gereformeerd leven in nederland

31 augustus 2020

De heiliging van Gods naam

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

‘Uw naam worde geheiligd’. Dat is een bekende bede. Maar het is ook een bede die, voor ons idee althans, wat abstract kan zijn. Wij zijn namelijk niet heilig. En wij kunnen de wereld ook niet heilig, rein en onberispelijk máken. Zweeft die bede niet een beetje boven de wereld?

Niet zo lang geleden preekte dominee M.A. Sneep, predikant van De Gereformeerde Kerk Groningen, over deze woorden. Hij legde uit wat die woorden inhouden:
* geef dat wij ware kennis van Zijn naam verkrijgen
* geef dat wij Zijn naam heiligen door onze woorden
* geef dat wij Zijn naam heiligen door ons leven[1][2].

Kunstschilders, zo legde de predikant uit, signeren hun werk. Als men hun schilderijen bekijkt is al snel een stijl te herkennen. Men ziet: dit is een Van Gogh, dit is een Rembrandt.
In de bede ‘Uw naam worde geheiligd’ vragen wij of God wil geven dat wij Hem steeds beter leren kennen. Dat willen wij ook. Wij willen steeds beter zien wie Hij is en wat Hij doet. Als wij goed kijken zullen wij zien dat onze God steeds Dezelfde is. Hij is trouw.
Jozef en Maria moeten hun kindje Jezus noemen. Dat betekent: Redder, Verlosser. Bij de geboorte van Jezus geldt: hoe Zijn naam is, zo zal ook Zijn werk zijn. En dan zien wij meteen Wie de Vader is. Zijn naam zegt alles!
Wie goed wil kijken, moet naar God toe gekeerd staan. Hij moet zich elke dag bekeren. Want als het aan ons zelf ligt gaan we, om met Romeinen 1 te spreken de “waarheid in ongerechtigheid onderdrukken”[3].
Wij moeten dus om de heiliging van Zijn naam bidden. Net zoals David dat bijvoorbeeld doet in Psalm 145:
“Mijn God en Koning, ik zal U roemen
en Uw Naam loven, voor eeuwig en altijd.
Iedere dag zal ik U loven
en Uw Naam prijzen, voor eeuwig en altijd”[4].
Waarom? Vanwege alles wat God in het verleden heeft gedaan. Wij moeten, om zo te zeggen, zicht op de kerkgeschiedenis krijgen.
Gods daden in het verleden geven garanties voor de toekomst. Als wij in dat geloof bidden, dan geeft de Here ons ook mogelijkheden om Zijn naam te heiligen. Dan kijken we naar de schepping zoals David dat doet in Psalm 19:
“De hemel vertelt Gods eer,
het gewelf verkondigt het werk van Zijn handen.
Dag op dag spreekt overvloedig,
nacht op nacht geeft kennis door”[5].
Behalve bidden moeten we ook lezen. In Gods Woord namelijk. Als wij dat regelmatig doen, voorkómen we de ontwikkeling van een verkeerd Godsbeeld. In de Bijbel toont God zich van alle kanten.
Als we blijven Bijbellezen, voorkómen we lauwheid, nonchalance en traagheid. Want dan blijken er steeds meer redenen te zijn om Hem te loven!

Dan gaan we ook praten over Gods werk; zijn werk in ons leven, en in dat van anderen. Het is ook Gods bedoeling dat we dat uitspreken.
Bijvoorbeeld als wij spreken over de schepping. Filosofen zeggen tegen elkaar: “De natuur staat volop in de schijnwerpers. Of het nu klimaatspijbelaars of boze boeren zijn, iedereen lijkt zich met de natuur te bemoeien. Maar hoe verhoudt de mens zich ten opzichte van de natuur? Kunnen wij de natuur bedwingen of zijn wij juist aan haar overgeleverd?”[6].
Gods kinderen mogen en moeten zeggen: ‘Dit heeft onze God gemaakt. Hem loven wij. Hem willen wij dienen’. In ons spreken, in ons zingen, in al ons doen en laten.

Dat klinkt prachtig. Maar dat lukt toch nooit? Inderdaad – de zonde zit op deze aarde in ons leven ingebakken.
Echter – als de twijfels toeslaan, mogen wij zeggen dat wij één zijn met Christus. En ja, wij mogen het zonder enige reserve zeggen: Hij heeft Gods naam volmaakt geheiligd. Verkeerde bijbedoelingen had Hij nooit of te nimmer.
Als wij bidden om de heiliging van Gods naam, moeten we ook bidden dat Gods Heilige Geest Zijn werk in ons leven blijft doen; intens en zonder ophouden. Wij bidden ook dat de Heilige Geest Zijn werk wereldwijd blijft doen.
Net als David in het slot van Psalm 145:
“Mijn mond zal van de lof van de HEERE spreken
alle vlees zal Zijn heilige Naam loven,
voor eeuwig en altijd”[7].
In een door de zonde bedorven wereld moeten wij ons goed realiseren op Wiens naam wij zijn gezet. Op zondag. Maar ook op maandag, op dinsdag, op woensdag… – op alle dagen van de week!

