gereformeerd leven in nederland

30 oktober 2019

Kom tot uw Heiland, toef langer niet

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

In de kerk wordt het Evangelie van Christus iedere week weer geproclameerd en geëxpliceerd[1]. De Heidelbergse Catechismus leert het ons: Hij is door God de Vader aangesteld “en met de Heilige Geest gezalfd tot onze hoogste Profeet en Leraar, tot onze enige Hogepriester en tot onze eeuwige Koning. Als Profeet en Leraar heeft Hij ons de verborgen raad en wil van God over onze verlossing volkomen geopenbaard. Als Hogepriester heeft Hij ons met het enige offer van zijn lichaam verlost en blijft Hij met zijn voorbede steeds bij de Vader voor ons pleiten. Als Koning regeert Hij ons met zijn Woord en Geest, en beschermt en bewaart Hij ons bij de verworven verlossing”[2].
Het verlossingswerk van Jezus Christus – dat is het kernpunt van ons leven. Dat staat centraal: op zondag, maandag, dinsdag… ja, op alle dagen van de week.

Die geloofsleer moet onderwezen worden, schrijft Paulus in 1 Timotheüs 1: “Ik herinner u eraan hoe ik u, toen ik naar Macedonië reisde, ertoe opgeroepen heb in Efeze te blijven om sommigen te bevelen geen andere leer te onderwijzen”[3].

Heterodidaskalein
staat er – dat komt van heteros: ander en didaskalos: leraar, leermeester.
Leraren die Christus’ verlossingswerk niet meer centraal stellen moet men de rug toekeren. Tegen dergelijke leraren mag men gerust zeggen: ik kom niet meer bij u terug.
Schrijver dezes weet hoe dat voelt. In 2011 verliet hij de Gereformeerde kerken (vrijgemaakt) vooral om die reden.
In heel veel kerken wordt Jezus Christus nog vaak genoemd. Maar dat wil lang niet altijd zeggen dat Hij ook centraal staat.

Een exegeet schrijft bij 1 Timotheüs 1: “De mensen, waarover hij het heeft in dit hoofdstuk, zijn niet de eigenlijke dwaalleraars. Die komen ter sprake in hoofdstuk 4. En die worden ook geheel anders door hem behandeld. Scherp getekend en aangevallen. Ze behoren niet tot de gemeente, maar zijn buiten haar. De hier bedoelden echter zijn blijkbaar binnen den kring der gemeente, en behoren tot haar leden. Tegenover hen treedt de apostel dan ook geheel ánders op. Want hij wil beproeven hen nog te behouden. Vermoedelijk worden daarom, om hen te sparen, hun namen ook nog niet genoemd. Voor Timotheüs is dat trouwens ook niet nodig. Hij kent hen wel. Het zijn sommigen. Dat woord wijst hier niet aan, dat het slechts enkelen, weinigen, zijn. Maar het betekent: bepaalde, niet nader aangeduide lieden”.
En:
“Die andere inhoud bestaat niet daarin, dat ze van de Christelijke waarheid geheel en al afdwalen, gelijk latere dwaalgeesten. Maar blijkens het volgende vers daarin, dat ze door de inhoudloze onderwijzingen het Evangelie metterdaad van zijn kracht beroofden en de eigenlijke heilsleer achterwege lieten voor beuzelingen zonder inhoud, op pikante, fantastische, dus ándere, wijze voorgedragen. In het volgende vers wordt dit alles breder ontwikkeld”[4].
Dus:
* de andere leer komt uit de eigen gemeente op
* het Evangelie wordt krachteloos gemaakt door er allerlei verhalen omheen te weven.
Van predikanten mag worden gevraagd dat ze op de kansel niet allerlei verhalen opdissen, of het NOS-journaal repeteren; zij moeten Jezus Christus en Zijn verlossingswerk prediken!
Van luisteraars kan worden verlangd dat zij niet luisteren naar verhalen, maar wel naar preken zoals bedoeld in de Nederlandse Geloofsbelijdenis. U weet wel: “De kenmerken waaraan men de ware kerk kan kennen, zijn deze: dat de kerk de zuivere prediking van het evangelie onderhoudt…”[5].

Wat is een goede preek?
De Gereformeerd-vrijgemaakte predikant dr. J. Douma zegt:
“* blijf dicht bij de tekst!
* blijf dicht bij de hoorder!
* blijf dicht bij jezelf!”[6].
Iemand anders geeft zeven kenmerken van een goede preek
* met gezag – ‘zo spreekt de Heer’
* eigentijds
* verstand en gevoel worden zoveel mogelijk samengebracht
* goede Schriftuitleg
* verbanden leggen, lange lijnen trekken
* ellende, verlossing en dankbaarheid moeten alle ter sprake komen
* bevel van geloof en bekering[7].
Hoe dat alles zij: laten wij ons realiseren dat volgelingen van Christus vanwege de zonde steeds de neiging hebben om bij de Heiland weg te lopen. Hij is, om zo te zeggen, de Hoeksteen van de kerk. Denkt u daarbij maar aan Psalm 118:
“De steen, die door de tempelbouwers
veracht’lijk was een plaats ontzegd,
werd tot verbazing der beschouwers
ten hoeksteen door God zelf gelegd”[8].
De preek moet ons steeds weer naar de Heiland terugbrengen!

