gereformeerd leven in nederland

27 december 2019

Opnieuw geboren

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Gedurende twee dagen vierden wij het Kerstfeest. De geboorte van Christus had volop onze aandacht.
Welnu – Petrus wijst ons er in zijn eerste algemene brief op dat er nog veel meer geboortes aan de orde zijn.
“Geprezen zij de God en Vader van onze Heere Jezus Christus, Die ons, overeenkomstig Zijn grote barmhartigheid, opnieuw geboren deed worden tot een levende hoop, door de opstanding van Jezus Christus uit de doden”[1].

Opnieuw geboren worden – dat is een groots werk van God.
Hij doet dat door Zijn Woord. Jacobus schrijft in zijn algemene brief: “Overeenkomstig Zijn wil heeft Hij ons gebaard door het Woord van de waarheid”[2].
Ook de Heilige Geest is volop actief. Leest u maar mee in Titus 3. Hij maakte ons zalig “niet op grond van de werken van ​rechtvaardigheid​ die wij gedaan hadden, maar vanwege Zijn ​barmhartigheid, door het bad van de wedergeboorte en de vernieuwing door de ​Heilige​ Geest”[3].

Wij, actieve mensen van 2019, vragen ons dan meteen af wat wij daarvoor moeten doen. Immers – wie heeft soms niet de gedachte dat het beter is om helemaal opnieuw te beginnen?
Welnu, dat hoeft niet. Er is ons namelijk een licht opgegaan.
Johannes schrijft: “En het licht schijnt in de duisternis, en de duisternis heeft het niet begrepen”[4]. Paulus noteert in 2 Corinthiërs 4: “Want God, Die gezegd heeft dat het licht uit de duisternis zou schijnen, is ook Degene Die in onze ​harten​ geschenen heeft”[5].
De God van hemel en aarde doet in ons leven het licht aan.
Het davert van de wantoestanden in de wereld. Een christenmens heeft heel vaak de neiging om te roepen: daar moeten wij wat aan doen! En nee, het is niet verkeerd om aan het werk te gaan. Maar het belangrijkste is dat in ons leven het licht schijnen gaat. En laten we het dan niet vergeten: het is God Zelf die de schakelaar omzet.

Waarom gaat het licht in ons leven aan?
Paulus zet het er in 2 Corinthiërs 4 bij: “Want God, Die gezegd heeft dat het licht uit de duisternis zou schijnen, is ook Degene Die in onze ​harten​ geschenen heeft tot verlichting met de kennis van de heerlijkheid van God…”[6].
Gelovige kinderen van God leren de glorie van God kennen. En iets van die glorie laten zij al in de wereld zien.
In deze tijd van het jaar hebben de mensen het druk met klimaatverandering. De NOS meldt ons op 18 december: “De rechtbank, het gerechtshof en vandaag ook de Hoge Raad. Allemaal hebben ze geoordeeld dat de Nederlandse Staat eind volgend jaar de CO2-uitstoot met 25 procent moet hebben verminderd ten opzichte van de uitstoot in 1990.
Al een tijd is duidelijk dat dit een erg lastige klus wordt voor het kabinet. In 2017 zat Nederland nog op 12,6 procent reductie en in 2018 op 15 procent. Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) berekende onlangs dat de reductie in 2020 in het gunstige geval op 21 procent zal uitkomen.
‘Er ligt een hele grote taak’, is de reactie van minister Wiebes van Economische Zaken en Klimaat op de uitspraak vandaag”[7].
Hoe gewichtig dat alles ook zijn moge, het licht dat God laat schijnen is van veel meer betekenis. Want dat licht laat zien dat er na dit aardse leven een hemelse existentie komt: eeuwig leven voor wie Gods beloften gelooft!

Paulus schrijft in 2 Corinthiërs 4 nog meer: “Want God, Die gezegd heeft dat het licht uit de duisternis zou schijnen, is ook Degene Die in onze harten geschenen heeft tot verlichting met de kennis van de heerlijkheid van God in het aangezicht van Jezus Christus”[8].
Er komt een moment dat wij onze Heiland recht in het gezicht kunnen kijken. Maar dan moeten wij wel met het gezicht naar Hem toe gaan staan. Wij moeten ons, met andere woorden, bekeren!
Klimaatverandering? Het is best belangrijk om het nieuws daarover te volgen.
Maar wat meer is: er gaan levens veranderen!
De God van hemel en aarde zorgt ervoor dat wij helemaal opnieuw beginnen. Dat is een wonder. Een grandioze ommekeer! Een ommezwaai die aanzienlijk groter is dan de klimaatverandering waar een ieder over spreekt!

De NOS meldt ons: “De staat is verplicht om de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen. De Hoge Raad heeft dat geoordeeld in de Urgenda-zaak. Daarmee is het vonnis in de zaak definitief. De uitspraak betekent dat de uitstoot van broeikasgassen voor het einde van 2020 met ten minste 25 procent moet verminderen ten opzichte van 1990”[9].
Dat ziet er reuze stoer uit. Echter – hierboven bleek al dat men dat zeer waarschijnlijk niet gaat halen. De lat ligt te hoog. Dit wordt ‘m niet.
Maar de wedergeboorte? Daarvoor geldt: jazeker, God zet Zijn werk door. En Hij komt tot geweldige dingen.
Petrus wijst het in 1 Petrus 1 aan: “Geprezen zij de God en Vader van onze Heere ​Jezus​ ​Christus, Die ons, overeenkomstig Zijn grote ​barmhartigheid, opnieuw geboren deed worden tot een levende hoop, door de opstanding van ​Jezus​ ​Christus​ uit de doden, tot een onvergankelijke, onbevlekte en onverwelkbare ​erfenis, die in de hemelen bewaard wordt voor u”[10].
Eeuwigdurend!
Smetteloos en puur!
Klimaatverandering of niet – die erfenis verloedert nooit!
Die levende hoop neemt niemand ons af. Want het licht schijnt in de wereld. Ook vandaag.

