gereformeerd leven in nederland

27 maart 2019

Erkenningsoffer in Leviticus 2

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Eeuwenlang werden in Israël offers gebracht. Dat ging altijd maar door.
Jaar in, jaar uit.
Eeuw in, eeuw uit.
De God van het verbond acht het nodig dat Zijn volk in 2019 daar enige kennis van heeft.
In Gods Woord wordt althans aan het brengen van offers tamelijk uitgebreid aandacht besteed.

In dit artikel worden enkele opmerkingen gemaakt bij de inzet van Leviticus 2: “Wanneer een persoon de HEERE een ​graanoffer​ als offergave aanbiedt, moet zijn offergave meelbloem zijn. Dan moet hij er olie op gieten en er ​wierook​ op leggen. Dan moet hij het naar de zonen van ​Aäron, de ​priesters, brengen. En één van hen moet een handvol nemen van die meelbloem en die olie, met al de bijbehorende ​wierook, en de ​priester​ moet dit als gedenkoffer ervan in rook laten opgaan op het ​altaar. Het is een vuuroffer, een aangename geur voor de HEERE. Wat nu van het ​graanoffer​ overblijft, is voor ​Aäron​ en zijn zonen. Het is het allerheiligste van de vuuroffers van de HEERE”[1].

Een exegeet noemt dat een erkenningsoffer.
Het lijkt “om een zelfstandig offer te gaan, waarin plantaardige spijs als gave aan God wordt aangeboden. De offeraar schenkt aan de HERE een deel van de vruchten van het land en erkent Hem hiermee. Dit offer noemen wij hier een erkenningsoffer, terwijl ook wel gesproken wordt van een spijsoffer of graanoffer”.

De uitlegger schrijft ook: “Het eerste geval van offers van plantaardige spijzen heeft betrekking op iemand die het erkenningsoffer wil brengen (…). Dit dient te bestaan uit het relatief dure gries, dat wordt overgoten met olie. Op het graan wordt tevens het kostbare wierook gelegd. De drie kostbare producten dienen als een erkenningsoffer voor de HERE, dat het brand- en vredeoffer begeleidt. De offeraar moet deze ingrediënten brengen naar de priesters (…). Vervolgens neemt de priester van het meel, de olie en de wierook een handvol en laat het als gedenkoffer ontbranden voor de HERE. De offeraar en de priester drukken hiermee uit dat het offer functioneert als een welriekende reuk voor God. Wat overblijft van de combinatie van gries, olie en wierook is bestemd voor de priester”[2].
Gries is een tarweproduct. Zeer waarschijnlijk betreft het een wat duurder soort tarwemeel.

We spreken in Leviticus 2 dus over een erkenningsoffer.
De offeraar toont ermee aan dat alles wat hij heeft, uit Gods hand komt. Het product dat hij komt brengen is geenszins het resultaat van eigen inspanningen. God heeft het allemaal gegeven.
Hij geeft de grondstoffen.
Hij geeft de energie. De groeikracht. En de ondernemingslust.
Dat is iets om in 2019 te accentueren.
* De God van hemel en aarde geeft energie om dingen te doen.
* Hij geeft ook het overzicht om keuzes te maken – wat doe ik vandaag wel, en wat niet?
* Daadkracht en levensvreugde zijn gaven van God!

Dat offer ruikt lekker.
In Efeziërs 5 gebruikt de apostel Paulus die geur in een beeldspraak: “Wees dan navolgers van God, als geliefde ​kinderen, en wandel in de ​liefde, zoals ook ​Christus​ ons liefgehad heeft en Zichzelf voor ons heeft overgegeven als een offergave en slachtoffer, tot een aangename geur voor God”[3].
In Efeziërs 2 betekent dat: het offer van Christus is door God aanvaard.
In Leviticus 2 betekent het: het offer en de offeraar worden door God aanvaard.

Dat offer uit Leviticus 2 is ook een gedenkoffer. Op die manier wordt God herinnerd aan de beloften die Hij aan Zijn volk gegeven heeft.
Vandaag de dag doen wij dat in ons gebed nog. In Psalm 141 zeggen we immers:
“Laat mijn ​gebed​ als reukwerk voor Uw aangezicht staan,
laat mijn opgeheven handen als het avondoffer zijn”[4].
Cornelius, een vooraanstaande militair, krijgt in Handelingen 10 van een engel te horen: “Uw ​gebeden​ en uw liefdegaven zijn als gedachtenis opgestegen naar God”[5].
Ook in Openbaring 8 worden wij erop gewezen dat onze gebeden zeker bij de Here in de hemel terecht komen: “En er kwam een andere ​engel, die met een gouden wierookvat bij het ​altaar​ ging staan. Aan hem werd veel reukwerk gegeven, opdat hij dat samen met de ​gebeden​ van alle ​heiligen​ op het gouden ​altaar​ vóór de troon zou leggen. En de rook van het reukwerk steeg, met de ​gebeden​ van de ​heiligen, uit de hand van de ​engel​ op tot vóór God”[6]. Met behulp van heerlijk geurend reukwerk worden de gebeden van mensen geschikt gemaakt om bij God neer te leggen.
Kortom – ook in 2019 mogen we God aan Zijn beloften herinneren. In een tijd waarin op en rond het kerkplein van alles wordt afgebroken is dat zeker een attentiepunt: ook in onze tijd mogen we de Here er opmerkzaam op maken dat Hij beloften aan Zijn volk heeft gedaan. En dus ook aan Zijn kinderen in 2019!

