gereformeerd leven in nederland

19 oktober 2018

Woonplaats van Zijn heerlijkheid

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Wat zou ik graag eens in de hemel willen kijken![1]
Gouden straten, juwelen op de wanden, schitterende vergezichten, overal gelukkige mensen… – ziet u dat voor u?[2]

Wie in de Bijbel op zoek gaat naar een beschrijving van die plaats komt echter niet veel verder dan: onbeschrijflijk mooi.
In 2 Corinthiërs 12 schrijft de apostel Paulus: “Ik ken een mens in ​Christus, veertien jaar is het geleden – of het in het lichaam gebeurde, weet ik niet; of buiten het lichaam, weet ik niet; God weet het – dat zo iemand tot in de derde hemel werd opgenomen. En ik weet van deze mens – of het in het lichaam of buiten het lichaam gebeurde, weet ik niet; God weet het – dat hij werd opgenomen in het ​paradijs​ en onuitsprekelijke woorden heeft gehoord, die het een mens niet is geoorloofd uit te spreken”[3].

Het is, met andere woorden, in de hemel zo oogverblindend schitterend dat we de woon- en werkomgeving aldaar niet kunnen overzien. Het is onbegrijpelijk, zo luisterrijk en prachtig.

Uit 2 Corinthiërs 12 blijkt overigens dat we er ook geen woorden aan mogen geven.
Iemand heeft in de hemel woorden gehoord die niet mogen worden doorgegeven.

Is dat spijtig?
Die vraag kunnen we bevestigend beantwoorden. Want nu hebben wij nog steeds geen informatie over de hemel.
Op die vraag kunnen we echter ook ontkennend reageren. Dat is, goed beschouwd, beter. Want dan wordt duidelijk dat de aarde op geen enkele manier bij de hemel past. De woonplaats van God bevindt zich in een totaal andere dimensie.
De hemel heeft echt alles te maken met geloof.

De hemel is de woonplaats van Jezus Christus, de Heiland. In Johannes 14 zegt Hij: “Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven. Niemand komt tot de Vader dan door Mij”[4].
De hemel is open voor allen die geloven in Jezus Christus. Voor allen die Zijn verlossingswerk erkennen. Voor allen die geloven dat de beloften van de vergeving van zonden en het eeuwig leven werkelijkheid worden.
Er zijn menigten mensen die denken dat ze in de hemel komen. De basis van die veronderstelling ligt in de conclusie dat die mensen netjes geleefd hebben. Die mensen hebben keurig geleefd, niemand kwaad gedaan en nooit iets gestolen. Dan kom je in de hemel – toch? Niet dus. Het gaat erom dat je Jezus Christus eerbiedigt als jouw Redder!

De hemel is de residentie van de drie-enige God. Van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.
Die Drie-eenheid is onverbrekelijk. In Zondag 8 van de Heidelbergse Catechismus belijden wij daarover:
“Waarom noemt u drie Personen: de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, terwijl er toch maar één God is?
Antwoord:
Omdat God Zich zo in zijn Woord geopenbaard heeft: deze drie onderscheiden Personen zijn de ene, ware en eeuwige God”[5].
Hoe zit die Drie-eenheid in elkaar? Hoe werkt die? Dat raadsel willen mensen gaarne ontrafelen. We kunnen in deze wereld al zovéél uitleggen. Waarom dit dan niet?
De dominee zegt het elke zondag in de kerk: “De ​genade​ van de Heere ​Jezus​ ​Christus, de ​liefde​ van God en de gemeenschap van de ​Heilige​ Geest​ zij met u allen. ​Amen”[6]. In de Nederlandse Geloofsbelijdenis wordt onder meer op deze Bijbeltekst gewezen. En daar staat dan bij: “Op al deze plaatsen wordt ons duidelijk geleerd dat er drie Personen zijn in één enig goddelijk Wezen. En hoewel deze leer het menselijk verstand ver te boven gaat, geloven wij die nu op grond van het Woord en verwachten wij dat wij de volle kennis en vrucht ervan in de hemel zullen genieten”[7].
Kortom: heb geduld!
Wacht rustig af!
Geloof maar dat het te Zijner tijd volkomen duidelijk wordt!

Vanuit de hemel bestuurt God de Vader ons leven.
Hij is onze goedertieren hemelse Vader[8].
Om met Mattheüs 10 te spreken: “Worden niet twee musjes voor een penninkje verkocht? En niet een van die zal op de aarde vallen buiten uw Vader om. En ook de haren van uw hoofd zijn alle geteld”[9].

De kerk heeft, als het over de hemel gaat, een uiterst belangrijke Boodschap.
De apostel Paulus omschrijft die in Efeziërs 3 zó: “Mij, de allerminste van alle ​heiligen, is deze ​genade​ gegeven, om onder de heidenen door het ​Evangelie​ de onnaspeurlijke rijkdom van ​Christus​ te verkondigen, en allen te verlichten, opdat zij mogen begrijpen wat de gemeenschap aan het geheimenis inhoudt, dat door de eeuwen heen verborgen is geweest in God, Die alle dingen geschapen heeft door ​Jezus​ ​Christus, opdat nu door de ​gemeente​ aan de overheden en de machten in de hemelse gewesten de veelvuldige wijsheid van God bekendgemaakt zou worden, volgens het eeuwige voornemen dat Hij gemaakt heeft in ​Christus​ ​Jezus, onze Heere”[10].
Dat is een heel lange zin. Wat je noemt een echt Paulinische constructie.
De gemeente – zeg maar even: de kerk – moet proclameren hoe wijs de God van hemel en aarde is. Dat blijkt altijd en overal. Van eeuwigheid, schrijft Paulus. Inderdaad – dat is voor mensen volstrekt onoverzichtelijk. De kerk moet het ronduit, zonder omwegen, verkondigen: de wijsheid van God gaat altijd en overal boven uit!

