gereformeerd leven in nederland

12 juli 2019

Struisvogelpolitiek versus de Schrift

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Heb aandacht voor de gaven van de Heilige Geest: voor wijsheid, kennis, onderscheidingsvermogen, geloof – enzovoort.
Probeer te zien wat de wil van God is in een concrete situatie.
Wees kritisch op de zaken die men ‘opdient’ als een gave van Gods Geest. Beantwoord – bijvoorbeeld – de vraag: bouw ik de kerk, de gemeente van God, op?
De gaven van de Geest zijn alleszins de moeite waard!
Die dringende adviezen lezen we in 1 Thessalonicenzen 5: “Blus de Geest niet uit. Veracht de profetieën niet. Beproef alle dingen, behoud het goede. Onthoud u van elke vorm van kwaad”[1].
Hierboven vinden wij een recept voor Gereformeerd leven.
En zegt u nu zelf: dat recept is in feite van een verbluffende eenvoud.
Dat recept moeten we vandaag de dag goed in het oog houden.

Laten wij, nu het hierom gaat, elkaar wijzen op de psychiater Jan Mokkenstorm.
Wie is dat?
Dat is de onlangs overleden oprichter van 113 Zelfmoordpreventie.
De Volkskrant interviewde hem in oktober 2018. Voor zover schrijver dezes bekend was het het laatste interview dat de psychiater gaf.
Toen zei Mokkenstorm onder meer: “De zin van het leven is het zoeken naar het antwoord op die vraag. De zin is leren, ontdekken, het ervaren van empathie en liefde. Voor anderen, maar ook voor jezelf. Het is strijden en goedmaken; het is aangaan, niet uit de weg gaan. Mijn grootvader hield mij voor: ‘Jantje, je kunt wel zeggen dat je er bent, maar je moet er wezen’”.

Wij moeten allen van jongs af leren. Wij gaan dingen ontdekken. Vanaf dag één van ons leven ervaren we – als het goed is – liefde. Naarmate wij langer leven wordt ons invoelingsvermogen groter. En verfijnder.
Wij worden genoodzaakt om uitdagingen aan te gaan.
Dat klinkt allemaal plausibel. Heel Schriftuurlijk, ook. Maar Paulus schrijft aan de christenen in Thessalonica: “Pas op dat niemand een ander kwaad met kwaad vergeldt, maar jaag altijd het goede na, én voor elkaar én voor allen. Verblijd u altijd. Bid​ zonder ophouden. Dank God in alles. Want dit is de wil van God in ​Christus​ Jezus voor u”[2].
Bidt tot God: dat is de stimulans die Paulus geven wil.
Dank God: dat is de conclusie.
Gereformeerd leven: dat is een leven van danken en bidden.
Gereformeerd leven: dat is vooral verticaal gericht. Dat blijft niet steken in het aardse, in het platte. Nee, zo’n leven gaat omhoog. Het wordt op niveau gebracht.
Jan Mokkenstorm ontdeed het leven van alle franje. Toen bleek hoe kaal het leven in zichzelf is.

Jan Mokkenstorm zei: “Uit eigen beweging ging ik naar de zondagsschool. Ik was geraakt door het verhaal van Jezus, die vergeeft en liefde predikt. Later kon ik die religiositeit wel duiden – ik zocht een soort veiligheid die ik in mezelf niet vond. Dus werd ik gegrepen door het verhaal van een goede God, die veel meer begrijpt dan wij. Dat duurde overigens niet lang, tot mijn 10de”.
En:
“Of God bestaat kan ik niet weten, al denk ik dat er íets moet zijn. Maar met wat wij als mensen zijn, kunnen we niet bevatten wat dat kan zijn. In het boek This Explains Everything zeggen astrofysici dat er onder hen consensus bestaat over een oneindig aantal universa. Die kunnen elkaar niet kennen, omdat de natuurconstanten anders zijn. Toen ik dat las, bedacht ik: oneindig veel universa, dat is zo’n (…) grote gedachte, ik kan er helemaal vrede mee hebben dat ik niet kan weten of God bestaat. En ik kan maar beperkt kennis hebben van wat het is om te leven. Zo kon ik me beperken tot de kernvraag: wat ga ik doen met mijn leven?’”.
Wat deed Mokkenstorm hier? Hij zei: ‘Ik slaag er nooit in om het leven geheel te doorgronden. Daarom houd ik het maar kleinschalig. En ik vraag: wat doe ik zelf met mijn leven?’. Mokkenstorm zei: ‘Omdat ik de wereld niet snap, houd ik me ook niet met God bezig’. Dat was struisvogelpolitiek. Zo van: als ik iets niet begrijp en net doe alsof het niet bestaat, dan verdwijnt het als vanzelf uit mijn leven.

Laten we maar vaststellen: zo werkt het niet als het over God gaat. Sterker nog: er komt een dag dat Jezus Christus voor iedereen weer zichtbaar wordt. Paulus schrijft: “Want u weet zelf heel goed dat de dag van de Heere komt als een ​dief​ in de nacht”[3].
En:
“Maar u, broeders, bent niet in duisternis, zodat die dag u als een ​dief​ zou overvallen. U bent allen ​kinderen​ van het licht​ en ​kinderen​ van de dag. Wij zijn niet van de nacht en ook niet van de duisternis. Laten wij dan niet, evenals de anderen, slapen, maar laten wij waakzaam en nuchter zijn. Want zij die slapen, slapen ’s nachts en zij die dronken zijn, zijn ’s nachts dronken. Maar laten wij, die van de dag zijn, nuchter zijn, bekleed met het borstharnas van geloof en ​liefde, en met de hoop op de zaligheid als ​helm. Want God heeft ons niet bestemd tot toorn, maar tot het verkrijgen van de zaligheid, door onze Heere Jezus ​Christus, Die voor ons gestorven is, opdat wij, hetzij wij waken, hetzij wij slapen, samen met Hem zouden leven”[4].

