar hij ons wil hebben. Ons bidden heeft zijn kracht verloren en ons christenleven en kerkelijke leven zakt ineen als een plumpudding. Het is daarom goed en nodig om voor Gods aangezicht te beseffen dat God de bruikbaarheid van ons leven niet afmeet aan al ons activisme en heel onze dadendrang. God meet onze bruikbaarheid voor Zijn Koninkrijk af aan ons gebedsleven, aan onze verborgen en vertrouwelijke omgang met Hem”[3].

Bidden is belangrijk. Daarbij gaat het niet in de eerste plaats om onze wensen. Het moet om Gods eer gaan. Laten wij het zo zeggen: Zijne Majesteit moet op de voorgrond komen te staan. Hij bestuurt alle dingen en alle mensen. Ook ons leven is in Zijn hand. Wij mogen laten horen dat wij Hem honderd procent vertrouwen. Aan Zijn Vaderhand leidt Hij ons naar een glorieuze toekomst met Hem.

Als wij rondkijken in deze wereld zien wij hoe de wereld ten onder lijkt te gaan aan misdaad en oorlog.
Laten wij in dit verband een ogenblik naar een actuele situatie kijken. ND-buitenlandcommentator Jan van Benthem schreef op woensdag 20 juli jongstleden over brand in Oekraïens graan. Als volgt: “De graanvelden branden, in het oosten en zuiden van Oekraïne. Maar in tegenstelling tot de branden in Frankrijk, Spanje en andere Europese landen, worden hier de velden opzettelijk verwoest. Na eerdere verwoestende aanvallen op landbouwbedrijven, opslagplaatsen en transportcentra, zoals vorige week in deze krant al werd beschreven, verwoest het Russische leger nu doelgericht het voedsel zelf. Want de gerijpte aren en droge graanstengels branden nu gemakkelijk en de enorme Oekraïense graanvelden kunnen daardoor snel veranderen in zwartgeblakerde vlakten”.
Even verder:
“Het brandende graan hoort (…) bij het grote conflict waarom het volgens Moskou echt gaat. De oorlog in Oekraïne is namelijk ‘het begin van de radicale afbraak van de Amerikaanse wereldorde’, zo maakte president Poetin eerder deze maand duidelijk aan het Russisch parlement. Daarbij gaat het om ‘de echte soevereiniteit van volken en beschavingen, om hun wil om te leven volgens hun historische bestemming’. Bij dat radicale doel hoort een radicale oorlog, inclusief het vernietigen van de Oekraïense oogst en in het verlengde daarvan, de voedselzekerheid van miljoenen mensen die daarvan afhankelijk zijn”.
Wie dat tot zich door laat dringen, beseft eens te meer hoe diep een mens kan vallen als Hij God negeert!
Gereformeerde mensen realiseren zich ook wat er gebeurt als invloedrijke mensen gaan letten op wat zijzelf hun ‘historische bestemming’ noemen… God geeft ons goede gaven. Hij geeft Zijn Heilige Geest. En dan beschikken wij – om met Galaten 5 te spreken – in steeds ruimere mate over liefde, blijdschap, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid en zelfbeheersing[4].

Nee, laten wij maar nooit stoppen met bidden.
Laten wij de hemelse Majesteit maar dringend vragen om een ommekeer in deze wereld. Laten wij Hem maar smeken om harde harten aan te pakken en zacht te maken. Laten wij Hem maar vragen om oorlogszucht te dempen. Laten wij Hem maar bidden om het einde van destructie en doodslag. Laten wij maar bidden: Uw wil geschiede.
Bij al die gebedsactiviteit zal Gods Heilige Geest onze Helper zijn.