Leviticus 2 laat ons in 2019 zien hoe belangrijk het is dat ons leven een levend dankoffer is. Die term kent u misschien. Hij komt uit Zondag 12 van de Heidelbergse Catechismus:
“Maar waarom wordt u een christen genoemd?
Antwoord:
Omdat ik door het geloof een lid van Christus ben en zo deel heb aan zijn zalving, om: als profeet zijn naam te belijden, als priester mijzelf als een levend dankoffer aan Hem te offeren, en als koning in dit leven met een vrij en goed geweten tegen de zonde en de duivel te strijden en na dit leven in eeuwigheid met Hem over alle schepselen te regeren”[7].

Leviticus 2 laat ons in 2019 bovendien zien hoe belangrijk het is dat ons gebed altijd door gaat.
Dagelijks.
Jaar in, jaar uit.
Sommigen hebben het idee dat hun gebed niet door bij de Here aankomt. Niets is minder waar. Laten we maar gewoon doorgaan in ons leven met God. Laten we maar met Hem door het leven blijven wandelen.
Jaar in, jaar uit.
Eeuw in, eeuw uit.
Wat dat betreft is er in 2019 ten opzichte van Leviticus 2 nog niet zo heel veel veranderd.

Noten:
[1] Leviticus 2:1, 2 en 3.
[2] Geciteerd uit de online versie van de Studiebijbel; commentaar bij Leviticus 2:1, 2 en 3.
[3] Efeziërs 5:1 en 2.
[4] Psalm 141:2.
[5] Handelingen 10:4.
[6] Openbaring 8:3 en 4.
[7] Heidelbergse Catechismus – Zondag 12, vraag en antwoord 32.

13 maart 2019

Biddag 2019: de eetzaal wordt vol

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Op deze Biddag voor gewas en arbeid gaat het op deze weblog over een grote maaltijd.
Die maaltijd is het centrale punt in een gelijkenis die we vinden in Lucas 14. Trouwens – ook Mattheüs vermeldt ‘m; in hoofdstuk 22 namelijk.

Ik citeer het verhaal uit Lucas 14 in zijn geheel.
“Een zekere man bereidde een grote maaltijd en nodigde er velen. En hij stuurde zijn dienaar eropuit tegen de tijd van de maaltijd om de genodigden te zeggen: Kom, want alle dingen zijn nu gereed. En zij begonnen zich allen eensgezind te verontschuldigen. De eerste zei tegen hem: Ik heb een akker gekocht en ik moet er nodig op uit om die te bekijken. Ik vraag u: Houd mij voor verontschuldigd. En een ander zei: Ik heb vijf span ossen gekocht en ik ga erheen om ze te keuren. Ik vraag u: Houd mij voor verontschuldigd. En weer een ander zei: Ik heb een vrouw getrouwd en daarom kan ik niet komen. En die dienaar kwam terug en berichtte deze dingen aan zijn heer. Toen werd de heer des huizes boos en zei tegen zijn dienaar: Ga er snel op uit naar de straten en stegen van de stad en breng de armen en verminkten en kreupelen en blinden hier binnen. En de dienaar zei: Heer, het is gebeurd, zoals u bevolen hebt en nog is er plaats. En de heer zei tegen de dienaar: Ga eropuit naar de landwegen en heggen en dwing hen binnen te komen, opdat mijn huis vol wordt. Want ik zeg u dat niemand van die mannen die genodigd waren, mijn maaltijd proeven zal”[1].

Armen, verminkten, kreupelen, blinden en zwervers zijn bij de Here welkom aan tafel.

Kerkmensen die op eigen kracht leven worden door de Here afgewezen: Farizeeën, Schriftgeleerden en andere erudiete lieden die op basis van hun ijver en kennis een plaats in de hemel denken te verdienen, worden afgewezen.
Kerkmensen die met lege handen bij de Here komen, worden door de Here aan de dis genodigd.

In Lucas 14 wordt eerst een wonder beschreven. Iemand met waterzucht, iemand die klaarblijkelijk extreem veel vocht vasthoudt, wordt genezen.
Die genezing geschiedt niet op eigen kracht. Het is geen kwestie van een dieet. Het is geen kwestie van moed, of van schier onvoorstelbaar doorzettingsvermogen.
Jezus pakt de patiënt stevig vast. “En Hij greep hem vast, genas hem en liet hem gaan”[2].
Dat is alles.
God komt Zelf in actie. Hij vult onze lege handen.

Jezus roept in Lucas 14 vervolgens op tot nederigheid. “…Ieder die zichzelf verhoogt, zal vernederd worden en wie zichzelf vernedert, zal verhoogd worden”[3].

Nodig op uw feesten niet de kerkleiders uit, zegt Jezus. En ook niet de succesvolle zakenmensen. Niet de mensen die het in de wereld gemáákt hebben.
Kijk maar naar de mensen die niet zo gewaardeerd worden, zegt Jezus. Richt uw blik maar de mensen die wat mankeren. En benut die mensen als spiegel, merkt Jezus impliciet op[4].

