gereformeerd leven in nederland

23 december 2020

Troost als de overheid faalt

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Het zwerft door het Neêrlandse zwerk: ‘Ongekend onrecht!’. En het gaat over de affaire rond de kinderopvangtoeslagen.
Het Nederlands Dagblad bericht op vrijdag 18 december 2020: “Het kabinet, de Tweede Kamer, de ministeries van Financiën en Sociale Zaken, de Nederlandse rechtspraak en – last but not least – de belastingdienst: stuk voor stuk zijn zij verantwoordelijk voor het debacle met de kinderopvangtoeslagen. Het eindverslag van de parlementaire onderzoekscommissie schetst een treurig stemmend beeld van een disfunctionele Rijksoverheid.
De ene na de andere betrokkene krijgt een veeg uit de pan van de onderzoekscommissie. Geen enkele instantie blijft buiten schot, hoewel de commissie ervoor terugdeinst om personen met naam en toenaam verantwoordelijk te stellen. De acht Kamerleden concluderen dat de misstanden het gevolg zijn van collectief falen op alle fronten. Het rapport, dat de veelzeggende titel Ongekend onrecht draagt, stelt dat ‘het oplossen van de problemen waarin ouders door toedoen van de overheid terecht zijn gekomen keer op keer vooruit is geschoven’. Over de verantwoordelijkheid van de politiek schrijft de commissie: ‘De wetgever – kabinet en parlement – mag het zich aanrekenen dat zij wetgeving heeft vastgesteld die spijkerhard was en die onvoldoende de mogelijkheid bood recht te doen aan individuele situaties. (…) Noodzakelijke beginselen van behoorlijk bestuur kregen veel te weinig aandacht van de wetgever’. Die spijkerharde wetgeving werd ontworpen tegen de achtergrond van een ‘oververhitte politieke behoefte aan fraudebestrijding’, aldus de commissieleden”[1].

Het beeld is duidelijk. De overheid heeft gefaald. Duizenden mensen hadden en hebben te maken met ellende, onterechte verdenking van frauduleuze handelingen, verdriet en wanhoop – jarenlang! Dit is een schandaal. Een grof schandaal. Niet meer en niet minder.
Het zou de leiders en hoge ambtenaren sieren als zij bij het treffen van maatregelen in het vervolg telkenmale zouden denken: hoe leg ik dit uit aan het gezin dat naast mij woont, de familie Modaal-Doorsnee, die met deze maatregel te maken krijgt? Tegenwoordig hebben wij daar een term voor: de menselijke maat.
De affaire in kwestie voedt ons wantrouwen. Immers – als het bij een paar ministeries en de belastingdienst zo gaat, hoe gaat het dan elders? Het is daar niet veel beter, zo valt te vrezen.
De apostel Paulus leert ons in Romeinen 13: “Ieder mens moet zich onderwerpen aan de gezagsdragers die over hem gesteld zijn, want er is geen gezag dan van God, en de gezagsdragers die er zijn, zijn door God ingesteld, zodat hij die zich verzet tegen het gezag, tegen de instelling van God ingaat, en wie daartegen ingaan, zullen over zichzelf een oordeel halen”[2].
Laten we er maar niet omheen draaien: het wordt wel heel moeilijk om ons aan zo’n overheid te onderwerpen!

De affaire is een sterk staaltje van het afschuiven van verantwoordelijkheid. Dat is van alle tijden. Het gebeurde al in Genesis 3: “De vrouw die U gaf om bij mij te zijn, die heeft mij van die boom gegeven en ik heb ervan gegeten”[3]. Ja, dat is Adams verdediging: “De vrouw die U mij gaf…”. Met andere woorden: als Adam nog even doorpraat is het de schuld van God dat het in Genesis 3 structureel en totaal fout gaat.
En ook vandaag is de verleiding wellicht groot om te vragen: als de Here alles in de hand heeft, waarom gebeurt dit dan? Eén van onze antwoorden zou kunnen zijn: om ons, mensen met een beperkt denkraam, ervan te doordringen dat wij zondig zijn.
Om met de Dordtse Leerregels te spreken: “Alle mensen hebben in Adam gezondigd en verdienen Gods vloek en de eeuwige dood. Daarom zou God niemand onrecht gedaan hebben, als Hij besloten had het hele menselijke geslacht aan zonde en vervloeking over te laten en vanwege de zonde te veroordelen. De apostel zegt immers: De hele wereld is voor God strafwaardig. Want allen hebben gezondigd en derven de heerlijkheid Gods -Romeinen 3:19 en 23-. En: Het loon, dat de zonde geeft, is de dood -Romeinen 6:23-”[4].

Wordt het een droevige Kerst? Toch niet.
De apostel Johannes schrijft in zijn eerste algemene brief: “Hierin is de liefde van God aan ons geopenbaard, dat God Zijn eniggeboren Zoon in de wereld gezonden heeft, opdat wij zouden leven door Hem. Hierin is de liefde, niet dat wij God liefgehad hebben, maar dat Hij ons heeft liefgehad en Zijn Zoon zond als verzoening voor onze zonden”[5].
Waar kunnen wij terecht als de overheid oneerlijk en bureaucratisch is? Waar kunnen wij terecht als wijzelf onzeker zijn? Waar moeten wij naar toe als we in ons leven moeiten en vraagtekens meedragen? Antwoord: dan kunnen wij naar de Heiland! Hij Die als enige onsterfelijkheid bezit en een ontoegankelijk licht bewoont, komt naar de aarde om toch te sterven voor de zonden van de mensen[6]. Hij gaat het dodenrijk betreden om ons van de dood te redden. Hij neemt de verantwoordelijkheid voor onze zonden. En zie – dat verandert de wereld! Altijd als wij door ernstig berouw op de goede weg terugkeren, doet God zijn vaderlijk aangezicht weer over ons lichten[7]. Dat geldt voor alle wereldburgers. En ja, dat geldt ook voor falende overheidsdienaren.
Dan gelden ook de woorden van de zegen uit Numeri 6: “De HEERE zegene u en behoede u! De HEERE doe Zijn aangezicht over u lichten en zij u genadig! De HEERE verheffe Zijn aangezicht over u en geve u vrede!”[8].

