gereformeerd leven in nederland

27 december 2012

De kern van het Evangelie

In dit tijdsgewricht is er in heel wat kerken belangstelling voor het zogeheten ‘kerkelijk jaar’.
Er wordt, ook in zich gereformeerd noemende kerken, gebruik gemaakt van oecumenische leesroosters voor advent en de veertigdagentijd. Er is toenemende aandacht voor de liturgische kalender.
Omdat het aantal kinderbijbelclubs gestadig groeit, en de invoering van kindernevendiensten hier en daar ingang vindt, is er behoefte aan materiaal dat bij het liturgisch jaar aansluit.
Over zo’n ‘kerkelijk jaar’ kun je uitgebreid heen en weer praten. Afgelopen zaterdag, 22 december 2012, gebeurde dat in het Nederlands Dagblad ook.
De protestantse predikant B.J. van der Graaf uit Amsterdam zei: “Dit heeft zo zijn eenzijdigheden. De eerste drie jaar dat ik zo’n rooster heb gevolgd, preekte ik veel over de evangeliën en nooit meer uit de brieven. De alternatieve lezingen voorzien in die lacune en ik denk dat het heel belangrijk is op die manier meer evenwicht in de lezingen aan te brengen. Een andere vraag blijft toch of de gemeente het helemaal meemaakt. Een deel waardeert de vereenvoudiging zeer, maar anderen blijven toch houden van themapreken. Dit is dus niet het ei van Columbus”.
De Nederlands-Gereformeerde predikant W. Smouter constateerde cynisch: “Zelf ben ik voorzichtig met die liturgische fijnzinnigheid: de meest verantwoorde liturgie tref ik daar waar het geloof in de levende Christus ontbreekt”. Smouter merkte ook op: “Vroeger hadden wij dienst op tweede kerstdag. Dat hebben we afgeschaft, omdat het wat overdreven veel werd en nu hebben we nota bene een kerstnachtdienst. Dit jaar voor het eerst zelfs twee stuks”.

Er zijn nog méér ontwikkelingen in liturgieland.
De rector van de Protestantse Theologische Universiteit, professor dr. F.G. Immink, constateerde in het ND: “Vooral op het gebied van het kerklied treden verschuivingen op. Zo klinken ’s zondags de opwekkingsliederen en evangelische gezangen. Maar dat niet alleen. Ook de dienst zelf wordt losser. De predikant beweegt zich daarbij vrijer ten opzichte van overgeleverde liturgische teksten. Formulieren zijn kennelijk niet meer in”.
Dominee A.M. de Hullu, voorzitter van het Gereformeerd-vrijgemaakte generaal-synodale deputaatschap voor liturgie en kerkmuziek, was zo mogelijk nóg duidelijker: “Liturgische vormen, of ze nu van evangelische of van hoogkerkelijke oorsprong zijn of niet, worden veel onbevangener benaderd. Wellicht meer pragmatisch. Historische achtergronden spelen dan nauwelijks een rol”.
Worship, ministry – het gebedsmodel waarbij twee personen bidden voor een derde persoon – en getuigenissen: men kan het op het kerkplein zomaar tegenkomen[1].

In de bovengenoemde omstandigheden is het, dunkt mij, van groot belang dat ware gelovigen zich concentreren op de kern van het Evangelie.
Men kan zich verbazen over allerlei gedachtegangen. Men kan zich ergeren aan diverse kerkelijke ontwikkelingen. Men kan intensief meedoen met tal van theologische discussies.
Maar waar gaat het om?
Het gaat om het antwoord op de volgende vragen:
* wat is de blijde boodschap van God?
* wat betekent dat voor Gods kinderen in 2012?

In verband met deze kwesties wijs ik u vandaag op Lucas 15.

In dat Schriftgedeelte lezen we:
* de gelijkenis over het verloren schaap
* de gelijkenis over de verloren penning
* de gelijkenis over de verloren zoon.

In dit hoofdstuk staan dus drie woorden centraal: verloren – gevonden – vreugde[2].

Aanleiding voor het vertellen van deze gelijkenissen: Jezus’ omgang met mensen die grove zonden gedaan hebben. De tollenaars bijvoorbeeld: zij innen de belastingen voor de Romeinse bezetter en doen daar nog een bedrag bovenop, om er zelf prettig van te kunnen leven. De Joden beschouwen die tollenaars als collaborateurs, medewerkers van de vijand.
De Schriftgeleerden vinden het maar niks dat Jezus zoveel aandacht aan zondaars besteedt. Later is er ook een rabbijns gezegde: “Laat iemand geen omgang hebben met een zondig, goddeloos, slecht mens, zelfs niet om hem dichter bij de wet te brengen”. Maar Jezus doet dat wél. Een schande!, menen de kerkleiders.

Jezus legt aan de Schriftgeleerden, en aan alle anderen die het horen willen, waarom hij de zondaars opzoekt.
Hij wil Gods genade laten zien.

In de gelijkenissen van het verloren schaap en de verloren penning zien wij hoe de toestand van de zondaars is. Zondaars die niet worden gered, die zijn reddeloos verloren. Ze kunnen de weg naar de toekomst zelf niet vinden. Ze zijn hulpeloos en, uiteindelijk, ten dode opgeschreven.
In de gelijkenis van de verloren zoon zien we hoe een onverstandig en zondig mens door zijn eigen toedoen totaal blut en smerig wordt. Maar bij Vader blijkt deze ver weggezakte figuur van harte welkom.

