gereformeerd leven in nederland

24 april 2019

Christus en Zijn Woord voorop

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

In de Gereformeerde kerk spreken we vaak over de stad met fundamenten waarvan God de Bouwer en Ontwerper is. Dat gezegde komt uit Hebreeën 11[1].

Dat is iets om goed te onthouden – God is de Bouwer van de kerk.

Mensen bouwen op het fundament van de kerk. De apostel Paulus bijvoorbeeld. Hij noemt zich in 1 Corinthiërs 3 zelfs een wijs bouwmeester. Maar die kwalificatie kan hij alleen maar gebruiken “overeenkomstig de ​genade​ van God die mij gegeven is”[2].
Wie die genade niet heeft bouwt verkeerd. Zo iemand doet niet wat de Here van hem vraagt.
Wie werkt in de kerk moet constant om Gods genade vragen!

Er wordt met verschillend materiaal slechts één bouwwerk opgetrokken.
Als we in de kerk aan het werk zijn, moeten we vooral niet gaan spreken over verschillende bouwwerken.
Als we in de kerk aan het werk zijn, gebeurt dat met verschillende bouwmaterialen en heel wat bouwvakkers. U begrijpt het wellicht reeds: die bouwvakkers zijn de kerkleden. Al die bouwvakkers/kerkleden moeten zich, terwijl zij druk aan het metselen en timmeren zijn, voortdurend vragen stellen als: kan mijn werk de Goddelijke toets doorstaan? En: komen mijn bouwactiviteiten door de hemelse controle heen? En: gaat het mij alleen om Gods eer, of ook een beetje om mijn eigen reputatie?[3]
De beantwoording van die vragen is belangrijk.
Want de kerk zelf is één bouwwerk – het Meesterwerk van de God van hemel en aarde.
Het is één bouwwerk, gebouwd op één fundament: Jezus Christus.
Die kerk bevindt zich overal ter wereld.
Maar het is één kerk.

In 1966 was er in de Gereformeerde kerken (vrijgemaakt) een felle strijd aan de gang. In een open brief stonden toen de zinnen: “We worden met ons vaak klein vaderlands gedoe als Gereformeerde Kerken in Nederland weggeroepen naar het niveau van de wereldkerk. En dat zal steeds meer gebeuren, of we dat wensen of niet. Daarheen dringt ons Christus’ leiding van de wereldgeschiedenis”[4].
Indertijd waren er veel discussies over die term ‘klein vaderlands gedoe’. Want Gereformeerden wisten in de jaren ’60 heel best dat zij deel uitmaakten van één groot bouwwerk waarvan God de Bouwer is. Die term ‘klein vaderlands gedoe’ heeft heel wat mensen veel pijn gedaan.
Wilt u een voorbeeld? De Gereformeerd-vrijgemaakte dominee J. Kok (1921-2005) zei in 1972 in een bidstond die aan een generale synode voorafging: “Gods wereldwijd kerkewerk staat of valt niet met ons werk. Het geeft aan de arbeid der synode ook een nieuwe dimensie. Het heft de spanning op tussen klein vaderlands gedoe en werken op wereldniveau. Met de behartiging van de huishoudelijke zaken van de gereformeerde kerken in dit land zijn de broeders te werk gezet in Gods universele tempelstad”[5].

Gereformeerden weten in 2019 nog steeds heel goed dat hun werk niet iets van de vierkante kilometer is. Want wereldwijd ligt er één fundament: Jezus Christus.

Jezus Christus en Zijn Woord – die gaan in de kerk altijd voorop.

Daarom zijn we in de kerk ook heel voorzichtig met het formuleren van allerlei rechten.
In de kerkstrijd die ik hierboven noemde spraken sommigen wel over ‘het recht van oppositie’.
Daarover schreef de Gereformeerd-vrijgemaakte dominee C.G. Bos: “Dat recht kent de kerk niet. De kerk kent alleen het recht en de plicht van de gehoorzaamheid aan Gods Woord. Opkomen voor de heerschappij van dat Woord is niet ’oppositie voeren’. Wie zich tegen de heerschappij van Gods Woord verzet, die voert oppositie”[6]. En dat recht hebben we dus niet.
In de kerk bewaken we samen de voorrangspositie van Jezus Christus en Zijn Woord. Bij alle stappen die we in de kerk zetten heeft dat prioriteit 1. Kerkenraden hebben daar een hoofdrol in.

