gereformeerd leven in nederland

16 juli 2020

Dit is nog maar het begin!

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

“Zo zijn de hemel en de aarde voltooid, en heel hun legermacht”. Dat is de inzet van Genesis 2[1].

Zo zegt God dat dus tegen ons. Zijn proclamatie is: Ik heb de aarde gemaakt; Mijn scheppingswerk is klaar. Laten wij erop letten: Hij heeft de aarde voltooid; de schepping is helemaal af. Als God met Zijn scheppingswerk gereed is, worden onmiddellijk gedachten over eventuele evolutieprocessen afgewezen!
Vanaf het begin geeft God ook veiligheid en stabiliteit. Hij is er zelf permanent bij. En Hij heeft talloze dienaren in Zijn dienst.   
Wat is de boodschap van Genesis 1 en 2?
Een exegeet noteert onder meer het volgende.
“De betekenis van het eerste hoofdstuk van de Bijbel is bijzonder groot. Hier blijkt dat God de hemel en de aarde tot aanzijn roept. Ze zijn van Hem onderscheiden (…). Hij vormt in opeenvolgende fasen de wereld, waarbij latere scheppingsdaden de eerdere veronderstellen. Zo gaat het licht van de zon vooraf aan de planten, en de planten dienen dieren tot voedsel. Er is een bijzondere orde in de schepping, waardoor de aarde leefbaar wordt voor flora, fauna en mensheid.
Het opeenvolgende handelen van God doet ook de tijd ontstaan: de afwisseling in dagen en het ontstaan van de week, uitlopend op de sabbat.
De mens is het hoogtepunt van de schepping. Daarbij klinken speciale woorden, en de mens lijkt enigszins op zijn Schepper. Hij mag en moet Gods gezag op aarde uitoefenen (…).
Hier ligt ook de oorsprong van het huwelijk en van de voortplanting. De mens is niet toevallig op aarde, maar is door God gewild en hij ontvangt ook een doel om voor te leven”[2].
Het is dat doel waaraan mensen moeten beantwoorden.
Zo behoren wij op deze aarde in dienst te staan van onze God. Gods almacht moet geloofd en bewonderd worden!

Nu zijn er in de wereld nog wel meer scheppingsverhalen.

In de Islam bijvoorbeeld.
Ergens staat geschreven: “In het Bijbelboek Genesis wordt benadrukt dat de schepping na zes dagen voltooid is, volmaakt. Volgens de Koran schept Allah, ook na die zes wonderbaarlijke dagen, telkens opnieuw. In tweede instantie in elke nieuwe lente, bij elke nieuwe geboorte. Ten slotte doet Hij, bij een derde schepping, mensen na de dood opstaan.
In de Bijbel staat de schepping aan het begin, in het boek Genesis. In de Koran vindt men in verschillende soera’s -hoofdstukken- verwijzingen naar het continue scheppingsproces”[3].
In de Koran staat het zo: “Voorwaar, jullie Heer is Allah, Degene die de hemelen en de aarde in zes dagen -perioden- heeft geschapen. Vervolgens zetelde Hij zich op de Troon. Hij doet de nacht de dag bedekken, die hem haastig najaagt; en de zon, de maan en de sterren zijn aan Zijn bevel onderworpen. Weet, dat scheppen en bevelen aan Hem is voorbehouden. Gezegend zij Allah, de Heer der werelden”[4].
Ziet u hoe God en Allah daar diametraal tegenover elkaar staan?

In het Hindoeïsme bestaat ook een scheppingsverhaal..
Hieronder een stukje daaruit.
“In het begin waren er alleen de Oerwateren. Deze zeeën waren uitgestrekt, diep en donker. Het enige wat er bestond, was Niet Bestaande.
Na verloop van tijd ontstond er een gouden ei in het water. Negen maanden lang dreef het ei over de wateren.
Na negen maanden barstte het ei open en Prajapati verscheen. Prajapati was man noch vrouw, maar een machtige combinatie van beide. Hij rustte bijna een jaar lang uit op de gouden eierschaal. In die tijd sprak en verroerde hij zich niet.
Na een jaar verbrak hij de stilte. Het eerste woord dat hij sprak – het Woord – werd de aarde.
Het volgende Woord dat hij uitbracht werd de hemel en die deelde hij op in jaargetijden.
Prajapati kon alles zien; vanaf het moment dat het leven begon, tot zijn eigen dood die duizend jaar later zou volgen. Toch voelde Prajapati zich eenzaam en hij verlangde naar een partner in deze enorme leegte.
Hij deelde zichzelf in tweeën en er ontstond een man en een vrouw. Samen schiepen ze de eerste goden, de elementen en de mensheid. Zo ontstond ook de tijd en Prajapati werd de belichaming hiervan.
De eerste godheid die geboren werd was Agni, de God van het Vuur. Toen er eenmaal vuur was, ontstond ook het licht. Prajapati scheidde het licht in dag en nacht.
Er werden andere goden geboren, onder wie de duivelse Ashuras en de prachtige Dageraad. Prajapati verzekerde zich ervan dat goed en kwaad van elkaar gescheiden waren en hij verborg zijn duivelse nakomelingen diep in de aarde”[5].

De duivel wil het grote werk van de hemelse Heer afbreken. En ja, het is logisch dat hij bij de schepping begint. Als hij daar begint stort, zo lijkt hij te menen, heel de Goddelijke creatie in elkaar!  

Overigens heeft het boeddhisme in het geheel geen scheppingsverhaal.
Het heelal is, zo menen de boeddhisten, één enorme cyclus. Men spreekt aldaar wel van Samsara. Dat betekent: ‘het wiel van het worden’. Het boeddhisme is trouwens geen echte godsdienst in de strikte zin van het woord: boeddhisten geloven niet in een God, en ook niet in het bestaan van een ziel[6].

