gereformeerd leven in nederland

11 mei 2020

1 Johannes 3 en de genderrevolutie

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Wij noemen gelovige kerkmensen vaak ‘Gods kinderen’. Voor een buitenstaander klinkt dat vreemd. Kinderen – hoezo?
Het moet ons niet bevreemden dat heel veel medemensen dat maar een rare aanduiding vinden. Dat was in Johannes’ tijd ook al zo. En waarom vindt men dat merkwaardig? In 1 Johannes 3 staat het: “Daarom kent de wereld ons niet, omdat zij Hem niet kent”[1].

Maar wij kennen Hem wel. Sterker nog: wij komen bij Hem in de stad te wonen. Wij krijgen een huis toegewezen in “de stad die fundamenten heeft, waarvan God de Bouwer en Ontwerper is”[2]. Wij komen, om zo te zeggen, bij Hem in de buurt te wonen. Heel die stad wordt overschenen door het prachtige licht van Gods glorie. Daar leven wij dan middenin. Dat wordt onze leefomgeving. Dat is het leefmilieu waarin wij zullen gedijen. Daar is nimmermeer sprake van welke klimaatverandering dan ook.

Daar bereiden we ons tijdens ons aardse leven op voor. Het leven in de eenentwintigste eeuw is nog maar het begin. Er komt nog veel meer!
Wie in die verwachting leeft, wil de zonde steeds meer mijden. Nee, dat lukt niet helemaal. Maar het is de Here God Zelf die ervoor zorgt dat we te Zijner tijd volkomen geschikt zijn voor de hemelse heerlijkheid.

Johannes schrijft: “Lieve ​kinderen, laat niemand u misleiden”[3]. Die waarschuwing moest toen reeds worden opgeschreven. Maar het is geen luxe om ‘m ook vandaag te laten klinken.

Waarom niet? Antwoord: vanwege de stille genderrevolutie.
Dr. R. Bisschop – lid van de Tweede Kamer voor de Staatkundig Gereformeerde Partij – schrijft daarover in het Reformatorisch Dagblad het volgende.
“Dat de wereld er na de coronacrisis anders uit zal zien, zou weleens kunnen kloppen, maar de stille genderrevolutie die zich nu voltrekt zal minstens zo diep ingrijpen.
‘Het kabinet verwelkomt deze genderstrategie en vindt het belangrijk dat de push back van conservatieve krachten wordt tegengegaan middels een progressieve strategie’. Dit even onthullende als onthutsende citaat komt uit een reactie van het kabinet op het plan ‘Gendergelijkheidsstrategie 2020-2025’ van de Europese Commissie. Gendergelijkheid slaat in dit plan vooral op de gelijkschakeling van man en vrouw, maar de bedoeling is om de genderideologie ook veel breder op te leggen.
Weg met de ‘conservatieve krachten’, leve de ‘progressieve strategie’. Als een regering zoiets zegt, moet je op je hoede zijn. Als Brussel en Den Haag dit soort termen bezigen, dan gaat het duidelijk niet slechts om beleid, maar óók om het beïnvloeden van meningen. Niet alleen over regels waar burgers zich aan moeten houden, maar ook over wat burgers moeten denken en vinden. Glad ijs dus, héél glad ijs.
Zoals zo vaak, bevat de Europese strategie en wat het kabinet daarvan vindt goede en slechte elementen. Na een zin die redelijk in de oren klinkt, volgt pardoes een andere zin die ronduit bedreigend is. Dat is het gevaarlijke van dit soort ‘integrale’ plannen: een giftige mix van goed en kwaad. Samen met op zichzelf prima maatregelen sluipen ook plannen binnen die niet deugen”[4].
Daar staan twee opvallende zaken:
* de push back van conservatieve krachten moet worden tegengegaan. In gewoon Nederlands staat daar, tussen de regels door, de vraag: kunnen wij die ouderwetse types, bijvoorbeeld uit Gereformeerde kringen, het zwijgen opleggen?
* een progressieve strategie – dat is een term waar we hieronder wat langer naar gaan kijken.

Want wat betekent die term?
Dat duidt op “’hoogwaardige kinderopvangvoorzieningen’, nota bene verwijzend naar zorgtaken die ouders kunnen hebben. Iedereen voelt haarfijn aan dat hier maar één bedoeling achter zit: mannen en vrouwen moeten betaald gaan werken en daarom moeten kinderen de deur uit. Openlijk wordt dat ook toegegeven.
Dat komt ook tot uitdrukking in heel strenge quota die moeten gaan gelden voor vrouwen op de arbeidsmarkt, in de politiek en in de top van bedrijven. In Brussel komen er daarom ‘quota-agenten’, die moeten surveilleren en kijken of alle instellingen en iedere afdeling zich wel aan de 50-50-procentverhouding mannen/vrouwen houden.
Helemaal zorgelijk wordt het als Europa met veel bravoure aankondigt ‘een EU-brede communicatiecampagne te (…) starten ter bestrijding van genderstereotypen’. Hier staat niets minder dan dat Timmermans en de andere Europese ‘ministers’ willen dat vrouwen niet meer als moeder zichtbaar mogen zijn en mannen vooral te zien zijn als ze de was ophangen en stofzuigen”.
Het woord ‘progressief’ heeft in het bovenstaande dus een aardse lading. Die lading staat, als het erop aankomt, diametraal tegenover de christelijke toekomstverwachting. Want progressief betekent vandaag ten diepste: uw eigen plaats in het leven veroveren; of ook: uw eigen rol in het leven spelen. En het moge duidelijk zijn: de Bouwer en Ontwerper van de stad die fundamenten heeft – zie boven – wordt zo ver mogelijk weggezet. Want Hij is oud. Ouderwets, vooral. Conservatief, ook nog. En de Bijbel? Dat is een oud, achterhaald Boek dat pure nostalgie ademt. Een mooie foliant voor het religieuze gevoel, maar geen boek dat geschikt is als uitgangspunt voor het maken van beleid. Begrijpt u wel?

