gereformeerd leven in nederland

30 december 2021

God geeft groei

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Hoe vertellen wij aan mensen in onze omgeving wie God is? Laten wij maar eerlijk zijn: dat valt vaak niet mee. Mensen zijn geneigd om op te merken dat God en Allah dezelfde zijn. Dat is niet zo. Maar dat wordt soms wel zo gezegd.
De kerkelijke verdeeldheid helpt ook al niet mee. In een klein dorp kan men al twee of drie kerken tegenkomen. En in een stad is het helemaal raak. In de Noord-Nederlandse stad Groningen zijn, naar men zegt, ruim zestig kerkgenootschappen actief.
Als u vraagt: ‘Wil je je kinderen vertellen wie God is?’, kan het wezen dat de reactie luidt: ‘Zeker! Maar dat doe ik dan op mijn manier’.  
Bij dit alles komt nog dat het juist in deze tijd van COVID-19, delta en omikron belangrijk is dat gelovige kerkmensen tonen dat zij een uitzicht hebben dat de aardse horizon voorbij gaat[1].

Met het oog op het bovenstaande lezen wij vandaag enkele woorden uit 1 Corinthiërs 3:
“U bent nog vleselijk. Als er immers onder u afgunst is en ruzie en tweedracht, bent u dan niet vleselijk en wandelt u dan niet naar de mens? Want als iemand zegt: Ik ben van Paulus, en een ander: Ik van Apollos, bent u dan niet vleselijk? Wie is Paulus dan, en wie is Apollos, anders dan dienaren, door wie u tot geloof gekomen bent, en dat zoals de Heere aan ieder van hen gegeven heeft? Ik heb geplant, Apollos heeft begoten, maar God heeft laten groeien. Dus is dan noch hij die plant iets, noch hij die begiet, maar God, Die laat groeien”[2].

Wij moeten niet naar de mens wandelen, noteert Paulus. Wij hebben de Geest die uit God is. De Heilige Geest woont in ons hart. Hij nam daar Zijn intrek. En wat is Zijn doel?
Wij moeten goed weten welke dingen God ons genadig gegeven heeft.
Wij moeten leren om op de juiste manier over die gaven te praten. Met broeders en zusters. En ook met anderen. Het is goed om regelmatig te bedenken: hoe leg ik dit aan mijn ongelovige buurman uit?  
Wij behoren, schrijft Paulus, Geestelijk – inderdaad: met een hoofdletter G – over dingen te praten. Dat betekent niet dat wij op slag hoogdravend moeten doen. Wij mogen wijzen op Christus die voor ons aan het kruis gehangen heeft. Paulus is, om met 1 Corinthiërs 1 te spreken, een Godsgezant “maar om het Evangelie te verkondigen, niet met wijsheid van woorden, opdat het kruis van Christus zijn inhoud niet verliest”. Wij komen er niet met prachtige theorieën. Wij hoeven alleen maar te wijzen op Christus die aan het kruis hing.
COVID-19, delta, omikron: wat zou het mooi zijn als die virusvarianten in één klap uit de wereld verdwenen! Welnu, de zonde verdwijnt ook uit deze wereld. Niet nu meteen. Maar de vergeving is er al wel. En de verlossing is gegarandeerd![3]

Maak geen ruzie in de kerk, schrijft Paulus. Betekent dat dat gelovige kerkmensen het altijd met elkaar eens moeten zijn? Natuurlijk niet. Dat is onzin. Maar wij moeten wel bedenken dat de mens een schepping van God is. “God heeft laten groeien”, schrijft de apostel. Hij benadrukt het nóg eens: God laat groeien! Mensen zijn unieke creaties van de Schepper van deze wereld.
In Psalm 8 zingen wij het:
Gij hebt hem bijna goddelijk verheven,
een kroon van eer en heerlijkheid gegeven,
Gij doet hem heersen over zee en land,
ja, al uw werken gaaft Gij in zijn hand”.
Er is, alleen daarom al, alle reden om respectvol met elkaar om te gaan. Zeker in de kerk! In het Neêrlandse kerkelijk leven moet God altijd op de eerste plaats staan. Want Hij is de Schepper. Hij was en is de Eerste, en moet ook de Eerste blijven.
In de kerk lopen wij, om zo te zeggen, allemaal rond met een gietertje. Wij mogen elkaar water geven. Dat doen wij in de stijl van Johannes 7: “Wie in Mij gelooft, zoals de Schrift zegt: Stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien. En dit zei Hij over de Geest, Die zij die in Hem geloven, ontvangen zouden”[4].

Vorm geen groepjes in de kerk, maant Paulus.
Ter illustratie daarbij het volgende.
Enkele jaren geleden werd een groep gelovige kerkmensen uit Ten Boer lid van De Gereformeerde Kerk Groningen. Enkele weken later werd de scriba van de kerk gebeld door een journaliste van het Nederlands Dagblad. De journaliste wenste te weten of de mensen uit de groep volgelingen waren van twee predikanten die eertijds in Ten Boer hadden gewerkt; die dominees waren ook lid geworden van een kerk binnen het kerkverband van De Gereformeerde Kerken in Nederland. ‘Wij vragen hen nooit of zij in het spoor van dominees gaan’, repliceerde die scriba, ‘wij vragen hen of zij Jezus Christus willen volgen’.
Ziet u het punt waar het om gaat? In de kerk wordt niet gevraagd of u een fan bent van dominee A., van ouderling B. dan wel van diaken C. Waar gaat het om? In de Nederlandse Geloofsbelijdenis staat het zo: deze “heilige kerk is niet gevestigd in, gebonden aan, of beperkt tot een bepaalde plaats, of gebonden aan bepaalde personen, maar zij is verbreid en verstrooid over heel de wereld. Toch is zij met hart en wil samengevoegd en verenigd in eenzelfde Geest, door de kracht van het geloof”.
Laten wij allen hopen dat wij ook in de komende tijd meer van die samenvoeging en die vereniging mogen zien![5]