Welnu – in de kerk vertrouwen wij eenvoudigweg op de Schepper van hemel en aarde. Hij heeft alle macht, in hemel en op aarde. Ook vandaag. Hij brengt ons naar Zijn toekomst toe. Onze God gaat niet alleen Zijn glorie vieren. Dat is te klein. Dat is te gering. Hij verklaart al Zijn kinderen rechtvaardig, door het bloed van Zijn Zoon.En uiteindelijk zal Hij samen met heel Zijn kinderschaar uit alle tijden en alle plaatsen gloriëren.
Die exegeet van hierboven schrijft naar aanleiding van Genesis 1 en 2 ook nog: “De resultaten van Gods schepping zijn ‘goed’ en de eindevaluatie is zelfs ‘zeer goed’ (…). Hiermee wordt niet slechts functionaliteit aangeduid, maar ook de overeenstemming met Gods bedoeling en normering. Nu is alles nog goed, maar Genesis 3 maakt duidelijk dat dit niet zo blijft. Toch zal God daarna in zijn heilsgeschiedenis weer toewerken naar herstel van de oude situatie. De nieuwe hemel en de nieuwe aarde vertonen weer de oude heerlijkheid en gaan die zelfs te boven (…). De Schepper doet dit door de heilbrengende Messias”.
Onze Heiland, de Here Jezus, heeft een toekomst gecreëerd die nu nog onvoorstelbaar is. Maar het is zeker: alle uitverkorenen komen bij elkaar. Zo staat namelijk in Mattheüs 24: “En Hij zal Zijn engelen uitzenden onder luid bazuingeschal, en zij zullen Zijn uitverkorenen bijeenbrengen uit de vier windstreken, van het ene uiterste van de hemelen tot het andere uiterste ervan”[7].

De hemel en de aarde zijn voltooid, en heel hun legermacht.
Maar al die macht haalt het niet bij de heerlijkheid die wij nog gaan zien.
Met dat geloof kunnen wij de glorieuze toekomst in. En laat het ons gezegd zijn: aan die magnifieke glorie komt nimmermeer een einde!

Noten:
[1] Genesis 2:1.
[2] Geciteerd van de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Genesis 1 en 2 (‘Boodschap’).
[3] Geciteerd van https://www.bijbelhoek.nl/bijbel-en-koran/1-het-scheppingsverhaal ; geraadpleegd op maandag 13 juli 2020.
[4] Koran – Soera 7 vers 54.
[5] Geciteerd van http://mythicjourneys.org/bigmyth/download/HINDU_CREATION_dutch.doc  ; geraadpleegd op maandag 13 juli 2020.
[6] Geciteerd van https://www.ikhebeenvraag.be/vraag/8850/kent-het-boedhisme-een-scheppingsverhaal-zoals-in-bv.-katholieke-godsdiensten ; geraadpleegd op maandag 13 juli 2020.
[7] Mattheüs 24:31.

26 september 2018

Zuivere prediking gezocht

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

In de Bijbel staat hier en daar krasse taal.
Neem nou de volgende tekst: “Maar zelfs als wij, of een ​engel​ uit de hemel, u een ​evangelie​ zouden verkondigen, anders dan wat wij u verkondigd hebben, die zij vervloekt”.
Die tekst staat in Galaten 1[1].
Zegt u nou zelf: daar is geen woord Frans bij.

In de Nederlandse Geloofsbelijdenis spreekt de kerk het trouwens ook uit: onze eerste prioriteit is “de kerk de zuivere prediking van het evangelie”[2].

De brief aan de Galaten wordt rond het jaar 50 na Christus geschreven.

In de brief gaat het vooral over christelijke vrijheid. U wordt, zo wordt daar betoogd, niet vrij als u zich keurig aan de wet van God houdt. Nee, er komt vrijheid door het geloof in Christus. Hij heeft voor al onze zonden betaald.
Over christelijke vrijheid schreef ik al eens: “Dat betekent: zij zijn vrijgesproken van schuld. En als zij na hun sterven in de hemel komen, horen zij hun Advocaat – de Here Jezus Christus – zeggen: ‘Voor hem en voor haar heb ik geleden. Hun zonden zijn weggedaan. Laat hen naar het feest gaan!’. Die geloofszekerheid geeft nu al perspectief”[3].

Iemand zou kunnen zeggen: ‘Christelijke vrijheid? – dat zál wel; maar in Galaten 1 wordt nota bene gedreigd met een vloek’. Een vloek heeft toch weinig te maken met vrijheid?
De reactie op zo’n opmerking kan zijn: voor Gereformeerde mensen staat of valt de visie op het leven met het Evangelie. Predikers die met een andere boodschap komen, kunnen de mensen om hen heen namelijk nimmer redden.

Nu zijn er tegenwoordig heel wat leraren en andersoortige verkondigers.

Neem nou bijvoorbeeld het boeddhisme.
“De Boeddha heeft in zijn verlichting ontdekt ‘hoe dingen zijn’, hij heeft de ware aard van dingen ontdekt. Dat is het kardinale punt om verlichting te bereiken oftewel om vrij te zijn van lijden. Het is het ontwaken tot de realiteit, wakker worden uit een bijna onvoorstelbare diepe mentale slaap. Die slaap is zo diep, dat de meeste mensen niet begrijpen dat ze onderhevig zijn aan lijden en dat het hun taak is daaraan een einde te maken. Om bevrijding van lijden te realiseren, hebben wij als taak om zelf te ontdekken wat de Boeddha ontdekt heeft”[4].
Ziet u dat je in het boeddhisme veel, zo niet alles, zelf moet doen?

Of bijvoorbeeld het hindoeïsme.
“Hindoes kennen, net als christenen, een drie-eenheid: Brahma (niet te verwarren met de eerder genoemde brahman) is de schepper, Vishnoe is de beschermer en Shiva is de verwoester die zo ruimte maakt voor nieuwe dingen. De religie heeft vele goden, maar eigenlijk geloven hindoes maar in één goddelijke kracht in het universum. Volgens hen zijn alle andere goden gedaantes van die ene goddelijke kracht, brahman. Sommige hindoes – de shaivieten – geloven alleen in Shiva, de vaishnavieten aanbidden Vishnoe als hoofdgod en voor de Hare Krishnabeweging is Krishna de oppergod”.
En:
“Hindoetempels zijn luidruchtige plekken, niet alleen vanwege het gezang maar vooral vanwege de tempelbel. Deze harde bel mogen hindoes luiden als ze binnenkomen en weggaan. Hindoes offeren aan hun god of goden in de tempel. Ze leggen bij het beeld van hun god fruit, bloemen, geld of wierook. Vaste regels voor bidden of tempelbezoek zijn er niet. Je gaat wanneer je wilt en offert wat je wilt”[5].
Ziet u dat er in het bovenstaande, in zekere zin, sprake is van een drie-eenheid?
Ziet u ook dat hindoeïsten een zekere vrijblijvendheid in hun godsdienst kennen? Je bidt en offert wanneer je dat zelf nodig vindt.