Is dat Europese beleid op alle fronten verkeerd? Nee. Er wordt in alle redelijkheid nagedacht. En men noemt soms goede argumenten. Maar ook vandaag geldt: wij moeten ons niet laten misleiden. De satan – de sterke tegenstander van onze machtige God – is op slinkse wijze doende om allerlei beleid in de wereld zo te beïnvloeden dat God en Zijn Woord naar de achtergrond worden geduwd.
Nog altijd is het woord van 1 Johannes 3 volop actueel: “Wie de ​zonde​ doet, is uit de ​duivel; want de ​duivel​ zondigt vanaf het begin. Hiertoe is de ​Zoon van God​ geopenbaard, dat Hij de werken van de ​duivel​ verbreken zou”[5].

Wat betekenen die woorden?
Voor ‘verbreken’ staat er luo, een vorm van het Griekse woord lusei. Een exegeet schrijft: het gaat hier “om een eenheid in onderdelen losmaken, een geheel in zijn delen oplossen, in de zin van ‘(af)breken’, zoals een muur -Efeziërs 2:14-, een gebouw -Johannes 2:19-, of het achterdek van een schip -Handelingen 27:41-. Hierbij behoort ook de passage 2 Petrus 3:10-12, waar de lijdende vorm – eigenlijk ‘opgelost of verbroken worden’ – gebruikt wordt voor het ‘vergaan’ van de hemelen en de elementen op de ‘dag des Heren’. Gezegd van een vergadering geeft het aan ‘ontbinden, opheffen’ -Handelingen 13:43-. In overdrachtelijke zin komt deze betekenis voor in 1 Johannes 3:8, waar we lezen dat Gods Zoon geopenbaard is om een einde te maken aan de werken van de duivel”[6].
Het werk van de duivel is sluw, doch weldoordacht.
Er wordt van alles neergelegd en opgebouwd. Steentje voor steentje. Hier een weg. Daar een muur.
Maar uiteindelijk…, ja uiteindelijk zal blijken dat de heilige God iedereen die Hem tegen staat, definitief wegstuurt. Alles wat Hem in de weg staat breekt Hij af. Tot de grond toe. Voor altijd.

Dr. Bisschop schrijft: “In grote delen van de wereld heerst nu een ernstige crisis. Alle aandacht gaat uit naar de gezondheid van vele miljoenen mensen. Het gaat om leven en dood. De brandhaard op dit moment is Europa. En onderwijl gaat de genderrevolutie in de ”hoofdstad van Europa” stilletjes door. Met grote gevolgen voor economie en maatschappij, politiek en bestuur en vooral voor relaties en gezinnen. We staan erbij, kijken ernaar en slaan of scrollen door naar het coronanieuws en de voorspellingen dat de wereld er na de crisis anders uit zal zien”.
Een gewaarschuwd mens telt voor twee!

“Lieve ​kinderen, laat niemand u misleiden”.
Zo staat dat in 1 Johannes 3. Rechttoe rechtaan. Zonder omwegen.
Die waarschuwing geldt de lieve kinderen van één Vader. Niet van twee vaders. En, bijvoorbeeld, ook niet van twee moeders

Kent u de laatste woorden van 1 Johannes 3?
Die zetten ons tenslotte weer op het juiste spoor: “En dit is Zijn gebod: dat wij geloven in de Naam van Zijn Zoon, ​Jezus​ ​Christus, en dat wij elkaar ​liefhebben, zoals Hij ons een gebod gegeven heeft. En wie Zijn geboden in acht neemt, blijft in Hem en Hij in hem. En hieraan weten wij dat Hij in ons blijft, namelijk aan de Geest, Die Hij ons gegeven heeft”[7].
Dat is het krachtigste wapen tegen de genderrevolutie dat denkbaar is!

Noten:
[1] 1 Johannes 3:2.
[2] Hebreeën 11:10.
[3] 1 Johannes 3:7 a.
[4] Roelof Bisschop, “Genderrevolutie gaat stilletjes door”. In: Reformatorisch Dagblad, zaterdag 25 april 2020, p. 26 en 27.
[5] 1 Johannes 3:8.
[6] Geciteerd van de online versie van de Studiebijbel; woordstudie lusei.
[7] 1 Johannes 3:23 en 24.

14 februari 2020

Democratische malaise

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

De wereld heeft te maken met democratische malaise.

De Gereformeerd-vrijgemaakte A. van Leeuwen (1935-2018) uitte in november 2013 in het blad Nader Bekeken zijn zorgen over de democratie in onze samenleving. Hij schreef toen onder meer: “Wij leven in Nederland in een politieke wereld die sterk geseculariseerd is. De wereld van de onvolprezen volkssoevereiniteit, waarin de heerschappij (gratie) van God niet erkend wordt. Erkend wordt slechts de gelijkheid van de mens. Hij of zij is immers de maat van alle dingen. (…) Het christelijk geloof verdwijnt uit het publiek-juridische domein. Men vindt dat de samenleving steeds meer moet worden ingericht om ruimte te geven aan individuele keuzes en arbeidspatronen. Zelfs het taalgebruik wordt steeds meer aan die keuzes aangepast. In Nederland krijgen mensen geen kinderen meer, maar volgens de veelal gebruikte taal nemen zij kinderen. De termen zaaddonor en draagmoeder vloeien daar dan weer uit voort. Meerdere voorbeelden liggen voor het oprapen. En bedenk wel dat het, als die individuele keuzes de vanzelfsprekende meerderheid worden in Nederland, niet is uitgesloten, sterker nog, het voor de hand ligt dat het meerderheidsdenken zonder de erkenning van de soevereiniteit van de almachtige God, de dictatuur van de meerderheid in de hand werkt”[1].

