gereformeerd leven in nederland

29 januari 2020

Doop en kerk

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Waar word je gedoopt? Antwoord: in de kerk. Natuurlijk. Waar anders? Doop en kerk – die zijn onlosmakelijk aan elkaar verbonden.

In het Gereformeerde formulier voor de bediening van de heilige doop aan de kinderen van de gelovigen wordt gezegd: “Wanneer wij gedoopt worden in de naam van de Zoon, verzekert de Zoon ons ervan, dat Hij ons in zijn bloed wast en reinigt van al onze zonden. Hij maakt ons één met Zichzelf in zijn dood en opstanding, zodat wij van onze zonden bevrijd en rechtvaardig voor God gerekend worden”[1].
Vanaf het begin wordt ons voorgehouden: jij wordt gereinigd.
Vanaf het begin wordt ons voorgehouden: jij wordt vrijgesproken van schuld.

Het formulier voor de doop verwijst daarbij naar 1 Johannes 1. En wel naar deze woorden: “…Als wij in het licht wandelen, zoals Hij in het licht is, hebben wij gemeenschap met elkaar, en het bloed van ​Jezus​ ​Christus, Zijn Zoon, reinigt ons van alle ​zonde. Als wij zeggen dat wij geen ​zonde​ hebben, misleiden wij onszelf en is de waarheid niet in ons. Als wij onze ​zonden​ belijden: Hij is getrouw en ​rechtvaardig​ om ons de ​zonden​ te ​vergeven​ en ons te ​reinigen​ van alle ongerechtigheid”[2].

Een exegeet noteert daarbij: “Men kan zich afkeren, maar ook besluiten in het licht te blijven (…). Blijft de gelovige bij het laatste, dan ontdekt hij dat zijn zonde verdwijnt. Het bloed van Jezus reinigt en zuivert hem daarvan (…). Dat reinigen is een voortdurend proces gezien de praesensvorm van het werkwoord katharizo. Christenen mogen leven binnen de werkingssfeer van het reinigende bloed van Jezus, de Zoon van God. Bloed is een symbolische aanduiding van Jezus’ heilbrengende offerdood aan het kruis”[3].

In 1 Johannes 1 worden Gods kinderen er dus toe opgeroepen om een keus te maken.
Nee, dat is geen keus die wij slechts één keer in ons leven maken. Integendeel. Het betreft een keus die steeds ionieuw gemaakt moet worden. Het is een proces dat voortdurend voortgaat. Steeds weer moeten wij ons naar God toe keren. Wij moeten ons bekeren
Gereformeerd-zijn is dus niet iets statisch. Het is voortdurend in beweging. Gereformeerden zijn geen fauteuilkerkmensen.

Nee, u bent niet de enige die zulk een keuze maakt. En schrijver dezes is niet de enige die door Gods genade steeds weer bij de Here komt. Heel veel mensen komen in alle oprechtheid bij God om Hem te dienen. En ja, al die mensen horen in de kerk thuis!

Het is belangrijk om dat ook vandaag vast te stellen.
Want kerklid-zijn lijkt steeds vaker uit de mode te raken.
Een jonge vrouw zegt in het Nederlands Dagblad: “In mijn opvoeding kreeg ik mee dat je een kerk nodig hebt om je geloof op de voorgrond te houden. Daar zal zeker een kern van waarheid in zitten, maar ook zonder kerk ben ik met het geloof bezig en ik zoek daar mijn eigen weg in”[4].
Laten wij aannemen dat dat waar is. Niettemin is het merkwaardig. Want de verbinding met elkaar en met Jezus Christus is blijkens 1 Johannes 1 onverbrekelijk.
Dat is een stimulans om naar de kerk te gaan.
Sterker nog: het is een aansporing voor alle Gereformeerden om elkaar op te zoeken, en samen naar de kerk te gaan!

En wat is het Evangelie dat wij in de kerk horen?
Johannes draait er niet omheen. Als iemand zijn zonden voor God belijdt, zal Hij die zonden altijd vergeven. Hoe groot die zonden ook zijn.

David wijst daar trouwens ook op in Psalm 32:
“Welzalig is hij van wie de ​overtreding​ ​vergeven,
van wie de ​zonde​ bedekt is.
Welzalig de mens wie de HEERE de ongerechtigheid niet toerekent,
en in wiens geest geen bedrog is”[5].
En:
“U bent mijn schuilplaats, U beschermt mij voor benauwdheid,
U omringt mij met vrolijke gezangen van bevrijding”[6].
En waarom weten we dat zo zeker? Omdat Jezus Christus, onze Heiland, voor ons geleden heeft.
Dat Evangelie is volstrekt betrouwbaar!
De heilige God verklaart dat Zijn kinderen volkomen schuldeloos zijn. De rekening is vereffend![7]

Het Evangelie dat in de kerk te horen is, kunnen we daar ook zien. In de doop dus.
Het Evangelie is bestemd voor Bijbellezers. Maar zeker ook voor beelddenkers.
Het Evangelie is er voor ieder die het horen wil. En voor ieder die het zien wil.

Waar horen gedoopte kinderen van God thuis?
Antwoord: in de kerk. Natuurlijk! Waar anders?

Noten:
[1] Gereformeerd Kerkboek-1986, p. 513.
[2] 1 Johannes 1:7, 8 en 9.
[3] Geciteerd uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij 1 Johannes 1:7.
[4] Dat is Tabita Roodselaar. Zij wordt op zaterdag 18 januari 2020 in het Nederlands Dagblad geïnterviewd; Nd7, pagina 24 (rubriek ‘Dertigers’).
[5] Psalm 32:1 en 2.
[6] Psalm 32:7.
[7] In het bovenstaande gebruik ik onder meer https://www.oudesporen.nl/Download/OS1735.pdf ; geraadpleegd op donderdag 23 januari 2020.