Een journalist van het Nederlands Dagblad noteerde onlangs in een essay: “…we komen als gelovigen sámen voor Gods aangezicht. We eren Hem. We bidden. De Bijbel gaat open. We zien naar elkaar om, laat een ieder zich gezien weten. Soms volgt zinnig onderwijs in de zin van een goede preek. Hyperkritische mens, wat wil je nog meer?
In werkelijkheid beleef ik de eredienst als een uitdijend universum, dat is precies de omgekeerde beweging. Alle doelgroepen moeten bediend worden, de stiltes worden ‘dichtgejast’ met geroezemoes, een collectelied of talmend orgelspel. Het zijn prikkels, en dat schrijft iemand die daar van nature niet gevoelig voor is”.
En:
“Mag de liturgie een ‘tegenbeeld’ van de tijd zijn? Nu de tijden druk en verwarrend zijn, zet in op rust en eenvoud. In de kerkdienst op adem komen bij het lichte juk van de Heiland, dit schaap is bereid er de dam voor over te steken”[9].
Schrijver dezes onderschrijft niet elke letter van bovenstaande citaten. Maar inderdaad: wij mogen op adem komen bij het lichte juk van de Heiland. De hartenkreet van de heilbegerige journalist brengt ons ook bij de laatste oproep in dit artikel. Het is de dringende uitnodiging van Psalm 97:
“U, die de HEER bemint,
bij Hem bescherming vindt, als goddelozen woeden,
wilt voor het kwaad u hoeden.
’t Is God die vreugde spreidt voor wie zijn naam belijdt.
U, die oprecht gelooft, nooit wordt uw licht gedoofd”[10].

Noten:
[1] De titel van dit artikel is ontleend aan de bundel van Johannes de Heer. Het is de eerste regel van lied 210.
[2] Heidelbergse Catechismus – Zondag 12, antwoord 31.
[3] 1 Timotheüs 1:3.
[4] Dr. C. Bouma, “I, II Timotheüs, Titus, Filémon – opnieuw uit de grondtekst vertaald en verklaard”. – Kampen: Uitgeverij Kok, 1953. – p. 27.
[5] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 29.
[6] Geciteerd van http://www.josdouma.nl/artikelen/Jos%20Douma%20-%20Het%20geheim%20van%20een%20goede%20preek.pdf ; geraadpleegd op woensdag 23 oktober 2019.
[7] Zie https://www.gerritveldman.nl/7-kenmerken-van-een-goede-preek/ ; geraadpleegd op woensdag 23 oktober 2019.
[8] Psalm 118:8; berijmd – Gereformeerd Kerkboek-1986.
[9] Gerard ter Horst, “Hunkeren naar God in prekerige erediensten” – essay in: Gulliver, bijlage bij het Nederlands Dagblad, vrijdag 11 oktober 2019, p. 3.
[10] Psalm 97:5; berijmd – Gereformeerd Kerkboek-1986.

2 mei 2019

God of graaicultuur

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Henk Otten heeft € 30.250 uit de partijkas uitgekeerd aan zichzelf.

Wie is Henk Otten?
En over welke partij gaat dit?

U moet weten – Otten heeft een hoge positie bij het Forum voor Democratie. Binnen die partij is ruzie ontstaan, met name tussen partijleider Thierry Baudet en genoemde Henk Otten.
Inmiddels is Otten geen bestuurslid meer. Ook zijn werk als medewerker van de fractie in de Tweede Kamer heeft hij neergelegd.

“‘We hebben oprechte verontschuldigingen van Henk Otten ontvangen voor de gemaakte fouten, waaronder de gecorrigeerde banktransactie’, verklaart de partij vandaag. ‘Nu is het zaak te werken aan herstel van het vertrouwen en de rust te laten terugkeren. Dat doen we graag met Henk als lid van onze toekomstige Eerste Kamerfractie’”.
Aldus meldt de NOS op maandag 29 april 2019[1].
Waarvan akte.

Natuurlijk kunnen we gaan klagen. Over politici die machtswellustelingen zijn. Over de graaicultuur in Den Haag. En over talloze andere dingen.

Het probleem is echter dat we dit ‘graaipatroon’ allen in ons hebben.
Wie denkt er op gezette tijden niet aan het bewonen van een mooi landhuis op een prettig perceeltje grond?
Of aan het bezit van een vakantieappartement op Gran Canaria, Lanzarote of Mallorca?
Paulus schrijft aan Timotheüs: “Want geldzucht is een wortel van alle kwaad. Door daarnaar te verlangen, zijn sommigen afgedwaald van het geloof, en hebben zich met vele smarten doorstoken”[2].

Geld zorgt voor een gevoel van macht.
Maar geld zorgt er soms ook voor dat je leeft met psychische pijn die door merg en been gaat.
Een exegeet noteert bij 1 Timotheüs 6 over die pijn: “We kunnen daarbij denken aan allerlei vormen van teleurstelling en mislukking, maar misschien ook aan een aanklagend geweten, het verlies van de gemeenschap met de Heer en de hoop op het eeuwige leven”[3].

Geld laat ons zomaar wegdwalen bij de God van het verbond.
Geld kan er de oorzaak van zijn dat het eeuwige leven bij ons op de prioriteitenlijst zakt.
Geld betekent voor velen dat zij zich met vele smarten doorstoken hebben.
Dat woord ‘doorstoken’ brengt ons trouwens ook bij Johannes 19.
In dat hoofdstuk gaat het over Jezus’ kruisiging op Golgotha. Ik citeer: “Zij zullen zien op Hem Die zij doorstoken hebben”[4].
Wie zijn die ‘zij’? Antwoord: dat zijn de Joden. Zij hebben het proces van Jezus’ veroordeling gevolgd. Sterker nog: zij hebben er bij gestaan. En misschien zijn ze ook wel langs dat kruis gelopen waar Jezus aan hing.

