gereformeerd leven in nederland

20 december 2019

De twee kanten van Advent en Kerst

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , ,

“Zie, de hand van de HEERE is niet te kort dat ze niet zou kunnen verlossen, en Zijn oor is niet toegestopt dat het niet zou kunnen horen. Maar uw ongerechtigheden maken scheiding tussen u en uw God, uw ​zonden​ doen Zijn aangezicht voor u verborgen zijn, zodat Hij u niet hoort”.

Dit zijn woorden uit Jesaja 59[1]. En het zijn woorden met een zekere dreiging. Het zijn woorden die, voor het besef van velen, niet zo bij Advent passen. Kerst is immers bijna synoniem met vrede. Maar wat doet Jesaja in hoofdstuk 59? Hij roept tegen zijn volksgenoten: als u zo doorgaat wordt de kloof tussen God en Zijn volk alleen maar groter; bekeer u!
Dat is, om zo te zeggen, de echo van Jesaja 50: “Is Mijn hand ten enenmale te kort om te verlossen? Of is er in Mij geen kracht om te redden? Zie, door Mijn bestraffing maak Ik de zee droog. Ik maak rivieren tot een woestijn. Hun vissen stinken, omdat er geen water is, en ze sterven van dorst”[2].

Is dat nu de boodschap van de kerk? Is dat niet te zwart? Te dreigend? Nee, toch niet.
Wij moeten onze ogen niet sluiten voor de werkelijkheid van 2019. Die realiteit is dat massa’s mensen zich van het christendom afkeren.

Een voorbeeld.
Iemand die zich tot de Islam bekeerd heeft, zegt: “Ik leer mijn kinderen dat kerst hoort bij het katholieke geloof. Helaas past het kerstverhaal niet bij het verhaal over Jezus in de Islam. Maar toch kies ik er bewust voor dat de kinderen van de versie uit de bijbel af weten en vertel natuurlijk onze eigen islamitische kijk er direct achteraan. Omdat die anders is. Op school krijgen ze dit niet mee. Daar hebben we bewust voor gekozen”.
En:
“Islam en kerst kan gewoon niet, klaar! Zo dacht ik erover. Mijn man is moslim, ik ben moslim en al mijn kinderen worden opgevoed met als doel ze te laten opgroeien tot vrome moslims. Waar ik toen niet bij stil stond, was dat ik mijn familie teleurstelde met mijn afwezigheid. Zo erg dat voor een aantal jaren hun Kerst niet compleet was. Mijn ouders vieren kerst niet in de kerk. Kerst betekent voor hen vooral gezellig samen zijn met familie. Vanuit islamitisch oogpunt kun je dan denken ‘dat kan op alle dagen, waarom persé op die dagen?’ Maar traditie en cultuur doorbreek je niet. Na een paar jaar van het boycotten van kerst besloot ik daarom toch weer te gaan”.
En:
“Voor mij voelt dit goed. Ik heb begrip voor mijn ouders en hun cultuur en traditie en daar krijg ik veel moois voor terug en dat is begrip voor mij en mijn gezin. Het kerstmenu is namelijk geheel halal. Mijn ouders kiezen eigenlijk voor iedere gelegenheid waar ik aanwezig ben voor halal eten, zodat de kleinkinderen gewoon alles kunnen eten zonder vragen of iets halal is of niet. Opvoed-technisch ideaal want de kinderen leren hiermee dat wanneer men de ander respecteert je ook respect terug mag verwachten en krijgen. Het is geven en nemen of was het in dit geval nemen en geven”[3].

In het bovenstaande draait alles om respect. En om het liefdevol omgaan met andersdenkenden.
Laten wij maar eerlijk zijn: die andersdenkenden ontmoeten wij zodra we één voet buiten de kerk zetten. En soms komen we hen zelfs in onze eigen familie tegen.
In deze wereld zullen we ’t met elkaar moeten doen.
Bij dit alles komt nog dat het in onze wereld ‘not done’ is om tijdens officiële diners over het geloof te beginnen. Iemand zegt: “Als iemand er wel over begint, zeg je gewoon dat we het er beter niet over kunnen hebben. Het is nu kerstmis”[4].

Het Kerstfeest is, om zo te zeggen, het feest van Gods liefde.
Daarom is liefde tot elkaar, zeker op een Kerstdag, aan de orde van de dag.

Toch kan dat begrip van hierboven gelovige kerkmensen zomaar bij een valkuil brengen.
Wij zeggen: wij hebben begrip voor de Islam; dat wil zeggen: wij begrijpen dat men de Islam aanhangt. Maar dat wil niet zeggen dat wij dat goed moeten vinden!
Voordat wij het weten wordt het christendom een ‘zacht aangedraaide’ godsdienst. We worden voorzichtig. Het Evangelie brengen we een beetje omsluierd. En we houden ’t bij de kern: God is liefde.
Maar in de kerk mogen we ’t nooit vergeten: Advent en Kerst hebben twee kanten.
Nee, dat betekent niet dat we in de periode van Advent en Kerst ruzie over geloof en ongeloof moeten gaan zitten maken. Maar wij moeten wel beseffen dat zondige mensen – ja, ook die uit 2019 – de kloof tussen God en mensen dagelijks groter maken!

Laten wij het in de kerk maar blijven belijden: “Want onze ​overtredingen​ zijn talrijk voor U en onze ​zonden​ getuigen tegen ons. Want onze ​overtredingen​ zijn bij ons, onze ongerechtigheden, wij kennen ze: het overtreden en het liegen tegen de HEERE en het zich afkeren bij onze God vandaan, het spreken van onderdrukking en afvalligheid, het zwanger zijn en melding maken van leugenachtige woorden vanuit het ​hart”[5].

