gereformeerd leven in nederland

20 mei 2019

God bestraft goddeloosheid

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

De Bijbel is geen zachtaardig boek[1].
Het is geen boek van pappen en nathouden.
Het is geen boek dat langzaam doch gestadig naar een plot toewerkt.
Het is geen boek dat je ontspannen leest, met een beste borrel in de buurt.

Neem nu de volgende tekst uit 1 Corinthiërs 10: “En laten wij geen ​hoererij​ bedrijven, zoals sommigen van hen ​hoererij​ bedreven hebben, en op één dag vielen er drieëntwintigduizend. En laten wij ​Christus​ niet verzoeken, zoals ook sommigen van hen Hem verzocht hebben en door de slangen omgekomen zijn. En mor niet, zoals ook sommigen van hen gemord hebben en omgekomen zijn door de verderver”[2].

De apostel Paulus denkt aan Numeri 21: “Het volk sprak tot God en tot ​Mozes: Waarom hebt u ons uit ​Egypte​ laten vertrekken om te sterven in de woestijn? Want hier is geen brood, ook geen water, en onze ziel heeft een afkeer van dit waardeloze brood. Toen zond de HEERE gifslangen onder het volk; die beten het volk, en er stierf veel volk uit Israël”[3].

En ook aan Numeri 25: “Israël verbleef in Sittim, en het volk begon ​hoererij​ te bedrijven met de dochters van ​Moab. Die nodigden het volk uit bij de ​offers​ aan hun ​goden, en het volk at en boog zich voor hun ​goden​ neer. Toen Israël zich zo aan ​Baäl-Peor koppelde, ontbrandde de toorn van de HEERE tegen Israël. De HEERE zei tegen ​Mozes: Neem alle hoofden van het volk en laat hen voor de HEERE in de volle zon ophangen, zodat de brandende toorn van de HEERE van Israël afgekeerd wordt”[4].

Paulus schrijft: “Al deze dingen nu zijn hun overkomen als voorbeelden voor ons, en ze zijn beschreven tot waarschuwing voor ons…”[5].
De waarschuwing klinkt voor ieder die het horen wil: blijf bij de Here en loop niet bij Hem weg!

Intussen komt wel de vraag op: in Numeri 21 en 25 is het een en al dood en verderf; had dat nu niet wat minder gekund?[6]
Iemand schreef eens: “‘Geloof, daar komt alleen maar oorlog van’. De geschiedenis van de kerk kent zwarte bladzijden. Er is van alles misgegaan. De kruistochten zijn het klassieke voorbeeld. Maar ook recenter zijn er voorbeelden te noemen van kerkmensen die geweld gebruiken, onverdraagzaam zijn, meedoen aan praktijken van onderdrukking en misbruik. Hoort geweld bij geloof?”[7].

Wie zulke vragen stelt moet wel bij het begin beginnen.
Dat geweld komt omdat mensen in het kwaad zwelgen. Om met 1 Johannes 5 te spreken: “Wij weten dat wij uit God zijn en dat de hele wereld in het boze ligt”[8].
Dat de Here Ninevé verwoest geschiedt werkelijk niet vanwege een Goddelijke voorliefde voor agressie. De profeet Nahum zegt in hoofdstuk 3: “Wee de bloedstad, een en al leugen, vol buit! Het roven houdt niet op”[9]. Geweld begint altijd bij mensen, nooit bij God.
David leert ons in Psalm 11:
“De HEERE beproeft de rechtvaardige,
maar Zijn ziel haat de goddeloze en wie geweld liefheeft”[10].

Bij kinderen van God kan ook een andere vraag opkomen. Deze: waarom grijpt God niet in?
De wereld lijkt anno Domini 2019 bijkans kapot te gaan aan criminaliteit en misdaad in het groot, aan grove leugens en chantage. Dat kan toch zo niet doorgaan?
In verband met dit onderwerp schreef iemand eens: “Het is niet Gods onmacht die Hem parten zou spelen. Veel meer komen Zijn grote liefde en taaie geduld aan het licht. De satan zet alles op alles, omdat hij weet dat hij toch het onderspit delft. God kan zich inhouden omdat Hij weet dat Hij wint. Merkwaardig, de overpriesters en Schriftgeleerden in het Evangelie zeiden ongeveer hetzelfde als mijn gesprekspartner. ‘Kom af van dat kruis, dan zullen wij geloven’. En als dat nu eens werkelijk gebeurd was, zouden ze dan geloofd hebben? Nee, dan zouden ze verteerd zijn door Gods majesteit.
Het is Gods liefde dat Hij nog altijd Zijn almacht inhoudt. Omdat het verlossingswerk nog altijd bezig is. Volbracht door de Zoon op Golgotha, maar nog werk in uitvoering door de Geest van Pinksteren. Als de Almachtige definitief orde op zaken stelt (‘met de vingers knipt’), is het heden van de genade voorbij. Dan wordt er geen spottende moordenaar meer bekeerd, zoals eens op Golgotha”[11].

Laten we ’t maar niet vergeten: de God van hemel en aarde is consequent en scherp als het om goddelozen gaat. Maar als het om Zijn kinderen is Hij goed en vriendelijk. Denkt u in dit verband maar aan Romeinen 11: “Zie dan de goedertierenheid en de strengheid van God: strengheid over hen die gevallen zijn, over u echter goedertierenheid, als u in de goedertierenheid blijft. Anders zult ook u afgehouwen worden”[12].