De hemel is, om zo te zeggen, het verzendhuis van de genade.
Denkt u maar aan Psalm 33 waar we zingend bidden:
“Zend o grote Koning,
uit uw hemelwoning
uw genade neer.
Wij, die U belijden,
ons in U verblijden,
hopen op U, Heer”[11].

De kerk zingt Gods lof. Tot in lengte van de aardse dagen!
Om het tenslotte met Psalm 115 te zeggen:
“De hemel is de hemel van de Heer.
De aarde heeft Hij tot zijn lof en eer
de mensen eens gegeven.
In ’t stille graf brengt niemand Hem nog eer.
Maar wij, wij zullen prijzen onze Heer
van nu aan heel ons leven”[12].

Noten:
[1] De titel van dit artikel is ontleend aan Psalm 26:4, berijming uit het Gereformeerd Kerkboek-1986:
“Mijn handen was ik rein,
als ik voor U verschijn
en zingend om uw altaar schrijd.
Ik zal uw wond’ren noemen,
met liefde zal ik roemen
de woonplaats van uw heerlijkheid”.
[2] In het onderstaande gebruik ik onder meer https://visie.eo.nl/2004/06/13-vragen-over-hemel-en-hel/ ; geraadpleegd op dinsdag 16 oktober 2018.
[3] 2 Corinthiërs 12:2, 3 en 4.
[4] Johannes 14:6.
[5] Heidelbergse Catechismus – Zondag 8, vraag en antwoord 25.
[6] 2 Corinthiërs 13:13.
[7] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 9.
[8] De term komt uit de Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 13.
[9] Mattheüs 10:29, 30 en 31.
[10] Efeziërs 3:8-11.
[11] Psalm 33:8; berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986.
[12] Psalm 115:8; berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986.

18 oktober 2018

De kerk is geen kerker

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Tot voor kort was de Gereformeerd-vrijgemaakte predikant Gert Zomer ‘gewoon’ gemeentepredikant.
Nu is hij een zzp’er.

Het Nederlands Dagblad publiceerde op zaterdag 29 september jl. een interview met de dominee.

Daaruit citeer ik:
“Hij was nog maar anderhalf jaar dominee van de Gereformeerde Kerk vrijgemaakt in Houten, toen hij psychisch aan de grond raakte. Compleet burn-out, voor de derde keer in zijn leven. Een arbo-arts had al eens gezegd: ‘ga nou buiten die kerkelijke wereld werk zoeken’. Nu heeft hij geluisterd. Zomer is zzp’er, een zelfstandig ondernemer, dominee zonder gemeente”.
En:
“‘Die arts zei dat de kerk voor mij een gevangenis was. Daarmee sloeg hij de spijker op zijn kop. Ik ben iemand die graag buiten de lijntjes kleurt, die zich afvraagt hoe we loskomen van vastgeroeste gedachtegangen. Paulus schrijft dat hij vrij is om te dienen. Ik heb ervaren dat dat belangrijk is: niet gebonden zijn. Terwijl je als predikant met handen en voeten gebonden bent aan de kerk: voor je geld, voor je huis – meestal woon je in een pastorie – en voor je sociale contacten, ben je op je gemeente aangewezen. Bijbelstudie, je kring, alles speelt zich af binnen de gemeente die je dient”[1].

De dominee heeft het ongetwijfeld bijzonder zwaar gehad.
Compleet burn-out… Dan ben je leeg. Ongelukkig. Je kunt amper meer denken. Je energieniveau staat op nul. Dat moet verschrikkelijk zijn.

Het mag bekend zijn dat schrijver dezes zelf ook een kerkmens is.
De kerk is voor hem echter geen gevangenis.
Werkelijk niet.

Natuurlijk – kerkmensen zijn allemaal wel eens kortzichtig. Waarschijnlijk is de schrijver van dit artikel ook wel eens te kort door de bocht.
En ja, wij ergeren ons allemaal wel eens aan regeltjes. En laten wij maar eerlijk zijn: wij kleuren allen geregeld buiten de lijntjes.

Maar er is, naar ik meen, ook een andere kant aan de zaak.
Stel je voor dat de kerk regelloos was.
Een ieder begrijpt: de hele boel loopt binnen de kortste keren vast. Want in een regelloze samenleving maakt elke burger zijn eigen regels. De regel van Meneer Eén staat diametraal op de regel van Meneer Twee. Mevrouw Drie staat er genuanceerd in; zij kiest een tussenweg. Zo gaat het verder. Op de lange duur is er geen houden meer aan. Het is gewoon geen doen meer.
Ziet u het probleem?
Een kerk zonder regels kan niet bestaan.
Een kerk zonder functionerende kerkorde wordt een chaos.

In de kerk komen we heel wat gedachtegangen tegen.
Sommige denkkaders zijn misschien vastgeroest. Dat zou best kunnen.
In dat geval wordt het tijd dat we die kaders gaan oppoetsen. Waarom doen we het zoals we het doen? Moet het in 2018 anders dan in – pak ‘m beet – 1978? Er is niets tegen om je dat af te vragen.
De belangrijkste kwestie daarbij is: wat zegt het Woord van God over onze manier van doen?

Over dat Woord gesproken –
In 1 Corinthiërs 9 schrijft Paulus: “Want terwijl ik vrij ben van allen, heb ik mijzelf toch voor allen tot ​slaaf​ gemaakt om meer mensen te winnen. En ik ben voor de ​Joden​ geworden als een ​Jood, om ​Joden​ te winnen. Voor hen die onder de wet zijn, ben ik geworden als onder de wet, om hen die onder de wet zijn te winnen. Voor hen die zonder de wet zijn, ben ik geworden als zonder de wet – hoewel niet zonder de wet van God, want ik sta onder de wet van ​Christus​ – om hen te winnen die zonder de wet zijn. Ik ben voor de zwakken geworden als een zwakke, om de zwakken te winnen. Voor allen ben ik alles geworden, om in ieder geval enigen te behouden. En dit doe ik ter wille van het ​Evangelie, opdat ik daarvan ook zelf deelgenoot zou worden”[2].

