gereformeerd leven in nederland

9 mei 2019

Geen beeld beschikbaar

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Mijn smartphone heeft geen beeld, hoe los ik dat op?
Dat is een hedendaagse vraag waaruit achtereenvolgens een grote mate van korzeligheid en een gestadig toenemende wanhoop spreekt.

Intussen is onze God in geen enkele afbeelding te vangen.
Hoe sfeervol het plaatje ook is –
Hoe fraai een beeld ook gebeeldhouwd is –
altijd is God nog mooier, nog groter, nog machtiger.

Men zegt wel: een beeld zegt meer dan duizend woorden. En heel vaak kan men dat beamen.
Niettemin zegt de Heidelbergse Catechismus, dat oude leerboek van de kerk: “God kan en mag op geen enkele manier afgebeeld worden. De schepselen mogen wel afgebeeld worden, maar God verbiedt dat wij een afbeelding van hen maken of hebben om die te vereren of God daardoor te dienen”[1].

En bij nader inzien is dat zo gek nog niet.

Een paar jaar geleden promoveerde de heer Tom Powell op een studie naar de effecten van tekst en beeld in het nieuws.
Uit het Reformatorisch Dagblad citeer ik: “Een van de beelden waarmee de communicatiewetenschapper werkte, was de beroemde foto van de verdronken peuter Aylan uit Syrië die op het strand van het Turkse Bodrum lag. Het beeld schokte de wereld. Maar zorgde het beeld daarvoor, of was het voornamelijk de tekst bij de foto die mensen roerde?
Voor zijn onderzoek liet Powell de foto aan Nederlandse en Amerikaanse proefpersonen zien. Het beeld stond expres bij een bericht over een strenger vluchtelingenbeleid. Achteraf stelde Powell vragen als: wil je de petitie tekenen om meer vluchtelingen op te vangen in Nederland? Steun je de militaire interventie in Syrië?
Wat bleek? Het beeld van de verdronken peuter zet aan tot acties zoals doneren aan een hulporganisatie, maar de tekst zorgt uiteindelijk voor verandering van politieke standpunten”.
In het bericht stond ook te lezen: “Een tekst lezen kost meer tijd, maar laat je wel de exacte betekenis weten”[2].

Dus:
* tekst zorgt voor nuancering van meningen
* tekst zorgt voor verandering van opinies
* met tekst komt de precieze boodschap die men brengen wil beter over.

Aldus bezien komt Exodus 34 helder in het licht te staan: “U mag u geen gegoten ​goden​ maken”[3].
Dat verbod blijkt in het Nederland van 2019 reuze modern te zijn. Immers – wie een beeld aanbidt, loopt het reële gevaar om heel ongenuanceerd te worden. Hij let slechts op de grote lijn. Hij veronachtzaamt allerlei gegevens uit Gods Woord, die belangrijk zijn om meer over God te weten te komen.
De Here laat ons in Zijn werk de exacte betekenis van Zijn geboden en verboden weten. Het blijkt in de praktijk volstrekt onvoldoende om de grote lijn van Gods werk een beetje te volgen. Voordat je ’t weet ga je eigen betekenissen geven aan de woorden die God zegt.

Exodus 34 is een tekst die ook in 2019 heel goed past!

Het was de christelijke gereformeerde hoogleraar M.J. Kater die een paar jaar geleden schreef: “Misschien moeten we eerst eens met elkaar eens afspreken in de kerk dat we niet achter de feiten aan gaan lopen. In de samenleving is al weer duidelijk het verlangen aanwezig naar ‘ont-beamering’ en een informatiedieet en verschijnen boeken over de grote nadelen van een leven in flitsende beelden en one-liners. Evenmin is het juist te denken dat we vandaag voor het eerst in een visueel ingestelde maatschappij leven. Er zijn studies in overvloed die erop wijzen dat de ontwikkeling van het modernisme sinds de 17e eeuw gepaard ging met zien als hoogste zintuigelijke waarneming”[4].
Verbeelding en fantasie – dat zijn gaven van God. Dat is zeker!
Maar in de dienst aan God wordt niets aan de verbeelding overgelaten.
Laten we elkaar in dit verband wijzen op woorden uit 2 Koningen 18: “Hij – dat is Hizkia – nam de offerhoogten weg, sloeg de ​gewijde stenen​ in stukken en hakte de gewijde palen om. Hij verbrijzelde ook de ​koperen slang, die ​Mozes​ gemaakt had, omdat de Israëlieten er tot die tijd toe ​reukoffers​ aan gebracht hadden; men noemde hem Nehustan”[5]. Nehustan – dat wil zeggen: ‘ding van koper’. En de maatregel is duidelijk: weg met dat ding!

Van de God van hemel en aarde bestaan geen goed gelijkende tekeningen.
Geen schilderijen.
Geen foto’s.
Geen beeldjes.
Geen hologrammen.
Geen powerpointpresentaties.
Niets van dat alles.
God zegt: ‘Ik ben oneindig veel groter dan uw animatietechniek en uw beeldmedia. Ik ben niet in een breedbeeld te vangen’.
God zegt: ‘lees Mijn Woord, en aanbidt Mij’.
God zegt: ‘weg met plaatjes, prentjes en poppetjes’.
God zegt: ‘Mijn Woord zegt genoeg. Meer dan genoeg. In dat Woord, daar leert u Mij kennen!’.

Noten:
[1] Heidelbergse Catechismus – Zondag 35, antwoord 97.
[2] “Beelden zeggen niet altijd meer dan duizend woorden”. In: Reformatorisch Dagblad, donderdag 21 september 2017, p. 10.
[3] Exodus 34:17.
[4] M.J. Kater, “Het Woord verkondigen in een visuele maatschappij”. In: De Wekker, vrijdag 1 september 2017, p. 6-9.
[5] 2 Koningen 18:4.