Noten:
[1] De tekst van de preek van dominee Sneep was Zondag 47 van de Heidelbergse Catechismus. De preek werd gehouden op zondag 9 augustus 2020 in de middagdienst van De Gereformeerde Kerk Groningen. De dienst werd gehouden in de Goede Herderkerk te Bedum. Dit artikel is gebaseerd op die preek.
[2] De keuze van het onderwerp hangt samen met het feit dat de vrouwenvereniging ‘Bouwen en Bewaren’ van De Gereformeerde Kerk Groningen op donderdagavond 17 september 2020 een bespreking wijdt aan de eerste bede van het Onze Vader: ‘Uw naam worde geheiligd’. Van voornoemde vereniging is mijn vrouw lid. Met het schrijven van dit artikel hielp ik mijn echtgenote bij de voorbereiding op die avond.
Bij de bespreking gebruikt men: ds. B. van Zuijlekom, ‘De eerste bede – Uw naam worde geheiligd”. – Hoofdstuk 2 (pagina 14-17) in: ds. H.J. Boiten (redactie), “Het Onze Vader – het voornaamste van de dankbaarheid; bijbelstudie in schetsen I”. – Groningen: Bond van Mannenverenigingen op Gereformeerde Grondslag in samenwerking met Scholma Druk te Bedum [1990].
[3] Romeinen 1:18.
[4] Psalm 145:1.
[5] Psalm 19:2 en 3.
[6] Geciteerd van https://www.filosofie.nl/collegedag-natuur/ ; geraadpleegd op woensdag 26 augustus 2020.
[7] Psalm 145:21.

7 augustus 2020

Goddeloos gezag is maar tijdelijk

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Gereformeerde mensen leven in een wereld waar massa’s mensen zich niet al te veel van God aantrekken. Zij zijn in de minderheid. Als zij wat zeggen staan zij meestal aan de zijlijn. Als het tegenzit worden ze overstemd door de kakofonie van andere geluiden.
Er wordt zo nu en dan over geklaagd. Men zucht. Men steunt. Wat kan er aan gedaan worden?

Eén ding is zeker: onze God weet daar alles van. En de pelgrims in de tijd van de Bijbel ook. Kijkt u maar in Psalm 125:
“Want de scepter van de goddeloosheid zal niet voorgoed rusten
op het erfdeel van de rechtvaardigen;
opdat de rechtvaardigen hun handen
niet uitstrekken naar onrecht”[1].

Werd Gods volk, in de tijd dat Psalm 125 geschreven werd, door vijandelijke machten overheerst? Het lijkt er wel op. En veel exegeten veronderstellen dat ook[2]. Maar Psalm 125 is een kerklied voor alle tijden. Altijd is er weer dat keiharde feit: mensen die zonder God leven overschreeuwen Gods kinderen en bepalen de publieke opinie.
 
Voor ons aller beeld het volgende.
Een scepter is een staf, meestal voorzien van een dikker uiteinde aan de bovenkant. Een internetencyclopedie leert ons: “Van oorsprong wordt de scepter soms gezien als een knots, een slagwapen dus. De knop aan de bovenkant was het symbool van een globe, maar dit veranderde geleidelijk aan in de geschiedenis. Er zijn zelfs historische voorbeelden bekend waarbij de knop aan de bovenkant bestond uit een mensenschedel. Tegenwoordig zit op deze plaats een of meerdere juwelen of een figuur -bijvoorbeeld een adelaar, (…) of een rijksappel-”[3].
Die scepter is een machtssymbool. Iemand die de scepter vasthoudt straalt gezag uit.
Welnu, zo heeft de goddeloosheid het dus in de wereld te zeggen.

Men zou toch zeggen: die Gereformeerden worden wel eens moe. Na verloop van tijd willen ze wel eens zitten; gewoon om even uit te rusten. Maar dat beeld klopt niet.
Want:
“Wie op de HEERE vertrouwen, zijn als de berg Sion,
die niet wankelt, maar voor eeuwig blijft”[4].
Zijn Gereformeerden zeer krachtige mensen? Nee, dat niet. Waarom staan zij dan zo stevig? Omdat zij permanente steun om zich heen hebben. Het is God Zelf die hen overeind houdt:
“Rondom Jeruzalem zijn bergen,
zo is de HEERE rondom Zijn volk,
van nu aan tot in eeuwigheid”[5].

Vanuit de Evangelische Omroep wordt Psalm 125 voorzien van de volgende aantekening: “Het slot van de psalm plaatst ons handelen in perspectief. Word geen handlanger van het kwaad (…). God deelt straf of beloning uit. Dat is niet jouw zaak. Doe het goede, en laat het oordelen aan God over”[6].
Die aantekening doet echter geen recht aan Psalm 125. Want daar blijkt de Verbondsgod actief. Kijkt u maar:
“Doe goed, HEERE, aan wie goed zijn
en aan hen die oprecht zijn in hun hart.
Maar wie zich neigen tot kronkelwegen,
zal de HEERE doen verdwijnen,
met hen die onrecht bedrijven.
Vrede over Israël!”[7].
De psalmist vraagt dus om Goddelijke activiteit. Hij vraagt om bescherming voor Gods volk.
Het gebed van de psalmist is niet met vraagtekens omgeven. Hij weet het zeker: de God van het verbond gaat ervoor zorgen dat er alleen maar vereerders van God overblijven. De zogenaamd zelfredzame mensen zullen achter de horizon verdwijnen.

Psalm 125 is voor de kerk dus een troostrijke psalm. Want de kerk weet: alle onrecht gaat de wereld uit. De scepter van de goddeloosheid is nog altijd zichtbaar. Maar dat gaat veranderen!