Noten:
[1] 1 Petrus 1:3.
[2] Jacobus 1:18.
[3] Titus 3:5.
[4] Johannes 1:5.
[5] 2 Corinthiërs 4:6 a.
[6] 2 Corinthiërs 4:6 a en b.
[7] Geciteerd van https://nos.nl/artikel/2315657-nederland-moet-co2-uitstoot-verlagen-maar-hoe-dan-en-wat-als-het-niet-lukt.html ; geraadpleegd op zaterdag 21 december 2019.
[8] 2 Corinthiërs 4:6.
[9] Geciteerd van https://nos.nl/artikel/2315562-hoge-raad-houdt-urgenda-vonnis-in-stand-kabinet-moet-uitstoot-terugdringen.html ; geraadpleegd op zaterdag 21 december 2019.
[10] 1 Petrus 1:3 en 4.

29 oktober 2019

Wij weten het wél

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Het Woord van God hamert het er bij ons in: de God van hemel en aarde wil u redden.
Vertrouw maar op Hem, dan komt het goed. Nee, dat is geen nepnieuws. Het is Evangelie – blijde Boodschap!
Het wordt gratis aangeboden: vergeving van de zonden, eeuwige gerechtigheid en eeuwig heil. Die aanbieding blijft voor altijd geldig!

Mensen die in de beklaagdenbank zitten worden daar weggehaald.
God zegt: ‘U bent niet meer schuldig. Door het werk van Mijn Zoon, uw Heiland, krijgt u gerechtigheid en rechtvaardigheid aangeboden. In Mijn verbond bent u rechtstreeks met Christus’ verlossingswerk verbonden. Leven met Christus – dat is uw kernactiviteit, daar leeft u voor. En dat kan ook: Ik geef u er de bekwaamheden en vaardigheden voor’.

In het Oude Testament wijzen profeten al op des Heilands werk.
Die profeten zijn woordvoerders van de Heer van hemel en aarde. Zij begrijpen zelf niet helemaal wat zij zeggen. Zij overzien niet precies wat de impact van het Evangelie is.
Maar één ding is voor al die profeten volkomen duidelijk: er zijn nog heel veel mensen die het Evangelie moeten horen. Heel veel mensen die in latere eeuwen leven worden ook door Jezus Christus gered.
En daarom is het nodig dat zij de Boodschap blijven verkondigen. Het mag en moet worden uitgebazuind: er is redding en eeuwig leven voor wie in Jezus Christus gelooft!

Die profeten zien het heil dat God aanbiedt van enige afstand. Zij kunnen hun Opdrachtgever niet recht in de ogen kijken.
In 2019 is dat niet anders.
Daarom geldt ook voor gelovigen van vandaag wat in 1 Petrus 1 staat: “Hoewel u Hem niet gezien hebt, hebt u Hem toch lief. Hoewel u Hem nu niet ziet, maar gelooft, verheugt u zich met een onuitsprekelijke en heerlijke vreugde, en verkrijgt u het einddoel van uw geloof, namelijk de zaligheid van uw zielen. Naar deze zaligheid hebben de profeten, die geprofeteerd hebben over de ​genade​ die aan u bewezen is, gezocht en gespeurd. Zij onderzochten op welke en wat voor tijd de Geest van ​Christus, Die in hen was, doelde, toen Hij tevoren getuigde van het lijden dat op ​Christus​ komen zou, en ook van de heerlijkheid daarna. Aan hen werd geopenbaard dat zij niet zichzelf, maar ons dienden in de dingen die u nu verkondigd zijn door hen die u het ​Evangelie​ verkondigd hebben door de ​Heilige​ Geest, Die vanuit de hemel gezonden is; dingen, waarin de ​engelen​ begerig zijn zich te verdiepen”[1].

Dat Evangelie geeft zekerheid in een samenleving waar, om zo te zeggen, een paraplu boven hangt met de woorden: ‘We weten het niet’.

Hoe moet het met de stikstofproblematiek?
Wat te doen?
Men weet het niet precies…

Er is vandaag de dag ook PFAS.
Daarover staat ergens geschreven: “De afkorting PFAS staat voor poly- en perfluoralkylstoffen. Dat zijn door de mens gemaakte chemische stoffen die van nature niet in het milieu voorkomen, maar door het wijdverbreide gebruik in de industrie op heel veel plaatsen in de bodem en het grondwater blijken te zitten.
Deze stoffen – het zijn er meer dan 6000 – zijn onverwoestbaar en daardoor populair in de industrie. Zo werd er onder andere bakpapier, blusschuim, make-up en verf van gemaakt. Nadeel is dat de stoffen nauwelijks afbreken en in het milieu achterblijven.
Al sinds 2012 is duidelijk dat PFAS schadelijk kunnen zijn voor de volksgezondheid. In dat jaar werd ook al een expertisecentrum opgericht. Regels over de maximale hoeveelheid PFAS per kilo grond waren er echter lange tijd niet. Een aanzet daarvoor kwam pas in maart van dit jaar toen het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) een onderzoek naar de risicogrenzen van deze stoffen publiceerde.
Duidelijke regels waren er echter ook toen nog niet. Nog steeds was het niet duidelijk in hoeverre en bij welke hoeveelheid PFAS schadelijk kan zijn. Staatssecretaris Stientje van Veldhoven kwam daarom in juli met een stelregel: iedere kilo grond mag niet meer dan 0,1 microgram PFAS bevatten. Het gaat dan wel om grond die in aanraking kan komen met oppervlakte water. Voor woon- en industriegrond gelden hogere normen.
De aangescherpte regels voor het verplaatsen van grond en bagger met daarin PFAS, stellen bouwers, baggeraars en bedrijven die grond verzetten voor grote problemen. Bij alle grond die ze willen verplaatsen om bijvoorbeeld een bouwterrein op te hogen moeten ze zich aan het PFAS-maximum van Veldhoven houden. De stoffen zijn echter zo alomtegenwoordig in het milieu dat ze in bijna elke schep grond zitten. ‘Ik sprak een ondernemer die vijftig grondanalyses uit heeft laten voeren. Slechts een van de grondmonsters kwam schoon terug’, vertelde beleidsmedewerker Gerben Zijlstra van brancheorganisatie voor de bouw Cumela onlangs in Trouw.
De vervuilde grond die ze opgraven kunnen ze vervolgens niet meer kwijt of alleen tegen hele hoge prijzen”[2].

