gereformeerd leven in nederland

26 augustus 2019

Bosbranden in Brazilië

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

Bosbranden zijn in Brazilië aan de orde van de dag.
De NOS meldt ons: “Het aantal bosbranden in Brazilië is dit jaar opgelopen tot 71.497, het hoogste aantal sinds de telling begon in 2013. Volgens het Braziliaanse agentschap voor ruimteonderzoek (INPE) gaat het om een stijging van 83 procent ten opzicht van dezelfde periode vorig jaar.
Sinds afgelopen donderdag telde het INPE 9507 nieuwe brandhaarden in het land, voornamelijk in het Amazonebekken. Bosbranden komen in het droge seizoen van nature veel voor. Ze worden echter ook veroorzaakt door boeren die delen van het woud ontbossen om dit geschikt te maken voor veeteelt voor de productie van rundvlees. Ook wordt er veel soja geteeld, dat onder meer wordt verkocht als veevoer.
Beelden uit de noordelijkste deelstaat Roraima tonen een regenwoud dat onder een donkere rookwolk bedekt is. In het zuiden van de deelstaat Amazonas en in de hoofdstad daarvan, Manaus, is de noodtoestand afgekondigd. Ook de deelstaat Acre, bij de grens met Peru, is sinds vrijdag in opperste staat van paraatheid”[1].

Maar de NOS bericht ons ook: “Niet overal is de stijging zichtbaar: in de centraler gelegen staten Mato Grosso en Pará zou het aantal bosbranden zelfs gedaald zijn ten opzichte van vorig jaar. Volgens de NASA ligt het totale aantal bosbranden in Brazilië zelfs iets onder het gemiddelde”.
En:
VU-hoogleraar Van der Werf benadrukt wel dat er meer tijd nodig is om de grootte van het probleem echt in te schatten. ‘Zeker, sommige regio’s hebben meer branden dan normaal en iedere brand is er eentje te veel’. Hij denkt dat de gevolgen van de branden over een maand pas echt goed in te schatten zijn. ‘Het brandseizoen is immers pas twee weken bezig’”[2].

Bosbranden in Brazilië – in zekere zin is dat geen nieuws.
Op maandag 9 september 1963 kopte het Nieuwsblad van het Noorden: “Bosbranden in Brazilië breiden zich nog uit”. En een subkop vertelde: 250 doden, 500 vermisten, 60.000 daklozen[3].
Met enige overdrijving kan men zeggen: reeds decennialang zijn er in deze tijd van het jaar met de regelmaat van de klok branden in Brazilië.

Maar daarmee kunnen wij niet volstaan.
Immers – een Gereformeerd mens die de beelden op televisie en internet en in de kranten ziet, denkt aan het vuur in Gods Woord.

Neem nu bijvoorbeeld 2 Thessalonicenzen 1: “Het is immers ​rechtvaardig​ van God verdrukking te vergelden aan hen die u verdrukken, en aan u die verdrukt wordt, samen met ons verlichting te geven bij de openbaring van de Heere ​Jezus​ vanuit de hemel met de ​engelen​ van Zijn kracht, wanneer Hij met vlammend vuur wraak oefent over hen die God niet kennen, en over hen die het ​Evangelie​ van onze Heere ​Jezus​ ​Christus​ niet gehoorzaam zijn. Zij zullen als straf het eeuwig verderf ondergaan, weg van het aangezicht van de Heere en van de heerlijkheid van Zijn macht, wanneer Hij zal gekomen zijn om op die dag verheerlijkt te worden in Zijn ​heiligen​ en bewonderd te worden in allen die geloven -want bij u vond ons getuigenis geloof-”[4].

Nee, wij moeten ons niet overgeven aan zwartgalligheid. Maar wij zullen wel de realiteit onder ogen moeten zien. Wij moeten beseffen: zo ziet vuur eruit. Wij moeten ons realiseren dat het vuur van Gods oordeel nog feller is.

Het geloof van de christenen in Thessalonica wordt snel sterker, schrijft Paulus in 2 Thessalonicenzen 1. Dat de gelovigen in Thessalonica worden vervolgd doet daar niets aan af. Daarom is er alle reden om God te danken!
Het feit van dat sterker wordende geloof mag ook doorverteld worden aan christenen in andere plaatsen. Als een stimulans: geloven in moeilijke tijden? – ja, dat kan!
En het is ook duidelijk: de christenen in Thessalonica horen echt bij Jezus Christus. Jazeker, de Heiland heeft hen gekocht.
Het is zeker: er komt, ook voor de christenen in Thessalonica, een rustige tijd aan.
Dan zal het oordeel komen over de mensen die God genegeerd hebben.
De Heiland komt terug.
Dat is het moment van de definitieve splitsing. De Heiland neemt al Zijn kinderen bij Zich; mensen zonder God worden zover mogelijk bij Gods heerlijkheid weggehouden.

In dit licht bezien zijn de Braziliaanse bosbranden ook vandaag een proclamatie voor de wereld: onze God regeert de wereld; sluit u aan bij Hem aan!

