gereformeerd leven in nederland

12 november 2019

Het oog des Heren ziet hen die Hem eren

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

‘Waarom overkomt mij dit? De Here weet toch wel dat ik dit eigenlijk niet aankan?’[1]. Dan zijn vragen die bij ons op kunnen komen als wij met ziekte of handicaps geconfronteerd worden.
Iedereen vraagt zich wel eens af: waarom heeft de Here dit toch zo gedaan?

Dat vraagt koning David zich in 2 Samuël 16 trouwens niet af. Kijkt u maar: “Wat heb ik met u te maken, zonen van Zeruja? Ja, laat hem ​vervloeken, want de HEERE heeft tegen hem gezegd: Vervloek ​David, en wie zou dan zeggen: Waarom hebt u dat gedaan?”[2].

Om een goed zicht te krijgen op het bovenstaande, is het nuttig eerst even in vogelvlucht naar het Bijbelboek 2 Samuël te kijken[3].
Het Bijbelboek 2 Samuël is grofweg als volgt in te delen:
* David wordt tot koning gezalfd over Israël en wordt een machtig en Godvrezend koning, die zijn volk voor gaat in het dienen van God.
* Davids zonde met Bathseba, zijn berouw, Gods vergevende genade en alle negatieve gevolgen in het koningshuis van David.
* Enige aanvullende informatie over Davids regering. Liederen van David, de volkstelling en de straf vanwege die volkstelling.
Dit Bijbelboek heeft tenminste drie kernboodschappen in zich:
* Wacht geduldig op God tot Hij zijn beloften in vervulling doet gaan
* Belijdt de zonden die gedaan zijn en keer terug naar God als u bij Hem weggedwaald
* Kijk verder dan David; richt de blik op Jezus Christus, uw Heiland: Hij is de Vervuller van Gods beloften. Op Hem heeft David uiteindelijk het oog in 2 Samuël 23:
“De God van Israël heeft gezegd,
de Rots van Israël heeft tot mij gesproken:
Er komt een Heerser over de mensen, een Rechtvaardige,
een Heerser in de vreze Gods”[4].

Terug nu naar 2 Samuël 16.

In dat Schriftgedeelte wordt David uitgescholden. Sterker nog: hij wordt vervloekt. Door Simeï nog wel. Dat is familie van Saul. En diens woorden zijn wel heel duidelijk. Dit is een protestactie die je niet in de kouwe kleren gaat zitten!
Simeï fulmineert en raast. Wat héét – hij gaat behoorlijk tekeer. Waarom? Hij ziet David als de oorzaak van alle ellende die zich in zijn familie voltrokken heeft. Simeï gooit het eruit: ‘Opkrassen! Afnokken hier! Jij bent een ordinaire crimineel! Je hebt Saul en zijn familie immers vermoord? Jouw zoon Absalom zal koning worden. En jouw leven wordt een en al kommer en kwel. Dat krijg je ervan, sadist die je bent!’. Al roepend en tierend gooit Simeï ook nog met stenen. Wat je noemt een moordaanslag – fysiek, en in ieder geval ook mentaal[5].
Nou nou… dit kan toch niet? Dit kan een mens – laat staan de machthebber des lands! – toch niet over z’n kant laten gaan?
Abisaï, één van de mensen uit Davids elitetroepen, wil er wat aan doen. Die Simeï moet een gevoelig lesje leren! Aanpakken die man!
Maar wat vindt David ervan? Zijn gedachtegang komt neer op: ‘Laat dit maar gebeuren. Want deze Simeï wordt wellicht door de Here gestuurd. En ik wil onder geen beding tegen het Goddelijk beleid in gaan. Over de maatregelen van God kunnen en moeten we niet gaan discussiëren. Mijn eigen zoon Absalom wil mij om het leven brengen. Dan wil Simeï dat nog méér; voor hem is dat nog veel dringender. Laat ’t maar gebeuren. Misschien komt er een moment dat de Here mij toch weer genadig wil zijn. We zullen ’t wel zien’[6].

Wat leren we vandaag uit 2 Samuël 16?

Opvallend is de zachtmoedigheid waarmee David Simeï benadert. En dat bij een moordaanslag!
Dergelijke aanslagen kennen wij in onze wereld ook. Zij komen, ook in het Nederland van 2019, in veelvoud voor. En als zoiets gebeurt ontstaat er binnen de kortste keren een kakafonie van meningen; er is zoveel lawaai dat de gemiddelde goedwillende burger de weg kwijtraakt.
Laten wij beseffen dat de Here boven dit alles. Ons leven is in Zijn hand; ook in benauwende tijden. Laten wij ons in alle zachtmoedigheid tot Hem wenden.

De voorzienigheid van God houdt de verantwoordelijkheid van mensen recht overeind. In verband met 2 Samuël 16 schrijft C.S.L. Janse: “David besefte dat dit kwaad hem om zijn zonden overkwam. Maar dat Bijbelgedeelte laat ons ook zien dat David tegenmaatregelen neemt en een strategie ontwerpt. Husai krijgt opdracht om Absalom averechtse adviezen te verschaffen -2 Samuel 15:34- en de strijdkrachten worden gereorganiseerd -2 Samuel 18:1-. Davids persoonlijke inleving van de schuld neemt zijn politieke verantwoordelijkheid niet weg. Want het kwaad van Absaloms rebellie moet bestreden worden. Ook Simeï mag uiteindelijk zijn straf niet ontgaan -1 Koningen 2:8-9”[7].
Het moge duidelijk wezen: de Goddelijke voorzienigheid betekent niet dat Gods kinderen, met de ogen op de hemel gericht, rustig kunnen afwachten op ingrijpen van bovenaf.