24 april 2018

Vernieuwde beelden

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Dit artikel begint bij stomme beelden.
Bij beelden die niet kunnen spreken, dus.

Daarover gaat het ook in de Heidelbergse Catechismus, dat oude leerboekje van de kerk.
In Zondag 35 staat onder meer het volgende.

“Wat eist God in het tweede gebod?
Antwoord:
Dat wij God op geen enkele manier afbeelden en Hem op geen andere wijze vereren dan Hij in zijn Woord bevolen heeft”[1].

Iemand die dat leest, zou kunnen denken: waarom mag dat niet?
Het is toch fijn om iets of iemand vast te kunnen pakken?
Daar wordt het toch veel makkelijker van?
Toch is er een goede reden om het afbeelden van God na te laten.
Want God is veel groter dan wij. Zelfs de meest wijze man kan niet aan God tippen. De meest wijze vrouw komt niet bij God in de buurt.

Dat is een deel van de achtergrond van de volgende vraag en het antwoord in dat oude lesboekje:
“Mag men dan helemaal geen beelden maken?
Antwoord:
God kan en mag op geen enkele manier afgebeeld worden. De schepselen mogen wel afgebeeld worden, maar God verbiedt dat wij een afbeelding van hen maken of hebben om die te vereren of God daardoor te dienen”[2].

Daarbij komt: beelden kunnen niet praten.
Maar God is, om het zo maar te zeggen, springlevend.
In de Bijbel spreekt Hij vandaag nog altijd tegen ons. De Catechismus spreekt over ‘levende verkondiging’.
Dat is, wat mij betreft, een wat bijzondere term. In 2012 heb ik daar al eens iets over geschreven[3].

Die term betekent in ieder geval: verkondiging midden in het leven van vandaag.
En ook: verkondiging die op de toekomst gericht is. Op de toekomst die wij in de hemel hebben.

De apostel Paulus heeft daar veel over geschreven.
In 1 Corinthiërs 15 bijvoorbeeld.
Ik haal een paar woorden uit dat hoofdstuk: “En zoals wij het beeld van de stoffelijke gedragen hebben, zo zullen wij ook het beeld van de Hemelse dragen”[4].

Het is voorstelbaar dat iemand die het bovenstaande voor het eerst leest, bij zichzelf denkt: dit is geheimtaal.
Het wordt al iets duidelijker als we de woorden die eraan voorafgaan ook citeren. “De eerste mens is uit de aarde, stoffelijk; de tweede Mens is de Heere uit de hemel. Zoals de stoffelijke is, zo zijn ook de stoffelijke mensen, en zoals de Hemelse is, zo zijn ook de hemelse mensen”[5].
Daar staat dus:
* we zijn nu nog aards
* net als de eerste mens, Adam.
* maar er komt een tijd dat we hemels zullen zijn, net als Jezus Christus.

Christenen zijn daarom, goed beschouwd, heel progressieve mensen.
Vooruitstrevend. Gericht op datgene wat komt.
Dat betreft niet alleen het lichaam, maar ook de geest.
Het gehele bestaan gaat gloriëren. Het wordt heerlijk!

De meeste en oudste handschriften lezen dat vers uit 1 Corinthiërs 15 – “wij zullen het beeld van de Hemelse dragen” – als een oproep: laten wij het beeld van de Hemelse dragen.
Dan is het dus een aansporing.
Een dringende uitnodiging.

Maar die aansporing is eigenlijk heel logisch.
Waarom?
Omdat God mensen uitkiest. Hij zegt: u hoort bij Mij.
Hij voert een plan uit. Hij weet al heel lang wat onze bestemming is.
De apostel Paulus schrijft in zijn brief aan de christenen in Rome, hoofdstuk 8: “Want hen die Hij van tevoren gekend heeft, heeft Hij er ook van tevoren toe bestemd om aan het beeld van Zijn Zoon gelijkvormig te zijn, opdat Hij de ​Eerstgeborene​ zou zijn onder vele broeders”[6].
Gelovige mensen zullen in de hemel echt Thuis zijn. Het is niet de bedoeling van de Eerstgeborene, Jezus Christus, om de hemel enkel en alleen te bestemmen voor de drie-enige God: Vader, Zoon en Heilige Geest. Nee, heel Zijn volk mag meegenieten van de eeuwige heerlijkheid!

In 1 Johannes 3 staat: “Maar wij weten dat, als Hij geopenbaard zal worden, wij Hem gelijk zullen zijn; want wij zullen Hem zien zoals Hij is”[7].
Dan begrijpen wij blijkbaar wie Hij is.
We leven dan op hetzelfde hemelse niveau als Hij.

En dat wordt pas echt leven.
Dan is alle verdriet weg. De tranen zijn definitief afgeveegd. Lichamelijke en psychische klachten zijn uit de wereld. Het woord ‘angst’ staat niet meer in ons woordenboek. De twijfels zijn verdwenen.
Het leven wordt vrede.
Het wordt een eeuwigheid van geluk, die nu nog onvoorstelbaar is!

Daar mogen we ons op verheugen.
Zelfs als we diep in de ellende zitten, mogen we zeggen: het wordt beter, veel beter!
En we bereiden ons erop voor: dit is nog maar een klein begin, het wordt nog veel mooier.
Vol verwachting klopt ons hart – nee, niet alleen in de decembermaand.