Een exegeet vat de boodschap van Psalm 125 als volgt samen: “Het is de HERE die voor zijn volk zorgt. Hij beschermt het volk, zoals de bergen rondom Jeruzalem de stad bescherming bieden. Hij die het land aan zijn volk heeft beloofd, zal niet toestaan dat het steeds door anderen wordt overheerst. Toch is het gebed om beloning, vergelding en vrede niet overbodig. De belijdenissen over Gods bescherming zorgen ervoor dat in tijden van onderdrukking het vertrouwen niet vervaagt. Zij bieden houvast om in tijden van gevaar en moreel verval te bidden om uitkomst.
Het lied legt de nadruk op de duidelijkheid die in dit leven ontstaat. Diverse psalmen benoemen de aanvechting die kan ontstaan, wanneer de realiteit anders lijkt. In het Nieuwe Testament ligt het accent meer op de vergelding die na dit leven zal komen”[8].

Kinderen van God leren in Psalm 125 bidden. Wij behoren te bidden om volharding. Wij moeten de Here dringend vragen in te grijpen, zodat velen, zeer velen, zich nog naar de Heiland toe gaan keren. Wij moeten bidden dat de God van hemel en aarde Zijn werk met spoed af maakt.

In onze tijd hebben we nog te maken met veel ellende. In deze week is dat op schrijnende wijze duidelijk geworden. In het havengebied van Beiroet ontplofte op dinsdag 4 augustus jongstleden 2750 ton ammoniumnitraat dat daar al sinds 2014 in een pakhuis opgeslagen lag. Er waren minstens 135 doden te betreuren; er waren zo’n 5000 gewonden. In een gebied van ongeveer 12 km2 is de stad totaal verwoest. Men meldt dat 250.000 tot 300.000 inwoners van de stad dakloos zijn geworden als gevolg van de schade[9].
De beelden gingen de wereld over. Wie ze bekeek was verbijsterd en verdrietig. Wat een schade in een paar seconden!
Wij zijn er weer van doordrongen: op deze aarde, die – om zo te zeggen – van zonde doortrokken is kan in een korte tijd een grote verwoesting worden aangericht. Onachtzaamheid, corruptie, criminaliteit – die zijn in onze wereld nog altijd aan de orde van de dag.
In onze wereld is er daarom alle reden om dagelijks tot God te gaan in ons gebed. En ja, deze week mogen de bewoners van Beiroet, en alle mensen die daar op enigerlei wijze hulp verlenen, een prominente plaats in onze gebeden hebben.
Maar Psalm 125 leert ons ook dat de problemen niet de wereld uit zijn als alles in Beiroet weer overeind staat.
Psalm 125 biedt de echte oplossing:
“Wie op de HEERE vertrouwen, zijn als de berg Sion,
die niet wankelt, maar voor eeuwig blijft”.
Laten wij het maar beseffen: de Here ziet wel wat er gebeurt; Hij leidt Zijn schepping naar de Jongste Dag, dwars door alles heen. Dat geloof moeten we vasthouden. Ook bij grote rampen die er in de wereld gebeuren.
En laten we ’t maar repeteren: eens wordt de scepter van de goddeloosheid definitief verbrijzeld.

Noten:
[1] Psalm 125:3.
[2] Zie bijvoorbeeld de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Psalm 125.
[3] Geciteerd van https://nl.wikipedia.org/wiki/Scepter ; geraadpleegd op dinsdag 4 augustus 2020.
[4] Psalm 125:1.
[5] Psalm 125:2.
[6] Geciteerd van https://bijbel.eo.nl/bijbel/psalmen/125 ; geraadpleegd op dinsdag 4 augustus 2020.
[7] Psalm 125:4 en 5.
[8] Geciteerd uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Psalm 125 – ‘Boodschap’.
[9] Zie hierover onder meer https://nl.wikipedia.org/wiki/Explosies_in_Beiroet_2020 ; geraadpleegd op donderdag 6 augustus 2020.

23 juni 2020

Het begin der bezigheden

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

“Och, Heere, laat Uw oor toch opmerkzaam zijn op het gebed van Uw dienaar, en op het gebed van Uw dienaren, die er vreugde in vinden Uw Naam te vrezen”.
Dat zijn woorden van Nehemia[1].
Nehemia – dat is de man van de opbouw van Juda na de ballingschap in Babel.
Een internetencyclopedie vat zijn activiteiten als volgt samen: “In 446 voor Christus hoort Nehemia dat het slecht gaat met de Joden die in Juda wonen. Als reactie hierop rouwt en vast Nehemia dagenlang. De koning merkt dat Nehemia somber is, en Nehemia vraagt aan de koning om naar Juda te mogen gaan om de stad Jeruzalem weer op te bouwen. De koning geeft toestemming en biedt Nehemia een vrijgeleide aan. Nadat Nehemia de toestand van Jeruzalem geïnspecteerd heeft, stelt hij een plan op voor de herbouw, en voltooit hij dit in zes maanden, ondanks veel tegenstand.
Daarna blijft Nehemia dertien jaar in Jeruzalem als landvoogd en voert een rechtvaardig bewind. Na een afwezigheid van twee jaar merkt hij het morele verval op. Vervolgens leest Ezra het boek van de wet voor, waarna het verbond vernieuwd wordt. Ook laat Nehemia de herbouwde stadsmuur inwijden. Aan het eind van het boek is te lezen dat hij hard optreedt tegen het feit dat Judese mannen trouwen met buitenlandse vrouwen”[2].
In het Bijbelboek Nehemia gaat het om:
* de herbouw van de tempel en van de muren van de stad
* de naleving van de wet van Mozes
* het herstel van de Joodse gemeenschap als het volk van God[3].
 