Dr. K. van der Zwaag was al eerder tot een vergelijkbare conclusie gekomen. In 2011 schreef hij in ‘Zicht’, het kwartaalblad van het wetenschappelijk instituut van de Staatkundig Gereformeerde Partij: wie de “zoektocht naar de democratie door de eeuwen onderneemt, beseft hoe complex deze populairste regeringsvorm is. We kunnen niet achter de democratie terug, willen dat ook niet meer, maar beseffen ook dat zij niet vanzelfsprekend is en altijd weer opnieuw bevochten moet worden. Vooral relevant lijkt me de waarschuwing door de eeuwen heen van de tirannie van de meerderheid als nevenverschijnsel van de macht van het volk. Daarom is ideologische normering van de democratie en een steeds opnieuw uitgewerkt geheel van ‘checks and balances’ een must om zich hiertegen te wapenen. Al is de tirannie van de meerderheid een zachte despoot, zij blijft een despoot die vermoedelijk in een secularistische samenleving als de onze steeds meer van zich laat horen”[2].

In de afgelopen jaren blijkt het er allemaal niet beter op te zijn geworden.
In een achtergrondartikel dat onlangs verscheen in een bijlage van het Nederlands Dagblad staat te lezen:
“Rusland en China werken al sinds 2005 aan een gezamenlijke ‘operatie ondermijning’. Nu doorpakken om haar af te schaffen, stellen ze”.
En:
“De ontevredenheid van burgers over de democratie is nog nooit zó hoog is geweest als nu. Dat geldt met name voor de grote democratische landen. Met name de Verenigde Staten en Groot-Brittannië springen er negatief uit”.
En:
“Maar de onvrede is niet iets typisch westers. ‘Over de hele wereld verkeert de democratie in malaise’, is de belangrijkste conclusie. Er is sprake van ‘een historisch verlies aan steun’, waarbij ‘de toename van de ontevredenheid na 2005 uitzonderlijk scherp is geworden’”.
En:
“De malaise in de democratie komt voor een deel ook door de hoge verwachtingen van de burgers in het stelsel, tekent het Democracy Report 2020 aan”.
En:
“‘De beste manier voor het herstel van de democratische legitimiteit’, zo luidt de laatste zin ervan, is dat ‘democratische regeringen de problemen van hun samenlevingen serieus nemen en geloofwaardig aanpakken’”.

Rusland en China zijn overeengekomen “‘onverbiddelijk’ te zullen streven naar ‘het bouwen van een nieuwe internationale orde’. Centraal daarin staat dat mensenrechten en andere begrippen, zoals de rechtsstaat, ondergeschikt zijn aan ‘de beginselen van het vastbesloten veiligstellen’ van de ‘soevereiniteit en stabiliteit van landen’”[3].

Dat alles is, zacht gezegd, enigermate onrustbarend.
Wat zal men van deze dingen zeggen?
Hoe kunnen Gereformeerde mensen hierop reageren?

Laten we het Woord van God openen.
In Deuteronomium 7 kunnen wij lezen: “Niet omdat u groter was dan al de andere volken heeft de HEERE ​liefde​ voor u opgevat en u ​uitgekozen, want u was het kleinste van al de volken. Maar vanwege de ​liefde​ van de HEERE voor u, en om de eed die Hij uw vaderen gezworen had, in acht te houden, heeft de HEERE u met sterke hand uitgeleid en heeft Hij u verlost uit het slavenhuis, uit de hand van de ​farao, de ​koning​ van ​Egypte”[4].
In 1 Johannes 5 staat: “Ieder die gelooft dat Jezus de ​Christus​ is, is uit God geboren; en ieder die Hem liefheeft Die geboren deed worden, heeft ook lief wie uit Hem geboren is. Hieraan weten wij dat wij de ​kinderen​ van God ​liefhebben, wanneer wij God ​liefhebben​ en Zijn geboden bewaren. Want dit is de ​liefde​ tot God, dat wij Zijn geboden in acht nemen; en Zijn geboden zijn geen zware last”[5].

In het bovenstaande staat een tekst uit het begin van de Bijbel. En ook één die we achterin de Bijbel vinden.
Wij lezen over de liefde van God.
Wij lezen ook over de liefde tot God.
Ziehier het antwoord op de bovenbeschreven malaise: liefde!

Welke redenen heeft God om Zijn volk lief te hebben?
Eén ding is zeker: die redenen liggen niet bij of in dat volk. Het volk is niet netjes. Het volk is niet keurig. Het volk is niet supergodsdienstig. Het volk is niet beheerst en beschaafd. Nee, de hemelse God had maar één reden om Israël tot Zijn volk te maken: Zijn eigen liefde.
Daarom wordt van Gods volk oprechte liefde gevraagd. We kunnen rustig zeggen: in kerk en wereld is het prijzen van God het allerbelangrijkste dat er bestaat!

Wie dat motto toepast begrijpt alras dat je op deze manier snel van democratische malaise afkomt. Want dan begint het niet meer bij zondige mensen. Dan blijf je niet steken in aardse rimram en rommel. Dan kijk je boven democratisch heen-en-weer-gepraat uit.
Dan zien wij Gods liefde. Dan zien wij Gods leiding. Dan zien wij Gods voorzienigheid.

