gereformeerd leven in nederland

10 december 2018

Titus 2 en meervoudige religiositeit

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Hoe herken je christenen in deze wereld?
Zij hebben geen etiket op. Zij hebben geen bijzondere kleding aan; behalve op zondag.
Toch zijn ze, als het goed is, herkenbaar. Volgens Titus 2, althans.

Christenen praten op een manier die bij het Evangelie past.
Oudere mannen moeten beheerst zijn. Bezonnen. Wijs en verstandig, vanuit het geloof. En zuiver in de geloofsleer[1].
Oudere vrouwen moeten jonge vrouwen leren wat goed is. Zij moeten bovendien trouw zijn in het huishouden. Zeg maar gewoon: ze moeten de boel netjes voor elkaar hebben.
Jongere mannen moeten de kunst van ouderen afkijken.
Zuiverheid, waardigheid, oprechtheid, rechtvaardigheid, godsvrucht – het komt in Titus 2 allemaal langs[2].

Het is de bedoeling dat christenen op die manier leven “terwijl wij verwachten de zalige hoop en verschijning van de heerlijkheid van de grote God en onze Zaligmaker, ​Jezus​ ​Christus. Hij heeft Zichzelf voor ons gegeven, opdat Hij ons zou vrijkopen van alle ​wetteloosheid​ en voor Zichzelf een eigen volk zou ​reinigen, ijverig in goede werken”[3].

Het Evangelie van Pasen en het blijde bericht van de wederkomst van de Heiland worden in één adem genoemd. Het Paasevangelie, Christus’ wederkomst en onze levensstijl zijn sterk aan elkaar verbonden!

Het is van enig belang om dat te benadrukken.

Onlangs werden resultaten bekend van het onderzoek ‘Meervoudig religieus: Spirituele openheid en creativiteit onder Nederlanders’.
Het Reformatorisch Dagblad meldde op woensdag 5 december: “Na het combineren van christendom en boeddhisme komt het mengen van christendom en jodendom het vaakst voor. Het christelijk geloof blijft vaak de boventoon voeren, omdat dit in veel gevallen de oorspronkelijke religie van mensen is.
Het gebeurt ook dat elementen van de islam worden overgenomen of dat moslims onderdelen van andere godsdiensten overnemen. Het kan daarbij gaan om rituelen of praktijken, zoals mediteren of vasten, maar ook om directe betrokkenheid bij een gemeenschap of het ervaren van emoties. Ongeveer 7 procent van de bevolking combineert christendom en islam”[4].

Dat klinkt allemaal oecumenisch. Of op z’n minst vredelievend. Aantrekkelijk misschien ook – u kunt overal een beetje meedoen en meepraten. Daar wordt uw leven rijker van, zeggen de mensen.

Uit Gods Woord leren wij echter dat de Here Jezus Christus ons vrijgekocht heeft. Hij heeft meer dan Zijn rijkdom gegeven. Zijn leven namelijk. En Hij komt terug om al Zijn kinderen te verzamelen en hen mee te nemen naar Zijn woonplaats, de hemel.
Verlossing van de zonde – dat is de meest structurele hulp die er geboden wordt. Voor die verlossing kunnen wij niet zelf zorgen. Wij kunnen voor onze verlossing geen eigen bijdrage leveren. We kunnen niks betalen. Lichamelijke of geestelijke inspanningen helpen niet.
Het christelijk geloof is daarin uniek. Het is daarom, goed beschouwd, mijlenver van andere godsdiensten verwijderd.

Er staat nog meer in Titus 2.
Namelijk dit.
De Heiland heeft ons vrijgekocht van alle wetteloosheid.
Thans hebben westerlingen van 2018 wellicht de neiging om te gaan protesteren. Als je niet christelijk bent, of niet christelijk doet, wil dat toch niet meteen zeggen dat je wettelóós bent?
In het citaat staat een vorm van het Griekse woord anomos.
Een uitlegger schrijft over dat Griekse woord: “In het Oude Testament duidt ‘wetteloos’ op het overtreden van Gods Wet; daarmee is het vrijwel synoniem met goddeloos. Een ‘wetteloze’ stoort zich niet aan Gods geboden en leeft naar eigen maatstaven. We vinden dit vooral in Psalmen, als de schrijver treurt over wie Gods Wet overtreden, en Spreuken, die ons vermanen dat nu juist niet te doen. En bij de profeten, vooral Jesaja en Ezechiël, die veel hebben te vertellen over de wetteloosheid van het volk die zal leiden tot de ballingschap. In het Nieuwe Testament komt het begrip slechts beperkt voor, maar ook daar vooral voor overtreders van Gods Wet. Soms slaat het echter op heidenen. Niet zozeer omdat zij Gods Wet overtreden, maar omdat zij die niet ‘bezitten’”[5].
Welnu, wij zijn het eigendom van de Here Jezus Christus, onze Heiland.
Daarom bezitten wij nu ook de wetten die Hij gegeven heeft.
Dus is wetteloosheid ongerijmd. Die kan in de kerk niet meer aan de orde zijn. Dan wordt het doen van goede werken ons handelsmerk!

Dan zijn we zelfs ijverig in goede werken, schrijft Paulus aan Titus.
En misschien denkt een enkeling in 2018 wel: ‘Het is al zo’n hectische tijd. Komt deze drukdoenerigheid er nu ook nog bij?’.
Laten wij niet vergeten dat de Heiland voor ons geleden heeft om voor Zichzelf een eigen volk te ​reinigen. Ziet u dat? Hij doet het Zelf. Hijzelf legt ons leven op een nieuwe koers!