Nehemia – de man van de opbouw.
Nehemia – de strijder tegen moreel verval.
Waar begint die bouwer? Waar begint die strijder? Antwoord: Nehemia vraagt de God van het verbond om te luisteren naar het gebed dat hij uitspreekt. Hij vraagt God om te luisteren naar de gebeden die door al Gods kinderen worden opgezonden. Nee, Nehemia begint niet met de inkoop van materialen. Hij begint niet met het tekenen van een plattegrond. Nee, hij begint met een gebed.

Nehemia roept God van harte aan.
Maar hij zegt niet: o Here, nu wij hier zijn willen wij de zaak zo graag opnieuw opbouwen. Hij zegt niet: o Here, wij zijn nu toe aan een nieuw begin. Nee, dat Nehemia niet.
Hij zegt: “Wij hebben het grondig bij U verdorven. Wij hebben de geboden, de verordeningen en de bepalingen, die U aan Uw dienaar Mozes geboden hebt, niet in acht genomen. Denk toch aan het woord dat U Uw dienaar Mozes geboden hebt: Als u ontrouw bent, zal Ik u overal onder de volken verspreiden. Maar als u zich tot Mij bekeert en Mijn geboden in acht neemt en die houdt – al bevonden uw verdrevenen zich aan het einde van de hemel, vandaar zal Ik hen bijeenbrengen en hen brengen naar de plaats die Ik gekozen heb om daar Mijn Naam te laten wonen. Zij zijn toch Uw dienaren en Uw volk, dat U verlost hebt door Uw grote kracht en door Uw sterke hand”[4].
Nehemia weet het: wij mensen – we maken er niets van. Wij moeten het hebben van Gods trouw. Wij moeten het hebben van Zijn energie, van Zijn geweldige kracht.

Het is de praktijk van Zondag 45 van de Heidelbergse Catechismus. Wij moeten onze God “van harte aanroepen om alles wat Hij ons geboden heeft te bidden”. Verder is het nodig “dat wij onze nood en ellende grondig kennen, om ons voor het aangezicht van zijn majesteit te verootmoedigen”. Daarbij weten wij dat wij niet tegen dovemansoren praten. Het is namelijk zo “dat wij deze vaste grond hebben, dat Hij ons gebed, al zijn wij dat niet waard, om Christus’ wil zeker verhoren wil, zoals Hij ons in zijn Woord beloofd heeft”[5].

Wij leven in een tijd waarin onze maatschappij zichzelf, om zo te zeggen, opnieuw uit moet vinden. Hoe zijn we verantwoord bezig in de anderhalve-meter-samenleving? Wanneer krijgen we weer grote feesten en festivals? Er zijn eindeloos veel vragen te beantwoorden. En nee, niet op alle vragen is een afdoend antwoord.
Wij leven in een tijd waarin demonstraties aan de orde van de dag. Het Malieveld in Den Haag wordt, om het maar zachtjes te zeggen, druk bezocht. Afgelopen zondag was het daar weer raak. Zelfs een Mobiele Eenheid kwam in actie.
En wat doen Gereformeerden?
Zij gaan op zondag naar de kerk.
Thuis gaan zij een paar keer per dag in gebed tot God. Een argeloze lezer kan vragen: ‘Wat stelt dat nou voor? Stoere demonstranten op het Malieveld, dat is pas wat! Goed, daar komt een Mobiele Eenheid op af, maar er gebeurt tenminste wat!’. Maar die gebeden zijn sterker dan wat dan ook! En heeft Jezus ons Zelf niet geleerd: “Bid, en u zal gegeven worden; zoek, en u zult vinden; klop, en er zal voor u opengedaan worden. Want ieder die bidt, die ontvangt; wie zoekt, die vindt; en voor wie klopt zal opengedaan worden”[6]? Trouwens, de apostel Paulus schrijft aan de christenen in Philippi: “Wees in geen ding bezorgd, maar laat uw verlangens in alles, door bidden en smeken, met dankzegging bekend worden bij God; en de vrede van God, die alle begrip te boven gaat, zal uw harten en uw gedachten bewaken in Christus Jezus”[7].  

Nehemia, dat is de man van de opbouw.
Nehemia, dat is de strijder tegen moreel verval.
Maar Nehemia laat ons zien waar onze activiteiten moet beginnen: namelijk bij het gebed tot God.
Wie wil gaan opbouwen, moet gaan bidden!
Wie wil strijden moet gaan bidden!

Nehemia heeft in en rond Jeruzalem een drukke, veeleisende baan. Maar hij heeft het nooit te druk om te bidden.
Dat voorbeeld moeten wij in 2020 maar volgen. Dat lijkt naïef. Maar het is het beste begin van onze bezigheden!

Noten:
[1] Nehemia 1:11.
[2] Geciteerd van https://nl.wikipedia.org/wiki/Nehemia_(persoon) ; geraadpleegd op zaterdag 20 juni 2020.
[3] Zie ook https://bijbel.eo.nl/inleiding-bijbelboeken/inleiding-op-nehemia
[4] Nehemia 1:7-10.
[5] De citaten komen uit de Heidelbergse Catechismus – Zondag 45, antwoord 117.
[6] Mattheüs 7:7 en 8.
[7] Philippenzen 4:6 en 7.

