gereformeerd leven in nederland

31 augustus 2022

‘Ik zal Mij ontfermen’

God is groot en wij begrijpen Hem niet.
Waarom verzorgt Hij een door Hem gecreëerde schepping die door mensen kapot gemaakt is? Waarom wil Hij nog te maken hebben met mensen die door en door zondig zijn?
Er is niemand die dat kan uitleggen. Maar het feit ligt er[1].

Paulus schrijft erover in Romeinen 9: “Ik zal Mij ontfermen over wie Ik Mij ontferm en zal barmhartig zijn voor wie Ik barmhartig ben. Zo hangt het dan niet af van hem die wil, ook niet van hem die hardloopt, maar van God Die Zich ontfermt”.
Wij hebben te maken met de keuze van God. Wij hebben te maken met Zijn unieke en zeer bijzondere plan: Zijn raadsplan[2].

Gods uitverkiezing is voor Gods kinderen iets om geweldig blij over te zijn.
Wij problematiseren de uitverkiezing vaak. Dat komt omdat wij de Goddelijke uitverkiezing willen doorzien. Dat kan niet. Ook al schrijven wij er boeken over vol, het laatste woord kunnen wij er niet over zeggen. Dat laatste woord zegt God.
Op aarde kunnen wij, als het hierom gaat, twee goede dingen doen:
* blij zijn over het feit dat God mensen uitkiest en Zich een volk vergadert
* hem bewonderend aanbidden vanwege Zijn genade.

In de Nederlandse Geloofsbelijdenis lezen wij onder meer: “Wij geloven dat God, toen het hele geslacht van Adam door de zonde van de eerste mens in verderf en ondergang was gestort, bewezen heeft dat Hij barmhartig en rechtvaardig is. Barmhartig, doordat Hij diegenen uit dit verderf trekt en verlost, die Hij in zijn eeuwige en onveranderlijke raad uit louter genade verkoren heeft in Jezus Christus, onze Here…”[3].

Die formulering gaat onder meer terug op 1 Samuël 12.
In dat hoofdstuk is Samuël aan het woord. Hij is oud geworden. In een rede voor het verzamelde belicht de profeet de historie. Israël moet tenminste twee lessen uit de geschiedenis leren? Deze: 1. leef volgens Gods wetten en dien Hem; 2. als Israël God massaal negeert, zal de natie de gevolgen merken! In het recente verleden – zo legt Samuël uit – is het al helemaal mis gegaan. Het volk wilde zo nodig een koning. En dat terwijl er nota bene al een Koning met een hoofdletter is!
Dat bewijst Samuël meteen nog eens. Hij bidt tot God. De almachtige God reageert onmiddellijk: Hij geeft regen en laat de donder rollen.
Als zijn volksgenoten dat alles zien worden zij bang. Maar daar is, verklaart Samuël, geen reden voor.
De profeet zegt: “Wees niet bevreesd, u hebt al dit kwaad wel gedaan, maar wijk niet langer van achter de Heere af, en dien de Heere met uw hele hart. Wijk niet af door de nietige afgoden na te volgen, die niet van nut zijn en niet kunnen redden, want zij zijn nietigheden. Want de Heere zal Zijn volk niet verlaten, omwille van Zijn grote Naam, omdat het de Heere behaagd heeft u voor Hem tot een volk te maken”.
Het volk toont voortdurend hoe diep het door de zonde is weggezonken. Maar God is trouw. Eens gekozen blijft gekozen. Dat was al zo in de tijd van het Oude Testament. In 2022 is dat nog zo[4].

Het is belangrijk om het steeds weer te benadrukken:
God vergadert Zich een volk. Mensen die van ’t pad af zijn roept Hij terug. Mensen lopen steeds weer bij God vandaan. God trekt uitverkoren mensen echter steeds weer naar Zich toe. Iedereen heeft de neiging om bij Hem weg te lopen. Maar dat laat Hij NIET gebeuren. Dat is wonderlijk, maar waar!

Waarom moet dat geaccentueerd worden? Antwoord: omdat op dit punt grote misverstanden heersen.
Dat blijkt bijvoorbeeld in het Nederlands Dagblad van dinsdag 26 juli 2022.
In die editie van het ND staat een interview met doctor G.A. van den Brink, emerituspredikant binnen de Hersteld Hervormde Kerk. Dat interview werd gehouden naar aanleiding van een lezing op het jongerenplatform Geloofstoerusting.nl .
Van den Brink zegt in het ND: “In de Bijbel lees je dat niet iedereen behouden wordt, daarover zullen de meeste christenen het eens zijn. God kiest en die tweedeling roept vragen op. Voor wie is Jezus gestorven? Moet je zondebesef hebben? Van daaruit is de theorie opgekomen dat als Jezus niet voor iedereen is gestorven, het evangelie ook niet aan iedereen verteld mag worden. Als je dat wel doet, roep je mensen op in een leugen te geloven. Dat theologen discussiëren over de vraag of God sommige mensen uitkiest en anderen niet en of dit de prediking beïnvloedt, lijkt me erg goed. Maar deze gedachtegang is de prediking in gesijpeld en voert inmiddels de boventoon”.
En even verder:
“Door de nadruk op de uitverkiezing ontstaat er onzekerheid bij de toehoorders. Die vragen zich af of zij mogen geloven. Zij denken: ik wil geloven, maar ik durf niet; want de kans dat ik mij vergis, is te groot. Zij worden gevoed met wantrouwen; het tegenovergestelde van geloof en vertrouwen. Wantrouwen over zichzelf, maar ook over andere medechristenen en uiteindelijk over God”.
Wie de woorden van Van den Brink tot zich door laat dringen beseft eens te meer hoe belangrijk het is om te blijven zeggen: God trekt uitverkoren mensen steeds weer naar Zich toe.
Gelovige mensen mogen zekerheid hebben.
Niet omdat zij zelf keurige mensen zijn.
Maar omdat God trouw is.
Laten wij vooral geen probleem van de Goddelijke uitverkiezing maken![5]

