gereformeerd leven in nederland

27 december 2019

Opnieuw geboren

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Gedurende twee dagen vierden wij het Kerstfeest. De geboorte van Christus had volop onze aandacht.
Welnu – Petrus wijst ons er in zijn eerste algemene brief op dat er nog veel meer geboortes aan de orde zijn.
“Geprezen zij de God en Vader van onze Heere Jezus Christus, Die ons, overeenkomstig Zijn grote barmhartigheid, opnieuw geboren deed worden tot een levende hoop, door de opstanding van Jezus Christus uit de doden”[1].

Opnieuw geboren worden – dat is een groots werk van God.
Hij doet dat door Zijn Woord. Jacobus schrijft in zijn algemene brief: “Overeenkomstig Zijn wil heeft Hij ons gebaard door het Woord van de waarheid”[2].
Ook de Heilige Geest is volop actief. Leest u maar mee in Titus 3. Hij maakte ons zalig “niet op grond van de werken van ​rechtvaardigheid​ die wij gedaan hadden, maar vanwege Zijn ​barmhartigheid, door het bad van de wedergeboorte en de vernieuwing door de ​Heilige​ Geest”[3].

Wij, actieve mensen van 2019, vragen ons dan meteen af wat wij daarvoor moeten doen. Immers – wie heeft soms niet de gedachte dat het beter is om helemaal opnieuw te beginnen?
Welnu, dat hoeft niet. Er is ons namelijk een licht opgegaan.
Johannes schrijft: “En het licht schijnt in de duisternis, en de duisternis heeft het niet begrepen”[4]. Paulus noteert in 2 Corinthiërs 4: “Want God, Die gezegd heeft dat het licht uit de duisternis zou schijnen, is ook Degene Die in onze ​harten​ geschenen heeft”[5].
De God van hemel en aarde doet in ons leven het licht aan.
Het davert van de wantoestanden in de wereld. Een christenmens heeft heel vaak de neiging om te roepen: daar moeten wij wat aan doen! En nee, het is niet verkeerd om aan het werk te gaan. Maar het belangrijkste is dat in ons leven het licht schijnen gaat. En laten we het dan niet vergeten: het is God Zelf die de schakelaar omzet.

Waarom gaat het licht in ons leven aan?
Paulus zet het er in 2 Corinthiërs 4 bij: “Want God, Die gezegd heeft dat het licht uit de duisternis zou schijnen, is ook Degene Die in onze ​harten​ geschenen heeft tot verlichting met de kennis van de heerlijkheid van God…”[6].
Gelovige kinderen van God leren de glorie van God kennen. En iets van die glorie laten zij al in de wereld zien.
In deze tijd van het jaar hebben de mensen het druk met klimaatverandering. De NOS meldt ons op 18 december: “De rechtbank, het gerechtshof en vandaag ook de Hoge Raad. Allemaal hebben ze geoordeeld dat de Nederlandse Staat eind volgend jaar de CO2-uitstoot met 25 procent moet hebben verminderd ten opzichte van de uitstoot in 1990.
Al een tijd is duidelijk dat dit een erg lastige klus wordt voor het kabinet. In 2017 zat Nederland nog op 12,6 procent reductie en in 2018 op 15 procent. Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) berekende onlangs dat de reductie in 2020 in het gunstige geval op 21 procent zal uitkomen.
‘Er ligt een hele grote taak’, is de reactie van minister Wiebes van Economische Zaken en Klimaat op de uitspraak vandaag”[7].
Hoe gewichtig dat alles ook zijn moge, het licht dat God laat schijnen is van veel meer betekenis. Want dat licht laat zien dat er na dit aardse leven een hemelse existentie komt: eeuwig leven voor wie Gods beloften gelooft!

Paulus schrijft in 2 Corinthiërs 4 nog meer: “Want God, Die gezegd heeft dat het licht uit de duisternis zou schijnen, is ook Degene Die in onze harten geschenen heeft tot verlichting met de kennis van de heerlijkheid van God in het aangezicht van Jezus Christus”[8].
Er komt een moment dat wij onze Heiland recht in het gezicht kunnen kijken. Maar dan moeten wij wel met het gezicht naar Hem toe gaan staan. Wij moeten ons, met andere woorden, bekeren!
Klimaatverandering? Het is best belangrijk om het nieuws daarover te volgen.
Maar wat meer is: er gaan levens veranderen!
De God van hemel en aarde zorgt ervoor dat wij helemaal opnieuw beginnen. Dat is een wonder. Een grandioze ommekeer! Een ommezwaai die aanzienlijk groter is dan de klimaatverandering waar een ieder over spreekt!

De NOS meldt ons: “De staat is verplicht om de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen. De Hoge Raad heeft dat geoordeeld in de Urgenda-zaak. Daarmee is het vonnis in de zaak definitief. De uitspraak betekent dat de uitstoot van broeikasgassen voor het einde van 2020 met ten minste 25 procent moet verminderen ten opzichte van 1990”[9].
Dat ziet er reuze stoer uit. Echter – hierboven bleek al dat men dat zeer waarschijnlijk niet gaat halen. De lat ligt te hoog. Dit wordt ‘m niet.
Maar de wedergeboorte? Daarvoor geldt: jazeker, God zet Zijn werk door. En Hij komt tot geweldige dingen.
Petrus wijst het in 1 Petrus 1 aan: “Geprezen zij de God en Vader van onze Heere ​Jezus​ ​Christus, Die ons, overeenkomstig Zijn grote ​barmhartigheid, opnieuw geboren deed worden tot een levende hoop, door de opstanding van ​Jezus​ ​Christus​ uit de doden, tot een onvergankelijke, onbevlekte en onverwelkbare ​erfenis, die in de hemelen bewaard wordt voor u”[10].
Eeuwigdurend!
Smetteloos en puur!
Klimaatverandering of niet – die erfenis verloedert nooit!
Die levende hoop neemt niemand ons af. Want het licht schijnt in de wereld. Ook vandaag.