Eén vraag nog.
Kan de kerk vandaag ook hoererij bedrijven?
Antwoord: jazeker wel.
Laten wij elkaar wijzen op Openbaring 18. Daar gaat het over Babylon, de grote politieke, culturele en economische macht waar de mensen alles – werkelijk alles – helemaal zonder God regelen[13]. Ik citeer: “Want van de ​wijn​ van de toorn van haar ​hoererij​ hebben alle volken gedronken, en de koningen van de aarde hebben ​hoererij​ met haar bedreven, en de kooplieden van de aarde zijn rijk geworden door de kracht van haar losbandig leven. En ik hoorde een andere stem uit de hemel zeggen: Ga uit haar weg, Mijn volk, opdat u geen deelhebt aan haar ​zonden, en opdat u niet van haar plagen zult ontvangen”[14].
Laten we dat adagium van hierboven maar niet vergeten: blijf bij de Here; loop niet bij Hem weg!

Noten:
[1] Materiaal uit dit artikel zal benut worden voor een inleiding die ik in september 2019 hoop voor te lezen tijdens een vergadering van de mannenvereniging ‘Augustinus’ van De Gereformeerde Kerk Groningen. Deze inleiding zal gaan over schets 12 van: Ds. G. van Rongen, “Jaagt de liefde na – schetsen over de eerste brief van de apostel Paulus aan de gemeente te Korinthe”. – Nederlandse Bond van Gereformeerde Jeugdverenigingen, [ca. 1984]. – pagina 74-81. Schets 12 handelt over 1 Corinthiërs 10:1-11:1.
[2] 1 Corinthiërs 10:8, 9 en 10.
[3] Numeri 21:5 en 6.
[4] Numeri 25:1-4.
[5] 1 Corinthiërs 10:11 a.
[6] In het onderstaande gebruik ik onder meer https://www.jw.org/nl/publicaties/tijdschriften/g201505/bijbel-over-geweld/ ; geraadpleegd op donderdag 16 mei 2019.
[7] Geciteerd van https://www.mijnkerk.nl/relatie/levensvraag-hoort-geweld-bij-geloof ; geraadpleegd op donderdag 16 mei 2019.
[8] 1 Johannes 5:19.
[9] Nahum 3:1.
[10] Psalm 11:5.
[11] Geciteerd van https://www.rd.nl/opinie/weerwoord-waarom-grijpt-de-almachtige-god-niet-in-1.1400366 ; geraadpleegd op donderdag 16 mei 2019.
[12] Romeinen 11:22.
[13] Zie hierover mijn artikel ‘Geweld ten bate van Gods volk’, hier verschenen op donderdag 25 april 2019. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2019/04/25/geweld-ten-bate-van-gods-volk/ .
[14] Openbaring 18:3 en 4.

25 april 2019

Geweld ten bate van Gods volk

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Pasen is het feest van het leven. Pasen geeft zicht op de toekomst. Afgelopen zondag en maandag werden op menige preekstoel weer grootse perspectieven geopend!

Maar op de Eerste Paasdag was er opeens een andere werkelijkheid. Een rauwe realiteit.
De NOS meldde op die dag namelijk: “Vanochtend gingen bommen af bij drie hotels in de hoofdstad Colombo en drie katholieke kerken in Colombo, Katuwapitiya en Batticaloa. De kerken waren op dat moment vol vanwege de paasmis.
Enkele uren later volgden nog twee explosies. De eerste was een aanslag bij een hotel bij de dierentuin van Colombo. Daarbij vielen zeker twee doden. De tweede explosie was bij een appartementencomplex. Drie politiemensen kwamen erbij om het leven. Volgens lokale media blies een man zichzelf op toen de politie het appartement waar hij was binnenviel.
Dat zes van de acht explosies rond dezelfde tijd plaatsvonden, geeft volgens correspondent Aletta André aan dat de daders georganiseerd te werk gingen”[1].

Wat een geweld!
Wat een verdriet!
Wat een wanhoop!
En dat op een Paasdag!

Wordt het Paasevangelie door zulke gebeurtenissen niet weggeregeld?
Het lijkt te worden overvleugeld door menselijke agressie. Door moord en doodslag.
In die situatie van radeloosheid en vertwijfeling lijkt de Bijbel niet van toepassing.
Laten we elkaar vandaag wijzen op Openbaring 18.
Daar gaat het over Babylon: een grote politieke, culturele en economische macht die alles – werkelijk alles – helemaal zonder God regelt.
En eigenlijk is dat volstrekt ongerijmd.
Over dit Schriftgedeelte schreef ik al eens: “Wat is dat grote Babylon?
Er is wel op gewezen dat dat het Romeinse rijk zou zijn, dat inmiddels gevallen en verdwenen is. Maar wij moeten, denk ik, het beeld toch nog wat breder maken. Het gaat in feite om de afvallige kerk. Dat zijn alle mensen die zeggen dat zij Jezus Christus volgen, maar intussen op heel wat punten hun eigen zin doorzetten”[2].
En ook hier geldt: het bederf van het beste is het slechtste.

Babylon is intussen namelijk de woonplaats van vele, vele duivels. Daar vinden onreine geesten een thuis. Die groteske metropool is een schuilplaats geworden voor allerlei weerzinwekkende vogels.
Intussen is Babylon een stad die geweldige invloed heeft. Alle volken van de wereld weten het: in Babylon moet je wezen. Een koning die wat voorstelt gaat met spoed in Babylon op staatsbezoek. Als je je bedrijf tot grote hoogte wilt stuwen, moet je zorgen dat je zo snel mogelijk in Babylon komt!
En God? God is totaal uit beeld. Met God word je niet machtiger. Met God kun je geen zaken doen.

Maar dan… –
dan komt er een machtige engel uit de hemel.
Hij bazuint een schokkende proclamatie uit.
Babylon is gevallen!
Het is uit met die allesomvattende macht!
Er blijft niets van over. Een dorre, kale vlakte – dat wordt het.