Hoe vertellen wij aan mensen in onze omgeving wie God is?
Laten wij maar zijn als de hovenier. Een beetje water hier, daar een onkruidje weg…
Maar één ding is zeker: God moet de groei geven. Laten wij dus maar naar Hem toe gaan. Ieder in zijn eigen omstandigheden, en met z’n eigen woorden en gewoontes. En daarbij mag ons adagium wezen: wij zijn van Christus en Christus is van God[6]

Noten:
[1] In deze alinea gebruik ik https://oecumene.wixsite.com/kerkengroningen/op-denominatie ; geraadpleegd op donderdag 23 december 2021.
[2] 1 Corinthiërs 3:3-7.
[3] In deze alinea citeer ik 1 Corinthiërs 1:17. Ook gebruik ik 1 Corinthiërs 2:12-16.
[4] In deze alinea citeer ik Psalm 8:4 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986. Uit Gods Woord citeer ik Johannes 7:38 en 39a.
[5] In deze alinea citeer ik woorden uit artikel 27 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis.
[6] In deze alinea gebruik ik 1 Corinthiërs 3:23.

17 september 2021

Echte liefde

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Het gaat niet om wat u aan hebt. En ook niet om wat u gisteren gedaan hebt. En ook niet om de cijfers die gehaald zijn. En ook niet om wat u wel of niet kunt betalen. En ook niet over de vraag of u een goede werknemer bent. En ook niet over de kracht waarin u staat. En ook niet over de vraag of u er mooi uit ziet. “Heb lief, heb lief! Laat de liefde in je huis. Heb lief! De rest is ruis”.
Dat is de boodschap die de Nederlandse cabaretière Claudia de Breij brengt in een nieuw liedje1.

Dat liedje werd geschreven in coronatijd. De mensen werden gekortwiekt. Opeens waren er heel veel beperkingen. En wat bleef er toen over? Wat hebben we nu nog in handen? Antwoord: de liefde voor elkaar. Alles draait om genegenheid voor de ander. Heb lief!

De boodschap die de cabaretière brengt is, op zichzelf genomen, niet zo gek. Liefde voor elkaar? Dat is een goede zaak. Maar Gereformeerde mensen hebben veel meer te melden. Zij doen het Woord van God open. En daar lezen zij bijvoorbeeld 1 Corinthiërs 13: “Nu immers kijken wij door middel van een spiegel in een raadsel, maar dan zullen wij zien van aangezicht tot aangezicht. Nu ken ik ten dele, maar dan zal ik kennen, zoals ik zelf gekend ben. En nu blijven geloof, hoop en liefde, deze drie, maar de meeste van deze is de liefde”.
Er komt een moment dat wij Jezus Christus, onze Redder, recht in de ogen kunnen kijken. Wij kunnen God niet doorgronden. Het Hoofd van de kerk kent zijn kinderen wel helemaal. Hij kent hen door en door. Hij weet wat ons bezighoudt, en waarom dat zo is. Er zal een tijd komen waarin wij volledig doorzien Wie God is en hoe Hij werkt. Dat geloven wij. Daar hopen wij op2.

Op de weg naar die prachtige toekomst is de liefde voor elkaar bepalend. Maar het is een liefde die verder gaat dan de genegenheid van Claudia. Waarom? In het liedje van Claudia houdt de liefde bij de dood op. Maar na de dood van gelovigen wordt de liefde versterkt. Als Gods kinderen gestorven zijn wordt de liefde alleen maar groter.
Wat is de echte werkelijkheid? Antwoord: niet alleen mijn ziel wordt na dit leven terstond tot haar Hoofd Christus opgenomen, maar ook mijn lichaam wordt “door de kracht van Christus opgewekt, weer met mijn ziel verenigd en aan het verheerlijkt lichaam van Christus gelijkvormig (…) Evenals ik nu al het begin van de eeuwige vreugde in mijn hart voel, zal ik ook na dit leven volkomen heerlijkheid bezitten, die geen oog heeft gezien en geen oor heeft gehoord en die in geen mensenhart is opgekomen, en wel om God daarin eeuwig te prijzen”.
Dat is met recht onvoorstelbaar te noemen. Men kan geen lied maken waarin exact beschreven wordt hoe de toekomst eruit ziet. Men kan geen lied maken dat heel precies de blijdschap in die toekomst vertolkt. Men kan geen tekst schrijven waarin puntsgewijs op een rij staat hoe het leven eruit ziet als God alles in allen is.
En toch zal dat de realiteit wezen. Dat is nu geloofskennis3.

In 1 Petrus 4 wordt erop gewezen dat wij elkaar lief moeten hebben. En ook daar zien we de grote lijn. De toekomst is in zicht: “En het einde van alle dingen is nabij; wees daarom bezonnen en nuchter in de gebeden. Maar heb voor alles vurige liefde voor elkaar, want de liefde zal een menigte van zonden bedekken”4.

