gereformeerd leven in nederland

16 januari 2020

De zekerheid van ons bestaan

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

“De HEERE zal regeren
voor eeuwig en altijd!”.
Dat zingt Mozes in Exodus 15[1].

Die blijde constatering staat in schril contrast met de werkelijkheid van onze samenleving. “Honderdzesentwintig wethouders kwamen in 2019 ten val, hoogste aantal in vijftien jaar”, kopt de NOS op donderdag 9 januari.
En daaronder staat: “Het afgelopen jaar zijn 126 van de 1144 wethouders in Nederland gedwongen om af te treden. Dat is het hoogste aantal in vijftien jaar, blijkt uit onderzoek uitgevoerd in opdracht van het blad Binnenlands Bestuur. In 2004 vertrokken er 157 personen.
De belangrijkste oorzaak voor het vertrek van de wethouders, is het hoge aantal coalities dat voortijdig klapte. In 26 van de 355 gemeenten gebeurde dat vorig jaar.
Het onderzoek geeft verschillende redenen voor de coalitiebreuken: financiële problemen binnen de gemeente en de noodzaak tot bezuinigingen waren er één. Ook speelde in veel gemeenten mee dat de verhoudingen binnen de coalitie op enig moment verstoord raakten”[2].

Verstoring van verhoudingen, wat komt dat toch veel voor!

De kerk van vandaag dient te laten zien dat het anders kan en anders moet.
Laten wij elkaar wijzen op 2 Petrus 1: “En daarom moet u zich er met alle inzet op toeleggen om aan uw geloof deugd toe te voegen, aan de deugd kennis, aan de kennis zelfbeheersing, aan de zelfbeheersing volharding, aan de volharding godsvrucht, aan de godsvrucht broederliefde en aan de broederliefde ​liefde​ voor iedereen”[3].
Het begint allemaal met geloof.
En dan is er de deugd. Arete staat er: voortreffelijk, uitmuntend gedrag. Zeg maar even: voorbeeldig.
En de kennis: praktisch inzicht om in het leven van alledag de goede weg te vinden.
En de zelfbeheersing: Petrus bedoelt met name de zelfdiscipline.
En de volharding: standhouden, tegenstand verdragen en toch overeind blijven.
En de godsvrucht: volop vertrouwen op God, in alle omstandigheden van het leven.
En de broederliefde: philadelphia staat er, dat is: de liefde voor de broeders en zusters in het geloof.
En de liefde voor iedereen.

Nee, het lukt niet om dat altijd waar te maken.

Maar dat wil niet zeggen dat we steeds maar met de wereld mee moeten gaan.
Want wat is de sfeer in die wereld? U moet voor uzelf opkomen. U moet uw zin krijgen, want u weet wat het beste is. U moet vooruit in de wereld; hoe het met de mensen om u heen afloopt is van minder belang.
Laten wij beseffen dat wij in dienst zijn; in dienst van de grote God die wonderen doet!

Wie zich dat realiseert, beseft ook wat het doel van zijn leven is.
Het doel in uw leven – daar hebben de mensen tegenwoordig de mond over vol. De zin van het leven ontdekken we, zegt een zoeker, als wij de volgende vragen beantwoorden:
“* Wat vind je het leukst om te doen?
* Wat zijn je unieke talenten?
* Wat gaat je het meest aan het hart?”
Als het een beetje wil, vermeldt men er geruststellend bij: “je levensdoel blijft veranderen”[4]. Want stilstand is achteruitgang – dat begrijpt u.
Een andere speurder maakt er dit van:
“1. Het doel van je leven is gelukkig te zijn.
2. Het doel van je leven is te groeien.
3. Het doel van je leven is relaties aan te gaan.
4. Het doel van je leven is iets bij te dragen.
5. Het doel van je leven is je passie te volgen.
6. Het doel van je leven is vrij te zijn – en te genieten van je vrijheid
en het belangrijkste doel:
7. Het doel van je leven is wat je er zelf voor betekenis aan geeft”[5].
U begrijpt: afhankelijkheid is een ramp.
Een andere denker formuleert:
“1. Ga het avontuur aan
2. Kies elke 10 seconden hoe je je leven wilt leiden.
3. Verander je kijk op het leven”[6].
U begrijpt: elke tien seconden kiezen – dat is een drukte van belang!
Petrus wijst een andere kant op: “Want als deze dingen bij u aanwezig zijn en toenemen, zullen ze u niet doelloos en onvruchtbaar laten wat de kennis van onze Heere ​Jezus​ ​Christus​ betreft”[7].
Kijk, de verbinding aan de Heilanddat is het doel van ons leven. Het is die verbinding die concreet wordt gemaakt in het geloof, in de broederliefde en in alles wat daar in 2 Petrus 1 tussen zit.