God ontfermt zich over mensen.
Als dat niet zo zijn was het in deze wereld een chaos. Het was niet minder dan een ongeregelde troep.
Kerkmensen weten het: er wordt aan ons getrokken. Wie doet dat? Dat doet de hoge God Zelf.
Dat is fenomenaal.
Dat is, goed beschouwd, een wonder!
Wie dat gelooft gaat zijn eigen keuzes daar uiteraard op aanpassen. Laten wij in die situatie het gebed van de dichter van Psalm 119 maar overnemen:
“Toon mij uw wet, uw wil, uw zorg, uw zegen,
want ik verkies als koers waarachtigheid
en overdenk uw woorden wel terdege”[6].

Noten:
[1] Dit artikel is een resultaat van verdere doordenking van een preek van dominee H.G. Gunnink over artikel 16 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis (‘De eeuwige uitverkiezing door God’). Dominee Gunnink is emerituspredikant van de Gereformeerde kerken (vrijgemaakt) in Ten Boer en Zuidwolde (Gr.) en nu lid van De Gereformeerde Kerk Groningen. De preek werd gehouden op zondagmiddag 21 augustus 2022 in de Goede Herderkerk te Bedum.
[2] De geciteerde woorden vinden wij in Romeinen 9:15,16. Over deze woorden schreef ik op deze pagina ook in mijn artikel ‘De uitverkiezing uitgelicht’, hier gepubliceerd op woensdag 20 november 2019. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2019/11/20/ .
[3] Dit zijn woorden uit artikel 16 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis.
[4] Het Bijbelcitaat is te vinden in 1 Samuël 12:20-22.
[5] Het citaat komt uit: “Zeggen dat gelovigen naar de hel gaan is manipulatie” – vraaggesprek met dr. G.A. van den Brink. In: Nederlands Dagblad, dinsdag 26 juli 2022, p. 7. De bedoelde lezing is te vinden op https://www.geloofstoerusting.nl/evenementen/zeker-dr-g-a-gert-brink-jongerenavond-geloofstoerusting/ ; geraadpleegd op maandag 22 augustus 2022.
[6] Psalm 119:11 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.

30 augustus 2022

Hulpvaardig naar de eeuwigheid

Het lawaai over asielzoekers blijft maar klinken. In Albergen – gemeente Tubbergen – worden, zo is het plan, 300 asielzoekers gehuisvest. Het gemeentebestuur wilde niet meewerken. Maar in regeringskringen was men onverbiddelijk: het móest. Punt. Toen wilde de eigenaresse van het hotel waar men die asielzoekers wilde huisvesten haar hotel plots niet meer verkopen. En dat terwijl het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) het reeds had gekocht. Gistermiddag oordeelde een rechter dat die verkoop toch door moest gaan.
Daar komt bij dat de asielzoekers maar blijven komen. Het aanmeldcentrum in Ter Apel zit overvol. Er komt nu tijdelijk een tweede opvangcentrum in het bijna honderd kilometer verderop gelegen Zoutkamp.
Daarbij is het duidelijk dat de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) en het COA het werk eigenlijk niet meer aankunnen.

Wat zullen Gereformeerde mensen van al die dingen zeggen?
Wij hebben natuurlijk geweldig medelijden met al die vluchtelingen. Wat is er veel onrust, oorlog, honger! Het is toch verschrikkelijk wat die mensen meemaken?
Uiteraard kunnen wij de vraag stellen: komt er een moment dat Nederland echt helemaal vol zit? Ach, laten wij ons daar maar geen zorgen over maken. Het is nog niet zover. Wie weet wat er vóór die tijd gebeuren zal?

Jezus zegt in Mattheüs 25 dat de mensen zullen vragen: “Wanneer hebben wij U als een vreemdeling gezien en gastvrij onthaald, of naakt en hebben U gekleed?”.
Jezus geeft Zelf het antwoord op die vraag: “En de Koning zal hun antwoorden: Voorwaar, Ik zeg u: voor zover u dit voor een van deze geringste broeders van Mij gedaan hebt, hebt u dat voor Mij gedaan”[1].