28 januari 2020

De actualiteit van de doop

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Als wij een kind ten doop houden, staan op de achtergrond onder meer woorden uit Ezechiël 36. Dat zijn deze: “Ik zal ​rein​ water op u sprenkelen en u zult ​rein​ worden. Van al uw onreinheden en van al uw stinkgoden zal Ik u ​reinigen. Dan zal Ik u een nieuw ​hart​ geven en een nieuwe geest in uw binnenste geven. Ik zal het ​hart​ van steen uit uw lichaam wegnemen en u een ​hart​ van vlees geven. Ik zal Mijn Geest in uw binnenste geven. Ik zal maken dat u in Mijn verordeningen wandelt en dat u Mijn bepalingen in acht neemt en ze houdt”[1].
Met andere woorden: het kleine kindje dat in onze armen ligt, kan zichzelf niet reinigen van zonde; dat moet Iemand anders doen.
En ook: het kleine kindje dat in onze armen ligt, zal uit zichzelf de levenskoers niet verleggen; dat moet Iemand anders doen.
En ook: het kleine kindje dat in onze armen ligt, zal niet uit zichzelf met God gaan leven; daar moet Iemand anders voor zorgen.

Veel mensen zijn vervolgens geneigd om te zeggen: ach, zo erg is het ook weer niet; er zit nog wel wat goeds in de mensen. Maar Ezechiël 36 leert ons wat anders.

Het bovenstaande is volop actueel.
Waarom?
Dat wordt duidelijk als wij het navolgende citaat lezen: “Voor zeventig jaar bevrijding heb ik veel mogen doen. En daar werd ik ook… nou, ik voel het alweer… ik ga bijna huilen. Het is echt zo erg dat dit soort dingen… natuurlijk gebeurd is, maar ook nog steeds elke dag gebeurt. Ik vind het echt verschrik-ke-lijk wat mensen elkaar aan doen”.
Dat zegt een zangeres en theatermaakster tijdens een uitzending van RTV Noord[2]. In het televisieprogramma spreekt men over het monument Levenslicht van de kunstenaar Daan Roosegaarde. Wat is dat voor monument? Een citaat van de website van de Volkskrant: “Levenslicht is een tijdelijk monument van 104 duizend ‘lichtgevende’ stenen om de slachtoffers van de Holocaust te herdenken. Alle gemeenten vanwaar Joden zijn gedeporteerd, kunnen er volgend jaar deel van uitmaken (…) De bedoeling is dat Levenslicht begin volgend jaar te zien zal zijn in alle Nederlandse gemeenten vanwaar tijdens de Tweede Wereldoorlog Joden, Sinti en Roma zijn gedeporteerd naar Duitse concentratie- en vernietigingskampen”[3].
Die theatermaakster zegt: “Ik vind het echt ver-schrik-ke-lijk wat mensen elkaar aan doen”. Met nadruk: ver-schrik-ke-lijk. En dat is het natuurlijk ook. Het is ronduit afschuwelijk.
Welnu, Ezechiël 36 leert ons dat het doden van die duizenden vanuit de zonde verklaarbaar is. Wie daar structureel iets aan wil doen, moet zonder omwegen toegeven dat mensen daar zelf niet toe in staat zijn. We kunnen er alleen maar Iemand iets aan laten doen!

Op deze internetpagina komt Ezechiël 36 wel eens vaker aan de orde.
Uit een artikel dat hier eerder verscheen komt het volgende citaat.
“Wat is de situatie in Ezechiël 36?
Daar moet de profeet Ezechiël aan het werk.
Hij moet profeteren tegen de bergen. Waarom? Vijanden van Israël hebben bezit genomen van die bergen. En dat voorspelt onheil. Want bergen kun je moeilijk innemen en bezetten. Je kunt beter een stad op de vlakte in bezit nemen. Dat is overzichtelijk. Maar een berg? Die is hoog. Een berg is lastig. Het beklimmen van een berg kan gevaarlijk zijn. Als zelfs de bergen al in bezit van de vijand zijn… – dan is alle hoop verloren.
De vijanden zeggen dat ook. We hébben ze!, zeggen ze. En ze verkneukelen zich. Israël is, figuurlijk gezien, een prooi voor de wolven.
Welnu – in die situatie komt er een proclamatie van God.
En iedereen moet luisteren. De natuur, de steden en iedereen die erin woont… – luisteren zullen zij!
Wat zegt God?
Hij heeft gesproken tegen de heidenvolken en tegen Edom. Dat zijn de vijanden van Israël.
Zeg dus niet: die heidenvolken hebben op eigen houtje gehandeld. Nee, de Verbondsgod van Israël heeft Zich laten horen. En toen gebeurde er wat!
Maar nu gaat de Verbondsgod tegen Israël spreken.
Die heidenvolken? Die hebben Gods volk aangepakt. En dat is, ten diepste, schandalig!
De zaken gaan veranderen.
Het land zal weer een goede oogst geven. Er komt bevolkingsgroei. De steden worden herbouwd. De puinhopen gaat men opruimen.
Ja, er komen weer mensen. Het onherbergzaam geworden land wordt opnieuw gecultiveerd.
God zegt: ‘Ik zal mensen over u doen lopen, namelijk Mijn volk Israël’.
De vijanden zeggen: wij hebben de macht. Zij zeggen: wij slokken de landen op, compleet met de bewoners ervan.
Maar de God van hemel en aarde spreekt dat krachtig tegen. De vijandelijke macht is eindig. Het is afgelopen! Er komt een totale ommekeer! Die heidenen zullen nog eens wat zien!
De God van het verbond zegt tegen Zijn woordvoerder Ezechiël: eertijds maakte Israël er, door de zondige levensstijl, een enorm vieze boel van. Afgoderij was aan de orde van de dag. Daarom kreeg het volk met Mijn toorn te maken. Woedend was Ik! Daarom gooide Ik het hele volk door elkaar. Sterker nog: Ik sloeg ze uit elkaar.
Dat was hun straf. En dat was hun eigen stomme schuld!
De Israëlieten kwamen bij de heidenen terecht.
Maar toen werd het nog erger.
Want die heidenen zeiden: ‘Die migranten uit Israël genoten toch speciale bescherming van hun God? Wat doen al die mensen dan hier?’.
Maar dat neemt God niet.
Zijn heilige naam dreigt te grabbel te worden gegooid. Zijn reputatie dreigt flink ingedeukt te worden.
Maar dat gaat niet gebeuren!
Dat is de reden dat de God van het verbond nu ingrijpt.
Er gaat een wonder gebeuren.
Het uit elkaar geslagen volk wordt weer bijeen gebracht.
Het volk wordt gereinigd. Alle viezigheid gaat eraf.
Van buiten en van binnen.
En daarom klinken die woorden: ‘Dan zal Ik u een nieuw hart geven en een nieuwe geest in uw binnenste geven. Ik zal het hart van steen uit uw lichaam wegnemen en u een hart van vlees geven. Ik zal Mijn Geest in uw binnenste geven. Ik zal maken dat u in Mijn verordeningen wandelt en dat u Mijn bepalingen in acht neemt en ze houdt’.
Zo wordt Gods reputatie weer volledig hersteld.
De God van het verbond houdt Zelf Zijn heilige naam hoog!”[4].

