gereformeerd leven in nederland

19 juli 2019

Dwalend en ziek

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Wat is de ware kerk?
Dat is een heilige vergadering waar Jezus Christus het voor het zeggen heeft. Christus schrijft daar de wet voor.
De Nederlandse Geloofsbelijdenis leert het ons zo: “De kenmerken waaraan men de ware kerk kan kennen, zijn deze: dat de kerk de zuivere prediking van het evangelie onderhoudt; dat zij de zuivere bediening van de sacramenten onderhoudt, zoals Christus die heeft ingesteld; dat de kerkelijke tucht geoefend wordt om de zonden te bestraffen. Kortom, dat men zich richt naar het zuivere Woord van God, alles wat daarmee in strijd is verwerpt en Jezus Christus erkent als het enige Hoofd. Hieraan kan men met zekerheid de ware kerk kennen en niemand heeft het recht zich van haar af te scheiden. Zij die bij de kerk horen, zijn te kennen aan de kenmerken van de christenen, namelijk aan het geloof en hieraan dat zij, na de enige Heiland Christus aangenomen te hebben, de zonde ontvluchten en de gerechtigheid najagen, de ware God en hun naaste liefhebben, niet naar rechts of naar links afwijken en hun oude mens met zijn werken kruisigen. Dat wil echter niet zeggen dat er geen grote zwakheid meer in hen zou zijn, maar door de Geest strijden zij daar elke dag tegen, hun leven lang. Zij nemen voortdurend hun toevlucht tot het bloed, de dood, het lijden en de gehoorzaamheid van de Heer Jezus, in wie zij vergeving van hun zonden hebben door het geloof in Hem”.
Dat is dus de echte kerk.

Wat is de valse kerk?
De Nederlandse Geloofsbelijdenis omschrijft dat als volgt: “Wat de valse kerk betreft, deze schrijft aan zichzelf en haar verordeningen meer gezag toe dan aan Gods Woord en wil zich niet aan het juk van Christus onderwerpen. Zij bedient de sacramenten niet zoals Christus in zijn Woord geboden heeft, maar naar eigen goedvinden voegt zij eraan toe en laat zij eruit weg. Zij grondt zich meer op mensen dan op Christus. Zij vervolgt hen die heilig leven naar Gods Woord en die haar bestraffen over haar zonden, hebzucht en afgoderij”[1].
Dat is dus de onechte kerk.

Hierboven staan bekende formuleringen.
Wij moeten erop letten dat in die volzinnen maar twee ‘soorten’ kerken benoemd worden. Waar en vals. Meer smaken zijn er niet.

De Gereformeerd-vrijgemaakte dr. A.N. Hendriks kent meer onderscheidingen. Namelijk:
* de dwalende kerk
en
* de zieke kerk.
Uit het Reformatorisch Dagblad citeer ik: “Zolang het Woord en de sacramenten recht worden bediend, stelde Calvijn, is er sprake van een kerk van Christus. Een dwalende of zieke kerk is nog geen valse kerk. Wat een valse kerk is, zegt artikel 29 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis. In de Afscheiding van 1834 en de Vrijmaking van 1944 verlieten mensen pas de kerk toen ze er niet meer welkom waren. Voor trouwe dienaren was geen plaats”[2].
“Een dwalende of zieke kerk is nog geen valse kerk”. Zo zegt dr. Hendriks dat.
Dwalen, dat is: op een verkeerde weg zijn. En ook: zonder doel rondlopen.
Ziek, dat is: lichamelijk of geestelijk niet in orde zijn.
Kennelijk redeneert dr. Hendriks als volgt: als de kerk op een verkeerde weg zit, kun je altijd terugkeren; en een zieke kerk kan nog beter worden.

Die onderscheidingen ‘dwalend’ en ‘ziek’ zijn door de jaren heen veel gebruikt. Men kan ze in preken en boeken nog vaak tegenkomen.
Maar hoe spreekt Gods Woord over de kerk?

In Johannes 16 zegt Jezus zelf: “Ze zullen u uit de ​synagoge​ werpen; ja, de tijd komt dat ieder die u doodt, denkt God een dienst te bewijzen”[3].
Er komt een tijd dat de mensen zeggen zullen: eruit met die Evangelieverkondigers! In die tijd wordt er niet meer rustig gediscussieerd. Dat zijn geen momenten waarop men aandacht vraagt voor allerlei nuanceringen.

Laten we elkaar wijzen op Handelingen 4. Daar wordt een bevel gegeven: “En na hen – dat zijn de apostelen – geroepen te hebben, gaven zij – dat zijn de Schriftgeleerden – hun het bevel helemaal niet meer te spreken of te onderwijzen in de Naam van Jezus”[4].
De leiders in Jeruzalem zeggen niet: doe het een beetje rustig aan met die Evangelieverkondiging. Ze zeggen eenvoudig: stop daarmee!

Laten wij elkaar meenemen naar 2 Timotheüs 4. Daar staat: “Want er zal een tijd komen dat zij de gezonde leer niet zullen verdragen, maar dat zij zullen zoeken wat het gehoor streelt, en voor zichzelf leraars zullen verzamelen overeenkomstig hun eigen begeerten. Ze zullen hun gehoor van de waarheid afkeren en zich keren tot verzinsels”[5].
Dat ziet er zwart-wit uit. Grijstinten zien wij niet.