Welnu, de Here God leert ons: u hoeft niet zelfredzaam te zijn, dat kan niet en dat worden wij ook nooit!
Daarom zingen we in Psalm 119:
“Ik klem mij vast aan uw getuigenis.
O HEER, laat niet vergeefs mij op U hopen!
Gij zijt mijn licht, mijn dag bij duisternis,
Gij doet uw woorden voor mijn ogen open”[6].
Dat betekent in ieder geval –
* het is onmogelijk dat wij in ons leven zelf de verlichting aan doen, zoals het boeddhisme ons wil doen geloven
* ons geloof is geen kwestie van vrijblijvendheid, zoals het hindoeïsme ons voorhoudt.
Het Evangelie is zonneklaar: Jezus Christus is onze Redder. Daar noteer ik woorden uit Handelingen 4 bij: “En de zaligheid is in geen ander, want er is onder de hemel geen andere Naam onder de mensen gegeven waardoor wij zalig moeten worden”[7].
Het is duidelijk – reddingsoperaties waarbij het Woord dicht blijft, zijn tot mislukken gedoemd.

Juist in een wereld waarin ons via diverse media allerlei levensovertuigingen op een presenteerblaadje worden aangereikt, is het van levensbelang om de kern van het Evangelie vast te houden.

Dat Evangelie moet gepreekt worden. Iedere zondag – want in deze woelige wereld raken we met z’n allen zomaar van de weg af die God wijst. De kerkelijke versplintering in Nederland is daar een treurig bewijs van.
Dat Woord moet worden gebracht in al zijn lengte, breedte, hoogte en diepte – met alles erop en eraan.
Het is verleidelijk om daar concessies in te doen. Zodat de preek wat prettiger klinkt. Vriendelijker. Meegaander.
Zulke verleidingen moeten wij weerstaan.
In een oude bundel met studies over de Nederlandse Geloofsbelijdenis schreef iemand:
“Het komt er op aan niet eigen maatstaven aan te leggen bij het onderscheiden tussen een ware en een valse kerk. Dit gebeurt wanneer wij bijvoorbeeld ‘barmhartiger’ willen zijn dan God, door te zeggen van zo’n kerk, dat er wel veel verkeerd kan zijn, maar dat zulks overal is en dat er toch wel gelovigen in die kerk zijn en dat we daarom zo maar niet mogen spreken van een valse kerk. In dit geval stellen wij een ‘barmhartiger’ norm dan Christus, die erop staat dat Hij alleen de heerschappij over Zijn kerk heeft en anders voor die kerk enkel heeft een oproep tot bekering en een aanzegging van Zijn toorn. Als Christus zegt dat Hij moet gehoorzaamd worden, heeft niemand het recht te doen alsof Hij op dit gebod wel wat uitzonderingen toelaat voor mensen, die het (…) wel goed bedoelen”[8].
Waarvan akte!

Laten de predikers maar eenvoudigweg instemmen met Paulus: “En ik, broeders, toen ik bij u kwam, ben niet gekomen om u met voortreffelijkheid van woorden of van wijsheid het getuigenis van God te verkondigen, want ik had mij voorgenomen niets anders onder u te weten dan ​Jezus​ ​Christus, en Die gekruisigd”[9].
Dan blijven de kerkgangers op het niveau dat God van hen vraagt.

Noten:
[1] Galaten 1:8.
[2] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 29.
[3] Geciteerd uit mijn artikel ‘Iedere dag bevrijdingsdag’, hier gepubliceerd op vrijdag 4 mei 2018. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2018/05/04/iedere-dag-bevrijdingsdag/ .
[4] Geciteerd van http://www.sleuteltotinzicht.nl/div001.htm#Geen%20goddelijke%20macht ; geraadpleegd op dinsdag 18 september 2018.
[5] Geciteerd van https://npofocus.nl/artikel/7664/wat-is-hindoeisme?sid=2309 ; geraadpleegd op dinsdag 18 september 2018.
[6] Psalm 119:12 (berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986).
[7] Handelingen 4:12.
[8] Schetsenbundel Nederlandse Geloofsbelijdenis. – Uitgave van de Bond van Verenigingen van Gereformeerde Vrouwen. – z.j., p. 60.
[9] 1 Corinthiërs 2:1 en 2.

7 december 2016

De Redder past niet in een rijtje

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , ,

Onlangs zag ik een aankondiging van een lezing.
In die bekendmaking stond onder meer te lezen: “Hoe bereik je een leven en een maatschappij waarin innerlijke vrede, harmonie en mededogen de kenmerken zijn? Hoe moet je zijn, wat moet je ervoor doen en laten? Grote Wijzen zoals Gautama de Buddha, Lao-Tse en Jezus geven ons hiervoor inspiratie en aanwijzingen. ‘Vecht niet, worstel niet, strijd niet, wees stil, vredig en harmonieus’, hield Lao-Tse zijn leerlingen voor. Wat is de bron van hun wijsheid?”[1].

Gautama de Boeddha wordt beschouwd als een spiritueel leider. “Volgens religieuze overleveringen bereikte Gautama Boeddha complete en volledige verlichting (het Boeddhaschap)”[2].

Lao Tse is een Chinese filosoof en is één van de heilige personen in het taoïsme. “Volgens het taoïsme bevindt alles zich in een perfecte harmonie die niet statisch is, maar in voortdurende verandering. Het evenwicht wisselt steeds en niets kan bestaan zonder zijn tegendeel. Wie met de stroom van verandering mee gaat, kan de volmaakte mens worden”[3].

In die aankondiging hierboven zien wij vervolgens ook de naam van Jezus staan.
Hij is de Verlosser die naar de aarde komt om voor de zonden van heel de wereld te betalen.
Dat geloven wij.
Dat belijden wij.
Jezus zal onze schuld voldoen.

En nu zien we meteen een groot verschil met Boeddha. In het boeddhisme moet je stil zijn. En vredig. En harmonieus.
Wij zien ook een verschil met Lao-Tse, en met het taoïsme. Daar moet je op zoek naar perfecte harmonie. Je moet overeind zien te blijven en voortdurend naar een nieuw evenwicht zoeken.
U en ik moeten, om kort te gaan, zelf aan het werk.
Welnu, onze God vraagt overgave. Hij vraagt van ons om het stuur van ons leven in Zijn handen te leggen. Want Hij is onze Verlosser.