Dan, ja dan is ook dat slotvers van Jesaja 59 voluit geldig: “Wat Mij betreft, dit is Mijn ​verbond​ met hen, zegt de HEERE: Mijn Geest, Die op U is, en Mijn woorden die Ik U in de mond gelegd heb, zullen uit Uw mond niet wijken, ook niet uit de mond van Uw nakomelingen, evenmin uit de mond van de nakomelingen van Uw nakomelingen, zegt de HEERE, van nu aan tot in eeuwigheid”[6].
De kerk mag er dus zeker van zijn: het Evangelie van verkiezing en verlossing zal blijven klinken!

Noten:
[1] Jesaja 59:1 en 2.
[2] Jesaja 50:2 b.
[3] Geciteerd van https://www.cjg043.nl/2017/11/02/kerstmis-en-bekeerd-gaat-dit-samen-ervaringsverhaal/ ; geraadpleegd op dinsdag 17 december 2019.
[4] Zie https://cip.nl/76984-mijd-praten-over-geloof-tijdens-kerstdiner ; geraadpleegd op dinsdag 17 december 2019.
[5] Jesaja 59:12 en 13.
[6] Jesaja 59:21.

21 december 2017

Hoop op de Here!

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

De Adventsperiode bepaalt ons erbij dat wij alles van de Here moeten verwachten.
Kerkmensen leren wat het enig juiste startpunt is. Dat is het basisprincipe van Psalm 38:
“Heer, mijn hart ligt voor U open:
al mijn hopen,
mijn verlangen en mijn leed”[1].
Het is de God van het verbond die ons vaste grond onder de voeten geeft. Wij mogen bewonderend zingen:
“Laat ieder die het zag
stil zijn van diep ontzag
en hopen op de HEER”[2].

Ook de Spreukendichter heeft het over verwachting en hoop. Uit hoofdstuk 10 citeer ik:
“De verwachting van de rechtvaardigen is blijdschap,
maar de hoop van de goddelozen zal vergaan”[3].

In Spreuken 10 gaat het over de verschillende keuzes die onze kinderen noodzakelijkerwijs moeten maken. Soms stemmen die keuzes tot vreugde, soms krijgt teleurstelling de overhand.
Rijkdom en armoede worden door de Here gegeven. Maar dat laat onverlet dat wij ook zelf aan het werk gezet worden. Stilzitten levert geen geld op. In Gods Koninkrijk geldt: heel het gezin moet aan het werk; tot eer van God.
Spreuken 10 splitst de mensheid in twee kampen: rechtvaardigen en goddelozen. De Spreukenleraar roept ons op: blijf de weg van de Here volgen!
Want uiteindelijk gaat het niet om de familie met een kleine letter f, maar om de Familie met een hoofdletter. Niet voor niets zegt de Heiland in Mattheüs 12: “Zie, Mijn moeder en Mijn broeders. Want wie de wil van Mijn Vader doet, Die in de hemelen is, die is Mijn broeder en zuster en moeder”[4].

Ook vandaag is de God van het verbond actief aanwezig. Daarom heerst in de kerk geen sfeer van: vandaag is ’t niks, morgen zal ’t wezen. De Here is ook nu al present. Daarom kan het feest nu al beginnen!

Er zijn tegenwoordig aardig wat mensen die een kerkgebouw binnengaan vanwege de fraaie architectuur die daar te zien is. Zij worden, zo melden zij met zoetgevooisde stem en een traan in het oog, bijkans overweldigd door de gewijde sfeer. Door de wondermooie beelden. Of door de sierlijkheid van de gebrandschilderde ramen.
En geloven?
Steeds vaker hoor je mensen opgewekt opmerken: ‘Ik geloof in mijn broer. Hij kan het’. Of: ‘Mijn zus kan de kanker overwinnen; ja, daar geloof ik in’. Op die manier wordt geloof een manier om mensen in de eigen omgeving in hun eigen kracht te laten geloven.
Gods Woord leert ons evenwel dat onze levensvreugde ergens anders vandaan komt. Leest u maar mee in Romeinen 5: “… wij roemen (…) in de verdrukkingen, omdat wij weten dat de verdrukking volharding teweegbrengt, en de volharding ondervinding en de ondervinding hoop. En de hoop beschaamt niet, omdat de ​liefde​ van God in onze ​harten​ uitgestort is door de ​Heilige​ Geest, Die ons gegeven is”[5].
Ziet u dat? De liefde van God is onze levensbron. De Heilige Geest zorgt ervoor dat die bron heerlijk water blijft geven!
Kijk, in die situatie is Spreuken 10 niet overdreven: “De verwachting van de rechtvaardigen is blijdschap”.
Die verwachting laten wij nooit meer los. Daar klampen we ons aan vast. Het is de reddingsboei van ons leven. Het is het baken van Psalm 119:
“Ik klem mij vast aan uw getuigenis.
O HEER, laat niet vergeefs mij op U hopen!”[6].

