gereformeerd leven in nederland

21 januari 2020

Jezus is niet meer op aarde

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: ,

Arnold Karskens, oorlogsverslaggever, heeft Jezus ontmoet.
De bevlogen journalist zegt: “Nee, nee, ik ga het helemaal niet afzwakken: ik heb hem écht ontmoet. Hij zat vlak bij de poort van Kirjat Arba, waar ik overnachtte. Lange haren, lange baard: hij voldeed precies aan het beeld dat ik tijdens mijn licht katholieke opvoeding meekreeg. Op een dag gaf hij me een hand en het was net alsof ik een warme kruik vastpakte. Het eerste wat me opviel was dat hij, anders dan iedereen daar, begrip leek te hebben voor alle partijen. Heel genuanceerd, heel vriendelijk. Hij was erg geïnteresseerd in mijn werk. Ik heb hem het artikel opgestuurd en hij heeft nog gereageerd ook, heel positief, maar ik ben die brief helaas kwijtgeraakt. Doodzonde. Een brief van Jezus, wie heeft zoiets?”[1].

Is Jezus nog op aarde?
Nee.
In de Apostolische Geloofsbelijdenis belijden we: Jezus Christus is “opgevaren naar de hemel, en zit aan de rechterhand van God de Almachtige Vader; vandaar zal Hij komen om te oordelen de levenden en de doden”.
Arnold denkt Jezus ontmoet te hebben. Maar we moeten hem teleurstellen. Dat is niet zo.
Zeker, het zou best kunnen dat onze God in het hart van Arnold heeft gewerkt. Misschien heeft Hij het leven van Arnold wel veranderd. Maar nee, die man bij de poort van Kirjat-Arba was Jezus niet.

In de Heidelbergse Catechismus wordt duidelijk gemaakt wat Jezus Christus in de hemel doet.
“Ten eerste is Hij in de hemel voor het aangezicht van zijn Vader om voor ons te pleiten. Ten tweede hebben wij in Hem ons vlees in de hemel tot een onderpand, dat Hij als het Hoofd ons, zijn leden, ook tot Zich nemen zal. Ten derde zendt Hij ons zijn Geest als tegenpand; door zijn kracht zoeken wij wat boven is, waar Christus zit aan de rechterhand van God, en niet wat op de aarde is”[2].

Het is goed om, in verband hiermee, elkaar te wijzen op woorden uit 1 Johannes 2: “Mijn ​kinderen, ik schrijf u deze dingen, opdat u niet zondigt. En als iemand gezondigd heeft: wij hebben een Voorspraak bij de Vader, ​Jezus​ ​Christus, de Rechtvaardige. En Hij is een verzoening voor onze ​zonden; en niet alleen voor de onze, maar ook voor de ​zonden van de hele wereld”[3]. De kanttekenaars van de Statenvertaling vermelden daar nog bij: “Dat is, van alle mensen, die in de ganse wereld uit alle volken, nog in Hem zullen geloven”[4].

Het gaat erom dat wij geloven dat Jezus onze Redder is. Hij heeft voor onze zonden betaald. Dankzij Hem worden de beloften over vergeving van zonden en eeuwig leven waar.
In Johannes 11 maakt de Joodse hogepriester dat ongewild duidelijk. Leest u maar mee: “Maar een van hen, Kajafas, die de ​hogepriester​ van dat jaar was, zei tegen hen: U weet niets, en u overweegt niet dat het nuttig voor ons is dat één Mens sterft voor het volk, en niet heel het volk verloren gaat. Dit zei hij echter niet uit zichzelf, maar als ​hogepriester​ van dat jaar profeteerde hij dat ​Jezus​ sterven zou voor het volk, en niet alleen voor het volk, maar ook om de ​kinderen​ van God, overal verspreid, bijeen te brengen”[5].
Heel de wereld moet tot de erkenning komen dat Christus’ reddingswerk cruciaal is voor het leven. Hij is geslacht en heeft Zijn kinderen voor God gekocht met Zijn bloed, uit elke ​stam, taal, volk en natie[6].
Toen Arnold Karskens bij Kirjat-Arba ‘Jezus’ ontmoette was dat ongetwijfeld een mooie ervaring. Daar hoeven wij niets van af te doen.
Maar het is naïef om te denken dat Arnold nu op slag een gelovig man geworden is.

En wij?
Wij moeten ons niet laten misleiden.
Jezus is niet meer op aarde. De heilshistorie is verder gegaan. En dat is maar goed ook.
Wat is de les die Arnold Karskens ons ten langen leste geeft? Antwoord: wij moeten ons door Gods Woord laten stimuleren om achter de Heiland aan te gaan. Zoals  Psalm 2 het zegt:
“Kus de Zoon, opdat Hij niet toornig wordt en u onderweg omkomt,
wanneer Zijn toorn slechts even ontbrandt.
Welzalig allen die tot Hem de toevlucht nemen!”[7].

