gereformeerd leven in nederland

12 december 2019

Twee legers

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

De belangrijkste opdracht voor een gelovig mens is: volharden in het geloof in Gods beloften. Christen-zijn is nooit een automatisme. Het is uitzien naar de toekomst, in een wereld die dol lijkt te draaien[1].

In Jesaja 36 wordt dat het volk van God wel moeilijk gemaakt.

Wat is de situatie?
Op het internet kan men de volgende beschrijving vinden: “Assyrië en Babylon waren de grote mogendheden van de oude tijd. Toen Hizkia koning van Juda werd, was het rijk van Assyrië in verval geraakt en hun invloed sterk teruggedrongen. Tien jaar later werd het weer sterk en begon het zijn invloedssfeer uit te breiden.
In het veertiende jaar van Hizkia trok het leger van de Assyrische koning Sanherib westwaarts en nam Sidon, Achzib en Akko aan de Fenicische kust in. Daarna trok het Assyrische leger naar het zuiden. Moab, Edom en Asdod gaven zich onmiddellijk over en betaalden schatting om zo bezetting en verwoesting te ontlopen. Askelon en de naburige steden Joppe en Beth-Dagon, die dat niet deden, werden met grof geweld door de Assyriërs onderworpen. Om dit lot te ontgaan, stuurde Hizkia afgezanten naar koning Sanherib om vrede te sluiten -2 Koningen 18:14-. Deze eiste driehonderd talenten zilver en dertig talenten goud. Dat was een enorme som geld. Koning Hizkia nam alle goud en zilver uit de tempel en de Koninklijke schatkamer -2 Koningen 18:15,16-. Er staat niet vermeld dat dit genoeg was, want koning Sanherib sloot geen vrede. Hij stuurde een hoge dienaar -de rabsake- met een deel van zijn leger en deze sloeg het beleg voor Jeruzalem”
Even verder staat in dezelfde beschrijving:
“In Jesaja 36:4-18 lezen we een stukje psychologische oorlogsvoering. De rabsake ontvangt een delegatie van koning Hizkia. In het gesprek dat volgt, biedt hij Hizkia geen enkele uitweg. Hij eist onvoorwaardelijke overgave. Om zijn woorden kracht bij te zetten, loopt de Rabsake naar de muur van Jeruzalem en spreekt hij met luide stem de verdedigers toe. Ongetwijfeld heeft de rabsake de delegatie van Hizkia om hem heen gezet, om zo beschermd te zijn tegen mogelijke pijlen van de verdedigers. De rabsake biedt hen een royale beloning, mits ze zich overgeven en de poorten van Jeruzalem openen.
Nadat de rabsake ten aanhoren van de verdedigers op de muur van Jeruzalem de hopeloze situatie van de stad in schrille kleuren geschilderd heeft en daarbij ook nog de God van Israël lasterde, wordt dit alles aan koning Hizkia overgebracht”[2].

Zo staan de zaken in Jesaja 36.
En wie zich een beetje inleeft, begrijpt het: de spanning is te snijden. Het ziet er niet best uit!

De commandant van het leger heeft een heel grote mond: “Dit zegt de grote ​koning, de ​koning​ van ​Assyrië: Wat is dit voor vertrouwen dat u koestert? Ik zeg -maar het is lippentaal-: Er is beraad en gevechtskracht voor de ​oorlog. Op wie stelt u nu uw vertrouwen, dat u tegen mij in opstand komt?”[3].
En ook:
“Nu dan, ben ik buiten de wil van de HEERE tegen dit land opgetrokken om het te gronde te richten? De HEERE heeft tegen mij gezegd: Trek tegen dit land op en richt het te gronde!”[4].
En:
“Laat ​Hizkia​ u ook niet doen vertrouwen op de HEERE door te zeggen: De HEERE zal ons zeker redden, deze stad zal niet gegeven worden in de hand van de ​koning​ van ​Assyrië”[5].
En: “Laat ​Hizkia​ u niet misleiden door te zeggen: De HEERE zal ons redden. Hebben de ​goden​ van de volken, ieder zijn eigen land, gered uit de hand van de ​koning​ van ​Assyrië? Waar zijn de ​goden​ van Hamath en Arpad? Waar zijn de ​goden​ van Sefarvaïm? Hebben zij Samaria dan soms uit mijn hand gered? Wie onder al de ​goden​ van deze landen zijn er die hun land uit mijn hand gered hebben? Zou de HEERE ​Jeruzalem​ dan wél uit mijn hand redden?”[6].

Zonder het te weten is de commandant uit Jesaja 36 een attentiesein voor alle Bijbellezers uit later tijden: zo ziet antichristelijke macht eruit! Ook de Bijbellezer van 2019 met het zich realiseren: dat soort taal horen we ook in de eenentwintigste eeuw. En ja – wij voelen ons vaak machteloos. Je kunt weinig uitrichten tegen al dat geschreeuw. Al die oorlog en agressie – christenen kunnen er weinig tegen beginnen.
Maar juist in deze situatie komt het er op aan om te blijven volharden in het allerheiligst geloof!