Toegegeven – goddelozen koesteren in hun leven ook hoop. Zij hebben heel wat verwachtingen.
Zij zeggen: wie wat wil veranderen in de wereld moet bij zichzelf beginnen.
Zij zeggen: u moet mensen een beetje onder druk zetten. Want dan komen zij in beweging. Zij zeggen: u moet de media erbij halen, want dan wordt uw probleem bekend. Dan krijgt u medestanders. En dan komt u er wel. Natuurlijk – ’t kan even duren, maar ten langen leste komt het goed.
Weet u waar dergelijke gedachtespinsels aan doen denken? Aan het werk van spinnen. Spinnenwebben zijn heel kunstig in elkaar gezet. Op een rustige herfstdag denk je: hoe krijgt zo’n klein beestje het toch klaar om zoiets moois te maken! Maar als je op een koude winterdag weer kijkt, is dat welgevormde web verdwenen.
Kijk, dat is de sfeer van Job 8:
“Zo zijn de paden van allen die God vergeten;
de hoop van de huichelaar vergaat.
Hij zal walgen van waar hij eerst zijn hoop op stelde;
zijn vertrouwen zal spinrag blijken te zijn”[7].

De Spreukenleraar prent het ons in hoofdstuk 10 in:
“De rechtvaardige zal voor eeuwig niet wankelen,
maar de goddelozen zullen de aarde niet bewonen”[8].
Het beeld van de toekomst wordt plotsklaps scherp. Zo loopt het met de al of niet trotse burgers van deze wereld af!

Advent 2017 stelt ons voor de keus.
Welke kant gaan we op?
Vertrouwen we op de onderhandelingskracht van mensen? Op het menselijk vermogen om ingewikkelde compromissen te sluiten?
Hoe dat zij – één ding is zeker: aardse mensen vallen op een gegeven moment weg. Zij worden begraven. Hun kracht is geweken. Hun activiteit is beëindigd.
Welnu, onze God valt nooit weg. Hij is namelijk, om met Romeinen 1 te spreken, “de Schepper, Die te prijzen is tot in eeuwigheid. Amen”[9].
Laten we daarom ook in de Adventstijd het zingen maar volhouden. Zing maar gerust mee met de dichter van Psalm 147:
“Zijn welbehagen zal slechts wezen
met allen die Hem need’rig vrezen,
die met hun harten voor Hem open
op zijn genade en liefde hopen”[10].

Noten:
[1] Psalm 38:5; Gereformeerd Kerkboek-1986.
[2] Psalm 40:1; Gereformeerd Kerkboek-1986.
[3] Spreuken 10:28.
[4] Mattheüs 12:49 en 50.
[5] Romeinen 5:3, 4 en 5.
[6] Psalm 119:12; Gereformeerd Kerkboek-1986.
[7] Job 8:13 en 14.
[8] Spreuken 10:30.
[9] Romeinen 1:25.
[10] Psalm 147:4; Gereformeerd Kerkboek-1986.

20 december 2017

Adventswetenschap

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , ,

De kloof in Nederland wordt groter.
De scheiding tussen rijk en arm, bedoel ik.

Onlangs was op de website van een bekend dagblad te lezen: “De afgelopen twee jaar zijn hoger opgeleiden en gezonde mensen er meer op vooruitgegaan dan laagopgeleiden en mensen met een ziekte of handicap. Ook de verschillen in leefsituatie van werkenden ten opzichte van niet werkenden en hoge ten opzichte van lage inkomens, werd groter. Dat blijkt uit het tweejaarlijkse rapport De sociale staat van Nederland 2017 van het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP), dat dinsdag is gepubliceerd.

Volgens de onderzoekers tonen de resultaten aan dat er in Nederland sprake is van ‘groeiende scheidslijnen in de samenleving’. Opvallend noemt het bureau dat mensen met een slechte leefsituatie ook minder tevreden zijn over hun leven. Deze groep mensen gaf zijn eigen leven in 2008 nog een 7,2, vorig jaar was dat gedaald naar 6,6”[1].

In het algemeen zijn Nederlanders overigens best tevreden.
“Volgens het SCP is de kwaliteit van leven van Nederlanders in de afgelopen vijfentwintig jaar beter geworden. Sinds 1990 is de levensverwachting sterk toegenomen, evenals het opleidingsniveau, de arbeidsparticipatie en het besteedbaar inkomen. De criminaliteit is afgenomen, de woningen zijn van een betere kwaliteit, meer Nederlanders sporten en we gaan vaker op vakantie”.
Kortom: in Nederland gaat het goed – dank u.

Intussen ligt daar nog steeds de kloof tussen rijk en arm. Die gapende kloof waar niemand blij van wordt.
Als het daarom gaat, is het zaak dat de broeders diakenen alert blijven. Zij moeten zich ontfermen over mensen die in financiële problemen verkeren. En dat kan zomaar gebeuren.
Wilt u een voorbeeld? Mensen die maandelijks een goede uitkering ontvangen hebben vaak te maken met eigen bijdragen die aan de hoge kant zijn. Dat komt omdat die bijdragen inkomensafhankelijk zijn. In zo’n situatie geldt: aan het eind van uw geld is er nog een stukje maand over. Oftewel: het geld is zomaar op.

Rijkdom en armoede worden ons door de Here toebedeeld.
Dat leren we onder meer uit de beschrijving van het leven van Job. Als hem in hoofdstuk 1 schier alles ontnomen wordt, zegt hij: “De HEERE heeft gegeven en de HEERE heeft genomen; de Naam van de HEERE zij geloofd!”[2].
De Here geeft ons wat wij nodig hebben. Iedere minuut, iedere seconde van de dag. Dat is geen kwestie van verdienste. Want verdienen doen wij niets. Het is wel een zaak van de Here. Want Hij weet precies hoe wij Hem in deze wereld het best kunnen dienen. Hij weet Hij ons het best kan inzetten. Met armoede, in Job 1. Of met nieuwe rijkdom, zoals in Job 42: “En de HEERE bracht een omkeer in het levenslot van Job, toen hij ​gebeden​ had voor zijn vrienden. De HEERE vermeerderde alles wat Job bezeten had tot het dubbele toe”[3].