Noten:
[1] 1 Petrus 1:3.
[2] Jacobus 1:18.
[3] Titus 3:5.
[4] Johannes 1:5.
[5] 2 Corinthiërs 4:6 a.
[6] 2 Corinthiërs 4:6 a en b.
[7] Geciteerd van https://nos.nl/artikel/2315657-nederland-moet-co2-uitstoot-verlagen-maar-hoe-dan-en-wat-als-het-niet-lukt.html ; geraadpleegd op zaterdag 21 december 2019.
[8] 2 Corinthiërs 4:6.
[9] Geciteerd van https://nos.nl/artikel/2315562-hoge-raad-houdt-urgenda-vonnis-in-stand-kabinet-moet-uitstoot-terugdringen.html ; geraadpleegd op zaterdag 21 december 2019.
[10] 1 Petrus 1:3 en 4.

19 augustus 2019

Langdurige liefde, voortdurende vrede

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

In de wereld van de popfestivals bestaat tenminste één toverwoord. Woodstock.
Het Nederlands Dagblad schreef onder meer: “Woodstock vond van 15 tot 18 augustus 1969 plaats op het weiland van boer Max Yasgur bij Bethel, in de Amerikaanse staat New York. De naam ontleende het aan het dorp waar The Band en Bob Dylan in 1967 in een roze geverfd huis maandenlang een volkomen andere soort muziek maakten. Tientallen bands traden in ‘Woodstock’ op…”.
Maar ook:
“Maar zelfs de roze herinnering aan het originele Woodstock is niet meer intact. Achter de schermen was er veel drugsgebruik. De houdbaarheid van genotmiddelen, Love & Peace en de ongeorganiseerde samenkomst van ruim een half miljoen mensen bleek beperkt. Er was enorme ruzie over de platen en films die vanuit het festival mochten verschijnen – in de ultieme bioscoopfilm die nu weer her en der draait, ook in Nederland, komt een hele serie bekende popartiesten niet voor – en bijna waren duizenden mensen geëlektrocuteerd, toen zware hoosbuien op de niet gezekerde instrumenten en versterkers op het modderige terrein neerplensden”[1].

Woodstock wordt opgehemeld als het festival van love and peace, van liefde en vrede. Woodstock was een voorbeeld voor de wereld.
Jaja.
Maar daarna was het weer: bijten en gebeten worden.
En daarom kunnen we gezamenlijk uitroepen: weg met die verheerlijking!
En trouwens – aan die liefde en vrede mogen we gerust ‘modder’ toevoegen. Want het was buitengewoon slecht weer. Men schrijft: “Ondanks het slechte weer genoten een half miljoen mensen, die tot hun knieën in de modder stonden, van de 33 verschillende bands”[2].

In 2 Corinthiërs 13 lezen we ook over liefde en vrede: “Ten slotte, broeders, verblijd u, laat u terechtbrengen, laat u aansporen, wees eensgezind, leef in ​vrede. En de God van de ​liefde​ en de ​vrede​ zal met u zijn”[3].
Paulus proclameert daar de bestendige liefde. Hij verkondigt blijvende vrede.
Hij wil maar zeggen: hou eens op met die partijtjes. Dat geroep “ik ben van ​Paulus, ík van Apollos, ík van Kefas, en ík van ​Christus” moet eens afgelopen zijn[4] . Al Gods kinderen horen bij de God van de liefde en de vrede.

Hoe houden we die Schriftuurlijke liefde, die Bijbelse vrede in stand?
Die liefde en vrede blijven in beeld als wij in alle omstandigheden de Here blijven dienen.
Paulus doet ons voor hoe dat moet.
In 2 Corinthiërs 11 geeft hij een beeld van de ontberingen die bij zijn evangelisatiewerk gepasseerd zijn: “Zijn zíj Hebreeën? Ik ook. Zijn zíj Israëlieten? Ik ook. Zijn zíj nageslacht van ​Abraham? Ik ook. Zijn zíj dienaars van ​Christus? – ik spreek als een waanzinnige – ik sta boven hen; in ingespannen arbeid veel vaker, in slagen bovenmate, in gevangenissen veel vaker, dikwijls in doodsgevaar. Van de ​Joden​ heb ik vijfmaal de veertig min één zweepslagen ontvangen. Driemaal ben ik met de roede gegeseld, eenmaal ben ik gestenigd, driemaal heb ik schipbreuk geleden, een heel etmaal heb ik in volle zee doorgebracht. Op ​reis​ was ik vaak in gevaar door rivieren, in gevaar door rovers, in gevaar van de kant van volksgenoten, in gevaar van de kant van heidenen, in gevaar in de stad, in gevaar in de woestijn, in gevaar op zee, in gevaar onder valse broeders, in inspanning en moeite, vaak in nachten zonder slaap, in honger en dorst, vaak in ​vasten, in koude en naaktheid. Afgezien van wat van buitenaf komt, overvalt mij dagelijks de zorg voor alle ​gemeenten”[5].
Nee, Paulus is geen man die grossiert in grootsheid. De apostel kan een hoop ellende op een rij zetten. Maar het gaat mem eigenlijk maar om één ding: Hij heeft de God van hemel en aarde gediend! Dat deed hij met inzet van al zijn krachten.
Dat moeten de Corinthiërs ook doen.
Dan is het snel afgelopen met die clubjes en die coterietjes!