Die engel heeft een dringende boodschap voor Gods volk. Namelijk deze: mensen, vlucht weg uit Babylon! Verdwijn uit die invloedssfeer! Zo snel mogelijk!
En waarom heeft dat zo’n haast?
Omdat Babylon een zeer, zeer zware straf krijgt. De uiteindelijke toestand van Babylon is omgekeerd evenredig aan die welvaart en politieke kracht van hierboven.
Het briljante Babylon gaat plat.
Heel dat imposante Babylon wordt volledig verwoest!

Alle machthebbers kijken vol ontzetting toe.
Massa’s grote zakenmensen zijn verbijsterd. Want opeens stort de markt in; van handel is geen sprake meer.
Zeevarenden kijken vanuit de verte toe; totaal overstuur zijn ze!

En het volk van God?
Dat volk mag blij zijn!

Pardon?
Mogen kinderen van God blij wezen?
Mogen ze verheugd wezen bij zoveel ellende?
Is dat niet volstrekt asociaal?
Toch niet!
Want God neemt het voor Zijn volk op.
Tijden lang zijn Godvrezende mensen weggedrukt. Vrome mannen en vrouwen werden stelselmatig genegeerd. Verdrukt. Hun activiteit werd de kop ingedrukt. Onrecht en onderdrukking waren aan de orde van de dag.
Maar nu is dat over.
Gods volk mag er wezen! En dat gaat nooit, nooit meer veranderen.

In Openbaring 18 worden er geen doekjes om gewonden. Kijkt u maar mee: “En een sterke ​engel​ hief een steen op als een grote ​molensteen, en wierp die in de zee, en zei: Zó zal Babylon, de grote stad, met geweld neergeworpen worden, en het zal nooit meer gevonden worden”[3].

Met andere woorden – Gods kinderen krijgen alle ruimte!

De hierboven geciteerde woorden uit Openbaring 18 zijn in zekere zin opvallend.
Want God grijpt met geweld in. Wereldse bruutheid wordt met geweld beantwoord.
Heel veel mensen zeggen: God is een God van liefde, dus dit past niet bij Hem. Maar dat is een misvatting. De God van hemel en aarde heeft eerst en vooral liefde voor Zijn uitverkoren volk. Er wordt ruimte gemaakt voor de burgers van Zijn koninkrijk, desnoods met geweld!

We kijken met verdriet naar al het geweld in de wereld. We verbazen over het nietsontziende terrorisme in Sri Lanka.
En ondertussen vieren wij Pasen.
Kan dat?
Ja, dat kan.
Openbaring 18 vertelt ons dat de Here te Zijner tijd ingrijpt. En dat gebeurt heus niet zachtzinnig!
Nee, wij hebben niet voor niets Pasen gevierd. Het was, om zo te zeggen, geen fake-feest. ’t Was geen festijn voor de bühne, waar verder niemand iets aan heeft.
Er komt een moment dat in de hemel een grote menigte hemelingen zal juichen: “Halleluja, de zaligheid, de heerlijkheid, de eer en de kracht zij aan de Heere, onze God”[4].
Die jubel kunnen zelfs terroristen in Sri Lanka niet tegenhouden!

Noten:
[1] Geciteerd van https://nos.nl/artikel/2281378-arrestaties-na-aanslagen-sri-lanka-207-doden.html ; Geraadpleegd op Paaszondag 21 april 2019. En: https://nos.nl/artikel/2281519-aanslagen-sri-lanka-gepleegd-door-zeven-zelfmoordterroristen.html ; geraadpleegd op Paasmaandag 22 april 2019.
[2] Geciteerd uit mijn artikel ‘Start de evacuatie!’, hier gepubliceerd op maandag 30 januari 2017. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2017/01/30/start-de-evacuatie/ . Geraadpleegd op Paaszondag 21 april 2019.
[3] Openbaring 18:21.
[4] Openbaring 19:1.

6 januari 2017

Technopolis

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , , , ,

In dit artikel ga ik graag even met u terug in de tijd.

Wij schrijven woensdag 5 januari 1972.
Op pagina 2 van het Nederlands Dagblad staat een verslag van een G.M.V.-jeugdcongres. G.M.V.: het Gereformeerd Maatschappelijk Verbond bedoel ik[1].

Op dat jeugdcongres komt dominee W. Bruinius aan het woord[2]. Een verslaggever van het Nederlands Dagblad vat het betoog van de dominee als volgt samen.

“Op weg naar het jaar 2000 zal de wereldbevolking geweldig toenemen. Dientengevolge zullen er nieuwe technieken m.b.t. de wereldvoedselvoorziening moeten worden uitgedacht. Deze ontwikkeling van de techniek zal z’n invloed ook laten gelden op geestelijk terrein. De mens reist naar de techno-polis. Dat is de stad van de mens. Hierin is de mens anoniem en dus vrij. De taak van de kerk is de mens te begeleiden naar die techno-polis. Tegenover die anonieme mens stellen wij de gemeenschap der heiligen en tegenover die techno-polis het Koninkrijk Gods. Hierdoor is de positie van het GMV bepaald. Bij de oprichting van het GMV stonden drie dingen vast: het fundament, het samengaan van werkgevers en werknemers, het persoonlijk lidmaatschap. Hoewel klein functioneert het GMV toch beter dan de grote vakcentrales. Immers ieder lid is broeder en geen nummer! Laat ieder lid worden van het GMV om het Getuigenis op de straten van de techno-polis mogelijk te maken”[3].

In het bovenstaande valt het woord ‘technopolis’. Polis – dat betekent ‘stad’[4].
Dominee Bruinius zegt: de mensen gaan naar de technopolis, de stad waar bijna alles door de techniek geregeerd wordt, de mens anoniem is en vrijheid het hoogste goed is.