In de tweede algemene brief van de apostel Johannes is genoteerd: “Ieder die overtreedt en niet blijft in de leer van ​Christus, die heeft God niet; wie in de leer van ​Christus​ blijft, die heeft zowel de Vader als de Zoon”[6].
Het is wel of niet. Het is alles of niets.

De hierboven geciteerde teksten zijn niet willekeurig gekozen. We vinden ze als Schriftbewijs in de Nederlandse Geloofsbelijdenis bij het begrip ‘valse kerk’.

We kunnen eigenlijk niet om de conclusie heen dat kwesties van ware en valse kerk zwart-wit zijn. Het is ja of nee. Het is nooit ‘misschien’. Of ‘een beetje’. Of ‘min of meer’.

Is het nu zo dat we bij de eerste de beste onschriftuurlijke beslissing de kerk moeten verlaten?
Nee, dat niet.
De vraag is: kan er in de kerk nog van gedachten gewisseld worden op basis van het Woord van God? Als dat niet meer het geval is, wordt het tijd om weg te wezen.

Zonder twijfel is dr. Hendriks een man die door zijn Heer met grote gaven gesierd is.
Maar de stellingen die hij in het Reformatorisch Dagblad inneemt zijn op z’n minst opmerkelijk.
En met de kwalificaties ‘dwalende kerk’ en ‘zieke kerk’ kan een rechtgeaard Gereformeerd mens meestentijds niet zoveel aanvangen.
Het is goed om elkaar op dit punt scherp te houden.

Noten:
[1] De citaten over de kerk komen uit: Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 29.
[2] “Verlaat de GKV niet te vlug”. In: Reformatorisch Dagblad, maandag 15 juli 2019, p. 2 en 3.
[3] Johannes 16:2.
[4] Handelingen 4:18.
[5] 2 Timotheüs 4:3 en 4.
[6] 2 Johannes, vers 9.

18 juli 2019

Kerkelijke eenlingen

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

We horen het vaak om ons heen: vader en moeder die problemen in de kerk verschillend taxeren. De één vindt het allemaal zo erg niet. De ander acht de problemen veel ernstiger.
Binnen een huwelijk kan dat zomaar verwijdering geven.
Dat is moeilijk.
Man en vrouw gaan op zoek naar een tussenweg die voor beiden aanvaardbaar is. Maar het blijft bijna altijd wringen. Want geloof en kerkkeus zijn, als het er op aankomt, heel persoonlijke dingen.

Laten we deze vader en moeder maar even in het oog houden. We noemen hen vader en moeder Van Hierboven.

Nu we deze situatie in beeld hebben, mogen we elkaar wijzen op Psalm 27:
“Eén ding heb ik van de HEERE verlangd,
dát zal ik zoeken:
dat ik wonen mag in het ​huis​ van de HEERE,
al de dagen van mijn leven,
om de lieflijkheid van de HEERE te aanschouwen
en te onderzoeken in Zijn tempel.
Want Hij doet mij schuilen in Zijn hut
op de dag van het onheil.
Hij verbergt mij in het verborgene van Zijn ​tent,
Hij plaatst mij hoog op een rots”[1].

Psalm 27 is gecomponeerd door David. En het valt meteen op: de psalmist spreekt hier in het enkelvoud. Wat anderen ook denken, hij wil naar de kerk. Hoe anderen de situatie ook taxeren, hij wil bij de Here wezen!
En hij weet: de Here ziet mij. Hij beseft: ik ben maar een eenling, maar de Here houdt mij wel degelijk in de gaten. Hij realiseert zich: er zijn allerlei drukdoenerige mensen om mij heen, maar de Here weet precies wat ik doe.
Laat dat ook maar een troost wezen voor de kerkelijke eenlingen van vandaag!

Nee, het is niet zo dat daarmee de problemen meteen geheel en al opgelost zijn.
We kunnen rustig zeggen dat vader Van Hierboven Psalm 27 zingt. Maar dat wil moeder Van Hierboven waarschijnlijk ook wel doen. Alleen maar – op zondag zingen zij Psalm 27 op verschillende plaatsen.
Zegt u nu zelf: samen zingen is veel mooier.
Echter – voor vader en voor moeder Van Hierboven geldt: de Here hoort Psalm 27 in stereo. Dat lukt mensen niet. Maar God lukt het wel. En Hij kan in harten kijken. Hij kent onze onzekerheden. Hij weet van de hobbels. Van de teleurstelling. Van het stille verdriet. En van de tranen.
Ook dat kan eenlingen tot troost strekken: de Here hoort ons loven, prijzen en bidden. Het maakt niet uit waar we ons bevinden; Hij hoort het altijd en overal!

Er staan twee heel belangrijke woorden in Psalm 27:
* zoeken
* onderzoeken.
Wie Psalm 27 zingt, laat daarmee blijken dat bij hem of haar werk in uitvoering is. Het geloof is geen status quo. Het geloof is geen unit die we ons hele leven met ons meedragen. Het is niet zo dat het geloof een talisman is – zolang je ‘m maar bij je hebt is er niks aan de hand. Zo zit het niet.
Nee, er moet gezocht worden. En er moet onderzocht worden.
Dat geldt voor vader Van Hierboven. En het geldt net zo goed voor moeder Van Hierboven. Beiden moeten zoeken en onderzoeken. En zij moeten elkaar in kennis stellen van de resultaten van hun speurtocht. Zij moeten met elkaar praten over de resultaten van hun research. Zij mogen elkaar blijven tonen wat de Here in hun leven doet.
David leert ons in Psalm 27: geloof is niet iets waarbij je voldaan achterover leunt.