Die pijn mogen wij nooit vergeten. In de Nederlandse Geloofsbelijdenis staat daarover geschreven: “…… en Hij heeft dit alles geleden ter wille van de vergeving van onze zonden. Daarom zeggen wij terecht met Paulus, dat wij niets anders weten dan Jezus Christus en die gekruisigd (…); wij beschouwen alles als vuilnis, omdat de kennis van Christus Jezus, onze Heer, alles te boven gaat (…). Wij vinden al onze troost in zijn wonden en behoeven geen enkel ander middel te zoeken of uit te denken om ons met God te verzoenen naast dit ene, eens voor altijd gebrachte offer, dat de gelovigen voor eeuwig tot volmaaktheid brengt”[5].

De kernvraag is: letten wij op Degene die doorstoken is, of willen wij levenslang last houden van de pijn vanwege graaicultuur en financiële handigheidjes?
Wie geld hoog op zijn persoonlijke hitlijst zet, komt snel in de sfeer van jaloersheid, ruzies, geroddel en wantrouwen.
Paulus schrijft echter aan Timotheüs: “U echter, o mens die God toebehoort, ontvlucht deze dingen. Jaag daarentegen ​gerechtigheid, godsvrucht, geloof, ​liefde, volharding en zachtmoedigheid na. Strijd de goede strijd van het geloof. Grijp naar het eeuwige leven…”[6].

Een bedrag als € 30.250 staat mooi op je bankrekening.
En ach – wie zou Henk Otten niet kunnen begrijpen?
Ach, u zou zo graag een nieuwe auto aan willen schaffen. Of een huis willen kopen. Of iets vaker uit eten gaan. Enzovoort.

Stel, er staat € 30.250 op uw bankrekening.
Wat heeft u daaraan als de Here God uiteindelijk tegen u zegt: wat hebt u in de afgelopen voor Mij gedaan? Dan kunt u moeilijk zeggen: ik heb geld verzameld, en dat was heerlijk.

Begeerte naar geld komt bij tijd en wijle bijna ongemerkt in de plaats van verlangen naar hemelse eeuwigheid.
Als we iets leren van het hele gedoe rond Henk Otten, dan is het dat wel.

Noten:
[1] Zie https://nos.nl/artikel/2282522-forum-zet-otten-opzij-als-beoogd-fractieleider-eerste-kamer.html ; geraadpleegd op maandag 29 april 2019.
[2] 1 Timotheüs 6:10.
[3] Geciteerd uit de online versie van de Studiebijbel; commentaar bij 1 Timotheüs 6:10.
[4] Johannes 19:37.
[5] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 21.
[6] 1 Timotheüs 6:11 en 12 a.

27 februari 2019

Bouwen op het fundament

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

“Dit is een betrouwbaar woord en alle aanneming waard dat ​Christus​ ​Jezus​ in de wereld gekomen is om zondaars zalig te maken, van wie ik de voornaamste ben”.

Dat schrijft Paulus aan Timotheüs[1].

Er zijn mensen, schrijft Paulus, die zich eindeloos bezighouden met allerlei details die er, op de keper beschouwd, niet zoveel toe doen. Allerlei legendarische verhalen, de oude Joodse geslachtsregisters – die worden geweldig belangrijk gemaakt.
Pas daarmee op, zegt Paulus. En – houd je bij de kern: het evangelie van Jezus Christus.
Het gaat om “liefde​ die voortkomt uit een ​rein​ ​hart, een goed geweten en een ongeveinsd geloof”[2].

Het is belangrijk om dit alles vandaag tot ons door te laten dringen.
Misschien kijken wij wat meewarig naar de mensen in Timotheüs’ tijd. Wellicht vragen wij ons af: wat moeten wij met de stelling van Paulus beginnen?
Zeker – Paulus heeft hier de kern van het christelijk geloof te pakken. Hier gaat het om. Als dit Evangelie niet meer gepredikt wordt… – nou, dan kan de kerkdeur dicht blijven. Dan mag de sleutel van de kerk bij de al of niet boze koster op de schoorsteenmantel blijven liggen.
En dat genealogisch getinte gezever? Hou toch op! Daar doen we toch niet meer aan? Ja, dat hebben we nu wel afgezworen. Niet dan? Ja toch?

Dat laatste klinkt stoer.
Heldhaftig en kordaat.
Onverschrokken en onvervaard.
Toch moeten we op dit gebied maar een beetje voorzichtig wezen.
Immers – in Gereformeerde kerken hebben we soms nog de neiging om ons vast te klemmen aan de leiders van weleer: B. Holwerda, K. Schilder, J. Kamphuis, C. Trimp, L. Doekes, W.G. de Vries enzovoort.
Oude Bijbelstudies worden met graagte gebruikt.
En goed beschouwd is dat ook niet zo’n groot wonder. Gereformeerde Bijbelstudies worden niet dagelijks in dikke stapels aangeleverd. Integendeel.

Alleen daarom al is er weinig tegen om oude literatuur te gebruiken.
Schrijver dezes doet dat ook veelvuldig, en zeker niet met tegenzin. Onze voorvaderen hebben buitengewoon veel nuttige bijdragen geleverd aan de ontwikkeling van het Gereformeerde leven. Zonder twijfel kunnen die bijdragen het fundament zijn voor de standpuntbepalingen van vandaag.