Noten:
[1] Lucas 11:11-13.
[2] In deze alinea citeer ik Lucas 11:1,2 a. Verder gebruik ik de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Lucas 11:13.
[3] In deze alinea citeer ik uit: Ds. J. Breman, “Een blik achter de schermen in de hemelse gewesten”. – In: De Wekker, 1 oktober 2021, p. 3.
[4] In deze alinea citeer ik uit: Jan van Benthem, “Brandende graanvelden” – commentaar in: Nederlands Dagblad, woensdag 20 juli 2022, p. 3.

25 juli 2022

Esther toont Gods voorzienigheid

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Men zou het Bijbelboek Esther kortheidshalve als volgt in kunnen delen:
hoofdstuk 1:1-2:23: Joden in het Perzische hof
hoofdstuk 3:1-5:14: Het Joodse volk bedreigd
hoofdstuk 6:1-10:3: De Joden overwinnen.
Het eigenlijke onderwerp van het boek is de voorzienigheid van God. Hij heeft alles in de hand[1].

Maar de naam van God komt nergens in dit Bijbelboek voor. Waarom niet?
Iemand geeft daarvoor de volgende verklaring: “Dat de Naam van God er niet in voorkomt, heeft een reden. Het boek gaat over de lotgevallen van het volk van God, dat hier het volk van ‘de Joden’ wordt genoemd. De hoofdrol is weggelegd voor twee leden ervan, namelijk Mordechai en Esther. Er is een moorddadige vijand die de Joden volledig wil uitroeien. Als de Joden horen van deze grote dreiging, lezen we niet dat er ook maar één gebed tot God wordt gedaan. Nergens blijkt dat de Joden zich er bewust van zijn Gods volk te zijn. Niets wijst erop dat ze rekening houden met bepaalde wetten of inzettingen die God aan Zijn volk heeft gegeven. Nee, dit volk staat los van God, belijdt Hem niet, denkt niet aan Hem. En omdat dit volk God niet belijdt, kan God ook niet openlijk voor dit volk partij kiezen. Hij kan Zijn Naam er niet aan verbinden. Hij houdt Zich voor Zijn volk verborgen. Daarom komt de Naam van God er niet in voor”[2].

De God van hemel en aarde heeft de zaak in de hand. Maar de mensen op aarde negeren Hem. Het komt niet in hen op om met de grootste spoed contact met Hem te zoeken. Het komt niet in hen op om tot God te gaan bidden. Het komt niet in hen op om Zijn troonzaal in te gaan om Hem om redding te smeken.
Dat is een spiegel voor alle gelovigen van vandaag. Als de kerk in nood is behoort zij zich met grote spoed tot haar God te wenden. In die omstandigheden gaat de kerk intensief bidden. Als de kerk dat niet doet verzaakt zij haar plicht.
Nu het om deze dingen gaat, moeten wij elkaar wijzen op woorden uit de Nederlandse Geloofsbelijdenis: “Wij geloven dat men nauwgezet en met grote zorgvuldigheid, vanuit Gods Woord, behoort te onderscheiden welke de ware kerk is, omdat alle sekten die er tegenwoordig in de wereld zijn, zich ten onrechte kerk noemen. Wij spreken hier niet over de huichelaars, die zich in de kerk tussen de oprechte gelovigen bevinden en toch niet bij de kerk horen, al zijn zij voor het oog wel in de kerk. Maar wij bedoelen dat men het lichaam en de gemeenschap van de ware kerk moet onderscheiden van alle sekten, die beweren dat zij de kerk zijn”. En: “Zij die bij de kerk horen, zijn te kennen aan de kenmerken van de christenen, namelijk aan het geloof en hieraan dat zij, na de enige Heiland Christus aangenomen te hebben, de zonde ontvluchten en de gerechtigheid najagen, de ware God en hun naaste liefhebben, niet naar rechts of naar links afwijken en hun oude mens met zijn werken kruisigen”.
Wie God liefheeft gaat in het gebed zo snel mogelijk naar Hem toe.
Wie God liefheeft wandelt met Hem door het leven[3].