De ware gelovige heeft, wanneer het over liefde gaat, meer te vertellen dan: alles begint en eindigt met genegenheid; de rest is slechts gezoem dat naar de achtergrond moet worden gedrukt.
De liefde die de ware gelovige uitstraalt, heeft altijd een connectie met God in de hemel. In de genegenheid die hij geeft komt altijd iets van Gods liefde mee. Waarom wij dat zo zeker mogen weten? Omdat 1 Johannes 4 in de Bijbel staat: “Geliefden, laten wij elkaar liefhebben, want de liefde is uit God; en ieder die liefheeft, is uit God geboren en kent God. Wie niet liefheeft, kent God niet, want God is liefde. Hierin is de liefde van God aan ons geopenbaard, dat God Zijn eniggeboren Zoon in de wereld gezonden heeft, opdat wij zouden leven door Hem. Hierin is de liefde, niet dat wij God liefgehad hebben, maar dat Hij ons heeft liefgehad en Zijn Zoon zond als verzoening voor onze zonden”.
Daar is het cruciale verschil tussen de liefde die Claudia bezingt en de liefde waar wij in de kerk van mogen genieten. Jezus Christus is heeft geleden om te betalen voor de zonden van heel de wereld. Ieder die in Hem gelooft gaat niet verloren. Gods oneindige liefde tilt ons over de dood heen. Die liefde brengt ons naar een oneindige toekomst toe!5

“Heb lief, heb lief! Laat de liefde in je huis. Heb lief! De rest is ruis”, zingt Claudia de Breij.
De kerk zegt: echte liefde vinden we bij God en in Zijn huis!

Noten:
1 Het liedje is te vinden op https://www.youtube.com/watch?v=8LbUduF1o70 ; geraadpleegd op zaterdag 11 september 2021.
2 In deze alinea citeer ik 1 Corinthiërs 13:12 en 13.
3 In deze alinea citeer ik antwoorden uit Zondag 22 van de Heidelbergse Catechismus.
4 1 Petrus 4:7 en 8.
5 In deze alinea citeer ik 1 Johannes 4:7-10.

Materiaal uit dit artikel is gebruikt voor de rubriek ‘Allereerst’ (het voorwoord) van het Gereformeerd familieblad De Bazuin, jaargang 15 nr 9 (oktober 2021).

28 april 2021

God is onoverwinnelijk

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Is er wel een kerk waar het nooit stormt? Is er wel een kerk waar nimmer gedoe is? Nee, die is er niet.
Nadat te Corinthe het Evangelie was gebracht, ontstonden er groepjes: “Ik ben van Paulus, ík van Apollos, ík van Céphas, en ík van Christus“1. Toen was dat dus ook al zo!
Wij klampen ons zomaar aan mensen vast. Wij bekijken of wij met mensen door één deur kunnen.
Maar ten diepste gaat het daar in de kerk niet om. De kernkwestie moet zijn: “het woord van het kruis is voor hen die verloren gaan wel dwaasheid, maar voor ons die behouden worden, is het een kracht van God“2.

Jezus Christus vormt geen groeperingen. Mensen die gedoopt zijn, staan op naam van de Heiland. Niet op naam van dominee Jansen, of van dominee Klaassen of van dominee Pietersen.
Het gaat in de kerk niet om een groep mensen die het goed met elkaar kunnen vinden. Het gaat om Jezus Christus die voor hen aan het kruis gehangen heeft. In de kerk moeten wij dus niet alleen om ons heen kijken, maar vooral ook omhoog.

Wereldse wijsheid wordt niet door Gods licht beschenen.
Elifaz, een vriend van Job, zegt in Job 5:
“Hij verijdelt de plannen van de sluwen,
zodat hun handen niets wezenlijks kunnen uitrichten.
Hij vangt de wijzen in hun eigen sluwheid,
zodat de raad van hen die slinks zijn, mislukt.
Overdag ontmoeten zij duisternis,
op de middag tasten zij rond zoals in de nacht“3.
Welke situatie wordt hierboven beschreven? Deze: de schijnwerper van Gods Woord is niet aan. Het licht van God brandt niet. In die situatie is het leven vol donkere hoeken. Uit onverwachte hoek kan eensklaps onheil verschijnen.
Zoiets kan ook in de kerk gebeuren.
Dan dienen kerkmensen God voor de vorm. Omdat het zo hoort. Omdat zij zo zijn opgevoed. De woorden klinken vroom, maar onderwijl gaan mensen hun eigen gang. Wat moet er gebeuren om dat te veranderen? Antwoord: de God van hemel en aarde moet Hoogstpersoonlijk ingrijpen! Dat zien wij gebeuren in Jesaja 29: “De Heere zei: Omdat dit volk tot Mij nadert met zijn mond en zij Mij eren met hun lippen, maar hun hart ver van Mij houden, en hun vrees voor Mij slechts een aangeleerd gebod van mensen is, daarom, zie, ga Ik verder met wonderlijk te handelen met dit volk, wonderlijk en wonderbaar; want de wijsheid van zijn wijzen zal vergaan en het verstand van zijn verstandigen zal zich verbergen“4.
De kerk moet dus vertrouwen op God. Van mensen moet het niet komen.

We leven in een tijd waarin de onzekerheid u eensklaps kan bespringen.
Bijvoorbeeld omdat u niet zo communicatief bent en daarom niet goed begrepen wordt.
Bijvoorbeeld omdat uw huwelijk vele diepten en dalen kent.
Bijvoorbeeld omdat u arbeidsongeschikt geworden bent.
En als u dat alles gehad hebt blijkt het ook nog verre van rustig te zijn in kerkelijk Nederland.
Dan kan de vraag naar boven komen: hoe moet dit toch verder?

