gereformeerd leven in nederland

10 oktober 2018

Zijn goedheid is zeer groot

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

We zeggen het wel eens tegen elkaar: dat is een goed mens[1]. Dat betekent: hij of zij is betrouwbaar. Of ook: het is een geschikte en inschikkelijke man of vrouw.

Over de Here God zingen we in de kerk:
“Uw goede Geest zij mijn geleide;
voer mij in een geëffend land”[2].

Welnu – dit artikel gaat over de goedheid van God.

Het uitgangspunt voor dit stuk is gelegen in Exodus 33: “Maar Hij zei: Ík zal al Mijn goedheid bij u voorbij laten komen, en in uw aanwezigheid zal Ik de Naam van de HEERE uitroepen, maar Ik zal ​genadig​ zijn voor wie Ik ​genadig​ zal zijn, en Ik zal Mij ontfermen over wie Ik Mij ontfermen zal”[3].

In Exodus 33 spreekt Mozes een wens uit: hij wil de heerlijkheid van de Here zien.
En dan lezen wij in de Herziene Statenvertaling: “Maar Hij zei:…”. Dat klinkt in onze oren wellicht alsof de Here iets weigert. Het klinkt als: u krijgt Mijn heerlijkheid niet te zien, maar wel Mijn goedheid.
Een exegeet schrijft echter: “Nadat God heeft toegezegd dat het verbond hersteld is, vraagt Mozes aan de HERE diens heerlijkheid aan hem te openbaren (…). Als de HERE dat zal doen, zal Mozes weten dat het verbond met het volk vernieuwd is en dat het volk veilig kan vertrekken van de berg Horeb. De HERE antwoordt Mozes bevestigend”[4].
De Here weigert Mozes dus niets. Integendeel – Hij reageert positief.
Persoonlijk voel ik mij op dit punt meer thuis bij de vertaling van het Nederlands Bijbelgenootschap uit 1951: “Hij nu zeide: Ik zal mijn luister aan u doen voorbijgaan en de naam des HEREN voor u uitroepen: Ik zal genadig zijn, wie Ik genadig ben, en Mij ontfermen, over wie Ik Mij ontferm”.

Terug nu naar de Herziene Statenvertaling.
De Here zegt: Ik zal u al Mijn goedheid laten zien.
En hoe gebeurt dat dan? Antwoord: de naam van de Verbondsgod wordt geproclameerd: Jahweh.
Gods goedheid is, om zo te zeggen, geconcentreerd in Zijn Naam.

Wij zeggen wel eens, soms zelfs bewonderend: hij of zij heeft een goede naam; zijn of haar reputatie is goed.
Welnu, dat is maar een slap aftreksel van wat Mozes in Exodus 33 te zien en te horen krijgt.
In de naam van God wordt al Gods goedheid uitgedrukt. De God van hemel en aarde is een en al goedheid!

De Heer van de heerlijkheid zegt: “…Ik zal ​genadig​ zijn voor wie Ik ​genadig​ zal zijn, en Ik zal Mij ontfermen over wie Ik Mij ontfermen zal”.
Dat klinkt wellicht als: sommigen zijn uitverkoren, anderen niet.
Maar dat is in Exodus 33 niet de bedoeling.
Een exegeet schrijft er in een voetnoot onder meer het volgende bij.
“De openbaring van Gods goedheid blijkt uit het feit dat Hij genadig en barmhartig is jegens zijn uitverkorenen. (…) De uitdrukking ‘Ik zal genadig zijn, wie Ik genadig ben’ duidt niet op een beperking, maar kan worden weergegeven met: ‘Ik zal zeker genadig zijn’”[5].

De goedheid van God heeft dus alles te maken met de trouw aan Zijn volk.
De God van hemel en aarde heeft een volk uitgekozen.
In het Oude Testament was dat het volk Israël, in het Nieuwe Testament is dat de kerk die overal in de wereld te vinden is.
In Mattheüs 1 wordt over Jezus gezegd: “Hij zal Zijn volk zalig maken van hun ​zonden”[6].
En waar is dat volk dan? Dat blijkt uit Mattheüs 28: “Ga dan heen, onderwijs al de volken, hen dopend in de Naam van de Vader en van de Zoon en van de ​Heilige​ Geest, hun lerend alles wat Ik u geboden heb, in acht te nemen. En zie, Ik ben met u al de dagen, tot de voleinding van de wereld. ​Amen”[7].

Gods goedheid is overal ter wereld te zien!
Met andere woorden: al Zijn goedheid is over de hele aardbol verspreid!

Het is niet geheel onvoorstelbaar dat de lezer van dit artikel thans zijn wenkbrauwen fronst, en vraagt: dat is een prachtig verhaal, maar waar zie ik die goedheid dan?
Het was de schrijfster Rosita Steenbeek die onlangs in het Nederlands Dagblad opmerkte: “We leven in een ontspoorde, schizofrene wereld. Wij stappen voor een leuk uitje even in een vliegtuig, terwijl anderen in kampen zitten en hun kinderen niet naar school kunnen, maar moeten werken. Dat is niet de bedoeling, daar zie ik de zin niet van in. Tegelijk heb ik gezien dat er in die kampen te midden van alle ellende ook momenten van geluk worden beleefd. Ik heb er hartelijkheid en warmte ontvangen; mensen die niks hebben, deelden heel veel uit”[8].

Mensen bederven de wereld zódanig dat de wereld soms gespleten is, zegt Rosita.
En daarmee slaat zij, als u het mij vraagt, de spijker op zijn kop.
Want inderdaad, deze wereld is gestoord en verstoord.
En de wereldburgers worden, meestal zonder dat zij het beseffen, ingedeeld in twee kampen: voor of tegen Christus.