Kunnen we op deze manier het terugtreden van wethouders voorkomen?
Nee, dat kan niet.
Maar wij kunnen op deze manier wel laten zien dat ons leven onlosmakelijk aan de Redder van het bestaan verbonden is.

Die Redder geeft vastigheid aan ons leven!
Daarom kunnen we instemmen met Psalm 146:
“’t Is de HEER van alle heren
Sions Koning, groot in macht,
die voor eeuwig zal regeren
tot het laatste nageslacht.
Sion, zing uw God ter eer.
Halleluja, loof de HEER”[8].

Noten:
[1] Exodus 15:18.
[2] Zie https://nos.nl/artikel/2317867-126-wethouders-kwamen-in-2019-ten-val-hoogste-aantal-in-vijftien-jaar.html ; geraadpleegd op donderdag 9 januari 2020.
[3] 2 Petrus 1:5, 6 en 7.
[4] Zie https://sochicken.nl/ontdek-het-doel-van-jouw-leven-3-stappen ; geraadpleegd op donderdag 9 januari 2020.
[5] Zie https://www.newstart.nl/blog/het-doel-van-je-leven-is-de-zin-van-het-bestaan/ ; geraadpleegd op donderdag 9 januari 2020.
[6] Zie https://www.happinez.nl/groei/stop-met-streven-naar-je-ultieme-levensdoel-want-het-echte-leven-raast-aan-je-voorbij/ ; geraadpleegd op donderdag 9 januari 2020.
[7] 2 Petrus 1:8.
[8] Psalm 146:8 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986

5 december 2019

Voltijds in Gods dienst

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: ,

“Moge genade en vrede voor u vermeerderd worden door de kennis van God en van Jezus, onze Heere. Immers, Zijn Goddelijke kracht heeft ons alles geschonken wat tot het leven en de godsvrucht behoort, door de kennis van Hem Die ons geroepen heeft door Zijn heerlijkheid en Zijn deugd”.
Met deze wens uit 2 Petrus 1 kunnen wij de dag wel in[1]!
Wij hebben alles wat wij nodig hebben. Onze persoonlijke standaarduitrusting is in orde.
Wij hebben kracht van God ontvangen om voltijds in Zijn dienst te staan.
Hij heeft ons geroepen.
Apart gezet – weg uit de dagelijkse sleur.
Apart gezet in een samenleving die alleen maar voor zich uit kijkt en dan allerlei problemen ziet opdoemen.
Hij bevrijdt ons uit het bedorven leefklimaat van de zonde. Hij zorgt ervoor dat wij in het milieu van de hemelse God kunnen blijven. Op elk moment van de dag of nacht is de troonzaal geopend: wij kunnen onze God aanbidden, en om Zijn bijstand vragen. De Heilige Geest woont in ons hart: van Zijn wijsheid kunnen wij altijd gebruik maken![2]
Wat kan ons nog gebeuren?

In welke context staat dat stimulerende citaat?
In deze brief van Petrus staat:
* de aanmoediging om standvastig te blijven
* een waarschuwing voor dwaalleraren
* een herinnering aan de wederkomst[3].

Er zullen, zegt Petrus, mensen komen die een Evangelie brengen dat afwijkt van Gods Woord. En zij zullen aardig wat volgelingen krijgen.
Waar gaat het om? Antwoord: Petrus heeft met name het oog op onzedelijk gedrag op seksueel gebied. Elke vrouw is – zo schrijft een exegeet – iemand “waarmee potentieel overspel gepleegd kan worden”. Men vindt het bovendien heerlijk op klaarlichte dag te fuiven. “Het nachtleven wordt naar overdag verschoven”. Men “geniet er gulzig van om in weelde te baden”.
En: “Wanneer door sommigen naar hartenlust wordt gefeest, ontaardt de gemeenschappelijke maaltijd in een orgie van eigenliefde. Dan is de eenheid aan tafel een illusie”[4].

Wie het bovenstaande overziet, ontwaart zonder moeite trekken van de Nederlandse samenleving van 2019.
Metoo en andere seksuele uitspattingen blijven maar actueel.
Als het even kan moet je genieten; dat anderen daaraan niet kunnen meedoen doet er niet zoveel toe. Behalve dan met Kerst misschien.
Het gaat om zelfrespect, wat anderen doen moeten zij zelf weten…
Ten diepste verandert er in de wereld niet al te veel.
Zo lijkt het althans.

Maar niets is minder waar.
De God van hemel en aarde toont, als Hij zijn kinderen roept, Zijn schitterende wondermacht[5]. Hij heeft macht over mensen, zodat zij bereid zijn om hun Heiland te volgen. Net zoals in Marcus 1: “En ​Jezus​ zei tegen hen: Kom achter Mij aan, en Ik zal maken dat u ​vissers​ van mensen wordt. En zij lieten meteen hun netten achter en volgden Hem”[6].
Dat mogen wij laten zien, ook vandaag weer.

