gereformeerd leven in nederland

8 januari 2019

Er komt een prachtige toekomst aan

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

God is genadig. Hij bewerkt ons hart, onze ziel en ons verstand zó dat wij geloven in Jezus Christus. Hij zorgt er ook voor dat wij dat blijven doen.
In Efeziërs 2 formuleert Paulus het zo: “Want uit ​genade​ bent u zalig geworden, door het geloof, en dat niet uit u, het is de gave van God; niet uit werken, opdat niemand zou roemen”[1].

Het vorenstaande citaat begint met het woord ‘want’.
Wat staat er in het Paulinische betoog dat daaraan vooraf gaat? Daar staat het volgende.
De God van hemel en aarde is een en al barmhartigheid. Die komt voort uit Zijn eindeloze liefde. Die diepe genegenheid was zelfs nog springlevend nadat we door de zonde totaal bedorven werden.
Hij is opgestaan uit de dood. Die opstanding hield de belofte in dat wij na de dood ook weer zullen leven.
Hij is de hemel binnen gegaan. Die entree houdt de belofte in dat ook ons zo’n glorieuze binnenkomst ten deel zal vallen.
Ziet u trouwens wat hierboven staat? ‘Uit genade bent u zalig geworden’!
De Heiland plaveit de weg naar ons tweede vaderland; dat is honderd procent zeker!

Wat betekent dat voor de praktijk van 2019?

De Canadese schrijfster Ann Voskamp zei onlangs in een interview met het Nederlands Dagblad: dankbaar leven “houdt in: alles aanvaarden wat God geeft en dat zien als genade. Zoals Jezus deed tijdens het laatste avondmaal. Hij nam het brood, dankte ervoor, brak het en deelde het uit. Kan ik danken voor wat ik krijg, leven in gebrokenheid en leren uitdelen?”[2].

De formuleringen van Ann helpen ons een stukje op weg.

Jezus Christus aanvaardde het feit dat Zijn lichaam gebroken zou worden, om zo voor onze zonden te betalen. Hij deelde het brood uit, om Zijn volk te leren wat gedenken is.
Dat is: Gods kinderen moeten zich blijven realiseren dat Jezus Christus voor hen gestorven is, teneinde zo de deur naar de toekomst te openen.
Dat is: aanvaarden dat we op deze aarde nog met zonden leven, maar tegelijkertijd beseffen dat in ons leven een onzichtbare vernieuwing aan de gang is. De Heilige Geest is de uitvoerder van die vernieuwing.
Dat is: begrijpen dat alle gelovigen, ondanks al hun gekneuter en gefröbel op een enkele vierkante meter, altijd iets uit te delen hebben. Gods kinderen mogen zeggen: er komt een prachtige toekomst aan; ga met ons mee, achter de Heiland aan!

Het bovenstaande ziet er mooi uit.
Intussen is de wereld vol gruwelijkheden. Wie het NOS-journaal bekijkt en de kranten leest, kan er bij tijd en wijle zomaar door ontmoedigd raken.
De Amerikaanse schrijfster en essayiste Marilynne Robinson stelde onlangs in het Nederlands Dagblad: “De mens kan niet evenbeeld van God worden, hij is Gods evenbeeld. We zijn weliswaar een beschadigd evenbeeld, en vaak verborgen, maar dat essentiële feit houdt nooit op waar te zijn en mag ook nooit gerelativeerd worden”[3].
Die stelling is, wat mij betreft, te boud. Anders gezegd: die bewering draagt teveel Amerikaans optimisme in zich.
Immers – in criminele acties, in corrupte praktijken en in allerlei huichelachtigheid is het beeld van God op geen enkele manier meer te herkennen. Dat beeld lijkt, kort gezegd, nergens meer op.

Niet voor niets doet Paulus in Efeziërs 4 de oproep om ons te bekleden “met de nieuwe mens, die overeenkomstig het beeld van God geschapen is, in ware ​rechtvaardigheid​ en ​heiligheid”[4]. Op die manier vertonen gaan mensen weer het beeld van God vertonen.
Jazeker, mensen zijn overeenkomstig het beeld van God geschapen. Maar dat wil niet zeggen dat dat beeld altijd te zien is!

Op aarde hebben wij te maken met zonden en tekortkomingen. Met gebrokenheid en verdriet. Maar in Gods Woord worden wij gestimuleerd om ons in deze verdorven wereld te blijven onderscheiden.
Wij zijn apart gezet. Wij wandelen door de wereld. Maar wij lopen samen op met God. En daarom komen wij niet op hetzelfde punt uit als mensen die God negeren.

Graag ga ik nu nog even terug naar Efeziërs 2.
De apostel Paulus noteert daar ook: “Want wij zijn maaksel, geschapen in ​Christus​ ​Jezus​ om goede werken te doen, die God van tevoren bereid heeft, opdat wij daarin zouden wandelen”[5].

In het leven mogen kerkmensen laten zien wie God is.
Dat doen zij samen. Eén kerkmens kan nooit de veelkleurigheid van God tonen; hoe goed die soloactie ook bedoeld moge wezen. In gezamenlijkheid mogen Gods kinderen demonstreren hoe wijs, rechtvaardig en goed God is.
Goed beschouwd is dat, als we naar ons gefriemel en gepriegel kijken, een wonder.
Echter – dankzij onze God, de Schepper van hemel en aarde, gelden ook anno Domini 2019 de woorden uit Psalm 9:
“Ik zal met heel mijn hart o HEER,
In psalmgezang, uw naam ter eer,
blij al uw wonderen verhalen,
U, Allerhoogste, dank betalen”[6].