Christenen – Gereformeerde mensen inbegrepen – zijn geroepen om de naam van hun God te heiligen. Zij mogen en moeten iets van de goedheid van hun Heiland laten zien. Daar mogen zij om vragen: “Geef ons eerst dat wij U naar waarheid kennen en U heiligen, roemen en prijzen in al uw werken, waarin uw almacht, wijsheid, goedheid, gerechtigheid, barmhartigheid en waarheid glansrijk stralen. Geef ons ook dat wij ons hele leven – onze gedachten, woorden en werken – daarop richten, dat uw naam om ons niet gelasterd, maar geëerd en geprezen wordt”[9].
Dat is de taak van christenen.

In Exodus 33 kwam al Gods goedheid voorbij. En nee, daar kunnen wij niet aan tippen. Maar in ons dagelijkse doen kunnen wij er wel iets van laten zien!

En uiteindelijk zal, op de dag van het laatste oordeel, de splitsing der wereldburgers zichtbaar worden.
In de tweede brief van Paulus aan de christenen in Thessalonica wordt daarover geschreven: “Het is immers ​rechtvaardig​ van God verdrukking te vergelden aan hen die u verdrukken, en aan u die verdrukt wordt, samen met ons verlichting te geven bij de openbaring van de Heere ​Jezus​ vanuit de hemel met de ​engelen​ van Zijn kracht, wanneer Hij met vlammend vuur wraak oefent over hen die God niet kennen, en over hen die het ​Evangelie​ van onze Heere ​Jezus​ ​Christus​ niet gehoorzaam zijn.
Zij zullen als straf het eeuwig verderf ondergaan, weg van het aangezicht van de Heere en van de heerlijkheid van Zijn macht, wanneer Hij zal gekomen zijn om op die dag verheerlijkt te worden in Zijn ​heiligen​ en bewonderd te worden in allen die geloven -want bij u vond ons getuigenis geloof-. Daarom ​bidden​ wij ook altijd voor u dat onze God u de roeping waard acht en Hij al het welbehagen van Zijn goedheid en het werk van het geloof met kracht volbrengt, opdat de Naam van onze Heere ​Jezus​ ​Christus​ in u verheerlijkt wordt, en u in Hem, overeenkomstig de ​genade​ van onze God en van de Heere ​Jezus​ ​Christus”[10].

Kinderen van God hebben te maken met al het werk van Zijn goedheid.
En zij weten het: wij hebben te maken met de trouw van God. Hij verzorgt Zijn volk, altijd en overal!

Wie Hem eert, loopt op een weg die, om zo te zeggen, met goedheid geplaveid is.
Dat is geen originele gedachte. U vindt ‘m in Psalm 25:
“Louter goedheid zijn Gods paden
voor wie leeft naar zijn verbond,
daaraan trouw blijft en zijn daden
slechts op Gods geboden grondt”[11].

In de kerk is de goedheid van God te ruiken en te proeven. Je kunt daar zelfs Goddelijke goedheid van Zijn hart zien!
Om het tenslotte met Psalm 34 te zeggen:
“Proeft allen en aanschouwt
de goedheid van Gods vaderhart.
Gezegend wie in nood en smart
alleen op Hem vertrouwt”[12].

Noten:
[1] De titel van dit artikel is ontleend aan Psalm 86:5 – berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986. Ik citeer de laatste regels daarvan:
“Heer, Gij hebt mij aangenomen,
mij weer tot het licht doen komen
uit de diepten van de dood.
Ja, uw goedheid is zeer groot”.
[2] Psalm 143:9.
[3] Deuteronomium 33:19.
[4] Geciteerd uit de hoofdtekst van de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Exodus 33:19.
[5] Geciteerd uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Exodus 33:19 – noot 33.
[6] Mattheüs 1:21.
[7] Mattheüs 28:19 en 20.
[8] In: Nederlands Dagblad, donderdag 4 oktober 2018, p. 24; rubriek ‘Houvast’.
[9] Heidelbergse Catechismus – Zondag 47, antwoord 122.
[10] 2 Thessalonicenzen 1:6-12.
[11] Dit zijn de eerste regels van Psalm 25:5 – berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986.
[12] Dit zijn de laatste regels van Psalm 34:3 – berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986.

9 oktober 2018

Hooggestemd Schriftgedeelte

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , ,

In Efeziërs 1 schrijft Paulus over dat “wat de allesovertreffende grootheid van Zijn kracht is aan ons die geloven, overeenkomstig de werking van de sterkte van Zijn macht, die Hij gewerkt heeft in ​Christus, toen Hij Hem uit de doden opwekte en aan Zijn rechterhand zette in de hemelse gewesten, ver boven alle overheid en macht en kracht en heerschappij en elke naam die genoemd wordt, niet alleen in deze wereld, maar ook in de komende. En Hij heeft alle dingen aan Zijn voeten onderworpen en heeft Hem als hoofd over alle dingen gegeven aan de ​gemeente, die Zijn lichaam is en de vervulling van Hem Die alles in allen vervult”[1].

Dat klinkt groots.
Te hoog.
Wij kunnen er niet bij.
Wij leven in een wereld vol teleurstellingen. Er is lichamelijke pijn; soms lijkt het wel alsof we niet vooruit kunnen, maar ook niet achteruit. Er zijn mentale deuken, vanwege gebeurtenissen in het verre verleden of juist in de tijd die net achter ons ligt.
Dat is deprimerend, soms.
Wat kun je in die situatie met Efeziërs 1 beginnen?

Paulus schrijft over allesoverheersende grootheid van Zijn kracht.
Dat klinkt beangstigend.
Dictatoriaal.
Alsof wij platgedrukt worden.