Gods Woord spreekt over verlossing.
Vandaag wil ik een Bijbeltekst waarin die verlossing centraal staat een ogenblik naar voren halen.
U vindt die tekst in Exodus 6.
Het zijn deze woorden: “Ik ben de Here, Ik zal u onder de dwangarbeid der Egyptenaren uitleiden, u redden van hun slavernij en u verlossen door een uitgestrekte arm en onder zware gerichten. Ik zal Mij u tot een volk aannemen en Ik zal u tot een God zijn, opdat gij weet, dat Ik, de Here, uw God, het ben, die u onder de dwangarbeid der Egyptenaren uitleid”[4].

Dat moet Mozes aan het volk Israël gaan zeggen.

Mozes moet een boodschap van verlossing gaan brengen.
Nou, die Israëlieten zien Hem aankomen!

En trouwens: Mozes heeft er ook zijn bekomst van om boodschapper van God te wezen. De verwijten die Mozes de wereld in slingert zijn hard en duidelijk: “Here, waarom behandelt Gij dit volk zo hard? Waarom hebt Gij mij gezonden? Want van het ogenblik af, dat ik bij Farao gekomen ben, om in uw naam te spreken, heeft hij dit volk slecht behandeld, en Gij hebt uw volk geenszins gered”[5].
Mozes vindt God een heel harde Man. Het heeft ook helemaal niets geholpen dat Mozes naar de Egyptische farao is gegaan. Dat is een zware gang geweest; Mozes is heus niet dansend naar die harde heerser toe gegaan. En het werkt, op de keper beschouwd, nog averechts ook! Het wordt er voor Gods volk alleen maar beroerder op. En wat heeft Mozes intussen gezien van die beloofde redding? Niets! Helemaal niets!

En na dat Mozaïsche verbale vuurwerk klinkt daar dan de boodschap van verlossing.

Wij weten anno Domini 2016 natuurlijk meer. Iedere zondag klinkt het in de kerk: “Ik ben de Here, uw God, die u uit het land Egypte, uit het diensthuis, geleid heb”[6]. Die verlossing is gekomen. En: de Verlosser is gekomen. Gods Woord is waar.
Wij mogen het met Psalm 6 zingen:
“Wijkt, werkers van het kwade!
De HEER heeft in genade
mijn jammerklacht verstaan.
Hij hoorde naar mijn kermen
en wilde Zich ontfermen.
Hij neemt mijn bidden aan”[7].
Maar dan zullen we vervolgens wel geduld moeten hebben. Want de Here helpt op Zijn tijd. En de Here helpt op Zijn manier. Hij ontwerpt Zelf een reddingsplan, en voert het bovendien Zelf uit.

Maar daarmee is toch niet alles gezegd.

Want de Here zegt in Exodus 6 niet: gaat u nu maar rustig aan de kant van de weg zitten, dan maak Ik het allemaal voor u in orde.
Nee, Mozes wordt ingeschakeld bij het werk. Maar het zal het er allesbehalve rustig aan toegaan. De Israëlieten moeten rekening houden met zware gerichten die in hun directe omgeving het leven op z’n kop zullen zetten. God heeft hen heus geen kalme reis beloofd.

U moet evenwicht zoeken, zeggen de taoïsten.
De boeddhisten sporen ons aan: wees stil, heb vrede met uzelf en streef naar een harmonieus leven.
Maar in Exodus 6 wordt in feite de oorlog verklaard aan de verdrukkers van Gods volk. Er worden zware gerichten aangekondigd. Dat is traumatisch voor burgers van Egypte. Maar voor de Israëlieten gaan heus niet naar een vakantieland verhuizen.
Zou dat niet de verhoudingen op aarde tekenen?

Het gaat anno Domini 2016 niet om onze vrede.
Het gaat anno Domini 2016 ook niet om onze evenwichtigheid.
Alles draait ook vandaag om de verlossingskracht van de Verbondsgod.
Hij verlost op Zijn tijd. En op Zijn wijze.
Daarom hoeven we niet voortdurend moeite te doen om evenwichtige mensen te wezen.

Laten wij het nog maar eens repeteren: onze God vraagt overgave. Hij vraagt van ons om het stuur van ons leven in Zijn handen te leggen. Want Hij is onze Verlosser.
Hij verlost ons, als we van voorspoed genieten.
Maar ook als de omstandigheden ons tot wanhoop drijven mogen we ons leven in handen geven van de God van hemel en aarde.
Dan is er evenwicht; wij vallen nimmer om.
Dan is er vrede.

In het begin van dit artikel gaat het over de aankondiging van een lezing.
Die lezing vindt, als ik het goed begrepen heb, vanavond plaats. Het motto van de lezing is: grote wijzen over grote ideeën.
In dat rijtje van grote wijzen past onze Verbondsgod niet. In dat rijtje past Jezus Christus niet. Want Hij is onze Verlosser. Onze Redder.

Noten:
[1] Zie http://juun.nl/13552 ; geraadpleegd op dinsdag 22 november 2016.
[2] Citaat van https://nl.wikipedia.org/wiki/Gautama_Boeddha ; geraadpleegd op dinsdag 22 november 2016.
[3] Citaat van https://nl.wikipedia.org/wiki/Taoïsme ; geraadpleegd op dinsdag 22 november 2016.
[4] Exodus 6:5 en 6.
[5] Exodus 5:22 en 23.
[6] Exodus 20:1 a.
[7] Psalm 6:5 (berijmd; Gereformeerd Kerkboek).

9 februari 2016

Puur en duurzaam

Zondag 30 van de Heidelbergse Catechismus is, voor veel mensen althans, een donkere Zondag. Er wordt over gesproken dat de pauselijke mis een vervloekte afgoderij is.
Afgoderij: dat is al erg.
Vervloekt: dat klinkt nog erger, nog zwaarder, nog keiharder.

Nu zullen we, ook als het om deze Zondag gaat, niet mogen vergeten dat die oude publicatie uit Heidelberg een troostboekje is. Het moet ons duidelijk worden dat we bij de God van het verbond terecht kunnen. Hij opent Zijn armen. Hij zegt: kom maar bij Mij.

Met het oog daarop vraag ik vandaag met name aandacht voor deze woorden uit Zondag 30:
“Voor wie is het avondmaal van de Here ingesteld?
Antwoord:
Voor hen die om hun zonden een afkeer van zichzelf hebben en toch vertrouwen dat deze hun om Christus’ wil vergeven zijn, en dat ook de overblijvende zwakheid door zijn lijden en sterven bedekt is; die ook begeren hoe langer hoe meer hun geloof te versterken en hun leven te beteren”[1].