Echter – in de kerk moeten wij, wat mij betreft, die berichten over de kloof tussen arm en rijk eerst en vooral verbinden aan Adventswetenschap.
Laten wij elkaar, nu het hierom gaat, wijzen op 1 Samuël 2: “De HEERE maakt arm en maakt rijk, Hij vernedert, ook verhoogt Hij”[4].
Die woorden komen uit de lofzang van Hanna. Namelijk uit de lofzang die zij aanheft nadat Samuël in de tempel is gebracht.

Wat is dat bijzonder!
Hanna is een tijd lang kinderloos geweest. En nu zij eindelijk een zoon mocht ontvangen, staat zij hem al vrij snel weer aan de God van het verbond af.
Hanna brengt een ode aan haar God. Wat een kracht spreekt daar uit! Je zou zeggen: wat een sterk geloof heeft deze vrouw!

Wij moeten echter verder kijken.
De Verbondsgod geeft Zijn kind Hanna profetische gaven.
Zonder het te weten wijst zij al naar Jezus Christus, de Heiland.
In Lucas 1 neemt Maria die woorden van Hanna ook in de mond: “Hij heeft machtigen van de troon gestoten en nederigen heeft Hij verhoogd. Hongerigen heeft Hij met goede gaven verzadigd en rijken heeft Hij met lege handen weggezonden”[5].
Wat is het doel daarvan? Een uitlegger zegt het zo: “…doordat God – en wel door middel van de Messias – de armen ‘met goederen vervult’, neemt Hij bij hen de zorg voor het dagelijks brood – waardoor iemand compleet in beslag genomen kan worden – én hun afhankelijkheid van rijke uitbuiters weg en ontstaat er ruimte om Hem in alle vrijheid te dienen. Anderzijds wordt de rijke, die zich ten koste van de arme verrijkt heeft, ‘met lege handen weggezonden’, dat wil zeggen zonder dat ze iets gekregen hebben, mogelijk ook: beroofd van wat ze al hadden”[6].
De komst van de Zaligmaker op deze aarde maakt heel veel goed. Want dan wordt het leven op de hemelse toekomst gericht.

In de Adventswetenschap staat het vast: onze zonden zijn vergeven.
In de Adventswetenschap staat het vast: wij zijn gekocht en betaald.
In de Adventswetenschap staat het vast: wij zijn op weg naar een heerlijke hemelse plaats!

Ja, in de Adventswetenschap staat het vast: wij voeren hier op aarde een taak uit, waarvoor de God van het verbond ons geschikt maakt.
In de kerk voeren we die taak samen uit.

Dit zo zijnde wijs ik graag nog eens op de taak van de diaconie.
Ik citeer: “Het is daarom de taak van de diakenen te zorgen voor de goede voortgang van dit dienstbetoon in de gemeente. Zij zullen zich door huisbezoek van de moeiten op de hoogte stellen en de gemeente tot hulpbetoon opwekken. Bovendoen moeten zij de gaven inzamelen, beheren en in Christus’ naam uitdelen. De diakenen behoren de gemeenteleden die Christus’ liefdegaven ontvangen, met Gods Woord te bemoedigen en te vertroosten”[7].

Samen voeren we de taak uit die de Here ons geeft.
Als ambassadeurs van Hem.
Misschien lijkt onze taak maar klein. En ietwat onbetekenend. Amper de moeite waard om over te praten.
Maar de Here zegt: wees trouw en blijmoedig; ook in het kleine.

De scheiding tussen rijk en arm wordt in Nederland gaandeweg groter.
In de Adventswetenschap valt dat onderscheid echter weg.
In de kerk helpen we elkaar vooruit.
En dan weten we het: “De HEERE maakt arm en maakt rijk”.
Maar hoe dat zij: er komt een schitterende toekomst aan!

Hanna doet ons onderweg voor wat biddend werken inhoudt.
De kerk zingt daarom uit volle borst:
“Looft, looft verheugd de HEER der heren,
aanbidt zijn naam en wilt Hem eren.
Laat alle volken nu verstaan
de wond’ren, die Hij heeft gedaan.
En spreekt met eerbied en ontzag
van al zijn werken dag aan dag”[8].

Noten:
[1] Zie https://www.rd.nl/vandaag/binnenland/scp-rapport-groeiende-scheidslijn-in-samenleving-1.1452892 ; geraadpleegd op dinsdag 12 december 2017.
[2] Job 1:21 b.
[3] Job 42:10.
[4] 1 Samuël 2:7.
[5] Lucas 1:52 en 53.
[6] Geciteerd van de webversie van de Studiebijbel. Commentaar bij Lucas 1:53.
[7] Formulier voor de bevestiging van ouderlingen en diakenen. Gereformeerd Kerkboek, p. 550-555. Citaat van p. 552.
[8] Psalm 105:1; Gereformeerd Kerkboek-1986.

18 december 2017

Klaar voor vertrek

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Advent 2017: de kerk leeft naar het Kerstfeest toe, en de kerk verlangt naar de terugkomst van haar Heiland, Jezus Christus.