De perikoop waar die woorden in staan, gaat over het laatste oordeel. Leest u maar mee: “Wanneer de Zoon des mensen komen zal in Zijn heerlijkheid en al de heilige engelen met Hem, dan zal Hij zitten op de troon van Zijn heerlijkheid. En vóór Hem zullen al de volken bijeengebracht worden, en Hij zal ze van elkaar scheiden zoals de herder de schapen van de bokken scheidt. En Hij zal de schapen aan Zijn rechterhand zetten, maar de bokken aan Zijn linkerhand”.
De manier waarop wij in onze aardse levenstijd met asielzoekers omgaan heeft alles met dat laatste oordeel te maken. Het gaat er dan niet in de eerste plaats om dat wij goed voor vluchtelingen zorgen. Mensen die God negeren geven die zorg vaak ook. De vraag is welke motivatie wij hebben bij de zorg voor vluchtelingen. Wij zijn in Gods dienst. Laat dat besef onze drijfveer wezen[2].

Naast de mensen en de kwesties die vanuit het buitenland op ons af komen, zijn er ook tal van binnenlandse problemen.

In de laatste jaren horen wij vaak dat bij heel veel mensen de problemen zich opstapelen. Wij kennen allen wel de afkortingen die bij die hulpverlening horen: WMO – Wet Maatschappelijke Ondersteuning, GGZ – Geestelijke Gezondheidszorg, PGB – Persoonsgebonden Budget, enzovoort. Sociale media zorgen ervoor dat de problemen snel openbaar worden. Of die problemen nu persoonlijk, regionaal, landelijk, continentaal of wereldomvattend zijn – wij weten overal van.
Zou dat voor de kerk niet een attentiesein zijn? De hemelse God geeft aan de kerk volop gelegenheid om naastenliefde te tonen in de praktijk van het dagelijkse bestaan. De Here drukt ons, om zo te zeggen, met de neus op de feiten: als het gaat om onze naasten is er veel, heel veel te doen. Daarom: geloven in het verlossingswerk van Jezus Christus betekent dat we in en rondom de kerk aan de arbeid moeten. Kerkmensen kunnen veel mantelzorg bieden. Laten wij niet aarzelen om te helpen waar het kan!

De vorenstaande constatering heeft in deze tijd en in onze samenleving wellicht een extra betekenis.
In Nederland horen wij van personeelstekorten.
Vanwege de vergrijzing.
Vanwege de vele deeltijdwerkers.
Vanwege de vele flexwerkers, mensen zonder vast contract. Zij krijgen minder salaris, minder scholing en hebben een minder goede pensioenopbouw.
Vanwege de coronacrisis en het hogere ziekteverzuim.
En bijvoorbeeld ook vanwege de afname van de arbeidsproductiviteit per werker.
Heeft de Here God, om zo te zeggen, ook een personeelstekort? Nee, Hij roept Zelf de mensen die Hij uitkiest en geeft hen gaven om aan de slag te gaan. De vraag is wel of wij bereid zijn om ons te laten inzetten. Het is goed om ons te realiseren dat het in en rondom de kerk geen luilekkerland is. Er moet gewerkt worden, als het maar even kan!

Het is goed als het nog eens tot ons doordringt: die christelijke weldadigheid als vrucht van de Geest gaat niet ongezien en ongemerkt aan God voorbij.
De Christelijke Gereformeerde hoogleraar dr. L. Floor (1923-2020) schreef daarover eens: die weldadigheid “… verspreidt een geur die opstijgt tot in de hemel. God merkt het op en het is Hem welgevallig. Goeddoen aan de naaste is offeren aan God. We hoeven de altaren waarop wij deze geurige offers aan God mogen brengen niet ver te zoeken. Ze zijn dicht in de buurt. Het zijn, zo schrijft Calvijn ‘de armen en de dienstknechten van Christus’. De Geneefse hervormer waarschuwt de liefdadigheid niet te vergeten. ‘Sommigen verkwisten hun goed in allerlei overdaad, sommigen in gulzigheid, sommigen in onbetamelijke wellusten, anderen in het bouwen van grote huizen’. We spreken nogal eens over ‘doelgericht geven’. We doen er goed aan het hoge doel van ons geven in gedachten te houden. We staan bij een altaar. Zo is geven tot geestelijke verrijking en er ligt een aansporing in om niet op te houden goed te doen”.
Waarvan akte[3].

Vreemdelingen zijn in zekere zin geringe broeders en zusters.
Er zijn ook vele geringen die van Nederlandse afkomst zijn.
In augustus 2022 zegt de hemelse God nog altijd: ‘Als u goed doet voor een van Mijn geringste broeders, doet u dat voor Mij’.

Laten wij nog een ogenblik kijken naar Mattheüs 25 en ons realiseren dat het in dat hoofdstuk over het laatste oordeel gaat.
Laten wij elkaar opwekken om in verband daarmee de Nederlandse Geloofsbelijdenis in gedachten te houden.
Rechtvaardigen en uitverkorenen verlangen vurig naar de terugkomst van hun Heiland op de wolken. “Hun verlossing zal dan immers helemaal voltooid worden en zij zullen dan de vruchten van hun moeitevolle arbeid ontvangen. Hun onschuld zal dan door allen worden erkend”.
Onze hulpvaardigheid staat in het kader van de eeuwigheid![4]

Noten:
[1] Mattheüs 25:38 en 40.
[2] In deze alinea citeer ik Mattheüs 25:31-33.
[3] Het citaat van professor Floor komt uit: “Het altaar is dichtbij”. Meditatie in: De Wekker, vrijdag 8 november 2002, p. 19.
[4] Het citaat in deze alinea komt uit artikel 37 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis.