De Joden in het Bijbelboek Esther gaan dus niet naar God toe. Zij gaan, denken zij, zelf op zoek naar oplossingen.
Maar ten diepste is hier wat anders aan de hand.
De Here God laat Zijn trouw zien. Eens verkoos hij Israël tot Zijn volk. En bij de Here geldt: eens gekozen blijft gekozen!
En let wel – in dit Bijbelboek is een vrouw een belangrijk instrument bij de redding van Gods volk.
Er is wel gezegd dat de man in de Bijbel belangrijker is dan de vrouw. Maar dat is niet waar. De Koning van de kosmos geeft mannen en vrouwen ieder eigen taken. En Esther krijgt een zeer belangrijke taak! Leest u maar mee.
“Toen de koning met Haman gekomen was om met koningin Esther te drinken, zei de koning ook op de tweede dag bij het drinken van de wijn tegen Esther: Wat is uw vraag, koningin Esther? Het zal u gegeven worden. En wat is uw verzoek? Het zal ingewilligd worden, al was het ook de helft van het koninkrijk. Toen antwoordde koningin Esther en zei: Als ik genade in uw ogen heb gevonden, koning, en als het de koning goeddunkt, dat men mij dan op mijn vraag mijn leven zal geven, en op mijn verzoek het leven van mijn volk. Want wij zijn verkocht, ik en mijn volk, om te worden weggevaagd, gedood en omgebracht. Zouden wij als slaven en als slavinnen verkocht zijn, dan zou ik hebben gezwegen, hoewel ook dan de tegenstander de schade voor de koning zeker niet zou kunnen vergoeden. Toen sprak koning Ahasveros en zei tegen koningin Esther: Wie is hij en waar is hij die zijn hart vervuld heeft om zo te handelen? Esther zei: De man, de tegenstander en vijand, is deze slechte Haman. Toen werd Haman door angst overvallen in de tegenwoordigheid van de koning en de koningin. Woedend stond de koning op van het drinken van de wijn en ging naar de tuin van het paleis. Haman bleef staan om bij koningin Esther voor zijn leven te smeken, want hij zag dat bij de koning het onheil over hem ten volle besloten was”[4].

Esther komt er voor uit dat zij bij het vervolgde volk hoort. Zij laat heel duidelijk dat zij een Jodin is.
In onze tijd zitten christenen ook in de hoek waar de klappen vallen. Dat zo zijnde is de verleiding groot om weg te duiken en ons zo klein mogelijk te maken. Welnu, dat is in het geheel niet nodig. Want christenen hebben alle recht van spreken. Toegegeven – dat recht wordt hen her en der in de wereld ontnomen; maar dat is zeer onterecht.
Laten wij, als het maar enigszins kan, laten blijken dat God onze levens leidt en dat wij daar geweldig dankbaar voor zijn.

In Esther 7 zien wij dat God strijdt voor Zijn volk. Daarbij zet Hij mensen als Zijn instrumenten in.
Ook de kerk van 2022 moet blijven beseffen: wij krijgen speciale bescherming.
Daarom kan Psalm 7 vandaag ook onze psalm zijn:
“Zij die bevrucht zijn door het kwade
gaan zwanger aan verkeerde daden,
bedrog en onrecht baart hun mond.
Zij tasten in onwaarheid rond.
Zij zullen in de kuil geraken
die zij voor and’re mensen maken.
Al hun verderf keert tot hen weer,
komt op hun eigen hoofd eens neer.

God zal ik loven, de Gerechte,
Hij zal voor mij het pleit beslechten.
Nu looft mijn lied in eeuwigheid
des HEREN naam en majesteit”[5].

Noten:
[1] In deze alinea gebruik ik: https://www.bijbelwoord.nl/wat-is-het-verhaal-van-esther/ ; geraadpleegd op dinsdag 19 juli 2022.
[2] In deze alinea citeer ik van https://www.oudesporen.nl/Download/OS1913.pdf , p. 10; geraadpleegd op dinsdag 19 juli 2022.
[3] De citaten in deze alinea komen uit artikel 29 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis.
[4] In deze alinea citeer ik Esther 7:1-7.
[5] Psalm 7:6,7 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.