Alleen maar – we zullen er op moeten toezien dat we metterdaad voortbouwen op de onderbouw die de leiders in ons voorgeslacht zo vlijtig in elkaar getimmerd hebben.
De vraag behoort steeds te zijn: hoe passen we de lessen van vroeger toe op de situatie van vandaag?
Wat zijn de omstandigheden van 2019?

Laten we daarbij niet per onmiddellijk bevreesd zijn als oude termen niet zo heel vaak meer worden gebruikt. Het taalkleed van 2019 is nu eenmaal anders dan, bijvoorbeeld, dat van de jaren ’50 van de vorige eeuw.
De leiders van weleer kunnen ons ook vandaag van dienst zijn. Laat daarover geen misverstand bestaan! Maar het is van belang om het Evangelie te verkondigen in de wereld van vandaag.

Wederom wijs ik op 1 Timotheüs 1.
De Gereformeerd-vrijgemaakte dominee G.A. Jansen (1913-1986) preekte eens over een vers uit dit Schriftgedeelte. Dat was in november 1963. Indertijd zei hij: “Hier hoort u de totale afbraak van de mens, maar ook de volkomen verlossing in onze Bondsmiddelaar, de Here Jezus Christus”. En: “…van die genade van God in Jezus Christus mogen we nooit te gering denken geliefden. Die genade is zó ruim, en zó uitgebreid. Zo ruim als de hemel, en zo uitgebreid als de hemel boven de aarde”[3].
Dominee Jansen maakt duidelijk dat we ons niet moeten vastklemmen aan de kerkleiders van vroeger. En evenmin aan de klerikale opinieleiders van nu.
Kijk maar de hemel, suggereert Jansen. En blijf niet hangen op de vierkante kilometer van toen. Kijk maar naar het uitspansel des hemels, en bewonder wat de God van hemel en aarde aan het doen is. Door alle eeuwen heen. Op alle tijden en plaatsen.

Dat is de stijl van Hebreeën 13: “Denk aan uw voorgangers, die het Woord van God tot u gesproken hebben. Let op de uitkomst van hun levenswandel, en volg hun geloof na”[4].
Nee, het gaat niet om die voorgangers zelf.
Wij behoren een voorbeeld te nemen aan hun geloof.

Kijk maar naar de hemel, zei dominee Jansen.
Dat bedacht hij niet zelf.
Want in 1 Timotheüs 1 schrijft Paulus: “De ​Koning​ nu der eeuwen, de onvergankelijke, de onzichtbare, de alleen wijze God, zij eer en heerlijkheid in alle eeuwigheid. ​Amen”[5].

Ja, dat woord is ook alle aanneming waard!

Noten:
[1] 1 Timotheüs 1:15.
[2] 1 Timotheüs 1:5 b.
[3] De betreffende preek had 1 Timotheüs 1:16 als tekst. Dominee Jansen werkte in november 1963 als predikant in de Groningse dorpen Loppersum en Westeremden.
[4] Hebreeën 13:7.
[5] 1 Timotheüs 1:17.

31 december 2018

Op het goede pad

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , ,

De dingen die ons in deze wereld ten dienste staan, kunnen we tot Gods eer gebruiken.
We kunnen ze ook benutten vanwege ons eigen gerief. In het laatste geval komt onze God zomaar op de tweede plaats te staan. En misschien willen wij God soms wel het liefst even helemaal wegdenken.

Vlak voor de drempel van 2019 lijkt het, alleen daarom al, goed om wat beter te kijken naar een statement dat Paulus in 1 Timotheüs 4 noteert: “Want alles wat God geschapen heeft, is goed en niets is verwerpelijk, wanneer het onder dankzegging aanvaard wordt. Want het wordt ​geheiligd​ door het Woord van God en door het ​gebed”[1].

In welk verband staan die woorden?

De Heilige Geest van God maakt ons duidelijk dat er in de eindtijd heel wat mensen zijn die zich van het geloof gaan afkeren. Zij gaan op zoek naar andere vormen van zingeving.
Wanneer begint die eindtijd?
Die is al begonnen.
Dat blijkt bijvoorbeeld uit 1 Johannes 2: “Kinderen, het is het laatste uur; en zoals u gehoord hebt dat de ​antichrist​ eraan komt, zijn er ook nu al veel antichristen gekomen, waaruit wij weten dat het het laatste uur is”[2].
En ook uit 2 Johannes 1:7: “Want er zijn veel misleiders in de wereld gekomen, die niet belijden dat ​Jezus​ ​Christus​ in het vlees gekomen is. Dat is de misleider en de ​antichrist”[3].
Ja, de eindtijd is al begonnen.

In 1 Timotheüs 4 gaat het, zo laat de apostel Paulus blijken, over mensen waarvan het geweten als het ware met vuur is dichtgeschroeid.
Wij zouden zeggen: het lijkt wel of er een lasapparaat is gebruikt. Alles is dichtgelast; je kunt niet meer bij de kern.
Paulus schrijft over “leugenaars, die hun eigen geweten als met een brandijzer hebben toegeschroeid”[4].