Men heeft te maken met een woud van regels. Die zijn tegenwoordig zo gecompliceerd dat allerlei bedrijven er niet zelden op vastlopen.
Wat te doen?
Men weet het niet…
Steeds vaker krijgt men de indruk dat Meneer Besluiteloosheid allerlei beslissers en regeerders op de nek zit.

Wij wonen en werken in een samenleving waar een paraplu boven hangt met de woorden: ‘We weten het niet’.

Dat zeggen de profeten in het Oude Testament niet. Zij vertrouwen vast op God. Zij doen hun werk, omdat Hij dat vraagt.
Wij moeten het in 2019 ook niet zeggen. Natuurlijk – wij weten niet precies hoe de hemel eruit ziet. Maar wij weten wel dat Gods beloften altijd werkelijkheid worden. Dat weten wij zeker. Wij vertrouwen er vast op.
En daarom zingen wij in de kerk uit volle borst mee:
“Blijf aan de HEER uw wegen toevertrouwen,
verheug u in uw God, bewoon het land,
wees Hem getrouw, Hij zal uw toekomst bouwen.
Doe steeds wat goed is, want zijn trouw houdt stand!
Al wat uw hart begeert, zult u aanschouwen,
Hij zorgt voor u en leidt u door zijn hand”[3].

Noten:
[1] 1 Petrus 1:10, 11 en 12.
[2] Geciteerd van https://www.lc.nl/economie/Wat-is-PFAS-en-waarom-is-het-net-als-stikstof-een-probleem-voor-de-bouw-24943051.html ; geraadpleegd op dinsdag 22 oktober 2019.
[3] Psalm 37:2; berijmd – Gereformeerd Kerkboek-1986.

21 augustus 2019

Toegenegen toezicht

Het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) staat onder verscherpt toezicht.
Dat is maar goed ook.
Op donderdag 15 augustus jongstleden kwam in het nieuws: “Het CBR heeft medische gegevens van tientallen mensen in verkeerde dossiers gestopt. Ze waren daardoor via internet zichtbaar voor anderen. Het gaat onder meer om verwijsbrieven, onderzoeken van specialisten, formulieren van huisartsen, adressen en burgerservicenummers, bevestigt het instituut na berichtgeving van het Algemeen Dagblad.
De verwisselingen kwamen aan het licht na meldingen van klanten en CBR-personeel. In 50 gevallen werden de fouten ontdekt door medewerkers van het CBR, bij de andere 21 gevallen werd het CBR gebeld door mensen die vreemde gegevens in hun dossier zagen staan of juist gegevens misten in hun dossier.
Het CBR sluit niet uit dat er meer gevallen zijn van verwisseling dan de 71 die nu bekend zijn”[1].
Voor ons beeld: het CBR is, wat je noemt, al jaren een probleem-instantie. In 2009 was er al gedoe over ICT-voorzieningen. En in de jaren daarna werd het er niet rustiger op[2].

Het gaat in het verdere van dit artikel vooral om dat verscherpte toezicht.
Het is niet moeilijk om ons voor te stellen wat daarbij aan de orde is: de ontwikkelingen worden – bijvoorbeeld door inspecteurs – nauwkeurig gevolgd, men schrijft verbeterplannen, er worden regelmatig gesprekken gehouden om te zien of de invoering van verbeterde procedures een beetje opschiet…– enzovoort.
Dat verscherpte toezicht wordt openbaar gemaakt. Alle mensen mogen het weten: met deze instantie, met deze organisatie is iets aan de hand.

Stelt de Here zondaren onder verscherpt toezicht?
In zekere zin wel.

Is dat nodig?
Tijdens een Gereformeerde synode in de zeventiende eeuw noteerde men: “Maar op het ingeven van de duivel is de mens uit eigen vrije wil van God afgeweken en daardoor heeft hij zich van deze uitnemende gaven beroofd. In plaats daarvan heeft hij over zich gehaald, wat zijn verstand betreft, blindheid, verschrikkelijke duisternis en een onbetrouwbaar en verdorven oordeel; wat zijn wil en hart aangaat, slechtheid, opstandigheid en hardnekkigheid; en bovendien in al zijn verlangens onzuiverheid”[3].
En:
“Zoals de mens was na de val, zo werden ook zijn kinderen: de verdorven mens bracht verdorven kinderen voort. Op deze wijze is naar Gods rechtvaardig oordeel de verdorvenheid van Adam gekomen over al zijn nakomelingen – uitgezonderd alleen Christus – (…) door voortplanting van de verdorven natuur”[4].
Dat toezicht is dus hard nodig.