Jan Mokkenstorm is op 8 juli jongstleden overleden.
Zijn boodschap en het evangelie van de Schrift staan lijnrecht tegenover elkaar.
Ook vandaag komt het Woord tot ons: “Beproef alle dingen, behoud het goede”!

Noten:
[1] 1 Thessalonicenzen 5:19-22.
[2] 1 Thessalonicenzen 5:15-18.
[3] 1 Thessalonicenzen 5:2.
[4] 1 Thessalonicenzen 5:4-10.

4 juni 2019

Oproep aan kerk en wereld

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Psalm 3 is een morgenlied.
Maar de dichter David gaat in dat kerklied fors tekeer. Hij staat duidelijk onder grote druk.
Leest u maar even mee.

“Sta op, HEERE,
verlos mij, mijn God,
want U hebt al mijn vijanden op de kaak geslagen,
de tanden van de goddelozen hebt U stukgebroken.
Het heil is van de HEERE;
Uw ​zegen​ is over Uw volk”[1].

De psalm slaat op de geschiedenis die in 2 Samuël 15-18 beschreven is.
Iemand typeert de situatie als volgt: “Wat Absalom had gedaan, was het organiseren van een complete burgeroorlog. In 2 Samuël 15:1-6 lezen we namelijk dat hij op een slinkse wijze het volk achter zich probeert te krijgen en zo ‘het hart van de mannen van Israël stal’ (…). De opstand beperkte zich echter niet tot het gewone volk, maar Absalom had zelfs aanhangers aan het hof van zijn vader David zelf. David moet begrepen hebben dat hij het vertrouwen aan het verliezen was, zelfs van zijn persoonlijke adviseurs (…). Kortom: een goed georganiseerde staatsgreep die gevolgd zou worden door een burgeroorlog”[2].
De aanleiding voor het schrijven van Psalm 3 is dus een coup in het koningshuis. Overigens duurt de opstand niet lang. Absalom komt om, en David keert terug naar Jeruzalem.

Die psalm zingen wij nu ook nog.
Compleet met de regels:
“Sta op, verlos mij HEER!
U hebt uw naam ter eer,
gesmaad de goddelozen.
U toont uw grote macht,
verbrijzelt door uw kracht
de tanden van de bozen”[3].

Goddelozen – dat zijn, zo merkt een exegeet op, “mensen die tegen de God van Israël ingaan (…) en tegen zijn gezalfde koning (…). ‘Op de kaak slaan’ kan een beledigende slag zijn, (…), maar hier is een inslaan van de kaken bedoeld waardoor de tanden verbrijzeld worden, (…). Daarmee worden de vijanden machteloos, maar kunnen ze ook niet meer lasteren”[4].
De vijanden worden machteloos. En sprakeloos, tevens!

Wat moeten wij daar vandaag mee?
De oplossing staat in de psalm zelf: het gaat om de eer van God. Hij behoort de eer te krijgen die Hem toekomt. Zijn reputatie moet voorop staan. Zijn werk moet kunnen doorgaan. En dat kan ook. Als God het nodig acht maakt Zijn kracht mensen tandeloos en machteloos.

In Psalm 3 draait het, zoals zo vaak in de Bijbel, ten diepste om de eer van God.
Kijk maar eens wat Hij doet!
Zie maar eens welke activiteit Hij ontplooit!
Hij komt voor Zijn volk op. Hij beschermt Zijn volk. En individuele leden van dat volk ervaren dat ook zo. David zingt:
“U echter, HEERE, bent een ​schild​ voor mij,
mijn ​eer; U heft mijn hoofd omhoog.
Met mijn stem riep ik tot de HEERE,
en Hij verhoorde mij vanaf Zijn ​heilige​ berg.
Ik lag neer en sliep; ik ontwaakte,
want de HEERE ondersteunde mij”[5].

Geldt dat vandaag nog?

Ja, wij geloven dat dat zo is.
Om met een bekend gezang te spreken: “Het werk der eeuwen dat zijn Geest omspant, / volvoert Zijn hand”![6]
Er zijn wel mensen die hardop twijfelen over Gods kracht. Dat verdonkeremanen ze in volzinnen als: ‘Als ongelovige ben ik diep en onherstelbaar gekwetst in mijn afwezige religieuze gevoelens door al die godslastering van fundamentalisten”[7].
Zo’n spreker krijgt niet meteen kaakslagen. Hij wordt ook niet op andere wijze aangevallen.
Maar waarom grijpt God dan niet in?
De Here geeft Zelf het antwoord op die vraag.
In Psalm 103 bijvoorbeeld:
“Barmhartig​ en ​genadig​ is de HEERE,
geduldig en rijk aan goedertierenheid”[8].
En in 2 Petrus 3 bijvoorbeeld: “De Heere vertraagt de belofte niet (zoals sommigen dat als traagheid beschouwen), maar Hij heeft geduld met ons en wil niet dat enigen verloren gaan, maar dat allen tot bekering komen. Maar de dag van de Heere zal komen als een ​dief​ in de nacht. Dan zullen de hemelen met gedruis voorbijgaan en de elementen brandend vergaan, en de aarde en de werken daarop zullen verbranden”[9].

