gereformeerd leven in nederland

29 maart 2022

Redding voor de kerk

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Wie de geschiedenis van de laatste vier koningen van Juda bekijkt, wordt geconfronteerd met secularisatie en met goddeloosheid. Het volk van God kan ver weg zakken! Het lijkt er sterk op dat Gods volk roemloos ten onder gaat.
Maar dan grijpt de Heere in. En als Hij de zaak aanpakt komt het menselijk bestaan werkelijk tot leven!

Hieronder staan een achttal verzen uit 2 Kronieken 36. Dat is het laatste hoofdstuk van het Hebreeuwse Oude Testament.
Daarin gaat het over Zedekia, een koning die God negeert en de profeet Jeremia maar een beetje laat praten. De koning trekt zich liefst zo weinig mogelijk van Gods woordvoerder aan.
Daarin gaat het over koning Nebukadnezar. Hij doet verwoede pogingen Gods werk grondig kapot te maken. Om hem heen is het één groot bloedbad. Dood en verderf zijn aan de orde van de dag. Jeruzalem wordt totaal verwoest. De kostbaarheden uit Gods huis worden afgevoerd naar Babel. De tempel en alle andere paleizen gaan ten onder in grote branden.
Maar daarin gaat het ook over Kores. De koning van Perzië is een instrument in Gods hand. Hij krijgt een opdracht van God: bouw in Jeruzalem een huis voor Mij!
Zo zien wij de eigengereidheid van de mens.
Maar wij zien tegelijkertijd de trouw van God.
Leest u maar mee.  
 “Zedekia was eenentwintig jaar oud toen hij koning werd. Elf jaar regeerde hij in Jeruzalem”.
En even verder:
“De Heere, de God van hun vaderen, zond hun vroeg en laat waarschuwende woorden door de hand van Zijn boden, want Hij wilde Zijn volk en Zijn woning sparen. Maar zij spotten met de boden van God, verachtten Zijn woorden en maakten Zijn profeten belachelijk, tot de grimmigheid van de  HEERE tegen Zijn volk zo hoog opsteeg dat er geen genezing meer mogelijk was.
Toen deed Hij de koning van de Chaldeeën tegen hen optrekken, die hun jongemannen in het huis van hun heiligdom met het zwaard doodde. Hij spaarde de jongemannen, de meisjes, de ouderen en de stokouden niet. God gaf hen allen in zijn hand”.
Nog wat verder:
“En wie overgebleven was van het zwaard, voerde hij – dat is Nebukadnezar – weg naar Babel, en zij werden hem en zijn zonen tot slaven, tot het koninkrijk van Perzië ging regeren, om het woord van de Heere, bij monde van Jeremia gesproken, te vervullen, totdat het land behagen zou scheppen in zijn sabbatsjaren. Het rustte al de dagen van de verwoesting, totdat de zeventig jaar vervuld waren. In het eerste jaar nu van Kores, de koning van Perzië, wekte de Heere de geest van Kores op, de koning van Perzië, opdat het woord van de Heere, dat Hij bij monde van Jeremia gesproken had, vervuld zou worden om door zijn hele koninkrijk een boodschap te laten gaan, ook in geschrifte: Zo zegt Kores, de koning van Perzië: Alle koninkrijken van de aarde heeft de Heere, de God van de hemel, aan mij gegeven, en Hij is het Die mij heeft opgedragen om een huis voor Hem te bouwen in Jeruzalem, dat in Juda ligt. Wie er onder u ook maar tot al Zijn volk behoort – de Heere, zijn God, zij met hem en laat hij optrekken”[1].

Zedekia betekent: de Here is mijn gerechtigheid. Maar ’t is wel duidelijk: de koning doet zijn naam geen eer aan!
Die geseculariseerde samenleving van hierboven heeft wel trekken van de maatschappij waar wij in leven. Natuurlijk – de tijd is verder gegaan, wetenschappers hebben vele ontdekkingen gedaan en de technologie heeft zich ontwikkeld. Maar dat leven zonder God zien wij ook om ons heen. De mensen zijn, om met 2 Timotheüs 3 te spreken, “liefhebbers van zichzelf, geldzuchtig, grootsprekers, hoogmoedig, lasteraars, hun ouders ongehoorzaam, ondankbaar, onheilig, zonder natuurlijke liefde, onverzoenlijk, kwaadsprekers, onmatig, wreed, zonder liefde voor het goede, verraders, roekeloos, verwaand, meer liefhebbers van zingenot dan liefhebbers van God”.
Ach, zegt iemand, er zijn nog veel lieve mensen in de wereld. Dat is waar. Maar het algemene beeld in de wereld, inzonderheid in Nederland, komt echt wel in de buurt van 2 Timotheüs 3[2].  

Het staat er in 2 Kronieken 36 onomwonden bij: de Here wil Zijn volk en Zijn woning sparen.
Wat is het belangrijk om te wandelen met de hemelse God! Hij wil met ons optrekken naar een prachtige toekomst die Hij creëert.
Zonder twijfel is dat wandelen met God voor ons verre van gemakkelijk. Want de wereld predikt voortdurend zelfredzaamheid. Je moet vooral goed voor jezelf zorgen. En je mag best een eigen mening hebben… Inderdaad, zelfredzaamheid is tot op zekere hoogte niet verkeerd. Maar Gods Woord en Zijn kerk moeten altijd voorop blijven staan.

