gereformeerd leven in nederland

18 oktober 2019

God zorgt voor de rest

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

De Bijbelboeken 1 en 2 Koningen zijn niet bepaald troostvol. Het is de trieste gang van zaken gedurende vele, vele jaren. Zonde en oorlog zijn aan de orde van de dag.

Laten we het rijtje van de koningen van Juda een ogenblik aanschouwen:

Rehabeam 903 voor Christus – 887 voor Christus
Abia (of: Abiam) 886 voor Christus – 884 voor Christus
Asa 884 voor Christus – 843 voor Christus
Josafat 843 voor Christus – 817 voor Christus
Joram 826 voor Christus – 815 voor Christus
Ahazia 814 voor Christus
Atalia 814 voor Christus – 807 voor Christus
Joas 807 voor Christus – 767 voor Christus
Amazia 767 voor Christus – 738 voor Christus
Uzzia 727 voor Christus – 679 voor Christus
Jotham 679 voor Christus – 660 voor Christus
Achaz 660 voor Christus – 643 voor Christus
Hizkia 645 voor Christus – 617 voor Christus
Manasse 617 voor Christus – 562 voor Christus
Amon 562 voor Christus – 560 voor Christus
Josia 560 voor Christus – 529 voor Christus
Joahaz 529 voor Christus
Jojakim 529 voor Christus – 518 voor Christus
Jojachin 518 voor Christus
Zedekia 518 voor Christus – 507 voor Christus[1].

Die lange rij verraadt al dat de stabiliteit in Juda heel vaak niet erg groot is. Het gaat maar door en er verandert bitter, bitter weinig.

Een tweetal citaten uit de geschiedenis van Abia:
“In het achttiende jaar nu van ​koning​ Jerobeam, de zoon van Nebat, werd ​Abia​ ​koning​ over Juda. Hij regeerde drie jaren in ​Jeruzalem​ en de naam van zijn moeder was Maächa, de dochter van Abisalom. Hij wandelde overeenkomstig alle ​zonden​ van zijn vader, die deze vóór hem gedaan had, en zijn ​hart​ was niet volkomen met de HEERE, zijn God, zoals het ​hart​ van zijn vader ​David”[2].
En:
“Er was ​oorlog​ geweest tussen Rehabeam en Jerobeam, al de dagen van zijn leven. Het overige nu van de geschiedenis van ​Abia, en al wat hij gedaan heeft, is dat niet beschreven in het ​boek​ van de kronieken van de koningen van Juda? Er was ook ​oorlog​ tussen ​Abia​ en Jerobeam. En ​Abia​ ging te ruste bij zijn vaderen, en zij ​begroeven​ hem in de stad van ​David. En Asa, zijn zoon, werd ​koning​ in zijn plaats”[3].
Dat is allemaal weinig luisterrijk!

Een internetencyclopedie vermeldt: “Aan het begin van zijn regeerperiode voerde Abia oorlog tegen koning Jerobeam van Israël in een poging beide landen weer te verenigen. Ondanks de overmacht van de Israëliers, wist Abia de slag te winnen en niet minder dan 500.000 soldaten van Israël kwamen om het leven. Abia veroverde de steden Betel, Jesana en Efron.
Abia had veertien vrouwen, bij wie hij tweeëntwintig zonen en zestien dochters verwekte”[4].
Abia is maar een paar jaar aan de macht geweest. Maar men krijgt de indruk dat het er in zijn leven oorlogszuchtig en wild aan toe ging!

Toegegeven – in onze tijd zijn regeerders meestentijds wat langer aan de macht.
Maar een paar zaken herkennen we zeker wel:
* “en zijn ​hart​ was niet volkomen met de HEERE”.
* “en er was oorlog”
* “En ​Abia​ ging te ruste bij zijn vaderen, en zij ​begroeven​ hem”.
Ten diepste lijkt er in 2019 weinig gewijzigd te zijn: er is nog veel ellende in de wereld en nu ja, de wereldgeschiedenis gaat verder…

Terug naar 1 Koningen 15.
Men zou zich kunnen afvragen: kan er aan die maatschappelijke janboel niet beter een eind gemaakt worden? Wat moet je met die chaos? Heeft het nog wel zin om die bende overeind te houden?
Ja, toch wel. Want 1 Koningen 15 meldt ook: “Maar omwille van ​David​ gaf de HEERE, zijn God, hem een ​lamp​ in ​Jeruzalem​ door na hem zijn zoon te doen opstaan en door ​Jeruzalem​ in stand te houden, omdat ​David​ gedaan had wat juist was in de ogen van de HEERE, en niet was afgeweken van alles wat Hij hem had geboden, alle dagen van zijn leven, behalve in de zaak van Uria, de ​Hethiet”[5].
Een uitlegger tekent hierbij aan: “Omwille van David maakt de HEERE geen eind aan zijn huis. Hij houdt in Jeruzalem een lamp voor David. Dat wil zeggen dat het licht niet uitgaat. De HEERE bewaart een getuigenis voor Zichzelf, naar het woord dat de profeet Ahia heeft gesproken (…). Gelukkig heeft God ook in onze dagen Iemand ter wille van Wie Hij niet definitief met ons afrekent”[6].

Welke profetie heeft Ahia uitgesproken? Dat weten we uit 1 Koningen 11. “En aan zijn zoon zal Ik één ​stam​ geven, zodat Mijn dienaar ​David​ alle dagen een ​lamp​ voor Mijn aangezicht zal hebben in ​Jeruzalem, de stad die Ik voor Mij heb ​verkozen​ om Mijn Naam daar te vestigen”[7].
De Here houdt Juda in stand. De Here houdt Jeruzalem in stand. En waarom? Omdat de Here God daar Zijn Naam vestigt.

Van daaruit gaat de Goddelijke victorie over de wereld. Gods licht blijft branden. Met Jezus Christus, de Heiland, komt er – om met Simeon in Lucas 2 te spreken – “licht om de heidenen te verlichten en om Uw volk Israël te verheerlijken”[8].

Laten we het vandaag zo zeggen: de God van hemel en aarde zorgt voor de rest. De rest – dat is Zijn kerk. Het is zoals het in Openbaring 3 staat, in verband met de kerk in Philadélphia: “Zie, Ik heb voor uw ogen een geopende deur gegeven en niemand kan die sluiten, want u hebt weinig kracht en toch hebt u Mijn Woord in acht genomen en Mijn Naam niet verloochend”[9].