Vandaag de dag maken mensen zich druk over kleine en grote dingen, die soms bijna luguber zijn:
* heeft majoor Marco Kroon bij een aanhouding door de politie een agent een kopstoot gegeven, of toch niet?[10]
* wij moeten, naar men zegt, ‘van het gas af’. En ja, voor crematoria moet dat ook gelden; “want een doorsnee crematie kost zo’n 55 kuub gas”[11].
Psalm 3 maakt echter een tegenstelling in het groot: het gaat van kaakslagen naar heil; van kapotte tanden naar Gods zegen voor Zijn kinderen.
In Psalm 3 wordt de antithese getekend. De tegenstelling tussen kerk en wereld dus.
David zet zijn lezers voor de keus.
De Heilige Geest roept de kerk op om Hem niet te verlaten.
De heilige God geeft de wereld de tijd om de zaak op een rij te zetten, en vervolgens een levensreddende keus te maken. In Psalm 3 doet Hij de oproep: kies voor het heil dat Ik u aanbied!
Laten Gods kinderen maar bidden dat nog velen tot dat inzicht zullen komen. En verder? Verder mogen wij het aan God overlaten. Net als David, indertijd:
“Ik lag neer en sliep; ik ontwaakte,
want de HEERE ondersteunde mij”[12].

Noten:
[1] Psalm 3:8 en 9.
[2] Geciteerd van http://www.jmpauw.nl/23-bijbelstudie/psalmen/115-psalm-3 ; geraadpleegd op maandag 3 juni 2019.
[3] Psalm 3:3 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.
[4] Geciteerd uit onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Psalm 3.
[5] Psalm 3:4, 5 en 6.
[6] Dit zijn de laatste twee regels van Gezang 31:1 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.
[7] De formulering is van kinderboekenschrijver Guus Kuijer. Zie https://www.filosofie.nl/nl/artikel/5082/het-goede-ware-en-schone-guus-kuijer.html ; geraadpleegd op maandag 3 juni 2019.
[8] Psalm 103:8.
[9] 2 Petrus 3:9 en 10.
[10] Zie hierover https://www.rd.nl/vandaag/binnenland/marco-kroon-verbaasd-over-handelen-defensie-1.1572460 ; geraadpleegd op maandag 3 juni 2019.
[11] “DWF is innovatief in cremeren”. In: Nederlands Dagblad, maandag 3 juni 2019, p. 18.
[12] Psalm 3:8.

6 februari 2019

Troost bij tegenstellingen

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Gereformeerde mensen staan midden in de wereld. Zij gaan met allerlei: buren, collega’s, supermarktmedewerkers… Zij hebben contact met een schier eindeloze rij medemensen.

Wat moet je in die wereld aanvangen met een tekst als de volgende?
“…U bent de ​tempel​ van de levende God, zoals God gezegd heeft: Ik zal in hun midden wonen en onder hen wandelen, en Ik zal hun God zijn en zij zullen Mijn volk zijn.
Ga daarom uit hun midden weg en zonder u af, zegt de Heere, en raak het onreine niet aan, en Ik zal u aannemen, en Ik zal u tot een Vader zijn, en u zult Mij tot zonen en dochters zijn, zegt de Heere, de Almachtige. Omdat wij dan deze beloften hebben, geliefden, laten wij onszelf ​reinigen​ van alle bezoedeling van vlees en geest, en de ​heiliging​ volbrengen in het vrezen van God”.
Zo schrijft Paulus dat in de tweede brief aan de Corinthiërs[1].

Moeten we maar stil in een hoekje kruipen?
Moeten we ons totaal anders gedragen, zodanig dat het volstrekt wereldvreemd wordt?
Nee, dat is niet de bedoeling.
Wij hoeven niet in een hutje op de hei gaan wonen.
Paulus biedt de kerk van alle tijden troost. Troost als ons gedrag soms volstrekt tegengesteld is aan het doen en laten van mensen die leven zonder God.

Laten we elkaar er vooral op wijzen dat het in het bovenstaande niet in de eerste plaats over mensen gaat.

De Here God zegt: Ik zal bij Mijn kinderen wonen.
Hij is erbij. Hij is present. Hij is volop actief.
Meer precies: de Here God woont met Zijn Geest in ons. Onze lichamen zijn tempels!

De Here spreekt onomwonden uit: Ik zal hun God zijn en zij zullen Mijn volk zijn.
Dat betekent onder meer: de God van hemel en aarde blijft in beeld, wat er ook gebeurt.
Dat betekent ook: de God van hemel en aarde zorgt voor Zijn volk. Hij biedt bescherming aan de mensen die Hij uitkoos om Zijn kinderen te zijn.

Mogen we niet omgaan met mensen die ongelovig zijn?
Antwoord: jawel, zeker mag dat!
Het punt is echter: neem het ongeloof van anderen niet over!

Komen we dan niet alleen te staan?
Zeker niet.
Waarom niet? De Here zal ons aannemen, staat er. We worden geen zwervers die niks hebben en nergens bij horen.
De God van hemel en aarde zegt: u hoort bij Mij; u staat er niet alleen voor. Sterker nog: we gaan een gezin vormen. Met Vader, zonen en dochters.

Welnu, in die context doet Paulus de oproep: laten wij onszelf ​reinigen​ van alle bezoedeling van vlees en geest, en de ​heiliging​ volbrengen in het vrezen van God.
En wij weten het in de kerk – als de Here erbij is, dan gaat dat lukken. Dan kunnen wij met Psalm 23 zingen:
“Hij sterkt mijn ziel, verkwikt mij met zijn zegen,
leidt om zijn naam mij op de rechte wegen”[2].