De vraag is: hoe staan de allerwegen gerespecteerde kerkmensen in het leven?
En in 2019 zwerft de vraag in het zwerk: hoe komen nette gelovigen in de kerk?
Eén ding is zeker: een portie goed gedrag is geen betaalmiddel voor een toegangskaart voor de hemel; het is een uiting van dankbaarheid!

Dankbaarheid, ja – want Gods kinderen mogen weten dat God hen naar een toekomst brengt waar, om zo te zeggen, een permanent staatsbanket georganiseerd is.

Dat christelijke gedrag heeft te maken met de wetenschap dat de toekomst open is. Er gloort een prachtig licht aan de horizon. Het licht van de hemel, de plaats waar geluk en vrede het leven bepalen.

Die kant gaat het op, ook in het komende groeiseizoen. In dat licht bidden we om voedsel en om werkkracht.

U weet het wel – in Amsterdam gingen afgelopen zondag, 10 maart, veertigduizend mensen de straat op. Zij demonstreerden voor een goed en eerlijk klimaatbeleid.
Op een website van NRC Handelsblad staat geschreven: “De gemiddelde deelnemer aan de klimaatmars voelt zich weleens alleen, als een roepende in een oprukkende woestijn, maar deze zondag niet. Deze zondag zijn er 40.000 gelijkgestemden naar Amsterdam gekomen om het kabinet op te roepen meer te doen tegen klimaatverandering. Omdat je in je eentje nu eenmaal niet sterk staat. Voor echte verandering moet de regering wakker worden.
De gemiddelde deelnemer op de Dam is geen radicaal. Hij of zij zoekt geen confrontatie, breekt geen stoep open, laat nauwelijks afval achter. Maar hij maakt zich wel zorgen, vaak al lang en, naarmate de hete zomers en lauwe winters toenemen, steeds meer. Zoveel dat hij dat nu – bij uitzondering – een keer wil laten zien. Het is een meewerkende burger die zou willen dat er méér beleid was, zodat hij meer kan meewerken en anderen dat ook gaan doen. Hij hunkert naar schaalvergroting”[5].

Zeker, er is niets tegen om in de kerk de nodige klimaat-maatregelen te treffen. Het is niet verkeerd als het kerkgebouw goed geïsoleerd is en er bovendien nog zonnepanelen op het dak liggen.
Maar in de kerk kennen we niet de angst dat de wereld ten onder gaat. In de kerk weten dat de wereld niet geheel verwoest wordt. In de kerk weten we dat de wereld niet roemloos aan z’n einde komt. Nee – dat gaat allemaal niet gebeuren. Want in de kerk weten we dat hemel en aarde in Gods hand zijn.

Daarom kunnen we bidden.
Om eten. Om drinken. Om energie voor alle werk dat gedaan moet worden.
De kerk weet: het komt allemaal goed. En zelfs als ons aardse leven tot een einde komt, dan komt het nog in orde.

De maaltijd staat gereed.
Er is voedsel te over.
Te Zijner tijd is het in de hemel wat je noemt: volle bak. Oftewel – de hemelse eetzaal is tot de laatste plaats bezet. De Heiland zegt: “Ga eropuit naar de landwegen en heggen en dwing hen binnen te komen, opdat mijn huis vol wordt”.
Wat een feest zal dat wezen!

De kerk gaat vol vertrouwen het groeiseizoen in.
De wereld snapt daar weinig van.
Ach, laat maar.
Want wij weten op Wie wij vertrouwen!

Noten:
[1] Lucas 14:16-24.
[2] Lucas 14:4 b.
[3] Lucas 14:11.
[4] Lucas 14:12, 13 en 14.
[5] Geciteerd van https://www.nrc.nl/nieuws/2019/03/10/de-burger-die-popelt-om-meer-te-doen-staat-in-de-regen-op-de-dam-a3952777 ; geraadpleegd op maandag 11 maart 2019.

31 december 2018

Op het goede pad

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , ,

De dingen die ons in deze wereld ten dienste staan, kunnen we tot Gods eer gebruiken.
We kunnen ze ook benutten vanwege ons eigen gerief. In het laatste geval komt onze God zomaar op de tweede plaats te staan. En misschien willen wij God soms wel het liefst even helemaal wegdenken.

Vlak voor de drempel van 2019 lijkt het, alleen daarom al, goed om wat beter te kijken naar een statement dat Paulus in 1 Timotheüs 4 noteert: “Want alles wat God geschapen heeft, is goed en niets is verwerpelijk, wanneer het onder dankzegging aanvaard wordt. Want het wordt ​geheiligd​ door het Woord van God en door het ​gebed”[1].

In welk verband staan die woorden?

De Heilige Geest van God maakt ons duidelijk dat er in de eindtijd heel wat mensen zijn die zich van het geloof gaan afkeren. Zij gaan op zoek naar andere vormen van zingeving.
Wanneer begint die eindtijd?
Die is al begonnen.
Dat blijkt bijvoorbeeld uit 1 Johannes 2: “Kinderen, het is het laatste uur; en zoals u gehoord hebt dat de ​antichrist​ eraan komt, zijn er ook nu al veel antichristen gekomen, waaruit wij weten dat het het laatste uur is”[2].
En ook uit 2 Johannes 1:7: “Want er zijn veel misleiders in de wereld gekomen, die niet belijden dat ​Jezus​ ​Christus​ in het vlees gekomen is. Dat is de misleider en de ​antichrist”[3].
Ja, de eindtijd is al begonnen.

