gereformeerd leven in nederland

12 april 2021

Wie laag staat wordt verhoogd

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Wie hoog staat kan laag vallen – dat is in de afgelopen tijd wel gebleken.
In de verkennersfase voor een nieuw kabinet kwamen documenten naar buiten waaruit bleek dat een aantal hooggeplaatsten een bedenkelijke rol speelde. En nee, het is niet de eerste keer dat regeerders en parlementariërs in een kwaad daglicht kwamen te staan.
Momenteel wordt te ‘s-Gravenhage wantrouwen met een hoofdletter W geschreven.
Regeren is mooi, maar evenzeer kwetsbaar. Macht hebben is prachtig, maar alles kan zomaar bij de handen afbreken.

Ook Gods kinderen gaan regeren. In 2 Timotheüs 2 lezen wij: “Als wij volharden, zullen wij ook met Hem regeren. Als wij Hem verloochenen, zal Hij ons ook verloochenen”[1].
Bij dat volharden moeten wij vooral denken aan het verdragen van verdrukkingen. Kerkmensen moeten kritiek aanhoren. Dat is al eeuwen zo. In 2021 is dat niet anders. Op smaad en spot mogen we gerust reageren. Maar dat moet dan wel op waardige wijze gebeuren.

Waardig – dat wil in de kerk zeggen: gelovend dat de redding die de Here Jezus Christus bewerkt heeft ook voor ons is.

Waardig – dat wil in de kerk zeggen: wij concentreren ons op het leven met God. De zorg om het levensonderhoud is niet zo groot. Dat komt wel goed. Niet voor niets schrijft Paulus in 2 Timotheüs 2: “Lijd verdrukkingen als een goed soldaat van Jezus Christus. Niemand die in het leger dient, wordt verwikkeld in de zaken van het levensonderhoud, opdat hij hem kan behagen die hem voor de krijgsdienst aangenomen heeft”[2].

Waardig – dat wil in de kerk zeggen: levend naar de wetten en regels die de God van hemel en aarde heeft gegeven. Zeg maar: leven volgens de tien woorden van Gods verbond. In die verbondsregels staat, zoals bekend, onder meer: “U zult niet doodslaan. En u zult geen overspel plegen. En u zult niet stelen. En u zult geen vals getuigenis spreken tegen uw naaste”[3]. In 2 Timotheüs 2 noteert Paulus: “En ook als iemand aan een wedstrijd deelneemt, krijgt hij geen krans als hij de spelregels niet in acht heeft genomen”[4]. Wat komt ervan als die regels niet geëerbiedigd worden? Dan ontstaat er op de lange duur een situatie die verdacht veel op chaos lijkt. Als niet wordt teruggegrepen op het Woord, gaan mensen die tegenover elkaar zijn komen te staan eigen oplossingen zoeken. En dat loopt lang niet altijd goed af.

Waardig – dat wil in de kerk zeggen: wij gebruiken de wijsheid die God ons gegeven heeft. Wie nadenkt over een oplossing voor moeilijke vraagstukken laat daarbij, als het goed is, Gods Woord steeds op de voorgrond staan. Paulus zit in 2 Timotheüs 2 op dezelfde lijn: “Denk na over wat ik zeg, maar laat de Heere u inzicht geven in alle dingen”[5].

Waardig – dat wil in de kerk zeggen: als er geen makkelijke oplossingen zijn, gaan we terug naar het Paasevangelie. In deze wereld zijn er massa’s dingen die niet gemakkelijk aan de kant te schuiven zijn. Er zijn situaties die men niet van de ene op de andere dag veranderen kan. Er zijn omstandigheden waar wij maar wát graag uit zouden willen stappen, terwijl dat niet mogelijk is. Er zijn moeilijke momenten waarin wij het uitroepen: hoe moet dit nu toch verder?
Dan is er het Evangelie van het lijden en de opstanding van onze Heiland. Paulus schrijft: “Houd in gedachten dat Jezus Christus uit de doden is opgewekt, uit het nageslacht van David, overeenkomstig mijn Evangelie. Daarvoor lijd ik verdrukkingen en draag zelfs boeien als een misdadiger. Maar het Woord van God is niet gebonden. Daarom verdraag ik alles ter wille van de uitverkorenen, opdat ook zij de zaligheid in Christus Jezus zouden verkrijgen, met eeuwige heerlijkheid”[6].

Het gaat dus om de blijde Boodschap van de opgestane Christus. In een welhaast dolgedraaide samenleving vinden wij, als het goed is, daarin onze rust.
Wie hoog staat kan laag vallen – inderdaad. Maar in de kerk is het vooral ook andersom: wie laag staat, wordt verhoogd.
Dat merken wij bijvoorbeeld in Lucas 1, als Maria, de moeder van Jezus, zingt over het einde van de macht van onderdrukkers: “Hij heeft machtigen van de troon gestoten en nederigen heeft Hij verhoogd”[7].
Wij zien het nog wat duidelijker in Johannes 12, waar Jezus aankondigt: “Nu wordt het oordeel over deze wereld voltrokken, nu zal de vorst van deze wereld buitengeworpen worden. En Ik, als Ik van de aarde verhoogd ben, zal allen naar Mij toe trekken”[8]. Gods kinderen zijn onderweg naar de hemel. Ons leven gaat zich op een ander niveau afspelen!