De verlangens van de kerk steken wat raar af tegen de toestanden in de wereld: een akkoord over de brexit, de al of niet sensationele nasleep van metoo-affaires, bijna tweehonderdduizend mensen geëvacueerd wegens natuurbranden in Californië… – het is een tamelijk willekeurige greep uit de nieuwsberichten van de afgelopen tijd[1].

De kerkelijke verlangens en de drukte op het wereldtoneel hebben echter wel degelijk met elkaar te maken.
In de kerk zowel als in de wereld verlangt men naar een goede afloop van allerlei situaties.

De dichter van Psalm 119 verlangt ook naar veel dingen.
Kijkt u maar mee:
“Mijn ziel wordt verteerd van verlangen
naar Uw bepalingen, te allen tijde”[2].
En:
“Mijn ziel is bezweken van verlangen naar Uw heil,
op Uw woord heb ik gehoopt”[3].
En:
“Mijn ogen zijn bezweken van verlangen naar Uw belofte,
terwijl ik zei: Wanneer zult U mij troosten?”[4].
En:
“Mijn ogen zijn bezweken van verlangen naar Uw heil
en naar de belofte van Uw rechtvaardigheid”[5].

De dichter verlangt niet naar vrijheid. Nee, hij wil leven onder een wet. Onder de wet van God, wel te verstaan.
Nu komen wij meteen een groot verschil tussen kerk en wereld op het spoor.
De wereld is vol met allerlei moeiten, met seksueel getinte affaires, met natuurrampen en met nog veel meer ellende. Heel veel mensen in de wereld zijn bezig met het zoeken van oplossingen voor al die problemen. Zij onderhandelen zo slim mogelijk. Zij proberen al of niet illegale liefdesverhoudingen zo mooi mogelijk voor te stellen. Zij bieden hulp in gebieden waar de natuur menselijk leven in gevaar brengt. Maar hoe ijverig iedereen ook is: heel vaak is er slechts sprake van tussenoplossingen. Van tweede keus. Van uitkomsten die – als het puntje bij ’t paaltje komt – toch tekort blijken te schieten.
De dichter van Psalm 119 ziet de uitweg: leven binnen het kader van Gods regels. Toegegeven: wie naar Gods wet leeft, komt ook moeilijkheden tegen. Het leven is dan heus niet altijd: “rennen, springen, vliegen, duiken, vallen, opstaan en weer doorgaan”[6]. Het bestaan is dan niet altijd handig en comfortabel. Maar wie op de weg blijft die zijn Vader wijst, weet dat hij uiteindelijk uitkomt bij de toegang tot het feest van zijn Heer.

Opvallend is dat: de ogen en de ziel van de psalmist zijn, in de Statenvertaling en de Herziene Statenvertaling althans, al bezweken van verlangen; in de vertaling van het Nederlands Bijbelgenootschap-1951 is dat anders.
Hoe dat zij: het verlangen naar Gods heil en Zijn beloften beïnvloeden heel zijn functioneren. Heel zijn leven wordt er door getekend. Alles draagt het stempel van de toekomst. Overal zie je ’t terug: ik ga, liever gisteren dan vandaag, een nieuwe toekomst binnen.
Voor Gereformeerden is dat ten diepste de reden dat zij enigszins terughoudend zijn met het ophangen van allerlei kerstversieringen. Daarmee is, wat mij betreft, niet gezegd dat het in huis helemaal kaal moet wezen; een beetje gezelligheid mag er best bij. Maar als ik lees over een huis in het Zuid-Hollandse Zwijndrecht waar 2400 kerstmannen te vinden zijn, dan denk ik: zo moet het niet[7].
Gereformeerden zijn er, als het goed is, klaar voor om de zaken op aarde achter te laten en met hun Heiland mee te gaan. Klaar voor vertrek, zogezegd.
Feitelijk is dat een kernpunt van de Adventsverwachting die Gereformeerden koesteren.

De Here wil Zich rechtvaardig en trouw houden aan de beloften die Hij gedaan heeft.
Mensen maken er, hier op aarde, een rommeltje van.
Onderhandelingen duren vaak heel lang, en hebben iets van handje drukken. Het is meestal een machtsstrijd; samenwerking is ver te zoeken.
Mensen beschuldigen elkaar, soms totaal onterecht. Via Twitter worden aanklachten en verweerteksten zo rap mogelijk wereldkundig gemaakt.
Er wordt zo goed mogelijk gereageerd op allerlei gebeurtenissen in de natuur die voor massa’s mensen onheil en rampspoed betekenen. Maar alleen al die pijlsnelle evacuaties demonstreren op pijnlijke wijze de onbeholpenheid der wereldburgers.
In het gewoel der volkeren mogen gelovige kerkmensen schuilen bij hun Heer.
En ze mogen het de dichter van Psalm 119 nazeggen:
“Zevenmaal daags zeg ik uw goedheid dank,
rechtvaardig is uw wet en mij ten zegen.
Dit geeft mijn loflied innigheid en klank.
Zij die uw wet beminnen, gaan uw wegen.
Zij wand’len voort in vrede, vrij en frank,
geen struikelblok, geen onheil houdt hen tegen”[8].