Laten wij nog een laatste blik werpen op Deuteronomium 7 en 1 Johannes 5.
In Deuteronomium 7 wordt over Hem gezegd: “Híj is God, de getrouwe God, Die het ​verbond​ en de goedertierenheid in acht neemt voor wie Hem ​liefhebben​ en Zijn geboden in acht nemen, tot in duizend generaties”[6].
In 1 Johannes 5 wordt er niet omheen gedraaid: “Want al wat uit God geboren is, overwint de wereld; en dit is de overwinning die de wereld overwonnen heeft: ons geloof. Wie anders is het die de wereld overwint dan hij die gelooft dat Jezus de ​Zoon van God​ is?”[7]. De vraag stellen is haar beantwoorden.

De liefde van God is, om zo te zeggen, de pijler van het eeuwige leven – nu en in de komende eeuwen – voor al Gods kinderen. Die liefde is vele malen belangrijker dan welke democratie dan ook!

Noten:
[1] A. van Leeuwen, “Zorgen om de democratie”. In: Nader Bekeken, jg. 20 nr 11 (november 2013), p. 313-315. Citaat van p. 315.
[2] Dr. K. van der Zwaag, “Democratie, de beste maar niet onomstreden regeringsvorm”. In: Zicht, kwartaalblad van het wetenschappelijk instituut van de Staatkundig Gereformeerde Partij, 2011-4, december 2011, p. 47-53. Citaat van p. 53.
[3] “Tijd voor een alternatief voor de democratie”. In ND7, bijlage bij het Nederlands Dagblad, zaterdag 8 februari 2020, p. 8 en 9.
[4] Deuteronomium 7:7 en 8.
[5] 1 Johannes 5:1, 2 en 3.
[6] Deuteronomium 7:9 b.
[7] 1 Johannes 5:4 en 5.

29 januari 2020

Doop en kerk

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Waar word je gedoopt? Antwoord: in de kerk. Natuurlijk. Waar anders? Doop en kerk – die zijn onlosmakelijk aan elkaar verbonden.

In het Gereformeerde formulier voor de bediening van de heilige doop aan de kinderen van de gelovigen wordt gezegd: “Wanneer wij gedoopt worden in de naam van de Zoon, verzekert de Zoon ons ervan, dat Hij ons in zijn bloed wast en reinigt van al onze zonden. Hij maakt ons één met Zichzelf in zijn dood en opstanding, zodat wij van onze zonden bevrijd en rechtvaardig voor God gerekend worden”[1].
Vanaf het begin wordt ons voorgehouden: jij wordt gereinigd.
Vanaf het begin wordt ons voorgehouden: jij wordt vrijgesproken van schuld.

Het formulier voor de doop verwijst daarbij naar 1 Johannes 1. En wel naar deze woorden: “…Als wij in het licht wandelen, zoals Hij in het licht is, hebben wij gemeenschap met elkaar, en het bloed van ​Jezus​ ​Christus, Zijn Zoon, reinigt ons van alle ​zonde. Als wij zeggen dat wij geen ​zonde​ hebben, misleiden wij onszelf en is de waarheid niet in ons. Als wij onze ​zonden​ belijden: Hij is getrouw en ​rechtvaardig​ om ons de ​zonden​ te ​vergeven​ en ons te ​reinigen​ van alle ongerechtigheid”[2].

Een exegeet noteert daarbij: “Men kan zich afkeren, maar ook besluiten in het licht te blijven (…). Blijft de gelovige bij het laatste, dan ontdekt hij dat zijn zonde verdwijnt. Het bloed van Jezus reinigt en zuivert hem daarvan (…). Dat reinigen is een voortdurend proces gezien de praesensvorm van het werkwoord katharizo. Christenen mogen leven binnen de werkingssfeer van het reinigende bloed van Jezus, de Zoon van God. Bloed is een symbolische aanduiding van Jezus’ heilbrengende offerdood aan het kruis”[3].

In 1 Johannes 1 worden Gods kinderen er dus toe opgeroepen om een keus te maken.
Nee, dat is geen keus die wij slechts één keer in ons leven maken. Integendeel. Het betreft een keus die steeds ionieuw gemaakt moet worden. Het is een proces dat voortdurend voortgaat. Steeds weer moeten wij ons naar God toe keren. Wij moeten ons bekeren
Gereformeerd-zijn is dus niet iets statisch. Het is voortdurend in beweging. Gereformeerden zijn geen fauteuilkerkmensen.

Nee, u bent niet de enige die zulk een keuze maakt. En schrijver dezes is niet de enige die door Gods genade steeds weer bij de Here komt. Heel veel mensen komen in alle oprechtheid bij God om Hem te dienen. En ja, al die mensen horen in de kerk thuis!

Het is belangrijk om dat ook vandaag vast te stellen.
Want kerklid-zijn lijkt steeds vaker uit de mode te raken.
Een jonge vrouw zegt in het Nederlands Dagblad: “In mijn opvoeding kreeg ik mee dat je een kerk nodig hebt om je geloof op de voorgrond te houden. Daar zal zeker een kern van waarheid in zitten, maar ook zonder kerk ben ik met het geloof bezig en ik zoek daar mijn eigen weg in”[4].
Laten wij aannemen dat dat waar is. Niettemin is het merkwaardig. Want de verbinding met elkaar en met Jezus Christus is blijkens 1 Johannes 1 onverbrekelijk.
Dat is een stimulans om naar de kerk te gaan.
Sterker nog: het is een aansporing voor alle Gereformeerden om elkaar op te zoeken, en samen naar de kerk te gaan!

En wat is het Evangelie dat wij in de kerk horen?
Johannes draait er niet omheen. Als iemand zijn zonden voor God belijdt, zal Hij die zonden altijd vergeven. Hoe groot die zonden ook zijn.

