gereformeerd leven in nederland

22 februari 2019

Victorie in de volkerenwereld

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Ieder die een beetje thuis is in de Bijbel, weet wel dat er een tekst in staat over zwaarden die worden omgesmeed tot ploegscharen. Bovendien – de speren zijn verdwenen; het zijn ploegscharen geworden.
Welk een vredig tafereel!
Zwaarden die niet meer nodig zijn…
Speren die overbodig werden…
Wat zou dat heerlijk wezen: een wereld zonder bommen, een wereld zonder tanks, een wereld zonder legers, een wereld zonder defensie.
Even zo goed weten we het best: dit alles is op deze aarde nog ver weg.
Wat moet je op deze aarde met die tekst over omgesmolten zwaarden en speren die nergens meer voor dienen?

Laten we een ogenblik kijken naar Jesaja 2.
Want daar gaat het over zwaarden en ploegscharen. En over speren die snoeimessen worden. Ik citeer:
“Hij zal oordelen tussen de heidenvolken en veel volken vonnissen. En zij zullen hun ​zwaarden​ omsmeden tot ​ploegscharen en hun ​speren​ tot ​snoeimessen. Geen volk zal tegen een ander volk het ​zwaard​ opheffen. Oorlog​ voeren zullen zij niet meer leren. Huis van ​Jakob, kom, laten wij wandelen in het licht van de HEERE”[1].

In Jesaja 1 gaat het over Gods volk.
Israël is in opstand gekomen.
Dat is ongelooflijk dom. Een koe herkent de boer die hem verzorgt. Een ezel weet welke man of vrouw zijn eigenaar is. Maar Israël? Dat volk herkent Zijn Schepper niet eens!
Israël is bij God vandaan gewandeld.
Israël heeft zonde op zonde gestapeld.
Israël trekt zich van God geen klap meer aan. Hoe hard God Zijn volk ook slaat, er is niemand die luistert. Er is niemand die begrijpt dat God Zelf ingrijpt!
Israël is, op de keper beschouwd, zwaar gewond.
Israël is weinig meer dan een verwaarloosde woestenij; land dat opnieuw ontgonnen moet worden!
Heeft Israël God dan totaal vergeten? Nou nee. De offers worden in Israël nog netjes gebracht. De godsdienst wordt nog ijverig gepraktiseerd. Maar weet u wat het is? Het gebeurt allemaal voor de vorm.
Israël is een land vol keurige kerkmensen, daar niet van. Maar intussen gaat men z’n eigen gang. En dat vinden zij zo prettig, jaja; en daarom zingen zij blij.
Intussen dendert Israël van het onrecht.
Intussen is Israël ten diepste een criminele natie geworden.
Intussen is in Israël de corruptie overal.
… Hoe moet dat verder?…
De Heer van hemel en aarde pakt de boel aan. Bloemen en bomen die er prachtig uitzien, zullen verdorren. Her en der ontstaat brand en….

En dan, in Jesaja 2, keert de Here het beeld Hoogstpersoonlijk om.
De God van hemel en aarde resideert op een hoge heuvel.
Alle volken komen naar Hem toe. Zij beseffen dat zij bij Hem moeten wezen!
De volken in de wereld zeggen ’t tegen elkaar: zorg dat je erbij komt; bij God moet je zijn.
Zij zeggen: het is gezond voor je lijf en je leden; bij God is niemand ontevreden!
Alle mensen die zich naar Gods residentie begeven, willen graag levenslessen van Hem ontvangen: welke kant moet het met ons leven op?
Wij zouden kunnen zeggen: God geeft lessen in vrede, duurzame vrede. De mensen verleren op slag om oorlog te voeren!

Zou Jesaja deze woorden overgenomen hebben van de profeet Micha?[2] Het lijkt erop. Want in Micha 4 vinden we deze profetie terug.

Hoe dat zij – Jesaja’s profetie staat in het kader van woorden uit Jesaja 5: “Daarom zal Mijn volk in ​ballingschap​ gaan: het heeft geen kennis. Zijn hooggeplaatsten zullen verhongeren, en zijn mensenmenigte zal van dorst versmachten”[3].
Jesaja zegt dus in eerste instantie: Israël zal terugkeren uit de ballingschap.
Maar Jesaja zegt ook: het recht van God gaat voor heel de wereld gelden.

Sinds Mattheüs 27 is dat ook de werkelijkheid: “En zie, het voorhangsel van de ​tempel​ scheurde in tweeën, van boven tot beneden; de aarde beefde en de rotsen scheurden”[4].
De hele schepping werd er van doordrongen – er is een nieuwe start gemaakt!

In Johannes 4 zegt Jezus het ook tegen de Samaritaanse vrouw: “Vrouw, geloof Mij, de tijd komt dat u niet op deze berg, en ook niet in ​Jeruzalem​ de Vader zult aanbidden”[5].
En:
“God is ​Geest​ en wie Hem aanbidden, moeten Hem aanbidden in ​geest​ en waarheid”[6].
Vandaag ligt ons oriëntatiepunt ergens anders. Dat punt duidt Paulus in Galaten 4 aan: “…het ​Jeruzalem​ dat boven is, is vrij, en dat is de moeder van ons allen”[7].