Noten:
[1] Zie https://nos.nl/artikel/2206592-may-opgelucht-na-brexit-akkoord-maar-thuis-wacht-nog-een-hels-karwei.html , https://www.volkskrant.nl/4543924/?utm_source=VK&utm_medium=email&utm_campaign=20171208 en https://www.nrc.nl/nieuws/2017/12/08/natuurbranden-californie-a1584221 ; geraadpleegd op vrijdag 8 december 2017.
[2] Psalm 119:20.
[3] Psalm 119:81.
[4] Psalm 119:82.
[5] Psalm 119:123.
[6] Deze woorden zijn ontleend aan het lied ‘Opzij, opzij, opzij’ van de cabaretier Herman van Veen.
[7] Zie https://jeugdjournaal.nl/artikel/2205900-gezellig-2400-kerstmannen-in-een-huis.html ; geraadpleegd op zaterdag 9 december 2017.
[8] Psalm 119:61 (berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986).

15 december 2017

Hemelse gaven

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , , ,

In het leven van Gods kinderen kunnen wij, als wij scherp kijken, veel hemelse gaven zien[1][2].
De Heilige Geest zorgt er voor dat onze blik helder is.

Welke hemelse gaven zien wij dan?

Bijvoorbeeld:
1.
We merken op dat er in de wereld allerlei gebeurtenissen plaatsvinden die met de eindtijd te maken hebben. De sfeer in de wereld wordt hoe langer hoe vaker gekenmerkt door onzekerheid, angst en wanhoop. In Lucas 21 lezen we zelfs over benauwdheid en radeloosheid. En daar staat dan bij: “Wanneer nu deze dingen beginnen te geschieden, kijk dan omhoog en hef uw hoofd op, omdat uw verlossing nabij is”[3].
Als wij maar het vermoeden hebben dat de mensen bang worden, mogen wij denken: Christus komt terug!
2.
Kinderen van God zijn mensen die, om met Romeinen 8 te spreken, “de eerstelingen van de Geest hebben”[4].
Wat betekent dat? Antwoord: de Heilige Geest zorgt er voor dat we hoop houden.
Wie om zich heen kijkt heeft, menselijkerwijs gesproken, de neiging om hopeloos te worden. Je hoort het de mensen zeggen: het gaat met deze wereld toch helemaal verkeerd?
Als mens kun je ‘t, zegt men, niet opbrengen om altijd maar vol verwachting te zijn. Welnu, dat hoeft ook niet. Want de Heilige Geest geeft voortdurend nieuw vertrouwen.
3.
Wij zijn Nederlanders.
Of Canadezen, misschien.
Of Australiërs, wellicht.
Hoe dat zij: het thuisland van gelovige kinderen van God is niet Nederland. Of Canada. Of Australië. Wij horen bij de hemel. De woonplaats van God, dat is ons vaderland.
Het woord vaderland “onderstelt dat men het zoo noemt, omdat men door banden van bloed en van liefde, door taal en zeden er mede verbonden is”. Aldus het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen uit 1908.
Daar zit veel in.
Wij zijn met onlosmakelijke banden aan onze Heiland verbonden. Wij zijn betaald met het bloed van de Here Jezus Christus. Wij leven op de kracht van Gods liefde. De taal die wij als kerkmensen bezigen is gebaseerd op Gods Woord. De ethiek die we er op na houden heeft de Bijbel als fundament.
Wij zijn, kortom, op reis naar het hemelse vaderland. En we weten dat Christus ons Persoonlijk zal komen halen[5].
4.
Het bijeenbrengen van Zijn kinderen gaat Jezus Christus niet geruisloos doen.
Er zal geroep te horen zijn. Een aartsengel, een functionaris met een leidende functie in de hemel, zal proclameren dat Gods Zoon Zijn tweede reis naar de aarde aan zal vangen. Er zal ook op een bazuin worden geblazen. Nee, het gaat er niet stilletjes toe[6].
5.
Hoe kunnen wij de hemelse gaven zien?
Volgens Titus 2 kunnen mensen die met God wandelen als volgt worden gekarakteriseerd: “…terwijl wij verwachten de zalige hoop en verschijning van de heerlijkheid van de grote God en onze Zaligmaker, ​Jezus​ ​Christus”[7]. Daar draait alles om.
Wie werkt in de kerk, laat ten diepste zien dat hij op pad is naar een nieuw vaderland.
In de door hem ontwikkelde activiteiten klinkt de stille roep: ga mee, op weg naar de hemel.
Iedereen mag mee.
Ouderen en jongeren.

Ja, jongeren kijken mee.
En laten we het maar ronduit zeggen: de jeugd kijkt kritisch mee.
Jongeren willen zien hoe de ouderen om hen heen erin slagen om moed te houden. Zij willen horen hoe ouderen de Bijbel uitleggen, en hoe dat Woord toegepast wordt in het leven van de mensen die rondom hen staan.
Eerst en vooral is het van groot belang dat jongeren wordt ingeprent dat zij vooral niet op hun eigen gevoel moeten afgaan. En eigenlijk is dat ook logisch. Want ach – hoe gaat dat? Op Dag Eén voel je je geweldig, en op Dag Twee voel je je prut. Toegegeven: dat is kort en krachtig samengevat; maar het is niet zelden de werkelijkheid.
Laatst las ik een uitspraak van een jongere die dat goed begrepen heeft. Hij zei: “Als God voor je gevoel ver weg is, ligt dat niet aan Hem maar aan mij. Dan ben ik ver bij Hem vandaan. Het is juist Zijn verlangen om naar ons toe te komen. Dat vind ik zo bijzonder aan de Bijbelse boodschap: Gods oneindige liefde voor iemand die helemaal geen liefde terugschenkt”[8].