Het is belangrijk om de formulering uit ons troostboekje eens goed tot ons door te laten dringen.

We weten allemaal hoezeer de wereld van zonde doortrokken is.
Voor velen ziet de wereld er, om allerlei redenen, ook bijzonder donker uit. Niet zo lang geleden was er een nieuwsbericht waarin onder meer het volgende te lezen stond.
“Een op de tien mannen en een op de vijf vrouwen in Nederland worden ergens in hun leven getroffen door een depressie. Depressiviteit is ook de belangrijkste oorzaak van ziekteverzuim en kost op jaarbasis 1,5 miljard euro. Dat geld gaat op aan zorg en verlies van arbeidsproductiviteit.
Minister Schippers benadrukt dat het haar gaat om veel meer dan alleen het omlaag brengen van de kosten. ‘Niemand hoeft zich te schamen voor een depressie, we schamen ons toch ook niet voor een hernia? Laten we ons er samen sterk voor maken dat we ook op de werkvloer of op school een depressie bespreekbaar maken en ons niet laten leiden door vooroordelen. Hoe sneller we erbij zijn, hoe beter het is te behandelen en hoe sneller mensen weer kunnen meedoen’”[2].
Als we een dergelijk bericht tot ons door laten dringen zijn we wellicht geneigd om te knikken.
Het is een moeilijke wereld, inderdaad.
Het leven is niet makkelijk; zeker niet.
De problemen stapelen zich op – nou en of.
Maar daar gaat het in de Catechismus niet om!
Want daar leren we naar onszelf te kijken. Niet om een beetje te gaan zitten navelstaren. Of om, in een verloren hoekje, een potje te gaan zitten huilen.
Welnee!
Als we naar onszelf kijken, moeten we onze blik ook meteen van richting laten veranderen. Onze blik moet van beneden naar boven gaan. Naar Christus. Door Zijn lijden en sterven is vergeving van onze zonden gegarandeerd!

Zondag 30 is een ontspannende Zondag.
We belijden daar dat we begeren ons geloof te versterken en ons leven te beteren.
We gaan dus anders leven.
Maar dat is echt wat anders dan vriendelijk en vrolijk door de wereld fladderen.

Nu het hierom gaat wijs ik op een bijeenkomst van het Interreligieus netwerk In Vrijheid Verbonden; die vond plaats op maandag 25 januari jongstleden. Er was een ‘pelgrimage van de vrede’. Het Nederlands Dagblad schreef er een dag later over: “Christenen, joden, moslims, boeddhisten en hindoes liepen samen vanaf het plein bij de Dom naar het muziekcentrum. Zo wilden ze uitdrukken dat ze vreedzaam met elkaar willen leven en optrekken. Het weer werkte aangenaam mee: de wandeling werd verlicht door het zachte schijnen van een januarizonnetje, dat toeristen en stadsbewoners in een eerste voorzichtige voorjaarsroes bracht”.
“De werkelijkheid anno 2016″– zo stond er in die recente editie van het ND ook heel eerlijk bij – “is tamelijk rauw als het gaat om religieuze spanningen, de omgang met ‘moslimvluchtelingen’ of de botsing tussen geloof en seculier denken. Daar wees de Utrechtse burgemeester Jan van Zanen ook op tijdens zijn openingswoorden in het bijzijn van Beatrix. ‘De wereld is er sinds 2005 niet echt beter op geworden’, drukte hij zich nog voorzichtig uit. ‘Soms lijkt het erop dat de slechte gewoonte om maatschappelijk bezien hele groepen in een hokje te plaatsen weer meer ingang vindt’”[3].
We kunnen niet om een harde conclusie heen: vriendelijk bedoeld pseudo-geloof helpt niet verder. Vrede is mooi. Verdraagzaamheid is prachtig. Maar Paulus leert ons in 1 Corinthiërs 11 waar het om gaat:
* wij moeten steeds blijven denken aan Christus’ verlossingswerk
* de inhoud en waarde van dat verlossingswerk behoren geproclameerd te worden
* de verkondiging van dat verlossingswerk zal doorgaan tot de Jongste Dag.
In de taal van 1 Corinthiërs 11 klinkt dat zo: “Want zelf heb ik bij overlevering van de Here ontvangen, wat ik u weder overgegeven heb, dat de Here Jezus in de nacht, waarin Hij werd overgeleverd, een brood nam, de dankzegging uitsprak, het brak en zeide: Dit is mijn lichaam voor u, doet dit tot mijn gedachtenis. Evenzo ook de beker, nadat de maaltijd afgelopen was, en Hij zeide: Deze beker is het nieuwe verbond in mijn bloed, doet dit, zo dikwijls gij die drinkt, tot mijn gedachtenis. Want zo dikwijls gij dit brood eet en de beker drinkt, verkondigt gij de dood des Heren, totdat Hij komt”[4].
Zo staan de zaken er in de kerk voor.
En daarom…
Daarom hoeven wij niet zo nodig de eucharistie te vieren.
Eucharistie, dat betekent: “Het offer van Christus vormt met het offer van de eucharistie één enkel offer: “’De offergave is een en dezelfde: door het priesterlijk dienstwerk offert nu dezelfde die eertijds aan het kruis zichzelf ten offer opdroeg; alleen de wijze van offeren is verschillend’. ‘En omdat in dit goddelijk offer dat tijdens de mis voltrokken wordt, is dezelfde Christus, die zichzelf eenmaal op het altaar van het kruis op bloedige wijze offerde, aanwezig en wordt Hij op onbloedige wijze geofferd’”[5]. Ach nee, dat kan en hoeft helemaal niet meer!
En daarom…
Daarom hoeven wij geen interreligieuze projecten op te zetten. Want wij hoeven niet zo nodig iets van ons geloof te maken.
En daarom…
Daarom hoeven wij niet op zoek te gaan. Op zoek naar onszelf. Bijvoorbeeld in het boeddhisme. Of in het hindoeïsme. Welnee – hou maar op met zoeken!

Onze blik moet van beneden naar boven gaan. Naar Christus. Door Zijn lijden en sterven is vergeving van onze zonden gegarandeerd.
Die geloofswetenschap geeft rust.
Ontspanning.
Die geloofswetenschap zorgt ervoor dat we veel aardse zorgen kunnen loslaten.

