gereformeerd leven in nederland

16 november 2021

God is trouw, wij hopelijk ook

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , ,

De kerk staat anno Domini 2021 in de schijnwerpers. Jan en alleman spreekt over iets hogers, over de hemel en over het mysterie. Niet dat kerkmuren er momenteel veel toe doen. Want geloof en gevoel voor religie zijn in deze periode van de geschiedenis heel persoonlijk.
Het is de moeite waard om, ook in deze tijd, over het christelijk geloof en de kerk na te denken.

In onze wereld zijn in het geloof tenminste vier zaken van eminent belang:
1. Gods voorzienigheid
2. Ons gebed.
3. Onze bekering.
4. Het verbond dat God met mensen gesloten heeft.

Laat het meteen maar duidelijk wezen: het gaat de kerk niet altijd voor de wind.
In de wereldhistorie is er bij tijd en wijle sprake van droogte. En van hongersnood. En van ziekte. Al die dingen gaan de kerkdeuren niet voorbij. Men kan vragen: waarom niet? Onze Here kan er toch voor zorgen dat moeilijke dingen niet bij de gelovigen terecht komen? Dat kan inderdaad heel goed. Maar we raken hier een zaak van geloof: namelijk het geloof in de voorzienigheid van God. Het is, zegt de Heidelbergse Catechismus, zo “dat loof en gras, regen en droogte, vruchtbare en onvruchtbare jaren, eten en drinken, gezondheid en ziekte, rijkdom en armoede en alle dingen, niet bij toeval, maar uit zijn vaderhand ons ten deel vallen”[1].

De Here leert kerkmensen bidden. Paulus schrijft daarover aan de christenen in Philippi: “Wees in geen ding bezorgd, maar laat uw verlangens in alles, door bidden en smeken, met dankzegging bekend worden bij God; en de vrede van God, die alle begrip te boven gaat, zal uw harten en uw gedachten bewaken in Christus Jezus”.
Laten we elkaar ook wijzen op 1 Johannes 5: “En dit is de vrijmoedigheid die wij hebben in het toegaan tot God, dat Hij ons verhoort, telkens als wij iets bidden naar Zijn wil”.
In een gebed kan dus heel veel langskomen. Op ieder gewenst moment kunnen wij contact maken met onze Heiland die in de hemel troont. Het is kenmerkend: kerkmensen bidden veel. Zij weten dat hun kracht van boven komen moet…[2]

Kerkmensen weten het: zij moeten er zich iedere dag toe zetten om met het gezicht naar God toe te gaan staan. Zij moeten zich bekeren. Dat is geen kwestie van ‘dat doen we wel even’… Nee, bekering is een ernstige zaak! De Dordtse Leerregels leren ons op dit punt: “Zij die ernstig verlangen zich tot God te bekeren, Hem alleen te behagen en uit het lichaam des doods verlost te worden, maar toch nog niet zo ver in het gelovig leven voor de Here kunnen komen, als zij wel wilden, behoren voor deze leer van de verwerping al helemaal niet bevreesd te worden. De barmhartige God heeft immers beloofd, dat Hij de walmende vlaspit niet zal uitdoven en het geknakte riet niet zal verbreken. Maar deze leer is wel degelijk schrikaanjagend voor hen die met God en Christus de Verlosser geen rekening houden, opgaan in de zorgen van de wereld en zich laten beheersen door zondige begeerten – tenminste zolang zij zich niet ernstig tot God bekeren”.
Bekering is een serieuze zaak. Dat moeten wij met overtuiging doen!

Kerkmensen behoren te beseffen dat zij in een verbond leven. Dat is bij onze doop al gezegd: “Wanneer wij gedoopt worden in de naam van de Vader, verklaart en verzegelt ons God de Vader, dat Hij met ons een eeuwig verbond der genade sluit. Hij neemt ons tot zijn kinderen en erfgenamen aan en zal ons daarom van al het goede voorzien en al het kwade van ons weren of voor ons doen meewerken ten goede”.
En:
“Omdat elk verbond twee delen heeft, namelijk een belofte en een eis, worden wij door God in de doop ook geroepen en verplicht tot een nieuwe gehoorzaamheid. Dit betekent dat wij deze enige God, Vader, Zoon en Heilige Geest, aanhangen, vertrouwen en liefhebben met heel ons hart, met heel onze ziel, met heel ons verstand en al onze krachten. Het betekent ook dat wij met de wereld breken, onze oude natuur doden en godvrezend leven.
En wanneer wij soms uit zwakheid in zonden vallen, moeten wij aan Gods genade niet wanhopen en al evenmin in de zonden blijven liggen. Want de doop is een zegel en een volkomen betrouwbaar getuigenis dat wij een eeuwig verbond met God hebben”.
Van Zijn kant zweert God eeuwige trouw aan Zijn volk.
Hij laat de door Hem gekozen natie nimmer in de steek.
Nee, ook niet in 2021![3]

Wat zullen wij verder van deze dingen zeggen?

Wellicht is iemand geneigd op te merken dat in het bovenstaande een aantal tamelijk ‘klassiek-Gereformeerde’ notities op een rij gezet zijn.
En dat is ontegenzeglijk waar.
Sterker nog, veel het bovenstaande vinden wij al terug in een oud Bijbelboek. In het zevende hoofdstuk van 2 Kronieken namelijk.

