gereformeerd leven in nederland

4 januari 2021

Kompas van morele principes?

In het eerste artikel dat in 2021 op deze internetpagina verschijnt wenst schrijver dezes zijn lezers veel heil en zegen in het nieuwe jaar. Wij zijn allen van Gods zegen afhankelijk. Maar wie bij de Heiland schuilt, weet zeker: het komt goed dit jaar, wat er ook gebeurt.

Misschien kijken sommigen daar vreemd tegenaan. Wellicht krijgen we dit jaar groot onrecht te verwerken. Misschien worden we ziek. Misschien zullen geliefden sterven. Kunnen wij dan nog zeggen dat alles goed komen zal?
Laten wij elkaar er op wijzen dat wij ook vandaag te maken hebben met Gods liefde en trouw. Hij leidt ons naar Zijn toekomst toe. Dat doet Hij barmhartig. Dat doet Hij liefdevol. En we mogen het zeker weten: onze God zal Zijn doel met ons bereiken!

Gods innige liefde mogen wij weerspiegelen in ons dagelijks leven. Vandaag. En op alle dagen van dit kalenderjaar.
Aldus komen wij uit bij woorden die we in 1 Corinthiërs 13 vinden: “De liefde is geduldig, zij is vriendelijk, de liefde is niet jaloers, de liefde pronkt niet, zij doet niet gewichtig, zij handelt niet ongepast, zij zoekt niet haar eigen belang, zij wordt niet verbitterd, zij denkt geen kwaad, zij verblijdt zich niet over de ongerechtigheid, maar verheugt zich over de waarheid”[1].
Liefde heeft prachtige kenmerken: verdraagzaamheid, vriendelijkheid, fatsoen en inlevingsvermogen.
Mensen die Gods liefde weerkaatsen zijn verheugd over de waarheid – dat wil zeggen: ze worden blij als zij het Evangelie kunnen doorvertellen; en zij zijn opgetogen als zij kunnen laten zien welke consequenties het Evangelie in hun leven heeft.

De koning van Nederland haalde op Eerste Kerstdag – vrijdag 25 december 2020 – in zijn kersttoespraak 1 Corinthiërs 13 aan. Hij zei onder meer: “…het kenmerk van een vrije samenleving is nu juist dat er óók ruimte is voor nuance. Voor redelijkheid en mildheid. Voor nieuwsgierigheid en onderzoek. Voor ironie en zelfrelativering – altijd het beste medicijn bij een opgekropt gemoed. En voor vergeving. Een bijna ouderwets begrip, dat in de Bijbel een grote rol speelt. En dat juist in deze tijd onverminderd heilzaam kan zijn. Wij mensen zijn niet geschapen om elkaar te haten. Een land waarin mensen elkaar een beetje liefdevol tegemoet treden, is een land waarin mensen zich thuis kunnen voelen, ook in tijden van grote onzekerheid. De apostel Paulus heeft het heel mooi verwoord: ‘De liefde is geduldig en vol goedheid. Ze kent geen afgunst, geen ijdel vertoon en geen zelfgenoegzaamheid. Ze is niet grof en niet zelfzuchtig, ze laat zich niet boos maken en rekent het kwaad niet aan, ze verheugt zich niet over het onrecht maar vindt vreugde in de waarheid’. Het kerstfeest is van oudsher het feest van het terugkerende licht na de donkerste periode van het jaar. Bij alle onzekerheid mogen we daarop vertrouwen. Heb geduld. De zon keert terug. Het licht komt terug”[2].
Het licht komt terug, zegt de koning. En jazeker, dat is waar. Maar als Gods liefde in de maatschappij gereflecteerd wordt, zal iedereen op slag nog veel blijer worden!
Want het is niet zo dat 1 Corinthiërs 13 alleen maar een kompas van morele principes is.

De Christelijke Gereformeerde professor W.H. Velema schreef eens: “God gaat volgens Zijn plan te werk. Hij leidt Zijn volk naar de toekomst. Dat is de drijfkracht, de dynamiek van de heilsgeschiedenis. Wij moeten de verhalende teksten ‘naar voren toe’ verklaren. Dat is met het oog op wat God verder in de geschiedenis doet. Er is verschil tussen toen en nu”[3].
De Gereformeerd-vrijgemaakte hoogleraar C. Trimp noteerde: “De gemeente van Christus moet het imponerend werk van God in Christus leren verstaan en met het oog daarop de bijbel leren lezen. God heeft in ónze menselijke historie en op ónze begane grond zijn heilswerk in deze wereld geponeerd. Wij mogen het verhaal van dat grote werk niet fragmentariseren en tot kleingoed maken, aangepast aan ónze smaak en ingepast binnen ónze beperkte horizon.
Op deze wijze wist men zich tegen tal van misvormingen te beschermen. Wij denken aan
* de goedkope typologie, die zich baseert op details van het verhaal;
* de overdracht van de boodschap langs de subjectieve en individualistische, resp. psychologische lijn; karaktertrekken, karakterfouten en morele missers versieren in dat geval de moralistische (vaak burgerlijke) prediking, terwijl in de dogmatistische prediking de orthodoxe leer met Bijbelse verhalen wordt geïllustreerd;
* de neiging om de Bijbel te gebruiken als illustratie bij wat wij toch al weten uit de filosofie of de deugdenleer of bij onze aspiraties op het gebied van bijvoorbeeld de politiek, de moraal of de mystiek;
* tal van krampachtige pogingen om de actualiteit van de prediking via spitsvondige verwerking van ondergeschikte verhaal-details te bemachtigen in een jacht op ‘lijnen naar Christus’ en ‘lijnen naar ons’;
* het degraderen van de Bijbelse geschiedenis tot een plaatjesboek, dat mystieke of dogmatische waarheden verlucht;
* de omkering van het explicatie-applicatie-schema, waardoor onze subjectieve beleving de context gaat vormen, die de tekst domineert.
Tegenover al deze misgrepen getuigt het van respect tegenover de Bijbel en zijn Auteur, wanneer men ons terugroept naar de heilshistorische context van een concreet verhaal en ons terugdringt naar de zelfopenbaring van God in zijn Zoon Jezus Christus”[4].