Wij leven in een wereld waarin de mensheid bijna ongemerkt een elfde gebod heeft geformuleerd: gij zult zelfredzaam zijn.
Iemand gaf de volgende rake typering: “We leven in een cultuur waarin normaal gesproken voor ieder probleem een oplossing is. Een maakbare wereld die doorwerkt in onze benadering van de dokter, en in zijn benadering van ons. Wij denken alles te kunnen ‘fixen’. Ook de dokter zoekt naar allerlei manieren om een kwaal klein te krijgen. En als het niet opgelost kan worden, vinden we het oneerlijk”[10].
Zelfredzaamheid – dat is bij uitstek het product van de seculiere wereld. En laten wij ons niet vergissen: die seculiere wereld bevindt zich vlak naast de kerk van de Here. Wie de kerk uitloopt staat meteen midden in die wereld.
En u begrijpt: het lijkt 1 Koningen 15 wel!

Zeg niet dat Abia de Here niet kent. Want zo staat dat niet in 1 Koningen 15. Er staat: “zijn ​hart​ was niet volkomen met de HEERE, zijn God”[11]. Abia leeft wel een beetje met God, maar net niet helemaal.
En het kan in de kerk van 2019 zomaar net zo gaan.
Als dat gebeurt gaat het licht dat God ons geeft onzeker flakkeren.
Laten wij maar in de kerk blijven. En dicht bij het Woord. En laten wij het dan maar meezingen:
“Uw woord is als een lamp, een helder licht,
een schijnsel op mijn pad, een eeuwig baken
dat in de duisternis mijn schreden richt”[12].

Noten:
[1] Zie https://nl.wikipedia.org/wiki/Lijst_van_koningen_van_Juda ; geraadpleegd op vrijdag 4 oktober 2019.
[2] 1 Koningen 15:1, 2 en 3.
[3] 1 Koningen 15:6, 7 en 8.
[4] Geciteerd van https://nl.wikipedia.org/wiki/Abia_van_Juda ; geraadpleegd op vrijdag 4 oktober 2019.
[5] 1 Koningen 15:4 en 5.
[6] Geciteerd van https://www.oudesporen.nl/Download/OS1663.pdf , p. 159; geraadpleegd op vrijdag 4 oktober 2019.
[7] 1 Koningen 11:36.
[8] Lucas 2:32.
[9] Openbaring 3:8.
[10] Geciteerd van http://archief.luisterpost.nl/ ; geraadpleegd op vrijdag 4 oktober 2019. Het betreft de introductie van een lezing van de Gereformeerd-vrijgemaakte predikant J. van Houwelingen over medische fix-it cultuur.
[11] 1 Koningen 15:3 b.
[12] Dit zijn de eerste drie regels van Psalm 119:40 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.

11 maart 2019

Blije kerk

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

“Juda en Israël waren met velen, zo talrijk als het zand dat aan de zee is. Zij aten en dronken en waren blij”[1].
Dat is de typering van Salomo’s regering in 1 Koningen 4.

Betere karakteristiek van een land bestaat er toch niet? Kom daar vandaag eens om! Goed, de mensen in Nederland zijn, over het algemeen, gelukkig. Maar echt blij met het leven? Nee, dat niet.

In Juda en Israël is dat heel anders.
En dat terwijl er een tamelijk ingrijpende staatshervorming plaatsvindt.
Een exegeet noteert: “Salomo hervormt de staatkundige indeling van Israël grondig. Het rijk wordt verdeeld in twaalf districten die elk een maand lang inkomsten moeten leveren aan het hof (…) Zo moet heel Israël Salomo’s bestuursapparaat ondersteunen. Door het gezag in Jeruzalem te concentreren beperkt hij de autonomie van de stammen zelf”[2].
En nee, er komen geen protesten.
Iedereen is blij en tevree.
We schrijven ongeveer 972-932 vóór Christus[3]. En iedereen is blij. Bij Salomo, daar moet je wezen. Daar heb je een mooi leven. Daar zijn welvaart en welzijn aan de orde van de dag.

Echter, bij nader inzien ebt dat gevoel vrij snel weg.
Dat blijkt bijvoorbeeld wel in 1 Koningen 12: “Toen kwam Jerobeam, met heel de ​gemeente​ van Israël, en zij spraken tot Rehabeam: Uw vader heeft ons ​juk​ hard gemaakt; maakt u het harde dienstwerk voor uw vader en zijn zware ​juk, dat hij ons heeft opgelegd nu lichter, dan zullen wij u dienen.
Hij zei tegen hen: Ga en kom over drie dagen bij mij terug. En het volk ging weg. Koning​ Rehabeam pleegde overleg met de ​oudsten​ die bij zijn vader ​Salomo​ in dienst waren geweest, toen die nog leefde, en zei: Wat raadt u aan om dit volk te antwoorden?”[4].

Zeker, ongeveer in het midden van Salomo’s regeerperiode is er geen vuiltje aan de lucht.
Tenminste, zo lijkt het.
Maar de werkelijkheid is anders.

Want wie Gods Woord goed leest, merkt al snel dat Salomo zich niet in alles aan Gods wetten en regels houdt[5].
Leest u eerst maar mee in Deuteronomium 17: “Maar hij mag voor zichzelf niet veel paarden aanschaffen en het volk niet laten terugkeren naar ​Egypte​ om veel paarden aan te schaffen, omdat de HEERE tegen u gezegd heeft: U mag nooit meer langs deze weg terugkeren. Ook mag hij voor zichzelf niet veel vrouwen nemen, anders zal zijn ​hart​ afwijken. Hij mag voor zichzelf ook niet al te veel zilver en goud nemen”[6].
Vervolgens staat in 1 Koningen 4: “Salomo​ had ook veertigduizend paardenstallen voor zijn wagens, en twaalfduizend ruiters. Die opzichters verzorgden, ieder in zijn maand, het levensonderhoud van ​koning​ ​Salomo​ en van iedereen die tot de tafel van ​koning​ ​Salomo​ naderde. Aan niets lieten zij het ontbreken”[7].
In 1 Koningen 10 staat een uitgebreid verhaal over Salomo’s vermogen. Puissant rijk is hij! Vele strijdwagens heeft hij. En duizenden ruiters bovendien[8].
En tenslotte 1 Koningen 11. Dat Schriftgedeelte tilt Salomo echt van zijn voetstuk: “Koning​ ​Salomo​ had veel uitheemse vrouwen lief, en dat naast de dochter van de ​farao: ​Moabitische, ​Ammonitische, Edomitische, Sidonische, en Hethitische vrouwen, uit de volken waarvan de HEERE tegen de Israëlieten had gezegd: U mag niet naar hen toe gaan en zij mogen niet bij u komen. Zij zouden ongetwijfeld uw ​hart​ doen afwijken, achter hun ​goden​ aan. Aan hen hechtte ​Salomo​ zich in ​liefde. Hij had zevenhonderd vrouwen – vorstinnen – en driehonderd bijvrouwen. Zijn vrouwen deden zijn ​hart​ afwijken. Het was in de tijd van ​Salomo’s ouderdom dat zijn vrouwen zijn ​hart​ deden afwijken, achter ​andere ​goden​ aan, zodat zijn ​hart​ niet volkomen was met de HEERE, zijn God, zoals het ​hart​ van zijn vader ​David”[9].