Nee, die reiniging is geen gelukkige combinatie van componenten uit – pak ‘m beet – drie of vier godsdiensten.
Sommige mensen denken geluk af te kunnen dwingen door de juiste mix van godsdienst, meditatie, rust en persoonlijke emotie.
De onderzoekster die de hierboven gememoreerde research deed, zegt: “Sommige mensen ervaren onvrede over hun kerk. Over de nadruk op zonden, dogma’s en dat je moet geloven, terwijl emotionele betrokkenheid voor hen veel belangrijker is”.
En:
“Multireligieuzen vormen geen groep, maar zijn een verzameling van losse individuen. Tegelijkertijd is er een sterk verlangen naar gemeenschapszin”[6].
Flexibel geloven, heet zoiets vandaag de dag.

Gereformeerde mensen mogen het zeggen: als er Iemand bij onze levens betrokken is, dan is het onze Heiland wel. Hij heeft Zich aan Zijn kinderen verbonden. Jawel, met een eeuwig verbond. Een verbond tot voorbij Christus’ wederkomst dus. Een verbond tot in de hemel.
Daar is heus geen mooie menselijke mix voor nodig!

Noten:
[1] Zie de onlineversie van de Studiebijbel; woordstudie hugiainontas (= gezond zijn).
[2] Zie Titus 2:1-12.
[3] Titus 2:13 en 14.
[4] “Kwart Nederlanders combineert verschillende godsdiensten”. In: Reformatorisch Dagblad, woensdag 5 december 2018, p. 15.
[5] Geciteerd van https://broedersinchristus.nl/bijbelse-woorden-anomos-wetteloos ; geraadpleegd op donderdag 6 december 2018.
[6] De onderzoekster in kwestie is Joantine Berghuijs. De resultaten van haar onderzoek staan in: “Meervoudig religieus: spirituele openheid en creativiteit onder Nederlanders”. – Amsterdam: Amsterdam University Press, 2018. – 308 p. Zie ook https://www.godgeleerdheid.vu.nl/nl/nieuws-en-agenda/nieuwsarchief/2018/okt-dec/181112-vu-onderzoeker-joantine-berghuijs-publiceert-nieuwe-boek-meervoudig-religieus.aspx ; geraadpleegd op donderdag 6 december 2018.

7 december 2018

Gevraagd: gehoorzaamheid en lof

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Onlangs hoorde ik iemand die ‘kerks opgevoed’ is, in onvervalst Gronings een treffende opmerking maken. Hij sprak: “Als ik zai wat er apmoal in wereld gebeurt, din denk ik van nou, Hai het toch ’n foutje mokt”. In vertaling luidt zijn statement: “Als ik zie wat er in de wereld gebeurt, dan denk ik: nou, Hij heeft toch een foutje gemaakt”[1].
De vraag die achter de stellingname van de spreker ligt is kraakhelder: als God zo machtig is, kan Hij toch ook wel zorgen dat de wereld er anders uitziet?
De heilige God krijgt, kortom, de schuld van het menselijk leed. En dat terwijl mensen er zelf een zootje van maken!

Met een schuin oog op het bovenstaande wijs ik nu op woorden uit Deuteronomium 8. Het zijn deze: “Weet dan in uw ​hart​ dat de HEERE, uw God, u gehoorzaamheid bijbrengt zoals een man zijn zoon gehoorzaamheid bijbrengt, en neem de geboden van de HEERE, uw God, in acht door in Zijn wegen te gaan en door Hem te vrezen”[2].

Over Deuteronomium 8 schreef ik al eens: “In dat hoofdstuk wordt er op gewezen dat de tocht door de woestijn nodig is geweest om de Israëlieten te leren dat zij volledig afhankelijk zijn van God. (…) Lijden moet dus tot verootmoediging leiden.
In de woestijn leert Israël dat er meer is dan het brood der aarde. Uiteindelijk leeft iedereen van Gods Woord. Die levensles mogen ook wij ons eigen maken”[3].

Het is makkelijk om te zeggen: wij komen niet uit de woestijn.
Wij kunnen vervolgens simpelweg zeggen: in de supermarkt kunnen wij alles kopen wat wij van node hebben.
Wij kunnen daaraanvolgend mompelen: Deuteronomium 8 geldt derhalve niet meer voor ons; met die oude tekst kunnen wij niets meer aanvangen.
Maar dat gaat te snel. Veel te snel.

Want Deuteronomium 8 staat niet voor niets in onze Bijbels. Ook wij moeten leren dat we van God afhankelijk zijn.
In deze Nieuwtestamentische tijd behoren wij ons terdege te realiseren dat we onze Heiland in afhankelijkheid behoren te aanbidden. Want Hij heeft voor onze zonden betaald. Er was en is geen enkel ander schepsel op deze aarde dat die betaling kon verrichten.
Zelfs de sterkste mens kan dat niet. Zelfs de meeste intelligente mens kan dat niet.
De Enige die voor onze zonden betalen kon was de Here Jezus Christus. En dat deed Hij, in Zijn tijd op aarde en aan het kruis op Golgotha.
Zo zorgde Hij ervoor dat er in het aardse leven van Zijn kinderen altijd perspectief is. De weg naar Gods troon is open. De weg naar de hemel is geplaveid.
Daarom zegt Hij in Johannes 6: “Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Niet ​Mozes​ heeft u het brood uit de hemel gegeven, maar Mijn Vader geeft u het ware brood uit de hemel. Want het brood van God is Hij Die uit de hemel neerdaalt en aan de wereld het leven geeft”[4].
En:
“Ik ben het Brood des levens; wie tot Mij komt, zal beslist geen honger hebben, en wie in Mij gelooft, zal nooit meer dorst hebben”.