Uit verhalen kan men wel eens opmaken dat de tegenstelling tussen kerk en wereld nog wel eens een beeld van God als boeman oplevert.
Zo van: als je niet heilig genoeg leeft, dan zwaait er wat!
Zo van: als je niet onberispelijk bent, moet je je nodig bekeren!
Echter – Paulus leert ons dat God in ons leven onbetwist de leiding heeft als wij met die tegenstelling bezig zijn. Hij steunt ons. Hij neemt ons bij de hand, en brengt ons door de wereld heen.

Dan kunnen wij met de Hebreeënschrijver zeggen: “Jaag de ​vrede​ na met allen, en de ​heiliging, zonder welke niemand de Heere zal zien”[3].
Onlangs nog schreef mijn vader, H.P. de Roos, daarover: “laat ú de vrede, de werkelijke vrede, de vrede van Gods Koninkrijk najagen, Najagen! Niet maar eens zien of hier op deze wereld nog wat vrede valt te verkrijgen, maar met kracht, met de bezieling van een levende gemeente, waar geen slapheid en het verlangen naar de zo Nederlandse gelijkmoedigheid alles maar tolereert. Maar met de kracht wèl gemeente van de HEERE zijn, strijdbaar en gereed om de vijand tegen te houden, als hij ook onze gelederen wil infiltreren. Eerst dan zijn wij verzekerd van het verkrijgen van de vrede, die alle verstand te boven gaat”[4].

Nee, dat is geen onmogelijke opgave.
Immers – niet voor niets zingen we in Psalm 23 ook:
“Uw rijke gunst, mij in uw trouw gegeven,
verlicht mijn gang, omringt mij heel mijn leven,
zodat ik in het heilig huis des HEREN
mijn leven lang vol vreugde blijf verkeren”[5].

Tenslotte –
laten wij elkaar, gelet op het bovenstaande, herinneren aan woorden die Paulus schrijft in zijn éérste brief aan de Corinthiërs: “En God is getrouw: Hij zal niet toelaten dat u verzocht wordt boven wat u aankunt, maar Hij zal met de verzoeking ook de uitkomst geven om die te kunnen doorstaan”[6].

Noten:
[1] 2 Corinthiërs 6:16 b-7:1.
[2] Dit zijn de laatste regels van Psalm 23:1 – berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986.
[3] Hebreeën 12:14.
[4] Geciteerd uit de e-mailrubriek Dagelijks Brood, woensdag 30 januari 2019.
[5] Dit zijn de laatste regels van Psalm 23:3 – berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986.
[6] 1 Corinthiërs 10:13.

25 oktober 2018

Wat Tertullianus ons leert

De kerk staat middenin de wereld[1].
Maar kerkmensen moeten niet denken dat zij de wereld kunnen veranderen.
Dat heb ik niet zelf bedacht. Tertullianus was daar ook al achter[2].

Die Tertullianus – hij leefde van 160 tot 230 na Christus – heette eigenlijk Quintus Septimius Florens. Hij werd onder ons bekend met zijn bijnaam. Hij studeerde onder meer retorica en recht in Rome. In diezelfde stad werkte hij ook een paar jaar als advocaat. Rond het jaar 190 bekeerde hij zich tot Christus.
Tertullianus was een zwart-wit denker. Hij was er niet de man naar om bepaalde gedachten eens rustig uit te werken. Niet zelden hield zijn pen de snelheid van zijn geest niet bij. Soms brak hij een zin af, rende verder en pakte later een oude draad weer op. Dat betekent dat we soms moeten gissen naar de bedoelingen van zijn schrijven.
Hoe dan ook: Tertullianus was nuchter en realistisch.

Een dominee uit de Hersteld Hervormde Kerk, die zich zo’n tien jaar geleden in het werk van deze verdediger van het christelijk geloof verdiepte, vindt dat wij veel van Tertullianus kunnen leren. De predikant merkt op: “Tertullianus stelde nuchter vast dat de wereld zich niet wil laten overtuigen. Omdat ze de waarheid ontkent, kan ze niet anders dan de toevlucht nemen tot onrecht. Daarin kunnen we van hem leren. Ik ben geen somberaar, maar we moeten niet denken dat we de vijandschap van de wereld weg kunnen nemen door het christelijk geloof uit te leggen en toe te lichten. Die vijandschap berust niet op een misverstaan van het Evangelie, maar op een intuïtieve afkeer van het Evangelie (…) De strijd der geesten wordt vandaag in de gereformeerde gezindte veel te oppervlakkig gepeild”[3].
De dominee zei ook nog: “Tertullianus heeft erop gewezen dat de kerk niet wordt verwoest door vervolging, maar door aardsgezindheid. Hij bepleitte een christendom dat wars is van compromissen en niet zwicht voor druk van buiten. Een kerk die dwars door alles heen onvoorwaardelijk trouw wenst te blijven aan haar bloedbruidegom Jezus Christus”[4].

Dat klinkt heel goed. De grens tussen kerk en wereld wordt duidelijk getrokken..
Toch heeft Tertullianus onder Gereformeerde mensen niet zo’n goede naam.
Dat komt omdat hij ergens tussen 207 en 213 na Christus lid werd van de sekte der montanisten. U weet het inmiddels: Tertullianus was een zwart-wit figuur. Het hoeft dus geen verwondering te wekken dat hij zich met heel zijn wezen voor deze sekte inzette.
Die Montanus beweerde dat hij verschillende openbaringen ontvangen had[5]. Uit die openbaringen bleek, zo verklaarde de sekteleider, zonneklaar dat Christus heel snel terug zou komen. Hij dacht ook tamelijk exact te weten waar die wederkomst plaats zou vinden. Montanus beschouwde zichzelf als een profeet en als een spreekbuis van de Heilige Geest. De sekteleider zelf was, zo meende hij, de trooster van wie Jezus Christus beloofd had dat hij hem in de laatste dagen sturen zou.
Montanus werd bijgestaan door twee profetessen: Maximilla en Priscilla.
Waarom heeft Montanus zo’n grote indruk op Tertullianus gemaakt? Misschien was Tertullianus geïmponeerd door de strenge ascese die Montanus voorstond. We weten het niet precies.
Het is ondertussen wel duidelijk dat Tertullianus niet van onbesproken gedrag is. Wellicht zouden wij vandaag de dag zeggen dat hij sympathiseerde met sommige evangelische groeperingen en enkele sekten.