Waarom overkomt mij dit? Dat is een vraag die, bij ziekte en handicaps, nogal eens gesteld wordt. U kunt ‘m in allerlei variaties horen.
Maar ook als wij gezond zijn kunnen we twijfels hebben over de Goddelijke voorzienigheid. En wij vragen: waar gaat ’t naar toe?
Gewoon werken lijkt niet zo belangrijk meer. Hard werken – dat maakt pas indruk. Op de werkvloeren lijkt het credo soms even simpel als schokkend: jagen en jakkeren.
In de zakenwereld is het soms: bijten of gegeten worden.

Welnu – in heel ons leven kan 2 Samuël 16 ons goede lessen leren.
En mochten die lessen een beetje op de achtergrond raken, laten we dan maar proberen om Psalm 33 in ons geheugen te houden:
“Zijn sterke arm beschermt de vromen,
God redt hun zielen van de dood.
Hij zal hen nimmer om doen komen,
zelfs niet in tijd van hongersnood.
In de grootste smarten
blijven onze harten
in de HEER gerust.
’k zal Hem nooit vergeten,
Hem mijn helper heten,
al mijn hoop en lust”[8].

Noten:
[1] De titel van dit artikel is ontleend aan Psalm 33:6 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.
[2] 2 Samuël 16:10.
[3] Zie voor het onderstaande onder meer http://christipedia.nl/index.php?title=Artikelen/S/Samuël_(2e_boek) ; geraadpleegd op vrijdag 8 november 2019.
[4] 2 Samuël 23:3.
[5] Zie 2 Samuël 16:6, 7 en 8.
[6] Zie 2 Samuël 16:10, 11 en 12.
[7] C.S.L. Janse, “Cultuurschok van mei 1940 moet niet onderschat worden”. In: Reformatorisch Dagblad, vrijdag 9 november 1990, p. 14. Janse was van 1973 tot 2003 hoofdredacteur van het Reformatorisch Dagblad. Overigens was Janse reeds vanaf 1971 bij het RD betrokken.
[8] Psalm 33:7 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.

11 juni 2018

Kent u Mefiboseth?

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Waarom zijn wij lid van de kerk?
Eenvoudig gezegd: omdat wij bij God horen. En omdat wij weten dat Hij de mensen die bij Hem in de kerk bijeenbrengt.
In de kerk laten we iets van Gods liefde zien.

Dat klinkt prachtig.
Maar in de praktijk is het allemaal niet ideaal.

Er zijn, bijvoorbeeld, veel rokers in de kerk. Terwijl allerlei personen en instanties ons bij de voortduur laten weten dat roken uiterst ongezond is.

Nog een voorbeeld.
Laatst was er iemand die over De Gereformeerde Kerk Groningen zei: bij jullie is alles niet zo goed, want jullie hebben een ouderling die een lichamelijke beperking heeft… Met andere woorden: u legt de Bijbel heel nauwkeurig uit, maar volmaakt is het bij u zeker niet.

Dat laatste klopt.
En eigenlijk is dat ook wel logisch.
Want God heeft Zijn kinderen niet uitgekozen omdat zij volmaakt zijn.

En het is duidelijk: hoe we ook ons best doen, volmaakt wordt het hier op aarde nooit.
Want wij blijven zondig, ook al zijn wij oud en wijs.

Dit alles overpeinzend, denk ik aan Mefiboseth[1].

Mefiboseth heeft een handicap.
Zijn voedster heeft hem tijdens een vlucht voor de Filistijnen haastig meegenomen. Maar er is iets heel erg mis gegaan. Het kleine jongetje is ernstig ten val gekomen. Zodoende is hij kreupel[2].
U kunt die historie terugvinden in 2 Samuël 4.

Deze Mefiboseth eet bij koning David aan tafel.
Dat blijkt uit 2 Samuël 9: “Wees niet bevreesd, want ik zal u zeker goedertierenheid bewijzen omwille van uw vader Jonathan. Ik zal u alle akkers van uw vader ​Saul​ teruggeven, en ú zult voortdurend aan mijn ​tafel​ de maaltijd gebruiken”[3]. En: “Zo woonde Mefiboseth in Jeruzalem, omdat hij voortdurend aan de tafel van de ​koning​ at. Hij was kreupel aan zijn beide voeten”[4].

Dat koning David dat regelt is een prachtig staaltje van zelfoverwinning.
Kijkt u maar in 2 Samuël 5: “… En wat die kreupelen en die blinden betreft, ​David​ haat ze met heel zijn ziel. Daarom zegt men wel: Een blinde of kreupele zal niet in het ​huis​ komen”[5].
Zeg maar gewoon: David heeft een enorme hekel aan gehandicapten.

En toch komt Mefiboseth met regelmaat bij David eten.
Waarom zit die Mefiboseth – zoon van Jonathan – geregeld bij de koning aan tafel?
Antwoord: op die manier laat David zien dat zijn verbond met de vader van Mefiboseth, Jonathan, nog steeds geldig is.

In 1 Samuël 20 sluit David een verbond met Jonathan.
Ik citeer een paar verzen uit dat Schriftgedeelte. Jonathan zegt: “Zul je niet, als ik dan nog leef, mij de goedertierenheid van de HEERE bewijzen, zodat ik niet hoef te sterven? Je zult toch ook mijn ​huis​ tot in eeuwigheid je goedertierenheid niet onthouden, ook niet wanneer de HEERE eenieder van de vijanden van ​David​ van de aardbodem uitgeroeid zal hebben! Zo sloot Jonathan een ​verbond met het ​huis​ van ​David​ en zei: Laat de HEERE rekenschap eisen van de vijanden van ​David!”[6].
Er ligt dus een toezegging: David zal de nakomelingen van Jonathan altijd goed verzorgen. En David voegt de daad bij het erewoord.