Maar zo is het niet.
Want die kracht is er ten bate van gelovigen.
Zij zien Zijn macht.
Zij merken hoe sterk Hij is.
Zij geloven dat Hij Zijn macht inzet om hen een schitterend leven te geven.
Gelovigen worden niet platgedrukt.
Nee, gelovigen krijgen de ruimte. Hier op aarde. En straks, in de hemel, wordt het nog veel mooier!

Hoe kan dat dan?
In ons leven zijn heel wat teleurstellingen, tegenvallers en vijandelijkheden. Heel wat daarvan nemen wij mee het leven in, simpelweg omdat wij er niets aan te doen is.
De belangrijkste vijand kunnen wij niet overwinnen; de dood namelijk.
Dat hoeft ook niet.
Want die is al overwonnen. Door de Heiland namelijk. Toen Hij die triomf behaald had, ging Hij gloriërend de hemel in.
Welnu – de overwinning van de dood garandeert de zegepraal over alle machten in de wereld. Onze Here Jezus Christus is alle krachten, alle energieën de baas. Iedereen die iets voorstelt moet het afleggen tegen het Hoofd van de kerk. Alle machtsblokken worden weggebroken. Alle aardse overwicht wordt door Jezus Christus omgezet in onmacht.

Wie dichtbij die Machthebber wil wezen, moet in de kerk zijn.
Daar is Hij het Hoofd.
Daar is het veilig.

Er zijn tegenwoordig heel wat mensen die dat met een korrel zout nemen. Of met twee korrels zout. Of zelfs met een bergje zout.
Het scheppingsverhaal klopt niet, zeggen ze dan. Of bijvoorbeeld: het verhaal van de ark deugt niet. Met de kennis van nu weten we dat…, en dan komt er een heel verhaal.
Het opvallende van dergelijke betogen is dat men heel vaak precies weet hoe het niet zit. Maar de daaropvolgende vraag veroorzaakt niet zelden ongemakkelijke stiltes: hoe zit het dan wel? Oftewel: wat is het alternatief?

Een logisch relaas kan men echter niet houden.
Dat wordt op schrijnende wijze duidelijk als er ergens op aarde een ramp geschiedt.
Neem bijvoorbeeld de aardbeving en een vloedgolf in het noordwesten van het Indonesische Sulawesi – ook wel Celebes genoemd – , op vrijdag 28 september jongstleden.
De verwoesting was groot.
Er vielen vele, zeer vele doden. Meer dan negentienhonderd!
Wie dan vraagt: wat is de oorzaak van de ramp in Sulawesi? krijgt wellicht een theorie voorgeschoteld.
Wie vraagt: hoe had men die ramp kunnen voorkomen? krijgt geen antwoord. Of hooguit een nietszeggende reactie.
Want wie valt bij zo’n catastrofe niet stil? Wie is niet geheel en al sprakeloos?

Met de blik op die verschrikkelijke omstandigheden blijft de kerk bij het Evangelie: de Heiland biedt redding en bescherming.
In de kerk blijven we met Psalm 43 belijden:
“ja, ik zal zingen tot zijn eer:
mijn redder is de Heer”[2].

Maar is dat niet onzegbaar arrogant?
Is dat eigenlijk niet vals zingen tegen beter weten in?

Nee – toch niet.
Want hoe weten we in de kerk dat dat Evangelie werkelijk redding biedt?
Antwoord: de Heilige Geest getuigt in ons hart dat de Bijbelse geschriften van God zijn[3]. Er zullen mensen zijn die zeggen: dat is geen argument. Maar dat antwoord heeft alle recht van bestaan, alleen al omdat andere theorieën nooit voldoende onderbouwd zijn.
Met 1 Johannes 5 mogen wij zeggen: “En de Geest is het Die getuigt, omdat de Geest de waarheid is”[4].
En wij kunnen met de Hebreeënschrijver instemmen: “Het geloof nu is een vaste grond van de dingen die men hoopt, en een bewijs van de zaken die men niet ziet”[5].

Terug nu naar Efeziërs 1.
Het citaat waarmee dit artikel begint, eindigt met: “… de ​gemeente, die Zijn lichaam is en de vervulling van Hem Die alles in allen vervult”.
De kerk is, als het goed is, gevuld mét en vervuld ván Christus, de Heiland.
En Christus is de volheid van God.

Wat kunnen wij in deze wereld met Efeziërs 1 beginnen?
Kunnen wij daar eigenlijk wel wat mee?
Functioneert Efeziërs 1 nog wel, vandaag de dag?

Zeker wel!
Want weet u wat er in Efeziërs 1 gebeurt?
Daar is Paulus in gebed.
Kijkt u maar mee: Daarom “houd ik niet op voor u te danken, als ik in mijn ​gebeden​ aan u denk, opdat de God van onze Heere ​Jezus​ ​Christus, de Vader van de heerlijkheid, u de Geest van wijsheid en van openbaring geeft in het kennen van Hem, namelijk verlichte ogen van uw verstand, om te weten wat de hoop van Zijn roeping is, en wat de rijkdom is van de heerlijkheid van Zijn ​erfenis​ in de ​heiligen…”[6].
Ja – Paulus is in gebed!
Dat is het geheim.
Als het uit onszelf moet komen… – nee, dan wordt dat niets met die hooggestemdheid van Efeziërs 1.
Dan zakken we weg.
Dan zweeft een legioen vraagtekens in de lucht.
Dan ligt de wanhoop op de loer.
Efeziërs 1 bindt het ons op het hart:
* blijf in contact met God!
* bidt tot Hem, opdat wij overeind blijven in deze roerige wereld
* wandel met God, op weg naar de toekomst met Hem!