Het is dominee G. Zomer sr. die in een preek over Psalm 137 een typering van zo’n technopolis heeft gegeven[5]. Hij zegt: “Wat gaat er in de stad van de mens met de kinderen gebeuren? Ook in Nederland wordt volop aan die stad van de mens gebouwd en dat is het grote Babylon. En in Babel, daar kijken ze niet op een mensenleven. Daar gaat men over lijken. Het Babel van Openbaring 18 handelt immers ook in ‘zielen van mensen’”.
Even verderop in zijn preek tekent de predikant de tegenstelling met de stad van God: “Trouwens, de toekomst is niet voor Babel. De toekomst is voor Jeruzalem. Niet voor de stad van de mens, maar voor de stad van God. En wanneer Gods gericht over Babel komt, dan zal in deze stad geen lamplicht meer schijnen en geen stem van bruidegom en bruid meer worden gehoord. Er worden geen bruiloften meer gevierd en er wordt geen wieg meer gevuld. Want God werpt straks Babel weg, met geweld, als een molensteen”[6].
Als ik mij niet vergis is het die tegenstelling, die antithese, die dominee Bruinius aan wil wijzen.

Ook in onze tijd kunnen wij die antithese zien. Soms komt die scherpe tegenstelling dichtbij. Soms zijn er zelfs in de kerk situaties waarin iets van die diepe kloof te zien is.
Jazeker, dat is een verdrietige werkelijkheid.
Maar als het goed is genereert die harde realiteit steeds meer dankbaarheid bij Gods kinderen. Dankbaarheid dat zij in de stad van God mogen wonen. Dankbaarheid dat zij ingeschreven mogen wezen in de burgerlijke stand van Gods koninkrijk. Dankbaarheid dat hun eindbestemming in het hemelse Jeruzalem ligt.

Schrijvend over de technopolis wil ik de naam van dr.ir. H. van Riessen (1911-2000) niet ongenoemd laten[7]. Deze filosoof publiceert in 1952 het boek ‘Maatschappij der toekomst’. Dat boek is voor een deel een popularisering van inzichten die hij in zijn dissertatie “Filosofie en techniek” (1949) uiteen heeft gezet[8].
Iemand typeert de inhoud van ‘Maatschappij der toekomst’ als volgt: “Van Riessen schrijft in 1952 over de computer als een automaat, een rekenautomaat, een meetautomaat, een controle-automaat, en een commando-automaat. (….). Centraal staat daarbij dat het een instrument moet zijn om de menselijke vrijheid tot ontplooiing te laten komen en niet om die te beknotten. Scherp zag hij een verkeerd verstaan van de moderne techniek er toe leidde dat de mens ondergeschikt gemaakt werd en een radertje in de machine werd. Juist door aan te tonen, waar fundamentele wetenschap verschilt van technische wetenschap en die op haar beurt weer van techniek bleef Van Riessen’s analyse open en nooit deprimerend of nodeloos onheilspellend”[9].
Van Riessen zegt dat de maatschappij niet maakbaar is. Maar men blijft dat ijverig proberen. Het gebruikte middel is: planning. En hoe meer er gepland wordt, hoe vaker het particulier initiatief wordt gesmoord.

De technopolis zorgt ervoor dat we het geweldig druk hebben met onze agenda. Wij moeten alles doen. Wij moeten overal tegelijk zijn. We verbeelden ons ook dat dat kan. De computer neemt toch steeds meer van het menselijk werk over? Nou dan.
Ziet u hoe actueel dat verhaal van dominee Bruinius nog altijd is?

Trouwens, wel beschouwd is de stad van de mens zo oud als de zondeval.
Ik wijs u op Genesis 11: “En zij zeiden: Kom, laten wij voor ons een stad bouwen, en een toren waarvan de top in de hemel reikt, en laten we voor ons een naam maken, anders worden wij over heel de aarde verspreid! Toen daalde de HEERE neer om de stad en de toren te zien die de mensenkinderen aan het bouwen waren, en de HEERE zei: Zie, zij vormen één volk en hebben allen één taal. Dit is het begin van wat zij gaan doen, en nu zal niets van wat zij zich voornemen te doen, voor hen onmogelijk zijn. Kom, laten Wij neerdalen en laten Wij hun taal daar verwarren, zodat zij geen van allen elkaars taal zullen begrijpen. Zo verspreidde de HEERE hen vandaar over heel de aarde, en zij hielden op met het bouwen van de stad. Daarom gaf men haar de naam Babel; want daar verwarde de HEERE de taal van heel de aarde, en vandaar verspreidde de HEERE hen over heel de aarde”[10].
Mensen probeerden al heel vroeg hun eigen stad te bouwen. Maar dat mislukte jammerlijk. De God van hemel en aarde doorkruiste die plannen vanwege de bouw van Zijn stad.

De stad van God versus de stad van de mens – die tegenstelling is gedurende de hele wereldhistorie te zien.
Denkt u maar aan het hierboven reeds genoemde Openbaring 18: “En een sterke engel hief een steen op als een grote molensteen, en wierp die in de zee, en zei: Zó zal Babylon, de grote stad, met geweld neergeworpen worden, en het zal nooit meer gevonden worden”[11].
Maar denkt u dan ook meteen aan die stad van een paar hoofdstukken verder – die metropool van Openbaring 21: “En hij voerde mij weg in de geest op een grote en hoge berg en liet mij de grote stad zien, het heilige Jeruzalem, dat neerdaalde uit de hemel, bij God vandaan. Zij had de heerlijkheid van God, en haar uitstraling was als een zeer kostbare edelsteen, als een kristalheldere steen jaspis”[12].
Met die jaspis kan overigens niet de jaspis uit onze tijd bedoeld zijn; want onze jaspis is een ondoorzichtige variant van kwarts. Veel onderzoekers denken aan een kristalheldere diamant. Die diamant vindt u terug in de NBG-vertaling uit 1951. Hoe dat ook zij: de stad van God is volkomen transparant.