Hierboven werd het reeds geschreven: het is niet zo dat 1 Corinthiërs 13 alleen maar een kompas van morele principes is. Bij tijd en wijle wordt gesuggereerd dat 1 Corinthiërs 13 ons het toppunt van medemenselijkheid toont. Christenen zouden super-geduldig moeten zijn. Geweldig goed. En enorm lankmoedig bovendien. O wee als dat niet lukt!
Welnu, als het goed is laten wij in ons leven zien dat Jezus Christus volop aan het werk is. Dat moest men indertijd in Corinthe tonen. En nu, anno Domini 2021, moeten we dat nog steeds demonstreren.
Toegegeven: soms gaat dat niet zo goed. Dan is ons geduld op. Dan is onze liefde voor de mensen niet zo zichtbaar. Dan is zachtmoedigheid ver te zoeken. In zulke situaties mogen we zeggen: de Here Jezus Christus, onze Heiland, doet dat oneindig veel beter. En Hij heeft voor onze zonden betaald!
Daarom houden wij in 2021 moed. Nee, we zijn niet alle dagen sterk en stoer. Soms is dat alles ver weg! Maar wij kennen, bijvoorbeeld, Psalm 116. U weet wel:
“God heb ik lief, want die getrouwe HEER
hoort naar mijn stem, mijn smekingen, mijn klagen.
Hij neigt zijn oor, ‘k roep tot Hem al mijn dagen.
Hij schenkt mij hulp, Hij redt mij keer op keer.

Ik prijs mijn God in zijn rechtvaardigheid.
Zijn liefde heeft genadig mij gedragen.
Wie weerloos zijn en om ontferming vragen,
bewaart de HEER in zijn barmhartigheid.

De HEER is trouw, Hij hoedt zijn gunstgenoot.
Bij al zijn volk betaal ik mijn geloften.
Hij schenkt ons heil, vervult al zijn beloften.
In ’s HEREN oog is kostbaar onze dood”[5].

Ja, daarom is de kerk ook in 2021 de moeite waard. En daarom zal ik
“met vreugd in ’t huis des HEREN gaan,
ik zal mijn God naar mijn geloften danken.
Jeruzalem, hoor naar die blijde klanken
en hef met mij de lof des HEREN aan!”[6].

Noten:
[1] 1 Corinthiërs 13:4, 5 en 6.
[2] Kersttoespraak 2020 van koning Willem-Alexander. Geciteerd via: Nederlands Dagblad, maandag 28 december 2020, p. 4.
[3] W.H. Velema, recensie van: C. Trimp, “Heilsgeschiedenis en Prediking. Hervatting van een onvoltooid gesprek”. – In: Ambtelijk Contact -studieblad voor ouderlingen en diakenen binnen de Christelijke Gereformeerde Kerken-, 1 mei 1987. – p. 63 en 64.
[4] C. Trimp, “Heilsgeschiedenis en Prediking. Hervatting van een onvoltooid gesprek”. – Kampen: Uitgeverij Van den Berg, 1986. – p. 72 en 73.
[5] Psalm 116:1, 3 en 8 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.
[6] Psalm 116:10 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.

20 november 2020

Blijmoedige ambassadeurs

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , ,

Gereformeerde mensen zijn geroepen om hun God in deze wereld te vertegenwoordigen[1]. Zij zijn ambassadeurs van de hoge God. Zeg niet dat die mensen niet in staat zijn om die ambassadeursfunctie te vervullen. Hun Opdrachtgever geeft hen namelijk Zelf de mogelijkheden.

Is het vervolgens zo dat christenen helemaal nergens bang voor zijn? Kunnen wij zeggen dat zij altijd sterk en moedig zijn? Nou nee. Dat weten wij wel beter. Trouwens, de dichter van Psalm 56 – dat is David – benoemt dat ook zonder terughoudendheid:
“Op de dag dat ik vrees,
vertrouw ík op U.
In God prijs ik Zijn woord,
op God vertrouw ik, ik vrees niet;
wat zou een schepsel mij kunnen doen?”[2].
Er zijn dagen waarop David bang is. Maar hij accentueert het: op die momenten vertrouw ik op u. Dan is er niets op aarde wat mij kwaad kan doen.
Thans zijn wij geneigd luidkeels te protesteren.
Immers, wij kunnen in een oogwenk beschadigd raken; door ziekte of tegenspoed. Wat kan het moeilijk zijn als er veel tegenzit in het aardse leven!
David kan daar over mee praten. Over hem doen leugens en roddels de ronde, en niet zo’n klein beetje ook. Misdadigers zitten achter hem aan. En laten wij ons niet vergissen: de situatie is ronduit levensbedreigend!
Maar David weet het: God is trouw, tot over de grenzen van het aardse leven heen:
“Want U hebt mijn ziel gered van de dood
– hebt U niet mijn voeten voor struikelen behoed? –
zodat ik voor Gods aangezicht zal wandelen
in het licht van de levenden”[3].
Dat is de conclusie van Psalm 56.
Een commentator schrijft: “In aanvechting en nood, vooral te midden van het onrecht dat wordt bedreven, groeit het vertrouwen dat God recht zal verschaffen. Wanneer dat het geval zal zijn, is voor ons lang niet altijd duidelijk. Vanuit het besef dat het leven na de dood in het verlengde ligt van het huidige leven, hoeft niet getwijfeld te worden aan Gods redding voor altijd”.
De ambassadeursfunctie kan vervuld worden omdat er permanent uitzicht is op de hemelse toekomst!

