gereformeerd leven in nederland

5 juli 2019

Psalm 139 in 2019

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Psalm 139 behoort, in zekere zin, tot de tophits van de Gereformeerde wereld. U weet wel:
“Al is er nog geen woord op mijn tong,
zie, HEERE, U weet het alles.
U sluit mij in van achter en van voren,
U legt Uw hand op mij.
Dit kennen – het is mij te wonderlijk,
te hoog, ik kan er niet bij”[1].
De mens kent zijn plaats. Hij belijdt Zijn kleinheid tegenover de grote God.

Maar er is iets anders dat nog veel belangrijker is.
De hemelse God kent ons.
Het was de Gereformeerde predikant B. Holwerda (1909-1952) die in een preek over Psalm 139 eens opmerkte: “Nu moet ge vooral niet haastig zeggen: dat is nogal logisch. Als de HEERE dwars door je heenkijkt, dan weet Hij natuurlijk ook alles van je. Want daarmee hebt ge dat prachtige Bijbelse woord ‘kennen’ opeens verminkt. Natuurlijk, we kunnen hier gaan spreken over Gods alwetendheid. Doch alwetendheid zonder meer is een verschrikking. Weten is als zodanig nog zonder belangstelling en zonder liefde. Doch als ge in de bijbel van Gods ‘kennen’ leest, pas dan op. Dat betekent heus niet, dat Hij van alles op de hoogte is en dat Hem niets ontgaat. Maar het betekent voorál, dat Hij zich ervoor interesseert, dat Hij meeleeft, dat Hij bewógen is. Zo koud als ‘weten’ is, zo wárm is ‘kennen’”[2].

Dat is voor al Gods kinderen geweldig nieuws.
Soms heeft de sleur van het alledaagse ons te pakken.
Op andere momenten worden we opgeschrikt door een ongeluk, door ziekte, door het overlijden van een geliefde.
In al die situaties voelen we ons soms gekortwiekt. De Here God beperkt onze mogelijkheden, onze energie en ons zicht op de gebeurtenissen in de wereld.
Maar één ding moeten we goed onthouden: onze God staat paraat. Zijn mogelijkheden zijn onbeperkt, Zijn energieniveau is immer onverminderd hoog, Hij ziet scherp wat er in de wereld gebeurt!

Dat insluiten ziet er wat dreigend uit.
Is het dan toch waar wat de mensen zeggen? Is de kerk toch een woud van regeltjes en voorschriften?
Nee. Het Hebreeuwse woord dat hier staat – sartani – betekent: beveiliging aan alle kanten; Gods kinderen worden door Hem omhuld. Sartani betekent: de beste Lijfwacht die er is, is 24/7 voor u beschikbaar.
Het is in onze tijd belangrijk om dat alles te blijven belijden.

Waarom?
Omdat Psalm 139 vandaag de dag op verrassende momenten opduikt.

Een nieuw boek over transgender en geloof heet ‘Wondermooi, zoals u mij gemaakt hebt’[3].
“Seksuele diversiteit is zo door God bedoeld”, zo wordt gezegd.
En:
“Transpersonen hebben vaak veel moeite zichzelf te accepteren. Het biologische geslacht waarmee ze zijn geboren strijdt met de genderidentiteit zoals zij die zelf ervaren. Het kan een zaak van leven of dood zijn en in deze psalm ervaren transgenderpersonen de reddende hand van God”[4].

In het boek gaat het onder meer het verkleedverbod uit Deuteronomium 22, over de uitspraken van Jezus in Mattheüs 19 en over de doop van de eunuch door Filippus in Handelingen 8. Ook belangrijk is Galaten 3: in Christus zijn er geen Joden of Grieken, slaven of vrijen, mannen of vrouwen.