Maar dat is er niet om gelovige mensen volledig af te branden.
Dat toezicht is er wel omdat Hij weet dat Zijn kinderen zo snel van het pad af raken.
En hoe doet Hij dat dan?
Antwoord: door het werk van de ambtsdragers.
Leest u maar mee in 1 Petrus 5: “De ouderlingen onder u roep ik ertoe op, als medeouderling en getuige van het lijden van ​Christus​ en deelgenoot van de heerlijkheid die geopenbaard zal worden: hoed de kudde van God die bij u is en houd daar toezicht op, niet gedwongen, maar vrijwillig; niet uit winstbejag, maar bereidwillig; ook niet als mensen die heerschappij voeren over het erfdeel van de Heere, maar als mensen die voorbeelden voor de kudde geworden zijn. En als de Opperherder verschijnt, zult u de onverwelkbare krans van de heerlijkheid verkrijgen”[5].

Voor dat woord ‘toezicht’ staat in 1 Petrus 5 een vorm van het woord epi-skopeo. Het betekent: omzien naar, uitzien naar, letten op.
In Hebreeën 12 staat te lezen: “Zie erop toe dat niemand achteropraakt in de genade van God, en dat er geen enkele wortel van bitterheid opschiet en onrust veroorzaakt zodat daardoor velen bezoedeld worden”[6]. Zie erop toe – wees er attent op; daar hebben we datzelfde woord epi-skopeo.
Ambtsdragers in de kerk? Dat zijn oplettende lieden!

Verscherpt toezicht – die term ligt in onze maatschappij zwaar op de maag.
Want dan denken we aan een bestuurlijke janboel, aan een reeks van buitengewoon vervelende gebeurtenissen, aan gevaarlijke situaties en aan ernstige gezondheidsrisico’s.
Welnu – in het bovenstaande is het reeds duidelijk geworden: feitelijk moeten alle mensen  onder verscherpt toezicht staan.
Echter – het toezicht dat onze goede God aanstuurt en aanleert, is toezicht vol genegenheid. Liefde is het trefwoord in de kerk.

In de kerk zijn we samen op weg naar een toekomst die niet stuk kan.
Die toekomst bereiken wij niet zonder slag of stoot. Dat niet.
Kijkt u maar mee in Openbaring 2: “Wees niet bevreesd voor wat u lijden zult. Zie, de ​duivel​ zal sommigen van u in de ​gevangenis​ werpen, opdat u verzocht wordt. En u zult een verdrukking hebben van tien dagen. Wees trouw tot in de dood, en Ik zal u de ​kroon​ van het leven geven”[7]. Die kroon van het leven, die stephanon, vinden we ook in 1 Petrus 5. Daar heet hij: de onverwelkbare krans van de heerlijkheid.

In de kerk is het geen kwestie van: de zweep erover.
Ambtsdragers en andere kerkleden zijn geen streng kijkende types die met argusogen de mensen in hun omgeving volgen.
In de kerk staan we onder scherp toezicht – jazeker. Maar kerkmensen zijn niet stipt en strak om elkaar, zodra dat kan, een beste tik op de vingers te geven.
Maar eerlijk is eerlijk: soms lijkt de praktijk anders; sociale controle kan erger zijn dan kerkelijke tucht. Zo moet het niet wezen!

In onze maatschappij horen wij regelmatig over verscherpt toezicht.
En dat is niet voor niets.
De wereld is vol misstanden. Die tekortkomingen en wantoestanden moeten worden aangepakt.
Maar laten wij het toezicht in de wereld niet verwarren met de bescherming en de bewaking in de kerk. In de kerk is er sprake van toegenegen toezicht. Wij nemen elkaar mee naar Gods toekomst. In voorbereiding daarop loven en prijzen kerkmensen nu al de God die hen uitkoos om Zijn kinderen te zijn.
Zij zeggen, met de woorden van Petrus, tegen elkaar: “De God nu van alle ​genade, Die ons geroepen heeft tot Zijn eeuwige heerlijkheid in ​Christus​ Jezus, Hij Zelf moge u – na een korte tijd van lijden – toerusten, bevestigen, versterken en funderen. Hem zij de heerlijkheid en de kracht in alle eeuwigheid. ​Amen”[8].

Noten:
[1] Geciteerd van https://nos.nl/artikel/2297605-cbr-zet-medische-gegevens-per-ongeluk-in-verkeerde-dossiers.html ; geraadpleegd op donderdag 15 augustus 2019.
[2] Zie https://nl.wikipedia.org/wiki/Centraal_Bureau_Rijvaardigheidsbewijzen ; geraadpleegd op donderdag 15 augustus 2019.
[3] Dordtse Leerregels, hoofdstuk III/IV, artikel 1.
[4] Dordtse Leerregels, hoofdstuk III/IV, artikel 2.
[5] 1 Petrus 5:1-4.
[6] Hebreeën 12:15.
[7] Openbaring 2:10.
[8] 1 Petrus 5:10 en 11.

14 juni 2019

Onuitvoerbare dienstorder?

Respecteer alle mensen – dat is de oproep van Petrus in 1 Petrus 2. “Houd iedereen in ere”, staat er[1].
In deze wereld lijkt dat ondoenlijk.
Er zijn werknemers, leidinggevenden en directeuren die zeggen heel integer te handelen, maar ondertussen allerlei dingen doen die het daglicht niet kunnen velen. Er zijn criminelen. Enzovoort.
En dan staat hier: houd iedereen in ere…
Kun je daar in 2019 nog wel mee aankomen?