Noten:
[1] Efeziërs 2:8 en 9.
[2] “Uit dankbaarheid radicaal leven” – interview met Ann Voskamp. In: Oud&Nieuw, bijlage bij het Nederlands Dagblad, zaterdag 29 december 2018, p. 20 en 21. Meer informatie over Ann is te vinden op de Engelstalige website https://annvoskamp.com/ann-voskamp/ ; geraadpleegd op woensdag 2 januari 2019.
[3] “Wie een mens ontmoet, ontmoet God” – interview met Marilynne Robinson. In: Oud&Nieuw, bijlage bij het Nederlands Dagblad, zaterdag 29 december 2018, p. 4 en 5. Meer informatie over Marilynne is te vinden op https://nl.wikipedia.org/wiki/Marilynne_Robinson ; geraadpleegd op woensdag 2 januari 2019.
[4] Efeziërs 4:24.
[5] Efeziërs 2:10.
[6] Psalm 9:1 – berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986.

7 januari 2019

Naar een hoger niveau

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

“Want ik ben door de wet voor de wet gestorven, opdat ik voor God zou leven. Ik ben met ​Christus​ gekruisigd; en niet meer ik leef, maar ​Christus​ leeft in mij; en voor zover ik nu in het vlees leef, leef ik door het geloof in de ​Zoon van God, Die mij heeft liefgehad en Zichzelf voor mij heeft overgegeven”.

Hierboven staat het Evangelie in een notendop.
Het zijn woorden uit Galaten 2[1].
Een mens wordt niet zalig door zich netjes aan Gods wet te houden. Een mens wordt verzoend met God doordat Jezus Christus voor zijn zonden is gestorven. Dat moeten wij geloven. Niet meer en niet minder.
Dat geloof wordt door Gods Geest gegeven. De Geest van God woont in de harten van Gods kinderen. Daarom kunnen zij zonder terughoudendheid zeggen: Christus leeft in mij. En daarom kunnen zij ook met recht stellen: wij hebben perspectief op de hemel; want Christus is voor ons gestorven!

Dat geloof is in Nederland niet in de mode.
Maar dat is het in Galaten 2 ook al niet. In Jeruzalem zijn er heftige discussies over. De gemoederen raken verhit. Men staat strak tegenover elkaar – is de wet van Mozes zaligmakend, of niet? En er is nog een vraag: moet je onder de Joden blijven werken, of niet?
Zelfs de leiders zijn het over dat laatste niet met elkaar eens. Petrus wil niet met niet-Joden eten. Stel je toch voor dat je bevuild wordt met heidense smetten! Ja, Petrus heeft het moeilijk met de aanvaarding van de consequenties van Christus’ werk.
En gaandeweg wordt duidelijk: Paulus gaat onder de niet-Joden evangeliseren. Hij wordt niet moe om het uit te bazuinen: geen mens kan gered worden als hij zich keurig aan de Mozaïsche wet houdt[2].
Het leven wordt niet meer beheerst door de wet van Mozes, maar door onze Heiland.

Wat moeten we in onze tijd met Galaten 2 aanvangen?

De Dordtse Leerregels leren ons: “Wat geldt van het licht der natuur, geldt (…) ook van de wet van de Tien Geboden, die God door Mozes in het bijzonder aan de joden gegeven heeft. Want de wet legt wel de grootheid van de zonde bloot en ze overtuigt de mens steeds meer van zijn schuld, maar zij wijst het redmiddel niet aan en ook geeft zij geen kracht om uit deze ellende te komen. En doordat zij door het vlees krachteloos geworden is en de overtreder onder de vloek laat blijven, kan de mens door de wet de heilbrengende genade niet verkrijgen”[3].
Dus: wie zich netjes aan de Tien Geboden houdt, komt niet zomaar in de hemel.
Wie de Mozaïsche wetgeving naleeft, eindigt niet per definitie in de woonplaats van God.

De Nederlandse Geloofsbelijdenis zeggen ons: “Wij geloven dat de schaduwachtige eredienst van het oude verbond en de gebruiken die door de wet waren voorgeschreven, met de komst van Christus hebben afgedaan en dat zo aan al deze schaduwen een einde is gekomen. Daarom moeten de christenen die niet langer handhaven. Toch blijft voor ons de waarheid en de inhoud ervan in Christus Jezus, in wie zij hun vervulling hebben. Wel maken wij nog gebruik van de getuigenissen uit de Wet en de Profeten, om ons in het Evangelie te bevestigen en ook om overeenkomstig Gods wil ons leven in alle eerbaarheid in te richten tot zijn eer”[4].

Met andere woorden –
* Al die offers van het Oude Testament wijzen naar Christus.
* Heel die Mozaïsche wetgeving is gericht op de komst van Christus.
* Offerdienst en wetgeving werpen hun schaduw vooruit.
* En jazeker – Jezus Christus offerde Zijn leven, om eens en voor altijd voor onze zonden te betalen!

Dus –
als wij netjes leven komt ons tweede vaderland, de hemel, niet onmiddellijk dichterbij.
Wij komen niet in de residentie van God, omdat wij, anno Domini 2019, zo keurig binnen de lijntjes leven.
Men hoort heden ten dage wel eens: ‘ik leef best netjes; en dus kom ik vast wel in de hemel’. Maar het wachtwoord voor de hemel is niet ‘fatsoenlijk’. En ook niet ‘achtenswaardig’. En ook niet ‘beschaafd’.

Wij moeten eenvoudigweg geloven in de beloften die Jezus Christus geeft:
* vergeving van onze zonden
* een eeuwig leven.
Meer is niet nodig. Minder ook niet, trouwens.

Hebben de Tien Geboden geheel afgedaan?
Nee. Zeker niet.
Want ze bieden ons prachtige mogelijkheden om onze dankbaarheid voor Christus’ reddingswerk te tonen.
Zo verwijst onze manier van doen weer naar Jezus Christus, de Redder van het leven.

Hoe verhoudt het bovenstaande zich tot onze maatschappij?