Nu het hier om gaat noem ik ook de naam van dominee A. van der Ziel. Van der Ziel werd in 1943 predikant in Groningen. Hij is in de jaren ’60 geschorst en uiteindelijk afgezet. Kortgeleden schreef iemand over deze predikant: “Het hele ‘gedoe’ rondom dominee Van der Ziel is te danken aan zijn eigen optreden: je eigen gang gaan, vrijheid vragen daarvoor, kerkenraadsbesluiten naast je neerleggen”[7].
C.G. Bos noteerde trouwens jaren geleden reeds: dominee Van der Ziel “ging zijn eigen weg, voerde hij zijn eigen beleid, tegen het beleid van de kerkeraad in. Hij ging van het kerkeraadsbesluit, dat hij onschriftuurlijk achtte, niet in appèl. Volgens hem was er wel ’appèlrecht’, maar geen ’appèlplicht’: onschriftuurlijk geachte besluiten mocht men zonder meer naast zich neerleggen. Dit ’eigen beleid’ voeren, tegen het beleid van de kerkeraad in, werkte kerkontbindend, was muiterij, het aanrichten van tweedracht en scheuring. Hier moest de kerkeraad na lang en veel vermaan een einde aan maken…”[8].
Een ieder voelt wel aan dat dat niet zomaar past bij de stelling: Christus en Zijn Woord gaan altijd voorop.

Misschien zegt iemand wel: in de kerk loop je aan de leiband. Of ook: het moet precies zo en niet anders.
Dat is gezichtsbedrog.
De kwestie is wel altijd: Christus en Zijn Woord staan bovenaan.
Eén vraag nog: is het goed om te zeggen dat men in heel veel stijlen op het fundament kan bouwen?
In de jaren ’60 van de vorige eeuw heeft men dat wel gezegd[9].
En in feite ziet men dergelijke opinies nog wel eens voorbij komen. Dan suggereert men bijvoorbeeld: de plaatselijke situatie vereist dat wij de vrouw in het ambt toestaan.
Laten we maar niet al te klakkeloos gaan roepen dat er heel veel christelijke stijlen zijn.
Paulus maant ons – en dat tenslotte – op dit punt tot grote voorzichtigheid.
Laten wij ons maar eenvoudig houden aan 2 Timotheüs 2: “…als wij met Hem gestorven zijn, zullen wij ook met Hem leven. Als wij volharden, zullen wij ook met Hem regeren. Als wij Hem verloochenen, zal Hij ons ook verloochenen. Als wij ontrouw zijn, blijft Hij getrouw. Hij kan Zichzelf niet verloochenen. Breng deze dingen in herinnering en bezweer hun, ten overstaan van de Heere, dat zij geen woordenstrijd voeren, die nergens toe dient dan tot de ondergang van de hoorders. Beijver u om uzelf welbeproefd voor God te stellen, als een arbeider die zich niet hoeft te schamen en die het Woord van de waarheid recht snijdt”[10].

Noten:
[1] Hebreeën 11:10.
[2] 1 Corinthiërs 3:10.
[3] Zie hierover ook de onlineversie van de Studiebijbel, commentaar bij 1 Corinthiërs 3:10. Geraadpleegd op zaterdag 20 april 2019.
[4] Geciteerd van http://beheer.ngk.nl/docs/openbrief.pdf ; geraadpleegd op zaterdag 20 april 2019.
[5] Zie mijn artikel ‘De kerkstad uitgelicht’, hier gepubliceerd op 21 april 2017. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2017/04/21/de-kerkstad-uitgelicht/ .
[6] C.G. Bos, “Nederlandse kerkgeschiedenis na 1945”. – Groningen: Uitgeverij De Vuurbaak bv, 1980. – Citaat van p. 95 en 96.
[7] Jan Visser, “Schorsing predikant om ‘gedoe’? Nee”. In: Nederlands Dagblad, maandag 1 april 2019, p. 12 en 13.
[8] Bos, a.w., p. 98.
[9] Zie hierover: A.A.W. Bolland (samensteller), “Rondom de ‘Open Brief’ – artikelen, reacties en besluiten n.a.v. de ‘Open Brief’”. – Vlaardingen: Theologische boekhandel en antiquariaat Ton Bolland, [september 1967]. – p. 25.
[10] 2 Timotheüs 2:11 b-15.

Blog op WordPress.com.