Nee, Jesaja 2 is – om zo te zeggen – geen Israëlitisch onderonsje.
De Heer van hemel en aarde werkt wereldwijd.
Als woordvoerder van de Machthebber van hemel en aarde zegt Jesaja in hoofdstuk 45: “Ik heb gezworen bij Mijzelf – uit Mijn mond is in ​gerechtigheid een woord uitgegaan en het zal niet terugkeren – dat voor Mij elke knie zich zal buigen, elke tong bij Mij zal zweren”[8].
De echo van Jesaja’s woorden kunnen we vinden in Philippenzen 2: “Daarom heeft God Hem ook bovenmate verhoogd en heeft Hem een Naam geschonken boven alle naam, opdat in de Naam van ​Jezus​ zich zou buigen elke knie van hen die in de hemel, en die op de aarde, en die onder de aarde zijn, en elke tong zou belijden dat ​Jezus​ ​Christus​ de Heere is, tot heerlijkheid van God de Vader”[9].
Dat is Christus’ victorie in de volkerenwereld!

Dat is groots.
Voor mensen is dat niet te omvatten.
Mensen van 2019 geloven hooguit in meetwaardes en uitslagen, in overzichten en registers, in diagrammen en schema’s.
De Here roept Zijn kinderen op om op Hem te vertrouwen. Om het tenslotte met Jesaja 12 te zeggen: “Zie, God is mijn heil, ik zal vertrouwen en geen angst hebben, want mijn kracht en psalm is de HEERE, en Hij is mij tot heil geworden”[10].

Noten:
[1] Jesaja 2:4 en 5.
[2] In het onderstaande gebruik ik onder meer: Dr. W.G. de Vries, “Het ene Woord en de vele sekten”. – Goes: Oosterbaan & Le Cointre, 1984. – tweede druk. – p. 100 en 101.
[3] Jesaja 5:13.
[4] Mattheüs 27:51.
[5] Johannes 4:21.
[6] Johannes 4:24.
[7] Galaten 4:26.
[8] Jesaja 45:23.
[9] Philippenzen 2:9, 10 en 11.
[10] Jesaja 12:2.

21 februari 2019

Jeugdtrends

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Onlangs verscheen bij MissieNederland het rapport ‘Jeugdtrends 2019’.
U moet weten: MissieNederland is een organisatie die zich afficheert als “een breed missionair netwerk van honderden christelijke organisaties en plaatselijke gemeenten, negen kerkgenootschappen en vele betrokken individuen”.
Het is de moeite waard om van bovengenoemd rapport kennis te nemen[1].
Het Reformatorisch Dagblad zette enkele trends op een rijtje[2]. Enkele van die trends zet ik hier neer. En ik noteer er graag wat bij.

Groepsverbanden richten zich op hun eigen unieke ding, dat biedt jongeren veiligheid.
Die trend geeft de kerk de kans om zichzelf te blijven. Eeuwenlang al wordt vanuit de kerk een uniek Evangelie verkondigt. Uniek, inderdaad. Want – geheel gratis en voor niets – wordt een hemelse woonplaats aangeboden aan mensen die door God uitgekozen zijn. In andere godsdiensten – de islam bijvoorbeeld – moet men de hemel verdienen. Maar Gereformeerden weten: wij zijn gered door het bloed van de Heiland, en daar hoefden we niets voor te doen.
Laat de kerk vooral niet gaan experimenteren met moderne muziek om jongeren te trekken. Dat klinkt wel aantrekkelijk, maar het is niet uniek. Moderne muziek is er elders in de wereld genoeg. Daar hoeft de kerk heus niet zo nodig op te lijken. Het unieke Evangelie, verkondigd in de taal van vandaag, is genoeg.

Om jongeren te binden maakt de game-industrie volop gebruik van het mentale proces van spanning, frustratie en de daarop volgende beloning. Jongeren kunnen daardoor slecht omgaan met langdurige moeite. Durf jongeren daarom te laten experimenteren.
MissieNederland schrijft daar onder meer bij: “Praat met jongeren over de moeiten die zij ervaren. Deel ook verhalen van worstelingen en moeite jezelf. Geloven betekent niet een leven zonder tegenslagen. Jongeren mogen best weten dat je ook wel eens een periode wat minder blij mag zijn”[3].
Het is van belang dat de kerk laat zien dat ons leven, op de keper beschouwd, met een zware teleurstelling en een groot verdriet begint. Gods toorn rust op ons, zodat wij, menselijkerwijs gesproken, niet in het rijk van God kunnen komen. Door de doop wordt ons de onreinheid van onze ziel voor ogen gesteld[4].
Het is van belang dat duidelijk wordt dat wij met onze teleurstellingen en droefenis naar God moeten gaan. In de Bijbel leren we iets dergelijks ook.
Denkt u, bijvoorbeeld, maar de achtervolging door Farao nadat de Israëlieten Egypte hebben verlaten; bij de Schelfzee lijkt alles helemaal vast te lopen[5].
Denkt u, bijvoorbeeld, ook maar aan Elia die in 1 Koningen 19 naar het einde van zijn aardse leven snakt, maar door de Here weer bemoedigd wordt[6].
Ouderen en jongeren moeten leren dat niet alles op stel en sprong te veranderen is. In een game kun je de moeilijkheidsgraad veranderen. Als het een beetje wil kun je de taal van een game wijzigen. Maar het leven is niet maakbaar. Niet alles is regelbaar.
Maar ook in omstandigheden die verre van ideaal zijn, is het leven nog alleszins de moeite waard!

