gereformeerd leven in nederland

10 mei 2019

Kijk verder dan het nieuws

In dit artikel gaan we eerst terug naar het begin van de wereld.

Laten we elkaar wijzen op drie Schriftwoorden waarin het over dat begin gaat.
Genesis 1:
“In het begin schiep God de hemel en de aarde”[1].
Genesis 10:
“Het begin van zijn koninkrijk bestond uit Babel, Erech, Akkad en Kalne in het land Sinear”[2].
Genesis 11:
“…en de HEERE zei: Zie, zij vormen één volk en hebben allen één taal. Dit is het begin van wat zij gaan doen, en nu zal niets van wat zij zich voornemen te doen, voor hen onmogelijk zijn”[3].

Voor een goed begrip: in Genesis 10 lezen we over Nimrod, “een geweldig jager voor het aangezicht van de HEERE”[4].Nimrod wil koning wezen, hij stoort zich aan God noch gebod.
In Genesis 11 zien we hoe de Machthebber van de wereld heel dat menselijke bolwerk met een paar maatregelen afbreekt.
Nimrod – die naam betekent: “wij willen weerspannig zijn, wij nemen het niet langer, wij willen de bestaande orde omkeren”.
Dat is het levensprogramma van goddeloze mensen.
Zulke mensen menen zelf voor de verlossing van het leven te moeten zorgen.
Nimrod wordt later spreekwoordelijk. De profeet Micha spreekt over hem: “Zij zullen het land van Assur weiden met het ​zwaard, het land van Nimrod met getrokken ​zwaarden. Zo zal Hij ons redden van Assur, wanneer die in ons land zal komen en wanneer die ons gebied zal betreden”[5].
De jagerscapaciteiten van Nimrod staan tegenover Gods levensgarantie. Nee, Nimrod heeft niets met God.

En wat gebeurt er in Genesis 11?
De Gereformeerd-vrijgemaakte dominee T. Dekker (1930-1993) zei daarover eens: de Here zet het mes “in die eenheid van taal en spraak; als het mes van een chirurg, die precies de plek vindt: daar moet ik wezen om de ziekte tot staan te brengen. Laat ons nederdalen, zegt de HERE, en daar hun spraak verwarren, zodat ze elkaars taal niet verstaan. En dat is inderdaad de maatregel die afdoende is voor dat moment. Want nu kunnen ze niet meer verder. Als de communicatie weg is, dan loopt alles in het honderd en je krijgt alleen maar ruzie en ellende. En zo wordt het werk gestaakt”[6].

De lijnen van de volkengeschiedenis worden uit elkaar gebogen. De Here maakt ruimte voor Zijn eigen volk. Hij zet, om zo te zeggen, de Oudtestamentische burgers van Zijn Koninkrijk apart. Dat volk draagt, door de eeuwen heen, een belofte mee!

Hoe dat alles zij – meteen vanaf het begin is het duidelijk dat Gods macht en menselijke kracht scherp tegenover elkaar staan.
De Gereformeerd-vrijgemaakte predikant B. van Zuijlekom sr. (1931-2003) zei in een preek eens: “…de Geest der profetie bindt het ons vanuit Genesis 10 op het hart vandaag: dit ene is slechts belangrijk: wij zullen zien, niet op de geweldige prestaties van Nimrod eertijds, van de revolutie-bouwers vandaag, maar wij zullen ons oog en ons hart richten op Christus Jezus”[7].
De reeds genoemde dominee Dekker zei: die belofte is “de komende Christus zelf, als in een moederschoot geborgen, totdat de tijden vervuld worden en Hij in de wereld komt, om te lijden, te sterven, op te staan. Dit bereikt God, dat Hij een weg opent en baant naar Bethlehem en naar Golgotha”.
En wij weten het: de Heiland heeft betaald voor al onze zonden. Hij heeft het perspectief op de toekomst geopend!

Steeds weer zien wij hoe mensen de macht in eigen hand willen nemen.
Recente voorbeelden zijn de moorden op “een vrouw van 63 en een man van 68 uit Heerlen. Volgens de politie zijn zij allebei door geweld om het leven gekomen. De politie zegt dat er nog wordt onderzocht of er een relatie was tussen de twee”[8].
En de moord op de Belgische studente Julie van Espen: “De man die vastzit op verdenking van moord op de Belgische studente Julie van Espen heeft bekend. Dat heeft het parket Antwerpen bevestigd. Tv-zender VTM meldt dat de man, de 39-jarige Steve B., heeft geprobeerd haar te verkrachten. De vrouw zou zich hevig hebben verzet, waarna hij haar heeft gedood”[9].

Het nieuws is vol van geweld, van criminaliteit, van dood en verderf.

Maar daar moeten Gereformeerde mensen zich niet op verkijken.
Zij moeten niet alleen maar letten op Heerlen. Of op Antwerpen.

Zij dienen zich, als het puntje bij het paaltje komt, te concentreren op een andere stad. Die stad in Openbaring 21: “En hij voerde mij weg in de geest op een grote en hoge berg en liet mij de grote stad zien, het ​heilige​ ​Jeruzalem, dat neerdaalde uit de hemel, bij God vandaan. Zij had de heerlijkheid van God, en haar uitstraling was als een zeer kostbare edelsteen, als een kristalheldere steen ​jaspis. Zij had een grote en hoge ​muur​ met twaalf ​poorten, en bij die ​poorten​ twaalf ​engelen. Ook waren er namen op geschreven, namelijk van de ​twaalf stammen​ van de Israëlieten. Drie ​poorten​ op het oosten, drie ​poorten​ op het noorden, drie ​poorten​ op het zuiden, en drie ​poorten​ op het westen. En de ​muur​ van de stad had twaalf fundamenten met daarop de twaalf namen van de twaalf ​apostelen​ van het Lam”[10].

Wij moeten, kortom, niet bij het begin blijven staan. Wees vooral ook attent op het einde van de wereld.
Want dan komt er een nieuwe eenheid. Een eenheid die niemand meer verbreken kan.