RTL Nieuws meldt: “De branden zijn volgens critici uit binnen- en buitenland een uitvloeisel van het milieubeleid – of het gebrek daaraan – van de nieuwe Braziliaanse president Jair Bolsonaro, een klimaatscepticus die in januari aantrad”[5].
Natuurlijk zijn er voor de branden een paar rationele verklaringen. Die verklaringen hoeven wij niet te bestrijden.
Maar wij dienen, om zo te zeggen, wel door de laaiende vuren heen te kijken. Hopelijk helpt dit artikel daar een beetje bij.

Noten:
[1] Geciteerd van https://nos.nl/artikel/2298343-recordaantal-bosbranden-geteld-in-amazonegebied.html ; geraadpleegd op zaterdag 24 augustus 2019.
[2] Geciteerd van https://nos.nl/artikel/2298422-duizenden-branden-in-amazonegebied-wat-is-er-aan-de-hand.html ; geraadpleegd op zaterdag 24 augustus 2019.
[3] Nieuwsblad van het Noorden, maandag 9 september 1963, p. 1.
[4] 2 Thessalonicenzen 1:6-10.
[5] Geciteerd van https://www.rtlnieuws.nl/nieuws/buitenland/artikel/4821071/bolsonaro-bosbrand-amazone-milieu-klimaat-opwarming-aarde-natuur ; geraadpleegd op zaterdag 24 augustus 2019.

12 augustus 2019

Eeuwig leven

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Maandagavond 5 augustus jongstleden: op de televisie wordt het programma ‘We zijn er bijna’ uitgezonden[1].
Dat programma draait om een groep wat oudere vakantiegangers die met hun caravan of camper door een bepaald land of gebied trekken. Dit jaar verkent men de Balkan. Deze aflevering gaat over Servië en Montenegro.
En ach – hoe gaat dat?
Wie in vakantierust is, geeft zich wel eens over aan bespiegelingen.
Zo ook Lex.
Lex zit met een aantal andere vakantievierders op een bankje.
Hij spreekt de navolgende gedenkwaardige woorden.
“Ik wil niet eeuwig leven… Nee. Ik ben geen Jan Mulder! Ik moet er niet aan denken! Ik bedoel, wat moet je dat hele leven doen? Ik vind dit prachtig maar op een gegeven moment… nee nee… ik kan het niet helemaal beredeneren natuurlijk. Je weet het niet, maar… Zo zit het leven in elkaar. Het eindigt… Maar ja, wie ‘t wil, ga je gang”.

Lex refereert aan een ander tv-programma, ’Het eeuwige leven van Jan Mulder’.
Op de website van dat programma staat te lezen: “De vraag: ‘waarom zou je eeuwig willen leven?’ wordt bij elk van Jan zijn ontmoetingen anders beantwoord. Dit dwingt hem tot reflectie en duikt hij dieper in zichzelf dan hij vooraf had kunnen denken”[2].

Het bovenstaande brengt ons vandaag bij Johannes 3: “De Vader heeft de Zoon lief en heeft alle dingen in Zijn hand gegeven. Wie in de Zoon gelooft, heeft eeuwig leven, maar wie de Zoon ongehoorzaam is, zal het leven niet zien, maar de toorn van God blijft op hem”[3].

Geloven en gehoorzamen, daar gaat het in Johannes 3 om.

Hoe blijkt die gehoorzaamheid? Die blijkt als we het Evangelie in woord en daad doorgeven. De apostel Paulus heeft het daar in Romeinen 1 ook over: “Door Hem hebben wij ​genade​ en het apostelschap ontvangen tot geloofsgehoorzaamheid onder alle heidenen, ter wille van Zijn Naam, waartoe ook u behoort, geroepenen van ​Jezus​ ​Christus”[4].
Volgelingen van Christus dragen de blijde Boodschap door de wereld. In hun woorden. In hun gedrag.
Zo iemand heeft eeuwig leven. Dat leven is al begonnen. En in de hemel leeft hij of zij volmaakt verder. Daar is het leven een en al vrede en geluk. Iets van die vrede, een stukje van dat geluk kunnen we – als het goed is – vandaag al bij de christenen zien.
Laten we dat geluk, die vrede maar doorgeven. Bijvoorbeeld met de woorden van Romeinen 5: “Want zoals door de ​ongehoorzaamheid​ van de ene mens velen als zondaars aangemerkt worden, zo zullen ook door de gehoorzaamheid van de Ene velen als rechtvaardigen aangemerkt worden”[5].