David wijst daar trouwens ook op in Psalm 32:
“Welzalig is hij van wie de ​overtreding​ ​vergeven,
van wie de ​zonde​ bedekt is.
Welzalig de mens wie de HEERE de ongerechtigheid niet toerekent,
en in wiens geest geen bedrog is”[5].
En:
“U bent mijn schuilplaats, U beschermt mij voor benauwdheid,
U omringt mij met vrolijke gezangen van bevrijding”[6].
En waarom weten we dat zo zeker? Omdat Jezus Christus, onze Heiland, voor ons geleden heeft.
Dat Evangelie is volstrekt betrouwbaar!
De heilige God verklaart dat Zijn kinderen volkomen schuldeloos zijn. De rekening is vereffend![7]

Het Evangelie dat in de kerk te horen is, kunnen we daar ook zien. In de doop dus.
Het Evangelie is bestemd voor Bijbellezers. Maar zeker ook voor beelddenkers.
Het Evangelie is er voor ieder die het horen wil. En voor ieder die het zien wil.

Waar horen gedoopte kinderen van God thuis?
Antwoord: in de kerk. Natuurlijk! Waar anders?

Noten:
[1] Gereformeerd Kerkboek-1986, p. 513.
[2] 1 Johannes 1:7, 8 en 9.
[3] Geciteerd uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij 1 Johannes 1:7.
[4] Dat is Tabita Roodselaar. Zij wordt op zaterdag 18 januari 2020 in het Nederlands Dagblad geïnterviewd; Nd7, pagina 24 (rubriek ‘Dertigers’).
[5] Psalm 32:1 en 2.
[6] Psalm 32:7.
[7] In het bovenstaande gebruik ik onder meer https://www.oudesporen.nl/Download/OS1735.pdf ; geraadpleegd op donderdag 23 januari 2020.

21 januari 2020

Jezus is niet meer op aarde

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: ,

Arnold Karskens, oorlogsverslaggever, heeft Jezus ontmoet.
De bevlogen journalist zegt: “Nee, nee, ik ga het helemaal niet afzwakken: ik heb hem écht ontmoet. Hij zat vlak bij de poort van Kirjat Arba, waar ik overnachtte. Lange haren, lange baard: hij voldeed precies aan het beeld dat ik tijdens mijn licht katholieke opvoeding meekreeg. Op een dag gaf hij me een hand en het was net alsof ik een warme kruik vastpakte. Het eerste wat me opviel was dat hij, anders dan iedereen daar, begrip leek te hebben voor alle partijen. Heel genuanceerd, heel vriendelijk. Hij was erg geïnteresseerd in mijn werk. Ik heb hem het artikel opgestuurd en hij heeft nog gereageerd ook, heel positief, maar ik ben die brief helaas kwijtgeraakt. Doodzonde. Een brief van Jezus, wie heeft zoiets?”[1].

Is Jezus nog op aarde?
Nee.
In de Apostolische Geloofsbelijdenis belijden we: Jezus Christus is “opgevaren naar de hemel, en zit aan de rechterhand van God de Almachtige Vader; vandaar zal Hij komen om te oordelen de levenden en de doden”.
Arnold denkt Jezus ontmoet te hebben. Maar we moeten hem teleurstellen. Dat is niet zo.
Zeker, het zou best kunnen dat onze God in het hart van Arnold heeft gewerkt. Misschien heeft Hij het leven van Arnold wel veranderd. Maar nee, die man bij de poort van Kirjat-Arba was Jezus niet.

In de Heidelbergse Catechismus wordt duidelijk gemaakt wat Jezus Christus in de hemel doet.
“Ten eerste is Hij in de hemel voor het aangezicht van zijn Vader om voor ons te pleiten. Ten tweede hebben wij in Hem ons vlees in de hemel tot een onderpand, dat Hij als het Hoofd ons, zijn leden, ook tot Zich nemen zal. Ten derde zendt Hij ons zijn Geest als tegenpand; door zijn kracht zoeken wij wat boven is, waar Christus zit aan de rechterhand van God, en niet wat op de aarde is”[2].

Het is goed om, in verband hiermee, elkaar te wijzen op woorden uit 1 Johannes 2: “Mijn ​kinderen, ik schrijf u deze dingen, opdat u niet zondigt. En als iemand gezondigd heeft: wij hebben een Voorspraak bij de Vader, ​Jezus​ ​Christus, de Rechtvaardige. En Hij is een verzoening voor onze ​zonden; en niet alleen voor de onze, maar ook voor de ​zonden van de hele wereld”[3]. De kanttekenaars van de Statenvertaling vermelden daar nog bij: “Dat is, van alle mensen, die in de ganse wereld uit alle volken, nog in Hem zullen geloven”[4].

Het gaat erom dat wij geloven dat Jezus onze Redder is. Hij heeft voor onze zonden betaald. Dankzij Hem worden de beloften over vergeving van zonden en eeuwig leven waar.
In Johannes 11 maakt de Joodse hogepriester dat ongewild duidelijk. Leest u maar mee: “Maar een van hen, Kajafas, die de ​hogepriester​ van dat jaar was, zei tegen hen: U weet niets, en u overweegt niet dat het nuttig voor ons is dat één Mens sterft voor het volk, en niet heel het volk verloren gaat. Dit zei hij echter niet uit zichzelf, maar als ​hogepriester​ van dat jaar profeteerde hij dat ​Jezus​ sterven zou voor het volk, en niet alleen voor het volk, maar ook om de ​kinderen​ van God, overal verspreid, bijeen te brengen”[5].
Heel de wereld moet tot de erkenning komen dat Christus’ reddingswerk cruciaal is voor het leven. Hij is geslacht en heeft Zijn kinderen voor God gekocht met Zijn bloed, uit elke ​stam, taal, volk en natie[6].
Toen Arnold Karskens bij Kirjat-Arba ‘Jezus’ ontmoette was dat ongetwijfeld een mooie ervaring. Daar hoeven wij niets van af te doen.
Maar het is naïef om te denken dat Arnold nu op slag een gelovig man geworden is.