Noten:
[1] Geciteerd van https://www.trouw.nl/leven/ik-ga-het-niet-afzwakken-ik-heb-jezus-echt-ontmoet~b1f4983d/ ; geraadpleegd op dinsdag 14 januari 2020.
[2] Heidelbergse Catechismus – Zondag 18, antwoord 49.
[3] 1 Johannes 2:1 en 2.
[4] Geciteerd van https://www.statenvertaling.net/kanttekeningen/1Jh2.htm ; geraadpleegd op dinsdag 14 januari 2020.
[5] Johannes 11:49-52.
[6] Zie Openbaring 5:9: “En zij zongen een nieuw ​lied​ en zeiden: U bent het waard om de ​boekrol​ te nemen en zijn ​zegels​ te openen, want U bent geslacht en hebt ons voor God gekocht met Uw bloed, uit elke ​stam, taal, volk en natie”.
[7] Psalm 2:12.

20 januari 2020

Vechten of verlaten

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Je mag de kerk niet verlaten. Dat hoor je vaak zeggen. Soms voegt men er aan toe: je moet blijven vechten.
Dat klinkt prachtig. Maar wat moet men dan doen als de kerk op steeds meer punten van Gods Woord weg dwaalt? Moet je dan blijven vechten, tot je er bij neervalt?

Als het om deze dingen gaat mogen wij elkaar wijzen op woorden uit Richteren 2: “Toen deden de Israëlieten wat slecht was in de ogen van de HEERE en zij dienden de ​Baäls. Zij verlieten de HEERE, de God van hun vaderen, Die hen uit het land ​Egypte​ had geleid, en gingen achter ​andere ​goden​ aan, ​goden​ van de volken die rondom hen woonden. Zij bogen zich voor hen neer en verwekten de HEERE tot toorn. Want zij verlieten de HEERE en dienden de ​Baäl​ en de ​Astartes. Toen ontbrandde de toorn van de HEERE tegen Israël en Hij gaf hen over in de hand van plunderaars, die hen plunderden. Hij leverde hen over in de hand van hun vijanden van rondom, zodat zij niet meer konden standhouden tegen hun vijanden”[1].

Een exegeet noteert hierbij: “De tijd van de richters wordt gekarakteriseerd door een sombere cyclus van afgoderij, verdrukking, bekering, verlossing en opnieuw afgoderij (…). De cyclus wordt hier in algemene bewoordingen beschreven, maar in het tweede hoofddeel van het boek (…) komt deze telkens terug in concrete voorbeelden, die zo geordend zijn dat de cyclus uiteindelijk een neerwaartse spiraal blijkt”[2].
Een christelijke internetencyclopedie vermeldt: “Richteren handelt over trieste periode in het bestaan van Israël. We lezen over het optreden van veertien richters -bevrijders- die in diverse stamgebieden optraden ten gunste van het volk. Het boek gaat over de herhaalde afdwalingen van Israël, van zijn God, en de gevolgen daarvan voor land en volk. Als het boek Numeri de veertig jaren van ronddolen in de woestijn weergeeft, beschrijft het boek Richteren het afdwalen van Israël over een periode van maar liefst meer dan 10 x 40 jaar.

Het boek is een voortdurend refrein van ongehoorzaamheid van Israël en het verlaten van God, het daarop volgende oordeel door aanvallen en overmeestering door omringende volken, het berouw van het volk en het roepen tot God, de verlossing die God hen geeft door de hand van een bevrijder, waarna het na een korte tijd van rust en vrede opnieuw begint af te dwalen van God”[3].
In Richteren 2 zien wij dus dat de Israëlieten de God van hemel en aarde verlaten. Daar toornt God over. En Hij neemt maatregelen. Rigoureuze maatregelen.

Als de kerk vandaag van God weg dwaalt, moeten wij dan wachten op een uitbarsting van Gods toorn? Nee, natuurlijk niet. Wij moeten bij Hem terugkomen.
Maar hoe zien we in deze tijd Gods toorn dan? Die zien wij bijvoorbeeld in het feit dat de duivel – Gods tegenstander – steeds meer ruimte krijgt. Die zien wij bijvoorbeeld in het feit dat de afwijkingen van de geloofsleer steeds groter, steeds ernstiger worden. Die zien wij bijvoorbeeld in het feit dat waarschuwingen om niet van Gods Woord af te wijken in de wind worden geslagen.
Een dergelijke ontwikkeling zien wij bijvoorbeeld in het verband van de Gereformeerde kerken (vrijgemaakt).
Maar laten wij ons niet vergissen: als God het niet verhoedt, gaan nog vele anderen zo’n proces tegemoet.

Je mag de kerk niet verlaten, zeggen veel mensen. Je moet blijven vechten, zegt men ook.
In de Nederlandse Geloofsbelijdenis staat: “De kenmerken waaraan men de ware kerk kan kennen, zijn deze: dat de kerk de zuivere prediking van het evangelie onderhoudt; dat zij de zuivere bediening van de sacramenten onderhoudt, zoals Christus die heeft ingesteld; dat de kerkelijke tucht geoefend wordt om de zonden te bestraffen. Kortom, dat men zich richt naar het zuivere Woord van God, alles wat daarmee in strijd is verwerpt en Jezus Christus erkent als het enige Hoofd. Hieraan kan men met zekerheid de ware kerk kennen en niemand heeft het recht zich van haar af te scheiden”[4].
Daaruit volgt:
* als de kerk de zuivere bediening van de sacramenten niet onderhoudt, zoals Christus die heeft ingesteld…
* als de kerkelijke tucht niet geoefend wordt om de zonden te bestraffen…
* als men zich niet richt naar het zuivere Woord van God…
* als men alles wat daarmee in strijd is niet verwerpt…
dan heeft men alle recht om zich van haar af te scheiden. Sterker nog: dan heeft men de plicht om zich van haar af te scheiden.
Want dan is de kerk geen kerk meer.