Gezag en respect – die twee staan vlak bij elkaar.
Dat blijkt trouwens ook in de Heidelbergse Catechismus.
In Zondag 39 staat over Gods eis in het gebod over onderwerping aan het gezag: “Dat ik aan mijn vader en moeder en aan allen die gezag over mij ontvangen hebben, alle eer, liefde en trouw bewijs, mij aan hun goede onderwijzing en tucht met gepaste gehoorzaamheid onderwerp en ook met hun zwakheid en gebreken geduld heb, omdat God ons door hun hand wil regeren”[2].
En vervolgens in Zondag 40 over het respect voor anderen:
“Dat ik mijn naaste niet van zijn eer beroof, niet haat, kwets of dood. Dit mag ik niet doen met gedachten, woorden of gebaren en nog veel minder met de daad, ook niet door middel van anderen, maar ik moet juist alle wraakzucht afleggen”[3].

Het is God die regeert.
Als Gods wet de leefregel van het leven is zijn de grenslijnen duidelijk afgetekend.
Leven naar de regel die God stelt, dat houdt het hart zacht.
Leven binnen de kaders van Zijn wet, geeft uitzicht op de verwezenlijking van zijn beloften.

De Spreukenleraar onderwijst ons in hoofdstuk 14:
“Wie een geringe onderdrukt, smaadt diens Maker,
maar wie zich over een arme ontfermt, eert Hem”[4].
Mensen zijn dus, om zo te zeggen, van hoge komaf. Zij zijn namelijk allen door de almachtige God geschapen. God schiep alle mensen met het doel dat zij God zouden eren. God heeft het over heel de wereld te zeggen. Hij is het beginpunt. Van Hem uit kunnen en moeten wij de reputatie van mensen hoog houden!

Men hoort het tegenwoordig wel eens zeggen: ‘ik maak je kapot’! Dat mogen volgelingen van Christus nooit zeggen.
Het omgekeerde is overigens ook waar: volgelingen van Christus laten zich niet kapot maken. Zij weten: mijn God staat erboven; bij Hem kan ik altijd terecht!

Als in 1 Petrus 2 één ding duidelijk wordt, dan is het wel dat de kerk midden in de maatschappij staat. Petrus schrijft: “Houd iedereen in ere; heb al uw broeders lief; vrees God; eer de koning”[5]. Wereld – kerk – God – wereld: zij buitelen in die ene zin van veertien woorden over elkaar heen. En de impliciete boodschap is duidelijk: de aardse kerk, onze samenleving, ja heel de wereld – Hij heeft alles in Zijn hand!

“Houd iedereen in ere” – dat kan óverkomen als een geitenwollensokken-regel. Zo van: we gaan zachtkens en blijmoedig onze gang. Met een glimlach en met zoetgevooisde stem. Immer flegmatiek en uiterst gelijkmatig gestemd.
Het valt te vrezen dat dat beeld bij tijd en wijle tamelijk ver van de werkelijkheid af staat.
Maar daarmee is niet alles gezegd.

Want Petrus schrijft even verder: “Want dat is ​genade, als iemand om het geweten voor God dingen verdraagt die hem pijn doen, en daarbij ten onrechte lijdt”[6].
Charis staat daar. Een exegeet schrijft daarover onder meer: “Het zelfstandig naamwoord (…) charis betekent (1) ‘schoonheid, innemendheid, liefelijkheid’, (2) genade, welgevallen, gunst’, (3) ‘dank, dankbaarheid’ en (4) ‘gunstbewijs, genadegave, liefdebetoon’.
Afgeleid van chairo ‘blij zijn, zich verheugen’ is het gemeenschappelijke van deze betekenissen dat het in verschillende situaties en hoedanigheden een toestand of daad betreft die vreugde of genoegen opwekt”[7].
In omstandigheden vol pijn en ongemak is God genadig. In tijden vol teleurstelling en verdriet staan wij bij God in de gunst. Hij kijkt met welgevallen naar Zijn weggedrukte kinderen. Het geeft Hem oneindige voldoening om te zien dat Zijn kinderen in Zijn nabijheid blijven.
En Gods kinderen weten het: de God van hemel en aarde blijft bij ons; Hij laat ons niet los!

Er zijn momenten waarop wij wellicht denken: deze wereld is mijn wereld niet meer. Of ook: ik pas niet meer in deze wereld. Misschien stellen we ons bij tijd en wijle zelfs de vraag: wat heb ik nog in deze wereld te zoeken?
In die ogenblikken mogen wij het ons realiseren: God is ons genadig.
Om met Psalm 138 te spreken:
“Hij slaat, al troont Hij nog zo hoog,
op hen het oog, die need’rig knielen,
maar uit de verte ziet Hij aan
de dwaze waan van trotse zielen”[8].

“Houd iedereen in ere”.
Op deze aarde, waar het krioelt van de wereldburgers, lijkt dat geen doen.
Maar Gods kinderen houden zich, onder leiding van de Heilige Geest, in deze wereld toch staande. Wat een wonder!
Petrus schrijft: “…als u het geduldig verdraagt wanneer u goeddoet en daarvoor lijdt, is dat ​genade​ bij God. Want hiertoe bent u geroepen, omdat ook ​Christus​ voor ons geleden heeft; Hij laat ons zo een voorbeeld na, opdat u Zijn voetsporen zou navolgen”[9].
Dat gelezen hebbende wordt duidelijk dat Psalm 138 een diepe betekenis heeft:
“Als ik, omringd door tegenspoed,
bezwijken moet, schenkt U mij leven”.
Ten diepste is dat leven tot in eeuwigheid. Want:
“De HERE is getrouw en sterk,
Hij zal zijn werk voor mij voleinden”[10]!