Wat zullen wij van deze dingen zeggen?
De Schepper van hemel en aarde heeft mensen geschapen. De mensen hebben gaven en talenten. Maar zij kennen hun strijd in het alledaagse leven. Zij hebben hun tekortkomingen. En hun handicaps.
Het is de bedoeling dat juist die strijd, die tekortkomingen, die handicaps, die beperkingen naar God wijzen. Immers – Hij neemt Zijn kinderen in bescherming en vernieuwt hen.
In Zijn genade neemt Hij de gevolgen van de zonde weg. Dat is mogelijk geworden door het werk dat Jezus Christus, de Heiland, volbracht heeft.
De volmaaktheid komt eraan!
Is seksuele diversiteit door God bedoeld?
Nee, dat is niet zo.
Als dat wel zo was, had Hij er ons in Zijn Woord toch reeds mee geconfronteerd?
De strijders, de mensen met een beperking mogen in koor getuigen: ooit worden wij perfect; ongelooflijk, maar waar!

Nu het om deze dingen gaat, is het goed om het Gereformeerde formulier voor de heilige doop te citeren: “…de doop bevestigt en verzegelt ons de afwassing van onze zonden door Jezus Christus. Wij worden immers volgens het bevel van Christus gedoopt in de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.
Wanneer wij gedoopt worden in de naam van de Vader, verklaart en verzegelt ons God de Vader, dat Hij met ons een eeuwig verbond der genade sluit. Hij neemt ons tot zijn kinderen en erfgenamen aan en zal ons daarom van al het goede voorzien en al het kwade van ons weren of voor ons doen meewerken ten goede.
Wanneer wij gedoopt worden in de naam van de Zoon, verzekert de Zoon ons ervan, dat Hij ons in zijn bloed wast en reinigt van al onze zonden. Hij maakt ons één met Zichzelf in zijn dood en opstanding, zodat wij van onze zonden bevrijd en rechtvaardig voor God gerekend worden.
Wanneer wij gedoopt worden in de naam van de Heilige Geest, verzekert de Heilige Geest ons door dit sacrament ervan, dat Hij in ons wonen wil en ons tot levende leden van Christus wil maken. Want Hij eigent ons toe wat wij in Christus hebben, namelijk de afwassing van onze zonden en de dagelijkse vernieuwing van ons leven. Zo zullen wij tenslotte volkomen rein in het eeuwige leven een plaats ontvangen te midden van de gemeente der uitverkorenen”[5].
God neemt Zijn kinderen aan, met huid en haar. Zij hebben een eeuwig verbond met God!
God neemt hen niet aan zoals zij hier op aarde zijn. Er is vernieuwing nodig!
De apostel Paulus schrijft niet voor niets: “En evenzo komt ook de Geest onze zwakheden te hulp, want wij weten niet wat wij ​bidden​ zullen zoals het behoort. De Geest Zelf echter pleit voor ons met onuitsprekelijke verzuchtingen”[6].

Moeten we niet meevoelen met transgenders?
Jawel. Dat moet wel.
Maar het moet helder zijn dat wanneer de psychologische identiteit als man of vrouw in tegenspraak is met het door de Schepper ‘toegewezen’ biologische geslacht, daarin een oproep klinkt voor ieder die het horen wil: zoek uw identiteit in Christus!
Er is een ombuigingsoperatie nodig!

Weet u nog hoe Psalm 139 eindigt?
“Doorgrond mij, o God, en ken mijn ​hart,
beproef mij en ken mijn gedachten.
Zie of er bij mij een schadelijke weg is
en leid mij op de eeuwige weg”[7].
Al Gods kinderen moeten die eeuwige weg op. Hetero’s. Mensen met een seksuele geaardheid. En ja, ook transgenders. Samen op weg naar de volmaaktheid!

