gereformeerd leven in nederland

17 juni 2022

Jezus Christus eren is genoeg

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Deze wereld wordt gaandeweg onpersoonlijker. Wie bankzaken wil regelen, doet dat online. Wie een vergadering wil organiseren kan dat het snelste per computer doen. Een afspraak met de fysiotherapeut of de kapper? – doe dat maar online… Facebook en Whatsapp hebben massa’s gebruikers. Dat is efficiënt. En ’t is vooral lekker snel.
Maar juist omdat alles zo snel gaat, verwachten wij ook veel van elkaar. Wie dingen snel kan doen, kan immers ook meer doen op een dag. Daarbij geldt: wie alleen werkt hoeft met niemand te overleggen; dan gaat het vaak nog sneller.

In de kerk is ‘samen’ daarentegen een kernwoord.
In 1 Corinthiërs 12 staat het onomwonden: “Samen bent u namelijk het lichaam van Christus, en ieder afzonderlijk Zijn leden. God nu heeft sommigen in de gemeente een plaats gegeven: ten eerste apostelen, ten tweede profeten, ten derde leraars, vervolgens krachten, daarna genadegaven van genezingen, vormen van hulpverlening, bestuurlijke gaven, allerlei talen. Zijn zij soms allen apostelen? Zijn zij soms allen profeten? Zijn zij soms allen leraars? Zijn zij soms allen krachten? Hebben zij soms allen genadegaven van genezingen? Spreken zij soms allen in talen? Zijn zij soms allen uitleggers?”[1]

Als het goed is vullen wij elkaar in de kerk aan. Wij geven elkaar stimulansen. Wij vuren elkaar aan. Wij zetten elkaar aan tot actie. In die zin zijn wij op elkaar aangewezen.
Het is echter die gezamenlijkheid die vandaag de dag onder druk staat.
Ja, juist in de kerk.
Hoe zit dat?
In de wereld om ons heen regelt men veelal dingen op z’n eigen manier. Men doet, zogezegd, zo weinig mogelijk samen. In de kerk behoort dat anders te gaan. En dat gáát ook zo. In de kerk komen we elkaar vaak tegen. Wij zien verschillen in elkaars werkwijze. Maar laten wij eerlijk zijn: bij tijd en wijle vinden wij die verscheidenheid best irritant. En omdat wij tegenwoordig reuze mondig zijn, houden wij onze mond daar vaak niet over dicht. Zo komt het dat er zomaar groepjes van gelijkgezinden ontstaan. En wij weten allen hoe dat gaat: voordat we ’t weten staat de ene groep tegenover de andere. Dan valt die gezamenlijkheid eigenlijk wel behoorlijk tegen…

Wat zullen wij van deze dingen zeggen?

Zeker in deze tijd is het goed om eerst te beseffen Wie ons in de kerk heeft gebracht. Wij moeten ons vervolgens realiseren wat wij zijn. Samen zijn wij het lichaam van Christus. Hij neemt ons mee door de wereld. Hij is ons Hoofd. Bijna als vanzelf doen wij wat Hij zegt. Wij kennen allen Christus’ kernachtige woord uit Mattheüs 22: “U zult de Heere, uw God, liefhebben met heel uw hart, met heel uw ziel en met heel uw verstand. Dit is het eerste en het grote gebod. En het tweede, hieraan gelijk, is: U zult uw naaste liefhebben als uzelf. Aan deze twee geboden hangt heel de Wet, en de Profeten”. Daarom vragen wij ons steeds weer af: wat heeft de heilige God ons geleerd? En een voortdurend weerkerende vraag is: wat vraagt Hij in de huidige omstandigheden van Zijn kinderen die in de kerk verenigd zijn?[2]

Er zijn momenten dat wij in de kerk vol zijn van onszelf. Wij weten wat Gereformeerd is. Wij weten hoe het moet in de kerk. Wij weten wat er fout gaat in de kerk. Wij
Daar zit precies het probleem. Het gaat namelijk niet in de eerste plaats om ons.
Laten wij elkaar, nu het hierom gaat, wijzen op Efeziërs 1: “En Hij heeft alle dingen aan Zijn voeten onderworpen en heeft Hem als hoofd over alle dingen gegeven aan de gemeente, die Zijn lichaam is en de vervulling van Hem Die alles in allen vervult”. Het Hoofd van de kerk is Degene aan wie aan alle autoriten en machten onderworpen zijn. De leiding, samenhang en de eenheid van de kerk vinden wij in Christus.
Wij maken ons druk over allerlei uiterlijkheden. Wij praten urenlang over verschillen in aanpak. De kernvraag moet echter altijd worden beantwoord: wordt Jezus Christus, het Hoofd van de kerk, in onze manier van doen geëerd?[3]

Als dat de norm is, hoeft niet alles supersnel en flitsend.
Als dat de norm is hebben wij ook ruimte om aandacht voor elkaar te hebben.
Professor dr. J.P. Versteeg (1938-1987), indertijd hoogleraar Nieuwe Testament aan de Christelijke-Gereformeerde Theologische Universiteit te Apeldoorn, schreef eens: “Wanneer het om elkaar gaat, gaat het tegelijk om ieder persoonlijk. Waar het eigene verkeerd wordt getaxeerd, wordt de weg tot elkaar geblokkeerd. Dat kan op twee manieren gebeuren: door het onderschatten van het eigene en door het overschatten van het eigene. Door het onderschatten van het eigene wordt de weg tot elkaar geblokkeerd, omdat wij er niet willen zijn voor de anderen. Het overschatten van het eigene leidt tot hetzelfde resultaat, omdat wij de anderen er niet willen laten zijn voor ons. In het eerste geval zijn de anderen maatstaf voor ons. In het tweede geval zijn wij maatstaf voor de anderen. In beide gevallen verliezen we elkaar uit het oog”.
Het komt aan op fijngevoeligheid.
* Hoe kunnen we anderen helpen? En wanneer kunnen we ons beter even terugtrekken?
* In hoeverre zijn wij bereid om ons te laten helpen?
Terecht schrijft professor Versteeg ergens anders: “De Bijbelse boodschap haalt nooit een streep door onze persoon, maar zet altijd een streep onder onder onze persoon”[4].