De koning van Perzië, wordt door de Here aangestuurd om een belangrijke bijdrage te leveren aan de redding van de kerk.
De Here is dus met Kores aan het werk. Dat blijkt in dit Bijbelboek, 2 Kronieken. De Kronieken werden ongeveer in 430 voor Christus geschreven. Maar Jesaja heeft het eeuwen eerder, rond 700 voor Christus, ook al over Kores gehad. Leest u maar mee in Jesaja 44: “Zo zegt de Heere, uw Verlosser (…) Die over Kores zegt: Hij is Mijn herder, en hij zal al Mijn welbehagen volbrengen, door tegen Jeruzalem te zeggen: Word gebouwd, en tegen de tempel: Word gegrondvest”.
De Here heeft een plan met de kerk.
Er is redding voor de kerk. Want de verbondstrouw van de Here kent geen einde.
Alleen daarom al mogen wij ook in 2022 zeggen: zolang Jezus Christus nog niet op aarde teruggekomen is blijft de kerk bestaan. Zolang de aarde bestaat zullen er mensen zijn die de God van hemel en aarde trouw dienen. Niet omdat die mensen zelf zo netjes zijn, maar omdat de Geest van God in harten aan het werk is. Daar heeft Hij een voltijds taak aan!
Ja, het statement in de Heidelbergse Catechismus is helemaal waar: “het kan niet anders, of ieder die door waar geloof in Christus ingeplant is, brengt vruchten van dankbaarheid voort”.
En daarom is het niet teveel gezegd: er is nog veel te doen.
Al dat werk komt klaar.
Want als de hemelse God de zaak aanpakt komt er leven in de kerk. Echt Godsdienstig leven![3]

Noten:
[1] In deze alinea citeer ik 2 Kronieken 36:11, 2 Kronieken 36:15-17 en 2 Kronieken 36:20-23.
[2] In deze alinea citeer ik 2 Timotheüs 3:2,3,4.
[3] In deze alinea citeer ik Jesaja 44:24a,28 en uit de Heidelbergse Catechismus: woorden uit Zondag 24, antwoord 64. Voor de datering gebruik ik https://www.christipedia.nl/wiki/Chronologische_volgorde_der_bijbelboeken ; geraadpleegd op dinsdag 22 maart 2022.

16 november 2021

God is trouw, wij hopelijk ook

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , ,

De kerk staat anno Domini 2021 in de schijnwerpers. Jan en alleman spreekt over iets hogers, over de hemel en over het mysterie. Niet dat kerkmuren er momenteel veel toe doen. Want geloof en gevoel voor religie zijn in deze periode van de geschiedenis heel persoonlijk.
Het is de moeite waard om, ook in deze tijd, over het christelijk geloof en de kerk na te denken.

In onze wereld zijn in het geloof tenminste vier zaken van eminent belang:
1. Gods voorzienigheid
2. Ons gebed.
3. Onze bekering.
4. Het verbond dat God met mensen gesloten heeft.

Laat het meteen maar duidelijk wezen: het gaat de kerk niet altijd voor de wind.
In de wereldhistorie is er bij tijd en wijle sprake van droogte. En van hongersnood. En van ziekte. Al die dingen gaan de kerkdeuren niet voorbij. Men kan vragen: waarom niet? Onze Here kan er toch voor zorgen dat moeilijke dingen niet bij de gelovigen terecht komen? Dat kan inderdaad heel goed. Maar we raken hier een zaak van geloof: namelijk het geloof in de voorzienigheid van God. Het is, zegt de Heidelbergse Catechismus, zo “dat loof en gras, regen en droogte, vruchtbare en onvruchtbare jaren, eten en drinken, gezondheid en ziekte, rijkdom en armoede en alle dingen, niet bij toeval, maar uit zijn vaderhand ons ten deel vallen”[1].

De Here leert kerkmensen bidden. Paulus schrijft daarover aan de christenen in Philippi: “Wees in geen ding bezorgd, maar laat uw verlangens in alles, door bidden en smeken, met dankzegging bekend worden bij God; en de vrede van God, die alle begrip te boven gaat, zal uw harten en uw gedachten bewaken in Christus Jezus”.
Laten we elkaar ook wijzen op 1 Johannes 5: “En dit is de vrijmoedigheid die wij hebben in het toegaan tot God, dat Hij ons verhoort, telkens als wij iets bidden naar Zijn wil”.
In een gebed kan dus heel veel langskomen. Op ieder gewenst moment kunnen wij contact maken met onze Heiland die in de hemel troont. Het is kenmerkend: kerkmensen bidden veel. Zij weten dat hun kracht van boven komen moet…[2]

Kerkmensen weten het: zij moeten er zich iedere dag toe zetten om met het gezicht naar God toe te gaan staan. Zij moeten zich bekeren. Dat is geen kwestie van ‘dat doen we wel even’… Nee, bekering is een ernstige zaak! De Dordtse Leerregels leren ons op dit punt: “Zij die ernstig verlangen zich tot God te bekeren, Hem alleen te behagen en uit het lichaam des doods verlost te worden, maar toch nog niet zo ver in het gelovig leven voor de Here kunnen komen, als zij wel wilden, behoren voor deze leer van de verwerping al helemaal niet bevreesd te worden. De barmhartige God heeft immers beloofd, dat Hij de walmende vlaspit niet zal uitdoven en het geknakte riet niet zal verbreken. Maar deze leer is wel degelijk schrikaanjagend voor hen die met God en Christus de Verlosser geen rekening houden, opgaan in de zorgen van de wereld en zich laten beheersen door zondige begeerten – tenminste zolang zij zich niet ernstig tot God bekeren”.
Bekering is een serieuze zaak. Dat moeten wij met overtuiging doen!

Kerkmensen behoren te beseffen dat zij in een verbond leven. Dat is bij onze doop al gezegd: “Wanneer wij gedoopt worden in de naam van de Vader, verklaart en verzegelt ons God de Vader, dat Hij met ons een eeuwig verbond der genade sluit. Hij neemt ons tot zijn kinderen en erfgenamen aan en zal ons daarom van al het goede voorzien en al het kwade van ons weren of voor ons doen meewerken ten goede”.
En:
“Omdat elk verbond twee delen heeft, namelijk een belofte en een eis, worden wij door God in de doop ook geroepen en verplicht tot een nieuwe gehoorzaamheid. Dit betekent dat wij deze enige God, Vader, Zoon en Heilige Geest, aanhangen, vertrouwen en liefhebben met heel ons hart, met heel onze ziel, met heel ons verstand en al onze krachten. Het betekent ook dat wij met de wereld breken, onze oude natuur doden en godvrezend leven.
En wanneer wij soms uit zwakheid in zonden vallen, moeten wij aan Gods genade niet wanhopen en al evenmin in de zonden blijven liggen. Want de doop is een zegel en een volkomen betrouwbaar getuigenis dat wij een eeuwig verbond met God hebben”.
Van Zijn kant zweert God eeuwige trouw aan Zijn volk.
Hij laat de door Hem gekozen natie nimmer in de steek.
Nee, ook niet in 2021![3]

Wat zullen wij verder van deze dingen zeggen?