Kennis genomen hebbende van deze kerkhistorische gegevens over Tertullianus trek ik voor mijzelf enkele conclusies.
1.
Wij leren hoe belangrijk het is om de antithese – de tegenstelling tussen kerk en wereld – te handhaven. Zeker in een globaliserende wereld als de onze is dat niet altijd even gemakkelijk. Maar het is wel nodig. De God van het verbond heeft Zijn kinderen geheiligd. Hij heeft hen apart gezet teneinde optimale zorg te kunnen bieden. Hij zondert hen af om hen in de gelegenheid te stellen om Vader in de hemel alle eer te geven die Hem toekomt. Heiliging is ook Anno Domini 2018 nog aan de orde van de dag.
2.
Er zijn ook heden ten dage nog wel mensen die zeggen dat ze een boodschap van God hebben gekregen. Sommigen zeggen dat ze visie hebben om dit of dat te doen. De Here God heeft dat duidelijk gemaakt, zo suggereren zij.
Natuurlijk kan dat best zo zijn. De Here werkt door in de eenentwintigste eeuw. Ook in onze tijd is Hij volop actief. Het probleem is alleen dat bijna nooit onomstotelijk te bewijzen is dat openbaringen werkelijk van God komen. Met beweringen van het type ‘dit bericht komt rechtstreeks van God’ moeten wij voorzichtig zijn. Aan zulke mededelingen moeten we niet onmiddellijk geloof hechten.
Montanus was van mening dat hij een tolk was van de Heilige Geest. Niets was minder waar.
Behoedzaamheid is geboden. Wat dat betreft is er in oktober 2018 nog weinig veranderd.
3.
Wij moeten het tijdstip van Christus’ wederkomst maar rustig aan God overlaten. De Here heeft Zelf in Mattheüs 24 gezegd: “De hemel en de aarde zullen voorbijgaan, maar Mijn woorden zullen zeker niet voorbijgaan. Maar die dag en dat uur is aan niemand bekend, ook aan de ​engelen​ in de hemel niet, maar alleen aan Mijn Vader”[6]. En: “Maar weet dit, dat als de ​heer​ des huizes geweten had in welke nachtwake de ​dief​ komen zou, hij waakzaam geweest zou zijn, en niet in zijn huis zou hebben laten inbreken. Weest ook u daarom bereid, want op een uur waarop u het niet zou denken, zal de Zoon des mensen komen”[7].
Tertullianus en Montanus leken dat alles een beetje te zijn vergeten. Maar deze woorden staan nog altijd in onze bijbels.
4.
Wij moeten als nuchtere en waakzame mensen Gods Woord lezen en daarnaar leven.
Gehoorzaamheid aan Gods geboden: daar zien we hier nog maar een klein beginnetje van. Hoe streng en ascetisch we ook leven, altijd weer is de zonde in ons leven merkbaar. Wij worden steeds meer naar Gods beeld vernieuwd “totdat wij na dit leven het doel, namelijk de volmaaktheid, bereiken”[8].

Noten:
[1] Dit artikel is een bewerking van een stuk dat ik eerder schreef. Dat stuk is gedateerd op 21 oktober 2008.
[2] Zie voor meer informatie over Tertullianus https://nl.wikipedia.org/wiki/Tertullianus ; geraadpleegd op zaterdag 20 oktober 2018.
[3] “Een bevlogen apologeet: Tertullianus 160-230″; interview met Ds. P. den Ouden. In: Terdege – reformatorisch familieblad – jg. 26 nr 2, 15 oktober 2008, p. 96-101. Citaat van p. 99.
[4] “Een bevlogen apologeet”, zie verder noot 3. Citaat van p. 101.
[5] Zie voor meer informatie over Montanus https://nl.wikipedia.org/wiki/Montanus ; geraadpleegd op zaterdag 20 oktober 2018.
[6] Mattheüs 24:35 en 36.
[7] Mattheüs 24:43 en 44.
[8] Het citaat komt uit: Heidelbergse Catechismus – Zondag 44, antwoord 115.

17 september 2018

Over cartoons en onderscheidingsvermogen

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

De heer Wilders heeft onlangs weer eens wat nieuws bedacht.
Leest u maar even mee.

PVV-leider Wilders “organiseert op 10 november de tekenwedstrijd in het streng beveiligde deel van de Tweede Kamer waar zijn partij huist. Iedereen mag meedoen aan de wedstrijd, zolang het onderwerp van de spotprent maar profeet Mohammed is.
De hoofdprijs bedraagt 10.000 dollar, dat is ongeveer 8500 euro. Dat bedrag is beschikbaar gesteld door een gever die anoniem wenst te blijven. Er zijn volgens Wilders al honderden inzendingen binnen. De cartoons kunnen tot 1 september worden opgestuurd naar zijn partij”[1].

Dat bericht gaf heel wat reuring in de wereld.
Op woensdag 29 augustus jl. berichtten de media bijvoorbeeld over een grote demonstratie tegen die cartoonwedstrijd. In Pakistan, notabene!