In de wereld om ons heen gaat het nogal eens wanordelijk toe. En die chaos strekt zich soms uit tot in het Nederlandse parlement; dat bleek hierboven al. In die leefomgeving mag de kerk Gods Woord blijven naspreken: “Als wij ontrouw zijn, blijft Hij getrouw. Hij kan Zichzelf niet verloochenen”[9].

Noten:
[1] 2 Timotheüs 2:12.
[2] 2 Timotheüs 2:3 en 4.
[3] Deuteronomium 5:17-20.
[4] 2 Timotheüs 2:5.
[5] 2 Timotheüs 2:7.
[6] 2 Timotheüs 2:8, 9 en 10.
[7] Lucas 1:52.
[8] Johannes 12:31 en 32.
[9] 2 Timotheüs 2:13.

27 oktober 2020

Het tegengif voor schaamte

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Paulus schrijft aan Timotheüs: geef het Evangelie vooral door! Laten betrouwbare en geloofwaardige mensen de blijde Boodschap doorvertellen. Die blijde Boodschap wordt niet zomaar geaccepteerd. Die wordt nogal eens tegengesproken. Het is niet makkelijk om met zulke tegenspraak om te gaan. Maar dat lukt wel als we bedenken dat Jezus Christus voor onze zonden is gestorven!
Ja, vanwege de verkondiging van dat Evangelie moet ook de apostel Paulus lijden ondergaan. Het lijkt wel alsof Paulus een misdadiger is. Hij zit in de boeien en kan dus geen kant op. Maar Paulus is kristalhelder: lever de waarheid nooit in! Want de toekomst lonkt. De hemelse toekomst komt eraan. Kinderen van God hebben dus een groots perspectief!

Het hoeft geen betoog dat, gelet op die schitterende toekomst, allerlei aardse discussies niet zo nuttig meer zijn. 
Het gaat er eenvoudigweg om de Here God te dienen. In de Bijbel klinkt dat zo: “Beijver u om uzelf welbeproefd voor God te stellen, als een arbeider die zich niet hoeft te schamen en die het Woord van de waarheid recht snijdt”[1].

De Evangelieverkondiger hoeft zich niet te schamen.
In onze tijd is het belangrijk om dat met enige nadruk vast te stellen. Want er is nogal wat schaamte in de wereld, vandaag de dag. Over het slavernijverleden. Over de tijd van de Verenigde Oost-Indische Compagnie waarin men – naar men zegt – 50.000 slaven verhandelde[2]. Over het gebrek aan tolerantie in Nederland. Over de Neêrlandse politiek. Over de omgangsvormen in Nederland. Over het asielbeleid. Over het beleid ten aanzien van het milieu[3]. En over nog veel meer dingen.

Wat kan men met die schaamte doen?
Men kan openheid van zaken geven. Openheid helpt. Openheid is het tegengif voor schaamte.
Maar er is meer.
Dat zal hieronder blijken.

Het is niet zo lang geleden. Een interviewer vraagt aan de Engelse journaliste en romanschrijfster Elizabeth Day – geboren in 1978 –: “Uw personages worstelen nogal eens met gevoelens van schaamte. Ik las dat u eens hebt gezegd: ik ben de schaamte voorbij. Maar schaamte kan op zijn tijd toch heel nuttig en terecht zijn?”.
Zij antwoordt: “Ja, zeker. Als je iemand vermoordt, zou je schaamte moeten voelen. Maar in onze cultuur is schaamte ook vaak misplaatst, en dat wordt versterkt door de online wereld van sociale media. Daar presenteren we graag het perfecte plaatje van onszelf. De druk die daarvan uitgaat, zorgt ervoor dat het moeilijker is om imperfectie te aanvaarden. Schaamte doet mensen zwijgen, dat vind ik vooral moeilijk. Mensen die zich schamen gaan geloven dat ze niet het recht hebben om gehoord te worden. En dan worden die gevoelens destructief. Ik voelde me lange tijd falen als vrouw omdat het me niet lukte kinderen te krijgen. Ik heb drie miskramen gehad. Daar durfde ik eerst niet over te praten, omdat ik me schaamde. Maar ik heb gemerkt dat openheid het tegengif voor schaamte is. Zodra ik open besloot te zijn, toonden anderen ook hun kwetsbaarheid en ontstond er verbinding. Het heeft me geholpen te groeien als mens”.
Even verder in het interview stelt Elizabeth: “‘Er zijn mensen die heel rationeel naar de wereld kijken, en die menen dat alles uiteindelijk met wetenschap te verklaren is. Maar dat denk ik niet. Ik denk dat we als mensen fundamenteel imperfecte wezens zijn. We zijn niet verlicht genoeg om alles te begrijpen. En toch ben ik hoopvol over de mens, omdat ik geloof dat er een kracht is die ons leidt. Ik aarzel om het woord ‘God’ te gebruiken, omdat er zoveel connotaties aan kleven die ik niet deel. Maar ik heb wel geloof, vertrouwen’”[4].