Terug nu naar Deuteronomium 8.
In dat hoofdstuk staat het volk Israël op het punt het land Kanaän binnen te trekken. Dat is – om Deuteronomium 8 te citeren – “een land met waterbeken, ​bronnen​ en diepe wateren, die ontspringen in het dal en op het gebergte; een land met tarwe en gerst, wijnstokken, vijgenbomen en ​granaatappels; een land met olierijke olijfbomen en honing; een land waarin u zonder schaarste brood zult eten, waarin het u aan niets ontbreken zal; een land waarvan de stenen ijzer zijn, en waarin u uit zijn bergen koper kunt hakken”[5].
Israël gaat eindelijk de rust vinden.
Israël gaat de welvaart tegemoet!

Wat zien wij als we overschakelen van Deuteronomium 8 naar de maatschappij van 2018?
We zien een samenleving die gaandeweg harder lijkt te worden. Men komt in actie tegen hoge brandstofprijzen, de verlaging van accijnzen, ontevredenheid over het zorgstelsel, de wens omtrent een ander migratiebeleid, de diepe wens om de pensioenleeftijd te verlagen, de wens van een basisinkomen voor iedereen alsmede het vertrek van de Neêrlandse minister-president.
De protestbeweging van de gele hesjes is heden ten dage een bekend fenomeen. Dood en verderf gaan bij de acties niet zelden hand in hand.
In die wereld leert de kerk “dat de HEERE, uw God, u gehoorzaamheid bijbrengt zoals een man zijn zoon gehoorzaamheid bijbrengt”.
Gehoorzaamheid?
Het mocht wat!
Je moet voor je rechten opkomen, anders raak je binnen de kortste keren ondergesneeuwd!

Deuteronomium 8 roept de kerk niettemin op tot gehoorzaamheid.
En tot de lof op God, tevens.
Ik citeer: “Als u dan gegeten hebt en verzadigd bent, loof dan de HEERE, uw God, voor het goede land dat Hij u gegeven heeft”[6].

De waarheid is in Jezus, het Brood des levens van Johannes 6.
Het is – om met Efeziërs 4 te spreken – de bedoeling “dat u, wat betreft de vroegere levenswandel, de oude mens aflegt, die te gronde gaat door de misleidende begeerten, en dat u vernieuwd wordt in de geest van uw denken, en u bekleedt met de nieuwe mens, die overeenkomstig het beeld van God geschapen is, in ware ​rechtvaardigheid​ en ​heiligheid”[7].

In Deuteronomium 8 is zogezegd sprake van het nieuwe land.
Ach, het is nog maar het begin.
In 2 Corinthiërs 5 zegt Paulus: alles wordt nieuw! Dat gaat zo: “als iemand in ​Christus​ is, is hij een nieuwe schepping: het oude is voorbijgegaan, zie, alles is nieuw geworden. En dit alles is uit God, Die ons met Zichzelf verzoend heeft door ​Jezus​ ​Christus, en ons de bediening van de verzoening gegeven heeft. God was het namelijk Die in ​Christus​ de wereld met Zichzelf verzoende, en aan hen hun overtredingen niet toerekende; en Hij heeft het woord van de verzoening in ons gelegd”[8].

Om tenslotte Deuteronomium 8 nog eens te citeren: “…u moet de HEERE, uw God, in gedachten houden, dat Hij het is Die u kracht geeft om vermogen te verwerven, opdat Hij Zijn ​verbond​ zou bevestigen, dat Hij onder ede met uw vaderen gesloten heeft, zoals het op deze dag nog is”[9].

Bij het verbond dat Hij met Zijn kinderen gesloten heeft, steken die gele hesjes schril af.

En nee, de Verbondsgod maakt geen fouten.
Heus niet!

Noten:
[1] Geciteerd van https://www.rtvnoord.nl/tv/programma/10250/Expeditie-Grunnen/aflevering/20351 ; geraadpleegd op maandag 3 december 2018.
[2] Deuteronomium 8:5 en 6.
[3] Geciteerd uit mijn artikel ‘Smart maakt soms sterk’, hier gepubliceerd op maandag 14 november 2016. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2016/11/14/smart-maakt-soms-sterk/ .
[4] Johannes 6:32 b en 33.
[5] Deuteronomium 8:7 b, 8 en 9.
[6] Deuteronomium 8:10.
[7] Efeziërs 4:22, 23 en 24.
[8] 2 Corinthiërs 5:17, 18 en 19.
[9] Deuteronomium 8:18.

6 december 2018

Kom naar de kerk!

“En toen ​Jezus​ uit het schip ging, zag Hij een grote menigte en was innerlijk met ontferming bewogen over hen, want zij waren als schapen die geen ​herder​ hebben; en Hij begon hun veel dingen te onderwijzen”.
De bovenstaande woorden uit Marcus 6 vormen de inleiding tot de wonderbare spijziging van ongeveer vijfduizend mannen[1]. We weten niet of Marcus de vrouwen en kinderen bij die telling heeft gerekend. Hoe dat zij, er komen heel wat mensen op af!

Jezus is hevig geëmotioneerd. Dat verraadt ook het Griekse woord dat gebruikt wordt; plagchnizomai is afgeleid van een woord dat ‘ingewanden’ betekent. Het gaat Jezus door merg en been. Zijn hele lichaam protesteert klaarblijkelijk bij de aanblik van zoveel stuurloze mensen!

Stuurloos?
Gods volk gaat, mogen wij toch wel aannemen, met een zekere regelmaat naar de tempel? Israël is in Jezus’ aardse tijd geen losgeslagen boel. Hoezo stuurloos?
De kwestie is dat de Israëlieten geen Geestelijke leiding krijgen. Met andere woorden: zij worden niet bij de Here gebracht.
Zij worden gebonden aan menselijke vindingen, aan menselijke regeltjes. Zij krijgen te maken met religieuze criteria die kerkleiders netjes en aanvaardbaar vinden.
Edoch, Geestelijke voeding krijgen de Israëlieten niet.