De behoefte van jongeren om zich op internet af te schermen, neemt toe. De kerk is bij uitstek de plek waar mensen elkaar gewoon kunnen ontmoeten.
Er is vaak gezegd dat jongeren op zoek zijn naar echtheid. Zo u wilt: naar authenticiteit. En dat is zonder twijfel waar. En het is niet overdreven om te stellen dat dat eigenlijk voor alle wereldburgers geldt.
Welnu, in de kerk kan men echte mensen ontmoeten. Maar sommigen hebben de neiging een masker voor te doen. Er zijn momenten waarop men dat masker zonder veel moeite weg halen. Daar moet men dan wel enige moeite voor doen. Dat gaat bijvoorbeeld zo:
‘Hoe gaat het met u?’
‘Goed… tenminste…. naar omstandigheden…’.
‘De omstandigheden zijn niet al te best, begrijp ik’.
‘Nee, want…’.
Kerkmensen hebben, zoals alle mensen op aarde, de welhaast onbedwingbare neiging zich mooier voor te doen dan zij zijn. Zij hebben nog veel energie – maar niet heus. Zij kunnen zich in huis nog prima redden – maar een beetje hulp zou welkom zijn. Ze hebben nog een scherp gehoor – maar een hoorapparaat zou geen luxe wezen.
Welnu, in de kerk mogen we onze schone schijn wegleggen.
In de kerk gaan we dan niet meteen oordelen over mensen die het lef hebben om op bepaalde punten in hun leven om hulp te vragen.
Ziedaar, naar zo’n kerkgemeenschap is de jeugd op zoek. In zo’n kerk gaan jongeren zich wel thuis voelen.
Natuurlijk – de leefwerelden kunnen soms bijna hemelsbreed verschillen. Maar juist in die caleidoscoop kan men zien hoe rijk de kerk is: kleurrijk en vol van onderscheiden gaven!

Tot zover enige aantekeningen bij de berichtgeving in het Reformatorisch Dagblad.

Schrijver dezes voegt daar nog het volgende aan toe.
Op een site over marketing – zeg maar: verkoopbevordering – staat iets over short stories. Ik citeer: “Om je boodschap over te brengen moet je niet langer alleen maar opvallen, het is ook belangrijk dat je snel tot de kern komt. Waar een commercial kan opbouwen naar een climax, moet online in de eerste drie seconden al duidelijk zijn wat je boodschap is. Zo kun je YouTube pre-rolls binnen vijf seconden weg klikken, maar ook het explosieve gebruik van Instagram Stories zou je kunnen zien als behoefte aan kort.’ Facebook heeft hierop (….) ingespeeld door mini-ads te introduceren: ads die adverteerders uitdagen om in zes seconden hun verhaal te vertellen. ‘YouTube heeft hier zelfs een challenge van gemaakt: de ‘6 second stories’”[7].
Vrees niet –
u zult hier niet zien staan dat preken ingekort moeten worden. Het is volstrekt niet nodig dat een predikant zijn boodschap in minder dan een minuut over brengt.
Maar het bovenstaande maakt wel duidelijk dat kritisch moet worden gekeken naar herhalingen in de preek. En: clichés mogen echt niet meer worden gebruikt.

Het is 2019.
Dominee P.J. Vergunst – algemeen secretaris van de Gereformeerde Bond binnen de Protestantse Kerk in Nederland – schreef: “We leven in een tijd van verandering van de kerk, het valt niet te ontkennen. Het kan leiding geven aan de gemeente maken tot een complexe taak. De kerk moet omgaan met druk van buiten en met allerhande vragen van binnen”[8].
Dat laatste is ontegenzeglijk waar.
Maar het is anno Domini 2019. Dit jaar is ook een jaar van de Here.
Daarom – Gods Woord is ook vandaag nog volop geldig. Ook vandaag zegt Jezus: “U zult de Heere, uw God, ​liefhebben​ met heel uw ​hart, met heel uw ziel en met heel uw verstand. Dit is het eerste en het grote gebod. En het tweede, hieraan gelijk, is: U zult uw naaste ​liefhebben​ als uzelf”[9].

Noten:
[1] Te vinden via https://www.missienederland.nl/jeugdtrends ; geraadpleegd op donderdag 14 februari 2019.
[2] “Herijk manier waarop kerken jongeren benaderen”. In: Reformatorisch Dagblad, woensdag 13 februari 2019, p. 2.
[3] Geciteerd van https://www.missienederland.nl/handvattenjeugdtrends ; geraadpleegd op donderdag 14 februari 2019.
[4] Zie: “Formulier voor de bediening van de heilige doop aan de kinderen van de gelovigen”. – Gereformeerd Kerkboek-1986, p. 512.
[5] Exodus 13:17-14:31.
[6] 1 Koningen 19:4-8.
[7] Geciteerd van https://www.marketingtribune.nl/food-en-retail/nieuws/2018/12/jongereniconen-2019-op-zoek-naar-een-nieuwe-wij/index.xml ; geraadpleegd op donderdag 14 februari 2019.
[8] Geciteerd van https://dewaarheidsvriend.nl/blog/kerk-in-verandering ; geraadpleegd op donderdag 14 februari 2019.
[9] Mattheüs 22:37, 38 en 39.