Niet zo lang geleden deed minister-president Rutte een klemmend beroep op de burgers in de Nederlandse samenleving.
In een paginagrote advertentie schreef hij onder meer: “In Nederland zien we ook een grote groep die zich niet verantwoordelijk voelt om er met elkaar iets moois van te maken. Mensen die alleen met zichzelf bezig zijn en altijd eerst denken aan hun eigenbelang. (…)
Het is gemakkelijk om verschillen uit te vergroten tot harde tegenstellingen. Maar je kunt je ook realiseren dat dit land juist zo mooi is geworden omdat we altijd hebben geprobeerd om dat tere bezit, dat mooie Nederland, zo goed mogelijk te beschermen. Door met elkaar compromissen te sluiten waarbij we ook lastige problemen op een verstandige manier oplossen. Waar niemand echt helemaal zijn zin krijgt. (…)
Daarom wil ik met deze brief de onuitgesproken afspraak die we met elkaar hebben – om samen dat broze bezit te beschermen – eens uitspreken.(…)
Ik ben ontzettend trots op al die mensen die er op hun eigen manier iets van maken met elkaar. Die omkijken naar een ander. Een arm om iemand heen slaan. Zij maken Nederland mooier. Sterker nog: zij zijn Nederland”[5].

De oproep van de Neêrlandse premier is goed.
De oproep klinkt mooi.
Die oproep streelt het hart.
Sta naast elkaar, zegt minister-president Rutte. Zorg ervoor dat je niet voortdurend tegenover elkaar blijft staan.

Alleen maar –
in de kerk zeggen we meer. En ten diepste zeggen wij iets heel anders.
Daar staan we niet slechts naast elkaar om het samen prettig te hebben. Daar zijn we niet simpelweg bezig om ons bezit op een verantwoorde wijze te beheren. Daar werken wij niet louter aan een jofele maatschappij, waarbij zo ongeveer iedereen zich senang voelt.
In de kerk werken we niet aan een correct leven in een eerlijke en elegante gemeenschap.
We leven daar in de gemeenschap der heiligen.
“De gelovigen hebben allen samen en ieder persoonlijk als leden gemeenschap met de Here Christus en hebben deel aan al zijn schatten en gaven”. Herkent u de Heidelbergse Catechismus?[6].
In de kerk zijn we in alles gericht op de Here Jezus Christus, onze Heiland. Van daaruit leveren we een bijdrage aan een mooie aardse maatschappij. Maar voor de kerk is dat nog maar het begin.
Want er komt een hemelse toekomst aan. Die toekomst gaat open door het werk van “de ​Zoon van God, Die mij heeft liefgehad en Zichzelf voor mij heeft overgegeven”.

Met dat laatste citaat wij weer terug bij Galaten 2.
Het moge duidelijk zijn: in Galaten 2 brengt de apostel Paulus onze maatschappelijke activiteiten op een hoger niveau!

Noten:
[1] Galaten 2:19 en 20.
[2] Zie voor het bovenstaande Galaten 2:1-16.
[3] Dordtse Leerregels, hoofdstuk III/IV, artikel 5.
[4] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 25.
[5] De brief is te vinden op https://www.vvd.nl/brief-van-mark-rutte-aan-alle-nederlanders/ ; geraadpleegd op dinsdag 1 januari 2019. De brief verscheen op maandag 17 december 2018 in een paginagrote advertentie in het Algemeen Dagblad.
[6] Heidelbergse Catechismus – Zondag 21, antwoord 55. Om de zin in het verband van het artikel te laten passen, werd de woordvolgorde in het citaat iets veranderd.

4 januari 2019

De rechtszaak in Joël 3

Zijn de woorden van God van belang voor hen die God negeren?
Antwoord: jazeker.
Met grote regelmaat komen we boodschappen tegen waarin mensen centraal staan die niets met God te maken willen hebben.
Een voorbeeld daarvan vinden we in Joël 3[1].

Uit dat hoofdstuk citeer ik het begin: “Want zie, in die dagen en in die tijd, als Ik een omkeer zal brengen in de gevangenschap van Juda en Jeruzalem, zal Ik alle heidenvolken bijeenbrengen en hen doen afdalen naar het dal van Josafat. Daar zal Ik met hen een rechtszaak voeren, vanwege Mijn volk en Mijn eigendom Israël, dat zij onder de heidenvolken verstrooid hebben. Mijn land hebben zij verdeeld”[2].

Er hangt, om zo te zeggen, een donkere wolk boven deze tekst. Men proeft een sfeer van oordeel. Van straf. Er is een atmosfeer van definitieve afrekening.

Wie is Joël eigenlijk?
Het is niet duidelijk in welke tijd deze profeet heeft gesproken. Er zijn onderzoekers die het leven van Joël dateren rond 800 jaar voor Christus[3]. Anderen denken aan de periode rond 587 voor Christus. Nóg weer anderen pleiten voor een datering rond 400 voor Christus[4].
Kortom: de geleerden zijn het er niet over eens.
We weten het niet.

Ooit werd de volgende indeling van het Bijbelboek gemaakt:
“1.
Een profetie van grote aanstaande rampen die het land bedreigen, namelijk een droogte en een sprinkhanenplaag.
2.
De profeet roept zijn landgenoten op tot bekering en zich tot God te wenden, en verzekert hen van Gods bereidheid hen te vergeven, en voorspelt het herstel van het land tot de vroegere vruchtbaarheid.
3.
Een profetie over de messias, die door Petrus in het Nieuwe Testament wordt aangehaald.
4.
Ten slotte voorzegt de profeet oordelen bestemd voor de ‘vijanden van God’”[5].

In Joël 3 wordt gesproken over de oordeelsdag. Die tijd is er nu al. Maar het loopt uit op de grote oordeelsdag.
Er is een rechtszaak gaande.