Wellicht is iemand geneigd op te merken dat in het bovenstaande een aantal tamelijk ‘klassiek-Gereformeerde’ notities op een rij gezet zijn.
En dat is ontegenzeglijk waar.
Sterker nog, veel het bovenstaande vinden wij al terug in een oud Bijbelboek. In het zevende hoofdstuk van 2 Kronieken namelijk.

Het Bijbelboek 2 Kronieken geeft onder meer een uitgebreid verslag van de tempelbouw. Gods huis wordt feestelijk ingewijd. Ja, heel het volk is aan God toegewijd.
Salomo spreekt in 2 Kronieken 6 een gebed uit. Dat begint zo: “Heere, God van Israël, er is geen God zoals U, in de hemel of op de aarde, Die het verbond en de goedertierenheid houdt tegenover Uw dienaren, die met heel hun hart wandelen voor Uw aangezicht, Die Zich tegenover Uw dienaar, mijn vader David, gehouden hebt aan wat U tot hem had gesproken. Want met Uw mond sprak U, en dat hebt U met Uw hand vervuld, zoals het op deze dag is. En nu Heere, God van Israël, houd U tegenover mijn vader David, Uw dienaar, aan wat U tot hem gesproken hebt: Het zal u voor Mijn aangezicht niet aan een man ontbreken die op de troon van Israël zal zitten, tenminste, wanneer uw zonen op hun weg letten door in Mijn wet te wandelen, zoals u voor Mijn aangezicht gewandeld hebt”.
En het eindigt zo: “Heere God, wijs het gebed van Uw gezalfde niet af. Denk aan Uw blijken van goedertierenheid aan David, Uw dienaar”.
De tempel – zeg maar even: de Oudtestamentische kerk – blijkt bij uitstek de plaats waar het verbondsverkeer gaat plaatsvinden. Gods volk dient de Here. En de God van het verbond luistert naar Zijn volk. Hij staat, om zo te zeggen, op scherp. Hij ziet en hoort precies wat Zijn volk doet en zegt.
De Here leert Zijn volk hoe het met Hem om moet gaan:
* ootmoedig
* bereid tot bekering.
De Here benoemt ook Zijn gaven:
* Hij luistert genadig
* Hij schenkt vergeving
* Hij geeft genezing.
In 2 Kronieken 7 klinkt dat als volgt: “Ik heb uw gebed gehoord en Ik heb voor Mijzelf deze plaats verkozen als offerhuis. Wanneer Ik de hemel sluit, zodat er geen regen valt, of wanneer Ik de sprinkhaan gebied om het land te verslinden, of wanneer Ik pest onder Mijn volk zend, en Mijn volk, waarover Mijn Naam is uitgeroepen, in ootmoed buigt en bidt, en zij Mijn aangezicht zoeken, en zij zich bekeren van hun slechte wegen, dan zal Ík vanuit de hemel horen, hun zonden vergeven en hun land genezen. Nu zullen Mijn ogen open zijn, en Mijn oren opmerkzaam zijn op het gebed van deze plaats. Want nu heb Ik dit huis verkozen en geheiligd, zodat Mijn Naam daar tot in eeuwigheid is. Alle dagen zullen Mijn ogen en Mijn hart daar zijn”.
De Here is trouw.
Ja, tot in eeuwigheid.
Die trouw vraagt hij vandaag ook van kerkmensen. Per slot van rekening is Gods verbond éénzijdig in zijn ontstaan, doch tweezijdig in zijn bestaan![4]

Noten:
[1] Zie: Heidelbergse Catechismus – Zondag 10, antwoord 27.
[2] In deze alinea citeer ik Philippenzen 4:6, 7 en 1 Johannes 5:14.
[3] In deze alinea citeer ik uit het Formulier voor de bediening van de heilige doop aan de kinderen van de gelovigen – Gereformeerd Kerkboek-1986. De citaten zijn te vinden op p. 513.
[4] In deze alinea citeer ik 2 Kronieken 6:14, 15, 16, 42 en 2 Kronieken 7:12-16.

26 oktober 2021

Gegeven eensgezindheid

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Dit artikel begint bij 2 Kronieken 30. In dat hoofdstuk roept koning Hizkia zijn volk op om in gezamenlijkheid het Pascha te vieren. Hizkia’s oproep luidt: ‘Kom naar de tempel in Jeruzalem’. Hij schrijft brieven aan Efraïm en Manasse, om ook hen uit te nodigen voor de viering van het Pascha.
Het Pascha wordt op een afwijkend tijdstip gevierd. In een commentaar staat genoteerd: “Officieel moest het Pascha op de veertiende dag van de eerste maand worden gevierd, maar op die dag waren niet genoeg priesters geheiligd en was het volk nog niet in Jeruzalem vergaderd. Om dit jaar het Pascha toch te kunnen vieren, zoekt de koning samen met zijn raadsheren en de afgevaardigden van de gemeenschap van Jeruzalem naar een alternatieve datum voor de viering van het Pascha. De veertiende dag van de tweede maand was een mogelijk alternatief. Aangezien de wet een dergelijk alternatief biedt, gaan alle betrokken partijen akkoord met het uitstel”.
Alle burgers, vanaf Berseba in het zuiden tot Dan in het noorden, worden van harte uitgenodigd om het feest mee te vieren.
En dat is heel bijzonder. Want het Pascha is al een hele tijd niet op de door God voorgeschreven wijze gevierd.
Koeriers snellen het land door. Hun boodschap is heel duidelijk: “Israëlieten, bekeer u tot de Heere, de God van Abraham, Izak en Israël. Dan zal Hij terugkeren tot de ontkomenen die van u overgebleven zijn uit de hand van de koningen van Assyrië. En wees niet als uw vaderen en als uw broeders, die aan de Heere, de God van hun vaderen, ontrouw waren, zodat Hij hen tot verwoesting overgegeven heeft, zoals u ziet. Wees nu niet halsstarrig zoals uw vaderen. Geef de Heere de hand en kom naar Zijn heiligdom, dat Hij voor eeuwig geheiligd heeft, en dien de Heere, uw God. Dan zal Zijn brandende toorn zich van u afkeren. Want als u zich tot de Heere bekeert, zullen uw broeders en uw kinderen barmhartigheid vinden bij hen die hen als gevangenen weggevoerd hebben, zodat zij in dit land zullen terugkomen. De Heere, uw God, is immers genadig en barmhartig, en zal het aangezicht niet van u afwenden als u zich tot Hem bekeert”.
De koeriers komen in Efraïm en Manasse. Daar worden zij zo’n beetje weggehoond. Maar een aantal mensen uit de stammen Aser, Manasse en Zebulon wordt door de komst van de koeriers wakker geschud. Zij beseffen: er moet iets gebeuren! Zij realiseren zich: wij moeten ons bekeren!1