Noten:
[1] Geciteerd uit: “Ongekend onrecht in toeslagenaffaire”. In: Nederlands Dagblad, vrijdag 18 december 2020, p. 4.
[2] Romeinen 13:1 en 2.
[3] Genesis 3:12.
[4] Dordtse Leerregels, hoofdstuk I, artikel 1.
[5] 1 Johannes 4:9 en 10.
[6] Zie 1 Timotheüs 6:16.
[7] Deze formulering is ontleend aan de Dordtse Leerregels, hoofdstuk V, artikel 5.
[8] Numeri 6:24, 25 en 26.

16 december 2020

In de lichtcirkel

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

De Here gaat met Zijn volk mee! Dat mag de kerk met blijdschap constateren. En dat was al zo in d’ allervroegste jaren.
Leest u maar mee in Exodus 40: “Toen overdekte de wolk de tent van ontmoeting, en de heerlijkheid van de HEERE vervulde de tabernakel, zodat Mozes de tent van ontmoeting niet kon binnengaan, omdat de wolk daarop bleef en de heerlijkheid van de HEERE de tabernakel vervulde. Telkens als de wolk opsteeg van boven de tabernakel, braken de Israëlieten op tijdens al hun tochten. Maar als de wolk niet opsteeg, braken zij niet op, tot op de dag dat hij opsteeg. Want de wolk van de HEERE was overdag op de tabernakel, en ’s nachts was er een vuur in, voor de ogen van heel het huis van Israël tijdens al hun tochten”[1].

Daar zit op het eerste gezicht wel wat vreemds in. Als de tabernakel wordt vervuld met Gods heerlijkheid kan Mozes daar niet meer in gaan. Het volk kan er ook niet meer in komen. Hoe moet dat verder? Antwoord: de priesters zullen het volk vertegenwoordigen bij de Here. Een exegeet schrijft erbij: “Ook zijn er bepalingen waaraan de Israëlieten moeten voldoen om te mogen naderen tot God. Dit betreft persoonlijke reinheid en heiligheid en ook het in acht nemen van heilige tijden. God zelf bepaalt hoe mensen bij Hem kunnen komen”[2].

Hoe dat zij – de God van hemel en aarde trekt met Zijn volk mee. Hij laat Zijn uitverkoren natie niet in de steek. Dat is dus al zo in Exodus 40. In 2020 is dat nog altijd niet veranderd. De kerk mag weten en belijden dat de Here nog altijd aanwezig en actief is. Zijn licht schijnt in en vanuit de kerk. De dichter van Psalm 78 – dat is Asaf – zegt ook:
“Hij leidde hen overdag met een wolk,
de hele nacht met een lichtend vuur”[3].
De componist van Psalm 105 refereert eveneens aan Gods presentie:
“Hij hing een wolk op als gordijn
en ontstak vuur om de nacht te verlichten”[4].
Het volk van God wordt afgeschermd. Maar het is niet zo dat zij daardoor in het donker komen te zitten. De hemelse God doet Zelf het licht aan!

Dat licht blijft ook aan. Waarom weten gelovige mensen dat zo zeker? Omdat in Jesaja 60 te lezen staat: “Sta op, word verlicht, want uw licht komt en de heerlijkheid van de HEERE gaat over u op. Want zie, de duisternis zal de aarde bedekken en donkere wolken de volken, maar over u zal de HEERE opgaan”[5].
De boodschap van Jesaja is: de Messias komt eraan! Die Redder is, om met Lucas 2 te spreken “een licht om de heidenen te verlichten en om Uw volk Israël te verheerlijken”[6]. Johannes noteert: “Dit was het waarachtige licht, dat in de wereld komt en ieder mens verlicht”[7]. Dat wil zeggen: iedere wereldburger kan in die lichtcirkel komen staan.
Jezus zegt over Zichzelf: “Ik ben het Licht der wereld; wie Mij volgt, zal beslist niet in de duisternis wandelen, maar zal het licht van het leven hebben”[8].