Achterover leunen – dat doet de God van het verbond ook niet.
Hij biedt een schuilplaats. Hij biedt, om zo te zeggen, een safehouse[2].
Hij zet Zijn kinderen op een plek neer waar kwaadwillende mensen er niet bij kunnen; op een hoge rots namelijk
Kortom – de God van hemel en aarde staat garant voor de bescherming van de bevolking die Hij met Zijn eigen bloed gekocht heeft!

Bij dat alles moeten wij, wat betreft Psalm 27, nog tenminste één ding registreren.
Er is één huis van de Here.
Er is één tempel.
Er is één hut.
Er is één tent.
En dus is er ook maar één kerk.
Geen twee. Of drie. Of honderd.
Bij hun zoektocht mogen vader en moeder Van Hierboven nooit vergeten dat hun verschil in kerkkeus een gevolg is van de zonde op deze aarde. Natuurlijk – dat is een droevige conclusie. Maar het zou verkeerd zijn om op dit punt om de hete brij heen te draaien.

Laat de dichter van Psalm 27 vader en moeder Van Hierboven nu toch met alle moeilijkheden zitten? Zo van: we moeten samen naar de kerk; maar dat doen we niet en dat is zondig…?
Zeker – wij moeten onze zonden blijven benoemen. Maar dat is niet de hoofdboodschap van dit kerklied.
In Psalm 27 leert vader en moeder Van Hierboven wat het adres is waar zij altijd, hun hele leven lang, met hun problemen naar toe moeten gaan. De familie Van Hierboven, en wij allen, moeten leren bidden:
“HEERE, leer mij Uw weg,
leid mij op een geëffend pad”[3].
Laat de God van hemel en aarde onze Routeplanner maar wezen!

Laten wij ons even voorstellen dat vader en moeder Van Hierboven hun leven lang kerkelijk gescheiden blijven.
Hoe moet dat dan verder?
De dichter van Psalm 27 zegt:
“Wacht op de HEERE,
wees sterk
en Hij zal uw ​hart​ sterk maken;
ja, wacht op de HEERE”[4].
Wij allen – vader en moeder Van Hierboven incluis – moeten beseffen dat sommige problemen op deze aarde niet worden opgelost.
Maar de Here ziet al Zijn kinderen.
Hij ziet ook de gelovige mensen die, als gevolg van de zonde die op aarde rondwaart, kerkelijke eenlingen geworden zijn.
Laten wij in die situatie, samen met vader en moeder Van Hierboven en alle andere kerkelijke eenlingen, die prachtige woorden uit Openbaring 22 maar repeteren: “En zie, Ik kom spoedig en Mijn loon is bij Mij om aan ieder te vergelden zoals zijn werk zal zijn. Ik ben de Alfa, en de Omega, het Begin en het Einde, de Eerste en de Laatste. Zalig zijn zij die Zijn geboden doen, zodat zij recht mogen hebben op de Boom des levens, en opdat zij door de ​poorten​ de stad mogen binnengaan”[5].

De God van hemel en aarde brengt Zijn kinderen eens bijeen.
Ja, ook als zij zich tot hun laatste dag op aarde in verschillende kerkverbanden bevinden!

Noten:
[1] Psalm 27:4 en 5.
[2] Dat is een huis dat gebruikt wordt om iemand te laten onderduiken.
[3] Psalm 27:11 a.
[4] Psalm 27:14.
[5] Openbaring 22:12, 13 en 14.

17 juli 2019

Vrijspraak voor zondaars

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

“Maar nu is zonder de wet ​gerechtigheid​ van God geopenbaard, waarvan door de Wet en de Profeten is getuigd: namelijk ​gerechtigheid​ van God door het geloof in ​Jezus​ ​Christus, tot allen en over allen die geloven, want er is geen onderscheid”.

De woorden hierboven staan in Romeinen 3[1].

Paulus verkondigt het Evangelie in een wereld vol barsten en scherven. Paulus brengt de blijde Boodschap in een wereld waarin de mensen voortdurend in de clinch liggen met zichzelf en met anderen.
En dat Evangelie luidt: er is vrijspraak voor alle zondige mensen, waar ook ter wereld, als zij in Jezus Christus geloven.

Zonde bederft alles.
De gevolgen van zonde en bederf zien we overal om ons heen.
Een voorbeeld: een geslaagde zakenman die geld zat heeft, een goed huwelijk, leuke kinderen. goede en warme relaties in en buiten de commerciële wereld… – de zakenman heeft suikerziekte, dat wel[2].
Er is vrijwel nooit iets perfect. En als dat wel zo lijkt, is er altijd wel iemand die corrigerend commentaar heeft. Kort door de bocht: er is altijd wel wát.

Maar eigenlijk is dat prima, zeggen geleerde mensen.
Neem nu de Sloveense socioloog en filosoof Slavoj Žižek. Hij stelt: een cruciale voorwaarde voor geluk is dat mensen het voldoende slecht moeten stellen. Hij verwijst naar communistisch Polen en stelt dat mensen ten tijde van het regime van generaal Jaruzelski – dat was in de tweede helft van de jaren ’80 van de vorige eeuw – makkelijker gelukkig konden zijn dan nu.
Citaat: “Het was toen makkelijker om gelukkig te zijn, omdat mensen de ene week wel eieren hadden maar ze de andere week moesten missen. Waarna de eieren een week later weer geleverd werden en dan twee keer zo lekker smaakten
In onze tijden, waarin we voortdurend alles voorhanden hebben, appreciëren we de kleine dingen niet meer waarin geluk te vinden is. De voortdurende materiële overdaad maakt onze lichamen én geesten papperig. En afstomping leidt ertoe dat we het leven minder vol ervaren en we minder naar waarde kunnen schatten wat echt waardevol is: al het goede dat ons zo vaak in de schoot geworpen wordt. Misschien is dat wel de ultieme paradox van onze tijd: we hebben het té goed om gelukkig te zijn”[3][4].