Wat zullen wij in het eeuwige leven doen?[6]
Van onze bezigheden is, op de keper beschouwd, geen heldere beschrijving van te geven. Paulus schrijft aan de christenen in Corinthe, in 1 Corinthiërs 2: “…het is zoals geschreven staat: Wat geen oog heeft gezien en geen oor heeft gehoord en in geen mensenhart is opgekomen, dat is wat God bereid heeft voor hen die Hem ​liefhebben”[7].
Dat aardse voorstellingsvermogen van ons schiet ten enenmale tekort. Wij denken in te krappe kaders. Ons denkraam is te klein.
Eén ding is wel zeker: wij gaan ons in de hemel beslist niet vervelen. Er is namelijk meer dan genoeg te zien. Dat blijkt wel uit Hebreeën 9: “… zo zal ook ​Christus, Die eenmaal geofferd is om de ​zonden​ van velen weg te dragen, voor de tweede keer zonder ​zonde​ gezien worden door hen die Hem verwachten tot zaligheid”[8]. En ook uit 1 Johannes 3: “Geliefden, nu zijn wij ​kinderen​ van God, en het is nog niet geopenbaard wat wij zullen zijn. Maar wij weten dat, als Hij geopenbaard zal worden, wij Hem gelijk zullen zijn; want wij zullen Hem zien zoals Hij is”[9]. Wij kunnen onze God eindelijk eens live bekijken. En daar kunnen wij geen genoeg van krijgen!
Lex verzucht hierboven: wat moet je al die tijd doen? Dat is een typisch aardse vraag. Een vraag waarbij verdriet en teleurstellingen het uitgangspunt zijn. Echter – al die moeilijkheden en problemen zijn in de hemel afgeschaft. Lees maar mee in Openbaring 21: “En God zal alle tranen van hun ogen afwissen, en de dood zal er niet meer zijn; ook geen ​rouw, jammerklacht of moeite zal er meer zijn. Want de eerste dingen zijn voorbijgegaan”[10].

Lex is, als het erop aan komt, reuze tolerant: het eeuwige leven? – “wie ‘t wil, ga je gang”.
De spreker suggereert dat wij ’t voor het voor ’t kiezen hebben. Dat is een misvatting.
Het eeuwige leven wordt ons aangeboden – gratis en voor niets. Slechts één ding is nodig: geloof!

Dat blijkt in Johannes 3.
En ook in Johannes 5: “Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Wie Mijn woord hoort en Hem gelooft Die Mij gezonden heeft, die heeft eeuwig leven en komt niet in de verdoemenis, maar is uit de dood overgegaan in het leven”[11].

Maar achter Johannes 3 en Johannes 5 is natuurlijk ook een scherpe tegenstelling zichtbaar: geloof tegenover ongeloof.
Lex is een typisch voorbeeld van ongeloof. Van aards denken. Zo’n man als Lex zou je geloof gunnen. Niet omdat hij dan precies weet wat er na dit leven nog komt. Maar wel om hem groot geluk en diepe vrede te geven.

Laten Gods kinderen de beloften over het eeuwig leven maar koesteren!

Noten:
[1] ‘We zijn er bijna’, programma van Omroep MAX, maandagavond 5 augustus 2019, NPO 1, vanaf 21.25 uur.
[2] Geciteerd van https://www.maxvandaag.nl/programmas/tv/het-eeuwige-leven-van-jan-mulder/ ; geraadpleegd op dinsdag 6 augustus 2019.
[3] Johannes 3:35 en 36.
[4] Romeinen 1:5 en 6.
[5] Romeinen 5:19.
[6] In het onderstaande gebruik ik onder meer https://www.holyhome.nl/bijbelstudie-325.html ; geraadpleegd op dinsdag 6 augustus 2019.
[7] 1 Corinthiërs 2:9.
[8] Hebreeën 9:28.
[9] 1 Johannes 3:2.
[10] Openbaring 21:4.
[11] Johannes 5:24.

30 juli 2019

Wij zijn van Gods geslacht

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

In Handelingen 17 verkondigt Paulus in Athene het Evangelie.
Hij zegt daar onder meer: “…in Hem leven wij, bewegen wij ons en bestaan wij; zoals ook enkelen van uw dichters gezegd hebben: Want wij zijn ook van Zijn geslacht”[1].
Paulus’ boodschap is duidelijk: God is onze Schepper; Hij leidt ons aan Zijn hand door de wereld.

Er zijn enkele dichters die gezegd hebben: want wij zijn ook van Zijn geslacht.
Een exegeet schrijft: “De woorden ‘in Hem leven we en bewegen we ons en zijn we’ zijn mogelijk ontleend aan de dichter Epimenides, terwijl ‘wij zijn immers ook van Zijn geslacht’ van de dichter Aratus afkomstig is”[2].

Wie is die Epimenides?
Epimenides van Knossos is een Griekse dichter en filosoof uit de zesde eeuw voor Christus. Epimenides is in de logica bekend door de naar hem genoemde paradox.
Over de paradox van Epimenides leert een bekende internetencyclopedie ons: “Een paradox is een ogenschijnlijke tegenspraak. Als we deze uitspraak letterlijk interpreteren, dus als: ‘alle uitspraken van alle Kretenzers zijn altijd gelogen’, dan is het inderdaad zo dat de uitspraak, die immers gedaan is door een Kretenzer, zichzelf tegenspreekt: de uitspraak zegt van zichzelf dat hij niet waar is, en kan dus niet waar zijn. De uitspraak kan alleen waar zijn als we hem niet letterlijk interpreteren, bijvoorbeeld als: Kretenzers liegen vaak (maar niet altijd). De tegenspraak verdwijnt”. Daarop zinspeelt Paulus in Titus 1: “Een van hen, hun eigen ​profeet, heeft gezegd: Kretenzen zijn altijd leugenaars, kwade beesten, luie buiken”[3].