Wij nemen nog eens een kijkje in Woodstock.

Iemand schreef: “Woodstock 1969 was meer dan alleen een muziekfestival. Twee jaar na de beroemde Summer of Love -1967- waarbij veel hippies zich, onder meer uit protest tegen de oorlog in Vietnam, in San Francisco hadden verenigd, was Amerika nog altijd in oorlog. De Vietnamoorlog escaleerde en wie naar het nieuws keek zag vooral veel beelden van demonstraties en oorlogsgeweld voorbij komen. De protestliederen vonden een groot publiek. Jimi Hendrix bracht uit protest tegen de Amerikaanse Vietnampolitiek een beroemd geworden parodie op het Amerikaanse volkslied. Woodstock werd een manier om gezamenlijk uitdrukking te geven aan de onvrede. Het kon anders, meenden veel hippies”[6].

Het kan anders. Jazeker. En het moet ook anders.
Alleen maar – dat kan nooit in eigen kracht gebeuren.

Het is bekend – de jaren ’60 en ’70 van de vorige eeuw waren de jaren van de hippies.
Wat wilden de mensen toen?
“* Hippies waren antikapitalistisch en anti-materialistisch. De maatschappij richtte zich te veel op geld, goed, technologie. De hippies verzetten zich dan ook tegen de consumptiemaatschappij;
* Veel aandacht voor leven in harmonie met de natuur. Verzet tegen milieuvervuiling. flowerpower;
* Verzet tegen geweld wereldwijd. Net als de provo’s moesten hippies niets hebben van bijvoorbeeld de Vietnamoorlog;
* Genieten van en leven in het hier en nu en doen wat je zelf wilt. Dit uitte zich onder meer in het organiseren en bezoeken van muziekfestivals -Woodstock in 1969 was een hippie-initiatief-, aandacht voor oosterse religies -met name zaken als meditatie, trance, drugsgebruik, de geest verruimen, genieten van vrije seks en leven binnen kleine, gelijkgezinde communes-”[7].

Men ziet: in vijftig jaar veranderen sommige dingen in ‘t geheel niet.

Maar door de eeuwen klinken eerst en vooral de woorden van de zegen van de Here: “De ​genade​ van de Heere Jezus ​Christus, de ​liefde​ van God en de gemeenschap van de ​Heilige​ Geest​ zij met u allen. ​Amen”.
Voor genade staat daar het Griekse woord charis. Dat is afgeleid van chairo: vreugde, dankbaarheid.
Dat wetende is het geen wonder dat de Engelse baptistenpredikant Charles H. Spurgeon (1834-1892) eens zei: “Sommigen denken dat het goed is om ‘ellendige zondaren’ te zijn, maar het is vast en zeker beter om ‘gelukkige heiligen’ te zijn”[8].

Dankbare kinderen van God brengen, als het goed is, door de jaren heen liefde en vrede in de praktijk!

Noten:
[1] Herman Veenhof, “Woodstock 50 is (bijna) overal”. In: Gulliver, bijlage bij het Nederlands Dagblad, vrijdag 16 augustus 2019, p. 12.
[2] Geciteerd van https://isgeschiedenis.nl/nieuws/muziekfestival-woodstock-in-1969 ; geraadpleegd op vrijdag 16 augustus 2019.
[3] 2 Corinthiërs 13:11.
[4] 1 Corinthiërs 1:12.
[5] 2 Corinthiërs 11:22-28.
[6] Geciteerd van https://vandaagindegeschiedenis.nl/18-augustus/ ; geraadpleegd op vrijdag 16 augustus 2019.
[7] Geciteerd van https://historiek.net/hippies-hippiecultuur-betekenis-geschiedenis/84087/ ; geraadpleegd op vrijdag 16 augustus 2019.
[8] Geciteerd van http://abcvanhetgeloof.nl/genade ; geraadpleegd op vrijdag 16 augustus 2019. Zie voor meer informatie over Spurgeon https://nl.wikipedia.org/wiki/Charles_Spurgeon ; geraadpleegd op vrijdag 16 augustus 2019.

5 april 2019

Alles wordt nieuw

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

Zit je elke avond klaar voor het nieuws van 20.00 uur?
Dat lukt de schrijver van dit artikel lang niet altijd.
Er is een vergadering van de Bijbelstudievereniging. Er is kerkenraadswerk dat eigenlijk klaar moet worden gemaakt. Er komt visite. En zo is er nog veel meer.

Tegenwoordig spelen de media hier op in.
Moderne technologie geeft heel wat mogelijkheden.
Er is Uitzending gemist. En YouTube. En Netflix. Er zijn apparaten waarmee je TV-uitzendingen op je ‘eigen’ tijdstip kunt kijken.