Het leven wordt makkelijker voor wie zijn moeilijkheden bespreekbaar maakt. Perfect wordt het nooit. Maar er is een kracht die ons leidt.
Aldus Elizabeth Day.
Gereformeerde mensen mogen meer zeggen. Jazeker, zij schamen zich ook. Want God heeft mensen goed en naar Zijn beeld geschapen. “Maar de mens heeft zichzelf en al zijn nakomelingen, op ingeving van de duivel en door moedwillige ongehoorzaamheid, van deze gaven beroofd”[5].
Gereformeerde mensen kijken echter voorbij die schaamte.
Want zij kennen 2 Timotheüs 2. En zij mogen elkaar eraan herinneren dat Paulus daar ook schrijft: “Toch blijft het vaste fundament van God staan, met dit zegel: De Heere kent wie van Hem zijn, en: Ieder die de Naam van Christus noemt, moet zich ver houden van de ongerechtigheid. Maar in een groot huis zijn niet alleen voorwerpen van goud en van zilver, maar ook van hout en aardewerk. Sommige zijn voor eervol, maar andere voor oneervol gebruik. Als iemand zich dan hiervan reinigt, zal hij een voorwerp zijn voor eervol gebruik, geheiligd en van veel nut voor de Heere, voor elk goed werk gereedgemaakt”[6].
Jazeker – mensen hebben van alles om zich over te schamen. Gereformeerde mensen worden daar bij tijden diepongelukkig van. Maar wie een volgeling van Jezus Christus is, mag weten dat hij klaar wordt gemaakt voor elk goed werk. En dat is nog niet alles. Want hij kent de heilige Schriften die hem wijs maken tot zaligheid[7].
Die kennis is het beste tegengif voor schaamte!

Noten:
[1] 2 Timotheüs 2:15.
[2] Zie https://nl.wikipedia.org/wiki/Vereenigde_Oostindische_Compagnie ; geraadpleegd op vrijdag 23 oktober 2020.
[3] Zie hierover https://www.adformatie.nl/targeting-segmentatie/nederlandse-trots-en-schaamte-top-5 ; geraadpleegd op vrijdag 23 oktober 2020.
[4] Geciteerd uit: ‘En toch ben ik hoopvol over de mens’. In: Gulliver, bijlage bij het Nederlands Dagblad, vrijdag 23 oktober 2020, p. 4 en 5. Het interview wordt gehouden vanwege het verschijnen van ‘Schaduwstad’; de Nederlandse vertaling van ‘Paradise City’, een roman uit 2015. De interviewer is Maurice Hoogendoorn, eindredacteur van Gulliver.
[5] Geciteerd uit de Heidelbergse Catechismus – Zondag 4, antwoord 9.
[6] 2 Timotheüs 2:19, 20 en 21.
[7] Zie 2 Timotheüs 3:14 en 15: “Blijft u echter bij wat u geleerd hebt en waarvan u verzekerd bent, omdat u weet van wie u het geleerd hebt, en u van jongs af de heilige Schriften kent, die u wijs kunnen maken tot zaligheid, door het geloof dat in Christus Jezus is”.

2 juni 2020

De puntjes op de i

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

In de kerk mogen en moeten we de puntjes op de i zetten. Dat is niet zo in de mode. Wie allerlei puntjes op de i zet wordt al gauw voor een scherpslijper versleten. Die scherpslijpers wordt verzocht om zich erin te trainen om wat rustiger te leven, en wat milder op allerlei al of niet vermeende misstanden te reageren.

Waarschijnlijk wordt Timotheüs in de ogen van velen ook een scherpslijper. Leest u maar mee in 2 Timotheüs 1: “Houd u aan het voorbeeld van de gezonde woorden, die u van mij gehoord hebt, in geloof en liefde, die in Christus Jezus zijn. Bewaar door de Heilige Geest, Die in ons woont, het goede pand, dat u toevertrouwd is”[1].
In onzichtbare letters staat hierbij: ‘Prioriteit: hoog’. En: ‘Spoed!’. En: ‘Dringend!’.
Waarom?
Een exegeet schrijft: “Uit de werkwoordsvorm phulaxon -bewaar! gebiedende wijs- (…) kunnen we afleiden dat Timotheüs aan dit bevel direct moest voldoen. Kennelijk waren in de omgeving van Timotheüs dwaalleraars actief en moest hij de gezonde leer tegenover hun valse leer stellen (…). Timotheüs moet deze opdracht uitvoeren in de kracht van ‘de Heilige Geest die in ons woont’”[2].
Timotheüs krijgt hier geen vrijblijvende boodschap. Hij moet aan de slag gaan. Er is werk aan de winkel.

Het zelfstandig naamwoord (…) parakatatheke betekent ‘het toevertrouwde, pand, deposito’. Het is afgeleid van para-kata-tithemi ‘iets bij iemand neerleggen’ (…), zodat het eigenlijk betekent ‘(het) bij (iemand) neergelegde’[3].
Denkt u maar even aan het spaar- of termijndeposito, zoals dat in het bankwezen bekend is. In die situatie zet je een bepaald bedrag ‘vast’ bij een bank tegen een vooraf afgesproken periode en rente.
Welnu – Timotheüs moet meteen aan het werk met de blijde Boodschap. Die moet verkondigd worden. Dat zal een hoge rente opleveren. Geen aardse rente, maar de hemelse heerlijkheid: een werkelijkheid die nimmer meer eindigen zal!

