gereformeerd leven in nederland

11 juni 2018

Kent u Mefiboseth?

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Waarom zijn wij lid van de kerk?
Eenvoudig gezegd: omdat wij bij God horen. En omdat wij weten dat Hij de mensen die bij Hem in de kerk bijeenbrengt.
In de kerk laten we iets van Gods liefde zien.

Dat klinkt prachtig.
Maar in de praktijk is het allemaal niet ideaal.

Er zijn, bijvoorbeeld, veel rokers in de kerk. Terwijl allerlei personen en instanties ons bij de voortduur laten weten dat roken uiterst ongezond is.

Nog een voorbeeld.
Laatst was er iemand die over De Gereformeerde Kerk Groningen zei: bij jullie is alles niet zo goed, want jullie hebben een ouderling die een lichamelijke beperking heeft… Met andere woorden: u legt de Bijbel heel nauwkeurig uit, maar volmaakt is het bij u zeker niet.

Dat laatste klopt.
En eigenlijk is dat ook wel logisch.
Want God heeft Zijn kinderen niet uitgekozen omdat zij volmaakt zijn.

En het is duidelijk: hoe we ook ons best doen, volmaakt wordt het hier op aarde nooit.
Want wij blijven zondig, ook al zijn wij oud en wijs.

Dit alles overpeinzend, denk ik aan Mefiboseth[1].

Mefiboseth heeft een handicap.
Zijn voedster heeft hem tijdens een vlucht voor de Filistijnen haastig meegenomen. Maar er is iets heel erg mis gegaan. Het kleine jongetje is ernstig ten val gekomen. Zodoende is hij kreupel[2].
U kunt die historie terugvinden in 2 Samuël 4.

Deze Mefiboseth eet bij koning David aan tafel.
Dat blijkt uit 2 Samuël 9: “Wees niet bevreesd, want ik zal u zeker goedertierenheid bewijzen omwille van uw vader Jonathan. Ik zal u alle akkers van uw vader ​Saul​ teruggeven, en ú zult voortdurend aan mijn ​tafel​ de maaltijd gebruiken”[3]. En: “Zo woonde Mefiboseth in Jeruzalem, omdat hij voortdurend aan de tafel van de ​koning​ at. Hij was kreupel aan zijn beide voeten”[4].

Dat koning David dat regelt is een prachtig staaltje van zelfoverwinning.
Kijkt u maar in 2 Samuël 5: “… En wat die kreupelen en die blinden betreft, ​David​ haat ze met heel zijn ziel. Daarom zegt men wel: Een blinde of kreupele zal niet in het ​huis​ komen”[5].
Zeg maar gewoon: David heeft een enorme hekel aan gehandicapten.

En toch komt Mefiboseth met regelmaat bij David eten.
Waarom zit die Mefiboseth – zoon van Jonathan – geregeld bij de koning aan tafel?
Antwoord: op die manier laat David zien dat zijn verbond met de vader van Mefiboseth, Jonathan, nog steeds geldig is.

In 1 Samuël 20 sluit David een verbond met Jonathan.
Ik citeer een paar verzen uit dat Schriftgedeelte. Jonathan zegt: “Zul je niet, als ik dan nog leef, mij de goedertierenheid van de HEERE bewijzen, zodat ik niet hoef te sterven? Je zult toch ook mijn ​huis​ tot in eeuwigheid je goedertierenheid niet onthouden, ook niet wanneer de HEERE eenieder van de vijanden van ​David​ van de aardbodem uitgeroeid zal hebben! Zo sloot Jonathan een ​verbond met het ​huis​ van ​David​ en zei: Laat de HEERE rekenschap eisen van de vijanden van ​David!”[6].
Er ligt dus een toezegging: David zal de nakomelingen van Jonathan altijd goed verzorgen. En David voegt de daad bij het erewoord.

Daarom kunnen we David een theocratisch koning noemen.
Theocratie: in dat begrip zitten twee Griekse woorden verborgen.
Theos betekent God; kratein vertalen wij met: regeren. David laat in zijn manier van doen zien hoe God regeert.

David heeft, als hij Mefiboseth aan tafel nodigt, een heleboel meegemaakt.
Er zijn oorlogen geweest, in binnen- en buitenland. David heeft Jeruzalem ingenomen: het is zijn residentie geworden. Hij heeft de ark van de Here naar Jeruzalem overgebracht. Bij de eerste poging daartoe zijn er allerlei dingen mis gegaan. De tweede keer gaat het echter goed. En nu zat David, in alle rust op zijn troon in Israël.

Mefiboseth mag in de vreugde delen.
Ook Mefiboseth mag het zien: hier heeft God grote dingen gedaan.
Mefiboseth ziet het voor zich: zo regeert God.

David en Mefiboseth zijn mensen met tekortkomingen: lichamelijk en geestelijk.
Zij zijn allebei in afwachting van de komst van de Messias.
En Hij is gekomen om David, Mefiboseth en al Zijn uitverkorenen te redden.
Daarom schrijft Paulus in Romeinen 8: “Hoe zal Hij, Die zelfs Zijn eigen Zoon niet gespaard maar voor ons allen overgegeven heeft, ons ook met Hem niet alle dingen schenken? Wie zal beschuldigingen inbrengen tegen de uitverkorenen van God? God is het Die rechtvaardigt. Wie is het die verdoemt? ​Christus​ is het Die gestorven is, ja wat meer is, Die ook ​opgewekt​ is, Die ook aan de rechterhand van God is, Die ook voor ons pleit”[7].

Zo regeert God.
Ook vandaag.

En Hij maakt geen onderscheid tussen mensen met of zonder beperking. Hij geeft al Zijn kinderen alles wat nodig is om Hem te dienen.
Iedereen, gehandicapt of niet, mag het Johannes nazeggen: “… deze gemeenschap van ons is er ook met de Vader en met Zijn Zoon ​Jezus​ ​Christus. En deze dingen schrijven wij u, opdat uw blijdschap volkomen wordt”[8].