In de kerk lijken wij heel vaak last te hebben van een vorm van groepsdenken.
Wat is dat?
“Groepsdenken is een psychosociaal fenomeen, waarbij een groep van op zich zeer bekwame personen zodanig wordt beïnvloed door groepsprocessen, dat de kwaliteit van groepsbesluiten vermindert. Het ontstaat als groepsleden primair letten op het behoud van overeenstemming en eensgezindheid bij een beslissingsproces in plaats van een kritische overweging van de feiten”.
Wat betekent dat in de kerk? Dat kunnen wij in vijf punten samenvatten
1.
God en Zijn Woord zijn heel belangrijk.
2.
Het leven naar de norm van Zijn Woord is ook van het hoogste belang.
3.
Vanwege de zonde bewaken wij dat angstvallig. Wij controleren elkaar. Wij houden voortdurend verscherpt toezicht.
4.
Daar zijn wij uiterst strikt in. En nauwkeurig. En toegewijd.
5.
Maar dat heeft tot gevolg dat onze fijngevoeligheid wat naar de achtergrond wordt gedrukt. Ons gevoel voor elkaar komt weinig meer aan bod. Onze sensitiviteit maakt plaats voor korzeligheid en prikkelbaarheid[5].

Laten wij een paar woorden uit 1 Corinthiërs 12 nog eens lezen: “Samen bent u namelijk het lichaam van Christus, en ieder afzonderlijk Zijn leden. God nu heeft sommigen in de gemeente een plaats gegeven: ten eerste apostelen, ten tweede profeten, ten derde leraars, vervolgens krachten, daarna genadegaven van genezingen, vormen van hulpverlening, bestuurlijke gaven, allerlei talen”.
Wij zijn ieder afzonderlijk Zijn leden.
Sommigen zijn apostelen. Sommigen zijn leraars.
Wij hoeven dus niet alles tegelijk te kunnen.
Een zekere ontspanning is in de kerk op z’n plaats.
Weet u wat één hoofdstuk verderop staat, in 1 Corinthiërs 13 dus? Dit: “De liefde is geduldig, zij is vriendelijk, de liefde is niet jaloers, de liefde pronkt niet, zij doet niet gewichtig”.
Weg dus met grote ego’s.
Jezus Christus eren is genoeg[6].

Noten:
[1] 1 Corinthiërs 12:27-30.
[2] In deze alinea citeer ik Mattheüs 22:37 b-40.
[3] In deze alinea citeer ik Efeziërs 1:22,23.
[4] Het eerste citaat van professor Versteeg komt uit: “Gemeente-zijn = er zijn voor elkaar”. In: Ambtelijk Contact, donderdag 1 september 1983, p. 213-215. Het tweede citaat komt uit: “Neem er de tijd voor – Korte meditaties”. – Kampen: J.H. Kok, z.j. [1989]. – p. 37. Geciteerd via: De Wekker, maandag 19 november 2007, p. 175.
[5] Het citaat met betrekking tot groepsdenken komt van https://nl.wikipedia.org/wiki/Groepsdenken ; geraadpleegd op zaterdag 11 juni 2022.
[6] In deze alinea citeer ik achtereenvolgens 1 Corinthiërs 12:27 en 28 a, 1 Corinthiërs 13:4.

8 juni 2022

Horen wij de Heiland nog?

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Er wordt in onze wereld heel wat af gediscussieerd. Er moeten – bijvoorbeeld – antwoorden worden gevonden op vragen over een boycot van Russische olie, compensatie voor hoge energieprijzen en racisme dat wordt toegepast door overheidsinstanties.
Hoe gaan wij om met de mensen om ons heen, en met de materialen die ons ter beschikking staan?
Wat komen wij op onze wegen een hoop tegen!
Intussen zijn kerkmensen onderweg naar het toppunt van hun bestaan. Onderweg houden zij het oog op de Voleinder van hun geloof, de Here Jezus Christus[1].

Paulus schrijft in 1 Corinthiërs 9 ook over de weg waarop we moeten gaan: “Weet u niet dat zij die in de renbaan lopen, allen wel lopen, maar dat slechts één de prijs ontvangt? Loop dan zo dat u die verkrijgt. En iedereen die aan een wedstrijd deelneemt, beheerst zich in alles. Zij nu doen dat om een vergankelijke krans te ontvangen, maar wij om een onvergankelijke te ontvangen”[2].