En waar zien wij vandaag het begin van die eenheid?
Antwoord: in de kerk.
De wereld is vol verderf. Verdorvenheid vreet zich een weg tot in de uithoeken van de aarde. En soms komt dat verderf dichtbij. Dan wordt de verdorvenheid uitvergroot.
Bijvoorbeeld in Heerlen.
Of in Antwerpen.
We kijken er naar. En we mompelen: de wereld hólt achteruit…
Fout!
Paulus schrijft in Romeinen 10: “Want de Schrift zegt: Ieder die in Hem gelooft, zal niet beschaamd worden. Er is immers geen enkel onderscheid tussen ​Jood​ en Griek. Want Een en dezelfde is Heere van allen en Hij is rijk voor allen die Hem aanroepen. Want ieder die de Naam van de Heere zal aanroepen, zal zalig worden”[11].
De Here brengt Zijn kinderen bij elkaar.
Nee, dat staat niet in De Telegraaf.
Er komt geen reportage in het NOS-journaal.
Kijk verder dan het nieuws!
Ook al schieten misdadigers mensen overhoop… – Gods werk gaat door.
Ook al worden jonge mensen zomaar gedood… – God blijft bezig om Zijn woonplaats vol te maken, met al Zijn kinderen.
Zo verzinkt Nimrod in het niet.
Zo wordt Babel een machteloos gedoetje.
En Christus prent het ons in Openbaring 22 in: “Ik ben de Alfa, en de Omega, het Begin en het Einde, de Eerste en de Laatste”[12].
Hij is het Begin.
En Hij is het einde.
Tot in eeuwigheid!

Noten:
[1] Genesis 1:1.
[2] Genesis 10:10.
[3] Genesis 11:6.
[4] Genesis 10:9.
[5] Micha 5:5.
[6] Dit citaat komt uit een preek over Genesis 11:1-9. De preek werd in 1965 geschreven.
[7] Dit citaat komt uit een preek over Genesis 10:8-12. De preek is gedateerd op 12 december 1970.
[8] Geciteerd van https://nos.nl/artikel/2283714-lichamen-brunssummerheide-van-zestigers-uit-heerlen.html ; geraadpleegd op woensdag 8 mei 2019.
[9] Geciteerd van https://nos.nl/artikel/2283541-verdachte-bekent-moord-op-belgische-studente-julie.html ; geraadpleegd op woensdag 8 mei 2019.
[10] Openbaring 21:10-14.
[11] Romeinen 10:11, 12 en 13.
[12] Openbaring 22:13.

14 maart 2018

Biddag 2018: bemoedigd bidden

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

Toen gebeurde het dat de kamerheer hun gerechten, en de ​wijn​ die zij moesten drinken, wegnam en dat hij hun plantaardig voedsel gaf”
– Daniël 1:16.

Vandaag is het Biddag voor gewas en arbeid. We bidden om groei van het gewas en om voldoende voedsel.
We weten het: wat dat betreft zijn wij van de Here afhankelijk.
De God van het verbond legt voedende kracht in het eten dat Zijn kinderen nuttigen.

Als dat ergens blijkt, dan is het wel in Daniël 1.

Die geschiedenis kent u vast wel.
Daniël en zijn vrienden houden in een heidense omgeving de aan Israël gegeven spijswetten in acht. God zegent die handelwijze. Na verloop van tien dagen zien zij er welvarender uit dan de andere jonge mensen die voor een functie in de hofhouding van Nebukadnezar in opleiding zijn.

Een wonder is het!
En één ding is zeker: de God van het verbond laat hier Zijn macht zien.
Die macht zien wij alleen al in het feit dat de kamerheer toestemming geeft om Daniël en zijn vrienden slechts plantaardig te geven. Een vooraanstaand lid van het paleispersoneel stemt er dus in toe dat een aantal jongens die de opleiding aan het paleis doen hun eigen dieet vaststellen… Dat is toch merkwaardig? Dat is toch ongehoord? Dat moet wel van de Here komen!

Daniël en zijn vrienden maken duidelijk van Wie zij hun kracht krijgen. Een uitlegger noteert hier bij: “Het zal de wereld duidelijk worden waarmee wij ons voeden. Dat kan niet verborgen blijven. Dat geldt nu al. Het geldt ook als de tijd komt dat de mens van de wereld zal moeten erkennen dat wat de gelovigen heeft beziggehouden, werkelijke waarde heeft gehad, terwijl wat hen heeft beziggehouden, waardeloos zal blijken te zijn.
(…). God ontfermt Zich over de mannen omdat zij Hem trouw zijn gebleven. Hij zegent het onderwijs dat zij aan de ‘universiteit’ in Babel volgen. Zij krijgen in werkelijkheid geen les van de geleerden van Babel, maar van God, want Hij geeft hun inzicht.
Als iemand een studie volgt en zich daarin aan de Heer overgeeft, mag hij erop vertrouwen dat de Heer hem zal duidelijk maken wat hij moet weten. Als het hart op de Heer is gericht, blijft hij bewaard bij Hem. Veel van wat hij moet leren, klopt niet omdat het tegen de Schrift ingaat, maar de Heer zal ervoor zorgen dat hij daarin niet verstrikt raakt”[1].

Daniël en de zijnen moeten in eerste instantie meedoen met maaltijden die aan afgoden gewijd zijn.
Een Gereformeerd-vrijgemaakte dominee legde eens uit: “Volgens de heidense denkwijze aten de goden mee. En die maaltijden werden ook geopend met een plengoffer aan de goden. De tafel waaraan die jongens moesten eten werd gemaakt tot een verlengstuk van die afgodische maaltijden. Dit betekende: ingekapseld worden in het afgodische leven van Babel”[2].
Welnu, door Gods koningsmacht gebeurt dat niet.
Die jongens leven op groente en water; 1095 dagen lang.
Dat is heel bijzonder.
De spijzen van Nebukadnezar, die vast heerlijk zullen zijn geweest, gaan aan hen voorbij. Drie jaar lang groente en water! Stelt u zich dat even voor?
Maar Gods zorg gaat ver. Daniël en zijn vrienden zijn na drie jaar in goeden doen. Zij zijn volkomen gezond.
De kracht van God is niet te stuiten. Hij beslist waar en wanneer Hij Zijn kinderen inzet, en welke leeftocht Hij hen geven zal!

In onze tijd is het, dunkt mij, van enig belang om het vorenstaande te benadrukken.

U hebt het misschien wel opgepikt: van 5 tot en met 11 maart jongstleden werd de Week zonder Vlees gehouden.
Wat was de achterliggende gedachte van die week?
De organisatoren schreven: “Wij vinden dat elke dag vlees eten niet meer van deze tijd is en willen een flexitarisch eetpatroon, waarin vlees en vis afgewisseld worden met vegetarische of plantaardige gerechten, promoten. Vaker een dagje geen vlees of vis eten is een kleine moeite met een onvoorstelbaar positieve impact op mens dier en milieu”.
En bijvoorbeeld ook:
“Wanneer je één dag geen vlees eet bespaar je de 1740 gram CO2 uitstoot die gemiddeld nodig was geweest voor de productie van jouw dagelijkse portie vlees. Een boom kan in een maand circa 1700 gram CO2-uitstoot uit de lucht opnemen in zijn biomassa en omzetten in zuurstof. Door één week geen vlees te eten, bespaar je dus de uitstoot waar een boom zeven maanden voor nodig heeft”[3].
Het gaat mij er niet om dat wij per se elke dag vlees moeten eten. Of juist niet. Die keuze laat ik gaarne aan de lezers over.
Het gaat mij om iets anders. Als u het mij vraagt zien we hier een zekere angst.