Epimenides schreef het gedicht Cretica – over Kreta.
Enkele regels daaruit luiden als volgt:
“Ze hebben een tombe voor u opgericht, o heilige en hoge,
de Kretenzers, altijd leugenaars, gemene beesten, vadsige buiken dat het zijn!
Maar gij zijt niet dood: gij leeft altijd voort,
want in u leven en bewegen wij en hebben ons bestaan”[4].
Daar is dus die regel: ‘want in u leven en bewegen wij en hebben ons bestaan’. Bij Epimenides slaan de woorden op de Kretenzers. Maar Paulus brengt een correctie aan op de gedachten van de Griekse filosoof: de oorsprong van het leven ligt bij de Schepper van hemel en aarde!

En dan is er die dichter Aratus. Wie is dat?
Deze Griekse dichter (315-245 voor Christus) is vooral bekend van zijn leerdicht Phainomena, een wetenschappelijke verhandeling over hemellichamen en weersvoorspellingen.
Zijn verhaal begint als volgt.
“Laat ons beginnen bij Zeus. Zijn naam zij nimmer, o mensen door ons verzwegen. Van Zeus vol zijn alle de wegen en al de pleinen der mensen, vervuld van hem zijn de zee en ook de havens. Geen plaats waar wij Zeus kunnen missen. Want wij zijn ook van zijn geslacht. Vriendelijk is hij voor de mensen en goedgunstig gezind. De mannen wekt hij ten arbeid wijzend hen op hun taak. Hij zegt wanneer het de tijd is de grond te bewerken met ploegos en spade, wanneer de getijden gunstig zijn voor het planten en zaaien van alle gewassen. Want hij plaatste als bakens hoog aan de trans van de hemel ’t gesternte in rijke schakering en hij zocht uit voor de jaarkring sterren die bovenal duid’lijk aan zouden geven de mensen d’ eeuw’ge keer der seizoenen, opdat het al feilloos zou groeien. Daarom plegen zij hem steeds het eerst en het laatst te vereren”[5].
Aratus zegt: wij komen uit het geslacht van Zeus.
Nee, zegt Paulus. Dat is niet waar. Het is onzin. Want wij zijn onverbrekelijk verbonden met onze Heiland. Met Jezus Christus dus!

Paulus sluit aan bij de actualiteit van zijn tijd. Hij weet wat er te koop is in de wereld.
Aldus doet hij een impliciete oproep aan Bijbellezers van alle tijden: kijk rond in de wereld, verkondig en verdedig het Evangelie!

In het Athene van Handelingen 17 zeggen velen: dat Evangelie interesseert ons geen klap. Men vindt de apostel Paulus, op de keper beschouwd, een merkwaardig soort verhalenverteller: “Wat zou deze praatjesmaker toch willen zeggen?”[6].
Intussen vraagt Paulus om een keuze. Meer precies: de Redder van de wereld roept de mensen op om te kiezen: voor of tegen Christus!
Dominee M.J.C. Blok sr. (1914-1976) zei in een preek over Handelingen 17 eens: “De antithese is er, en blijft volkomen. Er zijn geen waarheidselementen in de heidense religie (…). Het is niet zo, dat deze dichters eigenlijk al op weg zijn naar de waarheid, en dat Paulus ze daarom nu maar rustig annexeert voor zijn eigen bedoelingen. Hier wordt geen waarheid beleden, hier wordt alleen maar gelogen”[7].
Kortom – de tegenstellingen liggen scherp.

Iemand vroeg eens: zijn alle godsdiensten niet ten diepste gelijk?
Op die existentiële vraag werd onder meer geantwoord: “Ja, het is één pot nat: alle religies hebben gemeen dat ze geloven in een persoonlijke oppermachtige god, die niet alleen alles geschapen zou hebben, maar zich ook nog eens persoonlijk iets aan elk mens gelegen zou laten liggen. Overigens geloven ze allemaal in één god en wijzen ze de overige 99% van de hand”[8].

Dat laatste kan best waar wezen.
Intussen vraagt de Here, ook anno Domini 2019, eenvoudig geloof.
Waarom?
Paulus legt het in Handelingen 17 uit: “Wij nu, die van Gods geslacht zijn, moeten niet denken dat de Godheid gelijk is aan goud, zilver of steen, een product van de kunstzinnigheid en gedachten van een mens. God dan verkondigt, met voorbijzien van de tijden van de onwetendheid, nu overal aan alle mensen dat zij zich moeten bekeren, en wel omdat Hij een dag vastgesteld heeft, waarop Hij de wereld ​rechtvaardig​ zal oordelen door een Man Die Hij daartoe aangesteld heeft. Daarvan heeft Hij aan allen het bewijs geleverd door Hem uit de doden te doen opstaan”[9].
Laten wij dat Evangelie maar vasthouden!