In Paulus’ tijd wordt het huwelijk door sommigen afgewezen.
Bovendien zijn er mensen die zeggen: dit of dat kun je beter niet eten of drinken.
En seksualiteit? – daar kun je je maar beter niet mee bezig houden.
Paulus formuleert: “Zij verbieden te trouwen en gebieden zich te onthouden van voedsel, dat God geschapen heeft voor de gelovigen en voor hen die de waarheid hebben leren kennen, om onder dankzegging aanvaard te worden”[5].

Kortom:
* mensen zoeken naar zingeving die henzelf aanspreekt
* mensen laten hun geweten niet meer spreken
* mensen zeggen dat bepaald eten of drinken niet goed is

Wie om zich heen kijkt, herkent ook vandaag al snel iets van het bovenstaande.
Mensen speuren naar hun eigen religieuze uitingen. Dat is, zeggen zij, een spannende zoektocht.
Mensen hebben hun hart toegesloten. En met hun geweten hebben zij hetzelfde gedaan. Waarom? Ach – er is zoveel aan de hand in de wereld. Je moet, zegt men, je eigen ding doen. Je hebt genoeg aan jezelf en aan je eigen, al of niet samengestelde, gezin.
Je kunt, stellen nogal wat mensen, maar beter geen vlees meer eten. Bovendien: je krijgt kanker van dit, en suikerziekte van dat. Als het een beetje wil wordt een dergelijke bewering zo snel mogelijk door een officiële instelling tegengesproken.
Het vreemde is dat men heden ten dage, als het over seksualiteit gaat, in een oogwenk de andere kant op schiet. Van terughoudendheid en ascese is anno 2018 geen sprake meer. Alle seksuele grenzen lijken voor eens en voor altijd afgeschaft te zijn. De metoo-discussie bewijst hoe ver sommigen daarin gaan.
Het algemene beeld is dat veel mensen vandaag worden geregeerd door angst. Of door individualisme. Of door losbandigheid. Of door combinaties van die drie.

In het bovenstaande ligt de actualiteit voor Paulus’ uitspraak.
En het is duidelijk dat wij moeten waken voor vrees, egoïsme en zedeloosheid!

Wat zullen wij verder van deze dingen zeggen?

Het jaar 2018 is een jaar waarin zonde, verderf en onheil nog altijd diep in de schepping verankerd blijken.
Wie alleen al het werelddeel Azië beschouwt schudt zijn hoofd. Gaat u maar na:
* de aardbeving op Lombok, begin augustus
* de aardbeving in Palu, een stad in het centrum van het eiland Sulawesi – eind september
* eind oktober stort een vliegtuig neer, dertien minuten nadat het uit Jakarta vertrokken is
* de tsunami in de straat van Soenda, op zaterdag 22 december jongstleden[6].

Wie de krant leest en de journaals bekijkt, kan zomaar denken: deze wereld gaat kapot; helemaal kapot!

In die wereld mogen Gods kinderen het echter blijven zeggen: de dingen die we gebruiken worden geheiligd door Gods Woord en door gebed.
Altijd moeten we, met de Bijbel in de hand, blijven uitzoeken hoe we de God van hemel en aarde het beste kunnen eren met de gaven die Hij ons geeft.
We mogen bij de troon van God komen. We mogen bidden om matigheid bij het werken op aarde; een ‘alles moet op’-mentaliteit past niet bij een christelijk leven. We mogen bidden om nuchterheid bij de keuze van ons voedsel. We mogen bidden om moed voor de toekomst; angst is, zoals bekend, een slechte raadgever. We mogen bidden om een hart dat zacht blijft, en toegankelijk is voor de noden van onze medemensen. We mogen bidden om kracht teneinde de God gestelde grenzen in ons aardse leven te blijven eerbiedigen.

Laten wij maar zonder omwegen constateren dat wij, ook in het bijna afgelopen jaar, alle gelegenheid hebben gehad om onze God te dienen. Dat kostte ons vaak moeite – vanwege gezondheidsproblemen of om allerlei andere redenen. Met vallen en opstaan hebben wij onze dienst verricht.
Constateert u op dit punt veel tekortkomingen? Dat hoeft niemand te verbazen. Zeker is wel dat we, Deo Volente, in het jaar 2019 een nieuwe kans krijgen.

Laten wij maar blijven Bijbellezen.
Laten wij maar blijven bidden.
Dan zijn wij al een heel eind op ’t goede pad.

Noten:
[1] 1 Timotheüs 4:4 en 5.
[2] 1 Johannes 2:18.
[3] 2 Johannes 1:7.
[4] 1 Timotheüs 4:2.
[5] 1 Timotheüs 4:3.
[6] Zie hierover ook https://nos.nl/artikel/2264910-ik-zag-golven-van-asfalt-het-hele-land-stroomde-als-een-rivier.html ; geraadpleegd op maandag 24 december 2018.

2 juni 2017

De tronende Heiland contra terreur

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , ,

Terreur is iets van alle tijden. Natuurlijk heeft het geweld van vandaag een andere naam als dat van vroeger. Maar geweld, agressie, tirannie en terrorisme was er altijd en zal er wezen zolang deze aarde bestaat.

Als het daarom gaat is de tweede juni een datum voor een treurig memorandum.

Dat blijkt onder meer uit een oud nummer van het blad ‘Daniël’, het jongerenblad van de Jeugdbond Gereformeerde gemeenten[1].