Nee, volmaakt is het in de Gereformeerde kerk niet.
En dat wordt het ook niet.
Maar de hemelse God gebruikt de gaven van iedereen.
Is dat niet prachtig?

Noten:
[1] In dit artikel gebruik ik een stuk dat ik eerder schreef. Dat stuk is gedateerd op maandag 18 februari 2008.
[2] Zie 2 Samuël 4:4: “Jonathan, de zoon van ​Saul, had een zoon die aan beide voeten verlamd was. Hij was vijf jaar oud toen het bericht over ​Saul​ en Jonathan uit Jizreël kwam. Zijn voedster had hem opgepakt en was gevlucht, maar toen zij haastig op de vlucht sloeg, gebeurde het dat hij viel en kreupel werd. Zijn naam was Mefiboseth”.
[3] 2 Samuël 9:7.
[4] 2 Samuël 9:13.
[5] 2 Samuël 5:8 b.
[6] 1 Samuël 20:14, 15 en 16.
[7] Romeinen 8:32, 33 en 34.
[8] 1 Johannes 1:3 en 4.

4 juni 2018

Bemoediging na misbruik

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , , ,

Het was maar een kort bericht in een recente editie van het Reformatorisch Dagblad:
“Alle 34 Chileense bisschoppen hebben hun ontslag ingediend in verband met een misbruikschandaal. Ze maakten dat vrijdag bekend. De bisschoppen hebben hun positie in de handen van de paus gelegd en hun excuses aangeboden aan de slachtoffers, hun land en de paus”[1].

Vierendertig kerkleiders maar liefst!
Hier is blijkbaar sprake van seksueel misbruik op grote schaal!
Dat is toch ronduit schokkend?

Gewone Gereformeerde mensen hebben wellicht de neiging om te zeggen: nee, seksueel misbruik komt bij ons niet voor.

Dat moeten wij maar niet te hard zeggen.
Verkrachting komt namelijk al in de Bijbel voor.
In 2 Samuël 13 namelijk: “Toen zei ​Amnon​ tegen ​Tamar: Breng het eten in de kamer, zodat ik het uit je hand kan eten. Toen nam ​Tamar​ de koeken die zij gemaakt had, en bracht ze bij haar broer ​Amnon​ in de kamer. Toen zij die bij hem bracht om te eten, greep hij haar en zei tegen haar: Kom, slaap met mij, mijn zuster. Maar zij zei tegen hem: Nee, mijn broer, ​verkracht​ mij niet, want zoiets doet men niet in Israël; doe deze schandelijke daad niet. Want ik, waar zou ik mijn schande brengen? En wat jou betreft, jij zou zijn als een van de dwazen in Israël. Welnu, spreek toch met de ​koning, want hij zal mij aan jou niet onthouden. Hij wilde echter niet naar haar stem luisteren, maar omdat hij sterker was dan zij, ​verkrachtte​ hij haar en sliep met haar. Daarna haatte ​Amnon​ haar met een heel diepe haat. Ja, de haat waarmee hij haar haatte, was groter dan de ​liefde​ waarmee hij haar had liefgehad”[2].

De naam Amnon betekent: ‘betrouwbaar’. Maar van die betrouwbaarheid is in 2 Samuël 13 niets over.
Amnon ‘doet’ het notabene met zijn mooie halfzuster!

Een uitlegger noteert hierbij: “Na enige tijd verneemt David dit alles en hij ontsteekt in woede. Het feit dat verder niet wordt gesproken over een optreden van David tegen Amnon lijkt een soort passiviteit bij de koning te verraden. Absalom spreekt op geen enkele wijze tot Amnon vanwege de gruwelijke dingen die hij met zijn zuster heeft gedaan. Er is echter sprake van een diepe haat bij Absalom jegens zijn halfbroer die op een gegeven moment zal worden omgezet in wraak”[3].
Dat alles verdient ook al geen schoonheidsprijs.

Wat moeten wij met zo’n historie?
Kunnen wij daar in 2018 eigenlijk wel iets mee?

Een deskundige schrijft: “Seksueel misbruik komt voor in alle milieus, en daders kunnen algemeen gerespecteerde mensen zijn. Meestal wordt seksueel geweld door een bekende van het slachtoffer gepleegd en is de dader een man”[4].
En:
“Risicofactoren om slachtoffer van seksueel misbruik te worden zijn bijvoorbeeld een laag zelfbeeld (…), jonge leeftijd, vrouw-zijn, sociaal isolement en eerdere ervaringen met seksueel misbruik”.
Nu is het niet mijn bedoeling om op deze plaats eens uitgebreid uit de doeken te doen hoe het allemaal precies zit met dat seksueel misbruik.
Het gaat mij er slechts om, om vanuit Gods Woord aan alle betrokkenen enige troost te bieden.
Aan slachtoffers.
Maar ook aan daders.

Laten wij bij Mattheüs 5 beginnen: “Weest u dan volmaakt, zoals uw Vader, Die in de hemelen is, volmaakt is”[5].
Die tekst geeft ons onmiddellijk veel vraagtekens. Als dat zo is, komt er dan ooit nog wel iemand in de hemel?

In Romeinen 3 lijkt Paulus de zaak alleen nog maar erger te maken. Leest u maar mee: “Er is niemand ​rechtvaardig, ook niet één, er is niemand die verstandig is, er is niemand die God zoekt. Allen zijn zij afgedwaald, samen zijn zij nutteloos geworden. Er is niemand die goeddoet, er is er zelfs niet één”[6].
Je zou zeggen: wij kunnen wel ophouden.
Wij kunnen beter inpakken en wegwezen.

Maar Paulus schrijft meer.
“Want allen hebben gezondigd en missen de heerlijkheid van God, en worden om niet gerechtvaardigd door Zijn ​genade, door de verlossing in ​Christus​ ​Jezus. Hem heeft God openlijk aangewezen als middel tot verzoening, door het geloof in Zijn bloed”[7].
Er is redding.
Voor iedereen.
Voor slachtoffers. En ja, ook voor daders.
Jezus Christus vergeeft onze zonden. God is goed voor ons!