Moeten we teruggaan naar de kleine dingen?
Moeten we de vierkante centimeter weer meer leren waarderen?
Ach, op zichzelf is dat niet verkeerd. Op aarde is het een aangenaam lapmiddel. Maar het mag geen eindpunt zijn.

Want wij moeten terug naar God.
De God waarover wij in de Nederlandse Geloofsbelijdenis gelovig verklaren: “Wij geloven allen met het hart en belijden met de mond, dat er één God is, een geheel enig en éénvoudig geestelijk wezen. Hij is eeuwig, niet te doorgronden, onzienlijk, onveranderlijk, oneindig, almachtig. Hij is volkomen wijs, rechtvaardig en goed, en een zeer overvloedige bron van al het goede”[5].

De Here zegt niet: ga terug naar uw eigen vierkante meter. Nee, dat zegt Hij niet. Hij wijst op de heerlijkheid die Hij geeft. De grootte van die heerlijkheid is niet uit te drukken in centimeters of meters. Want die hemelse glorie is oneindig en eeuwig.

De filosoof John Rawls (1921-2002) heeft veel nagedacht over het principe van rechtvaardigheid. Wij zijn rationele wezens, zegt hij. Oftewel: mensen met verstand.
“Alleen vanuit deze situatie kunnen we op een eerlijke manier antwoord geven op de vraag wat rechtvaardigheid is. Mensen die vanuit de original position nadenken over rechtvaardigheid, komen tot de conclusie dat iedereen gelijke en maximale vrijheid moet hebben die verenigbaar is met de gelijke vrijheid voor anderen. Iedereen moet een gelijke kans krijgen om zich te ontwikkelen”[6].

Wat zullen wij van deze dingen zeggen?

Gereformeerden worden als vanzelf teruggeleid naar Gods Woord: “gerechtigheid​ van God door het geloof in ​Jezus​ ​Christus, tot allen en over allen die geloven, want er is geen onderscheid”.
Om maar in de termen van Rawls te blijven: iedereen krijgt een gelijke kans.

Slavoj Žižek zegt: we hebben het te goed om gelukkig te zijn.
Gereformeerden beseffen echter terdege dat er nog veel aan hun leven mankeert. Er is, om zo te zeggen, nog een wereld te winnen. Zij schuilen bij hun Heiland. Om het weer met Romeinen 3 te zeggen: “Want allen hebben gezondigd en missen de heerlijkheid van God, en worden om niet gerechtvaardigd door Zijn ​genade, door de verlossing in ​Christus​ ​Jezus”[7].

Noten:
[1] Romeinen 3:21 en 22.
[2] De zakenman in kwestie is Maarten de Gruyter. Zie https://www.boelensdegruyter.nl/over-ons ; geraadpleegd op zaterdag 13 juli 2019.
[3] Zie https://www.filosofie.nl/nl/artikel/51167/alicja-gescinska-geluk-bij-i-ek.html ; geraadpleegd op zaterdag 13 juli 2019.
[4] Zie voor meer informatie over generaal Jaruzelski https://nl.wikipedia.org/wiki/Wojciech_Jaruzelski ; geraadpleegd op zaterdag 13 juli 2019.
[5] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 1.
[6] Geciteerd van https://www.filosofie.nl/john-rawls.html?130719 ; geraadpleegd op zaterdag 13 juli 2019.
[7] Romeinen 3:23 en 24.

16 juli 2019

God raakt ons nooit kwijt

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Deuteronomium 4 – dat is een lang hoofdstuk waarin Mozes zijn volksgenoten aanspoort om naar de geboden van God te leven.

Voeg niets toe!, waarschuwt Mozes.
Knabbel er niet een stukje van af!, vermaant Mozes Israël.
Want, zegt hij, u weet best dat de Here hard kan ingrijpen. Hij kan zelfs Zijn tegenstanders doden; dat hebt u zelf gezien.
Als u zich aan Gods geboden houdt, zullen de volken in de omgeving zeggen: wat een wijs en verstandig volk is dat!
Denk erom, zegt Mozes, vergeet die geboden niet. Stop ze niet weg. God heeft u Zijn geboden gegeven. Dat zijn verbondswoorden. Dat verbond is van blijvende betekenis.

Mozes zegt: “Daarom moet u heden weten en ter harte nemen dat de HEERE God is, boven in de hemel en beneden op de aarde, niemand anders! En u moet Zijn verordeningen en Zijn geboden, die ik u heden gebied, alle dagen in acht nemen, opdat het u en uw ​kinderen​ na u goed gaat en opdat u uw dagen verlengt in het land dat de HEERE, uw God, u geeft, alle dagen”[1].