Het Bijbelboek 2 Kronieken geeft onder meer een uitgebreid verslag van de tempelbouw. Gods huis wordt feestelijk ingewijd. Ja, heel het volk is aan God toegewijd.
Salomo spreekt in 2 Kronieken 6 een gebed uit. Dat begint zo: “Heere, God van Israël, er is geen God zoals U, in de hemel of op de aarde, Die het verbond en de goedertierenheid houdt tegenover Uw dienaren, die met heel hun hart wandelen voor Uw aangezicht, Die Zich tegenover Uw dienaar, mijn vader David, gehouden hebt aan wat U tot hem had gesproken. Want met Uw mond sprak U, en dat hebt U met Uw hand vervuld, zoals het op deze dag is. En nu Heere, God van Israël, houd U tegenover mijn vader David, Uw dienaar, aan wat U tot hem gesproken hebt: Het zal u voor Mijn aangezicht niet aan een man ontbreken die op de troon van Israël zal zitten, tenminste, wanneer uw zonen op hun weg letten door in Mijn wet te wandelen, zoals u voor Mijn aangezicht gewandeld hebt”.
En het eindigt zo: “Heere God, wijs het gebed van Uw gezalfde niet af. Denk aan Uw blijken van goedertierenheid aan David, Uw dienaar”.
De tempel – zeg maar even: de Oudtestamentische kerk – blijkt bij uitstek de plaats waar het verbondsverkeer gaat plaatsvinden. Gods volk dient de Here. En de God van het verbond luistert naar Zijn volk. Hij staat, om zo te zeggen, op scherp. Hij ziet en hoort precies wat Zijn volk doet en zegt.
De Here leert Zijn volk hoe het met Hem om moet gaan:
* ootmoedig
* bereid tot bekering.
De Here benoemt ook Zijn gaven:
* Hij luistert genadig
* Hij schenkt vergeving
* Hij geeft genezing.
In 2 Kronieken 7 klinkt dat als volgt: “Ik heb uw gebed gehoord en Ik heb voor Mijzelf deze plaats verkozen als offerhuis. Wanneer Ik de hemel sluit, zodat er geen regen valt, of wanneer Ik de sprinkhaan gebied om het land te verslinden, of wanneer Ik pest onder Mijn volk zend, en Mijn volk, waarover Mijn Naam is uitgeroepen, in ootmoed buigt en bidt, en zij Mijn aangezicht zoeken, en zij zich bekeren van hun slechte wegen, dan zal Ík vanuit de hemel horen, hun zonden vergeven en hun land genezen. Nu zullen Mijn ogen open zijn, en Mijn oren opmerkzaam zijn op het gebed van deze plaats. Want nu heb Ik dit huis verkozen en geheiligd, zodat Mijn Naam daar tot in eeuwigheid is. Alle dagen zullen Mijn ogen en Mijn hart daar zijn”.
De Here is trouw.
Ja, tot in eeuwigheid.
Die trouw vraagt hij vandaag ook van kerkmensen. Per slot van rekening is Gods verbond éénzijdig in zijn ontstaan, doch tweezijdig in zijn bestaan![4]

Noten:
[1] Zie: Heidelbergse Catechismus – Zondag 10, antwoord 27.
[2] In deze alinea citeer ik Philippenzen 4:6, 7 en 1 Johannes 5:14.
[3] In deze alinea citeer ik uit het Formulier voor de bediening van de heilige doop aan de kinderen van de gelovigen – Gereformeerd Kerkboek-1986. De citaten zijn te vinden op p. 513.
[4] In deze alinea citeer ik 2 Kronieken 6:14, 15, 16, 42 en 2 Kronieken 7:12-16.

22 oktober 2021

Jazeker, God bestaat!

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

Bestaat God wel? En wat merk ik dan van Hem?
Dat zijn vragen die jongeren bezighouden. Ja, ook jongeren die zondag aan zondag met hun ouders in De Gereformeerde Kerk zitten. Wie zulke vragen voor de eerste keer van een jongere hoort, denkt waarschijnlijk: het zal wel een incident zijn. Als wij dergelijke vragen kort daarna weer horen, wordt het anders…

De vraag of God bestaat is niet nieuw. Op 1 november 1755, des morgens om 9.40 uur was er in Lissabon een grote aardbeving. Het was de tijd van de Verlichting. De mensen hadden het idee dat zij de natuurverschijnselen steeds beter gingen begrijpen. En toen beefde de aarde. Niet zo’n klein beetje ook. Bijna heel Lissabon werd vernield.
Toen al vroegen de mensen zich af: is God er wel?

Er is weinig nieuws onder de zon. Ook in onze tijd zijn er mensen die die vraag stellen: bestaat God wel?
Sommigen zeggen: ‘Zulke vragen moet iedereen voor zichzelf beantwoorden’.
Of ook: ‘Er zijn geen bewijzen voor God. God is iets dat zich per buiten het terrein van het waarneembare begeeft. Ik vind het een onzinnige notie dat er iets is dat zich buiten het terrein van het waarneembare zou bevinden. Maar religie is erg persoonlijk. Laat je dus vooral niet overtuigen door de antwoorden van mij en anderen die hier hun mening verkondigen. Het komt er uiteindelijk op neer of je zelf in een God gelooft’.
Er bestaan ook verhalen van het onderstaande type.
Iemand belandt doodziek in een ziekenhuis. Iemand zegt met krachtige stem: ‘Jij hebt God nodig!’. Het ongelooflijke gebeurt – plotsklaps wordt de patiënt overweldigd door het besef dat hij een harnas heeft aangetrokken en muren van valse identiteit om zichzelf heen gebouwd heeft…
Op de Nederlandse versie van een van oorsprong Amerikaanse internetpagina staat een discussie over de vraag ‘Wat zijn jouw argumenten voor het wel of niet bestaan van God?’. Zes gedrukte pagina’s lang wordt er intensief van gedachten gewisseld.
De Vlaamse wetenschapsfilosoof Etienne Vermeersch – eertijds een jezuïet – publiceert in 2009 een document van zestien pagina’s, getooid met de titel ‘Waarom God niet kan bestaan’; leestijd: 26 minuten.
Echter: al dat heen-en-weer-gepraat, het vaste innerlijk besef en erudiet geschrijf van diverse soort blijken ons uiteindelijk niet veel verder te brengen1.

Niemand kan namelijk het bestaan van God bewijzen. Er is geen schepsel dat onomstotelijk kan aantonen dat Hij er is.
Denkers wijzen op het ingenieuze ontwerp van het heelal.
Denkers wijzen op de complexe manier waarop moleculen – de kleinste deeltjes van een stof – in elkaar zitten.
Denkers wijzen op de schoonheid van de natuur: bergen, rivieren, bomen, planten, dieren, wolken, zon, maan, sterren en wat daar verder volgt.
Denkers wijzen op het feit dat de natuur ons allerlei voedsel geeft.
Maar het ultieme slotwoord klinkt nimmer2.