Laten wij de boodschap van Lucas 15 nog wat nader bekijken. Daar zitten, naar het mij voorkomt, tenminste drie aspecten aan[3].
1.
In de gelijkenis van het verloren schaap zien we wat er gebeurt als een dier de kudde verlaat. Als ik mij niet vergis, laat de Here hier zien hoe een kerkverlater zich voelen kan. Zo iemand weet best hoe de sfeer in de kerk is. Maar hij meent zichzelf wel te kunnen redden. Uiteindelijk doolt hij rond. Ergens, in de catacomben van zijn bestaan, is er nog een beetje heimwee naar de kerksfeer van vroeger. Maar ja, die sfeer is weg… Dat is verleden tijd.
2.
In de gelijkenis van de verloren penning lezen we over een vrouw die op zoek gaat naar het geld dat zij kwijt is. Zij veegt het huis[4]. Al het stof van de Oosterse hitte en vuiligheid wordt weggedaan.
Alle dwaalleer gaat de deur uit. De kerk wordt weer schoon. Zeg maar: rein en onberispelijk. Zo u wilt: onberispelijk en onbesmet[5]. Als het huis schoon en op orde is glinstert, ergens in een hoek, opeens die penning. In een zuivere kerk komt de glans van Gods blijde Evangelie pas goed tot zijn recht.
3.
In de gelijkenis van de verloren zoon kunnen wij het effect van bekering zien. De verloren zoon keert terug naar Vader. Zijn geestelijke armoede wordt Geestelijke weelde. Als die zogenaamd ‘zelfredzame’ zoon zich weer bij Vader meldt, wordt hij – Geestelijk bezien – puissant rijk.
Zo laat Jezus Christus zien wat er in het leven van alle mensen moet gebeuren.
Wie zich bekeert, mag zich verheugen op een leven vol hemelse overvloed.
Wie zichzelf wenst te bedruipen, moet er op rekenen dat hij onder het stof ligt, en daar ook blijft liggen. Net als die penning.

Terug nu naar de vragen die ik hierboven stelde:
Wat is de blijde boodschap van God? En wat betekent die voor Gods kinderen in 2012?

De blijde boodschap is: zondige kinderen van God mogen, als zij in Hem geloven, genieten van Zijn genade.
Verloren mensen zoekt hij op. Vandaag, morgen en overmorgen. En, Deo Volente, ook in het volgende kalenderjaar. Altijd weer wil Hij Zijn genade aanbieden.
Onze taak is: in afhankelijkheid, met open handen en open harten, de redding aanvaarden die de Here geeft. En vervolgens mogen wij in dankbaarheid leven. In onze activiteit binnen de kerk. In onze bezigheden in de samenleving.
Wie goed rondkijkt, heeft het al snel gezien: er is nog veel te doen in de wereld; en in de kerk is ook nog heel wat werk te verrichten. Niet vanwege ónze reputatie. Maar vanwege de naam van God.

Voor wie gaat doen wat zijn hand víndt om te doen, wordt de betekenis van het zogenaamde ‘kerkelijk jaar’ steeds minder groot.
Wie gewoon aan het werk gaat, die hééft niet zo veel met allerlei charmant ogende liturgieën-met-menselijke-trekjes in de kerk.

Zo iemand heeft wel wat ánders te doen.
Want hij kent de lengte, breedte en hoogte van ellende, verlossing en dankbaarheid.
En hij kent de levensvreugde van genade, geloof en bekering.
Daar leeft hij uit.
Iedere dag.

Noten:
[1] Zie: Koen Gerling, “Belangstelling orthodoxen voor kerkelijk jaar groeit”. In: Nederlands Dagblad, zaterdag 22 december 2012, p. 2 en 3.
[2] In het onderstaande gebruik ik onder meer http://www.oudesporen.nl/Download/OS1422.pdf .
[3] In het onderstaande gebruik ik onder meer de inhoud van een e-mail die mijn vader, H.P. de Roos, mij zond op zondagavond 28 oktober 2012. Op die zondag sprak student C. Koster in de middagdienst van De Gereformeerde Kerk Groningen een stichtelijk woord waarbij Lucas 15:1-10 de tekst vormde. Broeder Koster sprak dus over de gelijkenissen van het verloren schaap en de verloren penning. Mijn vader bracht het door broeder Koster gesproken woord in verband met de parabel die er in de verzen 11-32 op volgt: de gelijkenis van de verloren zoon.
[4] Lucas 15:8: “Of welke vrouw, die tien schellingen heeft, en er één verliest, steekt niet een lamp aan en veegt het huis en zoekt zorgvuldig, totdat zij hem vindt?”.
[5] Deze terminologie leen ik van de apostel Paulus, die ‘m gebruikt in Philippenzen 1 en 2. Zie Philippenzen 1:9, 10 en 11: “En dit bid ik, dat uw liefde nog steeds meer overvloedig moge zijn in helder inzicht en alle fijngevoeligheid, om te onderscheiden, waarop het aankomt. Dan zult gij rein en onberispelijk zijn tegen de dag van Christus, vervuld van de vrucht van gerechtigheid, welke door Jezus Christus is, tot eer en prijs van God”. En Philippenzen 2:13, 14 en 15: “…God is het, die om zijn welbehagen zowel het willen als het werken in u werkt. Doet alles zonder morren of bedenkingen, opdat gij onberispelijk en onbesmet moogt zijn, onbesproken kinderen Gods te midden van een ontaard en verkeerd geslacht, waaronder gij schijnt als lichtende sterren in de wereld”.

Blog op WordPress.com.