Tijdens die uitzending van RTV Noord lijkt de achterliggende boodschap te zijn: het lijkt wel of de mensen een hart van steen hebben! Welnu, in Schriftuurlijke zin is dat dus waar.
En wij, drukdoenerige en soms zeer emotionele mensen van 2020, vragen ons af: hoe kan dat? Of ook: dit is, menselijk gesproken, toch onmogelijk? Antwoord: ja, dat klopt.
Maar de Here God prent het ons in: Ik zal u een nieuw hart geven. Het staat ook al in Ezechiël 11: “Ik zal hun één ​hart​ geven en een nieuwe geest in uw binnenste geven. Ik zal het ​hart​ van steen uit hun vlees wegdoen en hun een ​hart​ van vlees geven, zodat zij in Mijn verordeningen gaan en Mijn bepalingen in acht nemen en die houden. Dan zullen zij Mij een volk zijn, en zal Ík hun een God zijn”[5].
Zijn we dan zelf helemaal uitgeschakeld? Nee, zeker niet. Leest u maar mee in Ezechiël 18: “Werp al uw ​overtredingen, waarmee u overtreden hebt, van u af en maak u een nieuw ​hart​ en een nieuwe geest. Waarom zou u sterven, ​huis​ van Israël? Ik schep immers geen behagen in de dood van een stervende, spreekt de Heere HEERE, dus bekeer u en leef!”.
Maar het begint bij God.
Hij moet de verandering in gang zetten.

Dat is precies wat de doop laat zien: God aan het begin van het leven van Verbondskinderen. Hij bewerkstelligt een schitterende verandering.
Van den beginne grijpt God in.
Dat is de meest structurele verandering die er in heel de kosmos plaatsvindt!

Gedoopte kinderen van God mogen de waarde van hun doop laten zien.
Zij mogen zeggen: ‘Jazeker, er gebeuren verschrikkelijke dingen in de wereld. Maar de hemelse God was vanaf het begin bij ons. Hij beschermt ons, ons hele aardse leven lang. En wij mogen Zijn ambassadeurs op aarde wezen. Sluit u daarom maar bij ons aan. Inderdaad – er gebeuren vreselijke dingen op aarde. Maar wij de wanhoop niet nabij. Want onze God verandert ons leven’.
Daarom is de uitnodiging van Psalm 122 voluit geldig:
“Ik was verheugd, toen men mij zei:
Laat ons naar ’t huis de HEREN gaan,
om voor Gods aangezicht te staan.
Kom ga, met ons en doe als wij.
Jeruzalem, dat ik bemin,
nu treden wij uw poorten in.
Daar staan, o Godsstad, onze voeten.
Jeruzalem is hecht gebouwd,
wel saamgevoegd, wie haar aanschouwt
zal haar als stad van vrede groeten”[6].

Noten:
[1] Ezechiël 36:25, 26 en 27.
[2] Miranda Bolhuis in het programma Noord Vandaag; woensdag 22 januari 2020.
[3] Geciteerd van https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/daan-roosegaarde-maakt-tijdelijk-holocaust-monument-met-104-duizend-fluorescerende-stenen~b841f7d0/ ; geraadpleegd op donderdag 23 januari 2020.
[4] Geciteerd uit mijn artikel ‘Verwarrende tijd’, hier gepubliceerd op 23 augustus 2019. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2019/08/23/verwarrende-tijd/ .
[5] Ezechiël 11:19 en 20.
[6] Psalm 122:1 – berijmd; Gereformeerd-Kerkboek-1986.

27 januari 2020

Impeachment

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

“Wie zal de berg van de HEERE beklimmen?
Wie zal staan in Zijn ​heilige​ plaats?
Wie ​rein​ is van handen en zuiver van ​hart,
wie zijn ziel niet opheft tot wat vals is, en niet bedrieglijk zweert.
Hij zal ​zegen​ ontvangen van de HEERE
en ​gerechtigheid​ van de God van zijn heil.
Dat is het geslacht van hen die naar Hem vragen,
die Uw aangezicht zoeken; dat is ​Jakob”[1].

Het is goed om elkaar in deze tijd op deze woorden te wijzen. Wij vinden ze in Psalm 24.

Men spreekt over impeachment: een procedure om president Trump af te zetten. ‘Een heksenjacht’, zegt Trump er zelf over. Er zijn heuse aanklagers. En verdedigers – advocaten die Trump zelf uitkoos. Het proces wordt voorgezeten door de opperrechter van het Amerikaanse hooggerechtshof. De leden van de Senaat vormen de jury. Na het onderzoek wordt er in de Senaat gestemd. Als er een tweederde meerderheid is wordt de president afgezet.

Hoofdschuddend ziet de wereld dit alles aan. Zijn er goede redenen om de president aan te pakken? Gebeurt het allemaal om Trump dwars te zitten, zodat hij op 3 november 2020 de presidentsverkiezingen verliest? Wat is de waarheid?[2]
Meer in het algemeen: wat heeft gezag ons nog te zeggen? Stel dat de Amerikaanse president misbruik heeft gemaakt van zijn macht, hoe zit dat dan met andere hoogwaardigheidsbekleders?

Laten wij bedenken wat de Bijbel ons leert.