29 augustus 2022

Een kijkje in ons hart

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

“Zoals water gezicht tegenover gezicht stelt,
zo weerspiegelt het hart van de mens de mens zelf”.
Wie verkondigt deze wijsheid in Gods Woord? Antwoord: de Spreukenleraar.
De woorden maken deel uit van hoofdstuk 27: een hoofdstuk waarin het vooral gaat om de omgang met vrienden en naasten.
Ergens staat de volgende parafrase van het bovenstaande citaat:
“Kijk in de spiegel als je wil weten hoe je er uitziet.
Kijk in je hart als je wil weten hoe je werkelijk bent”.
Die parafrasering schiet, als u het schrijver dezes vraagt, enigszins tekort. Want als het goed is mogen de mensen in onze omgeving ons ook in het hart kijken. De vraag is natuurlijk wat de mensen dan zien: frustratie en narrigheid of vrolijkheid en licht[1].

Het is in ons hart nooit een en al vrolijkheid en licht. Er is in ons leven altijd wel gedoe. Al was het alleen maar omdat wij heel wat beperkingen hebben.
We kunnen eigenlijk niet eens een dag vooruitkijken.
Soms hebben wij de neiging onszelf op de borst te kloppen. Dat is geen goed idee.
Wat worden er in onze wereld een hoop dwaasheden in de media gedropt!
Woede is erg. Maar jaloersheid is vele malen erger.
En zo is er in ons zondige bestaan nog heel veel meer dat niet klopt en in feite tegen Gods wet in gaat[2].

In onze wereld is bezonnenheid daarom heel belangrijk. Weloverwogen handelen behoedt ons voor veel rampspoed. Teveel twist en woede is geen goede zaak. Laten wij maar goed bedenken of onze toorn wel de moeite waard is. Wie zich te druk maakt over flutkwestie-tjes kan in deze tijd wel aan de gang blijven…
Maar laten wij ook niet bang zijn om elkaar eens te corrigeren als dat nodig is.
Toewijding en respect: dat behoren kernwoorden te zijn in kerk en maatschappij[3].

Ons hart is, om zo te zeggen, de spiegel van ons leven. Wie eerlijk naar zichzelf kijkt zal, zeker als hij wat ouder geworden is, beamen dat het met die toewijding nog vaak tegenvalt. Hij zal beamen dat hij lang niet altijd veel respect voor zijn medemensen kan opbrengen.
Maar de kernkwestie is: in ons bestaan behoren wij te leven met de God van het verbond; wij leven toe naar een toekomst met Hem.
In Spreuken 4 heeft de Spreukenleraar al gezegd:
“Bescherm je hart boven alles wat te behoeden is,
want daaruit zijn de uitingen van het leven”.
Hartbewaking is dus van het hoogste belang. Het is heel goed om helder te hebben wat wij aan moeten met heel veel pulp en vuiligheid die de wereld ons presenteert. Steeds is de vraag of datgene wat wij bestuderen tot eer van God kan zijn. Altijd weer mogen wij ons afvragen of onze bezigheden een Goddelijk keurmerk kunnen krijgen.
Daarom kijkt God ook in ons hart. Hij weet wat er speelt. Hij geeft, zo laat Jeremia weten, te Zijner tijd een beoordeling van al ons doen en laten. Leest u maar mee: “Ik, de HEERE, doorgrond het hart, beproef de nieren, en dat om ieder te geven overeenkomstig zijn wegen, overeenkomstig de vrucht van zijn daden”.
Nee, het is beslist niet zo dat de God van het verbond ons wil afbranden. Integendeel! In Jeremia 29 proclameert God: “Ik immers, Ik ken de gedachten die Ik over u koester, spreekt de Heere. Het zijn gedachten van vrede en niet van kwaad, namelijk om u toekomst en hoop te geven. Dan zult u Mij aanroepen en heengaan, u zult tot Mij bidden en Ik zal naar u luisteren. U zult Mij zoeken en vinden, wanneer u naar Mij zult vragen met heel uw hart”.
Wat zien wij als we in ons eigen hart kijken? Wat zien anderen als wij ons in ons hart laten kijken? Dan zien wij hopelijk allen dat wij leven in een verbond met God. Wij trekken samen op. Wij wandelen samen met God door het leven. Wij weten: als wij in ons aardse leven keuzes maken die passen in het kader van Gods wet, dan wordt ons leven lichter, vriendelijker en vrolijker.
Niet dat het leven altijd flitsend en makkelijk is. Maar laten wij, als het bestaan ons zwaar valt, maar met David in Psalm 51 bidden:
“Schep mij een rein hart, o God,
en vernieuw in mijn binnenste een standvastige geest.
Verwerp mij niet van voor Uw aangezicht
en neem Uw Heilige Geest niet van mij weg”[4].

Gereformeerde mensen doen, als alles volgens goed verloopt, hun best om vertrouwen uit te stralen. De Heilige Geest getuigt toch voortdurend dat de zonden afgewassen zijn? De Heilige Geest vertelt hen immers dag bij dag dat God de Vader een eeuwig verbond met hen sluit? De Heilige Geest geeft ons toch altijd weer het geloof dat wij, dankzij Jezus Christus, rechtvaardig voor God gerekend worden?
Zo bezien is het niet erg als wij mensen in ons hart laten kijken!