Noten:
[1] Psalm 139:4, 5 en 6.
[2] De preek dateert uit 1939. Thema en verdeling van de preek luiden als volgt:
“HEERE, Gij doorgrondt en kent mij.
David heeft:
1. beleden de rijkdom van die werkelijkheid;
2. geleden onder het verzet tegen die werkelijkheid;
3. gebeden om de vervulling van die werkelijkheid”.
[3] De gegevens van dit boek zijn: J. Molenaar en anderen (red.). “Wondermooi, zoals U mij gemaakt hebt – Handreiking voor gelovige transgender personen en werkers in de kerk”. – KokBoekencentrum, 2019. – 200 p.
[4] “Eerste boek over transgender en geloof”. In: Nederlands Dagblad, zaterdag 22 juni 2019, p. 20 en 21.
[5] Formulier voor de bediening van de heilige doop aan de kinderen van de gelovigen – Gereformeerd Kerkboek-1986. – citaat van p. 512 en 513.
[6] Romeinen 8:26.
[7] Psalm 139:23 en 24.

19 december 2018

De eentonigheid voorbij

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Alles wat God doet heeft eeuwigheidswaarde.
Zijn werk hoeft nooit bij het oud vuil.
Zijn werk slijt nooit.

Vergelijk dat eens met ons werk! Altijd valt er wel iets te verbeteren, of te herzien. Nooit straalt ons werk volmaaktheid uit. Zelfs als onze arbeid het predicaat ‘de gestaalde perfectie’ meekrijgt is het nog aan slijtage onderhevig.

De constatering waarmee dit artikel begint is eigenlijk zo oud als de weg naar Rome. Nog ouder eigenlijk. Want de Prediker constateert datzelfde; in hoofdstuk 3 namelijk.
Leest u maar mee: “Ik weet dat alles wat God doet, voor eeuwig blijft; niets is eraan toe te voegen, niets ervan af te doen, en God doet het opdat men vreest voor Zijn aangezicht. Wat er is, was er al, en wat er zijn zal, is er al geweest”[1].

God is aan het werk.
Zijn doel is dat wij Hem eindeloos bewonderen.

Wij mogen en moeten Hem als Verbondsgod eren.
Denkt u maar aan Genesis 9: “En Ik, zie, Ik maak Mijn ​verbond​ met u, met uw nageslacht na u, en met alle levende wezens die bij u zijn: de vogels, het ​vee​ en alle dieren van de aarde met u; van alles wat uit de ark is gegaan, tot alle dieren van de aarde toe. Ik maak Mijn ​verbond​ met u, dat niet meer alle vlees door het water van een vloed zal worden uitgeroeid, en dat er geen vloed meer zal zijn om de aarde te gronde te richten. En God zei: Dit is het teken van het ​verbond​ dat Ik geef tussen Mij en u, en alle levende wezens die bij u zijn, alle generaties door tot in eeuwigheid: Mijn boog heb Ik in de wolken gegeven; die zal dienen als teken van het ​verbond​ tussen Mij en de aarde”[2].
De hemelse God heeft een verbond met mensen gesloten.

Ook vandaag is het leven in het verbond van groot belang. De Heer van hemel en aarde geeft beloften over vergeving van zonden en van eeuwig leven.
Om met Zondag 27 van de Heidelbergse Catechismus te spreken: Hij geeft “de verlossing van de zonden en de Heilige Geest, die het geloof werkt”[3].
In dat eeuwige verbond – met beloften van Gods kant en verplichtingen van onze kant – past ook Prediker 3.

Daar lijkt het, bij oppervlakkige bestudering, niet op.
Want in Prediker 3 gaat het, goed beschouwd, over eentonigheid. In het werk dat u doet, zit vrijwel altijd een zigzaglijn. Wij praten met grote woorden over vooruitgang. Over robotisering zelfs.
Intussen kost ons werk nog altijd inspanning. U moet zich op uw werk concentreren, anders komt er niets van terecht. Wie fysiek werk doet – in de zorg, of bijvoorbeeld in de bouw – weet dat je van dat werk best moe kunt worden.