Laten wij – kerkmensen anno Domini 2021 – blijven bedenken dat alles wat bestaat een oorzaak heeft. De dingen zijn er niet zomaar. Het is nog niemand op deze aarde gelukt om iets te maken uit niets. Daar moet de Schepper echt aan te pas komen. In de schepping past alles naadloos op elkaar.
Hoe kan het dat vrijwel alle mensen besef hebben van goed en kwaad? Moord en doodslag zijn níet goed, iemand helpen is wél goed. Nee, zulk besef is niet slechts een kwestie van onderlinge afspraken. Daar zit een norm achter: de norm van Gods wet.
Welnu, de God van hemel en aarde is onze God. Die almachtige, ontzagwekkende en zeer ingenieuze God buigt zich in grote genade naar ons over. De machtige Heer van de kosmos biedt kleine mensen Zijn genade aan. Goed beschouwd is dat een geweldig wonder! Die almachtige God onderhoudt een heel persoonlijke relatie met mensen. Wie Jezus Christus ziet, heeft de Schepper gezien!
Maar dat kan alleen in het geloof. Echt met de ogen zien – dat is er in het geloof niet bij. De schrijver van de brief aan de Hebreeën noteerde het al: “Het geloof nu is een vaste grond van de dingen die men hoopt, en een bewijs van de zaken die men niet ziet. Hierdoor immers hebben de ouden een goed getuigenis gekregen”. Onze God heeft het getuigenis van al die mensen uit vroegere eeuwen laten opschrijven, onder anderen voor ons3.

Elke week – op de eerste dag van die week – dringt die grote, genadige God er bij ons op aan: ‘Vertrouw Mij nu maar. Je kent Mij toch al heel lang? Al die jaren is Mijn Woord over heel de wereld heen gegaan. Dat heb ik vroeger al beloofd. En zo is het ook gegaan. Ik werk aan de uitvoering van Mijn raadsplan. Ik koos u uit. Ik koos jou uit. Al vóórdat Ik de wereld schiep had Ik daartoe besloten. Luister naar Mij. Ga met Mij op weg naar de nieuwe aarde!’.
En daarbij klinkt de voortdurende oproep: laat u niet ompraten door de wereld! Met andere woorden – wij moeten steeds met heel ons wezen naar die grote, genadige God toe gekeerd blijven staan.
De wereld om ons heen fronst de wenkbrauwen: ‘Luister toch eens naar ons! Doe niet zo onbeleefd en bekijk onze theorieën nu eens nauwkeurig. Die zijn toch ook interessant, ja bij tijden zelfs woest aantrekkelijk?’.
Maar de God van het verbond bepaalt ons, met alle macht die Hij heeft, steeds weer bij Zijn daden. Hij richt ons oog op een toekomst, óver de dood heen. Een toekomst met de Koning van de kosmos.
Hij neemt onze twijfel weg.
Hij maakt ons zeker van Zijn zaak!

Wat blijft er uiteindelijk nog over?
Laten wij, kleine mensen van de eenentwintigste eeuw, de loftrompet maar steken over onze God! Bijvoorbeeld met Psalm 33:
“God sprak en op zijn woord ontstonden
de hemelen en al hun heer.
Hij heeft de watervloed gebonden,
legt die in voorraadkamers neer.
Wie op aarde leven
moeten voor Hem beven.
Hij spreekt, zie, het staat.
Hij gebiedt en ’t is er.
Niets is er gewisser
dan des Heren raad”.
En bijvoorbeeld met Psalm 117:
“Looft, alle volken, looft de Heer,
roemt, alle naties, roemt zijn eer.
Want over ons is groot en wijd
zijn gunst en goedertierenheid,
voor eeuwig blijft zijn trouw bestaan.
Heft met ons Halleluja aan!”4.

Noten:
1 In deze alinea gebruik ik onder meer https://www.startpagina.nl/v/wetenschap/filosofie/vraag/991/bestaat-god-wel/ , https://www.ontdekgod.nl/god-leren-kennen/, https://nl.quora.com/Wat-zijn-jouw-argumenten-voor-het-wel-of-niet-bestaan-van-God en https://skepp.be/nl/levensbeschouwing-evolutie/creationisme/waarom-de-god-van-het-christendom-niet-kan-bestaan ; geraadpleegd op maandag 18 oktober 2021.
2 In deze alinea gebruik ik onder meer https://ikzoekgod.nl/veelgestelde_vragen/is-er-bewijs-dat-god-bestaat/ ; geraadpleegd op maandag 18 oktober 2021.
3 In deze alinea gebruik ik onder meer https://www.puntuit.nl/thema/weet-wat-je-gelooft/themadossier-kernwoorden-van-het-geloof/geloven-tegen-de-stroom ; geraadpleegd op maandag 18 oktober 2021. Uit Gods Woord citeer ik Hebreeën 11:1 en 2.
4 In deze alinea citeer ik Psalm 33:3 en Psalm 117; dit zijn berijmde versies uit het Gereformeerd Kerkboek-1986.

13 oktober 2020

Jeremia predikt de troost van Gods trouw

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , ,

Dit artikel zet in met hoopvolle woorden. Ze staan in Jeremia 33.

“Want zo zegt de HEERE, de God van Israël, van de huizen van deze stad en van de huizen van de koningen van Juda die zijn afgebroken voor de belegeringsdammen en voor het zwaard, waar ze zijn gekomen om te strijden tegen de Chaldeeën: Het is om ze te vullen met de dode lichamen van mensen die Ik verslagen heb in Mijn toorn en in Mijn grimmigheid, en omdat Ik Mijn aangezicht voor deze stad verborgen heb om al hun kwaad.
Zie, Ik ga haar herstel en genezing bevorderen, Ik zal hen genezen: een overvloed van duurzame vrede zal Ik hun bekendmaken. Ik zal een omkeer brengen in de gevangenschap van Juda en in de gevangenschap van Israël, en hen opbouwen als vroeger”[1].

In de Studiebijbel staat bij dit hoofdstuk onder meer geschreven: Jeremia 33 “is een collectie profetieën. Deze zijn gegroepeerd rondom twee thema’s: het herstel van het leven in het land (…) en de trouw van de HERE aan de eerder gedane verbondsbeloften (…). Binnen beide delen treffen we verschillende profetieën aan, die door aparte opschriften van elkaar onderscheiden worden, maar die onderling nauw met elkaar samenhangen en inhoudelijk dezelfde of vergelijkbare gedachten verwoorden”[2].