Nee, Timotheüs hoeft niet koortsachtig op zoek te gaan naar mentale spankracht.
Terecht schrijven de kanttekenaren van de Statenvertaling bij deze tekst: “Dit doet hij daarbij, opdat Timotheüs deze bewaring niet aan zichzelven of aan zijn krachten zou toeschrijven, alzo dit in ons een werk en gave des Heiligen Geestes is” [4]. De verklaarders verwijzen daarbij naar Romeinen 15 en 1 Corinthiërs 12.
In Romeinen 15 staat te lezen: “De God nu van de hoop moge u vervullen met alle blijdschap en vrede in het geloven, opdat u overvloedig bent in de hoop, door de kracht van de Heilige Geest”[5]. In 1 Corinthiërs 12 schrijft de apostel Paulus: “Daarom maak ik u bekend dat niemand die door de Geest van God spreekt, zegt: Jezus is een vervloekte. Ook kan niemand zeggen: Jezus is Heere, dan door de Heilige Geest”[6].
Timotheüs krijgt dus kracht van de Heilige Geest.
Die kracht wordt aan al Gods kinderen gegeven.

Het is al een jaar of zeven geleden dat een Gereformeerd-vrijgemaakte predikant naar aanleiding van 2 Timotheüs 1 schreef: de Bijbel belooft niet “dat wanneer je de Heilige Geest vraagt om meer van zijn werking in je leven, je er een scheut Geesteswerking bij krijgt. De Heilige Geest is (…) geen fles wijn: ik heb een deciliter, jij drie en zij vast een halve liter van zijn werking. De uitdrukking meer van de Geest kan niet snel genoeg in het vergeetboek raken”.
De predikant noteerde erbij: “Dat betekent dat ík aan de bak moet. Ik, samen met mijn medegemeenteleden. Strijden heet dat in de Bijbel. Windtegen accepteren, geduld oefenen, hoogte- en dieptepunten, goede en moeilijke jaren samen doormaken, volharding. (….) Hoe hard er ook wordt geroepen over meer van de Geest, tot Christus terug is leven we in het spanningsveld tussen het reeds van zijn overwinning en het nog niet van het einde. Het is altijd én-én in de Bijbel: de Geest wil in je wonen én je hebt je leven lang tegen de wet van mens te strijden, hoeveel gaven en kwaliteiten je verder ook mag ontvangen.
Méér van de Geest is niet nodig, het is al zo veel”[7].

Vandaag de dag wordt het werk van de Heilige niet zelden in verband gebracht met oecumene. Vaak ook met verkeerde, valse oecumene.
Dat blijkt onder meer uit een bericht dat op woensdag 27 mei jl. in het Nederlands Dagblad stond. Citaat: “Paus Franciscus ‘deelt het gezonde ongeduld van hen die soms denken dat we meer kunnen en moeten doen’ op het vlak van de oecumene. Hij spreekt over een ‘onherroepelijke verbintenis’ aan de oecumenische zaak. Paus Franciscus schreef de tekst ter gelegenheid van de 25e verjaardag van de oecumene-encycliek Ut Unum Sint van paus Johannes Paulus II. Het schrijven van Franciscus kreeg de vorm van een brief aan kardinaal Koch, de voorzitter van de Pauselijke Raad voor de Eenheid van de Christenen. Franciscus wees er verder op dat de encycliek van zijn voorganger werd gepubliceerd aan de vooravond van Hemelvaart, ‘onder het teken van de Heilige Geest, de schepper van eenheid in verscheidenheid’.
Franciscus wijst verder op de groeiende wederzijdse kennis en waardering tussen kerken en wijst op de vele positieve stappen om ‘de wonden van eeuwen en millennia te helen’. Hij kondigde bovendien voor het najaar de publicatie van een oecumenisch handboek voor bisschoppen aan”[8].
Jazeker, de paus wijst op het teken van de Heilige Geest, de schepper van eenheid in verscheidenheid. Intussen is de paus hoofd van het kerkgenootschap waar nog altijd eucharistievieringen zijn. Eucharistie – wat betekent dat? “De eucharistie is een heilige maaltijd, waarin christenen Jezus herdenken. Zij geloven dat de joodse man Jezus van Nazareth hen de weg naar God wijst. Door Hem in herinnering te roepen, komt Hij in hun midden”[9]. Een andere verklaring, in dezelfde trant, luidt: “De kruisdood van Jezus is het offer dat Hij voor het heil van de mensheid heeft gebracht. Als de priester dit offer in de eucharistie gedenkt, wordt het opnieuw – zonder bloed! – tegenwoordig gesteld en krijgen wij deel aan de verlossende kracht, in het hier en nu”[10].
Ziet u dat? Blijkbaar is de aanwezigheid van de Heilige Geest in onze harten niet genoeg. Er moet nog een menselijke eucharistie bij. Pas als aan die eucharistieviering wordt deelgenomen krijgt men blijkbaar deel aan Christus’ verlossingswerk!
Er zijn heel wat zich gereformeerd noemende mensen die zich best thuis voelen bij de sfeer in de Rooms-katholieke kerken. Terwijl er daar ten principale iets ontspoort: mensen kunnen en/of moeten klaarblijkelijk nog iets aan het Goddelijke werk toevoegen.
Toenadering tussen Gereformeerden en roomsen? Eigenlijk is dat heel merkwaardig!

Spreek gezonde woorden, schrijft Paulus aan Timotheüs.
Anno Domini 2020 heeft die stimulans ook voor ons nog niets van zijn actualiteit verloren.