Het antwoord is: meldt u bij de Here, want Hij laat Zich makkelijk vinden!
Zoek de kerk waar het Woord verkondigd wordt. Het Woord over de gekruisigde Christus, de Man die eenmaal voor al onze zonden betaalde; Zijn eenmalige offer was genoeg. Het Woord over Christus, “de kracht van God en de wijsheid van God“5.
Zoek de kerk waar de heilige doop en het heilig avondmaal op een goede wijze worden bediend; dus zonder toevoeging van allerlei menselijke bedenksels.
Zoek de kerk waar mensen op zonden worden aangesproken; de kerk die daar niks aan doet, mag de naam ‘kerk‘ namelijk niet dragen6.

De wereld is vol onzekerheden. COVID-19 en alles wat daarmee annex is houdt de gemoederen druk bezig.
En wellicht bent u ook wel onzeker over uzelf.
Laten wij dan nog één keer in 1 Corinthiërs 1 gaan lezen. In dat hoofdstuk staat ook: “Let namelijk op uw roeping, broeders: er zijn onder u niet veel wijzen naar het vlees, niet veel machtigen, niet veel aanzienlijken. Maar het dwaze van de wereld heeft God uitverkoren om de wijzen te beschamen, en het zwakke van de wereld heeft God uitverkoren om het sterke te beschamen. En het onaanzienlijke van de wereld en het verachte heeft God uitverkoren, en wat niets is, om wat iets is teniet te doen, opdat geen vlees voor Hem zou roemen. Maar uit Hem bent u in Christus Jezus, Die voor ons is geworden wijsheid van God en gerechtigheid, heiliging en verlossing, opdat het zal zijn zoals geschreven staat: Wie roemt, laat hij roemen in de Heere“7.

Soms zijn we onzeker en bang. De wereld zegt: ’Wat moeten wij beginnen met twijfelmoedige, bevreesde mensen die ook nog onbelangrijk zijn? Die mensen vertrouwen op God, maar wat helpt dat?‘ De Heer van hemel en aarde zegt: ’Juist die mensen zijn Mijn instrumentarium. Het lijkt allemaal zo dwaas, maar het is wereld-veroverend!‘.
Laten wij het maar vasthouden: het woord van het kruis is voor ons een kracht van God. Tegen die kracht kan niemand op!

Noten:
1 1 Corinthiërs 1:12.
2 1 Corinthiërs 1:18.
3 Job 5:12, 13 en 14.
4 Jesaja 29:13 en 14.
5 1 Corinthiërs 1:24.
6 Zie Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 29.
7 1 Corinthiërs 1:26-31.

20 april 2021

De ware kerk

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

Christenen vindt men overal. In de kerk, en ook in andere genootschappen die zich ‘kerk’ noemen.
Niettemin is er maar één kerk. Eén ware kerk. De Nederlandse Geloofsbelijdenis formuleert op dit punt vrij strak door de bocht: “Wij geloven dat men nauwgezet en met grote zorgvuldigheid, vanuit Gods Woord, behoort te onderscheiden welke de ware kerk is, omdat alle sekten die er tegenwoordig in de wereld zijn, zich ten onrechte kerk noemen. Wij spreken hier niet over de huichelaars, die zich in de kerk tussen de oprechte gelovigen bevinden en toch niet bij de kerk horen, al zijn zij voor het oog wel in de kerk. Maar wij bedoelen dat men het lichaam en de gemeenschap van de ware kerk moet onderscheiden van alle sekten, die beweren dat zij de kerk zijn“1.

De bovenstaande formulering voelt hard aan. Koud en kil. Stijf en star. En de vraag komt op: moet men alle andere christenen afschrijven? Behoren wij van al die mensen te zeggen dat zij geen echte christenen zijn? Dat is toch liefdeloos? Dat is toch onhoudbaar? Daar maken we ons toch gehaat mee?

Een lid van de Protestantse Kerk schreef een jaar of vier geleden: “Ik las pas een interview met een voorganger aan wie werd gevraagd vanuit welk theologisch concept hij preekt. Want ze hoorden in zijn preken een luthers, puriteins, calvinistisch, evangelisch enz. geluid… Zijn antwoord: ‘Eh, dat weet ik niet. Ik heb geen concept, ik wil gewoon de Bijbel preken…‘. Zeker in de kerk moet je jezelf kunnen zijn zonder dat je meteen in een hokje of een bepaalde hoek wordt geplaatst. ‘Waar de Geest van de Heer is, daar is toch vrijheid‘? (…) Daar gaat het uiteindelijk toch om: dat we van Christus zijn“2.

Wij zijn van Christus – punt. Dat lijkt een rustgevende gedachte. Weg met de hokjes, één grote kerk – lekker overzichtelijk!
Maar wie 1 Corinthiërs 1 gaat lezen komt een probleempje tegen. Want de apostel Paulus schrijft daar onder meer: “Maar ik roep u ertoe op, broeders, door de Naam van onze Heere Jezus Christus, dat u allen eensgezind bent in uw spreken, en dat er onder u geen scheuringen zijn, maar dat u hecht aaneengesmeed bent, één van denken en één van gevoelen“3.
Kortom: eenheid van echte christenen gezocht! Het maakt wel degelijk uit waar je zit!

Paulus doet een oproep. Die proclamatie heeft hij niet zelf bedacht. Nee, die oproep komt er door toedoen van de naam van de Here Jezus Christus.
Bij nadere beschouwing is dat ook logisch. De leider van een politieke wereld in onze wereld wil zijn volgelingen bijeenbrengen in één partij. Niet in twee of drie. En als de standpunten van twee partijen dichtbij elkaar zitten, ligt een fusie voor de hand. In de kerk steekt dat nog veel nauwer. Want daar gaat het niet over politieke standpunten. Daar gaat het niet over meningen.
Nee, in de kerk zitten geredde mensen. In de kerk zitten mensen die op naam van de Heiland staan. In de kerk leven mensen die zich voorbereiden op eeuwig geluk en vrede!