20 februari 2019

Trouwe dienst

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

De apostel Paulus is, naar het lijkt, zijn leven lang ongetrouwd gebleven[1]. Het zou trouwens ook kunnen zijn dat hij weduwnaar was.
Hoe dan ook – de apostel is lang alleengaand geweest. En dat was goed, vond hijzelf.
Want in 1 Corinthiërs 7 schrijft hij onder meer: “Want ik zou wel willen dat alle mensen waren zoals ikzelf, maar ieder heeft zijn eigen genadegave van God, de één op deze wijze, de ander op die wijze”[2].
In de Basisbijbel worden die woorden aldus geparafraseerd: “Ik zou best willen dat iedereen ongetrouwd was zoals ik. Maar ieder mens krijgt van God zijn eigen gave. De één krijgt de gave om te trouwen, de ander de gave om níet te trouwen”[3].

Het gaat Paulus erom dat hij in ongetrouwde staat de Here optimaal kan dienen.

Maar dat is voor alle mensen verschillend.
De één is getrouwd, en wellicht ook vader of moeder.
De ander is weduwe of weduwnaar.
Een derde persoon is alleengaand.
Voor iedereen geldt echter: ieder krijgt in zijn of haar omstandigheden de gaven en mogelijkheden om voor de Here te leven.

Overigens zijn daarmee niet alle problemen als bij toverslag opgelost.
Sommige alleengaanden zouden graag getrouwd willen zijn. Maar soms kan dat niet. Bijvoorbeeld omdat er geen geschikte kandidaat is. Of omdat er, bijvoorbeeld, psychische belemmeringen bij de alleengaande man of vrouw zijn.
Er zijn heel wat mensen die hun leven heel graag in een andere richting zouden willen sturen; niettemin hebben zij geen keus.
Hoe dat zij – voor ieder geldt voluit: gebruik Gods gaven goed!

In dit verband mogen we elkaar wijzen op 1 Corinthiërs 12: “Er is verscheidenheid van genadegaven, maar het is dezelfde Geest. Er is verscheidenheid van bedieningen, en het is dezelfde Heere. Er is verscheidenheid van werkingen, maar het is dezelfde God, Die alles in allen werkt. Aan ieder echter wordt de openbaring van de Geest gegeven tot wat nuttig is voor de ander. Want aan de één wordt door de Geest een woord van wijsheid gegeven en aan de ander een woord van kennis, door dezelfde Geest; en aan een ander geloof, door dezelfde Geest, en aan een ander genadegaven van genezingen, door dezelfde Geest; en aan een ander werkingen van krachten, en aan een ander ​profetie, en aan een ander het onderscheiden van geesten, en aan een ander allerlei talen, en aan een ander uitleg van talen. Al deze dingen echter werkt één en dezelfde Geest, Die aan ieder afzonderlijk uitdeelt zoals Hij wil”[4].
En: “Samen bent u namelijk het lichaam van ​Christus, en ieder afzonderlijk Zijn leden. God nu heeft sommigen in de ​gemeente​ een plaats gegeven: ten eerste ​apostelen, ten tweede profeten, ten derde leraars, vervolgens krachten, daarna genadegaven van genezingen, vormen van hulpverlening, bestuurlijke gaven, allerlei talen. Zijn zij soms allen ​apostelen? Zijn zij soms allen profeten? Zijn zij soms allen leraars? Zijn zij soms allen krachten? Hebben zij soms allen genadegaven van genezingen? Spreken zij soms allen in talen? Zijn zij soms allen uitleggers? Streef dus naar de beste genadegaven”[5].

Hoe moet men, gelet op het bovenstaande, tegen seks en seksualiteit aankijken?
Professor J. van Bruggen schrijft: Een mens is “niet geschapen tot het uitleven van zijn natuurlijke verlangens, maar tot het goed beheer ervan. Buiten het huwelijk en in het huwelijk. Het feit dat ons lichaam een tempel van de Heilige Geest is, is nu eenmaal meer bepalend voor het christelijk leefpatroon dan al het andere”[6].
We moeten waken voor verslaving aan seks en porno. Het leven is aanzienlijk meer dan geslachtsdrift!

Nogmaals noteer ik: het leven is aanzienlijk meer dan geslachtsdrift.
Het is belangrijk om dat laatste vast te houden. Vandaag zijn er ontelbaar veel huwelijken die verbroken worden omdat het, naar men zegt, niet meer gaat. Men vindt elkaar niet meer. Men helpt elkaar niet meer in de gewone dingen van het leven. Als het niet spannend genoeg is, houdt het op.
De vraag ‘hoe kan ik de Here het beste dienen?’ is voor massa’s mensen niet, of niet meer, aan de orde.
In de kerk moeten we die vraag echter blijven beantwoorden. In dat antwoord is het woord ‘trouw’ zonder twijfel een sleutelwoord. Misschien zeggen sommigen: ‘trouw-zijn – in het huwelijk is dat voor mij zo goed als onmogelijk geworden’. Jazeker, zo kan dat gaan. Maar laten we dan niet vergeten dat de Here trouw is. Denkt u in dit verband bijvoorbeeld maar aan Psalm 36:
“HEERE, Uw goedertierenheid reikt tot in de hemel,
Uw trouw tot de wolken”[7].
En bijvoorbeeld aan Psalm 100:
“Want de HEERE is goed,
Zijn goedertierenheid is voor eeuwig,
Zijn trouw van generatie op generatie”[8].
In ons huwelijk, en overigens ook in onze vriendschappen, kunnen we iets van Gods trouw laten zien. Gods liefde overkoepelt het leven van Zijn kinderen!