Daarin lezen wij het volgende:
“We schrijven (…) 1968. De naoorlogse jeugd ziet het dan niet meer zitten. Het is het jaar van radicalisering van het studentendom. In de periode 1964-1968 komen er acties, demonstraties en discussies over zaken als de democratisering van het universitaire leven, de wetten op de noodtoestand en de toenmalige Vietnamese oorlog, de ontwikkeling raakt op drift als een toekijkende student op 2 juni 1967 wordt getroffen door een politiekogel bij een demonstratie tegen het bezoek van de Perzische Sjah. Als de student overlijdt heeft de buitenparlementaire oppositie een martelaar. Hierop volgen maanden van studentenacties in alle grote West-Duitse steden. Betogingen, kraakacties, bezettingen van universiteiten. Het burgerdom kijkt geschokt naar zijn zonen en dochters. Echter dit studentenverzet verzandt in eindeloze discussies. Dit besef brengt radicale jongeren als Baader, Enslinn, Proll en Söhnlein er toe de openbare mening op gewelddadige wijze te schokken”.

Daar is de eerste datum: vrijdag 2 juni 1967.

In het bovenstaande vallen ook de namen Baader en Ensslin. Daarmee worden Andreas Baader en Gudrun Ensslin aangeduid. Zij zijn bekend van de Baader-Meinhof-Groep, oftewel de Rote Armee Fraktion, die bestond tussen 1970 en 1998. De RAF wilde in feite schoon schip maken met het naziverleden. De oorlogsgeneratie moest aan haar kinderen maar eens uitleggen wat er precies was gebeurd, en waarom! En trouwens: hoe was het mogelijk dat veel bestuurders uit het nazitijdperk nog altijd de hoeders van de fundamenten der West-Duitse samenleving waren?
Een bekende encyclopedie meldt: “De RAF ageerde verder ook sterk tegen de in de Bondsrepubliek heersende ‘kapitalistische staat’. Een tweede doel van de groep was het zich ondergronds tegen ‘het systeem’ verzetten”.
De Rote Armee Fraktion wordt verantwoordelijk gehouden voor vierendertig moorden, vele bankovervallen en talrijke bomaanslagen[2].

De strijd tegen de terreur wordt groots aangepakt.
In 1972 zijn op een bepaald moment “150.000 politiemensen op pad. Dit levert op 2 juni 1972 de aanhouding op van Jan Carl Raspe, Andreas Baader en Holger Meins. Op 7 juni 1972 wordt Gundrun Ensslin aangehouden. Op 10 juni 1972 worden Brigitte Monhaupt en Biernhard Braun gearresteerd. Op 15 juni 1972 wordt in Hannover Ulrike Meinhof gegrepen na een tip aan de politie. De volksoorlog gaat echter door, ondanks dat de voornaamste leden van de RAF in de gevangenis zitten. Anderen nemen hun taak over. De voornaamste leden van de RAF hebben zichzelf van het leven beroofd. Op 18 augustus 1977 worden in de gevangenis de lijken gevonden van Jan Carl Raspe, Andreas Baader, Gundrun Ensslin en Irngard Möller. Andere namen zijn er voor in de plaats gekomen…”.

Daar is de tweede datum: vrijdag 2 juni 1972.

Arrestaties, zelfmoorden… en nog is het einde niet. De laatste zin van het bovenstaande citaat spreekt boekdelen: “andere namen zijn er voor in de plaats gekomen”.
Terreur is van alle tijden en zal er altijd wezen.
Is dat niet beangstigend?
Is dat niet om verdrietig van te worden?
Is dat niet om wanhopig van te worden?

Toch niet.

Wij moeten bidders worden.

Leest u maar mee in 1 Timotheüs 2: “Ik vermaan u dan allereerst smekingen, ​gebeden, voorbeden en dankzeggingen te doen voor alle mensen, voor koningen en alle hooggeplaatsten, opdat wij een stil en rustig leven mogen leiden in alle godsvrucht en waardigheid. Dit is goed en aangenaam voor God, onze Heiland, die wil, dat alle mensen behouden worden en tot erkentenis der waarheid komen. Want er is één God en ook één middelaar tussen God en mensen, de mens ​Christus​ ​Jezus, die Zich gegeven heeft tot een losprijs voor allen; en daarvan wordt getuigd te juister tijd”[3].

De kerk wordt opgeroepen om in gebed te gaan. Zij moet bidden voor parlementariërs. Voor koningen, presidenten en andere regeerders.
Onze God geniet ervan!
Het is Hem een vreugde om naar onze vragen te luisteren.
En waarom?
Omdat die bidders een voorbeeld zijn voor de wereld. Ze laten ’t zien: u moet naar God toe gaan. Daar is een adequate schuilplaats. Daar is hulp te krijgen. De God van het verbond weet welk antwoord Hij op onze zorgvraag geven moet.

En welk antwoord is dat dan?
Dat is Jezus Christus. Als er Iemand met geweld en agressie en tirannie te maken heeft gehad, dan Hij wel!

Graag wijs ik in dit verband op de Dordtse Leerregels.

“De kruisdood van Gods Zoon is het enige offer en de volledige betaling voor de zonde. De kracht en de waarde ervan zijn oneindig en daarom is deze dood meer dan genoeg om de zonden van de hele wereld te verzoenen”[4].

“De belofte van het evangelie is nu, dat ieder die in de gekruisigde Christus gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft. Aan alle volken en mensen tot wie God naar zijn welbehagen het evangelie zendt, moet zonder onderscheid deze belofte openlijk verkondigd worden met het bevel zich te bekeren en te geloven”[5].