18 maart 2020

Bidden in crisistijd

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Christelijke organisaties, waaronder de ChristenUnie en MissieNederland, organiseren vandaag de Dag van Nationaal Gebed. Vanwege de uitbraak van het coronavirus willen de organisaties via het gebed hun ‘ongerustheid overgeven aan God’.
Het Nederlands Dagblad meldt op zaterdag 14 maart: “‘Als christenen geloven we dat we ons niet hoeven te laten leiden door onzekerheid. We mogen vertrouwen dat God ook in deze situatie de Heer is’. Vanwege het virus worden er geen grote gebedsbijeenkomsten georganiseerd. In plaats daarvan wordt gemikt op een ‘virtuele gebedsbeweging’ van mensen in het land, via internet en sociale media. Die mensen kunnen op de website nationaalgebed.nl woensdag om 9.00, 12.00 en 15.00 uur een bijeenkomst volgen. Die wordt opgenomen in een kapel van de EO, waarin een predikant en een aantal gasten aanwezig zijn. De voorganger leidt de dienst in, waarna er ruimte is voor het gebed en het ‘online delen van gebedspunten en onderlinge verbinding’, bijvoorbeeld met hashtags via sociale media. De diensten duren ongeveer een kwartier tot halfuur. Om 19.00 uur wordt de dag via de livestream afgesloten”[1].

Bidden – dat is een heel goede zaak!
Maar dat geldt niet alleen op woensdag 18 maart 2020. Bidden, dat behoren wij heel ons leven te doen. Ook op donderdag 19, vrijdag 20, zaterdag 21 maart 2020 en verder.

Zeker in deze tijd heeft de kerk een dringende boodschap aan de wereld.
De Dordtse Leerregels zeggen het in hoofdstuk 2 zo: “De belofte van het evangelie is nu, dat ieder die in de gekruisigde Christus gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft. Aan alle volken en mensen tot wie God naar zijn welbehagen het evangelie zendt, moet zonder onderscheid deze belofte openlijk verkondigd worden met het bevel zich te bekeren en te geloven.
Velen die door het evangelie geroepen zijn, bekeren zich niet en geloven niet in Christus; zij gaan in ongeloof ten onder. Maar dit komt niet doordat Christus’ offer aan het kruis gebrekkig of ontoereikend zou zijn; het is hun eigen schuld.
Maar allen die echt geloven en door Christus’ dood van zonde en ondergang bevrijd en behouden worden, ontvangen deze weldaad alleen op grond van Gods genade. Deze genade, die God aan niemand verschuldigd is, heeft Hij hun in Christus van eeuwigheid gegeven”[2].
In onze wereld moeten we zeggen: in de wereld redden we ’t niet; in de kerk leggen wij ons leven in de hand van God, en wij bidden Hem om Zijn ondersteuning en barmhartigheid.

In het Nederlands Dagblad merkt de christelijke relatiecoach Linda Pasman op: de door de coronacrisis vrijgekomen tijd is “‘een prachtig cadeau. Het is gaaf wat God aan het doen is. Hij geeft tijd en rust in gezinnen en relaties. Je hoeft niet naar de kerkdienst en andere georganiseerde activiteiten’”. Samen met haar man runt ze een coachingspraktijk in Utrecht. ‘Nu krijg je de kans bij elkaar te zijn – heerlijk’. Pasman adviseert mensen rust te nemen, te praten en samen iets te ondernemen”[3].
Dat klinkt wellicht reuze rustgevend. Maar het grootste cadeau is zonder twijfel: Gods genade voor Zijn kinderen. De grote vraag die anno Domini 2020 aan kerk en wereld wordt gesteld is: wat doen wij met de genade die door God wordt aangeboden – gratis en voor niets? Nemen wij die aan of zeggen we: ‘ik wil die genade niet hebben, geeft u die maar aan een ander’?
In de Gereformeerde kerk is dit, naar wij allen mogen hopen, een retorische vraag!

De theologen in Dordrecht noteerden onder meer ook: “God heeft (…) gewild dat Hij hen – dat zijn de uitverkorenen – door zijn bloed zou reinigen van al hun zonden, zowel van hun erfzonde als van de zonden die zij voor of na het ontvangen van het geloof zouden bedrijven. En ook was het Gods wil dat Hij hen tot het einde toe trouw zou bewaren en hen tenslotte stralend zonder vlek of rimpel voor Zich zou plaatsen”[4].
Wij kennen ziekte en ellende in deze wereld. Wij zien voor onze ogen hoe één coronavirus veel meer kapot maakt dan ons lief is. Dat legt, om maar eens wat te noemen, het diepgewortelde egoïsme der mensen bloot. Er werd -en wordt?- flink gehamsterd, klaarblijkelijk om voorraden voor de kwade dag aan te leggen. Het Nederlands Dagblad meldt op zaterdag 14 maart: “Supermarkten en drogisterijen worden overlopen door mensen die massaal levensmiddelen, toiletpapier en medicijnen inslaan. Volgens Rutte is dat onnodig, omdat de winkels ruime voorraden achter de hand hebben en Nederland als belangrijke voedselproducent genoeg kan produceren. De premier noemt het hamstergedrag bovendien niet sociaal”[5]. Mensen zijn, zo blijkt, ten diepste op zichzelf gericht.
Maar de Here Jezus heeft in Johannes 10 gezegd: “Mijn schapen horen Mijn stem en Ik ken ze en zij volgen Mij. En Ik geef hun eeuwig leven; en zij zullen beslist niet verloren gaan in eeuwigheid en niemand zal ze uit Mijn hand rukken. Mijn Vader, Die hen aan Mij gegeven heeft, is meer dan allen, en niemand kan hen uit de hand van Mijn Vader rukken”[6].
De Verbondsgod is trouw!
Al onze tekortkomingen worden weggedaan!
De kerk wordt schoon.
Blinkend mooi.
Hemelwaardig!
Om met Paulus in Efeziërs 5 te spreken: Christus heeft Zich voor de gemeente overgegeven “opdat Hij haar zou ​heiligen, door haar te ​reinigen​ met het waterbad door het Woord, opdat Hij haar in heerlijkheid voor Zich zou plaatsen, een ​gemeente​ zonder smet of rimpel of iets dergelijks, maar dat zij ​heilig​ en smetteloos zou zijn”[7].
Zie, zo breekt de Heiland de macht van de wereld.
Ja, zo gaat zelfs de macht van een verontrustend coronavirus teniet!