Maar dat is niet het enige dat Prediker te bieden heeft. Hij proclameert namelijk ook: “God zoekt wat voorbijgegaan is”[4].
Daar zit een kenmerkend verschil.
Wij komen, naar ons gevoel, met ons werk niet verder.
Maar de God van hemel en aarde komt wel verder. Zelfs als onze dagen een lange sliert vol sleur zijn, komt de Here toch verder met Zijn werk. Onvermoeibaar werkt de Here naar de laatste dag van deze wereld toe.
Wij bouwen huizen. Na verloop van tijd breken we die woningen weer af. En we zetten er wat nieuws neer. Het lijkt op een kringloop. Maar dat is het niet!

Iets van dezelfde grauwheid en monotonie komen we tegen in het leven van onze Heiland, Jezus Christus.
Maar ook dat is gezichtsbedrog.
De Gereformeerde predikant en hoogleraar B. Holwerda (1909-1952) zei daarover in een preek: Christus “heeft drie jaar op aarde gewandeld; en het was elke dag hetzelfde: prediken en tekenen doen; optornen tegen het ongeloof en tegen de vijandschap. Was het iets nieuws? Ach, Mozes had dat ook al gekend en Samuël en Elia en Jesaja en al de profeten en Johannes de Doper. Wat er bij Hem was, was er allang geweest.
Herhaling, geen vooruitgang. En toen hij stierf, scheen het, dat na Hem weer een ander moest komen, om weer hetzelfde te doen. Maar Hij stond op en toen zat er opeens de vaart in; God maakte alle dingen nieuw; Hij zei direct tot Maria: Ik vaar op; Hij stortte de Geest uit en Zijn laatste woord was: zie, Ik kom met haast. Geen twee dagen hetzelfde, geen eindeloze herhaling, maar iets volkomen nieuws”[5].

De Heiland begon, zo lijkt het, opnieuw toen Hij uit het graf opstond.
Maar dat is niet waar.
Hij vatte het werk dat Hij in Genesis 1 begonnen was weer op. Hij ging en gaat daar mee door. Hij gaat verder met Zijn werk. De belofte van Genesis 9 staat nog steeds. Het verbond dat God heeft gesloten, blijkt inderdaad eeuwig; het wordt niet verbroken.

Het leven van de eenentwintigste eeuw is, bij tijd en wijle althans, buitengewoon onrustig.
Maar in al die drukte kunnen volgelingen van Christus met tenminste één rustgevend gegeven leven: de Heer van de kosmos werkt door. Hij creëert een luisterrijke toekomst.
Er komt een moment dat wij Hem eindeloos kunnen bewonderen en eren.

Daarom mogen wij het Paulus in 1 Corinthiërs 15 nazeggen: “Maar God zij dank, Die ons de overwinning geeft door onze Heere ​Jezus​ ​Christus. Daarom, mijn geliefde broeders, wees standvastig, onwankelbaar, altijd overvloedig in het werk van de Heere, in de wetenschap dat uw inspanning niet tevergeefs is in de Heere”[6].

Noten:
[1] Prediker 3:14 en 15 a.
[2] Genesis 9:9-13.
[3] Heidelbergse Catechismus – Zondag 27, antwoord 74.
[4] Prediker 3:15 b.
[5] In het bovenstaande gebruik ik onder meer een op zondag 20 april 1952 gedateerde preek van B. Holwerda over Prediker 3:9-22. Ook het citaat komt uit die preek. Te vinden op http://reformata.nl/ ; geraadpleegd op vrijdag 14 december 2018.
[6] 1 Corinthiërs 15:57 en 58.

21 september 2015

Normloze kerk

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , , , ,

“In die dagen was er geen koning in Israël; ieder deed wat goed was in zijn ogen”[1].
Dat is het laatste vers van het Bijbelboek Richteren.
Eenentwintig hoofdstukken lang is daar verhaald wat er gebeurt als mensen de Verbondsgod verlaten. En dit is dan de trieste conclusie: er is geen leider, er is niemand die met gezag spreekt.
Zo gaat dat met mensen.
Als zij de kans krijgen, gaan ze hun eigen weg.