Noten:
[1] Dit zijn de eerste woorden van 1 Petrus 2:17.
[2] Heidelbergse Catechismus – Zondag 39, antwoord 104.
[3] Heidelbergse Catechismus – Zondag 40, antwoord 105.
[4] Spreuken 14:31.
[5] 1 Petrus 2:17.
[6] 1 Petrus 2:19.
[7] Citaat uit de onlineversie van de Studiebijbel; woordstudie ‘charis’.
[8] Dit zijn de laatste regels van Psalm 138:3; berijmd – Gereformeerd Kerkboek-1986.
[9] 1 Petrus 2:20 b en 21.
[10] Dit zijn regels uit Psalm 138:4; berijmd – Gereformeerd Kerkboek-1986.

12 februari 2019

Bewaking van bovenaf

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Onlangs stelde schrijver dezes zich een ogenblik voor dat hij van kerk en geloof in het geheel niets af wist. Toegegeven – dat is eigenlijk onvoorstelbaar.
Maar dat daargelaten – hoe zou de schrijver van dit artikel in dat geval onderstaande passage uit 1 Petrus 1 lezen?

“Geprezen zij de God en Vader van onze Heere ​Jezus​ ​Christus, Die ons, overeenkomstig Zijn grote ​barmhartigheid, opnieuw geboren deed worden tot een levende hoop, door de opstanding van ​Jezus​ ​Christus​ uit de doden, tot een onvergankelijke, onbevlekte en onverwelkbare ​erfenis, die in de hemelen bewaard wordt voor u. U wordt immers door de kracht van God bewaakt door het geloof tot de zaligheid, die gereedligt om geopenbaard te worden in de laatste tijd”[1].

Opnieuw geboren worden…?
Een erfenis die nooit oud en ouderwets wordt…?
Een erfenis die in de hemel in bewaring wordt gehouden…?
Kerkmensen die permanente persoonlijke bewaking hebben…?
Een lezer die niet vertrouwd is met kerk en geloof zal thans waarschijnlijk vertwijfeld naar zijn of haar hoofd grijpen. Waar gaat dit over?

De eerste lezers van deze brief zijn bekend geworden met het Evangelie van vergeving en verlossing. De hemelse God heeft Zijn kinderen uitgekozen, en hen bij Zich geroepen: u hoort bij Mij!
Zo werden zij opnieuw geboren. Het leven kreeg een nieuwe start.

De erfenis – dat is het Koninkrijk van God. Die luisterrijke monarchie is er al.
Er komt een moment dat die volledig zichtbaar zal worden. Een prachtig Koninkrijk is het – zo perfect dat het in aardse begrippen niet te beschrijven is.
Er komt een tijd dat gelovige mensen een plaats in de hemelse heerlijkheid zullen krijgen. Dan krijgt hun bestaan een volstrekt nieuwe en absoluut magnifieke dimensie.
Onze voorvaderen hebben al zo’n volmaakt bestaan. Mijn grootvader van moeders kant bijvoorbeeld. Jan Modderman zou vandaag 122 jaar geworden zijn. Op aarde werd hij 88 jaar; hij overleed in 1985. In de hemel leeft hij echter heerlijk verder![2]

Hier op aarde hebben kinderen van God permanente bewaking om zich heen.
Dat zou je niet zeggen. Want met gewone aardse ogen zie je dat niet. Maar Gods Woord laat het ons weten.
De Here vraagt vertrouwen in Zijn grote kracht.
De Here vraagt geloof in Zijn verlossingswerk.
Eén ding is zeker – de God van hemel en aarde zorgt ervoor dat de ontwikkelingen verder gaan. Hij draagt zorg voor de komst van de nieuwe hemel en de aarde!

Tegenwoordig zijn er over de ontwikkelingen van de aarde, en over de mensen op die aarde, allerlei theorieën.

Neem nu bijvoorbeeld het verhaal van de Israëliër Yuval Harari.
Hij vraagt zich af hoe de mens zich heeft ontwikkeld tot de hedendaagse heerser die hij nu is.
Dat komt, zegt Harari, omdat de mens gaandeweg betere hersenen kreeg. De mens verwierf taal, en kon zodoende sociale relaties aangaan. De sterkste en slimste mensen overleefden voortdurend; dat waren met name de mensen die er in slaagden om groepsgewijs te vechten.
Hoe gaat het, in deze tijd van internet en sociale media, verder?
Er zal een grote groep ontstaan die de concurrentie met de technologie niet meer aankan. Een andere groep zal, om zo te zeggen, gaan samenleven met de techniek en zo overleven. Die mensen noemen we de transhumanisten.
Het zou, meent Harari, wel eens zo kunnen wezen dat we twee ‘soorten’ mensen krijgen:
* supermensen die gezondheid en creativiteit kunnen kopen
* een massa arme mensen, die in het geheel geen economische waarde meer heeft[3].

Eigenlijk komt het er, zegt Harari, op neer dat we alleen zullen overleven als we de juiste lessen leren: laten we dus verstandig met de aarde en met elkaar omgaan!
Terecht schreef iemand in het Reformatorisch Dagblad: “De belangrijkste conclusie die uit Harari’s bestsellers kan worden getrokken, is dan ook dat de mens op drift is geslagen, waardoor er vanuit seculier perspectief geen weg terug meer is. Tegelijkertijd houdt hij ook christelijke lezers regelmatig een spiegel voor. De mens is door zijn levensstijl al een soort machine geworden. Christenen en niet-christenen kunnen als een robot leven zonder tot cyborg te evolueren. Die les kunnen ook christenen in de 21e eeuw zeer ter harte nemen”[4].