Wij zeggen tegenwoordig wel eens dat wij de wereld onoverzichtelijk vinden. En ondoorzichtig. Hoe vaak wordt, ter bestrijding van bureaucratie, niet geroepen om transparantie?
Welnu, de Verbondsgod garandeert ons een plek in de stad van God waar alles heerlijk zal wezen.
En daarom: laten we ons niet vastketenen aan vernuftige wetenschap en voortschrijdende techniek. Laten we ons, ook in januari 2017, blijven richten op de stad van God!

Noten:
[1] Het G.M.V. is inmiddels omgevormd tot CGMV Vakorganisatie voor christenen. In de afkorting CGMV staat de C voor Christennetwerk.
[2] Dominee Bruinius was van 1971 tot 1984 predikant te Leens. Hij leefde van 1921 tot 1985.
[3] “G.M.V.-jeugdcongres”. In: Nederlands Dagblad, woensdag 5 januari 1972, p. 2. Ook te vinden op www.delpher.nl .
[4] Zie voor meer informatie over dat van oorsprong Griekse woord https://nl.wikipedia.org/wiki/Polis_(stad) ; geraadpleegd op zaterdag 24 december 2016.
[5] De Gereformeerd-vrijgemaakte predikant G. Zomer leefde van 1925 tot 1982.
[6] Deze preek is opgenomen in “Uit liefde tot Sion”, een bundel met 15 preken van ds. Zomer. – Groningen: Uitgeverij De Vuurbaak B.V., © 1983. – De preek staat op p. 9-17.
[7] Mijn vader, H.P. de Roos te Haren, noemde de naam van Van Riessen in een e-mail die hij op vrijdag 9 december 2016 aan mij zond.
Over de levensloop van Van Riessen vermeld ik het volgende. In 1951 werd Van Riessen benoemd tot bijzonder hoogleraar aan de Technische Universiteit Delft. In 1960 bekleedde hij hetzelfde ambt in Eindhoven. Enige jaren gaf hij college aan de Koninklijke Militaire Academie in Breda. De Vrije Universiteit te Amsterdam benoemde Van Riessen in 1962 tot hoogleraar systematische wijsbegeerte en cultuurfilosofie. In 1981 werd hij geëmeriteerd.
[8] Van dit boek zijn, voor zover ik weet, nog exemplaren te krijgen van de in 1953 bij Uitgeverij Wever verschenen tweede druk. Die tweede druk telt 346 pagina’s.
[9] Prof.dr.ir. T.M. Klapwijk, “Over H. van Riessen, “Maatschappij der toekomst (1952)”. In: Radix – multidisciplinair kwartaaltijdschrift over christelijk geloof en wetenschap – , woensdag 1 december 1999, p. 56-59. Ook te vinden via www.digibron.nl .
[10] Genesis 11:4-9.
[11] Openbaring 18:21.
[12] Openbaring 21:10 en 11.

25 januari 2016

Herderlijke zorg voor Israël

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , ,

“Ik ben de goede herder. De goede herder zet zijn leven in voor zijn schapen”. Met deze tekst uit Johannes 10 wil ik vandaag beginnen[1].
Die woorden vormen, wat mij betreft, een passend preludium op een artikel over Jeremia 50[2].

Gods verbondsvolk mag rekenen op de alles omvattende macht van haar hemelse Heer. Hij voert Zijn plannen uit. De voor ons belangrijke gegevens uit het Goddelijke werkplan staan in de Bijbel opgetekend.
Voor Zijn vijanden betekent dat onheil. Voor kinderen van God is dat troostvol: zij mogen weten dat hun Schepper en Onderhouder altijd actief en productief is.
Als dat ergens in Gods Woord blijkt, dan is dat wel in de laatste hoofdstukken van het Bijbelboek Jeremia.

De grootmacht Babel wordt vernietigd.
Maar de schapen zijn verzekerd van Herderlijke verzorging.
“Een opgejaagd schaap is Israël, dat leeuwen hebben opgedreven; eerst heeft de koning van Assyrië het verslonden en nu ten laatste heeft Nebukadnezar, de koning van Babel, het de beenderen afgeknaagd. Daarom, zo zegt de HERE der heerscharen, de God van Israël: Zie, Ik doe bezoeking aan de koning van Babel en aan zijn land, zoals Ik aan de koning van Assyrië bezoeking gedaan heb, en Ik breng Israël terug naar zijn weide, opdat het Karmel en Basan afweide en op het gebergte van Efraïm en in Gilead zich verzadige. In die dagen en te dien tijde, luidt het woord des HEREN, zal de ongerechtigheid van Israël gezocht worden, maar zij is er niet, en de zonden van Juda, maar zij zijn niet te vinden; want Ik zal vergeving schenken aan wie Ik doe overblijven”[3].

Dat leert de Here niet alleen aan de bejaarden onder ons, maar ook aan de jonge mensen. Jeremia werd immers al jong ingeschakeld.
Die Herderlijke verzorging is ten diepste de reden voor onze liturgie – dat wil zeggen: de dienst aan God in de meest brede zin van het woord.
Gods kinderen mogen het altijd weer repeteren: de Here is genadig. Hij had immers nét zo goed kunnen zeggen: met dit volk kan Ik niet verder.
Maar nu de Here Zijn volk uitgekozen heeft, betekent dat vervolgens wel dat al die mensen naar Hem moeten luisteren. Zij moeten kiezen: vóór of tegen Hem.
De Here eist van Zijn kinderen dat zij Hem onvoorwaardelijk trouw zijn. En in het Verbond mag Hij dat ook van hen eisen.
En binnen dat Verbond wordt heel dat Woord – van kaft tot kaft, zoals wij eertijds zeiden – geëerbiedigd en gehoorzaamd.
Gods volk mag verwachtingsvol leven. Want Zijn kinderen weten dat Zijn Woord stand houdt tot in eeuwigheid. De Herderlijke zorg zal nimmer worden beëindigd.