Men moet recht tegenover God en de medemensen staan. Wie zo leeft geniet persoonlijke bescherming van de God van hemel en aarde.
Wilt u daar een voorbeeld van?
Leest u maar even mee in Genesis 20. Daar gaat het over koning Abimelech die Sara – de vrouw van Abraham – tot vrouw wil hebben.
Citaat: “Abraham​ trok vandaar naar het Zuiderland en woonde tussen Kades en Sur, en hij verbleef als ​vreemdeling​ in Gerar. Abraham​ zei van zijn vrouw ​Sara: Zij is mijn zuster. Toen stuurde ​Abimelech, de ​koning​ van Gerar, een bode en haalde ​Sara​ weg. Maar God kwam in een nachtelijke ​droom​ bij ​Abimelech​ en zei tegen hem: Zie, u gaat sterven vanwege de vrouw die u genomen hebt, want zij is met een man getrouwd! Abimelech​ was echter nog niet tot haar genaderd. Daarom zei hij: Heere, wilt U dan echt een onschuldig volk doden? Heeft hij mij zelf niet gezegd: Zij is mijn zuster. En zij, ook zijzelf heeft gezegd: Hij is mijn broer. Met een oprecht ​hart​ en zuivere handen heb ik dit gedaan. God zei tegen hem in de ​droom: Ik weet ook dat u dit met een oprecht ​hart​ gedaan hebt. Ik heb u ook ervan weerhouden tegen Mij te zondigen en daarom heb Ik u niet toegelaten haar aan te raken”[3].
De hemelse God houdt Abimelech tegen als deze onbedoeld overspel wil plegen.
Dat feit mag ook ons vandaag geruststellen.
Wie God en medemensen recht in de ogen kan kijken wordt altijd door de almachtige Heer des hemels en der aarde geholpen.
Denkt u in dit verband maar aan Psalm 11:
“Wat kunnen, als het recht hier wordt vertreden,
de grondslag van het recht niet meer bestaat,
rechtvaardigen beginnen hier beneden?
Wie is voor hen een hulp, een toeverlaat?
De HERE, in zijn hoog paleis zal tonen
dat Hem vanaf zijn troon geen ding ontgaat.
Zijn blik doorgrondt hen die op aarde wonen”[4].

Terug naar Psalm 24.
In dat kerklied wordt zonder veel omwegen duidelijk gemaakt dat mensen die naar Hem vragen Zijn zegen ontvangen.
In die Amerikaanse impeachmentzaak spelen heel veel belangen mee. Eigen belangen, vooral ook. Het verlangen naar macht, een onzalig streven om te winnen druipt er bij tijd en wijle van af.
In het Reformatorisch Dagblad schreef iemand: “Inmiddels zijn er tekenen dat de Democraten enigszins gaan twijfelen of de impeachment winst voor hen zal brengen. In de eerste plaats is veelzeggend dat de aanklacht slechts uit twee punten bestaat, terwijl ze tijdens de verhoren van de achterliggende maanden bij herhaling hebben geroepen dat er tal van dingen mis zijn”. En: “In de tweede plaats beseffen zij dat de aanklacht vooral gebaseerd is op informanten die hun wetenschap hebben ‘van horen zeggen’”[5]. Laten wij het maar ronduit zeggen: het wordt allemaal enorm dik aangezet, maar eigenlijk is het maar een zwak zaakje.
Wie het bovenstaande overziet, bemerkt alras dat de eerste vraag moet wezen: wat vindt de Here ervan? Anders gezegd: wat vraagt Hij van ons?
Laten wij maar beseffen dat de God van hemel en aarde onze diepste intenties doorziet. Zei Jezus in Johannes 1 over Nathanaël al niet: “Zie, werkelijk een Israëliet in wie geen bedrog is”[6]?
Psalm 24 zingt het:
“Dit is ’t geslacht dat naar Hem vraagt,
’t is Jakobs volk dat God behaagt.
Uw aanschijn zoekt het met verlangen”[7].
Overal ter wereld geldt: wie God zoekt, ook in de alledaagse dingen, kan op Zijn zegen wachten.

De dichter van Psalm 24 – dat is David – zegt:
“Dat is het geslacht van hen die naar Hem vragen,
die Uw aangezicht zoeken; dat is ​Jakob”.
In die woorden klinkt door dat God mensen heeft uitgekozen om bij Hem te horen. De profeet Maleachi spreekt erover in hoofdstuk 1: “Ik heb u liefgehad, zegt de HEERE, maar u zegt: Waarin hebt U ons liefgehad? Was ​Ezau​ niet de broer van ​Jakob? spreekt de HEERE. Toch heb Ik ​Jakob​ liefgehad, en ​Ezau​ heb Ik gehaat”[8]. En Paulus schrijft erover aan de christenen in Rome: “Zoals geschreven staat: ​Jakob​ heb Ik liefgehad en ​Ezau​ heb Ik gehaat. Wat zullen wij dan zeggen? Is er onrechtvaardigheid bij God? Volstrekt niet! Want Hij zegt tegen ​Mozes: Ik zal Mij ontfermen over wie Ik Mij ontferm en zal ​barmhartig​ zijn voor wie Ik ​barmhartig​ ben. Zo hangt het dan niet af van hem die wil, ook niet van hem die hardloopt, maar van God Die Zich ontfermt”[9].
God roept Zijn kinderen. Waar zij zich op de wereld ook bevinden, Hij roept hen bij Zich. En Hij geeft hen instructies om in Zijn dienst te staan.

Impeachment – dat betekent onder meer: beschuldiging, aanklacht. In Amerika weten ze er alles van. En president Trump kan nog zo optimistisch wezen, het wordt er voor hem natuurlijk niet makkelijker op.
In een wereld die bol staat van impeachment mogen Gods kinderen getuigen van de verlossing door het bloed van Jezus Christus. Om met het Avondmaalsformulier te spreken: “Ja, Hij heeft zijn lichaam aan het kruis laten spijkeren om de akte van beschuldiging die tegen ons gericht was, weg te doen door haar aan het kruis te nagelen”[10].
Inderdaad – in de kerk is er geen sprake meer van impeachment.
Daarom zullen wij zegen​ ontvangen van de HEERE en ​gerechtigheid​ van de God van ons heil.
Wie God zoekt kan op Zijn zegen wachten!

Noten:
[1] Psalm 24:3-6.
[2] Zie hierover bijvoorbeeld https://nos.nl/artikel/2319579-strak-tijdschema-stil-zijn-en-geen-mobiel-de-impeachment-procedure-in-de-senaat.html en https://nos.nl/artikel/2319684-senaat-stemt-na-13-uur-in-met-regels-afzettingsprocedure-trump.html ; geraadpleegd op woensdag 22 januari 2020.
[3] Genesis 20:1-6.
[4] Psalm 11:2 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.
[5] Wim Kranendonk, “Huis stemt voor kansloze procedure”. In: Reformatorisch Dagblad, donderdag 19 december 2019, p. 6.
[6] Johannes 1:48.
[7] Dit zijn regels uit Psalm 24:3 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.
[8] Maleachi 1:2 en 3 a.
[9] Romeinen 9:13-16.
[10] “Formulier voor de viering van het Heilig Avondmaal”. – Gereformeerd Kerkboek-1986, p. 524.