Dan begrijpen we ook stukken beter waarom Zondag 35 van de Heidelbergse Catechismus het over ‘stomme beelden’ heeft.
Want wat moet je nou met beelden als je het magnifieke perspectief van de hemel hebt?
Niks natuurlijk. Helemaal niks.

Noten:
[1] Heidelbergse Catechismus – Zondag 35, antwoord 96.
[2] Heidelbergse Catechismus – Zondag 35, antwoord 97.
[3] Zie mijn artikel ‘Levende verkondiging’; hier gepubliceerd op dinsdag 11 december 2012. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2012/12/11/levende-verkondiging/ .
[4]
1 Corinthiërs 15:49.
[5] 1 Corinthiërs 15:47 en 48.
[6] Romeinen 8:29.
[7] 1 Johannes 3:2.

12 september 2017

Het nieuwe denken

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

Zondag 4 geeft, om zo te zeggen, een omschrijving van het ultieme dieptepunt in de geschiedenis van de mensheid.
Ik citeer:
“Doet God de mens dan geen onrecht, dat Hij in zijn wet van hem eist wat hij niet doen kan?
Antwoord:
Nee, want God heeft de mens zo geschapen, dat hij dit kon doen. Maar de mens heeft zichzelf en al zijn nakomelingen, op ingeving van de duivel en door moedwillige ongehoorzaamheid, van deze gaven beroofd”[1].

In de Nederlandse Geloofsbelijdenis belijden wij: “Wij geloven dat door de ongehoorzaamheid van Adam de erfzonde zich over heel het menselijk geslacht heeft verbreid. Zij is een verdorvenheid van de hele natuur en een erfelijk kwaad, waarmee zelfs de kleine kinderen in de moederschoot besmet zijn. Zij is namelijk de wortel waaruit allerlei zonden in de mens voortkomen. Daarom is ze zó gruwelijk en afzichtelijk voor God, dat zij reden genoeg is om het menselijk geslacht te veroordelen. Zelfs door de doop is zij niet geheel vernietigd of uitgeroeid, omdat de zonde altijd uit deze verdorvenheid ontspringt als opwellend water uit een giftige bron. Zij wordt evenwel de kinderen van God niet toegerekend om hen te veroordelen, maar door zijn genade en barmhartigheid vergeven, niet om de gelovigen zorgeloos in de zonde te laten voortleven, maar om hen door het besef van deze verdorvenheid dikwijls te doen zuchten van verlangen, uit het lichaam, dat in de macht van de dood is, verlost te worden”[2].

Nee, Zondag 4 maakt gelovige mensen niet ziek, zwak, zielig en nooddruftig.
Het aardse leven in de kerk moet niet gekenmerkt worden door de drieslag Zucht – Steun – Moeilijk.
Jazeker, de hemelse God is consequent. En rechtvaardig.
De God van hemel en aarde beschouwt mensen, om zo te zeggen, als volwaardige partners in het verbond. Hij marchandeert niet. Zo van: u bent gevallen en gewond; daarom stel Ik de eisen nu een beetje bij.
Hij biedt ons echter ook Zijn genade en barmhartigheid aan. Hij begint aan een levenslange ombuigingsoperatie!

In het Schriftbewijs onder Zondag 4 komen wij woorden tegen uit Efeziërs 4.
Paulus schrijft daar over mensen die Christus hebben leren kennen.
En dus, betoogt de apostel, wordt de aankleding van het leven heel anders. Paulus noteert dat u zich “bekleedt met de nieuwe mens, die overeenkomstig het beeld van God geschapen is, in ware ​rechtvaardigheid​ en ​heiligheid”[3].
Ziet u dat het Goddelijk beleid heel consistent is?
Ons leven is niet hier en daar een beetje gerenoveerd. Ons leven wordt niet voorzichtig gemoderniseerd. Nee, de boel wordt grondig aangepakt!

God moet ons, zondige mensen, echt omturnen!
Wij moeten weer een beeld van God worden.
Mensen die Gods kinderen in de wereld bezig zien, kunnen een goed beeld van God krijgen.
Hoe laten gelovigen dat beeld zien? Door:
* eerbied voor God
* trouw aan God
* gebed tot God.
God is machtig; daarom is ontzag op zijn plaats.
God heeft een verbond met ons gesloten; daarom is trouw aan Hem belangrijk.
God leidt ons aan Zijn Vaderhand naar Zijn toekomst toe; biddend wandelen wij met God door de wereld.
Maar nee, ons leven is beslist niet één grote brok eerbied. Ons leven is bij lange na niet één enorme portie trouw. En ons leven is zeker niet één lang gebed.
Sterker nog, daar zijn wij nog heel ver van af.

Ach, misschien denken wij wel eens: het wordt nooit meer wat met ons!

Dat is echter een enorme misvatting van gelovige mensen.
Volgens Efeziërs 4 is het zo dat zij vernieuwd worden in de geest van hun denken[4].
Wat is de kern van dat nieuwe denken?
De kern is: zij gaan een nieuwe toekomst tegemoet!

De Spreukenleraar zei het trouwens al:
“Laat je ​hart​ niet jaloers zijn op de zondaars,
maar heel de dag blijven in de vreze des HEEREN.
Want juist dan is er toekomst,
en word je hoop niet afgesneden”[5].
Er is in feite niets nieuws onder de zon!