22 juli 2022

Liefde van twee kanten

In en vanuit de kerk getuigen wij van Gods reddingswerk. Bijvoorbeeld met de woorden van Psalm 124:
“In ’s Heren naam is onze hulp, Hij redt,
de Heer, die aard’ en hemel heeft gemaakt”.
Als het even kan laten kerkmensen zien dat zij met God door het leven wandelen. God is bij ons. Hij beschermt ons. Die geloofskennis geeft stabiliteit in het leven. Die geloofskennis geeft zekerheid over het vervolg van het bestaan na onze aardse dood.
Kerkmensen mogen en moeten op allerlei manieren aan de wereld laten weten dat Jezus in Mattheüs 28 heeft gezegd: “Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde. Ga dan heen, onderwijs al de volken, hen dopend in de Naam van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest, hun lerend alles wat Ik u geboden heb, in acht te nemen”[1].

Dat Evangelie gaat de wereld door. Er zijn veel mensen die daarvoor ijveren.
Zo iemand is de van origine Australische Ben Fitzgerald. Hij “dealde drugs toen hij in 2002 naar eigen zeggen ‘een ontmoeting had met Jezus’ in zijn huis in de buurt van Melbourne. Het veranderde zijn leven. Nu is hij een van de voorgangers in de vrije evangelische gemeente G5 in het Duitse Eimeldingen, én leider van Awakening Europe, een organisatie die ‘christenen mobiliseert om Gods liefde te verspreiden’. Awakening houdt evangelisatiebijeenkomsten in Europa en stadionevenementen”.
Fitzgerald zegt: “Wanneer ik tegen mensen zeg: ‘Jezus houdt van je’, reageren de meesten met de vraag waarom. Dan leg ik ze het evangelie uit. Niet op een vreemde manier hoor, mensen houden niet van vreemd. Ze houden ervan als je ze in de ogen kijkt en tegen ze zegt dat ze geliefd zijn”.
En:
“We weten niet wat er leeft in de harten van mensen. Misschien lijkt het alsof het met iedereen goed gaat, maar het gaat lang niet altijd goed. We hebben een opwekking nodig, omdat mensen gebroken zijn zonder God. En wij hebben een vrede die niet van deze wereld is, die vrede is een Persoon en Hij is veel groter is dan deze aardbol. Daarom wil ik altijd over Hem vertellen. Ik ben trouwens niet verantwoordelijk voor de reacties van mensen. Mijn hoop is in Jezus Christus. Alleen Jezus kan redden”[2].

De activiteit van Ben Fitzgerald doet sympathiek aan. Veel van wat hij zegt is ook waar. Jezus is inderdaad de Redder van de wereld. Wij mogen Zijn liefde verspreiden en daarin Zijn voorbeeld volgen. Christus’ volgelingen worden inderdaad gemobiliseerd. Zij worden ingelijfd in de militia Christi.

Maar het is wel wat simpel om te zeggen: Jezus houdt van je. Het is wel wat makkelijk om eenvoudigweg te stellen: Je bent geliefd.
Het doopbevel staat in de Bijbel. De dienstorder om het Evangelie te verkondigen hebben wij gekregen – jazeker. Maar laten wij niet vergeten dat er in Mattheüs 28 iets bij staat. Namelijk dit: de blijde Boodschap moet aan mensen worden gebracht “hun lerend alles wat Ik u geboden heb, in acht te nemen. Jezus Christus volgen wil niet zeggen dat alles oké is en dat mensen permanent in een hoerastemming mogen blijven hangen. Mensen behoren Gods geboden te doen. Zij moeten gaan leven in het kader van Gods verbond. Laten we het maar gewoon zo zeggen: de liefde moet van twee kanten komen.