Het valt op hoe Paulus steeds zijn best doet om zich aan te passen aan zijn doelgroep. Joden en zwakken – zij krijgen Evangelische aandacht die aansluit bij hun eigen leefwereld, bij hun eigen geloofsniveau.

Zegt Paulus intussen dat de kerk niet belangrijk is?
Zeker niet.
Sterker nog – de apostel Paulus begint er zijn brief mee. Kijkt u maar: “Paulus, een geroepen ​apostel​ van ​Jezus​ ​Christus​ door de wil van God, en Sosthenes, de broeder, aan de ​gemeente​ van God die in Korinthe is, aan de ​geheiligden​ in ​Christus​ ​Jezus, geroepen ​heiligen, met allen die de Naam van onze Heere ​Jezus​ ​Christus​ aanroepen, in elke plaats, zowel hun als onze Heere…”[3].
Paulus wijst op de kerk.
En die kerk is overal.
Je zit, om zo te zeggen, niet gevangen op één plek. Je mag verder kijken dan je neus lang is!

Daar hangt de vraag boven de markt: is de kerk een gevangenis?
Feit is dat er veel regels in de kerk zijn.
Ongeschreven regels, ook.
Maar een gevangenis – nee, dat zeker niet. Een gevangenis is een instelling die jou van je vrijheid berooft. Zo word jij gestraft omdat je een misdaad hebt begaan.
Nee, de kerk berooft je niet van jouw vrijheid.

Een gevangene – zo heeft dominee Gert Zomer zich wel gevoeld.
Beknot.
Beperkt.
Eindeloos ronddraaiend in een cirkeltje.
Ten langen leste kwam dominee Zomer er achter dat hij op dit moment niet zo geschikt is om een gemeente te dienen.
Dat wil ik best geloven.
En het is alleszins pijnlijk dat dominee Zomer tot die overtuiging is gekomen. Je vraagt je af of hij in het verleden wellicht de verkeerde keuzes heeft gemaakt.
De ontdekking die hij deed lijkt mij buitengewoon onaangenaam.

Laten wij ons onderwijl niet laten aanpraten dat de kerk een gevangenis is. Een besloten maatschappij die bol staat van de regels. Een samenleving waarin alles en iedereen wordt ingedamd en gekortwiekt.
Dat is een modieus praatje dat onder massa’s mensen opgeld doet.
De waarheid is echter dat we in en vanuit de kerk Christus, de Heiland, volgen.

Waar zij ook gaan…
wat zij ook uitvoeren…
altijd staan Gods kinderen in dienst van God!

Zij leven en werken in de wereld van 2018.
En met Psalm 122 zeggen zij misschien tegen vele anderen:
“Ik was verheugd, toen men mij zei:
Laat ons naar ’t huis des HEREN gaan,
om voor God aangezicht te staan.
Kom ga, met ons en doe als wij”[4].

Dominee Zomer zegt: “Ik heb geleerd om mijn identiteit niet uit mijn werk te halen, maar om vanuit mijn identiteit werk te zoeken dat bij me past”.
Het komt mij voor dat de predikant een goede les heeft geleerd. Het kan geen kwaad om die les aan elkaar door te geven.

Laten wij maar nooit vergeten dat de Here de verschillende leden van de kerk met zeer gevarieerde gaven heeft gesierd.
Om tenslotte met 1 Corinthiërs 12 te spreken: “…aan de één wordt door de Geest een woord van wijsheid gegeven en aan de ander een woord van kennis, door dezelfde Geest; en aan een ander geloof, door dezelfde Geest, en aan een ander genadegaven van genezingen, door dezelfde Geest; en aan een ander werkingen van krachten, en aan een ander ​profetie, en aan een ander het onderscheiden van geesten, en aan een ander allerlei talen, en aan een ander uitleg van talen. Al deze dingen echter werkt één en dezelfde Geest, Die aan ieder afzonderlijk uitdeelt zoals Hij wil”[5].

Noten:
[1] “Niet langer gevangen in de kerk”. In: Nederlands Dagblad, zaterdag 29 september 2018, p. 7.
[2] 1 Corinthiërs 9:19-23.
[3] 1 Corinthiërs 1:1 en 2.
[4] Dit zijn de eerste regels van Psalm 122:1 – berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986.
[5] 1 Corinthiërs 12:8-11.

17 oktober 2018

Echte reliprofs

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: ,

“Reli-ondernemer, laat je houvast los”.
Aldus een kop in de editie van het Nederlands Dagblad die verscheen op vrijdag 12 oktober 2018.

Over die reli-ondernemer verscheen onlangs een boek[1].
Het ND besteedde er in een artikel aandacht aan.
Daarin stond onder meer te lezen: “Niet alle geïnterviewden zijn zelf ondernemer. Dominee Jos Douma is gewoon gemeentepredikant die als missie heeft om mensen bij Jezus te brengen. Dat klinkt niet direct als een verdienmodel, maar Douma hanteert daarbij wel een ondernemende mentaliteit. Hij roept collega’s op om proactief iets van hun werk te maken, in plaats van het schaap met de vijf poten te zijn dat de kerkenraad graag ziet. De dominee van de toekomst is volgens hem een ondernemer.
Ondernemen op de religieuze markt vraagt om er vol voor te gaan, zegt rouwadviseur Heleen Litmaath: ‘Drijf jezelf tot het uiterste, laat je houvast los, neem een enkeltje vrij reizen met alleen je bezieling in je bagage’. De successen komen niet vanzelf, het is een zoektocht”[2].