In 1 Corinthiërs 9 wijst de apostel erop dat sommige mensen eraan twijfelen dat de God van hemel en aarde hem echt als evangelist heeft gestuurd. Paulus zegt: u weet toch wel dat Hij mij werkelijk naar u toe heeft gestuurd?
Paulus heeft de gewoonte om, terwijl hij zijn zendingswerk doet, zoveel mogelijk in zijn eigen levensonderhoud te voorzien. Als Godsgezant had hij een recht op levensonderhoud kunnen claimen. Maar dat doet hij niet. Andere evangelisten doen dat wel. Paulus behoeft echter geen ondersteuning. Hij kan voor zichzelf zorgen. De christenen in Corinthe geven een eigen uitleg aan die zelfstandigheid. Zij zeggen: ‘Zie je wel? Die Paulus is geen evangelist. Hij doet alsóf. Hij is een nepper’.
Paulus’ weerwoord wordt 1 Corinthiërs 9 als volgt geparafraseerd: ‘Als ik het goede nieuws zou brengen omdat ik dat zelf zo graag wilde, had ik recht op een beloning. Maar God heeft het mij als taak gegeven. Ik móet het doen, ook als ik er geen zin in zou hebben. Krijg ik er dan helemaal niets voor? Jawel, mijn beloning is: het goede nieuws brengen zonder dat jullie iets voor mij hoeven te doen. Zo wil ik van mijn rechten als prediker geen gebruik maken’[3].

De apostel Paulus wijst ook op zijn aanpassingsvermogen.
Hij zoekt aansluiting bij Joden.
Hij zoekt aansluiting bij mensen die de wet van Mozes nog in ere houden.
Hij zoekt aansluiting bij zwakke mensen. Bedoelt Paulus de pas bekeerden die nog niet los zijn van hun afgoderij? Of bedoelt hij de armen? Bedoelt hij dat hij, net al die armen, rond moest komen van het weinige geld dat hij verdiende?

Wat wil de Godsgezant met dit alles zeggen?
Dit: ‘Mensen, hou toch op met die discussies! Zeker, inkomen is belangrijk. En aanpassingsvermogen is een must. Maar de belangrijkste vragen zijn: lopen wij nog de goede kant op? en: beheersen we onszelf om op die manier steeds met onze Here te leven?’.
Wij moeten nadenken over een boycot van Russische olie, compensatie voor hoge energieprijzen en racisme dat wordt toegepast door overheidsinstanties. En zo is er nog veel meer.
Soms worden we daar moe van. Heel erg moe. Net als bij een sportwedstrijd.
Die vergelijking maakt Paulus wel vaker.
Aan de christenen in Galatië schrijft hij: “Want wij verwachten door de Geest, uit het geloof, de hoop van de gerechtigheid. In Christus Jezus heeft namelijk niet het besneden zijn enige kracht, en ook niet het onbesneden zijn, maar het geloof, dat door de liefde werkzaam is. U liep zo goed; wie heeft u verhinderd de waarheid te blijven gehoorzamen? Deze overreding is niet afkomstig van Hem Die u roept”.
Paulus’ boodschap is: luister niet naar alle stemmen die u hoort; leen het oor slechts aan Jezus Christus, uw Heiland.
Rond het sportveld zijn allerlei mensen die van alles roepen.
De één laat onomwonden weten dat u een prutser bent; uw sportprestaties lijken nergens op.
De ander wijst op de mensen om u heen; wees eens wat vaker een teamspeler.
Nummer drie wijst op het doel: dáár moet u heen.
Maar, zegt Paulus, luister toch naar de lokroep van uw Heiland! Hij roept u! Hij geeft u waar geloof! Hij wijst u op een veilig levenskader: Zijn wet. Hij geeft uitverkoren mensen alle gelegenheid om Hem te eren[4].

Nee, de Bijbel is geen handboek voor de situaties van 2022.
Er moeten allerlei praktische oplossingen gezocht worden voor de problemen van vandaag. Als het goed is proberen wij tijdens die zoektocht “naar de wil van God in alle goede werken te leven”. Herkent u Zondag 33 van de Heidelbergse Catechismus?

In onze wereld dendert het van de discussies. Die hoeven wij ook niet te vermijden. Maar laten wij wel kritisch op onszelf blijven.
Christus roept ons. Horen wij Hem, ook vandaag nog? Laten wij ons oefenen in zelfbeheersing om Zijn stem te horen.
Paulus schrijft in het laatste vers van 1 Corinthiërs 9: “Maar ik oefen mijn lichaam op harde wijze en maak het dienstbaar, opdat ik niet misschien, na anderen gepredikt te hebben, zelf verwerpelijk word”. Een al te zachte aanpak past niet in de kerk: laat ons dat maar gezegd zijn![5]

Noten:
[1] Zie Hebreeën 12:2. Deze tekst komt aan de orde in mijn artikel ‘Gods glorie fonkelt’, hier gepubliceerd op dinsdag 7 juni 2022. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2022/06/07/ .
[2] 1 Corinthiërs 9:24,25.
[3] Dit is een citaat uit https://www.basisbijbel.nl/1-korintiërs/9 ; geraadpleegd op dinsdag 31 mei 2022.
[4] In deze alinea citeer ik Galaten 5:5-8.
[5] In deze alinea citeer ik 1 Corinthiërs 9:27.