Als wij het voorgaande tot ons door laten dringen, begrijpen wij alras dat Advent bij uitstek een periode is waarin opgeroepen moet worden tot kerkelijke eenheid. Immers – alle Gereformeerden moeten Jezus samen volgen. De Heiland wordt niet gevolgd via het systeem ‘cohort hier – cohort daar’. Heel Gods volk moet in de lichtcirkel staan. Het is niet de bedoeling dat sommige mensen die door de Heiland gekocht zijn een beetje in de schaduw blijven, bijvoorbeeld omdat het op die schaduwplek zo lekker rustig is.
Nu het hierom gaat past het ons enige uitlatingen van een Gereformeerd-vrijgemaakte broeder uit Ten Boer te overdenken. De betreffende broeder was daar destijds ouderling. In het Nederlands Dagblad zegt hij: “Mijn vrouw en ik zitten al sinds ons trouwen in deze kerk. Je kunt de zaak niet zomaar verlaten. Onze roots liggen hier, we hebben hier familie. We besloten te blijven, omdat het ons in Ten Boer niet onmogelijk wordt gemaakt gereformeerd te blijven”. Er staat verder: “Hij staat nog steeds achter de lijn van de toenmalige kerkenraad en wacht nu af hoe de nieuwe ouderlingen handelen. ‘Ik zou pas vertrekken als de vrouw in het ambt hier wordt doorgevoerd, of als er ruimte komt voor homoseksuele relaties en ongehuwd samenwonen. Dan is deze kerk geen goede plek meer’.
Dat de rest van de ouderlingen wel is vertrokken begrijpt hij. ‘Sommige zeiden dat er in het kerkverband geen plek is voor onze koers. Andere zagen dat Ten Boer nog steeds een behoudende gemeente kon blijven, maar de echtgenotes van de ambtsdragers zagen dat hun mannen eraan onderdoor gingen. Fysiek. Toen ze de kerk hadden verlaten, vertelden de echtgenotes dat het voor hun mannen onverantwoord was om nog door te gaan’”[9].
Het is duidelijk dat hier nogal wat pijnpunten worden aangeraakt. En wij hoeven het op geen enkele manier te ontkennen: het is uiterst droevig om de kerkgemeenschap waarin je jarenlang hebt geleefd en gewerkt te verlaten.
Echter – ten diepste gaat het er niet om dat je al sinds het begin van je huwelijk in dezelfde kerk zit.
Ten diepste gaat het er niet om dat blijvers begrip hebben voor vertrekkers uit de kerk.
Ten diepste gaat het zelfs niet om de vraag of een kerkenraadslid zijn roeping fysiek wel of niet aan kan.
Ten diepste moeten we samen Jezus volgen. Daarbij gelden dan die bekende woorden uit de Nederlandse Geloofsbelijdenis: “Wij geloven dat de Heilige Geest, om ons ware kennis van deze grote verborgenheid te doen verwerven, in ons hart waar geloof ontsteekt, dat Jezus Christus met al zijn verdiensten omhelst, Hem zich toe-eigent en niets meer buiten Hem zoekt. Want één van beide: òf in Jezus Christus is niet alles wat voor ons heil nodig is, òf dit alles is wel in Hem en dan heeft hij die Jezus Christus door het geloof bezit, al zijn heil”[10]. De cursiveringen in dat citaat zijn van schrijver dezes. Ze maken duidelijk dat we voor het geloof niets anders nodig hebben dan Jezus Christus alleen. 

De Here gaat met Zijn volk mee.
En jazeker – het is honderd procent waar: wie de Heiland volgt terwijl Hij Zijn kerk vergadert, moet veel achterlaten. Maar hij krijgt er ook heel veel voor terug!

Noten:
[1] Exodus 40:34-38.
[2] Geciteerd uit de onlineversie van de Studiebijbel; ‘Boodschap’ bij Exodus 40.
[3] Psalm 78:14.
[4] Psalm 105:39.
[5] Jesaja 60:1 en 2.
[6] Lucas 2:32.
[7] Johannes 1:9.
[8] Johannes 8:12.
[9] Geciteerd uit: “Een trauma in de kerk, nu twee jaar rust”. In: Zondag, bijlage bij het Nederlands Dagblad, zaterdag 12 december 2020, p. 8 en 9. De broeder in kwestie is Hielke Verbree.
[10] Nederlandse geloofsbelijdenis, artikel 22.

11 december 2020

Bekend met ziekte

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Het is omtrent half december van het jaar 2020, een jaar van onze Here. In de huizen, en heel vaak ook daarbuiten, gaan extra lichtjes aan. Er worden kerstbomen aangerukt. ‘We beginnen dit jaar maar vroeg. Want we zijn toe aan een nieuw jaar en een nieuw begin’. Iemand schrijft: “Misschien heb ik niet zozeer zin in kerst, maar zin in een nieuw jaar. Op naar 2021. Op naar een nieuw begin, met hoop op een vaccinatie, op weer samen in een restaurant zitten, naar het theater te kunnen, geliefden te knuffelen. Op naar een jaar zonder begrafenissen die je noodgedwongen via een livestream moet volgen. Hou vol, lieve mensen. We zijn er bijna”[1].
De boodschap is duidelijk. We moeten de ellende maar een beetje vergeten. We moeten niet voortdurend denken aan de drukte in de ziekenhuizen, vanwege het COVID 19-virus. Dat is trouwens ook beter voor ons mentale welzijn, zegt men.

Ondertussen doet Gods Woord geen enkele moeite om de ziekte te vergeten. Nee, er wordt niets weggepraat.
Leest u maar mee in Jesaja 53: “Hij was veracht, de onwaardigste onder de mensen, Hij was veracht, de onwaardigste onder de mensen, een Man van smarten, bekend met ziekte”[2].
Een ieder weet: deze profetie gaat over het lijden en sterven van Jezus Christus, onze Heiland.