Nee, Christus zien wij niet met onze lichamelijke ogen. Het altaar uit de Rooms-katholieke kerk wordt aan de kant gezet. Het Boeddhabeeld kan uit het interieur worden verwijderd.
Is dat niet kaal?
Welnee.
Integendeel.
Kerk en geloof: die zijn puur. Er is verder niets extra’s nodig. Er hoeft niets meer omheen.
De verbondsrelatie tussen Christus en Zijn kerk is het meest duurzame fenomeen in heel de wereld.
In die zin is de kerk heel modern. Heus waar.

Noten:
[1] Heidelbergse Catechismus – Zondag 30, vraag en antwoord 81.
[2] Zie http://nos.nl/artikel/2082769-onderzoek-naar-depressie-bij-tieners-en-jonge-vrouwen.html . Geraadpleegd op maandag 25 januari 2016.
[3] Zie: Gerard ter Horst, “Vrede begint met samen wandelen”. In: Nederlands Dagblad, dinsdag 26 januari 2016, p. 2.
[4] 1 Corinthiërs 11:23-26.
[5] Zie http://www.gotquestions.org/Nederlands/Heilige-Eucharistie.html . Geraadpleegd op dinsdag 26 januari 2016.

13 januari 2016

De kerk is geen puzzel

In het nieuwe jaar zijn we inmiddels zo’n week of twee onderweg. Het leven heeft zijn gewone gang weer hernomen.
De terugkomst van onze Heiland komt langzaam dichterbij.
Hoe is intussen de situatie op het kerkplein?
Laten we maar eerlijk zijn: heel wat mensen zijn, als het over de kerk gaat, de hoofdlijn uit het oog verloren.

Ook vijfenveertig jaar geleden had men behoefte aan zulk een overzicht. Op woensdag 30 december 1970 stond in het Nederlands Dagblad een groot artikel waar boven stond: ‘Kerkelijk Nederland puzzelde voort in 1970’[1]. Klaarblijkelijk werd, ook vroeger al, het kerk-zijn nogal eens als een puzzel ervaren.

Het woord ‘puzzel’ wordt nogal eens gebruikt voor aangename tijdpasseringen als een kruiswoordraadsel of een legpuzzel.
Maar echt leuk is de kerkpuzzel niet. Waarom niet? Omdat mensen het in de kerk vaak moeilijk maken. Het kerkplein verzakt; 1 Kronieken 29 is, naar het lijkt, steeds verder weg.
In 1 Kronieken 29 doet het het volk toezeggingen voor de bijdragen voor de tempelbouw. En dan staat er: “Toen prees David de Here ten aanschouwen van de gehele gemeente, en David zeide: Geprezen zijt Gij, Here, God van onze vader Israël, van eeuwigheid tot eeuwigheid. Van U, o Here, is de grootheid en de kracht, de heerlijkheid, de roem en de majesteit, ja, alles wat in de hemel en op de aarde is; van U is de heerschappij, o Here, en Gij zijt als hoofd boven alles verheven. Want rijkdom en eer komen van U, en Gij heerst over alles; in uw hand is sterkte en kracht, en Gij hebt het in uw macht een ieder groot en sterk te maken. Thans loven wij U, o onze God, en prijzen wij uw heerlijke naam”[2].
Dat
is het niveau waarop de kerk moet werken!

In dat oude nummer van het Nederlands Dagblad wordt onder meer aandacht besteed aan de omstandigheden in de Nederlands Hervormde Kerk.
Ik citeer:
“Tenslotte enkele plaatselijke berichtjes, die het ophalen waard zijn:
In Den Helder komt een Boeddhistische monnik na de preek van de dominee op de kansel vertellen over het lijden van het Vietnamese volk. Hij is één van de leiders van de Boeddhistische vredesbeweging. Het Werelddiakonaat van de Hervormde kerk steunt deze beweging financieel.
De kerken van Blaricum en Ugchelen plaatsen levensgrote advertenties voor het aantrekken van ouderlingen en diakenen.
De kerkeraad te Leiderdorp neemt twee jeugdvertegenwoordigers in de raad op, zij het zonder stemrecht. De kerkeraad van Tilburg stelt de avondmaalstafel open voor een ieder, die wil leven uit het verzoenend lijden en sterven van de heer Jezus. Dit geldt ook voor kinderen”.
Voor uw beeld: deze situatieschets komt uit 1970.
Ziet u hoe weinig er in essentie veranderd is?

Immers – wie de tekst hierboven beziet, kan in gedachten snel teruggaan naar de toestand van onze tijd.

Ik denk in dit verband onder meer aan een e-mailbericht dat ik enige tijd geleden van een broeder ontving. Met gepaste regelmaat houdt hij mij op de hoogte van het kerkelijk leven in Amersfoort en omgeving[3].
Op donderdag 5 november 2015 schrijft de betreffende broeder mij: “De Vrijgemaakt Gereformeerde Kerken van Amersfoort hebben de plaatselijke Christelijke Gereformeerde Kerk en de Nederlands Gereformeerde Kerk erkent als volwaardige zusterkerken.
Alle drie de kerken participeren volop in de Amersfoortse Raad van Kerken.
In de twee wekelijkse pagina van de Raad van Kerken in het huis-aan-huis krant De Stad Amersfoort blijkt hoe breed de visie is van deze drie zich gereformeerd noemende kerken in Amersfoort.
Over de loop van jaren zijn er in deze twee wekelijkse pagina vele malen artikelen met onderwerpen verschenen waarvan je op zijn minst moet constateren: daar werd in deze drie Gereformeerde kerken nog niet zo lang geleden totaal anders over gesproken.
Zo heeft de pagina van woensdag 4 november 2015 als hoofdonderwerp ‘Meditatie voor mens en milieu’. Daarbij een link met het van huis uit Rooms-katholieke Franciscaans Milieu-project Stoutenburg. Aldaar in kasteel Stoutenburg wordt er gewerkt vanuit een Boeddhistische variant bij het mediteren. Kortom, activiteiten waarbij blijkbaar het Boeddhisme verbonden kan worden met het christelijke geloof. Dat is dus geen probleem bij een Rooms-katholieke orde als de Franciscanen.
Het past bovendien ook nog eens allemaal onder de oecumenische paraplu.
Zowel de Vrijgemaakt Gereformeerde Kerken als de twee zusterkerken zijn door hun lidmaatschap aan de oecumene volledig mede verantwoordelijk voor deze bevordering van meditatie voor mens en milieu.
Toegespitst: Vrijgemaakten propageren het Boeddhisme”.