Er komt dus herderlijke zorg voor Israël. Een happy end – jazeker!
Maar dat gelukkige einde is er niet zomaar. Israël moet naar de Here toe vluchten. De schapen worden naar de Here toe gedreven.
Nee, dat is niet theatraal bedoeld. Er staat namelijk: “In die dagen en te dien tijde, luidt het woord des HEREN, zullen de Israëlieten komen, zij en de Judeeërs tezamen; al wenend zullen zij voortgaan en de HERE, hun God, zoeken; naar Sion zullen zij vragen, op de weg hierheen zal hun aangezicht gericht zijn; zij komen en zoeken gemeenschap met de HERE in een eeuwig verbond, dat niet zal vergeten worden”[4]. En: “Vlucht uit Babel weg en trekt uit het land der Chaldeeën en weest als bokken voor de kudde uit!”[5].
De boodschap is duidelijk: scheer je weg!
Zorg dat je weg komt!
Die boodschap wordt in Jeremia 51 nog een paar maal op dringende toon herhaald. “Vlucht uit Babel, laat ieder zijn leven redden”[6]. En: “Trekt eruit weg, mijn volk, en laat ieder zijn leven redden voor de brandende toorn des Heren”[7].
In feite betekent dat: wij moeten allemaal naar Hem toe. Zonder Zijn herderlijke kracht zijn wij hopeloos en reddeloos verloren.

“Israël is een verbijsterd lam”, staat in de Statenvertaling[8]. Zo helder ligt dat.
We hoeven er niet omheen te draaien: de definitieve oplossing moet ergens anders vandaan komen. Van mensen moeten wij het niet verwachten.

En hier komt de kern van het Evangelie in zicht.
Immers, de Zoon van God “…werd mishandeld, maar hij liet zich verdrukken en deed zijn mond niet open; als een lam dat ter slachting geleid wordt, en als een schaap dat stom is voor zijn scheerders, zo deed hij zijn mond niet open”. Dat lezen wij in Jesaja 53[9]. Dat lam is nodig om Gods volk uit de ellende weg te halen. Dat lam is nodig om Gods kinderen te verlossen!
In Psalm 40 wordt over Gods Zoon geprofeteerd:
“In slachtoffer en spijsoffer hebt Gij geen behagen,
– Gij hebt mij geopende oren gegeven –,
brandoffer en zondoffer hebt Gij niet gevraagd.
Toen zeide ik: Zie, ik kom;
in de boekrol is over mij geschreven;
ik heb lust om uw wil te doen, mijn God,
uw wet is in mijn binnenste”[10].

Vlucht uit Babel weg! Dat wordt in Jeremia 50 en 51 tegen de kerk gezegd.
In Openbaring 18 horen we de echo van die woorden.
In de Openbaring aan Johannes gaat het niet meer over Babel.
Nee, het gaat daar over Babylon. Babylon is, zo schreef een exegeet eens, het “toppunt van alle kwade krachten in de geschiedenis”. Er is daar sprake van “uiterste verdorvenheid en strafwaardigheid”[11].
In Openbaring 18 zegt een stem uit de hemel: “…Gaat uit van haar, mijn volk, opdat gij geen gemeenschap hebt aan haar zonden en niet ontvangt van haar plagen. Want haar zonden hebben zich opgehoopt tot aan de hemel en God heeft aan haar ongerechtigheid gedacht”[12].
Onder de eerste hoorders van de Openbaring waren arme mensen. Maar er waren ook puissant rijke mensen die veel invloed in de samenleving hadden[13]. Welnu – zo wordt hier gezegd – maak u zelf vooral niet verdacht! Blijf ver weg van de samenleving waarin geld en macht de belangrijkste graadmeters voor uw status zijn!
En in 2016 worden ook wij vermaand: blijf weg uit de sfeer van macht en weelde. Laten we ons maar verre houden van een sfeer waarin ons welzijn slechts afhangt van kapitaal en koopkracht, van kasreserves en kosteninflatie. We zijn helemaal afhankelijk van de verlossing door Jezus Christus!

Eigenlijk is de taak van de kerk Anno Domini 2016 kinderlijk eenvoudig.
We moeten al onze zoektochten beëindigen. We moeten ophouden met zuchten en zweten. We moeten niet op zoek gaan naar een lekker leventje. En we moeten ons niet laten verlokken door wenkende welvaart. Want: “… naar al deze dingen gaat het zoeken der heidenen uit. Want uw hemelse Vader weet, dat gij dit alles behoeft. Maar zoekt eerst Zijn Koninkrijk en Zijn gerechtigheid en dit alles zal u bovendien geschonken worden. Maakt u dan niet bezorgd tegen de dag van morgen, want de dag van morgen zal zijn eigen zorgen hebben; elke dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad”[14].

En zo komt het dat de schapen hun Herder steeds herkennen.
En zij volgen Hem.
Jezus prent het hen in: “Ik ben de deur; als iemand door Mij binnenkomt, zal hij behouden worden; en hij zal ingaan en uitgaan en weide vinden”[15].