Paulus schrijft: mensen, spreek als uit één mond.
Als het hierom gaat, geldt: doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg. Laten wij elkaar in dit verband wijzen op Romeinen 12, waar Paulus noteert: “Wees eensgezind onder elkaar. Streef niet naar de hoge dingen, maar houd u bij de nederige. Wees niet wijs in eigen oog“4.
Wij moeten, om het modern te zeggen, op de lijn van Jezus Christus zitten. Paulus schrijft in Romeinen 15: “En de God van de volharding en van de vertroosting moge u geven onderling eensgezind te zijn in overeenstemming met Christus Jezus“5. De kerk moet op dezelfde dingen bedacht zijn als Jezus Christus is. Steeds weer moet in de kerk de vraag gesteld worden: dienen wij God echt nog, of doen we eigenlijk maar net alsof? Oftewel: gaan wij werkelijk achter de Heiland aan, of hebben wij stilletjes onze eigen klerikale navigatieapparatuur opgestart?
In een al wat ouder document van de Gereformeerd kerken (vrijgemaakt) staat te lezen: “Er is verschil van mening en verlegenheid over de uitleg van Bijbelse voorschriften rond mannen en vrouwen“6. Hoort u de alarmbellen afgaan? Ziet u dat dit alles geenszins met 1 Corinthiërs 1 te rijmen is?

Laten scheuringen worden voorkómen, maant Paulus. Schismata staat daar. Dat woord kunnen we ook met ‘verdeeldheid‘ vertalen. Dat gebeurt bijvoorbeeld in Johannes 7: “Er ontstond dan verdeeldheid bij de schare om Hem“7. En in 1 Corinthiërs 11: “Want ten eerste hoor ik dat er als u samenkomt in de gemeente verdeeldheid onder u is, en ten dele geloof ik dat“8. En in 1 Corinthiërs 12: “Onze eerbare leden echter hebben dat niet nodig. Maar God heeft het lichaam zo samengesteld, dat Hij aan het lid dat tekortkomt, groter eer gaf, opdat er geen verdeeldheid in het lichaam zou zijn, maar de leden voor elkaar gelijke zorg zouden dragen“9.
Scheuringen moeten wij voorkómen. Maar als de kerk nep-kerk wordt en eigen wegen kiest, is het zaak om te bekijken waar de Heiland Zijn volk vergadert.
Scheuringen moeten wij voorkómen. Maar als de kerk met twee of meer monden spreekt en dus nep-kerk wordt, is het zaak om te bekijken hoe en waar wij de Heiland echt volgen.
Nee, dat is niet bepaald een gezellige boodschap. Ooit was er een oudere zuster die, vlak nadat schrijver dezes en zijn echtgenote de overgang naar De Gereformeerde Kerk Groningen maakten, vroeg: ‘Vind je het hier gezellig?‘. Die vraag is begrijpelijk. Maar u begrijpt het wel: strikt genomen doet het antwoord er niet eens zoveel toe.

Paulus schrijft: zorg dat u hecht aaneengesmeed bent, één van denken en één van gevoelen.
Goed beschouwd gaat de apostel hier heel ver. De kerk mag nooit los zand zijn; ook niet in coronatijd dus. De kerkleden moeten, als het om de grote lijn van Schrift en belijdenis gaat, dezelfde mening hebben. Men moet tot hetzelfde inzicht komen.
Buitenstaanders verbazen zich er telkenmale over dat er in de kerk zoveel gediscussieerd wordt.
Maar wie even door denkt, begrijpt al snel waaróm dat zo is. Men wil denkbeelden en inzichten zo goed mogelijk met elkaar afstemmen!

Moeten we christenen, die geen lid zijn van de kerk, maar afschrijven? Zeker niet.
Laten we hen wijzen op de kerk als plek waar de Heiland Zijn gekochte kinderen samen brengt.
En met de Gereformeerd-vrijgemaakte predikant J.J. Arnold (1916-2008) mogen we zeggen: “Wij weten immers – daar gaan we vanuit – dat er véle noden zijn, maar dat die vele noden tenslotte één nood zijn. Elke nieuwe en andere nood is een facet of een symptoom van de éne nood. We weten méér. En daar gaat het om. Er is een Rèdder in die nood!“. En: “En als we die woorden lezen: ’redden van hun zonden’, moeten we bedenken dat dit betekent: ’van de zonden wég redden’, zò er van weg, dat de zonden èn alles wat met die zonden samenhangt en er het gevolg van is, door Hem van hen wég worden gedaan: bevrijding!“10.

De kerk die het Evangelie inkort, of er dingen bij bedenkt, mag geen kerk meer heten.
De kerk die mensen en hun ideeën boven Gods Woord stelt is geen kerk meer.
Wie dat – door het werk van Gods Heilige Geest – leert begrijpen, gaat als vanzelf de kerk zoeken. De kerk – inderdaad, met lidwoord.

Noten:
1  Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 29.
2  Geciteerd van https://pgnijverdal.wordpress.com/2018/11/17/hokjes-in-de-kerk/ ; geraadpleegd op dinsdag 13 april 2021.
3  1 Corinthiërs 1:10.
4  Romeinen 12:16.
5  Romeinen 15:5.
6  Handleiding M/V met het oog op het gesprek over de inzet van mannen en vrouwen in de kerk, p. 3. Te vinden op https://www.gkv.nl/downloads/6298/Handleiding_M-V.pdf ; geraadpleegd op dinsdag 13 april 2021.
7  Johannes 7:43.
8  1 Corinthiërs 11:18.
9  1 Corinthiërs 12:24 en 25.
10  Ds. J.J. Arnold, “Als de kerk kerk is“. – Goes: Oosterbaan & Le Cointre, 1985. – p. 147.