Die term ‘schapen die geen herder hebben’ is ontleend aan Numeri 27. Daar spreekt Mozes over de overdracht van de leiding van Israël aan een opvolger: er is iemand nodig “die voor hen uitgaat en die voor hen ingaat, en die hen doet uitgaan en die hen weer doet ingaan, opdat de gemeenschap van de HEERE niet zal zijn als schapen die geen ​herder​ hebben”[2].
Wat voor een volk ziet Jezus in Marcus 6?
Daar ziet Hij een natie die iemand mist die voor hen uitgaat en die voor hen ingaat, en die hen doet uitgaan en die hen weer doet ingaan. Er is, anders gezegd, niemand die de gelovigen leert om de God van hemel en aarde bij heel het leven te betrekken.

Dat laatste is trouwens iets van alle tijden.
Het is zeker ook actueel in het jaar 2018.
In onze tijd komt heel wat religie over ons heen. Velen, zeer velen vertellen ijverig over het Woord van God. Echter, als het gaat over de consequenties in het dagelijks leven wordt ‘Voorzichtig!’ het adagium.
Want ach – zo lijkt men te redeneren – er zijn zoveel verschillende mensen. Er zijn zoveel verschillende situaties. Er zijn zoveel verschillende moeilijkheden. Een echte toepassing kun je niet maken. Want die schiet te vaak langs onze persoonlijke levens. De toepassing past maar zelden op het concrete leven van alledag… Ziet u het probleem?
In Marcus 4 spreekt Jezus, in verband met de gelijkenis van de zaaier, over mensen die “geen wortel in zichzelf hebben, maar zij zijn mensen van het ogenblik; als er later verdrukking of vervolging komt omwille van het Woord, struikelen zij meteen”[3].
Daar zit een gevoelig punt.
Het Woord moet in ons leven wortelen. Het Woord moet bij allerlei gebeurtenissen in ons bestaan gebruikt worden – concreet en oprecht. Herders kunnen en moeten dat stimuleren, ook vandaag.

Wij zouden kunnen opmerken dat in Marcus 6 een grote massa mensen ongeorganiseerde mensen naar Jezus staat te luisteren. En ja, al die mensen luisteren in elk geval.
Kunnen we nu zonder hartzeer zeggen dat je niet zo nodig naar de kerk hoeft te gaan? Kunnen we zeggen dat het simpelweg naar Jezus luisteren voldoende is?
Nee, dat kunnen wij niet.
Dat is te makkelijk.
Waarom? Antwoord: de mensen moeten naar Jezus toe komen; wie thuis in zijn stoel blijft zitten, doet het Woord tekort.
Laat ik u op Marcus 1 wijzen: “En zij kwamen in Kapernaüm; en op de ​sabbat​ ging Hij meteen naar de synagoge​ en gaf Hij onderwijs”[4]. Ziet u dat? Jezus preekt in de kerk!
Laten we ook elkaar attenderen op Marcus 2: “En Hij vertrok weer naar de zee; en heel de menigte kwam naar Hem toe, en Hij onderwees hen”[5].
Ook is de inzet van Marcus 4 te noemen: “En Hij begon weer onderwijs te geven bij de zee; en er verzamelde zich een grote menigte bij Hem, zodat Hij in een schip ging zitten, op zee; en heel de menigte was op het land aan de zee”[6].

Wij moeten ook vandaag naar Jezus toe komen. Naar de kerk, betekent dat.
Wij belijden het in de Nederlandse Geloofsbelijdenis: “Wij geloven dat niemand, welke positie hij ook heeft, zich van deze heilige vergadering afzijdig mag houden, om op zichzelf te blijven staan. In deze vergadering komen immers bijeen degenen die behouden worden, en buiten haar is er geen heil. Daarom moet ieder zich bij haar voegen en zich met haar verenigen. Zo wordt de eenheid van de kerk bewaard; men onderwerpt zich aan haar onderwijzing en tucht, buigt de hals onder het juk van Jezus Christus…”[7].
Ook in onze tijd is die belijdenis nog volop relevant.

Wat kan het moeilijk zijn om de stap naar de kerk te nemen!
Vele, vele zich Gereformeerd noemende mensen zijn verontrust over bepaalde ontwikkelingen in het Nederlandse kerkelijke leven. Graag roep ik zulke mensen op om niet voortdurend verontrust te blijven. Kom naar een Gereformeerde Kerk; daar vindt u rust!

Daarbij moeten we ons haasten om een bede te noteren: laat onze God – de God die wonderen kan doen – bij elkaar brengen wat bij elkaar hoort!
U begrijpt het wel: schrijver dezes denkt hierbij met name aan De Gereformeerde Kerken in Nederland (DGK) en de Gereformeerde Kerken Nederland (GKN).

Het werd hierboven al geschreven: in Marcus 6 vindt een wonderbare spijziging plaats. Zeg maar gerust: een miraculeus feestmaal. Dat fysieke feestmaal is nog maar het begin. Er komt een hemelse maaltijd, met ongekende spijzen.
Laten we ons daar in de kerk maar op voorbereiden. Laten we ons er maar op verheugen. Wat zal het daar heerlijk wezen!

Noten:
[1] Marcus 6:34.
[2] Numeri 27:17.
[3] Marcus 4:19.
[4] Marcus 1:21.
[5] Marcus 2:13.
[6] Marcus 4:1.
[7] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 28.