Holwerda zei daarvan indertijd: “… als God niet meer geeft dan richters, dan gaat Israël te gronde, niet door vijanden van buiten, doch door de chaos van binnen. Het volk verteert zichzelf door normloosheid in elke vorm”. En hij maakte daarbij duidelijk dat de situatie in het boek Richteren beslist niet eenmalig is. “En dit is de achtergrond van de boeken Samuël en Koningen”[2][3].

Er is, zo zegt Richteren 21, geen aardse koning in Israël. Maar heel dat Bijbelboek maakt wel duidelijk: er is een hemelse Koning nodig. Iemand die de cirkelgang van zonde en verval doorbreekt. Richteren laat zien hoe noodzakelijk het verlossingswerk van Jezus Christus is. Mensen blijven hangen in half werk, en in egoïsme. Gods liefde staat tegenover humane geldingsdrang.

En Gods werk gaat door. Dat blijkt al als het we met een schuin oog naar het volgende Bijbelboek kijken. In onze Bijbels bladeren we door naar het boek Ruth.
De eerste zin van dat boek is: “In de dagen dat de richters richtten, gebeurde het, dat er een hongersnood in het land was”[4].
Dat ziet er weinig hoopvol uit.
Maar vergeet het slot van datzelfde Bijbelboek niet. “Dit nu zijn de nakomelingen van Perez: Perez verwekte Hezron, Hezron verwekte Ram, Ram verwekte Amminadab, Amminadab verwekte Nahesson, Nahesson verwekte Salma, Salmon verwekte Boaz, Boaz verwekte Obed, Obed verwekte Isaï en Isaï verwekte David[5].
In die richterentijd, en dus ook in de tijd van Boaz en Ruth, was er wel degelijk uitzicht op de doorgang van Gods verlossingswerk.

Dat wisten ze toen niet. In ieder geval: niet precies. Maar wat in het Bijbelboek Ruth gebeurt, is te typeren als klein Pinksteren.
Want Ruth is een meisje uit Moab. En juist zij krijgt, als echtgenote van Boaz, een plaats in het geslachtsregister van David. Ook Ruth komt in de geslachtslijn van Jezus Christus te staan.

Gods Geest werkt.
In het Nieuwe Testament kunnen we dat tijdens ‘groot Pinksteren’ uitgebreid aanschouwen. Maar zeg nooit dat het Oude Testament eigenlijk niet zoveel waard is. Bijvoorbeeld omdat het Pinksterfeit daar nog zo klein is, dat je ’t eigenlijk niet eens Pinksteren mag noemen.
Want feit is dat God daar wel degelijk doorwerkt. En Gods Geest is daar ook al actief. Hij werkt in het hart van een buitenlandse vrouw, een jongedame uit Moab. En zo wordt dat meisje ingelijfd bij Gods volk: ze krijgt een plaats in het verbond dat God met Zijn kinderen gesloten heeft.
Als God daar al zo werkt, dan is dat vandaag niet anders. Al was het alleen maar omdat onze Verbondsgod in 2015 al veel verder met Zijn werk gekomen is. Hij laat niet varen wat Zijn hand begon.

Die wetenschap geeft ook grote stimulansen aan ons geloof. Zeg nu zelf!

Nu kan er enige verleiding ontstaan om te gaan nadenken over een normloze natie als Nederland geworden is, over onfatsoen en burgerlijke ongehoorzaamheid.
Maar laten we niet vergeten: het gaat in het Bijbelboek Richteren over de normloze kerk.

Dat lijkt wat overdreven.
Israël die zonder God leeft? Kom kom beste schrijver, gij zult niet doorschieten.