In die profetieën wordt een schitterend toekomstbeeld geschetst. Wij moeten de harde realiteit van dit hoofdstuk echter in het oog houden: “Het woord van de HEERE kwam voor de tweede keer tot Jeremia, toen hij nog opgesloten zat op het binnenplein van de wacht”[3]. Dat is het begin van Jeremia 33. De werkelijkheid is dat de Babyloniërs vlak voor Jeruzalem staan. Zij staan op het punt om Jeruzalem in te nemen!
Het is, kortom, oorlogstijd. De bezetter komt eraan. Onderdrukking door een grootmacht – dat is aan de orde van de dag.

Daar – in die benauwende en beangstigende omstandigheden – voert Jeremia als woordvoerder van de hoge God, het woord. Wat zegt hij? Dit.
De Here is volop actief.
De Here gaat de stad Jeruzalem herstellen. De Here gaat vrede en waarheid geven. De gevangenschap van Juda en Israël wordt door de Here beëindigd.
Het volk van God wordt dankzij haar Heer weer welvarend en blij. Zie Jeremia 31: “Ik zal u weer bouwen en u zult gebouwd worden, maagd Israël. Opnieuw zult u zich tooien met uw tamboerijnen, opnieuw zult u uittrekken in een reidans van vrolijke mensen”[4].
Juda wordt weer een dynamisch volk. Oftewel: een natie waar heel wat gebeurt. In Jeremia 32 had de Here ook al gezegd: “Men zal akkers kopen voor geld, de koopbrieven ondertekenen en verzegelen, en die door getuigen laten bevestigen in het land van Benjamin, in de omstreken van Jeruzalem, in de steden van Juda, in de steden van het Bergland, in de steden van het Laagland, en in de steden van het Zuiderland. Ik zal namelijk een omkeer brengen in hun gevangenschap, spreekt de HEERE”[5].
De Here Zelf zal Zijn volk reinigen van zonde!
Ja, de Here is actief. En dat is maar goed ook. Want als het van het volk zelf afhangt wordt het niets meer met de ware Godsdienst.

De theologe Janneke Stegeman zei in februari 2014 in verband met Jeremia 32: “Het hoort bij exegese dat je duidelijk maakt hoe die oude teksten vandaag ook nog functioneren. Je moet je ogen openhouden voor machtsconflicten, zowel in de tekst als in de actuele omstandigheden. De vorm van religieus nationalisme die je nu in Israël ziet, maakt misbruik van de tekst. Het is exegetisch onzinnig één stem uit de tekst tot waarheid uit te roepen. Alle partijen in het conflict worden gegijzeld door het inzetten van Bijbelteksten als onderdeel van de machtsstrijd. Gelukkig zijn aan beide zijden ook mensen die religie als bron van positieve inspiratie gebruiken, en zoeken naar een rechtvaardige oplossing, volgens internationaal recht”[6][7].
Maar die stellingname is te horizontaal.
In Jeremia 33 horen we een oproep tot bekering: “Zo zegt de HEERE, Die het doet, de HEERE, Die het vormt om het te bevestigen – HEERE is Zijn Naam: Roep tot Mij, en Ik zal u antwoorden, Ik zal u grote en onbegrijpelijke dingen bekendmaken, die u niet weet”[8].
De profeet zit hier, om zo te zeggen, op de lijn van Psalm 50:
“Offer dank aan God en kom aan de Allerhoogste uw geloften na.
Roep Mij aan in de dag van benauwdheid;
Ik zal u eruit helpen en u zult Mij eren”[9].
Het gaat dus slechts in tweede instantie om de verbinding met mensen in de omgeving. Het gaat eerst en vooral om het verbond met God!

Laten we er maar niet omheen draaien: Jeremia is allesbehalve populair in zijn omgeving[10].
Men bedenkt wilde plannen om deze profeet de mond te snoeren[11].
Men gooit hem in de gevangenis[12].
De mensen willen hem heel graag om het leven brengen. De godsdienstige leiders van het volk zijn er heel duidelijk over: “Deze man heeft de doodstraf verdiend, want hij heeft geprofeteerd tegen deze stad, zoals u met eigen oren gehoord hebt”[13].
Dat betekent voor Jeremia zwaar psychisch lijden. Dat blijkt bijvoorbeeld in Jeremia 20: “U hebt mij overgehaald, HEERE, en ik heb mij laten overhalen. U bent mij te sterk geworden en U hebt overwonnen. Maar ik ben de hele dag belachelijk geworden, ieder van hen bespot mij. Want zo dikwijls als ik spreek, schreeuw ik het uit, roep ik: Geweld en verwoesting! Want het woord van de HEERE is mij tot smaad en tot schimp, de hele dag”[14].

Dit alles brengt ons bij Iemand anders. Bij een Profeet – inderdaad, met een hoofdletter P.
Die Profeet willen de mensen ook graag negeren. Die Profeet – Jezus Christus, onze Heiland – zegt daar zelf over: “Een profeet is niet ongeëerd, behalve in zijn vaderstad en bij zijn familie en in zijn huis”[15].
Die profeet gaat de dood in. In Johannes 3 staat het zo: “Want zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft”[16]. De Hebreeënschrijver concludeert in hoofdstuk 9: “En daarom is Hij de Middelaar van het nieuwe testament, opdat, nu de dood heeft plaatsgevonden tot verzoening van de overtredingen die er onder het eerste verbond waren, de geroepenen de belofte van de eeuwige erfenis ontvangen”[17].

Ja, de Here is actief. En dat is maar goed ook. Laten wij onze Redder maar aanbidden. Binnen het nieuwe verbond zijn wij onderweg naar een prachtige toekomst.
Jazeker, deze wereld wordt nog zwaar getroffen door conflicten, ziekte, lijden en dood.
Maar ook nu mogen we zingen:
“Groot is uw goedheid, trouwe God!
Ja, mensenkind’ren vluchten tot
de schaduw van uw vleug’len.
Wie bij U woont, HEER, heeft het goed.
U laaft hem met uw overvloed:
een stroom van louter vreugden”[18].