Daarom kunnen we David een theocratisch koning noemen.
Theocratie: in dat begrip zitten twee Griekse woorden verborgen.
Theos betekent God; kratein vertalen wij met: regeren. David laat in zijn manier van doen zien hoe God regeert.

David heeft, als hij Mefiboseth aan tafel nodigt, een heleboel meegemaakt.
Er zijn oorlogen geweest, in binnen- en buitenland. David heeft Jeruzalem ingenomen: het is zijn residentie geworden. Hij heeft de ark van de Here naar Jeruzalem overgebracht. Bij de eerste poging daartoe zijn er allerlei dingen mis gegaan. De tweede keer gaat het echter goed. En nu zat David, in alle rust op zijn troon in Israël.

Mefiboseth mag in de vreugde delen.
Ook Mefiboseth mag het zien: hier heeft God grote dingen gedaan.
Mefiboseth ziet het voor zich: zo regeert God.

David en Mefiboseth zijn mensen met tekortkomingen: lichamelijk en geestelijk.
Zij zijn allebei in afwachting van de komst van de Messias.
En Hij is gekomen om David, Mefiboseth en al Zijn uitverkorenen te redden.
Daarom schrijft Paulus in Romeinen 8: “Hoe zal Hij, Die zelfs Zijn eigen Zoon niet gespaard maar voor ons allen overgegeven heeft, ons ook met Hem niet alle dingen schenken? Wie zal beschuldigingen inbrengen tegen de uitverkorenen van God? God is het Die rechtvaardigt. Wie is het die verdoemt? ​Christus​ is het Die gestorven is, ja wat meer is, Die ook ​opgewekt​ is, Die ook aan de rechterhand van God is, Die ook voor ons pleit”[7].

Zo regeert God.
Ook vandaag.

En Hij maakt geen onderscheid tussen mensen met of zonder beperking. Hij geeft al Zijn kinderen alles wat nodig is om Hem te dienen.
Iedereen, gehandicapt of niet, mag het Johannes nazeggen: “… deze gemeenschap van ons is er ook met de Vader en met Zijn Zoon ​Jezus​ ​Christus. En deze dingen schrijven wij u, opdat uw blijdschap volkomen wordt”[8].

Nee, volmaakt is het in de Gereformeerde kerk niet.
En dat wordt het ook niet.
Maar de hemelse God gebruikt de gaven van iedereen.
Is dat niet prachtig?

Noten:
[1] In dit artikel gebruik ik een stuk dat ik eerder schreef. Dat stuk is gedateerd op maandag 18 februari 2008.
[2] Zie 2 Samuël 4:4: “Jonathan, de zoon van ​Saul, had een zoon die aan beide voeten verlamd was. Hij was vijf jaar oud toen het bericht over ​Saul​ en Jonathan uit Jizreël kwam. Zijn voedster had hem opgepakt en was gevlucht, maar toen zij haastig op de vlucht sloeg, gebeurde het dat hij viel en kreupel werd. Zijn naam was Mefiboseth”.
[3] 2 Samuël 9:7.
[4] 2 Samuël 9:13.
[5] 2 Samuël 5:8 b.
[6] 1 Samuël 20:14, 15 en 16.
[7] Romeinen 8:32, 33 en 34.
[8] 1 Johannes 1:3 en 4.

4 juni 2018

Bemoediging na misbruik

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , , ,

Het was maar een kort bericht in een recente editie van het Reformatorisch Dagblad:
“Alle 34 Chileense bisschoppen hebben hun ontslag ingediend in verband met een misbruikschandaal. Ze maakten dat vrijdag bekend. De bisschoppen hebben hun positie in de handen van de paus gelegd en hun excuses aangeboden aan de slachtoffers, hun land en de paus”[1].

Vierendertig kerkleiders maar liefst!
Hier is blijkbaar sprake van seksueel misbruik op grote schaal!
Dat is toch ronduit schokkend?

Gewone Gereformeerde mensen hebben wellicht de neiging om te zeggen: nee, seksueel misbruik komt bij ons niet voor.

Dat moeten wij maar niet te hard zeggen.
Verkrachting komt namelijk al in de Bijbel voor.
In 2 Samuël 13 namelijk: “Toen zei ​Amnon​ tegen ​Tamar: Breng het eten in de kamer, zodat ik het uit je hand kan eten. Toen nam ​Tamar​ de koeken die zij gemaakt had, en bracht ze bij haar broer ​Amnon​ in de kamer. Toen zij die bij hem bracht om te eten, greep hij haar en zei tegen haar: Kom, slaap met mij, mijn zuster. Maar zij zei tegen hem: Nee, mijn broer, ​verkracht​ mij niet, want zoiets doet men niet in Israël; doe deze schandelijke daad niet. Want ik, waar zou ik mijn schande brengen? En wat jou betreft, jij zou zijn als een van de dwazen in Israël. Welnu, spreek toch met de ​koning, want hij zal mij aan jou niet onthouden. Hij wilde echter niet naar haar stem luisteren, maar omdat hij sterker was dan zij, ​verkrachtte​ hij haar en sliep met haar. Daarna haatte ​Amnon​ haar met een heel diepe haat. Ja, de haat waarmee hij haar haatte, was groter dan de ​liefde​ waarmee hij haar had liefgehad”[2].

De naam Amnon betekent: ‘betrouwbaar’. Maar van die betrouwbaarheid is in 2 Samuël 13 niets over.
Amnon ‘doet’ het notabene met zijn mooie halfzuster!

Een uitlegger noteert hierbij: “Na enige tijd verneemt David dit alles en hij ontsteekt in woede. Het feit dat verder niet wordt gesproken over een optreden van David tegen Amnon lijkt een soort passiviteit bij de koning te verraden. Absalom spreekt op geen enkele wijze tot Amnon vanwege de gruwelijke dingen die hij met zijn zuster heeft gedaan. Er is echter sprake van een diepe haat bij Absalom jegens zijn halfbroer die op een gegeven moment zal worden omgezet in wraak”[3].
Dat alles verdient ook al geen schoonheidsprijs.