22 april 2022

Goed kneedbaar deeg

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

“Verwijder dan het oude zuurdeeg, opdat u een nieuw deeg zult zijn. U bent immers ongezuurd, want ook ons Paaslam is voor ons geslacht: Christus. Laten wij dus feestvieren, niet met oud zuurdeeg, ook niet met zuurdeeg van slechtheid en boosaardigheid, maar met ongezuurde broden van oprechtheid en waarheid”.
Dat schrijft de apostel Paulus aan de christenen in Corinthe. Dat doet hij in 1 Corinthiërs 5.
Wij moeten een nieuw deeg zijn. Het is bekend: deeg houdt van warmte. De vraag is dus: voelen we in de kerk de warmte van het Evangelie?[1]

‘Verwijder het oude zuurdeeg’, schrijft Paulus. Dat betekent in ieder geval dat wij geen slaven van de dood meer zijn. Nee, wij zijn kinderen van God voor het leven. Om met Romeinen 6 te spreken: “Dit weten wij toch, dat onze oude mens met Hem gekruisigd is, opdat het lichaam van de zonde tenietgedaan zou worden en wij niet meer als slaaf de zonde zouden dienen. Want wie gestorven is, is rechtens vrij van de zonde. Als wij nu met Christus gestorven zijn, geloven wij dat wij ook met Hem zullen leven”[2].
 
Dat zou je niet zeggen als je naar mensen kijkt.
De NOS meldde op zondag 17 april, Eerste Paasdag: “Bij confrontaties tussen Palestijnen en de Israëlische oproerpolitie op de Tempelberg in Jeruzalem zijn zeker zeventien Palestijnse gewonden gevallen, meldt hulporganisatie de Rode Halve Maan. Negen Palestijnen zijn opgepakt. De Israëlische politie betrad het terrein van de al-Aqsamoskee in Oost-Jeruzalem om de weg vrij te maken voor joodse bezoekers. Volgens de politie hadden Palestijnen stenen klaargelegd en barrières opgeworpen in afwachting van een confrontatie”.
Geloof levert maar al te vaak conflicten op. En agressie.  
Als wij dat constateren, ligt er meteen een vraag voor ons op tafel: laten wij ons confronteren met de levende Christus, die vrede maakt met Hem? Oftewel: geloven wij in de grote gevolgen van Christus’ eenmalige offer voor ons persoonlijke leven?[3]

Over die grote gevolgen schrijft Paulus in Romeinen 6.
Leest u maar mee: “Wij zijn dan met Hem begraven door de doop in de dood, opdat evenals Christus uit de doden is opgewekt tot de heerlijkheid van de Vader, zo ook wij in een nieuw leven zouden wandelen”.
Wij worden zogezegd als nieuw!
Wandelen in een nieuw leven – dat klinkt in onze tijd enigszins irreëel. Een argeloze lezer van dit artikel vraagt wellicht: ‘Leeft de schrijver van die weblog onder een steen?’. Immers, op deze aarde is weinig als nieuw. De aarde is, menen velen, onderhevig aan ernstige slijtage. Ergens op het internet staat zelfs geschreven: “Een enorme blender met de aarde erin, en de stekker in het stopcontact. Eén druk op de knop en het is afgelopen met de mensheid. Dit schetst de situatie een beetje, waarin de aarde zich op dit moment bevindt. De mensheid leeft niet duurzaam en we lijken regelrecht op het einde van de aarde en onszelf af te stevenen. We gooien de aarde weg! Het is echter nog niet te laat, door nu te veranderen kunnen we dit proces nog omkeren en de stekker van de blender uit het stopcontact trekken!”[4].

Het bovenstaande ziet er buitengewoon dramatisch uit. Edoch, het is beslist niet waar.
In Genesis 9 belooft de Here namelijk: “Mijn boog heb Ik in de wolken gegeven; die zal dienen als teken van het verbond tussen Mij en de aarde”. En: “Als deze boog in de wolken is, zal Ik hem zien, en denken aan het eeuwig verbond tussen God en alle levende wezens van alle vlees dat op de aarde is”.
Niettemin is het wel realiteit dat iedereen en alles door de zonde is aangetast. En ja, onze lichamen raken versleten naarmate wij ouder worden.
En toch is het nieuwe leven er al. Wij zijn immers met Hem begraven door de doop in de dood?
Dat moeten we blijven geloven![5]

Inmiddels is de doop in beeld gekomen.
Van gedoopte mensen mag verwacht worden dat zij in een nieuw leven zullen wandelen. Daar bidden wij trouwens ook om na een doopsbediening: “Laat dit kind door de doop in Christus’ dood begraven worden en ook met Hem opstaan in een nieuw leven. Geef dat het iedere dag zijn kruis bij het volgen van Christus blijmoedig zal dragen, door Hem aan te hangen met waar geloof, vaste hoop en vurige liefde. Laat het zo dit leven, dat toch niet anders is dan een voortdurend sterven, door uw beloften getroost verlaten”[6].