De NOS meldt op maandag 9 december: “Over de hele wereld zijn bijna 50 miljoen kinderen op de vlucht voor oorlog, natuurrampen, armoede en geweld. Dat staat in een rapport van VN-kinderrechtenorganisatie Unicef.
De grootste problemen doen zich volgens Unicef voor in het Midden-Oosten. Daar zijn 8,8 miljoen kinderen op de vlucht, onder wie 2,5 miljoen kinderen uit Syrië. Voor de in Syrië achtergebleven families is er vaak te weinig voeding, medische zorg en onderwijs”.
Al die dingen kunnen wij niet overzien.
Wij kunnen geen finaal oordeel geven.
Maar de diepste nood is: vele, vele leiders in de wereld werken God tegen.
Voor hen geldt een woord uit 2 Thessalonicenzen 2 over de wetteloze: “hem, wiens komst overeenkomstig de werking van de ​satan​ is, met allerlei kracht, tekenen en wonderen van de leugen, en met allerlei misleiding van de ongerechtigheid in hen die verloren gaan, omdat zij de ​liefde​ voor de waarheid niet aangenomen hebben om zalig te worden”[7].

Jesaja 36 leert ons de geschiedenis te bezien als de strijd tussen twee legers: de milities van de hemelse God en de legioenen van satan.
Omdat Gods kinderen lid van de militia Christi zijn, zijn zij zeker van de overwinning. De kerk gaat triomfen vieren. Dankzij haar hoofd – Jezus Christus, de Heiland!

Noten:
[1] Zie hierover ook mijn artikel ‘Geloofsvolharding gezocht’, hier gepubliceerd op woensdag 11 december 2019. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2019/12/11/geloofsvolharding-gezocht/ .
[2] Geciteerd van http://www.bijbelverklaring.com/family-7/2019-aflevering-3-hizkia-n-geschiedenis-of-profetie ; geraadpleegd op maandag 9 december 2019.
[3] Jesaja 36:4 en 5.
[4] Jesaja 36:10.
[5] Jesaja 36:15.
[6] Jesaja 36:18, 19 en 20.
[7] 2 Thessalonicenzen 2:9 en 10.

22 oktober 2019

Het luistert nauw

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

De gelijkenis over het onkruid tussen de tarwe is waarschijnlijk wel bekend.

Voor allen die die gelijkenis niet onmiddellijk voor ogen hebben ter oriëntatie nog enkele citaten uit Mattheüs 13.
“Het Koninkrijk der hemelen is gelijk aan iemand die goed ​zaad​ ​zaaide​ in zijn ​akker. Maar toen de mensen sliepen, kwam zijn vijand en ​zaaide​ onkruid tussen de tarwe, en ging weg. Toen het gewas opkwam en vrucht voortbracht, kwam ook het onkruid tevoorschijn”[1].
En:
“Laat ze allebei – tarwe en onkruid – samen tot de ​oogst​ opgroeien, en in de oogsttijd zal ik tegen de maaiers zeggen: Verzamel eerst het onkruid en bind het in bossen om het te verbranden, maar breng de tarwe bijeen in mijn schuur”[2].
En:
“Toen ​Jezus​ de menigte had laten weggaan, ging Hij naar huis. En Zijn discipelen kwamen bij Hem en zeiden: Verklaar ons de ​gelijkenis​ van het onkruid op de ​akker. Hij antwoordde en zei tegen hen: Hij die het goede ​zaad​ ​zaait, is de Zoon des mensen. De ​akker​ is de wereld, het goede ​zaad​ zijn de ​kinderen​ van het Koninkrijk en het onkruid zijn de ​kinderen​ van de boze. De vijand die het ​gezaaid​ heeft, is de ​duivel; de oogst is de voleinding van de wereld en de maaiers zijn ​engelen. Zoals dan het onkruid verzameld en met vuur verbrand wordt, zo zal het ook zijn bij de voleinding van deze wereld: de Zoon des mensen zal Zijn ​engelen​ uitzenden, en zij zullen uit Zijn Koninkrijk verzamelen alle struikelblokken, en hen die de ​wetteloosheid​ doen, en zij zullen hen in de vurige oven werpen; daar zal gejammer zijn en tandengeknars. Dan zullen de rechtvaardigen stralen als de zon, in het Koninkrijk van hun Vader. Wie oren heeft om te horen, laat hij horen”[3].

Het leven gaat ook in 2019 gewoon nog door. Op de automatische piloot, naar het schijnt. Het lijkt erop dat de Here een gedoogbeleid voert: laat de duivel en zijn trawanten zijn gang maar gaan… Pas later, veel later zal het oordeel komen.
Mattheüs 13 toont ons echter dat de werkelijkheid is dat de Here het kwaad opzettelijk ‘volwassen’ laat worden.

Daarin zien we onder meer het geduld van de hemelse God. We zien Zijn lankmoedigheid.
En wij zien ook hoe Gods volk beproefd wordt
Hij geeft Zijn kinderen alle gelegenheid om het kwaad te ontmaskeren. De God van hemel en aarde zegt tegen Zijn gekochten: proclameer het Evangelie maar. God zegt: laat maar zien wat Ik wil, en op welke manier de satan voortdurend pogingen doet om tegenstand te bieden.
Aldus worden Gods kinderen ook getest. Onthullen zij nu ook werkelijk wat de satan aan het doen is? Zeggen ze er ook wat van? Tonen zij aan dat er twee kampen zijn: voor en tegen Jezus Christus, de Heiland?

De media vertellen ons over een dictator in Syrië, Bashar al-Assad.
En over een heerser in Turkije, Recep Tayyip Erdogan. Hij droeg ooit een gedicht voor: “Democratie is slechts de trein die wij nemen tot we op onze bestemming zijn aangekomen. Minaretten zijn onze bajonetten. Koepels onze helmen. Moskeeën onze kazernes en gelovigen onze soldaten”[4].
Laten wij beseffen dat zulke mensen instrumentarium van de duivel zijn!

Christenpolitici in Nederland hebben een verantwoordelijke taak. Zij behoren op hoog niveau te laten zien waar de scheidslijn van goed en kwaad loopt. Op die wijze mogen zij aantonen dat er een strijd op hoog niveau wordt uitgevochten.