Noten:
[1] Jeremia 33:4-7.
[2] Geciteerd uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Jeremia 33:1-26.
[3] Jeremia 33:1.
[4] Jeremia 31:4.
[5] Jeremia 32:44.
[6] Geciteerd van https://www.trouw.nl/nieuws/van-wie-is-die-tekst~bd6da338/ ; geraadpleegd op zaterdag 10 oktober 2020.
[7] Zie over de theologe Janneke Stegeman https://nl.wikipedia.org/wiki/Janneke_Stegeman ; geraadpleegd op zaterdag 10 oktober 2020.
[8] Jeremia 33:2 en 3.
[9] Psalm 50:14 en 15.
[10] In het onderstaande gebruik ik onder meer https://www.israelendebijbel.nl/nl/bijbelonderwijs/digitale-bijbelstudie/Het-leven-van-Jeremia/50 ; geraadpleegd op zaterdag 10 oktober 2020.
[11] Jeremia 18:18.
[12] Jeremia 20:2.
[13] Jeremia 26:11.
[14] Jeremia 20:7 en 8.
[15] Marcus 6:4.
[16] Johannes 3:16.
[17] Hebreeën 9:15.
[18] Dit zijn woorden uit Psalm 36:2 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.

20 december 2019

De twee kanten van Advent en Kerst

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , ,

“Zie, de hand van de HEERE is niet te kort dat ze niet zou kunnen verlossen, en Zijn oor is niet toegestopt dat het niet zou kunnen horen. Maar uw ongerechtigheden maken scheiding tussen u en uw God, uw ​zonden​ doen Zijn aangezicht voor u verborgen zijn, zodat Hij u niet hoort”.

Dit zijn woorden uit Jesaja 59[1]. En het zijn woorden met een zekere dreiging. Het zijn woorden die, voor het besef van velen, niet zo bij Advent passen. Kerst is immers bijna synoniem met vrede. Maar wat doet Jesaja in hoofdstuk 59? Hij roept tegen zijn volksgenoten: als u zo doorgaat wordt de kloof tussen God en Zijn volk alleen maar groter; bekeer u!
Dat is, om zo te zeggen, de echo van Jesaja 50: “Is Mijn hand ten enenmale te kort om te verlossen? Of is er in Mij geen kracht om te redden? Zie, door Mijn bestraffing maak Ik de zee droog. Ik maak rivieren tot een woestijn. Hun vissen stinken, omdat er geen water is, en ze sterven van dorst”[2].

Is dat nu de boodschap van de kerk? Is dat niet te zwart? Te dreigend? Nee, toch niet.
Wij moeten onze ogen niet sluiten voor de werkelijkheid van 2019. Die realiteit is dat massa’s mensen zich van het christendom afkeren.

Een voorbeeld.
Iemand die zich tot de Islam bekeerd heeft, zegt: “Ik leer mijn kinderen dat kerst hoort bij het katholieke geloof. Helaas past het kerstverhaal niet bij het verhaal over Jezus in de Islam. Maar toch kies ik er bewust voor dat de kinderen van de versie uit de bijbel af weten en vertel natuurlijk onze eigen islamitische kijk er direct achteraan. Omdat die anders is. Op school krijgen ze dit niet mee. Daar hebben we bewust voor gekozen”.
En:
“Islam en kerst kan gewoon niet, klaar! Zo dacht ik erover. Mijn man is moslim, ik ben moslim en al mijn kinderen worden opgevoed met als doel ze te laten opgroeien tot vrome moslims. Waar ik toen niet bij stil stond, was dat ik mijn familie teleurstelde met mijn afwezigheid. Zo erg dat voor een aantal jaren hun Kerst niet compleet was. Mijn ouders vieren kerst niet in de kerk. Kerst betekent voor hen vooral gezellig samen zijn met familie. Vanuit islamitisch oogpunt kun je dan denken ‘dat kan op alle dagen, waarom persé op die dagen?’ Maar traditie en cultuur doorbreek je niet. Na een paar jaar van het boycotten van kerst besloot ik daarom toch weer te gaan”.
En:
“Voor mij voelt dit goed. Ik heb begrip voor mijn ouders en hun cultuur en traditie en daar krijg ik veel moois voor terug en dat is begrip voor mij en mijn gezin. Het kerstmenu is namelijk geheel halal. Mijn ouders kiezen eigenlijk voor iedere gelegenheid waar ik aanwezig ben voor halal eten, zodat de kleinkinderen gewoon alles kunnen eten zonder vragen of iets halal is of niet. Opvoed-technisch ideaal want de kinderen leren hiermee dat wanneer men de ander respecteert je ook respect terug mag verwachten en krijgen. Het is geven en nemen of was het in dit geval nemen en geven”[3].

In het bovenstaande draait alles om respect. En om het liefdevol omgaan met andersdenkenden.
Laten wij maar eerlijk zijn: die andersdenkenden ontmoeten wij zodra we één voet buiten de kerk zetten. En soms komen we hen zelfs in onze eigen familie tegen.
In deze wereld zullen we ’t met elkaar moeten doen.
Bij dit alles komt nog dat het in onze wereld ‘not done’ is om tijdens officiële diners over het geloof te beginnen. Iemand zegt: “Als iemand er wel over begint, zeg je gewoon dat we het er beter niet over kunnen hebben. Het is nu kerstmis”[4].

Het Kerstfeest is, om zo te zeggen, het feest van Gods liefde.
Daarom is liefde tot elkaar, zeker op een Kerstdag, aan de orde van de dag.

Toch kan dat begrip van hierboven gelovige kerkmensen zomaar bij een valkuil brengen.
Wij zeggen: wij hebben begrip voor de Islam; dat wil zeggen: wij begrijpen dat men de Islam aanhangt. Maar dat wil niet zeggen dat wij dat goed moeten vinden!
Voordat wij het weten wordt het christendom een ‘zacht aangedraaide’ godsdienst. We worden voorzichtig. Het Evangelie brengen we een beetje omsluierd. En we houden ’t bij de kern: God is liefde.
Maar in de kerk mogen we ’t nooit vergeten: Advent en Kerst hebben twee kanten.
Nee, dat betekent niet dat we in de periode van Advent en Kerst ruzie over geloof en ongeloof moeten gaan zitten maken. Maar wij moeten wel beseffen dat zondige mensen – ja, ook die uit 2019 – de kloof tussen God en mensen dagelijks groter maken!

Laten wij het in de kerk maar blijven belijden: “Want onze ​overtredingen​ zijn talrijk voor U en onze ​zonden​ getuigen tegen ons. Want onze ​overtredingen​ zijn bij ons, onze ongerechtigheden, wij kennen ze: het overtreden en het liegen tegen de HEERE en het zich afkeren bij onze God vandaan, het spreken van onderdrukking en afvalligheid, het zwanger zijn en melding maken van leugenachtige woorden vanuit het ​hart”[5].