Efeziërs 1 – dat is een hooggestemd Schriftgedeelte.
Niettemin is het een kapittel dat volop onze aandacht verdient!

Noten:
[1] Efeziërs 1:19-23.
[2] Psalm 43:5; berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986.
[3] Letterlijk staat er in artikel 5 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis: “Wij ontvangen al deze boeken, en deze alleen, als heilig en canoniek, om ons geloof daarnaar te richten, daarop te gronden en daarmee te bevestigen. En zonder in enig opzicht te twijfelen geloven wij alles wat zij bevatten. Dat doen wij niet zozeer omdat de kerk ze aanneemt en als canoniek erkent, maar vooral omdat de Heilige Geest in ons hart getuigt dat zij van God zijn. Het bewijs daarvan ligt bovendien in de boeken zelf. Want zelfs blinden kunnen tasten dat de dingen die erin voorzegd zijn, gebeuren”.
[4] 1 Johannes 5:6 b.
[5] Hebreeën 11:1.
[6] Efeziërs 1:16, 17 en 18.

8 oktober 2018

Het Evangelie en de dwaalleraars

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: ,

In de kerk dienen wij samen de Here. Wij vertrouwen op God. Gelovigen weten het zeker – God brengt ons naar de toekomst.

Het bovenstaande klinkt prachtig.
Maar de realiteit is dat er heel veel kerkgenootschappen zijn.
Daarbij komt dat we met zekere regelmaat over een kerkscheiding lezen[1].

Paulus schrijft over zo’n scheiding in Romeinen 16. Dat gaat zo: “En ik roep u ertoe op, broeders, hen in het oog te houden die onenigheden teweegbrengen en struikelblokken opwerpen tegen het onderricht dat u hebt ontvangen, en keer u van hen af”[2].

In de kerk zitten ook dwaalleraars, schrijft Paulus. Mensen die u de verkeerde kant op sturen dus.
Hoe herkennen wij zulke mensen? Zulke mensen maken constant ruzie. Zij vallen overal en nergens over. En uiteindelijk blijkt dan dat die dwaalleraars mensen bij Jezus wegtrekken.
Dat verhaal over dwaalleraars is blijkbaar geen theorie.
Het is een gevaar dat in de kerkelijke praktijk klaarblijkelijk heel reëel is.
Paulus zegt: keer u maar van die dwaalleraars af. Zij richten veel schade aan in de kerk[3].

Als het over deze dingen gaat, zitten we meteen ook in het Schriftuurlijke verschil tussen licht en duisternis.
Het verschil dat 1 Johannes 1 definieert, bedoel ik: “En dit is de boodschap die wij van Hem gehoord hebben en aan u verkondigen, dat God licht is en dat in Hem in het geheel geen duisternis is. Als wij zeggen dat wij gemeenschap met Hem hebben en wij toch in de duisternis wandelen, liegen wij en doen de waarheid niet”[4].
God is licht. En Hij zet mensen in het licht. Het licht van God valt ook op donkere plaatsen. Zo ontdekken wij op de duur waar het kwaad is.
Het komt mij voor dat we, denkend over deze dingen, ons mogen realiseren dat Gods Woord volop in het licht staat. De Boodschap van God is duidelijk. Goed, goed – in de Bijbel is niet alles even helder. Maar de grote lijn is duidelijk afgetekend en uitgetekend.
Wij dienen daarnaast ook te beseffen dat dwaalleraars, figuurlijk bezien, in het donker staan. Dwaalleringen zijn moeilijk te volgen. Het pad dat dwaalleraars volgen gaat het duister in. Dwaalleraars zijn daarom niet zelden onnavolgbaar. Hun geschriften zijn vaak moeilijk te lezen. Hun preken, lezingen en wat daar verder volgt zijn voor gewone gelovigen maar moeilijk te begrijpen.
De lijn in het Evangelie is makkelijk te zien.
Het betoog van dwaalleraars is niet zelden ietwat raadselachtig.

In 1 Petrus 1 lezen wij de oproep: “Maar zoals Hij Die u geroepen heeft, ​heilig​ is, word zo ook zelf ​heilig​ in heel uw levenswandel, want er staat geschreven: Wees ​heilig, want Ik ben ​heilig. En als u Hem als Vader aanroept Die zonder aanzien des persoons naar ieders werk oordeelt, wandel dan in de vreze des Heeren, gedurende de tijd van uw ​vreemdelingschap, in de wetenschap dat u niet met vergankelijke dingen, zilver of goud, vrijgekocht bent van uw zinloze levenswandel, die u door de vaderen overgeleverd is, maar met het kostbaar bloed van ​Christus, als van een smetteloos en onbevlekt Lam”[5].
“Wandel dan in de vreze des Heren” – zo staat het er.
Met andere woorden: laat bij iedere stap in je leven zien dat u eerbied hebt voor God. Hij gaf Zijn Zoon om te betalen voor onze zonden. Hij is onze Redder. Hij ontsluit de deur naar de toekomst.
Dan doen wij ons uiterste best om in Zijn buurt te blijven. Dat spreekt toch vanzelf?
Dan doen we een uiterste krachtsinspanning om bij Zijn volk te blijven. Dat kan toch bijna niet anders?

In dit alles gaat het dus om eerbied voor de Here. Voor de God van hemel en aarde dus.
Dat zo zijnde concludeer ik: zodra mensen aandacht vragen voor eigen redeneringen, wordt het tijd om op te passen. Zodra mensen gaan roepen: ‘wij hebben gelijk’, moeten er een paar alarmbellen af gaan. In de kerk gaat het er helemaal niet om dat een groep mensen in het gelijk moet worden gesteld. Alles draait om de vraag: krijgt onze God de eer die Hem toekomt? Oftewel: gaat Zijn Woord voor en boven alles?
Laten we het maar ronduit vaststellen: ware gelovigen stellen altijd de juiste prioriteiten! Want zij vragen aandacht voor Gods wil. En niet voor eigen wensen.