In verband met Mattheüs 13 schrijft iemand: “De duivel heeft in ieder geval zijn werk goed gedaan. De verdeeldheid binnen de Christelijke gemeentes heeft een ongekende hoogte bereikt. Er zijn zoveel verschillende opvattingen tegenwoordig over doctrines, geloofsbelijdenissen, en ook het profetische woord dat je nauwelijks nog kan weten wat de echte waarheid is. Zelfs het bestaan van de duivel wordt tegenwoordig al in twijfel getrokken. De duivel wordt ook vaak opgevat als een symbolische term die het kwade of de leugen voorstelt, terwijl de Bijbel ons duidelijk leert dat de duivel een engel is die uit de hemel is gevallen. De grootste leugen van de duivel. Mensen laten geloven dat hij eigenlijk helemaal niet bestaat. De duivel is de vader van de leugen, alle leugens komen van hem. Hij is de zaaier van de verdeeldheid en van de verwarring”[5].
Die realiteit moeten wij vandaag blijven zien!

Er is nog iets.
Het woord dat in onze Bijbels met ‘onkruid’ is vertaald is zizania. Dat betekent eigenlijk: dolik.
Een christelijke internetencyclopedie leert ons: “Dolik is de volksnaam van verschillende gewassen, onder andere van het raaigras en van het bedwelmend raaigras of hondsdravik. De hondsdravik (Lat. Lolium temulentum; Eng. darnel of cockle, Duits Taumel-Dolch, Frans ivraie) behoort wetenschappelijk gesproken tot het geslacht Raaigras (Lat. Lolium). Hij komt overvloedig voor in Israël en Syrië. Hij schiet tussen het koren op en wordt beschouwd als onkruid. Hij lijkt zo sterk op de tarwe dat de plant in sommige streken ‘valse tarwe’ wordt genoemd”[6].
Tarwe en onkruid lijken heel vaak sterk op elkaar. Het is bijna niet van elkaar te onderscheiden. Met andere woorden: sommige opinies lijken reuze christelijk, maar eigenlijk zijn ze het niet.
Dat vraagt attentie van Gods kinderen. Laten wij maar bidden om de leiding van Gods Heilige Geest. Zoals de dichter van Psalm 143 ons dat voorzingt:
“Leer mij uw wil, reik mij uw hand.
Uw goede Geest zij mijn geleide;
voer mij in een geëffend land”[7].

Gewone kerkleden kunnen het gevoel hebben dat zij niet meetellen. De gebeurtenissen in de wereld gaan grotendeels ver boven hun denken uit. Zij bevatten het vaak niet. Wat moeten zij ermee?
Laten de kinderen van God maar beseffen dat de Here hen ziet. Zelfs de meest kleine tarwekorrel ziet Hij van bovenaf!

Denkt u in dit verband maar aan 1 Corinthiërs 15: “…als gij ​zaait, ​zaait​ gij niet het toekomstige lichaam, maar slechts een korrel, bijvoorbeeld van koren, of van iets anders. Maar God geeft er een lichaam aan, gelijk Hij dat gewild heeft, en wel aan elk ​zaad​ zijn eigen lichaam. Alle vlees is niet hetzelfde, maar dat van mensen is anders dan dat van beesten, en het vlees van vogels weer anders dan dat van vissen. Er zijn hemelse en aardse lichamen, maar de glans der hemelse is anders dan die der aardse. De glans der zon is anders dan die der maan en der sterren, want de ene ster verschilt van de andere in glans. Zo is het ook met de opstanding der doden. Er wordt ​gezaaid​ in vergankelijkheid, en opgewekt in onvergankelijkheid; er wordt ​gezaaid​ in oneer, en opgewekt in heerlijkheid; er wordt ​gezaaid​ in zwakheid, en opgewekt in kracht”[8].
Uit een kleine korrel schept de hemelse God iets groots; iets dat de eeuwigheid verduren kan.
De toekomst van de gelovigen is luisterrijk. Daniël profeteerde er al over: “En velen van hen die slapen in het stof van de aarde, zullen ontwaken, sommigen tot eeuwig leven, anderen tot smaad, tot eeuwig afgrijzen. De verstandigen zullen blinken als de glans van het hemelgewelf, en zij die er velen rechtvaardigen, als de sterren, voor eeuwig en altijd”[9].

Jazeker – er komt een moment dat de aarde gemaaid wordt.
Leest u maar mee in Openbaring 14: “En een andere ​engel​ kwam uit de ​tempel​ en riep met luider stem tot Hem, die op de wolk gezeten was: Zend uw ​sikkel​ uit en maai, want de ure om te maaien is gekomen, want de oogst der aarde is geheel rijp geworden. En Hij, die op de wolk gezeten was, zond zijn ​sikkel​ uit op de aarde, en de aarde werd gemaaid”[10].
Maar dat alles is voor gelovige kinderen van God geen reden om bibberend in een hoekje te gaan zitten. Want de Heiland draait er in Mattheüs 13 niet omheen: “Dan zullen de rechtvaardigen stralen als de zon, in het Koninkrijk van hun Vader. Wie oren heeft om te horen, laat hij horen”[11].

Met andere woorden – de kernactiviteit der Gereformeerden is in één woord samen te vatten: luisteren.