Er zijn gekke filmpjes.
En er zijn filmpjes over lifestyle. Het gaat er niet alleen om welke producten je gebruikt. Het is ook belangrijk in welke omgeving je ze gebruikt. Het gaat om jouw stijl, jouw smaak.
En er zijn persoonlijke vlogs: internetdagboeken met beelden.
En er zijn Youtube-kanalen van docenten die uitleg geven over hun vak.
En er is – bijvoorbeeld – ook ‘flipping the classroom’. De leerlingen bekijken thuis een instructiefilmpje van de docent en maken in de klas hun huiswerk; je draait – ‘flipt’ – de situatie om[1].

Misschien zijn er jongeren die dit artikel lezen en denken: nou, nou – die weblogschrijver heeft óók wat nieuws ontdekt…

Dat zal best.
Maar de vraag is: wat is jouw eigen tijdstip om de Bijbel te lezen?

Laten we er maar niet omheen draaien: het antwoord op die vraag is niet eenvoudig. Je hebt je school, de vereniging, de sport, je iPhone, het chillen met vrienden en… nou ja, voor je ’t weet is ’t weer avond. De concentratie is weg. De ogen vallen dicht. En dat was dat.
Bijbellezen schiet er bij in.

Misschien zegt iemand: Bijbellezen heeft zo weinig rendement[2].
Je schiet er zo weinig mee op.
Als je een Bijbelhoofdstuk hebt gelezen – vooruit… een stukje van een hoofdstuk – is er na die tijd niks veranderd. Helemaal niks. Wat heb je er dan aan?
Bovendien –
in de wereld verandert er van alles. De ontwikkelingen volgen elkaar in snel tempo op. Maar aan de Bijbel verandert nooit wat. Het is altijd hetzelfde Boek, je hele leven lang. Ach, er komt eens een andere vertaling; maar dat is het dan ook wel…

Maar wie de Bijbel laat liggen, doet iets niet goed.
Denk maar aan die dienaar die in Mattheüs 25 die een talent krijgt, en dat vervolgens in de grond begraaft. Die dienaar draagt in zijn leven een grote angst mee voor zijn baas, en doet met zijn talent niets. Dat is wel zo makkelijk. Maar wat zegt de baas? “Slechte en luie ​dienaar…”[3].

Lui nog wel!
Stel je toch voor dat je voor lui uitgemaakt wordt!
En dat terwijl je eigenlijk een onvoorstelbaar druk programma hebt!
Als je niet uitkijkt schiet de catechisatie er nog bij in.

Vergeet nooit wat Paulus in 2 Corinthiërs 5 schrijft: “…als iemand in ​Christus​ is, is hij een nieuwe schepping: het oude is voorbijgegaan, zie, alles is nieuw geworden”[4].
Als je echt gelovig bent…
als je naar de kerk gaat…
als je bij de Here wilt horen…
dan ben je een nieuwe mens geworden. Let op: er staat niet dat je misschien een nieuwe mens wordt. Er staat ook niet: er verandert iets, als je geweldig je best doet.
Je bent een nieuwe mens geworden.
Dat kun je niet, of niet altijd, aan jezelf zien.
De mensen zien het ook niet zomaar.
Zij zien het pas als ze wat langer en wat beter naar je kijken. En waarschijnlijk merk je uiteindelijk ook hoe je zelf verandert.

De innerlijke mens wordt van dag tot dag vernieuwd, schrijft Paulus in 2 Corinthiërs 4[5].
Daar hoef je niet zelf voor te zorgen.

Maar dat betekent natuurlijk niet dat je de Bijbel negeren kunt. Zo van: ik heb nu even geen tijd. Of: ik heb nu even geen zin.
Want dat betekent in feite dat je God laat wachten. Je laat Hem wachten tot jij er klaar voor bent. En de vraag is natuurlijk wanneer je er dan klaar voor bent. Want laten we wel wezen – van nature is niemand geneigd om God op prioriteit-1 te zetten.

God op 1: dat is echt een keuze!

Daar komt nog wat bij.
Preciezer, er gaat iets aan vooraf.
Voordat jij je keuze maakte, heeft de God van hemel en aarde jou al gekozen. Hij heeft ons “vóór de grondlegging van de wereld in Hem ​uitverkoren”[6].

Jij bent al nieuw.
En heel veel andere gelovige mensen zijn ook nieuw.
Maar dat is pas het begin.
Want in Openbaring 21 staat: “En Hij Die op de troon zit, zei: Zie, Ik maak alle dingen nieuw. En Hij zei tegen mij: Schrijf, want deze woorden zijn waarachtig en betrouwbaar”[7].
Alles wordt nieuw.
Daar gaat het naar toe met de wereld.

Lees je Bijbel, bidt elke dag.
In de toekomst heb je als gelovig kind van God tenminste één zekerheid: God neemt je mee door de wereld, op weg naar een toekomst met Hem!