Nu gaat dat volgen enigszins onbeholpen.
De Heidelbergse Catechismus formuleert het treffend: “Wij zijn van onszelf zó zwak, dat wij zelfs geen ogenblik kunnen standhouden, en bovendien houden onze doodsvijanden – de duivel, de wereld en ons eigen vlees – niet op ons aan te vechten”. “De ​duivel, gaat rond als een brullende leeuw, op zoek naar wie hij zou kunnen verslinden”, schrijft Petrus in zijn eerste algemene brief[7].
Daarom moeten wij dagelijks bidden: “wil ons toch staande houden en sterken door de kracht van uw Heilige Geest, zodat wij in deze geestelijke strijd niet het onderspit delven, maar altijd krachtig tegenstand bieden, totdat wij uiteindelijk de volkomen overwinning behalen”[8].

Petrus lijkt het in onze oren te toeteren: u kent God toch? U weet toch hoe de heilshistorie culmineert in het lijden, het sterven en de opstanding van onze Heiland? Nou dan!
Volgelingen van Jezus Christus hebben de zwaarste bewapening die maar denkbaar is: Zijn Woord.

“Moge genade en vrede voor u vermeerderd worden”.
Gelovige kerkmensen weten het zeker: dat zal gebeuren!
Immers – wij hebben te maken met een schitterende wondermacht die zijn weerga in hemel en op aarde niet kent!

Noten:
[1] 2 Petrus 1:2 en 3.
[2] Zie hierover ook https://www.oudesporen.nl/Download/OS1734.pdf , p. 223; geraadpleegd op vrijdag 29 november 2019.
[3] Zie https://christipedia.miraheze.org/wiki/Tweede_brief_van_Petrus ; geraadpleegd op vrijdag 29 november 2019.
[4] De citaten komen uit: P.H.R. van Houwelingen, “2 Petrus en Judas – Testament in tweevoud”. – Kampen: Uitgeverij Kok, 2007. – derde druk. – p. 69.
[5] De term is van P.H.R. van Houwelingen, a.w., p. 31.
[6] Marcus 1:17 en 18.
[7] 1 Petrus 5:8.
[8] De citaten uit de Heidelbergse Catechismus zijn te vinden in Zondag 52, antwoord 127.

24 juli 2019

Permanent in verwachting

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Men hoort het oude broeders en zusters vaak zeggen: ‘Ik heb het hier op aarde wel een beetje gehád. Doe maar niet teveel meer aan reanimeren. Als de Here mij komt halen is het goed’.
Het is goed te begrijpen dat die ouderen dat zeggen. Een gekortwiekt leven is niet leuk.
En zegt u nu zelf: als uw kinderen en kleinkinderen het goed hebben, dan lijkt uw rol niet zelden zo’n beetje uitgespeeld.

Jonge mensen daarentegen zeggen en doen heel andere dingen.
Kerkgrenzen zeggen hen niet veel.
Een relatie aanknopen met een ongelovige jongen… tja, dat zullen je ouders niet fijn vinden. Maar ach, misschien komt er wat goeds van; je weet nooit.

Welnu, oude mensen én jonge mensen lezen in 2 Petrus 3: “Maar wij verwachten, overeenkomstig Zijn belofte, nieuwe hemelen en een nieuwe aarde, waar ​gerechtigheid​ woont. Daarom, geliefden, terwijl u deze dingen verwacht, beijver u om onbevlekt en smetteloos door Hem bevonden te worden in vrede”[1].

Het gaat erom de juiste keuzes te maken.
Keuzes waardoor wij dicht bij de Heiland blijven, zodat wij achter Hem aan kunnen blijven gaan.
Het gaat erom Gods Woord te eerbiedigen, en te doen wat Hij van ons vraagt.
Als wij dat doen mogen wij erbij denken: er komt een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, waar niets meer scheef of kapot is.

Laten wij elkaar, mede in verband met het bovenstaande, eerst een vraag stellen.
Kunnen wij op basis van 1 Petrus 3 zeggen: ‘nu ja, alles wordt nieuw en dus is het zorgvuldig omgaan met de schepping niet zo belangrijk?’.

Laten we dat maar niet doen.
Wij moeten de door God geschapen aarde als bekwame rentmeesters beheren. Aldus bereiden wij ons voor op een nieuw begin in de hemel. Al doende willen wij God prijzen. Wij loven Hem. Zijn schepping is een prachtig werk. En het is een hele eer dat wij met en voor die schepping mogen werken.
Dat betekent dus niet dat wij de aarde in de eerste plaats voor onze kinderen moeten bewaren. Want in dat geval kijken wij eerst en vooral om ons heen. Gelovige christenen kijken in de eerste plaats omhoog. Want zij weten: daar moet het vandaan komen. Preciezer: daar zal de Heiland vandaan komen.