Noten:
[1] 2 Timotheüs 1:13 en 14.
[2] Geciteerd uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij 2 Timotheüs 1:14.
[3] Geciteerd uit de onlineversie van de Studiebijbel; woordstudie parakatatheken.
[4] Kanttekening bij 2 Timotheüs 1:14.
[5] Romeinen 15:13.
[6] 1 Corinthiërs 12:3.
[7] Adrian Verbree, “Meer van de Geest”. In: NDZeven, bijlage bij het Nederlands Dagblad, zaterdag 27 juli 2013, p. 10. Dominee A.H. Verbree is momenteel predikant van de Gereformeerde kerk (vrijgemaakt) in Hardenberg-Baalder.
[8] “Paus is vol ongeduld voor eenheid”. In: Nederlands Dagblad, woensdag 27 mei 2020, p. 9.
[9] Geciteerd van https://www.kro-ncrv.nl/katholiek/encyclopedie/e/eucharistie ; geraadpleegd op woensdag 27 mei 2020.
[10] Geciteerd van http://www.venstersopkatholiekgeloven.nl/hoofdartikelen/viering-van-de-eucharistie/ ; geraadpleegd op woensdag 27 mei 2020.

29 april 2020

Permanent alert

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Proclameer het Evangelie!
Bazuin het maar rond, zo hard als je kan!

Paulus schrijft die woorden aan zijn jonge medewerker Timotheüs. Ze staan in 2 Timotheüs 4.

Paulus noteert nog meer.
Misschien willen de mensen niet naar dat Evangelie luisteren, merkt hij op. Maar de mensen moeten Gods blijde boodschap wel kennen. Waarom? Omdat ooit het moment zal aanbreken waarop Jezus Christus, de Heiland, weer naar de aarde zal komen. Dan zal Hij over het werk van alle mensen een oordeel vellen.

De brief van de apostel Paulus is ernstig van toon.
En het wordt nog zwaarder. Nog kritischer.
Massa’s mensen gaan achter leiders aanlopen die zij zelf uitzoeken. De waarheid van het Evangelie? – daar hebben zij geen zin meer in. Nee, zij werken liever hun eigen religieuze ideeën uit. Ze werken ’t liefst aan eigen godsdienstige vormen.
Paulus zegt: Timotheüs, jongen, trek je daar vooral niks van aan. Ga maar gewoon door met je evangelisatiewerk, wat er ook gebeurt.
Paulus schrijft ook over zichzelf. Ik ben, schrijft hij, aan het einde van mijn leven gekomen. Ergens in de 60 is hij. En Paulus is bijna bij de aardse eindstreep. Maar de apostel weet het zeker: de Here zal hem belonen voor zijn werk en zijn trouw.
Heel veel medewerkers hebben hem verlaten. In Paulus’ leven is dat wel vaker voorgekomen. Toen hij bij de keizer moest komen was er ook niemand die hem hielp. Maar – ondanks alles – heeft hij altijd het Evangelie kunnen verkondigen. En Paulus weet het zeker: “En de Heere zal mij bevrijden van alle boze opzet en mij verlossen tot de komst van Zijn hemels Koninkrijk. Hem zij de heerlijkheid tot in alle eeuwigheid. ​Amen”[1].

Wat heeft dit alles ons, anno Domini 2020, te zeggen?
In ieder geval dit. Er worden allerlei al of niet blijde boodschappen rondgebazuind.
Steeds minder mensen gaan naar een kerk. En er is meer.
De Nederlandse schrijfster en journaliste Yvonne Zonderop zei eens: kerklidmaatschap “zegt eigenlijk niets over of mensen nu geloven of niet”. En: “Onderzoek heeft uitgewezen dat ook mensen die wel naar de kerk gaan, hun eigen ideeën hebben en niet per se allemaal geloven wat de dominee of pastoor ze vertelt”. En: “Het hele idee dat er twee soorten mensen zijn, namelijk gelovig en ongelovig, doet geen recht aan de veelvormige werkelijkheid”[2].
In die omstandigheden moet de kerk het Evangelie brengen. Dat lijkt onbegonnen werk. De Gereformeerde levensovertuiging is, kort door de bocht gezegd, één van de honderdduizend manieren waarop men tegen het leven aan kan kijken.
Niettemin is het belangrijk om dat Evangelie te blijven verkondigen.

Intussen is het voor de kerkgangers van de eenentwintigste eeuw van levensbelang om niet te gaan relativeren.
Zo van: in onze kerk is de prediking vaak wat mager; maar via een internetkerkdienst van een meer orthodoxe kerk kunnen wij wel wat bijvoeding krijgen. Want om nu echt naar een andere kerk te vertrekken… – ach, dat is wat te rigoureus. Wij zijn nog niet zover. Wij hebben al eens éérder een kerkelijke overgang gemaakt. Moet dat nu weer? Bovendien – wij zijn al wat ouder. En onze kinderen…
Laten wij ervoor zorgen dat wij het Paulus in 2 Timotheüs 4 na kunnen blijven zeggen: “En de Heere zal mij bevrijden van alle boze opzet en mij verlossen tot de komst van Zijn hemels Koninkrijk. Hem zij de heerlijkheid tot in alle eeuwigheid”.