Die juichtoon horen wij ook in Zefanja 3: “De HEERE, uw God, is in uw midden, een Held, Die verlossen zal. Hij zal Zich over u verheugen met blijdschap. Hij zal zwijgen in Zijn liefde. Hij zal Zich over u verblijden met gejuich”[4].
Het is niet zo dat Zefanja – een woordvoerder van God die werkt in de tweede helft van de zevende eeuw voor Christus – een feestelijke profetie uitspreekt. Allesbehalve dat zelfs. Hij kondigt de grote oordeelsdag van de Here aan. Mensen die zich niets van God aantrekken moeten vrezen voor hun leven. Echter – uiteindelijk zullen de mensen in de kerkstad Jeruzalem de heilstijd zien aanbreken. De God van hemel en aarde verlost de kerk. Dan ontstaat de sfeer van Psalm 69:
“Looft, hemel, zee en aarde, looft de Heer,
die Sion zal verlossen en bevrijden.
Dan zal in Hem heel Juda zich verblijden,
want Hij herbouwt zijn oude steden weer.
Daar zal Gods volk weer wonen in zijn land,
hun nageslacht zal dat ook eenmaal erven.
Al wie Gods naam bemint, zal uit zijn hand
een veilig huis voor altijd daar verwerven”[5].   

Iets van dat perspectief kunnen wij ook zien in 1 Corinthiërs 10. Paulus schrijft daar: “En God is getrouw: Hij zal niet toelaten dat u verzocht wordt boven wat u aankunt, maar Hij zal met de verzoeking ook de uitkomst geven om die te kunnen doorstaan”[6].
Dat noteert Paulus overigens nadat hij heeft betoogd wat eeuwen geleden het antwoord van Israël was op Gods trouw. Paulus wijst op Exodus 32: Gods volk produceert onder leiding van Aäron een gouden kalf en bouwt daar een wild feest omheen – je reinste afgoderij[7]! De apostel heeft ook het oog op Numeri 25: kinderen van God trouwen met mensen die niets van God willen weten: mensen uit Moab en uit Midian; zodoende wordt God in Israël gaandeweg minder geëerd en geëerbiedigd. Gods straf is zwaar: er vallen maar liefst vierentwintigduizend doden[8]! Paulus denkt ook aan Exodus 16 en 17. Daar horen we de Israëlieten protesteren. ‘Er is geen eten’, zeggen ze. En: ‘Waren we maar gewoon in Egypte gebleven’. En: ‘Waarom is er geen water? Op deze manier komen wij om het leven!’[9].
Met een schuin oog op al die Schriftgedeelten onderwijst Paulus ook de mensen van 2020. In deze ‘corona-tijd’ roept de regering: ‘Nog even volhouden’. En: ‘Het is allemaal niet goed genoeg. Er is ruimte voor verbetering. In de supermarkten. En als het gaat over thuiswerken’[10]. Ach, misschien hebben wij de neiging om te zeggen dat wij dit allemaal niet aan kunnen. Welnu – de Here zegt: Ik geef u de kracht om door te gaan; Ik leid u naar Mijn toekomst toe!

Daar wordt het aardse leven heus niet altijd makkelijker van. Maar dat perspectief leert ons wel om snel tevreden te zijn met de omstandigheden waarin wij verkeren. Om met Paulus in Philippenzen 4 te spreken: “Niet dat ik dit zeg vanwege gebrek, want ik heb geleerd tevreden te zijn in de omstandigheden waarin ik verkeer. En ik weet wat het is vernederd te worden, ik weet ook wat het is overvloed te hebben; in elk opzicht en in alles ben ik ingewijd, zowel in verzadigd te zijn als in honger te lijden, zowel in overvloed te hebben als in gebrek te lijden. Alle dingen kan ik aan door Christus, Die mij kracht geeft”[11].   
In die stellige overtuiging kunnen vertegenwoordigers van God in deze wereld hun werk blijven doen. Vol vertrouwen. En blijmoedig, ondanks alles.

Noten:
[1] In dit artikel werd gebruik gemaakt van: ‘Je kunt het aan!’. In: Nederlands Dagblad, woensdag 18 november 2020, p. 24 -rubriek: Huis van Belle-. In dat stukje werden vier Schriftgedeelten genoemd. In volgorde: 1 Corinthiërs 10:13, Psalm 56:4, Philippenzen 4:13 en Zefanja 3:17. De boodschap van die Schriftgedeelten is vandaag op deze plaats enigszins uitgewerkt.  
[2] Psalm 56:4 en 5.
[3] Geciteerd uit de Studiebijbel; excurs ‘Leven na de dood’.
[4] Zefanja 3:17.
[5] Psalm 69:11 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.
[6] 1 Corinthiërs 10:13 b.
[7] Exodus 32:1-6.
[8] Numeri 25:1-9.
[9] Exodus 16:2 en 3; Exodus 17:2.
[10] Zie bijvoorbeeld https://nos.nl/artikel/2356967-kabinet-maatregelen-in-ieder-geval-tot-half-januari-half-december-misschien-versoepelingen.html ; geraadpleegd op woensdag 18 november 2020.
[11] Philippenzen 4:13.

12 mei 2020

Het eeuwige leven is al begonnen

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , ,

“Als ik, naar de mens gesproken, tegen wilde dieren heb gevochten in Efeze, wat voor nut heeft dat dan voor mij, als de doden niet opgewekt worden? Laten wij dan maar eten en drinken, want morgen sterven wij”.
De laatste zin van het voorgaande citaat uit 1 Corinthiërs 15 heeft vandaag de dag een vrij donkere kleur[1]. Vanwege het virus COVID-19, met name. Het kan zo zijn dat het moment van sterven dichtbij is!

Sterven – dat willen wij vaak niet; want wij hangen toch een beetje aan het leven.
Sterven – daar zien wij tegenop; de dood is een vijand van levenslustige en actieve mensen.
Laten wij er maar niet omheen draaien: iedereen wil graag eeuwig leven.
De filosoof Adam Buben zei eens: “Je moet je leven zien als een rivier, iets dat gewoon voortvloeit, niet als iets waar jij controle over hebt. Maar als ik de kans kreeg om die rivier voor altijd te laten doorstromen, zou ik het doen”[2][3].
In zijn boek ‘Het onsterfelijkheidscomité’ beschrijft de Britse filosoof John Gray hoe een groep Engelse wetenschappers en andere mensen met enig maatschappelijk aanzien aan het eind van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw zich, met een ijver die een betere zaak waard zou zijn, storten op het vinden van bewijs voor het voortbestaan van de mens of zijn ziel na de dood[4]. Gray schrijft ook over de gedachten van sommige ambitieuze communisten over de mogelijkheden om de mens te herscheppen tot een goddelijk wezen. Daar ging men heel ver in. Een recensent heeft het over “de meedogenloosheid waarmee de Russische ‘godbouwers’ hun doel nastreefden, en de gruweldaden die ze in naam van dat doel begingen”[5][6]. Laten wij elkaar de details daarvan maar besparen.
Het is wel duidelijk: de thematiek van 1 Corinthiërs 15 is, op de keper beschouwd, voor heel de wereld interessant!