Die luisterrijke Salomo is niet zo magnifiek als hij er uitziet!
Die sterke Salomo grossiert toch in zwaktes.
Wat een tegenvaller!
Juda en Israël zijn in 1 Koningen 4 reuze blij. Er is vrede. Hoogconjunctuur geeft de toon aan.
Het lijkt allemaal zo prachtig.
Maar de buitenkant is voos. Breekbaar. Frêle. Fragiel.
Wat blijft er over van de vreugde van 1 Koningen 4?

Anno Domini 2019 hoeft die blijdschap niet zachtjes weg te spoelen[10].
Dat wordt duidelijk als wij Micha 5 erbij nemen. Ik citeer: “En u, Bethlehem-Efratha, al bent u klein om te zijn onder de duizenden van Juda, uit u zal Mij voortkomen Die een Heerser zal zijn in Israël. Zijn oorsprongen zijn van oudsher, van eeuwige dagen af. Daarom zal Hij hen overgeven tot de tijd dat zij die baren zal, gebaard heeft. Dan zal de rest van Zijn broeders zich bekeren, met de Israëlieten. Hij zal staan en hen weiden in de kracht van de HEERE, in de majesteit van de Naam van de HEERE, Zijn God. Zij zullen veilig wonen, want nu zal Hij groot zijn tot aan de einden van de aarde[11].

Met andere woorden: dat koninkrijk van Salomo ziet er van buiten mooi uit, maar het is slechts een tijdelijk rijk.

Het eeuwige Koninkrijk wordt opgericht en ingericht door Jezus Christus, onze Heiland.
Het is dat Koninkrijk waarover het – bijvoorbeeld – in Mattheüs 12 gaat. Jezus zegt: “Maar als Ik door de ​Geest van God​ de demonen uitdrijf, dan is het ​Koninkrijk van God​ bij u gekomen”[12].
Het is dat Koninkrijk waarover het – bijvoorbeeld – in Marcus 1 gaat: “En nadat Johannes overgeleverd was, ging ​Jezus​ naar Galilea en predikte het ​Evangelie​ van het ​Koninkrijk van God, en Hij zei: De tijd is vervuld en het ​Koninkrijk van God​ is nabijgekomen; bekeer u en geloof het ​Evangelie”[13].

Zij aten en dronken en waren blij – zo ging dat in Juda en Israël.
De kerk in Nederland heeft ook alle reden om blij te zijn. Laten wij niet vergeten om dat met regelmaat te tonen!

Noten:
[1] 1 Koningen 4:20.
[2] Geciteerd uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij 1 Koningen 4:1-20.
[3] Zie voor deze datering Prof. dr. C. van Gelderen, “De boeken der Koningen; opnieuw uit den grondtekst vertaald en verklaard”, eerste deel. – Kampen: J.H. Kok, 1926. – p. 19.
[4] 1 Koningen 12:3 b-6.
[5] In het onderstaande gebruik ik onder meer http://www.bijbelgemeente.be/wp-content/uploads/2016/01/Koningen-Les-3-God-straft-Salomo.pdf ; geraadpleegd op donderdag 7 maart 2019.
[6] Deuteronomium 17:16 en 17.
[7] 1 Koningen 4:26 en 27.
[8] 1 Koningen 10:26.
[9] 1 Koningen 11:1-4.
[10] In het onderstaande gebruik ik onder meer https://www.holyhome.nl/de%20theocratie%20in%20het%20oude%20testament.pdf ; geraadpleegd op donderdag 7 maart 2019.
[11] Micha 5:1, 2 en 3.
[12] Mattheüs 12:28.
[13] Marcus 1:14 en 15.

14 september 2018

Doodsbedreigingen

Toegegeven, de titel boven dit artikel ziet er niet erg aantrekkelijk uit.
Een doodsbedreiging – daar word je niet blij van.
Ons hart trilt niet van vreugde. Integendeel. Misschien beeft het wel van vrees.
Want zegt u nu zelf: doodsbedreigingen zijn aan de orde van de dag.

Geachte lezers, ik beloof u dat dit artikel troostrijk eindigt.
Want de dreiging van de dood hoeft ons op deze aarde niet te verpletteren. Zeker niet!

Ik zet twee recente nieuwsberichten onder elkaar.
1.
“Op het Centraal Station in Den Haag is een man van 26 opgepakt. Hij had op Facebook een filmpje gezet waarin hij Geert Wilders met de dood bedreigt vanwege de cartoonwedstrijd die de PVV over de profeet Mohammed wil houden. De video is gemaakt op Den Haag Centraal en de man spreekt Urdu, de nationale taal van Pakistan”[1].
2.
“Burgemeester Frank van der Meijden van de Brabantse gemeente Laarbeek is eind vorig jaar met de dood bedreigd. Dat meldt het Eindhovens Dagblad. Vrijdag staat een 18-jarige Syriër in de zaak voor de rechter in Den Bosch. Hij moet zich verantwoorden voor ‘verbale bedreiging met enig misdrijf tegen het leven’.
De gemeente Laarbeek doet verder geen mededelingen over de doodsbedreiging, omdat het de zaak niet wil beïnvloeden. Wel is duidelijk dat de gemeente het huis van de burgemeester extra heeft laten beveiligen sinds de bedreiging”[2].

Dat brengt ons bij Zondag 2 van de Heidelbergse Catechismus. U weet wel: “…naar mijn aard ben ik erop uit om God en mijn naaste te haten”[3].

In de Bijbel hebben Zijn woordvoerders, de profeten, ook met doodsbedreigingen te maken.
Neem bijvoorbeeld Elia, in 1 Koningen 19.