Je mag de kerk niet verlaten. Dat hoor je vaak zeggen. Soms voegt men er aan toe: je moet blijven vechten.
Dat klinkt prachtig. Strijdbaar ook.
Maar er zit toch echt wel een ‘ho’ in!

Wanneer moet je de kerk verlaten? Hoe erg moet het worden voordat je de kerk verlaat?
Gods Woord is geen handboek. Alleen daarom al is een exacte tijdsbepaling niet te geven.
Het is God Zelf die duidelijk maakt wanneer het tijd is om te vertrekken. Soms doordat omstandigheden in het leven veranderen. Soms door een gebeurtenis in de kerk. Of door nóg wat anders.

Hoe dat zij – Richteren 2 vermeldt het expliciet: “En de HEERE deed richters opstaan, die hen verlosten uit de hand van hen die hen plunderden”[5].
Laten wij in deze tijd ons bestaan dus maar in handen van de Here geven. Dan loopt het altijd goed af!

Noten:
[1] Richteren 2:11-14.
[2] Geciteerd uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Richteren 2:11-19; geraadpleegd op maandag 13 januari 2020.
[3] Geciteerd van http://christipedia.nl/Artikelen/R/Richteren_(bijbelboek)#Inhoud ; geraadpleegd op maandag 13 januari 2020.
[4] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 29.
[5] Richteren 2:16.

17 januari 2020

De verbijstering van Liesbeth

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Vrijdag 10 januari 2020 – schrijver dezes leest een column van Liesbeth Goedbloed in het Nederlands Dagblad. Zij schrijft over haar verbijstering met betrekking tot 2019: “…verbijstering – om lafheid en luiheid, domheid en leugenachtigheid, om de onmenselijke onverschilligheid die soms de bovenste bovenbaas lijkt te zijn in het leven – zowel in de grote wereld waar deze krant over schrijft als in mijn eigen, kleine mensenleven. Het was te veel verbijstering voor één mensenkind. In elk geval voor mij. Vandaar die mist.
Soms denk ik dat ik terug moet naar de Catechismus uit mijn jeugd, die schrijft dat de mens onbekwaam is tot enig goed en geneigd tot alle kwaad. Dat laatste is waar, lijkt me, maar het is juist waar, omdat het eerste niet waar is. De mens zou goed kunnen zijn, maar hij is er met de regelmaat van de klok te laf en te gemakzuchtig voor. En dan bedoel ik niet alleen anderen, maar ook mezelf. Daar word ik nog het mistigst van!”[1].

Terug naar de Heidelbergse Catechismus? Dat is een goed plan.
Liesbeth doelt op Zondag 3: “Maar zijn wij zo verdorven, dat wij helemaal onbekwaam zijn tot iets goeds en uit op elk kwaad?
Antwoord:
Ja, behalve wanneer wij door de Geest van God opnieuw geboren worden”[2].

Dat antwoord bewaart onze ziel voor nevels die altoos blijven hangen.
Zeker, de sfeer waarin Liesbeth denkt is herkenbaar. Onmenselijke onverschilligheid is een bekend verschijnsel, zowel in de maatschappij als in ons persoonlijk leven. Maar het Evangelie is juist dat door God uitgekozen kinderen door de Geest van God opnieuw geboren worden. Het is jammer dat Liesbeth dat er niet bij zet. Juist de troost van Zondag 3 laat zij weg.

Terug naar de column van Liesbeth.
Zij schrijft: “Soms denk ik dat ik terug moet naar de Catechismus uit mijn jeugd, die schrijft dat de mens onbekwaam is tot enig goed en geneigd tot alle kwaad. Dat laatste is waar, lijkt me, maar het is juist waar, omdat het eerste niet waar is”.
De bevinding van Liesbeth is klaarblijkelijk: wij zijn geneigd tot alle kwaad; maar we zijn nog wel bekwaam tot enig goed. “De mens zou goed kunnen zijn, maar hij is er met de regelmaat van de klok te laf en te gemakzuchtig voor”.
Is dat waar?

Paulus schrijft in Romeinen 5: “Daarom, zoals door één mens de zonde in de wereld is gekomen, en door de zonde de dood, en zo de dood over alle mensen is gekomen, in wie allen gezondigd hebben”[3].
Een uitlegger noteert daarbij: “Het woordje ‘daarom’ verbindt het voorgaande met Romeinen 5:12-21. Binnen deze heilsgeschiedenis is de opzienbarende gebeurtenis van de verzoening door Jezus Christus eigenlijk alleen vergelijkbaar met zijn tegenpool, de catastrofale zondeval door Adam. In dit vers wil Paulus nog geen vergelijking met Christus trekken (…), maar de universele heerschappij van de dood benadrukken”[4]. Universeel – dat betekent: algeheel, algemeen, wereldwijd. En zegt u nu zelf: dat zien we om ons heen.
Altijd weer is daar de welhaast onbedwingbare neiging om zelf gerechtigheid te zoeken. Daar is de neiging om zelfredzaam te wezen. Altijd weer willen we graag zeggen: ‘Ik zoek mijn eigen geluk. Dat straal ik uit. Zo maak ik ook anderen blij’. Maar dat mislukt steeds weer. Het maakt niet uit of wij – bijvoorbeeld – 57 of 92 jaar zijn: consequente gelukzoekers worden we niet. Nee, ijverige vredemakers gaan wij nooit worden. Niemand straalt vierentwintig uur per etmaal liefde uit; zelfs de meest lieve mensen zijn wel eens narrig.
De mens heeft zichzelf en al zijn nakomelingen, op ingeving van de duivel en door moedwillige ongehoorzaamheid, van Gods gaven beroofd, leren we in de Heidelbergse Catechismus[5].
“De mens zou goed kunnen zijn”, schrijft Liesbeth. Fout! Dat wordt op deze aarde nooit wat.