Nogmaals die tekst uit 1 Corinthiërs 15: “Als ik, naar de mens gesproken, tegen wilde dieren heb gevochten in Efeze, wat voor nut heeft dat dan voor mij, als de doden niet opgewekt worden? Laten wij dan maar eten en drinken, want morgen sterven wij”.
Een exegeet noteert bij die woorden: “Welke gebeurtenis precies wordt bedoeld, weten we niet, maar we kunnen ervan uitgaan dat de Corinthiërs door een regelmatige briefwisseling en de verhalen van heen en weer reizende gelovigen precies wisten, waarom het ging. Het ‘vechten met wilde dieren’ moeten we – zoals dat ook in de Griekse literatuur voorkomt – figuurlijk opvatten, want noch Handelingen 19 noch 2 Corinthiërs 11 vermeldt een gevecht tussen Paulus en wilde dieren in een theater. Bovendien was het verboden om Romeinen voor de wilde dieren te werpen. Eerst moest hun het Romeinse burgerrecht officieel worden ontnomen. Pas dan mocht een dergelijke (dood)straf worden toegepast. In Handelingen 22:25 blijkt Paulus echter dit burgerrecht nog te bezitten. Verder sluit de plaatsbepaling ‘in Efeze’ de mogelijkheid uit, dat Paulus ergens in het gebergte bijvoorbeeld door wolven is overvallen. Alles wijst er dus op, dat het ‘vechten met wilde dieren’ staat voor een strijd met felle tegenstanders (…) waarbij Paulus’ leven werkelijk gevaar liep”[7].

Die wilde dieren raken, wat schrijver dezes betreft, nu uit beeld.
Maar die tekst ‘Laten wij dan maar eten en drinken, want morgen sterven wij’ kan zeker onze aandacht hebben. Want dat adagium zien wij vandaag in veelvoud in de praktijk gebracht.
Wij leven maar één keer, zegt men. ‘Maak er wat moois van’. En: ‘Vooral genieten hoor!’
Men zegt: wij leven maar één keer.
En ten diepste is dat waar.
Juist daarom is het van belang om de tijd op aarde in dienst van God te besteden. Want dan transformeert het aardse leven naar een luisterrijk bestaan in de hemel, in de woonplaats van de Heer van hemel en aarde.
Als dat laatste niet waar is doe ik er goed aan alles uit het aardse leven te halen wat erin zit, zegt Paulus in 1 Corinthiërs 15. Dan is het op onze sterfdag immers afgelopen?
Paulus’ betoog gaat verder. En wel als volgt.
Christus is uit de dood opgestaan!
In het begin van de geschiedenis van de aarde werd Adam en Eva geschapen. Door hun schuld kwam de zonde in de wereld. Nu is door de tweede Adam de opstanding in de wereld gekomen. Alle mensen zullen weer levend gemaakt worden. Ieder op zijn beurt. Christus was, op de eerste Paasdag van de wereldgeschiedenis, Degene die ’t eerst opstond. Als Christus weer terugkomt, zullen al Zijn volgelingen ook opstaan.
De Heiland vernietigt alles en iedereen die op aarde kracht heeft. Al die macht gaat naar God de Vader.
Ten langen leste gaat zelfs de dood, die duivelse energie, volledig ten onder. Die daverende kracht verschrompelt. Men vindt er uiteindelijk niets van terug. In het geheel niets. Het is over en uit met de dood!

Wij kunnen er niet omheen – ook anno Domini 2020 komt het aan om te zeggen: ‘Ik geloof een heilige, algemene, christelijke kerk, de gemeenschap der heiligen; vergeving van de zonden; opstanding van het vlees; en een eeuwig leven’[8].
Laten wij het nog eens repeteren: juist daarom is het van belang om de tijd op aarde in dienst van God te besteden.
Wat houdt dat in?
Dat betekent “ten eerste dat ik, als mijn heil mij lief is, alle afgoderij, tovenarij, waarzeggerij, bijgeloof, aanroeping van de heiligen of van andere schepselen vermijd en ontvlucht. Ten tweede dat ik de enige ware God naar waarheid leer kennen, Hem alleen vertrouw, met alle ootmoed en geduld mij aan Hem alleen onderwerp, al het goede van Hem alleen verwacht, Hem met heel mijn hart liefheb, vrees en eer, en wel zo, dat ik eerder alle schepselen prijsgeef, dan dat ik het minste of geringste tegen zijn wil zou doen”.
Wellicht komt bovenstaand citaat sommige lezers bekend voor. Het komt uit Zondag 34 van de Heidelbergse Catechismus[9].

Middeleeuwse alchemisten brouwden levenselixers.
De Vlaamse zangeres Dana Winner zingt in onze tijd:
“Geef mij je hand en je hart
Geef mij al je steun
Geef mij al je kracht
Dan leven wij voor eeuwig
Dan leven wij voor eeuwig
Voor eeuwig en altijd
Zo wil ik eeuwig leven
Zo wil ik eeuwig leven
Zo wil ik eeuwig leven
Zo wil ik eeuwig leven
Met jou
Want onze liefde is voor eeuwig”[10].
Men spreekt tegenwoordig ook wel over cyborgs, samensmeltingen van mens en machine[11].
Echter – Gereformeerden blijven, te midden van mensen die zoeken naar de eeuwigheid, blijmoedig belijden: de goddelozen “zullen tot erkenning van hun schuld gebracht worden, door het getuigenis van hun eigen geweten. Zij zullen wel onsterfelijk worden, maar alleen om gepijnigd te worden in het eeuwige vuur, dat voor de duivel en zijn engelen bereid is (…). De gelovigen en uitverkorenen daarentegen zullen gekroond worden met heerlijkheid en eer. De Zoon van God zal hun naam belijden voor God, zijn Vader (…), en zijn uitverkoren engelen, en God zal alle tranen van hun ogen afwissen (…). Dan zal blijken dat hun zaak, die nu door veel rechters en overheden als ketters en goddeloos veroordeeld wordt, de zaak van de Zoon van God is”[12]!