Het is vandaag de dag een veel gehoorde opmerking: dit of dat mag niet kerkscheidend zijn.
Dat wordt zo vaak gezegd dat het bijna modieus wordt.
Maar wat is, ten diepste, kerkscheidend? Antwoord: als menselijke meningen in de kerk de boventoon gaan voeren, is dat uiteindelijk kerkscheidend.

Nog één ding.
Vandaag de dag horen we nog wel eens van mensen die “een kerk gaan beginnen”.
Over ‘kerkscheidend’ gesproken!
Gelet op het bovenstaande moeten we ons maar verre houden van dergelijke predikers.
Het gaat om Jezus Christus. Hij werd gekruisigd. Hij is de Bevrijder van ons leven!

Noten:
[1] In het onderstaande maak ik onder meer gebruik van http://www.verhoevenmarc.be/PDF/Afscheiding.pdf ; geraadpleegd op dinsdag 2 oktober 2018.
[2] Romeinen 16:17.
[3] Zie hierover ook de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Romeinen 16:17.
[4] 1 Johannes 1:5 en 6.
[5] 1 Petrus 1:15-19.

5 oktober 2018

Psalm 27: Geestelijke proclamatie

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

“U bent mijn heil, mijn levenskracht, mijn licht”. Dat is een regel uit een berijming van Psalm 27[1].

In de onberijmde Psalm lezen we:
“Hoor, HEERE, mijn stem als ik roep;
wees mij ​genadig​ en antwoord mij.
Mijn ​hart​ zegt tegen U wat U Zelf zegt:
Zoek Mijn aangezicht.
Ik zóek Uw aangezicht, HEERE,
verberg Uw aangezicht niet voor mij.
Wijs Uw dienaar niet af in toorn,
U bent mijn hulp geweest;
laat mij niet in de steek en verlaat mij niet,
o God van mijn heil.
Want mijn vader en mijn moeder hebben mij verlaten,
maar de HEERE zal mij aannemen”[2].

Mijn heil, mijn levenskracht, mijn licht… – dat klinkt een beetje theatraal. Wat overdreven zelfs. Is die manier van zeggen niet wat grotesk?
Het lijkt wel alsof Gods heil er bij ons ingehamerd moet worden.

Bij nader inzien is dat niet erg.
Sterker nog – dat hameren kan reuze nuttig wezen.

Nu ik dit schrijf denk ik aan onze dementerende broeders en zusters.
Gaandeweg raken zij veel kwijt.
Het kortetermijngeheugen is defect. Recente informatie slaan zij niet of nauwelijks op.
Maar de kennis van vroeger blijft vaak nog lang hangen.

Ik denk aan die oude, dementerende broeder waar door twee ouderlingen huisbezoek werd gebracht.
Wat de oude uitdrukking Deo Volente betekent, besefte de bejaarde broeder nog heel goed. Die term was bekend. ‘Zo de Here wil’, ja dat wist hij nog wel…
De ene ouderling las Psalm 1: “Welzalig de man
die niet wandelt in de raad van de goddelozen,
die niet staat op de weg van de zondaars…”[3].
De oude broeder onderbrak de ouderling: “Ja”, zei hij, “zo is het…”.
De andere ouderling sprak een kort gebed uit. Hij refereerde aan Psalm 23: ‘De Heer is mijn herder’. De bidder sprak over grazige weiden.
‘Amen’, zei de oude broeder.
Heeft die broeder zich wel gerealiseerd wat hij zei? Beleefde hij het wel?
Misschien niet.
Waarschijnlijk wist hij zich kort na het vertrek van de broeders ouderlingen al weinig meer van het korte huisbezoek te herinneren.

Intussen is het duidelijk.
Het geloof waarin deze bedaagde broeder altijd heeft geleefd is nog springlevend.
Veel van de kennis van vroeger is er nog.
De verstandelijke capaciteiten van dit oude kind van God zijn beperkt geworden. Maar God loven – dat kan hij nog. En ja, hij weet waar hij naar toe gaat. De hemel, dat is het eindpunt van zijn reis.
Dat is de oude broeder van kindsbeen af ingeprent. Nu hij oud geworden is, is dat Evangelie hem nog altijd bekend.

Psalm 27 is een lied waarin heel verschillende tonen klinken.
“De HEERE is mijn licht en mijn heil,
voor wie zou ik vrezen?”[4].
En:
Al belegerde mij een ​leger,
mijn ​hart​ zou niet vrezen”[5].
Maar ook:
“Geef mij niet over aan de begeerte van mijn tegenstanders,
want valse getuigen zijn tegen mij opgestaan
en mensen die briesen van geweld”[6].
Als emoties elkaar snel afwisselen, mogen wij – met heel ons hebben en houden – bij de Here komen. Als ons leven een draaikolk van gebeurtenissen en gevoelens is, zijn wij van harte welkom bij de Heer. En wij mogen het beseffen: onze God neemt allen in bescherming die tot Hem roepen.
Als ons leven een kronkelweg is – het ene moment dichtbij God, het volgende ogenblik wat verder bij Hem vandaan – mogen wij het blijven belijden: de Here zal mij aannemen.