Stél dat een slachtoffer van seksueel misbruik dit artikel leest.
Het is voorstelbaar dat zij – of misschien: hij – niet aan vergeving denken kan.
Wat kan seksueel misbruik veel beschadigen!
Aan het zelfbeeld. Aan de beleving van eigen gevoelens.
Wat is er bij slachtoffers veel angst!
Schaamte!
Schuldgevoel!
Misschien denkt zo’n slachtoffer: het verhaal hierboven ziet er wel mooi uit. Maar bij mij werkt dat niet.

Weet u wat Paulus in Romeinen 12 schrijft?
Dit:
“Vergeld niemand kwaad met kwaad. Wees bedacht op wat goed is voor alle mensen. Leef, zo mogelijk, voor zover het van u afhangt, in ​vrede​ met alle mensen. Wreek uzelf niet, geliefden, maar laat ruimte voor de toorn, want er staat geschreven: Mij komt de wraak toe, Ik zal het vergelden, zegt de Heere”[8].

Ziet u wat daar staat? “Wreek uzelf niet, geliefden…”.
In de kerk mogen wij het zeggen: ondanks alles bent u geliefd. Geliefd bij God. En bij heel veel andere mensen.
De schade van seksueel misbruik is op deze aarde nooit geheel en al te herstellen. Maar laten we, als dat kan, er wel een begin mee maken.
Het startpunt moet zijn: liefde. Preciezer: christelijke liefde. Dat wil zeggen: liefde die haar begin- en eindpunt bij God heeft!

Paulus zegt: geef God de ruimte voor Zijn toorn.
De God van hemel en aarde zal uiteindelijk het eindoordeel vellen.

In Romeinen 12 haalt Paulus een woord uit het Oude Testament aan.
Dat woord komt uit het afscheidslied van Mozes.
Dat lied staat in Deuteronomium 32.

Dat lied gaat over Gods trouw en de ontrouw van Israël.
Over Gods goede en grote daden in het verleden.
Over Gods woede, vanwege de zonden die de Israëlieten steeds weer hebben gedaan.
Toch is Israël niet vernietigd. Want dan zouden de buurvolken kunnen zeggen: wij waren veel sterker dan dat volkje Israël.
Israël is Zijn uitverkoren volk!
En iedereen die geprobeerd heeft om Israël kapot te maken, zal op een dag met Gods wraak te maken krijgen!
In Deuteronomium 32 staat het zo:
“Aan Mij komt de wraak en de vergelding toe,
op het tijdstip dat hun voet wankelt.
Voorzeker, de dag van hun ondergang is dichtbij.
en spoedig komen de dingen die hen te wachten staan.
Want de HEERE zal Zijn volk recht verschaffen”[9].

Gods volk is zondig. Wegloperig.
Een dominee uit het kerkverband van de Gereformeerde Gemeenten schreef vorig jaar naar aanleiding van 2 Samuël 13: “Zo het toen toeging in het koninklijke paleis, zo gaat het helaas ook nu in onze eigen kring veel te vaak toe. Lust, macht, niet luisteren, haten en verbannen, terwijl er een bijna onhoorbare stem is uit mond van Tamar die zegt: dit is goddeloos!”[10].
Al te vaak is dát de realiteit in de kerkelijke wereld van onze tijd.
Maar de God van hemel en aarde is trouw. Voor eeuwig trouw.
Dat geldt vandaag nog.

Van zijn trouwe zorg mogen wij allen genieten.
Ja, ook allen die bij seksueel misbruik betrokken zijn!

Daarmee is het laatste woord over dit onderwerp niet gezegd.
Natuurlijk niet.
Maar het is duidelijk: er is troost. Rechtstreeks uit Gods Woord. Ook vandaag.

Laten wij daarbij Psalm 103 maar nooit vergeten:
“Zo hoog en wijd de hemel staat gerezen
boven de aarde, is voor wie Hem vrezen
zijn liefde en zijn goedertierenheid.
Zo ver verwijderd ’t westen is van ’t oosten,
zo ver doet Hij van hen die Hij wil troosten
de zonden weg, ja Hij heeft ons bevrijd”[11].

Noten:
[1] “Ontslag bisschoppen Chili om misbruik”. In: Reformatorisch Dagblad, zaterdag 19 mei 2018, p. 2.
[2] 2 Samuël 13:10-15 a.
[3] Citaat uit de online versie van de Studiebijbel; commentaar bij 2 Samuël 13:20-22.
[4] Geciteerd van https://stichting-promise.nl/pastorale-onderwerpen/omgaan-met-slachtoffers-seksueel-misbruik.htm ; geraadpleegd op zaterdag 19 mei 2018. Ook in het onderstaande maak ik dankbaar van die publicatie gebruik.
[5] Mattheüs 5:48.
[6] Romeinen 3:10 b, 11 en 12.
[7] Romeinen 3:23, 24 en 25 a.
[8] Romeinen 12:17, 18 en 19.
[9] Deuteronomium 32:35 en 36 a.
[10] De predikant in kwestie is ds. J. IJsselstein. Geciteerd via: Reformatorisch Dagblad, vrijdag 14 juli 2017, p. 2; rubriek ‘Zogezegd’.
[11] Psalm 103:4, berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.

18 november 2016

De vreugdedans van David

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , ,

Vandaag heeft mijn weblog een persoonlijk tintje.
Mijn onvolprezen echtgenote is namelijk jarig.
Er is reden tot blijdschap. Dat spreekt vanzelf. Dankbaar mogen we constateren dat onze Verbondsgod haar weer een jaar heeft gespaard.
We mogen wel zeggen dat er best reden is voor een dansje.

Welnu, David is in 2 Samuël 6 ook blij. En hij danst zo hard als hij kan.
Op die vreugdedans van David, en alles wat daar omheen gebeurt, wil ik vandaag de aandacht vestigen.