‘De Here zal mij verlossen’. Soizo staat daar. Dat betekent: redden van de dood, verlossen uit doodsgevaar.
Het is dus ernst. De vijand komt steeds dichterbij. De dood komt op kousenvoeten op ons af. Gods kinderen moeten daarom permanent alert blijven. Want voordat ze ’t weten zijn ze er geweest… Steeds weer is de vraag: moeten we op de vlucht slaan, weg van het onheil? Oftewel: zijn we klaar om weg te wezen als het moet?
Zeg niet: zo’n kerkelijke overgang is alleen iets voor mensen die redelijk veel afweten van de Bijbel. Zo’n kerkelijke overgang is alleen iets voor mensen die de theologische discussies een beetje volgen. Nee, de Gereformeerde leer is niet slechts iets voor geleerde mensen. Trouwens – Paulus blijkt ook een gewone man. Hij heeft ergens een jas laten liggen. En hij doet in 2 Timotheüs 4 gewoon de groeten. Leest u maar mee: “Breng, wanneer u komt, de reismantel mee die ik in Troas bij Carpus achtergelaten heb, en de boeken, vooral de perkamenten”[3]. En: “Groet ​Prisca​ en Aquila, en het huis van Onesiforus. Erastus is in Corinthe gebleven en Trofimus heb ik in Milete ​ziek​ achtergelaten. Beijver u om voor de winter te komen. U groeten Eubulus, Pudens, Linus, Claudia en alle broeders”[4].

Het is ernst. De vijand komt steeds dichterbij.
Maar er zijn vaak allerlei omstandigheden die ons beletten om stappen te maken. Onze persoonlijke situatie, bijvoorbeeld. Of de coronacrisis, bijvoorbeeld.
U weet wel – net als bij dat zaad in Mattheüs 13: “Een ander deel viel tussen de dorens; en de dorens kwamen op en verstikten het”[5]. Jezus zegt: “En bij wie in de dorens ​gezaaid​ is, dat is hij die het Woord hoort; maar de zorgen van deze wereld en de verleiding van de rijkdom verstikken het Woord, en het wordt onvruchtbaar”[6].

Ach – misschien denkt u: komt het nog wel goed met mij? De boodschap is zo ernstig! De keus is zo moeilijk!
Laten we nog één keer die tekst uit het begin van dit artikel repeteren: “En de Heere zal mij bevrijden van alle boze opzet en mij verlossen tot de komst van Zijn hemels Koninkrijk. Hem zij de heerlijkheid tot in alle eeuwigheid. ​Amen”.
Die gecursiveerde woorden maken het wel duidelijk: wie tot keuzes geroepen wordt, moet letten op de Heiland; en niet op zichzelf.

Noten:
[1] 2 Timotheüs 4:18.
[2] Geciteerd van https://www.scientias.nl/ongelovig-nederland-is-stiekem-nog-lang-niet-klaar-met-religie/ ; geraadpleegd op dinsdag 21 april 2020. Het geciteerde artikel is gedateerd op zaterdag 27 oktober 2018.
[3] 1 Timotheüs 4:13.
[4] 1 Timotheüs 4:19, 20 en 21.
[5] Mattheüs 13:17.
[6] Mattheüs 13:22.

27 november 2019

Uit het nageslacht van David

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

De ganse beroepsbevolking wil er tegenwoordig geld en menskracht bij: de politie, de ziekenhuizen, de jeugdzorg, het onderwijs, de TBS-klinieken… Er is veel te veel werk. Het aantal taken is te groot. Het wordt te dol. Het kan niet meer. Het is op. Er dreigt, naar het lijkt, een collectieve burn-out. Het wordt, naar het schijnt, hoog tijd voor een maatschappelijke winterslaap. Even helemaal niets, voor iedereen.

Dit alles zo zijnde is het goed om elkander vandaag te wijzen op woorden uit 2 Timotheüs 2: “Houd in gedachten dat ​Jezus​ ​Christus​ uit de doden is ​opgewekt, uit het nageslacht van ​David, overeenkomstig mijn ​Evangelie”[1].
Dat schrijft Paulus aan Timotheüs.
Geef dat Evangelie door, schrijft hij. Geef het door aan mensen die die blijde Boodschap ook kunnen verwoorden. En reken er maar op dat je aan de kant wordt gedrukt. Concentreer je in die omstandigheden maar gewoon op je hoofdtaak: de verkondiging van het Evangelie van de opstanding van Jezus Christus. Die Boodschap moet altijd te horen blijven!

Thans hoor ik in de verte lezers reeds protesteren. Want die Timotheüs kan de hele dag met Gods Woord bezig zijn. Maar wij? Wij moeten de orde handhaven. Wij moeten mensen verzorgen. Wij moeten jongeren voorthelpen in de wereld. Wij moeten lesgeven. Enzovoort.
Is Christus’ opstanding in die omstandigheden in feite niet een dooddoener?

Nee. Een dooddoener is het niet.
Want daar staat: Christus is uit het nageslacht van David.
Zijn komst op aarde is heel de geschiedenis door al voorspeld. Midden in het gewone leven wordt het gezegd: er komt een Koning aan die grootse dingen zal doen.
Dwars door het gewone leven heen werkt de Here aan een magnifiek Masterplan. De redding komt, om zo te zeggen, iedere dag een stap dichterbij.
Denkt u maar aan 2 Samuël 7, waar God tegen David zegt: “Wanneer uw dagen voorbij zijn en u met uw vaderen ontslapen bent, zal Ik uw nakomeling na u, die uit uw lichaam voortkomt, doen opstaan en Ik zal zijn koningschap bevestigen. Die zal voor Mijn Naam een ​huis​ bouwen, en Ik zal de ​troon​ van zijn koningschap voor eeuwig bevestigen”[2]. Een bevestiging voor eeuwig: dat gaat natuurlijk verder dan Salomo – veel verder.
De Here werkt door alle tijden heen.
Hij werkt dus ook in de eenentwintigste eeuw.
Hij werkt dus ook in een bijna dolgedraaid Nederland.