Nee, de mens moet geen cyborg worden, dat is: half mens, half machine.
De mens moet geloven in de Borg!
De mens moet vertrouwen op de Borg!
Wij moeten geloven in de Here Jezus Christus, de Man die de weg naar de hemel geopend heeft. Bij Hem en met Hem is er altijd een weg vooruit.
Zelfs als de dood dichtbij is. De opstanding van de Heiland voorspelt onze volmaakte toekomst: opstaan en tot in eeuwigheid gelukkig zijn in de woonplaats van God, de hemel.
Daar kan geen robot tegen op.
Daar kan de zogeheten cyborg niet tegen concurreren. Stop dus maar met dat gepraat over het menselijke evolueren!

Het was de Gereformeerd-vrijgemaakte predikant J.H. van der Hoeven (1914-2004) die in een preek over 1 Petrus 1:3-5 eens opmerkte: “… nu is het al moeilijk om tot geloof te komen. Maar daarin zullen we vertrouwen op Hem, die door Zijn Heilige Geest wederbaart en tot het nieuwe leven brengt. Die de wanhoop uit mensenharten wegneemt en mensenharten vervult met de hoop van het eeuwige leven.
En in het geloof volharden, geloven in de eeuwige erfenis van de nieuwe hemel en van de nieuwe aarde, en intussen overladen worden met problemen, vragen en kwesties…dat is al even moeilijk als tot geloof komen. Hoe zullen erfgenamen bezitters van de erfenis worden, wanneer ze niet geloven, dat die voor hen bestemd is?
Maar hoor nu. Die erfgenamen (…) worden ‘in de kracht Gods bewaard door het geloof tot de zaligheid, die gereed ligt om geopenbaard te worden’ (…). Is het niet prachtig?
Christus heeft op de Paasdag de erfenis in handen gekregen; Hem ‘is gegeven alle macht in hemel en op aarde’ (Mattheüs 28:20). En Hij is ten hemel gevaren om die erfenis weg te leggen en te bewaren voor Gods gekochte volk”[5].

Zeg het maar zo: de hemelse Bewakingsdienst is actief!

Op een website van de NRC staat te lezen: “Alle verhalen die ons een identiteit geven en ons doen opgaan in een groter geheel – of dat nu nationalisme, kapitalisme of religie is – moeten we wantrouwen, is de boodschap van Harari’s boeken. Ze draaien ons een rad voor ogen, ook al is het een economisch lucratief rad of geeft het ons leven tijdelijk zin. Voor betekenis, en om werkelijk onze plek te kennen in de geschiedenis kunnen we ons alleen naar binnen keren”[6].
Onze reactie kan thans kort zijn: wie alles van de hemelse Heiland verwacht komt pas echt goed uit!

Noten:
[1] 1 Petrus 1:3, 4 en 5.
[2] Een foto van de steen op het graf van Jan Modderman en zijn vrouw Janna Modderman-Kreuijer te vinden op https://www.online-begraafplaatsen.nl/zerken.asp?sortpers=overleden&command=showgraf&bgp=1327&grafid=970425&char=K ; geraadpleegd op woensdag 6 februari 2019.
[3] Zie https://nl.wikipedia.org/wiki/Yuval_Noah_Harari ; geraadpleegd op woensdag 6 februari 2019.
[4] Geciteerd uit “Yuval Harari breekt met geloof in vooruitgang”. In: RD Vrijdag – Cultuur, bijlage bij het Reformatorisch Dagblad, vrijdag 1 februari 2019, p. 10 en 11; geraadpleegd op woensdag 6 februari 2019.
[5] De betreffende preek is gedateerd op zondag 26 april 1964. Thema en verdeling van de preek luiden als volgt:
Onze Here Jezus Christus leert Zijn kerk het lied van de levende hoop
Hij leert dat Zijn kerk door te wijzen op:
1. de Erflater Jezus Christus, die is opgestaan (vers 3);
2. de erfenis, die in de hemel is weggelegd (vers 4);
3. de erfgenamen, die in de kracht van God worden bewaard (vers 5).
[6] Geciteerd van https://www.nrc.nl/nieuws/2018/08/30/tussen-berusting-en-maakbaarheid-a1614748 ; geraadpleegd op woensdag 6 februari 2019.

29 november 2018

Veilig onderweg

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

“En wie is het die u kwaad zal doen, als u navolgers bent van het goede?”.
Die vraag wordt gesteld in 1 Petrus 3[1].
Welaan, daar weten de eerste lezers van 1 Petrus 3 wel het een en ander van.

Het is ongeveer het jaar 60 na Christus.
Petrus schrijft een brief waarin het gaat over:
* de verlossing en de levensheiliging
* het gezag en het huwelijk
* het lijden en de volharding[2].
De zin waarmee dit artikel begint is de inzet van het laatste deel van de eerste brief van Petrus.

Over dat kwaad en dat lijden weten de eerste lezers van deze brief dus wel mee te praten.
In hun heidense omgeving zijn onbegrip, laster en smaad aan de orde van de dag.

In die situatie lijkt de vraag van hierboven nogal ongepast.
Overheid, leidinggevenden, echtgenoten… – die kunnen het de gelovigen knap lastig maken. Dan kom je toch niet met zo’n vraag aan?
Toch is die vraag niet zo gek. Want Petrus vervolgt: “Maar als u ook zou moeten lijden vanwege de ​gerechtigheid, dan bent u zalig. En wees niet bevreesd zoals zij bevreesd zijn, laat u niet in verwarring brengen”[3].
Dan bent u zalig – zo staat het er. De hemel komt op aarde; in 1 Petrus 3 staat de garantie zwart op wit.
Allerlei smaad en laster kan ons niet in de kern van ons leven raken. Want Christus beschermt ons. Hij brengt ons naar Zijn toekomst toe.