Noten:
[1] In het bovenstaande maak ik onder meer gebruik van https://www.tumult.nl/een-geflipte-les/ ; geraadpleegd op donderdag 4 april 2019.
[2] In het onderstaande maak ik onder meer gebruik van https://www.heartcry.nl/download.php?id=MTAyMw%3D%3D ; geraadpleegd op donderdag 4 april 2019.
[3] Mattheüs 25:26.
[4] 2 Corinthiërs 5:17.
[5] 2 Corinthiërs 4:14, 15 en 16: “Wij weten immers dat Hij Die de Heere ​Jezus​ opgewekt heeft, ook ons door ​Jezus​ zal opwekken en samen met u voor Zich zal stellen. Want dit alles gebeurt ter wille van u, opdat de ​genade, die meer en meer is toegenomen, door de dankzegging van velen overvloedig wordt tot verheerlijking van God. Daarom verliezen wij de moed niet; integendeel, ook al vergaat onze uiterlijke mens, toch wordt de innerlijke mens van dag tot dag vernieuwd”.
[6] Efeziërs 1:4.
[7] Openbaring 21:5.

6 februari 2019

Troost bij tegenstellingen

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Gereformeerde mensen staan midden in de wereld. Zij gaan met allerlei: buren, collega’s, supermarktmedewerkers… Zij hebben contact met een schier eindeloze rij medemensen.

Wat moet je in die wereld aanvangen met een tekst als de volgende?
“…U bent de ​tempel​ van de levende God, zoals God gezegd heeft: Ik zal in hun midden wonen en onder hen wandelen, en Ik zal hun God zijn en zij zullen Mijn volk zijn.
Ga daarom uit hun midden weg en zonder u af, zegt de Heere, en raak het onreine niet aan, en Ik zal u aannemen, en Ik zal u tot een Vader zijn, en u zult Mij tot zonen en dochters zijn, zegt de Heere, de Almachtige. Omdat wij dan deze beloften hebben, geliefden, laten wij onszelf ​reinigen​ van alle bezoedeling van vlees en geest, en de ​heiliging​ volbrengen in het vrezen van God”.
Zo schrijft Paulus dat in de tweede brief aan de Corinthiërs[1].

Moeten we maar stil in een hoekje kruipen?
Moeten we ons totaal anders gedragen, zodanig dat het volstrekt wereldvreemd wordt?
Nee, dat is niet de bedoeling.
Wij hoeven niet in een hutje op de hei gaan wonen.
Paulus biedt de kerk van alle tijden troost. Troost als ons gedrag soms volstrekt tegengesteld is aan het doen en laten van mensen die leven zonder God.

Laten we elkaar er vooral op wijzen dat het in het bovenstaande niet in de eerste plaats over mensen gaat.

De Here God zegt: Ik zal bij Mijn kinderen wonen.
Hij is erbij. Hij is present. Hij is volop actief.
Meer precies: de Here God woont met Zijn Geest in ons. Onze lichamen zijn tempels!

De Here spreekt onomwonden uit: Ik zal hun God zijn en zij zullen Mijn volk zijn.
Dat betekent onder meer: de God van hemel en aarde blijft in beeld, wat er ook gebeurt.
Dat betekent ook: de God van hemel en aarde zorgt voor Zijn volk. Hij biedt bescherming aan de mensen die Hij uitkoos om Zijn kinderen te zijn.

Mogen we niet omgaan met mensen die ongelovig zijn?
Antwoord: jawel, zeker mag dat!
Het punt is echter: neem het ongeloof van anderen niet over!

Komen we dan niet alleen te staan?
Zeker niet.
Waarom niet? De Here zal ons aannemen, staat er. We worden geen zwervers die niks hebben en nergens bij horen.
De God van hemel en aarde zegt: u hoort bij Mij; u staat er niet alleen voor. Sterker nog: we gaan een gezin vormen. Met Vader, zonen en dochters.

Welnu, in die context doet Paulus de oproep: laten wij onszelf ​reinigen​ van alle bezoedeling van vlees en geest, en de ​heiliging​ volbrengen in het vrezen van God.
En wij weten het in de kerk – als de Here erbij is, dan gaat dat lukken. Dan kunnen wij met Psalm 23 zingen:
“Hij sterkt mijn ziel, verkwikt mij met zijn zegen,
leidt om zijn naam mij op de rechte wegen”[2].

Uit verhalen kan men wel eens opmaken dat de tegenstelling tussen kerk en wereld nog wel eens een beeld van God als boeman oplevert.
Zo van: als je niet heilig genoeg leeft, dan zwaait er wat!
Zo van: als je niet onberispelijk bent, moet je je nodig bekeren!
Echter – Paulus leert ons dat God in ons leven onbetwist de leiding heeft als wij met die tegenstelling bezig zijn. Hij steunt ons. Hij neemt ons bij de hand, en brengt ons door de wereld heen.

Dan kunnen wij met de Hebreeënschrijver zeggen: “Jaag de ​vrede​ na met allen, en de ​heiliging, zonder welke niemand de Heere zal zien”[3].
Onlangs nog schreef mijn vader, H.P. de Roos, daarover: “laat ú de vrede, de werkelijke vrede, de vrede van Gods Koninkrijk najagen, Najagen! Niet maar eens zien of hier op deze wereld nog wat vrede valt te verkrijgen, maar met kracht, met de bezieling van een levende gemeente, waar geen slapheid en het verlangen naar de zo Nederlandse gelijkmoedigheid alles maar tolereert. Maar met de kracht wèl gemeente van de HEERE zijn, strijdbaar en gereed om de vijand tegen te houden, als hij ook onze gelederen wil infiltreren. Eerst dan zijn wij verzekerd van het verkrijgen van de vrede, die alle verstand te boven gaat”[4].