Het verhaal gaat als volgt.
“Achab​ vertelde ​Izebel​ alles wat ​Elia​ had gedaan, en hoe hij allen, te weten al de ​profeten, met het ​zwaard​ had gedood.
Toen stuurde ​Izebel​ een bode naar ​Elia​ om te zeggen: De ​goden​ mogen zó en nog erger met mij doen, als ik morgen om deze tijd uw leven niet zal maken als het leven van één van hen. Toen hij dat zag, stond hij op en vluchtte voor zijn leven. Hij kwam in Berseba, dat aan Juda toebehoort, en liet zijn knecht daar achter.Hijzelf liep echter een dagreis de woestijn in, ging onder een bremstruik zitten en bad om te mogen sterven. Hij zei: Het is genoeg. Neem nu mijn leven, HEERE, want ik ben niet beter dan mijn vaderen.
Hij ging onder een bremstruik liggen slapen, en zie, een ​engel​ raakte hem aan en zei tegen hem: Sta op, eet. Hij keek op, en zie, aan zijn hoofdeinde lag een koek, op kolen ​gebakken, en een kruik water. Hij at en dronk en ging vervolgens weer liggen. De ​engel​ van de HEERE kwam voor de tweede maal, raakte hem aan en zei: Sta op, eet, want de weg zou te zwaar voor u zijn. Toen stond hij op, at en dronk, en liep door de kracht van dat voedsel veertig dagen en veertig nachten, tot aan de berg van God, de ​Horeb”[4].

Elia slaat op de vlucht. Menselijkerwijs gesproken is dat zeker verklaarbaar. Immers, wie gevaar loopt, zoekt een schuilplaats.
Toch had Elia dat niet hoeven doen.
Wij lezen: “Toen hij dat zag, stond hij op en vluchtte voor zijn leven”.
Elia was blind geworden voor de kracht en de macht van de Here.

Dat is leerzaam, ook in 2018.
Wie de wil van de Here doet, mag rekenen op Zijn bescherming.
In onze tijd worden bestuurders bedreigd. Daarom worden zij beveiligd. En dat is heel goed. Maar daarbij geldt ook: doen zij de wil van de hemelse God? Als dat het geval is, mogen die bestuurders rekenen op beveiliging van bovenaf.

“Elia​ was een mens net zoals wij”, schrijft Jacobus in hoofdstuk 5[5].
Wij kunnen dus best begrip voor Elia tonen. Ieder mens heeft zo z’n bange momenten.
Maar een gelovig mens moet zich vervolgens ook realiseren dat de Here permanent in zijn leven aanwezig is.

Doodsbedreigingen komen van de duivel. Van de tegenstander van God dus.
De duivel weet trouwens heel precies aan wie hij zijn bedreigingen moet adresseren.

Dat blijkt wel heel duidelijk in Mattheüs 2.
Daar wordt het kind Jezus bedreigd. In Mattheüs 2 staat het zo: “Nadat zij vertrokken waren, zie, een ​engel​ van de Heere verschijnt ​Jozef​ in een ​droom​ en zegt: Sta op, en neem het ​Kind​ en Zijn moeder met u mee, en vlucht naar Egypte, en blijf daar totdat ik het u zal zeggen, want Herodes zal het ​Kind​ zoeken om Het om te brengen. Hij stond dan op, nam het ​Kind​ en Zijn moeder in de nacht met zich mee en vertrok naar Egypte. En hij bleef daar tot de dood van Herodes…”[6].

In Openbaring 12 komen we ook een doodsbedreiging tegen.
Leest u maar even mee.
“En er verscheen een ander teken in de hemel. En zie: een grote vuurrode ​draak​ met zeven koppen en tien hoorns. En op zijn koppen zeven diademen. En zijn staart veegde het derde deel van de sterren van de hemel en wierp die op de aarde. En de ​draak​ stond voor de vrouw, die op het punt stond te baren, om haar ​Kind​ te verslinden, zodra zij Het gebaard zou hebben. En zij baarde een Zoon, een mannelijk Kind, dat alle heidenvolken zal hoeden met een ijzeren staf. En haar ​Kind​ werd weggerukt naar God en naar Zijn troon. En de vrouw vluchtte naar de woestijn, waar zij een plaats had, die door God voor haar gereedgemaakt was, opdat men haar daar zou voeden twaalfhonderdzestig dagen”[7].
Dat betekent in ieder geval dit:
* God grijpt reddend in
* alle aanslagen die de duivel op de Heiland plegen wil, zijn tot mislukken gedoemd
* Gods Zoon staat onder speciale bescherming van Zijn Vader.
* Jezus Christus, onze Heiland, heeft alle macht; zowel in de hemel als op de aarde.

Daarom zijn Gods kinderen op aarde zo goed beschermd.
Daarom hoeven Gods kinderen op aarde niet bang te zijn.

Doodsbedreigingen zijn aan de orde van de dag. Zo begon dit artikel. En ieder die in de wereld rondkijkt kan dat beamen.
Maar doodsbedreigingen zijn er altijd geweest.
Doodsbedreigingen zullen er altijd wezen.

“U zult uw naaste ​liefhebben​ als uzelf”, leert Jezus ons in Mattheüs 22. En Zondag 2 van de Heidelbergse Catechismus neemt dat onderwijs over[8]. In onze wereld zijn we daar nog ver, heel ver vandaan.

Die doodsbedreigingen zijn, ten principale, allemaal boodschappen van de duivel.
Impliciet vraagt hij aan alle wereldburgers: ziet u wel hoeveel macht ik heb?

Gods kinderen mogen zeggen:
* ja, die macht zien wij wel; maar we weten dat onze God veel meer macht heeft
En:
* Hij heeft alle macht in heel de kosmos; ja, overal en nergens.
* en aan het kruis is gebleken: onze Heiland kan de satan aan!

Elia was in 1 Koningen 19 blind geworden voor de kracht en de macht van de Here.
Welaan, laten wij onze ogen maar open houden.
De wereldhistorie is verder gegaan.
Onze Heiland is gekomen. Hij heeft de dood overwonnen.

Daarom kunnen wij zondermeer instemmen met Psalm 27:
“Al zou mij ook een legermacht omringen,
ik vrees niet, maar verlaat mij op de HEER.
Al willen zij mij door de strijd bedwingen,
ik steun op God en leg mij rustig neer.
Sterk blijft mijn hart in nood en krijgsgevaar,
want God is met mij, Hij verlaat mij niet.
Hij is het die het krijgsperk overziet.
Zijn sterke arm helpt altijd wonderbaar”[9].