Hoe kan dat?
Hoe komt het dat wij daartoe in staat zijn?
De dichter van Psalm 27 – dat is David – laat het ons weten:
“Mijn ​hart​ zegt tegen U wat U Zelf zegt:
Zoek Mijn aangezicht”[7].
Met andere woorden: de Here legt ons de woorden om Hem te prijzen Zelf in de mond. Hij leert ons Hoogstpersoonlijk wat wij zeggen moeten.
Dat leert Hij aan jonge kinderen.
Dat leert Hij aan mensen die in de kracht van hun leven zijn.
Hij leert het, bijvoorbeeld, ook aan oude broeders die gaandeweg met verstandelijke beperkingen te maken krijgen.

Als het over de Bijbel gaat – en dus ook over Psalm 27 – zeggen wij met de Nederlandse Geloofsbelijdenis: “Wij ontvangen al deze boeken, en deze alleen, als heilig en canoniek, om ons geloof daarnaar te richten, daarop te gronden en daarmee te bevestigen. En zonder in enig opzicht te twijfelen geloven wij alles wat zij bevatten. Dat doen wij niet zozeer omdat de kerk ze aanneemt en als canoniek erkent, maar vooral omdat de Heilige Geest in ons hart getuigt dat zij van God zijn. Het bewijs daarvan ligt bovendien in de boeken zelf. Want zelfs blinden kunnen tasten dat de dingen die erin voorzegd zijn, gebeuren”[8].
Met andere woorden –
de Heilige Geest proclameert in ons hart: ja, het is waar wat David gezegd heeft.
de Heilige Geest bazuint het uit: de hemelse God geeft u onderwijs in het loven van Hem.
de Heilige Geest verzekert Zijn kinderen elke dag: God is trouw; levenslang geleidt Hij u aan Zijn hand.
Zo blijft het leven de moeite waard. Zelfs als de aftakeling ver gevorderd is!

Noten:
[1] Psalm 27:5; berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986.
[2] Psalm 27:7-10.
[3] Psalm 1:1 a.
[4] Psalm 27:1 a.
[5] Psalm 27:3 a.
[6] Psalm 27:12.
[7] Psalm 27:8.
[8] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 5.

4 oktober 2018

Al wat recht is, zien Zijn ogen

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

“En de HEERE zei tegen Hem: Trek midden door de stad, midden door Jeruzalem, en zet een merkteken op de voorhoofden van de mannen die zuchten en kermen over al de gruweldaden die in het midden ervan gedaan worden. Maar tegen die andere mannen zei Hij ten aanhoren van mij: Trek achter Hem aan door de stad, en dood! Ontzie niemand en heb geen medelijden. Dood ouderen, jongemannen en meisjes, kleine ​kinderen​ en vrouwen, om hen te gronde te richten. Raak echter niemand aan op wie het merkteken is. Begin vanuit Mijn ​heiligdom”.

Dit artikel begint met woorden uit Ezechiël 9[1].

Misschien vraagt iemand: beste weblogscribent, moet u daar nu een artikel over schrijven?

Zo’n vraag is begrijpelijk.
Want Ezechiël 9 gaat over oordeel. Een gericht over Jeruzalem nog wel – de stad van God.

De inwoners van Jeruzalem doen namelijk aan afgoderij. In Ezechiël 8 wordt uitgebreid uit de doeken gedaan hoe de afgoderij eruit ziet.
De Jeruzalemmers dienen de afgod van de na-ijver[2].
Zij aanbidden bovendien afbeeldingen van allerlei dieren. Die afbeeldingen hebben ze in de muur van de tempel gekerfd[3].
Vrouwen rouwen om Tammuz. Dat is een halfgod die door Babyloniërs wordt vereerd[4].
Ezechiël ziet mannen die de zon aanbidden; alsof dat een god is![5]

Daarin ligt een les voor de kerk van 2018.
De Here wil alle aandacht in de kerk.
Er hoort, als het gaat over het leven met God, geen verschil te zijn tussen de zondag, de maandag, de dinsdag… Waar we ook zijn, wat we ook doen – altijd speelt de godsdienst een grote rol; als het goed is tenminste.
De sterren aanbidden? Nee, dat doen we niet in de kerk.
Een olifant of een ander dier heilig verklaren? Nee, dat weigert de kerk pertinent.
Een altaartje in boeddhistisch sfeertje in huis? Welnee, dat gaan we niet doen.
Laat dat vooral zo blijven!

Het oordeel van de Here in Ezechiël 9 is hard!
De hele stad gaat eraan!
Alles en iedereen wordt uitgeroeid!
Alles gaat plat!
En…

Wacht eens even.
Er staat namelijk: “…en zet een merkteken op de voorhoofden van de mannen die zuchten en kermen over al de gruweldaden die in het midden ervan gedaan worden”.
Een commentator schrijft hier bij: “Het Hebreeuwse woord dat met ‘merkteken’ is vertaald, is tav. Dat is ook de laatste letter van het Hebreeuwse alfabet. Deze letter komt overeen met onze letter ‘t’. In de tijd van Ezechiël werd deze letter in de vorm van een kruis geschreven, zoals we ook herkennen in onze letter ‘t’. We kunnen er wel de toepassing in zien dat de gelovigen in Jeruzalem voor het oordeel worden bewaard door het teken van het kruis dat door de Man in linnen kleren op hun voorhoofden is aangebracht”[6].
Wat gebeurt er in Ezechiël 9?
Antwoord: de Here zet, om zo te zeggen, de kerk van het Oude Testament apart. Hij neemt Zijn kinderen in bescherming. In de stad waar Hij woning heeft gekozen, is het – om het maar eens duidelijk te zeggen – een godslasterlijke troep. Een mens van deze tijd zou zeggen: weg ermee!
Maar zelfs nu de God van hemel en aarde toornig is, blijft Hij trouw. Zelfs nu de Here een zeer zware straf uitdeelt, neemt Hij de mensen die Hem dienen in bescherming.