Noten:
[1] Mattheüs 13:24, 25 en 26.
[2] Mattheüs 13:30.
[3] Mattheüs 13:36-43.
[4] Geciteerd van https://npofocus.nl/artikel/7466/wie-is-erdogan ; geraadpleegd op dinsdag 15 oktober 2019.
[5] Geciteerd van https://bijbelenzo.wordpress.com/2012/10/30/het-onkruid-en-de-tarwe/ ; geraadpleegd op dinsdag 15 oktober 2019.
[6] Geciteerd van http://www.christipedia.nl/Artikelen/D/Dolik ; geraadpleegd op dinsdag 15 oktober 2019.
[7] Psalm 143:9; berijmd – Gereformeerd Kerkboek-1986.
[8] 1 Corinthiërs 15:37-43.
[9] Daniël 12:2 en 3.
[10] Openbaring 14:15 en 16.
[11] Mattheüs 13:43.

26 augustus 2019

Bosbranden in Brazilië

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

Bosbranden zijn in Brazilië aan de orde van de dag.
De NOS meldt ons: “Het aantal bosbranden in Brazilië is dit jaar opgelopen tot 71.497, het hoogste aantal sinds de telling begon in 2013. Volgens het Braziliaanse agentschap voor ruimteonderzoek (INPE) gaat het om een stijging van 83 procent ten opzicht van dezelfde periode vorig jaar.
Sinds afgelopen donderdag telde het INPE 9507 nieuwe brandhaarden in het land, voornamelijk in het Amazonebekken. Bosbranden komen in het droge seizoen van nature veel voor. Ze worden echter ook veroorzaakt door boeren die delen van het woud ontbossen om dit geschikt te maken voor veeteelt voor de productie van rundvlees. Ook wordt er veel soja geteeld, dat onder meer wordt verkocht als veevoer.
Beelden uit de noordelijkste deelstaat Roraima tonen een regenwoud dat onder een donkere rookwolk bedekt is. In het zuiden van de deelstaat Amazonas en in de hoofdstad daarvan, Manaus, is de noodtoestand afgekondigd. Ook de deelstaat Acre, bij de grens met Peru, is sinds vrijdag in opperste staat van paraatheid”[1].

Maar de NOS bericht ons ook: “Niet overal is de stijging zichtbaar: in de centraler gelegen staten Mato Grosso en Pará zou het aantal bosbranden zelfs gedaald zijn ten opzichte van vorig jaar. Volgens de NASA ligt het totale aantal bosbranden in Brazilië zelfs iets onder het gemiddelde”.
En:
VU-hoogleraar Van der Werf benadrukt wel dat er meer tijd nodig is om de grootte van het probleem echt in te schatten. ‘Zeker, sommige regio’s hebben meer branden dan normaal en iedere brand is er eentje te veel’. Hij denkt dat de gevolgen van de branden over een maand pas echt goed in te schatten zijn. ‘Het brandseizoen is immers pas twee weken bezig’”[2].

Bosbranden in Brazilië – in zekere zin is dat geen nieuws.
Op maandag 9 september 1963 kopte het Nieuwsblad van het Noorden: “Bosbranden in Brazilië breiden zich nog uit”. En een subkop vertelde: 250 doden, 500 vermisten, 60.000 daklozen[3].
Met enige overdrijving kan men zeggen: reeds decennialang zijn er in deze tijd van het jaar met de regelmaat van de klok branden in Brazilië.

Maar daarmee kunnen wij niet volstaan.
Immers – een Gereformeerd mens die de beelden op televisie en internet en in de kranten ziet, denkt aan het vuur in Gods Woord.

Neem nu bijvoorbeeld 2 Thessalonicenzen 1: “Het is immers ​rechtvaardig​ van God verdrukking te vergelden aan hen die u verdrukken, en aan u die verdrukt wordt, samen met ons verlichting te geven bij de openbaring van de Heere ​Jezus​ vanuit de hemel met de ​engelen​ van Zijn kracht, wanneer Hij met vlammend vuur wraak oefent over hen die God niet kennen, en over hen die het ​Evangelie​ van onze Heere ​Jezus​ ​Christus​ niet gehoorzaam zijn. Zij zullen als straf het eeuwig verderf ondergaan, weg van het aangezicht van de Heere en van de heerlijkheid van Zijn macht, wanneer Hij zal gekomen zijn om op die dag verheerlijkt te worden in Zijn ​heiligen​ en bewonderd te worden in allen die geloven -want bij u vond ons getuigenis geloof-”[4].

Nee, wij moeten ons niet overgeven aan zwartgalligheid. Maar wij zullen wel de realiteit onder ogen moeten zien. Wij moeten beseffen: zo ziet vuur eruit. Wij moeten ons realiseren dat het vuur van Gods oordeel nog feller is.

Het geloof van de christenen in Thessalonica wordt snel sterker, schrijft Paulus in 2 Thessalonicenzen 1. Dat de gelovigen in Thessalonica worden vervolgd doet daar niets aan af. Daarom is er alle reden om God te danken!
Het feit van dat sterker wordende geloof mag ook doorverteld worden aan christenen in andere plaatsen. Als een stimulans: geloven in moeilijke tijden? – ja, dat kan!
En het is ook duidelijk: de christenen in Thessalonica horen echt bij Jezus Christus. Jazeker, de Heiland heeft hen gekocht.
Het is zeker: er komt, ook voor de christenen in Thessalonica, een rustige tijd aan.
Dan zal het oordeel komen over de mensen die God genegeerd hebben.
De Heiland komt terug.
Dat is het moment van de definitieve splitsing. De Heiland neemt al Zijn kinderen bij Zich; mensen zonder God worden zover mogelijk bij Gods heerlijkheid weggehouden.

In dit licht bezien zijn de Braziliaanse bosbranden ook vandaag een proclamatie voor de wereld: onze God regeert de wereld; sluit u aan bij Hem aan!