19 april 2021

Niet klagen, maar danken

Er wordt tegenwoordig veel geklaagd. Over het feit dat de terrassen niet opengaan. Over het vaccinatiebeleid. Over politieke leiders die niet deugen. Over uitvoeringsorganisaties die hun zaakjes niet op orde hebben. Over heel veel mensen en situaties wordt geklaagd. Wie volop in het leven staat, kan zomaar zeggen dat het leven één jammerklacht is. Zeg maar gerust: een tranendal. Men kan, als het tegenzit, dag en nacht jeremiëren.

De apostel Paulus doet daar in zijn eerste brief aan de kerk te Corinthe niet aan mee. Kijkt u maar: “Ik dank mijn God altijd voor u, vanwege de genade van God die u gegeven is in Christus Jezus. U bent namelijk in alles rijk geworden in Hem, in alle spreken en alle kennis, naarmate het getuigenis van Christus bevestigd is onder u, zodat het u aan geen genadegave ontbreekt, terwijl u de openbaring van onze Heere Jezus Christus verwacht. God zal u ook bevestigen tot het einde toe, zodat u onberispelijk zult zijn op de dag van onze Heere Jezus Christus. God is getrouw, door Wie u geroepen bent tot de gemeenschap van Zijn Zoon Jezus Christus, onze Heere“1.

De apostel bidt voor de gemeente. Dat staat er onomwonden. Het is opmerkelijk dat de Heilige Geest van God Paulus er toe dringt om dat in zijn brief te zetten. Wij hebben niet de gewoonte om onze persoonlijke gebeden te publiceren. En dat is meestal maar goed ook. De Heilige Geest vindt het wel nodig dat de apostel dat doet. De kerk van Corinthe, en ook de kerk van latere eeuwen, moet leren dat gelovige kerkmensen voor elkaar behoren te bidden.
Is er geen ruimte voor persoonlijke noden? Zeker wel. Natuurlijk wel. Maar ons gebed moet niet beperkt blijven tot onze individuele vragenlijstjes!

Men pleegt tegenwoordig wel eens te roepen: denk groot!
Dat is trouwens niets nieuws. Reeds in de dertiger jaren van de vorige eeuw schreef de zelfhulpauteur Napoleon Hill het boek “Denk groot. Word rijk“2. Iemand schreef daarover: “Wat in dit boek staat, zou iedereen moeten weten van jongsaf aan. Deze wijsheid kennen, geloven en uitvoeren is een sleutel tot geluk. Het boek is eenvoudig te lezen en verruimt je denken en voelen. Jammer dat ze dit niet leren aan de kinderen op school. Hoe vroeger je dit gelezen hebt, hoe beter“3. Of dat allemaal waar is, is overigens de vraag. De heer Hill is ook al eens gekarakteriseerd als “de beroemdste oplichter waar je waarschijnlijk nog nooit van hebt gehoord“4.
Welnu, in 1 Corinthiërs 1 gaat het ook groots toe. Paulus schrijft over “in alles rijk geworden in Hem, in alle spreken en alle kennis“.
Is dat niet te ambitieus? Nee, toch niet.
Paulus duidt op de gaven van de Heilige Geest. Gods Geest schenkt alles om in het hier en nu kerk te wezen. De kerk ontvangt alle mogelijkheden om in de actualiteit van de dag christelijk te leven: wijsheid, kennis alsmede profetisch en belijdend spreken5. Er zijn mensen die kennis kunnen overdragen, mensen die goed zijn in hulpverlening en mensen die bestuurlijke gaven hebben6. De kerk kan vooruit! Overal ter wereld krijgt de kerk de navigatie mee om in alle tijden en op alle plaatsen op de route te blijven die de Heiland wijst. En nee, bij de God van hemel en aarde is van oplichting geen sprake. Integendeel! “God is getrouw“ , noteert Paulus. En wij mogen daar gerust achteraan zingen: “Zijn plannen falen niet“7!

De kerk leert toekomstgericht te denken. Niet maar over afschaffing van de avondklok. Voor de kerk is de opening der terrassen geenszins eerste prioriteit. Nee, die toekomstgerichtheid heeft alles te maken met de terugkomst van onze Here Jezus Christus. Tot zo lang wordt de kerk stevig gemaakt. Tot die tijd ontvangt de kerk voortdurend nieuwe krachten. Het is zeker – totaan Christus‘ wederkomst blijft de kerk recht overeind.
Als we de media mogen geloven staat in Nederland zo ongeveer alles en iedereen op omvallen. Gaat u maar na: de horeca, de zwemles, sommige musea, jongeren met psychische problemen, 70% van de kermisexploitanten; en zo is er nog wel meer8. Nu moeten wij de maatschappelijke problemen niet ontkennen. De impact van het COVID 19-virus moeten wij niet onderschatten! Het is echter voor de volle honderd procent gegarandeerd: de kerk valt nooit om. Dankzij het werk van de Heiland!

De kerk blijft overeind. De Here God zorgt er Hoogstpersoonlijk voor dat Zijn kinderen op de Jongste dag onberispelijk zullen zijn. Daar staat een vorm van het Griekse woord anegkletous9. Dat betekent: ‘onberispelijk‘, maar ook ’onaanklaagbaar‘. En dat is precies wat er aan de orde is: alle aanklachten worden van de hand gewezen, omdat Christus ons rechtvaardigt.