Noten:
[1] Deze woorden staan in 1 Corinthiërs 15:32.
[2] Geciteerd van https://www.filosofie.nl/nl/artikel/48086/sterven-voor-onsterfelijkheid.html ; geraadpleegd op maandag 4 mei 2020.
[3] Dr. A.J. Buben is universitair docent aan de Universiteit Leiden.
[4] De gegevens van dit boek zijn: John Gray, “Het onsterfelijkheidscomité: wetenschap en het wonderlijke streven de dood te overwinnen”. – Amsterdam: Ambo, 2011. – 238 p.
[5] Zie https://8weekly.nl/recensie/boeken/john-gray-het-onsterfelijkheidscomita-we-weigeren-onze-sterfelijkheid-te-aanvaarden/ ; geraadpleegd op maandag 4 mei 2020.
[6] Zie voor meer informatie over John Gray https://nl.wikipedia.org/wiki/John_Gray_(filosoof) ; geraadpleegd op maandag 4 mei 2020.
[7] Geciteerd uit de online versie van de Studiebijbel; commentaar bij 1 Corinthiërs 15:32.
[8] Dit zijn de slotwoorden van de Apostolische Geloofsbelijdenis.
[9] Zondag 34, antwoord 94.
[10] “Wie wil voor eeuwig leven”; zie http://www.vlaamseliedjes.com/dana_winner-voor_eeuwig.html. Meer informatie over de zangeres Dana Winner https://www.danawinner.com/bio . Deze websites zijn geraadpleegd op maandag 4 mei 2020.
[11] Zie https://nl.wikipedia.org/wiki/Cyborg ; geraadpleegd op maandag 4 mei 2020.
[12] Dit is een passage uit de Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 37.

28 april 2020

Geestelijk spreken

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

‘Wij moeten op een Geestelijke manier met elkaar spreken’. Dat is een wijze van zeggen die men in de Gereformeerde wereld nog wel eens horen kan. Maar wat betekent dat eigenlijk?

Op deze internetpagina is al eens geschreven: “Geestelijk spreken, dat betekent: gemeenteleden worden in hun persoonlijke situatie bemoedigd, vertroost, gezegend en gewaarschuwd. Het houdt ook in dat ongelovige toehoorders door God op hun leven worden aangesproken. (…) Ook al is ons geloof ijzersterk en hebben we alle dogma’s volstrekt correct in ons hoofd zitten – dan is het nog zo dat we in de kerk een onvoldoende krijgen. Zonder liefde is het kerklidmaatschap op geen enkele manier nuttig”[1].
Geestelijk spreken: dat is in de eerste plaats liefdevol spreken.
Wie Geestelijk spreekt gaat niet te kort door de bocht. Zijn manier van spreken en schrijven is niet bars, grimmig en nors.

Er is meer.
De apostel Paulus noteert in 1 Corinthiërs 2: “En wij spreken wijsheid onder de geestelijk volwassenen, maar een wijsheid niet van deze wereld, en ook niet van de leiders van deze wereld, die tenietgedaan worden. Wij spreken echter de wijsheid van God, als een geheimenis; een wijsheid die verborgen was en die God vóór alle eeuwen voorbestemd heeft tot onze heerlijkheid; een wijsheid die niemand van de leiders van deze wereld gekend heeft. Immers, als zij die gekend hadden, zouden zij de Heere der heerlijkheid niet gekruisigd hebben. Maar het is zoals geschreven staat: Wat geen oog heeft gezien en geen oor heeft gehoord en in geen mensenhart is opgekomen, dat is wat God bereid heeft voor hen die Hem ​liefhebben”[2].
Geestelijk spreken heeft de wijsheid die God ons leert als basis.

Dat is dus geen kennis die we opdoen via de krant, of via een persconferentie van de regering, of via het NOS-journaal.
Het is wijsheid die alles te maken heeft met het feit dat gelovige kerkmensen leven met de Heiland. In de kerk wonen wij, om zo te zeggen, in één leefgemeenschap met Jezus Christus. Wij kunnen altijd naar Hem toe. Natuurlijk – de Heiland zetelt nu op Zijn troon in de hemel. Hij woont niet naast de deur. Maar de weg naar de troonzaal van Jezus Christus is voor de kerk nooit afgesloten. En de deur van de troonzaal is voor de kerk nooit op slot. Met andere woorden: de kerk kan in haar gebeden altijd naar Jezus toe gaan.
Paulus legt het in zijn brief aan christenen in Efeze zo uit: “Mij, de allerminste van alle ​heiligen, is deze ​genade​ gegeven, om onder de heidenen door het ​Evangelie​ de onnaspeurlijke rijkdom van ​Christus​ te verkondigen, en allen te verlichten, opdat zij mogen begrijpen wat de gemeenschap aan het geheimenis inhoudt, dat door de eeuwen heen verborgen is geweest in God, Die alle dingen geschapen heeft door ​Jezus​ ​Christus, opdat nu door de ​gemeente​ aan de overheden en de machten in de hemelse gewesten de veelvuldige wijsheid van God bekendgemaakt zou worden, volgens het eeuwige voornemen dat Hij gemaakt heeft in ​Christus​ ​Jezus, onze Heere. In Hem hebben wij de vrijmoedigheid en de toegang met vertrouwen, door het geloof in Hem”[3].