Wellicht merkt iemand wat triestig op: wat een droevig artikel is dit!
En in zekere zin is dat waar. Dat komt omdat het met alle mensen zo droevig gesteld is. Dat heeft Liesbeth goed gepeild.
Maar dit artikel kent een ommekeer. Het is een omkering die het Woord van God ons voorhoudt. In Romeinen 6 namelijk: “Maar nu, van de ​zonde​ vrijgemaakt en aan God dienstbaar gemaakt, hebt u uw vrucht, die tot ​heiliging​ leidt, met als einde eeuwig leven. Want het loon van de ​zonde​ is de dood, maar de genadegave van God is eeuwig leven, door ​Jezus​ ​Christus, onze Heere”[6].
De Basisbijbel heeft: “Maar nu zijn jullie bevrijd uit de macht van het kwaad. Jullie zijn dienaren van God geworden. Daardoor zullen jullie leven zoals Hij het wil. En tenslotte zullen jullie het eeuwige leven hebben. Het kwaad brengt altijd de dood: het is je loon voor wat je hebt gedaan. Maar de liefdevolle goedheid van God geeft een geschenk: het eeuwige leven, door onze Heer Jezus Christus”[7].

Dat verhaal over onmenselijke onverschilligheid is wel herkenbaar.
Wie in deze wereld rondkijkt gaat van verbazing naar verbijstering, en nog verder.
Schrijver dezes gaat gaarne een paar mijlen met Liesbeth Goedbloed mee.
Echter – de Bijbel is er niet om ons in oneindige depressiviteit op deze aarde achter te laten.
Want wij hebben de belofte van eeuwig leven, vanwege het werk van onze Here Jezus Christus.

Ja, de dagen na het Kerstfeest en de jaarwisseling kunnen donker wezen.
Maar dankzij onze Heiland gaat het licht weer aan!

Noten:
[1] Liesbeth Goedbloed, “Het jaar van de verbazing”. Column in: Nederlands Dagblad, vrijdag 10 januari 2020, p. 24.
[2] Heidelbergse Catechismus – Zondag 3, antwoord 8.
[3] Romeinen 5:12.
[4] Geciteerd uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Romeinen 5:12.
[5] Heidelbergse Catechismus – Zondag 4, antwoord 9.
[6] Romeinen 6:22 en 23.
[7] Te vinden op https://www.basisbijbel.nl/boek/romeinen/6 .

16 januari 2020

De zekerheid van ons bestaan

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

“De HEERE zal regeren
voor eeuwig en altijd!”.
Dat zingt Mozes in Exodus 15[1].

Die blijde constatering staat in schril contrast met de werkelijkheid van onze samenleving. “Honderdzesentwintig wethouders kwamen in 2019 ten val, hoogste aantal in vijftien jaar”, kopt de NOS op donderdag 9 januari.
En daaronder staat: “Het afgelopen jaar zijn 126 van de 1144 wethouders in Nederland gedwongen om af te treden. Dat is het hoogste aantal in vijftien jaar, blijkt uit onderzoek uitgevoerd in opdracht van het blad Binnenlands Bestuur. In 2004 vertrokken er 157 personen.
De belangrijkste oorzaak voor het vertrek van de wethouders, is het hoge aantal coalities dat voortijdig klapte. In 26 van de 355 gemeenten gebeurde dat vorig jaar.
Het onderzoek geeft verschillende redenen voor de coalitiebreuken: financiële problemen binnen de gemeente en de noodzaak tot bezuinigingen waren er één. Ook speelde in veel gemeenten mee dat de verhoudingen binnen de coalitie op enig moment verstoord raakten”[2].

Verstoring van verhoudingen, wat komt dat toch veel voor!

De kerk van vandaag dient te laten zien dat het anders kan en anders moet.
Laten wij elkaar wijzen op 2 Petrus 1: “En daarom moet u zich er met alle inzet op toeleggen om aan uw geloof deugd toe te voegen, aan de deugd kennis, aan de kennis zelfbeheersing, aan de zelfbeheersing volharding, aan de volharding godsvrucht, aan de godsvrucht broederliefde en aan de broederliefde ​liefde​ voor iedereen”[3].
Het begint allemaal met geloof.
En dan is er de deugd. Arete staat er: voortreffelijk, uitmuntend gedrag. Zeg maar even: voorbeeldig.
En de kennis: praktisch inzicht om in het leven van alledag de goede weg te vinden.
En de zelfbeheersing: Petrus bedoelt met name de zelfdiscipline.
En de volharding: standhouden, tegenstand verdragen en toch overeind blijven.
En de godsvrucht: volop vertrouwen op God, in alle omstandigheden van het leven.
En de broederliefde: philadelphia staat er, dat is: de liefde voor de broeders en zusters in het geloof.
En de liefde voor iedereen.