Wat gebeurt er in 2 Kronieken 30? Hizkia voert een reformatie door. Daar is hij in 2 Kronieken 29 al mee begonnen. De eredienst in de tempel is in ere hersteld. Hizkia stelt: “Nu is het in mijn hart een verbond te sluiten met de Heere, de God van Israël, zodat Zijn brandende toorn zich van ons afkeert”. Hizkia wil dus terug naar het verbond!
En dan staat er in 2 Kronieken 30 iets opmerkelijks: “Ook was de hand van God in Juda om hen eensgezind te laten zijn, zodat zij deden overeenkomstig het gebod van de koning en de leiders, volgens het woord van de Heere”.
Eensgezindheid – wat kunnen wij daarnaar verlangen! Als ergens eensgezindheid heerst zijn we blij. Opeens lijken alle problemen een stuk kleiner. Een kerkgemeenschap die eensgezind is nodigt uit om je bij aan te sluiten. Daar wil je bij horen. Daar voel je je veilig.
Eensgezindheid is een groot goed in de kerk. Ook in de oudtestamentische kerk. Daarbij mogen we een detail niet over het hoofd zien. De God van het verbond bewerkt die eensgezindheid Zelf. De mensen worden in 2 Kronieken 30 als Goddelijke instrumenten ingezet. De God van hemel en aarde wil Zijn eer terug. Hij wil dat Zijn volk Hem weer in gezamenlijkheid eren gaat. Daarom zorgt Hij ervoor dat Hizkia gaat doen wat Hij voorgeschreven heeft. Daarom zorgt Hij ervoor dat de leiders van het volk Hizkia’s reformerende arbeid als legitiem erkennen. Daarom zorgt Hij ervoor dat een groot deel van het volk gehoor geeft aan de oproep tot reformatie. Het komt tot een eensgezinde bekering. De Verbondsgod toont Zijn almacht. Heel veel mensen keren zich naar God toe. Gezamenlijk. In een blijmoedige eensgezindheid2.

Waarom die aandacht voor eensgezindheid? Vanwege een bericht in het Nederlands Dagblad van maandag 11 oktober 2021.
“Twee gevoelige kwesties worden geschrapt uit de kerkorde van de toekomstige Nederlandse Gereformeerde Kerken: er komt niets in te staan over kinderen en avondmaal en ook niets over de kerkelijke bevestiging van ‘andere samenlevingsvormen’ dan het huwelijk. Op beide punten krijgen kerkenraden plaatselijk de ruimte zelf hun beleid te bepalen. De werkgroep die de toekomstige kerkorde in concept heeft opgesteld, trok beide kerkordeartikelen zaterdag in ter wille van de eenheid van de toekomstige fusiekerk van de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt en de Nederlands Gereformeerde Kerken. Een kwestie als kinderen aan het avondmaal, die gevoelig ligt bij veel vrijgemaakt-gereformeerden, mag geen splijtzwam zijn, vindt de werkgroep. De huidige kerkelijke regelgeving in beide kerken geeft geen ruimte voor kinderen aan het avondmaal. Maar in de praktijk komt het wel voor dat niet-belijdende leden aanschuiven. Om te ‘voorkomen dat de kerkorde ver uit de pas loopt bij de kerkelijke praktijk’ stond daarom in de concepttekst dat kerkenraden kunnen besluiten kinderen toe te laten aan de avondmaalstafel. Maar die tekst wordt dus geschrapt. Er komt simpelweg te staan dat de gemeente regelmatig het sacrament van het avondmaal viert en dat de kerkenraad in een plaatselijk reglement beschrijft ‘hoe vaak en op welke wijze de viering plaatsvindt en wie wordt uitgenodigd om deel te nemen’”.
De motivatie voor dat besluit is, wat schrijver dezes betreft, opvallend. Want waarom is dat besluit genomen? Populair gezegd: om de boel bij elkaar te houden. Terwijl de voornaamste drijfveer zou moet zijn: Gods Woord, en de richting die dat Woord wijst3.

De boel moet bij elkaar worden gehouden. Dat wordt gedaan door geen verregaande uitspraken te doen. Het lijkt wel alsof de Bijbel even weg gelegd is. ‘Laat iedereen het maar zelf uitzoeken’. De ironie van deze zaak is dat men vervolgens niet eensgezind is. Want in de ene gemeente doet men het zo, en in de andere weer zus. Verschil mag er wezen. Het motto lijkt te wezen: ‘als wij maar samen genieten in de kerk’.

Zou het kunnen zijn dat dit alles mijlenver verwijderd is van door God geschonken eensgezindheid? Misschien is het goed als wij 2 Kronieken 30 weer eens doorlezen. Dan weten wij weer waar het om draaien moet. En om Wie het draaien moet – dat vooral.