5 december 2018

Wijsheid van boven

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

“Maar de wijsheid die van boven is, is ten eerste ​rein, vervolgens vreedzaam, welwillend, voor rede vatbaar, vol ​barmhartigheid​ en goede vruchten, onpartijdig en ongeveinsd”.
Weet u wie dat schreef?
Dat was Jacobus, de broer van Jezus. U vindt de woorden van hierboven in hoofdstuk 3 van Jacobus’ brief[1].

Er is wijsheid die in de wereld opgeld doet.
En wijsheid die van boven komt. Die is dus van God afkomstig. Daarover schrijft Jacobus dus.

Jacobus heeft het over wijsheid van boven.
Dat wil niet zeggen dat die van boven neerdalende wijsheid ergens boven de wereld blijft zweven. Want die moet je inzetten in het concrete leven van alledag. Jacobus schrijft in hoofdstuk ook: “Wie is wijs en verstandig onder u? Laat hij uit zijn goede levenswandel zijn werken laten zien, in zachtmoedige wijsheid”[2].
Wijsheid zie je niet alleen op zondag in de kerk. Maar ook – bijvoorbeeld – op woensdag op kantoor. Ook als u twee, drie schermen open hebt staan om een massa gegevens in de computer te zetten. Een christen doet zijn werk trouw. Zorgvuldig. Met oog voor mensen en dingen om hem heen. Wijsheid is een zaak van zondag, maandag, dinsdag en zo verder!

De wijsheid is rein. Het is wijsheid waar geen verborgen agenda bijhoort. Het is wijsheid zonder bijbedoelingen.

De wijsheid is vreedzaam. De gebruiker ervan is permanent op zoek naar vrede. Hij vermijdt, als het enigszins kan, ruzie. Hij benut zijn vechttechnieken liever niet.

Een exegeet schrijft: de wijsheid “is ‘vriendelijk’, oftewel mild en meegaand. Zij staat niet op haar recht, maar schikt zich. Zij is ‘gezeggelijk’ ; zij laat zich door de waarheid overtuigen. Ook is zij ‘vol ontferming’, vol van die barmhartigheid die kenmerkend is voor de ‘zuivere en onbevlekte godsdienst’; zodoende is zij ‘vol van goede vruchten’. En zij is ‘onpartijdig’, zij maakt geen onderscheid, wat heel wezenlijk is, omdat de aardse wijsheid tot partijschap leidt. Tenslotte is zij ‘ongeveinsd’, zij is niet hypocriet; men kan op haar en haar woorden staat maken”[3].

Men praat tegenwoordig wel over mediawijsheid: goed en verantwoord met media omgaan. Christelijke mediawijsheid geeft antwoord op de vraag: past de manier van doen op de wijsheid van boven?
Dat is een vraag die voor jong en oud altijd actueel is!

Er zijn heel wat ouderen die in hun lange leven veel levenswijsheid hebben opgedaan. Oudere werknemers betekenen, zo las ik ergens, veel als het gaat om “wijsheid, ervaring, collegialiteit, inspiratie, samenbinding”[4]. Natuurlijk is dat waar. Toch gaat het daar om wat anders dan Schriftuurlijke wijsheid.
Want Schriftuurlijke kennis, Schriftuurlijk inzicht is – om met 1 Corinthiërs 2 te spreken – wijsheid in kracht van God[5].
Over de dingen van God praten wij “niet met woorden die de menselijke wijsheid ons leert, maar met woorden die de ​Heilige​ Geest​ ons leert”[6].

“Zijn er nog echte filosofen vandaag, universele minnaars van de wijsheid die over alles tegelijk nadenken?”, vroeg de Vlaamse filosoof Maarten Boudry eens[7][8]. Dat wordt moeilijk. Dat begrijpt u wel.
Intussen is het wel zo dat christenen weten dat wijsheid van boven over heel het leven gaat. Jacobus schrijft: “En de vrucht van de ​gerechtigheid​ wordt in ​vrede​ gezaaid voor hen die ​vrede​ stichten”[9].
Die woorden raken heel het leven, inderdaad. Ook aan de hemelse toekomst namelijk. Denkt u maar aan Jesaja 32: “Totdat over ons uitgegoten wordt de Geest uit de hoogte. Dan zal de woestijn tot een vruchtbaar veld worden en het vruchtbare veld zal als een woud beschouwd worden. Het recht zal wonen in de woestijn en de ​gerechtigheid​ zal verblijven op het vruchtbare veld. De vrucht van de ​gerechtigheid​ zal ​vrede​ zijn, en de uitwerking van de ​gerechtigheid: rust en ​veiligheid​ tot in eeuwigheid”[10].
Wijsheid van boven heeft geen houdbaarheidsdatum. Want zulke wijsheid blijft altijd bestaan.

Je hoort het wel eens zeggen: met de kennis van nu weten we dat dit of dat een vergissing was.
De Schriftuurlijke kennis is geen misvatting.
Ach ja, het is nog maar een begin. Maar wel een goed begin. Want ook anno Domini 2018 belijden Gods kinderen volhardend dat “onze Here Jezus Christus ons door God geschonken is tot wijsheid, rechtvaardigheid, heiliging en tot een volkomen verlossing”[11].

Voor Gods kinderen geldt ook vandaag dat woord uit 1 Johannes 3: “Zie, hoe groot is de ​liefde​ die de Vader ons gegeven heeft: dat wij ​kinderen​ van God worden genoemd. Daarom kent de wereld ons niet, omdat zij Hem niet kent. Geliefden, nu zijn wij ​kinderen​ van God, en het is nog niet geopenbaard wat wij zullen zijn. Maar wij weten dat, als Hij geopenbaard zal worden, wij Hem gelijk zullen zijn; want wij zullen Hem zien zoals Hij is. En ieder die deze hoop op Hem heeft, reinigt zich, zoals Hij ​rein​ is”[12].