Waar vindt die rechtszaak plaats?
Daarover schreef ik enkele jaren geleden: “De rechtszaak vindt plaats in het dal van Josafat.
Waar is dat dal?
1.
Er wordt wel gezegd dat dat de Kidronvallei is. Die bevindt zich aan de oostelijke rand van Jeruzalem, tussen de Tempelberg en de Olijfberg. De Kidronvallei staat doorgaans droog. In de winter zetten zware slagregens het dal onder water. Daarom legde men enkele bruggen aan. Dan kon men altijd van de ene naar de andere kant van de vallei. In Johannes 18 loopt Jezus over zo’n brug heen.
2.
Er zijn ook velen die de betekenis van ‘het dal van Josafat’ breder zien. Het dal is de geestelijke wereld, de ontmoetingsplaats van de legermachten van God en Satan. Het dal is het slagveld. Het is de sfeer van Efeziërs 6: “ Want wij hebben de strijd niet tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers van de duisternis van dit tijdperk, tegen de geestelijke machten van ​het kwaad​ in de hemelse gewesten”.
De naam ‘Josafat’ betekent: Jahweh oordeelt. Die naam is veelzeggend”[6].

De bovenbedoelde rechtszaak is door de Heer van hemel en aarde aangespannen om Zijn volk te beschermen. De bewoners van Juda en Jeruzalem zijn gevangengenomen. Ze werden notabene als slaven behandeld. Kinderen werden handelswaar. En waarom?
Enkel en alleen omdat de vijanden van God kwaliteitswijn wensten te nuttigen.
Leest u maar mee: “Zij hebben het lot geworpen over Mijn volk. Zij gaven een jongen voor een ​hoer; zij verkochten een meisje voor ​wijn, zodat zij konden drinken”[7].
Met name de Feniciërs – de inwoners uit Tyrus en Sidon – en de Filistijnen worden aangesproken.
Niemand kan er omheen: er komt rechtsherstel voor Gods volk!

De Here is, om zo te zeggen, helemaal klaar met woelen van de volken.
Er was een tijd dat de heidenen werden ingezet om de straf over Gods volk te voltrekken.
Maar in Joël 3 staan de zaken anders.
Er komt een donkere tijd aan voor de tegenstanders van God. Want de kerkstad wordt weer een toonbeeld van vrede, van rust. Van kennis van God, ook.
Want er staat: “De HEERE zal vanaf Sion brullen als een leeuw, vanuit Jeruzalem zal Hij Zijn stem laten klinken, zodat hemel en aarde zullen beven. Maar de HEERE is een toevlucht voor Zijn volk en een vesting voor de Israëlieten. Dan zult u weten dat Ik, de HEERE, uw God ben, Die op Sion, Mijn ​heilige​ berg, woont. Jeruzalem zal een ​heiligdom​ zijn en vreemden zullen er niet meer doorheen trekken”[8].

Intussen is het wel helder: de Here God geeft een eindoordeel over de volken. Dat hoeven wij dus niet te geven. We mogen dat aan de Here overlaten
Steeds weer zien we op deze aarde de aloude haat van de satan tegen God. De satan wil Gods werk vernielen. Koste wat het kost wil de duivel voorkomen dat de Here Zijn plan uitvoeren kan. De grootste haat van de satan geldt Christus: Gods tegenstander heeft altijd willen voorkomen dat Hij geboren zou worden.
Ook vandaag doet de duivel zijn best om Gods werk af te breken. Maar door alles héén mogen we het repeteren: wij horen bij de Here; iets mooiers is er in het leven niet![9]

Joël profeteerde vele eeuwen geleden.
En je zou zeggen: wat hebben wij er vandaag aan? Antwoord: een profetie als die van Joël doet ons beseffen dat de realiteit heel anders is als die lijkt.
De wereld is vol van zucht naar macht en invloed, zucht naar geld en goed, vol van teleurstellingen en verdriet. Maar daaráchter vindt een strijd plaats, waarvan de afloop bij voorbaat reeds vaststaat. Je merkt het niet, maar onze God werkt aan een prachtige toekomst.
In Marcus 4 zegt Jezus: “Zo is het ​Koninkrijk van God: als wanneer iemand het ​zaad​ in de aarde werpt en slaapt en opstaat, nacht en dag; en het ​zaad​ ontkiemt en komt op, zonder dat hij zelf weet hoe. Want de aarde brengt vanzelf vrucht voort…”[10]. We voelen het niet, maar God is actief! We ervaren het niet, maar onze God is druk bezig!

Wat hebben wij vandaag aan de profetie van Joël?[11] Antwoord: een profetie als deze doet ons beseffen dat bloed, vuur, uitlaatgassen en klimaatverandering niet voortdurend op de voorgrond behoren te staan.
Onze God staat, om zo te zeggen, in de volle breedte van het beeld. Hij is erbij! Gods Heilige Geest woont in de harten van Zijn kinderen. Gods Geest leert ons de werkelijkheid anders te bekijken.
En daarom mogen wij het met Psalm 121 blijven belijden:
“Mijn hulp is van de HEERE,
Die hemel en aarde gemaakt heeft”[12].

Wat hebben wij vandaag aan de profetie van Joël? Antwoord: een profetie als deze doet ons beseffen dat de Here in de kerk werkt, maar zeker ook daarbuiten.
Denkt u in dit verband maar aan Jesaja 6, waar de ene engel tegen de andere roept:
“Heilig, ​heilig, ​heilig​ is de HEERE van de legermachten;
heel de aarde is vol van Zijn heerlijkheid!”[13].
Heel de aarde is vol van God. Dat zien wij niet. Maar zo is het wel.

Wat hebben wij vandaag aan de profetie van Joël? Antwoord: een profetie als deze doet ons beseffen dat gelovige kerkmensen apart zijn gezet.
De Heilige Geest doordrenkt ons met Godsvrucht. Zo worden we voorbereid op een onvoorstelbaar mooie toekomst.