In 1 Timotheüs 4 gaat het, zo laat de apostel Paulus blijken, over mensen waarvan het geweten als het ware met vuur is dichtgeschroeid.
Wij zouden zeggen: het lijkt wel of er een lasapparaat is gebruikt. Alles is dichtgelast; je kunt niet meer bij de kern.
Paulus schrijft over “leugenaars, die hun eigen geweten als met een brandijzer hebben toegeschroeid”[4].

In Paulus’ tijd wordt het huwelijk door sommigen afgewezen.
Bovendien zijn er mensen die zeggen: dit of dat kun je beter niet eten of drinken.
En seksualiteit? – daar kun je je maar beter niet mee bezig houden.
Paulus formuleert: “Zij verbieden te trouwen en gebieden zich te onthouden van voedsel, dat God geschapen heeft voor de gelovigen en voor hen die de waarheid hebben leren kennen, om onder dankzegging aanvaard te worden”[5].

Kortom:
* mensen zoeken naar zingeving die henzelf aanspreekt
* mensen laten hun geweten niet meer spreken
* mensen zeggen dat bepaald eten of drinken niet goed is

Wie om zich heen kijkt, herkent ook vandaag al snel iets van het bovenstaande.
Mensen speuren naar hun eigen religieuze uitingen. Dat is, zeggen zij, een spannende zoektocht.
Mensen hebben hun hart toegesloten. En met hun geweten hebben zij hetzelfde gedaan. Waarom? Ach – er is zoveel aan de hand in de wereld. Je moet, zegt men, je eigen ding doen. Je hebt genoeg aan jezelf en aan je eigen, al of niet samengestelde, gezin.
Je kunt, stellen nogal wat mensen, maar beter geen vlees meer eten. Bovendien: je krijgt kanker van dit, en suikerziekte van dat. Als het een beetje wil wordt een dergelijke bewering zo snel mogelijk door een officiële instelling tegengesproken.
Het vreemde is dat men heden ten dage, als het over seksualiteit gaat, in een oogwenk de andere kant op schiet. Van terughoudendheid en ascese is anno 2018 geen sprake meer. Alle seksuele grenzen lijken voor eens en voor altijd afgeschaft te zijn. De metoo-discussie bewijst hoe ver sommigen daarin gaan.
Het algemene beeld is dat veel mensen vandaag worden geregeerd door angst. Of door individualisme. Of door losbandigheid. Of door combinaties van die drie.

In het bovenstaande ligt de actualiteit voor Paulus’ uitspraak.
En het is duidelijk dat wij moeten waken voor vrees, egoïsme en zedeloosheid!

Wat zullen wij verder van deze dingen zeggen?

Het jaar 2018 is een jaar waarin zonde, verderf en onheil nog altijd diep in de schepping verankerd blijken.
Wie alleen al het werelddeel Azië beschouwt schudt zijn hoofd. Gaat u maar na:
* de aardbeving op Lombok, begin augustus
* de aardbeving in Palu, een stad in het centrum van het eiland Sulawesi – eind september
* eind oktober stort een vliegtuig neer, dertien minuten nadat het uit Jakarta vertrokken is
* de tsunami in de straat van Soenda, op zaterdag 22 december jongstleden[6].

Wie de krant leest en de journaals bekijkt, kan zomaar denken: deze wereld gaat kapot; helemaal kapot!

In die wereld mogen Gods kinderen het echter blijven zeggen: de dingen die we gebruiken worden geheiligd door Gods Woord en door gebed.
Altijd moeten we, met de Bijbel in de hand, blijven uitzoeken hoe we de God van hemel en aarde het beste kunnen eren met de gaven die Hij ons geeft.
We mogen bij de troon van God komen. We mogen bidden om matigheid bij het werken op aarde; een ‘alles moet op’-mentaliteit past niet bij een christelijk leven. We mogen bidden om nuchterheid bij de keuze van ons voedsel. We mogen bidden om moed voor de toekomst; angst is, zoals bekend, een slechte raadgever. We mogen bidden om een hart dat zacht blijft, en toegankelijk is voor de noden van onze medemensen. We mogen bidden om kracht teneinde de God gestelde grenzen in ons aardse leven te blijven eerbiedigen.

Laten wij maar zonder omwegen constateren dat wij, ook in het bijna afgelopen jaar, alle gelegenheid hebben gehad om onze God te dienen. Dat kostte ons vaak moeite – vanwege gezondheidsproblemen of om allerlei andere redenen. Met vallen en opstaan hebben wij onze dienst verricht.
Constateert u op dit punt veel tekortkomingen? Dat hoeft niemand te verbazen. Zeker is wel dat we, Deo Volente, in het jaar 2019 een nieuwe kans krijgen.

Laten wij maar blijven Bijbellezen.
Laten wij maar blijven bidden.
Dan zijn wij al een heel eind op ’t goede pad.

Noten:
[1] 1 Timotheüs 4:4 en 5.
[2] 1 Johannes 2:18.
[3] 2 Johannes 1:7.
[4] 1 Timotheüs 4:2.
[5] 1 Timotheüs 4:3.
[6] Zie hierover ook https://nos.nl/artikel/2264910-ik-zag-golven-van-asfalt-het-hele-land-stroomde-als-een-rivier.html ; geraadpleegd op maandag 24 december 2018.