Angst van het type: Help! Als wij niets doen gaat deze aarde ten onder!
Gereformeerd Nederland moet zich die angst beslist niet laten aanpraten. Wij zijn immers in Gods hand?
Gereformeerden mogen, ook anno Domini 2018, het adagium van Psalm 104 hanteren:
“Al wat er in uw grote schepping leeft
wacht, HEER, op U, tot Gij hun voedsel geeft.
Ontsluit G’ uw hand, zij zamelen de gaven
waarmee Gij hen wilt spijzigen en laven”[4].

Ook in 2018 mogen we weten dat Gods koningsmacht groot is.
Hij was het Zelf die die Joodse jongens in Babel trouw maakte.
Hij zal er ook Hoogstpersoonlijk voor zorgen dat wij trouw kunnen blijven in onze dienst.
Hij zal er voor zorgen dat wij gevoed worden, zodat wij energie hebben voor het werk dat wij moeten doen.

Zo kunnen wij vandaag bemoedigd gaan bidden!

Noten:
[1] Geciteerd van http://www.oudesporen.nl/Download/OS1686.pdf , p. 29 en 30; geraadpleegd op dinsdag 6 maart 2018.
[2] De dominee in kwestie is K. Drost. De preek over Daniël 1 is gedateerd op zaterdag 15 november 1958.
[3] Geciteerd van https://weekzondervlees.nl/waarom-doen-we-dit/ ; geraadpleegd op dinsdag 6 maart 2018.
[4] Psalm 104:8, Gereformeerd Kerkboek-1986.

9 augustus 2017

Hoogmoed komt voor de val

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

In het eerste deel van Genesis 11 zien wij, goed beschouwd, het summum van afgoderij.
Aardse mensen willen een hoge toren bouwen. En waarom? Omdat zij toegang tot de hemel willen hebben.

Dit initiatief van de mensen in Genesis 11 heeft tenminste drie kenmerken:
* streven naar eenheid
* het omgaan met angst
* het tonen van trots
In feite is de bovenstaande drieslag van alle tijden.
Jesaja spreekt er in hoofdstuk 14 ook over:
“En ú zei in uw ​hart: Ik zal opstijgen naar de hemel; tot boven Gods sterren zal ik mijn ​troon​ verheffen,
ik zal zetelen op de berg van de ontmoeting aan de noordzijde. Ik zal opstijgen boven de wolkenhoogten,
ik zal mij gelijkstellen met de Allerhoogste”[1].
De Spreukenleraar peinst ook over deze dingen. In hoofdstuk 16 noteert hij:
“Trots komt vóór de ondergang,
en hoogmoed komt vóór de val”[2].
En in hoofdstuk 18:
“De Naam van de HEERE is een sterke toren,
een rechtvaardige snelt daarheen en wordt in een veilige vesting gezet”[3][4].

Over de torenbouw schreef ik in juli 2016: “God verwart de taal van de aarde; stedenbouwers worden over de aarde verstrooid omdat ze een stad voor zichzelf willen bouwen, naam willen maken.
In die straf krijgen wij de macht van God te zien. Al die volken krijgen nu een eigen geschiedenis en een uniek karakter. De zonde die de torenbouwers in Genesis 11 willen doen, kan nu niet doorgaan. God Zelf houdt, om zo te zeggen, de zonde tegen. Tegelijk bevordert Hij juist dat de gehele aarde bewoont en bewerkt wordt.
Als het moet kan Hij die taalbarrières zonder enig probleem weer opheffen. Wij lezen erover in Handelingen 2. Heel even keren in dat Schriftgedeelte mensen terug naar hun eigenlijke levensdoel: God groot maken.
Dominee I. de Wolff schreef in verband met de taalverwarring in Babel eens: ‘Naar zijn scheppingsordening heeft God de mensheid uiteen gedreven zodat volken naar eigen geschiedenis, karakter, taal en ontwikkeling de aarde bevolken, èn allengs van elkaar vervreemdden. Door de zonde bracht dit ook onderlinge strijd. Maar we hebben vooral ook te letten op zijn genade door in de verbreking van eenheid-in-zonde de weg open te houden voor de komst van de Verlosser en voor de gang van het Evangelie tot ware eenheid in Hem. Uitwendige eenheid blokkeert in een zondige wereld de gang van zijn koninkrijk. Geestelijke eenheid werkte de Heilige Geest bij zijn komst om zijn volk te zetten op de weg die naar de volmaakte eenheid (…) voert, zoals deze er eens zijn zal voor de ogen der wereld op de dag van Christus’ toekomst, als het zijn zal de ene kudde onder de ene Herder’[5].
U ziet het: dominee De Wolff zet een lange lijn uit!
Taal: het is het instrument om onze God eer te bewijzen.
Er is meer.
De hemelen, het uitspansel, de dag en de nacht – zij spreken geen van allen. Wij kunnen niet luisteren naar een stem die wat zegt. Maar wij horen wel hun taal, tot in de uithoeken van de wereld.
Hoe dat zij: de God van het verbond wil eer ontvangen, juist ook van mensen, juist ook door het op aarde gesproken woord”[6].

In Genesis 11 kunnen wij lezen: “Kom, laten wij voor ons een stad bouwen, en een toren waarvan de top in de hemel reikt, en laten we voor ons een naam maken, anders worden wij over heel de aarde verspreid!”[7].
In Handelingen 2 brengt God Zijn kinderen weer bij elkaar, uit alle volken.

Het contrast tussen leven en dood is volkomen helder.
In Exodus 32 lezen we over de zonde met het gouden kalf. De straf van de Here is hard: “…Zo zegt de HEERE, de God van ​Israël: Ieder moet zijn ​zwaard​ aan zijn heup doen, het kamp van ​poort​ tot ​poort​ door gaan, en ieder moet zijn broeder doden, ieder zijn vriend en ieder zijn naaste. De ​Levieten​ deden overeenkomstig het woord van ​Mozes​ en er vielen op die dag van het volk ongeveer drieduizend man”[8].
En wat gebeurt er op de eerste Pinksterdag? Handelingen 2 meldt ons: “Zij nu die zijn woord met vreugde aannamen, werden ​gedoopt; en ongeveer drieduizend zielen werden er op die dag aan hen toegevoegd”[9].