Noten:
[1] Zie https://nos.nl/artikel/2247921-man-aangehouden-die-in-video-wilders-met-dood-bedreigt.html ; geraadpleegd op woensdag 29 augustus 2018.
[2] Zie https://nos.nl/artikel/2248004-burgemeester-van-brabantse-laarbeek-met-dood-bedreigd.html ; geraadpleegd op woensdag 29 augustus 2018.
[3] Heidelbergse Catechismus – Zondag 2, antwoord 5.
[4] 1 Koningen 19:1-8.
[5] Jacobus 5:17 a.
[6] Mattheüs 2:13, 14 en 15 a.
[7] Openbaring 12:3-6.
[8] Mattheüs 22:39 b; Heidelbergse Catechismus – Zondag 2, antwoord 4.
[9] Psalm 27:2 (berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986).

3 september 2018

Kern van kerkelijk leven

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Er zijn, alleen al in Nederland, veel kerkgenootschappen. Heel veel.

Een jongere schreef een paar maanden geleden in het Reformatorisch Dagblad: “Het is mijn ervaring dat in de gereformeerde gezindte de verschillen tussen kerken en christenen meer nadruk krijgen dan de dingen die ons samenbinden.
Het doet me pijn dat hierbij met de vinger naar andere reformatorische kerken wordt gewezen, zo van: ‘wat daar geleerd wordt, is niet goed, alleen bij ons wordt de ware leer gepreekt’ – ook al wordt dat laatste vaak niet met zoveel woorden gezegd. Ik weet hierdoor niet waar ik met mijn geloofsvragen terechtkan.
Om antwoorden te vinden, las ik veel boeken, zowel oudvaders als nieuwere literatuur. Ook sprak ik veel mensen uit verschillende hoeken van het reformatorische spectrum, maar zij gaven verschillende antwoorden op mijn vragen. Het verwart mij dat er zo veel verschillende opvattingen zijn over onderwerpen als de toe-eigening van het heil, of over wanneer je mag aangaan aan het heilig avondmaal. De verschillende kerken baseren allemaal hun theologische gedachtegoed op de Bijbel, terwijl we dezelfde Bijbel hebben. Dat maakt de vragen voor mij alleen maar groter”[1].

De vraagtekens van hierboven zijn, naar ik aanneem, heel herkenbaar.

We moeten uitgaan van elkaars integriteit, zei iemand in reactie op die jongere[2].
Zeker, het is goed om oprechtheid als uitgangspunt te nemen.

Over de boven omschreven zaak valt natuurlijk nog wel veel meer te zeggen.
In het onderstaande worden een viertal punten aangestipt.
Het gaat er daarbij niet om het onderwerp van de kerkkeuze helder neer te zetten.
In dit artikel draait het met name om de vraag: waar moet het in de kerkdienst en in het kerkelijk leven om gaan?

Gods Woord heeft altijd voorrang
In 1 Koningen 13 zien we wat er gebeurt als mensen hun godsdienst zelf vorm gaan geven.
Jerobeam, koning van het tienstammenrijk, vindt het niet goed dat zijn volk voor het brengen van offers naar Jeruzalem. Jeruzalem ligt in het tweestammenrijk, in het buurland.
Daarom maakt hij twee gouden kalveren.
Dat zijn dure beelden.
En dat terwijl God helemaal niet via beelden gediend wil worden. Het staat zo duidelijk in Zijn wet: “U zult voor uzelf geen beeld maken, geen enkele afbeelding van wat boven in de hemel, of beneden op de aarde of in het water onder de aarde is. U zult zich daarvoor niet neerbuigen, en die niet dienen, want Ik, de HEERE, uw God…”[3].
Trouwens, in Exodus 32 heeft Israël ook al een gouden kalf gemaakt. Wat was de Here God daar toornig over geweest!
Maar Jerobeam trekt zich van dat alles niets aan.
Hij wil niet dat zijn onderdanen teveel binding met het buurland krijgen. En bovendien: het is veel makkelijker om twee offerplaatsen in eigen land te hebben…
Het staat er in 1 Koningen 13 bij: “Dit werd aanleiding tot ​zonde”[4]. De zonde van Jerobeam vermenigvuldigt zich, om zo te zeggen. De onderdanen van Jerobeam gaan ook zondigen.
Als mensen zich in de kerk op de voorgrond dringen is het oppassen geblazen!

Woordverkondiging gaat voor variatie
Paulus schrijft in 2 Timotheüs 4: “Want er zal een tijd komen dat zij de gezonde leer niet zullen verdragen, maar dat zij zullen zoeken wat het gehoor streelt, en voor zichzelf leraars zullen verzamelen overeenkomstig hun eigen begeerten. Ze zullen hun gehoor van de waarheid afkeren en zich keren tot verzinsels”[5].
In de tijd van Timotheüs waren er voorgangers die heel wat misstanden in de gemeente – seksueel misbruik bij voorbeeld, maar lieten lopen. Ze traden er niet tegen op.
Een exegeet noteert: er staat “letterlijk, dat ‘het oor jeukt’ men heeft dus voortdurend behoefte iets godsdienstigs te horen om deze ‘jeuk’ te bevredigen (…). Daartoe heeft men aan één leraar – Timotheüs – niet genoeg”[6].
Wat gebeurt hier?
De leden van de kerk hebben voortdurend behoefte aan iets nieuws. Waarom? Omdat, menen zij, de boodschap van de Bijbel op meerdere manieren kan worden geïnterpreteerd en geformuleerd. Die variatie is reuze aantrekkelijk.
Van de weeromstuit doen de sprekers verwoede pogingen hun uiterste best om het hunkerend gepeupel tevreden te stellen. De sprekers en voorgangers moeten niet al te streng zijn; anders lopen de luisteraars weg…
Intussen wordt aan Gods Woord afbreuk gedaan. In de praktijk heeft de Bijbel niet zoveel meer te zeggen. ‘De preken zijn nog goed’, zeggen de mensen misschien. Maar het dagelijkse leven sluit er vaak in het geheel niet meer bij aan.
Laten we vaststellen: Woordverkondiging gaat voor variatie.
Laten Gereformeerde mensen maar bij de les blijven.