17 december 2018

Paulinische stimulans

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Bidden – wij doen het elke dag.
En misschien is ons gebed soms wel ronduit smeken. Er gebeuren om ons heen immers zoveel dingen die ons pijn doen. Bovendien – in ons eigen leven komen soms dingen voorbij die oude wonden openrijten.
In ons gebed zenden we heel wat boodschappen naar de hemel.
Maar anno Domini 2018 komt de vraag op: zijn wij in onze gebeden en smekingen te sturend?

Schrijvend over ons gebed moedigt de apostel Paulus ons aan: “Houd sterk aan in het ​gebed, en wees daarin waakzaam met dankzegging”[1].
Dat schrijft aan de christenen in Colosse, een stad in het westen van het huidige Turkije.

In dat bidden moet men waakzaam wezen. Daarmee wordt bedoeld: concentreer je in het gebed, en laat je niet afleiden door allerlei situaties en dingen om u heen.
Wie bidt staat in contact met de Heer van hemel en aarde. Dat is, in de meest letterlijke zin, contact van een ongekend hoog niveau!

Dat wil niet zeggen dat de wereld om ons heen met een verbijsterende onmiddellijkheid vergeten is.
Integendeel.

In het vers dat aan het bovenstaande citaat vooraf gaat, schrijft Paulus over een rechtvaardige behandeling van medemensen. U moet, schrijft Paulus, bedenken dat u allemaal voor dezelfde God komt te staan. Eens wordt een oordeel geveld over al ons werk.
De apostel formuleert het zo: “Heren, behandel uw ​slaven​ ​rechtvaardig​ en op gelijke wijze. U weet immers dat ook u een Heere hebt in de hemelen”[2].

In het vers dat op het bovenstaande citaat volgt, vraagt Paulus om te bidden voor de evangelisatie. Het Woord moet de wereld in! En het moet zuiver gebracht worden; zonder terughoudendheid en zonder iets weg te laten. Daar is moed voor nodig. En wijsheid – hoe breng je het Evangelie, welke bewoordingen gebruik je, op welke manier kunnen we aansluiten bij de belevingswereld van buitenstaanders?
Maar er moet meer gebeuren. De Here moet harten openen. Hij maakt mensen toegankelijk voor het Evangelie. Hij zorgt ervoor dat het Evangelie in de harten vaste grond vindt, en dat het daar wortelt. Daar moet om gebeden worden. De Here moet dringend worden bevraagd. De Here moet worden aangeroepen.
Paulus schrijft: “Bid​ meteen ook voor ons dat God voor ons de deur van het Woord opent, om van het geheimenis van ​Christus​ te spreken, om welke oorzaak ik ook gebonden ben, opdat ik dit geheimenis mag openbaren zoals ik erover moet spreken. Wandel met wijsheid bij hen die buiten zijn, en buit de geschikte tijd uit”[3].

Zijn wij in onze gebeden en smekingen te sturend?
Die vraag hebt u hierboven reeds aangetroffen.
Wellicht vindt u dat een merkwaardig thema.
Echter – in de context van 2018 is het overdenken van die kwestie zo gek nog niet.

Kent u Siriz?
“Siriz is”, zo valt op het internet te lezen, “de specialist bij onbedoelde zwangerschap. Wij bieden preventie, ondersteuning en zorg. Door middel van voorlichting onder jongeren willen we het aantal onbedoelde zwangerschappen in Nederland terugdringen. Daarnaast verlenen wij kortdurende en langdurende psychosociale hulp aan vrouwen en mannen die te maken krijgen met een onbedoelde zwangerschap. Tevens bieden wij opvang aan zwangere vrouwen zonder woonplek die intensieve begeleiding nodig hebben als voorbereiding op het moederschap op jonge leeftijd”[4].
Siriz is van mening “dat abortus ‘nooit een oplossing’ is en ‘vrouwen niet sterker maakt’”.
In de Tweede Kamer ontstond er kortgeleden heibel over. Geeft Siriz wel een keuze aan vrouwen die te maken hebben met een onbedoelde zwangerschap? Stel je voor dat je als vrouw wel abortus wil – wat dan?
Staatssecretaris Blokhuis (ChristenUnie) dreigde er door in de problemen te komen.
Het Nederlands Dagblad berichtte op woensdag 12 december: “Organisaties die hulp bieden bij onbedoelde zwangerschappen, zoals Siriz, mogen in hun hulpverlening en in bijvoorbeeld campagnes niet aansturen op één oplossing. Doen ze dat wel, dan krijgen ze geen subsidie.
Met die nieuwe eis heeft de regeringscoalitie een dreigende confrontatie over de keuzehulp aan zwangere vrouwen voorlopig afgewend. Staatssecretaris Paul Blokhuis (Volksgezondheid) spreekt niet van een nieuwe eis, maar van ‘een sluitstuk’ op kwaliteitseisen die hij kortgeleden opstelde. Daarin staat al dat keuzehulp aan onbedoeld zwangere vrouwen niet sturend mag zijn”.
En:
“…Blokhuis zei dinsdagavond wel dat er een divers aanbod aan keuzehulp komt, en dat ook gesubsidieerde organisaties ‘met kracht hun idealen mogen blijven uitdragen, zolang er maar niet sprake is van één oplossingsrichting’. Blokhuis zei verder dat bij keuzehulp moet worden voldaan aan ‘alle eisen in de wet, met oog voor de beschermwaardigheid van het ongeboren leven en voor de keuzevrijheid van de vrouw’. Die keuzevrijheid moet volgens hem ‘aan het begin en eind voorop staan’”[5].