De stad van God staat tegenover de stad van de mens.
Leest u maar mee in Openbaring 18: “En een sterke ​engel​ hief een steen op als een grote ​molensteen, en wierp die in de zee, en zei: Zó zal Babylon, de grote stad, met geweld neergeworpen worden, en het zal nooit meer gevonden worden”[10].
En in Openbaring 21: “En hij voerde mij weg in de geest op een grote en hoge berg en liet mij de grote stad zien, het ​heilige​ Jeruzalem, dat neerdaalde uit de hemel, bij God vandaan.
Zij had de heerlijkheid van God, en haar uitstraling was als een zeer kostbare edelsteen, als een kristalheldere steen ​jaspis”[11].
De Here herstelt wat de mens stukgemaakt heeft. De God van hemel en aarde brengt, om zo te zeggen, het paradijs terug.

Iets daarvan zien we ook terug in het vervolg van Genesis 11[12]. Daarin vinden we gegevens over het nageslacht van Sem.
Met die mensen gaat de Here verder. “Hij kiest de zijnen uit, Hij roept die allen”, zingt een bekend gezang[13]. En dat zien we in Genesis 11 ook.
Het geslachtsregister is klaarblijkelijk bedoeld om een wat langere periode te overbruggen, in dit geval die tussen de zondvloed en Abram. Hoe lang is die periode eigenlijk? Bijna driehonderd jaar, zegt de een; waarschijnlijk negenhonderd of duizend jaar, zegt een ander.
Het leven gaat door, zij het dat de leeftijden die op aarde worden bereikt geleidelijk lager worden.
Maar het belangrijkste is dat onze God de lijn van de wereldhistorie doortrekt. Na de zondvloed gaan de mensen een hoge toren bouwen, teneinde te proberen de weg naar de hemel te vinden. Maar dat goddeloze initiatief is voor de Here God geen reden om de zorg voor Zijn schepping te beëindigen.

De torenbouw in Babel is een dieptepunt in de wereldgeschiedenis.
Maar juist bij dat dieptepunt zien we hoe Gods genade tot een hoogtepunt komt!

Noten:
[1] Jesaja 14:13 en 14.
[2] Spreuken 16:18.
[3] Spreuken 18:10.
[4] In het bovenstaande gebruik ik onder meer een preek van de Gereformeerd-vrijgemaakte predikant D.S. Dreschler over Genesis 11:1-9. De preek is gedateerd op zondag 12 juli 2009 en is te vinden op https://dickdreschler.wordpress.com/2010/02/09/genesis-111-9-gods-naam-is-een-sterke-toren/ ; geraadpleegd op maandag 17 juli 2017.
[5] Zie: Ds. I. de Wolff, “Genesis: 7 schetsen (Hoofdstukken 1-11). – Utrecht: Bond van Gereformeerde Meisjesverenigingen in Nederland. – tweede druk, 1972. – p. 66 en 67.
[6] Geciteerd uit mijn artikel ‘Taal en toon van de toekomst’, hier gepubliceerd op donderdag 21 juli 2016. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2016/07/21/taal-en-toon-van-de-toekomst/ .
[7] Genesis 11:4.
[8] Exodus 32:27 en 28.
[9] Handelingen 2:41.
[10] Openbaring 18:21.
[11] Openbaring 21:10 en 11.
[12] In het onderstaande gebruik ik onder meer de webversie van de Studiebijbel; commentaar bij Genesis 11:10-26.
[13] Het is de tweede regel van Gezang 31:1 (Gereformeerd Kerkboek-1986).

6 januari 2017

Technopolis

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , , , ,

In dit artikel ga ik graag even met u terug in de tijd.

Wij schrijven woensdag 5 januari 1972.
Op pagina 2 van het Nederlands Dagblad staat een verslag van een G.M.V.-jeugdcongres. G.M.V.: het Gereformeerd Maatschappelijk Verbond bedoel ik[1].

Op dat jeugdcongres komt dominee W. Bruinius aan het woord[2]. Een verslaggever van het Nederlands Dagblad vat het betoog van de dominee als volgt samen.

“Op weg naar het jaar 2000 zal de wereldbevolking geweldig toenemen. Dientengevolge zullen er nieuwe technieken m.b.t. de wereldvoedselvoorziening moeten worden uitgedacht. Deze ontwikkeling van de techniek zal z’n invloed ook laten gelden op geestelijk terrein. De mens reist naar de techno-polis. Dat is de stad van de mens. Hierin is de mens anoniem en dus vrij. De taak van de kerk is de mens te begeleiden naar die techno-polis. Tegenover die anonieme mens stellen wij de gemeenschap der heiligen en tegenover die techno-polis het Koninkrijk Gods. Hierdoor is de positie van het GMV bepaald. Bij de oprichting van het GMV stonden drie dingen vast: het fundament, het samengaan van werkgevers en werknemers, het persoonlijk lidmaatschap. Hoewel klein functioneert het GMV toch beter dan de grote vakcentrales. Immers ieder lid is broeder en geen nummer! Laat ieder lid worden van het GMV om het Getuigenis op de straten van de techno-polis mogelijk te maken”[3].

In het bovenstaande valt het woord ‘technopolis’. Polis – dat betekent ‘stad’[4].
Dominee Bruinius zegt: de mensen gaan naar de technopolis, de stad waar bijna alles door de techniek geregeerd wordt, de mens anoniem is en vrijheid het hoogste goed is.

Het is dominee G. Zomer sr. die in een preek over Psalm 137 een typering van zo’n technopolis heeft gegeven[5]. Hij zegt: “Wat gaat er in de stad van de mens met de kinderen gebeuren? Ook in Nederland wordt volop aan die stad van de mens gebouwd en dat is het grote Babylon. En in Babel, daar kijken ze niet op een mensenleven. Daar gaat men over lijken. Het Babel van Openbaring 18 handelt immers ook in ‘zielen van mensen’”.
Even verderop in zijn preek tekent de predikant de tegenstelling met de stad van God: “Trouwens, de toekomst is niet voor Babel. De toekomst is voor Jeruzalem. Niet voor de stad van de mens, maar voor de stad van God. En wanneer Gods gericht over Babel komt, dan zal in deze stad geen lamplicht meer schijnen en geen stem van bruidegom en bruid meer worden gehoord. Er worden geen bruiloften meer gevierd en er wordt geen wieg meer gevuld. Want God werpt straks Babel weg, met geweld, als een molensteen”[6].
Als ik mij niet vergis is het die tegenstelling, die antithese, die dominee Bruinius aan wil wijzen.