Nee, dat doe ik ook niet.
Met die term ‘normloze kerk’ wil ik aanduiden dat het Verbondsvolk in Richteren haar God dient als het uitkomt.
Als er problemen waren, dan komt God in beeld.
Als er zich moeilijkheden zijn, dan komt men bij God.

Misschien zegt iemand nog: maar als Israël zo nu en dan God dient, dan kun je dat toch niet normloos noemen?
Toch wel.
Want een norm is een manier van doen waarop u zich altijd richt.
Een norm is niet half.
Een norm gebruikt u niet alleen als u dat noodzakelijk vindt.
Een norm is er voor immer.

Maar Israël dient God bij tijd en wijle. En: sommigen wel, sommigen niet. Daarom is er, denk ik, in Richteren sprake van een normloze kerk.
En dat is ook iets waar we in Nederland beducht voor moeten wezen!

Wij moeten niet alleen naar God toegaan als er problemen zijn. Zeker, het is prijzenswaardig als we allerlei vragen in ons gebed bij God brengen. En het is heel goed om onze moeilijkheden in onze dagelijkse gebeden te benoemen.
Maar het gebed is niet iets voor een impasse.
Het gebed is niet alleen iets voor een goed moment.
Het gebed is niet primair een manier om een schok te verwerken.
Het gebed heeft alles te maken met het uiten van onze dankbaarheid.
Dat is onze dagelijkse taak.
God dienen: dan moeten we ook doen als het goed met ons gaat.
God dienen: dat moeten we ook doen als er voorspoed, geluk en blijmoedig leven is.
God dienen? Echt Gereformeerde mensen richten zich altijd op God, hun hele leven lang!

Als u het mij vraagt zijn veel Nederlandse christenen hard op weg om normloos te worden. Als zij het al niet zijn.
En u begrijpt het nu wel: met ‘normloos’ bedoel ik hier dat we God dienen op onze manier, en op de tijd dat het ons uitkomt. Dat is een gevaar dat ons vandaag bedreigt. Ook in 2015.
En het is een gevaar van alle tijden.
Want mensen zijn zondig. Ze zijn heel zondig. Ze zijn er ronduit ellendig aan toe als God het niet verhoedt.

Ons hele leven vraagt om gebed.
Ons hele leven moet één lange wandeling met God zijn.

En dan weten we het: ook ons leven is werkelijk heilshistorie.

Wie het boek Richteren doorneemt heeft wellicht sterk de neiging om een trieste balans op te maken. En wel in de trant van: mensen gaan, alle eeuwen door, steeds weer de fout in.
Die conclusie is, op zichzelf genomen, juist.
Maar de vragen zijn wel:
* waar kijken we naar?
* wat is onze blikrichting?
* Wie kijken we aan?
Als we nauwkeurig toezien, ontdekken we steeds weer hoe de God van het verbond Zijn volk redding aanbiedt.
En de oproep aan Gereformeerden van deze tijd is duidelijk: bindt de strijd aan met de normloosheid; en vooral: strijdt tegen de normloze kerk.

En dan?
Jazeker, ik schrijf het nog maar eens op: dan is ook ons leven werkelijk heilshistorie[6].

Noten:
[1] Richteren 21:25.
[2] B. Holwerda, “Collegedictaat over het boek Richteren”, p. 55.
[3] Professor B. Holwerda leefde van 1909 tot 1952. Meer informatie over hem is te vinden via http://www.biografischportaal.nl/  (zoekterm: Holwerda).
[4] Ruth 1:1.
[5] Ruth 4:18-22.
[6] Dit artikel is een bewerking van een stuk dat ik eerder schreef. Dat stuk is gedateerd op maandag 5 september 2005.

22 mei 2015

Pinksteren 2015: Gods Woord in onze moedertaal

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , , , ,

“…een ieder hoorde hen in zijn eigen taal spreken”.
(Handelingen 2:6 b)

Pinksteren 2015: dat is een feest in een wereld waarin de spraakverwarring soms compleet lijkt. Iedereen praat door elkaar heen en tegen elkaar in.
En bovendien: is het eigenlijk nog wel gepast om Pinksterfeest te vieren in een periode waarin de kerk in Nederland bijna aan gruzelementen lijkt te wezen?