De discussie rond Siriz geeft te denken.
Ja, ook als het om onze gebeden gaat.

Want laten we wel wezen: onze gebeden zijn, in zekere zin, sturend. Wij realiseren ons namelijk terdege dat de structurele oplossing van onze problemen slechts van één kant kan komen: uit de hemel. Echte christenen weten zich afhankelijk van de Here God. Hij verzorgt ons met alles wat wij nodig hebben. Hij geeft ons vaardigheden en krachten om Hem te dienen.
Wij bidden tot God.
Voor onszelf.
Voor onze familieleden.
Maar wij bidden ook voor de wereld om ons heen. Het kan blijkbaar zomaar gebeuren dat mensen gaan zeggen: ‘zulke gebeden moeten, zeker in het openbaar, niet meer worden uitgesproken; ze zijn te sturend en die gebeden gaan allemaal uit van één oplossingsrichting’.

En ja, nu al voelen u en ik steeds meer vervreemding ten opzichte van de maatschappij waarin wij leven.
Bidden tot God? Nou ja – zeggen de mensen – als je je daar goed bij voelt, moet je dat doen; maar of dat nu zoveel oplost… Levert dat bidden tot God ten diepste geen tunnelvisie op? Ontwikkel je, naarmate je langer wandelt met God, niet een zekere eenzijdigheid in je kijk op mensen en dingen om je heen?
Zo praten de mensen.
Maar aanbidders van God weten beter!

Laten wij Colossenzen 4 nog eens tot ons door laten dringen.
“Houd sterk aan in het ​gebed, en wees daarin waakzaam met dankzegging”.
Die Paulinische stimulans blijkt ook op maandag 17 december 2018 beslist niet overbodig.

Noten:
[1] Colossenzen 4:2.
[2] Colossenzen 4:1.
[3] Colossenzen 4:3, 4 en 5.
[4] Geciteerd van https://www.siriz.nl/over-siriz/ ; geraadpleegd op woensdag 12 december 2018.
[5] Geciteerd uit: “Coalitie smoort de discussie over Siriz”. In: Nederlands Dagblad, woensdag 12 december 2018, p. 1.

6 november 2018

Goed zoals je bent…?

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Je mag bij de Here komen zoals je bent. Dat hoor je tegenwoordig nog wel eens zeggen.
En het klinkt logisch. Trouwens – iets anders hebben wij toch niet in de aanbieding?

Je mag bij de Here komen zoals je bent, zeggen de mensen.
Maar in Leviticus 11 lees ik: “U moet zich ​heiligen​ en ​heilig​ zijn, want Ik ben ​heilig. U mag uzelf niet verontreinigen met al de kruipende dieren die zich over de aarde voortbewegen. Want Ik ben de HEERE, Die u uit het land ​Egypte​ heeft laten vertrekken, opdat Ik u tot een God ben. U moet ​heilig​ zijn, want Ik ben ​heilig”[1].
Met andere woorden: wie bij de Here hoort, houdt er een passende levensstijl op na.

Anno Domini 2018 gelden geen voorschriften meer over het wel of niet eten van kruipende dieren.
Maar 1 Petrus 1 staat nog immer in de Bijbel: “Maar zoals Hij Die u geroepen heeft, ​heilig​ is, word zo ook zelf ​heilig​ in heel uw levenswandel, want er staat geschreven: Wees ​heilig, want Ik ben ​heilig. En als u Hem als Vader aanroept Die zonder aanzien des persoons naar ieders werk oordeelt, wandel dan in de vreze des Heeren”[2].
Ziet u dat? Onze God beoordeelt ieders werk.
Wie in gebed naar de Here gaat, doet bepaalde dingen niet. Of niet meer.
Wie in gebed naar de Here gaat heeft een werkstijl die past bij Gods wetten en regels. En als hij die niet heeft is de bidder zeker van plan zijn levenshouding aan te passen!

Je mag bij de Here komen zoals je bent, zeggen de mensen.
Maar God is je Vriend niet.
Er zijn wel predikanten die ons leren dat je een vertrouwelijke relatie met God kunt hebben en dat Jezus je Vriend is. Gemakshalve vermelden die dominees dan niet dat wij in de vreze van de Here moeten wandelen. Eerbied voor de Here – daar gaat het om.

Eerbiedig zijn – dat spelen we niet klaar als wij slechts onze eigen energie inzetten.
Dat blijkt ook uit 1 Petrus 1.
U mag leven in de wetenschap “dat u niet met vergankelijke dingen, zilver of goud, vrijgekocht bent van uw zinloze levenswandel, die u door de vaderen overgeleverd is, maar met het kostbaar bloed van ​Christus, als van een smetteloos en onbevlekt Lam”[3].
Wij leven niet maar zo’n beetje voor ons uit.
Wij zijn onverbrekelijk aan Christus verbonden. Hij heeft een hoge prijs voor ons betaald!