Laten wij daarom gelovig biddend Psalm 30 zingen:
“Mijn God, U hebt mij op mijn klacht
genezen en mijn leed verzacht.
U hebt mij aan de dood ontrukt,
‘k Ga onder smart niet meer gebukt.
U hebt het leven mij gegeven
en mij aan dood en graf ontheven.

Hoor, HERE, let op mijn gebed,
wees mij een helper die mij redt.
Ik zoek uw aangezicht, o HEER
Schenk mij uw trouw en liefde weer.
Toon mij uw gunst en wees weldadig,
kom mij te hulp, hoor mij genadig”[8].

Noten:
[1] “Woensdag nationale gebedsdag”. In: Nederlands Dagblad, zaterdag 14 maart 2020, p. 3.
[2] Dordtse Leerregels, hoofdstuk II, artikelen 5, 6 en 7.
[3] “Taart of chips bij de online kerkdienst”. In: Nederlands Dagblad, zaterdag 14 maart 2020, p. 4 en 5.
[4] Dordtse Leerregels, hoofdstuk II, artikel 8.
[5] “Rutte noemt hamsteren niet sociaal”. In: Nederlands Dagblad, zaterdag 14 maart 2020, p. 3.
[6] Johannes 10:27, 28 en 29.
[7] Efeziërs 5:26 en 27.
[8] Psalm 30:2 en 6 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.

23 januari 2020

Op weg naar een nieuwe toekomst

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Bidden – helpt dat voor een goed verloop van de dag?[1]
Iemand schrijft: “Bidden wordt vaak gezien als een noodzakelijk kwaad, maar niet als iets dat echt helpt. Wanneer maak je bijvoorbeeld mee dat iemand echt wordt genezen, als antwoord op je gebed? Daarom zakt onze gebedsanimo regelmatig af. Luistert God wel echt naar ons? En wat doet Hij dan met ons gebed? Waar is het gebed eigenlijk voor?”[2].

In Mattheüs 6 geeft de Here gebedsonderwijs: “Bidt​ u dan zo: Onze Vader, Die in de hemelen zijt”[3].

Onze Vader – die aanspraak gaat terug op teksten als Deuteronomium 32 waar Mozes zegt: “Is Hij niet uw Vader, Die u verworven heeft, Die u gemaakt heeft en u stand heeft doen houden?”[4].
Laten wij elkaar ook wijzen op Jesaja 64 waar de profeet bidt: “Maar nu, HEERE, U bent onze Vader! Wij zijn het leem en U bent onze ​Pottenbakker: wij zijn allen het werk van Uw handen”[5].
En op Maleachi 2: “Hebben wij niet allen één Vader? Heeft niet één God ons geschapen? Waarom handelen wij dan trouweloos, eenieder tegen zijn broeder, door het ​verbond​ met onze vaderen te ​ontheiligen?”[6].

Wie bovenstaande teksten beziet, merkt dat er steeds een relatie is met de schepping. God heeft ons geschapen. Alleen daarom al is bidden vandaag de dag iets bijzonders. Immers, velen hebben de mond vol over de evolutie, over een ontwikkeling gedurende vele miljoenen jaren, over geleidelijke veranderingen.
Onze Vader – met die aanspraak aanbidden wij de Schepper van hemel en aarde.

Bidden is niet in de eerste plaats: help, wij hebben dit of dat nodig. Bidden is niet een aan God geadresseerde vraag om hogere assistentie in de wereld. Nee, wij eren God als de Maker van heel de kosmos.
En juist relatief kleine, van zichzelf hulpeloze mensen mogen Hem eren. Op de keper beschouwd is dat een wonder!

Laten wij ons niet vergissen: massa’s mensen weten nog steeds wat bidden is.
Wilt u een voorbeeld?
Op de website van het Algemeen Dagblad staat een op 3 januari 2020 gedateerd bericht dat over bidden gaat. Citaat: “De verenigde kerken in Zwolle roepen inwoners van Zwolle op tot gebed tegen het kwaad in de stad. Mink de Vries, voorzitter van de verenigde kerken van Zwolle, stelt dat na de vijfde schietpartij in honderd dagen de huidige situatie vraagt om extra gebed. Bij de vijf schietpartijen vielen twee gewonden en één dode.
‘Het lijkt alsof Zwolle op dit moment door het kwaad geregeerd wordt. Daarom kan het geen kwaad om de hulp van beschermheer en Gods engel Michaël te vragen. Michaël is de bestrijder en overwinnaar van het kwaad’, aldus De Vries.
De voorzitter wil tijdens De Week van Gebed, die plaatsvindt van 19 tot 26 januari, de gebeden bundelen om het college van burgemeester en wethouders te steunen in de aanpak van het vuurwapenbezit. ‘Het thema is buitengewoon. Dat is positief uit te leggen: we mogen weten en geloven dat we veilig in Gods handen zijn. Tegelijk komt hoop, veiligheid en vertrouwen niet uit de hemel vallen, daar kunnen en mogen wij wat voor doen’.
De Vries roept ook niet-kerkelijke Zwollenaren op tot gebed. ‘De mensen in Zwolle, kerkelijk of niet, vraag ik als coördinator van de Week van Gebed om te bidden voor de burgemeester en college, familie van de slachtoffers en daders, en voor de daders en betrokkenen zelf. Dat de rust, gastvrijheid en veiligheid mogen terugkeren’”[7].
Zeer velen gaan nog naar God toe.