Dan, ja dan is ook dat slotvers van Jesaja 59 voluit geldig: “Wat Mij betreft, dit is Mijn ​verbond​ met hen, zegt de HEERE: Mijn Geest, Die op U is, en Mijn woorden die Ik U in de mond gelegd heb, zullen uit Uw mond niet wijken, ook niet uit de mond van Uw nakomelingen, evenmin uit de mond van de nakomelingen van Uw nakomelingen, zegt de HEERE, van nu aan tot in eeuwigheid”[6].
De kerk mag er dus zeker van zijn: het Evangelie van verkiezing en verlossing zal blijven klinken!

Noten:
[1] Jesaja 59:1 en 2.
[2] Jesaja 50:2 b.
[3] Geciteerd van https://www.cjg043.nl/2017/11/02/kerstmis-en-bekeerd-gaat-dit-samen-ervaringsverhaal/ ; geraadpleegd op dinsdag 17 december 2019.
[4] Zie https://cip.nl/76984-mijd-praten-over-geloof-tijdens-kerstdiner ; geraadpleegd op dinsdag 17 december 2019.
[5] Jesaja 59:12 en 13.
[6] Jesaja 59:21.

24 september 2019

De richting van onze gedachten

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Wij worden vernieuwd in de geest van ons denken, schrijft Paulus in Efeziërs 4.
Citaat: “Maar u hebt ​Christus​ zo niet leren kennen, als u Hem tenminste gehoord hebt en door Hem bent onderwezen, zoals de waarheid in ​Jezus​ is, namelijk dat u, wat betreft de vroegere levenswandel, de oude mens aflegt, die te gronde gaat door de misleidende begeerten, en dat u vernieuwd wordt in de geest van uw denken, en u bekleedt met de nieuwe mens, die overeenkomstig het beeld van God geschapen is, in ware ​rechtvaardigheid​ en ​heiligheid”[1].
Dat betekent: het innerlijk is gericht op Christus.
Dat betekent: onze denkwereld begint en eindigt bij Jezus Christus; hoe wil Hij gediend worden?
Dat betekent: in onze emotie speelt God altijd een rol: ‘Uw wil geschiede!’.

Wie gaat evangeliseren, kan zeggen: mijn gedachten zijn zoveel mogelijk gericht op God in de hemel.
Dat geldt voor evangelisatiecommissies. En voor individuele kerkleden die met mensen in hun omgeving over God en geloof spreken. Het zou bijvoorbeeld ook moeten gelden voor de Evangelische Omroep[2].

Iemand schreef terecht: het maakt nogal wat uit “of je denkt af te stammen van een dier of bewust geschapen bent naar Gods beeld”[3].
Met andere woorden: het maakt nogal wat uit of wij Genesis 1 tot en met 3 aannemen zoals die hoofdstukken in de Bijbel staan, of dat wij er allerlei theorieën omheen maken die in de buurt komen van evolutie en natuurlijke selectie.
Daarmee is niet gezegd dat het verboden is om kennis te nemen van onschriftuurlijke stellingnames en ideeën – welnee. Het is vaak heel goed die ideeën te kennen; dan weten wij ook waar wij zelf staan. De kwestie is echter dat allerlei onschriftuurlijk gepraat en geschrijf niet bepalend mag zijn voor de richting van ons denken.

Het is opmerkelijk hoe vaak in Gods Woord over menselijke gedachten gesproken wordt.
Laten wij eens enkele teksten onder elkaar zetten.
Efeziërs 4:
“Dit zeg ik dan en getuig ervan in de Heere, dat u niet meer wandelt zoals de andere heidenen wandelen, in de zinloosheid van hun denken…”[4].
Feitelijk zijn dit vlijmscherpe woorden! Immers: mensen die zonder God leven hebben per definitie zinloze gedachten. Geen wonder ook. Heel hun denkwereld is gericht op het hier en nu. Vandaag moet het gebeuren! En als het op deze dinsdag niet lukt, is er morgen weer een herkansing. Morgen maken zij de aarde een stukje beter. Mooier. Volmaakter. Maar zonder God – dat wel.
Colossenzen 2:
“Laat u niet de prijs ontzeggen door iemand die behagen schept in nederigheid en engelenverering, intreedt in wat hij niet gezien heeft, zonder reden gewichtig doet door zijn vleselijke denken”[5].
In Colosse waren mensen die zich door dikdoenerige dwaalleraars lieten inwijden in diverse Goddelijke mysteries. Die mensen koesterden allerlei hogere filosofieën. Ze hadden beter geestelijk inzicht, vonden zij zelf. In werkelijkheid was het niet meer dan verbeelding of fantasie[6].
Laten wij er maar niet omheen draaien: ook vandaag zijn er duizenden mensen, zo niet miljoenen, die – al of niet via het christendom – in hogere sferen willen komen. Via het zenboeddhisme bijvoorbeeld. Concentratie-meditatie heet dat in goed Nederlands[7]. Met dergelijke zaken moeten christenen zich maar niet mee inlaten!
1 Timotheüs 6:
Paulus schrijft over “voortdurend geruzie van mensen die een verdorven gezindheid hebben en beroofd zijn van de waarheid, omdat zij denken dat de godsvrucht een bron van winst is. Wend u af van dit soort mensen”[8].
Er waren dwaalleraren die zich tamelijk vorstelijk lieten betalen voor hun onderwijs – vandaar die winst. Ook bij die leraren ziet men ten diepste een aardse gerichtheid!
2 Timotheüs 3:
“Op de wijze waarop Jannes en Jambres tegen ​Mozes​ in gingen, zo gaan ook zij tegen de waarheid in. Het zijn mensen met een verdorven gezindheid en, wat het geloof betreft, verwerpelijk”[9].
Jannes en Jambres waren de leiders van de Egyptische tovenaars[10]. Zij zijn een symbool voor iedereen die tegen de waarheid van Gods Woord in gaat.

Het gezegde stelt in de eenentwintigste eeuw nog altijd: zoveel hoofden, zoveel zinnen.
Wij leven in een tijd waarin men via sociale media geweldig veel invloed hebben kan. Daarom is het zeker in onze tijd belangrijk om voortdurend onze gerichtheid te blijven controleren. Staat ons leven, om zo te zeggen, de goede richting op? Eenvoudig gezegd: kijken wij naar boven of naar beneden?
Het regelmatig beantwoorden van die vraag is een taak voor individuele kerkleden, voor kerkgenootschappen en christelijke organisaties. En ja, bijvoorbeeld ook voor de Evangelische Omroep.