Nee, het lukt niet om dat altijd waar te maken.

Maar dat wil niet zeggen dat we steeds maar met de wereld mee moeten gaan.
Want wat is de sfeer in die wereld? U moet voor uzelf opkomen. U moet uw zin krijgen, want u weet wat het beste is. U moet vooruit in de wereld; hoe het met de mensen om u heen afloopt is van minder belang.
Laten wij beseffen dat wij in dienst zijn; in dienst van de grote God die wonderen doet!

Wie zich dat realiseert, beseft ook wat het doel van zijn leven is.
Het doel in uw leven – daar hebben de mensen tegenwoordig de mond over vol. De zin van het leven ontdekken we, zegt een zoeker, als wij de volgende vragen beantwoorden:
“* Wat vind je het leukst om te doen?
* Wat zijn je unieke talenten?
* Wat gaat je het meest aan het hart?”
Als het een beetje wil, vermeldt men er geruststellend bij: “je levensdoel blijft veranderen”[4]. Want stilstand is achteruitgang – dat begrijpt u.
Een andere speurder maakt er dit van:
“1. Het doel van je leven is gelukkig te zijn.
2. Het doel van je leven is te groeien.
3. Het doel van je leven is relaties aan te gaan.
4. Het doel van je leven is iets bij te dragen.
5. Het doel van je leven is je passie te volgen.
6. Het doel van je leven is vrij te zijn – en te genieten van je vrijheid
en het belangrijkste doel:
7. Het doel van je leven is wat je er zelf voor betekenis aan geeft”[5].
U begrijpt: afhankelijkheid is een ramp.
Een andere denker formuleert:
“1. Ga het avontuur aan
2. Kies elke 10 seconden hoe je je leven wilt leiden.
3. Verander je kijk op het leven”[6].
U begrijpt: elke tien seconden kiezen – dat is een drukte van belang!
Petrus wijst een andere kant op: “Want als deze dingen bij u aanwezig zijn en toenemen, zullen ze u niet doelloos en onvruchtbaar laten wat de kennis van onze Heere ​Jezus​ ​Christus​ betreft”[7].
Kijk, de verbinding aan de Heilanddat is het doel van ons leven. Het is die verbinding die concreet wordt gemaakt in het geloof, in de broederliefde en in alles wat daar in 2 Petrus 1 tussen zit.

Kunnen we op deze manier het terugtreden van wethouders voorkomen?
Nee, dat kan niet.
Maar wij kunnen op deze manier wel laten zien dat ons leven onlosmakelijk aan de Redder van het bestaan verbonden is.

Die Redder geeft vastigheid aan ons leven!
Daarom kunnen we instemmen met Psalm 146:
“’t Is de HEER van alle heren
Sions Koning, groot in macht,
die voor eeuwig zal regeren
tot het laatste nageslacht.
Sion, zing uw God ter eer.
Halleluja, loof de HEER”[8].

Noten:
[1] Exodus 15:18.
[2] Zie https://nos.nl/artikel/2317867-126-wethouders-kwamen-in-2019-ten-val-hoogste-aantal-in-vijftien-jaar.html ; geraadpleegd op donderdag 9 januari 2020.
[3] 2 Petrus 1:5, 6 en 7.
[4] Zie https://sochicken.nl/ontdek-het-doel-van-jouw-leven-3-stappen ; geraadpleegd op donderdag 9 januari 2020.
[5] Zie https://www.newstart.nl/blog/het-doel-van-je-leven-is-de-zin-van-het-bestaan/ ; geraadpleegd op donderdag 9 januari 2020.
[6] Zie https://www.happinez.nl/groei/stop-met-streven-naar-je-ultieme-levensdoel-want-het-echte-leven-raast-aan-je-voorbij/ ; geraadpleegd op donderdag 9 januari 2020.
[7] 2 Petrus 1:8.
[8] Psalm 146:8 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986

15 januari 2020

Vertrouw maar op God!

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

Efeziërs 1 is een volgeladen hoofdstuk[1].
Na de groet begint het meteen: “Gezegend zij de God en Vader van onze Heere ​Jezus​ ​Christus, Die ons gezegend heeft met alle geestelijke ​zegen​ in de hemelse gewesten in ​Christus, omdat Hij ons vóór de grondlegging van de wereld in Hem ​uitverkoren​ heeft, opdat wij ​heilig​ en smetteloos voor Hem zouden zijn in de ​liefde”[2].
Dat is wat je noemt een afgeladen zin![3]

De apostel Paulus geeft alle eer aan God. Hij zegent Zijn volk vanuit de hemel. Hij gaf ons Zijn Heilige Geest omdat wij bij de Heiland horen. Al vóórdat de wereld bestond koos Hij Zijn kinderen uit. Genadig en zorgvuldig. En in Hem zijn wij volmaakt.