Laat ik maar een stukje uit 2 Samuël 6 citeren.
“En de ark des Heren bleef drie maanden in het huis van de Gattiet Obed-Edom, en de Here zegende Obed-Edom en zijn gehele huis. Aan koning David werd meegedeeld: De Here heeft het huis van Obed-Edom en al wat hij bezit, gezegend, ter wille van de ark Gods. Toen ging David heen en haalde de ark Gods onder gejuich uit het huis van Obed-Edom naar de stad Davids. Nadat de dragers van de ark des Heren zes schreden voortgegaan waren, offerde hij een rund en een gemest kalf. En David danste uit alle macht voor het aangezicht des Heren; David nu was omgord met een linnen lijfrok”[1].

Wat is de situatie in 2 Samuël 6?

David is koning geworden.
De dreiging van de Filistijnen is weg, want zij zijn verslagen.
Nu is het tijd om de ark van de verbond naar de hoofdstad te brengen.
In eerste instantie gaat dat echter helemaal niet goed. Bij de dorsvloer van Nachon glijden de ossen, die de kar met de ark erop trekken, uit. De ark glijdt bijna van de wagen af. Uzza probeert de ark tegen te houden en pakt hem beet.
De Here straft dat af. Uzza moet zijn onbedachtzaamheid met de dood bekopen.
Dat lijkt onrechtvaardig. Uzza probeert toch iets goeds te doen?
Wij moeten bedenken dat Uzza geen Leviet was. Hij mocht daarom in geen geval de ark aanraken. Vandaar de zware straf.
David is ontsteld. Verbijsterd. Hij laat de ark bij Obed-Edom brengen.
Drie maanden lang staat de ark daar. Geparkeerd, naar het lijkt. Maar Obed-Edom merkt hoe zijn huishouden en heel zijn hebben en houden door de Here gezegend wordt.
Dat geeft David nieuwe moed. Hij laat de ark naar Jeruzalem brengen.
Er is vreugde.
Grote vreugde.
Want de ark komt op de plaats waar de landsregering zetelt!

Een Gereformeerd-vrijgemaakte dominee formuleerde de kern van 2 Samuël 6 eens zo:
* zonder God geen leven
* maar wel in heiligheid
David moest iets leren over God. “Namelijk dat je God niet gemakshalve op je eigen wagen kunt zetten, maar dat Hij door mensen op handen gedragen wil worden. Dat jij God niet in jouw centrum brengt, maar dat de Heer zelf die plaats gaat innemen. Dat je het leven met God niet naar jezelf kunt toetrekken, maar dat je dat alleen als een wonder kunt ontvangen”[2].

De hemelse God toont dat Hij voor Zijn volk zorgen wil.
De overheid laat zien dat het regeerwerk, om zo te zeggen, voor het aangezicht van God gebeurt.
En dan is er vreugde.
Ook al steekt het verdriet soms in de ziel. Daarbij zullen wij ons moeten realiseren dat dat verdriet in ons leven komt door onze eigen kortzichtigheid. Ook al bedoelen wij het nog zo goed, altijd zit er zonde door onze daden heen.
Maar iedere dag geeft de Here ons opnieuw gelegenheid om heilig te leven. Wij krijgen alle ruimte om ons bestaan iedere dag met en voor God in te richten. Dat vraagt de Here van Zijn volk.
Niet meer.
En niet minder.
Wat dat betreft spreekt Mattheüs 7 boekdelen: “Iedere boom, die geen goede vrucht voortbrengt, wordt uitgehouwen en in het vuur geworpen. Zo zult gij hen dan aan hun vruchten kennen. Niet een ieder, die tot Mij zegt: Here, Here, zal het Koninkrijk der hemelen binnengaan, maar wie doet de wil mijns Vaders, die in de hemelen is”[3].
Iedere dag behoren wij het te laten zien: wij dienen de Here. Oftewel: er zit perspectief in ons aardse bestaan.

Het Woord dat in 2 Samuël 6 voor onze ogen open gaat, confronteert ons overigens ook met onze doop.
Koning David viert feest.
Maar in dat hoofdstuk worden wij er ook van doordrongen dat er een andere Koning moet komen. De geschiedenis met betrekking tot koning David roept, om zo te zeggen, om de grote Koning. Ja, Davids levensgeschiedenis schreeuwt om de Heiland.
Onze Here Jezus Christus komt als een heel gewoon mens naar deze wereld. Hij ligt in een kribbe. Hij betaalt voor onze zonden. Smartelijk, aan een kruis dat op de heuvel Golgotha staat.
Die verlossingskracht heeft David niet. Maar onze Heiland heeft die verlossingsmacht. Met Zijn koop-kracht kocht Hij ons. Hij maakte ons tot Zijn eigendom[4]!

Ik ga weer terug naar 2 Samuël 6. En ook even naar mijn vrouw.
David danst met alle energie die hij heeft. En hij is blij. Heel blij.
Mijn vrouw danst niet zo hard meer. Haar lichamelijke toestand is er in het afgelopen jaar niet op vooruit gegaan. En ja, dat stemt soms droevig. Haar leven wordt er, fysiek gezien, niet makkelijker op. Nee, dat vreugdedansje kan zij wel vergeten.
Maar we vieren haar verjaardag wel. Want er zit, om zo te zeggen, muziek in haar bestaan. Alleen daarom zal er wel sprake zijn van feestgedruis. En van lekker eten en zo.
Er staat namelijk een eigendomsstempel op haar leven. En trouwens ook op het mijne. En, wel beschouwd, op het leven van al Gods kinderen.
‘Gekocht door de Heiland. Gegarandeerd eeuwig leven’ – dat staat erop.

Mijn echtgenote is jarig vandaag.
Maar nee, dat vreugdedansje zit er niet meer in.
Dat geldt voor veel, heel veel meer mensen die een beperking hebben.
De hemelse God toont echter ook vandaag dat Hij voor Zijn volk zorgt. Wat er ook gebeurt. Dus wordt het feest. Dwars door de pijn heen, misschien.
En wij weten: er komt een moment dat niets het hemelfeest verstoren kan!