Na veel kritiek en verzet zag de heer Wilders toch maar af van het voornemen om een cartoonwedstrijd te organiseren.
De NOS meldde op donderdag 30 augustus jongstleden: “Na dagen van dreiging en protest maakt PVV-leider Wilders bekend de cartoonwedstrijd die draait om de profeet Mohammed af te blazen. ‘Om het risico van islamitisch geweld te vermijden, heb ik besloten de cartoonwedstrijd niet door te laten gaan. Veiligheid van mensen gaat voor alles’, schrijft Wilders”[2].

Nu hoeft men geen moslim te zijn om deze actie van de heer Wilders ergerniswekkend en stuitend te vinden.
Al was het alleen maar omdat in de Grondwet – versie uit het jaar 1983 – staat: “Ieder heeft het recht zijn godsdienst of levensovertuiging, individueel of in gemeenschap met anderen, vrij te belijden, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet”[3].

Als ik het goed weet, hebben we nu ruim tien jaar met cartoonrellen te maken. In 2005 publiceerde een Deense krant een serie van twaalf cartoons over de profeet Mohammed. Die publicatie leverde heftige rellen op[4]. Wat dat betreft is er weinig nieuws onder de zon.
We kunnen dus wel zeggen: de heer Wilders móest weer zo nodig.
Als u het mij vraagt is hij een onrustzaaier pur sang.
Niet meer en niet minder.

Natuurlijk –
Jezus Christus wordt ook heel vaak afgebeeld. Op allerlei manieren, ook nog. Het is vandaag de dag niet moeilijk om daar voorbeelden van te vinden[5]. Die afbeeldingen vinden we met name in Rooms-katholieke kerken.
Het zal u niet verwonderen dat de schrijver van deze weblog – Gereformeerd als hij is – daar niet heel gelukkig mee kan wezen.
Alleen al niet omdat niemand weet hoe Jezus er als mens uit heeft gezien. Pogingen om Hem af te beelden zijn daarom bij voorbaat tot mislukken gedoemd.
Als wij een dergelijke afbeelding bekijken mogen we zeggen dat Jezus een mens was, net als wij; maar we kunnen nooit goed laten zien dat Hij tegelijk God was en is. Nogmaals: afbeeldingen van Jezus zijn nooit goed gelijkend.
Hoe dat zij, laten we ons nu eens voorstellen dat er cartoons van en over Jezus verschenen. Die zouden we toch ronduit godslasterlijk vinden?
Het is volstrekt duidelijk: als cartoons over Mohammed toegestaan zijn, dan is het ook geoorloofd om spotprenten over Jezus te maken. En dat lijkt mij geenszins de bedoeling!

Vanuit PVV-kringen zal ongetwijfeld tegengeworpen worden dat we in Nederland te maken hebben met “de joods-christelijke waarden, normen en cultuur als uitgangspunt en leidende cultuur”[6].
Natuurlijk weet schrijver dezes niet hoe dat bij u overkomt. Maar naar mijn smaak zit er in zulke termen net iets te veel dominantie. Zo van: wij weten het veel beter, die volgers van Mohammed zijn nogal minderwaardig; moslims komen ver, heel ver achter ons aan…
Dat kan toch niet de bedoeling wezen?

Nu het om deze dingen gaat wijs ik graag op de tweede Psalm:
“Waarom woeden de heidenvolken
en bedenken de volken wat zonder inhoud is?
De koningen van de aarde stellen zich op
en de vorsten spannen samen
tegen de HEERE en tegen Zijn ​Gezalfde:
Laten wij Hun banden verscheuren
en Hun touwen van ons werpen!
Die in de hemel woont, zal lachen,
de Heere zal hen bespotten.
Dan zal Hij tot hen spreken in Zijn toorn,
in Zijn brandende toorn hun schrik aanjagen.
Ik heb Mijn ​Koning​ toch ​gezalfd
over Sion, Mijn ​heilige​ berg”[7].

Met al dat gedoe rond cartoons van Mohammed zouden we haast vergeten waar het in de wereldgeschiedenis werkelijk om gaat.
Dat maakt Psalm 2 ons duidelijk.

De dichter vraagt zich in Psalm 2 af waar de mensen toch mee bezig zijn.
De koningen van de aarde zouden het liefst van de Godsdienst op aarde af willen. Dan hebben zijzelf namelijk de macht.
De Machthebber van hemel en aarde lacht daar echter om.
Sterker nog – Hij spreekt hen uiteindelijk woedend toe: ‘Ik heb Mijn Koning gezalfd’.
De Machthebber zegt: heet Hem welkom in uw leven.
De Machthebber zegt: dien Hem met alle energie die u hebt.
De Machthebber zegt: “Welzalig allen die tot Hem de toevlucht nemen!”[8].

Spotten met welke godsdienst of levensovertuiging is beslist niet goed.
Waarom niet?
Paulus schrijft daarover in de brief aan de christenen in Efeze. In hoofdstuk 6, namelijk. Dat doet hij zo: “Bekleed u met de hele ​wapenrusting​ van God, opdat u stand kunt houden tegen de listige verleidingen van de ​duivel. Want wij hebben de strijd niet tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers van de duisternis van dit tijdperk, tegen de geestelijke machten van ​het kwaad​ in de hemelse gewesten”[9].