Laten wij elkaar, nu het over de doop gaat, wijzen op Mattheüs 28. In het begin van dat hoofdstuk lezen wij het Paasevangelie. U weet wel: “Maar de engel antwoordde en zei tegen de vrouwen: U hoeft niet bevreesd te zijn, want ik weet dat u Jezus zoekt, Die gekruisigd was. Hij is hier niet, want Hij is opgewekt, zoals Hij gezegd heeft. Kom, zie de plaats waar de Heere gelegen heeft. En ga haastig heen en zeg tegen Zijn discipelen dat Hij opgewekt is uit de doden; en zie, Hij gaat u voor naar Galilea; daar zult u Hem zien. Zie, ik heb het u gezegd”.
Jezus Christus is opgewekt. Zijn opstanding maakt de weg vrij voor veel meer opstandingen. Heel veel mensen mogen Hem volgen. Uiteindelijk krijgen al die door Hem uitgekozen mensen toegang tot de hemel. Dat Evangelie moet door de wereld gaan.
Welnu, daarom geeft Jezus aan het einde van datzelfde Mattheüs 28 ook het doopbevel: “Ga dan heen, onderwijs al de volken, hen dopend in de Naam van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest, hun lerend alles wat Ik u geboden heb, in acht te nemen”.
De kerk heeft een Woord voor de wereld – jazeker.
En die kerk bezit ook een kostbare belofte. Die staat in het laatste vers van Mattheüs 28: “En zie, Ik ben met u al de dagen, tot de voleinding van de wereld. Amen”. Met andere woorden: door de wereld gaat een Woord, en Hij is er altijd bij. Voor eeuwig![7]

Het aardse leven van Gods kinderen is, als het goed is, een nieuw leven.
Laten wij in die wetenschap tenslotte nog even met een schuin oog naar 1 Corinthiërs 5 kijken.
Daar staat het: wij behoren een nieuw deeg te zijn.
Wij mogen het wel zó zeggen: de God van hemel en aarde kneedt ons. Hij maakt van ons ongezuurde broden van oprechtheid en waarheid. Laten wij vooral zorgen dat wij goed kneedbaar blijven!

Noten:
[1] In deze alinea citeer ik 1 Corinthiërs 5:7 en 8.
[2] Romeinen 6:6,7 en 8.
[3] In deze alinea citeer ik van https://nos.nl/artikel/2425499-zeker-zeventien-gewonden-bij-confrontatie-palestijnen-en-politie-op-tempelberg ; geraadpleegd op zondag 17 april 2022.
[4] In deze alinea citeer ik Romeinen 6:4. Verder citeer ik van https://mens-en-samenleving.infonu.nl/filosofie/36195-vernietigen-we-onze-aarde.html ; geraadpleegd op zondag 17 april 2022.
[5] In deze alinea citeer ik Genesis 9:13 en Genesis 9:16.
[6] In deze alinea citeer ik uit het Gereformeerde formulier voor de bediening van de heilige doop aan de kinderen van de gelovigen. – Gereformeerd Kerkboek. Het citaat komt van p. 516.
[7] In deze alinea citeer ik Mattheüs 28:5,6,7,19 en 20.

25 maart 2022

Kracht van God

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

“En mijn spreken en mijn prediking bestonden niet in overtuigende woorden van menselijke wijsheid, maar in het betonen van geest en kracht, opdat uw geloof niet zou bestaan in wijsheid van mensen, maar in kracht van God”.
Dat schrijft Paulus aan christenen in Corinthe. Het bovenstaande citaat staat in 1 Corinthiërs 2.
Het Evangelie heeft geen grote redenaars nodig. Het gaat om de inhoud.
Paulus laat geen gelegenheid onbenut om dat te benadrukken. In hoofdstuk 1 heeft hij het ook al opgeschreven: “Want Christus heeft mij niet gezonden om te dopen, maar om het Evangelie te verkondigen, niet met wijsheid van woorden, opdat het kruis van Christus zijn inhoud niet verliest”. De blijde Boodschap is geen aaneenrijging van kunstig bedachte verzinsels![1]

Het is in onze tijd belangrijk om dat vast te stellen.
Vandaag zijn er namelijk heel wat mensen, zoals dat modern heet, met God bezig. De Amerikaanse filosoof John D. Caputo zegt: God is iets ongrijpbaars dat ons in beweging zet. De Sloveense socioloog en cultuurcriticus Slavoj Zizek meent dat het christendom in feite een atheïstische religie is. Waarom? Omdat God aan het kruis doodgaat en daarmee écht mens wordt. Mochten we nog de illusie hebben dat er uiteindelijk heelheid komt dan verdwijnt die nu wel, oreert men. Hou het maar op liefde in gebrokenheid, zeggen ze.  
En trouwens – als de waarheid niet bestaat, waarom zegt Jezus dan eigenlijk dat Hij de waarheid is? Geloven is, zo wordt in een onlangs verschenen boek gesteld, net zoiets als het maken van kunst. Kunstenaars hebben een niet te stillen honger naar een ongrijpbare werkelijkheid. Geloven is daarmee vergelijkbaar[2].

Men kan natuurlijk zeggen: theologen en sociologen die dergelijke dingen opschrijven houden ons een spiegel voor. Wees er attent op, zeggen ze meer of minder expliciet, denk niet te groot of te groots van God. Blijf maar met de beide benen op de grond staan.
Intussen blijven er wel wat vragen over.
Want als God zo ongrijpbaar is, waarom houden geleerde mensen zich dan nog met het christelijk geloof bezig? Waarom doen die mensen de Bijbel eigenlijk nog open, en bijvoorbeeld niet de Koran?
Alle spreken over boven komt van beneden, zo blijkt uit dat pas verschenen boek. Kan het zijn dat wij hier een reeds bekende dwaling herkennen? Jazeker, dat kan. Eénzelfde geluid valt namelijk te beluisteren bij de theoloog H.M. Kuitert (1924-2017).  