God heeft een verbond met mensen gesloten.
Het is dat verbond dat in Deuteronomium 4 centraal staat.
Dat verbond komen wij in Deuteronomium 3 en 4 steeds weer tegen. Leest u maar mee.
Deuteronomium 3:
“Hij maakte u Zijn ​verbond​ bekend, dat Hij u beval te doen, de Tien Woorden, en Hij schreef ze op twee stenen tafelen”[2].
En:
“Wees op uw hoede, dat u het ​verbond​ van de HEERE, uw God, dat Hij met u gesloten heeft, niet vergeet en voor u een beeld maakt, de afbeelding van enig ding dat de HEERE, uw God, u verboden heeft”[3].
En Deuteronomium 4:
“De HEERE, onze God, heeft een ​verbond​ met ons gesloten bij de ​Horeb. Niet met onze vaderen heeft de HEERE dit ​verbond​ gesloten, maar met ons, wij die hier heden allen in leven zijn”[4].

Denk erom, zegt Mozes ook, u bent door de Here God uitgekozen om bij Hem te horen: “ú heeft de HEERE genomen en uit de ijzeroven, uit ​Egypte​ geleid, om voor Hem tot een erfvolk te zijn, zoals het op deze dag is”[5].

Een dominee zei eens in een preek: “…nergens lezen we dat God zijn verbond met Israël verbroken heeft. Israël heeft dat van zijn kant af wel vaak gedaan, maar de Here heeft zijn verbond met Israël niet afgeschaft. De Here komt niet op zijn afspraken terug! Hij blijft trouw aan wat Hij beloofd heeft. En daarbij komt ook dit: door het geloof in de Here Jezus, worden wij bij Gods verbond met Israël ingelijfd. God heeft wilde scheuten op de edele olijfboom geplant. Zo mogen ook wij heidenen door Zijn genade bij Zijn volk horen”[6].
Zo komt het dat ook Nederlanders in dat verbond opgenomen zijn!
Zo komt het dat Deuteronomium 4 ook in 2019 nog volop actueel is.

En het betreft hier een eeuwig verbond.
De Here spreekt er al over in Genesis 9: “Als deze boog in de wolken is, zal Ik hem zien, en denken aan het eeuwig verbond tussen God en alle levende wezens van alle vlees dat op de aarde is”[7]. En de profeten Jesaja, Jeremia en Ezechiël spreken er ook over.
En trouwens – in Psalm 105 zingen we al sinds jaar en dag:
“Vraagt naar de HEER en naar zijn sterkte
naar Hem die al uw heil bewerkte.
Zoekt dagelijks zijn aangezicht,
gedenkt al wat Hij heeft verricht.
Slaat acht op ’t oordeel van zijn mond
en vreest Hem, volk van Gods verbond[8].

In het formulier voor de heilige doop wordt het zonder omwegen gezegd: “Wanneer wij gedoopt worden in de naam van de Vader, verklaart en verzegelt ons God de Vader, dat Hij met ons een eeuwig verbond der genade sluit. Hij neemt ons tot zijn kinderen en erfgenamen aan en zal ons daarom van al het goede voorzien en al het kwade van ons weren of voor ons doen meewerken ten goede”[9].

Het is belangrijk om het bovenstaande vast te houden.
In onze maatschappij hebben we veel te maken met dementie.
Experts schrijven: “In Nederland hebben ruim 280.000 mensen dementie.
Hiervan zijn er 12.000 jonger dan 65 jaar.
Hiervan wonen er ruim 80.000 in verpleeg- of verzorgingshuizen.
Hiervan hebben er ruim 100.000 nog geen diagnose.
Ieder uur krijgen vijf mensen in Nederland dementie. Erkenning duurt echter lang. Gemiddeld duurt het 14 maanden voordat de diagnose wordt gesteld. Bij jonge mensen duurt dit gemiddeld meer dan vier jaar.
Het aantal mensen met dementie zal als gevolg van de vergrijzing in de toekomst explosief stijgen naar meer dan een half miljoen in 2040. Tot 2050 zal het aantal mensen met dementie verder oplopen naar ruim 620.000”[10].
U begrijpt: er is nog niets gezegd over zestigplussers die niet dementeren, maar wel wat vergeetachtig worden.
Even voor ons beeld: er zijn in totaal ruim 4 miljoen zestigplussers in ons land[11]!
Voor al die ouderen is het des te belangrijker om te beseffen dat de God van het verbond een eeuwig verbond met Zijn kinderen sluit.
Dat verbond geldt ook als het verstand minder goed wordt.

Wilt u daar een voorbeeld van?
Vooruit dan.

Woensdag 10 juli 2019: schrijver dezes en zijn vrouw gaan op bezoek bij wat oudere vrienden. Achter in de zeventig zijn ze.
En het is bekend: zij dementeert. Vijf, zes keer vraagt de vrouw des huizes wat haar gasten in de koffie hebben. Terwijl zij vroeger een uiterst actieve vrouw en moeder was.
Hij controleert alles wat zij doet. Vrijwel voortdurend volgt hij haar met de ogen.
Het gesprek is geanimeerd.
Maar iedere aanwezige in de kamer weet en voelt: de afbraak van het bestaan is hier realiteit.
Wij houden het elkaar voor: wij gaan de goede kant op. Zo zeggen wij dat letterlijk. En dat wordt grif beaamd.

Voor dezulken blijft het recht overeind:
“God zal zijn waarheid nimmer krenken,
maar eeuwig zijn verbond gedenken”[12].
Mensen kunnen van alles kwijt raken. Zelfs hun geheugen en verstand. Maar God raakt ons nooit kwijt!
Dat geldt voor ouderen. En ja, natuurlijk geldt dat ook voor jongeren.