RTL Nieuws meldt: “De branden zijn volgens critici uit binnen- en buitenland een uitvloeisel van het milieubeleid – of het gebrek daaraan – van de nieuwe Braziliaanse president Jair Bolsonaro, een klimaatscepticus die in januari aantrad”[5].
Natuurlijk zijn er voor de branden een paar rationele verklaringen. Die verklaringen hoeven wij niet te bestrijden.
Maar wij dienen, om zo te zeggen, wel door de laaiende vuren heen te kijken. Hopelijk helpt dit artikel daar een beetje bij.

Noten:
[1] Geciteerd van https://nos.nl/artikel/2298343-recordaantal-bosbranden-geteld-in-amazonegebied.html ; geraadpleegd op zaterdag 24 augustus 2019.
[2] Geciteerd van https://nos.nl/artikel/2298422-duizenden-branden-in-amazonegebied-wat-is-er-aan-de-hand.html ; geraadpleegd op zaterdag 24 augustus 2019.
[3] Nieuwsblad van het Noorden, maandag 9 september 1963, p. 1.
[4] 2 Thessalonicenzen 1:6-10.
[5] Geciteerd van https://www.rtlnieuws.nl/nieuws/buitenland/artikel/4821071/bolsonaro-bosbrand-amazone-milieu-klimaat-opwarming-aarde-natuur ; geraadpleegd op zaterdag 24 augustus 2019.

12 augustus 2019

Eeuwig leven

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Maandagavond 5 augustus jongstleden: op de televisie wordt het programma ‘We zijn er bijna’ uitgezonden[1].
Dat programma draait om een groep wat oudere vakantiegangers die met hun caravan of camper door een bepaald land of gebied trekken. Dit jaar verkent men de Balkan. Deze aflevering gaat over Servië en Montenegro.
En ach – hoe gaat dat?
Wie in vakantierust is, geeft zich wel eens over aan bespiegelingen.
Zo ook Lex.
Lex zit met een aantal andere vakantievierders op een bankje.
Hij spreekt de navolgende gedenkwaardige woorden.
“Ik wil niet eeuwig leven… Nee. Ik ben geen Jan Mulder! Ik moet er niet aan denken! Ik bedoel, wat moet je dat hele leven doen? Ik vind dit prachtig maar op een gegeven moment… nee nee… ik kan het niet helemaal beredeneren natuurlijk. Je weet het niet, maar… Zo zit het leven in elkaar. Het eindigt… Maar ja, wie ‘t wil, ga je gang”.

Lex refereert aan een ander tv-programma, ’Het eeuwige leven van Jan Mulder’.
Op de website van dat programma staat te lezen: “De vraag: ‘waarom zou je eeuwig willen leven?’ wordt bij elk van Jan zijn ontmoetingen anders beantwoord. Dit dwingt hem tot reflectie en duikt hij dieper in zichzelf dan hij vooraf had kunnen denken”[2].

Het bovenstaande brengt ons vandaag bij Johannes 3: “De Vader heeft de Zoon lief en heeft alle dingen in Zijn hand gegeven. Wie in de Zoon gelooft, heeft eeuwig leven, maar wie de Zoon ongehoorzaam is, zal het leven niet zien, maar de toorn van God blijft op hem”[3].

Geloven en gehoorzamen, daar gaat het in Johannes 3 om.

Hoe blijkt die gehoorzaamheid? Die blijkt als we het Evangelie in woord en daad doorgeven. De apostel Paulus heeft het daar in Romeinen 1 ook over: “Door Hem hebben wij ​genade​ en het apostelschap ontvangen tot geloofsgehoorzaamheid onder alle heidenen, ter wille van Zijn Naam, waartoe ook u behoort, geroepenen van ​Jezus​ ​Christus”[4].
Volgelingen van Christus dragen de blijde Boodschap door de wereld. In hun woorden. In hun gedrag.
Zo iemand heeft eeuwig leven. Dat leven is al begonnen. En in de hemel leeft hij of zij volmaakt verder. Daar is het leven een en al vrede en geluk. Iets van die vrede, een stukje van dat geluk kunnen we – als het goed is – vandaag al bij de christenen zien.
Laten we dat geluk, die vrede maar doorgeven. Bijvoorbeeld met de woorden van Romeinen 5: “Want zoals door de ​ongehoorzaamheid​ van de ene mens velen als zondaars aangemerkt worden, zo zullen ook door de gehoorzaamheid van de Ene velen als rechtvaardigen aangemerkt worden”[5].

Wat zullen wij in het eeuwige leven doen?[6]
Van onze bezigheden is, op de keper beschouwd, geen heldere beschrijving van te geven. Paulus schrijft aan de christenen in Corinthe, in 1 Corinthiërs 2: “…het is zoals geschreven staat: Wat geen oog heeft gezien en geen oor heeft gehoord en in geen mensenhart is opgekomen, dat is wat God bereid heeft voor hen die Hem ​liefhebben”[7].
Dat aardse voorstellingsvermogen van ons schiet ten enenmale tekort. Wij denken in te krappe kaders. Ons denkraam is te klein.
Eén ding is wel zeker: wij gaan ons in de hemel beslist niet vervelen. Er is namelijk meer dan genoeg te zien. Dat blijkt wel uit Hebreeën 9: “… zo zal ook ​Christus, Die eenmaal geofferd is om de ​zonden​ van velen weg te dragen, voor de tweede keer zonder ​zonde​ gezien worden door hen die Hem verwachten tot zaligheid”[8]. En ook uit 1 Johannes 3: “Geliefden, nu zijn wij ​kinderen​ van God, en het is nog niet geopenbaard wat wij zullen zijn. Maar wij weten dat, als Hij geopenbaard zal worden, wij Hem gelijk zullen zijn; want wij zullen Hem zien zoals Hij is”[9]. Wij kunnen onze God eindelijk eens live bekijken. En daar kunnen wij geen genoeg van krijgen!
Lex verzucht hierboven: wat moet je al die tijd doen? Dat is een typisch aardse vraag. Een vraag waarbij verdriet en teleurstellingen het uitgangspunt zijn. Echter – al die moeilijkheden en problemen zijn in de hemel afgeschaft. Lees maar mee in Openbaring 21: “En God zal alle tranen van hun ogen afwissen, en de dood zal er niet meer zijn; ook geen ​rouw, jammerklacht of moeite zal er meer zijn. Want de eerste dingen zijn voorbijgegaan”[10].