Ook in onze tijd kunnen wij die antithese zien. Soms komt die scherpe tegenstelling dichtbij. Soms zijn er zelfs in de kerk situaties waarin iets van die diepe kloof te zien is.
Jazeker, dat is een verdrietige werkelijkheid.
Maar als het goed is genereert die harde realiteit steeds meer dankbaarheid bij Gods kinderen. Dankbaarheid dat zij in de stad van God mogen wonen. Dankbaarheid dat zij ingeschreven mogen wezen in de burgerlijke stand van Gods koninkrijk. Dankbaarheid dat hun eindbestemming in het hemelse Jeruzalem ligt.

Schrijvend over de technopolis wil ik de naam van dr.ir. H. van Riessen (1911-2000) niet ongenoemd laten[7]. Deze filosoof publiceert in 1952 het boek ‘Maatschappij der toekomst’. Dat boek is voor een deel een popularisering van inzichten die hij in zijn dissertatie “Filosofie en techniek” (1949) uiteen heeft gezet[8].
Iemand typeert de inhoud van ‘Maatschappij der toekomst’ als volgt: “Van Riessen schrijft in 1952 over de computer als een automaat, een rekenautomaat, een meetautomaat, een controle-automaat, en een commando-automaat. (….). Centraal staat daarbij dat het een instrument moet zijn om de menselijke vrijheid tot ontplooiing te laten komen en niet om die te beknotten. Scherp zag hij een verkeerd verstaan van de moderne techniek er toe leidde dat de mens ondergeschikt gemaakt werd en een radertje in de machine werd. Juist door aan te tonen, waar fundamentele wetenschap verschilt van technische wetenschap en die op haar beurt weer van techniek bleef Van Riessen’s analyse open en nooit deprimerend of nodeloos onheilspellend”[9].
Van Riessen zegt dat de maatschappij niet maakbaar is. Maar men blijft dat ijverig proberen. Het gebruikte middel is: planning. En hoe meer er gepland wordt, hoe vaker het particulier initiatief wordt gesmoord.

De technopolis zorgt ervoor dat we het geweldig druk hebben met onze agenda. Wij moeten alles doen. Wij moeten overal tegelijk zijn. We verbeelden ons ook dat dat kan. De computer neemt toch steeds meer van het menselijk werk over? Nou dan.
Ziet u hoe actueel dat verhaal van dominee Bruinius nog altijd is?

Trouwens, wel beschouwd is de stad van de mens zo oud als de zondeval.
Ik wijs u op Genesis 11: “En zij zeiden: Kom, laten wij voor ons een stad bouwen, en een toren waarvan de top in de hemel reikt, en laten we voor ons een naam maken, anders worden wij over heel de aarde verspreid! Toen daalde de HEERE neer om de stad en de toren te zien die de mensenkinderen aan het bouwen waren, en de HEERE zei: Zie, zij vormen één volk en hebben allen één taal. Dit is het begin van wat zij gaan doen, en nu zal niets van wat zij zich voornemen te doen, voor hen onmogelijk zijn. Kom, laten Wij neerdalen en laten Wij hun taal daar verwarren, zodat zij geen van allen elkaars taal zullen begrijpen. Zo verspreidde de HEERE hen vandaar over heel de aarde, en zij hielden op met het bouwen van de stad. Daarom gaf men haar de naam Babel; want daar verwarde de HEERE de taal van heel de aarde, en vandaar verspreidde de HEERE hen over heel de aarde”[10].
Mensen probeerden al heel vroeg hun eigen stad te bouwen. Maar dat mislukte jammerlijk. De God van hemel en aarde doorkruiste die plannen vanwege de bouw van Zijn stad.

De stad van God versus de stad van de mens – die tegenstelling is gedurende de hele wereldhistorie te zien.
Denkt u maar aan het hierboven reeds genoemde Openbaring 18: “En een sterke engel hief een steen op als een grote molensteen, en wierp die in de zee, en zei: Zó zal Babylon, de grote stad, met geweld neergeworpen worden, en het zal nooit meer gevonden worden”[11].
Maar denkt u dan ook meteen aan die stad van een paar hoofdstukken verder – die metropool van Openbaring 21: “En hij voerde mij weg in de geest op een grote en hoge berg en liet mij de grote stad zien, het heilige Jeruzalem, dat neerdaalde uit de hemel, bij God vandaan. Zij had de heerlijkheid van God, en haar uitstraling was als een zeer kostbare edelsteen, als een kristalheldere steen jaspis”[12].
Met die jaspis kan overigens niet de jaspis uit onze tijd bedoeld zijn; want onze jaspis is een ondoorzichtige variant van kwarts. Veel onderzoekers denken aan een kristalheldere diamant. Die diamant vindt u terug in de NBG-vertaling uit 1951. Hoe dat ook zij: de stad van God is volkomen transparant.

Wij zeggen tegenwoordig wel eens dat wij de wereld onoverzichtelijk vinden. En ondoorzichtig. Hoe vaak wordt, ter bestrijding van bureaucratie, niet geroepen om transparantie?
Welnu, de Verbondsgod garandeert ons een plek in de stad van God waar alles heerlijk zal wezen.
En daarom: laten we ons niet vastketenen aan vernuftige wetenschap en voortschrijdende techniek. Laten we ons, ook in januari 2017, blijven richten op de stad van God!

Noten:
[1] Het G.M.V. is inmiddels omgevormd tot CGMV Vakorganisatie voor christenen. In de afkorting CGMV staat de C voor Christennetwerk.
[2] Dominee Bruinius was van 1971 tot 1984 predikant te Leens. Hij leefde van 1921 tot 1985.
[3] “G.M.V.-jeugdcongres”. In: Nederlands Dagblad, woensdag 5 januari 1972, p. 2. Ook te vinden op www.delpher.nl .
[4] Zie voor meer informatie over dat van oorsprong Griekse woord https://nl.wikipedia.org/wiki/Polis_(stad) ; geraadpleegd op zaterdag 24 december 2016.
[5] De Gereformeerd-vrijgemaakte predikant G. Zomer leefde van 1925 tot 1982.
[6] Deze preek is opgenomen in “Uit liefde tot Sion”, een bundel met 15 preken van ds. Zomer. – Groningen: Uitgeverij De Vuurbaak B.V., © 1983. – De preek staat op p. 9-17.
[7] Mijn vader, H.P. de Roos te Haren, noemde de naam van Van Riessen in een e-mail die hij op vrijdag 9 december 2016 aan mij zond.
Over de levensloop van Van Riessen vermeld ik het volgende. In 1951 werd Van Riessen benoemd tot bijzonder hoogleraar aan de Technische Universiteit Delft. In 1960 bekleedde hij hetzelfde ambt in Eindhoven. Enige jaren gaf hij college aan de Koninklijke Militaire Academie in Breda. De Vrije Universiteit te Amsterdam benoemde Van Riessen in 1962 tot hoogleraar systematische wijsbegeerte en cultuurfilosofie. In 1981 werd hij geëmeriteerd.
[8] Van dit boek zijn, voor zover ik weet, nog exemplaren te krijgen van de in 1953 bij Uitgeverij Wever verschenen tweede druk. Die tweede druk telt 346 pagina’s.
[9] Prof.dr.ir. T.M. Klapwijk, “Over H. van Riessen, “Maatschappij der toekomst (1952)”. In: Radix – multidisciplinair kwartaaltijdschrift over christelijk geloof en wetenschap – , woensdag 1 december 1999, p. 56-59. Ook te vinden via www.digibron.nl .
[10] Genesis 11:4-9.
[11] Openbaring 18:21.
[12] Openbaring 21:10 en 11.