En wij?
Wij moeten ons niet laten misleiden.
Jezus is niet meer op aarde. De heilshistorie is verder gegaan. En dat is maar goed ook.
Wat is de les die Arnold Karskens ons ten langen leste geeft? Antwoord: wij moeten ons door Gods Woord laten stimuleren om achter de Heiland aan te gaan. Zoals  Psalm 2 het zegt:
“Kus de Zoon, opdat Hij niet toornig wordt en u onderweg omkomt,
wanneer Zijn toorn slechts even ontbrandt.
Welzalig allen die tot Hem de toevlucht nemen!”[7].

Noten:
[1] Geciteerd van https://www.trouw.nl/leven/ik-ga-het-niet-afzwakken-ik-heb-jezus-echt-ontmoet~b1f4983d/ ; geraadpleegd op dinsdag 14 januari 2020.
[2] Heidelbergse Catechismus – Zondag 18, antwoord 49.
[3] 1 Johannes 2:1 en 2.
[4] Geciteerd van https://www.statenvertaling.net/kanttekeningen/1Jh2.htm ; geraadpleegd op dinsdag 14 januari 2020.
[5] Johannes 11:49-52.
[6] Zie Openbaring 5:9: “En zij zongen een nieuw ​lied​ en zeiden: U bent het waard om de ​boekrol​ te nemen en zijn ​zegels​ te openen, want U bent geslacht en hebt ons voor God gekocht met Uw bloed, uit elke ​stam, taal, volk en natie”.
[7] Psalm 2:12.

30 augustus 2019

“Opdat wij zouden léven”

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Er wordt tegenwoordig veel over God gefilosofeerd. Geloof, dat moet kunnen. Nee, leg het christelijk geloof vooral niet aan een ander op. Maar als u geloven wilt – ach, waarom niet?

Geloof – dat is er, zegt men, in soorten.
Er is bijvoorbeeld het Jodendom.
En het taoïsme: de leer dat alles in evenwicht en in harmonie is.
En het shintoïsme: de van oorsprong Japanse godsdienst waarin men veel eerbied voor de natuur heeft.
En het boeddhisme: een stroming waarin men geweld afwijst, zuiver van geest wil zijn en er diverse ethische gedragsregels op na houdt.
En het hindoeïsme: in feite een grote verzameling wetten en regels voor het dagelijks leven
En de islam: de bekende godsdienst waarin men Allah aanbidt.
En dan nog het christendom natuurlijk[1].

In die wereld lezen wij enkele woorden uit de eerste algemene brief van de apostel Johannes. Hij schrijft: “Hierin is de ​liefde​ van God aan ons geopenbaard, dat God Zijn eniggeboren Zoon in de wereld gezonden heeft, opdat wij zouden leven door Hem”[2].

Wie is Johannes?
We lezen over hem in Marcus 1: “En toen Hij vandaar wat verdergegaan was, zag Hij ​Jakobus, de zoon van Zebedeüs, en ​Johannes, zijn broer, die in het schip de netten aan het herstellen waren. En meteen riep Hij hen, en zij lieten hun vader Zebedeüs in het schip achter met de loonarbeiders en gingen weg, Hem achterna”[3].
Johannes is dus een leerling van Jezus. Wij moeten hem niet verwarren met de neef van Jezus, die ook Johannes heet en aangeduid wordt als Johannes de Doper.

Geloof niet iedereen, schrijft Johannes. Luister en analyseer goed; en trek daarna pas conclusies. Sommige mensen beweren dat zij woorden van God spreken. Maar soms is dat niet waar.
Hoe weten u en ik dat iemand werkelijk spreekt over de God van hemel en aarde? We komen al een heel eind in de goede richting als erkend wordt dat de Here Jezus Christus als mens op deze aarde gekomen is.
De vraag is vervolgens: hoort de spreker bij God, of niet?
Wie God kent, weet dat Hij een en al liefde is. God heeft Zijn kinderen lief. Zo komt het dat kerkmensen ook elkaar liefhebben.
God heeft Zijn Zoon, de Here Jezus Christus, naar de aarde gestuurd om ons te redden.
Die Goddelijke liefde moet, in de kerk en daar buiten, het uitgangspunt zijn.

Mensen zijn maar al te vaak liefdeloos.
Over die liefdeloosheid doen allerlei verhalen de ronde.
Twee voorbeelden:
a.
Een paar jaar geleden schreef iemand: “Als ik met een cliënt aan de lijn ben, ervaar ik zelf heel veel liefde uit zo’n persoon. En tegelijkertijd merk ik dat dezelfde persoon het in zich heeft om iemand te kleineren, te breken, te benauwen. Doelbewust. Waarom? Omdat er een gewoonte is ontstaan om een bepaald negatief tot destructief gedrag te vertonen. Waarom? Omdat het een keuze is. Een vastgeroeste keuze!”[4].
b.
Iemand anders noteerde: “De strijd die wij ervaren in de vorm van pijn, verdriet, angst in ons eigen leven en het geweld en de liefdeloosheid in de wereld komt omdat we vergeten zijn wie we werkelijk zijn (….). We hebben keuzes gemaakt in vorige levens, en in dit leven, die ons steeds verder hebben afgedreven van onze Goddelijkheid. En nu zijn we op de weg terug. We herinneren ons dat we inderdaad allemaal gelijk zijn, dat we allemaal Goddelijk zijn, dat we inderdaad als individu beschikken over de Goddelijke kenmerken. En we gaan snappen dat we keuzes hebben gemaakt die niet in ons belang waren en waarvan we de gevolgen vaak nu nog ervaren in de vorm van problemen en belemmeringen. Dat is karma. Karma op aarde ontstaan, wordt ook op aarde weer opgeruimd. We zijn aan het opruimen”[5].