Oudere en jongere kerkmensen zijn samen op pad.
En God gaat voorop.
Daarom weet iedereen het zeker: wij gaan ons doel bereiken!

Inderdaad, de kerk is bij uitstek toekomstgericht.
De kerk leert aardse omstandigheden te relativeren.
De kerk motiveert mensen: elke zondag leren de kerkgangers weer iets over de drijfveer van hun handelen.
De kerk traint mensen in het samen optrekken. ’s Zondags valt in de kerken te beluisteren dat er altijd Iemand met je meegaat. Samen gaan kinderen van God achter Hem aan.
De kerk leert mensen om anderen van dienst te zijn.
De kerk inspireert mensen om uitzicht te houden op een hemelse toekomst.

Nee, de kerk is geen buurthuis. De kerk is geen wijkcentrum waar liefhebbers van cultuur en zoekers van een warm kopje koffie elkaar blijmoedig kunnen ontmoeten.
De kerk toont de mensen waarom zij er zijn, en waartoe zij bestaan.
Zeker, zeker: in de samenleving kan men best wel bedrijvigheid van de kerk opmerken. Maar de kerk is niet in de eerste plaats een instelling voor maatschappelijke dienstverlening. Altijd weer zal te midden van de sociaal getinte bezigheden de blijde Boodschap klinken. De verspreiding van het Evangelie is de hoofdtaak van de kerk.

Uitverkoren kinderen van God zijn volgens Romeinen 8 “bestemd om aan het beeld van Zijn Zoon gelijkvormig te zijn”[9].
Heiligmaking is daarom voor de kerk aan de orde van de dag. En de verheerlijking in de hemel komt er aan.
Het zijn de hemelse gaven die ons daarop voorbereiden.

Trouwens, voor die voorbereiding hebben we vandaag de dag een mooi woord.
Een woord dat in deze periode van het jaar voortdurend door het zwerk zweeft.
Een woord waarvan we de diepe betekenis nooit mogen vergeten.
Het is een woord van achttien letters: Adventsverwachting.

Noten:
[1] Dit artikel is een bewerking van een artikel dat ik in november 2009 schreef.
[2] Zie voor de term ‘hemelse gaven’: Zondag 19 van de Heidelbergse Catechismus, antwoord 51. Voor het gemak citeer ik even: “Ten eerste giet Hij door zijn Heilige Geest in ons, zijn leden, de hemelse gaven uit. Ten tweede beschermt en bewaart Hij ons met zijn macht tegen alle vijanden”.
[3] Lucas 21:28.
[4] Romeinen 8:23.
[5] Zie Philippenzen 3:20: “Ons burgerschap is echter in de hemelen, waaruit wij ook de Zaligmaker verwachten, namelijk de Heere ​Jezus​ ​Christus”.
[6] 1 Thessalonicenzen 4:16, 17 en 18: “Want de Heere Zelf zal met een geroep, met de stem van een aartsengel en met een bazuin van God neerdalen uit de hemel. En de doden die in ​Christus​ zijn, zullen eerst opstaan. Daarna zullen wij, de levenden die overgebleven zijn, samen met hen opgenomen worden in de wolken, naar een ontmoeting met de Heere in de lucht. En zo zullen wij altijd bij de Heere zijn. Zo dan, troost elkaar met deze woorden”.
[7] Titus 2:13.
[8] Gertjan de Jong (LCJ), “Zonde is onze eigen schuld”. In: Puntkomma, bijlage bij het Reformatorisch Dagblad, maandag 4 december 2017, p. 16 (rubriek Puntuit).
[9]
Romeinen 8:29.

7 december 2017

Advent met Salomo

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

Koning Salomo is in mijn gedachten vaak een geweldenaar. Groot, wijs, machtig… Salomo is iemand die iets betekent in Gods koninkrijk. Salomo heeft bovendien op aarde veel te vertellen.

Dat alles overpeinzend is 1 Koningen 11 een flinke tegenvaller.
In eerste instantie althans.

“Koning​ ​Salomo​ had veel uitheemse vrouwen lief, en dat naast de dochter van de ​farao: ​Moabitische, ​Ammonitische, Edomitische, Sidonische, en Hethitische vrouwen, uit de volken waarvan de HEERE tegen de Israëlieten had gezegd: U mag niet naar hen toe gaan en zij mogen niet bij u komen”[1].
En:
“Het was in de tijd van ​Salomo’s ouderdom dat zijn vrouwen zijn ​hart​ deden afwijken, achter ​andere ​goden​ aan, zodat zijn ​hart​ niet volkomen was met de HEERE, zijn God, zoals het ​hart​ van zijn vader ​David, want ​Salomo​ ging achter Astoreth aan, de god van de Sidoniërs, en achter ​Milkom, de afschuwelijke afgod van de ​Ammonieten. Zo deed ​Salomo​ wat slecht was in de ogen van de HEERE: hij volhardde er niet in de HEERE na te volgen, zoals zijn vader ​David”[2].

Het was in de tijd van Salomo’s ouderdom… – dat is een belangrijk detail.
Als u het mij vraagt, zien we vandaag soms eenzelfde ontwikkeling. Oude mensen worden niet zelden enigszins toegeeflijk. Ze gaan een beetje relativeren. Want ach, je kunt toch niet altijd aan de zijlijn blijven staan?
Hierover heb ik op deze internetpagina al wel eens eerder geschreven[3]. Maar het kan geen kwaad om nog eens te herhalen wat ik indertijd reeds schreef: “In 1 Koningen 11 zien we wat er gebeurt als wij Gods liefde een beetje nonchalant beantwoorden. Naarmate Salomo ouder wordt ziet hij steeds meer de betrekkelijkheid der dingen in. En daarin gaat hij te ver. Veel te ver.
God is liefde. Zijn liefde moet beantwoord worden. Daar past relativeringsvermogen niet bij”.