Geestelijk spreken en schrijven begint, als het goed is, altijd met de vraag: is dit mijn eigen mening of baseer ik dit op de Goddelijke veelvuldige wijsheid?
Wij moeten ons steeds afvragen of we met datgene wat wij spreken of schrijven bij Jezus kunnen aankomen. Wij moeten bedenken of ons bidden zo is dat wij de God die ons geschapen heeft, de eer geven die Hem toekomt.
Daarbij moeten wij steeds bedenken dat de hemelse God nog altijd werkt. Misschien hebben wij de neiging om te denken dat het vroeger allemaal beter was. Wellicht denken we: vandaag is het allemaal niks meer… Maar de God van het verbond werkt ook in 2020 verder aan Zijn plan. Onze God is geen Machthebber die handenwrijvend aan de zijlijn staat.
Hij werkt ook vandaag in de kerk. Misschien bewerkstelligt Hij wel dingen waar wij nogal wat vragen bij hebben. Maar ook dan moeten wij Geestelijk denken en spreken. Wij moeten vragen: is datgene wat hier gebeurt tot Gods eer, of niet?

Geestelijk spreken betekent niet dat wij eensklaps een beetje zweverig gaan zitten doen.
Dat deed Paulus in Corinthe ook niet. Hij deed daar zijn werk als een gewoon mens: “En ik was bij u in zwakheid, met vrees en veel beven”[4].
Geestelijk spreken – dat moeten wij doen in het concrete leven van 2020. En laten wij maar eerlijk zijn: de beperkingen waarmee de wereldburgers moeten leven vanwege alle beperkingen in verband met het coronavirus maken het er soms niet makkelijker op.
Laten wij het de apostel Paulus, mutatis mutandis, maar nazeggen: mijn spreken bestaat niet in overtuigende woorden van menselijke wijsheid, maar in het betonen van geest en kracht, opdat ons geloof niet zou bestaan in wijsheid van mensen, maar in kracht van God[5].

Noten:
[1] Geciteerd uit mijn artikel ‘De liefde gaat boven alles’, hier gepubliceerd op vrijdag 26 juli 2019. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2019/07/26/de-liefde-gaat-boven-alles/ .
[2] 1 Corinthiërs 2:6-9.
[3] Efeziërs 3:8-12.
[4] 1 Corinthiërs 2:3.
[5] Paulus schrijft in 1 Corinthiërs 2:4 en 5: “En mijn spreken en mijn prediking bestonden niet in overtuigende woorden van menselijke wijsheid, maar in het betonen van geest en kracht, opdat uw geloof niet zou bestaan in wijsheid van mensen, maar in kracht van God”.

22 april 2020

Werken met gekregen gaven

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Ware gelovigen zijn medewerkers van God.

De eerste regel van dit artikel ziet er wellicht wat pedant uit. Een tikkeltje arrogant. Medewerkers van God? Kunnen wij dat wel zo zeggen?
Wat blijkt? Paulus schrijft het in 1 Corinthiërs 3 nota bene onbekommerd op: “Ik heb geplant, Apollos heeft begoten, maar God heeft laten groeien. Dus is dan noch hij die plant iets, noch hij die begiet, maar God, Die laat groeien. En hij die plant en hij die begiet, zijn één, maar ieder zal zijn eigen loon ontvangen overeenkomstig zijn eigen inspanning. Want Gods medearbeiders zijn wíj. Gods akker en Gods bouwwerk bent ú”[1].
Mensen die werken in de kerk – en wie is dat niet? – werken mee met God. Het is wonderlijk dat de hemelse Here zondige mensen inzet. Maar het is wel waar.

In verband met 1 Corinthiërs 3 noteerde schrijver dezes al eens: “In de Dordtse Leerregels staat te lezen: ‘En wanneer de wil vernieuwd is, wordt hij niet alleen door God geleid en bewogen; maar door God in beweging gebracht, werkt hij ook zelf. Daarom wordt terecht gezegd dat de mens zelf gelooft en zich bekeert door de genade, die hij ontvangen heeft’.
Onze God heeft de leiding.
Onze God brengt ons in beweging.
Onze God schenkt ons genade”[2].
Dat citaat uit de Dordtse Leerregels maakt de verhoudingen duidelijk[3].

Gelovige mensen lopen aan de hand van God door de wereld. Waar Hij heen gaat volgen zij Hem. Zij worden door Hem geleid. De zorgzame God brengt Zijn kinderen naar plekken waar zij hun arbeid aan kunnen vatten – ‘ga hier maar aan het werk, Mijn kind’. Daarom gaan gelovigen op die plaatsen aan de gang. Met tegenzin soms, inderdaad. Maar zij vertrouwen erop:
“Wat God doet, dat is welgedaan,
Zijn wil is wijs en heilig.
‘k Zal aan Zijn hand vertrouwend gaan,
die hand geleidt mij veilig”[4].

Intussen moet er in de bedrijven natuurlijk wel geld verdiend worden.
Daarom wordt er in de commerciële wereld diep nagedacht over de bedrijfsvoering na de coronacrisis.
Men adviseert onder meer: focus op empathie in plaats van technologie
“Meer empathie met mensen dus; kleinere groepen onderzoeken, fijnmaziger bepalen wat zij willen, tegen welke problemen ze aanlopen, en waar ze echt naar op zoek zijn wordt dus een speerpunt de komende tijd”.
En: meer aandacht voor design van emoties
Dat draait dus om “emoties waarop producten ontworpen of dienstverlening ontworpen worden”. Men schrijft over “een bewustwording van de gewenste emotie die de dienstverlening wil opwekken. On-demand taxidiensten zijn enorm bezig met ‘Design for Trust’. Door via schermen aan te geven dat de taxi vlakbij is, een foto te laten zien van de chauffeur, aan te geven welke reviews ze hebben, en in de rekening ook de gereden route te presenteren creëren zij een gevoel van vertrouwen”.
Men noteert: “In tijden van overvloed is de noodzaak tot innovatie en ondernemerschap minder aanwezig. Laten we dus hopen dat corona tenminste een goede kant oplevert, namelijk een flinke stimulans in de innovatie motivatie van bedrijven”[5].
Het gevoel is belangrijk. Er moet ruimte wezen voor de eigen emoties.
Vertrouwen is een doorslaggevende factor.
Vernieuwing is, naar men zegt, cruciaal.