Noten:
[1] Handelingen 17:28.
[2] Geciteerd uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Handelingen 17:28.
[3] Titus 1:12.
[4] Zie https://nl.wikipedia.org/wiki/Epimenides en https://nl.wikipedia.org/wiki/Paradox_van_Epimenides ; geraadpleegd op woensdag 24 juli 2018.
[5] Deze vertaling is ontleend aan een preek van de Gereformeerd-vrijgemaakte predikant J.B.K. de Vries over Handelingen 17:22-34.
[6] Handelingen 17:18.
[7] De preek van dominee Blok heeft als tekst Handelingen 17:22-34.
[8] Geciteerd van https://www.startpagina.nl/v/religie-spiritualiteit/religie/vraag/94372/religies-ten-diepste-gelijk/ ; geraadpleegd op donderdag 25 juli 2019.
[9] Handelingen 17:29, 30 en 31.

12 juli 2019

Struisvogelpolitiek versus de Schrift

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Heb aandacht voor de gaven van de Heilige Geest: voor wijsheid, kennis, onderscheidingsvermogen, geloof – enzovoort.
Probeer te zien wat de wil van God is in een concrete situatie.
Wees kritisch op de zaken die men ‘opdient’ als een gave van Gods Geest. Beantwoord – bijvoorbeeld – de vraag: bouw ik de kerk, de gemeente van God, op?
De gaven van de Geest zijn alleszins de moeite waard!
Die dringende adviezen lezen we in 1 Thessalonicenzen 5: “Blus de Geest niet uit. Veracht de profetieën niet. Beproef alle dingen, behoud het goede. Onthoud u van elke vorm van kwaad”[1].
Hierboven vinden wij een recept voor Gereformeerd leven.
En zegt u nu zelf: dat recept is in feite van een verbluffende eenvoud.
Dat recept moeten we vandaag de dag goed in het oog houden.

Laten wij, nu het hierom gaat, elkaar wijzen op de psychiater Jan Mokkenstorm.
Wie is dat?
Dat is de onlangs overleden oprichter van 113 Zelfmoordpreventie.
De Volkskrant interviewde hem in oktober 2018. Voor zover schrijver dezes bekend was het het laatste interview dat de psychiater gaf.
Toen zei Mokkenstorm onder meer: “De zin van het leven is het zoeken naar het antwoord op die vraag. De zin is leren, ontdekken, het ervaren van empathie en liefde. Voor anderen, maar ook voor jezelf. Het is strijden en goedmaken; het is aangaan, niet uit de weg gaan. Mijn grootvader hield mij voor: ‘Jantje, je kunt wel zeggen dat je er bent, maar je moet er wezen’”.

Wij moeten allen van jongs af leren. Wij gaan dingen ontdekken. Vanaf dag één van ons leven ervaren we – als het goed is – liefde. Naarmate wij langer leven wordt ons invoelingsvermogen groter. En verfijnder.
Wij worden genoodzaakt om uitdagingen aan te gaan.
Dat klinkt allemaal plausibel. Heel Schriftuurlijk, ook. Maar Paulus schrijft aan de christenen in Thessalonica: “Pas op dat niemand een ander kwaad met kwaad vergeldt, maar jaag altijd het goede na, én voor elkaar én voor allen. Verblijd u altijd. Bid​ zonder ophouden. Dank God in alles. Want dit is de wil van God in ​Christus​ Jezus voor u”[2].
Bidt tot God: dat is de stimulans die Paulus geven wil.
Dank God: dat is de conclusie.
Gereformeerd leven: dat is een leven van danken en bidden.
Gereformeerd leven: dat is vooral verticaal gericht. Dat blijft niet steken in het aardse, in het platte. Nee, zo’n leven gaat omhoog. Het wordt op niveau gebracht.
Jan Mokkenstorm ontdeed het leven van alle franje. Toen bleek hoe kaal het leven in zichzelf is.

Jan Mokkenstorm zei: “Uit eigen beweging ging ik naar de zondagsschool. Ik was geraakt door het verhaal van Jezus, die vergeeft en liefde predikt. Later kon ik die religiositeit wel duiden – ik zocht een soort veiligheid die ik in mezelf niet vond. Dus werd ik gegrepen door het verhaal van een goede God, die veel meer begrijpt dan wij. Dat duurde overigens niet lang, tot mijn 10de”.
En:
“Of God bestaat kan ik niet weten, al denk ik dat er íets moet zijn. Maar met wat wij als mensen zijn, kunnen we niet bevatten wat dat kan zijn. In het boek This Explains Everything zeggen astrofysici dat er onder hen consensus bestaat over een oneindig aantal universa. Die kunnen elkaar niet kennen, omdat de natuurconstanten anders zijn. Toen ik dat las, bedacht ik: oneindig veel universa, dat is zo’n (…) grote gedachte, ik kan er helemaal vrede mee hebben dat ik niet kan weten of God bestaat. En ik kan maar beperkt kennis hebben van wat het is om te leven. Zo kon ik me beperken tot de kernvraag: wat ga ik doen met mijn leven?’”.
Wat deed Mokkenstorm hier? Hij zei: ‘Ik slaag er nooit in om het leven geheel te doorgronden. Daarom houd ik het maar kleinschalig. En ik vraag: wat doe ik zelf met mijn leven?’. Mokkenstorm zei: ‘Omdat ik de wereld niet snap, houd ik me ook niet met God bezig’. Dat was struisvogelpolitiek. Zo van: als ik iets niet begrijp en net doe alsof het niet bestaat, dan verdwijnt het als vanzelf uit mijn leven.