Noten:
[1] Johannes 10:11.
[2] Dit artikel is een bewerking van een stuk dat ik eerder schreef. Dat stuk is gedateerd op donderdag 11 januari 2007.
[3] Jeremia 50:17-20.
[4] Jeremia 50:4 en 5.
[5] Jeremia 50:8.
[6] Jeremia 50:6 a.
[7] Jeremia 50:45.
[8] Jeremia 50:17.
[9] Jesaja 53:7.
[10] Psalm 40:7, 8 en 9 (onberijmd).
[11] Dr. H.R. van de Kamp, “Openbaring – Profetie vanaf Patmos”. – Kampen: Kok, © 2000. – p. 371.
[12] Openbaring 18:4 en 5.
[13] Zie: Van de Kamp, a.w., p. 403.
[14] Mattheüs 6:32, 33 en 34.
[15] Johannes 10:9.

12 oktober 2012

De Bruidegom is in aantocht

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , , ,

Gelovige mensen kijken met zekere regelmaat bevreemd naar de gebeurtenissen om hen heen. En zij vragen zich af: is dit mijn wereld? Hoor ik hier bij?
Soms denken kinderen van God dat deze wereld ten onder gaat. Wat blijft er, zo vragen zij vertwijfeld, van deze chaos over?

Mensen die zulke vraagtekens bij zich dragen, mogen Openbaring 19 lezen.
Er wordt een loflied gezongen. Dat lied gaat over de val van Babylon. Dat Babylon ophoudt te bestaan, betekent dat de Here de definitieve overwinning heeft behaald. De Schepper van hemel en aarde velt het eindoordeel. En dat vonnis heeft gevólgen. Zo groot is de macht van onze God.
De hemelse bruiloft kan beginnen!
In de hemel wordt dat zo aangekondigd: “Halleluja! Want de Here, onze God, de Almachtige, heeft het koningschap aanvaard. Laten wij blijde zijn en vreugde bedrijven en Hem de eer geven, want de bruiloft des Lams is gekomen en zijn vrouw heeft zich gereedgemaakt; en haar is gegeven zich met blinkend en smetteloos fijn linnen te kleden, want dit fijne linnen zijn de rechtvaardige daden der heiligen”[1].

Wat zien wij als we de schijnwerpers op Babylon richten[2]?
Het wóórd Babylon zegt al veel. Het Hebreeuwse woord voor ‘verwarren’ lijkt in klank op het Akkadische bab-ili. De oorsprong van ons woord ‘babbelen’ ligt daar ook. Eertijds kende men, als ik het goed weet, in het Nieuwfries zelfs het woord ‘babelen’[3]. In het verband van Openbaring 19 zouden wij kunnen zeggen: het gebabbel houdt op. Het geklets vindt een einde. Dat maakt al een beetje duidelijk welke kant het op gaat.
Babylon is het machtscentrum van de tegenstrevers van God. De stad is – om met Openbaring 17 te spreken – “de moeder van de hoeren en van de gruwelen der aarde”[4]. “Haar zonden hebben zich”, zo meldt Openbaring 18 ons, “opgehoopt tot aan de hemel en God heeft aan haar ongerechtigheid gedacht”[5].
Even zo goed is er in Babylon veel te beleven. Een zakenman die zijn zaak uit wil breiden, moet gauw zorgen dat hij in Babylon komt. Er worden hele ladingen kostbare goederen aangevoerd: “lading van goud, zilver, edelgesteente en paarlen, van fijn linnen, purper, zijde en scharlaken; allerlei welriekend hout, allerlei snijwerk van ivoor en allerlei voorwerpen van het kostbaarste hout, van koper, ijzer en marmer, kaneel, specerij, reukwerk, mirre, wierook, wijn, olie, bloem en tarwe, lastdieren, schapen; lading van paarden en wagens en van lichamen; en zielen van mensen”.
Pardon?
Lichamen?
Zielen van mensen?
Dat is, geloof ik, het meest schokkende van Openbaring 17 en 18: de mensen worden in één adem genoemd met de dingen. De mensen worden op één hoop geschoven met de dagelijkse spullen.
Conclusie: in Babylon – zeg maar even: in de wereld – zijn mensen net zoveel waard als, laten we maar zeggen, dure horloges en snelle auto’s. En eigenlijk zijn ze minder waard: dode mensen en prijzige bontjassen liggen notabene gewoon naast elkaar. Zo gáát dat in de wereld.

Laten we het ons maar even voorstellen: een combinatie van Amsterdam, Parijs, Guatemala-Stad en Las Vegas.
Amsterdam: multiculturele stad waar wonen, onderwijs, mobiliteit, werk, toerisme en media samenkomen.
Parijs: stad waar de mode een grote rol speelt.
Guatemala-Stad: metropool die wellicht het predicaat ‘wereldhoofdstad van de misdaad’ kan krijgen.
Las Vegas: stad van extravagante casino’s en gokkasten.
Welnu, dat alles gaat tegen de vlakte. Al die welvaart, al dat plezier, die energieke activiteit en die criminaliteit worden van de wereld afgeveegd.

En daartegenover staat dan het fijne linnen van de rechtvaardige daden der gelovigen.
Hoe men het ook wenden of keren wil: met die prachtige kleding houd je ’t veel langer vol dan met werelds welzijn en seculiere welvaart.
Dat geloven wij nu.
En dat gaan wij straks zien.