Joël 3 zit vol oordeel.
Jazeker.
Maar Gods kinderen worden getroost. En nee, zij worden niet panisch.
En met Openbaring 7 mogen zij zeggen: “Amen. De lofprijzing, de heerlijkheid, de wijsheid, de dankzegging, de eer, de kracht en de sterkte is aan onze God tot in alle eeuwigheid. ​Amen”[14].

Noten:
[1] De verzen in het Bijbelboek Joël worden op verschillende manieren genummerd. In sommige tekstuitgaven wordt hoofdstuk 3 daarom aangeduid als Joël 4.
[2] Joël 3:1 en 2.
[3] Zie http://christipedia.nl/Artikelen/T/Tijdtafel . Zie ook http://christipedia.nl/index.php?title=Artikelen/J/Joël_(bijbelboek) ; geraadpleegd op zaterdag 29 december 2018.
[4] Zie bijvoorbeeld http://www.gkvzuidwoldedr.nl/preken/05-november-2014/ ; geraadpleegd op zaterdag 29 december 2018.
[5] Geciteerd van https://nl.wikipedia.org/wiki/Joël_(boek) ; geraadpleegd op zaterdag 29 december 2018.
[6] Deze alinea is een bewerkt citaat mijn artikel ‘Gods dreigen klinkt de volken tegen’, hier gepubliceerd op woensdag 27 februari 2013. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2013/02/27/joel-3-vers-1-tot-en-met-8/ . Het citaat uit Efeziërs 6 betreft vers 12 van dat Schriftgedeelte. Dat vers werd in het oorspronkelijke artikel geciteerd uit de vertaling van het Nederlands Bijbelgenootschap-1951. In dit stuk wordt geciteerd uit de Herziene Statenvertaling-2010.
[7] Joël 3:3.
[8] Joël 3:16 en 17.
[9] Deze alinea is gebaseerd op een passage uit mijn artikel ‘Gods dreigen klinkt de volken tegen’. Zie verder noot 6.
[10] Marcus 4:26, 27 en 28 a.
[11] In het onderstaande gebruik ik onder meer http://www.jaapcramer.com/preken/2018/05/20/Joel3.html ; geraadpleegd op zaterdag 29 december 2018. Dit betreft een preek van dominee J.R. Cramer, predikant van de samenwerkingsgemeente van de Nederlands Gereformeerde Kerk en de Gereformeerde kerk (vrijgemaakt) in Heerde/Epe.
[12] Psalm 121:1 en 2.
[13] Jesaja 6:3.
[14] Openbaring 7:12.

3 januari 2019

Draag Gods vrede mee!

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Wat staat de kerk te doen in het nieuwe kalenderjaar?
Het Evangelie moet verkondigd worden – dat is nogal logisch.
Maar waar mensen bij elkaar zijn ontstaan al snel meningsverschillen. Als het daarom gaat, geeft de apostel Paulus in Colossenzen 3 een goede raad: “En laat de ​vrede​ van God heersen in uw ​harten, waartoe u ook in één lichaam geroepen bent; en wees dankbaar”[1].

Een exegeet schrijft over die tekst: “Paulus roept de gelovigen op om deze harmonie door niets te laten verstoren. De vrede van God (…) moet ‘scheidsrechter’ zijn”.
Dat daar eensklaps een scheidsrechter in beeld komt is niet zo gek. In het Grieks staat er namelijk een vorm van het woord brabeuo.
De bovenbedoelde exegeet noteert daarbij: dat woord “is de omschrijving van de taak van de scheidsrechter in sportwedstrijden en houdt beslissen, bevelen, besturen en leiden in. Daar waar bitterheid of boosheid in de harten van de gelovigen opkomt, daar waar de eenheid in gevaar wordt gebracht, moet de vrede van de Heer bepalend zijn. De gelovigen zijn in het éne lichaam geroepen en moeten daar trachten in de vrede van God met elkaar te blijven leven”[2].

Er moet een sfeer van vrede om ons heen hangen.
En mét dat wij dat constateren, realiseren we ons ook hoe vaak die vrede nog ver te zoeken is. In ons persoonlijk leven, en in de kerk.
Vrede in het kerkelijk leven – zou dat een goed doel zijn voor het komende jaar? De vraag stellen is haar beantwoorden.
Ons handelen in de kerk moet erop gericht zijn dat we de vrede niet verstoren. Dat kan als wij met een zekere regelmaat benadrukken hoe dankbaar we zijn voor ons leven met de Here en hoe erkentelijk we zijn voor de liefde en attentie die wij in de kerk van elkaar ontvangen.

De term ‘vrede van God’ gebruikt Paulus trouwens vaak. En die term specificeert hij dan ook bijna altijd. En wel als volgt: “onze Vader, en van de Heere Jezus Christus”[3].

Onze Vader – die aanduiding gaat onder meer terug op Exodus 4. Mozes moet tegen de farao zeggen: “Zo zegt de HEERE: Mijn zoon, Mijn ​eerstgeborene, is Israël. Daarom zeg Ik tegen u: Laat Mijn zoon gaan, zodat hij Mij kan dienen”[4].
De term ‘Vader’ heeft dus te maken met de uittocht uit Egypte, en met bevrijding.
Jezus leert Zijn discipelen, en ook ons, om God aan te roepen als Vader. Gods kinderen worden definitief bevrijd. De sores van deze aarde mogen zij achter zich laten.

Maar voor die bevrijding moet het volk van God bevrijd worden van zonde en egoïsme. Daarvoor moest de Here Jezus Christus Zijn leven geven. Zo zou Hij betalen voor onze zonden, voor onze onvrede, voor onze oorlogszucht, voor onze harde hoofden en koude harten.
Jezus bidt in Johannes 17: “Ik heb U verheerlijkt op de aarde. Ik heb het werk volbracht dat U Mij gegeven hebt om te doen. En nu verheerlijk Mij, U Vader, bij Uzelf, met de heerlijkheid die Ik bij U bezat voordat de wereld er was”[5].