Er is nogal eens gezegd: de vrijgemaakten gaan de kant van de synodalen op. Dat is heel vaak bestreden. Maar het bovenstaande bewijst dat die manier van zeggen niet eens zo heel vreemd is. Het is nog erger: de vrijgemaakten gaan de kant van de hervormden op!

Overigens gaat het er mij niet in de eerste plaats om de vrijgemaakten aan de schandpaal te nagelen.
Het gaat mij erom aan te wijzen dat er in de wereld veel verkeerde oecumene is.
En voordat wij het weten zakken wijzelf af naar het niveau van klerikale halfslachtigheid en ongeloof.
Ik bedoel maar: waar staan de jonge Gereformeerde mensen van nu eind 2060? Laten de dertigers, veertigers en vijftigers van nu tonen dat het leven met God dagelijks werk is!
Op de basisschool van onze tijd worden kinderen geconfronteerd met ‘Nieuwsbegrip’[4]. Juist bij een dergelijk vak is er gelegenheid om te laten zien dat wandelen met God ook in de eenentwintigste eeuw een absolute must is!

Er worden, zo meldt het ND, in 1970 levensgrote advertenties gezet om ouderlingen en diakenen te werven.
Vandaag de dag gaan veel kerken nog een stap verder. Zij roepen om een voorganger – een predikant m/v – die een samenbinder is. Een enthousiasteling. Een beleidsmaker. Een bruggenbouwer. Een visionair. Een eigentijds spreker. Een inspirator. Iemand die nieuwe impulsen kan geven. Een empathisch mens. Graag voor circa 0,7 fte, of iets in die orde van grootte.
Ach, laten Gereformeerde mensen het maar gewoon bij 1 Thessalonicenzen 4 houden: “Voorts dan, broeders, vragen wij en vermanen wij u in de Here Jezus, dat gij, zoals gij van ons vernomen hebt, hoe gij moet wandelen en Gode behagen, zoals gij ook inderdaad wandelt, dat nog meer doet. Want gij weet, welke voorschriften wij u gegeven hebben door de Here Jezus. Want dit wil God: uw heiliging”[5]. En: “God heeft ons niet geroepen tot onreinheid, maar in heiliging. Daarom, wie dit verwerpt, verwerpt niet een mens, maar God, die u immers ook zijn heilige Geest geeft”[6].
Zo moeten wij wandelen met God!

En ach – wat zullen wij zeggen van jeugdouderlingen, en van een open avondmaal?
Laat ik in dezen twee notities maken.
1.
Wij mogen de gemeente nooit achteloos in categorieën indelen. Als we daaraan beginnen, dan is het einde zoek. En bovendien – voor we ’t weten wordt de kerk van discriminatie beticht, omdat er een categorie overgeslagen wordt.
2.
En wat het Heilig Avondmaal betreft: daarin verkondigen kinderen van God de dood van de Here Jezus Christus. Wij laten aan de God van het verbond, en aan elkaar, zien dat onze toekomst open is. Er is perspectief vanwege het werk van onze Heiland; Hij is onze Zaligmaker. Wie aan het Heilig Avondmaal deelneemt, weet zich in alles afhankelijk van God. Aan dat Heilig Avondmaal kan daarom niet zomaar iedereen meedoen!

Tenslotte nog dit.
Men zou, het bovenstaande overziende, kunnen opmerken dat in de afgelopen decennia – om met Hebreeën 12 te spreken – heel wat Gereformeerden in de genade zijn verachterd. En ja, ik denk dat dat waar is[7].
Maar daarmee is niet alles gezegd. Want de kerk bestaat nog steeds. Jazeker – Gods werk gaat nog altijd door, totdat Hij terugkomt. Nog altijd vergadert het Hoofd van de Kerk oprechte gelovigen. Samen gaan die gelovigen blijmoedig op weg naar het einde van de zondige wereld. Paulus schrijft daarover heel beeldend: “Want de Here zelf zal op een teken, bij het roepen van een aartsengel en bij het geklank ener bazuin Gods, nederdalen van de hemel, en zij, die in Christus gestorven zijn, zullen het eerst opstaan; daarna zullen wij, levenden, die achterbleven, samen met hen op de wolken in een oogwenk weggevoerd worden, de Here tegemoet in de lucht, en zó zullen wij altijd met de Here wezen”[8].
Dat wordt het nieuwe niveau van de kerk.
Dan zijn alle puzzels rond de kerk opgelost!

Noten:
[1] Nederlands Dagblad, woensdag 30 december 1970, p. 5 en 6. Citaat van pagina 5.
[2] 1 Kronieken 29:10-13.
[3] Graag breng ik op deze plaats dank aan broeder S. van Ackooij uit Amersfoort. Regelmatig – meestal een paar keer per week – stuurt hij mij berichten over het Amersfoortse kerkelijke leven. Voor al dat werk, hoe bescheiden ook, breng ik hem vandaag publiekelijk hulde!
[4] Zie hierover http://www.nieuwsbegrip.nl/ . Geraadpleegd op zaterdag 5 december 2015.
[5] 1 Thessalonicenzen 4:1, 2 en 3 a.
[6] 1 Thessalonicenzen 4:7 en 8.
[7] Deze formulering ontleen ik aan Hebreeën 12:14 en 15: “Jaagt naar vrede met allen en naar de heiliging, zonder welke niemand de Here zal zien. Ziet daarbij toe, dat niemand verachtere van de genade Gods, dat er geen bittere wortel opschiete en verwarring stichte, en daardoor zeer velen zouden besmet worden”.
[8] 1 Thessalonicenzen 4:16 en 17.

29 juli 2015

De tafel wordt klaargemaakt

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , , ,

Psalm 23 is zo ongeveer het meest bekende deel van de Bijbel[1][2]. Heel veel mensen kennen het beeld van de goede herder, van de grazige weiden, van lange tafels waar exquise maaltijden op staan.
Dat is een mooi beeld. Het is een rustgevend tafereel in een jachtige wereld. Daar worden we blij van. We worden warm van binnen.