Ondernemers hebben financieel geen houvast, dat klopt.
Maar reli-ondernemers zouden minstens één houvast moeten hebben: Gods Woord.
In het ND kunnen we lezen: “De behoefte aan zingeving blijft, en dat vraagt om nieuwe vormen en om ondernemende mensen. En dus zie je reliprofs met een scala aan bezigheden: coach van geestelijk verzorgers, adviseur zingeving voor bedrijven, zen-docent, werkgelukmedewerker of voorganger bij uitvaarten. Wie de stap naar het reli-ondernemerschap zet, moet kunnen omgaan met onzekerheden: krijg ik wel genoeg opdrachtgevers? Wat als ik ziek word? En gaan God en geld verdienen eigenlijk wel samen?”.
Dat klinkt allemaal heel redelijk. Maar laten we ‘t zuiver stellen: wie de zin van het leven wil zien moet eerst en vooral in Gods Woord te rade gaan. Paulus noteert het in Romeinen 10 zonder omwegen: “Als u met uw mond de Heere ​Jezus​ belijdt en met uw ​hart​ gelooft dat God Hem uit de doden heeft opgewekt, zult u zalig worden”[3].
Wie dat naspreekt is pas echt een reliprof.

Het is een zaak van spreken vanuit het geloof.
Wij moeten niet beginnen bij onze beleving. Niet bij onze gevoelens. Niet bij onze pijn. Niet bij onze depressiviteit. Niet bij onze eenzaamheid.
Al dat gevoel mag er best zijn; en ’t is er ook. Voor die emoties is veel ruimte.
Maar ons uitgangspunt moet wezen: Gods plan met ons was er eerder. Met andere woorden: Hij is altijd vóór ons aan.
Een Belgische kerkrechtdeskundige zei eens: “Een voorwerp is niet alleen maar een voorwerp. Daarin kan een ongelooflijke ziel zitten. Uiteindelijk hangen wij aan elkaar van betekenis die we zelf geven, in interactie misschien met een grote Betekenis die er ergens is. Het bestaan van betekenis en dat wij betekenis kunnen geven, is een geweldig mysterie”[4].
Gereformeerden weten echter: God geeft ons bestaan betekenis; dat doen wij zelf niet.

Intussen komen predikanten, ouderlingen, diakenen en reliprofs in de praktijk allerlei zingevingsvragen tegen.
Bijvoorbeeld: ‘Ik vind mijn werk leuk, maar presteer al jaren onder mijn niveau. Ik heb leuk werk, daarom ben ik er ook blijven hangen. Eigenlijk weet ik niet zo goed wat ik wil. Mét dat al is mijn cv niet zo best. Daarom is het moeilijk om wat anders te vinden. Ondertussen ben ik al in de 30; als ik nog wat wil…’.
U voelt wel – daaronder liggen de vragen:
* welke kant moet het met mijn leven op?
en:
* wat wil ik eigenlijk bereiken?
Misschien heeft de spreker van hierboven in het verleden wat weinig lef getoond. Hij was wellicht onvoldoende carrièrebewust bezig. Hij heeft misschien verkeerde keuzes gemaakt.
Wat zegt men in een dergelijke situatie?

Nogmaals citeer ik Romeinen 10: “Als u met uw mond de Heere ​Jezus​ belijdt en met uw ​hart​ gelooft dat God Hem uit de doden heeft opgewekt, zult u zalig worden”.
Die cursief gezette woorden drukken het ons op het hart: de Heiland heeft voor onze zonden betaald.
Laat ik het nog eens zeggen met woorden uit de eerste algemene brief van de apostel Johannes: “Als wij zeggen dat wij niet gezondigd hebben, maken wij Hem tot leugenaar en is Zijn woord niet in ons. Mijn ​kinderen, ik schrijf u deze dingen, opdat u niet zondigt. En als iemand gezondigd heeft: wij hebben een Voorspraak bij de Vader, ​Jezus​ ​Christus, de Rechtvaardige. En Hij is een verzoening voor onze ​zonden; en niet alleen voor de onze, maar ook voor de ​zonden van de hele wereld”[5].
Daarom, ja daarom mag de spreker van hierboven zijn leven in handen van de Heiland leggen. En dat mogen wij allemaal doen.
Dan mogen wij weten:
* er is vergeving voor al onze zonden en tekortkomingen
* er is een toekomst; op aarde, maar zeker ook in de hemel!
De Here Jezus Christus leidt ons daar naar toe.

Dat geeft rust.
Ook in de situatie waarop je op jouw leven terugkijkt en mompelt: ik heb er tot nog toe weinig van gemaakt…
Want de Heiland heeft de leiding in ons leven.
We mogen Hem dienen, met de gaven die wij hebben – dankbaar en blij.
Op welk niveau zij zich ook bevinden, gelovige mensen mogen blijven zeggen: de Heiland maakt wat van ons leven!

“Reli-ondernemer, laat je houvast los”.
Aldus een pakkende kop in het Nederlands Dagblad.
Ach – predikanten, ouderlingen, diakenen alsmede loslopende reliprofs mogen, wat schrijver dezes betreft, alles los laten.
Als zij Gods Woord maar stevig vasthouden.
Als zij alleen maar slappe verhalen debiteren, zijn sprekers en luisteraars verloren.
Totaal verloren.

Echte reliprofs doen Gods Woord open!

Noten:
[1] De gegevens van dat boek zijn: Greco Idema en Elze Riemer, “De reli-ondernemer. Gids voor een heilzame business”. – Heeswijk: Berne Media, 2018. – 160 p.
[2] “Reli-ondernemer, laat je houvast los”. In: Gulliver, bijlage bij het Nederlands Dagblad, vrijdag 12 oktober 2018, p. 10.
[3] Romeinen 10:9.
[4] Geciteerd van https://degrotevragen.nl/zingeving/zin-van-ons-leven/ . De woorden werden gesproken door professor Torfs, hoogleraar aan de Katholieke Universiteit Leuven.
[5] 1 Johannes 1:10-2:2.