Laten wij, ieder in zijn of haar eigen omstandigheden, Geestdriftig gebruik maken van de gaven die God ons geeft. Laat ons werk alle kenmerken van trouwe dienst aan God houden!
Laten wij er voor zorgen dat ons doen en laten, binnen en buiten het huwelijk, past in het kader van Psalm 90:
“Laat, Heer, uw volk uw daden zien en leven
en laat uw glans hun kinderen omgeven”![9]

Noten:
[1] Afgelopen woensdag, 13 februari 2019, woonde ik een vergadering bij van de mannenvereniging ‘Augustinus’ van De Gereformeerde Kerk Groningen. Aldaar werd gesproken over 1 Corinthiërs 7:1-9. Dat gebeurde naar aanleiding van schets 8 uit: Ds. G. van Rongen, “Jaagt de liefde na – schetsen over de eerste brief van de apostel Paulus aan de gemeente te Korinthe”. – Nederlandse Bond van Gereformeerde Jeugdverenigingen, [ca. 1984]. In dit artikel is enige voorstudie samengevat.
[2] 1 Corinthiërs 7:7.
[3] Geciteerd van https://www.basisbijbel.nl/boek/1_korinti__rs/7 ; geraadpleegd op woensdag 13 februari 2019.
[4] 1 Corinthiërs 12:4-11.
[5] 1 Corinthiërs 12:27-31 a.
[6] Dr. J. van Bruggen, “Het huwelijk gewogen – 1 Korinthe 7”. – Amsterdam: Uitgeverij Ton Bolland, 1978. – p. 43.
[7] Psalm 36:6.
[8] Psalm 100:5.
[9] Dit zijn de eerste twee regels van Psalm 90:8 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.

19 februari 2019

Zondebesef onontbeerlijk

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

De Bijbel bevat een blijde Boodschap: de Here Jezus Christus verlost Zijn kinderen van de zonde.
Zeker – heel hun aardse leven hebben zij nog met de zonde van doen.
Kinderen van God worden echter niet meer door de zonde beheerst. Iedere dag weer keren ze zich naar God toe. Zij willen Hem dienen. Met alles wat zij ter beschikking hebben.
Echter – de diepste motivatie voor die ijverige dienst aan God komt pas aan het licht als zij de ernst van de erfzonde met een zekere regelmaat tot zich door laten dringen.

In dat licht vraagt de schrijver van deze weblog graag aandacht voor enkele Paulinische formuleringen.

Het uitgangspunt van dit artikel ligt in Romeinen 3.
Ik bedoel de volgende woorden uit dat hoofdstuk.
“Er is niemand ​rechtvaardig, ook niet één, er is niemand die verstandig is, er is niemand die God zoekt. Allen zijn zij afgedwaald, samen zijn zij nutteloos geworden. Er is niemand die goeddoet, er is er zelfs niet één. Hun keel is een open ​graf, met hun tong plegen zij bedrog, addergif is onder hun lippen. Hun mond is vol ​vervloeking​ en bitterheid, hun voeten zijn snel om bloed te vergieten. Vernieling en ellende is op hun wegen, en de weg van de ​vrede​ hebben zij niet gekend. De vreze Gods staat hun niet voor ogen”[1].

De apostel Paulus is reuze Bijbelvast.
Hij grijpt namelijk terug op Psalm 14:
“De dwaas zegt in zijn ​hart:
Er is geen God.
Zij handelen verderfelijk,
bedrijven gruwelijke daden;
er is niemand die goeddoet.
De HEERE heeft uit de hemel neergezien
op de mensenkinderen,
om te zien of er iemand verstandig was,
iemand die God zocht.
Zij allen zijn afgedwaald, tezamen zijn zij verdorven;
er is niemand die goeddoet,
zelfs niet één”[2].
Paulus lijkt ook met een scheef oog naar Psalm 53 te kijken; de inzet van dat kerklied lijkt sprekend op die van de veertiende psalm.

Iedereen heeft schuld. Niemand uitgezonderd.
Mensen zijn van nature in- en in-gemeen.
Ze zijn, vanuit zichzelf bezien gespecialiseerd in smaad en laster.
In alle ego’s zit de neiging om elkaar dwars te zitten en vijandig te bejegenen. Ook al zijn mensen nog zó vredelievend, altijd weer zijn daar die boze gedachten, steeds weer is er iets van frustratie over onbegrip en onrecht.
In vrede met elkaar leven, dat lukt mensen niet. In vrede met God leven – op eigen kracht lukt dat al helemaal niet.
Mensen gaan hun eigen weg. Eerbied voor God? Uit zichzelf komen mensen daar niet toe. Dat wordt niets. Als God het niet verhoedt eindigt alles en iedereen roemloos in de vangrail van het leven.