Welnu –
Gereformeerde mensen zullen de Schriftuurlijke werkelijkheid onder ogen moeten zien. Zij moeten erkennen dat zij altijd en overal met de erfzonde te maken hebben. Om met de Nederlandse Geloofsbelijdenis te spreken: de mens “heeft zich, door gehoor te geven aan het woord van de duivel, willens en wetens aan de zonde onderworpen en daarmee aan de dood en de vervloeking. Want het gebod ten leven dat hij ontvangen had, heeft hij overtreden en door zijn zonde heeft hij de gemeenschap met God, die zijn ware leven was, verbroken. Zo heeft hij zijn hele natuur verdorven en daarmee de lichamelijke en geestelijke dood verdiend. Doordat hij in al zijn doen en laten goddeloos, verkeerd en ontaard is geworden, heeft hij alle voortreffelijke gaven die hij van God had ontvangen, verloren. Hij heeft daarvan niets overgehouden dan geringe sporen, die niettemin voldoende zijn om de mens iedere verontschuldiging te ontnemen”[6].

Als wij dit alles tot ons door laten dringen, beseffen wij eens te meer hoe groot het wonder van Gods reddingsoperatie is.
Als het aan de mensheid ligt, eindigen alle wereldburgers ten langen leste op de vuilnisbelt. Maar God grijpt in: “Hierin is de ​liefde​ van God aan ons geopenbaard, dat God Zijn eniggeboren Zoon in de wereld gezonden heeft, opdat wij zouden leven door Hem”.
Met andere woorden: de liefde van God voor heel Zijn schepping is en blijft intens!

Het christendom is uniek[7].
Waarom?
1.
Reeds bij de schepping van de aarde blijkt de God van hemel en aarde volop actief te zijn.
2.
Het Koninkrijk van God is niet van deze wereld. Het toppunt van macht en kracht wordt niet op déze wereld bereikt.
3.
Men schrijft: “De gedetailleerde geschriften maken het mogelijk om tijden, plaatsen en mensen te verifiëren en worden door seculaire geschiedenis en archeologie bevestigd”.
4.
De Bijbelboeken zijn door verschillende auteurs geschreven. Jezus Christus schreef Zelf nota bene geen enkel boek!
5.
“Wij belijden dat dit Woord van God niet is voortgekomen uit de wil van een mens, maar dat mensen, door de Heilige Geest gedreven, van Godswege gesproken hebben, zoals de apostel Petrus zegt”[8].
6.
In de Bijbel wordt het verlossingsplan van God gepresenteerd. Dat is onvergelijkelijk! Men schrijft: “Het Hindoeïsme en het Boeddhisme maken aanspraak op ‘verbetering’ door middel van kringlopen van incarnatie en wedergeboorten, maar niet met de zekerheid van wanneer het doel van Moksha of Nirvana bereikt zal zijn. De Moslims denken dat ze zullen worden beoordeeld naar de balans van goede en slechte daden, maar ze hebben er geen idee van of ze de hemel in zullen gaan of niet”.
7.
Mensen kunnen hun redding niet verdienen. In alle andere religies wordt eigen actie gevraagd.

Vandaag de dag worden heel wat zelfhulpprogramma’s aangeboden. Dit programma is bewezen effectief, zegt men erbij. Of: dit programma heeft een wetenschappelijke basis. Jawel.
Laten Gereformeerden van 2019 de inzet van 1 Johannes 4 maar blijven repeteren: “Geliefden, geloof niet elke geest, maar beproef de geesten of zij uit God zijn; want er zijn veel valse profeten in de wereld uitgegaan”[9].
En laten zij maar eenvoudigweg genieten van Gods liefde!

Noten:
[1] Zie voor het bovenstaande bijvoorbeeld https://www.alletop10lijstjes.nl/top-10-grootste-religies/ ; geraadpleegd op vrijdag 23 augustus 2019.
[2] 1 Johannes 4:9.
[3] Marcus 1:19 en 20.
[4] Zie https://www.oprechtemediums.nl/liefdeloosheid-een-keuze/ ; geraadpleegd op vrijdag 23 augustus 2019.
[5] Zie https://www.nieuwetijdskind.com/wat-is-de-zin-van-het-leven/ ; geraadpleegd op vrijdag 23 augustus 2019.
[6] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 14.
[7] In het onderstaande gebruik ik http://www.gefundeerdgeloof.org/ja,-christendom-is-uniek.html ; geraadpleegd op vrijdag 23 augustus 2019. Ook de citaten onder punt 3 en punt 6 komen van die website.
[8] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 3.
[9] 1 Johannes 4:1.

17 januari 2019

1 Johannes 3 over mantelzorg

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

De Bijbel is een boek dat heel actueel is.
Het gaat bijvoorbeeld over mantelzorg. Mantelzorg in en vanuit de kerk, bedoel ik.

Dat zien we als we een ogenblik kijken naar de eerste algemene brief van Johannes.
In hoofdstuk 1 komt het woord ‘gemeenschap’ vier keer voor[1]. Dat woord gemeenschap betekent daar: broederschap, gezamenlijkheid in geloof, verbonden aan Jezus Christus.