Nee, dat is geen onmogelijke opgave.
Immers – niet voor niets zingen we in Psalm 23 ook:
“Uw rijke gunst, mij in uw trouw gegeven,
verlicht mijn gang, omringt mij heel mijn leven,
zodat ik in het heilig huis des HEREN
mijn leven lang vol vreugde blijf verkeren”[5].

Tenslotte –
laten wij elkaar, gelet op het bovenstaande, herinneren aan woorden die Paulus schrijft in zijn éérste brief aan de Corinthiërs: “En God is getrouw: Hij zal niet toelaten dat u verzocht wordt boven wat u aankunt, maar Hij zal met de verzoeking ook de uitkomst geven om die te kunnen doorstaan”[6].

Noten:
[1] 2 Corinthiërs 6:16 b-7:1.
[2] Dit zijn de laatste regels van Psalm 23:1 – berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986.
[3] Hebreeën 12:14.
[4] Geciteerd uit de e-mailrubriek Dagelijks Brood, woensdag 30 januari 2019.
[5] Dit zijn de laatste regels van Psalm 23:3 – berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986.
[6] 1 Corinthiërs 10:13.

28 december 2018

Geheiligd onderweg

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Gereformeerd – dat zijn wij in de wereld van vandaag.
Gereformeerd – dat zijn we in een wereld die verlegen is met de miljoenen vluchtelingen die er zijn. Waar breng je hen onder?
Gereformeerd – dat zijn we in een wereld die verlegen is met de kosten van de zorg; die rijzen de plan uit. En trouwens, tot overmaat van ramp is het met de communicatie in de zorg ook al niet best gesteld.
Gereformeerd – dat zijn we in een wereld die verlegen is met klimaatverandering. Er moeten maatregelen genomen worden, zegt men. Maar welke maatregelen zijn dat eigenlijk? En wie betaalt dat dan?

In een wereld die naar het antwoord op dergelijke vragen zoekt komt een woord uit 2 Corinthiërs 7 welbeschouwd knap hard aan. Het is dit: “Omdat wij dan deze beloften hebben, geliefden, laten wij onszelf ​reinigen​ van alle bezoedeling van vlees en geest, en de ​heiliging​ volbrengen in het vrezen van God”[1].

Reinigen nog wel!
Het wordt, zo suggereert Paulus nadrukkelijk, tijd voor een grote schoonmaak. We moeten er met z’n allen weer spik en span uitzien.
Dat wordt nog hard werken!
Maar gaat dat in deze wereld eigenlijk wel lukken?

Wij hebben beloften, schrijft Paulus.
Welke toezeggingen zijn dat dan? Het zijn deze.
De Here zegt:
* Ik beschouw gelovige mensen als Mijn tempel
* Ik beschouw gelovige mensen als Mijn volk, en als Mijn kinderen.

Alle verbindingen met het heidendom moeten worden verbroken. De Corinthiërs moeten ervan loskomen.
Alles wat maar enigszins aan de oude levensstijl doet denken, moet uit het leven weggeschoven worden.
Alles moet schoon gepoetst worden. Want het nieuwe leven is begonnen!

Vanuit eerbied en ontzag moeten de Corinthiërs hun leven aan God wijden. Zij moeten voor Hem beschikbaar zijn. Zij moeten bezig zijn met de heiliging.
En voor ons, Bijbellezers van 2018, geldt hetzelfde.

Wat betekent dat?
Dat houdt in dat je je voorbereidt op een nieuw leven. Op een gelukkig leven dat eeuwig duren zal.
In Romeinen 6 schrijft Paulus er zo over: “Maar nu, van de ​zonde​ vrijgemaakt en aan God dienstbaar gemaakt, hebt u uw vrucht, die tot ​heiliging​ leidt, met als einde eeuwig leven. Want het loon van de ​zonde​ is de dood, maar de genadegave van God is eeuwig leven, door ​Jezus​ ​Christus, onze Heere”[2].

Hoe houden we het vol om ons te blijven prepareren op een nieuw begin in ons nieuwe vaderland – de hemel?
Johannes schrijft in zijn eerste algemene brief: “Zie, hoe groot is de ​liefde​ die de Vader ons gegeven heeft: dat wij ​kinderen​ van God worden genoemd. Daarom kent de wereld ons niet, omdat zij Hem niet kent. Geliefden, nu zijn wij ​kinderen​ van God, en het is nog niet geopenbaard wat wij zullen zijn. Maar wij weten dat, als Hij geopenbaard zal worden, wij Hem gelijk zullen zijn; want wij zullen Hem zien zoals Hij is. En ieder die deze hoop op Hem heeft, reinigt zich, zoals Hij ​rein​ is”[3].
Dus – wij kunnen het volhouden
* omdat wij Gods liefde kennen
* omdat wij God zullen zien zoals Hij is
* omdat wij hoop hebben, er is perspectief in ons leven!

Intussen ligt daar nog steeds die vraag: wat moeten wij met de inzet van 2 Corinthiërs 7 in een wereld die, in allerlei opzichten, vol zorgen en problemen zit?
Moeten wij uit de wereld gaan?
Kunnen wij de kerkdeur maar beter op slot doen om de vieze luchtjes uit de wereld buiten te houden?
Moeten wij als Gereformeerden in velerlei opzichten zelfvoorzienend worden en onze eigen boontjes doppen?

Nee, wij behoren met beide benen in deze wereld te blijven staan.
Sterker nog: wij moeten met God door deze wereld wandelen.