Je zou zeggen: wat voor zin heeft die strijd als u en ik dat gevecht toch niet kunnen winnen?
Die strijd heeft zin als we “gesterkt worden in de Heere en in de sterkte van Zijn macht”[10].
Daar staat een opvallend voorzetsel
* gesterkt in de Here
* gesterkt in de kracht van Zijn macht
Er staat niet: gesterkt dóór. Nee, er staat: gesterkt in.
De Here staat als Beschermer en Ondersteuner om ons heen. We staan daar zogezegd middenin.
Kinderen van God weten dat de Heilige Geest in hun hart woont; Gods Geest woont bij hen in.
Bij iedere stap die we in ons leven zetten, gaat Hij met ons mee. In de kerk noemen wij dat: wandelen met God.
Zo gaan wij naar de toekomst toe, waarin niemand anders meer om ons heen is dan God alleen.
Op die manier is ons aardse leven een adequate voorbereiding op ons hemelleven.
Wij hebben vaak de neiging om uit die omgeving-met-God te stappen. De apostel Paulus waarschuwt ons: doe dat vooral niet!
Heel wat mensen zeggen: christenen zouden eens wat vaker uit hun eigen bubbel moeten stappen. Maar Efeziërs 6 leert ons dus dat vooral niet te doen.
Want:
* alleen zo kunnen we Hem welkom heten in ons leven
* alleen zo kunnen we Hem dienen met alle energie die wij hebben
* alleen zo kunnen wij tot Hem de toevlucht nemen.

Wie dat niet doet, gaat onderscheidingsvermogen steeds meer missen.
Onderscheidingsvermogen – dat is een woord dat vooral in de kerk gebruikt wordt. Het betekent:
* u kunt helder zien wat God in deze wereld van u vraagt
* u merkt tijdig dat u het terrein van de duivel nadert.
Wie niet met God wandelt, kan zomaar ontsporen.

Van zo’n ontsporing is de actie van de heer Wilders een droevig voorbeeld.
Want door die actie wordt de liefde van God naar de achtergrond geduwd.
De dichter van Psalm 2 zegt:
“Die in de hemel woont, zal lachen,
de Heere zal hen bespotten”[11].
En Zijn spot is heel wat ernstiger dan een stel spotprenten!

Psalm 2 maakt duidelijk dat de wereld ten diepste in twee kampen verdeeld is.
De tegenstelling is scherp.
De zaak is antithetisch, zei men vroeger.
Leest u maar even weer mee:
“Nu dan, koningen, handel verstandig.
Laat u onderwijzen, rechters van de aarde.
Dien de HEERE met vreze,
verheug u met huiver.
Kus de Zoon, opdat Hij niet toornig wordt en u onderweg omkomt,
wanneer Zijn toorn slechts even ontbrandt.
Welzalig allen die tot Hem de toevlucht nemen!”[12].

Die oproep moet vaker klinken in de wereld.
Dan worden we een stuk voorzichtiger met allerlei acties rond spotprenten.

Noten:
[1] Geciteerd van https://nos.nl/artikel/2248092-de-cartoonwedstrijd-van-wilders-wat-houdt-die-precies-in.html ; geraadpleegd op donderdag 30 augustus 2018.
[2] Geciteerd van https://nos.nl/artikel/2248244-toch-geen-cartoonwedstrijd-dit-ging-eraan-vooraf.html ; geraadpleegd op donderdag 30 augustus 2018.
[3] Geciteerd van https://www.denederlandsegrondwet.nl/id/vi7pkisz8vzo/artikel_6_vrijheid_van_godsdienst_en ; geraadpleegd op donderdag 30 augustus 2018.
[4] Zie https://nl.wikipedia.org/wiki/Cartoons_over_Mohammed_in_Jyllands-Posten ; geraadpleegd op donderdag 30 augustus 2018.
[5] Zie bijvoorbeeld https://pixabay.com/nl/photos/jezus%20christus/ ; geraadpleegd op donderdag 30 augustus 2018.
[6] Deze formulering is ontleend aan https://pvv.nl/83-fj-related/machiel-de-graaf/9815-pvv-sluit-islam-en-koranscholen-van-syriers-en-stuur-ze-terug-naar-veilige-gebieden-in-syrie.html ; geraadpleegd op vrijdag 31 augustus 2018.
[7] Psalm 2:1-5.
[8] Psalm 2:12.
[9] Efeziërs 6:11 en 12.
[10] Efeziërs 6:10.
[11] Psalm 2:4.
[12] Psalm 2:10, 11 en 12

18 juni 2018

Verlangen

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

We hebben allemaal zo onze verlangens. Misschien heeft u, voor uw gevoel, wel heel vréémde begeerten en behoeftes; wellicht zelfs ideeën waarmee u liever niet te koop loopt.

Echter: sommige verlangens worden werkelijkheid.
Wat kun je daar diep-blij om zijn!

Dat zijn de Israëlieten in 2 Kronieken 15 ook.
Leest u maar mee: “Heel Juda was verblijd over de eed, want zij hadden met heel hun ​hart​ gezworen, en met heel hun verlangen Hem gezocht. Hij werd door hen gevonden, en de HEERE gaf hun rust van rondom”[1].

Waar gaat dit over?
In welk tekstverband staan de bovenstaande woorden?
Daarover hieronder meer.

Eerst een driedelig antwoord op de vraag: wat is 2 Kronieken eigenlijk voor een Bijbelboek?[2]
1.
De Bijbelboeken 1 en 2 Kronieken vormden oorspronkelijk één geheel. Ze beschrijven met name de geschiedenis van de regering van koning David, van zijn zoon Salomo en van de overige koningen uit dat geslacht.
2.
De Joden nemen aan dat de schriftgeleerde Ezra de auteur van de Kronieken is. Maar dat is lang niet zeker.
3.
De boodschap van 2 Kronieken is: zoek de Here!
Dat betekent: betrek de God van hemel en aarde bij alles wat je doet.
En ook: ga in het gebed naar Hem toe. En leg Hem dan je problemen maar voor. Al jouw vragen. Al het verdriet dat je in stilte met je mee draagt. Het heimwee dat u hebt naar uw overleden echtgenoot. Enzovoort.
En ook: zeg Hem maar hoe blij je bent. Met jouw huis. Met de natuur om je heen. Met jouw vrienden. Met jouw dagelijks werk. Met uw gezondheid.
Die boodschap geldt ook vandaag nog. Zeker wel!