24 januari 2020

Geen horizontaal verhaal

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

We leven in de week van het gebed voor de eenheid[1].
Het thema van die week wordt onder meer als volgt toegelicht: “De centrale Bijbeltekst voor de gebedsweek komt in 2020 uit het laatste deel van het boek Handelingen, hoofdstuk 27 vanaf vers 18 tot hoofdstuk 28 vers 10. Hierin is te lezen hoe Paulus en zijn reisgenoten schipbreuk lijden op Malta, en daar met buitengewone vriendelijkheid opgevangen worden. Deze gebeurtenis markeert het moment waarop het evangelie het eiland bereikt. Op 10 februari wordt deze gebeurtenis nog altijd door de christenen op Malta herdacht en gevierd. Zij hebben dit jaar het materiaal voor de gebedsweek voorbereid”.

Men attendeert op de rust die Paulus uitstraalt.
“Paulus weet wonderwel de vrede tussen de groepen te waarborgen. Hij houdt ze voor dat de omstandigheden hen samenbinden en onder zijn leiding delen ze met elkaar het brood”.
En ook op de vriendelijkheid van de Maltezers.
“Wanneer Paulus en zijn reisgenoten ten slotte stranden op Malta, wordt hen daar buitengewone vriendelijkheid betoond door de eilandbewoners. Hun anders-zijn vormt daarbij geen belemmering”[2].

Wat moet men met het bovenstaande?
Wij moeten vriendelijk zijn voor elkaar. Zoveel is wel duidelijk.
Wij moeten elkaar nemen zoals wij zijn. Dat is ook wel helder.
En als we anders zijn, is dat geen probleem. Praktiserend homo? Dat doet er niet toe. Een drugsverslaafde? Ach – kom erbij!
Wees vriendelijk en blij; voor uzelf en voor mij. Dat is het sfeertje.

Dat is allemaal mooi.
Maar er is meer aan de hand.
Leest u maar mee: “En hier, op ongeveer dezelfde plaats, had de voornaamste van het eiland, van wie de naam Publius was, een landgoed. Hij ontving ons en bood ons vriendelijk drie dagen onderdak. En het gebeurde dat de vader van Publius, door ​koorts​ en buikloop bevangen, op ​bed​ lag. ​Paulus​ ging naar hem toe, en nadat hij ​gebeden​ had, ​legde​ hij hem de handen op en maakte hem gezond. Toen dit nu gebeurd was, kwamen ook de anderen op het eiland die ziekten hadden, naar hem toe en zij werden genezen”[3].
Vlak vóór die genezingen wordt Paulus gebeten door een adder. Maar de apostel schudt de slang van zich af. Van vergiftiging blijkt geen sprake.
Wat gebeurt daar?
Het Evangelie van de opgestane Here Jezus Christus wordt op Malta gebracht. Daar wordt opstandingskracht getoond!

Ja, het Evangelie gaat de wereld over.
De Here heeft in Handelingen we tegen zijn gezant gezegd: “Heb goede moed, ​Paulus, want zoals u in ​Jeruzalem​ van Mijn zaak getuigd hebt, zo moet u ook in Rome getuigen”[4].
Kijk, daar gaat het om.

Die Maltezers zijn vriendelijk. En voor Publius geldt dat wel in het bijzonder.
En men wil ons, anno 2020, vertellen: wees ook maar vriendelijk voor de mensen in jouw omgeving. Men schrijft: “Iedere dag zoeken we naar het buitengewone. Zo leren we buitengewone vriendelijkheid te ontvangen én door te geven”.
Prachtig.
Maar waar het om gaat is: Gods blijde Boodschap moet worden doorverteld!
En wat daar op Malta gebeurt is, om zo te zeggen, een plaatje bij Marcus 16: “Wie geloofd zal hebben en ​gedoopt​ zal zijn, zal zalig worden, maar wie niet geloofd zal hebben, zal verdoemd worden. En hen die geloofd zullen hebben, zullen deze tekenen volgen: in Mijn Naam zullen zij demonen uitdrijven; in vreemde talen zullen zij spreken; slangen zullen zij oppakken; en als zij iets dodelijks zullen drinken, zal het hen beslist niet schaden; op zieken zullen zij de handen leggen en zij zullen gezond worden”[5].
Paulus krijgt krachten van zijn Zender om te laten zien hoe machtig het Evangelie is!

Trouwens, weet u hoe het in Marcus 16 verder gaat?
“De Heere dan is, nadat Hij tot hen gesproken had, opgenomen in de hemel en heeft Zich gezet aan de rechterhand van God, maar zij gingen overal heen om te prediken, en de Heere werkte mee en bevestigde het Woord door de tekenen die erop volgden. ​Amen”[6].
Met andere woorden: Evangelievertellers worden vanuit de hemel aangestuurd.
De Bijbel is geen verhaal dat je blijmoedig voorleest met zoetgevooisde stem. Gods Woord is niet de zoveelste poging om een brokje intermenselijk fatsoen bij de mensheid neer te leggen.
Welnee.
De kerk anno Domini 2020 wordt gesteund en geleid vanuit de hemel. Denkt u in dit verband maar aan Hebreeën 4: “Nu wij dan een grote ​Hogepriester​ hebben, Die de hemelen is doorgegaan, namelijk ​Jezus, de ​Zoon van God, laten wij aan deze belijdenis vasthouden. Want wij hebben geen ​Hogepriester​ Die geen medelijden kan hebben met onze zwakheden, maar Een Die in alles op dezelfde wijze als wij is verzocht, maar zonder ​zonde. Laten wij dan met vrijmoedigheid naderen tot de troon van de ​genade, opdat wij ​barmhartigheid​ verkrijgen en ​genade​ vinden om geholpen te worden op het juiste tijdstip”[7].

Gods Woord is geen horizontaal verhaal.
Zijn Woord tilt ons omhoog “waar ​Christus​ is, Die aan de rechterhand van God zit”[8].
Dus:
“Bedenk de dingen die boven zijn en niet die op de aarde zijn, want u bent gestorven en uw leven is met ​Christus​ verborgen in God. Wanneer ​Christus​ geopenbaard zal worden, Die ons leven is, dan zult ook u met Hem geopenbaard worden in heerlijkheid”[9].