Nee. Een dooddoener is het niet.
Christus is uit het nageslacht van David.
In de Pinksterpreek van Petrus, die in Handelingen 2 te vinden is, wordt dat ook naar voren gehaald: “Aangezien hij – David – een ​profeet​ was en wist dat God hem met een eed gezworen had dat Hij uit de vrucht van zijn lichaam, voor zover het zijn vlees betrof, de ​Christus​ zou doen opstaan om Hem op zijn troon te zetten, daarom voorzag hij dit en zei hij over de opstanding van ​Christus​ dat Zijn ziel niet is verlaten in het graf en dat Zijn vlees geen ontbinding heeft gezien. Deze ​Jezus​ heeft God doen opstaan, waarvan wij allen – de apostelen – getuigen zijn”[3].
Dat wordt op de eerste Pinksterdag gezegd. De Evangelieverkondiging krijgt dan een nieuw begin. Een nieuwe impuls, waarbij heel de wereld betrokken wordt. Een nieuwe start, waarin mensen van alle tijden worden meegenomen.
Dus ook mensen uit de eenentwintigste eeuw.
Dus ook mensen uit een afgejakkerd Nederland.

Nee. Een dooddoener is het niet.
Christus is uit het nageslacht van David.
Dat gegeven haalt Paulus ook naar voren als hij in Antiochië preken gaat: “En nadat Hij hem – dat is Saul – had afgezet, verwekte Hij ​David​ voor hen tot koning; Hij gaf ook getuigenis van hem met de woorden: Ik heb ​David, de zoon van ​Isaï, gevonden, een man naar Mijn ​hart, die alles zal doen wat Ik wil. Uit zijn nageslacht heeft God voor Israël, volgens de belofte, de Zaligmaker ​Jezus​ doen voortkomen”[4].
Daar staat dan onder meer bij: “En op de volgende ​sabbat​ kwam bijna heel de stad samen om het Woord van God te horen”[5].
De burgers van de stad hebben het blijkbaar dóór: dit Evangelie is van groot belang voor heel ons leven!
Dat belang moet ook doordringen tot mensen van de eenentwintigste eeuw.
Dus ook tot haastig hollende mensen uit een afgepeigerd Nederland.

Nee. Een dooddoener is het niet.
Integendeel – het is een geloofsbelijdenis. Zo gebruikt Paulus het in zijn brief aan de christenen in Rome: “Paulus, een dienstknecht van ​Jezus​ ​Christus, een geroepen ​apostel, afgezonderd tot het ​Evangelie​ van God, dat Hij tevoren beloofd had door Zijn profeten, in de ​heilige​ Schriften, ten aanzien van Zijn Zoon, Die wat het vlees betreft geboren is uit het geslacht van ​David”.
Dat is het begin van Paulus’ brief aan de Romeinen[6].
Dat staat als het ware boven Paulus’ leven.
Dat zou boven het bestaan van iedere christenen moeten staan. Juist ook in de praktijk van alledag.
Dat moet ook doordringen tot mensen van de eenentwintigste eeuw.
Dus ook tot onbesuisd voortrennende mensen in een, naar het lijkt, bijkans afgebeuld Nederland.

Er moet geld bij, schreeuwt de halve wereld.
Men gebruikt momenteel vaak een treffend beeld: het geld klotst tegen de plinten. Alsof men erin zwemmen kan. Directeuren, managers en coördinatoren lijken massaal te lijden aan een Dagobert Duck-syndroom: je moet er nu bij wezen; anders is het geld weer op.
Laten wij beseffen: de God van het verbond is er altijd bij; heel de geschiedenis door. En Hij werkt aan een hemelse toekomst voor al Zijn kinderen. Die toekomst komt er. De Heiland is immers reeds opgestaan uit de doden?

Noten:
[1] 2 Timotheüs 2:8.
[2] 2 Samuël 7:12 en 13.
[3] Handelingen 2:30, 31 en 32.
[4] Handelingen 13:22 en 23.
[5] Handelingen 13:44.
[6] Romeinen 1:2 en 3.

28 oktober 2019

Betuttelende Bijbeltekst?

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: ,

Paulus schrijft het in 2 Timotheüs 3 onbekommerd op: “Heel de Schrift is door God ingegeven en is nuttig om daarmee te onderwijzen, te weerleggen, te verbeteren en op te voeden in de ​rechtvaardigheid, opdat de mens die God toebehoort, volmaakt zou zijn, tot elk goed werk volkomen toegerust”[1].

Wie deze tekst leest, fronst wellicht onwillekeurig de wenkbrauwen.
Onderwijzen, weerleggen, verbeteren, opvoeden zelfs – is dat niet erg betuttelend?
Bovendien – als wij dat allemaal gehad hebben gaat het ook nog over de volmaakte mens. En over het feit dat onze persoonlijke standaarduitrusting zo fantastisch is.
Kan niet beter!
Mooier wordt het niet!