Je mag bij de Here komen zoals je bent, zeggen de mensen.
Maar als we dat zouden doen, kwamen we bij Hem als goddeloze mensen. Als mensen die zichzelf konden redden. Als mensen die hun zaakjes iedere dag zelf op orde brengen.
Welnu – uit 1 Petrus 1 leren we iets heel anders. Namelijk dit: “Door Hem gelooft u in God, Die Hem opgewekt heeft uit de doden en Hem heerlijkheid gegeven heeft, zodat uw geloof en hoop op God gericht zijn”[4].
De Geest van Jezus heeft het leven van Gods kinderen al veranderd. En wel door het lijden, het sterven en de opstanding van de Heiland.
Zo komt het dat wij in God geloven.
Zo komt het dat onze hoop helemaal gericht is op de toekomst met God.

Paulus schrijft aan de christenen in Efeze: “Want uit ​genade​ bent u zalig geworden, door het geloof, en dat niet uit u, het is de gave van God; niet uit werken, opdat niemand zou roemen. Want wij zijn maaksel, geschapen in ​Christus​ ​Jezus​ om goede werken te doen, die God van tevoren bereid heeft, opdat wij daarin zouden wandelen”[5].
Met andere woorden –
God heeft ons zo geschapen dat wij Hem dienen. Hij heeft van tevoren al bedacht met welke gaven en op welke wijze wij Hem in dit aardse leven zullen eren.

Je mag bij de Here komen zoals je bent, zeggen de mensen.
Het zou al beter zijn als men zei: je mag bij de Here komen zoals je bent geworden.

Immers – onze God vindt Zijn kinderen te kostbaar om hen te laten zoals zij zijn.
Christus heeft, schrijft de apostel Paulus in Efeziërs 5, de gemeente liefgehad “en Zich voor haar overgegeven, opdat Hij haar zou ​heiligen, door haar te ​reinigen​ met het waterbad door het Woord, opdat Hij haar in heerlijkheid voor Zich zou plaatsen, een ​gemeente​ zonder smet of rimpel of iets dergelijks, maar dat zij ​heilig​ en smetteloos zou zijn”[6].
Je mag bij de Here komen zoals je bent, zeggen de mensen.

Laten wij maar zeggen: je mag bij de Here komen
zoals je nu bent
omdat je Jezus Christus kent
!

Noten:
[1] Leviticus 11:44 en 45.
[2] 1 Petrus 1:15, 16 en 17 a.
[3] 1 Petrus 1:18 en 19.
[4] 1 Petrus 1:21 en 22.
[5] Efeziërs 2:8, 9 en 10.
[6] Efeziërs 5:25, 26 en 27.

9 oktober 2018

Hooggestemd Schriftgedeelte

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , ,

In Efeziërs 1 schrijft Paulus over dat “wat de allesovertreffende grootheid van Zijn kracht is aan ons die geloven, overeenkomstig de werking van de sterkte van Zijn macht, die Hij gewerkt heeft in ​Christus, toen Hij Hem uit de doden opwekte en aan Zijn rechterhand zette in de hemelse gewesten, ver boven alle overheid en macht en kracht en heerschappij en elke naam die genoemd wordt, niet alleen in deze wereld, maar ook in de komende. En Hij heeft alle dingen aan Zijn voeten onderworpen en heeft Hem als hoofd over alle dingen gegeven aan de ​gemeente, die Zijn lichaam is en de vervulling van Hem Die alles in allen vervult”[1].

Dat klinkt groots.
Te hoog.
Wij kunnen er niet bij.
Wij leven in een wereld vol teleurstellingen. Er is lichamelijke pijn; soms lijkt het wel alsof we niet vooruit kunnen, maar ook niet achteruit. Er zijn mentale deuken, vanwege gebeurtenissen in het verre verleden of juist in de tijd die net achter ons ligt.
Dat is deprimerend, soms.
Wat kun je in die situatie met Efeziërs 1 beginnen?

Paulus schrijft over allesoverheersende grootheid van Zijn kracht.
Dat klinkt beangstigend.
Dictatoriaal.
Alsof wij platgedrukt worden.

Maar zo is het niet.
Want die kracht is er ten bate van gelovigen.
Zij zien Zijn macht.
Zij merken hoe sterk Hij is.
Zij geloven dat Hij Zijn macht inzet om hen een schitterend leven te geven.
Gelovigen worden niet platgedrukt.
Nee, gelovigen krijgen de ruimte. Hier op aarde. En straks, in de hemel, wordt het nog veel mooier!

Hoe kan dat dan?
In ons leven zijn heel wat teleurstellingen, tegenvallers en vijandelijkheden. Heel wat daarvan nemen wij mee het leven in, simpelweg omdat wij er niets aan te doen is.
De belangrijkste vijand kunnen wij niet overwinnen; de dood namelijk.
Dat hoeft ook niet.
Want die is al overwonnen. Door de Heiland namelijk. Toen Hij die triomf behaald had, ging Hij gloriërend de hemel in.
Welnu – de overwinning van de dood garandeert de zegepraal over alle machten in de wereld. Onze Here Jezus Christus is alle krachten, alle energieën de baas. Iedereen die iets voorstelt moet het afleggen tegen het Hoofd van de kerk. Alle machtsblokken worden weggebroken. Alle aardse overwicht wordt door Jezus Christus omgezet in onmacht.

Wie dichtbij die Machthebber wil wezen, moet in de kerk zijn.
Daar is Hij het Hoofd.
Daar is het veilig.