In Handelingen 2 gebeurt iets opmerkelijks.
Daar hoort iedereen elkaar in zijn eigen taal praten. Een exegeet zegt: “Wij moeten ons voorstellen dat de verschillende discipelen elk in een aparte taal de grote daden Gods verkondigden”[1].
Ja, dat is buitengewoon.
Daar, in Handelingen 2, gebeurt iets dat – ware het in onze tijd gebeurd – in grote letters in toonaangevende kranten gestaan zou hebben.

In de kerk gebeuren miraculeuze dingen!
Discipelen lijken talenwonderen te zijn.
Verslaggevers in onze tijd zouden zich hardop afgevraagd hebben: hoe is dit toch verklaarbaar? En ook: waarom gebeurt dat talenwonder in een gewoon huis, maar niet in de synagoge?
We zullen er attent op moeten zijn dat de apostelen niet plotseling een of meerdere vreemde talen kunnen spreken. Nee, hun tong wordt door de Heilige Geest bestuurd. Niet alleen Joden, maar ook proselieten – dat zijn heidenen die tot het christendom zijn toegetreden – kunnen nu in hun eigen taal de blijde Boodschap horen!
Vraag niet hoe dat precies gegaan is. Laten we maar eenvoudig geloven dat de Geest van God daar, op dat ogenblik, allerlei grenzen doorbreekt. God laat het zien en horen: de blijde Boodschap van Christus’ volbrachte werk hoeft niet in Jeruzalem te blijven rondzingen; Gods Woord kan als een lopend vuurtje de hele wereld over gaan.

Handelingen 2 is feitelijk het omgekeerde van Genesis 11. In het eerste Bijbelboek wordt ons de torenbouw van Babel verhaald. U weet wel: “…en de Here zeide: Zie, het is één volk en zij allen hebben één taal. Dit is het begin van hun streven; nu zal niets van wat zij denken te doen voor hen onuitvoerbaar zijn. Welaan, laat Ons nederdalen en daar hun taal verwarren, zodat zij elkanders taal niet verstaan. Zo verstrooide de Here hen vandaar over de gehele aarde, en zij staakten de bouw van de stad”[2].
Bij de torenbouw gaat het om menselijke macht.
In Handelingen 2 draait alles om Geestelijk krachtsvertoon. Vanaf nu gaat het Evangelie in alle talen de wereld over.
We zien hier, denk ik, ook Gods genade schitteren. Van Gods woede in Genesis 11 merken we niets meer. Het lijden en sterven van Jezus Christus zorgt voor een ommekeer: vanaf nu gaat de genade van God onweerstaanbaar en onstuitbaar door de wereld. Om met professor B. Holwerda (1909-1952) te spreken: “een zeer belangrijk moment uit het Pinksterevangelie is wel dit: dat God door de Heilige Geest alle volkeren der aarde zegent, en verenigt; en daarin principieel de band weer legt, die Hij in Babel verbreken moest”[3].

Het spreken van vreemde talen is in het begin van Handelingen 2 het kenmerk van de Heilige Geest.
Die vreemde talen worden, om zo te zeggen, gesproken ten dienste van de verspreiding van het Evangelie.
Het is allemaal ook maar tijdelijk. In Handelingen 11 staat vermeld: “En toen ik begonnen was te spreken, viel de heilige Geest op hen, evenals in het begin ook op ons”[4]. Nee, dat wonder is er niet permanent. Het is bedoeld als een demonstratie van Geestelijke kracht: overal in de wereld zal Gods Woord klinken.