Lex is, als het erop aan komt, reuze tolerant: het eeuwige leven? – “wie ‘t wil, ga je gang”.
De spreker suggereert dat wij ’t voor het voor ’t kiezen hebben. Dat is een misvatting.
Het eeuwige leven wordt ons aangeboden – gratis en voor niets. Slechts één ding is nodig: geloof!

Dat blijkt in Johannes 3.
En ook in Johannes 5: “Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Wie Mijn woord hoort en Hem gelooft Die Mij gezonden heeft, die heeft eeuwig leven en komt niet in de verdoemenis, maar is uit de dood overgegaan in het leven”[11].

Maar achter Johannes 3 en Johannes 5 is natuurlijk ook een scherpe tegenstelling zichtbaar: geloof tegenover ongeloof.
Lex is een typisch voorbeeld van ongeloof. Van aards denken. Zo’n man als Lex zou je geloof gunnen. Niet omdat hij dan precies weet wat er na dit leven nog komt. Maar wel om hem groot geluk en diepe vrede te geven.

Laten Gods kinderen de beloften over het eeuwig leven maar koesteren!

Noten:
[1] ‘We zijn er bijna’, programma van Omroep MAX, maandagavond 5 augustus 2019, NPO 1, vanaf 21.25 uur.
[2] Geciteerd van https://www.maxvandaag.nl/programmas/tv/het-eeuwige-leven-van-jan-mulder/ ; geraadpleegd op dinsdag 6 augustus 2019.
[3] Johannes 3:35 en 36.
[4] Romeinen 1:5 en 6.
[5] Romeinen 5:19.
[6] In het onderstaande gebruik ik onder meer https://www.holyhome.nl/bijbelstudie-325.html ; geraadpleegd op dinsdag 6 augustus 2019.
[7] 1 Corinthiërs 2:9.
[8] Hebreeën 9:28.
[9] 1 Johannes 3:2.
[10] Openbaring 21:4.
[11] Johannes 5:24.

30 juli 2019

Wij zijn van Gods geslacht

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

In Handelingen 17 verkondigt Paulus in Athene het Evangelie.
Hij zegt daar onder meer: “…in Hem leven wij, bewegen wij ons en bestaan wij; zoals ook enkelen van uw dichters gezegd hebben: Want wij zijn ook van Zijn geslacht”[1].
Paulus’ boodschap is duidelijk: God is onze Schepper; Hij leidt ons aan Zijn hand door de wereld.

Er zijn enkele dichters die gezegd hebben: want wij zijn ook van Zijn geslacht.
Een exegeet schrijft: “De woorden ‘in Hem leven we en bewegen we ons en zijn we’ zijn mogelijk ontleend aan de dichter Epimenides, terwijl ‘wij zijn immers ook van Zijn geslacht’ van de dichter Aratus afkomstig is”[2].

Wie is die Epimenides?
Epimenides van Knossos is een Griekse dichter en filosoof uit de zesde eeuw voor Christus. Epimenides is in de logica bekend door de naar hem genoemde paradox.
Over de paradox van Epimenides leert een bekende internetencyclopedie ons: “Een paradox is een ogenschijnlijke tegenspraak. Als we deze uitspraak letterlijk interpreteren, dus als: ‘alle uitspraken van alle Kretenzers zijn altijd gelogen’, dan is het inderdaad zo dat de uitspraak, die immers gedaan is door een Kretenzer, zichzelf tegenspreekt: de uitspraak zegt van zichzelf dat hij niet waar is, en kan dus niet waar zijn. De uitspraak kan alleen waar zijn als we hem niet letterlijk interpreteren, bijvoorbeeld als: Kretenzers liegen vaak (maar niet altijd). De tegenspraak verdwijnt”. Daarop zinspeelt Paulus in Titus 1: “Een van hen, hun eigen ​profeet, heeft gezegd: Kretenzen zijn altijd leugenaars, kwade beesten, luie buiken”[3].

Epimenides schreef het gedicht Cretica – over Kreta.
Enkele regels daaruit luiden als volgt:
“Ze hebben een tombe voor u opgericht, o heilige en hoge,
de Kretenzers, altijd leugenaars, gemene beesten, vadsige buiken dat het zijn!
Maar gij zijt niet dood: gij leeft altijd voort,
want in u leven en bewegen wij en hebben ons bestaan”[4].
Daar is dus die regel: ‘want in u leven en bewegen wij en hebben ons bestaan’. Bij Epimenides slaan de woorden op de Kretenzers. Maar Paulus brengt een correctie aan op de gedachten van de Griekse filosoof: de oorsprong van het leven ligt bij de Schepper van hemel en aarde!