Laten we Hem daarom maar trouw dienen.
Met de mogelijkheden die wij hebben.
Gewoon in het leven van alledag.
Velen kijken enigszins laatdunkend en meewarig naar gelovige kerkleden. “Mensen die religieus zijn, zijn over het algemeen minder intelligent dan atheïsten”, stelden geleerde onderzoekers eens vast. “De onderzoekers gaan ervan uit dat religieuzen gewend zijn meer op hun intuïtie te vertrouwen”[13]. Hier op aarde moge dat zo zijn. Maar Gods kinderen kijken verder. En daarom gaan zij moedig op pad. Iedere dag die hen op deze aarde gegeven wordt. Op weg naar de eeuwigheid!

Noten:
[1] Deuteronomium 4:39 en 40.
[2] Deuteronomium 3:13.
[3] Deuteronomium 3:23.
[4] Deuteronomium 4:2 en 3.
[5] Deuteronomium 4:20.
[6] De woorden zijn geciteerd uit een preek van de hervormde predikant dr. G.C. Vreugdenhil. Te vinden op https://www.gcvreugdenhil.nl/preek/verbond-heel-leven/ ; geraadpleegd op vrijdag 12 juli 2019.
[7] Genesis 9:16.
[8] Psalm 105:3 – berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986.
[9] “Formulier voor de bediening van de heilige doop aan de kinderen van de gelovigen”. – Gereformeerd Kerkboek, 1986. Citaat van p. 513.
[10] Geciteerd van https://www.alzheimer-nederland.nl/factsheet-cijfers-en-feiten-over-dementie ; geraadpleegd op vrijdag 12 juli 2019.
[11] Zie hiervoor https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/7461bev/table?ts=1562922010921 ; geraadpleegd op vrijdag 12 juli 2019.
[12] Dit zijn de eerste regels van Psalm 105:5 – berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986.
[13] Geciteerd van https://www.hln.be/wetenschap-planeet/-atheisten-zijn-intelligenter-dan-gelovigen~a57885be/ ; geraadpleegd op vrijdag 12 juli 2019.

15 juli 2019

Eeuwige rots

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

“Het is Uw vaste voornemen: U zult volkomen ​vrede​ bewaren, want men heeft op U vertrouwd. Vertrouw op de HEERE, tot in eeuwigheid, want de HEERE HEERE is een eeuwige rots”.
Hierboven staan troostvolle woorden.
Het zijn woorden uit een lied.
Ze staan in Jesaja 26[1].
Die gebeeldhouwde zinnen vormen een tegenwicht voor de zwakheid van mensen.
Voor het Forum voor Democratie, bijvoorbeeld. Dat zal hieronder nog blijken.

Over Jesaja 24 en 25 – de voorafgaande hoofdstukken dus – schreef ik al eens: in hoofdstuk 24 “neemt Jesaja ons mee naar de eindtijd. De aarde dreigt onder Gods oordelen te bezwijken. De Here schudt de aarde uit. Alle wereldburgers krijgen ermee te maken! Alle kwaad wordt opgeruimd en weggedaan. Bijkans heel de aarde loopt achter Gods tegenstander, de Satan, aan. Maar al die mensen zullen de dood vinden.
Rampen gaan over de aarde. Overal is verwoesting en ellende. In Jesaja 24 valt zelfs de term ‘Chaos-stad’.
Blijft er nog wat over? Blijven er nog mensen over? Zeker wel!
(…)
De overgebleven mensen gaan een loflied zingen. Een loflied ter ere van de hoge God, die grote schoonmaak heeft gehouden. Die mensen zingen onder meer:
“Zie, Dit is onze God;
wij hebben Hem verwacht, en Hij zal ons verlossen.
Dit is de HEERE, wij hebben Hem verwacht,
wij zullen ons verheugen en verblijden in Zijn heil”[2].
Gelovigen weten het – zelfs als alles om hen heen omvalt en wegvalt is er redding. De verwachting van een goede afloop is dus alleszins gewettigd!”[3].

De eigenzinnigheid van mensen staat tegenover de trouw van de Here!
Hij is een eeuwige rots!

In Jesaja 26 zingen de mensen over een sterke stad. De poorten mogen open. Maar in die stad horen alleen mensen thuis die rechtvaardig zijn. Daar wonen alleen mensen die trouw bij de Here blijven.

In die sterke stad wordt de trouw bewaard.
Vanouds betekent het woord ‘bewaren’: letten op, beschermen, handhaven. Het woord heeft ook in zich: waarschuwen, behoeden voor, bewaken. Daarnaast ook: voorzichtigheid, behoedzaamheid[4].
Zo zal dat gaan in de eindtijd.

Daar bereiden we ons op voor in de kerk. Daarvoor zijn we voortdurend in training. Elke zondag is daarvoor gereserveerd. En de resultaten daarvan zien we, als het goed is, in de rest van de week.

In Jesaja 26 staat iets opmerkelijks: U zult volkomen ​vrede​ bewaren, want men heeft op U vertrouwd”.
Maar de Bijbel staat toch vol met Woordverlating? Men leest toch voortdurend over mensen die bij God weglopen? Inderdaad. Maar daar moeten we ons blijkbaar niet op blind staren. In de Nederlandse Geloofsbelijdenis staat echter over de kerk: die “is er geweest vanaf het begin van de wereld en zal er zijn tot het einde toe. Want Christus is een eeuwig Koning, die niet zonder onderdanen kan zijn. Deze heilige kerk wordt door God staande gehouden tegen het woeden van de hele wereld, hoewel zij soms een tijdlang zeer klein en ogenschijnlijk verdwenen is”[5].
Daarin zit een rustgevende boodschap voor trouwe vromen van alle tijden: u bent nooit helemaal op uw eentje christen!