Er zijn tegenwoordig heel wat mensen die dat met een korrel zout nemen. Of met twee korrels zout. Of zelfs met een bergje zout.
Het scheppingsverhaal klopt niet, zeggen ze dan. Of bijvoorbeeld: het verhaal van de ark deugt niet. Met de kennis van nu weten we dat…, en dan komt er een heel verhaal.
Het opvallende van dergelijke betogen is dat men heel vaak precies weet hoe het niet zit. Maar de daaropvolgende vraag veroorzaakt niet zelden ongemakkelijke stiltes: hoe zit het dan wel? Oftewel: wat is het alternatief?

Een logisch relaas kan men echter niet houden.
Dat wordt op schrijnende wijze duidelijk als er ergens op aarde een ramp geschiedt.
Neem bijvoorbeeld de aardbeving en een vloedgolf in het noordwesten van het Indonesische Sulawesi – ook wel Celebes genoemd – , op vrijdag 28 september jongstleden.
De verwoesting was groot.
Er vielen vele, zeer vele doden. Meer dan negentienhonderd!
Wie dan vraagt: wat is de oorzaak van de ramp in Sulawesi? krijgt wellicht een theorie voorgeschoteld.
Wie vraagt: hoe had men die ramp kunnen voorkomen? krijgt geen antwoord. Of hooguit een nietszeggende reactie.
Want wie valt bij zo’n catastrofe niet stil? Wie is niet geheel en al sprakeloos?

Met de blik op die verschrikkelijke omstandigheden blijft de kerk bij het Evangelie: de Heiland biedt redding en bescherming.
In de kerk blijven we met Psalm 43 belijden:
“ja, ik zal zingen tot zijn eer:
mijn redder is de Heer”[2].

Maar is dat niet onzegbaar arrogant?
Is dat eigenlijk niet vals zingen tegen beter weten in?

Nee – toch niet.
Want hoe weten we in de kerk dat dat Evangelie werkelijk redding biedt?
Antwoord: de Heilige Geest getuigt in ons hart dat de Bijbelse geschriften van God zijn[3]. Er zullen mensen zijn die zeggen: dat is geen argument. Maar dat antwoord heeft alle recht van bestaan, alleen al omdat andere theorieën nooit voldoende onderbouwd zijn.
Met 1 Johannes 5 mogen wij zeggen: “En de Geest is het Die getuigt, omdat de Geest de waarheid is”[4].
En wij kunnen met de Hebreeënschrijver instemmen: “Het geloof nu is een vaste grond van de dingen die men hoopt, en een bewijs van de zaken die men niet ziet”[5].

Terug nu naar Efeziërs 1.
Het citaat waarmee dit artikel begint, eindigt met: “… de ​gemeente, die Zijn lichaam is en de vervulling van Hem Die alles in allen vervult”.
De kerk is, als het goed is, gevuld mét en vervuld ván Christus, de Heiland.
En Christus is de volheid van God.

Wat kunnen wij in deze wereld met Efeziërs 1 beginnen?
Kunnen wij daar eigenlijk wel wat mee?
Functioneert Efeziërs 1 nog wel, vandaag de dag?

Zeker wel!
Want weet u wat er in Efeziërs 1 gebeurt?
Daar is Paulus in gebed.
Kijkt u maar mee: Daarom “houd ik niet op voor u te danken, als ik in mijn ​gebeden​ aan u denk, opdat de God van onze Heere ​Jezus​ ​Christus, de Vader van de heerlijkheid, u de Geest van wijsheid en van openbaring geeft in het kennen van Hem, namelijk verlichte ogen van uw verstand, om te weten wat de hoop van Zijn roeping is, en wat de rijkdom is van de heerlijkheid van Zijn ​erfenis​ in de ​heiligen…”[6].
Ja – Paulus is in gebed!
Dat is het geheim.
Als het uit onszelf moet komen… – nee, dan wordt dat niets met die hooggestemdheid van Efeziërs 1.
Dan zakken we weg.
Dan zweeft een legioen vraagtekens in de lucht.
Dan ligt de wanhoop op de loer.
Efeziërs 1 bindt het ons op het hart:
* blijf in contact met God!
* bidt tot Hem, opdat wij overeind blijven in deze roerige wereld
* wandel met God, op weg naar de toekomst met Hem!

Efeziërs 1 – dat is een hooggestemd Schriftgedeelte.
Niettemin is het een kapittel dat volop onze aandacht verdient!

Noten:
[1] Efeziërs 1:19-23.
[2] Psalm 43:5; berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986.
[3] Letterlijk staat er in artikel 5 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis: “Wij ontvangen al deze boeken, en deze alleen, als heilig en canoniek, om ons geloof daarnaar te richten, daarop te gronden en daarmee te bevestigen. En zonder in enig opzicht te twijfelen geloven wij alles wat zij bevatten. Dat doen wij niet zozeer omdat de kerk ze aanneemt en als canoniek erkent, maar vooral omdat de Heilige Geest in ons hart getuigt dat zij van God zijn. Het bewijs daarvan ligt bovendien in de boeken zelf. Want zelfs blinden kunnen tasten dat de dingen die erin voorzegd zijn, gebeuren”.
[4] 1 Johannes 5:6 b.
[5] Hebreeën 11:1.
[6] Efeziërs 1:16, 17 en 18.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.