Vrede van God – die uitdrukking duidt op het feit dat er altijd perspectief is op de toekomst.
Met andere woorden: er is bevrijding uit Egypte, uit de ballingschap en uiteindelijk ook uit in aardse moeiten en zorgen; de hemel is ons tweede vaderland.

Vrede van God – die uitdrukking duidt op het feit dat kinderen van God op weg zijn naar een hemels glorieus leven. Daar zijn zij zondeloos, onberispelijk en volmaakt. Daar komt aan aards gefröbel en geklungel een definitief einde.

Mag je dan nooit eens boos of narrig zijn in 2019?
Zeker wel. Natuurlijk wel. Daar ontkomen wij trouwens ook niet aan.
Maar laten uitbarstingen van onze toorn nooit te lang duren. Immers – ten diepste weten wij: al dat gedoe in ons aardse leven heeft slechts een beperkte houdbaarheidsdatum.

In de maatschappij van 2019 is die geloofskennis ook van groot belang.
In een analyse van de Volkskrant, gedateerd op zondag 23 december 2018, staat te lezen: “Steeds meer gevoelige thema’s – groot en klein – worden op het bord van de samenleving geschoven. Omdat de overheid er geen raad mee weet”.
En: “Politici zien zich geconfronteerd met wisselende humeuren en maatschappelijke prioriteiten. Als partner van een ‘sociaal contract’ is het electoraat te grillig geworden. In dit krachtenspel is geen beleid te voeren dat gericht is op het welzijn van toekomstige generaties. Al helemaal niet als de huidige generatie daar nadeel van meent te ondervinden”[6].

In de samenleving van vandaag heerst, over het algemeen genomen, een diep gevoel van onvrede. Een groot misnoegen waart door Nederland. Conflicten zijn aan de orde van de dag. Trammelant en twist – de lage landen lijken er niet zonder te kunnen.
Gereformeerden mogen, middenin al die heibel, de vrede van God met zich mee dragen. Laat die vrede, ook dit jaar, tot vreugde van onze omgeving mogen wezen!

Noten:
[1] Colossenzen 3:15.
[2] Geciteerd uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Colossenzen 3:15.
[3] Zie Romeinen 1:7, 1 Corinthiërs 1:3, 2 Corinthiërs 1:2, Galaten 1:3, Efeziërs 1:2, Philippenzen 1:2, Colossenzen 1:2, 1 Thessalonicenzen 1:1, 2 Thessalonicenzen 1:2 en Filemon vers 3.
[4] Exodus 4:22 en 23 a.
[5] Johannes 17:4 en 5.
[6] Geciteerd van https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/waarom-de-overheid-gevoelige-thema-s-op-het-bordje-van-de-samenleving-legt~bad445e6/?utm_source=VK&utm_medium=email&utm_campaign=20181228
|lunch&utm_content=Weer%20geen%20vuurwerkverbod:%20waarom%20de%20overheid%20gevoelige%20thema%27s%20op%20het%20bordje%20van%20de%20samenleving%20legt&utm_term=76735&utm_userid=&ctm_ctid=
4069b3b27239ca6103486f29ba52277a&ctm_ctid=4069b3b27239ca6103486f29ba52277a
; geraadpleegd op vrijdag 28 december 2018.

2 januari 2019

God doet onze zonden teniet

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

“Wie is een God als U, Die de ongerechtigheid ​vergeeft, Die voorbijgaat aan de ​overtreding van het overblijfsel van Zijn eigendom? Hij zal niet voor eeuwig vasthouden aan Zijn toorn, want Hij vindt vreugde in goedertierenheid. Hij zal Zich weer over ons ontfermen, Hij zal onze ongerechtigheden vertrappen, ja, U zult al hun ​zonden​ werpen in de diepten van de zee”[1].

Met die Schriftwoorden gaan we, op deze internetpagina althans, het jaar 2019 in.
Al onze zonden worden weggedaan.
Ze worden vertrapt en weggegooid in de diepten van de zee.
De Here maakt ons werk goed. Tekortkomingen? – Hij vult ze aan. Kleinzieligheid? – Hij maakt het werk prachtig. Ons werk wordt geheiligd. Onze God doortrekt ons werk met hemelse volmaaktheid; al onze zondige ballast wordt gedumpt.
Laten we daar maar aan denken als wij in kerk en maatschappij onze klussen doen!

Micha – die naam betekent: Wie is als de Heere?
De profeet komt uit Moreseth-Gad, een stad die zo’n 35 kilometer ten zuidwesten van Jeruzalem ligt[2].
Micha profeteert ergens in de periode 756 tot 697 voor Christus. In krachtige taal stelt hij de zonden van de priesters en vervolgens ook van heel het volk aan de kaak[3].
Micha heeft gezien hoe Samaria in handen van heidenen is gekomen. En hij weet het – met Jeruzalem zal datzelfde gebeuren[4].

De profetie van Micha kan globaal als volgt worden ingedeeld:
“* Hoofdstuk 1, waarin God zijn oordeel afkondigt over de twee steden Samaria en Jeruzalem vanwege hun afgoderij;
* Hoofdstuk 2-3, vooral gericht aan de prinsen en leidinggevenden van het volk;
* Hoofdstuk 4, over de toekomstige grootheid van het nieuwe Jeruzalem;
* Hoofdstuk 5, de profetie over de messias en zijn rijk;
* Hoofdstuk 6-7, waarin God wordt voorgesteld als hebbend een geschil met zijn volk en eindigend met een lied op de bevrijding die God voor zijn volk zal bewerken”[5].