Dat klinkt prachtig.
Maar wat komt ervan terecht?
Door de week doen we onze laag-bij-de-grondse dingen: werken, eten, drinken, ontspannen, slapen. U kent allen de alledaagse patronen van 2019.
Wat maken we van ons Gereformeerd-zijn? Antwoord: niet al te veel; op eigen kracht althans.

Maar juist daarom mogen we met de zangers van Jesaja 26 instemmen: de Here is een eeuwige rots. Hij is rots, door alle tijden heen.
Hij is “de Herder, de rots van Israël”. Dat leert Jakob zijn kinderen al in Genesis 49[6]. Hij ligt dan op zijn sterfbed. Maar hij heeft het in zijn aardse leven gezien: we kunnen op de Here aan!
David zingt het in 2 Samuël 22:
“De HEERE is mijn rots en mijn burcht en mijn Bevrijder
mijn God, mijn rots, tot Wie ik de toevlucht neem”[7].
En in Jesaja 30 wordt gesproken over iemand die komt bij “de berg van de HEERE, tot de Rots van Israël”[8].

Nu het om die rots draait, ga ik even terug naar donderdag 21 maart 2019. Dat was de dag van de verkiezingen voor Provinciale Staten. En ook van de overwinningsspeech van de heer Thierry Baudet, leider van het Forum voor Democratie.
Baudet sprak onder meer de volgende gedenkwaardige woorden: “Want, vrienden, wij gaan met deze partij de trots van ons land herstellen. Op deze rots gaan wij onze zuil bouwen. We gaan onze democratie herstellen en vandaag, vandaag, is de eerste grote veldslag gewonnen”[9].
Ziet u dat? Op deze rots gaan wij onze zuil bouwen. Zulke taal staat diametraal op Jesaja 26. Want mensen zijn van nature niet zo rotsachtig. Van nature kun je maar heel tijdelijk op mensen bouwen. Want na een paar tientallen jaren begint de afbraak al.
Op een website van het dagblad Trouw stond, in verband hiermee, het volgende commentaar: “Het FvD is een partij van de Wederopstanding, zei Baudet, ‘het vlaggenschip van de Renaissancevloot’ ‘Op deze rots gaan wij onze zuil bouwen’, riep hij tot slot vol vuur. Zoals Jezus tegen Petrus zei: ‘Op deze rots zal ik mijn kerk bouwen’.
Bedoelt Baudet dat hij de nieuwe, door God gezonden Messias is, en zijn partij de rots?”[10]
Waarmee maar weer eens bewezen is dat het FvD geen politieke partij is waar Gereformeerden zich thuis gaan voelen.

Laten wij met Psalm 26 maar blijven zingen:
“Ik blijf op U vertrouwen,
op U, mijn rotssteen, bouwen;
ik wankel niet, o HEER, mijn God”[11].

Noten:
[1] Jesaja 26:3 en 4.
[2] Jesaja 25:9.
[3] Geciteerd uit mijn artikel “Demonstreren? Laat maar”, hier gepubliceerd op dinsdag 5 maart 2019. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2019/03/05/demonstreren-laat-maar/ ; geraadpleegd op donderdag 11 juli 2019.
[4] Zie http://www.etymologiebank.nl/trefwoord/bewaren ; geraadpleegd op donderdag 11 juli 2019.
[5] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 27.
[6] Genesis 49:24.
[7] 1 Samuël 22:2 b en 3 a.
[8] Jesaja 30:29.
[9] Geciteerd van https://www.nrc.nl/nieuws/2019/03/21/de-uil-van-minerva-spreidt-zijn-vleugels-bij-t-vallen-van-de-avond-a3954103 ; geraadpleegd op donderdag 11 juli 2019.
[10] Geciteerd van https://www.trouw.nl/nieuws/bedoelt-baudet-dat-hij-de-nieuwe-door-god-gezonden-messias-is-en-zijn-partij-de-rots~b0dc6d4d/ ; geraadpleegd op donderdag 11 juli 2019.
[11] Dit zijn de laatste regel van Psalm 26:1 – berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986.

12 juli 2019

Struisvogelpolitiek versus de Schrift

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Heb aandacht voor de gaven van de Heilige Geest: voor wijsheid, kennis, onderscheidingsvermogen, geloof – enzovoort.
Probeer te zien wat de wil van God is in een concrete situatie.
Wees kritisch op de zaken die men ‘opdient’ als een gave van Gods Geest. Beantwoord – bijvoorbeeld – de vraag: bouw ik de kerk, de gemeente van God, op?
De gaven van de Geest zijn alleszins de moeite waard!
Die dringende adviezen lezen we in 1 Thessalonicenzen 5: “Blus de Geest niet uit. Veracht de profetieën niet. Beproef alle dingen, behoud het goede. Onthoud u van elke vorm van kwaad”[1].
Hierboven vinden wij een recept voor Gereformeerd leven.
En zegt u nu zelf: dat recept is in feite van een verbluffende eenvoud.
Dat recept moeten we vandaag de dag goed in het oog houden.