Noten:
[1] De week van het gebed voor de eenheid vindt plaats van 19 tot 26 januari 2020.
[2] De citaten komen van https://www.weekvangebed.nl/buitengewoon ; geraadpleegd op vrijdag 17 januari 2020.
[3] Handelingen 28:7, 8 en 9.
[4] Handelingen 23:11.
[5] Marcus 16:16, 17 en 18.
[6] Marcus 16:19 en 20.
[7] Hebreeën 4:14, 15 en 16.
[8] Colossenzen 3:1.
[9] Colossenzen 3:2, 3 en 4.

23 januari 2020

Op weg naar een nieuwe toekomst

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Bidden – helpt dat voor een goed verloop van de dag?[1]
Iemand schrijft: “Bidden wordt vaak gezien als een noodzakelijk kwaad, maar niet als iets dat echt helpt. Wanneer maak je bijvoorbeeld mee dat iemand echt wordt genezen, als antwoord op je gebed? Daarom zakt onze gebedsanimo regelmatig af. Luistert God wel echt naar ons? En wat doet Hij dan met ons gebed? Waar is het gebed eigenlijk voor?”[2].

In Mattheüs 6 geeft de Here gebedsonderwijs: “Bidt​ u dan zo: Onze Vader, Die in de hemelen zijt”[3].

Onze Vader – die aanspraak gaat terug op teksten als Deuteronomium 32 waar Mozes zegt: “Is Hij niet uw Vader, Die u verworven heeft, Die u gemaakt heeft en u stand heeft doen houden?”[4].
Laten wij elkaar ook wijzen op Jesaja 64 waar de profeet bidt: “Maar nu, HEERE, U bent onze Vader! Wij zijn het leem en U bent onze ​Pottenbakker: wij zijn allen het werk van Uw handen”[5].
En op Maleachi 2: “Hebben wij niet allen één Vader? Heeft niet één God ons geschapen? Waarom handelen wij dan trouweloos, eenieder tegen zijn broeder, door het ​verbond​ met onze vaderen te ​ontheiligen?”[6].

Wie bovenstaande teksten beziet, merkt dat er steeds een relatie is met de schepping. God heeft ons geschapen. Alleen daarom al is bidden vandaag de dag iets bijzonders. Immers, velen hebben de mond vol over de evolutie, over een ontwikkeling gedurende vele miljoenen jaren, over geleidelijke veranderingen.
Onze Vader – met die aanspraak aanbidden wij de Schepper van hemel en aarde.

Bidden is niet in de eerste plaats: help, wij hebben dit of dat nodig. Bidden is niet een aan God geadresseerde vraag om hogere assistentie in de wereld. Nee, wij eren God als de Maker van heel de kosmos.
En juist relatief kleine, van zichzelf hulpeloze mensen mogen Hem eren. Op de keper beschouwd is dat een wonder!

Laten wij ons niet vergissen: massa’s mensen weten nog steeds wat bidden is.
Wilt u een voorbeeld?
Op de website van het Algemeen Dagblad staat een op 3 januari 2020 gedateerd bericht dat over bidden gaat. Citaat: “De verenigde kerken in Zwolle roepen inwoners van Zwolle op tot gebed tegen het kwaad in de stad. Mink de Vries, voorzitter van de verenigde kerken van Zwolle, stelt dat na de vijfde schietpartij in honderd dagen de huidige situatie vraagt om extra gebed. Bij de vijf schietpartijen vielen twee gewonden en één dode.
‘Het lijkt alsof Zwolle op dit moment door het kwaad geregeerd wordt. Daarom kan het geen kwaad om de hulp van beschermheer en Gods engel Michaël te vragen. Michaël is de bestrijder en overwinnaar van het kwaad’, aldus De Vries.
De voorzitter wil tijdens De Week van Gebed, die plaatsvindt van 19 tot 26 januari, de gebeden bundelen om het college van burgemeester en wethouders te steunen in de aanpak van het vuurwapenbezit. ‘Het thema is buitengewoon. Dat is positief uit te leggen: we mogen weten en geloven dat we veilig in Gods handen zijn. Tegelijk komt hoop, veiligheid en vertrouwen niet uit de hemel vallen, daar kunnen en mogen wij wat voor doen’.
De Vries roept ook niet-kerkelijke Zwollenaren op tot gebed. ‘De mensen in Zwolle, kerkelijk of niet, vraag ik als coördinator van de Week van Gebed om te bidden voor de burgemeester en college, familie van de slachtoffers en daders, en voor de daders en betrokkenen zelf. Dat de rust, gastvrijheid en veiligheid mogen terugkeren’”[7].
Zeer velen gaan nog naar God toe.

Kerkmensen moeten goed bedenken dat bidden niet simpelweg een aardse activiteit is.
Als wij bidden gaat, om te zeggen, de deur van de hemel een ogenblik open.
Leest u maar mee in Hebreeën 10: “Omdat wij nu, broeders, vrijmoedigheid hebben om in te gaan in het ​heiligdom​ door het bloed van ​Jezus, langs een nieuwe en levende weg, die Hij voor ons heeft ingewijd door het voorhangsel, dat is door Zijn vlees, en omdat wij een grote ​Priester​ hebben over het huis van God, laten wij tot Hem naderen met een waarachtig ​hart, in volle zekerheid van het geloof”[8].
Gelovig bidden is: voor de troon van de Here in de hemel gaan staan.
Gelovig bidden is: een verlangende blik werpen in ons tweede vaderland. Zie Hebreeën 11: de geloofsgetuigen “hebben de vervulling van de beloften niet verkregen, maar hebben die vanuit de verte gezien en geloofd en begroet, en zij hebben beleden dat zij ​vreemdelingen​ en bijwoners op de aarde waren. Want wie zulke dingen zeggen, laten duidelijk blijken dat zij een vaderland zoeken. En als zij aan het vaderland gedacht hadden vanwaaruit zij weggegaan waren, zouden zij gelegenheid gehad hebben om terug te keren. Maar nu verlangen zij naar een beter, dat is naar een hemels vaderland. Daarom schaamt God Zich niet voor hen om hun God genoemd te worden. Want Hij had voor hen een stad gereedgemaakt”[9].