Noten:
[1] Het Bijbelcitaat komt uit Spreuken 27:19. De parafrasering is te vinden op https://www.basisbijbel.nl/spreuken/27 ; geraadpleegd op dinsdag 23 augustus 2022.
[2] In deze alinea refereer ik met name aan Spreuken 27:1-4.
[3] In deze alinea refereer ik met name aan Spreuken 27:14-18.
[4] In deze alinea citeer ik achtereenvolgens Spreuken 4:23, Jeremia 17:10, Jeremia 29:11-13, Psalm 51:12,13.

26 augustus 2022

Hartelijk dank!

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Paulus schrijft aan de christenen in Corinthe, en door de Heilige Geest, bemoedigende woorden.
Paulus komt – zo schrijft hij – te Zijner tijd, samen met alle andere christenen, voor Jezus te staan. Op dat moment zal blijken hoe groot de genade van God is. Mensen die in hun aardse leven veel zonden hebben gedaan laat Hij toch toe in Zijn Goddelijke woonplaats. Wat is God barmhartig! Dat kunnen wij ons niet voorstellen. Niettemin is het de waarheid die de Bijbel ons voorhoudt. Jezus is opgestaan nadat Hij Zijn verlossingswerk voltooid heeft. Zo’n opstanding zullen ook wij beleven.
Nee – de dood is niet het einde.
Ja – het mooiste deel van ons leven komt er nog aan.
Wat gaan wij doen als dat ons levensperspectief is?
Als het goed is wordt ons bestaan dan één groot stuk dank. Natuurlijk – ons bestaan is niet vlekkeloos en niet probleemloos. Maar de grondtoon is wel: hartelijk dank, Here!
De eerbiedige dank wordt voortdurend uitgesproken. Dat gebeurt overal ter wereld. Wij kunnen er niet over uit. Wat de Heiland heeft gedaan is ongelooflijk!
Zo wordt de eer van God steeds groter.
In een leven dat in de regel stampvol dank zit, verliezen we de moed niet.
Zeker – wij worden ouder. De lichamelijke en geestelijke mogelijkheden nemen langzaam af.
Maar intussen gebeurt er in ons leven van alles. Wij worden namelijk klaargemaakt voor een nieuwe toekomst.
Nogmaals – naarmate wij ouder worden worden onze mogelijkheden beperkter.
En we moeten maar ronduit zeggen dat de problemen in de wereld enorm zijn. Denkt u alleen maar aan de vluchtelingenproblematiek.
Ach, vergeleken met eeuwig geluk en vrede vallen de wereldproblemen bijna weg. Wij kunnen ons dat vandaag niet voorstellen. En voordat u ’t weet zegt iemand: ‘U mag de moeilijke vraagstukken van onze tijd niet kleineren’. Iemand vraagt: ‘Beseft u wel hoe moeilijk het allemaal is’?
Och – weet u wat Paulus in 2 Corinthiërs 4 schrijft?
Onder meer dit: “Wij weten immers dat Hij Die de Heere Jezus opgewekt heeft, ook ons door Jezus zal opwekken en samen met u voor Zich zal stellen. Want dit alles gebeurt ter wille van u, opdat de genade, die meer en meer is toegenomen, door de dankzegging van velen overvloedig wordt tot verheerlijking van God. Daarom verliezen wij de moed niet; integendeel, ook al vergaat onze uiterlijke mens, toch wordt de innerlijke mens van dag tot dag vernieuwd. Want onze lichte verdrukking, die van korte duur is, brengt in ons een allesovertreffend eeuwig gewicht van heerlijkheid teweeg”.
Paulus heeft het nota bene over een lichte verdrukking!
Wij kunnen ons geen voorstelling maken van geluk dat door niets bedorven kan worden. Wij kunnen ons geen voorstelling maken van vrede die niemand kapot kan schieten. De eeuwigheid is, in de meest letterlijke zin, onvoorstelbaar! De kloof tussen ons aardse leven en ons hemelse bestaan is werkelijk immens, onafzienbaar![1]

Als wij het bovenstaande overzien merken wij hoe genadig onze God is. Hij weet wat Hij van Zijn volk kan verwachten. Onze natuur is verdorven. Wij worden in zonden ontvangen en geboren. Van nature zijn wij uit op elk kwaad.
Maar Hij is ook consequent: een mens moet betalen voor zijn zonden.
Om het met de Heidelbergse Catechismus te zeggen:
“Kan een schepsel dat alleen maar schepsel is, voor ons betalen?
Antwoord: Nee, want ten eerste wil God geen ander schepsel straffen voor de schuld die de mens gemaakt heeft; ten tweede kan ook geen schepsel dat alleen maar schepsel is, de last van de eeuwige toorn van God tegen de zonde dragen en andere schepselen daarvan verlossen”.
“Wat voor een Middelaar en Verlosser moeten wij dan zoeken? Antwoord: Een Middelaar die een echt en rechtvaardig mens is en toch sterker dan alle schepselen, dat wil zeggen: die tegelijk echt God is”.
“Wie is dan deze Middelaar, die echt God en tegelijk een echt en rechtvaardig mens is?
Antwoord: Onze Here Jezus Christus, die ons door God geschonken is tot wijsheid, rechtvaardigheid, heiliging en tot een volkomen verlossing”.
De hemelse God houdt ons voortdurend in het oog.
Wat zondige mensen niet kunnen, vult Zijn Zoon genadig aan.
De Koninkrijksregering staat voortdurend in contact met de burgers van het Koninkrijk[2].