Laten wij, nu het hierom gaat, elkaar wijzen op de psychiater Jan Mokkenstorm.
Wie is dat?
Dat is de onlangs overleden oprichter van 113 Zelfmoordpreventie.
De Volkskrant interviewde hem in oktober 2018. Voor zover schrijver dezes bekend was het het laatste interview dat de psychiater gaf.
Toen zei Mokkenstorm onder meer: “De zin van het leven is het zoeken naar het antwoord op die vraag. De zin is leren, ontdekken, het ervaren van empathie en liefde. Voor anderen, maar ook voor jezelf. Het is strijden en goedmaken; het is aangaan, niet uit de weg gaan. Mijn grootvader hield mij voor: ‘Jantje, je kunt wel zeggen dat je er bent, maar je moet er wezen’”.

Wij moeten allen van jongs af leren. Wij gaan dingen ontdekken. Vanaf dag één van ons leven ervaren we – als het goed is – liefde. Naarmate wij langer leven wordt ons invoelingsvermogen groter. En verfijnder.
Wij worden genoodzaakt om uitdagingen aan te gaan.
Dat klinkt allemaal plausibel. Heel Schriftuurlijk, ook. Maar Paulus schrijft aan de christenen in Thessalonica: “Pas op dat niemand een ander kwaad met kwaad vergeldt, maar jaag altijd het goede na, én voor elkaar én voor allen. Verblijd u altijd. Bid​ zonder ophouden. Dank God in alles. Want dit is de wil van God in ​Christus​ Jezus voor u”[2].
Bidt tot God: dat is de stimulans die Paulus geven wil.
Dank God: dat is de conclusie.
Gereformeerd leven: dat is een leven van danken en bidden.
Gereformeerd leven: dat is vooral verticaal gericht. Dat blijft niet steken in het aardse, in het platte. Nee, zo’n leven gaat omhoog. Het wordt op niveau gebracht.
Jan Mokkenstorm ontdeed het leven van alle franje. Toen bleek hoe kaal het leven in zichzelf is.

Jan Mokkenstorm zei: “Uit eigen beweging ging ik naar de zondagsschool. Ik was geraakt door het verhaal van Jezus, die vergeeft en liefde predikt. Later kon ik die religiositeit wel duiden – ik zocht een soort veiligheid die ik in mezelf niet vond. Dus werd ik gegrepen door het verhaal van een goede God, die veel meer begrijpt dan wij. Dat duurde overigens niet lang, tot mijn 10de”.
En:
“Of God bestaat kan ik niet weten, al denk ik dat er íets moet zijn. Maar met wat wij als mensen zijn, kunnen we niet bevatten wat dat kan zijn. In het boek This Explains Everything zeggen astrofysici dat er onder hen consensus bestaat over een oneindig aantal universa. Die kunnen elkaar niet kennen, omdat de natuurconstanten anders zijn. Toen ik dat las, bedacht ik: oneindig veel universa, dat is zo’n (…) grote gedachte, ik kan er helemaal vrede mee hebben dat ik niet kan weten of God bestaat. En ik kan maar beperkt kennis hebben van wat het is om te leven. Zo kon ik me beperken tot de kernvraag: wat ga ik doen met mijn leven?’”.
Wat deed Mokkenstorm hier? Hij zei: ‘Ik slaag er nooit in om het leven geheel te doorgronden. Daarom houd ik het maar kleinschalig. En ik vraag: wat doe ik zelf met mijn leven?’. Mokkenstorm zei: ‘Omdat ik de wereld niet snap, houd ik me ook niet met God bezig’. Dat was struisvogelpolitiek. Zo van: als ik iets niet begrijp en net doe alsof het niet bestaat, dan verdwijnt het als vanzelf uit mijn leven.

Laten we maar vaststellen: zo werkt het niet als het over God gaat. Sterker nog: er komt een dag dat Jezus Christus voor iedereen weer zichtbaar wordt. Paulus schrijft: “Want u weet zelf heel goed dat de dag van de Heere komt als een ​dief​ in de nacht”[3].
En:
“Maar u, broeders, bent niet in duisternis, zodat die dag u als een ​dief​ zou overvallen. U bent allen ​kinderen​ van het licht​ en ​kinderen​ van de dag. Wij zijn niet van de nacht en ook niet van de duisternis. Laten wij dan niet, evenals de anderen, slapen, maar laten wij waakzaam en nuchter zijn. Want zij die slapen, slapen ’s nachts en zij die dronken zijn, zijn ’s nachts dronken. Maar laten wij, die van de dag zijn, nuchter zijn, bekleed met het borstharnas van geloof en ​liefde, en met de hoop op de zaligheid als ​helm. Want God heeft ons niet bestemd tot toorn, maar tot het verkrijgen van de zaligheid, door onze Heere Jezus ​Christus, Die voor ons gestorven is, opdat wij, hetzij wij waken, hetzij wij slapen, samen met Hem zouden leven”[4].

Jan Mokkenstorm is op 8 juli jongstleden overleden.
Zijn boodschap en het evangelie van de Schrift staan lijnrecht tegenover elkaar.
Ook vandaag komt het Woord tot ons: “Beproef alle dingen, behoud het goede”!

Noten:
[1] 1 Thessalonicenzen 5:19-22.
[2] 1 Thessalonicenzen 5:15-18.
[3] 1 Thessalonicenzen 5:2.
[4] 1 Thessalonicenzen 5:4-10.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.