Noten:
[1] 2 Samuël 6:11-15.
[2] Het betreft dominee C. van Dusseldorp. De preek is te vinden via http://keesvandusseldorp.files.wordpress.com/2012/11/2sam6-04-12.doc ; geraadpleegd op donderdag 3 november 2016.
[3] Mattheüs 7:19, 20 en 21.
[4] Zie Heidelbergse Catechismus – Zondag 1, antwoord 1: “Dat ik met lichaam en ziel, in leven en sterven, het eigendom ben, niet van mijzelf, maar van mijn trouwe Heiland Jezus Christus. Want Hij heeft met zijn kostbaar bloed voor al mijn zonden volkomen betaald en mij uit alle macht van de duivel verlost”.

15 december 2015

Voorproefjes

Na het sterven zal ik terstond in de hemel zijn.
Dat blijkt uit Zondag 22 van de Heidelbergse Catechismus. Het is zo dat “mijn ziel na dit leven terstond tot haar Hoofd Christus opgenomen zal worden”[1]. Na dit leven zal ik “na dit leven volkomen heerlijkheid bezitten, die geen oog heeft gezien en geen oor heeft gehoord en die in geen mensenhart is opgekomen, en wel om God daarin eeuwig te prijzen”[2].

Daar kunnen wij ons dus geen voorstelling van maken.
Dat hoeven we ook niet te proberen. Niemand heeft de hemel ooit gezien, gehoord of bedacht.
Wij weten niet hoe het voelt als autoriteit nooit druk oplevert.
Eén ding beseffen wij wel: de hemel maakt eindeloos gelukkig.

We realiseren ons ook dat de weg er naartoe eindeloos lang lijkt. Maar dat is gezichtsbedrog. Want op het moment van ons sterven gaan wij onmiddellijk de hemel in.
Daar is geen tunnel tussen. Er leidt geen snelweg heen.
Vanaf het eerste moment van ons hemelleven is de lucht bezwangerd van geluk en vrede.

Hoe kan dat?
Dat kan omdat God Zijn macht gebruikt om Zijn kinderen te beschermen. Voor eeuwig. Voor altijd.
Op de aarde geeft Hij daar voorproefjes van. Iedere dag. Dat dringt niet altijd tot ons door. We merken het vaak pas op als er iets bijzonders gebeurt. Voorbeeld: als we betrokken zijn bij een verkeersongeluk waarbij alleen maar materiële schade is. Gods beveiligingswerk faalt nooit!

In het Woord van God zijn ook wel voorbeelden van zulke voorproefjes te vinden.
Leest u maar eens mee in 2 Samuël 22.
“Toen het mij bang te moede was, riep ik de Here aan;
tot mijn God riep ik.
En Hij hoorde mijn stem uit zijn paleis,
mijn hulpgeroep klonk in zijn oren.
Toen dreunde en beefde de aarde,
de grondvesten van de hemel sidderden
en daverden, omdat Hij in toorn ontbrand was.
Rook steeg op uit zijn neus,
verterend vuur kwam voort uit zijn mond,
kolen raakten erdoor in brand.
Hij neigde de hemel en daalde neder,
donkerheid was onder zijn voeten,
Hij reed op een cherub en vloog,
Hij verscheen op de vleugels van de wind”[3].
Dat is een belangrijk gedicht. We kennen het ook als Psalm 18; daar zijn een paar details anders – maar toch. Deze poëzie staat dus twee keer in de Bijbel. Wat in 2 Samuël 22 staat, moet blijkbaar vóór in ons geheugen zitten.

Duisternis was onder Zijn voeten.
Dat doet denken aan Exodus 20, dat hoofdstuk waarin de Hemelheer Zijn goede wet geeft.
“En het gehele volk was getuige van de donderslagen, de bliksemstralen, het geluid van de bazuin en de rokende berg. Toen het volk het zag, beefde het en bleef van verre staan. En zij zeiden tot Mozes: Spreek gij met ons, dan zullen wij horen; maar God spreke niet met ons, opdat wij niet sterven. Maar Mozes zeide tot het volk: Vreest niet, want God is gekomen om u op de proef te stellen, en opdat er vrees voor Hem over u kome, dat gij niet zondigt.
Het volk nu bleef van verre staan, maar Mozes naderde tot de donkerheid waarin God was”[4].
De ontzagwekkende God proclameert Zijn wet als leefregels voor de mensheid. En de verschijnselen rondom die proclamatie roepen ons ook in 2015 nog toe: sluit u van harte aan bij de Machthebber van de wereld; Hij reserveert graag een woonplaats voor u in de hemel!

David roept in 2 Samuël 22 om hulp.
En de Verbondsgod reageert. Met aardbevingen. Met vuur, rook en as.
De hemel gaat open. En de Here komt Zelf naar beneden – gedragen door de wind. De natuur is Zijn heraut.

Zulke dingen maken wij niet mee, zegt u misschien.
Niet?
Maar zelfs in Nederland, zijn er aardbevingen. In Groningen – dat weet u toch? Ach ja, mompelt u, dat komt van de gasboringen. Dat is een natuurverschijnsel. Er is een goede verklaring voor.
Natuurlijk.
We kunnen er een goed verhaal bij houden.
We kunnen er lange rapporten over schrijven.
Maar her en der voel je de onmacht.

De natuur is de heraut van de machtige God.
Mensen moeten Zijn ambassadeurs wezen. Evangeliepredikers. Woordverkondigers.
Dat zijn zij vaak niet.

Weet u nog dat vorige maand in Brussel de scholen een paar dagen dicht waren? Dat was zo vanwege de terreurdreiging.
Weet u nog hoe Turkije dat Russische gevechtsvliegtuig uit de lucht schoot, eind november? De NAVO zat meteen rechtop. De Amerikaanse president bemoeide zich er prompt mee. Bijdehante commentatoren riepen: deze kwestie moeten we de-escaleren. Dat betekent: we moeten zorgen dat de zaak niet uit de hand loopt.
Her en der voel je de onmacht. En de nervositeit.