De mens heeft een vijand nodig, zo wordt wel gezegd. Anders verwordt politiek tot een saai woordenspel.
Ergens las ik: “Hoe kan een staat, een politieke eenheid, overleven als zij niet bereid is in het uiterste geval oorlog te voeren?”[3]. Als een land wil blijven bestaan, moet er een goed getraind leger zijn. De defensie moet op orde wezen.

Dit alles suist door het hoofd van schrijver dezes als hij denkt aan de zeer vele kerkmensen die de erfzonde maar een moeilijk onderwerp vinden.
En laten we er maar niet omheen draaien – dat is het ook.

Adam en Eva zijn na de zondeval zwaar gestraft.
Waarom eigenlijk?
Antwoord: omdat zij God niet op Zijn Woord geloofd hebben! Dat is in Genesis 3 het kernprobleem. Met die zonde zijn alle mensen behept. Van daaruit komen ook wij in 2019 tot hoogmoed, eerzucht en machtswellust.
Dat weten we in dit aardse leven al heel vroeg. Ouders worden erbij bepaald als zij hun kinderen laten dopen.

“Wij en onze kinderen zijn in zonde ontvangen en geboren. Daarom rust Gods toorn op ons, zodat wij in het rijk van God niet kunnen komen, of wij moeten opnieuw geboren worden”.
Zo worden wij in de Gereformeerde kerk onderwezen over de doop[4].
Daar begint het mee in de kerk.
En nee, dat is geen leuk begin. Nog vóór wij ons eigen kasteeltje hebben kunnen maken, wordt de in aanbouw zijnde vesting afgebroken. Zonder God is het leven uiteindelijk een ruïne. Het lijkt zo mooi. Soms is alles goud wat er blinkt. Maar het eindigt in iets wat verdacht veel op een ravage lijkt.

Wie het hierboven beschreven dieptepunt in het leven ziet, ontdekt vervolgens dat Gods genade ongelooflijk groot is. Sterker nog: de tegenstelling kan niet groter wezen!

De God van hemel en aarde trekt ons namelijk uit de smurrie. De zuigkracht van aarde en zonde blijkt opeens maar heel klein.
Paulus beschrijft dat schitterende nieuwe begin in 1 Corinthiërs 15 zó: “Als wij alleen voor dit leven op ​Christus​ onze hoop gevestigd hebben, zijn wij de meest beklagenswaardige van alle mensen. Maar nu, ​Christus​ ís ​opgewekt​ uit de doden en is de Eersteling geworden van hen die ontslapen zijn. Want omdat de dood er is door een mens, is ook de opstanding van de doden er door een Mens. Want zoals allen in ​Adam​ sterven, zo zullen ook in ​Christus​ allen levend gemaakt worden”[5].
De Here Jezus Christus zorgt zelf voor een totaal nieuw begin.
Het leven begint opnieuw.
Het bestaan wordt gereset.
De vicieuze cirkel van boosheid, haat, nijd en vijandschap wordt voor eens en voor altijd doorbroken!

Hoe is het in de wijde wereld mogelijk dat de God van hemel en aarde nog iets te maken wil hebben met mensen die zichzelf telkens weer zo diep in het moeras werken?
Paulus geeft in Romeinen 8 het antwoord: “Want ik ben ervan overtuigd dat noch dood, noch leven, noch ​engelen, noch overheden, noch krachten, noch tegenwoordige, noch toekomstige dingen, noch hoogte, noch diepte, noch enig ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de ​liefde​ van God in ​Christus​ ​Jezus, onze Heere”[6].
Het is die liefde waarop wij in de kerk gericht moeten zijn.
Het is die liefde die het fundament vormt voor ons dagelijks leven.

Als wij eerlijk naar deze wereld kijken, beseffen wij eens te meer hoe barmhartig God is. Hij trekt Zijn kinderen iedere dag weer naar Zich toe!

Noten:
[1] Romeinen 3:10 b-18.
[2] Psalm 14:1 b-3.
[3] Geciteerd van http://sggroningen.nl/en/evenement/nieuw-licht-vriend-en-vijand ; geraadpleegd op dinsdag 12 februari 2019.
[4] “Formulier voor de bediening van de heilige doop aan de kinderen van de gelovigen” – Gereformeerd Kerkboek-1986, p. 512.
[5] 1 Corinthiërs 15:19-22.
[6] Romeinen 8:38 en 39.

18 februari 2019

Half Evangelie

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

Als er een kindje wordt gedoopt, is dat een feestelijke gebeurtenis.
Het is duidelijk: dit kind is erfgenaam van Gods rijk.
Het is duidelijk: dit jongetje, dit meisje is opgenomen in het verbond dat God met Zijn kinderen gesloten heeft.

In het formulier dat in de Gereformeerde kerk gebruikt wordt, is de eerste vraag die aan de ouders gesteld wordt: “Belijdt u, dat onze kinderen, hoewel zij in zonde ontvangen en geboren zijn en daarom aan allerlei ellende, ja zelfs aan het eeuwig onderdeel onderworpen, toch in Christus geheiligd zijn en daarom als leden van zijn gemeente behoren gedoopt te zijn?”[1].