“Maar allen die echt geloven en door Christus’ dood van zonde en ondergang bevrijd en behouden worden, ontvangen deze weldaad alleen op grond van Gods genade. Deze genade, die God aan niemand verschuldigd is, heeft Hij hun in Christus van eeuwigheid gegeven”[6].

“Want dit is het soevereine raadsplan, de genadige wil en het voornemen van God de Vader geweest, dat de levendmakende en reddende kracht van de kostbare dood van zijn Zoon ten goede zou komen aan alle uitverkorenen, om alleen hun het rechtvaardigend geloof te schenken en hen daardoor met vaste hand tot het volle heil te brengen. Anders gezegd: God heeft gewild dat Christus door zijn bloedstorting aan het kruis (waarmee Hij aan het nieuwe verbond rechtskracht verleend heeft) uit alle volken, stammen, geslachten en talen met kracht al diegenen – en hen alleen – zou verlossen, die de Vader van eeuwigheid tot het heil uitverkoren en aan zijn Zoon gegeven heeft. God heeft ook gewild dat Christus aan dezen het geloof zou schenken, dat Hij – evenals de overige reddende gaven van de Heilige Geest – door zijn dood voor hen verworven heeft. God heeft eveneens gewild dat Hij hen door zijn bloed zou reinigen van al hun zonden, zowel van hun erfzonde als van de zonden die zij voor of na het ontvangen van het geloof zouden bedrijven. En ook was het Gods wil dat Hij hen tot het einde toe trouw zou bewaren en hen tenslotte stralend zonder vlek of rimpel voor Zich zou plaatsen”[7].

Terreur kan deze wereld vernietigen, zeggen ze.
Maar daarbij moet worden bedacht dat gelovigen nooit kunnen worden vernietigd.

Juist in deze tijd mag dat Evangelie geproclameerd worden. Luidkeels. Met en door alle middelen die in deze wereld beschikbaar zijn.

Vooral daarom is 2 juni geen dag van treurnis en rampzaligheid.
Toegegeven: men kan op aarde troost zoeken.
Dat kan deze blogger ook. Hij kan bijvoorbeeld opmerken dat het vandaag zijn negenentwintigste trouwdag is. Of bijvoorbeeld dat twee vrienden van hem vandaag jarig zijn.
Op de keper beschouwd is dat echter maar een tijdelijke troost.
Want uiteindelijk is de grootste en meest duurzame vertroosting: de tussenkomst van de in de hemel tronende Heiland. Nee, daar komt geen terrorist tussen!

Noten:
[1] In het onderstaande citeer ik uit: “Terreurbestrijding”. In: Daniël, vrijdag 17 november 1978, p. 5-9. Ook te vinden via
www.digibron.nl .
[2] Zie hierover https://nl.wikipedia.org/wiki/Rote_Armee_Fraktion ; geraadpleegd op maandag 15 mei 2017.
[3] 1 Timotheüs 2:1-6.
[4] Dordtse Leerregels, hoofdstuk II, artikel 3.
[5] Dordtse Leerregels, hoofdstuk II, artikel 5.
[6] Dordtse Leerregels, hoofdstuk II, artikel 7.
[7] Dordtse Leerregels, hoofdstuk II, artikel 8.

5 december 2016

De vrouw in het ambt?

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , ,

Over de plaats van de vrouw in de kerk wordt de laatste jaren veel geschreven. Er wordt gediscussieerd over de vrouw in het ambt. De plek die zij heeft in de kerk moet, zo lijken velen te menen, sprekend lijken op de plaats van de vrouw in de wereld. Want aan de cultuur moet recht worden gedaan, nietwaar?

Maar wat moeten u en ik dan aanvangen met 1 Timotheüs 2? Ik citeer:
“Een vrouw moet zich rustig, in alle onderdanigheid, laten onderrichten, maar ik sta niet toe, dat een vrouw onderricht geeft of gezag over de man heeft; zij moet zich rustig houden. Want eerst is Adam geformeerd, en daarna Eva. En Adam heeft zich niet laten verleiden, maar de vrouw is door de verleiding in overtreding gevallen; doch zij zal behouden worden, kinderen ter wereld brengende, indien zij blijft in geloof, liefde en heiliging, met ingetogenheid”[1].

Het woord ‘rustig’ duidt hier op rust van binnenuit. Onderwijs dat gegeven wordt moet met gepaste onderdanigheid worden aanvaard.

Dat een vrouw geen onderwijs mag geven, wil niet zeggen dat zij zich in stilzwijgen moet hullen. Zij mag wel bidden. En zij mag ook profeteren.
Leest u maar mee 1 Corinthiërs 11: “Iedere man, die bidt of profeteert met gedekten hoofde, doet zijn hoofd schande aan. Maar iedere vrouw, die blootshoofds bidt of profeteert, doet haar hoofd schande aan, want zij staat gelijk met ene, die kaalgeschoren is. Want indien een vrouw zich het hoofd niet dekt, moet zij zich ook maar het haar laten afknippen”[2].