Noten:
1 In dit artikel gebruik ik de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij 2 Kronieken 30:1-12. Uit Gods Woord citeer ik 2 Kronieken 30:6-9.
2 In deze alinea citeer ik 2 Kronieken 29:10 en 2 Kronieken 30:12.
3 “Kind aan avondmaal uit kerkorde”. In: Nederlands Dagblad, maandag 11 oktober 2021, p. 7

16 november 2018

Niet rijk met Salomo

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

De laatste perikoop van 2 Kronieken 9 is gewijd aan de overweldigende rijkdom van Salomo.
Het begint allemaal met goud: “Het ​gewicht​ van het goud dat in één jaar voor ​Salomo​ binnenkwam, was zeshonderdzesenzestig talent goud”[1]. Voor de goede orde: dat is ongeveer twintigduizend kilo. Het is de opbrengst van landbouw, wijnbouw, olijfolie en veeteelt[2].
Overigens kan de genoemde hoeveelheid goud ook symbolisch zijn. Dan duidt die op grote overvloed.

Het is duidelijk dat de God van hemel en aarde de belofte die Hij in 2 Kronieken 1 heeft gedaan, heeft ingelost. U weet wel: “Toen zei God tegen ​Salomo: Omdat dit in uw ​hart​ geweest is en u geen rijkdom, bezittingen en ​eer​ gevraagd hebt, of het leven van wie u haat, of zelfs niet een lang leven gevraagd hebt, maar wijsheid en kennis voor uzelf gevraagd hebt, zodat u over Mijn volk, waarover Ik u ​koning​ gemaakt heb, zou kunnen rechtspreken, daarom is de wijsheid en de kennis aan u gegeven. Verder zal Ik u rijkdom, bezittingen en eer geven, zoveel als de koningen vóór u niet gehad hebben en zoveel als de koningen na u niet zullen hebben[3].

In 1924 schreef een uitlegger: “De Schrift verzwijgt ons ook den rijkdom van Salomo niet. Zijn inkomsten werden geschat op 666 talenten gouds, dat is minstens 30.000.000 gulden – volgens anderen zelfs 50.000.000 gulden – behalve wat hem nog gebracht werd door de schatplichtige koningen. Dit reuzencijfer stijgt nog, als men met de toenmalige waarde van het geld rekent. Het volk deelde in die welvaart des konings. Het at en dronk onder zijnen wijnstok en vijgeboom. Vele schatten stroomden in het land. Naar heinde en ver werden de karavanen gezonden om koopwaren te verhandelen. Zelfs voeren er schepen naar Ofir, het beroemde goudland in Zuid-Arabië, om vandaar goud te halen. Zoo rijk was Israël, dat zilver niet hooger werd geacht dan steen”[4].

Salomo is een koning van vrede en rijkdom. Het hele volk profiteert mee. Regenten en vorsten uit heel de wereld kijken bewonderend toe. Zij vragen zich af: hoe speelt Salomo het toch klaar om zo rijk te worden? en: wat is Israël toch een vredig land; wat voor politiek houdt Salomo erop na?

Hoe moeten wij tegen Salomo aankijken?
Laten wij bedenken dat Salomo een Oudtestamentische ‘voorafbeelding’ van Jezus Christus is.
Toegegeven: een Koning aan een kruis ziet er niet rijk uit. De priesters en de kerkleiders spotten in Mattheüs 27 dan ook: “Anderen heeft Hij verlost, Zichzelf kan Hij niet verlossen. Als Hij de ​Koning​ van Israël is, laat Hij nu van het ​kruis​ afkomen en wij zullen Hem geloven. Hij heeft op God vertrouwd; laat Die Hem nu verlossen als Hij Hem welgezind is, want Hij heeft gezegd: Ik ben Gods Zoon”[5].

Onze Heiland is in feite het tegenbeeld van Salomo. Kijkt u maar naar de beschrijving van Jesaja: “Gestalte of ​glorie​ had Hij niet; als wij Hem aanzagen, was er geen gedaante dat wij Hem begeerd zouden hebben. Hij was veracht, de onwaardigste onder de mensen, een Man van smarten, bekend met ​ziekte, en als iemand voor wie men het gezicht verbergt;Hij was veracht en wij hebben Hem niet geacht. Voorwaar, onze ziekten heeft Híj op Zich genomen, onze smarten heeft Hij gedragen. Wíj hielden Hem echter voor een geplaagde, door God geslagen en verdrukt. Maar Hij is om onze ​overtredingen​ verwond, om onze ongerechtigheden verbrijzeld”[6].

Niettemin heeft de Heiland mensen gekocht.
U leeft, schrijft Petrus, in “de wetenschap dat u niet met vergankelijke dingen, zilver of goud, vrijgekocht bent van uw zinloze levenswandel, die u door de vaderen overgeleverd is, maar met het kostbaar bloed van ​Christus, als van een smetteloos en onbevlekt Lam”[7].
Johannes schrijft in 1 Johannes 1: “…het bloed van ​Jezus​ ​Christus, Zijn Zoon, reinigt ons van alle ​zonde”[8].

In 2 Kronieken 9 vinden we een uitgebreide beschrijving van Salomo’s rijkdom. Goud, zilver, paarden, geweldig veel bomen, macht: het komt in dat hoofdstuk allemaal langs.
Maar hoe rijk Salomo ook is: mensen verlossen uit de macht van de zonde kan hij niet. Mensen vernieuwen, dat kan Hij niet. Een weg bereiden naar God en Zijn troon, dat kan Salomo niet. Gods kinderen een plaats in de hemel geven, dat kan deze aardse vredevorst niet.

Ook het Nederland van 2018 kent heel rijke mensen. Als daar zijn: de families Brenninkmeijer (C & A), Van der Vorm (onder meer Cool Blue en Boskalis), De Rijcke (Kruidvat), Dreesmann (eertijds V & D) en Melchior (Eyelove brillen)[9].
Maar zelfs de rijkdom van al die families bij elkaar kan ons niet van de zonde afhelpen!