De kerk krijgt bruidskleding aan.
Want de kerk is de bruid van Christus.
Daarover lezen we in de Bijbel vaker. Ik noem:
* Jesaja 54, over de heerlijke toekomst van Sion: “Want uw man is uw Maker, HERE der heerscharen is zijn naam; en uw losser is de Heilige Israëls, God der ganse aarde zal Hij genoemd worden. Want als een verlaten en diep bedroefde vrouw heeft u de HERE geroepen, als een vrouw uit de jeugdtijd, nadat zij versmaad werd – zegt uw God. Een kort ogenblik heb Ik u verlaten, maar met groot erbarmen zal Ik u tot Mij nemen”.
* Jeremia 33, een hoofdstuk waarin de Here prachtige beloften doet: “Zo zegt de HERE: In deze plaats, waarvan gij zegt: Zij is verwoest, mens noch dier is er, in de steden van Juda en op de straten van Jeruzalem die woest liggen, zonder mensen, zonder inwoners en zonder dieren, zal weer gehoord worden de stem der vreugde en de stem der vrolijkheid, de stem van de bruidegom en de stem der bruid, de stem van hen die zeggen: Looft de HERE der heerscharen, want de HERE is goed, want zijn goedertierenheid is tot in eeuwigheid! terwijl zij lofoffers in het huis des HEREN brengen; want Ik zal in het lot van het land een keer brengen, zodat het wordt als tevoren, zegt de HERE”.
* Hosea 2, de Here zegt tegen Israël: “Ik zal u Mij tot bruid werven voor eeuwig: Ik zal u Mij tot bruid werven door gerechtigheid en recht, door goedertierenheid en ontferming; Ik zal u Mij tot bruid werven door trouw; en gij zult de HERE kennen”[6].

In Openbaring 19 kunnen wij lezen: “…en zijn vrouw heeft zich gereedgemaakt”.
De kerk maakt zich klaar voor het bruiloftsfeest.
Wáár de wereld zich ook mee bezighoudt – de kerk komt, om zo te zeggen, langzamerhand in feeststemming.
Wáár de wereld zich ook druk over maakt – de kerk maakt zich op voor de dag waarop voor de hele wereld duidelijk zal worden hoe groot de eeuwige trouw van de Here is.

De kerk heeft daar nu al weet van[7].
Stefanus zag, voordat hij sterven zou, hoe de hemel open ging. Hij zag hoe de Christus aan Vaders rechterhand stond[8]. Wij mogen weten dat de hemel nóg eens open zal gaan.
Trouwens: Efeziërs 5 staat niet voor niks in de Bijbel. Daar gaat het over de gemeente die door Jezus Christus geheiligd wordt[9]. De Heiland houdt zogezegd grote schoonmaak.
Wij weten ook dat Christus op dit moment aan Vaders rechterhand zit. En één ding is zeker: Christus zal niet onverhoeds van zitplaats veranderen. De schrijver van de brief aan de Hebreeën licht ons daar in hoofdstuk 1 over in[10].

Op de eerste Pinksterdag heeft onze Heiland Zijn Geest gezonden.
En Hij heeft het beloofd: Mijn Geest blijft voor altijd bij u.

Hoe gaat dit aflopen?
De apostel Paulus heeft beschreven hoe de ontknoping van de wereldhistorie er voor de kerk uitziet. Ik citeer 1 Thessalonicenzen 4: “…indien wij geloven, dat Jezus gestorven en opgestaan is, zal God ook zó hen, die ontslapen zijn, door Jezus wederbrengen met Hem. Want dit zeggen wij u met een woord des Heren: wij, levenden, die achterblijven tot de komst des Heren, zullen in geen geval de ontslapenen voorgaan, want de Here zelf zal op een teken, bij het roepen van een aartsengel en bij het geklank ener bazuin Gods, nederdalen van de hemel, en zij, die in Christus gestorven zijn, zullen het eerst opstaan; daarna zullen wij, levenden, die achterbleven, samen met hen op de wolken in een oogwenk weggevoerd worden, de Here tegemoet in de lucht, en zó zullen wij altijd met de Here wezen. Vermaant elkander dus met deze woorden”[11].

Ware gelovigen staan in de wereld. Ze horen daar niet echt bij. Maar zij wonen er wel.
Het ene kind van God staat er middenin, jong en actief als hij is.
Het andere kind van God staat aan de zijlijn. Misschien is hij al wat ouder. En misschien nemen de mentale krachten langzaam wat af.
Maar die beide kinderen van God mogen het zich realiseren: Openbaring 19 staat nog altijd in Gods Woord. Hier beneden stamelen zij maar wat. En misschien is hun strijdlust soms tanende. Laten zij dan maar bedenken: boven wordt de lofzang overgenomen.
Er is alle reden om geloofsblijdschap te blijven tonen.
Want de kerk, boven én beneden, wordt gereed gemaakt voor een heerlijke bruiloft!

Noten:
[1] Openbaring 19:6, 7 en 8.
[2] In het onderstaande gebruik ik onder meer http://nl.wikipedia.org/wiki/Babylon_(stad) .
[3] Zie http://www.etymologiebank.nl/trefwoord/babbelen .
[4] Openbaring 17:5.
[5] Openbaring 18:5.
[6] Achtereenvolgens citeer ik: Jesaja 54:5, 6 en 7; Jeremia 33:10 en 11; Hosea 2:18 en 19.
[7] In het onderstaande gebruik ik onder meer http://www.oudesporen.nl/Download/10-19.pdf .
[8] Zie Handelingen 7:55 en 56: “Maar hij (= Stefanus), vol van de heilige Geest, sloeg de ogen ten hemel en zag de heerlijkheid Gods en Jezus, staande ter rechterhand Gods. En hij zeide: Zie, ik zie de hemelen geopend en de Zoon des mensen, staande ter rechterhand Gods”.
[9] Efeziërs 5:25 en 26: “Mannen, hebt uw vrouw lief, evenals Christus zijn gemeente heeft liefgehad en Zich voor haar overgegeven heeft, om haar te heiligen”.
[10] Hebreeën 1:3: “Deze, de afstraling zijner heerlijkheid en de afdruk van zijn wezen, die alle dingen draagt door het woord zijner kracht, heeft, na de reiniging der zonden tot stand gebracht te hebben, Zich gezet aan de rechterhand van de majesteit in den hoge”.
[11] 1 Thessalonicenzen 4:14-18.

Blog op WordPress.com.