Die term ‘de onwaardigste onder de mensen’ kan men ook vertalen met: verworpen door de mensen. Dat woord ‘verworpen’ komt ons bekend voor. We komen het regelmatig tegen in de Evangeliën. Denkt u maar aan Lucas 9, waar Jezus zegt: “De Zoon des mensen moet veel lijden en verworpen worden door de oudsten, overpriesters en schriftgeleerden, en Hij moet gedood en op de derde dag opgewekt worden”[3]. En aan Lucas 17. Jezus zegt daar over Zichzelf: “Eerst moet Hij echter veel lijden en verworpen worden door dit mensengeslacht”[4]. En dan is er nog die spannende situatie van Lucas 20: “Maar Hij keek hen aan en zei: Wat betekent dan dit wat geschreven staat: De steen die de bouwers verworpen hebben, is tot een hoeksteen geworden? Ieder die op die steen valt, zal verpletterd worden en op wie hij valt, die zal hij vermorzelen. En de overpriesters en schriftgeleerden probeerden op datzelfde moment de hand aan Hem te slaan”[5].
Laat dus niemand denken dat er in Jesaja 53 sprake is van een zielig tafereel: een Leider uit de hemel komt naar de aarde en wordt daar onmiddellijk door velen afgeschreven. Er is meer aan de hand. Veel meer. De wereld wordt in twee kampen gescheiden: voor of tegen Christus. Om het eens met een oude term te zeggen: Jezus Christus, de Heiland, brengt de wereld in de crisis.

De Man van smarten was, zo profeteert Jesaja, bekend met ziekte. Dat zijn wij in 2020 allen. De hele wereld weet ervan. Virologen, regeerders, managers en nog heel veel anderen breken zich het hoofd over de bestrijding van het COVID 19-virus. Ziekenhuisdirecteuren vragen zich af of hun intensive care-afdelingen het nog aan kunnen. En zo niet, wat is er dan te doen?
Dat virus heeft grote gevolgen in de wereld. Wereldwijd raakt de economie in een diepe dip. Regeringsleiders breken zich het hoofd over manieren om de klappen op te vangen.
De mentale gezondheid van veel mensen gaat achteruit. Het leven wordt in vele opzichten beperkt. Dat is moeilijk. Echter – het lijkt geenszins op de typeringen van Jesaja 53.
Want daar is de situatie heel anders. In dat Schriftgedeelte wordt de Heiland getekend in Zijn plaatsvervangend lijden. Anders gezegd: wij zien Hem daar in Zijn borgtochtelijk lijden.

Jesaja is overigens niet de enige die daarover spreekt. David dicht er in Psalm 22 al over:
“Maar ik ben een worm en geen man,
een smaad van mensen en veracht door het volk.
Allen die mij zien, bespotten mij;
zij trekken de lippen op, zij schudden het hoofd en zeggen:
Hij heeft zijn zaak op de HEERE gewenteld – laat Die hem bevrijden!
Laat Die hem redden, als Hij hem genegen is”[6].
David is daar voluit profetisch bezig. Want hij beschrijft de situatie van Mattheüs 27: “En evenzo spotten ook de overpriesters, samen met de schriftgeleerden en de oudsten en de Farizeeën, en zij zeiden: Anderen heeft Hij verlost, Zichzelf kan Hij niet verlossen. Als Hij de Koning van Israël is, laat Hij nu van het kruis afkomen en wij zullen Hem geloven”[7].
Op die ontluisterende manier wordt de Heiland de Redder van de wereld. Het woord ‘Heiland’ zegt het al: heil voor allen die in Jezus Christus geloven!

Jezus betaalt voor de zonden. De satan kan Hem niet aanpakken. De Redder van de wereld maakt Zijn werk af. In Johannes 16 zegt Hij dan ook: “Heb goede moed: Ik heb de wereld overwonnen”[8].
Jesaja heeft er, in opdracht van Zijn Werkgever, in hoofdstuk 49 al over gesproken: “Zo zegt de Heere, de Verlosser van Israël, zijn Heilige, tegen de verachte Ziel, tegen Hem van Wie het volk een afschuw heeft, tegen de Knecht van heersers: Koningen zullen het zien en opstaan, vorsten – zij zullen zich voor U neerbuigen, omwille van de HEERE, Die getrouw is, de Heilige van Israël, Die U verkozen heeft”[9].

De machthebbers en de influencers op deze aarde kunnen daar uiteindelijk niet meer neerbuigend over doen. Integendeel. Zij buigen zich voor de Heer van hemel en aarde neer.
Om met Paulus in 1 Corinthiërs 15 te spreken: “Want Hij moet Koning zijn, totdat Hij alle vijanden onder Zijn voeten heeft gelegd. De laatste vijand die tenietgedaan wordt, is de dood. Immers, alle dingen heeft Hij aan Zijn voeten onderworpen. Wanneer Hij echter zegt dat aan Hem alle dingen onderworpen zijn, is het duidelijk dat Hij Die Zelf alles aan Hem onderworpen heeft, hiervan is uitgezonderd. En wanneer alle dingen aan Hem onderworpen zijn, dan zal ook de Zoon Zelf Zich onderwerpen aan Hem Die alle dingen aan Hem onderworpen heeft, opdat God alles in allen zal zijn”[10].

Wat kunnen wij nog doen?
Een bekend gezang zingt het ons voor:
“Gij, Heiland, kocht ons met uw bloed.
Dies brengen wij U dank en ere
en werpen in aanbidding, Here,
al onze kronen aan uw voet.
Ja, amen, ja,
halleluja”[11].

Noten:
[1] Geciteerd van https://www.ad.nl/binnenland/de-kerstvoorpret-begon-vroeg-dit-jaar-we-zijn-toe-aan-een-nieuw-jaar-en-een-nieuw-begin~a3c97d9b6/ – column van Nynke de Jong. Geraadpleegd op dinsdag 8 december 2020.
[2] Jesaja 53:3 a.
[3] Lucas 9:22.
[4] Lucas 17:25.
[5] Lucas 20:17, 18 en 19.
[6] Psalm 22:7, 8 en 9.
[7] Mattheüs 27:41 en 42.
[8] Johannes 16:33.
[9] Jesaja 49:7.
[10] 1 Corinthiërs 15:25-28.
[11] Dit zijn de laatste regels van Gezang 18 – Gereformeerd Kerkboek-1986.