16 oktober 2018

Troost in tijden van terreur

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

Stelt u zich voor dat een welwillend familielid tegen u zegt: ‘Geef jouw rugzak met moeilijkheden en problemen maar aan mij. Dan heb je, als je op reis gaat, de handen vrij. En dat is nodig ook. Want ’t is onderweg echt levensgevaarlijk!… Als je onderweg bent moet je twee dingen bedenken: 1. wat er ook gebeurt, het komt goed – want ik blijf bij je en red je als de nood het hoogst is; 2. er zijn heel wat andere familieleden die dezelfde levensgevaarlijke reis maken’.
Zegt u nu zelf: dat is een nogal onwerkelijk verhaal, en – zacht gezegd – een buitengewoon opmerkelijke boodschap.
Bij nader inzien is dat verhaal echter niet zo gek.
Sterker nog: wij vinden die boodschap in de Bijbel. Nog sterker: het is het Evangelie van 1 Petrus 5.
Alleen maar: het betreft daar geen welwillend familielid. Want het is de God van hemel en aarde die Zijn kinderen Hoogstpersoonlijk bescherming biedt.

Leest u maar mee.
“Werp al uw zorgen op Hem, want Hij zorgt voor u. Wees nuchter en waakzaam; want uw tegenpartij, de ​duivel, gaat rond als een brullende leeuw, op zoek naar wie hij zou kunnen verslinden. Bied weerstand aan hem, vast in het geloof, in de wetenschap dat hetzelfde lijden ook aan al uw broeders in de wereld opgelegd wordt”[1].

Dat op deze internetpagina vandaag aandacht voor deze tekst wordt gevraagd heeft een reden.

Het is namelijk die tekst waaraan prof. dr. Beatrice de Graaf – hoogleraar History of International Relations & Global Governance aan de Universiteit Utrecht – onlangs in een vraaggesprek refereerde.
In haar werk ligt de focus meestentijds op terrorisme en politiek geweld.
Overigens citeerde professor de Graaf in het gesprek de vertaling van het Nederlands Bijbelgenootschap-1951.

In een interview met het Algemeen Dagblad lezen wij onder meer: “Een vergelijking die door theologen wel is gebruikt, is die van D-day. De Duitsers zijn verslagen, je weet: er komt een einde aan de Tweede Wereldoorlog, maar ze halen nog wel uit. Het is na D-day dat de razzia in Putten plaatsvond. In de Bijbel staat heel mooi: ‘de duivel gaat rond als een briesende leeuw, zoekende wie hij zal verslinden’. Ook al sterven er mensen en ook al zijn er nog altijd oorlogen, het zal ophouden. Echt. Het stopt. En dat geloof – het is echt gelóóf – is de kern van het christendom; dat de machten van het Kwaad door Christus aan het kruis zijn overwonnen.
Luister maar eens naar de koptische christenen, wat zij hebben meegemaakt en hoe zij spreken over het geweld en de aanslagen, zegt ze. ‘Juist de slachtoffers van oorlog, genocide en aanslagen belijden vaak wat wij soms ondenkbaar vinden om uit te spreken: dat het Kwaad is overwonnen’”[2].

De duivel gaat rond als een brullende leeuw, op zoek naar wie hij zou kunnen verslinden – zo lezen wij dat in Gods Woord. Met andere woorden: de satan is de grootste grijpgrage en hebberige crimineel ter wereld!

De Gereformeerd-vrijgemaakte dominee W. Vreugdenhil (1904-1984) zei eens in een preek: “In dat ene zinnetje wordt ons heel wat gezegd. Het gaat hier over de duivel, die machtige gevallen engel, die eenmaal een scheur in Gods schepping heeft getrokken en wiens opzet en doel het is, om die scheur door te trekken”.
En:
“In het Grieks staat voor het woord duivel: diabolos. En dit woord is weer afgeleid van een werkwoord, dat betekent: de dingen door elkaar heen werpen, verwarring stichten”[3].
Dat is precies wat de duivel momenteel doet –
de wereld wordt zo vaak en zoveel mogelijk in de war geschopt!

Hoe zorgen wij er in de kerk voor dat wij niet in de war raken?
Bijvoorbeeld door elkaar te wijzen op Openbaring 5. Met name op deze woorden: “En zij zongen een nieuw lied en zeiden: U bent het waard om de boekrol te nemen en zijn zegels te openen, want U bent geslacht en hebt ons voor God gekocht met Uw bloed, uit elke stam, taal, volk en natie”[4].
En zij zongen… – dat zijn vier dieren en vierentwintig ouderlingen.
Die vier dieren vertegenwoordigen de hele bezielde schepping. De ouderlingen lijken de kerk van het Oude en Nieuwe Testament te representeren[5].
Heel de schepping, inclusief de kerk van alle tijden en alle plaatsen, proclameert het in Openbaring 5 luid en duidelijk: de Heiland heeft mensen gekocht met als oogmerk hen te redden.
Terreurspecialisten en andere geweldplegers krijgen geen vat op de kerk. Want de Heiland laat Zich Zijn eigendommen nimmer afpakken!

Misschien zijn er thans lezers die meewarig hun hoofd schudden.
Immers – hoeveel kerken gaan er in deze wereld niet plat?
En bovendien: hoeveel christenen worden er in deze wereld niet verdrukt, of zelfs omgebracht?

Toch mogen wij blijven zeggen: gelovige kerkmensen zijn beschermd. Hun beveiliging is volmaakt op orde.
Waarom kunnen we daar zo zeker van zijn?