Laten wij 1 Koningen 11 nog eens wat nader bezien

Want juist in deze Adventstijd lijkt dit Schriftgedeelte mij van enig belang.
Wij leren om onze redding helemaal van Jezus Christus te verwachten. Hoe majestueus mensen er in onze tijd ook uit mogen zien, altijd geldt dat woord uit Psalm 146:
“Vertrouw niet op edelen,
op het mensenkind, bij wie geen heil is”[4].

Wie zich op mensen richt, raakt gaandeweg de vrijmoedigheid kwijt om naar God toe te gaan. Het contact verwatert een beetje. God is wel belangrijk – nou en of. Maar goede relaties op aarde mogen we, zo zeggen we dan zomaar, beslist niet uitvlakken.
De schrijver van de brief aan de Hebreeën zegt daarentegen: “Maar de rechtvaardige zal uit het geloof leven, en als iemand zich onttrekt, Mijn ziel heeft in hem geen behagen”[5]. Wellicht heeft de Hebreeënschrijver voor een ongewenst soort wetticisme willen waarschuwen. Maar anno Domini 2017 mogen wij, dunkt mij, dat Schriftwoord ook wel wat breder trekken: wie zich, hoe omzichtig ook, aan het contact met en de zegen van de Here onttrekt, kan er op rekenen dat er kerkelijke onachtzaamheid intreedt.
Er is voortdurende volharding nodig: wij moeten blijven geloven dat heil van de Here komt.

Dat was al zo in de tijd van Habakuk.
In hoofdstuk 1 zegt de profeet: “…de goddeloze omsingelt de rechtvaardige, daarom komt het recht verdraaid tevoorschijn”[6].
Maar in hoofdstuk 2 lezen wij vervolgens: “Toen antwoordde de HEERE mij en zei: Schrijf het ​visioen​ op, grif het duidelijk in tafelen, zodat het in het snel voorbijlopen te lezen is. Voorzeker, het ​visioen​ wacht nog op de vastgestelde tijd, aan het einde zal Hij het werkelijkheid maken. Hij liegt niet. Als Hij uitblijft, verwacht Hem, want Hij komt zeker, Hij zal niet wegblijven. Zie, zijn ziel is hoogmoedig, niet oprecht in hem, maar de rechtvaardige zal door zijn geloof leven”[7].
Met andere woorden:
* soms lijkt de situatie hopeloos
* maar juist dan is geloof nodig.
En dat mogen we gerust met grote letters publiceren. In onze tijd zouden we zeggen: hang maar een spandoek aan de kerk! Oftewel, zorg maar voor neonverlichting rond de kerk: er is geloof en volharding nodig!

Paulus betuigt ons dat in Romeinen 1 nog eens met nadruk: “Want ik schaam mij niet voor het ​Evangelie​ van ​Christus, want het is een kracht van God tot zaligheid voor ieder die gelooft, eerst voor de ​Jood, en ook voor de Griek. Want de ​gerechtigheid​ van God wordt daarin geopenbaard uit geloof tot geloof, zoals geschreven is: Maar de rechtvaardige zal uit het geloof leven”[8].

Koning Salomo was in mijn gedachten vaak een geweldenaar.
Maar ach, het wordt tijd om mijzelf te corrigeren.
Koning Salomo was een mens. Een mens die met grote gaven gesierd was. Maar evenzeer een mens die zondig was.
Ook voor Salomo’s zonden moest de Heiland betalen.

Schrijver dezes, en alle Gereformeerden rondom hem, moeten het maar gewoon bij de Nederlandse Geloofsbelijdenis houden.
“Wij geloven dat God, die volkomen barmhartig en rechtvaardig is, zijn Zoon gezonden heeft om de natuur waarin de ongehoorzaamheid begaan was, aan te nemen en in haar de schuld te betalen en door zijn zeer bitter lijden en sterven de straf voor de zonden te dragen. Zo heeft God zijn rechtvaardigheid bewezen jegens zijn Zoon door onze zonden op Hem te laden. Zijn goedheid en barmhartigheid heeft Hij uitgestort over ons, die schuldig waren en verdienden veroordeeld te worden. Want in volkomen liefde heeft Hij zijn Zoon voor ons in de dood overgegeven en Hem opgewekt tot onze rechtvaardiging, opdat wij door Hem onsterfelijkheid en eeuwig leven zouden hebben”[9].
Dat is de blijde Boodschap voor Gods kinderen. Ja, ook voor Salomo.

U hebt het ongetwijfeld reeds begrepen: 1 Koningen 11 roept ons op om de Adventsverwachting te koesteren!

Noten:
[1] 1 Koningen 11:1 en 2 a.
[2] 1 Koningen 11:4, 5 en 6.
[3] Zie mijn artikel ‘Tegen de toegeeflijkheid’, hier gepubliceerd op vrijdag 21 februari 2014. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2014/02/21/tegen-de-toegeeflijkheid/ .
[4] Psalm 146:3.
[5] Hebreeën 10:38.
[6] Habakuk 1:4.
[7] Habakuk 2:1-4.
[8] Romeinen 1:16 en 17.
[9] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 20.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.