Het is belangrijk om dat laatste vast te stellen. Van onszelf zijn we niet volmaakt. Goed beschouwd is ons doen en laten soms niet meer dan wat gefröbel. En ja, dat geldt ook voor onze kerkelijke activiteiten.

Ergens werd geschreven: “Efeze 1:3-14 is op te delen in drie delen:
1 het werk van God de Vader – vers 3-6
2 het werk van Christus – vers 7-12, en
3 het werk van de Heilige Geest – vers 13-14.
Martyn Lloyd-Jones vatte het zo samen: ‘de Vader plande, de Zoon voerde het uit, en de Heilige Geest paste het toe’”[4][5].

Over de uitverkiezing zeggen de Dordtse Leerregels onder meer: “God heeft uitverkoren niet omdat Hij tevoren in de mens geloof, gehoorzaamheid van het geloof, heiligheid of een andere goede eigenschap of aanleg zag, die als oorzaak of voorwaarde in de mens, die uitverkoren zou worden, aanwezig moest zijn. Integendeel, Hij heeft uitverkoren opdat Hij geloof, gehoorzaamheid van het geloof, heiligheid enzovoort zou bewerken. Deze uitverkiezing is dus de bron van al het goede, dat tot behoud leidt. Daaruit komen als vruchten het geloof, de heiligheid en de andere heilsgaven en tenslotte het eeuwige leven voort. De apostel getuigt immers: Hij heeft ons uitverkoren, (niet: omdat wij waren, maar:) opdat wij heilig en onberispelijk zouden zijn voor zijn aangezicht”[6].
En:
“Van hun eeuwige en onveranderlijke uitverkiezing tot behoud worden de uitverkorenen, ieder op zijn tijd, verzekerd, zij het niet bij iedereen even sterk en in gelijke mate. Die zekerheid ontvangen de uitverkorenen niet, wanneer zij de verborgenheden en diepten van God nieuwsgierig doorzoeken. Maar zij ontvangen haar, wanneer zij met een geestelijke blijdschap en heilige vreugde de onmiskenbare vruchten van de uitverkiezing, die Gods Woord aanwijst, bij zichzelf opmerken, zoals bijvoorbeeld het ware geloof in Christus, kinderlijk ontzag voor God, droefheid naar Gods wil over de zonde, honger en dorst naar de gerechtigheid.
Wanneer Gods kinderen nu de uitverkiezing ervaren en er zeker van zijn, ontlenen zij daaraan dagelijks meer reden om zich voor God te verootmoedigen, de diepte van zijn barmhartigheid te aanbidden, zichzelf te reinigen en Hem, die hen eerst zozeer heeft liefgehad, van hun kant vurig lief te hebben. Er is dan ook geen sprake van, dat zij door deze leer van de uitverkiezing en de overdenking ervan zouden verslappen in het onderhouden van Gods geboden, of in zondige zorgeloosheid zouden gaan leven. Dit gebeurt doorgaans naar Gods rechtvaardig oordeel met hen die op de wegen van de uitverkorenen niet willen gaan, terwijl zij zich lichtvaardig laten voorstaan op de genade van de uitverkiezing, of hun tijd verdoen met lichtzinnige praat daarover”[7].

Gods kinderen belijden dat in een wereld die bol staat van de moeilijke zaken.

De spanningen tussen de Verenigde Staten en Iran bijvoorbeeld. Met argusogen volgt de wereld wat er tussen die beide landen gebeurt. De zaken staan op scherp[8]!

Echter – ook dichterbij zijn er veel moeilijke kwesties. Het vertrouwen in de overheid wordt bij tijd en wijle ernstig geschaad.
Neem nu de MKZ-kwestie.
Een commentator van het Nederlands Dagblad schrijft: “De hoogste rechter heeft gesproken. De preventieve ruiming in 2002 van 60.000 dieren, in en om Kootwijkerbroek, was rechtmatig. Bijna twintig jaar na die fel omstreden ruiming, vanwege een uitbraak van het besmettelijke mond-en-klauwzeer (MKZ), stelt het College van Beroep voor het bedrijfsleven de overheid in het gelijk”.
En:
“In deze beladen MKZ-zaak zijn de emoties zo hoog opgelopen en zijn de wonden zo diep dat het te simpel is te stellen dat het nu over en uit is. Lau Jansen zei dat juridisch gezien er een streep door de zaak is gezet, maar dat ‘het rechtsgevoel in Kootwijkerbroek ernstig is aangetast’”[9].
En laten we maar eerlijk zijn: ons aller vertrouwen in overheden krijgt met zekere regelmaat een flinke knauw.
Het is in zo’n wereld niet verwonderlijk als wij ons af gaan vragen: wie is er heden ten dage nog te vertrouwen?

Het antwoord van Gereformeerde mensen is eenvoudig: wij kunnen op God aan!
De apostel Paulus schrijft over “de allesovertreffende grootheid van Zijn kracht aan ons die geloven, overeenkomstig de werking van de sterkte van Zijn macht, die Hij gewerkt heeft in ​Christus, toen Hij Hem uit de doden opwekte en aan Zijn rechterhand zette in de hemelse gewesten, ver boven alle overheid en macht en kracht en heerschappij en elke naam die genoemd wordt, niet alleen in deze wereld, maar ook in de komende”[10].