Gods kinderen blijven in Christus
In de tweede algemene brief van de apostel Johannes lezen we: “Ieder die overtreedt en niet blijft in de leer van Christus, die heeft God niet; wie in de leer van Christus blijft, die heeft zowel de Vader als de Zoon”[7].
Dat betekent in ieder geval dit: het evangelie van vergeving van zonden en beloften over eeuwig leven moeten wij goed vasthouden.
Soms hebben wij wellicht de neiging om te zeggen: ja, dat weten wij nu wel. En meteen daarna stellen wij de vraag: wat kun je ermee in de praktijk van 2018?
Het is de taak van predikanten om te tonen dat het verlossingswerk van Jezus Christus ook gevolgen heeft voor de manier waarop je je dagelijks werk doet. Wie weet dat hij of zij verlost is van de zondeschuld en dat er ná dit leven in de hemel nog een heerlijk vervolg is, beseft dat het dagelijks werk geen sleur is. Het is geen tredmolen – iedere dag hetzelfde rondje.
Als de prediking een slap verhaal wordt, moet je opletten.
Als de prediking een woordenvloed met veel herhalingen is, wordt het hoog tijd om attent te worden.
Als de prediking voornamelijk over de belevenissen van – laten we zeggen – Janet en Janny gaat, is het tijd om alarmfase één af te kondigen.
In de preken moet centraal staan hoe het Hoofd van de Kerk, Jezus Christus, werkt; in verleden, heden en toekomst.

Een oude regel
Lees wat er staat, laat staan wat je leest en probeer te begrijpen wat je leest.
Dat is een oude doch zeer waardevolle regel.
Voor Bijbellezers zullen er altijd vragen overblijven.
Maar wie zich aan die oude regel houdt, krijgt zeker meer inzicht in Gods Woord.

Noten:
[1] “Verdwaald in kerkenland”. In: Accent, bijlage bij het Reformatorisch Dagblad, zaterdag 30 juni 2018, p. 12 en 13.
[2] Dat was professor dr. M.J. de Vries, lid van het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond in de Protestantse Kerk.
[3] Exodus 20:4 en 5 a.
[4] 1 Koningen 13:30.
[5] 2 Timotheüs 4:3 en 4.
[6] Zie de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij 2 Timotheüs 4:3.
[7] 2 Johannes, vers 9.

28 augustus 2018

Salomo en de Sloterdijkjes

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

Het leven is, zeggen velen, een uitdaging.
Ga er tegen aan!
Maak er wat van!

Dat lijkt heel populair. Ordinair, óók wel een beetje.
Laten wij ons echter niet vergissen.
Ook in wetenschappelijke kringen roept men zulke dingen. Goed, men maakt er ingewikkelde theorieën omheen. Maar in de kern komt het niet zelden op hetzelfde neer.

Gelet op het bovenstaande wijs ik graag op het gedachtegoed van de filosoof professor dr. Peter Sloterdijk.
Sloterdijk – geboren in 1947 – is zoon van een Duitse moeder en een Nederlandse vader. Hij is één van de toonaangevende wijsgeren van onze tijd[1].

Voor Sloterdijk geldt dat het rationalisme van de Verlichting – feiten zijn belangrijk, de rest is bijzaak – heeft geleid tot cynisme.
Cynisme betekent in het jargon van deze filosoof: we weten dat sommige dingen verkeerd zijn, maar wij doen ze toch.
Hoe kun je zulk cynisme afremmen? Antwoord: met kynisme.
Kynisme is: het zichtbaar maken van de fundamentele mateloosheid en absurditeit van de behoeften[2].
De kynische mens is strijdbaar. Hij lacht om de werkelijkheid. Hij spot er mee. Hij speelt, om zo te zeggen, een spel met de realiteit van alledag[3]. De kynische mens zakt dus niet weg in onverschilligheid. De mens gaat energiek de strijd aan!
Iemand schreef: “Het gaat Sloterdijk erom goede doeleinden na te streven met goede middelen en niet zoals in het cynisme goede doelen nastreven met slechte middelen”[4].
Cynisme en kynisme: die woorden klinken bijna hetzelfde. En dat is de bedoeling ook. Want zo kun je laten zien dat de inhoud van beide begrippen uit dezelfde bron komt: de Verlichting, dus.

Eén ding weet de beroemde filosoof ondertussen zeker: van God moeten wij niets verwachten.
Sloterdijk weet “dat God de mensheid niet komt helpen: we moeten onze problemen zelf oplossen. En dat kunnen we ook: er bestaat verlossing in de technologie. Sloterdijk veroorzaakte in Duitsland controverse door zich nadrukkelijk uit te spreken voor de genetische verbetering van de mens”.
De befaamde wijsgeer wijst op de anticonceptiepil. Tegenwoordig kunnen wij het proces van conceptie tot geboorte zo ongeveer zelf sturen.
Als wij uiteindelijk in staat zijn om zelf mensen te scheppen die beter zijn dan wijzelf, dan is toch geweldig? Aldus Sloterdijk[5].

Uit het bovenstaande wordt wel duidelijk: de mens moet het zelf doen.
God is afgeserveerd. Het geloof is definitief en totaal aan de kant gezet.

Kunnen we de Bijbel dan maar beter dichtlaten?
Is de Bijbel een zeer gedateerd en derhalve buitengewoon ouderwets boek?
Zeker niet.
De Here geeft wijsheid. Die wijsheid is toepasbaar in het leven van alledag. De Here geeft inzicht. De manier waarop je werkt heeft alles te maken met de gaven die God jou geeft.
Dat kunnen wij, bijvoorbeeld, goed zien in het leven van Salomo.
En in 1 Koningen 5.

Je zou kunnen zeggen dat Salomo in de eerste hoofdstukken van 1 Koningen ook een uitdaging aangaat.

Bijbellezers weten het misschien wel: de boeken 1 en 2 Koningen vormden oorspronkelijk één geheel.
Ze behandelen de geschiedenis van het volk Israël vanaf de dood van koning David rond 970 voor Christus tot aan de troonsbestijging van koning Evil-Merodach, koning van Babel, zo rond 540 voor Christus.
De boeken beschrijven dus een periode van zo’n 400 jaar[6].