Met die wijsheid kunnen wij op gaan naar de toekomst!

Noten:
[1] Jacobus 3:17.
[2] Jacobus 3:13.
[3] Geciteerd uit de onlineversie van de Studiebijbel, commentaar bij Jacobus 3:17. In het citaat worden zeven Griekse woorden gebruikt. Deze laat ik vanwege het leesgemak weg.
[4] Jan Schreuders, “Zorg voor oudere werknemer”, column in: Reformatorisch Dagblad, donderdag 28 november, p. 17.
[5] 1 Corinthiërs 2:4 en 5: “En mijn spreken en mijn prediking bestonden niet in overtuigende woorden van menselijke wijsheid, maar in het betonen van geest en kracht, opdat uw geloof niet zou bestaan in wijsheid van mensen, maar in kracht van God”.
[6] 1 Corinthiërs 2:13.
[7] Geciteerd van https://www.filosofie.nl/maarten-boudry.html ; geraadpleegd op vrijdag 30 november 2018.
[8] Zie voor meer informatie over deze filosoof https://nl.wikipedia.org/wiki/Maarten_Boudry ; geraadpleegd op vrijdag 30 november 2018.
[9] Jacobus 3:18.
[10] Jesaja 32:15, 16 en 17.
[11] Heidelbergse Catechismus – Zondag 6, antwoord 18.
[12] 1 Johannes 3:1, 2 en 3.

4 december 2018

Beter dan aardse zorgprofessionals

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , ,

“Maar mijn God zal u, overeenkomstig Zijn rijkdom, voorzien van alles wat u nodig hebt, in heerlijkheid, door ​Christus​ Jezus”[1].
Deze opbeurende woorden noteert de apostel Paulus in Philippenzen 4.

De christenen in Philippi hebben Paulus materieel ondersteund. Maar het leven is meer dan geld. Hun giften kunnen zij namelijk ten diepste beschouwen als evenzovele offers aan God.
Paulus zegt: u heeft in mijn behoefte voorzien; wees er maar zeker van dat de Here ook in uw behoefte zal voorzien. Niet dat alle wensen per onmiddellijk vervuld zullen worden. Maar wat de Here voor de christenen in Philippi nodig vindt, dat zal er komen. Zoveel is zeker!

Dat is een Paulinische stimulans. Maar tevens een bemoediging. En die is wel op z’n plaats.
Waarom?[2]
In de eerste plaats zijn er in Philippi twee vrouwen, Euódia en Syntyche, die elkaar klaarblijkelijk niet zo liggen. Paulus vermaant de dames om eensgezind op te treden. Dat is blijkbaar nog niet zo eenvoudig. De kerkelijke gemeente lijkt er knap last van te hebben.
In de tweede plaats zijn er in en rond Philippi nogal wat afgoden.
In Italië heeft men de Romeinse goden; Jupiter bijvoorbeeld, de oppergod en de god van de hemel en het onweer[3]. In Griekenland is er de oppergod Zeus[4]. En natuurlijk zijn er nog een heel stel lagere goden.
Er zijn in Philippi heel wat verleidingen!

Daartegenover staat de God van de Bijbel.
De machtige God die, ook heden ten dage nog, mensen tot geweldige dingen in staat stelt. Dingen waarvan men zegt: ik wist niet dat ik het in mij had.
David zegt in Psalm 18:
“Want met U ren ik door een legerbende,
met mijn God spring ik over een muur”[5].
Dat concludeert David nadat hij – vanwege de reddende kracht van God – allerlei vijanden van zich heeft afgeschud; Saul inbegrepen.

David debiteert geen onzin.
Want de hemelse God is zorgzamer dan alle aardse zorgprofessionals bij elkaar. Zijn zorg eindigt nooit. In Philippenzen 3 – even eerder in zijn brief – heeft Paulus het al opgeschreven: “Ons burgerschap is echter in de hemelen, waaruit wij ook de Zaligmaker verwachten, namelijk de Heere ​Jezus​ ​Christus, Die ons vernederd lichaam veranderen zal, zodat het gelijkvormig wordt aan Zijn verheerlijkt lichaam…”[6]. Gods zorg voor Zijn kinderen houdt niet op bij de grens van het aardse leven. Zijn zorg gaat in de hemel gewoon verder!

Het is niet voor niets dat de Spreukenleraar in hoofdstuk 23 zegt:
“Mijn zoon, geef mij je ​hart,
en laten je ogen behagen scheppen in mijn wegen”[7].
Want de weg van de Here is het pad naar de hemel!
Hier op aarde kijken we soms op een afstandje naar onszelf. Naar ons gefröbel. Naar ons onhandig geknutsel. Naar ons aards geknoei. Naar ons goed bedoeld geklungel. Daar staren we naar. En misschien ergeren wij ons wel een beetje aan onszelf. Dat moeten we echter niet te vaak doen. Want de Here toont ons de wegen die naar Zijn troon leiden; Hij heeft Hoogstpersoonlijk de route voor ons uitgestippeld!
Om met Psalm 23 te spreken:
“Hij sterkt mijn ziel, verkwikt mij met zijn zegen,
leidt om zijn naam mij op de rechte wegen”[8].

Onze God is een gevende God.
Hij deelt uit. Met gulle hand. Dat doet Hij graag. Dat doet Hij veel.
Paulus weet daar wel van.