Kerkmensen moeten goed bedenken dat bidden niet simpelweg een aardse activiteit is.
Als wij bidden gaat, om te zeggen, de deur van de hemel een ogenblik open.
Leest u maar mee in Hebreeën 10: “Omdat wij nu, broeders, vrijmoedigheid hebben om in te gaan in het ​heiligdom​ door het bloed van ​Jezus, langs een nieuwe en levende weg, die Hij voor ons heeft ingewijd door het voorhangsel, dat is door Zijn vlees, en omdat wij een grote ​Priester​ hebben over het huis van God, laten wij tot Hem naderen met een waarachtig ​hart, in volle zekerheid van het geloof”[8].
Gelovig bidden is: voor de troon van de Here in de hemel gaan staan.
Gelovig bidden is: een verlangende blik werpen in ons tweede vaderland. Zie Hebreeën 11: de geloofsgetuigen “hebben de vervulling van de beloften niet verkregen, maar hebben die vanuit de verte gezien en geloofd en begroet, en zij hebben beleden dat zij ​vreemdelingen​ en bijwoners op de aarde waren. Want wie zulke dingen zeggen, laten duidelijk blijken dat zij een vaderland zoeken. En als zij aan het vaderland gedacht hadden vanwaaruit zij weggegaan waren, zouden zij gelegenheid gehad hebben om terug te keren. Maar nu verlangen zij naar een beter, dat is naar een hemels vaderland. Daarom schaamt God Zich niet voor hen om hun God genoemd te worden. Want Hij had voor hen een stad gereedgemaakt”[9].

Bidden – helpt dat voor een goed verloop van de dag?
Meestal lijkt het er niet op.
Maar dat is gezichtsbedrog. Voor kerkmensen althans. Want zij maken dagelijks contact met de Heer van hemel en aarde. Met de Man die Machthebber is in de hemel en op de aarde; ook in hun tweede vaderland dus.
Tijdens en na ieder gebed mogen zij zich realiseren: wij gaan een nieuwe toekomst tegemoet!

Noten:
[1] Dit onderwerp is onder meer gekozen omdat de vrouwenvereniging ‘Bouwen en Bewaren’ van De Gereformeerde Kerk Groningen vanavond, donderdag 23 januari 2020, een eerste bespreking wijdt aan het Onze Vader. Van voornoemde vereniging is mijn vrouw lid. Met het schrijven van dit artikel hielp ik mijn echtgenote bij de voorbereiding op die avond.
Bij de bespreking gebruikt men: ds. B. van Zuijlekom, ‘De aanspraak – Onze Vader, die in de hemelen is”. – Hoofdstuk 1 (pagina 10-13) in: ds. H.J. Boiten (redactie), “Het Onze Vader – het voornaamste van de dankbaarheid; bijbelstudie in schetsen I”. – Groningen: Bond van Mannenverenigingen op Gereformeerde Grondslag in samenwerking met Scholma Druk te Bedum [1990]. Dat hoofdstuk benutte schrijver dezes ook bij het schrijven van dit artikel.
[2] Geciteerd van http://www.gelovenisleven.nl/biddenhelpt.htm ; geraadpleegd op donderdag 16 januari 2020.
[3] Mattheüs 6:9 a.
[4] Deuteronomium 32:6 b.
[5] Jesaja 64:8.
[6] Maleachi 2:10.
[7] Geciteerd van https://www.ad.nl/zwolle/zwolse-kerken-roepen-op-tot-extra-gebed-tegen-vuurwapenbezit~a98cd5b2/ ; geraadpleegd op donderdag 16 januari 2020.
[8] Hebreeën 10:19-22 a.
[9] Hebreeën 11:13 b-16.

27 maart 2019

Erkenningsoffer in Leviticus 2

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Eeuwenlang werden in Israël offers gebracht. Dat ging altijd maar door.
Jaar in, jaar uit.
Eeuw in, eeuw uit.
De God van het verbond acht het nodig dat Zijn volk in 2019 daar enige kennis van heeft.
In Gods Woord wordt althans aan het brengen van offers tamelijk uitgebreid aandacht besteed.

In dit artikel worden enkele opmerkingen gemaakt bij de inzet van Leviticus 2: “Wanneer een persoon de HEERE een ​graanoffer​ als offergave aanbiedt, moet zijn offergave meelbloem zijn. Dan moet hij er olie op gieten en er ​wierook​ op leggen. Dan moet hij het naar de zonen van ​Aäron, de ​priesters, brengen. En één van hen moet een handvol nemen van die meelbloem en die olie, met al de bijbehorende ​wierook, en de ​priester​ moet dit als gedenkoffer ervan in rook laten opgaan op het ​altaar. Het is een vuuroffer, een aangename geur voor de HEERE. Wat nu van het ​graanoffer​ overblijft, is voor ​Aäron​ en zijn zonen. Het is het allerheiligste van de vuuroffers van de HEERE”[1].

Een exegeet noemt dat een erkenningsoffer.
Het lijkt “om een zelfstandig offer te gaan, waarin plantaardige spijs als gave aan God wordt aangeboden. De offeraar schenkt aan de HERE een deel van de vruchten van het land en erkent Hem hiermee. Dit offer noemen wij hier een erkenningsoffer, terwijl ook wel gesproken wordt van een spijsoffer of graanoffer”.