Er wordt wat afgeklaagd in Nederland. En niet alleen over het weer. Men vraagt: is er al licht aan het eind van de tunnel? Of ook: is er reeds licht aan de horizon?
Velen plegen te zeggen: het komt vanzelf goed. Dat is uiteraard niet waar. Maar één ding is zeker: de toekomst van Gods kinderen wordt prachtig!

Noten:
1  1 Corinthiërs 1:4-9.
2  De gegevens van dit boek zijn: Napoleon Hill, “Denk groot. Word rijk“. – Lantaarn Publishers, 2018. – 240 p. Het boek is de vertaling van “Think and Grow Rich“ uit 1937.
3  Geciteerd van https://www.bol.com/nl/f/denk-groot-word-rijk/33212295/ ; geraadpleegd op maandag 12 april 2021.
4  Zie https://en.wikipedia.org/wiki/Napoleon_Hill ; geraadpleegd op maandag 12 april 2021 (Engelstalig).
5  Zie 1 Corinthiërs 12:8 en 10.
6  Zie 1 Corinthiërs 12:28, 29 en 30.
7  Deze woorden komen uit Gezang 32:1 – Gereformeerd Kerkboek-1986.
8  Zie https://www.deondernemer.nl/corona/horeca/horeca-luidt-noodklok-branche-staat-op-omvallen~2649923 , https://www.msn.com/nl-nl/nieuws/Binnenland/zwemles-staat-op-omvallen-een-nationale-ramp-dreigt/ar-BB1cnxHJ , https://www.omroepgelderland.nl/nieuws/6773469/Valkhofmuseum-staat-op-omvallen-Nijmegen-moet-16-miljoen-uittrekken , https://www.parool.nl/nederland/vier-op-de-vijf-jongeren-staan-op-omvallen~bd66234f/ , https://www.nu.nl/amsterdam/6121287/kersmisexploitanten-voeren-actie-op-de-dam-70-procent-staat-op-omvallen.html ; geraadpleegd op maandag 12 april 2021.
9  Zie de onlineversie van de Studiebijbel; woordstudie anegkletous.

6 april 2021

Na Pasen: kerkmensen blijven onvolmaakt

“’k Lag machteloos gebonden,
Gij komt en maakt mij vrij;
ik was bevlekt met zonden,
Gij komt en reinigt mij.
Het leven was mij sterven,
tot Gij mij op deedt staan;
Gij doet mij schatten erven,
die nimmermeer vergaan”.
Deze woorden – afkomstig uit een gezang dat opgenomen is in het Gereformeerd Kerkboek – passen naadloos op deze dag na Pasen[1].
“Het leven was mij sterven
tot Gij mij op deedt staan”.
Daarachter zit onder meer een boodschap uit 1 Corinthiërs 15: “Maar nu, Christus ís opgewekt uit de doden en is de Eersteling geworden van hen die ontslapen zijn. Want omdat de dood er is door een mens, is ook de opstanding van de doden er door een Mens. Want zoals allen in Adam sterven, zo zullen ook in Christus allen levend gemaakt worden. Ieder echter in zijn eigen orde: Christus als Eersteling, daarna wie van Christus zijn, bij Zijn komst”[2]. De eerste opstanding heeft plaatsgevonden. Er komen nog meer opstandingen aan. Al Gods kinderen gaan een nieuw leven tegemoet.
Dat is de status van Gods kinderen vandaag!

In Jacobus 1 vinden we dat gegeven ook terug: “Dwaal niet, mijn geliefde broeders! Elke goede gave en elk volmaakt geschenk is van boven en daalt neer van de Vader der lichten, bij Wie er geen verandering is, of schaduw van omkeer. Overeenkomstig Zijn wil heeft Hij ons gebaard door het Woord van de waarheid, opdat wij in zeker opzicht eerstelingen van Zijn schepselen zouden zijn”[3]. Lees het maar zo: de kerk is het begin van de grote oogst. Oftewel: de kerk is het begin van de nieuwe schepping[4].
Gelovigen zijn daar dankbaar voor. Diep dankbaar. Daarom gaan zij op zondagen en op christelijke feestdagen naar de kerk.

Het is nuttig om dat goed tot ons door te laten dringen.
De kerk staat er in deze tijd niet zo goed op. In deze tijd waart het COVID 19-virus rond. De samenleving is in lock-down. Kerkdiensten gaan echter vaak door. Dat wekt nieuwsgierigheid van journalisten. Die nieuwsgierigheid wekt soms de woede van kerkgangers. Het Reformatorisch Dagblad berichtte op maandag 29 maart: “Bij de kerken in Urk en Krimpen aan den IJssel die zondagochtend ondanks de coronacrisis de deuren weer openden voor alle leden zijn verslaggevers aangevallen. In Krimpen aan den IJssel sloeg en schopte een kerkganger bij het kerkgebouw van de oud gereformeerde gemeente in Nederland een verslaggever van RTV Rijnmond”. En: “In Urk belaagden twee jongeren een verslaggever en cameraman van PowNed. De verslaggever werd geschopt en geslagen. Ook werd de verslaggever aangereden. De politie noemt die aanrijding het meest opvallende incident. De gegevens van de betrokkenen daarbij zijn bekend, aldus een politiewoordvoerder. ‘We onderzoeken wat er is gebeurd en hoe dat is gegaan, en nemen daarna eventuele vervolgstappen’”[5].
Er stond niet bij hoe het journaille zich gedragen heeft.
Hoe opdringerig was de pers eigenlijk?
Afgezien van het antwoord op die vraag kan opgemerkt worden dat kerkvolk dat zich zo gedraagt niet bepaald een dankbare indruk maakt.