En dan is er die dichter Aratus. Wie is dat?
Deze Griekse dichter (315-245 voor Christus) is vooral bekend van zijn leerdicht Phainomena, een wetenschappelijke verhandeling over hemellichamen en weersvoorspellingen.
Zijn verhaal begint als volgt.
“Laat ons beginnen bij Zeus. Zijn naam zij nimmer, o mensen door ons verzwegen. Van Zeus vol zijn alle de wegen en al de pleinen der mensen, vervuld van hem zijn de zee en ook de havens. Geen plaats waar wij Zeus kunnen missen. Want wij zijn ook van zijn geslacht. Vriendelijk is hij voor de mensen en goedgunstig gezind. De mannen wekt hij ten arbeid wijzend hen op hun taak. Hij zegt wanneer het de tijd is de grond te bewerken met ploegos en spade, wanneer de getijden gunstig zijn voor het planten en zaaien van alle gewassen. Want hij plaatste als bakens hoog aan de trans van de hemel ’t gesternte in rijke schakering en hij zocht uit voor de jaarkring sterren die bovenal duid’lijk aan zouden geven de mensen d’ eeuw’ge keer der seizoenen, opdat het al feilloos zou groeien. Daarom plegen zij hem steeds het eerst en het laatst te vereren”[5].
Aratus zegt: wij komen uit het geslacht van Zeus.
Nee, zegt Paulus. Dat is niet waar. Het is onzin. Want wij zijn onverbrekelijk verbonden met onze Heiland. Met Jezus Christus dus!

Paulus sluit aan bij de actualiteit van zijn tijd. Hij weet wat er te koop is in de wereld.
Aldus doet hij een impliciete oproep aan Bijbellezers van alle tijden: kijk rond in de wereld, verkondig en verdedig het Evangelie!

In het Athene van Handelingen 17 zeggen velen: dat Evangelie interesseert ons geen klap. Men vindt de apostel Paulus, op de keper beschouwd, een merkwaardig soort verhalenverteller: “Wat zou deze praatjesmaker toch willen zeggen?”[6].
Intussen vraagt Paulus om een keuze. Meer precies: de Redder van de wereld roept de mensen op om te kiezen: voor of tegen Christus!
Dominee M.J.C. Blok sr. (1914-1976) zei in een preek over Handelingen 17 eens: “De antithese is er, en blijft volkomen. Er zijn geen waarheidselementen in de heidense religie (…). Het is niet zo, dat deze dichters eigenlijk al op weg zijn naar de waarheid, en dat Paulus ze daarom nu maar rustig annexeert voor zijn eigen bedoelingen. Hier wordt geen waarheid beleden, hier wordt alleen maar gelogen”[7].
Kortom – de tegenstellingen liggen scherp.

Iemand vroeg eens: zijn alle godsdiensten niet ten diepste gelijk?
Op die existentiële vraag werd onder meer geantwoord: “Ja, het is één pot nat: alle religies hebben gemeen dat ze geloven in een persoonlijke oppermachtige god, die niet alleen alles geschapen zou hebben, maar zich ook nog eens persoonlijk iets aan elk mens gelegen zou laten liggen. Overigens geloven ze allemaal in één god en wijzen ze de overige 99% van de hand”[8].

Dat laatste kan best waar wezen.
Intussen vraagt de Here, ook anno Domini 2019, eenvoudig geloof.
Waarom?
Paulus legt het in Handelingen 17 uit: “Wij nu, die van Gods geslacht zijn, moeten niet denken dat de Godheid gelijk is aan goud, zilver of steen, een product van de kunstzinnigheid en gedachten van een mens. God dan verkondigt, met voorbijzien van de tijden van de onwetendheid, nu overal aan alle mensen dat zij zich moeten bekeren, en wel omdat Hij een dag vastgesteld heeft, waarop Hij de wereld ​rechtvaardig​ zal oordelen door een Man Die Hij daartoe aangesteld heeft. Daarvan heeft Hij aan allen het bewijs geleverd door Hem uit de doden te doen opstaan”[9].
Laten wij dat Evangelie maar vasthouden!

Noten:
[1] Handelingen 17:28.
[2] Geciteerd uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Handelingen 17:28.
[3] Titus 1:12.
[4] Zie https://nl.wikipedia.org/wiki/Epimenides en https://nl.wikipedia.org/wiki/Paradox_van_Epimenides ; geraadpleegd op woensdag 24 juli 2018.
[5] Deze vertaling is ontleend aan een preek van de Gereformeerd-vrijgemaakte predikant J.B.K. de Vries over Handelingen 17:22-34.
[6] Handelingen 17:18.
[7] De preek van dominee Blok heeft als tekst Handelingen 17:22-34.
[8] Geciteerd van https://www.startpagina.nl/v/religie-spiritualiteit/religie/vraag/94372/religies-ten-diepste-gelijk/ ; geraadpleegd op donderdag 25 juli 2019.
[9] Handelingen 17:29, 30 en 31.

12 juli 2019

Struisvogelpolitiek versus de Schrift

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Heb aandacht voor de gaven van de Heilige Geest: voor wijsheid, kennis, onderscheidingsvermogen, geloof – enzovoort.
Probeer te zien wat de wil van God is in een concrete situatie.
Wees kritisch op de zaken die men ‘opdient’ als een gave van Gods Geest. Beantwoord – bijvoorbeeld – de vraag: bouw ik de kerk, de gemeente van God, op?
De gaven van de Geest zijn alleszins de moeite waard!
Die dringende adviezen lezen we in 1 Thessalonicenzen 5: “Blus de Geest niet uit. Veracht de profetieën niet. Beproef alle dingen, behoud het goede. Onthoud u van elke vorm van kwaad”[1].
Hierboven vinden wij een recept voor Gereformeerd leven.
En zegt u nu zelf: dat recept is in feite van een verbluffende eenvoud.
Dat recept moeten we vandaag de dag goed in het oog houden.