Bidden – helpt dat voor een goed verloop van de dag?
Meestal lijkt het er niet op.
Maar dat is gezichtsbedrog. Voor kerkmensen althans. Want zij maken dagelijks contact met de Heer van hemel en aarde. Met de Man die Machthebber is in de hemel en op de aarde; ook in hun tweede vaderland dus.
Tijdens en na ieder gebed mogen zij zich realiseren: wij gaan een nieuwe toekomst tegemoet!

Noten:
[1] Dit onderwerp is onder meer gekozen omdat de vrouwenvereniging ‘Bouwen en Bewaren’ van De Gereformeerde Kerk Groningen vanavond, donderdag 23 januari 2020, een eerste bespreking wijdt aan het Onze Vader. Van voornoemde vereniging is mijn vrouw lid. Met het schrijven van dit artikel hielp ik mijn echtgenote bij de voorbereiding op die avond.
Bij de bespreking gebruikt men: ds. B. van Zuijlekom, ‘De aanspraak – Onze Vader, die in de hemelen is”. – Hoofdstuk 1 (pagina 10-13) in: ds. H.J. Boiten (redactie), “Het Onze Vader – het voornaamste van de dankbaarheid; bijbelstudie in schetsen I”. – Groningen: Bond van Mannenverenigingen op Gereformeerde Grondslag in samenwerking met Scholma Druk te Bedum [1990]. Dat hoofdstuk benutte schrijver dezes ook bij het schrijven van dit artikel.
[2] Geciteerd van http://www.gelovenisleven.nl/biddenhelpt.htm ; geraadpleegd op donderdag 16 januari 2020.
[3] Mattheüs 6:9 a.
[4] Deuteronomium 32:6 b.
[5] Jesaja 64:8.
[6] Maleachi 2:10.
[7] Geciteerd van https://www.ad.nl/zwolle/zwolse-kerken-roepen-op-tot-extra-gebed-tegen-vuurwapenbezit~a98cd5b2/ ; geraadpleegd op donderdag 16 januari 2020.
[8] Hebreeën 10:19-22 a.
[9] Hebreeën 11:13 b-16.

22 januari 2020

De geloofsbelijdenis van Nicea

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Nicea – die naam kennen heel veel christenen. Want zij hebben weet van de geloofsbelijdenis van Nicea[1].

Voor een goed begrip: Nicea is een plaatsnaam. We kennen de plaats tegenwoordig als de stad Iznik in Turkije.

Uit de bekende internetencyclopedie Wikipedia leren wij: “De eerste aanzet [tot deze geloofsbelijdenis] werd gegeven tijdens het eerste oecumenische Concilie van Nicea in 325 door de kerkleiders -later betiteld als patriarchen- van de drie grote christelijke centra: Rome, Alexandrië en Antiochië, alsmede van de zetel van Jeruzalem”[2].

Wat is de achtergrond van die kerkvergadering?
De Gereformeerd-vrijgemaakte predikant S.W. de Boer schreef: “Het kan soms lijken alsof de christelijke kerk in de eerste eeuwen een oase van rust was. Afgezien van de vervolgingen onder diverse Romeinse keizers in de eerste twee eeuwen, was er intern niet zo veel aan de hand. Discussies en scheuringen lijken vooral sinds de Reformatie in de zestiende eeuw voor te komen. Dat is schijn. Ook in de eerste eeuwen waren er binnen de kerk stevige discussies en diverse scheuringen”.
En:
“Het concilie van Nicea is het eerste algemene concilie in de geschiedenis. Het was pas mogelijk om zo’n algemeen concilie samen te roepen nadat het christelijk geloof een officieel erkende godsdienst was geworden. De keizer opende de vergadering en heeft ook in de besprekingen zijn aandeel geleverd. Tijdens deze synode zijn diverse besluiten genomen die de eenheid in de kerk moesten bevorderen. Er waren namelijk nogal wat verschillen tussen de kerken in het oostelijk deel van het rijk -nu: Griekenland, Turkije en omgeving- en het westelijk deel -nu: Zuidwest-Europa en Noord-Afrika-. Bijvoorbeeld over de bepaling van de datum voor Pasen en over het ongetrouwd moeten blijven van ambtsdragers”[3].
Anderen schreven: “Behalve het apostolische concilie in Jeruzalem, zoals beschreven in Handelingen 15, is er geen belangrijker concilie dan dat van Nicea in 325 wat betreft haar omvang en focus. Luther noemde Nicea ‘het meest heilige der concilies’. Toen het begon (…) was het vuur van de christenvervolging nog maar net afgekoeld. Het Romeinse Rijk was onsuccesvol gebleken in haar pogingen om het Christelijk geloof van de kaart te vegen. Veertien jaren waren voorbijgegaan sinds de laatste vervolgingen onder keizer Galerius tot een einde kwamen. Vele van de mannen die het Concilie van Nicea bevolkten, droegen op hun lichamen de littekens van deze vervolging. Zij waren bereid geweest te lijden voor de Naam van Christus”[4].
Het was, kortom, een spannende tijd geweest. Langzaam kwam men weer een beetje tot rust. Maar die rust was dus slechts relatief. En van korte duur bovendien.

Keizer Constantijn wilde niets liever dan het bevorderen van eenheid en harmonie in de kerk. Maar de aanwezige bisschoppen vonden de waarheid aanzienlijk belangrijker[5].
Tijdens het concilie werden harde noten gekraakt!
Men noteerde: “Dit Concilie rekende af met het arianisme en verklaarde dit tot ketterij. Arius, de naamgever van deze christelijke stroming en priester in Alexandrië, verkondigde dat Christus geen goddelijke natuur had maar een door God geschapen – weliswaar superieur –  mens was en daarom als ‘Zoon van God’ ondergeschikt was aan God de Vader. In antwoord op deze opvatting bepaalde het Concilie van Nicea dat Christus geen halfgod maar God was en in essentie één met de God de Vader”[6].
“Van 20 mei tot en met 25 juli 325 kwamen 318 bisschoppen bijeen (…) om over het arianisme te oordelen. Op papier werd het voorgezeten door de keizer zelf, maar aangezien die niet veel over theologie wist was Ossius van Cordoba de facto de voorzitter. Athanasius, diaken van Alexander van Alexandrië, voerde het hoogste woord, gesteund door Alexander van Constantinopel”[7].
De totstandkoming van de slotverklaring was verre van eenvoudig. Men schrijft: “Er moest echter wel een gezamenlijke verklaring komen, en dat verliep minder vlot. Volgens Athanasius probeerde men zich zoveel mogelijk te beperken tot bijbelse terminologie, maar lukte het Arius en de zijnen steeds deze terminologie zo uit te leggen dat zijn eigen positie er ook door werd gedekt”[8].
De dwalingen van Arius – een ouderling in de gemeente van Alexandrië – hebben indertijd dus veel invloed gehad!