We kunnen, daar in Handelingen 2, gerust spreken over een verrassing van God. Een uitlegger merkt terecht op: “Nergens in het Oude Testament wordt ook maar een hint gegeven dat de uitstorting van de Geest gepaard zou gaan met het spreken in vreemde talen. Wel lezen we dat mensen zullen profeteren, dromen dromen en visioenen zien, maar nergens dat zij in een andere dan hun eigen taal gaan spreken”[5].
De Here geeft een indruk van Zijn werk. Maar geen blauwdruk.
Dat is voor de kerk in Nederland een grote troost.
Wanneer wij heden ten dage naar de kerk kijken, vragen we ons in gemoede af hoe het daarmee aflopen zal. Waar staan we – pak ‘m beet – over tien jaar? Wat blijft er van de kerk over?
Welnu, Handelingen 2 herinnert ons eraan dat de hemelse Heer soms buitengewoon verrassend werkt. Wonderlijk, soms! Ronduit miraculeus! En daarom mogen we tijdens de Pinksterdagen met een gerust hart tegen elkaar zeggen: wanhoop maar niet, want de kracht van Gods Geest kan ook anno Domini 2015 heerlijk overrompelend zijn!

We leven in een tijd waarin tientallen miljoenen mensen op de vlucht zijn. De wereld is vol van crisis en oorlog.
Maar ook vandaag gaat er, om het zo uit te drukken, een inclusief Evangelie door de wereld; dat wil zeggen: de liefde van Christus bindt volken samen!

In Handelingen 2 hoort men van Gods grote daden. Ieder hoort Gods Woord in zijn eigen taal.
“Er zijn”, zo las ik ergens, “ongeveer 6800 gekende talen over de hele wereld. Daarvan zijn 2261 gebaseerd op een geschreven systeem, de anderen bestaan enkel onder gesproken vorm”[6].
De Heilige Geest begint op de Pinksterdag dus met een groots werk!

Op de eerste Pinksterdag gebeuren bijzondere dingen.
Er is echter één ding dat eigenlijk heel gewoon is: het Evangelie wordt verkondigd.
Dat is iets waar wij, denk ik, met dankbaarheid kennis van mogen nemen.
Op de Pinksterdag gaan we naar de kerk. En misschien vragen we ons, diep in ons hart, af of die kerkgang anno 2015 niet een tikje sullig is. Welnu, ik zeg u: nee; driewerf nee! Sterker nog: op de Pinksterdag gebeurt precies datgene dat Gods Heilige Geest op de eerste Pinksterdag ook heeft gedaan: het Evangelie wordt verkondigd.
In het Nederlands, in onze kerk.
Of in het Engels, als u bijvoorbeeld in Canada of de Verenigde Staten woont.
Of in het Frans, wellicht.
Of in een heel andere taal.
Gods Woord gaat de wereld door. Ook vandaag. De zuivere prediking van Gods Woord, overal ter wereld: dat is Pinksteren zoals het bedoeld is!

Noten:
[1] Zie de webversie van de Studiebijbel; commentaar bij Handelingen 2:6.
[2] Genesis 11:6, 7 en 8.
[3] B. Holwerda, “De torenbouw van Babel”. Opgenomen in: “De wijsheid die behoudt”. – Goes: Oosterbaan & Le Cointre, 1957. – p. 13-17. Citaat van p. 13. Meer informatie over professor Holwerda is te vinden via http://www.biografischportaal.nl/ (zoekterm: Holwerda).
[4] Handelingen 11:15.
[5] Zie http://www.opbouwonline.nl/artikel.php?id=428 . Geraadpleegd op dinsdag 5 mei 2015. Van het op die website gepubliceerde artikel heb ik dankbaar gebruik gemaakt.
[6] Citaat van http://levenslangleren.be/taal.php/hoeveel_talen_zijn_er_in_de_wereld . Zie ook http://nl.wikipedia.org/wiki/Lijst_van_talen_van_de_wereld . Geraadpleegd op woensdag 6 mei 2015.

Blog op WordPress.com.