In 2 Kronieken 15 lezen we over een gebeurtenis rond koning Asa[3].

Asa’s regering verplaatst ons zo ongeveer naar de periode 912-870 voor Christus.
Asa doet aan reformatie. Re-formatie, dat houdt in: opnieuw vormgeven aan ware godsdienst. En dat is precies waar Asa mee bezig is. Hij heeft namelijk een enorme hekel aan afgoderij.
Asa bouwt vestingen. En hij verslaat de Ethiopiërs.
Is er niks op Asa aan te merken? Jawel. Op een bepaald moment zoekt hij steun bij Benhadad I, de koning van Syrië. Er is een profeet – hij heet Hanani – die Asa daarvan probeert terug te houden. Want je moet geen steun zoeken bij mensen, maar bij God. Maar dat helpt niet. Asa zet zijn eigen zin door.

Nu dan 2 Kronieken 15.

Daar krijgt Azarja door toedoen van de Geest van God profetische gaven.
Azarja zegt: de houding van God zal afhangen van uw eigen handelwijze.
Dat illustreert Azarja met de geschiedenis van Israël. De Israëlieten hebben zich heel lang van God afgekeerd. Zij moesten niks meer van Hem hebben. Er gebeurden een aantal rampen achter elkaar. Pas toen gingen de Israëlieten weer terug naar de hemelse Heer.
In de tijd van de Richteren was het land eigenlijk heel erg onveilig. Allerlei volksstammen raakten met elkaar in gevecht.
Zo gaat dat als je de Here maar laat praten. Zo gaat dat als je Hem in de praktijk van het leven negeert.

En wat is de boodschap voor Asa?
Wat is de boodschap voor het volk waarover Asa regeert?
Koning Asa heeft de Here aangeroepen voor hij een strijd aanging. Asa heeft de belofte gekregen dat de Here naar Zijn kinderen toe komt als zij daar om vragen. Hij zal Zich naar hen toe keren en hen helpen.

Van die boodschap krijgt koning Asa nieuwe energie.
Hij laat afgodsbeelden uit het land verwijderen.

Dat trekt volk aan.
Een exegeet schrijft: “In groten getale zijn er Israëlieten weggetrokken uit Noord-Israël naar het koninkrijk Juda om daar te wonen, toen ze merkten dat de HERE het bewind van Asa zegende (…). In de lente van 898/897 v.Chr. (de derde maand van Asa’s vijftiende regeringsjaar) komt het volk samen in Jeruzalem (…) en offert zevenhonderd runderen en zevenduizend schapen en geiten uit de oorlogsbuit”[4].

Het is menens.
De burgers leggen zelfs een eed af: iedereen die geen ernst maakt met de ware godsdienst wordt ter dood gebracht!
Dat klinkt in onze oren niet zo goed. Is er geen godsdienstvrijheid? Is dit niet heel kort door de bocht? Gaat dit niet veel te ver?
Het is belangrijk dat we beseffen dat de God van hemel en aarde Zijn volk leiden wil. Hij wil al Zijn kinderen naar een heerlijke toekomst brengen. Maar als het hier om gaat, geldt:
* het is zwart of wit
* voor of tegen God
* godvrezend of goddeloos.
En nee, daar zit niks tussen.
Voor mensen uit de eenentwintigste eeuw is dat maar moeilijk voorstelbaar. Wij denken immers in nuances. In schakeringen.
In de eenentwintigste eeuw zijn wij het verleerd om in ‘voor’ of ‘tegen’ te denken. Maar een Bijbelgedeelte als 2 Kronieken 15 bepaalt ons erbij dat ware godsdienst echt op de eer van God gericht moet zijn. En nergens anders op!

In 2 Kronieken 15 staat iets opvallends: heel Juda had “met heel hun verlangen Hem gezocht. Hij werd door hen gevonden”.
Heel Juda notabene! Ze zijn verenigd in hun verlangen naar Hem. Zij willen niets liever dan leven met Hem. Iedere stap in hun bestaan willen zij met Hem doen.

Die eensgezindheid zien we in het kerkelijk leven van vandaag niet vaak terug. Integendeel. Er is veel gerommel. Er is niet zelden gedoe. Het lijkt steeds meer voor te komen dat kerkmensen de kerk verlaten omdat zij met een aantal van hun broeders en zusters niet langer door één deur kunnen.
Als u het mij vraagt is 2 Kronieken 15 ook voor ons een heel leerzaam hoofdstuk. Tenminste – als wij dat met aandacht willen lezen en tot ons door willen laten dringen.

Wij hebben allemaal zo onze verlangens.
Soms ook heel vréémde verlangens.
Gods Woord leert ons in 2 Kronieken 15 welk verlangen altijd in ons hart moet zijn.

Met dat verlangen mogen wij gerust te koop lopen.
In de evangelisatie.
In de zending.
Onophoudelijk. En overal.

Noten:
[1] 2 Kronieken 15:15.
[2] In het onderstaande maak ik gebruik van http://christipedia.nl/Artikelen/K/Kronieken_(2e_boek) ; geraadpleegd op dinsdag 5 juni 2018.
[3] In het onderstaande maak ik gebruik van https://christipedia.miraheze.org/wiki/Asa ; geraadpleegd op dinsdag 5 juni 2018.
[4] Citaat uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij 2 Kronieken 15:8-19.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.