Laten wij bij dit alles vooral niet vergeten dat Jezus Christus, onze Heiland, het hoofd is van alles en iedereen – in heel de wereld. En ja, Hij resideert in de kerk: “En Hij heeft alle dingen aan Zijn voeten onderworpen en heeft Hem als hoofd over alle dingen gegeven aan de ​gemeente, die Zijn lichaam is en de vervulling van Hem Die alles in allen vervult”[11].
De kerk is een beschermde, een afgeschermde plaats.
Daar zijn we samen. We steunen elkaar daar. En we stimuleren elkaar daar. In de erediensten. En in allerlei activiteiten van verenigingen en commissies.
Laten wij dat maar blijven doen. Tot eer van God. En tot versterking van elkaar.

Noten:
[1] Dit Schriftgedeelte is onder meer gekozen omdat de vrouwenvereniging ‘Bouwen en Bewaren’ van De Gereformeerde Kerk Groningen afgelopen donderdag, 9 januari 2020, een avond wijdde aan Efeziërs 1. Van die vereniging is mijn vrouw lid. Met het schrijven van dit artikel hielp ik mijn echtgenote bij de voorbereiding op die avond.
[2] Efeziërs 1:3 en 4.
[3] Op dinsdag 9 juli 2019 publiceerde ik op deze plaats over deze verzen het artikel ‘Gezegend vanwege de uitverkiezing’. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2019/07/09/gezegend-vanwege-de-uitverkiezing/ .
[4] Geciteerd van https://calvarychapel.nl/sermons/is-identiteit-op-gebaseerd-efeziers-11-14/?player=video ; geraadpleegd op woensdag 8 januari 2020.
[5] David Martyn Lloyd-Jones (1899-1981) was een Britse protestantse predikant. Hij had grote invloed binnen de reformatorische vleugel van de evangelische beweging in Engeland. Hij was bijna dertig jaar lang predikant in Westminster Chapel in Londen. Lloyd-Jones was een fel tegenstander van de liberale theologie die opgang vond in veel kerken. Zie ook https://nl.wikipedia.org/wiki/Martyn_Lloyd-Jones ; geraadpleegd op woensdag 8 januari 2020.
[6] Dordtse Leerregels, hoofdstuk I, artikel 9.
[7] Dordtse Leerregels, hoofdstuk I, artikelen 12 en 13.
[8] Zie hierover onder meer https://nos.nl/artikel/2317726-iran-bestookt-amerikaanse-luchtmachtbases-in-irak-aantal-slachtoffers-onduidelijk.html ; geraadpleegd op woensdag 8 januari 2020.
[9] Geciteerd uit: ’60.000 geruimde dieren’, commentaar van Piet H. de Jong. In: Nederlands Dagblad, woensdag 8 januari 2020, p. 3.
[10] Efeziërs 1:19, 20 en 21.
[11] Efeziërs 1:22 en 23.

14 januari 2020

Als door vuur heen

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

De bosbranden in Australië leverden al talloze verbijsterende beelden op. Het vuur lijkt niet te stoppen. Vele Australiërs zijn hun huis kwijt. Sommige dorpen zijn compleet platgebrand. Van de aardbodem verdwenen. Zou “de dag waarop de hemelen, door vuur aangestoken, zullen vergaan en de elementen brandend zullen wegsmelten” er ongeveer zo uitzien, en dan in het groot?[1]
De beelden zijn zo nu en dan beangstigend. Hoe zouden wij reageren als het in onze omgeving zou gebeuren?
Het ziet er bij tijd en wijle bijna apocalyptisch uit.
Hoe moet dat toch verder?

Laten we maar meeleven met de Australiërs. En laten we voor hen bidden. Opdat zij de spanning aan kunnen, hoop houden en de spankracht kunnen opbrengen om huizen, ja heel hun bestaan, opnieuw op te bouwen.
Dat zal beslist niet makkelijk wezen. Maar met Goddelijke hulp en bijstand zal het mogelijk blijken te zijn.
Juist als de God van hemel en aarde onze levens kortwiekt, mogen en moeten wij bij Hem schuilen. Immers – Hij is de Enige die overblijft. Hij is Degene die Zijn kinderen van diepe ellende naar grote en eeuwigdurende heerlijkheid brengt!
Onze God heeft ook gekochte kinderen die in Australië wonen. Laten wij de Here vragen om juist ook bij hen het vertrouwen op hun Redder levend te houden!

Het kan geen kwaad om de bovenstaande woorden van troost en bemoediging eens op te schrijven.
Reeds van d’ allervroegste tijden werd Gods Woord opgeschreven en doorgegeven, zodat latere generaties zich ook tot hun Heer zouden wenden.
Denk bijvoorbeeld aan Exodus 34 waar de Here tegen Mozes zegt: “Schrijf deze woorden voor uzelf op, want op grond van deze woorden heb Ik een ​verbond​ met u en met Israël gesloten”[2].
En aan Deuteronomium 11: “En leer ze aan uw ​kinderen​ door erover te spreken als u in uw huis zit en als u over de weg gaat, als u neerligt en als u opstaat; en schrijf ze op de deurposten van uw ​huis​ en op uw ​poorten, opdat uw dagen en de dagen van uw ​kinderen​ in het land waarvan de HEERE uw vaderen gezworen heeft het hun te geven, zo talrijk worden als de dagen dat de hemel boven de aarde staat”[3].