21 juli 2016

Taal en toon van de toekomst

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , , ,

Als het goed is, vallen Gereformeerde mensen op[1].
In hun gedrag, maar ook in hun taal.
Taal: het is de spiegel van normen en waarden. En van maatschappelijke veranderingen.

In 1956 zijn er moderne woorden als klaarover, taperecorder en gironummer.
In 1966 komt de hippie in. Het Journaal spreekt voor het eerst over de morning-afterpil, en over rassenscheiding.
In 1976 praten we over vertrossing. In het Journaal gaat het plotsklaps over stuurgroepen.
Weer tien jaar later, in 1986, hebben we de mond vol over de ligfiets, de APK en de loodvrije benzine.
In 1996 spreekt men in het Journaal voor het eerst over laptops, kijkoperaties en airmiles[2].
In 2006 spreken we voor het eerst over een cartoonrel. En ook over halal en halalisering: alles moet ineens halal zijn, van hypotheken en ziekenhuizen tot het vlees bij supermarktketen Albert Heijn. En o ja, de plofkraak komt er in: criminelen boren een gat in een pinautomaat, laten het apparaat vol gas stromen en brengen de boel tot ontploffing waarna de bankbiljetten voor het oprapen liggen[3].
En waar hebben we het vandaag over? Over poortjesspringers: zwartrijders die over een toegangspoortje bij een treinstation springen, om zonder geldig vervoerbewijs gebruik te kunnen maken van de trein[4]. En over selfies, natuurlijk.

Het Nederlands verandert, en het gebruik ervan ook.
Het doel moet echter blijven: God dienen. Oftewel: het Woord dienen met ons woord.

In verband hiermee wil ik vandaag wijzen op woorden uit Genesis 11: “Zo verstrooide de Here hen vandaar over de gehele aarde, en zij staakten de bouw van de stad. Daarom noemt men haar Babel, omdat de Here daar de taal der gehele aarde verward heeft en de Here hen vandaar over de gehele aarde verstrooid heeft”[5].
God verwart de taal van de aarde; stedenbouwers worden over de aarde verstrooid omdat ze een stad voor zichzelf willen bouwen, naam willen maken[6].

In die straf krijgen wij de macht van God te zien. Al die volken krijgen nu een eigen geschiedenis en een uniek karakter. De zonde die de torenbouwers in Genesis 11 willen doen, kan nu niet doorgaan. God Zelf houdt, om zo te zeggen, de zonde tegen. Tegelijk bevordert Hij juist dat de gehele aarde bewoont en bewerkt wordt[7].

Als het moet kan Hij die taalbarrières zonder enig probleem weer opheffen. Wij lezen erover in Handelingen 2[8]. Heel even keren in dat Schriftgedeelte mensen terug naar hun eigenlijke levensdoel: God groot maken.

Dominee I. de Wolff schreef in verband met de taalverwarring in Babel eens: “Naar zijn scheppingsordening heeft God de mensheid uiteen gedreven zodat volken naar eigen geschiedenis, karakter, taal en ontwikkeling de aarde bevolken, èn allengs van elkaar vervreemdden. Door de zonde bracht dit ook onderlinge strijd. Maar we hebben vooral ook te letten op zijn genade door in de verbreking van eenheid-in-zonde de weg open te houden voor de komst van de Verlosser en voor de gang van het Evangelie tot ware eenheid in Hem. Uitwendige eenheid blokkeert in een zondige wereld de gang van zijn koninkrijk. Geestelijke eenheid werkte de Heilige Geest bij zijn komst om zijn volk te zetten op de weg die naar de volmaakte eenheid (…) voert, zoals deze er eens zijn zal voor de ogen der wereld op de dag van Christus’ toekomst, als het zijn zal de ene kudde onder de ene Herder”[9].
U ziet het: dominee De Wolff zet een lange lijn uit!

Taal: het is het instrument om onze God eer te bewijzen.
Er is meer.
De hemelen, het uitspansel, de dag en de nacht – zij spreken geen van allen. Wij kunnen niet luisteren naar een stem die wat zegt. Maar wij horen wel hun taal, tot in de uithoeken van de wereld[10].
Hoe dat zij: de God van het verbond wil eer ontvangen, juist ook van mensen, juist ook door het op aarde gesproken woord.

Taal is dus hoogst belangrijk.
Wij ziet dat ook in het laatste Bijbelboek, de Openbaring van Johannes.
In hoofdstuk 5: “En zij zongen een nieuw gezang, zeggende: Gij zijt waardig de boekrol te nemen en haar zegels te openen; want Gij zijt geslacht en Gij hebt hen voor God gekocht met uw bloed, uit elke stam en taal en volk en natie[11].
En in hoofdstuk 7: “Daarna zag ik, en zie, een grote schare, die niemand tellen kon, uit alle volk en stammen en natiën en talen stonden voor de troon en voor het Lam, bekleed met witte gewaden en met palmtakken in hun handen”[12].
Verder ook in hoofdstuk 14: “En ik zag een andere engel vliegen in het midden des hemels en hij had een eeuwig evangelie, om dat te verkondigen aan hen, die op de aarde gezeten zijn en aan alle volk en stam en taal en natie”[13].
God heeft Zijn kinderen gekocht uit elke stam en taal en volk en natie.
Dat Evangelie moet overal verkondigd worden!

Gereformeerde taal wordt, om zo te zeggen, uitgesproken op de toon van de toekomst. Daarom heeft ons spreken, als het goed is, altijd een opgetogen ondertoon.