In Gods Woord gaat het niet om wijsheid van mensen, maar om kracht van God. Het is inderdaad Gods Woord.
In de schepping zien we Gods eeuwige kracht en goddelijkheid.
In Lucas 1 zegt een engel tegen Maria: “De Heilige Geest zal over u komen en de kracht van de Allerhoogste zal u overschaduwen”.
De Schepper heeft de aarde gemaakt. Hij regeert die “overeenkomstig zijn eeuwige voorzienigheid en door zijn oneindige kracht, opdat zij de mens dienen, zodat de mens zijn God kan dienen”.
Wij belijden dat Christus “echt God en echt mens is: echt God om door zijn kracht de dood te overwinnen, echt mens om voor ons te kunnen sterven vanwege de zwakheid van zijn vlees”.
De kerk is “met hart en wil samengevoegd en verenigd in eenzelfde Geest, door de kracht van het geloof”.
“De sacramenten zijn zichtbare tekenen en zegels van een inwendige en onzichtbare zaak. Door middel daarvan werkt God in ons door de kracht van de Heilige Geest. Daarom zijn de tekenen niet krachteloos en zonder inhoud, zodat zij ons zouden misleiden, want Jezus Christus is de waarheid ervan en zonder Hem zouden zij niets zijn”[3].
Het gaat niet om energie van mensen, maar om kracht van God.
Hij geeft ons geloofskracht! Die kracht mogen wij uit Zijn hand aannemen.

Dat is moeilijk.
Zeker als wij dat beredeneren willen.
Dat laatste kan namelijk niet.
En dat hoeft ook niet.
Wij hoeven onszelf niet te overtuigen.
Die overtuiging wordt ons gegeven. Van bovenaf.
Laten wij daar maar om bidden, of wij nu wetenschapper zijn of niet. Laten wij ’t maar loslaten. Want Hij houdt ons vast![4]  

Noten:
[1] In deze alinea citeer ik achtereenvolgens 1 Corinthiërs 2:4,5 en 1 Corinthiërs 1:17. Verder gebruik ik 1 Petrus 1:16.
[2] Het boek waaraan ik refereer is: Rikko Voorberg, Gerko Tempelman en Bram Kalkman, “Onzeker weten. Een inleiding in de radicale theologie”. – Utrecht: Uitgeverij KokBoekencentrum, 2022. – 218 p.
[3] In deze alinea citeer en/of gebruik ik de artikelen 2,9,12,19,27 en 33 uit de Nederlandse Geloofsbelijdenis.
[4] In dit artikel gebruik ik: Carin Slotboom, “De bijl aan de wortel van de boom?” – recensie van het in noot 2 genoemde boek. In: Gulliver, bijlage bij het Nederlands Dagblad, vrijdag 18 maart 2022, p. 10.

11 februari 2022

Christus’ koopkracht

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Wat is de belangrijkste boodschap van een Evangelieverkondiger? De apostel Paulus vat die in 1 Corinthiërs 15 als volgt samen.
“Want ik heb u ten eerste overgeleverd wat ik ook ontvangen heb, dat Christus gestorven is voor onze zonden, overeenkomstig de Schriften, en dat Hij begraven is, en dat Hij opgewekt is op de derde dag, overeenkomstig de Schriften, en dat Hij verschenen is aan Cefas, daarna aan de twaalf. Daarna is Hij verschenen aan meer dan vijfhonderd broeders tegelijk, van wie de meesten nu nog in leven zijn, maar sommigen ook zijn ontslapen. Daarna is Hij verschenen aan Jakobus, daarna aan alle apostelen. En als laatste van allen is Hij ook aan mij verschenen, als aan de ontijdig geborene”.
Christus is opgestaan! Hoe dat mogelijk is, dat begrijpen wij niet. Hoe dat precies gegaan is, dat weten wij niet. Maar er zijn heel wat mensen die Hem na Zijn sterven op aarde hebben gezien. Het moet dus wel waar zijn.
De Heiland heeft voor onze zonden betaald. Dat is waar.
Dat is het evangelie dat de kerk in deze wereld mag en moet proclameren![1]

In 1 Corinthiërs 15 schrijft Paulus: Christus is gestorven voor onze zonden.
Dat betekent in ieder geval: in Zijn lijden, sterven en opstanding toonde de Here Jezus Christus een geweldige en ongeëvenaarde koopkracht.
U weet het vast wel: er zijn momenteel veel zorgen over de koopkracht in veel Nederlandse huishoudens. En het is goed dat daar veel aandacht voor is.
Maar het allerbelangrijkste is toch “dat ik met lichaam en ziel, in leven en sterven, het eigendom ben, niet van mijzelf, maar van mijn trouwe Heiland Jezus Christus. Want Hij heeft met zijn kostbaar bloed voor al mijn zonden volkomen betaald en mij uit alle macht van de duivel verlost”. Herkent u Zondag 1 van de Heidelbergse Catechismus? Ziet u het onovertroffen effect van Christus’ koopkracht?

Jezus Christus opent de route naar God. Hij wijst ons Hoogstpersoonlijk de weg, schrijft de apostel Petrus daarover in zijn eerste algemene brief. Hij is het “Die Zelf onze zonden in Zijn lichaam gedragen heeft op het hout, opdat wij, voor de zonden dood, voor de gerechtigheid zouden leven. Door Zijn striemen bent u genezen. Want u was als dwalende schapen; maar u bent nu bekeerd tot de Herder en Opziener van uw zielen”. Jezus Christus brengt ons bij God, schrijft Petrus ook: “Want ook Christus heeft eenmaal voor de zonden geleden, Hij, Die rechtvaardig was, voor onrechtvaardigen, opdat Hij ons tot God zou brengen. Hij is wel ter dood gebracht in het vlees, maar levend gemaakt door de Geest”[2].
Ook in 2022 is dus het motto: wandel maar stillekens achter Hem aan, in de richting van de eeuwige toekomst!