Salomo, de zoon van David, staat voor een enorme uitdaging. Hij gaat een tempel bouwen voor de Here.
In 1 Koningen 5 treft hij allerlei voorbereidingen.
Salomo maakt graag gebruik van de vriendschappelijke contacten die zijn vader David eertijds had. Hiram, de koning van Tyrus, was jarenlang een trouwe vriend van vader David geweest.
Tyrus is een stad aan de Middellandse zee, vol levendige handel, is gelegen in het gebied dat wij kennen als het zuiden van Libanon[7].
Salomo bestelt bij Hiram een grote partij cederhout. Voor het kappen van de ceders wordt een samenwerkingsverband gesloten tussen de personeelsleden van beide koningen. ‘De betaling wordt wel geregeld’, zegt Salomo. ‘Ik ga bij voorbaat akkoord met de voorwaarden die u daarbij stelt’.
Koning Hiram vindt het allemaal erg aangenaam. Het doet hem deugd dat zijn oude vriend David een wijze en voortvarende zoon blijkt te hebben. Hij werkt graag mee aan het grote project dat Salomo wil laten uitvoeren.
Het is een grootse onderneming. Duizenden, en nog eens duizenden mensen worden aan het werk gezet.

En midden in die projectbeschrijving staat dan: “De HEERE had ​Salomo​ wijsheid gegeven, zoals Hij tot hem gesproken had”[8].
Plompverloren staat het er. Terloops.
De Here had Salomo wijsheid gegeven. Geheel overeenkomstig de beloften die Hij in 1 Koningen 3 gedaan had.
En dat is in 1 Koningen 5 merkbaar!

Een commentator schrijft erbij: “In dit vers wordt nog eens duidelijk gezegd dat de HEERE Salomo wijsheid heeft gegeven. Alles komt van Hem. Salomo’s wijsheid blijkt uit zijn verbond met Hiram, om van hem goed materiaal en geschikte arbeiders voor de bouw van Gods huis tot zijn beschikking te krijgen. Zijn wijsheid blijkt ook uit de wijze waarop hij gebruik maakt van de arbeidskrachten”[9].
Salomo werkt in afhankelijkheid van de Here.
Salomo is geen Sloterdijk avant la lettre: goede doeleinden nastreven met goede middelen. Salomo is geen kynische mens: kom op, er tegenaan!
Salomo beseft: met de aanschaf van materiaal en de inzet van heel veel personeel ben ik er niet.
Salomo weet: ik ben een instrument van de Here.
Dat weet hij zeker.
Dat gelooft hij.
En ja, Gereformeerden geloven anno Domini 2018 nog steeds: wij zijn instrumenten in de handen van onze God.

Zeker, in de wereld om ons heen wonen ontelbaar veel Sloterdijkjes: mensen die zichzelf en hun omgeving uitdagen, desnoods tot hun achtentachtigste.
Zij zullen strijdbaar blijven. Creatief en vindingrijk tot hun dood!

Gereformeerde mensen hebben zulk een uitdaging niet zo nodig.
Want zij beseffen: onze God werkt altijd door!

In 1 Koningen 5 is Salomo druk doende met de organisatie van de bouw van het tempelcomplex.
In Efeziërs 2 beschrijft de apostel Paulus de bouw van een heel ander huis.
Een wereldomvattend huis
Een grootser huis.
Een eeuwig huis.
Dat komt kan er komen doordat Jezus Christus, onze Heiland, voor de zonden heeft betaald.
In Efeziërs 2 staat het zo: “En bij Zijn komst heeft Hij door het ​Evangelie​ ​vrede​ verkondigd aan u die veraf was, en aan hen die dichtbij waren. Want door Hem hebben wij beiden door één Geest de toegang tot de Vader. Zo bent u dan niet meer ​vreemdelingen​ en bijwoners, maar medeburgers van de ​heiligen​ en huisgenoten van God, gebouwd op het fundament van de ​apostelen​ en profeten, waarvan ​Jezus​ ​Christus​ Zelf de ​hoeksteen​ is, en op Wie het hele gebouw, goed samengevoegd, verrijst tot een ​heilige​ tempel in de Heere; op Wie ook u mede gebouwd wordt tot een woning van God, in de Geest”[10].

De wijsheid die voor de bouw van dat huis nodig is, gaat alle wereldburgers boven de pet. Ja, ook de Sloterdijkjes.
Maar die heilige tempel wordt voltooid. Zeker weten!

Noten:
[1] Voor meer informatie over professor Sloterdijk zie onder meer https://nl.wikipedia.org/wiki/Peter_Sloterdijk en https://www.groene.nl/artikel/wie-is-peter-sloterdijk ; geraadpleegd op maandag 13 augustus 2018.
[2] Zie https://nl.wikipedia.org/wiki/Kritiek_van_de_cynische_rede ; geraadpleegd op maandag 13 augustus 2018.
[3] Zie https://www.boomfilosofie.nl/product/100-859_Kritiek-van-de-cynische-rede ; geraadpleegd op maandag 13 augustus 2018.
[4] Geciteerd van https://www.albertdebooij.nl/files/peter_sloterdijk_magazine_najaar_2009-3_95207af4.pdf ; geraadpleegd op maandag 13 augustus 2018.
[5] Zie https://www.filosofie.nl/peter-sloterdijk.html ; geraadpleegd op maandag 13 augustus 2018.
[6] Zie hierover bijvoorbeeld http://christipedia.nl/Artikelen/K/Koningen_(1e_boek.) ; geraadpleegd op maandag 13 augustus 2018.
[7] Zie voor meer informatie over Tyrus bijvoorbeeld https://christipedia.miraheze.org/wiki/Tyrus ; geraadpleegd op maandag 13 augustus 2018.
[8] 1 Koningen 5:12.
[9] Geciteerd van http://www.oudesporen.nl/Download/OS1663.pdf , pagina 64.
[10] Efeziërs 2:17-22.

12 januari 2018

Tijd en taak

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , ,

In Nederlandse kerken is het woord ‘antithese’ niet meer zo gebruikelijk.
De scherpe tegenstelling tussen kerk en wereld? Die vervaagt steeds meer, naar het lijkt.
In de wereld, maar niet van de wereld – zo zei men dat eertijds. Dat horen u en ik tegenwoordig echter weinig meer.

Toch is de antithese volop actueel.

Tot die overtuiging kom ik na het lezen van een hoofdartikel in de editie van het Nederlands Dagblad die verscheen op zaterdag 6 januari 1973.
De titel van dit weblog-artikel heb ik geleend van die ND-scribent die vijfenveertig jaar geleden vele welwillende lezers bemoedigde.