Laten we maar vaststellen: zo werkt het niet als het over God gaat. Sterker nog: er komt een dag dat Jezus Christus voor iedereen weer zichtbaar wordt. Paulus schrijft: “Want u weet zelf heel goed dat de dag van de Heere komt als een ​dief​ in de nacht”[3].
En:
“Maar u, broeders, bent niet in duisternis, zodat die dag u als een ​dief​ zou overvallen. U bent allen ​kinderen​ van het licht​ en ​kinderen​ van de dag. Wij zijn niet van de nacht en ook niet van de duisternis. Laten wij dan niet, evenals de anderen, slapen, maar laten wij waakzaam en nuchter zijn. Want zij die slapen, slapen ’s nachts en zij die dronken zijn, zijn ’s nachts dronken. Maar laten wij, die van de dag zijn, nuchter zijn, bekleed met het borstharnas van geloof en ​liefde, en met de hoop op de zaligheid als ​helm. Want God heeft ons niet bestemd tot toorn, maar tot het verkrijgen van de zaligheid, door onze Heere Jezus ​Christus, Die voor ons gestorven is, opdat wij, hetzij wij waken, hetzij wij slapen, samen met Hem zouden leven”[4].

Jan Mokkenstorm is op 8 juli jongstleden overleden.
Zijn boodschap en het evangelie van de Schrift staan lijnrecht tegenover elkaar.
Ook vandaag komt het Woord tot ons: “Beproef alle dingen, behoud het goede”!

Noten:
[1] 1 Thessalonicenzen 5:19-22.
[2] 1 Thessalonicenzen 5:15-18.
[3] 1 Thessalonicenzen 5:2.
[4] 1 Thessalonicenzen 5:4-10.

4 juni 2019

Oproep aan kerk en wereld

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Psalm 3 is een morgenlied.
Maar de dichter David gaat in dat kerklied fors tekeer. Hij staat duidelijk onder grote druk.
Leest u maar even mee.

“Sta op, HEERE,
verlos mij, mijn God,
want U hebt al mijn vijanden op de kaak geslagen,
de tanden van de goddelozen hebt U stukgebroken.
Het heil is van de HEERE;
Uw ​zegen​ is over Uw volk”[1].

De psalm slaat op de geschiedenis die in 2 Samuël 15-18 beschreven is.
Iemand typeert de situatie als volgt: “Wat Absalom had gedaan, was het organiseren van een complete burgeroorlog. In 2 Samuël 15:1-6 lezen we namelijk dat hij op een slinkse wijze het volk achter zich probeert te krijgen en zo ‘het hart van de mannen van Israël stal’ (…). De opstand beperkte zich echter niet tot het gewone volk, maar Absalom had zelfs aanhangers aan het hof van zijn vader David zelf. David moet begrepen hebben dat hij het vertrouwen aan het verliezen was, zelfs van zijn persoonlijke adviseurs (…). Kortom: een goed georganiseerde staatsgreep die gevolgd zou worden door een burgeroorlog”[2].
De aanleiding voor het schrijven van Psalm 3 is dus een coup in het koningshuis. Overigens duurt de opstand niet lang. Absalom komt om, en David keert terug naar Jeruzalem.

Die psalm zingen wij nu ook nog.
Compleet met de regels:
“Sta op, verlos mij HEER!
U hebt uw naam ter eer,
gesmaad de goddelozen.
U toont uw grote macht,
verbrijzelt door uw kracht
de tanden van de bozen”[3].

Goddelozen – dat zijn, zo merkt een exegeet op, “mensen die tegen de God van Israël ingaan (…) en tegen zijn gezalfde koning (…). ‘Op de kaak slaan’ kan een beledigende slag zijn, (…), maar hier is een inslaan van de kaken bedoeld waardoor de tanden verbrijzeld worden, (…). Daarmee worden de vijanden machteloos, maar kunnen ze ook niet meer lasteren”[4].
De vijanden worden machteloos. En sprakeloos, tevens!

Wat moeten wij daar vandaag mee?
De oplossing staat in de psalm zelf: het gaat om de eer van God. Hij behoort de eer te krijgen die Hem toekomt. Zijn reputatie moet voorop staan. Zijn werk moet kunnen doorgaan. En dat kan ook. Als God het nodig acht maakt Zijn kracht mensen tandeloos en machteloos.