Het is belangrijk om dat vast te houden. Er gaat namelijk een storm van egoïsme over de westerse wereld. God moet onze problemen oplossen. En als Hij dat niet doet, moet Hij ons in ieder geval leren om met onze problemen te leven. En nee, dat levensgevoel gaat de kerk niet voorbij. De vraag ‘Wat doe ik als christen?’ is allesoverheersend geworden. Voordat wij ’t weten draait het bij de beantwoording van die vraag om… onszelf. Daar moeten wij voor uitkijken!
Paulus toont in 1 Corinthiërs 15 aan dat mensen niet op de eerste plaats moeten gaan staan. Want hij schrijft ook: “Maar door de genade van God ben ik wat ik ben, en Zijn genade voor mij is niet tevergeefs geweest. Integendeel, ik heb mij meer ingespannen dan zij allen; niet ik echter, maar de genade van God, die met mij is. Of ik het dan ben of zij, zó prediken wij en zó hebt u geloofd”.
Met andere woorden: wij kunnen ons heel druk maken over al die mensen die Christus na Zijn sterven op aarde gezien hebben; maar daar gaat het niet om. Alles draait om God en Zijn genade![3]

In een recensie van een boek van professor dr. A. van de Beek staat onder meer te lezen: “Waarom willen die ikken van ons vooral rust? Je kunt dat zelfgenoegzaam invullen, je kunt je ook afvragen waarom mensen zo oververmoeid zijn, overprikkeld, overvraagd – door grote verlangens in hun werk, gezin en relaties, en dan zijn er óók nog God, de kerk, ouders, familie. En dat roept weer de vraag op hoe groot onze ‘ikken’ nu echt zijn. Misschien biedt de moderne tijd wel vooral een illusie van vrijheid, terwijl onze keuzes, wensen en levensinvulling feitelijk door allerlei andere krachten worden vormgegeven dan door mijn ‘ik’”.
Gesteld dat dat laatste waar is, dan is het des te meer zaak om onze agenda te bewaken. Dan kunnen wij meteen onze prioriteitenlijstjes eens kritisch bezien.

“‘De meeste mensen doen wat ze willen en waarin ze zin hebben. Dat geldt niet alleen in de brede cultuur, maar ook in de kerk”, concludeert professor Van de Beek in zijn boek. Zijn publicatie is getooid met de veelzeggende titel ‘Ego’. Van de Beek geeft zonder twijfel een alarmsignaal waar aandacht aan geschonken moet worden!
Laten wij in verband met dat alarmsignaal nog even luisteren naar die kernboodschap uit 1 Corinthiërs 15.
Christus is gestorven voor onze zonden, overeenkomstig de Schriften.
Hij is begraven, overeenkomstig de Schriften.
Hij is opgewekt, overeenkomstig de Schriften.
Heel Gods Woord getuigt daarvan. Het is in alle toonaarden aan den volke verkondigd. Het evangelie van Christus’ koopkracht weerklinkt de eeuwen door.
Laten wij maar eerlijk zijn: tegenover Christus’ koopkracht schrompelen menselijke ego’s ineen![4]

Noten:
[1] In deze alinea citeer ik 1 Corinthiërs 15:3-8.
[2] In deze alinea citeer ik 1 Petrus 2:24 en 25 en 1 Petrus 3:18.
[3] In deze alinea citeer ik 1 Corinthiërs 15:10 en 11.
[4] Het citaat komt uit: Dick Schinkelshoek, “God is er niet om mijn problemen op te lossen”. Recensie in: Gulliver, bijlage bij het Nederlands Dagblad, vrijdag 4 februari 2022, p. 6 en 7.
De gegevens van het boek dat gerecenseerd wordt zijn: Bram van de Beek, “Ego. Cultuuranalyse van het ik”. – Utrecht: KokBoekencentrum, 2022. – 224 p.
Professor Van de Beek, een hervormd theoloog, was van 1981 tot 2000 hoogleraar dogmatiek aan de Universiteit Leiden en van 2000-2010 hoogleraar symboliek aan de Vrije Universiteit te Amsterdam.

4 februari 2022

God houdt Zijn kerk overeind

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

“Zijn zij soms allen apostelen? Zijn zij soms allen profeten? Zijn zij soms allen leraars? Zijn zij soms allen krachten? Hebben zij soms allen genadegaven van genezingen? Spreken zij soms allen in talen? Zijn zij soms allen uitleggers?”.
De bovenstaande vragen staan in 1 Corinthiërs 12. De antwoorden op die vragen liggen voor de hand. Kerkmensen zijn niet allemaal gelijk. Zij doen niet allemaal dezelfde dingen. Het werk moet verdeeld worden. En daarbij wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met de gaven die kerkleden hebben[1].

Dat klinkt mooi. Maar de praktijk staat meestentijds nogal eens ver van de praktijk af. Ambtsdragers zoeken? Dat is een moeilijke en soms onuitsprekelijk vermoeiende bezigheid. Speuren naar commissieleden? Dat is ook niet makkelijk.
Wij kijken elkaar wellicht eens aan. In een pessimistische bui wijden wij wellicht een overpeinzing aan de lauwheid in de kerk. Wij filosoferen misschien zelfs over verminderde Geestdrift.