De Heiland heeft laten zien wat het toppunt van liefde is.
In 1 Johannes 3 staat het zo: “Hieraan leerden wij de ​liefde​ kennen, dat Hij voor ons Zijn leven heeft gegeven”[2].

Mensen die aan de Heiland verbonden zijn, hebben veel – zo niet alles – voor hun broeders en zusters over.
“Ook wij moeten voor de broeders het leven geven. Wie dan de goederen van de wereld heeft, en zijn broeder gebrek ziet lijden, maar zijn ​hart voor hem toesluit, hoe kan de ​liefde​ van God in hem blijven?”[3].
Vergelijkt u het maar met liefde tussen twee mensen. Je helpt elkaar waar je kunt. Met het beste materiaal waarmee dat kan. Op de tijdstippen dat het moet.

Wij moeten elkaar in de kerk verder helpen.
Mantelzorg dat is niet zelden een kwestie van lange adem. Met name oudere mensen zijn niet zelden hulpbehoevend. Zeker in een tijd als de onze gebeurt het nogal eens dat bepaalde klussen blijven liggen. Beroepszorgers doen vaak wel hun best, maar de realiteit is dat zij niet overal tijd voor hebben. De bloemen in de vensterbank, de vuilniszak in de prullenmand, het opruimen van een kamer in huis – ach, het blijft er zomaar bij. Bij ouderen ontbreekt nogal eens de energie om er wat aan te doen.
Wat kunnen mantelzorgers in zulke situaties reuze waardevol zijn!
Het is, ook vandaag, van het hoogste belang om elkaar in de praktijk van het leven te ondersteunen.

Een exegeet schrijft: “Wanneer geloof vrucht draagt, blijkt het echt te zijn. Op grond van het daadwerkelijk liefhebben van hun medechristenen weten de lezers dat het goed zit tussen God en hen (…). Op basis van deze zekerheid kunnen ze hun geweten kalmeren wanneer geloofstwijfel de kop mocht opsteken. En als dat niet lukt, mogen ze weten dat God alles weet”[4].
Wie met God leeft, ontvangt rust.

Dat klinkt prachtig.
Ideaal.
Paradijselijk bijna.

Maar ach – soms blijven we steken in formules[5].
Soms zijn we er met ons hart niet bij. Wij beloven dat we de Here met al onze krachten zullen dienen en nu ja – wat brengen we er van terecht? Niet zo heel veel. En dan staat in 1 Johannes 3 ook nog: “Mijn lieve ​kinderen, laten wij niet ​liefhebben​ met het woord of met de tong, maar met de daad en in waarheid”[6].
En je vraagt je in gemoede af: walst Johannes hier niet met overigens bewonderenswaardige soepelheid over onze problemen heen? Immers – een dag heeft maar vierentwintig uur. Ons leven is hectisch. En we kunnen niet alles tegelijk – zegt u nu zelf. Bovendien – u weet vast wel wat het probleem van mantelzorgers is: balanceren tussen zorgen, gezin, school, werk, sporten van de kinderen…

Toch heeft Johannes heeft wel degelijk oog voor de realiteit van het leven.
Want er staat wat bij.
“En hieraan weten wij dat wij uit de waarheid zijn, en zo zullen wij ons ​hart​ voor Hem geruststellen. Want als ons ​hart​ ons veroordeelt, God is meer dan ons ​hart, en Hij weet alle dingen”[7].
Jazeker, er gaat in ons leven heel veel fout. Tekortkomingen zijn telkens aan de orde van de dag.
Maar we weten vast en zeker: Jezus Christus is voor onze zonden gestorven. En we willen elkaar werkelijk liefhebben. En waarom? Omdat God het zegt. Punt. Zulke belijders zijn en blijven welkom bij Gods troon.
Om met Johannes te spreken: “Geliefden! Als ons ​hart​ ons niet veroordeelt, hebben wij vrijmoedigheid om tot God te gaan; en wat wij ook maar ​bidden, ontvangen wij van Hem, omdat wij Zijn geboden in acht nemen en doen wat Hem welgevallig is. En dit is Zijn gebod: dat wij geloven in de Naam van Zijn Zoon, ​Jezus​ ​Christus, en dat wij elkaar ​liefhebben, zoals Hij ons een gebod gegeven heeft. En wie Zijn geboden in acht neemt, blijft in Hem en Hij in hem. En hieraan weten wij dat Hij in ons blijft, namelijk aan de Geest, Die Hij ons gegeven heeft”[8].

Ja, er is altijd veel werk in de kerk.
En dan gaat het in eerste instantie niet over managing, of over leiderschap, of over diverse bestuursconcepten.
Er is onderwijzing nodig.
En vertroosting, vooral.
En hulp, heel vaak.
Maar wij mogen weten: de Heilige Geest woont in ons hart. En daarom beschikken wij over voldoende Geestelijke spankracht.

Laten wij daarom het advies van de Prediker maar opvolgen: “Alles wat uw hand vindt om te doen, doe dat naar uw vermogen”[9].

Noten:
[1] Namelijk in vers 3 (2 keer), en in de verzen 6 en 7.
[2] 1 Johannes 3:16 a.
[3] 1 Johannes 3:16 b en 17.
[4] Pieter J. Lalleman, “1, 2 en 3 Johannes; brieven van een kroongetuige”. – Kampen: Uitgeverij Kok, 2005; tweede druk 2008. – p. 181.
[5] In het onderstaande gebruik ik onder meer mijn artikel ‘Waarheid’; dat artikel is gedateerd op vrijdag 14 oktober 2005.
[6] 1 Johannes 3:18.
[7] 1 Johannes 3:19 en 20.
[8] 1 Johannes 3:21-24.
[9] Prediker 9:10 a.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.