Was de discussie hiermee ten einde?
Dat niet.
Een andere internetencyclopedie, Christipedia, meldt: “Arius werd in feite veroordeeld met  het gebruik van de term “homoousios” = ‘een van wezen’ met de Vader. Een term die door Tertullianus was gebruikt. De aanhangers van Origenes aanvaardden deze omschrijving en tekende het decreet uit hoogachting voor keizer Constantijn maar niet uit overtuiging. In feite splitste Nicea de kerk in twee hoofdgroepen met aan de ene kant de westerse kerk, de Nicea partij  en aan de andere kant de oosterse kerk die wel de godheid van Jezus aanvaardde maar minder uitgesproken was ten aanzien van de eeuwige Drie-eenheid. Bijna een halve eeuw lang stonden beide partijen tegenover elkaar. Omstreeks 350 ontstond een extreme Arische partij, zij leerden dat de Zoon ‘volledig ongelijk was aan de Vader’. Vooral de aanhangers van Origenes waren diep geschokt  en brachten de discussie opnieuw op gang.  Athanasius en andere Niceanen stelden uiteindelijk een compromis voor: de drie verschijningsvormen van Vader, Zoon en Geest zijn eens-geestes met elkaar, wat op het concilie van Constantinopel in 381 werd geaccepteerd”[9].
Ergens anders staat geschreven: “Na het Concilie was het arianisme niet meteen verdwenen uit het Romeinse rijk. Veel ariaanse bisschoppen behielden hun positie en konden nog veel macht uitoefenen in hun bisdom. In het Oost-Romeinse rijk was er nog een opleving ten tijden van de ariaanse keizers Constantius II en Valens. De arianen werden toen bevooroordeeld. Uiteindelijk duurde het tot de zevende eeuw voordat het arianisme was verdwenen. Een christelijke eenheid in Europa kwam er op den duur nooit”[10].

Wat is de actualiteit van de geloofsbelijdenis van Nicea?
Dominee Clements, predikant binnen het verband van de Gereformeerde Gemeenten, schrijft: “De opvatting van Arius is eigenlijk heel modern. Hij plaatste Jezus aan de kant van de mens. Jezus is het eerste en beste schepsel. Hij komt God wel zeer nabij, maar is God niet. Hij krijgt hele hoge taken, zoals een uitvoerende rol bij de schepping. Toch blijft er een onoverbrugbare kloof tussen de Vader en de Zoon. Eigenlijk zijn vele moderne christenen arianen. Er wordt in onze dagen erg positief over de mens gedacht. Laat het maar aan de mens over dan komt het wel goed. En laten we Jezus, de mens van Nazareth, daarin tot voorbeeld stellen.
Eigenlijk is het met de moslims niet veel anders. Ook moslims moeten hun toekomst veilig stellen door te presteren met Mohammed als inspiratiebron. De leer van Arius zal bij moslims in goede aarde vallen. We lezen in de Koran: Isa -Jezus- is de zoon van Mirjam. Hij zal in het tegenwoordige leven en in het hiernamaals in hoog aanzien staan en behoren tot hen die in de nabijheid van God zijn -Koran 3:42-. Arius zou het gezegd kunnen hebben. Maar in de Bijbel wordt niet zo positief over de mens geschreven. Er is niemand, die God zoekt -Romeinen 3:11-. Van de mens is er geen enkele verwachting meer. Het is uit en over met de mens. Maar wanneer de volheid des tijds gekomen is, heeft God Zijn Zoon uitgezonden -Galaten 4:4-. De verlossing ligt in Goddelijke handen en daar ligt zij eeuwig veilig”[11].
Waarvan acte!

Noten:
[1] Dit onderwerp is onder meer gekozen omdat de mannenvereniging ‘Augustinus’ van De Gereformeerde Kerk Groningen vanavond, woensdagavond 22 januari 2020, zo de Here wil het Niceno-Constantinopolitanum zal bespreken. Het schrijven van dit artikel is een deel van de voorbereiding op die avond.
[2] Geciteerd van https://nl.wikipedia.org/wiki/Geloofsbelijdenis_van_Nicea-Constantinopel ; geraadpleegd op woensdag 15 januari 2020.
[3] Geciteerd van https://steunpuntbijbelstudie.nl/images/stories/wegwijs/documenten/Wegwijs%202005/meiboer.pdf  = Wegwijs jaargang 59 nr 5, mei 2005; geraadpleegd op woensdag 15 januari 2020.
[4] Geciteerd van http://deovolentenl.nl/wat-heeft-er-echt-plaatsgevonden-tijdens-het-concilie-van-nicea/ ; geraadpleegd op woensdag 15 januari 2020.
[5] Zie hierover ook https://www.answering-islam.org/Dutch/n/niceabedoelingenthemas.htm ; geraadpleegd op woensdag 15 januari 2020.
[6] Geciteerd van https://nl.wikipedia.org/wiki/Geloofsbelijdenis_van_Nicea-Constantinopel ; geraadpleegd op woensdag 15 januari 2020.
[7] Geciteerd van https://nl.wikipedia.org/wiki/Eerste_Concilie_van_Nicea ; geraadpleegd op woensdag 15 januari 2020.
[8] Geciteerd van https://www.lucepedia.nl/dossieritem/concilie-van-nicea-325/het-eerste-oecumenische-concilie-van-nicea-325 ; geraadpleegd op woensdag 15 januari 2020.
[9] Geciteerd van https://christipedia.miraheze.org/wiki/Concilie_van_Nicea ; geraadpleegd op woensdag 15 januari 2020.
[10] Geciteerd van https://isgeschiedenis.nl/nieuws/eerste-concilie-van-nicea-325-bevestigde-de-drie-eenheid-in-het-christendom ; geraadpleegd op woensdag 15 januari 2020.
[11] Ds. G. Clements, “Het concilie van Nicea”. In: Daniël, jongerenblad van de Jeugdbond Gereformeerde Gemeenten, donderdag 1 november 2012, p. 8, 9 en 10.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.