Laten wij, nu het hierom gaat, elkaar wijzen op de psychiater Jan Mokkenstorm.
Wie is dat?
Dat is de onlangs overleden oprichter van 113 Zelfmoordpreventie.
De Volkskrant interviewde hem in oktober 2018. Voor zover schrijver dezes bekend was het het laatste interview dat de psychiater gaf.
Toen zei Mokkenstorm onder meer: “De zin van het leven is het zoeken naar het antwoord op die vraag. De zin is leren, ontdekken, het ervaren van empathie en liefde. Voor anderen, maar ook voor jezelf. Het is strijden en goedmaken; het is aangaan, niet uit de weg gaan. Mijn grootvader hield mij voor: ‘Jantje, je kunt wel zeggen dat je er bent, maar je moet er wezen’”.

Wij moeten allen van jongs af leren. Wij gaan dingen ontdekken. Vanaf dag één van ons leven ervaren we – als het goed is – liefde. Naarmate wij langer leven wordt ons invoelingsvermogen groter. En verfijnder.
Wij worden genoodzaakt om uitdagingen aan te gaan.
Dat klinkt allemaal plausibel. Heel Schriftuurlijk, ook. Maar Paulus schrijft aan de christenen in Thessalonica: “Pas op dat niemand een ander kwaad met kwaad vergeldt, maar jaag altijd het goede na, én voor elkaar én voor allen. Verblijd u altijd. Bid​ zonder ophouden. Dank God in alles. Want dit is de wil van God in ​Christus​ Jezus voor u”[2].
Bidt tot God: dat is de stimulans die Paulus geven wil.
Dank God: dat is de conclusie.
Gereformeerd leven: dat is een leven van danken en bidden.
Gereformeerd leven: dat is vooral verticaal gericht. Dat blijft niet steken in het aardse, in het platte. Nee, zo’n leven gaat omhoog. Het wordt op niveau gebracht.
Jan Mokkenstorm ontdeed het leven van alle franje. Toen bleek hoe kaal het leven in zichzelf is.

Jan Mokkenstorm zei: “Uit eigen beweging ging ik naar de zondagsschool. Ik was geraakt door het verhaal van Jezus, die vergeeft en liefde predikt. Later kon ik die religiositeit wel duiden – ik zocht een soort veiligheid die ik in mezelf niet vond. Dus werd ik gegrepen door het verhaal van een goede God, die veel meer begrijpt dan wij. Dat duurde overigens niet lang, tot mijn 10de”.
En:
“Of God bestaat kan ik niet weten, al denk ik dat er íets moet zijn. Maar met wat wij als mensen zijn, kunnen we niet bevatten wat dat kan zijn. In het boek This Explains Everything zeggen astrofysici dat er onder hen consensus bestaat over een oneindig aantal universa. Die kunnen elkaar niet kennen, omdat de natuurconstanten anders zijn. Toen ik dat las, bedacht ik: oneindig veel universa, dat is zo’n (…) grote gedachte, ik kan er helemaal vrede mee hebben dat ik niet kan weten of God bestaat. En ik kan maar beperkt kennis hebben van wat het is om te leven. Zo kon ik me beperken tot de kernvraag: wat ga ik doen met mijn leven?’”.
Wat deed Mokkenstorm hier? Hij zei: ‘Ik slaag er nooit in om het leven geheel te doorgronden. Daarom houd ik het maar kleinschalig. En ik vraag: wat doe ik zelf met mijn leven?’. Mokkenstorm zei: ‘Omdat ik de wereld niet snap, houd ik me ook niet met God bezig’. Dat was struisvogelpolitiek. Zo van: als ik iets niet begrijp en net doe alsof het niet bestaat, dan verdwijnt het als vanzelf uit mijn leven.

Laten we maar vaststellen: zo werkt het niet als het over God gaat. Sterker nog: er komt een dag dat Jezus Christus voor iedereen weer zichtbaar wordt. Paulus schrijft: “Want u weet zelf heel goed dat de dag van de Heere komt als een ​dief​ in de nacht”[3].
En:
“Maar u, broeders, bent niet in duisternis, zodat die dag u als een ​dief​ zou overvallen. U bent allen ​kinderen​ van het licht​ en ​kinderen​ van de dag. Wij zijn niet van de nacht en ook niet van de duisternis. Laten wij dan niet, evenals de anderen, slapen, maar laten wij waakzaam en nuchter zijn. Want zij die slapen, slapen ’s nachts en zij die dronken zijn, zijn ’s nachts dronken. Maar laten wij, die van de dag zijn, nuchter zijn, bekleed met het borstharnas van geloof en ​liefde, en met de hoop op de zaligheid als ​helm. Want God heeft ons niet bestemd tot toorn, maar tot het verkrijgen van de zaligheid, door onze Heere Jezus ​Christus, Die voor ons gestorven is, opdat wij, hetzij wij waken, hetzij wij slapen, samen met Hem zouden leven”[4].

Jan Mokkenstorm is op 8 juli jongstleden overleden.
Zijn boodschap en het evangelie van de Schrift staan lijnrecht tegenover elkaar.
Ook vandaag komt het Woord tot ons: “Beproef alle dingen, behoud het goede”!

Noten:
[1] 1 Thessalonicenzen 5:19-22.
[2] 1 Thessalonicenzen 5:15-18.
[3] 1 Thessalonicenzen 5:2.
[4] 1 Thessalonicenzen 5:4-10.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.