Hoe zal die toekomst wezen?
Zitten we dan in de sfeer van Constantijntje?
Misschien weet u ’t wel – Constantijntje is een zoon van de dichter Joost van den Vondel. Constantijntje overlijdt als hij nog geen jaar oud is. Zijn vader dicht in 1632:
“Constantijntje, ’t zalig kijntje,
cherubijntje, van omhoog
d’ ijdelheden hier beneden
uitlacht met een lodderoog.
Moeder, zeit hij, waarom schreit gij,
waarom greit gij op mijn lijk?
Boven leef ik, boven zweef ik,
engeltje van ’t hemelrijk”[4].
In Gods Woord wordt ons niet geleerd dat overleden mensen transformeren tot zwevende engeltjes. Dat klinkt wel romantisch, maar het is niet veel meer dan goed bedoelde onzin.

De Here geeft ons een hemels bestaan dat zo luisterrijk is dat iedere omschrijving die we op aarde bedenken tekortschiet.
Altijd is het nog mooier. Nog harmonieuzer. Nog glorieuzer.

Nu het hierom gaat wijs ik graag op een vraaggesprek dat de Volkskrant had met oud-diplomaat Edy Korthals Altes[5].
Korthals Altes zegt: “We hebben een nieuwe mens nodig die gedreven wordt door liefde voor de medemens en de natuur; en die dat weet te vertalen in een ander economisch model en een ander veiligheidsmodel. Dat vergt een andere vorm van leven: materieel soberder, maar rijker van inhoud, met meer aandacht voor de geest. Met onze knappe koppen hebben we een bulldozer ontwikkeld die tot de vernietiging van alles in staat is – van het menselijk leven door middel van kernwapens tot vernietiging van de natuur, zie onze ecologische crisis. Die bulldozer wordt bestuurd door een klein mannetje met een nog kleiner kopje. In zijn geest wordt niet geïnvesteerd, want nee, we geloven tegenwoordig in algoritmen! Dan zeg ik: juist nu hebben we mensen nodig die weet hebben van mens-zijn, die oog hebben voor de krachten die er gaande zijn en die zich de vraag stellen: hoe kunnen we die verantwoord beheersen?’”[6].

Voor kerkmensen van 2018 is het duidelijk.
De ultieme liefde voor de medemens is door Jezus Christus gedemonstreerd.

Zou een ander veiligheidsmodel echt helpen? Het valt te vrezen dat dat niet het geval is. Immers – we moeten rekening houden met het feit dat de zonde altijd deel uit zal maken van dit aardse bestaan.

Er is, zegt Korthals Altes, meer aandacht nodig voor de geest. Dat is zonder twijfel waar. Maar er is, zegt 1 Petrus 3, met name attentie nodig voor de Heiland en Zijn Geest. Petrus schrijft namelijk: “Want ook ​Christus​ heeft eenmaal voor de ​zonden​ geleden, Hij, Die ​rechtvaardig​ was, voor onrechtvaardigen, opdat Hij ons tot God zou brengen. Hij is wel ter dood gebracht in het vlees, maar levend gemaakt door de Geest”[7].

Wij zijn in staat om onszelf te vernietigen, zegt de filosoferende oud-diplomaat.
Maar weet u wat de schrijver van 1 Petrus 3 doet? Hij wijst op de boodschap die in het Oude Testament uitging naar de mensheid om de tijd van Noach. U weet wel – Noach die de ark moest bouwen voor de zondvloed kwam. Er werd gepredikt: “…namelijk aan hen die voorheen ​ongehoorzaam​ waren, toen God in Zijn geduld nog eenmaal wachtte in de dagen van ​Noach, terwijl de ark gebouwd werd, waarin weinige – dat is acht – mensen behouden werden door het water heen”[8].
De Here God dankt de door Hem geschapen wereld niet af!

Wij moeten mensen zijn die weten wat er gaande is, zegt Korthals Altes.
Weet u wat er gaande is?
De hele wereld heeft te maken met de opgestane Christus “Die aan de rechterhand van God is, opgevaren naar de hemel, terwijl de ​engelen, machten en krachten Hem onderworpen zijn”[9].
Dat is er aan de hand in de wereld. De oud-diplomaat die hierboven aan het woord is heeft gelijk: als de mensen aan zichzelf overgelaten werden, zou het gauw een janboel in de wereld zijn. Maar Petrus zegt: de God van hemel en aarde heeft heel de kosmos in de hand.

“En wie is het die u kwaad zal doen, als u navolgers bent van het goede?”.
Wat er ook gebeurt, Gods kinderen komen altijd goed terecht. Want in de hemel is een plaats voor hen gereserveerd. Zij zijn veilig onderweg naar de mooiste toekomst die denkbaar is!

Noten:
[1] 1 Petrus 3:13.
[2] Zie hiervoor http://christipedia.nl/index.php?title=Artikelen/P/Petrus%2C_zijn_brieven ; geraadpleegd op zaterdag 24 november 2018.
[3] 1 Petrus 3:14.
[4] Geciteerd van https://www.literatuurgeschiedenis.nl/goudeneeuw/literatuurgeschiedenis/lgge015.html ; geraadpleegd op zaterdag 24 november 2018.
[5] Zie voor meer informatie over Korthals Altes https://nl.wikipedia.org/wiki/Edy_Korthals_Altes ; geraadpleegd op zaterdag 24 november 2018.
[6] Geciteerd van https://www.volkskrant.nl/mensen/oud-diplomaat-edy-korthals-altes-94-de-nieuwe-mens-stemt-mij-hoopvol-~b7e65935/?utm_term=73373&utm_campaign=20181119%7Cochtend&utm_medium=email&utm_userid=&utm_source=VK ; geraadpleegd op zaterdag 24 november 2018.
[7] 1 Petrus 3:18.
[8] 1 Petrus 3:20.
[9] 1 Petrus 3:21.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.