Eind oktober meldde de NOS: “Vorig jaar waren er voor het eerst in de geschiedenis meer miljardairs in Azië dan in de Verenigde Staten. Het aantal miljardairs in Azië, de VS en Europa steeg met 10 procent naar 1542. Dat blijkt uit een rapport over de rijkdom van miljardairs van financieel adviseur PwC en vermogensbeheerder UBS.
De stijging van het aantal miljardairs in Azië was explosief: 25 procent ten opzichte van het jaar ervoor. Deze groei wordt voornamelijk verklaard door Chinese tech-ondernemers, die hun vermogen flink zagen toenemen.
Azië telde daardoor 637 miljardairs in 2017, tegen 563 in de VS. De miljardairs in de Verenigde Staten hebben samen nog wel meer geld dan de miljardairs in Azië. Dat komt doordat veel Amerikaanse miljardairs rijker zijn dan Aziatische miljardairs”[10].

Kinderen van God worden ooit nog rijker dan al die miljardairs bij elkaar.

Kijkt u maar mee in Openbaring 7: “Dezen zijn het die uit de grote verdrukking komen; en zij hebben hun gewaden gewassen en ze hebben hun gewaden wit gemaakt in het bloed van het Lam. Daarom zijn zij vóór de troon van God, en dienen Hem dag en nacht in Zijn tempel. En Hij Die op de troon zit, zal Zijn ​tent​ over hen uitspreiden. Zij zullen geen honger of dorst meer hebben, en geen zonnesteek of enige hitte zal hen treffen. Want het Lam, Dat in het midden van de troon is, zal hen weiden en zal hen geleiden naar de levende ​waterbronnen. En God zal alle tranen van hun ogen afwissen”[11].

Uiteindelijk worden we niet rijk met Salomo. Maar wel met Jezus Christus, onze Heiland!

Noten:
[1] 2 Kronieken 9:13.
[2] Zie de onlineversie van de Studiebijbel. Commentaar bij 2 Kronieken 9:13-28, noot 31.
[3] 2 Kronieken 1:11 en 12.
[4] Gereformeerd Jongelingsblad – orgaan van den Ned. Bond van Geref. Jongelingsvereenigingen op Geref. Grondslag, jg. 35 nr. 15 (vrijdag 12 december 1924). – Citaat van p. 233.
[5] Mattheüs 27:42 en 43.
[6] Jesaja 53:2-5.
[7] 1 Petrus 1:18 en 19.
[8] 1 Johannes 1:7.
[9] Zie http://www.quotenet.nl/Nieuws/Quote-500-2018-Dit-zijn-de-5-rijkste-families-218313 ; geraadpleegd op maandag 12 november 2018.
[10] Geciteerd van https://nos.nl/artikel/2256477-voor-het-eerst-meer-miljardairs-in-azie-dan-in-de-vs.html ; geraadpleegd op maandag 12 november 2018.
[11] Openbaring 7:14-17.

15 november 2018

Ootmoedige kerk

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Onlangs las ik een interview met de Nobelprijswinnaar Ben Feringa.
In 2016 won hij, samen met twee anderen, de Nobelprijs voor Scheikunde voor zijn onderzoek naar moleculaire machines.
De hoogleraar zegt: “Ik weet minder dan ooit tevoren”.

Professor Feringa expliceert: “Elk antwoord roept tien nieuwe vragen op, dus ik weet nu eigenlijk minder dan ooit tevoren. Dat zet je aan het denken. Misschien komt er over tweehonderd jaar een nieuwe Einstein die vertelt dat wij er allemaal naast zaten. Wie zijn wij dat we denken alles te weten? Ik vertel in lezingen vaak dat de natuur ons ook bescheiden mag maken, want die steekt ongelooflijk mooi en complex in elkaar. Wij kunnen wel een Boeing bouwen, wat heel knap is, maar we kunnen geen duif maken”.

Dat heeft alles te maken met zijn geloof. “Het geloof helpt me vooral om het waardevolle en goede in het leven te zien. In de kerk word je uit de waan van de dag getrokken. Ik vind de rituelen prettig. De mystiek spreekt me aan. Dat zou je misschien niet verwachten van een hardcore bètawetenschapper die alles wil rationaliseren. Maar juist de wetenschap heeft me mijn beperktheid doen zien”[1].

Dat is een duidelijk statement.
En het gaat lijnrecht in tegen een redenering die men tegenwoordig vaak hoort. Die redenering werd in een document van de Evangelische Omroep als volgt samengevat: “De meeste grote moderne denkers geloven niet in God. Hoewel slechts kleine minderheid van de mensheid atheïst is, zijn dat niet geheel toevallig vooral intelligente, hoogopgeleide, Westerse mensen, zoals Nobelprijswinnaars en topwetenschappers. Ze doen dat niet om te schoppen, maar kúnnen (…) niet meer in God geloven”[2].

Dat laatste klinkt plausibel.
Maar de vraag is waarom sommige grote denkers dan wel in God geloven.

De kernkwestie is hoe bescheiden wetenschappers zijn.
Mensen die veel weten en veel energie hebben moeten zich realiseren welke positie zij tegenover God innemen!

In verband met deze dingen wijs ik vandaag graag op enkele woorden uit 2 Kronieken 7: “Wanneer Ik de hemel sluit, zodat er geen regen valt, of wanneer Ik de sprinkhaan gebied om het land te verslinden, of wanneer Ik pest onder Mijn volk zend, en Mijn volk, waarover Mijn Naam is uitgeroepen, in ootmoed buigt en ​bidt, en zij Mijn aangezicht zoeken, en zij zich bekeren van hun slechte wegen, dan zal Ík vanuit de hemel horen, hun ​zonden​ ​vergeven​ en hun land genezen”[3].

Over 2 Kronieken schreef ik al eens:
“1.
De Bijbelboeken 1 en 2 Kronieken vormden oorspronkelijk één geheel. Ze beschrijven met name de geschiedenis van de regering van koning David, van zijn zoon Salomo en van de overige koningen uit dat geslacht.
2.
De Joden nemen aan dat de schriftgeleerde Ezra de auteur van de Kronieken is. Maar dat is lang niet zeker.
3.
De boodschap van 2 Kronieken is: zoek de Here!
Dat betekent: betrek de God van hemel en aarde bij alles wat je doet”[4].