De uitlegger schrijft ook: “Het eerste geval van offers van plantaardige spijzen heeft betrekking op iemand die het erkenningsoffer wil brengen (…). Dit dient te bestaan uit het relatief dure gries, dat wordt overgoten met olie. Op het graan wordt tevens het kostbare wierook gelegd. De drie kostbare producten dienen als een erkenningsoffer voor de HERE, dat het brand- en vredeoffer begeleidt. De offeraar moet deze ingrediënten brengen naar de priesters (…). Vervolgens neemt de priester van het meel, de olie en de wierook een handvol en laat het als gedenkoffer ontbranden voor de HERE. De offeraar en de priester drukken hiermee uit dat het offer functioneert als een welriekende reuk voor God. Wat overblijft van de combinatie van gries, olie en wierook is bestemd voor de priester”[2].
Gries is een tarweproduct. Zeer waarschijnlijk betreft het een wat duurder soort tarwemeel.

We spreken in Leviticus 2 dus over een erkenningsoffer.
De offeraar toont ermee aan dat alles wat hij heeft, uit Gods hand komt. Het product dat hij komt brengen is geenszins het resultaat van eigen inspanningen. God heeft het allemaal gegeven.
Hij geeft de grondstoffen.
Hij geeft de energie. De groeikracht. En de ondernemingslust.
Dat is iets om in 2019 te accentueren.
* De God van hemel en aarde geeft energie om dingen te doen.
* Hij geeft ook het overzicht om keuzes te maken – wat doe ik vandaag wel, en wat niet?
* Daadkracht en levensvreugde zijn gaven van God!

Dat offer ruikt lekker.
In Efeziërs 5 gebruikt de apostel Paulus die geur in een beeldspraak: “Wees dan navolgers van God, als geliefde ​kinderen, en wandel in de ​liefde, zoals ook ​Christus​ ons liefgehad heeft en Zichzelf voor ons heeft overgegeven als een offergave en slachtoffer, tot een aangename geur voor God”[3].
In Efeziërs 2 betekent dat: het offer van Christus is door God aanvaard.
In Leviticus 2 betekent het: het offer en de offeraar worden door God aanvaard.

Dat offer uit Leviticus 2 is ook een gedenkoffer. Op die manier wordt God herinnerd aan de beloften die Hij aan Zijn volk gegeven heeft.
Vandaag de dag doen wij dat in ons gebed nog. In Psalm 141 zeggen we immers:
“Laat mijn ​gebed​ als reukwerk voor Uw aangezicht staan,
laat mijn opgeheven handen als het avondoffer zijn”[4].
Cornelius, een vooraanstaande militair, krijgt in Handelingen 10 van een engel te horen: “Uw ​gebeden​ en uw liefdegaven zijn als gedachtenis opgestegen naar God”[5].
Ook in Openbaring 8 worden wij erop gewezen dat onze gebeden zeker bij de Here in de hemel terecht komen: “En er kwam een andere ​engel, die met een gouden wierookvat bij het ​altaar​ ging staan. Aan hem werd veel reukwerk gegeven, opdat hij dat samen met de ​gebeden​ van alle ​heiligen​ op het gouden ​altaar​ vóór de troon zou leggen. En de rook van het reukwerk steeg, met de ​gebeden​ van de ​heiligen, uit de hand van de ​engel​ op tot vóór God”[6]. Met behulp van heerlijk geurend reukwerk worden de gebeden van mensen geschikt gemaakt om bij God neer te leggen.
Kortom – ook in 2019 mogen we God aan Zijn beloften herinneren. In een tijd waarin op en rond het kerkplein van alles wordt afgebroken is dat zeker een attentiepunt: ook in onze tijd mogen we de Here er opmerkzaam op maken dat Hij beloften aan Zijn volk heeft gedaan. En dus ook aan Zijn kinderen in 2019!

Leviticus 2 laat ons in 2019 zien hoe belangrijk het is dat ons leven een levend dankoffer is. Die term kent u misschien. Hij komt uit Zondag 12 van de Heidelbergse Catechismus:
“Maar waarom wordt u een christen genoemd?
Antwoord:
Omdat ik door het geloof een lid van Christus ben en zo deel heb aan zijn zalving, om: als profeet zijn naam te belijden, als priester mijzelf als een levend dankoffer aan Hem te offeren, en als koning in dit leven met een vrij en goed geweten tegen de zonde en de duivel te strijden en na dit leven in eeuwigheid met Hem over alle schepselen te regeren”[7].

Leviticus 2 laat ons in 2019 bovendien zien hoe belangrijk het is dat ons gebed altijd door gaat.
Dagelijks.
Jaar in, jaar uit.
Sommigen hebben het idee dat hun gebed niet door bij de Here aankomt. Niets is minder waar. Laten we maar gewoon doorgaan in ons leven met God. Laten we maar met Hem door het leven blijven wandelen.
Jaar in, jaar uit.
Eeuw in, eeuw uit.
Wat dat betreft is er in 2019 ten opzichte van Leviticus 2 nog niet zo heel veel veranderd.

Noten:
[1] Leviticus 2:1, 2 en 3.
[2] Geciteerd uit de online versie van de Studiebijbel; commentaar bij Leviticus 2:1, 2 en 3.
[3] Efeziërs 5:1 en 2.
[4] Psalm 141:2.
[5] Handelingen 10:4.
[6] Openbaring 8:3 en 4.
[7] Heidelbergse Catechismus – Zondag 12, vraag en antwoord 32.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.