Nogmaals – het gaat om Gods eer.
Wij zingen de lof van de Heiland.
Wij gaan zorgvuldig om met alles wat Hij geeft. Nu al.
Zo maken wij ons gereed voor een nieuw leven. Na dit aardse leven zetten we geen punt, maar een komma – het leven gaat verder[2].
Ons aardse leven is, om zo te zeggen, een generale repetitie voor het hemelse leven.

Hierboven gaat het over gelovige ouderen.
Zij zeggen: ‘Als de Here mij komt halen is het goed’.
Dat is een geloofsbelijdenis die er wezen mag!
Maar diezelfde ouderen mogen ook weten: zolang wij nog op aarde zijn, mogen wij onszelf en andere kinderen van God voorbereiden op een heerlijk nieuw begin.
Mensen, het zal magnifiek wezen!
Luisterrijk!
Wij komen in een glorieuze, ja zalige dimensie terecht!

Hierboven gaat het over jongeren.
Zij zeggen: ‘Praat niet over kerkgrenzen. Geloof maar gewoon in Jezus. Dat is genoeg’.
Zij zeggen ook: ‘Het maakt niet uit of mijn partner uit dezelfde kerk komt als ik. Dat is totaal niet belangrijk. En als hij of zij niet gelooft… nou ja, het zij zo. Als hij of zij maar lief is’.
Echter – wie een bekwame rentmeester wil zijn die God op deze aarde vertegenwoordigt, redeneert een stuk zorgvuldiger.
Zo’n rentmeester gaat naar de kerk – ja, met lidwoord. Daar is er maar één van.
Zo’n rentmeester zoekt een partner die zich ook op het tweede leven voorbereid; het hemelse leven dus.

Misschien zeggen sommigen wel: ach, dat hele verhaal zegt ons niet zoveel. En: van die nieuwe en die nieuwe aarde merken we nog niets. En: wij moeten ons maar een beetje zien te redden, voorlopig.
Aan zulke mensen mogen wij vragen: zou het toevallig zijn dat in 2 Petrus 3 ook staat: “beschouw het geduld van onze Heere als zaligheid”?[3]

Het antwoord is: nee, dat is zeker niet toevallig.
De God van hemel en aarde geeft ons nog altijd gelegenheid om ons naar Hem toe te keren, en ons te prepareren op een nieuw begin. En daarvoor geldt: elke dag is er weer een nieuwe kans.
Gelovige mensen zijn, om het zo eens te zeggen, permanent in verwachting. Nee, die beeldspraak is niet origineel. De apostel Paulus gebruikte ‘m ook al. In 1 Thessalonicenzen 5 namelijk: “Want u weet zelf heel goed dat de dag van de Heere komt als een ​dief​ in de nacht. Want wanneer zij zullen zeggen: Er is ​vrede​ en ​veiligheid, dan zal een onverwacht verderf hun overkomen, zoals de barensweeën een zwangere vrouw, en zij zullen het beslist niet ontvluchten”[4].

Gelovigen mogen het zonder terughoudendheid belijden: wij zetten aan het einde van ons aardse leven geen punt, maar een komma. Oftewel – het mooiste komt nog.
Daarom is de aansporing van Petrus in het laatste vers van 2 Petrus 3 nog altijd actueel: “Maar groei in de ​genade​ en kennis van onze Heere en Zaligmaker Jezus ​Christus. Hem zij de heerlijkheid, zowel nu als in de dag van de eeuwigheid. ​Amen”[5].

Noten:
[1] 2 Petrus 3:13 en 14.
[2] De uitdrukking ‘We zetten in ons aardse leven geen punt, maar een komma’ is afkomstig van mijn onvolprezen echtgenote, Arianne de Roos-Wieles.
[3] 2 Petrus 3:15.
[4] 1 Thessalonicenzen 5:2 en 3.
[5] 2 Petrus 3:18.

26 april 2019

Geloof: grondslag van het bestaan

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: ,

Houdt uw geloof vast!
Laat het u niet afpakken!
Daartoe worden we gestimuleerd in 2 Petrus 3: “…wees op uw hoede, zodat u niet door de dwaling van normloze mensen wordt meegesleept en afvalt van uw eigen vastheid. Maar groei in de ​genade​ en kennis van onze Heere en Zaligmaker Jezus ​Christus. Hem zij de heerlijkheid, zowel nu als in de dag van de eeuwigheid. ​Amen”[1].

Waar gaat de tweede brief van Petrus over?
In een christelijke encyclopedie staat vermeld: “De tweede brief houdt sterke waarschuwingen tegen dwaalleraren in. Hun voornaamste kenmerk is ongebondenheid en normloosheid. Ze praten over geestelijke werkelijkheden, zonder er zelf enig benul van te hebben. Ook besteedt Petrus ruime aandacht aan de wederkomst, hoewel mensen om hen heen spotten omdat die wederkomst uitblijft, dringt hij erop aan dat de gelovigen zich voorbereiden en standvastig zullen zijn, want de wederkomst zal totaal onverwachts komen. Om zich erop voor te bereiden wijst hij op het belang van de profetische geschriften”[2].