En wat gebeurt er als onze liefde bekoelt? Dan moeten wij straf verwachten!
Dat ziet er vreemd uit.
Wij maken ons druk over zending. Wij doen ons best om op een blijmoedige wijze te evangeliseren. In zo’n situatie gaan wij toch niet over straf beginnen? Jawel. Toch wel.
Kijkt u maar mee in Mattheüs 10.
In dat hoofdstuk worden de twaalf discipelen uitgezonden. Daar staat dan bij: “En als u een huis binnengaat, begroet het dan. En als dat huis het waard is, laat dan uw vrede erover komen, maar als het dat niet waard is, laat dan uw vrede tot u terugkeren. En als iemand u niet ontvangt en niet naar uw woorden luistert, vertrek dan uit dat huis of die stad en schud het stof van uw voeten. Voorwaar, Ik zeg u: Het zal voor het land van Sodom en Gomorra verdraaglijker zijn op de dag van het oordeel dan voor die stad”.
Wij zeggen wellicht: nou, nou, kan dat niet wat minder? Niet dus. Aan Evangelieverkondiging zitten echt twee kanten.
Iets dergelijks zien wij ook in Marcus 10.
De rijke jongeman wil heel graag het eeuwige leven beërven. Jezus zegt: Vertrouw niet op rijkdom, maar alleen op Mij. Wij lezen: “Maar Jezus keek hen aan en zei: Bij de mensen is het onmogelijk, maar niet bij God, want bij God zijn alle dingen mogelijk. En Petrus begon tegen Hem te zeggen: Zie, wij hebben alles verlaten en zijn U gevolgd. En Jezus antwoordde: Voorwaar, Ik zeg u: er is niemand die huis of broers of zusters of vader of moeder of vrouw of kinderen of akkers verlaten heeft omwille van Mij en om het Evangelie, of hij ontvangt honderdvoudig, nu in deze tijd, huizen en broeders en zusters en moeders en kinderen en akkers, met vervolgingen, en in de wereld die komt, het eeuwige leven. Maar veel eersten zullen de laatsten zijn, en veel laatsten de eersten”.
De tegenstellingen liggen scherp![3]

De liefde moet van twee kanten komen. De apostel Johannes is daar in zijn eerste algemene brief nogal duidelijk over: “En hierdoor weten wij dat wij Hem kennen, namelijk als wij Zijn geboden in acht nemen. Wie zegt: Ik ken Hem, en Zijn geboden niet in acht neemt, is een leugenaar en in hem is de waarheid niet. Maar ieder die Zijn woord in acht neemt, in hem is werkelijk de liefde van God volmaakt geworden”.
Wie Jezus kent, mag zich inderdaad geliefd weten. Maar dat wil niet zeggen dat iedereen maar vrolijk ‘op de automaat’ verder kan leven![4]

Ben Fitzgerald zegt: Mensen “houden ervan als je ze in de ogen kijkt en tegen ze zegt dat ze geliefd zijn”. Dat is natuurlijk waar. Daar kan het in de evangelisatie ook best beginnen.
Maar er is meer.
Er is een tegenstelling tussen kerk en wereld. Het woord ‘antithese’ horen wij tegenwoordig niet vaak meer. Dat is op zichzelf genomen niet zo erg. Maar de betekenis van dat woord moet ons scherp voor ogen staan! 

Noten:
[1] In deze alinea citeer ik regels uit Psalm 124:3 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986. Uit Gods Woord citeer ik Mattheüs 28:18,19.
[2] In deze alinea citeer ik uit: “God is echt en Hij kent ieder mens”. In: Nederlands Dagblad, donderdag 14 juli 2022, p. 6,7.
[3] In deze alinea citeer ik Mattheüs 10:12-15 en Marcus 10:27-31.
[4] In deze alinea citeer ik 1 Johannes 2:2-6.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.