Nu is goede aandacht voor bedrijfsvoering zonder twijfel van het hoogste belang.
Maar die attentie behoort geworteld te zijn in de wetenschap dat wij van Gods gaven leven.
Paulus noteert in 1 Corinthiërs 3: “Wie is ​Paulus​ dan, en wie is Apollos, anders dan ​dienaren, door wie u tot geloof gekomen bent, en dat zoals de Heere aan ieder van hen gegeven heeft?”[6].
Wat Paulus, Apollos en alle gelovigen bezitten en gebruiken, hebben zij van de hemelse God gekregen. Wij leven niet van eigen vindingrijkheid. Wij houden de zaak niet overeind vanwege de vaak bewonderde volharding van onze voorvaderen en de veelgeroemde creativiteit van gedreven eenentwintigste-eeuwers. Wij allen leven van gaven van onze goede God.

In 1951 publiceerde de Gereformeerd-vrijgemaakte dominee D. van Dijk (1887-1985) het boek ‘Gij zijt Gods medearbeiders’. In dat boek gaat het over onze roeping in ons dagelijks werk, in ons huwelijk, in kerk, staat en maatschappij. De lessen van de Gereformeerde predikant kunnen ons opscherpen – ook in 2020.
De Godgeleerde schreef indertijd onder meer: “Hij heeft gewild, dat de wereld, zooals zij uit Zijn Hand was voortgekomen, zich langzaam zou ontplooien om ten slotte in één oogenblik, door een geweldige schok, over te gaan in de wereld der eeuwigheid. En dat heeft Hij niet alléén willen doen. Daarbij heeft Hij den mensch als Zijn mede-arbeider willen gebruiken. Naar de wetten, door God aan ’s menschen leven gegeven, moest hij zich vermenigvuldigen, opdat, in dien weg, de twee van nú, zouden worden tot de millioenen van straks. Door ’s menschen arbeid moest die aarde komen tot al rijker ontplooiing en heerlijkheid, moesten de grenzen van het Paradijs zich al meer verwijden en de rijkdom, dien God in de schepping had gelegd, al meer uitkomen. Daartoe schonk God dien mensch krachten en gaven naar lichaam en ziel en bekleedde Hij hem met heerschappij over het geschapene”[7].
En:
“Zoolang God mij in het leven laat, blijkt daaruit zelfs, dat Hij voor de overwinning van Zijn Zaak en voor Zijn Eere, mijn leven nuttiger acht dan mijn sterven. Maar de wederkomst van Christus beteekent de Voleinding van Gods Werk. Daarnaar moet ik verlangen om Gods wil, om Christus’ wil. Dat dit bij ons nog zoo weinig zoo is, is een gevolg van gebrek aan doorwerking van het geloof in ons leven. Daardoor zijn wij te zelfzuchtig, te aardschgezind.
Dat moet anders worden”[8].
En:
“Midden in de ellenden van deze dagen, sta daar voor u, als Goddelijke werkelijkheid, de dag der toekomst van onzen Zaligmaker. Laat, door een levend, werkzaam geloof, het verlangen naar dien dag al uw dagen beheerschen. Dat zal u eerst recht rijk maken. Dan zal daar in uw schoone leven zijn een lentedrang, die u, in zalig verlangen, naar die volle, rijke ontplooiing van het leven, die die dag brengen zal, doen uitzien. Dat zal zijn: levenskracht, levensglorie, levensgenieting. O, die weelde. En die dag, die dag komt”[9].

Wij moeten ons leven groot zien, ook al zijn we door de maatregelen die in corona-tijd gelden, goeddeels aan huis gebonden.
Laten gelovigen elkaar maar voorhouden wat Paulus aan de christenen in Corinthe schrijft: “U echter bent van ​Christus​ en ​Christus​ is van God”[10].

Noten:
[1] 1 Corinthiërs 3:6-9.
[2] Dit schreef ik in mijn artikel ‘Uniek werk van God’; hier gepubliceerd op donderdag 25 juni 2015. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2015/06/25/uniek-werk-van-god/ .
[3] Het citaat komt uit de Dordtse Leerregels, hoofdstuk III/IV, artikel 12.
[4] Zie voor informatie over dit lied https://kerkliedwiki.nl/Wat_God_doet,_dat_is_welgedaan ; geraadpleegd op woensdag 15 april 2020.
[5] De citaten komen van https://www.emerce.nl/achtergrond/vijf-grootste-innovatietrends-2020-na-corona ; geraadpleegd op woensdag 15 april 2020.
[6] 1 Corinthiërs 3:5.
[7] Ds. D. van Dijk, “Gij zijt Gods medearbeiders”. – Goes: Oosterbaan & Le Cointre, 1951. – (tweede druk). – p. 5.
[8] Van Dijk, a.w., p. 197.
[9] Van Dijk, a.w., p. 198.
[10] 1 Corinthiërs 3:23.

17 april 2020

Voor altijd volmaakt

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

Kent u het verhaal van Faust?
Hier komt het.
“Er was eens een man die een pact sloot met de duivel. Althans, zo gaat de legende die in de loop der eeuwen in verschillende versies is beschreven. Het was een verveelde man, die was uitgekeken op zijn saaie bestaan. De man heette Faust. Hij besloot zijn heil te zoeken bij magie, en warempel, de duivel verscheen. Die bood hem alle kennis en geluk die hij verlangde, maar wel in ruil voor zijn ziel op het moment dat hij het zou hebben gevonden. Faust stemde toe en verkreeg alles wat zijn hartje begeerde. Roem, seks, macht, in de verschillende versies probeert hij alles uit, en in de versie van Goethe – die zelf nog minister van Financiën is geweest – krijgt hij zelfs de macht over het drukken van geld. Aan het eind vindt Faust het geluk, hij vindt de totale vervulling – maar dat is het moment dat de duivel hem komt halen. Met andere woorden: zodra hij alles bezit wat hij begeert, is hij zichzelf kwijt”[1].