Micha 7 laat zien waar een decadente, goddeloze maatschappij na verloop van tijd terecht komt. “Een goedertieren mens is verdwenen uit het land en een oprechte onder de mensen is er niet. Zij loeren allen op ​bloed, zij jagen op elkaar met een net”[6].
In die maatschappij is er voor een kind van God echter troost. “Zelf zal ik echter uitzien naar de HEERE, ik zal wachten op de God van mijn heil. Mijn God zal mij horen”[7].
En omdat de Here God luistert, is er ook alle reden om hoopvol te bidden. Bijvoorbeeld met de woorden waarmee dit artikel begint.
Wie het bovenstaande samenvatten wil, zou aan de bekende drieslag ellende – verlossing – dankbaarheid kunnen denken.
Ellende: namelijk vanwege de goddeloosheid in de omgeving.
Verlossing: de Here luistert naar de klachten van Zijn kinderen, en Hij vergeeft hun zonden.
Dankbaarheid: want Gods kind ontvangt de geloofskennis dat God hem barmhartig is[8].

Micha 7 leert ons dat, wanneer er vrede moet komen tussen God en mensen, de actie van God moet uitgaan!
Jazeker, de gelovige mens doet zijn best om naar God toe te komen. Maar altijd weer zijn er in de wereld allerlei meer of minder interessante dingen die hen ertoe willen verleiden om de hoofdweg naar Gods toekomst te verlaten en een zijpad in te slaan.

Natuurlijk – in de wereld komt men tot grote dingen. En in de wereld is het best gezellig. En ja, in de wereld zijn heus nog veel sociale mensen. En het ziet er reuze aantrekkelijk uit.
Maar dan… opeens… zien we hoe het ego van de mensen vooraan komt te staan.
‘Ik ben nu vrij. Mijn dagtaak zit erop. Van mij moet je niets meer verwachten’.
‘Heb je nog wel tijd voor jezelf?’. Stel je voor dat je jezelf teveel opoffert…
Voor wij ‘t weten grenzen wij ons leven af. Wij sluiten onze harten voor mensen, materialen en gebeurtenissen om ons heen.
Het jaar 2019 is ongetwijfeld met heel veel goede voornemens begonnen. En iedereen weet: van al dat moois komt, in het algemeen genomen, niet zo daverend veel terecht.
Maar de Here belooft: ik doe al die zonden weg. Ik gooi ze Hoogstpersoonlijk in het diepst van de zee. Stelt u zich de Marianentrog maar voor; met z’n elf kilometer voor zover bekend de diepste plek in de oceaan – en dan nog veel dieper[9].

Het Bijbelboek Micha wordt vandaag de dag vaak geassocieerd met gerechtigheid voor mens en natuur. Als het een beetje wil noemt men daarbij ook die bekende tekst uit Micha 6: “Hij heeft u, mens, bekendgemaakt wat goed is. En wat vraagt de HEERE van u anders dan recht te doen, goedertierenheid lief te hebben en ootmoedig te wandelen met uw God”[10].
Van de gerechtigheid voor mens en natuur moet men niet al te veel kwaads zeggen.
Maar Micha 7 geeft ons een training in het focussen. Concentreer u op het feit dat God onze zonden teniet doet. Teniet doen – dat is een oude term die betekent: ze bestaan niet meer.
God stuurde Zijn Zoon naar de aarde. Hij verzoende onze zonden. Verzoening door voldoening – voor gelovige kerkmensen moet dat de kern van het bestaan blijven.
Van daaruit kunnen wij met goede moed 2019 binnentreden!

Noten:
[1] Micha 7:18 en 19.
[2] Zie https://www.debijbel.nl/kennis-achtergronden/bijbelse-personen/2817/micha-uit-moreset ; geraadpleegd op donderdag 27 december 2018.
[3] Zie hiervoor ook http://christipedia.nl/Artikelen/M/Micha; geraadpleegd op donderdag 27 december 2018.
[4] Zie https://www.opkijken.nl/wp-content/uploads/2017/03/Micha-718-19-v2.pdf ; geraadpleegd op donderdag 27 december 2018. Dit betreft een preek van de Gereformeerd-vrijgemaakte predikant A. van Groos (1962-2014).
[5] Geciteerd van https://nl.wikipedia.org/wiki/Micha_(boek) ; geraadpleegd op donderdag 27 december 2018.
[6] Micha 7:2.
[7] Micha 7:7.
[8] Deze alinea is een bewerkt citaat uit mijn artikel ‘Micha 7: de onzichtbare kloof’, hier gepubliceerd op woensdag 19 februari 2014. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2014/02/19/micha-7-de-onzichtbare-kloof/ .
[9] Zie https://nl.wikipedia.org/wiki/Marianentrog ; geraadpleegd op donderdag 27 december 2018.
[10] Micha 6:8.

31 december 2018

Op het goede pad

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , ,

De dingen die ons in deze wereld ten dienste staan, kunnen we tot Gods eer gebruiken.
We kunnen ze ook benutten vanwege ons eigen gerief. In het laatste geval komt onze God zomaar op de tweede plaats te staan. En misschien willen wij God soms wel het liefst even helemaal wegdenken.

Vlak voor de drempel van 2019 lijkt het, alleen daarom al, goed om wat beter te kijken naar een statement dat Paulus in 1 Timotheüs 4 noteert: “Want alles wat God geschapen heeft, is goed en niets is verwerpelijk, wanneer het onder dankzegging aanvaard wordt. Want het wordt ​geheiligd​ door het Woord van God en door het ​gebed”[1].

In welk verband staan die woorden?