In die wereld moeten en mogen wij belijden: wij horen bij God – de Man die alle macht heeft, in de hemel en op de aarde.
De natuur is Zijn heraut.
Daar zingen ook Debora en Barak over, in Richteren 5:
“Here, toen gij uittoogt uit Seïr,
toen Gij voortschreedt uit de velden van Edom,
beefde de aarde, ook dropen de hemelen,
ook dropen de wolken van water”[5].

Her en der voel je de onmacht op aarde.
Als er een terreuraanslag is, roepen allerlei leiders in koor: ‘we moeten gewoon doorgaan met leven’. Maar zo werkt dat meestal niet, en dat weet iedereen ook. In de onderste regionen van vele harten schuilt de angst.
Hoe zal het verder gaan?
Waar gaat het naar toe met de wereld?

Zondag 22 van de Heidelbergse Catechismus spreekt erover dat ik “het begin van de eeuwige vreugde in mijn hart voel”[6].
De Catechismus maakt geen voorbehoud. Er is geen sprake van voorwaardelijke vreugde.
Persoonlijk strekt mij dat troost.
Weet u – ik maak me eigenlijk niet eens zo druk om die aanslagen, om die terreur en al die ellende. Soms doe ik televisie of radio uit als ik alle oorlogsbeelden even zat ben. Maar dat doe ik dan niet uit wanhoop. Zeker niet.
Want ik weet: als mijn leven hier ten einde is, ga ik onmiddellijk naar de hemel.
Er is geen pauze.
Er is geen vagevuur, of wat voor andere tussentoestand dan ook. We gaan niet naar de groeve der vertering, zoals dominee Telder het Gereformeerde volk indertijd wilde doen geloven[7].

Nog één keer ga ik naar David in 2 Samuël 22. Hij gebruikt grote woorden:
“Die God, die mijn sterke veste is
en mijn weg effen maakt”[8].
Dat lijkt theatraal. Te zweverig. Los van de wereld.
Maar dat is gezichtsbedrog.
Want met de kerk gaat het goed. Wat er ook gebeurt. Wie goed kijkt en luistert, ziet in de kerk voorproefjes van het hemelleven!

Noten:
[1] Heidelbergse Catechismus – Zondag 22, antwoord 57.
[2] Heidelbergse Catechismus – Zondag 22, antwoord 58.
[3] 2 Samuël 22:7-11.
[4] Exodus 20:18-21.
[5] Richteren 5:4.
[6] Heidelbergse Catechismus – Zondag 22, antwoord 58.
[7] Zie: B. Telder, “Sterven… en dan? – Gaan de kinderen Gods, wanneer zij sterven, naar de hemel?”. – Uitgeverij Kok, 1960. – 204 p.
Mevrouw J. Wiskerke-van Dooren – de echtgenote van de Gereformeerd-vrijgemaakte predikant J.R. Wiskerke – publiceerde een persoonlijke herinnering aan de tijd waarin voornoemd boek gepubliceerd werd. Zie http://www.wiskerkevandooren.nl/artikelen/persoonlijke-herinneringen/dominee-telder-en-de-zielenslaap/ . Geraadpleegd op woensdag 25 november 2015.
[8] 2 Samuël 22:33.

24 juli 2014

Een wolkeloze morgen

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , , , , , , ,

‘Moet je kijken… geen wolkje aan de lucht’.
Dat hoorde ik gisteren, zo tegen een uur of 10, een meisje roepen. Het gebeurde op een veld van een camping te Rheeze. De zon scheen uitbundig. De campinggasten wandelden en fietsten ontspannen de dag in[1].
De waarneming van het meisje klopte.
Het mooie weer leek fel te contrasteren met de dag van nationale rouw die Nederland gisteren beleefde. De dag van nationale rouw – vanwege de ramp met de MH17[2].

Geen wolkje aan de lucht – die situatie wordt ook in Gods Woord beschreven.

David heeft het erover, aan het einde van zijn leven.
In 2 Samuël 23 zegt hij:
“De Geest des HEREN spreekt door mij,
zijn woord is op mijn tong;
Israëls God spreekt,
Israëls Rots zegt tot mij:
Een rechtvaardige heerser over de mensen,
een heerser in de vreze Gods,
hij is als het morgenlicht bij het opgaan der zon,
een morgen zonder wolken:
door de glans na de regen
spruit jong groen uit de aarde”[3].

De Heilige Geest heeft in Davids hart een woning gemaakt[4]. Dat deed Hij toen David in 1 Samuël 16 tot koning werd gezalfd: “Van die dag af greep de Geest des HEREN David aan”[5].
Maar nu gebeurt er iets heel bijzonders.
David kondigt het af: wat hij nu uitspreekt, dat heeft hij niet zelf bedacht. Op dit moment is hij de mond van de Here. Hij is een profeet. Hij spreekt woorden van de Here uit.

De Here zegt: een machthebber die de Here vreest is te vergelijken met de helderheid die te zien is met het morgenlicht bij het opgaan van de zon. Zo’n regeerder doet onder meer denken aan een wolkeloze ochtend. De zon heeft dan alle kans om te schijnen.
Debora en Barak zingen in Richteren 5: “…die Hem liefhebben zijn als de opgaande zon in haar kracht”[6].
Niet alleen machthebbers laten het leven oplichten. Ieder mens die de Here vreest werpt nieuw licht op het aardse leven.

Dat klinkt allemaal prachtig.
Maar hoe kan dat allemaal?
Zondige mensen en een wolkeloze ochtend: zijn die wel verenigbaar?
Toch wel.
Want in 2 Samuël 23 staat ook:
“Toch heeft Hij mij een eeuwig verbond gegeven,
geordend in alles en verzekerd.
Want al mijn heil en alle welbehagen,
zou Hij die niet laten uitspruiten?”[7].
Nee, David vindt van zich zelf niet dat hij in zijn leven zo’n wolkeloze ochtend is: “Maar niet alzo mijn huis bij God!”[8]. Echter: de Here maakt het leven wolkeloos. In 2 Samuël 7 had Hij al tegen David gezegd: Salomo “zal mijn naam een huis bouwen, en Ik zal zijn koninklijke troon voor immer bevestigen”. Voor immer. De Statenvertaling heeft daar: “Die zal Mijn Naam een huis bouwen; en Ik zal de stoel van zijn koninkrijk bevestigen tot in eeuwigheid”[9]. Op die manier worden wij doorverwezen naar Jezus Christus.