Bij zijn naamgenoot Paul uit 2018 is het een beetje weggezakt.
Bij de bekende cabaretier Paul van Vliet, bedoel ik.
In het Nederlands Dagblad zei Paul onlangs: “Misschien vind ik God terug nu ik meer rust en ruimte in mijn leven krijg. De afgelopen jaren liep ik op zondag naar de schouwburg, misschien loop ik straks naar de Kloosterkerk – allebei vijf minuten. Maar God zal niet dezelfde zijn als in mijn kindertijd. Hij is abstracter geworden. Ik vind Hem in adembenemende kunst, in de natuur, in een mens, soms. In het mysterie. Ik vind het prettig om te geloven in het onbegrijpelijke. Ervan uit te gaan dat je als mens niet de maat der dingen bent. Voor het gemak spreek ik over ‘God’, maar de formulering is niet toereikend. Je gaat altijd stamelen hè, als je het probeert uit te leggen. Als je rotsvast in de Bijbel gelooft, is het veel makkelijker om God te beschrijven”[9].

Natuurlijk is God vele, vele malen groter dan wij. Hij is onbegrijpelijk.
Maar Hij is zeker niet mysterieus. Want Hij maakt Zich in Zijn Woord bekend. En de gaven van de gulle Gever zijn reuze concreet.
Terecht zei een dominee eens: “God geeft uit Zijn volheid en dat valt niet tegen. (…) Wij vallen tegen, maar God niet”[10].
Hij geeft van alles: vergeving en verzoening van zonden, totale vernieuwing van het leven, bescherming en beloften over het eeuwige leven – een verrukkelijk bestaan dat nooit ophoudt!

Ja, God is echt een Vader. Een Vader die zorgt.
Wij weten het wel: aardse vaders moeten op een bepaald moment hun kinderen loslaten. Er komt een moment dat aardse vaders bijna alleen maar meer bezorgd kunnen zijn over hun kinderen. Veel meer kunnen zij niet doen.
Welnu, onze hemelse Vader laat Zijn kinderen nooit los. Hij stuurt hen langs allerlei wegen. Soms zijn het wegen waarvan wij het bestaan niet konden vermoeden. Soms zijn er weggetjes en stopplaatsen waar Zijn kinderen vragen: wat moeten wij hier nu toch doen? Wij mogen ons realiseren: ooit zullen de vraagtekens verdwenen wezen!

Laten wij intussen onze Vader maar eren.
Laten wij ons, al werkende weg, maar verheugen op het grootse bestaan dat wij tegemoet gaan.
En laten wij het Paulus maar nazeggen: “Onze God en Vader nu zij de heerlijkheid in alle eeuwigheid. ​Amen”[11]!

Noten:
[1] Philippenzen 4:19.
[2] In het onderstaande gebruik ik onder meer http://www.prekenweb.nl/m/Preek/Open/21742 ; geraadpleegd op donderdag 29 november 2018.
[3] Zie https://nl.wikipedia.org/wiki/Jupiter_(mythologie) ; geraadpleegd op donderdag 29 november 2018.
[4] Zie https://nl.wikipedia.org/wiki/Zeus ; geraadpleegd op donderdag 29 november 2018.
[5] Psalm 18:30.
[6] Philippenzen 3:20 en 21 a.
[7] Spreuken 23:26.
[8] Psalm 23:1 – berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986.
[9] “Ik ben een verwend jochie”. In: Nederlands Dagblad, donderdag 29 november 2018, p. 20 – rubriek Houvast.
[10] De woorden werden gesproken door dominee W. Visscher, predikant van de Gereformeerde Gemeente in Amersfoort.
[11] Philippenzen 4:20.

3 december 2018

Bij Jezus geborgen

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

In Hebreeën 2 treffen wij een plechtige verklaring aan: “…wij zien Jezus met heerlijkheid en eer gekroond, Die voor korte tijd minder dan de engelen geworden was, vanwege het lijden van de dood, opdat Hij door de genade van God voor allen de dood zou proeven”[1].

Wij zien Jezus, zegt Hebreeën 2.
Maar wij zien Jezus helemaal niet.
Niet met het blote oog tenminste.

Toen Jezus op aarde was, toen hebben de mensen Hem met eigen ogen gezien.
Gelovigen van 2018 zien Hem in hun gedachten in de hemel zitten op de troon.

De hemelse troonsbestijging geschiedde pas nadat Jezus Christus verlaagd was. Hij kwam in de wereld  teneinde ervoor te zorgen iedereen die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft.
Het is dat Evangelie dat in Hebreeën 2 in een statig statement wordt samengevat.

Het is de vervulling van Psalm 8:
“Als ik Uw hemel zie, het werk van Uw vingers,
de maan en de sterren, die U hun plaats gegeven hebt,
wat is dan de sterveling, dat U aan hem denkt,
en de ​mensenzoon, dat U naar hem omziet?
Toch hebt U hem weinig minder gemaakt dan de ​engelen
en hem met ​eer​ en ​glorie​ gekroond”[2].
God kroonde Zijn Zoon. Zo is het gekomen dat Jezus Christus, onze Heiland, de troon besteeg!

Wat baat het ons nu dat wij dit alles geloven? Oftewel, wat hebben wij eraan in december 2018?
Antwoord: de weg naar de troon van God is open.
Om met Hebreeën 4 te spreken: “Want wij hebben geen ​Hogepriester​ Die geen medelijden kan hebben met onze zwakheden, maar Een Die in alles op dezelfde wijze als wij is verzocht, maar zonder ​zonde. Laten wij dan met vrijmoedigheid naderen tot de troon van de ​genade, opdat wij ​barmhartigheid​ verkrijgen en ​genade​ vinden om geholpen te worden op het juiste tijdstip”[3].
Onze gebeden komen bij de troon van de Heiland. Hij deelt barmhartig uit, mild en overvloedig. Hij geeft de hulp die wij nodig hebben.

En ja, Zijn ingrijpen is noodzaak.
Harde noodzaak.