20 december 2019

De twee kanten van Advent en Kerst

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , ,

“Zie, de hand van de HEERE is niet te kort dat ze niet zou kunnen verlossen, en Zijn oor is niet toegestopt dat het niet zou kunnen horen. Maar uw ongerechtigheden maken scheiding tussen u en uw God, uw ​zonden​ doen Zijn aangezicht voor u verborgen zijn, zodat Hij u niet hoort”.

Dit zijn woorden uit Jesaja 59[1]. En het zijn woorden met een zekere dreiging. Het zijn woorden die, voor het besef van velen, niet zo bij Advent passen. Kerst is immers bijna synoniem met vrede. Maar wat doet Jesaja in hoofdstuk 59? Hij roept tegen zijn volksgenoten: als u zo doorgaat wordt de kloof tussen God en Zijn volk alleen maar groter; bekeer u!
Dat is, om zo te zeggen, de echo van Jesaja 50: “Is Mijn hand ten enenmale te kort om te verlossen? Of is er in Mij geen kracht om te redden? Zie, door Mijn bestraffing maak Ik de zee droog. Ik maak rivieren tot een woestijn. Hun vissen stinken, omdat er geen water is, en ze sterven van dorst”[2].

Is dat nu de boodschap van de kerk? Is dat niet te zwart? Te dreigend? Nee, toch niet.
Wij moeten onze ogen niet sluiten voor de werkelijkheid van 2019. Die realiteit is dat massa’s mensen zich van het christendom afkeren.

Een voorbeeld.
Iemand die zich tot de Islam bekeerd heeft, zegt: “Ik leer mijn kinderen dat kerst hoort bij het katholieke geloof. Helaas past het kerstverhaal niet bij het verhaal over Jezus in de Islam. Maar toch kies ik er bewust voor dat de kinderen van de versie uit de bijbel af weten en vertel natuurlijk onze eigen islamitische kijk er direct achteraan. Omdat die anders is. Op school krijgen ze dit niet mee. Daar hebben we bewust voor gekozen”.
En:
“Islam en kerst kan gewoon niet, klaar! Zo dacht ik erover. Mijn man is moslim, ik ben moslim en al mijn kinderen worden opgevoed met als doel ze te laten opgroeien tot vrome moslims. Waar ik toen niet bij stil stond, was dat ik mijn familie teleurstelde met mijn afwezigheid. Zo erg dat voor een aantal jaren hun Kerst niet compleet was. Mijn ouders vieren kerst niet in de kerk. Kerst betekent voor hen vooral gezellig samen zijn met familie. Vanuit islamitisch oogpunt kun je dan denken ‘dat kan op alle dagen, waarom persé op die dagen?’ Maar traditie en cultuur doorbreek je niet. Na een paar jaar van het boycotten van kerst besloot ik daarom toch weer te gaan”.
En:
“Voor mij voelt dit goed. Ik heb begrip voor mijn ouders en hun cultuur en traditie en daar krijg ik veel moois voor terug en dat is begrip voor mij en mijn gezin. Het kerstmenu is namelijk geheel halal. Mijn ouders kiezen eigenlijk voor iedere gelegenheid waar ik aanwezig ben voor halal eten, zodat de kleinkinderen gewoon alles kunnen eten zonder vragen of iets halal is of niet. Opvoed-technisch ideaal want de kinderen leren hiermee dat wanneer men de ander respecteert je ook respect terug mag verwachten en krijgen. Het is geven en nemen of was het in dit geval nemen en geven”[3].

In het bovenstaande draait alles om respect. En om het liefdevol omgaan met andersdenkenden.
Laten wij maar eerlijk zijn: die andersdenkenden ontmoeten wij zodra we één voet buiten de kerk zetten. En soms komen we hen zelfs in onze eigen familie tegen.
In deze wereld zullen we ’t met elkaar moeten doen.
Bij dit alles komt nog dat het in onze wereld ‘not done’ is om tijdens officiële diners over het geloof te beginnen. Iemand zegt: “Als iemand er wel over begint, zeg je gewoon dat we het er beter niet over kunnen hebben. Het is nu kerstmis”[4].

Het Kerstfeest is, om zo te zeggen, het feest van Gods liefde.
Daarom is liefde tot elkaar, zeker op een Kerstdag, aan de orde van de dag.

Toch kan dat begrip van hierboven gelovige kerkmensen zomaar bij een valkuil brengen.
Wij zeggen: wij hebben begrip voor de Islam; dat wil zeggen: wij begrijpen dat men de Islam aanhangt. Maar dat wil niet zeggen dat wij dat goed moeten vinden!
Voordat wij het weten wordt het christendom een ‘zacht aangedraaide’ godsdienst. We worden voorzichtig. Het Evangelie brengen we een beetje omsluierd. En we houden ’t bij de kern: God is liefde.
Maar in de kerk mogen we ’t nooit vergeten: Advent en Kerst hebben twee kanten.
Nee, dat betekent niet dat we in de periode van Advent en Kerst ruzie over geloof en ongeloof moeten gaan zitten maken. Maar wij moeten wel beseffen dat zondige mensen – ja, ook die uit 2019 – de kloof tussen God en mensen dagelijks groter maken!