Intussen moeten we er op letten Wie in dit lied centraal staat. Dat zijn niet de mensen.
Als wij de onberijmde psalm gaan lezen moeten we de klemtoon goed leggen. Dus zo:
De Here is mijn herder, mij ontbreekt niets;
Hij doet mij nederliggen in grazige weiden;
Hij voert mij aan rustige wateren;
Hij verkwikt mijn ziel.
Hij leidt mij in de rechte sporen
om zijns naams wil”[3].
En even verderop lezen we in dit kerklied:
Gij richt voor mij een dis aan”[4].

Waar staat die tafel met al die exquise gerechten eigenlijk?
In een klein zaaltje misschien, ergens achteraf? Nee.
Ergens in een straat dan, alsof het een straatfeest of buurtbarbecue is? Ook niet.
De Here zet de tafel in de kerk klaar. Leest u maar mee:
“ik zal in het huis des Heren verblijven
tot in lengte van dagen”[5].

De tafel staat dus in het huis van God. Daar kan iedereen rust vinden.
Is dat prettig? Voor ons gevoel niet altijd. Want wij hebben zo onze eigen besognes. Maar de kerk is wel de enige plek waar men echte rust vinden kan.
Voor heel veel mensen is God “mijn herder”.
Het is opnieuw zaak om attent te zijn.
In Psalm 23 staat niet dat God zich als een herder gedraagt. Nee, hij is uw Herder. Hij is jouw Herder. Hij is mijn Herder.

In de psalm die wij voor ons hebben staat de Verbondsgod centraal.
In dat lied is ons leven niet het belangrijkste. Natuurlijk, het bestaan van Gods kinderen komt wel in de psalm voor. Vanuit de voortjagende wereld brengt de Here Zijn kinderen naar de meest rustgevende omgeving die er bestaat.
Maar het gaat vooral om de reputatie van de God van het verbond. Het gaat om Zijn naam. Het gaat er om dat de God van hemel en aarde Zijn beloften waar maakt.

Tegenwoordig kunnen we Psalm 23 op allerlei plekken tegenkomen.
Hoe vreemd het ook klinkt: ooit was er een evangelische motorclub met de naam ‘Psalm 23′. De club bestaat, bij mijn weten, niet meer.
Ook opmerkelijk: de drieëntwintigste psalm kan een functie hebben binnen de zogenaamde zen-meditatie. Hoe gaat zo’n meditatie precies? “De oefening is eenvoudig: stil zitten op een kussentje, de ogen half gesloten, de aandacht op de ademhaling gericht. Dan opstaan, langzaam lopen, en tenslotte buigen voor Boeddha, onze ware aard, die tot uiting komt in wijsheid, en in vrij en bevrijdend handelen”[6]. In de zen-meditatie moet u dus op zoek naar uzelf, naar uw ware aard. Op een internetpagina van een zen-centrum in Den Haag staan allerlei citaten die binnen het boeddhisme belangrijk zijn. En een ervan is – jawel, jawel… – Psalm 23[7].
Wat wordt de wereld daar omgedraaid!
We hoeven namelijk helemaal niet op zoek naar ons zelf. Zoeken van God is niet nodig. En God hoeft ons ook niet te vinden. Hij heeft ons namelijk Zelf gemaakt. En Hij is en blijft onze Herder. Hij maakt Zijn naam waar.

Geloven: dat brengt ons echt verder.
Het maakt ons progressief. Vooruitstrevend.
Iemand legde Psalm 23 als volgt uit: “Uit alles blijkt dat het schaap het meest hulpbehoevende dier is als het gaat om het vinden van voedsel en goede verzorging. Als een schaap niet geleid wordt, blijft het op hetzelfde gebied lopen en maakt diepe sporen in het terrein waar ze steeds maar door blijven lopen. Ze zien er dan op den duur onverzorgd en verwaarloosd uit”[8]. Maar wie een schaap van de Herder is, die weet: ik blijf niet steeds op ditzelfde terrein; de zaken gaan voorúit. Er zijn wel mensen die hun leven als tamelijk zinloos ervaren. Het is een cirkelgang. Veel schokkends gebeurt er niet meer. Veel nieuws is er niet te melden. Wel, de Here leidt ons in rechte sporen: we blijven niet op één gebiedje steken, we zijn op weg naar een toekomst waarin God alles in allen zal zijn!

Het is wel bekend: als een schaap op zijn rug ligt, kan het niet meer overeind komen. Er moet door de herder ingegrepen worden. Onze Herder is altijd in de buurt. En Hij luistert naar onze vragen, naar onze gebeden.
De Here kent onze omstandigheden precies.
Hij weet er alles van.
Hij weet wel dat echt Gereformeerde mensen uiteindelijk altijd voor Gods eer op willen komen.
En Hij weet dat wij zondig zijn.
Hij weet dat Gereformeerd zijn ook strijd betekent.
Hij weet dat daar kritiek bij hoort, en dat het soms moeilijk is om daar mee om te gaan. En Hij weet ook wel dat de spanning in veel Gereformeerde gezinnen soms tot ongekende hoogten oploopt.
Ja, dat weet Hij allemaal wel.
Maar daarom, ja juist daarom staat in Psalm 23 de tafel klaar. Niet op het marktplein. Niet in de wereld. Nee, in de kerk.

De volgende week begint gelukkig weer met de kerk.
Het wordt vast weer een mooie zondag. En hopelijk wordt het een week waarin we veel dingen energiek kunnen aanpakken. En zo niet, geen nood. Want wij mogen het altijd weten: hij leidt ons in “de rechte sporen om zijns naams wil”.

Noten:
[1] Dit artikel is de bewerking van een stuk dat ik eerder schreef. Dat stuk is gedateerd op dinsdag 27 juni 2006.
[2] In het najaar van 2015 hoop ik Psalm 23:1 kort toe te lichten voor kinderen. Dat zal ik – Deo Volente – doen in het Gereformeerd kerkblad De Bazuin, en wel in de rubriek Psalm van de Week. Daarvoor tref ik in dit artikel enige voorbereidingen.
[3] Psalm 23:1, 2 en 3 (onberijmd).
[4] Psalm 23:5 a.
[5] Psalm 23:6 b.
[6] Zie http://www.kanzeon.nl/ . Geraadpleegd op maandag 13 juli 2015.
[7] Zie http://www.kanzeon.nl/vorige13.html . Geraadpleegd op maandag 13 juli 2015.
[8] Zie http://www.koninkrijkderhemelen.nl/tekstbestanden/Het%20herstel%20van%20de%20gemeente.htm . Geraadpleegd op maandag 13 juli 2015.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.