Noten:
[1] Dit is een uitwerking van een ‘weeknotitie’ die ik op zaterdag 9 augustus 1997 schreef. Die notitie heeft het volgnummer 533 en is getiteld “Gereformeerde taal’’.
[2] Zie hiervoor: P.G.J. van Sterkenburg en M.C. van den Toorn, “Veertig jaar Journaal. Veertig jaar taal”. – Den Haag: SDU, 1997. – 136 p. Het genoemde boek werd op zaterdag 3 mei 1997 gerecenseerd in het Nederlands Dagblad.
[3] Zie hierover http://www.goedzo.com/index.php/2007/01/01/de_nieuwe_woorden_van_2006 ; geraadpleegd op woensdag 29 juni 2016.
[4] Zie http://woordvanhetjaar.vandale.nl/nl/ ; geraadpleegd op woensdag 29 juni 2016 .
[5] Genesis 11:9.
[6] Genesis 11:4: “Ook zeiden zij: Welaan, laten wij ons een stad bouwen met een toren, waarvan de top tot de hemel reikt, en laten wij ons een naam maken, opdat wij niet over de gehele aarde verstrooid worden”.
[7] Zie hierover: W.G. de Vries, “Van Adam tot Abram: gericht en genade”. – Goes: Oosterbaan & Le Cointre, 1994. – p. 105.
[8] Handelingen 2:8-11: “En hoe horen wij hen dan een ieder in onze eigen taal, waarin wij geboren zijn? Parthen, Meden, Elamieten, inwoners van Mesopotamië, Judéa en Capadócië, Pontus en Asia, Phrygië en Pamphilië, Egypte en de streken van Libië bij Cyrene, en hier verblijvende Romeinen, zowel Joden als Jodengenoten, Cretenzers en Arabieren, wij horen hen in onze eigen taal van de grote daden Gods spreken”.
Over het talenwonder in Handelingen schreef ik op deze plaats ook het artikel ‘Pinksteren 2015: Gods Woord in onze moedertaal’; hier gepubliceerd op vrijdag 22 mei 2015. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2015/05/22/pinksteren-2015/ .
[9] Ds. I. de Wolff, “Genesis: 7 schetsen (Hoofdstukken 1-11). – Utrecht: Bond van Gereformeerde Meisjesverenigingen in Nederland. – tweede druk, 1972. – p. 66 en 67.
[10] Psalm 19:1-5:
“Voor de koorleider. Een psalm van David.
De hemelen vertellen Gods eer,
en het uitspansel verkondigt het werk zijner handen;
de dag doet sprake toestromen aan de dag,
en de nacht predikt kennis aan de nacht.
Het is geen sprake en het zijn geen woorden,
hun stem wordt niet vernomen:
toch gaat hun prediking uit over de ganse aarde
en hun taal tot aan het einde der wereld”.
[11] Openbaring 5:9.
[12] Openbaring 7:9.
[13] Openbaring 14:6.

18 januari 2016

Leerzame profetie over Egypte

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , , ,

In de kerk heeft de Here het te zeggen[1]. Dat spreekt voor zichzelf. Wie de kerk binnengaat, zal – als het goed is – het Evangelie horen over de machtige God van hemel en aarde die genadig mensen redt.

Voor het gevoel van veel mensen is God buiten de kerk ver te zoeken.
In de wereld merk je, zo zeggen de mensen, weinig van Hem.
De ene helft van de mensen klaagt over de vele tegenspoed, over het grote aantal oorlogen, over onrecht en criminaliteit. De andere helft stelt nuchter vast dat wij toch wel moeten blijven genieten.

Wat zullen wij van deze dingen zeggen?
Laten wij bedenken dat de Here alle volken in Zijn hand heeft! Ook mensen buiten de kerk leven naar Gods plan. Heel de wereld wordt vanaf de troon van God aangestuurd.

Dat blijkt ook uit Gods heilig Woord. In Jeremia 46 gaat het bijvoorbeeld over Egypte. Dat Schriftgedeelte is het uitgangspunt voor dit artikel.

Laat ik eerst een globale weergave van de inhoud van Jeremia 46 geven.

In dat hoofdstuk kunnen wij lezen over een strijd tussen Egypte en Babel, waarbij Egypte het onderspit delft.
Maar daarmee is het verhaal niet uit. Er moet opnieuw gestreden worden! En ja, de Egyptenaren lijden wederom enorme verliezen. Haastig trekken zij zich terug. Sterker nog, eigenlijk is er gewoon sprake van paniek. De strijdkrachten weten niet hoe het verder moet.
Waarom gebeurt dat toch allemaal?

Opeens wordt de reden van die Egyptische paniek duidelijk: “Dit toch is de dag van de HERE der heerscharen, de dag der wrake om wraak te nemen op zijn tegenstanders; ja, het zwaard verslindt en wordt verzadigd en dronken van hun bloed, want een slachtoffer heeft de Here, de HERE der heerscharen, in het Noorderland, aan de rivier de Eufraat”[2].
En de God van hemel en aarde legt vervolgens uit hoe zijn werkplan erin grote lijnen uit ziet.

Er wordt een ballingschap voor Egypte aangekondigd. Er zullen complete steden worden verwoest. De Here geeft Nebukadnezar de macht om Egypte, het grote Egypte, diep te vernederen. Maar let op: die macht is wel tijdelijk: “…Ik geef hen (de Egyptenaren) in de macht van wie hen naar het leven staan, namelijk in de macht van Nebukadnezar, de koning van Babel, en in de macht van zijn dienaren. Maar daarna zal het rustig liggen als in vroegere dagen, luidt het woord des HEREN”[3].
En wat heeft Gods volk hiermee te maken?
“Vrees gij niet, mijn knecht Jakob, luidt het woord des HEREN, want Ik ben met u; want Ik zal met alle volken, waaronder Ik u verstrooid heb, voorgoed afrekenen, maar met u zal Ik niet voorgoed afrekenen, doch Ik zal naar recht u tuchtigen, al zal Ik u zeker niet vrij laten uitgaan”[4].
Dus:
* de Here straft Israël wel degelijk
* maar Israël blijft Zijn verbondsvolk.

Dit hoofdstuk is ook vandaag actueel.
Dat wil ik graag in vijf korte paragrafen aantonen.

1 De Verbondsgod toont aan hoe afhankelijk Zijn kinderen van Hem zijn
Het is ongeveer 608 jaar vóór Christus.
Juda was toen eigenlijk maar een nietig staatje. Het lag ingeklemd tussen Egypte – in het zuiden – en Babel – in het noorden – . Iemand schreef daarover: “De politieke kaart van het Midden-Oosten is met recht te typeren als een weerkaart. Als Egypte sterk is (een ‘hoge drukgebied’ in het zuiden) dan ligt Israël binnen de invloedssfeer van Egypte. Bij ‘hoge druk’ in het noorden (een sterk Syrië, Assyrië of Babylonië) voelt Israël de hete adem van deze rijken in de nek”[5].
Hoe heet die adem was, beseffen wij als we 2 Koningen 23 er even bij nemen. Daar staat vermeld dat koning Josia sneuvelde in een poging Farao Necho de doortocht te beletten[6]. Die Egyptische farao was op weg naar een slag bij Karkemis. Het is dezelfde farao waar het in Jeremia 46 over gaat.
Israël heeft dus heel wat te verduren. Men zit zogezegd tussen twee vuren in.
Maar daarboven troont de Here. Hij was en is machtiger dan alle volken bij elkaar.
Die afhankelijkheid moet men in Jeremia 46 oefenen. Maar ook anno Domini 2016 moeten we ons afhankelijk opstellen.