Wat moeten wij met zo’n historie?
Kunnen wij daar in 2018 eigenlijk wel iets mee?

Een deskundige schrijft: “Seksueel misbruik komt voor in alle milieus, en daders kunnen algemeen gerespecteerde mensen zijn. Meestal wordt seksueel geweld door een bekende van het slachtoffer gepleegd en is de dader een man”[4].
En:
“Risicofactoren om slachtoffer van seksueel misbruik te worden zijn bijvoorbeeld een laag zelfbeeld (…), jonge leeftijd, vrouw-zijn, sociaal isolement en eerdere ervaringen met seksueel misbruik”.
Nu is het niet mijn bedoeling om op deze plaats eens uitgebreid uit de doeken te doen hoe het allemaal precies zit met dat seksueel misbruik.
Het gaat mij er slechts om, om vanuit Gods Woord aan alle betrokkenen enige troost te bieden.
Aan slachtoffers.
Maar ook aan daders.

Laten wij bij Mattheüs 5 beginnen: “Weest u dan volmaakt, zoals uw Vader, Die in de hemelen is, volmaakt is”[5].
Die tekst geeft ons onmiddellijk veel vraagtekens. Als dat zo is, komt er dan ooit nog wel iemand in de hemel?

In Romeinen 3 lijkt Paulus de zaak alleen nog maar erger te maken. Leest u maar mee: “Er is niemand ​rechtvaardig, ook niet één, er is niemand die verstandig is, er is niemand die God zoekt. Allen zijn zij afgedwaald, samen zijn zij nutteloos geworden. Er is niemand die goeddoet, er is er zelfs niet één”[6].
Je zou zeggen: wij kunnen wel ophouden.
Wij kunnen beter inpakken en wegwezen.

Maar Paulus schrijft meer.
“Want allen hebben gezondigd en missen de heerlijkheid van God, en worden om niet gerechtvaardigd door Zijn ​genade, door de verlossing in ​Christus​ ​Jezus. Hem heeft God openlijk aangewezen als middel tot verzoening, door het geloof in Zijn bloed”[7].
Er is redding.
Voor iedereen.
Voor slachtoffers. En ja, ook voor daders.
Jezus Christus vergeeft onze zonden. God is goed voor ons!

Stél dat een slachtoffer van seksueel misbruik dit artikel leest.
Het is voorstelbaar dat zij – of misschien: hij – niet aan vergeving denken kan.
Wat kan seksueel misbruik veel beschadigen!
Aan het zelfbeeld. Aan de beleving van eigen gevoelens.
Wat is er bij slachtoffers veel angst!
Schaamte!
Schuldgevoel!
Misschien denkt zo’n slachtoffer: het verhaal hierboven ziet er wel mooi uit. Maar bij mij werkt dat niet.

Weet u wat Paulus in Romeinen 12 schrijft?
Dit:
“Vergeld niemand kwaad met kwaad. Wees bedacht op wat goed is voor alle mensen. Leef, zo mogelijk, voor zover het van u afhangt, in ​vrede​ met alle mensen. Wreek uzelf niet, geliefden, maar laat ruimte voor de toorn, want er staat geschreven: Mij komt de wraak toe, Ik zal het vergelden, zegt de Heere”[8].

Ziet u wat daar staat? “Wreek uzelf niet, geliefden…”.
In de kerk mogen wij het zeggen: ondanks alles bent u geliefd. Geliefd bij God. En bij heel veel andere mensen.
De schade van seksueel misbruik is op deze aarde nooit geheel en al te herstellen. Maar laten we, als dat kan, er wel een begin mee maken.
Het startpunt moet zijn: liefde. Preciezer: christelijke liefde. Dat wil zeggen: liefde die haar begin- en eindpunt bij God heeft!

Paulus zegt: geef God de ruimte voor Zijn toorn.
De God van hemel en aarde zal uiteindelijk het eindoordeel vellen.

In Romeinen 12 haalt Paulus een woord uit het Oude Testament aan.
Dat woord komt uit het afscheidslied van Mozes.
Dat lied staat in Deuteronomium 32.

Dat lied gaat over Gods trouw en de ontrouw van Israël.
Over Gods goede en grote daden in het verleden.
Over Gods woede, vanwege de zonden die de Israëlieten steeds weer hebben gedaan.
Toch is Israël niet vernietigd. Want dan zouden de buurvolken kunnen zeggen: wij waren veel sterker dan dat volkje Israël.
Israël is Zijn uitverkoren volk!
En iedereen die geprobeerd heeft om Israël kapot te maken, zal op een dag met Gods wraak te maken krijgen!
In Deuteronomium 32 staat het zo:
“Aan Mij komt de wraak en de vergelding toe,
op het tijdstip dat hun voet wankelt.
Voorzeker, de dag van hun ondergang is dichtbij.
en spoedig komen de dingen die hen te wachten staan.
Want de HEERE zal Zijn volk recht verschaffen”[9].

Gods volk is zondig. Wegloperig.
Een dominee uit het kerkverband van de Gereformeerde Gemeenten schreef vorig jaar naar aanleiding van 2 Samuël 13: “Zo het toen toeging in het koninklijke paleis, zo gaat het helaas ook nu in onze eigen kring veel te vaak toe. Lust, macht, niet luisteren, haten en verbannen, terwijl er een bijna onhoorbare stem is uit mond van Tamar die zegt: dit is goddeloos!”[10].
Al te vaak is dát de realiteit in de kerkelijke wereld van onze tijd.
Maar de God van hemel en aarde is trouw. Voor eeuwig trouw.
Dat geldt vandaag nog.