Wij gaan een nieuwe toekomst tegemoet.
Onze Voorganger is die toekomst al ingegaan. In Efeziërs 4 lezen wij namelijk: “Maar aan ieder van ons is de ​genade​ gegeven naar de maat van de gave van ​Christus. Daarom zegt Hij: Toen Hij opvoer in de hoogte, nam Hij de ​gevangenis​ gevangen en gaf Hij gaven aan de mensen. Wat betekent dit ‘toen Hij opvoer’ anders dan dat Hij ook eerst neergedaald is in de diepten, namelijk de aarde? Degene Die neergedaald is, is ook Degene Die opgevaren is ver boven alle hemelen om alle dingen te vervullen”[6].
Christus heeft Zijn kinderen gaven gegeven. Dat kon Hij doen. Want Hij heeft geleden, is gestorven, opgestaan uit de dood en opgevaren naar de hemel. Vandaar doordringt Hij alles met Zijn zegen en Zijn macht[7].

Wij gaan een nieuwe toekomst tegemoet.
Zondag 4 leert ons: wij hebben daar zelf niets aan bijgedragen. Helemaal niets.
De mens heeft de van God gekregen gaven namelijk afgewezen.
Verworpen.
Weggegooid.

En toch gaan wij een nieuwe toekomst tegemoet.
Onze Heiland heeft die gaven namelijk aan Zijn kerk teruggegeven. Die gaven worden weer gebruikt. En omdat het hemelse gaven zijn hebben ze, om zo te zeggen, een certificaat van echtheid en oprechtheid.

Zondag 4 toont ons het dieptepunt van de wereldgeschiedenis.
Maar Zondag 4 verwijst ons ook naar de Heiland.
Door Hem gaat de toekomst open. Een toekomst met een eeuwig hoogtepunt.

De mens heeft zichzelf en al zijn nakomelingen van Gods gaven beroofd.
De gevolgen zien wij om ons heen.
Twee voorbeelden daarvan, naar aanleiding van vrij recente gebeurtenissen.
* Nalatigheid en bedrog geven de toon aan in een allengs groter wordend eierschandaal. Is de volksgezondheid in Nederland en een aantal andere landen in gevaar, of valt het allemaal mee?
* De raketproeven in Noord-Korea. De Noord-Koreaanse leider Kim-Jong-Un bezigt diverse keren dreigende taal; hij spreekt zelfs over een ‘totale oorlog’. De Amerikaanse president Trump gebruikt, in reactie daarop, ook oorlogstaal. Is het grotendeels retoriek, of toch niet?[8]
Mensen zoeken hun eigen heil. En voordat wij ’t weten marcheren zij en masse bij God vandaan, ondermijnen elkaars vertrouwen en gaan bijkans over tot vernietiging van zichzelf en de rest van de wereld.

Zondag 4 leert ons waar de oorsprong ligt van deze ontstellende neergang.

Wat staat de kerk te doen?
Laten wij, om tenslotte met Efeziërs 4 te spreken, “door ons in ​liefde​ aan de waarheid te houden, in alles toe groeien naar Hem Die het Hoofd is, namelijk ​Christus. Van Hem uit wordt het hele lichaam samengevoegd en bijeengehouden door elke band die ondersteuning geeft, overeenkomstig de mate waarin ieder deel werkzaam is. Zo verkrijgt het lichaam zijn groei, tot opbouw van zichzelf in de ​liefde”[9].

Noten:
[1] Heidelbergse Catechismus – Zondag 4, vraag en antwoord 9.
[2] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 15.
[3] Efeziërs 4:24.
[4] Efeziërs 4:23.
[5] Spreuken 23:17 en 18.
[6] Efeziërs 4:7-10.
[7] Zie de webversie van de Studiebijbel; commentaar bij Efeziërs 4:10.
[8] Zie hierover https://nos.nl/artikel/2187717-week-in-beeld-kippeneieren-kim-en-kampioenen.html ; geraadpleegd op maandag 14 augustus 2017.
[9] Efeziërs 4:15 en 16.

6 februari 2017

Geen enkelspel

Het is een bijna modieuze vraag: welk beeld hebt u van God[1]?
Gereformeerde mensen hebben een hekel aan die vraag.
Zij kennen Exodus 20: “U zult voor uzelf geen beeld maken, geen enkele afbeelding van wat boven in de hemel, of beneden op de aarde of in het water onder de aarde is”[2].
De waarschuwing is duidelijk: wij mogen God niet modelleren naar menselijke maat.

Het is belangrijk om dat vandaag goed voor ogen te hebben.

Problemen blijken in de geseculariseerde wereld namelijk maar op één manier te kunnen worden opgelost. Er is maar één oplossing mogelijk; dat is een menselijke oplossing.
Meneer X moet zijn eigen problemen oplossen. En mevrouw Y moet haar eigen vragen beantwoorden.
De denkbeelden over God hangen geheel van persoonlijke omstandigheden af.
De gedachten van God worden beïnvloed door de hoogst individuele keuzes van meneer X en mevrouw Y.
Zodoende klinkt nu door heel het zwerk en gans ’t gewelf: meneer en mevrouw, help voortaan maar uzelf.

Gereformeerden lezen Gods Woord. Zij schuilen bij de God van het verbond. Zij zeggen mét Paulus in 1 Corinthiërs 6: “…Of weet u niet, dat uw lichaam een tempel is van de Heilige Geest, Die in u is en Die u van God hebt ontvangen, en dat u niet van uzelf bent?
U bent immers duur gekocht. Verheerlijk daarom God in uw lichaam en in uw geest, die van God zijn”[3].
Gereformeerde mensen weten dat zij door de Heilige Geest aangestuurd worden. Ze weten dat ze bestuurd worden.
Gereformeerden kennen het leven met God. Zij weten dat hun bestaan, als ik het met een tennisterm omschrijven mag, geen enkelspel is.
Gereformeerden redeneren daarom vaak in het meervoud.
U kunt dat bijvoorbeeld zien in 2 Timotheüs 1. Paulus schrijft daar: “Bewaar door de Heilige Geest, Die in ons woont, het goede pand, dat u toevertrouwd is”[4].