Dat voortdurende contact steekt scherp af bij het doen en laten van de Nederlandse regering op dit moment.
In het Reformatorisch Dagblad van vrijdag 19 augustus jongstleden staat te lezen dat Arjen Boin, hoogleraar publieke instituties en openbaar bestuur aan de Universiteit Leiden, scherpe kritiek op het kabinet heeft. Het is, zegt hij, merkwaardig dat de overheid “signalen uit de samenleving lijkt te missen. Tijdens de coronapandemie zagen we dat ook. De overheid heeft een doel, en dat staat niet ter discussie. Vervolgens zoekt ze het beste instrument om dat uit te voeren, los van hoe burgers het zien. Terwijl eerst luisteren en dan besluiten nemen een wezenlijk is onderdeel van politiek leiderschap”.
Noëlle Aarts, communicatiewetenschapper aan de Radboud Universiteit in Nijmegen, is het wel met Boin eens. Zij spreekt uit: “Beleid is natuurlijk altijd een ongelooflijk compromis waar al heel veel partijen bij betrokken zijn. Het zou kunnen dat de betrokkenen bij de uitvoering dan buiten beeld raken”[3].

God wil Zijn genade aan ons tonen – altijd en overal. Hij doet niets liever! Hij staat in nauw contact met heel Zijn volk. Hij heeft contact met kleinen en groten. Dat blijft zo tot onze dood.
Nee – de dood is niet het einde.
Ja – het mooiste deel van ons leven komt er nog aan.
Laten we dus maar zorgen dat ons leven één groot stuk dank blijft!

Noten:
[1] 2 Corinthiërs 4:14-17.
[2] In deze alinea gebruik ik Zondag 3 van de Heidelbergse Catechismus. Uit diezelfde Catechismus citeer ik: Zondag 5, vragen en antwoorden 14,15 en: Zondag 6, vraag en antwoord 18.
[3] Ik citeer uit: “En weer werd beroerde boodschap beroerd gebracht”. In: Reformatorisch Dagblad, vrijdag 19 augustus 2022, p. 6.

25 augustus 2022

Volg de juiste route

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Het verhaal van de brede en de smalle weg, en van de ruime en nauwe poort is heel bekend. Lucas noteert in hoofdstuk 13 wat Jezus daarover zegt.
In dat kapittel lezen wij onder meer: “En iemand zei tegen Hem: Heere, zijn het weinigen, die zalig worden? En Hij zei tegen hen: Strijd om binnen te gaan door de nauwe poort, want velen, zeg Ik u, zullen proberen binnen te gaan en het niet kunnen, namelijk vanaf het ogenblik dat de Heer des huizes is opgestaan en de deur heeft gesloten. Dan zult u beginnen buiten te staan en op de deur te kloppen en te zeggen: Heere, Heere, doe ons open. En Hij zal antwoorden en tegen u zeggen: Ik weet niet waar u vandaan komt”[1].

Wat zegt de Here niet? Hij zegt niet: het is heel terecht dat u zich zorgen maakt over uw zaligheid. Hij zegt niet: Ik begrijp uw probleem en vanaf heden ben Ik uw personal trainer. Nee, dat zegt Hij niet.
De Here Jezus maakt duidelijk dat er strijd moet worden geleverd.
Dat is geen gevecht dat op deze wereld is gericht. “Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld. Als Mijn Koninkrijk van deze wereld was, zouden Mijn dienaars gestreden hebben, opdat Ik niet aan de Joden overgeleverd zou worden, maar nu is Mijn Koninkrijk niet van hier”, zegt Jezus in Johannes 18. Het gevecht gaat om de trouw aan God. Hem moeten wij blijmoedig en consequent blijven dienen. Dan zwaaien straks de hemeldeuren open.
Dat is een gevecht op leven en dood.
Mensen behoren zichzelf bij de voortduur te corrigeren. In de praktijk blijkt namelijk dat zij altijd de neiging hebben om van de route naar Gods woonplaats af te wijken[2].