Van zijn trouwe zorg mogen wij allen genieten.
Ja, ook allen die bij seksueel misbruik betrokken zijn!

Daarmee is het laatste woord over dit onderwerp niet gezegd.
Natuurlijk niet.
Maar het is duidelijk: er is troost. Rechtstreeks uit Gods Woord. Ook vandaag.

Laten wij daarbij Psalm 103 maar nooit vergeten:
“Zo hoog en wijd de hemel staat gerezen
boven de aarde, is voor wie Hem vrezen
zijn liefde en zijn goedertierenheid.
Zo ver verwijderd ’t westen is van ’t oosten,
zo ver doet Hij van hen die Hij wil troosten
de zonden weg, ja Hij heeft ons bevrijd”[11].

Noten:
[1] “Ontslag bisschoppen Chili om misbruik”. In: Reformatorisch Dagblad, zaterdag 19 mei 2018, p. 2.
[2] 2 Samuël 13:10-15 a.
[3] Citaat uit de online versie van de Studiebijbel; commentaar bij 2 Samuël 13:20-22.
[4] Geciteerd van https://stichting-promise.nl/pastorale-onderwerpen/omgaan-met-slachtoffers-seksueel-misbruik.htm ; geraadpleegd op zaterdag 19 mei 2018. Ook in het onderstaande maak ik dankbaar van die publicatie gebruik.
[5] Mattheüs 5:48.
[6] Romeinen 3:10 b, 11 en 12.
[7] Romeinen 3:23, 24 en 25 a.
[8] Romeinen 12:17, 18 en 19.
[9] Deuteronomium 32:35 en 36 a.
[10] De predikant in kwestie is ds. J. IJsselstein. Geciteerd via: Reformatorisch Dagblad, vrijdag 14 juli 2017, p. 2; rubriek ‘Zogezegd’.
[11] Psalm 103:4, berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.

18 november 2016

De vreugdedans van David

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , ,

Vandaag heeft mijn weblog een persoonlijk tintje.
Mijn onvolprezen echtgenote is namelijk jarig.
Er is reden tot blijdschap. Dat spreekt vanzelf. Dankbaar mogen we constateren dat onze Verbondsgod haar weer een jaar heeft gespaard.
We mogen wel zeggen dat er best reden is voor een dansje.

Welnu, David is in 2 Samuël 6 ook blij. En hij danst zo hard als hij kan.
Op die vreugdedans van David, en alles wat daar omheen gebeurt, wil ik vandaag de aandacht vestigen.

Laat ik maar een stukje uit 2 Samuël 6 citeren.
“En de ark des Heren bleef drie maanden in het huis van de Gattiet Obed-Edom, en de Here zegende Obed-Edom en zijn gehele huis. Aan koning David werd meegedeeld: De Here heeft het huis van Obed-Edom en al wat hij bezit, gezegend, ter wille van de ark Gods. Toen ging David heen en haalde de ark Gods onder gejuich uit het huis van Obed-Edom naar de stad Davids. Nadat de dragers van de ark des Heren zes schreden voortgegaan waren, offerde hij een rund en een gemest kalf. En David danste uit alle macht voor het aangezicht des Heren; David nu was omgord met een linnen lijfrok”[1].

Wat is de situatie in 2 Samuël 6?

David is koning geworden.
De dreiging van de Filistijnen is weg, want zij zijn verslagen.
Nu is het tijd om de ark van de verbond naar de hoofdstad te brengen.
In eerste instantie gaat dat echter helemaal niet goed. Bij de dorsvloer van Nachon glijden de ossen, die de kar met de ark erop trekken, uit. De ark glijdt bijna van de wagen af. Uzza probeert de ark tegen te houden en pakt hem beet.
De Here straft dat af. Uzza moet zijn onbedachtzaamheid met de dood bekopen.
Dat lijkt onrechtvaardig. Uzza probeert toch iets goeds te doen?
Wij moeten bedenken dat Uzza geen Leviet was. Hij mocht daarom in geen geval de ark aanraken. Vandaar de zware straf.
David is ontsteld. Verbijsterd. Hij laat de ark bij Obed-Edom brengen.
Drie maanden lang staat de ark daar. Geparkeerd, naar het lijkt. Maar Obed-Edom merkt hoe zijn huishouden en heel zijn hebben en houden door de Here gezegend wordt.
Dat geeft David nieuwe moed. Hij laat de ark naar Jeruzalem brengen.
Er is vreugde.
Grote vreugde.
Want de ark komt op de plaats waar de landsregering zetelt!

Een Gereformeerd-vrijgemaakte dominee formuleerde de kern van 2 Samuël 6 eens zo:
* zonder God geen leven
* maar wel in heiligheid
David moest iets leren over God. “Namelijk dat je God niet gemakshalve op je eigen wagen kunt zetten, maar dat Hij door mensen op handen gedragen wil worden. Dat jij God niet in jouw centrum brengt, maar dat de Heer zelf die plaats gaat innemen. Dat je het leven met God niet naar jezelf kunt toetrekken, maar dat je dat alleen als een wonder kunt ontvangen”[2].

De hemelse God toont dat Hij voor Zijn volk zorgen wil.
De overheid laat zien dat het regeerwerk, om zo te zeggen, voor het aangezicht van God gebeurt.
En dan is er vreugde.
Ook al steekt het verdriet soms in de ziel. Daarbij zullen wij ons moeten realiseren dat dat verdriet in ons leven komt door onze eigen kortzichtigheid. Ook al bedoelen wij het nog zo goed, altijd zit er zonde door onze daden heen.
Maar iedere dag geeft de Here ons opnieuw gelegenheid om heilig te leven. Wij krijgen alle ruimte om ons bestaan iedere dag met en voor God in te richten. Dat vraagt de Here van Zijn volk.
Niet meer.
En niet minder.
Wat dat betreft spreekt Mattheüs 7 boekdelen: “Iedere boom, die geen goede vrucht voortbrengt, wordt uitgehouwen en in het vuur geworpen. Zo zult gij hen dan aan hun vruchten kennen. Niet een ieder, die tot Mij zegt: Here, Here, zal het Koninkrijk der hemelen binnengaan, maar wie doet de wil mijns Vaders, die in de hemelen is”[3].
Iedere dag behoren wij het te laten zien: wij dienen de Here. Oftewel: er zit perspectief in ons aardse bestaan.