In de kerk zeggen we: wij moeten ons leven in handen geven van de Heiland. Raken wij in de kerk onszelf kwijt?
Toch niet. Wij blijven onszelf. Maar ons leven gaat wel ingrijpend veranderen. Dat blijkt in 1 Corinthiërs 13: “Nu immers kijken wij door middel van een spiegel in een raadsel, maar dan zullen wij zien van aangezicht tot aangezicht. Nu ken ik ten dele, maar dan zal ik kennen, zoals ik zelf gekend ben”[2]. Wij krijgen, om zo te zeggen, een totaaloverzicht van de heerlijkheid van onze God. Wij kunnen als het ware door Hem heen kijken. Wij begrijpen geheel en al hoe Hij Zijn doel verwezenlijkt. Wij doorzien hoe glorieus het in de hemel is!
Wij verlangen naar het verblijf in Gods woonplaats – jazeker. Wij begeren daar te komen. Maar als wij daar dan zijn, hebben wij niet alles verloren; nee, wij zijn voor altijd rijk!

De liefde die in 1 Corinthiërs 13 aan de orde is, heeft een basis: het werk van Gods Heilige Geest.
Dat is te zien in 1 Corinthiërs 12: “Daarom maak ik u bekend dat niemand die door de Geest van God spreekt, zegt: ​Jezus​ is een vervloekte. Ook kan niemand zeggen: ​Jezus​ is Heere, dan door de ​Heilige​ Geest. Er is verscheidenheid van genadegaven, maar het is dezelfde Geest”[3]. In dat hele hoofdstuk 12 geeft Paulus een brede uiteenzetting over de gaven die Gods Geest geeft.
Het werk van Gods Geest zien we ook in 1 Corinthiërs 14. Gods Geest werkt in de gemeente. Dat werk moet, zo betoogt Paulus, voor ieder te begrijpen zijn. Gods Geest is druk doende met gemeenteopbouw.
De liefde van God is de middelpuntvliedende kracht van waaruit de Geestelijke gaven zich ontplooien.

‘Lang leve de liefde’, roept men bij SBS6. ‘All you need is love’, proclameert men bij RTL4. Liefde is alles wat u nodig heeft.
En ja, liefde voor elkaar is een groot goed. Vriendelijkheid en genegenheid maken de wereld mooier. Hulpvaardigheid maakt van de wereld een aangename leefomgeving.
Maar in de kerk is er meer.
De Gereformeerd-vrijgemaakte predikant J. Meijer (1898-1964) schrijft in verband met 1 Corinthiërs 13: “’De meeste van deze is de liefde’: die dient het meest het welzijn van de gemeente. Want als er geen liefde is heeft men geen vertrouwen in en verwachting van elkaar. Dan ontbreekt het cement van de gemeenschap der heiligen”[4].
Ziet u? Daar zit de kern van christelijke liefde.
De liefde ziet scherp.
De liefde is geduldig
De liefde wordt niet verbitterd.
De liefde handelt niet ongepast.
In 1 Corinthiërs 13 is dat eerst en vooral een boodschap voor de kerk.
Deze boodschap moet, ook in corona-tijd, goed tot ons doordringen.

De cultuursocioloog Ruben Jacobs schrijft: “Gedrag is besmettelijker dan verkoudheid. Hamsteren lijkt op het eerste oog egoïstisch, maar is tegelijk ook het tegenovergestelde: het is na-aap gedrag, sociaal dus. Al is de uitkomst op grotere schaal asociaal. ‘Als ik het nu niet doe, doet een ander het wel’, is dan de redenatie. Deze ‘survival-modus’ ontstaat als het gevoel van orde, vertrouwen en stabiliteit in de samenleving dreigt weg te vallen”.
En:
Het coronavirus “is ook een uitgelezen kans om maatschappelijke solidariteit opnieuw uit te vinden”[5][6].
Daar valt het woord ‘solidariteit’.
Wat betekent dat?
“Het woord solidariteit is afgeleid van het Latijnse solidus met de dubbele betekenis van a) sterk, solide en b) gezamenlijk. Tegenwoordig duidt men ermee aan dat men samen voor een zaak of ideaal staat en daarvoor actie voert. We kunnen daarbij drie doelstellingen onderscheiden:
1. een positieve, wanneer een bepaald goed doel wordt nagestreefd of wanneer men een ongunstige situatie wil verbeteren of herstellen;
2. een negatieve, wanneer men zich gezamenlijk keert tegen verkeerd geachte overheden, wetten, partijen, werkgevers of zelfs individuele personen;
3. meestal is het een combinatie van positieve en negatieve actie”[7].
Solidariteit is een woord met, in het algemeen genomen, een heel positieve betekenis. Alleen maar – het is een aards woord.
In de kerk kijken we verder. Veel verder.

In hun hemelleven worden Gods kinderen, hoofd voor hoofd, prachtige mensen.
Er komt een tijd waarin acties en tegenreacties niet meer nodig zullen wezen. Dan zien wij van aangezicht tot aangezicht. We kijken God recht in het gezicht. Dan heeft aardse liefde afgedaan. Dan hebben virussen en ziekten niets meer te vertellen.
Daar bereiden we ons op voor.
De God van het verbond maakt ons perfect. Voor altijd volmaakt. We worden helemaal onszelf. Maar dan zonder zonde. Ongelooflijk, maar waar!

Noten:
[1] Geciteerd van https://www.filosofie.nl/nl/artikel/47743/de-geluksmachine.html ; geraadpleegd op donderdag 9 april 2020.
[2] 1 Corinthiërs 13:12.
[3] 1 Corinthiërs 12:3 en 4.
[4] J. Meijer, “Doch gij zijt van Christus – Schetsen voor de behandeling van de eerste brief aan de Corinthiërs”. – [Zaltbommel]: Nederlandse Bond van Gereformeerde J.V. – 1964. – p. 57.
[5] Geciteerd van https://www.brainwash.nl/bijdrage/liefde-in-tijden-van-corona-een-nieuw-soort-solidariteit ; geraadpleegd op vrijdag 10 april 2020.
[6] Zie voor meer informatie over de cultuursocioloog Ruben Jacobs http://www.ruben-jacobs.nl/Ruben_Jacobs/Bio.html ; geraadpleegd op vrijdag 10 april 2020.
[7] Citaat uit: Drs. J.J. Tigchelaar, “Solidariteit in de Bijbel”. In: De Banier -partijblad van de Staatkundig Gereformeerde Partij (SGP)-, zaterdag 21 januari 2012, p. 10 en 11.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.