Nu het hierom gaat wijs ik u eerst graag op woorden uit Jeremia 29.
Daar spreekt de Heer van hemel en aarde. Zijn woordvoerder Jeremia zegt: “Ik immers, Ik ken de gedachten die Ik over u koester, spreekt de HEERE. Het zijn gedachten van ​vrede​ en niet van kwaad, namelijk om u toekomst en hoop te geven. Dan zult u Mij aanroepen en heengaan, u zult tot Mij ​bidden​ en Ik zal naar u luisteren. U zult Mij zoeken en vinden, wanneer u naar Mij zult vragen met heel uw ​hart. Ik zal door u gevonden worden, spreekt de HEERE…”[6].
Toegegeven – de beloften in Jeremia 29 slaan met name op de tijd na de ballingschap. Maar de door Jeremia gepredikte woorden maken volstrekt duidelijk welke intenties de Here met Zijn volk heeft.
En er is meer.
In Jeremia 32 lezen we namelijk: “Ik zal een eeuwig ​verbond​ met hen sluiten, dat Ik Mij van achter hen niet zal afwenden, opdat Ik hun goeddoe. En Ik zal Mijn vreze in hun ​hart​ geven, zodat zij niet van Mij afwijken”[7].
En in Jeremia 50 ook nog: “In die dagen en in die tijd, spreekt de HEERE, zullen de Israëlieten komen, zij en de Judeeërs tezamen – al wenend zullen zij hun ​weg​ gaan – en zij zullen de HEERE, hun God, zoeken. Zij zullen vragen naar Sion, hun gezicht gericht op de weg daarheen. Zij zullen komen en bij de HEERE gevoegd worden met een eeuwig ​verbond, het zal niet vergeten worden”[8].
Ziet u dat? Jeremia spreekt over een eeuwig verbond. Over een verbond dat klaarblijkelijk ook vandaag nog geldt.
Het mag gezegd: niet voor niets staan die woorden ook vandaag nog in onze Bijbels!

Het leven van Gods kinderen wordt in de hemel op heerlijke wijze voortgezet.
En één ding is zeker: tussen het aardse leven en het luisterrijke hemelse bestaan zit geen enkele pauze. Het gaat zogezegd in één keer door: van aards gefröbel naar hemelse glorie.

Daarover spreken wij in Zondag 22 van de Heidelbergse Catechismus de Bijbel als volgt na:
“vraag: Welke troost geeft u de opstanding van het vlees?
Antwoord: Dat niet alleen mijn ziel na dit leven terstond tot haar Hoofd Christus opgenomen zal worden, maar dat ook dit mijn vlees, door de kracht van Christus opgewekt, weer met mijn ziel verenigd en aan het verheerlijkt lichaam van Christus gelijkvormig zal worden”.
En ja, in die Zondag 22 staat verder nog:
“vraag: Welke troost put u uit het artikel over het eeuwige leven?
antwoord: Evenals ik nu al het begin van de eeuwige vreugde in mijn hart voel, zal ik ook na dit leven volkomen heerlijkheid bezitten, die geen oog heeft gezien en geen oor heeft gehoord en die in geen mensenhart is opgekomen, en wel om God daarin eeuwig te prijzen”[9].
De conclusie ligt voor de hand: misdadigers krijgen uiteindelijk geen grip op Gods volk.

Geweld en terreur zijn aan de orde van de dag. Terrorisme-experts doen hun best om dat alles te duiden en te beteugelen.
Jazeker, het kan best zo zijn dat dit alles ons bij tijd en wijle angstig maakt.
Laten we dan maar bedenken dat in 1 Petrus 5 ook geschreven staat: “Wees met nederigheid bekleed, want God keert Zich tegen de hoogmoedigen, maar de nederigen geeft Hij ​genade”[10].

Laten wij ons leven maar in handen leggen van de God van alle genade[11]. Want één ding is zeker:
De duivelse leeuw kan wel brullen…,
maar onze God gaat al Zijn beloften vervullen!

Noten:
[1] 1 Petrus 5:7, 8 en 9.
[2] Geciteerd van https://www.ad.nl/binnenland/terreurexpert-beatrice-de-graaf-ijdelheid-is-een-grote-zonde~a1ef608d/ ; geraadpleegd op donderdag 11 oktober 2018.
[3] De preek van dominee Vreugdenhil heeft als tekst: 1 Petrus 5:8 en 9.
[4] Openbaring 5:9.
[5] Zie hiervoor de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Openbaring 4.
[6] Jeremia 29:11-14 a.
[7] Jeremia 32:40.
[8] Jeremia 50:4 en 5.
[9] Heidelbergse Catechismus – Zondag 22, vragen en antwoorden 57 en 58.
[10] 1 Petrus 5:5.
[11] De uitdrukking komt uit 1 Petrus 5:10: “De God nu van alle ​genade, Die ons geroepen heeft tot Zijn eeuwige heerlijkheid in ​Christus​ ​Jezus, Hij Zelf moge u – na een korte tijd van lijden – toerusten, bevestigen, versterken en funderen”.

15 oktober 2018

Klimaatverandering

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: ,

Zijn Gereformeerden fanatiek?
Zijn Gereformeerden te vroom?
Je zou het haast denken.
Wie met anders-kerkelijken spreekt, ziet vaak geen aansluiting. En als u dat probleem niet ziet, dan voelt u ’t wel.

Dat is, gelet op 1 Corinthiërs 2, geen wonder.
Want in dat hoofdstuk lezen we onder meer: “En wij hebben niet ontvangen de geest van de wereld, maar de Geest Die uit God is, opdat wij zouden weten de dingen die ons door God ​genadig​ geschonken zijn”[1].

Wij hebben de Geest gekregen. Met een hoofdletter, deze keer.
En – wij hebben de Geest gekregen: een kostbaar geschenk van God. Anderen kregen die Geest niet, maar wij wel.
Zo komt het dat wij in de kerk zo’n andere blik op de maatschappij hebben.
Zo komt het dat wij in de kerk de samenleving totaal anders taxeren.