In wat voor een wereld leven wij?
Het nieuws vertelt het ons.
Ik citeer: “Docenten in het voortgezet onderwijs voelen zich onveiliger voor de klas. Dat blijkt uit woensdag gepresenteerd onderzoek van DUO Onderwijs & Advies onder zo’n 1100 leerkrachten.
Ongeveer een kwart van de docenten voelt zich minder veilig op school dan drie jaar geleden, blijkt uit het onderzoek. Zo’n 60 procent voelt zich ongeveer even veilig op school als in 2015, terwijl 14 procent zich juist veiliger voelt, zo blijkt uit het onderzoek van DUO Onderwijs & Advies. Onderwijzers in het vmbo kampen met meer onveiligheid dan op bijvoorbeeld de havo.
Van de leerkrachten is 22 procent het afgelopen jaar uitgescholden door leerlingen. Zo’n 15 procent is onterecht beschuldigd door scholieren. De helft van de docenten maakte het afgelopen jaar mee dat een leerling diefstal pleegde. Vier op de tien leerkrachten zag zich geconfronteerd met een leerling die stoned in de klas zat; 40 procent trof een leerling met vuurwerk op school, 30 procent had te maken met een leerling die drugs in of rond de school verhandelde. En 10 procent van de leerkrachten trof een scholier met een wapen aan”[4].
Ja, in zo’n wereld leven wij.

Dat is een destructieve wereld. Een wereld die zichzelf schade toebrengt. Een wereld die uiteindelijk volstrekt verwoestend werkt.
Dat is een wereld die, ten diepste, zeer onveilig is.

Nee, het is in het geheel geen wonder dat we ons soms onveilig voelen in deze wereld.
Wij kunnen wel zeggen dat de dood voortdurend om ons heen is. In de kerk spreken we dan over “dit leven, dat toch niet anders is dan een voortdurend sterven”[5].
In en vanuit het geloof kunnen we echter over de problemen heen kijken. En dat is mooi werk.  Het feit dat onze Heiland reeds in de hemel is belooft namelijk wat!
Want in Hebreeën 2 staat ook: “…het paste Hem, om Wie alle dingen zijn en door Wie alle dingen zijn, dat Hij, om veel kinderen tot heerlijkheid te brengen, de Leidsman van hun zaligheid door lijden zou ​heiligen”[6]. De Heiland op de troon – dat is blijkbaar nog maar een begin, een klein begin!

De kinderen van God worden door de Geest van God naar de toekomst geleid, schrijft Paulus in Romeinen 8[7].
Kinderen van God weten hun bestemming al. Zij zijn door de God van hemel en aarde uitverkoren. Zij gaan een luisterrijke toekomst tegemoet![8]
De kinderen van God worden vrijgekocht, schrijft Paulus in Galaten 4[9]. Eertijds werden gijzelaars nog wel eens vrijgekocht[10]. Welnu – kinderen van God krijgen alle vrijheid om hun Heer te eren. Dat Heer-lijke feest gaat in de hemel altijd verder. Voor eeuwig!
Niet dat het leven op aarde dan altijd een makkie is. Zeker niet. Kinderen die door hun Vader opgevoed worden, krijgen soms straf. Aldus maakt de Hebreeënschrijver in hoofdstuk 12 duidelijk[11].

Maar het is glashelder – wij moeten ons maar niet laten intimideren door scheldpartijen.
En ook niet door allerlei onterechte beschuldigingen.
En ook niet door diefstal van allerlei goederen.
En ook niet door drugsgebruikers.
En ook niet door wapens.

Laten we maar denken aan Gods troon.
Laten we ons maar richten op Degene die daarop zit.
Dan wordt een hard bestaan doortrokken van barmhartigheid.
Dan wordt hardvochtigheid volkomen overvleugeld door Gods genade.
Want bij de Heiland zijn wij veilig. Om met Psalm 18 te spreken:
“Hij is een schild, een schuilplaats in de strijd,
voor al wie bij hem zoekt naar veiligheid”![12]

Noten:
[1] Hebreeën 2:9.
[2] Psalm 8:4, 5 en 6.
[3] Hebreeën 4:15 en 16.
[4] Geciteerd van https://www.rd.nl/vandaag/binnenland/docenten-voelen-zich-steeds-minder-veilig-op-school-1.1530722 ; geraadpleegd op woensdag 28 november 2018.
[5] Formulier voor de bediening van de heilige doop aan de kinderen van de gelovigen” – Gereformeerd Kerkboek, p. 514.
[6] Hebreeën 2:10.
[7] Romeinen 8:14: “Immers, zovelen als er door de ​Geest van God​ geleid worden, die zijn ​kinderen​ van God”.
[8] Efeziërs 1:5: “Hij heeft ons voorbestemd om als Zijn ​kinderen​ aangenomen te worden, door ​Jezus​ ​Christus, in Zichzelf, overeenkomstig het welbehagen van Zijn wil”.
[9] Galaten 4:4 en 5: “Maar toen de volheid van de tijd gekomen was, zond God Zijn Zoon uit, geboren uit een vrouw, geboren onder de wet, om hen die onder de wet waren, vrij te kopen, opdat wij de aanneming tot ​kinderen​ zouden ontvangen”.
[10] Zie hiervoor bijvoorbeeld http://kempenland-historie.nl/Tijdbalk%20ca1540-ca1650.html ; geraadpleegd op woensdag 28 november 2018.
[11] Hebreeën 12: 6 en 7: ”Want de Heere bestraft wie Hij liefheeft, en Hij geselt iedere zoon die Hij aanneemt. Als u bestraffing verdraagt, behandelt God u als ​kinderen. Want welk ​kind​ is er dat niet door zijn vader bestraft wordt?”.
[12] Dit zijn regels uit Psalm 18:9 – berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.