Vandaag de dag zeggen sommige mensen: met het eerste stukje van die vraag kun je niet meer aankomen.

Zij zeggen: in zonde ontvangen en geboren – dat is een slecht begin van je leven.
Zij zeggen: ellende – nou nou, dat kan gerust wat minder.
Zij zeggen: eeuwig oordeel – moet je ’t daar al over hebben als het kindje een paar weken oud is? Kom kom…

Zij zeggen: “Door één zo’n zinnetje kunnen mensen bevestigd worden in alle vooroordelen die ze over God en de kerk hebben”.
Zij zeggen: “Je hoeft geen onnodige vervreemding te veroorzaken. En waar halen we het vandaan dat er per se zware dingen gezegd moeten worden als er gedoopt wordt? Dat is ook maar een keer bedacht in de kerkelijke traditie”.
Zij zeggen: “Ik sta wel achter de doopvragen uit het formulier, maar hik er tegenaan vanwege mijn familie en vrienden in de kerk”. En: “Als je zo de nadruk op zonde en oordeel legt, begin je een gesprek met hen met 3-0 achterstand”[2].

Nu is het inderdaad geen opgewekte boodschap: zondige mensen krijgen nageslacht wat net zo zondig is. Opa’s, oma’s, kinderen, kleinkinderen, achterkleinkinderen…, in alle generaties zit de zonde ingebakken.

We kunnen dat ook om ons heen zien: kinderen hebben ruzie, grote mensen hebben meningsverschillen. En conflicten. En vetes. En oorlogen. Dat alles is een gevolg van de diep ingewortelde zonde.
David heeft het er al over in de eenenvijftigste psalm:
“Zie, ik ben in ongerechtigheid geboren,
in ​zonde​ heeft mijn moeder mij ontvangen”[3].
David zegt: mijn moeder was zondig. En ik ook. Dat is het begin.
David weet het, en wij moeten het allemaal beseffen: zo ziet de start van ieder mens eruit.

Wat zeggen die mensen van hierboven?
Zij zeggen: als je met Psalm 51 begint ben je eigenlijk een spelbederver.
Zij zeggen: dat kindje ziet er zo lekker onschuldig uit.
Zij zeggen: David heeft wel gelijk, maar dat hoef je toch niet meteen bij de doop te verkondigen?
Zij zeggen: als je je bij de doop stilhoudt, blijft het echt feest; dat is prettiger voor de vrienden en de buren.
Maar dan maak je ’t Evangelie zwakker.
Waarom?
Laten we de redenering even op een rijtje zetten.

Een Evangelieverkondiger gaat proclameren: de Here geeft redding.
Vervolgens vragen de mensen: waarom is er dan redding nodig?
De Evangelieproclamator zegt: omdat we vastzitten aan de zonde; maar de Here Jezus heeft voor onze zonden betaald en nu zitten we niet meer levenslang aan zonde en schuld geketend.
Daarna vragen de mensen: vanaf wanneer zit je als mensen aan de zonde vast?
De Evangeliebrenger zegt: vanaf dag 1.
Daarna roepen de mensen: zeg dat dan meteen; dan was tenminste vanaf het begin helder geweest waarvan we gered moeten worden!

Zijn Gereformeerden spelbedervers?
Zijn Gereformeerden depri-types?
Welnee.
Alleen maar – zij confronteren zich van stonde aan met de waarheid. De naakte waarheid, als u mij permitteert.
Die waarheid wordt ook Nicodemus voorgehouden. U weet wel, die Schriftgeleerde die in Johannes 3 een geleerd gesprek met Jezus gaat houden.
Jezus zegt: “Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Als iemand niet opnieuw geboren wordt, kan hij het ​Koninkrijk van God​ niet zien”[4]. Dat is het eerste wat Jezus zegt. Het is Zijn binnenkomer. Het is Zijn start-statement.
En wat zeggen veel mensen in 2019?
Zij zeggen: dat kunnen we in de Gereformeerde kerk wel vinden, maar in de doopdienst verkondigen we dat niet. Daar wordt de sfeer zwart van. Het maakt de gesprekken met de buren moeilijker. Het is geen handig beginpunt bij eventuele verdere evangelisatieactiviteiten.
Gelet op Johannes 3 lijken we niet om de conclusie heen te kunnen: sommigen vinden dat ze het in de eenentwintigste eeuw beter weten dan Jezus; veel beter.

Wie de doop vanuit de mensheid bekijkt, begrijpt wel waarom sommigen zeggen: maak het begin maar niet al te zwart; maak er maar een grijs gebied van.
Maar zulke mensen gaan met een half Evangelie op pad.
Dat is zonde.
Eeuwig zonde.

Noten:
[1] “Formulier voor de bediening van de heilige doop aan de kinderen van de gelovigen” – Gereformeerd Kerkboek-1986, p. 515.
[2] De citaten in deze alinea komen uit: “Direct op 3-0 achterstand door die heftige doopvraag”. In: Nederlands Dagblad, zaterdag 9 februari 2019, p. 18 en 19.
[3] Psalm 51:7.
[4] Johannes 3:3.