Is dit een boodschap om bang van te worden?
Is er reden om angst te kweken omdat wij wellicht ongewild buiten de hemel blijven?
Nee, in de kerk hoeven wij niet bang te wezen dat wij de in Lucas 13 aangekondigde strijd gaan verliezen. Met de Nederlandse Geloofsbelijdenis mogen wij blijmoedig uitspreken: “Wij geloven dat dit ware geloof, in de mens verwekt door het horen van het Woord van God en door de werking van de Heilige Geest, hem opnieuw geboren doet worden en hem tot een nieuwe mens maakt. Dit ware geloof doet hem leven in een nieuw leven en bevrijdt hem uit de slavernij van de zonde. Daarom is er geen sprake van dat dit rechtvaardigend geloof de mensen onverschillig zou maken voor een vroom en heilig leven. Integendeel, zonder dit geloof zullen zij nooit iets doen uit liefde tot God, maar alleen uit liefde tot zichzelf en uit vrees veroordeeld te worden. Het is dan ook onmogelijk dat dit heilig geloof in de mens niets zou uitwerken. Wij spreken immers niet van een onvruchtbaar geloof, maar van geloof waarvan de Schrift zegt, dat het door de liefde werkt. Het beweegt de mens ertoe, zich te oefenen in de werken die God in zijn Woord geboden heeft. Als deze werken voortkomen uit de goede wortel van het geloof, zijn ze goed en voor God aangenaam, omdat zij alle door zijn genade geheiligd zijn”.
Echt geloof maakt van ons nieuwe mensen.
Dat is een werk van Gods Heilige Geest.
De zonde krijgt in ons bestaan gaandeweg minder invloed.
Onze liefde voor de drie-enige God wordt steeds meer zichtbaar.
Onze manier van werken komt steeds meer in lijn met Gods wetten en regels.
Dat is geen menselijke verdienste.
Nee, Gods Geest heiligt onze arbeid.
Gods Heilige Geest steunt ons in de strijd met alles wat Hij heeft.
Wat een rust geeft dat![3]

Gods Heilige Geest heiligt ons werk.
De nauwe poort is ongeschikt voor grote mensen. De nauwe poort sluit de toegang tot Gods koninkrijk voor mensen met enorme ego’s die zichzelf willen redden. De nauwe poort is er niet voor mensen die naar de hemel willen met koffers vol spullen die zij op aarde verzameld hebben.
Daarentegen is de nauwe poort geschikt voor mensen die zich, door het werk van de Heilige Geest, in hun leven steeds weer naar de drie-enige God toegekeerd hebben.
De poort is geschikt voor mensen  die zich bij de Deur melden. Die van Johannes 10, waar Jezus zegt: “Ik ben de Deur; als iemand door Mij naar binnen gaat, zal hij behouden worden; en hij zal ingaan en uitgaan en weide vinden”. Voor die mensen is de nauwe poort geschikt. In de hemel is alles wat zij nodig hebben volop aanwezig. God is daar immers![4]

Er komt een moment dat de God van hemel en aarde de hemeldeur sluit.
In Genesis 7 wordt ook een deur gesloten. Die van de ark namelijk: “En de Heere sloot de deur achter hem toe”. Na Genesis 7 komt er, om zo te zeggen, nog een herkansing voor de wereld. Maar de sluiting in Lucas 13 is definitief![5]

Er staan nog wel heel wat mensen voor die dichte deur. Maar zij mogen niet meer naar binnen.
‘Ik weet niet waar u vandaan komt’, zegt de hemelse Heer.
De mensen voor die deur hebben de hemeldeur klaarblijkelijk wel gevonden. Maar zij kwamen via een eigen route.  Daar moeten gelovige christenen voor oppassen. Het is niet zo dat het weinig uitmaakt bij welke kerk u aangesloten bent. Ware gelovigen omhelzen Christus, hun gerechtigheid. Omhelzen nog wel! Zij geven dus niet alleen maar een slap handje. Zij zeggen niet slechts in het voorbijgaan: ‘hallo’. Nee, zij omhélzen hun Redder. Zij klampen zich aan Hem vast. Zij blijven in Zijn spoor en wijken niet af naar links of naar rechts[6].

Laten wij ook in deze tijd elkaar blijven oproepen om de juiste route te volgen!

Noten:
[1] Lucas 13:23-25.
[2] In deze alinea citeer ik Johannes 18:36.
[3] Het citaat uit de Nederlandse Geloofsbelijdenis komt uit artikel 24.
[4] In deze alinea citeer ik Johannes 10:9.
[5] In deze alinea citeer ik Genesis 7:16.
[6] In deze alinea gebruik ik artikel 22 uit de Nederlandse Geloofsbelijdenis. In deze en de voorgaande alinea maak ik ook gebruik van https://www.oudesporen.nl/Download/OS1535.pdf ; geraadpleegd op woensdag 17 augustus 2022.

24 augustus 2022

Boodschap aan koppige zondaren

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

De kranten melden ons niet zelden onheil.
De koopkracht in Nederland holt achteruit.
Verder is er een hoofdpijndossier waar met grote letters STIKSTOF op staat. Overigens bedoelt men niet zelden stikstofverbindingen – maar dat terzijde.
Daarnaast hebben we in de lage landen te maken met de problemen met betrekking tot de opvang van asielzoekers.
Het wordt er, kortom, niet vrolijker op in Nederland.

Dit alles hoeft de geoefende Bijbellezer niet te verwonderen.
Jezus zegt in Marcus 7 ook iets dat allesbehalve vrolijk stemt. Dat Schriftgedeelte maakt in één zin duidelijk waar onze problemen vandaan komen. Leest u maar mee: “Wat uit de mens naar buiten komt, dat verontreinigt de mens. Want van binnenuit, uit het hart van de mensen, komen voort kwade overwegingen, alle overspel, ontucht, moord, diefstal, hebzucht, allerlei kwaadaardigheid, bedrog, losbandigheid, afgunst, lastering, hoogmoed, dwaasheid; al deze slechte dingen komen van binnenuit en verontreinigen de mens”.
Het betreft hier in de eerste plaats een boodschap aan de Farizeeën.
Hun godsdienst ziet er van buiten keurig uit. Maar daarin zit meteen ook het probleem: De Farizeeën doen heel veel voor de vorm. Zij hechten bovendien zeer aan hun bevoorrechte positie.
Maar het is helder dat hier ook een algemene boodschap in zit. Deze typering geldt voor alle mensen[1].