Laten wij het in de kerk maar blijven belijden: “Want onze ​overtredingen​ zijn talrijk voor U en onze ​zonden​ getuigen tegen ons. Want onze ​overtredingen​ zijn bij ons, onze ongerechtigheden, wij kennen ze: het overtreden en het liegen tegen de HEERE en het zich afkeren bij onze God vandaan, het spreken van onderdrukking en afvalligheid, het zwanger zijn en melding maken van leugenachtige woorden vanuit het ​hart”[5].

Dan, ja dan is ook dat slotvers van Jesaja 59 voluit geldig: “Wat Mij betreft, dit is Mijn ​verbond​ met hen, zegt de HEERE: Mijn Geest, Die op U is, en Mijn woorden die Ik U in de mond gelegd heb, zullen uit Uw mond niet wijken, ook niet uit de mond van Uw nakomelingen, evenmin uit de mond van de nakomelingen van Uw nakomelingen, zegt de HEERE, van nu aan tot in eeuwigheid”[6].
De kerk mag er dus zeker van zijn: het Evangelie van verkiezing en verlossing zal blijven klinken!

Noten:
[1] Jesaja 59:1 en 2.
[2] Jesaja 50:2 b.
[3] Geciteerd van https://www.cjg043.nl/2017/11/02/kerstmis-en-bekeerd-gaat-dit-samen-ervaringsverhaal/ ; geraadpleegd op dinsdag 17 december 2019.
[4] Zie https://cip.nl/76984-mijd-praten-over-geloof-tijdens-kerstdiner ; geraadpleegd op dinsdag 17 december 2019.
[5] Jesaja 59:12 en 13.
[6] Jesaja 59:21.

21 december 2017

Hoop op de Here!

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

De Adventsperiode bepaalt ons erbij dat wij alles van de Here moeten verwachten.
Kerkmensen leren wat het enig juiste startpunt is. Dat is het basisprincipe van Psalm 38:
“Heer, mijn hart ligt voor U open:
al mijn hopen,
mijn verlangen en mijn leed”[1].
Het is de God van het verbond die ons vaste grond onder de voeten geeft. Wij mogen bewonderend zingen:
“Laat ieder die het zag
stil zijn van diep ontzag
en hopen op de HEER”[2].

Ook de Spreukendichter heeft het over verwachting en hoop. Uit hoofdstuk 10 citeer ik:
“De verwachting van de rechtvaardigen is blijdschap,
maar de hoop van de goddelozen zal vergaan”[3].

In Spreuken 10 gaat het over de verschillende keuzes die onze kinderen noodzakelijkerwijs moeten maken. Soms stemmen die keuzes tot vreugde, soms krijgt teleurstelling de overhand.
Rijkdom en armoede worden door de Here gegeven. Maar dat laat onverlet dat wij ook zelf aan het werk gezet worden. Stilzitten levert geen geld op. In Gods Koninkrijk geldt: heel het gezin moet aan het werk; tot eer van God.
Spreuken 10 splitst de mensheid in twee kampen: rechtvaardigen en goddelozen. De Spreukenleraar roept ons op: blijf de weg van de Here volgen!
Want uiteindelijk gaat het niet om de familie met een kleine letter f, maar om de Familie met een hoofdletter. Niet voor niets zegt de Heiland in Mattheüs 12: “Zie, Mijn moeder en Mijn broeders. Want wie de wil van Mijn Vader doet, Die in de hemelen is, die is Mijn broeder en zuster en moeder”[4].

Ook vandaag is de God van het verbond actief aanwezig. Daarom heerst in de kerk geen sfeer van: vandaag is ’t niks, morgen zal ’t wezen. De Here is ook nu al present. Daarom kan het feest nu al beginnen!

Er zijn tegenwoordig aardig wat mensen die een kerkgebouw binnengaan vanwege de fraaie architectuur die daar te zien is. Zij worden, zo melden zij met zoetgevooisde stem en een traan in het oog, bijkans overweldigd door de gewijde sfeer. Door de wondermooie beelden. Of door de sierlijkheid van de gebrandschilderde ramen.
En geloven?
Steeds vaker hoor je mensen opgewekt opmerken: ‘Ik geloof in mijn broer. Hij kan het’. Of: ‘Mijn zus kan de kanker overwinnen; ja, daar geloof ik in’. Op die manier wordt geloof een manier om mensen in de eigen omgeving in hun eigen kracht te laten geloven.
Gods Woord leert ons evenwel dat onze levensvreugde ergens anders vandaan komt. Leest u maar mee in Romeinen 5: “… wij roemen (…) in de verdrukkingen, omdat wij weten dat de verdrukking volharding teweegbrengt, en de volharding ondervinding en de ondervinding hoop. En de hoop beschaamt niet, omdat de ​liefde​ van God in onze ​harten​ uitgestort is door de ​Heilige​ Geest, Die ons gegeven is”[5].
Ziet u dat? De liefde van God is onze levensbron. De Heilige Geest zorgt ervoor dat die bron heerlijk water blijft geven!
Kijk, in die situatie is Spreuken 10 niet overdreven: “De verwachting van de rechtvaardigen is blijdschap”.
Die verwachting laten wij nooit meer los. Daar klampen we ons aan vast. Het is de reddingsboei van ons leven. Het is het baken van Psalm 119:
“Ik klem mij vast aan uw getuigenis.
O HEER, laat niet vergeefs mij op U hopen!”[6].