Zodoende is Ezechiël 9, dat zware hoofdstuk vol met oordeel en straf, toch de moeite waard.
Want daar zien we Gods trouw in optima forma.

Mijn conclusie is: in Ezechiël 9 wordt ons duidelijk gemaakt dat Gods kinderen aan Zijn vernietigende oordeel zullen ontkomen.
Dat is in Ezechiëls tijd zo, en het zal nog zo zijn als het einde van de tijd aangebroken is.

Dus: ook nu, anno Domini 2018, mogen we er zeker van zijn dat de God van hemel en aarde Zijn kerk immer en altijd beschermt en onderhoudt.

Dat gebeurt ook in een maatschappij die God grotendeels negeert, en waar het merendeel van de mensen veel naar zichzelf kijkt.
Dat gebeurt ook in een samenleving waar je, volgens velen, moet opvallen om je recht te krijgen; of althans: om datgene te ontvangen wat jij recht vindt. Door het veelvuldig plaatsen van tweets en retweets. Door stakingen. Door spandoeken. Door agressie, op straat of achter de voordeur.
En de media hebben het er maar druk mee.

Op zondag naar de kerk? Veel mensen kijken er vreemd tegenaan. Sommigen zeggen: nou ja, als je je daar gelukkig bij voelt…
Dat Gods kinderen in de kerk zitten, dat is voor velen volstrekt onbegrijpelijk.
Ezechiël 9 leert ons echter onder meer: de Here ziet Zijn kinderen, in alle tijden en op alle plaatsen.

Anno Domini 2018 roept Hij Zijn kinderen naar de kerk.
Daar verzamelt Hij Zijn volk.
Daar wordt het heil verkondigd. Daarom zegt de Nederlandse Geloofsbelijdenis over de kerk: “…buiten haar is er geen heil”[7].
Daar, in de kerk, zingt Gods volk:
“U bent mijn heil, mijn levenskracht, mijn licht.
Al zijn van mij in tegenspoed en strijd
mijn vader en mijn moeder weggegaan,
toch keert U Zich niet af, maar neemt mij aan.
U zorgt voor mij in mijn verlatenheid”[8].

Ezechiël 9 bevat een waarschuwing.
Want ziet u wat daar staat? “Begin vanuit Mijn ​heiligdom”. Kennelijk is de kerk het beginpunt van de oordeelsvoltrekking. Daarom constateer ik: juist van de kerk wordt nauwkeurige en blijmoedige Godsdienst gevraagd!

Als Ezechiël 9 een film zou zijn… dan zouden ‘m waarschijnlijk niet willen bekijken. Het zou, om maar in bioscooptermen te blijven, geen kassucces wezen.
Maar het is goed dat kerkmensen dat hoofdstuk toch blijven lezen.
Tot hun troost.
Want God blijft voor Zijn kerk zorgen. Tot in lengte van dagen![9]

Noten:
[1] Ezechiël 9:4, 5 en 6.
[2] Ezechiël 8:5.
[3] Ezechiël 8:10.
[4] Ezechiël 8:14.
[5] Ezechiël 8:16.
[6] Geciteerd van http://www.oudesporen.nl/Download/OS2359.pdf ; geraadpleegd op vrijdag 28 september 2018.
[7] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 28.
[8] Dit is het laatste deel van Psalm 27:5; berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986.
[9] De titel van dit artikel ontleende ik aan de laatste regel van Psalm 17:1 – berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986 – :
“Hoor naar een rechte zaak, o HEER,
sla acht op wat mijn lippen smeken,
die onbedrieglijk tot U spreken
en buig U tot mijn bidden neer.
Kom met uw oordeel van den hoge,
laat uitgaan van uw aangezicht
het woord dat mij rechtvaardig richt,
want al wat recht is, zien uw ogen”.

3 oktober 2018

Bij God aan tafel

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Afgelopen zondag werd in De Gereformeerde Kerk Groningen het Heilig Avondmaal gevierd.
Waarom deden de kerkleden dat? Vanwege de gedachtenis aan Jezus Christus, de Heiland. Oftewel – de kerk realiseert zich dat God Zijn kerk liefheeft; Hij blijft Zijn kerk trouw.
De beloften van de vergeving van de zonden en een eeuwig leven zijn nog voluit geldig!
Zeker, de kerk is vol zonden.
Maar de God van hemel en aarde beschermt Zijn kinderen. Tot in eeuwigheid!

Uit berichten in de media blijkt dat het belangrijk is om dat blijvend te accentueren.

Op de website van het Reformatorisch Dagblad staat te lezen: “Eucharistie en avondmaal staan volop in de wetenschappelijke belangstelling, maar deelname wordt minder vanzelfsprekend. ‘Avondmaalsdiensten worden minder vaak goed bezocht. Het sacrament is in de marge terechtgekomen, ook bij jongeren’. Dat concludeert het onderzoek ‘Rond de tafel. Maaltijd vieren in liturgische contexten’ (uitgeverij Berne Media, Heeswijk), dat woensdag in Amsterdam wordt gepresenteerd”.
En:
“Terwijl er in de meeste kerken van de CGK een voorbereidingsbijeenkomst is op een doordeweekse avond, is dat bij de GKV niet meer het geval. Ook de censura morum heeft in de GKV geen prominente plek meer, evenals het lezen van het eerste deel van het avondmaalsformulier (waarin de zelfbeproeving aan de orde komt), één week van tevoren. Bij de CGK functioneert in onderscheid met de GKV een nabetrachtingspreek. Ook is er bij de GKV vaak een ‘lopende viering’.
In de Rooms-Katholieke Kerk (RKK) is de aandacht verschoven van het offer naar het gemeenschapskarakter van de eucharistie. Waren vroeger de meeste rooms-katholieken erg terughoudend ten opzichte van de communie – er was veel eerbied voor het lichaam van Christus en men voelde zich onwaardig – nu dreigt het gevaar van nonchalance en automatisme, stelt Sam Goyvaerts over de eucharistische praktijk in Vlaanderen. ‘Het hoort er gewoon bij als onderdeel van het misritueel en heeft schijnbaar weinig effect’”[1].