Zo leert de Here ons gelovig naar het verleden te kijken.
Zo leert de Here ons gelovig een blik te werpen op de maatschappij van de eenentwintigste eeuw.
Zo leert de Here ons gelovig de toekomst tegemoet te gaan.

In dat kader is het goed om ook een ogenblik in Openbaring 1 te gaan lezen.

In Openbaring 1 geeft de Here God een aantal keren de dienstorder: schrijf op!
“Wat u ziet, schrijf dat op een ​boekrol​ en stuur het aan de zeven ​gemeenten​ die in Asia zijn: naar ​Efeze, naar ​Smyrna, naar Pergamum, naar Thyatira, naar Sardes, naar ​Filadelphia​ en naar ​Laodicea”[4].
En:
“Schrijf nu op wat u hebt gezien, en wat is, en wat hierna zal geschieden”[5].
De kerk moet dus weten wat er gebeuren gaat. De kerk dient terdege kennis te nemen van de kerkgeschiedenis. De kerk moet kunnen onderscheiden wat wezenlijk is.
Om met een bekend gezang te spreken:
“De kerk van alle tijden
kent slechts één vaste grond:
’t is Christus, die door lijden
zijn volk aan Zich verbond”[6].

Dat mag men in Australië weten.
Ja, overal ter wereld moet dat Evangelie klinken!

Dat wil niet zeggen dat het leven altijd prettig en ongecompliceerd is.
Dat wil niet zeggen dat het leven altijd feestelijk, speels en uitgelaten is.
Daar weten wij allemaal wel iets van.

In Openbaring 3 spreekt God Zelf over vuur.
“Ik raad u aan dat u van Mij goud koopt, gelouterd door het vuur, opdat u rijk wordt, en witte ​kleren”[7]. Er is, met andere woorden, echt geloof nodig. Geloof dat recht uit het hart komt. Geloof dat oprecht is, en levend blijft in moeilijke omstandigheden.

In Openbaring 8 lezen we over een engel die vuur op de aarde gooit: “En de ​engel​ nam het wierookvat en vulde dat met het vuur van het ​altaar​ en wierp het op de aarde, en er kwamen stemmen, donderslagen, bliksemstralen en een aardbeving”[8]. Het oordeel van God komt over de wereld.

Ja, het vuur zien we in de Openbaring van Johannes vaak branden.
Het brandt voor de laatste keer in Openbaring 21: “Maar wat betreft de lafhartigen, ongelovigen, verfoeilijken, moordenaars, ontuchtplegers, tovenaars, afgodendienaars en alle leugenaars: hun deel is in de poel die van vuur en zwavel brandt. Dit is de tweede dood”[9].
Daar loopt het op uit.

Het continent Australië maakt kennis met alles vernietigend vuur. Maar wie de Bijbel leest, weet: dit is nog maar het begin. Er komt nog veel meer aan!

In Openbaring 1 luidt de dienstorder: schrijf op! De waarnemingen van Johannes moeten worden vastgelegd ten behoeve van alle latere generaties. Johannes dient ervoor te zorgen dat de grote lijnen van verleden, heden en toekomst worden beschreven.
De details van de wereldgeschiedenis komen niet aan de orde. Maar het moet aan het volk van alle tijden duidelijk worden wat doel en zin van het aardse leven zijn, en waar het op uit zal lopen.
Een exegeet noteert: “Het schrijfbevel klinkt voordat er ook maar iets gezien is (…) Het opgeschrevene zal als een boek(rol) verzonden moeten worden. Elke gemeente krijgt de apocalyps als één brief, die naar toenmalig gebruik (…) in zevenvoud verzonden zal zijn naar de zeven gemeenten”[10].

Ook Gods volk van de eenentwintigste eeuw moet die brief van God lezen.
Nog altijd staat het in onze Bijbels: schrijf op!
Nog altijd is het adagium voor de kerk: geef het door!
De kerkmensen mogen het weten: wij worden gered. Als door vuur heen, maar toch.
Laten we dus Psalm 3 maar zingen:
“Ik zal vol nieuwe moed,
daar mij zijn hand behoedt,
tienduizenden niet vrezen.
Al word ik opgejaagd,
van elke kant belaagd,
de HEER zal met mij wezen”[11].

Dat geldt in Australië.
Dat geldt in Nederland.
Dat geldt voor de kerk van alle tijden en plaatsen.

Noten:
[1] Zie 2 Petrus 3:12.
[2] Exodus 34:27.
[3] Deuteronomium 11:19, 20 en 21.
[4] Openbaring 1:11 b.
[5] Openbaring 1:19.
[6] Gezang 32:1 – Gereformeerd Kerkboek-1986.
[7] Openbaring 3:18 a.
[8] Openbaring 8:5.
[9] Openbaring 21:8.
[10] Dr. H.R. van de Kamp, “Openbaring – Profetie vanaf Patmos”. – Kampen: Kok, © 2000. – p. 76 en 77.
[11] Dit zijn de laatste regels van Psalm 3:2 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.

« Vorige paginaVolgende pagina »

Blog op WordPress.com.