In Psalm 3 draait het, zoals zo vaak in de Bijbel, ten diepste om de eer van God.
Kijk maar eens wat Hij doet!
Zie maar eens welke activiteit Hij ontplooit!
Hij komt voor Zijn volk op. Hij beschermt Zijn volk. En individuele leden van dat volk ervaren dat ook zo. David zingt:
“U echter, HEERE, bent een ​schild​ voor mij,
mijn ​eer; U heft mijn hoofd omhoog.
Met mijn stem riep ik tot de HEERE,
en Hij verhoorde mij vanaf Zijn ​heilige​ berg.
Ik lag neer en sliep; ik ontwaakte,
want de HEERE ondersteunde mij”[5].

Geldt dat vandaag nog?

Ja, wij geloven dat dat zo is.
Om met een bekend gezang te spreken: “Het werk der eeuwen dat zijn Geest omspant, / volvoert Zijn hand”![6]
Er zijn wel mensen die hardop twijfelen over Gods kracht. Dat verdonkeremanen ze in volzinnen als: ‘Als ongelovige ben ik diep en onherstelbaar gekwetst in mijn afwezige religieuze gevoelens door al die godslastering van fundamentalisten”[7].
Zo’n spreker krijgt niet meteen kaakslagen. Hij wordt ook niet op andere wijze aangevallen.
Maar waarom grijpt God dan niet in?
De Here geeft Zelf het antwoord op die vraag.
In Psalm 103 bijvoorbeeld:
“Barmhartig​ en ​genadig​ is de HEERE,
geduldig en rijk aan goedertierenheid”[8].
En in 2 Petrus 3 bijvoorbeeld: “De Heere vertraagt de belofte niet (zoals sommigen dat als traagheid beschouwen), maar Hij heeft geduld met ons en wil niet dat enigen verloren gaan, maar dat allen tot bekering komen. Maar de dag van de Heere zal komen als een ​dief​ in de nacht. Dan zullen de hemelen met gedruis voorbijgaan en de elementen brandend vergaan, en de aarde en de werken daarop zullen verbranden”[9].

Vandaag de dag maken mensen zich druk over kleine en grote dingen, die soms bijna luguber zijn:
* heeft majoor Marco Kroon bij een aanhouding door de politie een agent een kopstoot gegeven, of toch niet?[10]
* wij moeten, naar men zegt, ‘van het gas af’. En ja, voor crematoria moet dat ook gelden; “want een doorsnee crematie kost zo’n 55 kuub gas”[11].
Psalm 3 maakt echter een tegenstelling in het groot: het gaat van kaakslagen naar heil; van kapotte tanden naar Gods zegen voor Zijn kinderen.
In Psalm 3 wordt de antithese getekend. De tegenstelling tussen kerk en wereld dus.
David zet zijn lezers voor de keus.
De Heilige Geest roept de kerk op om Hem niet te verlaten.
De heilige God geeft de wereld de tijd om de zaak op een rij te zetten, en vervolgens een levensreddende keus te maken. In Psalm 3 doet Hij de oproep: kies voor het heil dat Ik u aanbied!
Laten Gods kinderen maar bidden dat nog velen tot dat inzicht zullen komen. En verder? Verder mogen wij het aan God overlaten. Net als David, indertijd:
“Ik lag neer en sliep; ik ontwaakte,
want de HEERE ondersteunde mij”[12].

Noten:
[1] Psalm 3:8 en 9.
[2] Geciteerd van http://www.jmpauw.nl/23-bijbelstudie/psalmen/115-psalm-3 ; geraadpleegd op maandag 3 juni 2019.
[3] Psalm 3:3 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.
[4] Geciteerd uit onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Psalm 3.
[5] Psalm 3:4, 5 en 6.
[6] Dit zijn de laatste twee regels van Gezang 31:1 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.
[7] De formulering is van kinderboekenschrijver Guus Kuijer. Zie https://www.filosofie.nl/nl/artikel/5082/het-goede-ware-en-schone-guus-kuijer.html ; geraadpleegd op maandag 3 juni 2019.
[8] Psalm 103:8.
[9] 2 Petrus 3:9 en 10.
[10] Zie hierover https://www.rd.nl/vandaag/binnenland/marco-kroon-verbaasd-over-handelen-defensie-1.1572460 ; geraadpleegd op maandag 3 juni 2019.
[11] “DWF is innovatief in cremeren”. In: Nederlands Dagblad, maandag 3 juni 2019, p. 18.
[12] Psalm 3:8.

6 februari 2019

Troost bij tegenstellingen

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Gereformeerde mensen staan midden in de wereld. Zij gaan met allerlei: buren, collega’s, supermarktmedewerkers… Zij hebben contact met een schier eindeloze rij medemensen.

Wat moet je in die wereld aanvangen met een tekst als de volgende?
“…U bent de ​tempel​ van de levende God, zoals God gezegd heeft: Ik zal in hun midden wonen en onder hen wandelen, en Ik zal hun God zijn en zij zullen Mijn volk zijn.
Ga daarom uit hun midden weg en zonder u af, zegt de Heere, en raak het onreine niet aan, en Ik zal u aannemen, en Ik zal u tot een Vader zijn, en u zult Mij tot zonen en dochters zijn, zegt de Heere, de Almachtige. Omdat wij dan deze beloften hebben, geliefden, laten wij onszelf ​reinigen​ van alle bezoedeling van vlees en geest, en de ​heiliging​ volbrengen in het vrezen van God”.
Zo schrijft Paulus dat in de tweede brief aan de Corinthiërs[1].