Toegegeven – goddelozen koesteren in hun leven ook hoop. Zij hebben heel wat verwachtingen.
Zij zeggen: wie wat wil veranderen in de wereld moet bij zichzelf beginnen.
Zij zeggen: u moet mensen een beetje onder druk zetten. Want dan komen zij in beweging. Zij zeggen: u moet de media erbij halen, want dan wordt uw probleem bekend. Dan krijgt u medestanders. En dan komt u er wel. Natuurlijk – ’t kan even duren, maar ten langen leste komt het goed.
Weet u waar dergelijke gedachtespinsels aan doen denken? Aan het werk van spinnen. Spinnenwebben zijn heel kunstig in elkaar gezet. Op een rustige herfstdag denk je: hoe krijgt zo’n klein beestje het toch klaar om zoiets moois te maken! Maar als je op een koude winterdag weer kijkt, is dat welgevormde web verdwenen.
Kijk, dat is de sfeer van Job 8:
“Zo zijn de paden van allen die God vergeten;
de hoop van de huichelaar vergaat.
Hij zal walgen van waar hij eerst zijn hoop op stelde;
zijn vertrouwen zal spinrag blijken te zijn”[7].

De Spreukenleraar prent het ons in hoofdstuk 10 in:
“De rechtvaardige zal voor eeuwig niet wankelen,
maar de goddelozen zullen de aarde niet bewonen”[8].
Het beeld van de toekomst wordt plotsklaps scherp. Zo loopt het met de al of niet trotse burgers van deze wereld af!

Advent 2017 stelt ons voor de keus.
Welke kant gaan we op?
Vertrouwen we op de onderhandelingskracht van mensen? Op het menselijk vermogen om ingewikkelde compromissen te sluiten?
Hoe dat zij – één ding is zeker: aardse mensen vallen op een gegeven moment weg. Zij worden begraven. Hun kracht is geweken. Hun activiteit is beëindigd.
Welnu, onze God valt nooit weg. Hij is namelijk, om met Romeinen 1 te spreken, “de Schepper, Die te prijzen is tot in eeuwigheid. Amen”[9].
Laten we daarom ook in de Adventstijd het zingen maar volhouden. Zing maar gerust mee met de dichter van Psalm 147:
“Zijn welbehagen zal slechts wezen
met allen die Hem need’rig vrezen,
die met hun harten voor Hem open
op zijn genade en liefde hopen”[10].

Noten:
[1] Psalm 38:5; Gereformeerd Kerkboek-1986.
[2] Psalm 40:1; Gereformeerd Kerkboek-1986.
[3] Spreuken 10:28.
[4] Mattheüs 12:49 en 50.
[5] Romeinen 5:3, 4 en 5.
[6] Psalm 119:12; Gereformeerd Kerkboek-1986.
[7] Job 8:13 en 14.
[8] Spreuken 10:30.
[9] Romeinen 1:25.
[10] Psalm 147:4; Gereformeerd Kerkboek-1986.

20 december 2017

Adventswetenschap

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , ,

De kloof in Nederland wordt groter.
De scheiding tussen rijk en arm, bedoel ik.

Onlangs was op de website van een bekend dagblad te lezen: “De afgelopen twee jaar zijn hoger opgeleiden en gezonde mensen er meer op vooruitgegaan dan laagopgeleiden en mensen met een ziekte of handicap. Ook de verschillen in leefsituatie van werkenden ten opzichte van niet werkenden en hoge ten opzichte van lage inkomens, werd groter. Dat blijkt uit het tweejaarlijkse rapport De sociale staat van Nederland 2017 van het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP), dat dinsdag is gepubliceerd.

Volgens de onderzoekers tonen de resultaten aan dat er in Nederland sprake is van ‘groeiende scheidslijnen in de samenleving’. Opvallend noemt het bureau dat mensen met een slechte leefsituatie ook minder tevreden zijn over hun leven. Deze groep mensen gaf zijn eigen leven in 2008 nog een 7,2, vorig jaar was dat gedaald naar 6,6”[1].

In het algemeen zijn Nederlanders overigens best tevreden.
“Volgens het SCP is de kwaliteit van leven van Nederlanders in de afgelopen vijfentwintig jaar beter geworden. Sinds 1990 is de levensverwachting sterk toegenomen, evenals het opleidingsniveau, de arbeidsparticipatie en het besteedbaar inkomen. De criminaliteit is afgenomen, de woningen zijn van een betere kwaliteit, meer Nederlanders sporten en we gaan vaker op vakantie”.
Kortom: in Nederland gaat het goed – dank u.

Intussen ligt daar nog steeds de kloof tussen rijk en arm. Die gapende kloof waar niemand blij van wordt.
Als het daarom gaat, is het zaak dat de broeders diakenen alert blijven. Zij moeten zich ontfermen over mensen die in financiële problemen verkeren. En dat kan zomaar gebeuren.
Wilt u een voorbeeld? Mensen die maandelijks een goede uitkering ontvangen hebben vaak te maken met eigen bijdragen die aan de hoge kant zijn. Dat komt omdat die bijdragen inkomensafhankelijk zijn. In zo’n situatie geldt: aan het eind van uw geld is er nog een stukje maand over. Oftewel: het geld is zomaar op.