Het Woord dat in 2 Samuël 6 voor onze ogen open gaat, confronteert ons overigens ook met onze doop.
Koning David viert feest.
Maar in dat hoofdstuk worden wij er ook van doordrongen dat er een andere Koning moet komen. De geschiedenis met betrekking tot koning David roept, om zo te zeggen, om de grote Koning. Ja, Davids levensgeschiedenis schreeuwt om de Heiland.
Onze Here Jezus Christus komt als een heel gewoon mens naar deze wereld. Hij ligt in een kribbe. Hij betaalt voor onze zonden. Smartelijk, aan een kruis dat op de heuvel Golgotha staat.
Die verlossingskracht heeft David niet. Maar onze Heiland heeft die verlossingsmacht. Met Zijn koop-kracht kocht Hij ons. Hij maakte ons tot Zijn eigendom[4]!

Ik ga weer terug naar 2 Samuël 6. En ook even naar mijn vrouw.
David danst met alle energie die hij heeft. En hij is blij. Heel blij.
Mijn vrouw danst niet zo hard meer. Haar lichamelijke toestand is er in het afgelopen jaar niet op vooruit gegaan. En ja, dat stemt soms droevig. Haar leven wordt er, fysiek gezien, niet makkelijker op. Nee, dat vreugdedansje kan zij wel vergeten.
Maar we vieren haar verjaardag wel. Want er zit, om zo te zeggen, muziek in haar bestaan. Alleen daarom zal er wel sprake zijn van feestgedruis. En van lekker eten en zo.
Er staat namelijk een eigendomsstempel op haar leven. En trouwens ook op het mijne. En, wel beschouwd, op het leven van al Gods kinderen.
‘Gekocht door de Heiland. Gegarandeerd eeuwig leven’ – dat staat erop.

Mijn echtgenote is jarig vandaag.
Maar nee, dat vreugdedansje zit er niet meer in.
Dat geldt voor veel, heel veel meer mensen die een beperking hebben.
De hemelse God toont echter ook vandaag dat Hij voor Zijn volk zorgt. Wat er ook gebeurt. Dus wordt het feest. Dwars door de pijn heen, misschien.
En wij weten: er komt een moment dat niets het hemelfeest verstoren kan!

Noten:
[1] 2 Samuël 6:11-15.
[2] Het betreft dominee C. van Dusseldorp. De preek is te vinden via http://keesvandusseldorp.files.wordpress.com/2012/11/2sam6-04-12.doc ; geraadpleegd op donderdag 3 november 2016.
[3] Mattheüs 7:19, 20 en 21.
[4] Zie Heidelbergse Catechismus – Zondag 1, antwoord 1: “Dat ik met lichaam en ziel, in leven en sterven, het eigendom ben, niet van mijzelf, maar van mijn trouwe Heiland Jezus Christus. Want Hij heeft met zijn kostbaar bloed voor al mijn zonden volkomen betaald en mij uit alle macht van de duivel verlost”.

15 december 2015

Voorproefjes

Na het sterven zal ik terstond in de hemel zijn.
Dat blijkt uit Zondag 22 van de Heidelbergse Catechismus. Het is zo dat “mijn ziel na dit leven terstond tot haar Hoofd Christus opgenomen zal worden”[1]. Na dit leven zal ik “na dit leven volkomen heerlijkheid bezitten, die geen oog heeft gezien en geen oor heeft gehoord en die in geen mensenhart is opgekomen, en wel om God daarin eeuwig te prijzen”[2].

Daar kunnen wij ons dus geen voorstelling van maken.
Dat hoeven we ook niet te proberen. Niemand heeft de hemel ooit gezien, gehoord of bedacht.
Wij weten niet hoe het voelt als autoriteit nooit druk oplevert.
Eén ding beseffen wij wel: de hemel maakt eindeloos gelukkig.

We realiseren ons ook dat de weg er naartoe eindeloos lang lijkt. Maar dat is gezichtsbedrog. Want op het moment van ons sterven gaan wij onmiddellijk de hemel in.
Daar is geen tunnel tussen. Er leidt geen snelweg heen.
Vanaf het eerste moment van ons hemelleven is de lucht bezwangerd van geluk en vrede.

Hoe kan dat?
Dat kan omdat God Zijn macht gebruikt om Zijn kinderen te beschermen. Voor eeuwig. Voor altijd.
Op de aarde geeft Hij daar voorproefjes van. Iedere dag. Dat dringt niet altijd tot ons door. We merken het vaak pas op als er iets bijzonders gebeurt. Voorbeeld: als we betrokken zijn bij een verkeersongeluk waarbij alleen maar materiële schade is. Gods beveiligingswerk faalt nooit!

In het Woord van God zijn ook wel voorbeelden van zulke voorproefjes te vinden.
Leest u maar eens mee in 2 Samuël 22.
“Toen het mij bang te moede was, riep ik de Here aan;
tot mijn God riep ik.
En Hij hoorde mijn stem uit zijn paleis,
mijn hulpgeroep klonk in zijn oren.
Toen dreunde en beefde de aarde,
de grondvesten van de hemel sidderden
en daverden, omdat Hij in toorn ontbrand was.
Rook steeg op uit zijn neus,
verterend vuur kwam voort uit zijn mond,
kolen raakten erdoor in brand.
Hij neigde de hemel en daalde neder,
donkerheid was onder zijn voeten,
Hij reed op een cherub en vloog,
Hij verscheen op de vleugels van de wind”[3].
Dat is een belangrijk gedicht. We kennen het ook als Psalm 18; daar zijn een paar details anders – maar toch. Deze poëzie staat dus twee keer in de Bijbel. Wat in 2 Samuël 22 staat, moet blijkbaar vóór in ons geheugen zitten.