Van nature zijn wij, Gereformeerden van 2017, individueel ingestelde mensen. Wij houden niet van een gecompliceerde wereld. Wij kijken naar onszelf, en daarmee uit.
Intussen zijn wij het eigendom van de drie-enige God. Dat is de God “waarin drie Personen zijn, namelijk de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Deze zijn werkelijk en van eeuwigheid onderscheiden naar hun onmededeelbare eigenschappen”[5].
De Vader is de Schepper van alle dingen. Over Hem wordt in Openbaring 4 gezegd: “U bent het waard, Heere, te ontvangen de heerlijkheid, de eer en de kracht, want U hebt alle dingen geschapen, en door Uw wil bestaan zij en zijn zij geschapen”[6].
In Christus’ werk zien we de Goddelijke genade, de creativiteit van het Goddelijke verlossingswerk en hemelse almacht verenigd. Paulus schrijft in 1 Corinthiërs 1 over “Christus, de kracht van God en de wijsheid van God. Want het dwaze van God is wijzer dan de mensen en het zwakke van God is sterker dan de mensen”[7].
De Heilige Geest laat zien welke energieën er los komen als God in het leven van mensen aan het werk gaat. Maria, de moeder van Jezus, kreeg daar heel direct mee te maken. Bij de aankondiging van Jezus’ geboorte zei de engel: “De Heilige Geest zal over u komen en de kracht van de Allerhoogste zal u overschaduwen. Daarom ook zal het Heilige Dat uit u geboren zal worden, Gods Zoon genoemd worden”[8].

Wie deze Schriftuurlijke gegevens overziet, ontdekt al gauw dat het spreken over ‘godsbeelden’ dicht in de buurt komt van onzinnigheid.
Welk redelijk mens kan zoveel Goddelijke glorie in woorden vatten?
Niemand toch?

Athanasius beleed dan ook: “Het algemeen geloof nu is dit, dat wij de ene God in de Drieheid en de Drieheid in de Eenheid vereren, zonder de Personen te vermengen of het wezen te delen. Want de Persoon van de Vader en die van de Zoon en die van de Heilige Geest zijn van elkaar onderscheiden, maar de Vader en de Zoon en de Heilige Geest hebben één goddelijkheid, gelijke heerlijkheid, dezelfde eeuwige majesteit. Zoals de Vader is, zo is de Zoon, zo is ook de Heilige Geest. Ongeschapen is de Vader, ongeschapen de Zoon, ongeschapen de Heilige Geest; onmetelijk is de Vader, onmetelijk de Zoon, onmetelijk de Heilige Geest; eeuwig is de Vader, eeuwig de Zoon, eeuwig de Heilige Geest. En toch zijn Zij niet drie eeuwigen, maar één eeuwige; zoals Zij niet drie ongeschapenen of drie onmetelijken zijn, maar één ongeschapene en één onmetelijke. Evenzo is de Vader almachtig, de Zoon almachtig, de Heilige Geest almachtig; en toch zijn Zij niet drie almachtigen, maar één almachtige”[9].
Zo ging Athanasius nog een poosje door. Het leek wel of hij woorden tekort kwam!

Dat gepraat over godsbeelden, en over godsbeelden die aan verandering onderhevig zijn, is ongerijmd.
Het geeft, denk ik, aan hoe onmachtig mensen zich voelen. Als het er op aan komt blijken mensen niet in staat om hun situatie structureel te veranderen.
Zulke veranderingen voert de Here door.

De God van het verbond maakt van Zijn kinderen mensen met een dubbele nationaliteit.
Hij maakt van mensen die enkelspel spelen burgers met een dubbele nationaliteit. Hij maakt van hen personen die een plaats krijgen in het hemels vaderland.
Paulus schreef daarover in Philippenzen 3: “Ons burgerschap is echter in de hemelen, waaruit wij ook de Zaligmaker verwachten, namelijk de Heere Jezus Christus,
Die ons vernederd lichaam veranderen zal, zodat het gelijkvormig wordt aan Zijn verheerlijkt lichaam, overeenkomstig de werking waardoor Hij ook alle dingen aan Zichzelf kan onderwerpen”[10].

Het geldt ook vandaag nog: eenvoudigen worden verhoogd.
Dat is, op de keper beschouwd, onvoorstelbaar.
Maar de Here vraagt ook niet van ons om er godsbeelden op na te houden.
Onze taak is – ik citeer Openbaring 14 -: “de geboden van God en het geloof in Jezus in acht [te] nemen”[11]. Daarmee is alles gezegd.

Wij geloven in de drie-enige God.
En wij hebben een dubbele nationaliteit. Een aardse en een hemelse.
Nee, dat is niet zo eenvoudig.
Maar het is wel waar.
In die situatie hebben godsbeelden afgedaan. Dan biedt de vaste zekerheid van het geloof troost en perspectief.

Noten:
[1] Dit artikel is een bewerking van een stuk dat ik eerder schreef. Dat stuk is gedateerd op vrijdag 1 februari 2008.
[2] Exodus 20:4.
[3] 1 Corinthiërs 6:19 en 20.
[4] 2 Timotheüs 1:14.
[5] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 8.
[6] Openbaring 4:11.
[7] 1 Corinthiërs 1:24b en 25.
[8] Lucas 1:35.
[9] Geloofsbelijdenis van Athanasius.
[10] Philippenzen 3:20 en 21.
[11] Openbaring 14:12

30 juni 2016

Bijna goddelijk

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , ,

De mens is, zoals bekend, geschapen naar Gods beeld[1].
In Psalm 8 staat zelfs:
“Toch hebt Gij hem bijna goddelijk gemaakt,
en hem met heerlijkheid en luister gekroond”[2].
Wij zijn nietige mensen die niettemin weinig minder lijken te zijn dan God. Hoe kan dat?