In 2 Kronieken 3 begint de geschiedenis van de tempelbouw.
In 2 Kronieken 5 wordt de ark in de tempel gebracht. De Here gaat in de tempel wonen.
In 2 Kronieken 6 spreekt Salomo een gebed uit. Dat is een gebed van aanbidding en lof. En tevens een gebed om voortdurende steun en hulp voor Gods volk. Want zonder de Here is het volk hopeloos en stuurloos.
In 2 Kronieken 7 komt het antwoord van de Here. En Salomo reageert dáár weer op.

Dat gaat zo.
“Toen ​Salomo​ geëindigd had dit ​gebed te ​bidden, kwam het vuur uit de hemel neer en verteerde het ​brandoffer​ en de slachtoffers, en de heerlijkheid van de HEERE vervulde het ​huis. De ​priesters​ konden het ​huis​ van de HEERE niet binnengaan, want de heerlijkheid van de HEERE had het ​huis​ van de HEERE vervuld. Toen alle Israëlieten het vuur en de heerlijkheid van de HEERE over het ​huis​ zagen neerkomen, knielden zij met hun gezichten ter aarde, op de vloer, bogen zich neer en loofden de HEERE dat Hij goed is, want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig. De ​koning​ en heel het volk brachten ​offers​ voor het aangezicht van de HEERE. Koning​ ​Salomo​ bracht een ​dankoffer​ van tweeëntwintigduizend runderen en honderdtwintigduizend schapen. Zo wijdden de ​koning​ en heel het volk het ​huis​ van God in”[5].
Het is feest in Israël.
Het is een festijn dat zijn weerga in de wijde omgeving niet kent.
Daar is iets groots verricht. Er staat een tempel die er wezen mag!

En dan –
dan gaat het over ootmoed. Over bescheidenheid dus.
En opeens is het verschil tussen 2 Kronieken 7 en het jaar van de Verbondsgod 2018 niet zo heel groot meer.
In 2018 verricht men in de wetenschap grote dingen. Maar ook vandaag past bescheidenheid. ‘We kunnen nog niet eens een duif maken’, zegt professor Feringa. Hij begrijpt het steeds beter: op aarde past ingetogenheid, nederigheid en terughoudendheid!

Die bescheidenheid is in 2 Kronieken 7 een Verbondszaak.
Kijkt u maar: “En u, wanneer u voor Mijn aangezicht wandelt, zoals uw vader ​David​ gewandeld heeft, en handelt overeenkomstig alles wat Ik u geboden heb, en u Mijn verordeningen en bepalingen in acht neemt, dan zal Ik de ​troon​ van uw koningschap bevestigen, zoals Ik met uw vader ​David​ een verbond gesloten heb: Het zal u niet ontbreken aan een man die heerst in Israël. Maar als u allen zich ooit van achter Mij afkeren zult, en Mijn verordeningen en Mijn geboden, die Ik u voorgehouden heb, verlaat, en ​andere ​goden​ gaat dienen en zich voor hen neerbuigt, dan zal Ik hen wegrukken uit Mijn land, dat Ik hun gegeven heb”[6].
Daarom lijkt het me juist om met name in de kerk die bescheidenheid te trainen en te praktiseren.
Wij weten hoe het met Israël gegaan is.
Laten wij, in dat verband, elkaar wijzen op Mattheüs 1: “Josia​ verwekte Jechonia en zijn broers, ten tijde van de Babylonische ballingschap. Na de Babylonische ballingschap​ verwekte Jechonia Sealthiël, Sealthiël verwekte ​Zerubbabel”[7].
De Gereformeerd-vrijgemaakte predikant Joh. Francke (1908-1990) schreef daarover eens: “De babylonische ballingschap, straf op de afval van de HEERE en van het verbond, maakt een diepe insnijding in Davids geslacht (…). Gods verkiezende genade echter triomfeert over het verbond met David en brengt het tot z’n doel”[8].

Professor Feringa, de geleerde scheikundige, leert ons bescheidenheid.
De kerk van 2018 moet die bescheidenheid ook in praktijk brengen. Het Goddelijke onderwijs in 2 Kronieken 7 moet, als het daarom gaat, een extra stimulans zijn.

Notulen:
[1] “Gegrepen door moleculen”. In: NDZeven, bijlage bij het Nederlands Dagblad, zaterdag 10 november 2018, p. 4, 5 en 6.
[2] Geciteerd van https://visie.eo.nl/2017/05/waarom-slimme-mensen-niet-meer-kunnen-geloven/ ; geraadpleegd op zaterdag 10 november 2018.
[3] 2 Kronieken 7:13 en 14.
[4] Geciteerd uit mijn artikel ‘Verlangen’, hier gepubliceerd op maandag 18 juni 2018. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2018/06/18/verlangen/ .
[5] 2 Kronieken 7:1-5.
[6] 2 Kronieken 7:17-20.
[7] Mattheüs 1:11 en 12.
[8] Geciteerd uit: Joh. Francke, Lichtende verbintenissen: Gods verbonden met mensen”. – 1985. – Citaat van p. 79.

18 juni 2018

Verlangen

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

We hebben allemaal zo onze verlangens. Misschien heeft u, voor uw gevoel, wel heel vréémde begeerten en behoeftes; wellicht zelfs ideeën waarmee u liever niet te koop loopt.

Echter: sommige verlangens worden werkelijkheid.
Wat kun je daar diep-blij om zijn!

Dat zijn de Israëlieten in 2 Kronieken 15 ook.
Leest u maar mee: “Heel Juda was verblijd over de eed, want zij hadden met heel hun ​hart​ gezworen, en met heel hun verlangen Hem gezocht. Hij werd door hen gevonden, en de HEERE gaf hun rust van rondom”[1].

Waar gaat dit over?
In welk tekstverband staan de bovenstaande woorden?
Daarover hieronder meer.