In 2 Petrus 3 wordt dringend gewaarschuwd voor mensen die godsdienstige klinkende onzin verspreiden.
Mensen die zeggen: ‘U zei toch dat Jezus terug zou komen? Wij zien er nog niets van. Waar blijft Hij nou?’.
Mensen die zeggen: ‘Sinds de schepping is er helemaal niets veranderd. Alles gaat maar door’.
Die mensen kijken voor het gemak maar even aan de zondvloed voorbij. De hele wereld verdween in Genesis 7 onder water. De aarde kreeg zogezegd een grondige schoonmaakbeurt. De Schepper begon helemaal opnieuw. Hoewel… niet helemaal opnieuw: met Noach en de zijnen ging God verder.
Welnu, noteert Petrus, er komt nog zo’n grondige schoonmaakbeurt aan. Die schoonmaak gebeurt alleen niet met water. Deze keer komt er vuur aan te pas. Alle vieze rommel wordt als het ware weggebrand. Alle zonde gaat dan de wereld uit!

Het was de Gereformeerd-vrijgemaakte predikant G. Zomer (1925-1982) die daar in een preek over 2 Petrus 3 eens een treffende typering van gaf. Als volgt: “Nu gaan de spotters nog rond, bruut klinkt nog hun stem, die spot met het Woord van Hem Die het vuur reeds legt onder de grond. Nu is de Kerk nog niet klaar. Nu hoor je vaak nog vloeken, door hen die het beneden zoeken, en zeggen het Woord is toch niet waar.
Stil maar, wacht maar, alles gaat branden, de hemel en de aarde. En zó wordt alles nieuw.
Gerechtigheid woont permanent in de nieuwe hemel en de nieuwe aarde.
Dat verwachten wij met een groot verlangen, naar Zijn belofte. Een belofte die Zijn kracht bewezen heeft in de geschiedenis”[3].
Waarvan akte!

De mensen vragen: ‘Waar blijft Hij nou?’.
Petrus antwoordt: ‘De Here God heeft een heel andere tijdrekening als wij. Hij komt haastig. Maar voor ons idee duurt het heel lang voor Hij terugkomt. Wij moeten het echter blijven geloven: de Heiland komt terug. Hij arriveert op een volkomen onverwacht moment. Daarom: blijf Geestelijk schoon! Daarom: leef in vrede met elkaar!’.
Onze broeder Paulus heeft er ook over geschreven, schrijft Petrus verder. Paulus’ uitleg is zo nu en dan reuze ingewikkeld. Mede om het zichzelf en anderen wat makkelijker te maken legden mensen Paulus’ exegese nèt even wat anders uit…
Petrus proclameert het zonder omhaal: mensen, trap daar niet in!
Houdt uw geloof vast!
Laat het u niet afpakken!

Zorg ervoor dat u niet afvalt van uw eigen vastheid – dat is het adagium dat Petrus zijn lezers inprent.
In eerste instantie lijkt dat in onze tijd een bijna bespottelijke opmerking. Er is heel wat verkeer tussen allerlei kerken en kerkgenootschappen. In één mensenleven kun je drie, vier, soms vijf keer van kerkgenootschap wisselen. Geloofsovertuigingen schuiven op, en schuiven soms weer een beetje terug.
Past Petrus’ motto nog wel op de situatie in 2019?

Jazeker, bij nader inzien is die oproep vandaag van groot belang!
Er komt een bombardement aan informatie op ons af. Niet alleen vanuit de wereld, maar ook vanuit het terrein van de kerkgenootschappen.
Het komt er daarom op aan ook in deze tijd heldere keuzes te maken.
Het komt er daarom op aan te beseffen dat ook de kerk van vandaag op weg is naar een nieuwe toekomst. Een toekomst die begint als Jezus Christus, onze Heiland, teruggekomen zal zijn.

Wie de vastheid van het geloof loslaat, zal merken dat er na verloop verslapping optreedt. Zonder de kerk kan ’t ook wel, denk je dan. Je moet jezelf in het leven zien te redden, niet?
Dan kan het zomaar gebeuren dat de persoonlijke problemen zoetjesaan groter worden. En dan lijkt het net alsof de weg naar God dicht zit…
Daarom –
houd je geloof vast!
laat het je niet afpakken!

Wordt het leven vervolgens een festival vol kramp? Wordt het een bestaan vol bekrompenheid en onbuigzaamheid?
Zeker niet!
Terwijl je werkt, groei je. Je snapt steeds meer van Zijn manier van doen en van de Bijbel.
In uw dagelijkse dingen wordt de kennis van God groter – u ziet hoe en waar Hij in de wereld bezig is.
Uw kennis over Hem wordt groter – want u merkt hoe Zijn Geest u aanstuurt.