De vraag is natuurlijk: waar zit ‘m dat bijna-goddelijke in?
Die vraag heeft alles te maken met het beeld dat wij van Christus hebben.
Welk idee hebben wij over hem?

Over dat beeld gesproken: het is al jaren geleden – het was in 1997 – dat de Braziliaanse kunstenaar Cláudio Pastro van het Vaticaan de opdracht kreeg om Christus een nieuw, multiraciaal gezicht te geven[3]. Bij die gelegenheid zei Cláudio indertijd dat hij van mening was dat Christus er als een Braziliaan uit moest zien. Per slot van rekening is Brazilië een smeltkroes van volkeren…
U begrijpt: zulk een beeld bedoel ik niet!

Als in Psalm 8 staat dat de mens bijna goddelijk heeft gemaakt, betekent dat eerst en vooral dat wij met en door Christus kunnen tonen wie Hij is.

Wij kunnen, als het goed is, iets van Gods bescherming zichtbaar maken.
Denkt u in dit verband maar aan Genesis 9. Na de zondvloed zegt God: “Wie des mensen bloed vergiet, diens bloed zal door de mens vergoten worden, want naar het beeld Gods heeft Hij de mens gemaakt”[4].
Ziet u dat de Here hier de cyclus van geweld, die de mens maakt, met kracht doorbreekt?
Elk mens is kostbaar in Gods oog. Elk mens heeft een grote waarde!
Als het over mensen gaat, moeten we niet vragen hoe nuttig iemand nog is voor de samenleving.
Wij moeten al helemaal niet vragen hoeveel economische waarde een man, vrouw of kind voor de maatschappij heeft.
Daar gaat het helemaal niet om. Het menselijk leven moet aan God gewijd zijn[5].
Daar, in Genesis 9, wordt – om zo te zeggen – de rem op het menselijk leven gezet. Wij worden beschermd tegen al te grove zonden in onze relaties. De algemene regel is: als de relaties tussen mensen heel slecht zijn wordt te weinig rekening gehouden met God en met Zijn sturing van ons leven.

Door de geschiedenis heen heeft de God van het verbond Zijn trouw bewezen. In Psalm 17 laat David blijken dat Hij er op vertrouwt dat God recht zal blijven doen. De Here verhoort gebeden. Hij geeft verlossing aan allen die tot Hem roepen. Daarvan is David overtuigd!
En daarom zingt hij in Psalm 17:
“Maar ik zal in gerechtigheid uw aangezicht aanschouwen,
en bij het ontwaken mij verzadigen met uw beeld”[6].
En ja, ook wij zingen dat nog:
“Maar ik zal U naar mijn begeren,
aanschouwen in gerechtigheid.
Als ik ontwaak word ik verblijd:
verzadigd met uw beeld, o HERE!”[7].
Na onze dood mogen we Gods beeld in-drinken. Ja, wij mogen er ons aan vergapen.

En hoe loopt het dan met de goddelozen af?
Asaf is er in Psalm 73 duidelijk over:
“Hoe worden zij in een oogwenk tot een voorwerp van ontzetting,
zijn zij verdwenen, vergaan door verschrikkingen;
gelijk een droom na het ontwaken, o Here,
versmaadt Gij, als Gij opwaakt, hun beeld”[8].
Ja, ook dat zingen wij nog:
“Zij zijn tot puin ineengestort,
zodat hun roem ontzetting wordt.
Als U ontwaakt, verdwijnen zij,
hun beeld gaat als een droom voorbij”[9].
De geloofszekerheid stráált er af!

Wij kunnen, als het goed is, in ons iets van Gods genade zichtbaar maken.
Wij zijn bijna goddelijk omdat Hij Zijn Zoon gegeven heeft. Nu is er weer echt en eeuwig leven mogelijk, naar Gods bedoeling.
De Hebreeënschrijver spreekt er over in hoofdstuk 2:
“Want niet aan engelen heeft Hij de toekomende wereld, waarvan wij spreken, onderworpen. Maar, iemand heeft ergens betuigd, zeggende:
Wat is de mens, dat Gij zijner gedenkt, of des mensen zoon, dat Gij naar hem omziet?
Gij hebt hem voor een korte tijd beneden de engelen gesteld,
met heerlijkheid en eer hebt Gij hem gekroond,
alle dingen hebt Gij onder zijn voeten onderworpen.
Want bij dit: alle dingen hem onderworpen, heeft Hij niets uitgezonderd, dat hem niet onderworpen zou zijn. Doch thans zien wij nog niet, dat hem alle dingen onderworpen zijn; maar wij zien Jezus, die voor een korte tijd beneden de engelen gesteld was vanwege het lijden des doods, opdat Hij door de genade Gods voor een ieder de dood zou smaken, met heerlijkheid en eer gekroond”[10].
Adam heeft zijn ereplaats op aarde verloren.
Maar die plaats wordt vervuld, vol-gemaakt, door Jezus Christus.
Gods plan faalt niet[11].
Jezus Christus is met eer en heerlijkheid gekroond. Hij laat zien wat het doel van het scheppen der mens is. Hij zorgt er voor dat Zijn kinderen die bestemming metterdaad bereiken.

Maar inderdaad – heel veel mensen bereiken die bestemming niet.