Dat woord ‘wandelen’ blijkt in het Bijbelboek 2 Corinthiërs een centraal woord.
Kijkt u maar even mee.
* 2 Corinthiërs 4: “Integendeel, wij hebben de schandelijke, verborgen praktijken verworpen; wij wandelen niet in bedrog en vervalsen ook niet het Woord van God, maar door het openbaar maken van de waarheid bevelen wij onszelf aan bij elk menselijk geweten, in de tegenwoordigheid van God”[4].
* 2 Corinthiërs 5: “…want wij wandelen door geloof, niet door aanschouwen”[5].
* 2 Corinthiërs 6: “Want u bent de tempel van de levende God, zoals God gezegd heeft: Ik zal in hun midden wonen en onder hen wandelen, en Ik zal hun God zijn en zij zullen Mijn volk zijn”[6].
* 2 Corinthiërs 10: “ja, ik smeek u dat ik, wanneer ik aanwezig ben, niet flink hoef te doen met de vrijmoedigheid waarmee ik meen het te moeten opnemen tegen sommigen die van mening zijn dat wij naar het vlees wandelen. Want al wandelen wij in het vlees, wij voeren geen strijd naar het vlees. De wapens van onze strijd zijn immers niet vleselijk, maar krachtig door God, tot afbraak van bolwerken”[7].

Wij staan midden in de wereld.
Een wereld die een ingewikkelde vluchtelingenproblematiek kent.
Een wereld waarin steeds meer mensen zorg nodig hebben – en hoe gaan we dat bekostigen?
Een wereld waarin klimaatakkoorden een grote rol spelen – welke gevolgen heeft dat voor de gewone burgers?

Paulus zegt: leef heilig.
En hoe moeten we dat doen?
Vrees God, schrijft Paulus. Onderhoud de geboden die Hij gegeven heeft.
En realiseert u zich maar – God maakt Zijn beloften waar.
Hij woont met Zijn Geest in ons leven. Door Christus’ lijden, sterven en opstanding verkreeg de Heilige Geest, om zo te zeggen, een permanente verblijfsvergunning om in ons leven te komen wonen.
Onze God is trouw – Hij wijst Zijn volk niet af
Onze God is trouw – Hij blijft voor Zijn kinderen zorgen.

Met die belofte kunnen Gods kinderen hun tocht door de wereld voortzetten.
Laten wij onze taak op deze aarde volbrengen.
Tot lof van onze God!

Noten:
[1] 2 Corinthiërs 7:1.
[2] Romeinen 6:22 en 23.
[3] 1 Johannes 3:1, 2 en 3.
[4] 2 Corinthiërs 4:2.
[5] 2 Corinthiërs 5:7.
[6] 2 Corinthiërs 6:16.
[7] 2 Corinthiërs 10:2, 3 en 4.

4 september 2018

God is almachtig

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , , , ,

Niet zo lang geleden las ik een vraaggesprek met Annemarie Heite.
In de Nederlandse provincie Groningen is zij een bekende persoonlijkheid. Zij is regelmatig op de televisie. Annemarie treedt daar op als de woordvoerder van Groningers die door de aardbevingen gedupeerd zijn.
Annemarie Heite is, wat mij betreft, een vrouw die even sympathiek als strijdbaar is.
In het Nederlands Dagblad zei zij: “Bij mijn belijdenis beleed ik nog dat ik in Gods handpalmen gegrift sta. Daar voel ik me meer bij thuis dan bij een stofje in het heelal. Toch geloof ik dat niet meer op deze manier. God is geen oude man op een wolk. In de loop van de jaren ben ik meer overtuigd geraakt van het goddelijke in mezelf. God is niet almachtig, het goddelijke zit in mensen. Het is universeel. Geloof is een keuze die je zelf maakt. Mijn strijd tegen onrecht komt voort uit mijn geloof. Jezus ging naar de hoeren en tollenaars – mensen die met de nek werden aangekeken. Of Hij letterlijk de zoon van God was, vind ik niet zo interessant. Ik wil leven in zijn geest om zo mensen te helpen, al is het maar een klein beetje”[1].

Over het bovenstaande is heel wat te schrijven.

In dit artikel beperk ik mij tot enige aantekeningen bij een paar woorden uit het bovenstaande citaat.
Het zijn deze woorden: “God is niet almachtig”.

Dat is een merkwaardig statement voor iemand die zegt: “Geloof is een keuze die je zelf maakt. Mijn strijd tegen onrecht komt voort uit mijn geloof”.
In de Bijbel staat namelijk wel dat God almachtig is. Almachtig dus: de Here God heeft het te zeggen over alle machten op aarde.

Almachtig – dat is eerst en vooral een Verbondswoord. Dat blijkt bijvoorbeeld in Genesis 17: “Toen ​Abram​ negenennegentig jaar oud was, verscheen de HEERE aan ​Abram​ en zei tegen hem: Ik ben God, de Almachtige! Wandel voor Mijn aangezicht en wees oprecht. Ik zal Mijn ​verbond​ sluiten tussen Mij en u, en u uitermate talrijk maken. Toen wierp ​Abram​ zich met het gezicht ter aarde en God sprak met hem: Wat Mij betreft, zie, Mijn ​verbond​ is met u! U zult vader worden van een menigte volken”[2].
God belooft trouw te zijn voor mensen; hij verlangt van mensen dat zij gelovig op Zijn trouwbelofte reageren. Leven in het verbond met de Here, dat betekent: wij hebben de belofte van vergeving van zonden en eeuwig leven gekregen[3].
Omdat onze God het over alle machten ter wereld te zeggen heeft, mogen we te allen tijde zeker zijn van Zijn loyaliteit en standvastigheid. Hij verlaat ons nooit!