En de Here heeft het volgens Psalm 89 zelf aan de kerk van het Oude Testament beloofd:
“Uw kinderen zal Ik de eeuwen door geleiden”[4].
Met andere woorden: de vastheid van ons geloof heeft God Zelf in de hand.
En wat blijft er dan voor ons over?
We kunnen simpelweg blij zijn met God.
Om het met Psalm 89 te zeggen:
“Wij loven, HEER, de macht van uw verheven hand,
uw uitgestrekte arm houdt al uw werk in stand.
Gij hebt uw troon gegrond op recht en waarheid beide
als pijlers van uw heil, onwrikbaar door de tijden”[5].

Noten:
[1] 2 Petrus 3:17 b en 18.
[2] Geciteerd van http://christipedia.nl/Artikelen/P/Petrus%2C_zijn_brieven ; geraadpleegd op dinsdag 23 april 2019.
[3] De preek van dominee Zomer is gedateerd in 1963. Die datering is twijfelachtig, aangezien in de preek de volgende passage voorkomt: “Want Gods Woord houdt stand in eeuwigheid, en het zal geen duimbreed wijken. Het gaat geen duimbreed opzij, dat Woord van God. Ook niet in 1974 als kleine lieden eraan peuteren met hun kleine handjes”. Of is hier sprake van een typefout?
[4] Dit is een regel uit Psalm 89:2 – Gereformeerd Kerkboek-1986.
[5] Dit zijn regels uit Psalm 89:6 – Gereformeerd Kerkboek-1986.

26 maart 2019

Blijf jezelf… of toch niet?

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: ,

In welke wereld leven wij?

Wij leven en werken in een samenleving waarin seks en gender een grote plaats innemen.
In deftige taal heet dat: men legt grote nadruk op sociale, culturele, gedrags- en identiteitsaspecten van een sekse. Leidend is daarbij datgene wat je voelt. Als een man zich vrouw voelt… – so what? Als een vrouw zich man voelt… – nu ja, dat kan. Cross-dressing, travestie – in onze maatschappij is het allemaal mogelijk. Je moet jezelf zijn!

Wij leven in een wereld waarin persoonskenmerken ook tegen je kunnen werken.
Iemand die zich laat kennen als een aanhanger van de islam wordt, door sommigen althans, meteen gewantrouwd. Hij of zij past, zo suggereert men somtijds, niet echt in onze samenleving. Hij of zij zou eigenlijk niet zichzelf moeten zijn.

Kortom – Nederland is niet altijd even consequent.
Wanneer doe je ’t eigenlijk goed?

In verband hiermee wijs ik vandaag op woorden uit 2 Petrus 1: “Daarom, broeders, beijver u des te meer om uw roeping en verkiezing vast te maken; want als u dat doet, zult u nooit meer struikelen. Want zo zal u in rijke mate de toegang worden verleend tot het eeuwig Koninkrijk van onze Heere en Zaligmaker, ​Jezus​ ​Christus”[1].

De God van hemel en aarde roept Zijn kinderen bij Zich.
De God van hemel en aarde kiest Zijn kinderen uit.
De God van hemel en aarde verandert en vernieuwt Zijn kinderen.

Mogen zij dan niet zichzelf zijn? Jawel. Zeker wel.
Alleen maar – kinderen van God worden uit de invloedssfeer van Satan en zonde weggehaald. Zij komen in een andere wereld terecht. Zij krijgen een plaats in het Koninkrijk van God.
Daarom zijn zij in zekere zin een beetje wereldvreemd. Natuurlijk – zij weten best wat er in de wereld aan de hand is. Maar zij zijn niet zozeer meer op de aardse maatschappij gericht. Zij concentreren zich op hun nieuwe vaderland.
Daarbij geldt het adagium dat Petrus en de apostelen hen in Handelingen 5 leerden: “Men moet aan God meer gehoorzaam zijn dan aan mensen”[2].
Wie zo leeft, zo noteert Petrus, zal nooit meer struikelen.
Dat klinkt geweldig. Immers – de volmaaktheid is nabij.
Maar is dat niet wat erg idealistisch? Een ieder weet dat de perfectie in dit leven niet bereikt wordt. We kunnen er niet omheen – ook Gereformeerden in Nederland zijn niet consequent. Ook niet anno Domini 2019.
Maar wat betekent de notitie van Petrus dan?
Antwoord: die houdt in dat de genade van God nooit helemaal uit het zicht verdwijnt. Het is de sfeer van Psalm 37:
“Als hij valt, wordt hij niet weggeworpen,
want de HEERE ondersteunt zijn hand”[3].
Trouwens, ook Jacobus 3 meldt het ons zonder omwegen: “Want wij struikelen allen in veel opzichten”[4].
Christenen, Gereformeerden inbegrepen, mogen zichzelf zijn.
Echter – de hemelse God brengt een veranderingsproces bij hen op gang. Hijzelf zorgt ervoor dat Zijn kinderen steeds vaker binnen de door Hem aangegeven grenzen blijven. Stap voor stap, gaandeweg, maakt Hij hen geschikt voor een heerlijk en permanent verblijf in Zijn woonplaats: de hemel.