Moeten we maar stil in een hoekje kruipen?
Moeten we ons totaal anders gedragen, zodanig dat het volstrekt wereldvreemd wordt?
Nee, dat is niet de bedoeling.
Wij hoeven niet in een hutje op de hei gaan wonen.
Paulus biedt de kerk van alle tijden troost. Troost als ons gedrag soms volstrekt tegengesteld is aan het doen en laten van mensen die leven zonder God.

Laten we elkaar er vooral op wijzen dat het in het bovenstaande niet in de eerste plaats over mensen gaat.

De Here God zegt: Ik zal bij Mijn kinderen wonen.
Hij is erbij. Hij is present. Hij is volop actief.
Meer precies: de Here God woont met Zijn Geest in ons. Onze lichamen zijn tempels!

De Here spreekt onomwonden uit: Ik zal hun God zijn en zij zullen Mijn volk zijn.
Dat betekent onder meer: de God van hemel en aarde blijft in beeld, wat er ook gebeurt.
Dat betekent ook: de God van hemel en aarde zorgt voor Zijn volk. Hij biedt bescherming aan de mensen die Hij uitkoos om Zijn kinderen te zijn.

Mogen we niet omgaan met mensen die ongelovig zijn?
Antwoord: jawel, zeker mag dat!
Het punt is echter: neem het ongeloof van anderen niet over!

Komen we dan niet alleen te staan?
Zeker niet.
Waarom niet? De Here zal ons aannemen, staat er. We worden geen zwervers die niks hebben en nergens bij horen.
De God van hemel en aarde zegt: u hoort bij Mij; u staat er niet alleen voor. Sterker nog: we gaan een gezin vormen. Met Vader, zonen en dochters.

Welnu, in die context doet Paulus de oproep: laten wij onszelf ​reinigen​ van alle bezoedeling van vlees en geest, en de ​heiliging​ volbrengen in het vrezen van God.
En wij weten het in de kerk – als de Here erbij is, dan gaat dat lukken. Dan kunnen wij met Psalm 23 zingen:
“Hij sterkt mijn ziel, verkwikt mij met zijn zegen,
leidt om zijn naam mij op de rechte wegen”[2].

Uit verhalen kan men wel eens opmaken dat de tegenstelling tussen kerk en wereld nog wel eens een beeld van God als boeman oplevert.
Zo van: als je niet heilig genoeg leeft, dan zwaait er wat!
Zo van: als je niet onberispelijk bent, moet je je nodig bekeren!
Echter – Paulus leert ons dat God in ons leven onbetwist de leiding heeft als wij met die tegenstelling bezig zijn. Hij steunt ons. Hij neemt ons bij de hand, en brengt ons door de wereld heen.

Dan kunnen wij met de Hebreeënschrijver zeggen: “Jaag de ​vrede​ na met allen, en de ​heiliging, zonder welke niemand de Heere zal zien”[3].
Onlangs nog schreef mijn vader, H.P. de Roos, daarover: “laat ú de vrede, de werkelijke vrede, de vrede van Gods Koninkrijk najagen, Najagen! Niet maar eens zien of hier op deze wereld nog wat vrede valt te verkrijgen, maar met kracht, met de bezieling van een levende gemeente, waar geen slapheid en het verlangen naar de zo Nederlandse gelijkmoedigheid alles maar tolereert. Maar met de kracht wèl gemeente van de HEERE zijn, strijdbaar en gereed om de vijand tegen te houden, als hij ook onze gelederen wil infiltreren. Eerst dan zijn wij verzekerd van het verkrijgen van de vrede, die alle verstand te boven gaat”[4].

Nee, dat is geen onmogelijke opgave.
Immers – niet voor niets zingen we in Psalm 23 ook:
“Uw rijke gunst, mij in uw trouw gegeven,
verlicht mijn gang, omringt mij heel mijn leven,
zodat ik in het heilig huis des HEREN
mijn leven lang vol vreugde blijf verkeren”[5].

Tenslotte –
laten wij elkaar, gelet op het bovenstaande, herinneren aan woorden die Paulus schrijft in zijn éérste brief aan de Corinthiërs: “En God is getrouw: Hij zal niet toelaten dat u verzocht wordt boven wat u aankunt, maar Hij zal met de verzoeking ook de uitkomst geven om die te kunnen doorstaan”[6].

Noten:
[1] 2 Corinthiërs 6:16 b-7:1.
[2] Dit zijn de laatste regels van Psalm 23:1 – berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986.
[3] Hebreeën 12:14.
[4] Geciteerd uit de e-mailrubriek Dagelijks Brood, woensdag 30 januari 2019.
[5] Dit zijn de laatste regels van Psalm 23:3 – berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986.
[6] 1 Corinthiërs 10:13.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.