Wie of wat is de geest van de wereld?
Dat blijkt uit 2 Corinthiërs 4, waar Paulus schrijft: “Van hen, de ongelovigen, geldt dat de god van deze eeuw hun gedachten heeft verblind, opdat de verlichting met het ​Evangelie​ van de heerlijkheid van ​Christus, Die het beeld van God is, hen niet zou bestralen”[2].
Als Gereformeerde mensen de wereld om hen heen bezien, hebben zij te maken met een andere lichtval. Het licht komt uit een andere hoek. Dat licht is een heel helder licht. Het straalt. Het is dus sterk licht. Wie in die lichtcirkel staat heeft het gevoel dat het in zijn leven hoogzomer is!
In Efeziërs 2 heeft Paulus het over “de leefwijze van deze wereld, overeenkomstig de wil van de aanvoerder van de macht in de lucht, van de geest die nu werkzaam is in de ​kinderen​ van de ​ongehoorzaamheid…”[3]. Wie is die aanvoerder? Antwoord: de duivel.
De geest van de wereld en de Geest van God staan tegenover elkaar.
De kerk en de wereld – dat zijn, om zo te zeggen, twee milieus die mijlenver van elkaar vandaan liggen.
De kerk en de wereld – die hebben twee verschillende klimaten.

Vandaag de dag heeft iedereen de mond vol over de klimaatverandering en het gevaar dat de wereld daardoor loopt.
In de krant stond onlangs: “Het gerechtshof in Den Haag benadrukte dat 25 procent reductie in 2020 een minimum is dat absoluut gehaald moet worden. In het klimaatakkoord van Parijs is namelijk afgesproken dat ontwikkelde landen zoals Nederland hun uitstoot in 2020 teruggedrongen moeten hebben met minimaal vijfentwintig tot veertig procent.
Geen van tegenargumenten van de staat werd door het gerechtshof overtuigend geacht. Dat klimaatverandering een probleem op wereldschaal is, ontslaat de Nederland niet van zijn verantwoordelijkheid op eigen grondgebied”[4].

Het is belangrijk dat wij deze aarde goed beheren. Daarom alleen al is de uitspraak van dat gerechtshof nuttig. We kunnen niet zeggen: ach, zo’n vaart loopt het allemaal niet. Of: misschien: als we lang genoeg praten komen we vanzelf ergens…

En toch is de klimaatverandering niet het grootste probleem van deze wereld.
Achter al dat getouwtrek over milieu, verduurzaming, energiezuinigheid en wat daar verder volgt zit een andere vraag.
Namelijk deze: waarom maken we ons daar druk over?
Om onszelf zoveel mogelijk te kunnen redden?
Of om onze God te dienen?

Wij moeten, zegt Paulus, geestelijke dingen met geestelijke dingen vergelijken[5]. Dat betekent: alleen woorden die wij van de Heilige Geest geleerd hebben passen bij geestelijke waarheden. Oftewel: in al ons spreken zijn wij op Gods Geest gericht. En: bij al ons doen en laten realiseren wij ons dat wij Godsdienstig zijn. Wij staan in Gods dienst.
Als wij in onze wereld allerlei waarheden tegenkomen, is de eerste vraag niet: wat hebben wij er zelf aan? En de tweede vraag is niet: kunnen onze kinderen er mee verder? Nee, de belangrijkste kwestie is: dienen wij God met al ons hebben en houden?

Als wij met Hem door de wereld stappen, mogen wij beseffen dat de Geest Die uit God is in ons woont.
Ja, Hij woont er. Hij komt niet zo nu en dan logeren. Gods Geest heeft in de harten van Zijn kinderen een permanent verblijf.

Voor heel veel mensen is het werk van de Heilige Geest iets vaags. Iets hogers. Iets zweverigs. Iets mystieks, wellicht zelfs.
Welnu – Gods kinderen hebben de gedachten van Christus. In 2 Corinthiërs 13 noteert Paulus: “Onderzoek uzelf of u in het geloof bent, beproef uzelf. Of weet u niet van uzelf dat ​Jezus​ ​Christus​ in u is?”[6].

Zijn Gereformeerden fanatiek?
Zijn Gereformeerden te vroom?
Welnee.
Laat ik het vandaag zo zeggen: Gereformeerden wonen samen. Met de Geest van Christus, namelijk. Met de Geest van onze Heiland dus. Zijn Geest woont in ons hart. Hij gaat met ons mee, iedere dag van ons leven. Dat geeft in het leven van alledag een significante klimaatverandering!

Noten:
[1] 1 Corinthiërs 2:12.
[2] 2 Corinthiërs 4:4.
[3] Efeziërs 2:2.
[4] “Kabinet kan bijna niet om sluiten kolencentrales heen”. In: Nederlands Dagblad, woensdag 10 oktober 2018, p. 1.
[5] 1 Corinthiërs 2:13: “Van die dingen spreken wij ook, niet met woorden die de menselijke wijsheid ons leert, maar met woorden die de ​Heilige​ Geest​ ons leert, om geestelijke dingen met geestelijke dingen te vergelijken”.
[6] 2 Corinthiërs 13:5 a.

12 oktober 2018

In eeuwigheid bewaard

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Uitgaan – met name jongeren weten daar alles van. Ergens iets drinken, eten, plezier hebben met vrienden…: zo wordt het leven een feestje!

In de Bijbel gaat het ook over uitgaan. En over ingaan.
Maar daar duidt het dan op het dagelijkse leven. Op de drukte van alledag: weggaan, terugkomen, nog gauw even een boodschap doen…

In die betekenis vinden we het in Psalm 121:
“De HEERE zal uw uitgaan en uw ingaan bewaren,
van nu aan tot in eeuwigheid”[1].

Een exegeet legt uit: “Zowel bij het uitgaan als bij het ingaan, is het de Here die bewaart. Het ‘uitgaan’ wil zoveel zeggen als het vertrekken van huis of woonplaats om te gaan werken op het veld (…) of om op (pelgrims-)reis te gaan. Het ‘ingaan’ slaat op het weer naar huis terugkeren. De vermelding van zowel start als einde sluit alle tussenliggende activiteiten in. De bescherming tegen alle kwaad is voor altijd, zolang als de pelgrim en het volk zullen bestaan”[2].

De woordcombinatie uitgaan-ingaan komt in Gods Woord wel vaker voor.
Het gaat dan onder meer over Gods hele volk.