Eerst een driedelig antwoord op de vraag: wat is 2 Kronieken eigenlijk voor een Bijbelboek?[2]
1.
De Bijbelboeken 1 en 2 Kronieken vormden oorspronkelijk één geheel. Ze beschrijven met name de geschiedenis van de regering van koning David, van zijn zoon Salomo en van de overige koningen uit dat geslacht.
2.
De Joden nemen aan dat de schriftgeleerde Ezra de auteur van de Kronieken is. Maar dat is lang niet zeker.
3.
De boodschap van 2 Kronieken is: zoek de Here!
Dat betekent: betrek de God van hemel en aarde bij alles wat je doet.
En ook: ga in het gebed naar Hem toe. En leg Hem dan je problemen maar voor. Al jouw vragen. Al het verdriet dat je in stilte met je mee draagt. Het heimwee dat u hebt naar uw overleden echtgenoot. Enzovoort.
En ook: zeg Hem maar hoe blij je bent. Met jouw huis. Met de natuur om je heen. Met jouw vrienden. Met jouw dagelijks werk. Met uw gezondheid.
Die boodschap geldt ook vandaag nog. Zeker wel!

In 2 Kronieken 15 lezen we over een gebeurtenis rond koning Asa[3].

Asa’s regering verplaatst ons zo ongeveer naar de periode 912-870 voor Christus.
Asa doet aan reformatie. Re-formatie, dat houdt in: opnieuw vormgeven aan ware godsdienst. En dat is precies waar Asa mee bezig is. Hij heeft namelijk een enorme hekel aan afgoderij.
Asa bouwt vestingen. En hij verslaat de Ethiopiërs.
Is er niks op Asa aan te merken? Jawel. Op een bepaald moment zoekt hij steun bij Benhadad I, de koning van Syrië. Er is een profeet – hij heet Hanani – die Asa daarvan probeert terug te houden. Want je moet geen steun zoeken bij mensen, maar bij God. Maar dat helpt niet. Asa zet zijn eigen zin door.

Nu dan 2 Kronieken 15.

Daar krijgt Azarja door toedoen van de Geest van God profetische gaven.
Azarja zegt: de houding van God zal afhangen van uw eigen handelwijze.
Dat illustreert Azarja met de geschiedenis van Israël. De Israëlieten hebben zich heel lang van God afgekeerd. Zij moesten niks meer van Hem hebben. Er gebeurden een aantal rampen achter elkaar. Pas toen gingen de Israëlieten weer terug naar de hemelse Heer.
In de tijd van de Richteren was het land eigenlijk heel erg onveilig. Allerlei volksstammen raakten met elkaar in gevecht.
Zo gaat dat als je de Here maar laat praten. Zo gaat dat als je Hem in de praktijk van het leven negeert.

En wat is de boodschap voor Asa?
Wat is de boodschap voor het volk waarover Asa regeert?
Koning Asa heeft de Here aangeroepen voor hij een strijd aanging. Asa heeft de belofte gekregen dat de Here naar Zijn kinderen toe komt als zij daar om vragen. Hij zal Zich naar hen toe keren en hen helpen.

Van die boodschap krijgt koning Asa nieuwe energie.
Hij laat afgodsbeelden uit het land verwijderen.

Dat trekt volk aan.
Een exegeet schrijft: “In groten getale zijn er Israëlieten weggetrokken uit Noord-Israël naar het koninkrijk Juda om daar te wonen, toen ze merkten dat de HERE het bewind van Asa zegende (…). In de lente van 898/897 v.Chr. (de derde maand van Asa’s vijftiende regeringsjaar) komt het volk samen in Jeruzalem (…) en offert zevenhonderd runderen en zevenduizend schapen en geiten uit de oorlogsbuit”[4].

Het is menens.
De burgers leggen zelfs een eed af: iedereen die geen ernst maakt met de ware godsdienst wordt ter dood gebracht!
Dat klinkt in onze oren niet zo goed. Is er geen godsdienstvrijheid? Is dit niet heel kort door de bocht? Gaat dit niet veel te ver?
Het is belangrijk dat we beseffen dat de God van hemel en aarde Zijn volk leiden wil. Hij wil al Zijn kinderen naar een heerlijke toekomst brengen. Maar als het hier om gaat, geldt:
* het is zwart of wit
* voor of tegen God
* godvrezend of goddeloos.
En nee, daar zit niks tussen.
Voor mensen uit de eenentwintigste eeuw is dat maar moeilijk voorstelbaar. Wij denken immers in nuances. In schakeringen.
In de eenentwintigste eeuw zijn wij het verleerd om in ‘voor’ of ‘tegen’ te denken. Maar een Bijbelgedeelte als 2 Kronieken 15 bepaalt ons erbij dat ware godsdienst echt op de eer van God gericht moet zijn. En nergens anders op!

In 2 Kronieken 15 staat iets opvallends: heel Juda had “met heel hun verlangen Hem gezocht. Hij werd door hen gevonden”.
Heel Juda notabene! Ze zijn verenigd in hun verlangen naar Hem. Zij willen niets liever dan leven met Hem. Iedere stap in hun bestaan willen zij met Hem doen.

Die eensgezindheid zien we in het kerkelijk leven van vandaag niet vaak terug. Integendeel. Er is veel gerommel. Er is niet zelden gedoe. Het lijkt steeds meer voor te komen dat kerkmensen de kerk verlaten omdat zij met een aantal van hun broeders en zusters niet langer door één deur kunnen.
Als u het mij vraagt is 2 Kronieken 15 ook voor ons een heel leerzaam hoofdstuk. Tenminste – als wij dat met aandacht willen lezen en tot ons door willen laten dringen.

Wij hebben allemaal zo onze verlangens.
Soms ook heel vréémde verlangens.
Gods Woord leert ons in 2 Kronieken 15 welk verlangen altijd in ons hart moet zijn.

Met dat verlangen mogen wij gerust te koop lopen.
In de evangelisatie.
In de zending.
Onophoudelijk. En overal.

Noten:
[1] 2 Kronieken 15:15.
[2] In het onderstaande maak ik gebruik van http://christipedia.nl/Artikelen/K/Kronieken_(2e_boek) ; geraadpleegd op dinsdag 5 juni 2018.
[3] In het onderstaande maak ik gebruik van https://christipedia.miraheze.org/wiki/Asa ; geraadpleegd op dinsdag 5 juni 2018.
[4] Citaat uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij 2 Kronieken 15:8-19.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.