Ik citeer: “We moeten niet profiteren maar profeteren.
Profeteren dat is: Gods Naam belijden voor de mensen, Gods Woord laten beslissen over het gehele leven, protest uitbrengen tegen alle afgoderij, tegen alle afwijking van Schrift en belijdenis in kerkelijk, politiek en maatschappelijk leven.
Profeteren is uit menselijk oogpunt bezien geen voordelig zaakje. Het brengt spot, verachting, vijandschap, uitwerping, broodroof soms zelfs kerker en schavot”.

Schavot: dat is het oude woord voor een houten verhoging waarop, voor het oog des volks, vroeger lijfstraffen en executies werden uitgevoerd. U ziet het: die dagbladschrijver noemt de zaken wel bij de naam!

In het ND-artikel worden verschillende types profeten naast elkaar gezet.

Zedekia en Micha bijvoorbeeld.
Ik citeer weer: “Zedekia (…), die zelfs met ijzeren horens werkte om zijn woorden kracht bij te zetten – 1 Koningen 22:11. Deze gladde jongen had het dan ook tot zoiets als hofprediker gebracht. Weliswaar tot hofprediker bij Achab en Izebel. Maar toch, een ruim bestaan! Zet daar nu eens tegenover die onhandige Micha, die alleen maar wil spreken wat de HEERE tot hem zei – 1 Koningen 22:14. Die sukkel kwam in de cel terecht op een heel karig rantsoen water en brood”.

U ziet het: het is in 1 Koningen 22 zwart of wit. Een grijs gebied is er niet.
De ND-scribent attendeert ook op Amazia en Amos.

Ik citeer weer: “De Bijbel toont ons vaker zulke tegenstellingen. Amazia was priester bij het gouden kalf te Bethel. Er was aan die kalverendienst een luchtje, en aan dat priesterschap eveneens. De priesters waren zelfs niet uit de stam van Levi. leder die er voor voelde kon een aanstelling krijgen. Een prima levenspositie. Enkele starre conservatieven mochten zeggen dat die kalverendienst tegen Gods Woord inging, Amazia droeg zijn prachtig kleed toch maar met grote waardigheid. Zijn priesterschap was door de staat geijkt en de koning was zijn vriend.
Maar één ding was ergerlijk! Er was een boerenkinkel uit Juda gekomen. Een zekere Amos, een man zonder enige eruditie of beschaving, die zich had aangematigd harde woorden te spreken tegen Israël en Bethel. Israël kreeg ervan langs, omdat het streefde naar leven en welstand, maar zich niet bekommerde over ‘de verbreking van Jozef’, over het verlaten van de oude paden (Amos 6:6). En van de altaren te Bethel durfde deze man zeggen dat de HEERE er bezoeking over zou doen en de horens van het altaar zou afhouden (Amos 3:14). Wat verbeeldt die man zich wel!”.

De schrijver in het Nederlands Dagblad concludeert:
“In onze dagen beleven we de tragedie dat de meeste van de bolwerken die onze vaderen mochten opbouwen van binnenuit worden en al grotendeels zijn veroverd door een geest die fel antithetisch staat tegenover de strikte trouw aan de gereformeerde belijdenis. Overal, in de kerkelijke, de politieke, de maatschappelijke sector, op het gebied van de pers, bij het onderwijs grijpt de valse profetie om zich heen. De kinderen tan een geslacht dat in het geloof grote dingen deed, ondergaan thans gewillig de hersenspoeling van het neo-modernisme dat Gods Woord en Wet volkomen vervalst. In zulk een omgeving en in zulke omstandigheden heeft God ons een plaats en een taak gegeven. Niet om te profiteren, maar om krachtiger en duidelijker dan ooit te profeteren van de waarheid Gods. Kunnen en willen wij de volhardende geloofsmoed nog opbrengen. Om niet een dag of een jaar, maar waar God het van ons vraagt, ons gehele leven tegen de stroom op te roeien? Zijn ook onze jongeren daartoe bereid? ln de geestelijke strijd kunnen recruten spoedig goede frontsoldaten worden, mits ze bezield zijn met de geest van hun Koning en gebruik maken van de beste wapens ter wereld, die ze kunnen krijgen uit het arsenaal van Gods Woord”.
En:
“Een kerkvolk dat met déze geest bezield is, omdat het dagelijks leeft uit Gods Woord, zal nooit ten onder gaan. (…) Niet profiteren, maar profeteren! Daartoe make de almachtige God ons bereid en bekwaam”[1].

Dat is krachtige taal.
Heel wat anders dan de relativerende opinie die de bekende schrijver Guus Kuijer niet zo lang geleden ten beste gaf[2].
Uit een bijlage van het Nederlands Dagblad van vrijdag 5 januari citeer ik: “Ik zie de bijbel als een waardevol erfstuk, de basis van onze cultuur. Ik begrijp dat mensen vroeger geloofden in hogere machten, de wetenschap was immers nog niet vergevorderd. Ik vind het fascinerend dat men zich duizenden jaren geleden óók al bezighield met de vraag: hoe is dit alles ontstaan?”.
En:
“Ik heb bovendien niet de indruk dat ik de bijbel bespot. Het is niet mijn bedoeling om gelovigen te kwetsen. Sommige gelovigen zien de bijbel als het letterlijke, onveranderlijke Woord van God. Daar geloof ik niet in. Volgens mij komt de bijbel voort uit een orale traditie, verhalen die bij het kampvuur van generatie op generatie werden doorverteld. En dat het later ingekort in de bijbel terechtkwam, simpelweg omdat papier zo duur was”[3].

Ziet u wat hier gebeurt?
Op deze manier wordt het christelijk geloof getransformeerd tot een traditie. Een traditie die je, als je goedaardig bent, zelf waardevol kunt maken.
En laat ik het maar ronduit zeggen: zo moet het dus niet.

Volhardend bidden, krachtig verkondigen: dat is de taak van de kerk.
De Heilige Geest van de eerste Pinksterdag is heus niet veranderd. En de inhoud van Gods Woord ook niet.

En ja, ik weet zeker dat die constatering, ook anno Domini 2018, niet ouderwets is.

Noten:
[1] ‘Tijd en taak’. Redactioneel commentaar in: Nederlands Dagblad, zaterdag 6 januari 1973, p. 1 en 6.
[2] Zie voor meer informatie over Guus Kuijer https://nl.wikipedia.org/wiki/Guus_Kuijer ; geraadpleegd op vrijdag 5 januari 2018.
[3] “Goede verhalen bij het kampvuur” – vraaggesprek met Guus Kuijer. In: Gulliver, bijlage bij het Nederlands Dagblad, vrijdag 5 januari 2018, p. 11.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.