De Farizeeën weten het in Mattheüs 22 wel: Christus is Davids Zoon. Die aanduiding heeft voor de Joodse kerkleiders een nationale en politieke betekenis.
Maar Jezus zegt dan Zelf: “De Here heeft gezegd tot mijn Here: Zet U aan mijn rechterhand, totdat Ik uw vijanden onder uw voeten gelegd heb”[10]. Met andere woorden: Jezus Christus heeft een hemelse, Goddelijke oorsprong; Hij heeft ook nog een roeping in de hemel.
Hij is de Koning die regeert!
Tot in eeuwigheid!

Een wolkeloze ochtend heeft ons, als u het mij vraagt, iets te zeggen.
Een heldere dag vertelt ons dat we verder moeten kijken dan onze eigen sores.
Een wolkeloze hemel deelt ons mede dat er meer is dan de dag van nationale rouw die wij gisteren beleefden.
Een mooie zomerdag leert ons om op de toekomst gericht te zijn. Nee, niet alleen op het werk dat wacht. Nee, niet alleen op het kerkelijk seizoen dat, zo de Here wil, in september aanstaande weer beginnen gaat.
Maar op de toekomst waarin niets die wolkeloze hemel bederven kan.

David had het er al over.
Dus waarom zouden wij er niet over spreken en schrijven?

Noten:
[1]
Mijn vrouw en ik zijn in het rijke bezit van een caravan op camping ‘De Oldemeyer’ te Rheeze, een dorp bij het Overijsselse Hardenberg. Daar genieten wij van het mooie zomerweer dat de Here ons momenteel geeft.
[2] Naar aanleiding van die gebeurtenis schreef ik mijn artikel ‘Ramp’, hier gepubliceerd op maandag 21 juli 2014. Het artikel is te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2014/07/21/ramp/ .
[3] 2 Samuël 23:2, 3 en 4.
[4] In dit artikel gebruik ik onder meer de webversie van de Studiebijbel.
[5] 1 Samuël 16:13.
[6] Richteren 5:31.
[7] 2 Samuël 23:5 b.
[8] 2 Samuël 23:5 a.
[9] 2 Samuël 7:13.
[10] Mattheüs 22:44.

26 juni 2014

Het levenseinde van Achitofel

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , ,

Onze persoonlijke geschiedenis maakt deel uit van de wereldgeschiedenis[1].
Soms hebben wij het in ons dagelijks leven over onze keuzes. Onze eigen keuzes, dus. Daarbij mogen wij, Gereformeerden van 2014, nooit vergeten dat wij door Gods Heilige Geest worden aangestuurd.

Maar wat moeten we, het bovenstaande overdenkend, aan met de zelfmoorden die in de Bijbel beschreven worden? U kent ze misschien wel:
Simson; Richteren 16
Saul; 1 Samuël 31
koning Zimri; 1 Koningen 16
Judas; Mattheüs 27.
En dan is er nog de zelfmoord van Achitofel in 2 Samuël 17.

Daar staat het zo beschreven.
“Toen Achitofel zag, dat zijn raad niet was opgevolgd, zadelde hij de ezel, begaf zich op weg en ging naar zijn huis, naar zijn stad; hij trof beschikkingen voor zijn huis en verhing zich. Zo stierf hij, en hij werd begraven in het graf van zijn vader”[2].
Wat doet een levenslustige Bijbellezer met zo’n keiharde mededeling?

De situatie in 2 Samuël 17 is, kort gezegd, deze.
Absalom volgt de raad van Husai op. Daarmee gaat hij zijn ondergang tegemoet. Om met Gods Woord te spreken: “Want de HERE had beschikt, dat de goede raad van Achitofel teniet gedaan zou worden, opdat de HERE onheil over Absalom zou brengen”[3].
Heeft Achitofel doorzien wat hij heeft gedaan? Heeft hij begrepen hoe doelloos en heilloos zijn adviezen aan Absalom waren?
De Gereformeerd-vrijgemaakte Ds. C. Stam (1913-2006) veronderstelt dat Achitofel – als grootvader van Bathseba – het niet kon verkroppen dat David na de zonde met Bathseba bleef leven en zelfs koning bleef[4].

Hoe dat zij: wat doet een levenslustige Bijbellezer met zelfmoorden in de Bijbel?
Wat doet een rechtgeaard Gereformeerd mens bijvoorbeeld met 2 Samuël 17?
Wat wil de Here ons daarmee leren?

Het moet helder zijn dat in Gods Woord de ene zelfmoord de andere niet is.
Neem nu Saul. Hij doodt zichzelf uit angst en eergevoel. Hij wil niet door een onbesnedene worden gedood.
Achitofel heeft de gave om goede adviezen te geven; maar met de crisis in zijn eigen politieke loopbaan kan hij niet omgaan.
Alleen daarom al moeten wij maar niet al te snel vergelijkingen maken tussen suïcide in de Bijbel en zelfmoord – en de neiging daartoe – bij gelovigen in de eenentwintigste eeuw.

Laat ik zeven gedachten omtrent deze moeilijke zaken op een rij zetten. Dat doe ik overigens met grote terughoudendheid. Het is immers een uiterst teer onderwerp.

1.
Het is duidelijk dat zich rond alle zelfmoorden die in de Bijbel vermeld worden, aangrijpende situaties aan de orde zijn.

2.
In geen van de ‘zelfmoordgeschiedenissen’ die we in de Bijbel aantreffen, horen we wat de eeuwige bestemming van de betrokkenen is. De Here licht ons daar niet over in. De Schrift zwijgt daarover. Het past ons daarom om op dit gebied geen bindende uitspraken te doen.