De apostel Judas – waarschijnlijk de zoon van een ons onbekende Jacobus – schrijft in zijn algemene brief dan ook: “Aan Hem nu Die bij machte is u voor struikelen te bewaren, en u smetteloos te stellen voor Zijn heerlijkheid, in grote vreugde, de alleenwijze God, onze Zaligmaker, zij heerlijkheid en majesteit, kracht en macht, nu en in alle eeuwigheid. ​Amen”[5][6].

In onze wereld word je opgeroepen om jezelf te zijn.
Maar af en toe ook niet.
Het hangt er – bijvoorbeeld – van af wie u bent, en wat uw levensovertuiging is.
U moet zichzelf zijn.
Maar incidenteel ook niet.
Zo gaat dat in het Nederland van 2019.
Geen wonder dat er alom verwarring is. Welke kant moet het met ons op?
Heel wat wereldburgers zeggen: blijf dicht bij jezelf; vertrouw maar op jouw eigen inzicht, en misschien op een paar mensen om jou heen.

Gereformeerden mogen en moeten bidden om Gods genade.
Op een dergelijk gebed zinspeelt ook de dichter van Psalm 8:
“HEERE, onze Heere, hoe machtig is Uw Naam op de hele aarde!
U Die Uw majesteit getoond hebt boven de hemel.
Uit de mond van kleine ​kinderen​ en zuigelingen
hebt U een sterk fundament gelegd, omwille van Uw tegenstanders,
om de vijand en wraakzuchtige te laten ophouden.
Als ik Uw hemel zie, het werk van Uw vingers,
de maan en de sterren, die U hun plaats gegeven hebt,
wat is dan de sterveling, dat U aan hem denkt,
en de ​mensenzoon, dat U naar hem omziet?”[7].

In onze wereld word je opgeroepen om jezelf te zijn.
Maar zo nu en dan ook niet.
Waar gaat het naar toe?
En vooral – waar eindigt het?
Gods kinderen van alle tijden weten het. En zij mogen het, met de woorden van Paulus in 2 Corinthiërs 5, blijven belijden: “Wij weten immers dat, wanneer ons aardse huis, deze tent, afgebroken wordt, wij een gebouw van God hebben, een huis niet met handen gemaakt, maar eeuwig in de hemelen. Want in deze tent zuchten wij ook, en verlangen wij er vurig naar met onze woning die uit de hemel is, overkleed te worden, als wij maar bekleed en niet naakt zullen bevonden worden. Want ook wij, die in deze ​tent​ zijn, zuchten terwijl we het zwaar te verduren hebben; wij willen immers niet ontkleed, maar overkleed worden, zodat het sterfelijke door het leven wordt verslonden”[8].

Noten:
[1] 2 Petrus 1:10 en 11.
[2] Handelingen 5:29.
[3] Psalm 37:24.
[4] Jacobus 3:2 a.
[5] Judas, verzen 24 en 25.
[6] Zie over de identiteit van deze Judas https://christipedia.miraheze.org/wiki/Judas_(apostel) ; geraadpleegd op woensdag 20 maart 2019.
[7] Psalm 8:2-5.
[8] 2 Corinthiërs 5:1-4.

29 maart 2018

Onbreekbaar werk

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Persoonlijk heb ik meestentijds niet het gevoel dat zich een revolutie in mijn leven voltrekt[1]. Als er al wat verandert, dan gaat dat meestentijds heel geleidelijk.
Zo werkt dat, geloof ik, bij veel mensen. Pas na enige tijd realiseren zij zich dat er in hun bestaan iets veranderd is.

Paulus schrijft in Efeziërs 1 over een totale ommekeer. Hij wenst zijn lezers toe dat zij God leren kennen om “de allesovertreffende grootheid van Zijn kracht is aan ons die geloven, overeenkomstig de werking van de sterkte van Zijn macht” te zien[2]. Het is dus ontzagwekkend. Het is imposant. Ons leven ziet er meestal niet indrukwekkend uit. Maar er geschiedt iets groots.

Paulus doet in Efeziërs 1 zijn best om zijn lezers te doen beseffen wat ze als gelovige mensen van hun God mogen verwachten. Paulus wijst dus op de toekomst.
En vanwege die toekomst werkt de Here er met al Zijn kracht aan dat Zijn kinderen de zaligheid ook echt bereiken. Dat realiseren zij zich vaak niet. Zij kunnen niet overzien hoeveel energie de Heer van de hemel voor hen inzet. En bovendien bedenken zij dat op een doordeweekse dag niet zo gauw.