Almachtig – dat woord betekent ook dat God altijd actief aanwezig is.
Naomi belijdt dat in Ruth 1: “Maar zij zei tegen hen: Noem mij niet Naomi, noem mij Mara, want de Almachtige heeft mij grote bitterheid aangedaan. Ík ging vol weg, maar de HEERE heeft mij leeg laten terugkeren. Waarom zou u mij Naomi noemen, nu de HEERE tegen mij getuigd heeft en de Almachtige mij kwaad gedaan heeft?”[4].
Voor dat woord Almachtige kunnen we ook lezen: Algenoegzame, Alomvattende, Ontzagwekkende[5].
Over Gods almacht leert het Bijbelboek Ruth ons onder meer:
* wie keuzes maakt die tegen Gods Woord in gaan, moet niet verbaasd staan als hij of zij bij tegenspoed ongetroost blijft
* het is belangrijk om bij tegenslagen niet opstandig te worden, maar ootmoedig te zijn. God heeft alles in de hand. Hij is er bij, ook in slechte tijden!
Dat wil overigens niet zeggen dat je bij tegenwind niet strijdbaar mag wezen. Integendeel! Met Gods hulp mag je energiek aan het werk gaan.

Elifaz, een vriend van Job, zegt in Job 5:
“Zie, welzalig is de sterveling die door God gestraft wordt;
verwerp daarom de bestraffing van de Almachtige niet”[6].
Opnieuw wordt duidelijk dat de Almachtige niet alleen troost biedt, maar ook straf kan geven.
Het is te makkelijk om daar in 2018 overheen te hobbelen. Het is te simpel om te zeggen dat wij nu in de eenentwintigste eeuw leven. Ook vandaag zijn wij niet zelfredzaam!

De inzet van Psalm 91 bepaalt ons opnieuw bij de verbondsverhoudingen:
“Wie in de schuilplaats van de Allerhoogste is gezeten,
zal overnachten in de schaduw van de Almachtige.
Ik zeg tegen de HEERE: Mijn toevlucht en mijn burcht,
mijn God, op Wie ik vertrouw!”[7].
De God van hemel en aarde biedt een schuilplaats die altijd open is. Daarom is Hij het vertrouwen van de dichter waard. En dat is in de eenentwintigste eeuw niet anders.

In de tweede brief die Paulus aan de christenen in Corinthe stuurt, laat Paulus zien dat Gods almacht ook om een duidelijke keuze vraagt.
Soms moet je afstand nemen, omdat er in jouw omgeving dingen gebeuren die niet bij Christus en een christelijk leven passen.
Mensen die zulke afstand willen nemen, zullen merken dat de Verbondsgod hen naar Zich toe trekt.
In 2 Corinthiërs 6 staat het zo: “Of welk verband is er tussen de ​tempel​ van God en de ​afgoden? Want u bent de ​tempel​ van de levende God, zoals God gezegd heeft: Ik zal in hun midden wonen en onder hen wandelen, en Ik zal hun God zijn en zij zullen Mijn volk zijn. Ga daarom uit hun midden weg en zonder u af, zegt de Heere, en raak het onreine niet aan, en Ik zal u aannemen, en Ik zal u tot een Vader zijn, en u zult Mij tot zonen en dochters zijn, zegt de Heere, de Almachtige”[8].

Terug nu naar Annemarie Heite.

‘God is niet almachtig’, zegt zij.
Daarmee gaat zij rechtstreeks tegen Gods Woord in.
Zij ontneemt zichzelf heel veel troost.
Die troost zou ik haar zo graag gunnen!

En wij?

Wellicht kijken we om ons heen, en stellen we de vraag: hoe zit het met de Goddelijke almacht? Al die rampen, al dat leed, al die volle ziekenzalen, al die honger in de wereld, al dat persoonlijke verdriet… – hoe zit dat met die almacht?
Voor wij ’t weten gaan wij Annemarie Heite misschien toch een heel klein beetje geloven…
Welnu –
Gods Woord leert ons Godsvertrouwen in het kader van het verbond.
Gods Woord leert ons ootmoed.
Gods Woord leert ons bidden bij tegenslagen.
Gods Woord leert ons keuzes maken die passen in ons leven met God.
Gods Woord leert ons: onze God is present, wat er ook gebeurt!

Noten:
[1] “Ik ben bang voor een grote klapper” – zomerportret van Annemarie Heite. In: NDZeven, bijlage bij het Nederlands Dagblad, zaterdag 18 augustus 2018, p. 6 en 7.
[2] Genesis 17:1-4.
[3] Zie hierover bijvoorbeeld ook http://www.gereformeerdkerkbladdebazuin.nl/artikel/1800 ; geraadpleegd op zaterdag 18 augustus 2018.
[4] Ruth 1:20 en 21.
[5] Zie de onlineversie van de Studiebijbel. Commentaar bij Ruth 1, noot 44.
[6] Job 5:17.
[7] Psalm 91:1.
[8] 2 Corinthiërs 6:16, 17 en 18.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.