Daarmee is echter lang niet alles gezegd. Paulus schrijft in 1 Corinthiërs 12 ook: “God heeft het lichaam zo samengesteld, dat Hij aan het lid dat tekortkomt, groter eer gaf, opdat er geen verdeeldheid in het lichaam zou zijn, maar de leden voor elkaar gelijke zorg zouden dragen”.
God stelt het lichaam samen. Jezus Christus is het Hoofd. En omdat Hij het Hoofd is kunnen we altijd zeggen dat het lichaam zo is samengesteld als Hij het wenst
Er zijn wel dominees die ooit zeiden: zonder mensen met een handicap is de kerk incompleet. Daarmee willen zij zeggen: mensen met een beperking tellen in de kerk volop mee. En inderdaad, dat is een mooie gedachte. Jazeker – mensen met een beperking worden in de kerk zoveel mogelijk voor vol aangezien. Laten we echter samen vaststellen dat wij niet beslissen hoe de kerk eruit ziet. Dat wordt door Jezus Christus bepaald.
Laten wij dus maar niet te vaak klagen over lauwheid en zo. God bouwt Zijn kerk![2].

God bouwt zijn gemeente op. Zo staat dat in Mattheüs 16. Hij maakt er, om zo te zeggen, een prachtig Godshuis van.
Daarom behoren gelovige mensen zich ook bij de kerk aan te sluiten. Zij moeten zich door hun Heer laten aansturen. Net zoals dat in Handelingen 2 gebeurt: “En de Heere voegde dagelijks mensen die zalig werden, aan de gemeente toe”.
Die kerkkeuze is belangrijk. Wij moeten naar de kerk. Daar klinkt het Woord. Helemaal. Zonder terughoudendheid.
Jezus Christus heiligt Gods kinderen. Jezus en de door Hem gekochte mensen zijn – om met Hebreeën 2 te spreken – “allen uit één”. Dat wil zeggen: zij horen allen bij God de Vader. In die zin is de Heiland echt één van ons[3].

De dingen die Paulus in 1 Corinthiërs 12 schrijft zijn heel bekend. Heel vaak vatten wij dat hoofdstuk op als: ‘Vooruit, aan het werk!’. Maar daar begint het in de kerk niet. De kerk wordt door God in stand gehouden.
Waarom? Bijvoorbeeld vanwege de belofte die God in 2 Samuel 7 aan David doet: “Uw huis en uw koningschap zullen voor uw ogen voor eeuwig vaststaan, uw troon zal voor eeuwig zeker zijn”. En bijvoorbeeld vanwege de beloften in Lucas 1: “Hij zal groot zijn en de Zoon van de Allerhoogste genoemd worden, en God, de Heere, zal Hem de troon van Zijn vader David geven, en Hij zal over het huis van Jakob Koning zijn tot in eeuwigheid en aan Zijn Koninkrijk zal geen einde komen”. Het is de Heiland Zelf die de kerk in stand houdt!
Dat is geloofskennis die er, zeker in deze tijd, wel degelijk toe doet. Er is in de afgelopen tijd vaak nagedacht over vragen als: kunnen we nog wel fysieke kerkdiensten houden, en hoe dan? En: hoe blijven wij als kerkmensen betrokken op elkaar? Half kerkelijk Nederland maakt zich daar druk over.
Laten wij maar bedenken dat God Zijn kerk overeind houdt. Ook in een wereld die tegen een pandemie vecht[4].

Nu zijn er veel mensen in de kerk die vinden dat zij weinig gaven hebben.
Welnu, laten wij in dat geval niet wanhopen.
Want wie liefde van God ontvangt, heeft ook veel liefde te geven. Dat is de weg waarover Paulus in 1 Corinthiërs 13 schrijft dat die de geestesgaven van 1 Corinthiërs 12 nog overtreft. Liefde kan iedereen geven, hoe ernstig men fysiek of mentaal ook beschadigd is.
U weet het wellicht: SBS6 zendt al enkele seizoenen een televisieprogramma uit dat ‘Lang leve de liefde’ heet. Dat is “een liefdesexperiment waarin singles ruim de tijd krijgen om elkaar goed te leren kennen door minimaal 24 uur of maximaal 4 dagen met elkaar door te brengen”. Het moge helder zijn dat zulk een experiment maar heel tijdelijk kan wezen!
Laten we maar bedenken dat dat in de kerk heel anders is. Daar houdt Gods liefde nooit op. Het maakt niet uit of wij apostelen, profeten of leraars zijn. Het maakt niet uit of wij genezende krachten hebben, enorm talig zijn, of didactische vaardigheden bezitten. Gods liefde is er voor allen die in Hem geloven. Nu en tot in eeuwigheid![5]

Noten:
[1] In deze alinea citeer ik 1 Corinthiërs 12:29 en 30.
[2] In deze alinea citeer ik 1 Corinthiërs 12:24b en 25.
[3] In deze alinea citeer ik Handelingen 2:47. Verder gebruik ik Mattheüs 16:18,19 en Hebreeën 2:11-13.
[4] In deze alinea citeer ik 2 Samuel 7:16 en Lucas 1:32,33.
[5] In deze alinea citeer ik van https://www.kijk.nl/programmas/lang-leve-de-liefde/ ; geraadpleegd op donderdag 27 januari 2022.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.