Naar Gods beeld: in die term zit daarom ook de antithese verscholen. U weet wel: de kloof tussen tussen gelovigen en ongelovigen, tussen kerk en wereld. Maar die scherpe tegenstelling hoeft ons niet te beangstigen. Teneinde dat te accentueren ga ik tot slot nog even terug naar Psalm 73:
“Wie ver van U geweken is,
komt eenmaal om in duisternis.
Hun zal in ’t oordeel niets meer baten,
die trouweloos uw dienst verlaten.
Maar dit is mijn gelukkig lot:
te mogen schuilen bij mijn God.
Ik bouw op Hem geheel en al,
de HEER, wiens werk ik roemen zal”[12].

Noten:
[1] Dit is een uitwerking van een ‘weeknotitie’ die ik op donderdag 26 juni 1997 schreef. Die notitie heeft het volgnummer 528 en is getiteld ‘Naar Gods beeld’.
[2] Psalm 8:6 (onberijmd).
[3] Zie over Cláudio Pastro https://pt.wikipedia.org/wiki/Cláudio_Pastro ; Portugeestalig. De eerste alinea van de aldaar gepubliceerde informatie luidt in vrije Nederlandse vertaling: “Claudio Pastro (São Paulo, 1948) is een Braziliaanse kunstenaar die gespecialiseerd is in sacrale kunstwerken. Zijn werken worden door experts beschouwd als de meest expressieve uitingen op dit gebied in Brazilië”.
[4] Genesis 9:6.
[5] Zie hierover ook de van de Studiebijbel; commentaar bij Genesis 9:6.
[6] Psalm 17:15.
[7] Dit zijn de laatste regels van Psalm 17:8 (berijmd; Gereformeerd Kerkboek).
[8] Psalm 73:19 en 20.
[9] Dit zijn de laatste regels van Psalm 73:7 (berijmd; Gereformeerd Kerkboek).
[10] Hebreeën 2:5-9.
[11] Zie de webversie van de Studiebijbel; commentaar bij Hebreeën 2:6.
[12] Dit is Psalm 73:11 (berijmd; Gereformeerd Kerkboek).

15 juni 2016

Racisme en discriminatie

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , ,

Raciale discriminatie is “elke vorm van onderscheid, uitsluiting, beperking of voorkeur op grond van ras, huidskleur, afkomst of nationale of etnische afstamming die ten doel heeft de erkenning, het genot of de uitoefening, op voet van gelijkheid, van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden op politiek, economisch, sociaal of cultureel gebied, of op andere terreinen van het openbare leven, teniet te doen of aan te tasten, dan wel de tenietdoening of aantasting daarvan ten gevolge heeft”[1].

Iedereen praat tegenwoordig over racisme. Op gevaar af dat ik op diverse tenen trap, deel ik u mee het onderhavige thema een typisch geval van een hype te vinden.
Bij Sinterklaas en Zwarte Piet, in de buurt van vluchtelingen, rond homo’s en lesbiennes, in verband met mensen met een lichamelijke of geestelijke beperking, bij de politie: bijna overal in Nederland hangt, naar het lijkt, een waas van racisme en discriminatie. Of de angst daarvoor.

Racisme en discriminatie: we moeten er, schijnt het, allemaal zo nodig iets van vinden. En wij moeten er allemaal iets over zeggen.
Stel je voor dat je je stilhoudt!
Dan ben je een nitwit: iemand die minder weet dan u en ik verwachten.
Een slapjanus.
Een onbeduidend typje dat schrikkerig en wereldvreemd is.
Een conservatief die niet meegaat met zijn tijd.
Een vreemde eend in de bijt.
Kortom: een wereldburger zonder ruggengraat.
Welnu, vandaag maak ik enkele gedachten over het genoemde thema openbaar. Misschien helpen die u, geachte lezers, enkele meters verder in het leven. Je weet maar nooit[2].

De Schepper van hemel en aarde geeft alle mensen in Genesis 1 dezelfde eigenschap: “En God zeide: Laat Ons mensen maken naar ons beeld, als onze gelijkenis, opdat zij heersen over de vissen der zee en over het gevogelte des hemels en over het vee en over de gehele aarde en over al het kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt. En God schiep de mens naar zijn beeld; naar Gods beeld schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij hen”[3].

Een uitlegger noteert daarbij het volgende.
“Deze inleiding over Gods zelfberaad – dat tot nu toe niet genoemd is – legt de nadruk op het bijzondere dat nu geschapen wordt, de mens. Het beeld Gods geeft de bijzondere positie van de mens aan en is de toerusting om – als onderkoning van God – de opgelegde taak te kunnen vervullen: het beheer over de aarde en de dieren.
In de loop van het boek Genesis blijkt uitvoeriger wat het mens-zijn inhoudt: God spreekt met de mens, de mens dient en aanbidt Hem. De mens heeft gedachten, kan nadenken over verleden, heden en toekomst, en hierover spreken. Allerlei aspecten van de persoonlijkheid van de mens, in onderscheid van de dieren, hangen hiermee samen.
Het voorrecht gemaakt te zijn naar het beeld van God is niet beperkt tot de eerste mensen en is ook niet geheel verloren gegaan met de zondeval in hoofdstuk 3. In Genesis 9:6 worden immers blijvende consequenties getrokken: de doodstraf voor hem die zich aan een medemens vergrijpt. Daarmee wordt duidelijk dat het beeld van God niet alleen de mens in het paradijs betreft, maar de blijvende positie is van de mens in de schepping en de relatie die God met de mens heeft.
Bij de zondeval is de relatie tussen God en mens verstoord, maar niet geheel verbroken. Het Nieuwe Testament geeft ten aanzien van het beeld Gods aan, dat het nodig is vernieuwd te worden – Colossenzen 3:10 – en de nieuwe mens aan te doen die naar de wil van God geschapen is – Efeziërs 4:24 –”[4].