3.
Achitofel was, in eerste instantie althans, de raadsman van David. Eigenlijk had de adviseur een grote invloed in heel de familie. Zie 1 Samuël 16: “De raad nu, die Achitofel gaf, woog in die dagen even zwaar als wanneer men een woord Gods gevraagd had; zó zwaar woog elke raad van Achitofel zowel bij David als bij Absalom”[5].
Wie de geschiedenis van die familie overziet, ontdekt aardig wat donkere tijden:
* overspel met Bathseba – zie 2 Samuël 11
* een zoon van David, Amnon, verkracht Tamar – zie 2 Samuël 13.
* Achitofel, die dus meegaat in het kwaad
enzovoort.
Mensen zijn op zichzelf gericht. Ze geven, soms bijna willoos, toe aan allerlei begeerten. Ze zijn belust op rijkdom.
Toch is David een geloofsgetuige. Leest u maar mee in Hebreeën 11: “En wat moet ik nog verder aanvoeren? Immers, de tijd zou mij ontbreken, als ik ging verhalen van Gideon, Barak, Simson, Jefta, David en Samuël en de profeten, die door het geloof koninkrijken onderworpen, gerechtigheid geoefend, de vervulling der belofte verkregen hebben, muilen van leeuwen dichtgesnoerd, de kracht van het vuur gedoofd hebben (…) Ook deze allen, hoewel door het geloof een getuigenis aan hen gegeven is, hebben het beloofde niet verkregen, daar God iets beters met ons voor had, zodat zij niet zonder ons tot de volmaaktheid konden komen”[6].
Hier geldt, dunkt mij, dat bekende woord van Psalm 130:
“Maar nee, daar is vergeving
bij U altijd geweest,
opdat U in ons leven
eerbiedig wordt gevreesd”[7].

4.
Mede gezien het bovenvermelde is het, denk ik, mogelijk dat suïcide geen onvergeeflijke zonde is. Het zou best zo kunnen zijn dat Gods kinderen die zelfmoord plegen, toch behouden worden[8].

5.
De geschiedenis van Achitofel maakt eens te meer duidelijk dat God ook het kwaad regeert[9]. In 2 Samuël 17 staat expliciet dat God het zo regelde dat Absalom en alle mannen van Israël de raad van Achitofel naast zich neerlegden.
Ook vandaag mogen we, in alle ernstige en levensbedreigende situaties in het leven, blijven belijden: de Here heeft alle macht, in de hemel en op de aarde. Hij is present. Hij leidt de geschiedenis naar haar eindpunt. En inderdaad – die leiding gaat dwars door onze dieptepunten heen.
Daarbij mogen we ons – hier op aarde – altijd optrekken aan de Nederlandse Geloofsbelijdenis, waarin we belijden: “Wij geloven dat deze goede God, nadat Hij alle dingen geschapen had, ze niet aan zichzelf heeft overgelaten, of aan het toeval of het lot heeft prijsgegeven, maar ze overeenkomstig zijn heilige wil zo leidt en regeert, dat in deze wereld niets gebeurt zonder zijn beschikking. Toch is God niet de bewerker van de zonde die gedaan wordt, en evenmin draagt Hij er de schuld van. Want zijn macht en goedheid zijn zó groot en gaan ons begrip zó te boven, dat Hij zijn werk zeer goed en rechtvaardig beschikt en doet, ook al handelen de duivelen en goddelozen onrechtvaardig”[10].

6.
Onze persoonlijke geschiedenis maakt deel uit van de wereldgeschiedenis.
Dat was de inzet van dit artikel.
Wij mogen dat, naar mijn inzicht, nimmer vergeten.
Soms besluipt ons wellicht een legioen vraagtekens. Wat doet mijn leven er hier op aarde nog toe? Kan ik niet gemist worden? Wat is mijn taak hier op aarde nog? Hoe moet het verder met mij?
Eén ding is zeker: een goede levenskoers is van levensbelang!
En daarmee bedoel ik: in ons bestaan moet het leven volgens Gods wet op de voorgrond staan. Het Evangelie vertelt ons dat dat ook mogelijk is. Wij zijn daartoe in staat door het werk van de Heilige Geest. Aan Gods hand mogen wij door de wereld gaan.
Dan komen wij goed terecht.
Ook al is het donker om ons heen.
Ook al zien wij er geen gat meer in.

7.
De naam Achitofel betekent waarschijnlijk: broeder der dwaasheid, smakeloosheid, goddeloosheid[11].
Maar anno Domini 2014 mag de kerk Christus prediken “de kracht Gods en de wijsheid Gods. Want het dwaze van God is wijzer dan de mensen en het zwakke van God is sterker dan de mensen”[12]!

Noten:
[1] Dit artikel is een uitwerking van een ‘weeknotitie’ die ik op 20 september 1996 schreef. Die notitie heeft het volgnummer 489.
[2] 2 Samuël 17:23.
[3] 2 Samuël 17:14.
[4] C. Stam, Schets IX op 2 Samuël (oktober 1982), pagina d.
[5] 1 Samuël 16:23.
[6] Hebreeën 11:32, 33, 34, 39 en 40.
[7] Psalm 130:2 (berijmd; Gereformeerd Kerkboek).
[8] Zie hierover ook: Michiel Bakker, “De afscheidsbrief lag klaar”. In: katern PuntKomma, bijlage bij het Reformatorisch Dagblad (16 februari 2013), p. 2. Ook te vinden op www.digibron.nl .
[9] Zie hierover ook: G.R. van Leeuwen, “Guido de Brès – De Nederlandse Geloofsbelijdenis – 9 (artikel 13-1)”. In: De Wachter Sions (3 november 2011), p. 5. Ook te vinden op www.digibron.nl .
[10] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 13.
[11] Zie: Dr. H. Mulder, “Klein lexicon van bijbelse namen”. – Kampen: Uitgeverij Kok, 1982. – 132 p. Achitofel is te vinden op p. 18. En http://nl.wikipedia.org/wiki/Achitofel .
[12] 1 Corinthiërs 1:24 en 25.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.