De pers haast zich om het beeld van toornige kerkgangers uit te vergroten. Kijk, dat zijn nou kerkmensen. Kijk, zo gaat dat nou met die vrome lieden!
Overigens is dat geen nieuws.
De journaliste Jolyn van der Garde schrijft op zondag 28 maart 2021 in een serie tweets onder meer:
“Randstadjournalisten walgen van gereformeerde opvattingen over vrouwen, vaccinaties en homo’s en bejegenen deze mensen daarom met een nauwelijks verholen afkeer. Die houding werkt door in de vooringenomenheid van berichtgeving”.
En:
“Vervolgens verschijnen ongefundeerde en tendentieuze stukjes in de krant of op TV. Mishandeling, misbruik, incest, sociale achterstand, een onflatteuze vergelijking met tolerante moslims; het kan allemaal want niemand vergt dat je neutraal verslag doet van deze groep”.
En:
“Journalisten komen naar zo’n dorp terwijl ze het artikel eigenlijk al geschreven hebben. Ze komen om stereotypen te bevestigen – niet om open onderzoek te doen. Een daadwerkelijk voorval ter onderbouwing is vaak optioneel. En gereformeerden protesteren niet, dus dat komt goed uit”.
En:
“Ziet nou helemaal niemand dat hier een snelkookpan aan spanningen ontstaat met gereformeerden in een machteloze positie ten opzichte van oneerlijke verslaggeving en de samenleving als geheel? Week in, week uit?”
En:
“Het is heel erg dat een journalist nu maken heeft gekregen met fysiek geweld. Dat is 100% onacceptabel, je moet altijd met je tengels van anderen afblijven. Maar konden we echt onmogelijk zien aankomen dat iemand uit die gemeenschap op enig moment zou knappen?”[6]

Achter het beeld dat thans ontstaan is ligt een levensgroot misverstand. Namelijk dit: kerkmensen gaan anders leven, en gedragen zich bijna altijd voorbeeldig. Laat duidelijk zijn dat het eerste waar is, maar het laatste niet.
Niet voor niets staat in de Heidelbergse Catechismus: “…zelfs de allerheiligsten hebben in dit leven niet meer dan een klein begin van deze gehoorzaamheid , maar wel zo, dat zij met een ernstig voornemen niet slechts naar sommige, maar naar alle geboden van God beginnen te leven”[7]. Het is nog maar een beginnetje. Het is allemaal verre van perfect. De volmaaktheid wordt niet eens benáderd.                 
Trouwens, Jacobus schrijft in hoofdstuk 1 ook nog: “Zo dan, mijn geliefde broeders, ieder mens moet haastig zijn om te horen, maar traag om te spreken en traag tot toorn. De toorn van een man brengt immers geen gerechtigheid voor God teweeg”[8].
Jacobus acht die vermaning dus nodig: luister nauwlettend, praat niet teveel en wordt niet te snel boos. Jacobus kent zijn pappenheimers. Kerkmensen worden nooit heilige boontjes.   

Daags na Pasen gaan wij het gewone leven weer in. Laten wij eens te meer beseffen dat er naar ons gekeken wordt. Ons dagelijkse doen en laten moet in overeenstemming zijn met datgene wat wij in de kerk belijden. Als daar iemand van doordrongen is, dan is het Jacobus wel. Want hij schrijft ook: “Leg daarom af alle vuilheid en elke uitwas van slechtheid en ontvang met zachtmoedigheid het in u geplante Woord, dat uw zielen zalig kan maken. En wees daders van het Woord en niet alleen hoorders. Anders bedriegt u uzelf”[9].
Laten gelovige kerkmensen zich ervan bewust zijn dat er in hun omgeving talloze mensen zijn die de christelijke levensstijl-van-alledag met grote belangstelling beschouwen!

Tenslotte nog dit.
Laten wij niet de illusie hebben dat wij hier op aarde uiteindelijk volmaakte kerkmensen zullen worden. Dat is namelijk niet het geval. Dat wij tegenspoed en tegenstand zullen overwinnen is ten langen leste alleen maar te danken aan onze Heiland. Hij triomfeerde over de dood. De woorden van 1 Corinthiërs 15 mogen, ook nu Pasen 2021 voorbij is, echoën in ons hoofd: “Dood, waar is uw prikkel? Graf, waar is uw overwinning? De prikkel nu van de dood is de zonde, en de kracht van de zonde is de wet. Maar God zij dank, Die ons de overwinning geeft door onze Heere Jezus Christus. Daarom, mijn geliefde broeders, wees standvastig, onwankelbaar, altijd overvloedig in het werk van de Heere, in de wetenschap dat uw inspanning niet tevergeefs is in de Heere”[10].

Noten:
[1] Dit is Gezang 10:2 uit het Gereformeerd Kerkboek-1986.
[2] 1 Corinthiërs 15:20-23.
[3] Jacobus 1:16, 17 en 18.
[4] Zie ook de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Jacobus 1:18.
[5] Geciteerd van https://www.rd.nl/artikel/920706-verslaggevers-belaagd-bij-kerkdiensten-urk-en-krimpen ; geraadpleegd op maandag 29 maart 2021.
[6] Geciteerd van https://threadreaderapp.com/thread/1376189899334942722.html ; geraadpleegd op maandag 5 april 2021.
[7] Heidelbergse Catechismus – Zondag 44, antwoord 115.
[8] Jacobus 1:19 en 20.
[9] Jacobus 1:21 en 22.
[10] 1 Corinthiërs 15:55-58.

« Vorige paginaVolgende pagina »

Blog op WordPress.com.