Bovenstaande opsomming, zeg maar: het ‘ramp-rijtje’ van Marcus 7, gaat al terug op Genesis 6: “En de Heere zag dat de slechtheid van de mens op de aarde groot was, en dat al de gedachtespinsels van zijn hart elke dag alleen maar slecht waren”.
De Spreukenleraar blijkt eveneens heel goed te weten hoe verdorven mensen in elkaar zitten. Zie hoofdstuk 6:
“In zijn hart zijn verderfelijke dingen, hij smeedt te allen tijde kwaad
en hij brengt twisten teweeg”.
De profeet Jeremia draait er in hoofdstuk 17 ook niet omheen: “Arglistig is het hart, boven alles, ja, ongeneeslijk is het, wie zal het kennen?”[2].

Zo zitten mensen dus in elkaar.
Alleen daarom al is er voor de kerk van 2022 alle reden om op dit punt attent te zijn.
Ons hart is evengoed bevuild. Kwade overwegingen, overspel, hebzucht, allerlei kwaadaardigheid, afgunst, lastering – wij weten er allemaal wel iets van. Zulke ellende zit ook in onze harten.

Moeten wij nu gaan somberen?
Welnee.
Want onze God geeft geloof. En Hij schenkt dat aan mensen in heel de wereld.
Ook dat komen wij in Marcus 7 tegen: “Want een vrouw van wie het dochtertje een onreine geest had, hoorde van Hem, kwam en viel neer aan Zijn voeten. Deze vrouw nu was een Griekse, afkomstig uit Syro-Fenicië; en zij vroeg Hem de demon uit haar dochter uit te drijven. Maar Jezus zei tegen haar: Laat eerst de kinderen verzadigd worden, want het is niet behoorlijk het brood van de kinderen te nemen en naar de hondjes te werpen. Maar zij antwoordde en zei tegen Hem: Ja, Heere, maar de hondjes eten toch ook onder de tafel van de kruimels van de kinderen. En Hij zei tegen haar: Omwille van dit woord ga heen, de demon is uit uw dochter uitgegaan”.
Jezus doet in dit hoofdstuk nog een wonder.
In het gebied van Tyrus en Sidon geneest Hij een dove man.
Wat is de achtergrond van deze dingen?
De God van hemel en aarde passeert zogezegd de Farizeeën. Het Evangelie gaat verder dan het Joodse volk. Er is meer dan Israël. Veel meer. Gods Heilige Geest doorbreekt de grenzen die door mensen zijn gemaakt![3]

Het Evangelie van redding kwam ook in Nederland.
Het Evangelie van redding wordt nog altijd overal ter wereld verkondigd.
Het wordt telkenmale uitgebazuind in een wereld die vol is van kwade overwegingen, hoogmoed, dwaasheid… – enfin, wij kennen inmiddels dat ramp-rijtje uit Marcus 7.
De hemelse God heeft mensen uitgekozen om die blijde Boodschap op allerlei manieren door de wereld te dragen: sprekend, schrijvend, doende. Op allerlei manieren zijn wij dienstbaar aan God en aan mensen.

Weet u wat de reactie is van die man die plots kan horen? Weet u wat de mensen in zijn omgeving gaan doen? In Marcus 7 lezen wij: “En Hij gebood hun dat zij het tegen niemand zouden zeggen; maar wat Hij hun ook gebood, zij verkondigden het des te meer”.
Alle mensen spreken er over.
Wat er nu toch gebeurd is…, dat is niet te geloven. En toch is het waar! De omstanders hebben er de mond vol van!
Laten wij dat voorbeeld maar volgen. Laten wij maar diep verheugd wezen omdat onze God mensen heeft uitgekozen om Zijn kinderen te zijn. Die kinderen horen bij Hem. Die blijdschap geeft ons energie om te leven en allerlei dingen aan te pakken.
Die blijdschap geeft ons de kracht om over Gods Woord te spreken. Onbeholpen misschien, maar toch. Gebrekkig en ontoereikend wellicht, maar toch.
Dat ramp-rijtje van hierboven bepaalt ons erbij dat zogenaamd zelfredzame mensen zichzelf zomaar vastzuigen in een moeras van onbesuisde eigenzinnigheid en futiele flutredenaties. Die wonderen van hierboven laten echter ook zien dat er genezing is – zelfs voor de meest verstokte zondaren![4]

Noten:
[1] In deze alinea citeer ik Marcus 7:20-23.
[2] In deze alinea citeer ik achtereenvolgens Genesis 6:5, Spreuken 6:14 en Jeremia 17:9.
[3] In deze alinea citeer ik Marcus 7:25-29. Verder refereer ik aan Marcus 7:31-37.
[4] In deze alinea citeer ik Marcus 7:36.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.