Duisternis was onder Zijn voeten.
Dat doet denken aan Exodus 20, dat hoofdstuk waarin de Hemelheer Zijn goede wet geeft.
“En het gehele volk was getuige van de donderslagen, de bliksemstralen, het geluid van de bazuin en de rokende berg. Toen het volk het zag, beefde het en bleef van verre staan. En zij zeiden tot Mozes: Spreek gij met ons, dan zullen wij horen; maar God spreke niet met ons, opdat wij niet sterven. Maar Mozes zeide tot het volk: Vreest niet, want God is gekomen om u op de proef te stellen, en opdat er vrees voor Hem over u kome, dat gij niet zondigt.
Het volk nu bleef van verre staan, maar Mozes naderde tot de donkerheid waarin God was”[4].
De ontzagwekkende God proclameert Zijn wet als leefregels voor de mensheid. En de verschijnselen rondom die proclamatie roepen ons ook in 2015 nog toe: sluit u van harte aan bij de Machthebber van de wereld; Hij reserveert graag een woonplaats voor u in de hemel!

David roept in 2 Samuël 22 om hulp.
En de Verbondsgod reageert. Met aardbevingen. Met vuur, rook en as.
De hemel gaat open. En de Here komt Zelf naar beneden – gedragen door de wind. De natuur is Zijn heraut.

Zulke dingen maken wij niet mee, zegt u misschien.
Niet?
Maar zelfs in Nederland, zijn er aardbevingen. In Groningen – dat weet u toch? Ach ja, mompelt u, dat komt van de gasboringen. Dat is een natuurverschijnsel. Er is een goede verklaring voor.
Natuurlijk.
We kunnen er een goed verhaal bij houden.
We kunnen er lange rapporten over schrijven.
Maar her en der voel je de onmacht.

De natuur is de heraut van de machtige God.
Mensen moeten Zijn ambassadeurs wezen. Evangeliepredikers. Woordverkondigers.
Dat zijn zij vaak niet.

Weet u nog dat vorige maand in Brussel de scholen een paar dagen dicht waren? Dat was zo vanwege de terreurdreiging.
Weet u nog hoe Turkije dat Russische gevechtsvliegtuig uit de lucht schoot, eind november? De NAVO zat meteen rechtop. De Amerikaanse president bemoeide zich er prompt mee. Bijdehante commentatoren riepen: deze kwestie moeten we de-escaleren. Dat betekent: we moeten zorgen dat de zaak niet uit de hand loopt.
Her en der voel je de onmacht. En de nervositeit.

In die wereld moeten en mogen wij belijden: wij horen bij God – de Man die alle macht heeft, in de hemel en op de aarde.
De natuur is Zijn heraut.
Daar zingen ook Debora en Barak over, in Richteren 5:
“Here, toen gij uittoogt uit Seïr,
toen Gij voortschreedt uit de velden van Edom,
beefde de aarde, ook dropen de hemelen,
ook dropen de wolken van water”[5].

Her en der voel je de onmacht op aarde.
Als er een terreuraanslag is, roepen allerlei leiders in koor: ‘we moeten gewoon doorgaan met leven’. Maar zo werkt dat meestal niet, en dat weet iedereen ook. In de onderste regionen van vele harten schuilt de angst.
Hoe zal het verder gaan?
Waar gaat het naar toe met de wereld?

Zondag 22 van de Heidelbergse Catechismus spreekt erover dat ik “het begin van de eeuwige vreugde in mijn hart voel”[6].
De Catechismus maakt geen voorbehoud. Er is geen sprake van voorwaardelijke vreugde.
Persoonlijk strekt mij dat troost.
Weet u – ik maak me eigenlijk niet eens zo druk om die aanslagen, om die terreur en al die ellende. Soms doe ik televisie of radio uit als ik alle oorlogsbeelden even zat ben. Maar dat doe ik dan niet uit wanhoop. Zeker niet.
Want ik weet: als mijn leven hier ten einde is, ga ik onmiddellijk naar de hemel.
Er is geen pauze.
Er is geen vagevuur, of wat voor andere tussentoestand dan ook. We gaan niet naar de groeve der vertering, zoals dominee Telder het Gereformeerde volk indertijd wilde doen geloven[7].

Nog één keer ga ik naar David in 2 Samuël 22. Hij gebruikt grote woorden:
“Die God, die mijn sterke veste is
en mijn weg effen maakt”[8].
Dat lijkt theatraal. Te zweverig. Los van de wereld.
Maar dat is gezichtsbedrog.
Want met de kerk gaat het goed. Wat er ook gebeurt. Wie goed kijkt en luistert, ziet in de kerk voorproefjes van het hemelleven!

Noten:
[1] Heidelbergse Catechismus – Zondag 22, antwoord 57.
[2] Heidelbergse Catechismus – Zondag 22, antwoord 58.
[3] 2 Samuël 22:7-11.
[4] Exodus 20:18-21.
[5] Richteren 5:4.
[6] Heidelbergse Catechismus – Zondag 22, antwoord 58.
[7] Zie: B. Telder, “Sterven… en dan? – Gaan de kinderen Gods, wanneer zij sterven, naar de hemel?”. – Uitgeverij Kok, 1960. – 204 p.
Mevrouw J. Wiskerke-van Dooren – de echtgenote van de Gereformeerd-vrijgemaakte predikant J.R. Wiskerke – publiceerde een persoonlijke herinnering aan de tijd waarin voornoemd boek gepubliceerd werd. Zie http://www.wiskerkevandooren.nl/artikelen/persoonlijke-herinneringen/dominee-telder-en-de-zielenslaap/ . Geraadpleegd op woensdag 25 november 2015.
[8] 2 Samuël 22:33.