Jaja.
Maar ondertussen hebben Gereformeerden niet het ultieme antwoord op de stikstofproblematiek.
Als Gereformeerden bezig zijn is het brexitprobleem niet in een week opgelost.
Is 2 Timotheüs 3 een typisch geval van kerkelijke grootspraak?

Wat is de boodschap van 2 Timotheüs 3?

Paulus wil tegen Timotheüs zeggen dat heel het Oude Testament geschikt is om onderwijs te geven.
Timotheüs kan uitleggen dat Christus’ verlossingswerk in het Oude Testament reeds door vele profeten is voorspeld.
Als mensen zeggen dat Jezus Christus niet uit de hemel komt, kan Timotheüs dat weerleggen: in het Oude Testament wordt al naar Zijn komst gewezen.
De proclamatie van het Evangelie van Jezus Christus kan worden gefundeerd op het Oude Testament.
De werkinstructie voor Gods volk van alle tijden staat in het Óude Testament, in Micha 6: “Hij heeft u, mens, bekendgemaakt wat goed is. En wat vraagt de HEERE van u anders dan recht te doen, goedertierenheid lief te hebben en ootmoedig te wandelen met uw God”[2].
Het moet aan iedereen duidelijk worden dat de Heiland centraal staat in heel dat Oude Testament.

Wat moeten wij met het bovenstaande aanvangen?
Met name in evangelische kerken heeft men wel eens de neiging om het Oude Testament een beetje weg te moffelen.
Iemand uit de kring van de Gereformeerde Bond in de Protestantse Kerk schrijft: “In onze tijd bespeur je soms een afnemende interesse voor het Oude Testament. Deze tendens is mede beïnvloed door evangelisch gedachtegoed. Het Nieuwe Testament wordt dan gezien als de eigenlijke Bijbel en zou ook veel vriendelijker zijn dan het Oude”.
En:
“Ooit zei prof. dr. Eep Talstra, emeritus hoogleraar aan de VU, tegen mij: ‘Als je in het buitenland iemand tegenkomt die een serieuze, wetenschappelijke studie maakt van het Oude Testament, is die persoon waarschijnlijk Joods of gereformeerd. Dat is namelijk de categorie mensen die zich het meest om het Oude Testament bekommert’”[3].
Paulus prent het de Bijbellezers van 2019 in: vergeet het Oude Testament nooit! Johannes Calvijn had het over één verbond en twee bedelingen. Oftewel: één verbond en twee duidelijk afgegrensde tijdvakken.

Nu is er nog dat punt over die volmaaktheid. En die perfecte toerusting.
Het moet helder zijn: op deze aarde bereiken zondige mensen die perfectie niet.
En dat terwijl de hemelse God heel Zijn Woord geeft. De kerk van alle tijden heeft van haar Verbondsgod alles gekregen om blijmoedig en doortastend in Zijn dienst te staan. Echter – de zonde bederft hier op aarde nog zoveel. Het is Goddelijke genade dat onze Here Zijn kinderen gaven blijft geven om voor Hem aan het werk te gaan.
Paulus wijst vaak op die genade. Dat doet hij bijvoorbeeld in 2 Thessalonicenzen 1: “Daarom ​bidden​ wij ook altijd voor u dat onze God u de roeping waard acht en Hij al het welbehagen van Zijn goedheid en het werk van het geloof met kracht volbrengt, opdat de Naam van onze Heere ​Jezus​ ​Christus​ in u verheerlijkt wordt, en u in Hem, overeenkomstig de ​genade​ van onze God en van de Heere ​Jezus​ ​Christus”[4].
Met een dergelijk instrumentarium kan de God van hemel en aarde Zijn plan verder uitvoeren. In 2 Timotheüs 2 heeft Paulus daar al over geschreven: zo “zal hij een voorwerp zijn voor eervol gebruik, ​geheiligd​ en van veel nut voor de Heere, voor elk goed werk gereedgemaakt”[5].

De boodschap van de apostel in 2 Timotheüs 3 is tweeledig:
* lees het Oude Testament
* vraag om Goddelijke genade.

Nee, Gereformeerden hebben niet het ultieme antwoord op de stikstofproblematiek.
Nee, als Gereformeerden bezig zijn is het brexitprobleem niet in een week opgelost.
Hier op aarde mogen wij echter met een gerust hart de kloosterregel van Benedictus van Nursia overnemen: bid en werk!
Met Psalm 106 mogen wij dan zingen:
“Gelukkig zijn die Hij geleidt,
die leven in gerechtigheid.
Gedenk mij naar uw welbehagen.
Dat ik met heel mijn volk U dien,
met hen van voorspoed mag gewagen,
de zegen van uw erfdeel zien”[6].

Noten:
[1] 2 Timotheüs 3:16 en 17.
[2] Micha 6:8.
[3] Dat is A.J. van den Herik. Zie https://dewaarheidsvriend.nl/blog/vinden-we-in-het-oude-testament-hetzelfde-heil-als-in-het-nieuwe ; geraadpleegd op maandag 21 oktober 2019.
[4] 2 Thessalonicenzen 1:11 en 12.
[5] 2 Timotheüs 2:21.
[6] Psalm 106:2 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.