Al die verschillende mensen zijn allen beeld van God.
Zij behoren allen onderkoning van de schepping te wezen.
Dat zijn zij lang niet allemaal. Massa’s mensen laten die taak liggen. Als zij allen, hoofd voor hoofd, hun taak zouden verrichten konden we pas goed zien hoe veelzijdig onze God is.
Daarin zit ons fundamentele tekort.
Racisme heeft eerst en vooral te maken met het ten onrechte laten verschrompelen van Gods eer.

Laten we even door onze Bijbel bladeren.
Hoe leren wij, al lezend, racisme te bestrijden en racisten tegen te spreken?
Ik noem enkele Schriftgegevens.

God is niet partijdig. Dat leren we bijvoorbeeld in Deuteronomium 10: “Want de Here, uw God, is de God der goden en de Here der heren, de grote, sterke en vreselijke God, die geen partijdigheid kent noch een geschenk aanneemt”[5].

Jezus leert ons in Mattheüs 25 om alle mensen – wie zij ook zijn, waar zij ook vandaan komen – met achting te behandelen: “Want Ik heb honger geleden en gij hebt Mij niet te eten gegeven, Ik heb dorst geleden en gij hebt Mij niet te drinken gegeven; Ik ben een vreemdeling geweest en gij hebt Mij niet gehuisvest, naakt en gij hebt Mij niet gekleed, ziek en in de gevangenis en gij hebt Mij niet bezocht. Dan zullen ook zij Hem antwoorden en zeggen: Here, wanneer hebben wij U hongerig gezien, of dorstig, of als vreemdeling, of naakt of ziek, of in de gevangenis, en hebben wij U niet gediend? Dan zal Hij hun antwoorden en zeggen: Voorwaar, Ik zeg u, in zoverre gij dit aan één van deze minsten niet gedaan hebt, hebt gij het ook aan Mij niet gedaan. En dezen zullen heengaan naar de eeuwige straf, maar de rechtvaardigen naar het eeuwige leven”[6].
De zorg voor minder bedeelden is een belangrijke taak van de kerk!

Die kerk manifesteert zich wereldwijd.
Het verzoeningswerk van Jezus Christus is niet alleen maar iets voor Joden. Nee, de hele wereld heeft ermee te maken. Kijkt u maar in Efeziërs 2: “…thans in Christus Jezus zijt gij, die eertijds veraf waart, dichtbij gekomen door het bloed van Christus. Want Hij is onze vrede, die de twee één heeft gemaakt en de tussenmuur, die scheiding maakte, de vijandschap, weggebroken heeft”[7].

Op de keper beschouwd is heel de wereld afhankelijk van het reddingswerk van onze Here Jezus Christus.
Jacobus wijst ons er daarom terecht op dat wij bij het omgaan met en verzorgen van mensen niet mogen uitgaan van rangorde of belangrijkheid.
Ik citeer: “Mijn broeders, houdt uw geloof in onze Here der heerlijkheid, Jezus Christus, vrij van aanzien des persoons. Want stel, er kwam in uw vergadering een man binnen met een gouden ring aan zijn vinger en in prachtige kleding, en er kwam ook een arme binnen in schamele kleding, en gij zoudt opzien tegen de man met de prachtige kleding en zeggen: neem gij hier deze goede plaats, maar tot de arme zoudt gij zeggen: ga gij daar staan, of ga beneden bij mijn voetbank zitten, zoudt gij dan geen onderscheid maken onder elkander en optreden als rechters, die zich door verkeerde overwegingen laten leiden?”[8].

Trouwens, wij worden in de eerste brief van Johannes niet voor niets gemaand om te pleiten op het werk van Jezus Christus: “Mijn kinderkens, dit schrijf ik u, opdat gij niet tot zonde komt. En als iemand gezondigd heeft, wij hebben een voorspraak bij de Vader, Jezus Christus, de rechtvaardige; en Hij is een verzoening voor onze zonden en niet alleen voor de onze, maar ook voor die der gehele wereld”[9].

Ach, er zou nog veel meer te noemen zijn.
Maar het komt mij voor dat de lijn die de Heilige Schrift ons uittekent nu wel duidelijk is.

Wat mij betreft is ‘racisme’ een thema dat dicht in de buurt komt van een mode-onderwerp.
In elke natie, in elke bevolkingsgroep, komen we keurige mensen tegen; maar daar zijn ook mannen, vrouwen en kinderen die onaangepast, stijlloos, vervelend of agressief zijn.
Altijd weer is de vraag: wilt u uw Schepper dienen, of niet?
Als het zoeken van een antwoord op die vraag ons dagelijks bezighoudt hebben we geen tijd voor racisme of discriminatie.
De kerk heeft wel wat anders te doen! Niet dan?

Noten:
[1] Zie https://nl.wikipedia.org/wiki/Racisme ; geraadpleegd op maandag 6 juni 2016.
[2] In het onderstaande maak ik onder meer gebruik van http://www.gotquestions.org/Nederlands/racisme-Bijbel.html ; geraadpleegd op maandag 6 juni 2016.
[3] Genesis 1:26 en 27.
[4] Zie de webversie van de Studiebijbel; commentaar bij Genesis 1:14-31.
[5] Deuteronomium 10:17.
[6] Mattheüs 25:42-45.
[7] Efeziërs 2:13 en 14.
[8] Jacobus 2:1-4.
[9] 1 Johannes 2:1 en 2.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.