24 juli 2014

Een wolkeloze morgen

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , , , , , , ,

‘Moet je kijken… geen wolkje aan de lucht’.
Dat hoorde ik gisteren, zo tegen een uur of 10, een meisje roepen. Het gebeurde op een veld van een camping te Rheeze. De zon scheen uitbundig. De campinggasten wandelden en fietsten ontspannen de dag in[1].
De waarneming van het meisje klopte.
Het mooie weer leek fel te contrasteren met de dag van nationale rouw die Nederland gisteren beleefde. De dag van nationale rouw – vanwege de ramp met de MH17[2].

Geen wolkje aan de lucht – die situatie wordt ook in Gods Woord beschreven.

David heeft het erover, aan het einde van zijn leven.
In 2 Samuël 23 zegt hij:
“De Geest des HEREN spreekt door mij,
zijn woord is op mijn tong;
Israëls God spreekt,
Israëls Rots zegt tot mij:
Een rechtvaardige heerser over de mensen,
een heerser in de vreze Gods,
hij is als het morgenlicht bij het opgaan der zon,
een morgen zonder wolken:
door de glans na de regen
spruit jong groen uit de aarde”[3].

De Heilige Geest heeft in Davids hart een woning gemaakt[4]. Dat deed Hij toen David in 1 Samuël 16 tot koning werd gezalfd: “Van die dag af greep de Geest des HEREN David aan”[5].
Maar nu gebeurt er iets heel bijzonders.
David kondigt het af: wat hij nu uitspreekt, dat heeft hij niet zelf bedacht. Op dit moment is hij de mond van de Here. Hij is een profeet. Hij spreekt woorden van de Here uit.

De Here zegt: een machthebber die de Here vreest is te vergelijken met de helderheid die te zien is met het morgenlicht bij het opgaan van de zon. Zo’n regeerder doet onder meer denken aan een wolkeloze ochtend. De zon heeft dan alle kans om te schijnen.
Debora en Barak zingen in Richteren 5: “…die Hem liefhebben zijn als de opgaande zon in haar kracht”[6].
Niet alleen machthebbers laten het leven oplichten. Ieder mens die de Here vreest werpt nieuw licht op het aardse leven.

Dat klinkt allemaal prachtig.
Maar hoe kan dat allemaal?
Zondige mensen en een wolkeloze ochtend: zijn die wel verenigbaar?
Toch wel.
Want in 2 Samuël 23 staat ook:
“Toch heeft Hij mij een eeuwig verbond gegeven,
geordend in alles en verzekerd.
Want al mijn heil en alle welbehagen,
zou Hij die niet laten uitspruiten?”[7].
Nee, David vindt van zich zelf niet dat hij in zijn leven zo’n wolkeloze ochtend is: “Maar niet alzo mijn huis bij God!”[8]. Echter: de Here maakt het leven wolkeloos. In 2 Samuël 7 had Hij al tegen David gezegd: Salomo “zal mijn naam een huis bouwen, en Ik zal zijn koninklijke troon voor immer bevestigen”. Voor immer. De Statenvertaling heeft daar: “Die zal Mijn Naam een huis bouwen; en Ik zal de stoel van zijn koninkrijk bevestigen tot in eeuwigheid”[9]. Op die manier worden wij doorverwezen naar Jezus Christus.

De Farizeeën weten het in Mattheüs 22 wel: Christus is Davids Zoon. Die aanduiding heeft voor de Joodse kerkleiders een nationale en politieke betekenis.
Maar Jezus zegt dan Zelf: “De Here heeft gezegd tot mijn Here: Zet U aan mijn rechterhand, totdat Ik uw vijanden onder uw voeten gelegd heb”[10]. Met andere woorden: Jezus Christus heeft een hemelse, Goddelijke oorsprong; Hij heeft ook nog een roeping in de hemel.
Hij is de Koning die regeert!
Tot in eeuwigheid!

Een wolkeloze ochtend heeft ons, als u het mij vraagt, iets te zeggen.
Een heldere dag vertelt ons dat we verder moeten kijken dan onze eigen sores.
Een wolkeloze hemel deelt ons mede dat er meer is dan de dag van nationale rouw die wij gisteren beleefden.
Een mooie zomerdag leert ons om op de toekomst gericht te zijn. Nee, niet alleen op het werk dat wacht. Nee, niet alleen op het kerkelijk seizoen dat, zo de Here wil, in september aanstaande weer beginnen gaat.
Maar op de toekomst waarin niets die wolkeloze hemel bederven kan.

David had het er al over.
Dus waarom zouden wij er niet over spreken en schrijven?

Noten:
[1]
Mijn vrouw en ik zijn in het rijke bezit van een caravan op camping ‘De Oldemeyer’ te Rheeze, een dorp bij het Overijsselse Hardenberg. Daar genieten wij van het mooie zomerweer dat de Here ons momenteel geeft.
[2] Naar aanleiding van die gebeurtenis schreef ik mijn artikel ‘Ramp’, hier gepubliceerd op maandag 21 juli 2014. Het artikel is te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2014/07/21/ramp/ .
[3] 2 Samuël 23:2, 3 en 4.
[4] In dit artikel gebruik ik onder meer de webversie van de Studiebijbel.
[5] 1 Samuël 16:13.
[6] Richteren 5:31.
[7] 2 Samuël 23:5 b.
[8] 2 Samuël 23:5 a.
[9] 2 Samuël 7:13.
[10] Mattheüs 22:44.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.