De Heilige Geest van God maakt ons duidelijk dat er in de eindtijd heel wat mensen zijn die zich van het geloof gaan afkeren. Zij gaan op zoek naar andere vormen van zingeving.
Wanneer begint die eindtijd?
Die is al begonnen.
Dat blijkt bijvoorbeeld uit 1 Johannes 2: “Kinderen, het is het laatste uur; en zoals u gehoord hebt dat de ​antichrist​ eraan komt, zijn er ook nu al veel antichristen gekomen, waaruit wij weten dat het het laatste uur is”[2].
En ook uit 2 Johannes 1:7: “Want er zijn veel misleiders in de wereld gekomen, die niet belijden dat ​Jezus​ ​Christus​ in het vlees gekomen is. Dat is de misleider en de ​antichrist”[3].
Ja, de eindtijd is al begonnen.

In 1 Timotheüs 4 gaat het, zo laat de apostel Paulus blijken, over mensen waarvan het geweten als het ware met vuur is dichtgeschroeid.
Wij zouden zeggen: het lijkt wel of er een lasapparaat is gebruikt. Alles is dichtgelast; je kunt niet meer bij de kern.
Paulus schrijft over “leugenaars, die hun eigen geweten als met een brandijzer hebben toegeschroeid”[4].

In Paulus’ tijd wordt het huwelijk door sommigen afgewezen.
Bovendien zijn er mensen die zeggen: dit of dat kun je beter niet eten of drinken.
En seksualiteit? – daar kun je je maar beter niet mee bezig houden.
Paulus formuleert: “Zij verbieden te trouwen en gebieden zich te onthouden van voedsel, dat God geschapen heeft voor de gelovigen en voor hen die de waarheid hebben leren kennen, om onder dankzegging aanvaard te worden”[5].

Kortom:
* mensen zoeken naar zingeving die henzelf aanspreekt
* mensen laten hun geweten niet meer spreken
* mensen zeggen dat bepaald eten of drinken niet goed is

Wie om zich heen kijkt, herkent ook vandaag al snel iets van het bovenstaande.
Mensen speuren naar hun eigen religieuze uitingen. Dat is, zeggen zij, een spannende zoektocht.
Mensen hebben hun hart toegesloten. En met hun geweten hebben zij hetzelfde gedaan. Waarom? Ach – er is zoveel aan de hand in de wereld. Je moet, zegt men, je eigen ding doen. Je hebt genoeg aan jezelf en aan je eigen, al of niet samengestelde, gezin.
Je kunt, stellen nogal wat mensen, maar beter geen vlees meer eten. Bovendien: je krijgt kanker van dit, en suikerziekte van dat. Als het een beetje wil wordt een dergelijke bewering zo snel mogelijk door een officiële instelling tegengesproken.
Het vreemde is dat men heden ten dage, als het over seksualiteit gaat, in een oogwenk de andere kant op schiet. Van terughoudendheid en ascese is anno 2018 geen sprake meer. Alle seksuele grenzen lijken voor eens en voor altijd afgeschaft te zijn. De metoo-discussie bewijst hoe ver sommigen daarin gaan.
Het algemene beeld is dat veel mensen vandaag worden geregeerd door angst. Of door individualisme. Of door losbandigheid. Of door combinaties van die drie.

In het bovenstaande ligt de actualiteit voor Paulus’ uitspraak.
En het is duidelijk dat wij moeten waken voor vrees, egoïsme en zedeloosheid!

Wat zullen wij verder van deze dingen zeggen?

Het jaar 2018 is een jaar waarin zonde, verderf en onheil nog altijd diep in de schepping verankerd blijken.
Wie alleen al het werelddeel Azië beschouwt schudt zijn hoofd. Gaat u maar na:
* de aardbeving op Lombok, begin augustus
* de aardbeving in Palu, een stad in het centrum van het eiland Sulawesi – eind september
* eind oktober stort een vliegtuig neer, dertien minuten nadat het uit Jakarta vertrokken is
* de tsunami in de straat van Soenda, op zaterdag 22 december jongstleden[6].

Wie de krant leest en de journaals bekijkt, kan zomaar denken: deze wereld gaat kapot; helemaal kapot!

In die wereld mogen Gods kinderen het echter blijven zeggen: de dingen die we gebruiken worden geheiligd door Gods Woord en door gebed.
Altijd moeten we, met de Bijbel in de hand, blijven uitzoeken hoe we de God van hemel en aarde het beste kunnen eren met de gaven die Hij ons geeft.
We mogen bij de troon van God komen. We mogen bidden om matigheid bij het werken op aarde; een ‘alles moet op’-mentaliteit past niet bij een christelijk leven. We mogen bidden om nuchterheid bij de keuze van ons voedsel. We mogen bidden om moed voor de toekomst; angst is, zoals bekend, een slechte raadgever. We mogen bidden om een hart dat zacht blijft, en toegankelijk is voor de noden van onze medemensen. We mogen bidden om kracht teneinde de God gestelde grenzen in ons aardse leven te blijven eerbiedigen.

Laten wij maar zonder omwegen constateren dat wij, ook in het bijna afgelopen jaar, alle gelegenheid hebben gehad om onze God te dienen. Dat kostte ons vaak moeite – vanwege gezondheidsproblemen of om allerlei andere redenen. Met vallen en opstaan hebben wij onze dienst verricht.
Constateert u op dit punt veel tekortkomingen? Dat hoeft niemand te verbazen. Zeker is wel dat we, Deo Volente, in het jaar 2019 een nieuwe kans krijgen.

Laten wij maar blijven Bijbellezen.
Laten wij maar blijven bidden.
Dan zijn wij al een heel eind op ’t goede pad.

Noten:
[1] 1 Timotheüs 4:4 en 5.
[2] 1 Johannes 2:18.
[3] 2 Johannes 1:7.
[4] 1 Timotheüs 4:2.
[5] 1 Timotheüs 4:3.
[6] Zie hierover ook https://nos.nl/artikel/2264910-ik-zag-golven-van-asfalt-het-hele-land-stroomde-als-een-rivier.html ; geraadpleegd op maandag 24 december 2018.

« Vorige paginaVolgende pagina »

Blog op WordPress.com.