Over de citaten hierboven zou veel te schrijven zijn.
In dit artikel wil ik graag de grote waarde van het Heilig Avondmaal benadrukken.
Dat doe ik in drieën.

1.
God heeft Zijn kinderen innig lief. Hij heeft er alles – echt: alles – voor over gehad om hen te redden. God de Vader had er zelfs Zijn geliefde Zoon voor over!
In de viering van het Heilig Avondmaal laten wij zien dat we beseffen dat die Vaderlijke liefde ook voor ons is.
Als iemand jou liefheeft, ga je graag naar diegene toe. Wie wil er niet dag aan dag genieten van genegenheid? Het is heerlijk om te weten dat er, wat er ook gebeurt, altijd Eén is die jou levenslang liefheeft!
Dat geldt zeker ook voor Gods liefde. Nee, die liefde zie je niet altijd. En je voelt die liefde soms helemaal niet. Maar Gods liefde is uniek. Want die genegenheid blijft bestaan, ook al is de wederkerigheid ervan soms ver te zoeken!

2.
In het formulier voor de viering van het Heilig Avondmaal dat in de Gereformeerde kerken wordt gebruikt, staat de volgende zin: “… wij erkennen, nu wij ons leven buiten onszelf in Jezus Christus zoeken, dat wij midden in de dood liggen”[2].
Met andere woorden: als de Heiland niet ingegrepen had, was ons leven in feite al beëindigd.
Waarom? Omdat echt leven is: wandelen met God. Zeg het maar zo: iedere stap die je zet, iedere klus die je doet, ieder woord dat je zegt is een activiteit waar God bij is.
Hij pakt jou vast, en trekt je uit de viezigheid. Iedere dag weer. Voor onze God geldt: Hij is nooit afwezig.
Er zijn momenten dat wij Zijn levende presentie best lastig vinden. Op die ogenblikken lopen wij graag even weg. Wij doen even iets voor onszelf, zogezegd. En wat gaan we dan uitrichten? Ach – voor wij ’t weten worden wij, om zo te zeggen, vastgezogen in de bagger. Dan zitten we vast, voor de zóveelste keer, in het moeras van menselijke moeiten en wijsneuzigheid.
Misschien roepen we dan nog keihard: help! Maar dan is God ver weg…
Dat is wat er bedoeld wordt met: vanuit onszelf liggen we midden in de dood.

3.
Wie in alle ernst tot de Here roept, vindt altijd gehoor.
Populair gezegd: Hij laat ons nooit en te nimmer in de puinhopen van de zonde zitten. Hij trekt ons uit het moeras waarin mensen zich steeds weer willens en wetens laten vastzuigen.
Nu ja – hoe zien we eruit als we, om het zomaar te zeggen, net uit de smurrie getrokken zijn?
Ontoonbaar!
Afzichtelijk!
En toch zegt de liefdevolle Vader van onze Here Jezus Christus: kom maar bij Mij.
De Heiland zegt: Ik heb voor u aan ’t kruis geleden.
En daarom maak Ik u onberispelijk – voor God het aanzien waard!
Nee, dat is niet uit te leggen.
Dat moeten en mogen wij eenvoudigweg geloven.
Wij kunnen dan meteen met een bekend gezang instemmen:
“Christus droeg de vloek voor mij,
Christus is voor mij gestorven,
heeft gena voor mij verworven:
‘k ben van dood en zonde vrij!”[3].
Wie dat ten volle beseft wil graag bij de Here aan tafel zitten.
Wie dat ten volle beseft gaat niet uit een soort automatisme aan het Heilig Avondmaal deelnemen.
Wie dat ten volle beseft gaat hoopvol door het leven. Niet dat het aardse bestaan makkelijk is – welnee. Maar een gered mens weet: er komt een heerlijke toekomst aan: de hemelse toekomst.
Daarvan is het Heilig Avondmaal een klein beginnetje. Alle kinderen van God zitten te Zijner tijd aan tafel. Voor hen allen geldt die belofte uit Openbaring 3: “Zie, Ik sta aan de deur en Ik klop. Als iemand Mijn stem hoort en de deur opent, zal Ik bij hem binnenkomen en de maaltijd met hem gebruiken, en hij met Mij. Wie overwint, zal Ik geven met Mij te zitten op Mijn troon, zoals ook Ik overwonnen heb, en Mij met Mijn Vader op Zijn troon gezet heb. Wie oren heeft, laat hij horen wat de Geest tegen de ​gemeenten​ zegt”[4].

Tot slot:
Bij de God van hemel en aarde aan tafel – dat is een voorrecht. Een voorrecht dat tegelijk een wonder is!

Noten:
[1] Zie https://www.rd.nl/kerk-religie/viering-avondmaal-is-in-de-marge-terechtgekomen-1.1515599 ; geraadpleegd op donderdag 27 september 2018.
[2] Formulier voor de viering van het Heilig Avondmaal, Gereformeerd Kerkboek-1986, p. 523.
[3] Dit zijn de laatste regels van Gezang 16 uit het Gereformeerd Kerkboek-1986.
[4] Openbaring 3:20, 21 en 22.

« Vorige paginaVolgende pagina »

Blog op WordPress.com.