15 februari 2019

In Psalm 32 gaat Gods hart open

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

“Welzalig is hij van wie de overtreding vergeven,
van wie de zonde bedekt is”.
Dat zingt David in Psalm 32[1].

Wanneer gaat de Here de zonden bedekken?
David zet het er in deze psalm bij:
“Toen ik zweeg, teerden mijn beenderen weg,
onder mijn jammerklachten, de hele dag.
Want dag en nacht drukte Uw hand zwaar op mij,
mijn levensvocht veranderde in een zomerse droogte.
Mijn ​zonde​ maakte ik U bekend,
mijn ongerechtigheid bedekte ik niet.
Ik zei: Ik zal mijn ​overtredingen​ belijden voor de HEERE.
En Ú vergaf mijn ongerechtigheid, mijn ​zonde”[2].
Davids conclusie is: blijf bij God en leef met Hem. God staat garant voor de verzorging van de mensen die op Hem vertrouwen!

Wat leren wij niet in Psalm 32?

Als wij iemand vergeven is daarmee niet gezegd dat wij de zonde wegwuiven[3].
Zonde moet een naam krijgen. Zonde dient genoemd en benoemd te worden.

Als wij iemand een zonde vergeven, betekent dat vervolgens niet dat de zondaar niet meer naar de rechtbank moet.
Het recht moet zijn loop hebben. Het kan best zijn dat iemands zonde vergeven is, maar dat de betrokkene toch een gevangenisstraf moet uitzitten.

Als wij iemand vergeven, wil dat niet meteen zeggen dat de betreffende zonde ook vergeten is.
Iemand die seksueel misbruikt is, draagt dat levenslang mee. Als het slachtoffer er al in slaagt om te vergeven, is één ding zeker: de zonde blijft in het geheugen zitten.

Als wij iemand vergeven, betekent dat lang niet altijd dat een relatie helemaal hersteld wordt. Als het vertrouwen geschaad is, komt dat niet van de ene op de andere seconde terug. Het kan best zijn dat een vriendschapsrelatie nooit meer helemaal gaaf wordt.

Als wij iemand vergeven is dat in principe een kwestie van eenrichtingsverkeer. Vergeving geven we niet omdat we iets van de ander terug verwachten.

Wat leren wij wel in Psalm 32?

Psalm 32 leert ons dat het gezond is om de communicatie met de Here open te houden[4]. David belijdt zijn zonden. Hij belijdt ze allemaal.
Voor zulke mensen gaat de hemel open. Voor zulke mensen gaat het hart van de Here open. Onze beleden zonde? De God van het verbond wil er niet meer van weten!

Psalm 32 leert ons dat belijden van zonde iets voor de gewone man is. Iets voor de doordeweekse dag. “Daarom zal iedere ​heilige​ tot U ​bidden”, zingt David[5]. Dit blijde kerklied is niet iets voor extreme situaties en bijzondere gevallen.

Psalm 32 herinnert ons eraan dat – om met de Heidelbergse Catechismus te spreken – “zelfs onze beste werken in dit leven allemaal onvolmaakt en met zonden bevlekt zijn”[6].
Als wij goede werken doen, krijgen we geen beloning vanwege onze verdienste, maar vanwege Gods genade[7].

Psalm 32 leert ons het grotere geheel van het leven te zien.
Iemand zei eens “dat je als gelovige soms in een groef kunt terechtkomen, lekker veilig, maar God wil je daar soms uit halen om het mooie geheel weer te kunnen zien”[8].
Welnu, deze psalm is daar reuze geschikt voor!

Psalm 32 leert ons dat we in alle rust de toekomst in kunnen gaan. Alle belemmeringen om het vertrouwen in de Here te verliezen, lopen stuk op de trouw van de Verbondsgod. Niet dat het leven dan een makkie wordt. Het leven is niet opeens kinderspel. Maar de weg naar de hemel is open. Daar wordt een donkere dag toch mooi van.

Noten:
[1] Psalm 32:1.
[2] Psalm 32:3, 4 en 5.
[3] In het onderstaande gebruik ik onder meer https://beam.eo.nl/artikel/2016/10/6-vergissingen-over-vergeving/ ; geraadpleegd op zaterdag 9 februari 2019.
[4] In het onderstaande gebruik ik onder meer een preek over Psalm 32:6 van de Gereformeerd-vrijgemaakte predikant T. Dekker (1930-1993). Thema en verdeling van de, voor zover ik weet, niet gedateerde, preek luiden:
De vreugde van het open verbondsverkeer met de Here.
We zien:
1. de oorzaak van die vreugde;
2. de weg naar die vreugde;
3. de vrucht van die vreugde.
[5] Psalm 32:6 a.
[6] Heidelbergse Catechismus – Zondag 24, antwoord 62.
[7]  Heidelbergse Catechismus – Zondag 24, vraag en antwoord 63: “Maar hebben onze goede werken dan geen verdienste? God wil ze toch in dit en in het toekomstige leven belonen? Antwoord: Deze beloning wordt niet uit verdienste, maar uit genade gegeven”.
[8] Dat was Edward de Kam. In: ‘Mijn glas is altijd halfvol’. In: Nederlands Dagblad, donderdag 17 mei 2018, p. 24; rubriek: Houvast.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.