Laten we elkaar op Numeri 27 wijzen. Daar zegt Mozes: “Laat de HEERE, de God Die aan alle vlees de adem geeft, over deze gemeenschap een man aanstellen die voor hen uitgaat en die voor hen ingaat, en die hen doet uitgaan en die hen weer doet ingaan, opdat de gemeenschap van de HEERE niet zal zijn als schapen die geen ​herder​ hebben”[3].

En op 2 Samuël 5: “Toen kwamen alle ​stammen​ van Israël naar ​David​ in Hebron en zeiden: Zie, wij zijn uw beenderen en uw vlees. Al eerder, toen ​Saul​ ​koning​ over ons was, was ú het die Israël liet uitgaan en ingaan. Ook heeft de HEERE tegen u gezegd: Ú zult Mijn volk Israël weiden en ú zult tot vorst zijn over Israël. Zo kwamen alle ​oudsten​ van Israël bij de ​koning​ in Hebron. En ​koning​ ​David​ sloot met hen in Hebron een ​verbond​ voor het aangezicht van de HEERE, en zij ​zalfden​ ​David​ tot ​koning​ over Israël”[4].

Jezus zegt in Johannes 10 zelf: “Ik ben de Deur; als iemand door Mij naar binnen gaat, zal hij behouden worden; en hij zal ingaan en uitgaan en weide vinden”[5].

Als wij Psalm 121 zingen hebben we wellicht de welhaast onbedwingbare neiging om de tekst vooral op onszelf te betrekken. Op de persoon. Op het zelfstandig opererend individu.
En dat is niet verkeerd.
Maar het gaat in Psalm 121 ook over de kerk. Over het volk dat door de Here gestuurd en beschermd wordt. Over de mensen die door God uitgekozen zijn!

Psalm 121 slaat op een individu.
Maar dus ook op het door God vergaderde volk[6].

Onze Heiland plaveit de weg waarop permanente bescherming wordt geboden. In Johannes 14 zegt Hij: “Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven. Niemand komt tot de Vader dan door Mij”[7]. Om met Colossenzen 1 te spreken: “Hij is het Beeld van de onzichtbare God, de ​Eerstgeborene​ van heel de schepping”[8].
Via Hem komt heel Gods volk in beeld.
Wij zien dat volk in Openbaring 14 staan: “En ik zag, en zie, het Lam stond op de berg Sion, en bij Hem honderdvierenveertigduizend mensen met op hun voorhoofd de Naam van Zijn Vader geschreven. En ik hoorde een geluid uit de hemel, als een geluid van vele wateren en als het geluid van een zware donderslag. En ik hoorde het geluid van citerspelers die op hun citers spelen. En zij zongen als een nieuw ​lied​ vóór de troon, vóór de vier dieren en de ouderlingen. En niemand kon dat ​lied​ leren behalve de honderdvierenveertigduizend, die van de aarde gekocht waren”[9].

Gods volk wordt bewaard.
Wat betekent dat?
Iemand noteert daarover: “Het klinkt misschien wat ongewoon: de Heere wil ons niet kwijt. Hij wil u niet kwijt. Hij wil jou niet kwijt. In die zin: Hij wil niet dat we verloren gaan! Van ons uit is geen andere verwachting dan verloren gaan, kwijt raken. Ons verliezen aan de wereld, aan het leven. Dan zijn we verloren en we worden gemist. Dat wil God niet. (….). Leven voor eigen risico; dat is verloren gaan. Leven voor Gods risico; dat is bewaard worden”[10].

Wij staan op naam van de Heiland.
Zo worden de risico’s geminimaliseerd.

Dat wil niet zeggen dat het leven altijd over rozen gaat.
Echter: als u – bijvoorbeeld – een been breekt en er vervolgens maanden heengaan met het herstel, betekent dat niet dat Psalm 121 even offline is.
In dit verband spreekt een Duitse hoogleraar praktische theologie van ‘christelijk atheïsme’: in het dagelijks leven verwachten veel christenen helemaal niks meer van hun Heer. Psalm 121 wordt nog wel gelezen en nagesproken, maar in het dagelijkse doen functioneert de belijdenis niet meer[11].

Welnu – terecht schreef een Nederlandse dominee: “De Heer heeft hemel en aarde geschapen. Dat geeft moed. Want schepping betekent niet alleen dat de Heer aan het begin van het geschapene staat. Ook nu nog houdt Hij door Zijn vaderlijke zorg alles in stand. Psalm 121 laat zien dat de Heer een pastorale God is. Hij blijft zich bezighouden met het leven en de leefwereld van de mensen op aarde”[12].
Psalm 121 betekent dat we nu voor de Here leven en dat ons – wat er ook gebeurt – het eeuwige leven niet meer kan ontgaan!

Kortom – het is nog steeds waar:
“De HEER zal u steeds gadeslaan,
Hij maakt het kwade goed, / Hij is het die u hoedt.
Hij zal uw komen en uw gaan,
wat u mag wedervaren, in eeuwigheid bewaren”[13].

Noten:
[1] Psalm 121:8.
[2] Geciteerd uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Ps. 121:3-8.
[3] Numeri 27:16 en 17.
[4] 2 Samuël 5:1, 2 en 3.
[5] Johannes 10:9.
[6] In het onderstaande maakte ik onder meer gebruik van https://www.in-geest-en-waarheid.nl/egypte.htm ; geraadpleegd op maandag 8 oktober 2018.
[7] Johannes 14:6.
[8] Colossenzen 1:15.
[9] Openbaring 14:1, 2 en 3.
[10] Geciteerd van http://www.evangelist-van-dooijeweert.com/235697837 ; geraadpleegd op maandag 8 oktober 2018.
[11] De term ‘christelijk atheïsme’ wordt gebruikt door Michael Herbst, “Beziehungsweise: Grundlagen und Praxisfelder evangelischer Seelsorge”. – Neukirchener Verlag, 2013. – 700 p.
[12] Geciteerd van https://mjschuurman.wordpress.com/2013/04/02/2256/ ; geraadpleegd op maandag 8 oktober 2018.
[13] Psalm 121:4; berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.