Mag een vrouw helemaal niet onderwijzen?
Jawel, zij moet namelijk kinderen opvoeden. De Spreukenleraar zegt: “Hoor, mijn zoon, de tucht van uw vader en verwerp de onderwijzing van uw moeder niet”[3].
Zij mag andere vrouwen onderwijzen. Paulus schrijft immers in Titus 2: “Oude mannen moeten nuchter zijn, waardig, bezadigd, gezond in het geloof, de liefde en de volharding. Oude vrouwen eveneens, priesterlijk in haar optreden, niet kwaadsprekend, niet verslaafd aan veel wijn, in het goede onderrichtende”[4].
Privéonderwijs geven mag ook. Dat blijkt uit Handelingen 18: “En een zekere Jood, genaamd Apollos, geboortig uit Alexandrië, een geleerd man, doorkneed in de Schriften, kwam te Efeze. Deze was ingelicht omtrent de weg des Heren en, vurig van geest, sprak en leerde hij nauwkeurig hetgeen op Jezus betrekking had, ofschoon hij alleen wist van de doop van Johannes. En deze begon vrijmoedig op te treden in de synagoge. En toen Priscilla en Aquila hem hoorden, namen zij hem tot zich en legden hem de weg Gods nauwkeuriger uit”[5]. In dat privéonderwijs heeft blijkbaar ook een vrouw een aandeel.

Maar wat is dan het punt dat Paulus in 1 Timotheüs 2 maken wil?
Dat is dit: een vrouw mag niet gezaghebbend spreken in de gemeente.

Die beperking heeft te maken met de scheppingsvolgorde. Daarnaast ook met het feit dat Eva zich door de slang heeft laten verleiden, en daarna ook haar man heeft overgehaald om te gaan zondigen.
De vrouw is zo geschapen dat zij makkelijker te beïnvloeden is. Dat kan heel positief uitwerken, maar ook heel negatief. Juist die gemakkelijke beïnvloeding maakt een vrouw ongeschikt om in een gemeente leiding te geven.

Is een vrouw daarom minderwaardig? Welnee. Niets is minder waar.
De vrouw heeft een andere hoofdtaak in het aardse leven. Het baren en groot brengen van kinderen is haar eerste taak[6].

Terecht zei dominee J.R. Visser, momenteel predikant binnen de Gereformeerde Kerken Nederland, eens in een preek over 1 Timotheüs 2: “…de Geest laat hier zien dat de vrouw in het algemeen een bijzondere taak heeft in het moeder zijn. Zij baart kinderen. Zij mag in de verzorging en opvoeding van de kinderen dan als moeder een heel bijzondere plaats innemen. Dat is Gods orde. Dat laat ook zien dat het verzorgen en veel tijd doorbrengen met de kinderen een heel belangrijke taak is als de HERE jou kinderen geeft. Dat mag en moet dan ook vorm krijgen in de manier waarop je jouw leven inricht. Laat je dan ook niet meenemen als mensen tegen je zeggen: Ben jij zo vaak thuis voor je kinderen, dat is toch zonde, je doet jezelf tekort. We zien nu in de samenleving wat de negatieve effecten zijn dat moeders, dat ouders zo weinig thuis zijn en kinderen zichzelf moeten redden. Ook hier is Gods gebod goed en genezend ook als dat betekent dat je financieel minder kunt doen. Er zijn heel wat belangrijkere dingen dan geld en wat de wereld jouw ontplooiing noemt”[7].

Men zegt dat jonge carrièrevrouwen tegenwoordig snel leidinggevende functies bereiken.
“Er wordt gesteld dat jongere vrouwen in “de ideale positie” verkeren om het voortouw te nemen als het gaat om leiderschap.
Deze generatie vrouwen brengt als leider andere vaardigheden in een zakelijke omgeving. Ze zouden meer sociaal vertrouwen hebben en behulpzamer, georganiseerder en zorgvuldiger zijn dan hun mannelijke leeftijdsgenoten.
In vergelijking met mannelijke babyboomers zijn deze verschillen nog groter. Zo hebben vrouwen meer ambitie en sociale vaardigheden. Aan de andere kant scoren mannen tussen de vijftig en zeventig jaar, babyboomers, hoger op beslissingen nemen en motiveren”[8].

Dat klinkt allemaal prachtig.
Maar de vraag is: zijn vrouwen opeens tien keer energieker geworden, of leunen de mannen steeds sneller achterover? Oftewel: is er sprake van mannelijke slapte, zodat vrouwen sneller omhoog komen?

Hoe dat zij: ik ken heel veel vrouwen die met liefde moeder zijn, en dat ook heel belangrijk vinden.
Laten we ‘t maar zuiver stellen: Schriftuurlijk bezien is het moederschap de hoofdtaak van de vrouw; als zij gezond is, althans.
En laten we er maar niet omheen draaien: heel veel vrouwen willen liever geen leidinggeven. En dat is heel natuurlijk, heus waar.

De plek die de vrouw heeft in de kerk moet, zo vinden velen, sprekend lijken op de plaats van de vrouw in de wereld.
Op grond van 1 Timotheüs 2 zeg ik: dat is een onjuiste voorstelling van zaken.

Noten:
[1] 1 Timotheüs 2:11-15.
[2] 1 Corinthiërs 11:4, 5 en 6.
[3] Spreuken 1:8.
[4] Titus 2:2 en 3.
[5] Handelingen 18:24, 25 en 26.
[6] In het bovenstaande maak ik onder meer gebruik van de webversie van de Studiebijbel; commentaar bij 1 Timotheüs 2:11-15.
[7] Zie http://www.evangelie-voor-elke-dag.nl/products/vrouw-in-alle-ambten-/ ; geraadpleegd op maandag 28 november 2016.
[8] Zie http://www.nu.nl/carriere/3921253/jonge-vrouwen-bereiken-sneller-leidinggevende-functie.html ; geraadpleegd op maandag 28 november 2016.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.