Nog enkele dagen, dan is het Pasen.

Laten wij alvast maar tot ons laten doordringen wat Paulus hier noteert.
De apostel schrijft over “Christus, toen Hij Hem uit de doden opwekte en aan Zijn rechterhand zette in de hemelse gewesten, ver boven alle overheid en macht en kracht en heerschappij en elke naam die genoemd wordt, niet alleen in deze wereld, maar ook in de komende. En Hij heeft alle dingen aan Zijn voeten onderworpen en heeft Hem als hoofd over alle dingen gegeven aan de ​gemeente, die Zijn lichaam is en de vervulling van Hem Die alles in allen vervult”[3].

Tijdens de Paasdagen herdenken wij Christus’ opstanding.
Maar die opstanding is niet het eindpunt van de heilshistorie. Er komt nog veel meer aan!
De God die dat verwezenlijkt, moet wel enorm veel macht hebben.

We leven in een tijd waarin de kerk schudt en schokt.
Voordat u en ik het weten worden kerken ‘schismatiek’ genoemd. Zij zouden, met andere woorden, op scheuring uit zijn.
Afgevaardigden van kerkverbanden praten met elkander.
Zij komen tot elkaar.
Maar ach, hoe droevig… één artikel in een kerkblad kan eensklaps het ganse proces frustreren. Eén opmerking tijdens een vergadering brengt zomaar een dosis onwil en een heleboel ergernis naar boven.
Welk een treurnis is ons deel!

Hoe moet dat toch verder?

Laten wij bedenken dat wij Gods werk niet kunnen afbreken.

De Satan probeert wel om dat werk neer te halen en in puin te slaan.
Maar we hebben allen te maken met de overdonderende kracht van God.
Gods werk afbreken? Kom kom. Dat gaat gewone mensjes niet lukken. Zeker, zij kunnen er wel afbreuk aan doen. Zij kunnen door hun manier van doen bijvoorbeeld schade aan de kerk toebrengen. Satans macht is per slot van rekening niet gering. Maar complete afbraak van Gods werk…, dat komt er niet van.

In dit verband wil ik vandaag ook attenderen op 2 Thessalonicenzen 1. Daar schrijft Paulus over de inhoud van zijn gebeden.
Ik citeer: “Daarom ​bidden​ wij ook altijd voor u dat onze God u de roeping waard acht en Hij al het welbehagen van Zijn goedheid en het werk van het geloof met kracht volbrengt, opdat de Naam van onze Heere ​Jezus​ ​Christus​ in u verheerlijkt wordt, en u in Hem, overeenkomstig de ​genade​ van onze God en van de Heere ​Jezus​ ​Christus”[4].
Dat is de diepe wens van Paulus.
En in zijn formulering wordt het volstrekt duidelijk: hij vertrouwt volledig op de vaste beloften van de God van het verbond!

Paulus weet het daarom zeker: kerkleden gaan goede dingen bevorderen.
Kerkleden laten een fantastische geloofsactiviteit zien.
En nee, dat alles doen zij niet omdat zij zelf zulke brave mensen zijn. Nee, alles draait om de glorie van de Here Jezus Christus.

Nu het hierom gaat citeer ik ook enkele verzen uit 2 Petrus 1: “Immers, Zijn Goddelijke kracht heeft ons alles geschonken wat tot het leven en de godsvrucht behoort, door de kennis van Hem Die ons geroepen heeft door Zijn heerlijkheid en Zijn deugd. Daardoor heeft Hij ons de grootste en kostbare beloften geschonken, opdat u daardoor deel zou krijgen aan de Goddelijke natuur, nadat u het verderf, dat er door de begeerte in de wereld is, ontvlucht bent”[5]. Gods kinderen hebben grote beloften gekregen. Zij worden klaargemaakt voor een eeuwigheidsleven.

Waar moeten kinderen van God op letten?
Antwoord:
* op de almacht van God
* op de glorie van Gods Zoon, die wij zien in prachtig werk in de kerk
* het uitzicht op de hemel; zien zij de eeuwigheid nog?

De kernkwestie is: krijgt God de eer die Hem toekomt?
De kracht van Gods genade vereist alle voorrang.
En wij kunnen het werk van God niet afbreken.
Dat wil ik vandaag weer eens zonder omwegen noteren. Al was het alleen maar omdat die gedachte zo mooi bij de Paasdagen past. Bij deze.

Noten:
[1] Dit artikel is een bewerking van een stuk dat ik eerder schreef. Dat stuk is gedateerd op donderdag 25 juni 2009.
[2] Efeziërs 1:19.
[3] Efeziërs 1:20-23.
[4] 2 Thessalonicenzen 1:11 en 12.
[5] 2 Petrus 1:3 en 4.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.