Laten wij nog een ogenblik teruggaan naar Efeziërs 4.
Het mag ons wel opvallen dat de formulering is dat u “vernieuwd wordt in de geest van uw denken”.
Wie zich dagelijks bekeert – oftewel: wie zich steeds weer naar de God van hemel en aarde toe keert – mag er zeker van zijn dat de Heilige Geest in zijn of haar leven actief wordt.
Dat is een woord van troost – inderdaad.
Maar het is ook een waarschuwing. Een waarschuwing voor alle christenen. Daarbij is de Evangelische Omroep inbegrepen.

Noten:
[1] Efeziërs 4:20-24.
[2] Over de koers van de Evangelische Omroep schreef ik in mijn artikel ‘De afgang van de Evangelische Omroep’, hier gepubliceerd op maandag 23 september 2019. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2019/09/23/de-afgang-van-de-eo/ .
[3] Geciteerd van https://bijbelenonderwijs.nl/bijbel-en-onderwijs/wordt-vernieuwd-in-de-geest-van-uw-denken-ef-423/ ; geraadpleegd op woensdag 18 september 2019.
[4] Efeziërs 4:17.
[5] Colossenzen 2:18.
[6] Zie hiervoor de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Colossenzen 2:18.
[7] Zie hierover bijvoorbeeld https://nl.wikipedia.org/wiki/Zen ; geraadpleegd op woensdag 18 september 2019.
[8] 1 Timotheüs 6:5.
[9] 2 Timotheüs 3:8.
[10] Zie http://www.christipedia.nl/Artikelen/J/Jannes_en_Jambres ; geraadpleegd op woensdag 18 september 2019.

22 mei 2019

Verloren spel?

Kent u Amos?
Vast wel.
Het is een profeet uit de achtste eeuw voor Christus; we schrijven ongeveer 750 voor Zijn komst naar de aarde.
In een encyclopedie staat geschreven: “Amos is een donderpredikant. Zijn taal is die van een boer, gespierd en gekruid. Hij gebruikt vaak harde woorden en ruige beelden, ontleend aan de natuur en het boerenbestaan. Om vat te krijgen op zijn toehoorders stapelt hij de beelden soms opeen of herhaalt hij zijn gedachte”[1].
“Maar”, schrijft een andere uitlegger, “Amos is niet alleen een oordeelsprediker. Hij spreekt ook Gods woorden over de toekomst die Hij voor Zijn volk heeft, als het zich eenmaal tot Hem heeft bekeerd”[2].

Vandaag vraag ik aandacht voor woorden uit Amos 3: “Ik zal het winterverblijf treffen samen met het zomerverblijf, zodat de ivoren ​huizen​ verloren gaan en vele ​huizen​ weggevaagd worden, spreekt de HEERE”[3].

Die exegeet van hierboven schrijft: “Amos 1 en 2 laten zien dat, als het gaat om de maatstaf van Gods heiligheid, er geen onderscheid kan zijn tussen Israël en de volken. Maar in Amos 3 zien we dat Israël wel een apart oordeel ondergaat. De reden daarvoor is dat te midden van alle volken Israël van God een speciale plaats heeft gekregen. Het is Zijn eigendomsvolk. Daarom komt er een speciaal oordeel over het volk dat de HEERE voor Zichzelf heeft uitverkoren”.

‘Luister!’, zegt God.
‘Ik ken u. Ik ga intiem met u om. Ik trek met u op.
Maar één ding is zeker – samen optrekken doe je alleen als je ’t samen over diverse zaken eens bent. Anders moet je er niet aan beginnen.
En in de relatie met Mij geldt bovendien: er gebeurt niets bij toeval. Dat u, Israëlieten, in een land woont waar het verderf om zich heen grijpt, dat hebt u aan uzelf te wijten. En laat het duidelijk wezen: de profeten horen van tevoren wat Ik ga doen’.

Dat betekent: actie voor Amos – hij is immers zelf een profeet?
Maar de Israëlieten missen elk gevoel voor urgentie. Zij hebben niet het idee dat Amos namens God het woord voert.
Maar dat oordeel komt!
Dat oordeel komt omdat Gods volk niet meer weet wat ‘recht doen’ is. Geweld en onderdrukking zijn aan de orde van de dag.
En hoe ziet dat oordeel er uit?
Gods vijanden zullen het land overspoelen. Alles wat in tijden van welvaart en welzijn is opgebouwd, wordt afgebroken.
Alles… – nou ja, bijna alles.
Een rest blijft over. Een overblijfseltje. Minimaal. Vrijwel niet de moeite waard om over te praten.

‘Luister en waarschuw’, zegt de Here tegen Zijn woordvoerder Amos.
De profeet van de Here moet de boodschap van hierboven doorgeven. Nee, dat is niet het mooiste karwei des levens. Integendeel. Maar het moet wel gebeuren. Amos mag zich niet stil houden. Onder geen beding mag hij er het zwijgen toe doen.
Amos gaat verder.
Afgodendienst tolereert de Here niet. Godsdienst geef je niet naar eigen inzicht vorm. God dienen – dat doe je niet op je eigen manier en op een plekje dat jou uitkomt.
Zoals Jerobeam dat deed, in 1 Koningen 12: “Daarom pleegde de ​koning​ overleg en maakte twee gouden kalveren. Hij zei tegen het volk: Het is te veel voor u om op te trekken naar ​Jeruzalem. Zie uw ​goden, Israël, die u uit het land ​Egypte​ hebben doen optrekken. En hij plaatste het ene in Bethel, en het andere zette hij in Dan. Dit werd aanleiding tot ​zonde, want het volk liep vóór het ene uit, tot aan Dan toe. 1Hij maakte ook een godshuis​ op de offerhoogten en hij stelde ​priesters​ aan uit alle geledingen van het volk, die niet tot de nakomelingen van Levi behoorden”[4].
Ziet u ‘t? Jerobeam dacht: die godsdienst kan best een beetje efficiënter. Hij maakte het allemaal wat makkelijker. Godsdienst moet je, zo maakte Jerobeam duidelijk, niet te zwaar opnemen. Dat is nergens goed voor…
Amos brengt dat alles in herinnering.
En laten we wel wezen: die redenering doet het in 2019 nog steeds goed.