Rijkdom en armoede worden ons door de Here toebedeeld.
Dat leren we onder meer uit de beschrijving van het leven van Job. Als hem in hoofdstuk 1 schier alles ontnomen wordt, zegt hij: “De HEERE heeft gegeven en de HEERE heeft genomen; de Naam van de HEERE zij geloofd!”[2].
De Here geeft ons wat wij nodig hebben. Iedere minuut, iedere seconde van de dag. Dat is geen kwestie van verdienste. Want verdienen doen wij niets. Het is wel een zaak van de Here. Want Hij weet precies hoe wij Hem in deze wereld het best kunnen dienen. Hij weet Hij ons het best kan inzetten. Met armoede, in Job 1. Of met nieuwe rijkdom, zoals in Job 42: “En de HEERE bracht een omkeer in het levenslot van Job, toen hij ​gebeden​ had voor zijn vrienden. De HEERE vermeerderde alles wat Job bezeten had tot het dubbele toe”[3].

Echter – in de kerk moeten wij, wat mij betreft, die berichten over de kloof tussen arm en rijk eerst en vooral verbinden aan Adventswetenschap.
Laten wij elkaar, nu het hierom gaat, wijzen op 1 Samuël 2: “De HEERE maakt arm en maakt rijk, Hij vernedert, ook verhoogt Hij”[4].
Die woorden komen uit de lofzang van Hanna. Namelijk uit de lofzang die zij aanheft nadat Samuël in de tempel is gebracht.

Wat is dat bijzonder!
Hanna is een tijd lang kinderloos geweest. En nu zij eindelijk een zoon mocht ontvangen, staat zij hem al vrij snel weer aan de God van het verbond af.
Hanna brengt een ode aan haar God. Wat een kracht spreekt daar uit! Je zou zeggen: wat een sterk geloof heeft deze vrouw!

Wij moeten echter verder kijken.
De Verbondsgod geeft Zijn kind Hanna profetische gaven.
Zonder het te weten wijst zij al naar Jezus Christus, de Heiland.
In Lucas 1 neemt Maria die woorden van Hanna ook in de mond: “Hij heeft machtigen van de troon gestoten en nederigen heeft Hij verhoogd. Hongerigen heeft Hij met goede gaven verzadigd en rijken heeft Hij met lege handen weggezonden”[5].
Wat is het doel daarvan? Een uitlegger zegt het zo: “…doordat God – en wel door middel van de Messias – de armen ‘met goederen vervult’, neemt Hij bij hen de zorg voor het dagelijks brood – waardoor iemand compleet in beslag genomen kan worden – én hun afhankelijkheid van rijke uitbuiters weg en ontstaat er ruimte om Hem in alle vrijheid te dienen. Anderzijds wordt de rijke, die zich ten koste van de arme verrijkt heeft, ‘met lege handen weggezonden’, dat wil zeggen zonder dat ze iets gekregen hebben, mogelijk ook: beroofd van wat ze al hadden”[6].
De komst van de Zaligmaker op deze aarde maakt heel veel goed. Want dan wordt het leven op de hemelse toekomst gericht.

In de Adventswetenschap staat het vast: onze zonden zijn vergeven.
In de Adventswetenschap staat het vast: wij zijn gekocht en betaald.
In de Adventswetenschap staat het vast: wij zijn op weg naar een heerlijke hemelse plaats!

Ja, in de Adventswetenschap staat het vast: wij voeren hier op aarde een taak uit, waarvoor de God van het verbond ons geschikt maakt.
In de kerk voeren we die taak samen uit.

Dit zo zijnde wijs ik graag nog eens op de taak van de diaconie.
Ik citeer: “Het is daarom de taak van de diakenen te zorgen voor de goede voortgang van dit dienstbetoon in de gemeente. Zij zullen zich door huisbezoek van de moeiten op de hoogte stellen en de gemeente tot hulpbetoon opwekken. Bovendoen moeten zij de gaven inzamelen, beheren en in Christus’ naam uitdelen. De diakenen behoren de gemeenteleden die Christus’ liefdegaven ontvangen, met Gods Woord te bemoedigen en te vertroosten”[7].

Samen voeren we de taak uit die de Here ons geeft.
Als ambassadeurs van Hem.
Misschien lijkt onze taak maar klein. En ietwat onbetekenend. Amper de moeite waard om over te praten.
Maar de Here zegt: wees trouw en blijmoedig; ook in het kleine.

De scheiding tussen rijk en arm wordt in Nederland gaandeweg groter.
In de Adventswetenschap valt dat onderscheid echter weg.
In de kerk helpen we elkaar vooruit.
En dan weten we het: “De HEERE maakt arm en maakt rijk”.
Maar hoe dat zij: er komt een schitterende toekomst aan!

Hanna doet ons onderweg voor wat biddend werken inhoudt.
De kerk zingt daarom uit volle borst:
“Looft, looft verheugd de HEER der heren,
aanbidt zijn naam en wilt Hem eren.
Laat alle volken nu verstaan
de wond’ren, die Hij heeft gedaan.
En spreekt met eerbied en ontzag
van al zijn werken dag aan dag”[8].

Noten:
[1] Zie https://www.rd.nl/vandaag/binnenland/scp-rapport-groeiende-scheidslijn-in-samenleving-1.1452892 ; geraadpleegd op dinsdag 12 december 2017.
[2] Job 1:21 b.
[3] Job 42:10.
[4] 1 Samuël 2:7.
[5] Lucas 1:52 en 53.
[6] Geciteerd van de webversie van de Studiebijbel. Commentaar bij Lucas 1:53.
[7] Formulier voor de bevestiging van ouderlingen en diakenen. Gereformeerd Kerkboek, p. 550-555. Citaat van p. 552.
[8] Psalm 105:1; Gereformeerd Kerkboek-1986.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.