2 De Verbondsgod toont aan hoe machtig Hij is
De wereld is vol van geweld en terreur. Terrorisme: wij horen er dagelijks van, en zien allerlei vreselijke beelden voorbij komen. Er is verwoesting en chaos. Wat zijn er veel doden te betreuren! Burgeroorlog: vele, vele mensen zijn daar het slachtoffer van.
Kortom – op allerlei manieren komen de spannende momenten die in de wereldgeschiedenis zitten soms heel dicht bij ons.
Diezelfde realiteit kent Israël ook ten tijde van Jeremia’s optreden. Egypte en Babel zijn grootmachten die men in de gaten moet houden. Wat zijn ze nu weer aan het doen zijn?
Maar in Jeremia 46 zien we dat onze Schepper en Onderhouder met die grootmachten speelt. Hij doet met hen wat Hij wil. Hij voert Zijn werkplan uit.
Laten we het maar niet vergeten: Gods Woord houdt stand in eeuwigheid. Hij doet wat Hij belooft!

 3 De Verbondsgod toont aan hoe naijverig Hij is
In Jesaja 46 is de proclamatie volstrekt helder: “De HERE der heerscharen, de God van Israël, zegt: Zie, Ik doe bezoeking aan Amon van No en aan Farao en aan Egypte, aan zijn goden en aan zijn koningen, ja, aan Farao en wie op hem vertrouwen…”[7]. De wereld wordt, om zo te zeggen, gedwongen om te erkennen dat de Here ingrijpt. Men kan er niet meer omheen!
Nogmaals: laten wij ons niet vergissen.
De God van het verbond is nauwkeurig op de hoogte van menselijk gedoe. Hij weet dat Amon de stadsgod is van No – later Thebe, nu: Luxor –[8]. Hij weet ook dat Amon later tot ver buiten de Egyptische landsgrenzen als hoofdgod vereerd zal worden[9].
Onze God weet ook precies welke afgodische cultuurtjes Nederlanders er op na houden. En Canadezen. En Australiërs. Enzovoort.
Maar nog altijd geldt: “Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben. Gij zult u geen gesneden beeld maken van enige gestalte, die boven in de hemel of onder op de aarde is of die in de wateren onder de aarde is. Gij zult u voor die niet buigen, noch hen dienen; want Ik, de HERE, uw God, ben een naijverig God, die de ongerechtigheid der vaderen bezoek aan de kinderen en aan het derde en aan het vierde geslacht van hen die Mij haten, en die barmhartigheid doe aan duizenden van hen die Mij liefhebben en mijn geboden onderhouden”[10].
Hij is jaloers! Afgunstig!
Ook in 2016 moeten wij het blijven repeteren: God is de enige echte God.

4 De Verbondsgod toont aan dat Zijn kerk vooruit moet kijken
In Jeremia 46 worden er geen doekjes om gewonden: er komt een moment dat alles weer rustig wordt. Jazeker, ook in Israël. Maar het gedrag van Gods volk maakt heel erg duidelijk dat mensen hun problemen niet eigenhandig kunnen oplossen.
Soms zijn we reuze diplomatiek. Soms slagen wij er in om mensen bij elkaar te brengen. Teambuilding heet dat. En we slagen er in om mensen op de been te brengen. Daarbij zetten we de massapsychologie in. Of de communicatie. Maar onze oplossingen zijn altijd tijdelijk. Ze zijn nooit fundamenteel.
Want daarvoor was en is Jezus Christus nodig.
Ook in 2016 is Hij de grote Koning die ons, naar Zondag 12 van de Heidelbergse Catechismus, regeert met Zijn Woord en Geest[11].

5 De Verbondsgod toont aan dat Hij de enige Heelmeester is
Wie Jeremia 46 leest begrijpt alras: allerlei menselijke hulpmiddelen hielpen daar niet meer. Dat is goed waarneembaar in een tekst over Gilead. Ik citeer: “Trek op naar Gilead en haal balsem, o jonkvrouw, dochter van Egypte; tevergeefs neemt gij veel geneesmiddelen, voor u is er geen genezing”[12]. Gilead weet in Jeremia’s tijd alles van export. Men fabriceert er geneeskundige balsem. En er wonen allerlei heelmeesters.
Maar als het over Egypte en Babel gaat, dan staan de knappe dokters van Gilead machteloos. De Here leert de Israëlieten dat Hijzelf de enige Heelmeester is.
En ook in 2016 moet ons adagium wezen: refaja. Dat wil zeggen: de Here geneest!

Noten:
[1] Dit is een bewerking van een stuk dat ik eerder schreef. Dat stuk is gedateerd op dinsdag 2 januari 2007.
[2] Jeremia 46:10.
[3] Jeremia 46:26.
[4] Jeremia 46:27 en 28.
[5] Zie http://www.bijbelseplaatsen.nl/plaatsen/K/Karkemis/236/ . Geraadpleegd op donderdag 24 december 2015.
[6] 2 Koningen 23:29 en 30.
[7] Jeremia 46:25.
[8] Zie http://www.bijbelseplaatsen.nl/plaatsen/K/Karkemis/236/ .
[9] Zie over Amon https://nl.wikipedia.org/wiki/Amon_(mythologie) . Geraadpleegd op donderdag 24 december 2015.
[10] Exodus 20:4, 5 en 6.
[11] Heidelbergse Catechismus – Zondag 12, antwoord 31: “Omdat Hij door God de Vader is aangesteld en met de Heilige Geest gezalfd tot onze hoogste Profeet en Leraar, tot onze enige Hogepriester en tot onze eeuwige Koning. Als Profeet en Leraar heeft Hij ons de verborgen raad en wil van God over onze verlossing volkomen geopenbaard. Als Hogepriester heeft Hij ons met het enige offer van zijn lichaam verlost en blijft Hij met zijn voorbede steeds bij de Vader voor ons pleiten. Als Koning regeert Hij ons met zijn Woord en Geest, en beschermt en bewaart Hij ons bij de verworven verlossing”.
[12] Jeremia 46:11.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.