Amos draait er niet omheen: naarmate de welvaart toeneemt, verdwijnt God uit beeld.

Afgoden doen het ook vandaag nog steeds goed.
Onze vakantie is heilig.
Onze auto moet groot genoeg zijn.
En trouwens – wat dacht u van het songfestival?

Als het gaat om Amos 3, moeten we maar niet aan dat festival voorbij kijken.
Dat zal hieronder blijken.

We konden er in de afgelopen dagen niet omheen: Nederland heeft het Eurovisiesongfestival gewonnen. Miljoenen mensen vergaapten zich aan Duncan Laurence en aan zijn liedje ‘Arcade’.

Waar komt dat liedje eigenlijk vandaan?
De zanger zegt: “Ik ging op zoek naar verhalen die ontroeren en iets betekenen, uit mijn eigen leven of dat van een ander. De inspiratie vond ik in het verhaal van een dierbare die op jonge leeftijd is gestorven. De woorden en akkoorden kwamen als vanzelf, vanuit het hart. Daarom klonk het, ondanks de wisselingen in de song, toch zo organisch”[5]. Woorden en muziek pasten, wil Duncan maar zeggen, als vanzelfsprekend bij elkaar.

Het lied luidt, in vertaling, als volgt:
“Ooh-ooh-ooh, ooh-ooh, ooh-ooh
Ooh-ooh-ooh, ooh-ooh, ooh-ooh

Een gebroken hart is alles wat overbleef
Ik repareer nog steeds alle scheuren
Raakte een paar stukjes kwijt toen
Ik het droeg, het droeg, het naar huis droeg
Ik ben bang voor alles wat ik ben
Mijn geest voelt als een vreemd land
Stilte galmt in mijn hoofd
Alsjeblief, breng me, breng me, breng me naar huis

Ik gaf alle liefde uit die ik gespaard had
We waren altijd al een verloren spel
Dorpsjongen in een grote speelhal
Ik raakte verslaafd aan een verloren spel

Ooh, ooh
Ik weet het, ik weet het
Van jou houden is een verloren spel
Hoeveel munten in de gleuf
Het opgeven kostte niet veel
Ik zag het eind al voor het begon
En toch ging ik door, ging ik door, ga ik door

Ooh, ooh
Ik weet het, ik weet het
Van jou houden is een verloren spel
Ooh, ooh
Ik weet het, ik weet het
Van jou houden is een verloren spel

Ik heb jouw spelletjes niet nodig, einde spel
Haal me van deze achtbaan af

Ooh, ooh
Ik weet het, ik weet het
Van jou houden is een verloren spel

Ooh, ooh
Ik weet het, ik weet het
Van jou houden is een verloren spel

Ooh-ooh-ooh, ooh-ooh, ooh-ooh
Ooh-ooh-ooh, ooh-ooh, ooh-ooh”[6].

Het verlies van een dierbare is een verloren spel, zingt Duncan.
Je staat met 1-0 achter.
Je voelt je ontheemd. Leeg. Kapot.
Duncan weet: het spel is over.
Wat overblijft is een achtbaan van emoties.

En hoe is dat in Gods Woord?
Is het spel daar ook over?
Het lijkt er wel op.
Immers – in Amos 3 gaan er heel wat huizen tegen de vlakte. Nou ja… huizen? Het lijken warempel wel landhuizen! Wat? Complete landgoederen zijn het, waar zo’n beetje alle woongelegenheden van ivoor zijn!
En zelfs die pracht en praal wordt geruïneerd.
Wat blijft er dan over? Alleen maar een achtbaan van emoties?

Nee, toch niet.
Lees maar mee in Amos 9: “Op die dag zal Ik oprichten de vervallen hut van ​David. Zijn scheuren zal Ik dichtmaken, en wat aan hem is afgebroken, zal Ik oprichten, Ik zal hem opbouwen als in de dagen van oude tijden af; zodat zij de rest van ​Edom​ in bezit zullen nemen, en alle heidenvolken waarover Mijn Naam is uitgeroepen, spreekt de HEERE, Die dit doet. Zie, er komen dagen, spreekt de HEERE, dat de ​ploeger​ de maaier zal ontmoeten en de druiventreder de ​zaaier, en dat de bergen zullen druipen van jonge ​wijn en al de heuvels doordrenkt zullen worden. Ik zal een omkeer brengen in de gevangenschap van Mijn volk Israël. Zij zullen de verwoeste steden herbouwen en bewonen, zij zullen wijngaarden planten en de ​wijn​ ervan drinken, zij zullen tuinen aanleggen en de vrucht ervan eten. Ik zal hen in hun land planten, en zij zullen nooit meer weggerukt worden uit hun land, dat Ik aan hen gegeven heb, zegt de HEERE, uw God”[7].

Wat is de boodschap?
Als je ’t van mensen moet verwachten, blijf je eenzaam over. Dan komt het moment dat het spel verloren is. Maar als de Here Zelf ingrijpt, dan gebeurt er wat. Hij voert een groots plan uit.

Amos windt er geen doekjes om.
In een verdorven wereld geeft hij een onheilsboodschap van God door.
Maar hij doet meer.
Aan de lezers van zijn profetie, ook die van de eenentwintigste eeuw, doet hij de oproep: bekeer u, en leef met God!
Dan raak je niet ontheemd.
Dan is het spel niet over.
Dan blijf je niet hangen in een achtbaan van emoties.
Wandel met God!
Daar hou je ’t lang bij vol. Ja, tot in eeuwigheid!

Noten:
[1] Geciteerd van https://nl.wikipedia.org/wiki/Amos_(profeet) ; geraadpleegd op maandag 20 mei 2019.
[2] Geciteerd van https://www.oudesporen.nl/Download/OS1128.pdf ; geraadpleegd op maandag 20 mei 2019.
[3] Amos 3:15.
[4] 1 Koningen 12:28-31.
[5] Zie https://www.hitzound.com/arcade-is-het-lied-van-duncan-laurence-voor-songfestival/ ; geraadpleegd op maandag 20 mei 2019.
[6] De vertaling is afkomstig van https://songteksten.net/translation/9034/101749/duncan-laurence/arcade.html ; geraadpleegd op maandag 20 mei 2019.
[7] Amos 9:11-15.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.